Cramer 82ZT107 - Grasmaaier

82ZT107 - Grasmaaier Cramer - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 82ZT107 Cramer in PDF-formaat.

📄 422 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice Cramer 82ZT107 - page 190
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over 82ZT107 Cramer

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 82ZT107 - Cramer en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 82ZT107 van het merk Cramer.

GEBRUIKSAANWIJZING 82ZT107 Cramer

1 Beschrijving......190

1.1 Overzicht.... 190
1.2 Bedieningspaneel....190

2 De machine uitpakken...... 190

3 Installatie....191

3.1 Monteer de zitting....191
3.2 Installeer de mulchafdekking....191
3.3 Installeer de besturingshendel.... 191
3.4 Neutrale omloopknop.... 192
3.5 Anti-scalpwielen.... 192

4 Gebruiksaanwijzing......192

4.1 Voorafgaand aan het gebruik.... 192
4.2 Gebruik van de machine.... 194

5 Elektrisch systeem......199

5.1 Veiligheid elektrisch systeem.... 199
5.2 Informatie over het elektrisch systeem...199
5.3 Digitaal display.... 200

6 Fouten.... 200

6.1 Foutcode.... 201

7 Onderhoud.... 206

7.1 Onderhoud van de maaibladen......206
7.2 Banden....207
7.3 Smering....208

7.4 Koppelwaarden.... 208
7.5 Onderhoud van het accupack...... 208
7.6 Onderhoud van het accuvakfilter......209
7.7 Service.... 209

8 Vervoer en opslag...... 210

8.1 Transport.... 210
8.2 Reiniging en opslag....210

9 Probleemoplossing...... 212

11.1 Wat wordt gedekt door deze garantie?...215
11.2 Wie moet de garantieservice uitvoeren? 215
11.3 Wat wordt niet gedekt door deze garantie?...... 216

11.4 Afwijzing van garantie.... 216
11.5 Beperking van rechtsmiddelen.... 216
11.6 Tijdslimiet....216
11.7 Geen andere garanties....217
11.8 Verantwoordelijkheid van de eigenaar... 217
11.9 Toewijzing van risico's...... 217
11.10Garantieregistratie....217

12 EC Verklaring van overeenstemming......217

Engels

1 BESCHRIJVING

1.1 OVERZICHT

Zie het afzonderlijke blad met tekeningen 1-19

1 Besturingshendels 19 Neutrale omloopknop
2 Zithoogteverstelling 20 Serienummer
3 Koplamp 21 Koppelingscode
4 Voorwielen 22 QR-code
5 Uitwerpopening 23 Accuvak
6 Aandrijfwielen 24 Accu
7 Bedieningspaneel 25 Accuvergrendeling
8 USB-poort 26 Uitschakelen
9 Bekerhouder 27 Inschakelen
10 Dek 28 Start sleutelgat
11 Anti-scalpwielen 29 Bout
12 Hendel voor 30 Sluitring
dekhoogteverstelling 31 Blad
13 Zittingpaneel 32 Tuinslang
14 Zittingplug 33 Snelkoppe
15 Mulchafdekking 34 Waspoort
16 Lagerring 35 Olieaftap
17 Bevestigingsklemmen 36 Oliepeilcontrole
18 Montagepaal

1.2 BEDIENINGSPANEEEL

Cramer 82ZT107 - BEDIENINGSPANEEEL - 1

Zorg ervoor dat u de machine vóór gebruik correct monteert.

# Naam Functie
1Digital displayDit display toont belangrijke informatie over het elektrische systeem. Raadpleeg het hoofdstuk 'Elektrisch' voor volledige informatie.
2Shelheidsregeling bladmotor / TerugkeerPas de bladsnelheid aan (cyclisch) als het op de homepage staat. Druk op de knop om terug te keren naar de vorige pagina.
3Menu navigatie / Pagina omhoogGa naar de laatste pagina. Terug naar het beginscherm.
4Lampschakelaar / Pagina omlaagZet de lampen aan/uit als het op de homepage staat. Ga naar de vol-gende pagina .
5Regeling van de rijsnelheid / bevestigenPas de rijsnelheid (cyclisch) aan als dit op de homepage staat. Druk op de knop om te bevestigen.
6Aan/uit-schakelaarDe schakelaar wordt gebruikt om de maaiier aan en uit te zetten.
7Dekbladen aan/uit-schakelaar (PTO)Deze schakelaar schakelt de blad-motoren in. Trek de schakelaar om-hoog om in te schakelen en druk de schakelaar omlaag om de motoren uit te schakelen.

i BELANGRIJK

Schakel de bladmotoren nooit in als het blad belast is. De motoren of het dek kunnen beschadigd raken.

Engels

WAARSCHUWING

  • Gebruik de machine niet als onderdelen beschadigd zijn.
  • Gebruik de machine niet als er onderdelen ontbreken.
  • Neem contact op met het servicecentrum als er onderdelen beschadigd zijn of ontbreken.

  • Open de verpakking.

  • Lees de documentatie in de doos.
  • Haal alle ongemonteerde onderdelen uit de doos.
  • Haal de machine uit de doos.
  • Gooi de doos en het verpakkingsmateriaal weg in overeenstemming met de plaatselijke voorschriften.

WAARSCHUWING

Voor uw persoonlijke veiligheid mag u de accu niet plaatsen voordat de machine volledig is gemonteerd.

3 INSTALLATIE

3.1 MONTEER DE ZITTING

Zie afbeelding 3

  1. Plaats de zitting op het zittingpaneel en lijn de gaten uit zoals afgebeeld.
  2. Monteer de bouten, ringen en moeren en draai ze goed vast.
  3. Bevestig de hulzen aan de moeren.
  4. Zorg ervoor dat de zitting goed vastzit.
  5. Sluit de stekker van de zitting aan op de machine.

3.2 INSTALLEER DE MULCHAFDEKKING

Zie afbeelding 4

De maaier is bij levering geconfigureerd voor zij-uitworp. Als mulchen gewenst is:

  1. Plaats de mulchafdekking op het lipje op de behuizing van de maaier.
  2. Lijn de gaten in de mulchafdekking en de gaten in de behuizing van de maaier uit.
  3. Monteer en draai de bouten, schroeven, bevestigingsklemmen en lagerring zoals afgebeeld.

3.3 INSTALLEER DE BESTURINGSHENDEL

Zie afbeelding 5-6

WAARSCHUWING

De besturingshendels moeten zodanig worden afgesteld dat zij in de neutrale stand gelijkstaan. Monteer de besturingshendels NOOIT op een asymmetrische bedieningshoogte.

  1. Til één besturingshendel op om de gaten in de hendel uit te lijnen met de gaten in de bijbehorende montagepaal.
  2. Selecteer de gewenste bedieningshoogte van de besturingshendel. Steek de schroef samen met de sluitring in het gat.
  3. Gebruik de sleutel (13*16 mm) om de besturingshendel vast te zetten.
  4. Monteer de andere besturingshendel op dezelfde manier.

LET OP!

Monteer de besturingshendel niet omgekeerd.

Engels

3.3.1 BESTURINGSHENDELS

De twee hendels regelen de snelheid van de maaier, de richting, het stoppen, de neutrale vergrendeling en de parkeerrem. De hendels worden gebruikt om te sturen, te versnellen, te vertragen, te stoppen en van richting te veranderen. Wanneer de besturingshendels in de parkeerremstand staan, zal de maaier niet bewegen.

i OPMERKING

Rijd altijd met beide handen. Rijd niet met één hand.

3.3.2 DE APP GEBRUIKEN

Zie afbeelding 9-10

  1. Bezoek de website van Fleet Management: fleet.cramertools.com
  2. Maak een account aan en log in.
  3. Nodig andere gebruikers in uw organisatie uit.
  4. Scan de QR-code, download de app en log in.
  5. Voeg een apparaat toe. Vind het serienummer, de koppelingscode en de QR-code op het label van het voertuig dat bij deze handleiding hoort. Scan QR-code of typ handmatig in.

3.4 NEUTRALE OMLOOPKNOP

Zie afbeelding 7-8

  1. Trek de neutrale omloopknoppen naar buiten en vervolgens naar beneden om het wiel te ontgrendelen.
  2. Zet de neutrale omloopknoppen terug in positie om de wielen te vergrendelen.

WAARSCHUWING

Rijd nooit met de maaier terwijl de omloopknop in neutraal staat. Zet de neutrale omloopknop altijd in de oorspronkelijke stand voordat u gaat rijden! Als u de knop niet opnieuw installeert, kan dit ernstige schade aan uw maaier veroorzaken en vervalt de garantie op de maaier!

WAARSCHUWING

Ontgrendel nooit de neutrale omloopknop wanneer de machine op de helling werkt!

3.5 ANTI-SCALPWIELEN

Zie afbeelding 2

Anti-scalpwielen zijn standaard op Cramer de machine. Deze anti-scalpwielen zijn ontworpen voor het maaien op ruw, oneffen terrein. Nadat u de maaihoogte hebt ingesteld, stelt u de anti-scalpwielen zo af dat ze onder het maaidek uitsteken maar niet de grond raken. Ze moeten altijd ten minste 0,6 cm tot 1,9 cm onder het dek liggen. Als de machine op een vlakke, horizontale ondergrond staat, kan de wielpositie naar behoefte worden ingesteld van 1,9 cm tot 4,4 cm onder het bladoppervlak. Verplaats de wielen omhoog of omlaag - met behulp van de verschillende asbevestigingsgaten in de wielbevestigingssteun (indien van toepassing op het model).

4 GEBRUIKSAANWIJZING

4.1 VOORAFGAAND AAN HET GEBRUIK

4.1.1 AANPASSING VAN DE ZITTING

Zie afbeelding 11

WAARSCHUWING

Controleer vóór elk gebruik of de zitting stevig is vastgeschroefd. Hiermee wordt voorkomen dat de zitting verschuift/kantelt in geval van kantelen of omvallen van de maaier.

  1. Duw de besturingshendels naar buiten in de stand PARK REMMEN voordat u de zitting verstelt.
  2. Ga op de zitting zitten en til de hendel voor zittingverstelling op.

Engels

  1. Terwijl u de hendel vasthoudt, schuift u de zitting in de gewenste stand.
  2. Laat de hendel los en zorg ervoor dat de zitting vergrendeld is voordat u de maaier bedient.

WAARSCHUWING

Zorg ervoor dat de zitting is vergrendeld voordat u de maaier bedient. Een niet veilige zitting kan ertoe leiden dat de gebruiker verschuift en de controle over de maaier verliest, met mogelijk de dood of ernstig lichamelijk letsel tot gevolg.

4.1.2 STEL DE MAAIHOOGTE VAN HET DEK IN

Zie afbeelding 12

Voordat u de maaier gebruikt, moet u de maaihoogte instellen op de voor uw gazon meest geschikte stand.

De hoogte van het dek is instelbaar van 3.81-11.4 cm. Het maaidek moet tijdens het maaien omhoog worden gebracht om stronken, stenen of andere obstakels te vermijden die het maaidek kunnen beschadigen.

LET OP!

Houd de hendel voor het instellen van de dekhoogte stevig vast bij het instellen van de dekhoogte en laat hem pas los als hij vastzit in de gewenste sleuf. Het snel loslaten van de hendel kan een knel- of trekgevaar opleveren voor uw handen.

  1. Stop de maaier en ontkoppel de bladen.
  2. Draai de sleutel in de OFF-positie en zet de parkeerrem aan.
  3. Om het maaidek omhoog te zetten, pakt u de hendel voor de maaihoogte-instelling vast, duwt u naar links om deze los te maken van de sleuf, beweegt u naar de achterkant van de maaier en duwt u vervolgens naar rechts in de sleuf om deze vast te zetten.
  4. Om het maaidek te laten zakken, pakt u de hendel voor het instellen van de maaihoogte vast, duwt u naar links om deze los te maken van de sleuf, beweegt u naar de voorkant van de maaier en duwt u vervolgens naar rechts in de sleuf om deze vast te zetten.

4.1.3 STEL DE BESTURINGSHENDEL AF

De besturingshendels kunnen worden versteld voor het comfort van de bestuurder. Door de dopschroeven los te draaien waarmee de bovenste bedieningshendel aan de onderste is bevestigd, kan de bovenste bedieningshendel worden gedraaid. De besturingshendels moeten zodanig worden afgesteld dat zij in de neutrale stand op elkaar zijn afgestemd.

4.1.4 INSTALLEER HET ACCUPACK

Zie afbeelding 13

Om te controleren of de accu's van de maaier volledig zijn opgeladen, controleert u de accu-indicator. Zie de handleiding van de accu voor meer details.

  1. Til het zittingpaneel op.
  2. Til het deksel van het accuvak op.
  3. Plaats het accupack in het accuvak.

WAARSCHUWING

Lijn de ribben van de accu uit met de accupoort. Zorg ervoor dat de accuvergrendeling soepel in het accuvak klikt.

4.1.5 VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT

  • Zorg ervoor dat het werkgebied vrij is van kinderen, omstanders en huisdieren.
  • Maak het werkgebied vrij van voorwerpen die door de maabladen kunnen worden geworpen.
  • Controleer de werking van de remmen.
  • Controleer de bandenspanning.
  • Controleer op losse bevestigingen.
  • Controleer of alle afschermingen aanwezig zijn en goed werken.

Engels

• Maak de maaier schoon.
- Test de veiligheidsvergrendeling.
- Zet de zitting in de gewenste positie.
- Controleer het oplaadniveau van de accu.

4.1.6 STARTBLOKKEERSYSTEEM

De machine is uitgerust met een startblokkeersysteem bestaande uit de parkeerremschakelaars, de zittingschakelaar en de schakelaar voor het in- en uitschakelen van de dekbladen.

Het startblokkeersysteem van de maaier is ontworpen om de gebruiker en anderen te beschermen tegen onopzettelijk letsel als gevolg van het onbedoeld starten van de aandrijving.

Controleer dagelijks het startblokkeersysteem van de maaier voordat u hem in gebruik neemt. Dit systeem is een belangrijk veiligheidskenmerk van de maaier. Het moet onmiddellijk worden gerepareerd als het niet goed werkt. De machine is voorzien van een aparte zittingschakelaar, die het aandrijfsysteem en de maaidekmotoren stopt wanneer de gebruiker om welke reden dan ook niet aanwezig is terwijl de maaier werkt. Dit is een veiligheidsvoorziening die is ontworpen om weglopen of ongewild verstrikt raken te voorkomen.

WAARSCHUWING

Het startblokkeersysteem mag niet worden losgekoppeld of omzeild. Doet u dit wel, dan kan de machine onverwacht gaan werken, met persoonlijk letsel tot gevolg.

Om het systeem te inspecteren:

  1. De gebruiker moet op de zitting zitten wanneer hij de zittingschakelaar test.
  2. Draai de sleutel om de machine te starten.
  3. Trek de besturingshendels naar de parkeersleuven.
  4. Trek aan de PTO-schakelaar om de motor in te schakelen.
  5. Kom langzaam van de zitting af. Het maaideksysteem moet stoppen.
  6. Als de bladen niet stoppen wanneer u uit de zitting komt en als de oorzaak niet kan worden vastgesteld, neem dan onmiddellijk contact op met uw Cramer dealer.

4.2 GEBRUIK VAN DE MACHINE

4.2.1 START DE MACHINE

Zie afbeelding 14

i OPMERKING

Maak het gebied vrij van omstanders voordat u de maaier bedient. Als iemand het maaigebied betreedt, stop dan onmiddellijk en ga pas weer maaien als de omstanders het gebied verlaten hebben.

  1. Zet het maaidek in de hoogste stand.
  2. Steek de startsleutel in en draai de sleutel naar ON.
  3. Trek de rechter en linker besturingshendel naar binnen.
  4. Trek de PTO-schakelaar van het maaidek omhoog om de bladen te starten voor het maaien.

i OPMERKING

Schakel de bladen alleen in als de besturingshendels in de NEUTRAAL-positie staan! Schakel de bladen NOOIT in als de machine in beweging is!

  1. Zet de besturingshendels in de vooruitstand (D) en rijd naar de gewenste maaiplaats.

i OPMERKING

Wees voorzichtig bij het oversteken van grindpaden of opritten. Schakel de bladen uit en zet het maaidek in de hoogste stand voordat u gaat oversteken, om de kans op terugslag te minimaliseren. Rijd langzaam om verlies van tractie en controle te voorkomen.

Engels

i OPMERKING

Probeer niet van richting te veranderen terwijl de maaier in beweging is. Kom altijd volledig tot stilstand voordat u de richting van de maaier verandert.

i OPMERKING

Besturingshendels veren terug naar de neutrale stand als u ze loslaat, maar u moet ze nog steeds handmatig bedienen om de neutrale stand te bereiken.

4.2.2 HET BESTUREN VAN DE MACHINE

Gebruik na het starten van de machine de besturingshendels voor het bedienen van de machine:

WAARSCHUWING

Zorg dat u altijd weet wat er achter u gebeurt als u achteruit rijdt. Maai niet achteruit, tenzij het absoluut noodzakelijk is. Kijk altijd naar beneden en naar achteren voor en tijdens het achteruit rijden.

WAARSCHUWING

Het snel bewegen van de besturingshendels wordt afgeraden, omdat dit schade aan de onderdelen van het elektrische systeem kan veroorzaken.

  • Om vooruit te gaan, duwt u beide besturingshendels even ver naar voren.
  • Om achteruit te gaan, duwt u beide besturingshendels even ver naar achteren.
  • Om naar links te gaan, duwt u de rechter besturingshendel verder van de neutrale stand naar voren dan de linker besturingshendel.
  • Om naar rechts te gaan, duwt u de linker besturingshendel verder van de neutrale stand naar voren dan de rechter besturingshendel.
  • Om een nulstraal draai uit te voeren, beweeg de ene besturingshendel naar voren en de andere besturingshendel naar achteren. Hierdoor kunnen de aandrijfwielen in tegengestelde richting draaien.
  • Om te stoppen of snelheid te verminderen, zet de besturingshendels in neutraal. Trek de besturingshendels rustig naar achteren als u vooruit rijdt. Duw de besturingshendels rustig naar voren als u achteruit rijdt.
  • Voor een noodstop, zijn er twee methoden die gebruikt kunnen worden:

  • Wanneer u vooruit of achteruit rijdt, zet u de besturingshendels onmiddellijk in de parkeerremstand. Duw bij het achteruitrijden de besturingshendels rustig naar voren en vermijd plotselinge bewegingen. Bij een plotselinge beweging kan de voorkant van de maaier loskomen van de grond, waardoor u de controle over de maaier kunt verliezen met ernstig letsel of de dood tot gevolg.

  • Draai de startsleutel in de OFF-positie. Dit zal het aandrijfsysteem en het maaisysteem uitschakelen.

- Om een driepuntsdraai naar rechts te maken, duw de linker besturingshendel verder naar voren vanuit neutraal dan de rechter besturingshendel en voltooi de bocht. Trek vervolgens de besturingshendels naar achteren totdat ze voorbij neutraal zijn en de machine zal achteruit gaan. Trek de rechter besturingshendel verder naar achteren vanuit neutraal dan de linker besturingshendel totdat de achterkant van de machine is rondgedraaid. Duw vervolgens de besturingshendels naar voren totdat ze beide voorbij neutraal zijn en de machine vooruit begint te rijden. Duw de linker besturingshendel verder naar voren vanuit neutraal dan de rechter besturingshendel en voltooi de bocht.

- Om de snelheid te verhogen, vergroot u de afstand van de besturingshendel vanuit de neutraalstand. Hoe verder de besturingshendels voorwaarts uit de neutraalstand staan, hoe sneller de machine vooruit rijdt. Hoe verder de besturingshendels naar achteren staan vanuit de neutraalstand, hoe sneller de machine achteruit gaat.

Engels

VOORKANT VAN DE MAAIER IN DEZE RICHTING
Cramer 82ZT107 - Engels - 1

flowchart
graph TD
    A["Start"] --> B{D}
    B --> C["N"]
    C --> D["R"]
    D --> E["D"]
    E --> F["N"]
    F --> G["R"]
    G --> H["D"]
    H --> I["N"]
    I --> J["R"]
    J --> K["N"]
    K --> L["R"]
    L --> M["N"]
    M --> N["R"]
    N --> O["N"]
    O --> P["R"]
    P --> Q["N"]
    Q --> R["R"]
    R --> S["N"]
    S --> T["R"]
    T --> U["N"]
    U --> V["R"]
    V --> W["N"]
    W --> X["R"]
    X --> Y["N"]
    Y --> Z["R"]
    Z --> AA["N"]
    AA --> AB["R"]
    AB --> AC["N"]
    AC --> AD["R"]
    AD --> AE["N"]
    AE --> AF["R"]
    AF --> AG["N"]
    AG --> AH["R"]
    AH --> AI["N"]
    AI --> AJ["R"]
    AJ --> AK["N"]
    AK --> AL["R"]

N= NEUTRAAL D= RIJDEN R= ACHTERUIT

De pijlen geven de bewegingsrichting van de maaier aan

Cramer 82ZT107 - Engels - 2

Linker besturingshendel

Rechter besturingshendel

NL

4.2.3 STOPPEN VAN DE MACHINE

GEVAAR!

Maak nooit plotselinge stuurbewegingen met de machine, vooral niet als u op een helling manoeuvreert. De besturing is ontworpen voor een gevoelige reactie. Een snelle beweging van de besturingshendels in beide richtingen kan resulteren in een snelle reactie van de machine. Dit kan ernstig letsel veroorzaken.

  1. Zet de besturingshendels terug in de neutrale stand. Duw de besturingshendels naar buiten in de parkeerremstand.
  2. Druk de AAN/UIT-knop (PTO) om de dekbladen uit te schakelen.
  3. Draai de sleutel in de stroomschakelaar naar de OFF-positie.

LET OP!

Het wordt aanbevolen de startsleutel uit de machine te verwijderen om te voorkomen dat de machine per ongeluk wordt gestart.

4.2.4 GEBRUIK DE USB-POORT

Zie afbeelding 15

De USB-laadpoort levert een laadvermogen van 5 volt gelijkstroom bij maximaal 2,1 ampère voor uw mobiele telefoon, mp3-speler of andere USB-apparaten. Raadpleeg de gebruikershandleiding van uw apparaat voor specifieke oplaadvereisten.

Sluit het ene uiteinde van een USB-kabel (niet meegeleverd) aan op uw apparaat en het andere uiteinde op de USB-oplaadpoort van de maaier, om te beginnen met het opladen van uw apparaat.

i OPMERKING

Pogingen om apparaten van meer dan 2,1 ampère op te laden kunnen de USB-laadpoort en/of de maaier beschadigen.

i OPMERKING

De USB-poort wordt alleen gevoed wanneer de machine start.

WAARSCHUWING

Gebruik nooit een hoofdtelefoon of een elektronisch apparaat, zoals een smartphone of tablet, terwijl u de maaier bedient. Afgeleide bediening kan leiden tot een ongeval met de dood of ernstig lichamelijk letsel van de gebruiker of een omstander tot gevolg.

Engels

4.2.5 BEDIENING

GEVAAR!

Alvorens de machine te bedienen, moet de gebruiker grondig vertrouwd zijn met het juiste gebruik en de juiste werking van de apparatuur, de handleiding volledig en grondig lezen en manoeuvres met lage snelheid hebben uitgevoerd om vertrouwd te raken met de werking van de apparatuur alvorens de machine met normale snelheid te bedienen. Een onervaren gebruiker mag niet maaien op hellingen of op oneffen terrein.

WAARSCHUWING

Als u tijdens het gebruik van de machine de controle over het stuur verliest, zet u de besturingshendels onmiddellijk in de parkeerremstand en draait u de sleutel in de OFF-positie. Inspecteer de machine en raadpleeg uw Cramer dealer om het probleem op te lossen alvorens verder te werken.

WAARSCHUWING

De besturingshendels van de machine reageren zeer gevoelig. Voor een soepele werking, beweeg de hendels langzaam en vermijd plotselinge bewegingen. Vaardigheid en bedieningsgemak komen met oefening en ervaring. De machine kan heel snel draaien. Wees voorzichtig bij het maken van bochten en rem af voordat u scherpe bochten maakt.

Onervaren gebruikers kunnen de neiging hebben te oversturen en de controle te verliezen. Oefenmanoeuvres met lage snelheid worden aanbevolen om vertrouwd te raken met deze kenmerken voordat u met normale snelheid gaat rijden.

WAARSCHUWING

Kuilen of verhoogde obstakels (zoals goten of stoepranden) mogen niet rechtstreeks met hoge snelheid worden benaderd in een poging erover te "springen", aangezien hierdoor de gebruiker uit de machine kan worden geslingerd. Nader met een lage snelheid en richt één aandrijfwiel op de hindernis. Ga schuin door tot het wiel vrij is en draai dan het tegenoverliggende wiel rond.

Bij het draaien op een zachte of natte ondergrond, beide wielen naar voren of naar achteren laten rollen. Draaien op een gestopt wiel kan de grasmat beschadigen. Hou de bladen scherp. Veel problemen met onjuiste snijpatronen zijn te wijten aan botte bladen of bladen die verkeerd zijn geslepen. De scherpte van het blad moet dagelijks worden gecontroleerd.

GEVAAR!

Werk nooit met bladen terwijl de sleutel in het contactslot zit. Zet de schakelaar voor het aan/uitzetten van de maaibladen (PTO) altijd in de OFF-positie, zet de besturingshendels in de parkeerremstand en draai de sleutel in de UIT-stand en verwijder de sleutel uit de schakelaar. Blokkeer de maaier als u eronder moet werken. Draag handschoenen bij het hanteren van bladen. Controleer altijd of het blad beschadigd is als de maaier tijdens het maaien een steen, tak of ander vreemd voorwerp raakt.

  • Directe grasafvoer naar rechts, weg van ongemaaid gebied. Kies een maaipatroon dat de grasafvoer naar de buitenkant van het maaigebied leidt. Over het algemeen betekent dit een patroon met bochten naar links, omdat zijafvoer naar rechts is. Vermijd in elk geval dat grasafval op ongemaaid terrein wordt gegooid, omdat het gras dan "dubbel" wordt gemaaid Twee keer maaien belast de machine onnodig en vermindert de maai-efficiëntie.
  • Als u voor het eerst een gazon maait, maai het gras dan iets langer dan normaal om oneffenheden in het terrein te voorkomen. Indien mogelijk kunt u het best de maaihoogte gebruiken die in het verleden werd gebruikt. Wanneer u gras maait dat hoger is dan 152 mm, kunt u het gazon tweemaal maaien voor een betere maaikwaliteit.
  • Bij normaal maaien, maait u ongeveer 38 mm af. Meer maaien is niet aan te bevelen, tenzij het gras schaars is of het einde van het maaiseizoen is.
  • Wissel het maipatroon af tussen de maaibeurten om het gras recht te laten groeien en het maaisel beter te verspreiden.
  • Denk eraan, gras groeit met verschillende snelheden in verschillende tijden van het jaar. Maai in het vroege voorjaar vaker om dezelfde maaihoogte te behouden. Als de groei halverwege de zomer vertraagt, moet u

Engels

minder vaak maaien. Als u niet regelmatig kunt maaien, maai dan eerst op een hoge maaihoogte en twee dagen later nog eens op een lagere maaihoogte.

  • Verhoog de maaihoogte van de maaier als de maaibreedte van de maaier breder is dan die van de vorige maaier. Dit zorgt ervoor dat ongelijke graszoden niet te kort worden gesneden.
  • Verhoog de maaihoogte van de maaier als het gras iets hoger is dan normaal of als het veel vocht bevat. Maai het dan opnieuw met de maaihoogte lager ingesteld.
  • Als de voorwaartse beweging van de machine moet worden gestopt tijdens het maaien kan er een kluit gras op uw gazon vallen. Om dit te voorkomen, gaat u naar een eerder gemaaid gebied met de bladen ingeschakeld.
  • Laad de accu onmiddellijk op als het accuvermogen van de machine lager is dan 5%.
Model nr. Accucapaciteit Actie Accucapaciteit Actie
82ZT107 ≤5%De maximale rijsnelheid is 6.4 km/h.≤5%Het blad zal automatisch stoppen. De machine moet onmiddellijk worden teruggebracht naar de oplaadruimte voor de accu's en moet worden aangesloten op de accu-lader.

- Laat de motoren 30 minuten afkoelen. Als de aandrijfmotor de geprogrammeerde temperatuur overschrijdt, zal het motortoerental afnemen. Als de temperatuur blijft stijgen, zal de aandrijving uitschakelen bij een hogere geprogrammeerde temperatuur.

4.2.6 GEBRUIK OP EEN HELLING

Zie afbeelding 16

Hellingen zijn een belangrijke factor in verband met verlies van controle en kantelongevallen, die ernstig letsel of de dood tot gevolg kunnen hebben. Het gebruik op alle hellingen vereist extra voorzichtigheid. Als u de helling niet kunt oprijden of als u zich niet op uw gemak voelt, maai de helling dan niet.

  • Rijd op hellingen in de door de fabrikant aanbevolen richting. Wees voorzichtig in de buurt van gaten in het terrein.
  • Gebruik de machine niet onder omstandigheden waarbij tractie, besturing of stabiliteit in het geding is. Banden kunnen wegglijden, zelfs als de wielen stilstaan.
  • Houd de machine altijd in de versnelling bij het afdalen van hellingen. Niet laten uitrollen.

- Wees uiterst voorzichtig bij het werken op hellingen.

- Verwijder of wijzig geen wielen.

- Kijk uit voor gaten, spoorvorming, hobbels, stenen of andere verborgen voorwerpen. Oneffen terrein kan de machine doen kantelen. Hoog gras kan obstakels verbergen.

- Verwijder obstakels zoals stenen, boomtakken, afval etc.

- Laat alle bewegingen op hellingen langzaam en geleidelijk verlopen. Maak geen plotselinge veranderingen in snelheid of richting.

- Vermijd starten en stoppen op een helling. Als de banden hun grip verliezen, schakel dan de bladen uit en ga langzaam rechtuit de helling af.

- Maai op een veilige afstand (minimaal 3 meter) van afwateringen, sloten, taluds, water en andere soorten gevaren om te voorkomen dat de machine in onbalans raakt of dat de grond wegbreekt. Dit vermindert het risico dat de machine plotseling omrolt, wat ernstig letsel of de dood tot gevolg kan hebben.

- Gebruik een normale loopmaaier, duwmaaier of handtrimmer op hellingen en in de buurt van afhellende vlakken, afwateringen, sloten, taluds en water.

- Maai niet op nat gras. Verminderde tractie kan leiden tot slippen en verlies van controle veroorzaken.

- Zorg dat u niets sleept op een hellend vlak. Het gewicht van het getrokken materieel kan verlies van tractie en controle veroorzaken.

- Als de banden van de maaier bij gebruik op hellingen hun grip verliezen, schakel dan de maaidekaandrijving uit, zet de besturingshendels in de parkeerremstand, draai de startsleutel in de OFF-positie, verwijder de sleutel en haal hulp.

Engels

  • Maak nooit plotselinge stops, starts, bochten en richtingveranderingen met de machine, vooral niet als u op een helling manoeuvreert. De besturing is ontworpen voor een gevoelige reactie. Een snelle beweging van de besturingshendels in beide richtingen kan resulteren in een snelle reactie van de machine. Dit kan ernstig letsel veroorzaken.
  • Stop nooit plotseling als u van een helling afrijdt. Deze actie kan leiden tot een reactie van de machine die ernstig lichamelijk letsel kan veroorzaken.
  • De Cramer maaier is in staat om horizontaal te werken (traverse) op matige hellingen. Let bij het werken op hellingen tot 15 graden op alle omstandigheden die ertoe kunnen leiden dat de aandrijfbanden van de maaier hun tractie verliezen, wat kan leiden tot verlies van controle over de machine. Een gebruiker mag niet op een helling werken voordat hij grondig vertrouwd is met de machine.

Niet gebruiken op hellingen van meer dan 15 graden.

Raadpleeg de hellinggids bij het bepalen van de te maaien helling. Het wordt ten sterkste aanbevolen dat de gebruiker de helling met uiterste voorzichtigheid verlaat, indien er tekenen van verlies van tractie worden waargenomen. Wacht tot de toestand die het probleem veroorzaakte is opgelost voordat u weer op de helling probeert te werken. Terreingesteldheid kan de tractie beïnvloeden, wat kan leiden tot verlies van controle over de machine. Let bijzonder goed op onder de volgende omstandigheden:

  1. Nat terrein
  2. Kuilen in de grond (bv. gaten, rijsporen, uitwassen)
  3. Opgehoopt vuil
  4. Bepaalde grondsoorten (bv. zand, los vuil, grind, klei)
  5. Grassoort, -dichtheid en -hoogte
  6. Extreem droge omstandigheden
  7. Onjuiste bandenspanning

De op de maaier gemonteerde hulpstukken zijn ook van invloed op de manier waarop de machine zich op een helling gedraagt. Wees u ervan bewust dat de kenmerken van de hulpstukken verschillen.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van situaties waarin voorzichtigheid geboden is bij het werken op een helling. Er zijn nog veel meer situaties die het werken op een helling gevaarlijk maken. Wees altijd uiterst voorzichtig bij het werken op een helling.

5 ELEKTRISCH SYSTEEM

  • Verwijder de sleutel en de accu's, en lees de gebruikershandleiding voordat u de machine aanpast of repareert.
  • Verwijder altijd de sleutel en de accu's alvorens aan de machine te werken.
  • Verwijder altijd de sleutel en de accu's wanneer u de machine vervoert.
  • Houd de machine vrij van grasresten, bladeren en ander afval. Sproei GEEN water om de machine te reinigen. Gebruik alleen perslucht. Draag geschikte oog- en gehoorbescherming wanneer u de machine reinigt.
  • Draag altijd een veiligheidsbril en beschermende kleding in de buurt van de accu. Gebruik geïsoleerd gereedschap.
  • Maak het accuvak, het aandrijfmotorcompartiment, het maaidek, de zitting, etc. schoon van alle vuil en afval. Gebruik geen oplosmiddelen, agressieve reinigingsmiddelen of schuurmiddelen.
  • Met de sleutel in de stand ON kan het maaiblad worden ingeschakeld wanneer de AAN/UIT-schakelaar (PTO) van het maaidek is

ingeschakeld, zelfs als de aandrijfmotor niet draait. Houd het gebied vrij van omstanders wanneer u de AAN/UIT-schakelaar van het maaidek inschakelt.

  • Alle onderhouds- en opslagruimten moeten naar behoren worden geventileerd overeenkomstig de toepasselijke brandvoorschriften en -verordeningen om brandgevaar te voorkomen.
  • Laat nooit vlammen, vonken of roken toe in de buurt van accu's.
  • Houd accu's buiten bereik van kinderen.
  • Houd beschermkappen, afdekkingen en afschermingen altijd op hun plaats en goed gesloten. Als ze beschadigd raken, moeten ze onmiddellijk worden gerepareerd of vervangen. Wijzig of verwijder nooit veiligheidsvoorzieningen.

5.2 INFORMATIE OVER HET ELEKTRISCH SYSTEEM

De Cramer maaier wordt aangedreven door een 82-volt elektrisch systeem. Het bestaat uit de volgende onderdelen:

  1. Bladcontroller (1)
  2. Bladmotor (2)
  3. Rijcontroller (1)
  4. Versneller - rechts (1)
  5. Versneller - links (1)

Engels

  1. Digitaal display (1)
  2. Wielen motor (2)
  3. Accupack (1)

5.3 DIGITAAL DISPLAY

De functie van het digitale display, dat zich op het bedieningspaneel bevindt, is het verstrekken van elektrische systeeminformatie aan de gebruiker. Het geeft gedetailleerde informatie in de vorm symbolen, codes en nummers.

Cramer 82ZT107 - DIGITAAL DISPLAY - 1

# Naam Functie
1 4G GPS-signaal
2 GreenShield
3 Totaal : 350hWerktijd voertuig
4 De zittingschakelaar is gesloten.
5 Ledverlichting
6 De parkeerrem is aangetrokken.
7 Bladsnelheid
8 Rijsnelheid
9 80% Accupercentage

6 FOUTEN

Het CANBUS-systeem zal actie ondernemen om de gebruiker en de machine te beschermen wanneer het een probleem detecteert. Wanneer de machine of een onderdeel wordt uitgeschakeld, geeft hij aan dat er een fout is opgetreden, en die fout wordt op het digitale display weergegeven. Alle elektrische fouten hebben een lettercode gevolgd door een nummer. De eerste letter beschrijft het systeem dat de fout heeft veroorzaakt volgens dit schema:

Naam Betekenis
TR Rechter rijcontroller en motor
TL Linker rijcontroller en motor
PMU Power Management Unit (in accuvak)
ML Linker blad motorcontroller
MR Rechter blad motorcontroller

6.1 FOUTCODE

FoutcodeBeschrijvingOplossing
TR1 Motor positioneringsfout Herstart de stroomvoorziening.
TR2 Aandrijfmotor vastgelopen Controleer of de aandrijfwielen vastzitten en herstart de stroomvoorziening.
TR3 Bescherming tegen lage snelheid van de motorHerstart de stroomvoorziening.
TR4 Bescherming tegen te hoog toeren-tal van de motorHerstart de stroomvoorziening.
TR5 Motor Hall-sensor fout Controleer of de Hall-effect connector van de rijcontroller goed is aangesloten, en start dan de stroomvoorziening op-nieuw op.
TR6 Faseverlies van de controller Controleer of de motorkabels van de rijcontroller correct zijn aangesloten, en start dan de stroomvoorziening opnieuw op.
TR7 MOSFET open circuit fout Als u dit probleem tegelijkomt, neem dan contact op met uw distributeur voor een oplossing.
TR8 Controller onderspanning De spanning is te laag.Laad het accupack op voor gebruik.
TR9 Controller overspanning De spanning is te hoog.Herstart de stroomvoorziening.
TR10 Accu lage temperatuur De temperatuur van het accuvak en de accu is te laag. Gebruik de machine bij een geschikte temperatuur en start de stroomvoorziening opnieuw op.
TR11 PMU overtemperatuur Hoge accu-temperatuurDe temperatuur van het accuvak en de accu is te hoog. Wacht tot de accu is afgekoeld en start dan de stroomvoor-ziening opnieuw op.
TR12 Te hoge motortemperatuur De ingestelde temperatuur is te hoog. Wacht tot de motor is afgekoeld en start dan de stroomvoorziening opnieuw.
TR13 Overtemperatuur van de controller De temperatuur van de controller is te hoog. Wacht tot de controller is afgekoeld en start dan de stroomvoorziening opnieuw op.
TR14 Software overstroom De belasting is te hoog. Herstart de stroomvoorziening.
TR15 Hardware overstroom De belasting is te hoog. Herstart de stroomvoorziening.
TR16 Fout in de snelheidscontroller Controleer of de snelheidsregelaar van de handgreep goed is aangesloten, en start dan de stroomvoorziening opnieuw op.
TR17 Controller pre-charge fout Herstart de stroomvoorziening.
TR18 Remfout Herstart de stroomvoorziening.
TR19 Fout in bedieningsvolgorde Zet de linker en rechter handgreep in de parkeerstand en de bladstartschakelaar in de OFF-positie. Ga zitten en probeer het opnieuw.
TR20 Fout in de hoeksensor Herstart de stroomvoorziening.
TR21 Relaisfout Herstart de stroomvoorziening.
TR22 Magnetische klepfout Controleer of de magneetklep van de aandrijfmotor goed is aangesloten, en start dan de stroomvoorziening opnieuw.
TR23 Communicatiestoring in het accu-vak (PMU)Communicatiestoring met het accuvak. Herstart de stroom-voorziening.

Engels

FoutcodeBeschrijvingOplossing
TR24 Defect accuvak (PMU) Kleine/grote fout in het accuvak. Voer een controle uit en start de stroomvoorziening opnieuw op.
TR25 CAN time-out fout - linker aandrijvingCommunicatiestoring met de linker rijcontroller. Herstart de stroomvoorziening.
TR26 CAN time-out fout - rechter aan-drijvingCommunicatiestoring met de rechter rijcontroller. Herstart de stroomvoorziening.
TR27 CAN time-out fout - linker blad Communicatiestoring met de linker bladcontroller. Herstart de stroomvoorziening.
TR28 CAN time-out fout - centraal blad Communicatiestoring met de centrale bladcontroller. Her-start de stroomvoorziening.
TR29 CAN time-out fout - rechter blad Communicatiestoring met de rechter bladcontroller. Herstart de stroomvoorziening.
TR30 Fout in de klep van het accuvak Controleer of de connector onder de zitting goed is aan-gesloten, en start dan de stroomvoorziening opnieuw.
TR31 Fout bij de verificatie van de zitting-schakelaarControleer of de connector onder de zitting goed is aan-gesloten, en start dan de stroomvoorziening opnieuw.
TR32 Software verificatiefout Herstart de stroomvoorziening.
TL1 Motor positioneringsfout Herstart de stroomvoorziening.
TL2 Aandrijfmotor vastgelopen Controleer of de aandrijfwielen vastzitten en herstart de stroomvoorziening.
TL3 Bescherming tegen te lage snelheid van de motorHerstart de stroomvoorziening.
TL4 Bescherming tegen te hoog toeren-tal van de motorHerstart de stroomvoorziening.
TL5 Motor Hall-sensor fout Controleer of de Hall-effectconnector van de rijcontroller goed is aangesloten, en start dan de stroomvoorziening op-nieuw op.
TL6 Faseverlies van de controller Controleer of de motorkabels van de rijcontroller correct zijn aangesloten, en start dan de stroomvoorziening opnieuw op.
TL7 MOSFET open circuit fout Als u dit probleem tegelnkomt, neem dan contact op met uw distributeur voor een oplossing.
TL8 Controller onderspanning De spanning is te laag.Laad het accupack op voor gebruik.
TL9 Controller overspanning De spanning is te hoog. Herstart de stroomvoorziening.
TL10Accu lage temperatuurDe temperatuur van het accuvak en de accu is te laag. Gebruik de machine bij een geschikte temperatuur en start de stroomvoorziening opnieuw op.
TL11PMU overtemperatuur Hoge accu-temperatuurDe temperatuur van het accuvak en de accu is te hoog. Wacht tot de accu is afgekoeld en start dan de stroomvoor-ziening opnieuw op.
TL12Te hoge motortemperatuurDe ingestelde temperatuur is te hoog. Wacht tot de motor is afgekoeld en start dan de stroomvoorziening opnieuw.
TL13Overtemperatuur van de controllerDe temperatuur van de controller is te hoog. Wacht tot de controller is afgekoeld en start dan de stroomvoorziening opnieuw op.
TL14Software overstroomDe belasting is te hoog. Herstart de stroomvoorziening.

Engels

FoutcodeBeschrijvingOplossing
TL15 Hardwareoverstroom De belasting is te hoog. Herstart de stroomvoorziening.
TL16 Fout in de snelheidscontroller Controleer of de snelheidsregelaar van de handgreep goed is aangesloten, en start dan de stroomvoorziening opnieuw op.
TL17 Controllerpre-charge fout Herstart de stroomvoorziening.
TL18 Remfout Herstart de stroomvoorziening.
TL19 Fout in bedieningsvolgorde Zet de linker en rechter handgreep in de parkeerstand en de bladstartschakelaar in de OFF-positie. Ga zitten en probeer het opnieuw.
TL20 Fout in de hoeksensor Herstart de stroomvoorziening.
TL21 Relaisfout Herstart de stroomvoorziening.
TL22 Magnetische klepfout Controleer of de magneetklep van de aandrijfmotor goed is aangesloten, en start dan de stroomvoorziening opnieuw.
TL23 Communicatiestoring in het accu-vak (PMU)Communicatiestoring met het accuvak. Herstart de stroom-voorziening.
TL24 Defect accuvak (PMU) Kleine/grote fout in het accuvak. Voer een controle uit en start de stroomvoorziening opnieuw op.
TL25 CAN time-out fout - linker aandrijv-ingCommunicatiestoring met de linker rijcontroller. Herstart de stroomvoorziening.
TL26 CAN time-out fout - rechter aan-drijvingCommunicatiestoring met de rechter rijcontroller. Herstart de stroomvoorziening.
TL27 CAN time-out fout - linker blad Communicatiestoring met de linker bladcontroller. Herstart de stroomvoorziening.
TL28 CAN time-out fout - centraal blad Communicatiestoring met de centrale bladcontroller. Her-start de stroomvoorziening.
TL29 CAN time-out fout - rechter blad Communicatiestoring met de rechter bladcontroller. Herstart de stroomvoorziening.
TL30 Fout in de klep van het accuvak Controleer of de connector onder de zitting goed is aan-gesloten, en start dan de stroomvoorziening opnieuw.
TL31 Fout bij de verificatie van de zitting-schakelaarControleer of de connector onder de zitting goed is aan-gesloten, en start dan de stroomvoorziening opnieuw.
TL32 Software verificatiefout Herstart de stroomvoorziening.
ML1Motor positioneringsfoutHerstart de stroomvoorziening.
ML2Bladmotor vastgelopenControleer de maabelasting en zet de bladstartschakelaar terug in de uitgangspositie.
ML3Bescherming tegen lage snelheid van de motorHerstart de stroomvoorziening.
ML4Bescherming tegen te hoog toeren-tal van de motorHerstart de stroomvoorziening.
ML5Motor Hall-sensor foutControleer of de Hall-effect connector van de bladcontroller goed is aangesloten, en start dan de stroomvoorziening op-nieuw op.
ML6Faseverlies van de controllerControleer of de motorkabels van de rijcontroller correct zijn aangesloten, en start dan de stroomvoorziening opnieuw op.

Engels

FoutcodeBeschrijvingOplossing
ML7 MOSFET open circuit fout Als u dit probleem tegenkomt, neem dan contact op met uw distributeur voor een oplossing.
ML8 Controller onderspanning De spanning is te laag.Laad het accupack op voor gebruik.
ML9 Controller overspanning De spanning is te hoog.Herstart de stroomvoorziening.
ML10 Accu lage temperatuur De temperatuur van het accuvak en de accu is te laag. Gebruik de machine bij een geschikte temperatuur en start de stroomvoorziening opnieuw op.
ML11 PMU overtemperatuur Hoge accu-temperatuurDe temperatuur van het accuvak en de accu is te hoog. Wacht tot de accu is afgekoeld en start dan de stroomvoorziening opnieuw op.
ML12 Te hoge motortemperatuur De ingestelde temperatuur is te hoog. Wacht tot de motor is afgekoeld en start dan de stroomvoorziening opnieuw.
ML13 Overtemperatuur van de controller De temperatuur van de controller is te hoog. Wacht tot de controller is afgekoeld en start dan de stroomvoorziening opnieuw op
ML14 Software overstroom De belasting is te hoog. Herstart de stroomvoorziening.
ML15 Hardware overstroom De belasting is te hoog. Herstart de stroomvoorziening.
ML16 Fout in de snelheidscontroller Controleer of de snelheidsregelaar van de handgreep goed is aangesloten, en start dan de stroomvoorziening opnieuw op.
ML17 Controller pre-charge fout Herstart de stroomvoorziening.
ML18 Remfout Herstart de stroomvoorziening.
ML19 Fout in bedieningsvolgorde Zet de linker en rechter handgreep in de parkeerstand en de bladstartschakelaar in de OFF-positie. Ga zitten en probeer het opnieuw.
ML20 Fout in de hoeksensor Herstart de stroomvoorziening.
ML21 Relaisfout Herstart de stroomvoorziening.
ML22 Magnetische klepfout Controleer of de magneetklep van de motor goed is aan-gesloten, en start dan de stroomvoorziening opnieuw.
ML23 Communicatiestoring in het accu-vak (PMU)Communicatiestoring met het accuvak. Herstart de stroom-voorziening.
ML24 Defect accuvak (PMU) Kleine/grote fout in het accuvak. Voer een controle uit en start de stroomvoorziening opnieuw op.
ML25 CAN time-out fout - linker aandrijvingCommunicatiestoring met de linker rijcontroller. Herstart de stroomvoorziening.
ML26 CAN time-out fout - rechter aan-drijvingCommunicatiestoring met de rechter rijcontroller. Herstart de stroomvoorziening.
ML27 CAN time-out fout - linker bladCommunicatiestoring met de linker bladcontroller. Herstart de stroomvoorziening.
ML28 CAN time-out fout - centraal bladCommunicatiestoring met de centrale bladcontroller. Her-start de stroomvoorziening.
ML29 CAN time-out fout - rechter bladCommunicatiestoring met de rechter bladcontroller. Herstart de stroomvoorziening.
ML30 Fout in de klep van het accuvak Controleer of de connector onder de zitting goed is aan-gesloten, en start dan de stroomvoorziening opnieuw.

Engels

FoutcodeBeschrijvingOplossing
ML31 Kan het bladsignaal niet verifiëren Controleer of de bladstartschakelaar correct is aangesloten, en zet de schakelaar vervolgens terug in de uitgangspositie.
ML32 Software verificatiefout Herstart de stroomvoorzening.
MR1 Motor positioringsfout Herstart de stroomvoorziening.
MR2 Bladmotor vastgelopen Controleer de maabelasting en zet de bladstartschakelaar terug in de uitgangspositie.
MR3 Bescherming tegen lage snelheid van de motorHerstart de stroomvoorziening.
MR4 Bescherming tegen te hoog toeren-tal van de motorHerstart de stroomvoorziening.
MR5 Motor Hall-sensor fout Controleer of de Hall-effect connector van de bladcontroller goed is aangesloten, en start dan de stroomvoorziening op-nieuw op.
MR6 Faseverlies van de controller Controleer of de motorkabels van de rijcontroller correct zijn aangesloten, en start dan de stroomvoorziening opnieuw op.
MR7 MOSFET open circuit fout Als u dit probleem tegencomt, neem dan contact op met uw distributeur voor een oplossing.
MR8 Controller anderspanning De spanning is te laag.Laad het accupack op voor gebruik.
MR9 Controller overspanning De spanning is te hoog.Herstart de stroomvoorziening.
MR10 Accu lage temperatuur De temperatuur van het accuvak en de accu is te laag. Gebruik de machine bij een geschikte temperatuur en start de stroomvoorziening opnieuw op.
MR11PMU overtemperatuur Hoge accu-temperatuurDe temperatuur van het accuvak en de accu is te hoog. Wacht tot de accu is afgekoeld en start dan de stroomvoor-ziening opnieuw op.
MR12Te hoge motortemperatuurDe ingestelde temperatuur is te hoog. Wacht tot de motor is afgekoeld en start dan de stroomvoorziening opnieuw.
MR13Overtemperatuur van de controllerDe temperatuur van de controller is te hoog. Wacht tot de controller is afgekoeld en start dan de stroomvoorziening opnieuw op.
MR14 Software overstroom De belasting is te hoog. Herstart de stroomvoorziening.
MR15 Hardware overstroom De belasting is te hoog. Herstart de stroomvoorziening.
MR16 Fout in de snelheidscontroller Controleer of de snelheidsregelaar van de handgreep goed is aangesloten, en start dan de stroomvoorziening opnieuw op.
MR17 Controller pre-charge fout Herstart de stroomvoorziening.
MR18 Remfout Herstart de stroomvoorziening.
MR19 Fout in bedieningsvolgorde Zet de linker en rechter handgreep in de parkeerstand en de bladstartschakelaar in de OFF-positie. Ga zitten en probeer het opnieuw.
MR20 Fout in de hoeksensor Herstart de stroomvoorziening.
MR21 Relaisfout Herstart de stroomvoorziening.
MR22 Magnetische klepfout Controleer of de magneetklep van de motor goed is aan-gesloten, en start dan de stroomvoorziening opnieuw.

Engels

Foutcode Beschrijving Oplossing
MR23 Communicatiestoring in het accuvak (PMU)Communicatiestoring met het accuvak. Herstart de stroom-voorziening.
MR24 Defect accuvak (PMU) Kleine/grote fout in het accuvak. Voer een controle uit en start de stroomvoorziening opnieuw op.
MR25 CAN time-out fout - linker aandrijvingCommunicatiestoring met de linker rijcontroller. Herstart de stroomvoorziening.
MR26 CAN time-out fout - rechter aan-drijvingCommunicatiestoring met de rechter rijcontroller. Herstart de stroomvoorziening.
MR27 CAN time-out fout - linker blad Communicatiestoring met de linker bladcontroller. Herstart de stroomvoorziening.
MR28 CAN time-out fout - centraal blad Communicatiestoring met de centrale bladcontroller. Her-start de stroomvoorziening.
MR29 CAN time-out fout - rechter blad Communicatiestoring met de rechter bladcontroller. Herstart de stroomvoorziening.
MR30 Fout in de klep van het accuvak Controleer of de connector onder de zitting goed is aan-gesloten, en start dan de stroomvoorziening opnieuw.
MR31 Kan het bladsignaal niet verifiëren Controleer of de bladstartschakelaar correct is aangesloten, en zet de schakelaar vervolgens terug in de uitgangspositie.
MR32 Software verificatiefout Herstart de stroomvoorziening.
PMU10 Open circuit in accupack in PMU Niet aangesloten accupack in het accuvak; de prestaties van de machine kunnen worden beïnvloed.
PMU11 PMU kleine fout Door een kleine fout in het accuvak kon het bladsysteem niet starten. Wacht tot het systeem zich herstelt en stel dan de bladstartschakelaar opnieuw in.
PMU12 PMU kriteke fout Door een grote fout in het accuvak konden de aandrijving en het bladsysteem niet starten. Start de stroomvoorziening opnieuw en probeer het opnieuw.
PMU13PMU geen accupack beschikbaarControleer of u het juiste accupack gebruikt, en start vervol-gens de stroomvoorziening opnieuw op.

7 ONDERHOUD

7.1 ONDERHOUD VAN DE MAAIBLADEN

Controleer de maaibladen dagelijks. Zij zijn de sleutel tot vermogensefficiëntie en een goed verzorgde grasmat. Houd de bladen scherp - een bot blad scheurt het gras in plaats van het te snijden, waardoor er binnen een paar uur een bruine rafelige top op het gras achterblijft. Een bot blad vergt ook meer kracht. Vervang elk blad dat verbogen, gebarsten of gebroken is.

WAARSCHUWING

Probeer nooit een gebogen blad recht te maken door het te verhitten, of een gescheurd of gebroken blad te lassen, want het blad kan breken en ernstig letsel veroorzaken. Vervang versleten of beschadigde bladen.

WAARSCHUWING

Werk nooit met bladen terwijl de sleutel in het contactslot zit. Draai de sleutel in de OFF-positie, verwijder de accu's uit de machine. Blokkeer de maaier als u eronder moet werken. Draag handschoenen bij het hanteren van bladen. Controleer altijd op beschadiging van het blad als de maaier een steen, een tak of andere vreemde voorwerpen raakt!

Engels

GEVAAR!

Het bijwerken van de scherpte van het blad kan met een vijl. Controleer de bladen op balans na het slijpen. Een in de handel verkrijgbaar balanceerwerktuig is verkrijgbaar bij de meeste ijzerwinkels, of u kunt het blad uitbalanceren door het op een omgekeerde lijnpons of een 12,7 mm bout te plaatsen. De balans van het blad mag niet overhellen of kantelen. Terwijl u het blad langzaam ronddraait, mag het niet wiebelen. Als het blad uit balans is, moet u het uitlijnen voordat u het opnieuw installeert. Leg het blad op een vlakke ondergrond en controleer op vervorming. Vervang elk vervormd blad.

WAARSCHUWING

  • Het gebogen deel van het blad moet omhoog wijzen naar de binnenkant van het maaidek om goed te kunnen maaien.
  • Wanneer u bladen monteert, moet u ze na montage draaien om ervoor te zorgen dat de bladpunten elkaar of de zijkanten van de maaier niet raken.
  • Als de bout niet correct wordt aangedraaid, kan het blad verloren gaan, wat ernstig letsel kan veroorzaken.
  • Maaibladen zijn scherp en kunnen snijden. Draag handschoenen en wees extra voorzichtig bij het onderhoud.

7.1.1 VERVANG HET BLAD

Zie afbeelding 17

  1. Stop de motor, verwijder de startsleutel en stel de parkeerrem in werking.
  2. Verhoog de hoogte van het maaidek tot de hoogste stand om toegang tot de bladen mogelijk te maken.

i OPMERKING

Breng de maaier zo nodig omhoog door hem op een lift te zetten of door een krik en kriksteunen te gebruiken, of verwijder het maaidek zoals beschreven in het vorige hoofdstuk om toegang te krijgen tot de bladen.

WAARSCHUWING

Als u de maaier optilt om bij de bladen te komen, moet u ervoor zorgen dat de maaier goed staat en dat de parkeerrem is ingeschakeld voordat u verder gaat. Als u de maaier niet goed vastzet, kan deze vallen, met de dood of mogelijk ernstig lichamelijk letsel tot gevolg.

  1. Klem een blok hout tussen het blad en het maaidek om te voorkomen dat het blad draait.
  2. Draai de bladmoer los door hem linksom te draaien (gezien vanaf de onderkant van de maaier) met behulp van een 16 mm sleutel of copsleutel (niet meegeleverd).
  3. Verwijder de bladmoer, spacer, bladisolator en het blad.
  4. Schroef de bladmoer op de as en draai hem handvast.
  5. Draai de bladmoer met de klok mee vast met een momentsleutel (niet meegeleverd) om er zeker van te zijn dat de bout goed vastzit. Het aanbevolen aanhaalmoment voor de moer is 90 Nm\~ 100 Nm.

WAARSCHUWING

Zorg ervoor dat het blad goed zit en dat de moer van het blad is vastgedraaid met het bovenstaande koppel. Als u het blad niet correct bevestigt, kan het losraken en mogelijk ernstig persoonlijk letsel veroorzaken.

  1. Herhaal dit zo nodig met het tweede blad.

i OPMERKING

Zorg ervoor dat alle onderdelen in de juiste volgorde worden teruggeplaatst.

7.2 BANDEN

Voor vlak maaien is het belangrijk dat alle banden de juiste bandenspanning hebben. De aanbevolen druk is:

i OPMERKING

De bandenspanning mag alleen worden gemeten of aangepast als de banden koud zijn.

Engels

Aandrijfwielen 8 psi
Zwenkwielen 37 psi

i OPMERKING

Inspecteer de banden dagelijks. Bij beschadiging onmiddellijk vervangen.

WAARSCHUWING

Controleer de bandenspanning zorgvuldig tijdens het oppompen. Als er te veel lucht in de band zit, kan de band barsten en ernstig persoonlijk letsel veroorzaken.

7.3 SMERING

Zie afbeelding 19

Voeg olie toe voor gebruik.

Type olie SAE85W-140
Oliecapaciteit 180 ml

Neem contact op met uw Cramer dealer om de smering te vervangen.

i OPMERKING

Vervang de versnellingsbakolie nadat u de machine voor het eerst 50 uur hebt gebruikt en vervang de olie vervolgens om de 200 uur.

7.4 KOPPELWAARDEN

WAARSCHUWING

Bijzondere aandacht moet worden besteed aan het aandraaien van de wielmoeren van het aandrijfwiel en de bouten van het blad. Als u deze items niet correct aandraait, kan dit leiden tot verlies van een wiel of blad, wat ernstige schade of persoonlijk letsel kan veroorzaken.

De aanhaalmomenten worden hieronder gegeven:

Onderdeel Ft-lbs. Nm
Wielmoeren 89 120
Bladbout 66 90

Alleen wielmoeren -Aanbevolen wordt deze te controleren na de eerste 2 bedrijfsuren, in het begin, om de 100 uur en na verwijdering voor reparatie of vervanging.

7.5 ONDERHOUD VAN HET ACCUPACK

Uw Cramer maaier wordt aangedreven door een accupack die, mits goed onderhouden, jarenlang meegaat. Volg de volgende instructies voor het juiste onderhoud:

  • Laad de accu's altijd op na elk gebruik.
  • Wanneer een accupack volledig is ontladen en uitgeschakeld, kunt u de accu het beste zo snel mogelijk weer opladen. Overmatige ontlading van het accupack betekent dat de levensduur van de accu wordt verkort en dat de accu permanent beschadigd kan raken. Het is niet nodig om het accupack volledig op te laden; zelfs als u de accu slechts 5-10 minuten oplaadt, is dit al voldoende. Het is het beste om het binnen 24 uur op te laden.
  • Voorkom dat gras, vuil en afval zich in de buurt van de accupolen en in de buurt van de accu verzamelen.
  • Laad de accu's binnenshuis op in een goed geventileerde en droge ruimte, uit de buurt van vonken of vlammen. Stel de lader nooit bloot aan regen, damp of vloeistof.
  • Laad alleen lithiumaccu's geleverd door Cramer.

Engels

  • Raak het ongeïsoleerde deel van de lader (aansluitpinnen) of van de uitgangsconnector niet aan.
  • Niet gebruiken met defecte snoeren en draden. Vervang defecte snoeren en draden onmiddellijk.
  • Voor langdurige opslag, zorg voor een opslagtemperatuur van -20°C - 45°C binnen één maand, en 0°C - 35°C tussen twee en twaalf maanden.
  • De werkomgeving van het accupack is -20^ - 55^ voor ontladen, en 0^ 55^ voor opladen.

7.6 ONDERHOUD VAN HET ACCUVAKFILTER

Vervang het accuvakfilter elke 200 uur.

7.7 SERVICE

i BELANGRIJK

Wacht tot alle beweging is gestopt alvorens de machine af te stellen, te reinigen of te repareren. Reparaties of onderhoud waarvoor stroom nodig is, mogen alleen worden uitgevoerd door opgeleid onderhoudspersoneel. Lees de veiligheidswaarschuwingen voorin de handleiding en neem deze in acht.

i BELANGRIJK

Reparaties of onderhoud waarvoor stroom nodig is, mogen alleen worden uitgevoerd door opgeleid onderhoudspersoneel.

  • Parkeer de maaier op een vlakke ondergrond. Zorg ervoor dat de besturingshendels in de neutrale stand staan en dat de PTO-schakelaar in de OFF-positie staat. Til het dek op, draai de sleutel in de OFF-positie, verwijder de sleutel uit de schakelaar en verwijder de accu's uit het accuvak onder de zitting.
  • Alle onderhoudswerkzaamheden waarbij de veiligheidsafdekkingen moeten worden verwijderd, moeten worden uitgevoerd door een opgeleide onderhoudstechnicus.
  • Gebruik geschikte hulpmiddelen om onder de maaier schoon te maken, en zorg ervoor dat geen enkel lichaamsdeel - vooral armen en handen - onder de maaier zit.
  • Houd uw machine schoon en verwijder alle afval en maaisel.
  • Houd het accuvak, het maaidek en de bedieningsplaats schoon van opgehoopt afval, gemaaid gras en ander afval.
  • Maak het accuvak, het aandrijfmotorcompartiment, het maaidek, de zitting, etc. schoon van alle vuil en afval. Gebruik voor het reinigen alleen perslucht. Gebruik geen water, oplosmiddelen, agressieve reinigingsmiddelen of schuurmiddelen.
  • Draag altijd geschikte oogbescherming bij het onderhoud van de accu's of bij het slijpen van de maaibladen en het verwijderen van opgehoopt vuil. Probeer nooit om aanpassingen of reparaties uit te voeren aan het aandrijfsysteem van de maaier, het maaidek of een hulpstuk terwijl de tractieaandrijving in werking is. Reparaties of onderhoud waarvoor stroom nodig is, mogen alleen worden uitgevoerd door opgeleid onderhoudspersoneel.
  • Werk nooit onder de machine of het aanbouwdeel tenzij deze veilig is ondersteund met kriksteunen. Zorg ervoor dat de machine stevig staat wanneer hij wordt opgeheven en op de kriksteunen wordt geplaatst.
  • De kriksteunen mogen niet toelaten dat de machine beweegt wanneer de tractieaandrijving in werking is en de aandrijfwielen draaien. Gebruik alleen gecertificeerde kriksteunen. Gebruik alleen geschikte kriksteunen met een minimum draagvermogen van 900 kg om de machine te ondersteunen. Gebruik altijd twee kriksteunen. Volg de instructies die bij de kriksteunen worden geleverd.
  • Raak geen hete onderdelen van de machine aan.
  • Houd bouten en moeren vastgedraaid, vooral de bouten van de bladbevestiging. Houd de machine in goede staat.
  • Knoei nooit met veiligheidsvoorzieningen. Controleer regelmatig hun goede werking.
  • Draai de sleutel in de OFF-positie voordat u de uitwerpopening ontstopt.
  • Maak de uitwerpopening nooit vrij terwijl de machine draait. Draai de sleutel in de OFF-positie en zorg ervoor dat de bladen stilstaan voordat u ze schoonmaakt. Gebruik een stok om een verstopte uitwerpopening vrij te maken. Gebruik nooit uw handen!
  • Stop de machine en laat de bladen stilstaan voordat u de uitwerpopening ontstopt. Onderdelen van grasopvangsystemen zijn onderhevig aan slijtage, beschadiging en veroudering, waardoor bewegende delen bloot kunnen komen te liggen of voorwerpen kunnen worden geworpen. Controleer regelmatig de onderdelen en vervang deze indien nodig door door de fabrikant aanbevolen onderdelen.

Engels

  • Wees voorzichtig wanneer u onder het maaidek werkt, want de maaibladen zijn uiterst scherp. Draag handschoenen en wees extra voorzichtig bij het onderhoud.
  • Gebruik alleen originele Cramer maaieronderdelen om ervoor te zorgen dat de originele normen worden gehandhaafd.
  • Verwijder altijd de accu's wanneer u de machine vervoert. Houd de machine vrij van grasresten, bladeren en ander afval.
  • Controleer regelmatig de werking van de remmen. Afstellen en onderhoud indien nodig.
  • Onderhoud of vervang zo nodig veiligheids- en instructielabels.
  • Laat uw zitmaaier onderhouden door een gekwalificeerde reparateur die uitsluitend identieke vervangingsonderdelen gebruikt. Zo blijft de veiligheid van de zitmaaier gewaarborgd.
  • Laad alleen op met de laders die door de fabrikant zijn aangegeven. Een oplader die geschikt is voor een bepaald type accupack kan tot brandgevaar leiden wanneer deze wordt gebruikt met een andere accu.

8 VERVOER EN OPSLAG

8.1 TRANSPORT

WAARSCHUWING

Wees extra voorzichtig bij het laden of lossen van de machine in een aanhangwagen. Druk op de knop voor lage snelheid en beweeg voorzichtig de aandrijfhendels om de snelheid te regelen. Ga bij het laden altijd achteruit op de aanhangwagen. Bij het laden of lossen van de maaier mag de aanbevolen maximale bedieningshoek van 15° niet worden overschreden. Het niet opvolgen van deze instructies kan leiden tot verlies van controle en de dood, ernstig persoonlijk letsel of materiële schade tot gevolg hebben.

WAARSCHUWING

Wees voorzichtig bij het laden of lossen van de maaier op een aanhangwagen. Zorg ervoor dat het maaidek in de hoogste stand staat, zodat het niet vast komt te zitten op de oprit. De wielen van de maaier kunnen van het platform of de aanhangwagen afraken, waardoor de maaier kan kantelen of omvallen, en er een knelgevaar ontstaat dat de dood of ernstig lichamelijk letsel kan veroorzaken.

  1. Parkeer de maaier op een vlakke ondergrond.
  2. Zet het maaidek in de hoogste stand.
  3. Plaats en bevestig de oprijplaat op de aanhangwagen volgens de instructies van de fabrikant.

i OPMERKING

Wij raden u aan één laadklep over de volle breedte te gebruiken die minstens 1 m breder is dan de maaier, om het risico te minimaliseren dat de wielen van de maaier van de zijkant van de klep raken.

  1. Zet de maaier langzaam terug op de helling en in de aanhanger.

  2. Laat het maaidek volledig zakken.

  3. Stel de parkeerrem in.

  4. Schakel de maaier uit en verwijder de sleutel.

  5. Zet de maaier zo nodig vast met riemen of kabels om beweging tijdens het vervoer te voorkomen.

WAARSCHUWING

Verwijder altijd de startsleutel en stel de parkeerrem in wanneer u de maaier vervoert, om te voorkomen dat deze per ongeluk wordt gestart of in beweging komt, wat tot ernstig persoonlijk letsel kan leiden.

8.2 REINIGING EN OPSLAG

8.2.1 DE MACHINE REINIGEN

  • Verwijder gras en bladeren op of rond het motordeksel (gebruik geen hogedrukpistool om de motor door te spoelen).
  • Veeg de maaier af en toe schoon met een droge doek.

Engels

- Als er zich tijdens het gebruik vuil aan de onderkant van de maaier ophoopt, dient u de motor te stoppen, de machine uit te zetten en dit met een geschikt gereedschap schoon te schrapen.

8.2.2 HET MAAIDEK SCHOONMAKEN

Zie afbeelding 18

  • Zet de handrem in de parkeerstand.
  • Stel de maaidekhoogte in op de laagste stand.
  • Bevestig de meegeleverde snelkoppeling van de waspoort aan de tuinslang.
  • Bevestig de tuinslang met snelkoppeling aan de waspoort op het maaidek. De waspoort zit aan de linkerkant van het maaidek.
  • Draai de waterkraan open.
  • Trek aan de PTO-schakelaar om de bladen te starten en stel de bladsnelheid in op de hoogste stand.
  • Spoel water onder het dek gedurende ongeveer een minuut.
  • Schakel de maaibladen uit door de PTO-schakelaar omlaag te drukken.
  • Draai de waterkraan dicht en verwijder de tuinslang en de snelkoppeling uit de waspoort.
  • Verwijder de snelkoppeling van de tuinslang en bewaar deze voor toekomstig gebruik.
  • Zet de maaier helemaal uit.

8.2.3 OPSLAG VAN DE MACHINE

De volgende stappen moeten worden genomen om de machine gereed te maken voor opslag.

  • Reinig de machine zoals beschreven in de vorige paragraaf.
  • Controleer het blad en vervang of slijp het, indien nodig (zie het hoofdstuk Onderhoud).
  • Bewaar de machine niet naast corrosieve materialen, zoals kunstmest of steenzout.
  • Houd de machine buiten bereik van kinderen.
  • Dek de machine niet af met bouwplastic. Plastic bekledingen houden vocht vast rond de machine, wat roest en corrosie veroorzaakt.
  • Controleer grondig op versleten of beschadigde onderdelen die vervangen moeten worden en bestel deze bij uw dealer.
  • Neem contact op met het servicecentrum om de machine grondig te smeren.
  • Laad de accu's volledig op voordat u deze opslaat.
  • Laat de banden niet leeglopen.
  • De machine moet worden opgeslagen op een goed geventileerde, schone en droge plaats, aangezien de acculader niet kan worden gebruikt in een natte omgeving.

  • Houd de accu's altijd volledig opgeladen. Het is vooral belangrijk om schade aan de accu te voorkomen wanneer de temperatuur lager is dan 0°C.

  • Sluit de laadadapter aan op de laadpoort en de accu's volgens het hoofdstuk Laadadapter in het hoofdstuk Elektrisch systeem.
  • Steek de stekker van de lader in het stopcontact. Zie de gedeelten Acculader, Accu opladen en Laadaanbevelingen in het hoofdstuk Elektrisch systeem voor meer details over het gebruik van de lader en het opladen van de accu's.
  • Voor een maximale levensduur van de accu's kunt u ze het beste kort na elk gebruik volledig opladen.

8.2.4 KLAARMAKEN VOOR GEBRUIK NA OPSLAG

De volgende stappen moeten worden genomen voordat de maaier wordt gebruikt nadat hij is opgeborgen:

• Laad de accu's volledig op.
- Controleer de bandenspanning en pomp deze zo nodig op.
- Rijd kort met de maaier en controleer of alle systemen en onderdelen correct functioneren.

9 PROBLEEMOPLOSSING

PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING
Het voertuig beweegt niet.Het accupack is niet geplaatst Cramer of het accupack is van het verkeerde type.Om de normale werking van het voertuig te garanderen, moet ten minste 1 Cramer accupack in het accuvak wordt geplaatst.
Het accupack is niet opgeladen. Controleer het vermogen van h accupack.
Besturingshendels staan in de parkeerremstand.Controleer of de linker en rechter bedieningshendel niet in de parkeerremstand staan.
Er zit niemand op de zitting of de zittingschakelaar is niet gesloten.Zorg ervoor dat de gebruiker op de zitting zit.
De linker en rechter parkeerschakelaar staan niet in de beginstand als de stroom is ingeschakeld.Zet de besturingshendels in de parkeerremstand en start de machine opnieuw; als hij nog steeds niet gestart kan worden, neem dan contact op met het Cramer uw dealer.
Het accuvak is in slapende toestand. Zet de sleutel in de UIT-stand en wacht meer dan 5 seconden voordat u de machine opnieuw start.
Plotselinge stop tijdens het rijdenDe accu is niet opgeladen. Om de normale werking van het gehele voertuig te waarborgen, moet u ten minste 1 Cramer accupack in het accuvak hebben.
Ruwe en hobbelige wegen, waardoor de zittingschakelaar wordt uitgeschakeld.Zet de besturingshendels in de parkeerremstand en start de machine opnieuw.
Gashendel links/rechts is defect. Contact Cramer uw dealer.
Rijcontroller is defect. Contact Cramer uw dealer.
Het blad werkt niet na het over-halen van de PTO-schakelaar.Het accupack is niet geplaatst Cramer.Om de normale werking van het gehele voertuig te waarborgen, moet u ten minste 1 Cramer accupack in het accuvak hebben.
Het accuvermogen is lager dan 5%. Controleer het vermogen van het accupack; als het vermogen van de accu laag is, moet u de accu opladen.
De zittingschakelaar is niet gesloten. Zorg ervoor dat de gebruiker op de zitting zit.
De bladschakelaar (PTO) staat niet in de beginstand voor het inschake-len.Druk op de PTO en trek hem weer omhoog.
Bladmotorblokkering of andere functionele bescherming.Controleer of er geen onkruid of andere vreemde voor-werpen in de verbinding tussen het blad en de motor zitten, zodat het blad soepel kan draaien. Het wordt aanbevolen het dek omhoog te trekken en het blad te starten voordat u het dek in de gewenste versnelling zet.
Rijcontroller is defect. Controleer de foutcode op het display.
Het blad stopt bij het maaien van gras.Bladcontroller is defect. Controleer de foutcode op het display.
Bladmotor overbelasting. Reinig de binnenkant van het maaidek, controleer of er geen abnormale rotatie van het blad is, druk de PTO in, start de machine opnieuw en verminder de belasting van het blad, hetzij door de hoogte van de maaitafel te verhogen, hetzij door de rijsnelheid te verlagen.
De accutemperatuur is te hoog. Gebruik de accu niet onmiddellijk nadat het opladen is voltooid, anders kan de fout in de temperatuurbeveiliging van het accupack optreden.

Engels

PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING
Het accuvermogen is lager dan 5%. Het accupack is bijna leeg, laad de accu op.
Het blad wordt geraakt door een vreemd voorwerp, waardoor het plot-seling stopt.Zet de startsleutel in de OFF-positie en wacht meer dan 5 seconden voordat u de machine opnieuw start.
Rijcontroller is defect. Controleer de foutcode op het display.
De maaiier maait het gras ongelijk, en het hoogtever-schil is erg groot.Het blad is bot. Reinig het blad volgens de handleiding.
Het blad is verbogen. Vervang het blad volgens de instructies en draag be-schermende kleding.
Het dek is niet vlak. Maak het dek vlak volgens de instructies om ervoor te zorgen dat de linker- en rechterhoogte gelijk zijn.
De werkelijke maaihoogte komt niet overeen met de gekozen ge-markeerde maai-hoogte.Losse bevestigingsbouten van het dek.Stel de bevestigingsbouten van het dek bij om ervoor te zorgen dat het stevig is geïnstalleerd. Opmerking: het dek moet opnieuw worden genivelleerd nadat de beves-tigingsbouten zijn bijgesteld.
Het dek is ernstig versleten of be-schadigd.Een dek vervangen.
Abnormaal ver-snipperenHet gazon is te nat. Controleer voor het maaien de toestand van het gras.Als het gras te nat is, wacht dan totdat het gras ge-droogd is.
De maaiier is ingesteld om te veel gras in één keer te maaien.Als het gras te dicht en te hoog is, verhoog dan het maaidek en vermijd zoveel mogelijk het maaien van zwaar gras.
Overmatige machinetrillingenDe bladen zitten los. Reinig het blad volgens de methode in de handleiding.
De bladen zijn verbogen. Vervang het blad volgens de instructies en draag be-schermende handschoenen.
Ongelijk dek. Maak het dek vlak volgens de instructies om ervoor te zorgen dat de linker- en rechterhoogte gelijk zijn.
Los dek. Vergrendel de vaste bouten van het dek.
De maaiier is ingesteld om te veel gras in één keer te maaien.Als het gras te dicht en te hoog is, verhoog dan het maaidek, probeer zwaar gras te vermijden.
Gras of afval dat na het maaien op de grond blijft lig-gen.De maaiier is ingesteld om te veel gras in één keer te maaien.Als het gras te dicht en te hoog is, verhoog dan het maaidek; als het gras hoger is dan 15 cm, gebruik dan twee maaicycli om het maai-effect te bereiken, probeer zwaar gras te vermijden.
Het gras is te nat. Als het gras te nat is, wacht dan totdat het gras ge-droogd is.
De rijsnelheid is te hoog. Verlaag de rijsnelheid.
De snijsnelheid van het blad is te laag.Verhoog de snelheid van het blad.
Korte maaiper-iodeHet maaien van zwaar gras kan lei-den tot een korte maaiperiode.Door het maaidek te verhogen of de snelheid van het blad te verlagen, kan de maaier langer meegaan op één lading.
Maaier rijdt niet rechtuitVerschillende bandenspanning Controleer de achterbandenspanning van de maaier regelmatig volgens de handleiding.
Het voertuig start niet na het was-sen.Onjuiste reiniging, zoals water in het ledscherm, het accuvak en andere elektronische onderdelen.1. Volg de instructies om de machine te reinigen.

Engels

PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING
2. Als het voertuig per ongeluk nat is geworden, zet het dan 12 uur op een droge plaats of föhn het voor gebruik droog.3. Contact Cramer uw dealer.
De maaier is ge-blokkeerd.Onkruid en afval stapelden zich op op het dek.Volg de instructies om de machine elke keer na gebruik schoon te maken.
In de parkeer-stand glijdt de machine snel over de helling en slipt.Ernstige bandenslijtage. Neem contact op uw dealer om de banden te vervangen.
De elektromagnetische rem is be-schadigd of versleten.Neem contact op met uw dealer om de elektromagnetische rem te vervangen.
De elektromagnetische rem wordt handmatig gelost.Controleer de elektromagnetische rem en zet hem terug in de uitgangspositie.
Model nr. 82ZT107
Spanning 82 V
Bruto voertuiggewicht 106±3 kg
Lengte 170 cm
Hoogte 117 cm
Breedte (met afvoer) 135 cm
Breedte (zonder afvoer) 107 cm
Dekbreedte 107 cm
Voorwaartse snelheid 0-7.5 mph
Snelheid achteruit 0-3 mph
Maaihoogtebereik3.81-11.4 cm
Regelknop voor maaihoogte7 stuks
Snelheid zonder belasting2400/3000/3200 RPM
Oplaadtijd4 h (met 8 een lader)
Motorvermogen1.2 kW (bladmotor)
1.2 (aandrijfmotor)
MAX helling15°
Aantal bladen (afvoer/mulch)2
Gemeten geluidsdruk L_pA = 85.63 dB(A), K_pA = 3 dB(A)
Gemeten geluidsvermogen L_wA = 98.61 dB(A)
Gegarandeerde geluidsdruk L_wA.d = 100 dB(A)
TrillingenArmen: ≤2.5 m/s2, K= 1.5 m/s2
Behuizing: ≤2.5 m/s2, K= 1.5 m/s2

11 BEPERKTE GARANTIE

11.1 WAT WORDT GEDEKT DOOR DEZE GARANTIE?

Cramer geeft de volgende garantie uitsluitend aan de oorspronkelijke koper ("Eigenaar") - de garantie is niet overdraagbaar:

A. Huishoudelijk gebruik: Cramer producten die voor normale huishoudelijke doeleinden worden gebruikt*, hebben een garantie van vijf (5) jaar of 1500 gebruiksuren (wat het eerst wordt bereikt) vanaf de datum van aankoop op alle materialen en vakmanschap van chassis, dek en accu's. Verbruiksartikelen zoals banden en bladen hebben een garantie van dertig (30) dagen vanaf de datum van aankoop. Indien de Eigenaar binnen deze garantieperiode een defect in materiaal of vakmanschap ontdekt:

  • De eigenaar moet dit onmiddellijk melden aan Cramer of een erkende dealer, schriftelijk of via e-mail, telefonisch, app of persoonlijk. Deze kennisgeving mag in geen geval Cramerlater dan vijf (5) jaar na de datum van aankoop worden gemeld.
  • Binnen een redelijke termijn na deze kennisgeving en verificatie van een gewaarborgd gebrek; Cramer zal elk defect in materiaal of vakmanschap aan het Cramer product door, naar eigen keuze, onderdelen te repareren of te vervangen door nieuwe of gebruikte vervangingsonderdelen.
  • Deze reparatie, met inbegrip van onderdelen en arbeid, is voor rekening van Cramer aan de oorspronkelijke eigenaar.

B. Commercieel gebruik: Cramer producten die voor commerciële doeleinden worden gebruikt*, hebben een garantie van vijf (5) jaar of 1500 gebruiksuren (wat het eerst wordt bereikt) vanaf de datum van aankoop op alle materialen en vakmanschap van chassis, dek en accu's. Verbruiksartikelen zoals (inclusief maar niet beperkt tot) banden en bladen hebben een garantie van dertig (30) dagen vanaf de datum van aankoop. Indien de Eigenaar binnen deze garantieperiode een defect in materiaal of vakmanschap ontdekt:

  • De eigenaar moet dit onmiddellijk melden aan Cramer of een erkende dealer, schriftelijk of via e-mail, telefonisch, app of persoonlijk. Deze kennisgeving mag in geen geval Cramerlater dan vijf (5) jaar na de datum van aankoop worden gemeld.
  • Binnen een redelijke termijn na deze kennisgeving en verificatie van een gewaarborgd Cramer zal elk defect in materiaal of vakmanschap aan het Cramer product door, naar eigen keuze, onderdelen te repareren of te vervangen door nieuwe of gebruikte vervangingsonderdelen.
  • Deze reparatie, met inbegrip van onderdelen en arbeid, is voor rekening van Cramer aan de oorspronkelijke (commerciële) eigenaar.

i OPMERKING

Als de accu's niet goed worden onderhouden en niet volledig worden opgeladen, gaan ze minder lang mee en vervalt de garantie op de accu. De bepalingen van deze beperkte garantie zijn niet van toepassing op defecten die te wijten zijn aan:

  • Misbruik of verwaarlozing zoals: waterschade, losse bedrading of verroeste of gecorrodeerde hardware.
  • Gebrekkig onderhoud; schade veroorzaakt door onjuiste installatie van de accu; verwaarlozing, breuk, blootstelling aan extreme temperatuursomstandigheden, inclusief maar niet beperkt tot vriestemperaturen, hete temperaturen, nabijheid van warmtebronnen, inclusief verwarmingstoestellen of vuur, blootstelling aan water of andere stoffen, moedwil, gebruik van de accu in een overgeladen of ongeladen toestand.
  • Een accu die wordt opgeladen door een ander systeem dan de originele acculader.

Voetnoot: *"Normaal huishoudelijk gebruik", zoals hierin genoemd, betekent het gebruik van het product op hetzelfde perceel als uw huis. Gebruik op meer dan één locatie wordt beschouwd als commercieel gebruik, waarna de garantie voor commercieel gebruik van toepassing is.

Alle garantieservice wordt uitgevoerd door een Cramer erkende dealer of Cramer erkende onderhoudsmonteur. Onderhoudsbeurten en/of transportkosten van het product naar en van de erkende dealer, voor garantiewerkzaamheden, zullen worden betaald door de eigenaar van het product. Neem voor service onder garantie contact op met een erkende dealer.

11.3 WAT WORDT NIET GEDEKT DOOR DEZE GARANTIE?

Cramer geeft geen garantie:

  • Reparaties uitgevoerd door onbevoegden.
  • Schade veroorzaakt door het gebruik van het Cramer product voor andere doeleinden dan waarvoor het ontworpen is.
  • Schade veroorzaakt door rampen zoals brand, overstroming, wind en blikseminslag.
  • Schade veroorzaakt door verwaarlozing, misbruik, abnormaal gebruik, oneigenlijk of onredelijk gebruik, ongeval, nalatigheid of verkeerd gebruik, zoals waterschade.
  • Reparaties of vervanging als gevolg van het gebruik van niet-goedgekeurde onderdelen, accessoires of hulpstukken.
  • Reparaties of vervanging als gevolg van wijzigingen of aanpassingen, naar het oordeel van Cramerdie de werking, prestaties of duurzaamheid van de apparatuur negatief beïnvloedt.
  • Producten, componenten of onderdelen die niet zijn vervaardigd door Cramer.
  • Producten waarvan de identificatie is gewijzigd, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, het verwijderen en/of onleesbaar maken van serienummers.
  • Waardevermindering of schade veroorzaakt door normale slijtage, gebrek aan redelijk en behoorlijk onderhoud, het niet opvolgen van de gebruiksaanwijzing, de onderhouds- en afstelinstructies van het product of andere door Cramer.
  • Onderdelen voor normaal onderhoud en service, waaronder, maar niet beperkt tot, smeermiddelen, afstelonderdelen, bladen, slijpen van bladen, lagers, afstellen van remmen of stuurinrichting.
  • Producten met een niet-goedgekeurde programmering voor dat product, inclusief wijzigingen van parameters, aftermarket programmering of aanpassingen, of een niet-goedgekeurde wijziging van onderdelen, elektronica of software.

11.4 AFWIJZING VAN GARANTIE

De voorgaande garanties komen in de plaats van alle andere garanties, uitdrukkelijk of stilzwijgend, met inbegrip van maar niet beperkt tot de stilzwijgende garanties van verkoopbaarheid en geschiktheid voor een bepaald doel. Echter, indien het Cramer product als een consumentenproduct is aangeschaft, is elke impliciete garantie van verkoopbaarheid of geschiktheid voor een bepaald doel beperkt tot de duur van deze beperkte garantie. In sommige landen zijn beperkingen op de duur van een impliciete garantie niet toegestaan, zodat de bovenstaande beperking mogelijk niet op u van toepassing is. Deze garantie geeft u specifieke rechten en u kunt ook andere rechten hebben die van land tot land kunnen verschillen.

11.5 BEPERKING VAN RECHTSMIDDELEN

In geen geval zal Cramer aansprakelijk zijn voor enige speciale, incidentele of gevolgschade gebaseerd op schending van garantie, contractbreuk, nalatigheid, strikte aansprakelijkheid door onrechtmatige daad, of enige andere wettelijke theorie. Dergelijke schade omvat, maar is niet beperkt tot:

  • Verlies van winst
  • Verlies van besparingen of inkomsten
  • Verlies van gebruik van het Cramer product of bijbehorende apparatuur
  • Kosten van kapitaal
  • Kosten van vervangende apparatuur, faciliteiten, diensten of uitvaltijd
  • De vorderingen van derden, met inbegrip van klanten, en schade aan eigendommen

11.6 TIJDSLIMIET

Tenzij de wet anders bepaalt:

Elke vordering wegens inbreuk op de garantie moet worden ingesteld binnen vijf (5) jaar of zestig (60) maanden na de datum van aankoop in een residentiële en/of commerciële toepassing.

In het geval dat de productiedatum een redelijke termijn voorafgaand aan de eerste aankoop door de klant overschrijdt, Cramer garantie kan onderworpen zijn aan bijkomende beperkingen.

Deze overeenkomst wordt geacht de volledige en exclusieve overeenkomst tussen de partijen te zijn, die in de plaats komt van alle eerdere mondelinge of schriftelijke overeenkomsten en alle andere mededelingen tussen de partijen met betrekking tot het onderwerp van deze overeenkomst.

11.8 VERANTWOORDELIJKHEID VAN DE EIGENAAR

U moet uw Cramer product onderhouden volgens de onderhoudsprocedures beschreven in uw gebruikershandleiding. Dergelijk routine-onderhoud, of het nu door een dealer of door uzelf wordt uitgevoerd, is voor uw rekening.

Deze machine is, net als alle andere aangedreven apparatuur, potentieel gevaarlijk, tenzij correct bediend. Elke gebruiker moet voorzichtig zijn en altijd de veiligheid voor ogen houden. ledere gebruiker moet, voordat hij het Cramer product gebruikt, zich grondig vertrouwd maken met de gebruikershandleiding betreffende de bediening en veiligheid van de machine, alsmede met alle veiligheidswaarschuwingen op de machine zelf.

11.9 TOEWIJZING VAN RISICO'S

Deze overeenkomst verdeelt de risico's van productfalen tussen Cramer en de eigenaar. Deze toewijzing wordt door beide partijen erkend en komt tot uiting in de prijs van de goederen.

11.10 GARANTIEREGISTRATIE

Tenzij de wet anders bepaalt:

  1. Eigenaren moeten de machine registreren Cramer binnen tien (10) dagen na aankoopdatum.
  2. De registratie kan worden voltooid door het garantieregistratieformulier in te vullen, dat in de bedieningshandleiding is opgenomen.
  3. Registratie kan ook worden voltooid door gebruik te maken van het online formulier op cramertools.com of door de app te gebruiken en een aankoopbewijs te verstrekken (kassabon met aankoopdatum).

12 EC VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING

Naam en adres van de fabrikant:

Naam: Greenworks Tools Europe GmbH

Adres: Brunnenweg 17, 64331 Weiterstadt, Duitsland

Naam en adres van de persoon die het technisch dossier heeft samengesteld:

Naam: Ralf Pankalla

Adres: Brunnenweg 17, 64331 Weiterstadt, Duitsland

Hierbij verklaren wij dat het product

Categorie: Zero-turn maaier

Model: 82ZT107

Serienummer: Zie typeplaatje

Jaar van fabricage: Zie typeplaatje

- is vervaardigd in overeenstemming met de bepalingen van de machinerichtlijn 2006/42/EC.

- is vervaardigd in overeenstemming met de volgende EC-richtlijnen:

• 2014/30/EU

• 2011/65/EU & (EU)2015/863

Voorts verklaren wij dat de volgende (delen/clausules van) Europese geharmoniseerde normen zijn gebruikt:

Engels

• EN 62841-1, EN ISO 5395-1, EN ISO 5395-3, EN ISO 14982, IEC 62321-3-1, IEC 62321-4, IEC 62321-5, IEC 62321-6, IEC 62321-7-1, IEC 62321-7-2, IEC 62321-8

Plaats, datum: 11.11.2022 Handtekening: Ted Qu, Directeur Kwaliteit

Ted Qu

NL

Suomi

1 Kuvaus.... 220

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Cramer

Model : 82ZT107

Categorie : Grasmaaier