Cramer 82LT107 - Grasmaaier

82LT107 - Grasmaaier Cramer - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 82LT107 Cramer in PDF-formaat.

📄 340 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice Cramer 82LT107 - page 155
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over 82LT107 Cramer

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 82LT107 - Cramer en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 82LT107 van het merk Cramer.

GEBRUIKSAANWIJZING 82LT107 Cramer

1 Beschrijving......155

1.1 Overzicht.... 155
1.2 Bedieningspaneel....155

2 De machine uitpakken...... 155

3 Installatie....156

3.1 Monteer de zitting....156
3.2 Installeer het stuurwiel....156
3.3 Installeer de mulchafdekking....156
3.4 Anti-scalpwielen.... 156
3.5 De app gebruiken....157

4 Gebruiksaanwijzing......157

4.1 Voorafgaand aan het gebruik.... 157
4.2 Gebruik van de machine.... 158

5 Elektrisch systeem......161

5.1 Veiligheid elektrisch systeem.... 161
5.2 Informatie over het elektrisch systeem...161
5.3 Digitaal display.... 161

6 Fouten.... 162

6.1 Foutcode.... 163

7 Onderhoud.... 165

7.1 Onderhoud van de maaibladen......165
7.2 Vervang de koplamp....166
7.3 Banden....166
7.4 Smering....167

7.5 Koppelwaarden.... 167
7.6 Onderhoud van het accupack.... 167
7.7 Onderhoud van het accuvakfilter......168
7.8 Service.... 168

8 Vervoer en opslag...... 169

8.1 Transport.... 169
8.2 Reiniging en opslag....169

9 Probleemoplossing...... 171

11.1 Wat wordt gedekt door deze garantie?...173
11.2 Wie moet de garantieservice uitvoeren? 174
11.3 Wat wordt niet gedekt door deze garantie?...... 174
11.4 Afwijzing van garantie.... 175
11.5 Beperking van rechtsmiddelen.... 175
11.6 Tijdslimiet....175
11.7 Geen andere garanties....175
11.8 Verantwoordelijkheid van de eigenaar... 175
11.9 Toewijzing van risico's.... 176
11.10 Garantieregistratie....176

12 EC Verklaring van overeenstemming......176

Engels

1 BESCHRIJVING

1.1 OVERZICHT

Zie het afzonderlijke blad met tekeningen 1-20

1 Zithoogteverstelling 18 Afdekplaat
2 Zij-uitwerpopening 19 Mulchafdekking
3 Rempedaal 20 Lagerring
4 Bedieningspaneel 21 Bevestigingsklemmen
5 Hendel voor 22 Serienummer
dekhoogteverstelling
6 Gaspedaal 24 QR-code
7 Parkeerremhendel 25 Accuvak
8 Koplampen 26 Accu
9 Bekerhouder 27 Accuvergrendeling
10 USB-poort 28 Blad
11 Anti-scalpwielen 29 Olievulpoort
12 Zittingpaneel 30 Olieaftap
13 Zittingplug 31 Tuinslang
14 Stuuras 32 Snelkoppeling
15 Koppeling 33 Waspoort
16 Stuurkolom
17 Stuur

1.2 BEDIENINGSPANEEEL

Cramer 82LT107 - BEDIENINGSPANEEEL - 1

#Naam Functie
1Digital displayDit display toont belangrijke informatie over het elektrische systeem. Raadpleeg het hoofdstuk 'Elektrisch' voor volledige informatie.
2Shelheidsregeling bladmotor / TerugkeerPas de bladsnelheid aan (cyclisch) als het op de homepage staat. Druk op de knop om terug te keren naar de vorige pagina.
3Menu navigatie / Pagina omhoogGa naar de laatste pagina. Terug naar het beginscherm.
4Lampscha-kelaar / Pagina omlaagZet de lampen aan/uit als het op de homepage staat. Ga naar de vol-gende pagina .
5Cruisecon-trolknop / BevestigenHoud de knop 0,4s ingedrukt om de cruisecontrolfunctie te activeren, druk op de knop om te bevestigen.
6Richtings-schakelaarDe bewegingsrichting van de maaier wordt geregeld met de richtingsscha-kelaar. Beschikbare instellingen zijn Vooruit (D), Neutraal (N) en Achteruit (R).
7Achteruit maaienVoor achteruit maaien moet de knop voor achteruit maaien worden geacti-veerd.
8Aan/uit-schakelaarDe schakelaar wordt gebruikt om de maaier aan en uit te zetten. De startsleutel moet worden ingestoken voordat de schakelaar kan worden bediend.
9Dekbladen aan/uit-schakelaar (PTO)Deze schakelaar schakelt de blad-motoren in. Trek de schakelaar om-hoog om in te schakelen en druk de schakelaar omlaag om de motoren uit te schakelen.

i BELANGRIJK

Schakel de bladmotoren nooit in als het blad belast is. De motoren of het dek kunnen beschadigd raken.

2 DE MACHINE UITPAKKEN

WAARSCHUWING

Zorg ervoor dat u de machine vóór gebruik correct monteert.

WAARSCHUWING

  • Gebruik de machine niet als onderdelen beschadigd zijn.
  • Gebruik de machine niet als er onderdelen ontbreken.
  • Neem contact op met het servicecentrum als er onderdelen beschadigd zijn of ontbreken.

Engels

  1. Open de verpakking.
  2. Lees de documentatie in de doos.
  3. Haal alle ongemonteerde onderdelen uit de doos.
  4. Haal de machine uit de doos.
  5. Gooi de doos en het verpakkingsmateriaal weg in overeenstemming met de plaatselijke voorschriften.

WAARSCHUWING

Voor uw persoonlijke veiligheid mag u de accu niet plaatsen voordat de machine volledig is gemonteerd.

3 INSTALLATIE

3.1 MONTEER DE ZITTING

Zie afbeelding 3

  1. Plaats de zitting op het zittingpaneel en lijn de gaten uit zoals afgebeeld.
  2. Monteer de bouten, ringen en moeren en draai ze goed vast.
  3. Bevestig de hulzen aan de moeren.
  4. Zorg ervoor dat de zitting goed vastzit.
  5. Sluit de stekker van de zitting aan op de machine.

Zorg ervoor dat de sleuf naar de zitting gericht is.

  1. Installeer de stuuras in de koppeling en draai zo nodig om het gat in de as uit te lijnen met het boutgat in de koppeling.
  2. Plaats twee bouten en draai ze stevig vast.

i OPMERKING

Haal de bouten aan tot de aangegeven waarde.

  1. Installeer de stuurkolom. Let op de lipjes aan de onderkant van de stuurkolom die in de gaten in de opening passen en zorg ervoor dat de stuurkolom goed vastzit.
  2. Zorg ervoor dat het wiel van de maaier recht vooruit wijst en plaats het stuurwiel met kracht over de stuurkolom.
  3. Installeer de bout en de sluitring; draai ze stevig vast.
  4. Installeer de stuurwielafdekplaat.

3.3 INSTALLEER DE MULCHAFDEKKING

Zie afbeelding 6

De maaier is bij levering geconfigureerd voor zij-uitworp. Als mulchen gewenst is:

  1. Plaats de mulchafdekking op het lipje op de behuizing van de maaier.
  2. Lijn de gaten in de mulchafdekking en de gaten in de behuizing van de maaier uit.
  3. Monteer en draai de bouten, schroeven, bevestigingsklemmen en lagerring zoals afgebeeld.

3.4 ANTI-SCALPWIELEN

Zie afbeelding 2

Anti-scalpwielen zijn standaard op Cramer de machine. Deze anti-scalpwielen zijn ontworpen voor het maaien op ruw, oneffen terrein. Nadat u de maaihoogte hebt ingesteld, stelt u de anti-scalpwielen zo af dat ze onder het maaidek uitsteken maar niet de grond raken. Ze moeten altijd ten minste 0,6 cm tot 1,9 cm onder het dek liggen. Als

Engels

de machine op een vlakke, horizontale ondergrond staat, kan de wielpositie naar behoefte worden ingesteld van 1,9 cm tot 4,4 cm onder het bladoppervlak. Verplaats de wielen omhoog of omlaag - met behulp van de verschillende asbevestigingsgaten in de wielbevestigingssteun (indien van toepassing op het model).

3.5 DE APP GEBRUIKEN

Zie afbeelding 7-8

  1. Bezoek de website van Fleet Management: fleet.cramertools.com
  2. Maak een account aan en log in.
  3. Nodig andere gebruikers in uw organisatie uit.
  4. Scan de QR-code, download de app en log in.
  5. Voeg een apparaat toe. Vind het serienummer, de koppelingscode en de QR-code op het label van het voertuig dat bij deze handleiding hoort. Scan QR-code of typ handmatig in.

4 GEBRUIKSAANWIJZING

4.1 VOORAFGAAND AAN HET GEBRUIK

4.1.1 AANPASSING VAN DE ZITTING

Zie afbeelding 9

Stel de zitting zodanig in dat u stevig contact kunt maken met het gas- en rempedaal voordat u de maaier bedient.

  1. Ga op de zitting zitten en til de hendel voor zittingverstelling op.
  2. Terwijl u de hendel vasthoudt, schuift u de zitting in de gewenste stand.
  3. Laat de hendel los en zorg ervoor dat de zitting vergrendeld is voordat u de maaier bedient.

WAARSCHUWING

Zorg ervoor dat de zitting is vergrendeld voordat u de maaier bedient. Een niet veilige zitting kan ertoe leiden dat de gebruiker verschuift en de controle over de maaier verliest, met mogelijk de dood of ernstig lichamelijk letsel tot gevolg.

4.1.2 STEL DE MAAIHOOGTE VAN HET DEK IN

Zie afbeelding 10

Voordat u de maaier gebruikt, moet u de maaihoogte instellen op de voor uw gazon meest geschikte stand.

De hoogte van het dek is instelbaar van 3.81-11.4 cm. Het maaidek moet tijdens het maaien omhoog worden gebracht om stronken, stenen of andere obstakels te vermijden die het maaidek kunnen beschadigen.

LET OP!

Houd de hendel voor het instellen van de dekhoogte stevig vast bij het instellen van de dekhoogte en laat hem pas los als hij vastzit in de gewenste sleuf. Het snel loslaten van de hendel kan een knel- of trekgevaar opleveren voor uw handen.

  1. Stop de maaier en ontkoppel de bladen.
  2. Draai de sleutel in de OFF-positie en zet de parkeerrem aan.
  3. Om het maaidek omhoog te zetten, pakt u de hendel voor de maaihoogte-instelling vast, duwt u naar links om deze los te maken van de sleuf, beweegt u naar de achterkant van de maaier en duwt u vervolgens naar rechts in de sleuf om deze vast te zetten.
  4. Om het maaidek te laten zakken, pakt u de hendel voor het instellen van de maaihoogte vast, duwt u naar links om deze los te maken van de sleuf, beweegt u naar de voorkant van de maaier en duwt u vervolgens naar rechts in de sleuf om deze vast te zetten.

4.1.3 INSTALLEER HET ACCUPACK

Zie afbeelding 11

Om te controleren of de accu's van de maaier volledig zijn opgeladen, controleert u de accu-indicator. Zie de handleiding van de accu voor meer details.

Engels

  1. Til het zittingpaneel op.
  2. Til het deksel van het accuvak op.
  3. Plaats het accupack in het accuvak.

WAARSCHUWING

Lijn de ribben van de accu uit met de accupoort. Zorg ervoor dat de accuvergrendeling soepel in het accuvak klikt.

4.1.4 VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT

  • Zorg ervoor dat het werkgebied vrij is van kinderen, omstanders en huisdieren.
  • Maak het werkgebied vrij van voorwerpen die door de maaibladen kunnen worden geworpen.
  • Controleer de werking van de remmen.
  • Controleer de bandenspanning.
  • Controleer op losse bevestigingen.
  • Controleer of alle afschermingen aanwezig zijn en goed werken.
    • Maak de maaier schoon.
  • Test de veiligheidsvergrendeling.
  • Zet de zitting in de gewenste positie.
  • Controleer het oplaadniveau van de accu.

4.1.5 VEILIGHEIDSVERGRENDELING

Zie afbeelding 12

Deze maaier is voorzien van een veiligheidsvergrendeling om de gebruiker te beschermen door de bladen uit te schakelen als de gebruiker de zitting verlaat terwijl de bladen draaien. Test het systeem voor elk gebruik om er zeker van te zijn dat het goed werkt.

  1. Zorg ervoor dat de rijrichtingsschakelaar in de neutrale stand (N) staat en dat de PTO-schakelaar omlaag staat.
  2. Steek de startsleutel in en draai de sleutel naar ON.
  3. Maak de parkeerrem los.
  4. Zet de PTO-schakelaar omhoog om de bladen te activeren.
  5. Sta kort van de zitting op, maar stap niet van de maaier af.

De bladen moeten binnen 5 seconden uitschakelen. Zo niet, neem dan contact op met de klantenservice. Gebruik de maaier niet totdat het veiligheidsvergrendelingssysteem is gerepareerd.

4.2 GEBRUIK VAN DE MACHINE

4.2.1 START DE MACHINE

i OPMERKING

Maak het gebied vrij van omstanders voordat u de maaier bedient. Als iemand het maaigebied betreedt, stop dan onmiddellijk en ga pas weer maaien als de omstanders het gebied verlaten hebben.

  1. Zet het maaidek in de hoogste stand.
  2. Steek de startsleutel in en draai de sleutel naar ON.
  3. Zet de richtingsschakelaar in de neutrale stand (N).
  4. Maak de parkeerrem los.
  5. Trek de PTO-schakelaar van het maaidek omhoog om de bladen te starten voor het maaien.
  6. Druk de richtingsschakelaar in de rijstand (D) en rijd naar de gewenste maaiplaats.

i OPMERKING

Wees voorzichtig bij het oversteken van grindpaden of opritten. Schakel de bladen uit en zet het maaidek in de hoogste stand voordat u gaat oversteken, om de kans op terugslag te minimaliseren. Rijd langzaam om verlies van tractie en controle te voorkomen.

Engels

i OPMERKING

Probeer niet van richting te veranderen terwijl de maaier in beweging is. Kom altijd volledig tot stilstand voordat u de richting van de maaier verandert.

4.2.2 STEL DE CRUISECONTROL IN

  1. Terwijl u de maaier vooruit rijdt, drukt u het gaspedaal in totdat de gewenste snelheid is bereikt.
  2. Druk op de cruisecontrolknop en houd deze 0,4s ingedrukt.
  3. Laat het gaspedaal los. De maaisnelheid moet constant blijven.

4.2.3 LAAT DE CRUISECONTROL LOS

  1. Trap het gaspedaal in, trap het rempedaal in.

4.2.4 STEL DE PARKEERREM IN

  1. Trap het rempedaal volledig in en houd het vast.
  2. Trek de handgreep van de parkeerrem omhoog en houd hem vast.
  3. Laat het rempedaal los.
  4. Laat de parkeerrem los.

WAARSCHUWING

Laat de maaier nooit onbeheerd achter wanneer de motor draait. Controleer of de parkeerrem is aangetrokken en de sleutel is verwijderd. Als de parkeerrem niet wordt aangetrokken, kan de maaier in beweging komen, en als u de sleutel laat zitten, kan onbevoegd gebruik mogelijk zijn, met ernstig persoonlijk letsel tot gevolg.

4.2.5 MAAK DE PARKEERREM LOS

  1. Trap het rempedaal in om de parkeerrem los te zetten.

4.2.6 STOPPEN VAN DE MACHINE

  1. Zet de maaier stil op een vlakke, horizontale ondergrond.
  2. Stel de parkeerrem in.
  3. Druk de PTO-schakelaar omlaag om de bladen uit te schakelen.
  4. Draai de sleutel in de OFF-positie.

4.2.7 ACHERUITRIJDEN

Zie afbeelding 13

  • Trap het rempedaal in en breng de maaier volledig tot stilstand.
  • Druk de PTO-schakelaar omlaag om de bladen uit te schakelen.
  • Zet de richtingsschakelaar in de achteruitstand (R).
  • Druk op de knop voor achteruit maaien.
  • Zet de PTO-schakelaar omhoog, druk het gaspedaal langzaam in en maai achteruit.

WAARSCHUWING

Maai niet achteruit, tenzij het absoluut noodzakelijk is. Kijk vóór en tijdens het achteruitrijden altijd naar beneden en naar achteren om er zeker van te zijn dat er geen kinderen, omstanders of huisdieren in het maalgebied komen. Vergeet niet dat een onvoorzichtige fractie van een seconde voldoende is om de dood of ernstig letsel te veroorzaken.

WAARSCHUWING

Wees vooral voorzichtig vóór en tijdens het achteruitrijden met toebehoren, omdat deze het zicht kan beperken. Kijk altijd goed achter en naar beneden voor kleine kinderen, omstanders en huisdieren en verplaats de maaier langzaam om ongelukken te voorkomen die de dood of ernstig lichamelijk letsel kunnen veroorzaken.

Engels

4.2.8 GEBRUIK DE USB-POORT

Zie afbeelding 14

De USB-laadpoort levert een laadvermogen van 5 volt gelijkstroom bij maximaal 2,1 ampère voor uw mobiele telefoon, mp3-speler of andere USB-apparaten. Raadpleeg de gebruikershandleiding van uw apparaat voor specifieke oplaadvereisten.

Sluit het ene uiteinde van een USB-kabel (niet meegeleverd) aan op uw apparaat en het andere uiteinde op de USB-oplaadpoort van de maaier, om te beginnen met het opladen van uw apparaat.

i OPMERKING

Pogingen om apparaten van meer dan 2,1 ampère op te laden kunnen de USB-laadpoort en/of de maaier beschadigen.

i OPMERKING

De USB-poort wordt alleen gevoed wanneer de machine start.

WAARSCHUWING

Gebruik nooit een hoofdtelefoon of een elektronisch apparaat, zoals een smartphone of tablet, terwijl u de maaier bedient. Afgeleide bediening kan leiden tot een ongeval met de dood of ernstig lichamelijk letsel van de gebruiker of een omstander tot gevolg.

4.2.9 TIPS VOOR HET GEBRUIK

Zie afbeelding 15

  • Hou de maaibladen scherp.
  • Zorg ervoor dat het gazon vrij is van stenen, stokken, draden, speelgoed, boomtakken en andere voorwerpen die de maaibladen of de motor van de grasmaaier kunnen beschadigen. Maai niet over palen of andere metalen palen. Dergelijke voorwerpen kunnen het blad beschadigen of per ongeluk door de maaier in een willekeurige richting worden geslingerd en ernstig persoonlijk letsel van de gebruiker en anderen veroorzaken.
  • Maai voor een gezond gazon altijd een derde of minder van de totale lengte van het gras af.
  • Draai bij het maaien van grote oppervlakken eerst naar rechts, zodat het maaisel wegvloeit van struiken, hekken, opritten etc. Na een of twee rondes maait u in de tegenovergestelde richting, waarbij u naar links draait tot u klaar bent.
  • Maai zo dat het afgevoerde maaisel uitmondt in de richting van het reeds gemaaide gazongedeelte.
  • Wanneer u zwaar gras maait, vermindert u de snelheid om effectiever te kunnen maaien en het maaisel goed af te voeren.
  • Bij normaal maaien, maait u ongeveer 38 mm af. Meer maaien is niet aan te bevelen, tenzij het gras schaars is of het einde van het maaiseizoen is.
  • Maai geen nat gras. Het blijft plakken aan de onderkant van het maaidek en verhindert het opzakken of mulchen van het maaisel.
  • Nieuw of dik gras kan een smallere snede of een hogere maaihoogte vereisen.
  • Houd het maaidek en de uitwerpopening schoon. Verwijder voor en na elk gebruik maaisel, bladeren, vuil en ander opgehoopt vuil. Niet schoonspuiten met een tuinslang.

i OPMERKING

Zet de maaier altijd stil, laat de bladen volledig tot stilstand komen en verwijder de startsleutel alvorens onder de maaier te reinigen.

4.2.10 GEBRUIK OP EEN HELLING

Zie afbeelding 16

Hellingen zijn een belangrijke factor bij ongevallen waarbij de gebruiker de macht over het stuur verliest of kantelt, wat kan leiden tot ernstig letsel of de dood. Het gebruik op alle hellingen vereist extra voorzichtigheid. Als u de helling niet kunt oprijden of als u zich niet op uw gemak voelt, maai de helling dan niet.

Engels

  • Rijd op hellingen in de door de fabrikant aanbevolen richting. Wees voorzichtig in de buurt van gaten in het terrein.
  • Gebruik de machine niet onder omstandigheden waarbij tractie, besturing of stabiliteit in het geding is. Banden kunnen wegglijden, zelfs als de wielen stilstaan.
  • Houd de machine altijd in de versnelling bij het afdalen van hellingen. Niet laten uitrollen.
  • Maai hellingen op en af, niet overdwars.
  • Kijk uit voor gaten, spoorvorming, hobbels, stenen of andere verborgen voorwerpen. Oneffen terrein kan de machine doen kantelen. Hoog gras kan obstakels verbergen.
  • Maai niet in de buurt van afgronden, greppels of taluds. De machine kan plotseling kantelen als een wiel over de rand gaat of als de rand inzakt.
  • Kies een lage rijsnelheid zodat u niet hoeft te stoppen of te schakelen als u op een helling rijdt.
  • Maai niet op nat gras. Banden kunnen tractie verliezen.
  • Vermijd starten, stoppen en draaien op een helling. Als de banden hun grip verliezen, schakel dan de bladen uit en ga langzaam rechtuit de helling af.
  • Laat alle bewegingen op hellingen langzaam en geleidelijk verlopen. Maak geen plotselinge veranderingen in snelheid of richting, waardoor de machine zou kunnen omrollen.
  • Wees extra voorzichtig bij het bedienen van de machine met hulpstukken; deze kunnen de stabiliteit van de machine beïnvloeden. Rijd niet op steile hellingen.
  • Als u de optionele toebehoren (graszak) gebruikt, moet u uiterst voorzichtig zijn en de maaier langzaam laten werken als u op hellingen werkt, omdat de graszak de stabiliteit van de maaier kan veranderen.
  • Gebruik altijd de remmen bij het afdalen van de helling. Probeer niet om de maaier in de neutrale stand achteruit te laten rijden.

5 ELEKTRISCH SYSTEEM

  • Verwijder de sleutel en de accu's, en lees de gebruikershandleiding voordat u de machine aanpast of repareert.
  • Verwijder altijd de sleutel en de accu's alvorens aan de machine te werken.
  • Verwijder altijd de sleutel en de accu's wanneer u de machine vervoert.
  • Houd de machine vrij van grasresten, bladeren en ander afval. Sproei GEEN water om de machine te reinigen. Gebruik alleen perslucht. Draag geschikte oog- en gehoorbescherming wanneer u de machine reinigt.
  • Draag altijd een veiligheidsbril en beschermende kleding in de buurt van de accu. Gebruik geïsoleerd gereedschap.
  • Maak het accuvak, het aandrijfmotorcompartiment, het maaidek, de zitting, etc. schoon van alle vuil en afval. Gebruik geen oplosmiddelen, agressieve reinigingsmiddelen of schuurmiddelen.
  • Met de sleutel in de stand ON kan het maaiblad worden ingeschakeld wanneer de AAN/UIT-schakelaar (PTO) van het maaidek is ingeschakeld, zelfs als de aandrijfmotor niet draait. Houd het gebied vrij van omstanders wanneer u de AAN/UIT-schakelaar van het maaidek inschakelt.
  • Alle onderhouds- en opslagruimten moeten naar behoren worden geventileerd overeenkomstig de toepasselijke brandvoorschriften en -verordeningen om brandgevaar te voorkomen.

  • Laat nooit vlammen, vonken of roken toe in de buurt van accu's.

  • Houd accu's buiten bereik van kinderen.
  • Houd beschermkappen, afdekkingen en afschermingen altijd op hun plaats en goed gesloten. Als ze beschadigd raken, moeten ze onmiddellijk worden gerepareerd of vervangen. Wijzig of verwijder nooit veiligheidsvoorzieningen.

5.2 INFORMATIE OVER HET ELEKTRISCH SYSTEEM

De Cramer maaier wordt aangedreven door een 82-volt elektrisch systeem. Het bestaat uit de volgende onderdelen:

  1. Blad- en rijcontroller (1)
  2. Bladmotor (2)
  3. Gaspedaal (1)
  4. Digitaal display (1)
  5. Wielen motor (1)
  6. Accuvak (1)

5.3 DIGITAAL DISPLAY

De functie van het digitale display, dat zich op het bedieningspaneel bevindt, is het verstrekken van elektrische systeeminformatie aan de gebruiker. Het geeft gedetailleerde informatie in de vorm symbolen, codes en nummers.

Engels

Cramer 82LT107 - Engels - 1

#NaamFunctie
1 4G GPS-signaal
2 GreenShield
#NaamFunctie
3 Totaal : 350hWerktijd voertuig
4 De zittingschakelaar is gesloten.
5 Ledverlichting
6 De parkeerrem is aangetrokken.
7 Bladsnelheid
8 D/N/RRijrichting: Vooruit (D), Neutraal (N) en Achteruit (R).
9 80% Accuperocentage
10 Cruisecontrol
11 Achteruit maaien is geactiveerd.

6FOUTEN

Het CANBUS-systeem zal actie ondernemen om de gebruiker en de machine te beschermen wanneer het een probleem detecteert. Wanneer de machine of een onderdeel wordt uitgeschakeld, geeft hij aan dat er een fout is opgetreden, en die fout wordt op het digitale display weergegeven. Alle elektrische fouten hebben een lettercode gevolgd door een nummer. De eerste letter beschrijft het systeem dat de fout heeft veroorzaakt volgens dit schema:

NaamBetekenis
T Rijcontroller en motor
PMU Power Management Unit (in het accuvak)
ML Linker blad motorcontroller
MR Rechter blad motorcontroller
V Voertuig

6.1 FOUTCODE

FoutcodeBeschrijvingOplossing
T11 OverspanningDe spanning is te hoog. Herstart de stroomvoorziening.
T12 OnderspanningDe spanning is te laag. Laad het accupack op voor gebruik.
T13 Fout in de zelftest van de controller Als u dit probleem tegenkomt, neem dan contact op met uw distributeur voor een oplossing.
T14 Aandrijfmotorvastgelopen Controleer of de aandrijfwielen vastzitten en herstart de stroomvoorziening.
T15 Motorencoderfout Controleer of de Hall-effect connector van de rijcontroller goed is aangesloten, en start dan de stroomvoorziening op-nieuw op.
T16 Fout in besturingscircuit controller Als u dit probleem tegenkomt, neem dan contact op met uw distributeur voor een oplossing.
T17 Overtemperatuur van de rijcontrollerDe temperatuur van de controller is te hoog. Wacht tot de controller is afgekoeld en start dan de stroomvoorziening opnieuw op.
T18 Oververhittingvan de aandrijfmotor De ingestelde temperatuur is te hoog. Wacht tot de motor is afgekoeld en start dan de stroomvoorziening opnieuw.
T21 Temperatuursensor van de aandrijf-motor abnormaalSensor van de aandrijf-motor abnormaalControleer de bedrading van de temperatuursensor op afwij-kingen.
T22 Overstroomvan de controllerhard-ware van de aandrijvingDe belasting is te hoog. Herstart de stroomvoorziening.
T23 Fout vóór het laden Herstart de stroomvoorziening.
T25Overstroom van de aandrijfsoftwareDe belasting is te hoog. Herstart de stroomvoorziening.
T26 AandrijvingMOS fout Als u dit probleem tegenkomt, neem dan contact op met uw distributeur voor een oplossing.
T27 Faseverliesvan de motor Controleer of de motorkabels van de rijcontroller correct zijn aangesloten en start dan de stroomvoorziening opnieuw.
T28 Overtemperatuur van de rijcontrollerDe temperatuur van de controller is te hoog. Wacht tot de controller is afgekoeld en start dan de stroomvoorziening opnieuw op.
V14Volgorde achterruit maaien onjuistDruk op de knop voor achteruit maaien voordat u achteruit maait.
V15Fout in de zelftest van het voertuig1. Controleer voordat u het voertuig start of de rem in de ingeschakelde stand staat.2. Voordat u het voertuig start, zet u de schakelaar van het blad in de uit-stand en controleert u of de schakelaar van het blad goed is aangesloten.3. Zet de FNR-versnellingspook in de N-stand voordat u het voertuig start.4. Controleer of de connector onder de zitting goed is aan-gesloten.5. Druk niet op de cruisecontrolknop als u het voertuig start.6. Trap het gaspedaal niet in bij het starten van het voer-tuig.
V16Bedieningsvolgorde onjuistZet het gaspedaal en de bladschakelaar terug in hun uit-gangspositie.

Engels

FoutcodeBeschrijvingOplossing
V17 SPI-communicatiefout Herstart de stroomvoorziening.
V18 Defect accuvak (PMU) Controleer of de gaspedaalkabels goed zijn aangesloten en herstart de stroomvoorziening.
V22 bladsignaal abnormaal Controleer of de bladstartschakelaar correct is aangesloten, en zet de schakelaar vervolgens terug in de uitgangspositie.
V21 PMU CAN-communicatiefout Communicatie met het accuvak is timeout. Herstart de stroomvoorziening.
V23 Zittingschakelaar abnormaal Controleer of de consector onder de zitting goed is aan-gesloten, en start dan de stroomvoorziening opnieuw.
ML3 Linker blad software overstroom Controleer de maabeling en start de stroomvoorziening opnieuw.
ML4 Linker blad vastgelopen Controleer de maaibelasting en zet de bladstartschakelaar terug in de uitgangspositie.
ML6 MOS-fout links Als u dit probleem tegenkomt, neem dan contact op met uw distributeur voor een oplossing.
ML7 Faseverlies bladmotor links Controleer of de kabels van de bladcontroller en de motor goed zijn aangesloten, en start vervolgens de stroomvoorziening opnieuw op.
ML9 Temperatuur linker bladcontroller abnormaalDe temperatuur van de controller is te hoog. Wacht tot de controller is afgekoeld en start dan de stroomvoorziening opnieuw op
ML14 Linker blad hardware overstroom Controleer de maaibelasting en start de stroomvoorziening opnieuw.
ML15 Linker blad start niet Controleer de maaibelasting en zet de bladstartschakelaar terug in de uitgangspositie.
MR3Bescherming tegen te lage snelheid van de motorControleer de maaibelasting en start de stroomvoorziening opnieuw.
MR4Bescherming tegen te hoog toeren-tal van de motorControleer de maaibelasting en zet de bladstartschakelaar terug in de uitgangspositie.
MR6Motor Hall-sensor foutAls u dit probleem tegenkomt, neem dan contact op met uw distributeur voor een oplossing.
MR7Faseverlies van de controller Controleer of de kabels van de bladcontroller en de motor goed zijn aangesloten, en start vervolgens de stroomvoorziening opnieuw op.
MR9MOSFET open circuit foutDe temperatuur van de controller is te hoog. Wacht tot de controller is afgekoeld en start dan de stroomvoorziening opnieuw op.
MR14Controller onderspanningControleer de maaibelasting en start de stroomvoorziening opnieuw.
MR15Controller overspanningControleer de maaibelasting en zet de bladstartschakelaar terug in de uitgangspositie.
PMU10 Fout in accupack open circuit De temperatuur van het accuvak en de accu is te laag. Gebruik de machine bij een geschikte temperatuur en start de stroomvoorziening opnieuw op.
PMU11PMU grote foutDe temperatuur van het accuvak en de accu is te hoog. Wacht tot de accu is afgekoeld en start dan de stroomvoorziening opnieuw op.

Engels

Foutcode Beschrijving Oplossing
PMU12 PMU secundaire fout Door een grote fout in het accuvak konden de aandrijving en het bladsysteem niet starten. Start de stroomvoorziening opnieuw en probeer het opnieuw.
PMU13 Geen accupack beschikbaar Controleer of u het juiste accupack gebruikt, en start vervolgens de stroomvoorziening opnieuw op.
PMU Onvoldoende accu's beschikbaar, functionaliteit kan beperkt zijn.Plaats meer accu's.
N.v.t. Communicatiefout display Controleer de aansluitingen van het display en het CAN-net-werk.

7 ONDERHOUD

7.1 ONDERHOUD VAN DE MAAIBLADEN

Controleer de maaibladen dagelijks. Zij zijn de sleutel tot vermogensefficiëntie en een goed verzorgde grasmat. Houd de bladen scherp - een bot blad scheurt het gras in plaats van het te snijden, waardoor er binnen een paar uur een bruine rafelige top op het gras achterblijft. Een bot blad vergt ook meer kracht. Vervang elk blad dat verbogen, gebarsten of gebroken is.

WAARSCHUWING

Probeer nooit een gebogen blad recht te maken door het te verhitten, of een gescheurd of gebroken blad te lassen, want het blad kan breken en ernstig letsel veroorzaken. Vervang versleten of beschadigde bladen.

WAARSCHUWING

Werk nooit met bladen terwijl de sleutel in het contactslot zit. Draai de sleutel in de OFF-positie, verwijder de accu's uit de machine. Blokkeer de maaier als u eronder moet werken. Draag handschoenen bij het hanteren van bladen. Controleer altijd op beschadiging van het blad als de maaier een steen, een tak of andere vreemde voorwerpen raakt!

GEVAAR!

Het bijwerken van de scherpte van het blad kan met een vijl. Controleer de bladen op balans na het slijpen. Een in de handel verkrijgbaar balanceerwerktuig is verkrijgbaar bij de meeste ijzerwinkels, of u kunt het blad uitbalanceren door het op een omgekeerde lijnpons of een 12,7 mm bout te plaatsen. De balans van het blad mag niet overhellen of kantelen. Terwijl u het blad langzaam ronddraait, mag het niet wiebelen. Als het blad uit balans is, moet u het uitlijnen voordat u het opnieuw installeert. Leg het blad op een vlakke ondergrond en controleer op vervorming. Vervang elk vervormd blad.

WAARSCHUWING

  • Het gebogen deel van het blad moet omhoog wijzen naar de binnenkant van het maaidek om goed te kunnen maaien.
  • Wanneer u bladen monteert, moet u ze na montage draaien om ervoor te zorgen dat de bladpunten elkaar of de zijkanten van de maaier niet raken.
  • Als de bout niet correct wordt aangedraaid, kan het blad verloren gaan, wat ernstig letsel kan veroorzaken.
  • Maaibladen zijn scherp en kunnen snijden. Draag handschoenen en wees extra voorzichtig bij het onderhoud.

7.1.1 VERVANG HET BLAD

Zie afbeelding 17

  1. Stop de motor, verwijder de startsleutel en stel de parkeerrem in werking.
  2. Verhoog de hoogte van het maaidek tot de hoogste stand om toegang tot de bladen mogelijk te maken.

Engels

i OPMERKING

Breng de maaier zo nodig omhoog door hem op een lift te zetten of door een krik en kriksteunen te gebruiken, of verwijder het maaidek zoals beschreven in het vorige hoofdstuk om toegang te krijgen tot de bladen.

WAARSCHUWING

Als u de maaier optilt om bij de bladen te komen, moet u ervoor zorgen dat de maaier goed staat en dat de parkeerrem is ingeschakeld voordat u verder gaat. Als u de maaier niet goed vastzet, kan deze vallen, met de dood of mogelijk ernstig lichamelijk letsel tot gevolg.

  1. Klem een blok hout tussen het blad en het maaidek om te voorkomen dat het blad draait.
  2. Draai de bladmoer los door hem linksom te draaien (gezien vanaf de onderkant van de maaier) met behulp van een 16 mm sleutel of copsleutel (niet meegeleverd).
  3. Verwijder de bladmoer, spacer, bladisolator en het blad.
  4. Schroef de bladmoer op de as en draai hem handvast.
  5. Draai de bladmoer met de klok mee vast met een momentsleutel (niet meegeleverd) om er zeker van te zijn dat de bout goed vastzit. Het aanbevolen aanhaalmoment voor de moer is 90 Nm\~ 100 Nm.

WAARSCHUWING

Zorg ervoor dat het blad goed zit en dat de moer van het blad is vastgedraaid met het bovenstaande koppel. Als u het blad niet correct bevestigt, kan het losraken en mogelijk ernstig persoonlijk letsel veroorzaken.

  1. Herhaal dit zo nodig met het tweede blad.

i OPMERKING

Zorg ervoor dat alle onderdelen in de juiste volgorde worden teruggeplaatst.

7.2 VERVANG DE KOPLAMP

Zie afbeelding 18

Bel de klantenservice of bezoek onze website online om een nieuwe koplamp te bestellen.

  1. Parkeer de maaier op een vlakke ondergrond en stel de parkeerrem in.
  2. Stop de motor en verwijder de sleutel.
  3. Verwijder de zeskantbout en de platte ring waarmee het bodempaneel van de maaier op zijn plaats wordt gehouden en leg deze opzij.
  4. Til het vloerpaneel iets op om bij de twee zeskantschroeven en platte ringen te komen waarmee de koplamp op zijn plaats wordt gehouden. Verwijder de schroeven en ringen en zet ze opzij.
  5. Maak de oude koplamp los.
  6. Nieuwe koplamp aansluiten en sluitringen en schroeven weer aanbrengen. Draai ze goed vast.
  7. Laat het vloerpaneel zakken en breng de sluitring en schroef weer aan om het paneel vast te zetten.

7.3 BANDEN

Voor vlak maaien is het belangrijk dat alle banden de juiste bandenspanning hebben. De aanbevolen druk is:

i OPMERKING

De bandenspanning mag alleen worden gemeten of aangepast als de banden koud zijn.

Aandrijfwielen 8 psi

Zwenkwielen 24 psi

i OPMERKING

Inspecteer de banden dagelijks. Bij beschadiging onmiddellijk vervangen.

Engels

WAARSCHUWING

Controleer de bandenspanning zorgvuldig tijdens het oppompen. Als er te veel lucht in de band zit, kan de band barsten en ernstig persoonlijk letsel veroorzaken.

7.4 SMERING

Zie afbeelding 19

Voeg olie toe voor gebruik.

Type olie SAE85W-140
Oliecapaciteit 180 ml

Neem contact op met uw Cramer dealer om de smering te vervangen.

i OPMERKING

Vervang de versnellingsbakolie nadat u de machine voor het eerst 50 uur hebt gebruikt en vervang de olie vervolgens om de 200 uur.

7.5 KOPPELWAARDEN

WAARSCHUWING

Bijzondere aandacht moet worden besteed aan het aandraaien van de wielmoeren van het aandrijfwiel en de bouten van het blad. Als u deze items niet correct aandraait, kan dit leiden tot verlies van een wiel of blad, wat ernstige schade of persoonlijk letsel kan veroorzaken.

De aanhaalmomenten worden hieronder gegeven:

Onderdeel Ft-lbs. Nm
Wielmoeren 89 120
Bladbout 66 90

Alleen wielmoeren -Aanbevolen wordt deze te controleren na de eerste 2 bedrijfsuren, in het begin, om de 100 uur en na verwijdering voor reparatie of vervanging.

7.6 ONDERHOUD VAN HET ACCUPACK

Uw Cramer maaier wordt aangedreven door een accupack die, mits goed onderhouden, jarenlang meegaat. Volg de volgende instructies voor het juiste onderhoud:

  • Laad de accu's altijd op na elk gebruik.
  • Wanneer een accupack volledig is ontladen en uitgeschakeld, kunt u de accu het beste zo snel mogelijk weer opladen. Overmatige ontlading van het accupack betekent dat de levensduur van de accu wordt verkort en dat de accu permanent beschadigd kan raken. Het is niet nodig om het accupack volledig op te laden; zelfs als u de accu slechts 5-10 minuten oplaadt, is dit al voldoende. Het is het beste om het binnen 24 uur op te laden.
  • Voorkom dat gras, vuil en afval zich in de buurt van de accupolen en in de buurt van de accu verzamelen.
  • Laad de accu's binnenshuis op in een goed geventileerde en droge ruimte, uit de buurt van vonken of vlammen. Stel de lader nooit bloot aan regen, damp of vloeistof.
  • Laad alleen lithiumaccu's geleverd door Cramer.
  • Raak het ongeïsoleerde deel van de lader (aansluitpinnen) of van de uitgangsconnector niet aan.
  • Niet gebruiken met defecte snoeren en draden. Vervang defecte snoeren en draden onmiddellijk.
  • Voor langdurige opslag, zorg voor een opslagtemperatuur van -20°C - 45°C binnen één maand, en 0°C - 35°C tussen twee en twaalf maanden.
  • De werkomgeving van het accupack is -20^ - 55^ voor ontladen, en 0^ 55^ voor opladen.

Engels

7.7 ONDERHOUD VAN HET ACCUVAKFILTER

Vervang het accuvakfilter elke 200 uur.

7.8 SERVICE

i BELANGRIJK

Wacht tot alle beweging is gestopt alvorens de machine af te stellen, te reinigen of te repareren. Reparaties of onderhoud waarvoor stroom nodig is, mogen alleen worden uitgevoerd door opgeleid onderhoudspersoneel. Lees de veiligheidswaarschuwingen voorin de handleiding en neem deze in acht.

i BELANGRIJK

Reparaties of onderhoud waarvoor stroom nodig is, mogen alleen worden uitgevoerd door opgeleid onderhoudspersoneel.

  • Parkeer de maaier op een vlakke ondergrond. Zorg ervoor dat de besturingshendels in de neutrale stand staan en dat de PTO-schakelaar in de OFF-positie staat. Til het dek op, draai de sleutel in de OFF-positie, verwijder de sleutel uit de schakelaar en verwijder de accu's uit het accuvak onder de zitting.
  • Alle onderhoudswerkzaamheden waarbij de veiligheidsafdekkingen moeten worden verwijderd, moeten worden uitgevoerd door een opgeleide onderhoudstechnicus.
  • Gebruik geschikte hulpmiddelen om onder de maaier schoon te maken, en zorg ervoor dat geen enkel lichaamsdeel - vooral armen en handen - onder de maaier zit.
  • Houd uw machine schoon en verwijder alle afval en maaisel.
  • Houd het accuvak, het maaidek en de bedieningsplaats schoon van opgehoopt afval, gemaaid gras en ander afval.
  • Maak het accuvak, het aandrijfmotorcompartiment, het maaidek, de zitting, etc. schoon van alle vuil en afval. Gebruik voor het reinigen alleen perslucht. Gebruik geen water, oplosmiddelen, agressieve reinigingsmiddelen of schuurmiddelen.
  • Draag altijd geschikte oogbescherming bij het onderhoud van de accu's of bij het slijpen van de maaibladen en het verwijderen van opgehoopt vuil. Probeer nooit om aanpassingen of reparaties uit te voeren aan het aandrijfsysteem van de maaier, het maaidek of een hulpstuk terwijl de tractieaandrijving in werking is. Reparaties of onderhoud waarvoor stroom nodig is, mogen alleen worden uitgevoerd door opgeleid onderhoudspersoneel.
  • Werk nooit onder de machine of het aanbouwdeel tenzij deze veilig is ondersteund met kriksteunen. Zorg ervoor dat de machine stevig staat wanneer hij wordt opgeheven en op de kriksteunen wordt geplaatst.
  • De kriksteunen mogen niet toelaten dat de machine beweegt wanneer de tractieaandrijving in werking is en de aandrijfwielen draaien. Gebruik alleen gecertificeerde kriksteunen. Gebruik alleen geschikte kriksteunen met een minimum draagvermogen van 900 kg om de machine te ondersteunen. Gebruik altijd twee kriksteunen. Volg de instructies die bij de kriksteunen worden geleverd.
  • Raak geen hete onderdelen van de machine aan.
  • Houd bouten en moeren vastgedraaid, vooral de bouten van de bladbevestiging. Houd de machine in goede staat.
  • Knoei nooit met veiligheidsvoorzieningen. Controleer regelmatig hun goede werking.
  • Draai de sleutel in de OFF-positie voordat u de uitwerpopening ontstopt.
  • Maak de uitwerpopening nooit vrij terwijl de machine draait. Draai de sleutel in de OFF-positie en zorg ervoor dat de bladen stilstaan voordat u ze schoonmaakt. Gebruik een stok om een verstopte uitwerpopening vrij te maken. Gebruik nooit uw handen!
  • Stop de machine en laat de bladen stilstaan voordat u de uitwerpopening ontstopt. Onderdelen van grasopvangsystemen zijn onderhevig aan slijtage, beschadiging en veroudering, waardoor bewegende delen bloot kunnen komen te liggen of voorwerpen kunnen worden geworpen. Controleer regelmatig de onderdelen en vervang deze indien nodig door door de fabrikant aanbevolen onderdelen.
  • Wees voorzichtig wanneer u onder het maaidek werkt, want de maaibladen zijn uiterst scherp. Draag handschoenen en wees extra voorzichtig bij het onderhoud.
  • Gebruik alleen originele Cramer maaieronderdelen om ervoor te zorgen dat de originele normen worden gehandhaafd.
  • Verwijder altijd de accu's wanneer u de machine vervoert. Houd de machine vrij van grasresten, bladeren en ander afval.

Engels

  • Controleer regelmatig de werking van de remmen. Afstellen en onderhoud indien nodig.
  • Onderhoud of vervang zo nodig veiligheids- en instructielabels.
  • Laat uw zitmaaier onderhouden door een gekwalificeerde reparateur die uitsluitend identieke vervangingsonderdelen gebruikt. Zo blijft de veiligheid van de zitmaaier gewaarborgd.
  • Laad alleen op met de laders die door de fabrikant zijn aangegeven. Een oplader die geschikt is voor een bepaald type accupack kan tot brandgevaar leiden wanneer deze wordt gebruikt met een andere accu.

8 VERVOER EN OPSLAG

8.1 TRANSPORT

WAARSCHUWING

Wees extra voorzichtig bij het laden of lossen van de machine in een aanhangwagen. Druk op de knop voor lage snelheid en beweeg voorzichtig de aandrijfhendels om de snelheid te regelen. Ga bij het laden altijd achteruit op de aanhangwagen. Bij het laden of lossen van de maaier mag de aanbevolen maximale bedieningshoek van 15° niet worden overschreden. Het niet opvolgen van deze instructies kan leiden tot verlies van controle en de dood, ernstig persoonlijk letsel of materiële schade tot gevolg hebben.

WAARSCHUWING

Wees voorzichtig bij het laden of lossen van de maaier op een aanhangwagen. Zorg ervoor dat het maaidek in de hoogste stand staat, zodat het niet vast komt te zitten op de oprit. De wielen van de maaier kunnen van het platform of de aanhangwagen afraken, waardoor de maaier kan kantelen of omvallen, en er een knelgevaar ontstaat dat de dood of ernstig lichamelijk letsel kan veroorzaken.

  1. Parkeer de maaier op een vlakke ondergrond.
  2. Zet het maaidek in de hoogste stand.
  3. Plaats en bevestig de oprijplaat op de aanhangwagen volgens de instructies van de fabrikant.

i OPMERKING

Wij raden u aan één laadklep over de volle breedte te gebruiken die minstens 1 m breder is dan de maaier, om het risico te minimaliseren dat de wielen van de maaier van de zijkant van de klep raken.

  1. Zet de maaier langzaam terug op de helling en in de aanhanger.
  2. Laat het maaidek volledig zakken.
  3. Stel de parkeerrem in.
  4. Schakel de maaier uit en verwijder de sleutel.
  5. Zet de maaier zo nodig vast met riemen of kabels om beweging tijdens het vervoer te voorkomen.

WAARSCHUWING

Verwijder altijd de startsleutel en stel de parkeerrem in wanneer u de maaier vervoert, om te voorkomen dat deze per ongeluk wordt gestart of in beweging komt, wat tot ernstig persoonlijk letsel kan leiden.

8.2 REINIGING EN OPSLAG

8.2.1 DE MACHINE REINIGEN

  • Verwijder gras en bladeren op of rond het motordeksel (gebruik geen hogedrukpistool om de motor door te spoelen).
  • Veeg de maaier af en toe schoon met een droge doek.
  • Als er zich tijdens het gebruik vuil aan de onderkant van de maaier ophoopt, dient u de motor te stoppen, de machine uit te zetten en dit met een geschikt gereedschap schoon te schrapen.

8.2.2 HET MAAIDEK SCHOONMAKEN

Zie afbeelding 20

- Zet de handrem in de parkeerstand.

Engels

  • Stel de maaidekhoogte in op de laagste stand.
  • Bevestig de meegeleverde snelkoppeling van de waspoort aan de tuinslang.
  • Bevestig de tuinslang met snelkoppeling aan de waspoort op het maaidek. De waspoort zit aan de linkerkant van het maaidek.
  • Draai de waterkraan open.
  • Trek aan de PTO-schakelaar om de bladen te starten en stel de bladsnelheid in op de hoogste stand.
  • Spoel water onder het dek gedurende ongeveer een minuut.
  • Schakel de maaibladen uit door de PTO-schakelaar omlaag te drukken.
  • Draai de waterkraan dicht en verwijder de tuinslang en de snelkoppeling uit de waspoort.
  • Verwijder de snelkoppeling van de tuinslang en bewaar deze voor toekomstig gebruik.
  • Zet de maaier helemaal uit.

8.2.3 OPSLAG VAN DE MACHINE

De volgende stappen moeten worden genomen om de machine gereed te maken voor opslag.

  • Reinig de machine zoals beschreven in de vorige paragraaf.
  • Controleer het blad en vervang of slijp het, indien nodig (zie het hoofdstuk Onderhoud).
  • Bewaar de machine niet naast corrosieve materialen, zoals kunstmest of steenzout.
  • Houd de machine buiten bereik van kinderen.
  • Dek de machine niet af met bouwplastic. Plastic bekledingen houden vocht vast rond de machine, wat roest en corrosie veroorzaakt.
  • Controleer grondig op versleten of beschadigde onderdelen die vervangen moeten worden en bestel deze bij uw dealer.

- Neem contact op met het servicecentrum om de machine grondig te smeren.

- Laad de accu's volledig op voordat u deze opslaat.

- Laat de banden niet leeglopen.

- De machine moet worden opgeslagen op een goed geventileerde, schone en droge plaats, aangezien de acculader niet kan worden gebruikt in een natte omgeving.

  • Houd de accu's altijd volledig opgeladen. Het is vooral belangrijk om schade aan de accu te voorkomen wanneer de temperatuur lager is dan 0°C.
  • Sluit de laadadapter aan op de laadpoort en de accu's volgens het hoofdstuk Laadadapter in het hoofdstuk Elektrisch systeem.
  • Steek de stekker van de lader in het stopcontact. Zie de gedeelten Acculader, Accu opladen en Laadaanbevelingen in het hoofdstuk Elektrisch systeem voor meer details over het gebruik van de lader en het opladen van de accu's.
  • Voor een maximale levensduur van de accu's kunt u ze het beste kort na elk gebruik volledig opladen.

8.2.4 KLAARMAKEN VOOR GEBRUIK NA OPSLAG

De volgende stappen moeten worden genomen voordat de maaier wordt gebruikt nadat hij is opgeborgen:

• Laad de accu's volledig op.
- Controleer de bandenspanning en pomp deze zo nodig op.
- Rijd kort met de maaier en controleer of alle systemen en onderdelen correct functioneren.

9 PROBLEEMOPLOSSING

PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING
Het voertuig beweegt niet.Het accupack is niet geplaatst Cramer of het accupack is van het verkeerde type.Om de normale werking van het voertuig te garanderen, moet ten minste 1 Cramer accupack in het accuvak wordt geplaatst.
Het accupack is niet opgeladen. Controleer het vermogen van h accupack.
Er zit niemand op de zitting of de zittingschakelaar is niet gesloten.Zorg ervoor dat de gebruiker op de zitting zit.
De parkeerrem is aangetrokken. Zorg ervoor dat u de parkeerrem volledig uitschakelt, zodat de wielen vrij kunnen draaien.
Het accuvak is in slapende toestand. Zet de sleutel in de UIT-stand en wacht meer dan 5 seconden voordat u de machine opnieuw start.
Plotselinge stop tijdens het rijdenDe accu is niet opgeladen. Om de normale werking van het gehele voertuig te waar-borgen, moet u ten minste 1 Cramer accupack in het accuvak hebben.
Ruwe en hobbelige wegen, waardoor de zittingschakelaar wordt uitgeschakeld.Stel de parkeerrem in en start de machine opnieuw en druk op de joystick.
Fout gaspedaal. Contact Cramer uw dealer.
Rijcontroller is defect. Contact Cramer uw dealer.
Het blad werkt niet na het over-halen van de PTO-schakelaar.Het accupack is niet geplaatst Cram-er.Om de normale werking van het gehele voertuig te waar-borgen, moet u ten minste 1 Cramer accupack in het accuvak hebben.
Het accuvermogen is lager dan 5%. Controleer het vermogen van het accupack; als het vermogen van de accu laag is, moet u de accu opladen.
De zittingschakelaar is niet gesloten. Zorg ervoor dat de gebruiker op de zitting zit.
De bladschakelaar (PTO) staat niet in de beginstand voor het inschakelen.Druk op de PTO en trek hem weer omhoog.
Bladmotorblokkering of andere func-tionele bescherming.Controleer of er geen onkruid of andere vreemde voor-werpen in de verbinding tussen het blad en de motor zitten, zodat het blad soepel kan draaien. Het wordt aan-bevolen het dek omhoog te trekken en het blad te starten voordat u het dek in de gewenste versnelling zet.
Loopcontroller is defect. Controleer of er geen andere fout op het display wordt weergegeven.
Het blad stopt bij het maaien van gras.Bladcontroller is defect. Controleer de foutcode op het display.
Bladmotor overbelasting. Reinig de binnenkant van het maaidek, controleer of er geen abnormale bladrotatie is, druk de PTO in, start de machine opnieuw en verminder de bladbelasting, hetzij door de hoogte van het maaidek te verhogen, hetzij door de rijsnelheid te verlagen.
De accutemperatuur is te hoog. Gebruik de accu niet onmiddellijk nadat het opladen is voltooid, anders kan de fout in de temperatuurbeveiliging van het accupack optreden.
Het accuvermogen is lager dan 5%. Het accupack is bijna leeg, laad de accu op.

Engels

PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING
Het blad wordt geraakt door een vreemd voorwerp, waardoor het plot-seling stopt.Zet de sleutel in de OFF-positie en wacht meer dan 5 seconden alvorens de machine opnieuw te starten.
Rijcontroller is defect. Controleer de foutcode op het display.
De maaiier maait het gras ongelijk, en het hoogte-verschil is erg groot.Het blad is bot. Reinig het blad volgens de handleiding.
Het blad is verbogen. Vervang het blad volgens de instructies en draag be-schermende kleding.
Het dek is niet vlak. Maak het dek vlak volgens de instructies om ervoor te zorgen dat de linker- en rechterhoogte gelijk zijn.
De werkelijke maaihoogte komt niet overeen met de gekozen ge-markeerde maai-hoogte.Losse bevestigingsbouten van het dek.Stel de bevestigingsbouten van het dek bij om ervoor te zorgen dat het stevig is geïnstalleerd. Opmerking: het dek moet opnieuw worden genivelleerd nadat de bevesti-gingsbouten zijn bijgesteld.
Het dek is ernstig versleten of be-schadigd.Een dek vervangen.
Abnormaal ver-snipperenHet gazon is te nat. Controleer voor het maaien de toestand van het gras.Als het gras te nat is, wacht dan totdat het gras ge-droogd is.
De maaiier is ingesteld om te veel gras in één keer te maaien.Als het gras te dicht en te hoog is, verhoog dan het maaidek en vermijd zoveel mogelijk het maaien van zwaar gras.
Overmatige machinetrillingenDe bladen zitten los. Reinig het blad volgens de methode in de handleiding.
De bladen zijn verbogen. Vervang het blad volgens de instructies en draag be-schermende handschoenen.
Ongelijk dek. Maak het dek vlak volgens de instructies om ervoor te zorgen dat de linker- en rechterhoogte gelijk zijn.
Los dek. Vergrendel de vaste bouten van het dek.
De maaiier is ingesteld om te veel gras in één keer te maaien.Als het gras te dicht en te hoog is, verhoog dan het maaidek, probeer zwaar gras te vermijden.
Gras of afval dat na het maaien op de grond blijft liggen.De maaiier is ingesteld om te veel gras in één keer te maaien.Als het gras te dicht en te hoog is, verhoog dan het maaidek; als het gras hoger is dan 15 cm, gebruik dan twee maaicycli om het maai-effect te bereiken, probeer zwaar gras te vermijden.
Het gras is te nat. Als het gras te nat is, wacht dan totdat het gras ge-droogd is.
De rijsnelheid is te hoog. Verlaag de rijksnelheid.
De snijsnelheid van het blad is te laag.Verhoog de snelheid van het blad.
Korte maaiperi- iodeHet maaien van zwaar gras kan lei-den tot een korte maaiperiode.Door het maaidek te verhogen of de snelheid van het blad te verlagen, kan de maaiier langer meegaan op één lading.
Maaier rijdt niet rechtuitVerschillende bandenspanning Controleer de achterbandenspanning van de maaier regelmatig volgens de handleiding.
Het voertuig start niet na het was-sen.Onjuiste reiniging, zoals water in het ledscherm, het accuvak en andere elektronische onderdelen.1. Volg de instructies om de machine te reinigen.2. Als het voertuig per ongeluk nat is geworden, zet het dan 12 uur op een droge plaats of föhn het voor gebruik droog.

Engels

PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING
3. Contact Cramer uw dealer.
De maaier is ge-blokkeerd.Onkruid en afval stapelden zich op op het dek.Volg de instructies om de machine elke keer na gebruik schoon te maken.
In de parkeer-stand glijdt de machine snel over de helling en slipt.Ernstige bandenslijtage. Neem contactop uw dealer om de banden te vervangen.
De elektromagnetische rem is be-schadigd of versleten.Neem contact op met uw dealer om de elektromagnetische rem te vervangen.
De elektromagnetische rem wordt handmatig gelost.Controleer de elektromagnetische rem en zet hem terug in de uitgangspositie.
Model nr. 82LT107
Spanning 82 V
Bruto voertuiggewicht 106±3 kg
Lengte 170 cm
Hoogte 117 cm
Breedte (met afvoer) 135 cm
Breedte (zonder afvoer) 107 cm
Dekbreedte 107 cm
Voorwaartse snelheid 0-8 mph
Snelheid achteruit 0-3 mph
Maaihoogtebereik3.81-11.4 cm
Regelknop voor maaihoogte7 stuks
Snelheid zonder belasting2400/3000/3200 RPM
Oplaadtijd4 h (met 8 een lader)
Motorvermogen1.2 kW (bladmotor)
1.2 (aandrijfmotor)
MAX helling15°
Aantal bladen (afvoer/mulch)2
Gemeten geluidsdruk L_pA = 84.77 dB(A), K_pA = 3 dB(A)
Gemeten geluidsvermogen L_wA = 98.24 dB(A)
Gegarandeerde geluidsdruk L_wA.d = 100 dB(A)
TrillingenArmen: ≤2.5 m/s2, K= 1.5 m/s2
Behuizing: ≤2.5 m/s2, K= 1.5 m/s2

11 BEPERKTE GARANTIE

11.1 WAT WORDT GEDEKT DOOR DEZE GARANTIE?

Cramer geeft de volgende garantie uitsluitend aan de oorspronkelijke koper ("Eigenaar") - de garantie is niet overdraagbaar:

Engels

A. Huishoudelijk gebruik: Cramer producten die voor normale huishoudelijke doeleinden worden gebruikt*, hebben een garantie van vijf (5) jaar of 1500 gebruiksuren (wat het eerst wordt bereikt) vanaf de datum van aankoop op alle materialen en vakmanschap van chassis, dek en accu's. Verbruiksartikelen zoals banden en bladen hebben een garantie van dertig (30) dagen vanaf de datum van aankoop. Indien de Eigenaar binnen deze garantieperiode een defect in materiaal of vakmanschap ontdekt:

  • De eigenaar moet dit onmiddellijk melden aan Cramer of een erkende dealer, schriftelijk of via e-mail, telefonisch, app of persoonlijk. Deze kennisgeving mag in geen geval Cramerlater dan vijf (5) jaar na de datum van aankoop worden gemeld.
  • Binnen een redelijke termijn na deze kennisgeving en verificatie van een gewaarborgd gebrek; Cramer zal elk defect in materiaal of vakmanschap aan het Cramer product door, naar eigen keuze, onderdelen te repareren of te vervangen door nieuwe of gebruikte vervangingsonderdelen.
  • Deze reparatie, met inbegrip van onderdelen en arbeid, is voor rekening van Cramer aan de oorspronkelijke eigenaar.

B. Commercieel gebruik: Cramer producten die voor commerciële doeleinden worden gebruikt*, hebben een garantie van vijf (5) jaar of 1500 gebruiksuren (wat het eerst wordt bereikt) vanaf de datum van aankoop op alle materialen en vakmanschap van chassis, dek en accu's. Verbruiksartikelen zoals (inclusief maar niet beperkt tot) banden en bladen hebben een garantie van dertig (30) dagen vanaf de datum van aankoop. Indien de Eigenaar binnen deze garantieperiode een defect in materiaal of vakmanschap ontdekt:

  • De eigenaar moet dit onmiddellijk melden aan Cramer of een erkende dealer, schriftelijk of via e-mail, telefonisch, app of persoonlijk. Deze kennisgeving mag in geen geval Cramerlater dan vijf (5) jaar na de datum van aankoop worden gemeld.
  • Binnen een redelijke termijn na deze kennisgeving en verificatie van een gewaarborgd Cramer zal elk defect in materiaal of vakmanschap aan het Cramer product door, naar eigen keuze, onderdelen te repareren of te vervangen door nieuwe of gebruikte vervangingsonderdelen.
  • Deze reparatie, met inbegrip van onderdelen en arbeid, is voor rekening van Cramer aan de oorspronkelijke (commerciële) eigenaar.

i OPMERKING

Als de accu's niet goed worden onderhouden en niet volledig worden opgeladen, gaan ze minder lang mee en vervalt de garantie op de accu. De bepalingen van deze beperkte garantie zijn niet van toepassing op defecten die te wijten zijn aan:

  • Misbruik of verwaarlozing zoals: waterschade, losse bedrading of verroeste of gecorrodeerde hardware.
  • Gebrekkig onderhoud; schade veroorzaakt door onjuiste installatie van de accu; verwaarlozing, breuk, blootstelling aan extreme temperatuursomstandigheden, inclusief maar niet beperkt tot vriestemperaturen, hete temperaturen, nabijheid van warmtebronnen, inclusief verwarmingstoestellen of vuur, blootstelling aan water of andere stoffen, moedwil, gebruik van de accu in een overgeladen of ongeladen toestand.
  • Een accu die wordt opgeladen door een ander systeem dan de originele acculader.

Voetnoot: *"Normaal huishoudelijk gebruik", zoals hierin genoemd, betekent het gebruik van het product op hetzelfde perceel als uw huis. Gebruik op meer dan één locatie wordt beschouwd als commercieel gebruik, waarna de garantie voor commercieel gebruik van toepassing is.

Alle garantieservice wordt uitgevoerd door een Cramer erkende dealer of Cramer erkende onderhoudsmonteur. Onderhoudsbeurten en/of transportkosten van het product naar en van de erkende dealer, voor garantiewerkzaamheden, zullen worden betaald door de eigenaar van het product. Neem voor service onder garantie contact op met een erkende dealer.

11.3 WAT WORDT NIET GEDEKT DOOR DEZE GARANTIE?

Cramer geeft geen garantie:

  • Reparaties uitgevoerd door onbevoegden.
  • Schade veroorzaakt door het gebruik van het Cramer product voor andere doeleinden dan waarvoor het ontworpen is.
  • Schade veroorzaakt door rampen zoals brand, overstroming, wind en blikseminslag.

Engels

  • Schade veroorzaakt door verwaarlozing, misbruik, abnormaal gebruik, oneigenlijk of onredelijk gebruik, ongeval, nalatigheid of verkeerd gebruik, zoals waterschade.
  • Reparaties of vervanging als gevolg van het gebruik van niet-goedgekeurde onderdelen, accessoires of hulpstukken.
  • Reparaties of vervanging als gevolg van wijzigingen of aanpassingen, naar het oordeel van Cramerdie de werking, prestaties of duurzaamheid van de apparatuur negatief beïnvloedt.
  • Producten, componenten of onderdelen die niet zijn vervaardigd door Cramer.
  • Producten waarvan de identificatie is gewijzigd, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, het verwijderen en/of onleesbaar maken van serienummers.
  • Waardevermindering of schade veroorzaakt door normale slijtage, gebrek aan redelijk en behoorlijk onderhoud, het niet opvolgen van de gebruiksaanwijzing, de onderhouds- en afstelinstructies van het product of andere door Cramer.
  • Onderdelen voor normaal onderhoud en service, waaronder, maar niet beperkt tot, smeermiddelen, afstelonderdelen, bladen, slijpen van bladen, lagers, afstellen van remmen of stuurinrichting.
  • Producten met een niet-goedgekeurde programmering voor dat product, inclusief wijzigingen van parameters, aftermarket programmering of aanpassingen, of een niet-goedgekeurde wijziging van onderdelen, elektronica of software.

11.4 AFWIJZING VAN GARANTIE

De voorgaande garanties komen in de plaats van alle andere garanties, uitdrukkelijk of stilzwijgend, met inbegrip van maar niet beperkt tot de stilzwijgende garanties van verkoopbaarheid en geschiktheid voor een bepaald doel. Echter, indien het Cramer product als een consumentenproduct is aangeschaft, is elke impliciete garantie van verkoopbaarheid of geschiktheid voor een bepaald doel beperkt tot de duur van deze beperkte garantie. In sommige landen zijn beperkingen op de duur van een impliciete garantie niet toegestaan, zodat de bovenstaande beperking mogelijk niet op u van toepassing is. Deze garantie geeft u specifieke rechten en u kunt ook andere rechten hebben die van land tot land kunnen verschillen.

11.5 BEPERKING VAN RECHTSMIDDELEN

In geen geval zal Cramer aansprakelijk zijn voor enige speciale, incidentele of gevolgschade gebaseerd op schending van garantie, contractbreuk, nalatigheid, strikte aansprakelijkheid door onrechtmatige daad, of enige andere wettelijke theorie. Dergelijke schade omvat, maar is niet beperkt tot:

  • Verlies van winst
  • Verlies van besparingen of inkomsten
  • Verlies van gebruik van het Cramer product of bijbehorende apparatuur
  • Kosten van kapitaal
  • Kosten van vervangende apparatuur, faciliteiten, diensten of uitvaltijd
  • De vorderingen van derden, met inbegrip van klanten, en schade aan eigendommen

11.6 TIJDSLIMIET

Tenzij de wet anders bepaalt:

Elke vordering wegens inbreuk op de garantie moet worden ingesteld binnen vijf (5) jaar of zestig (60) maanden na de datum van aankoop in een residentiële en/of commerciële toepassing.

In het geval dat de productiedatum een redelijke termijn voorafgaand aan de eerste aankoop door de klant overschrijdt, Cramer garantie kan onderworpen zijn aan bijkomende beperkingen.

Deze overeenkomst wordt geacht de volledige en exclusieve overeenkomst tussen de partijen te zijn, die in de plaats komt van alle eerdere mondelinge of schriftelijke overeenkomsten en alle andere mededelingen tussen de partijen met betrekking tot het onderwerp van deze overeenkomst.

11.8 VERANTWOORDELIJKHEID VAN DE EIGENAAR

U moet uw Cramer product onderhouden volgens de onderhoudsprocedures beschreven in uw gebruikershandleiding. Dergelijk routine-onderhoud, of het nu door een dealer of door uzelf wordt uitgevoerd, is voor uw rekening.

Engels

Deze machine is, net als alle andere aangedreven apparatuur, potentieel gevaarlijk, tenzij correct bediend. Elke gebruiker moet voorzichtig zijn en altijd de veiligheid voor ogen houden. ledere gebruiker moet, voordat hij het Cramer product gebruikt, zich grondig vertrouwd maken met de gebruikershandleiding betreffende de bediening en veiligheid van de machine, alsmede met alle veiligheidswaarschuwingen op de machine zelf.

11.9 TOEWIJZING VAN RISICO'S

Deze overeenkomst verdeelt de risico's van productfalen tussen Cramer en de eigenaar. Deze toewijzing wordt door beide partijen erkend en komt tot uiting in de prijs van de goederen.

11.10 GARANTIEREGISTRATIE

Tenzij de wet anders bepaalt:

  1. Eigenaren moeten de machine registreren Cramer binnen tien (10) dagen na aankoopdatum.
  2. De registratie kan worden voltooid door het garantieregistratieformulier in te vullen, dat in de bedieningshandleiding is opgenomen.
  3. Registratie kan ook worden voltooid door gebruik te maken van het online formulier op cramertools.com of door de app te gebruiken en een aankoopbewijs te verstrekken (kassabon met aankoopdatum).

12 EC VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING

Naam en adres van de fabrikant:

Naam: Greenworks Tools Europe GmbH

Adres: Brunnenweg 17, 64331 Weiterstadt, Duitsland

Naam en adres van de persoon die het technisch dossier heeft samengesteld:

Naam: Ralf Pankalla

Adres: Brunnenweg 17, 64331 Weiterstadt, Duitsland

Hierbij verklaren wij dat het product

Categorie: Gazontrekker

Model: 82LT107

Serienummer: Zie typeplaatje

Jaar van fabricage: Zie typeplaatje

- is vervaardigd in overeenstemming met de bepalingen van de machinerichtlijn 2006/42/EC.

- is vervaardigd in overeenstemming met de volgende EC-richtlijnen:

• 2014/30/EU

• 2011/65/EU & (EU)2015/863

Voorts verklaren wij dat de volgende (delen/clausules van) Europese geharmoniseerde normen zijn gebruikt:

• EN 62841-1, EN ISO 5395-1, EN ISO 5395-3, EN ISO 14982, IEC 62321-3-1, IEC 62321-4, IEC 62321-5, IEC 62321-6, IEC 62321-7-1, IEC 62321-7-2, IEC 62321-8

Plaats, datum: 11.11.2022 Handtekening: Ted Qu, Directeur Kwaliteit

Ted Qu

Suomi

1 Kuvaus.... 178

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Cramer

Model : 82LT107

Categorie : Grasmaaier