DCS727 - Zaag DEWALT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DCS727 DEWALT in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over DCS727 DEWALT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DCS727 - DEWALT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DCS727 van het merk DEWALT.
GEBRUIKSAANWIJZING DCS727 DEWALT
Nederlands (vertaald vanuit de originele instructies) 106
42 DE7025-XJ klampebeslag
Tilsigtet Brug
Hartelijk gefeliciteerd!
U hebt gekozen voor een DEWALT gereedschap. Jarenlange ervaring, grondige productontwikkeling en innovatie maken DEWALT tot een van de betrouwbaarste partners voor gebruikers van professioneel gereedschap.
Technische gegevens
| DCS727 | ||
| Spanning V | DC | 54 |
| Type 1 | ||
| Accutype Li-Ion | ||
| Zaagbladdiameter mm 250 | ||
| Asgat mm 30 | ||
| Zaagbladdikte mm 1,75 | ||
| Zaagplaatbreedte | mm 3.0 | |
| Max. snelheid zaagblad min | -1 | 4300 |
| Max. zaagbreedte 90° mm 305 | ||
| Max. verstek 45° mm 215 | ||
| Max. zaagdiepte 90° mm 90 | ||
| Max. afschuining 45° | mm 50 | |
| Verstek (max. posities) | links | 50° |
| rechts | 60° | |
| Afschuining (max. posities) | links | 49° |
| rechts | 49° | |
| 0° verstek | ||
| Basisboord max. hoogte 150 mm | mm 28 | |
| Eindbreedte bij max. hoogte 90 mm | mm 290 | |
| Eindhoogte bij max. breedte 305 mm | mm | 77 |
| 45° verstek naar links | ||
| Eindbreedte bij max. hoogte 90 mm | mm 200 | |
| Eindhoogte bij max. breedte 210 mm | mm | 77 |
| 45° verstek naar rechts | ||
| Eindbreedte bij max. hoogte 90 mm | mm 200 | |
| Eindhoogte bij max. breedte 210 mm | mm | 77 |
| 45° afschuining links | ||
| Eindbreedte bij max. hoogte 60 mm | mm 290 | |
| Eindhoogte bij max. breedte 305 mm | mm | 50 |
| 45° afschuining rechts | ||
| Eindbreedte bij max. hoogte 28 mm | mm 290 | |
| Eindhoogte bij max. breedte 305 mm | mm | 20 |
| Remtijd van zaagblad | s | < 4 |
| Gewicht (zonder accuset) | kg 20,5 | |
| Geluidswaarden en/of vibratiewaarden (triax-vectorsom) volgen EN62841-3-9. | |||
| L_PA | (emissie geluidsdrukniveau) | dB(A) | 100,3 |
| L_WA | (niveau geluidsvermogen) | dB(A) | 111,7 |
| K | (onzekerheid voor het gegeven geluidsniveau) | dB(A) | 3 |
Het vibratie- en/of geluids-emissieniveau dat in dit informatieblad wordt gegeven, is gemeten in overeenstemming met een gestandaardiseerde test volgens EN62841 en kan worden gebruikt om het ene gereedschap met het andere te vergelijken. Het kan worden gebruikt voor een eerste beoordeling van blootstelling.

RSCHUWING: Het verklaarde vibratie- en/of geluids-
ieniveau geldt voor de hoofdtoepassingen van het gereedschap.
Als het gereedschap echter voor andere toepassingen wordt gebruikt, dan wel met andere accessoires, of slecht wordt onderhouden, kan de vibratie- en/of geluids-emissie verschillen. Dit kan het blootstellingsniveau aanzienlijk verhogen gedurende de totale werkperiode.
Bij een schatting van het blootstellingsniveau aan vibratie- en/ of geluid moet ook rekening worden gehouden met de tijd dat het gereedschap is uitgeschakeld, of aanstaat maar niet werkelijk wordt ingezet bij werkzaamheden. Dit kan het blootstellingsniveau aanzienlijk verminderen gedurende de totale arbeidsduur.
Stel vast of er nog aanvullende veiligheidsmaatregelen zijn ter bescherming van de gebruiker tegen de effecten van trilling en/of geluid, zoals: het onderhouden van gereedschap en de accessoires, de handen warm houden (relevant voor trilling) en de organisatie van werkpatronen.
EG-conformiteitsverklaring
Machinerichtlijn en richtlijn radioapparatuur

Verstekzaag
DCS727
DEWALT verklaart dat deze producten zoals beschreven onder Technische gegevens in overeenstemming zijn met:
2006/42/EG, EN62841-1:2015/AC:2015; EN62841-3-9:2015/AC:2016-09.
Deze producten voldoen ook aan de Richtlijn 2014/53/EU, 2014/30/EU en 2011/65/EU. Neem voor meer informatie contact op met DEWALT via het volgende adres of kijk op de achterzijde van de gebruiksaanwijzing.
De ondergetekende is verantwoordelijk voor de samenstelling van het technische bestand en legt deze verklaring af namens DEWALT.

text_image
M. RergelMarkus Rompel
D-65510, Idstein, Duitsland
14.06.2019

WAARSCHUWING: Lees de instructiehandleiding om het
risico op letsel te verminderen.
Definities: Veiligheidsrichtlijnen
De definities hieronder beschrijven de ernstgraad voor elk signaalwoord. Gelieve de handleiding te lezen en op deze symbolen te letten.
GPVAAR: Wijst op een dreigende gevaarlijke situatie die, indien niet verheden, zal leiden tot de dood of ernstige verwondingen.
WAARSCHUWING: Wijst op een mogelijk gevoarlijke situatie de, indien niet vermeden, zou kunnen leiden tot de dood of ernstige letsels.
VORZICHTIG: Wijst op een mogelijk gevaarlijke situatie die, indien met vermeden, kan leiden tot kleine of matige letsels.
OPMERKING: Geeft een handeling aan waarbij geen persoonlijk letsel optreedt die, indien niet voorkomen, schade aan goederen kan veroorzaken.
W op risico van een elektrische schok.
Wtop brandgevaar.
| Accu's Laders/Laadtijden (Minuten) | |||||||||||
| Cat # V | Ah Gewicht (kg) | DCB104 | DCB107 | DCB112 | DCB113 | DCB115 | DCB118 | DCB132 | DCB119 | ||
| DCB546 | 18/54 | 6,0/2,0 | 1,05 | 60 | 270 | 170 | 140 | 90 | 60 | 90 | X |
| DCB547 | 18/54 | 9,0/3,0 | 1,46 | 75* | 420 | 270 | 220 | 135* | 75* | 135* | X |
| DCB548 | 18/54 | 12,0/4,0 | 1,44 | 120 | 540 | 350 | 300 | 180 | 120 | 180 | X |
| DCB181 | 18 | 1,5 | 0,35 | 22 | 70 | 45 | 35 | 22 | 22 | 22 | 45 |
| DCB182 | 18 | 4,0 | 0,61 | 60/40** | 185 | 120 | 100 | 60 | 60/40** | 60 | 120 |
| DCB183/B | 18 | 2,0 | 0,40 | 30 | 90 | 60 | 50 | 30 | 30 | 30 | 60 |
| DCB184/B | 18 | 5,0 | 0,62 | 75/50** | 240 | 150 | 120 | 75 | 75/50** | 75 | 150 |
| DCB185 | 18 | 1,3 | 0,35 | 22 | 60 | 40 | 30 | 22 | 22 | 22 | X |
| DCB187 | 18 | 3,0 | 0,54 | 45 | 140 | 90 | 70 | 45 | 90 | ||
| DCB189 | 18 | 4,0 | 0,54 | 60 | 185 | 120 | 100 | 60 | 60 | 60 | 120 |
WAARSCHUWING: Lees alle veiligheidswaarschuwingen, instructies, illustraties en specificaties die bij dit gereedschap zijn meegeleverd. Het niet opvolgen van alle onderstaande instructies kan leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig persoonlijk letsel.
De term „elektrisch gereedschap“ in de waarschuwingen verwijst naar uw (met een snoer) op de netspanning aangesloten elektrische gereedschap of naar (draadloos) elektrisch gereedschap met een accu.
1) Veiligheid Werkplaats
a) Houd het werkgebied schoon en goed verlicht. Rommelige of donkere gebieden zorgen voor ongelukken.
b) Bedien elektrische gereedschappen niet in een explosieve omgeving, zoals in de nabijheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof. Elektrische gereedschappen veroorzaken vonken die het stof of de dampen kunnen doen ontbranden.
c) Houd kinderen en omstanders op een afstand terwijl u een elektrisch gereedschap bedient. Als u wordt afgeleid kunt u de controle over het gereedschap verliezen.
2) Elektrische Veiligheid
a) Stekkers van elektrisch gereedschap moeten in het stopcontact passen. Pas de stekker nooit op enige manier aan. Gebruik geen adapterstekkers samen met geaard elektrisch gereedschap. Niet aangepaste stekkers en passende contactdozen verminderen het risico op een elektrische schok.
b) Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlaktes zoals buizen, radiatoren, fornuizen en Ijskasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok als uw lichaam geaard is.
c) Stel elektrisch gereedschap niet bloot aan regen of natte omstandigheden. Als er water in een elektrisch gereedschap terecht komt, verhoogt dit het risico op een elektrische schok.
d) Behandel het stroomsnoer voorzichtig. Gebruik het stroomsnoer nooit om het elektrische gereedschap te dragen of te trekken, of de stekker uit het stopcontact te halen. Houd het snoer uit de buurt van warmte, olie, scherpe randen, of bewegende onderdelen. Beschadigde snoeren of snoeren die in de war zijn verhogen het risico op een elektrische schok.
e) Als u een elektrisch gereedschap buitenshuis gebruikt, gebruikt u een verlengsnoer dat geschikt is voor gebruik buitenshuis. Het gebruik van een verlengsnoer dat geschikt is voor buitenshuis, vermindert het risico op een elektrische schok.
f) Als het gebruik van een elektrisch gereedschap op een vochtige locatie onvermijdelijk is, gebruikt u een stroomvoorziening die beveiligd is met een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar vermindert het risico op een elektrische schok.
3) Persoonlijke Veiligheid
a) Blijf alert, kijk wat u doet en gebruik uw gezonde verstand als u een elektrisch gereedschap bedient. Gebruik het gereedschap niet als u vermoeid bent of onder de invloed van drugs, alcohol of medicatie bent. Een moment van onoplettendheid tijdens het bedienen van elektrische gereedschappen kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
b) Gebruik een beschermende ultrusting. Draag altijd oogbescherming. Beschermende ultrusting zoals een stofmasker, antislip veiligheidsschoenen, een helm, of gehoorbescherming gebruikt in de juiste omstandigheden zal het risico op persoonlijk letsel verminderen.
c) Vermijd onbedoeld starten. Zorg ervoor dat de schakelaar in de 'off' (uit) stand staat voordat u het gereedschap aansluit op de stroombron en/of accu, het oppakt of ronddraagt. Het ronddragen van elektrische gereedschappen met uw vinger op de schakelaar of het aanzetten van elektrische gereedschappen waarvan de schakelaar aan staat, zorgt voor ongelukken.
d) Verwijder alle stelsleutels of moersleutels voordat u het elektrische gereedschap aan zet. Een moersleutel of stelsleutel die in een ronddraaiend onderdeel van het elektrische gereedschap is achtergelaten kan leiden tot persoonlijk letsel.
e) Rek u niet te ver uit. Blijf altijd stevig en in balans op de grond staan. Dit zorgt voor betere controle van het elektrische gereedschap in onverwachte situaties.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen loszittende kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende onderdelen. Loszittende kleding, sieraden of lang haar kunnen door bewegende delen worden gegrepen.
g) Als er in apparaten wordt voorzien voor het aansluiten van stofverwijdering- of verzamelapparatuur, zorg er dan voor dat deze correct worden aangesloten en gebruikt. Het gebruik van een stofverzamelaar kan aan stof gerelateerde gevaren verminderen.
h) Denk niet dat u, doordat u het gereedschap veel hebt gebruikt, het allemaal wel weet en dat u de veiligheidsbeginselen kunt negeren. Een onvoorzichtige actie kan in een fractie van een seconde ernstig letsel tot gevolg hebben.
4) Gebruik en Verzorging van Elektrisch Gereedschap
a) Forceer het gereedschap niet. Gebruik het juiste elektrische gereedschap voor uw toepassing. Het juiste elektrische gereedschap voert de werkzaamheden beter en veiliger uit waarvoor het is ontworpen.
b) Gebruik het gereedschap niet als de schakelaar het niet aan en uit kan zetten. Ieder gereedschap dat niet met de schakelaar kan worden bediend is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of neem de accu, als deze kan worden losgenomen, uit het elektrisch gereedschap en voer daarna pas aanpassingen uit, wissel daarna pas accessoires of berg daarna pas het gereedschap op. Dergelijke preventieve veiligheidsmaatregelen verminderen het risico dat het elektrisch gereedschap per ongeluk opstart.
d) Bewaar gereedschap dat niet wordt gebruikt buiten het bereik van kinderen en laat niet toe dat personen die onbekend zijn met het elektrische gereedschap of deze instructies het gereedschap bedienen. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk in handen van ongetrainde gebruikers.
e) Onderhoud elektrische gereedschappen. Controleer op verkeerde uitlijning en het grijpen van bewegende onderdelen, breuk van onderdelen en andere omstandigheden die de werking van het gereedschap nadelig kunnen beïnvloeden. Zorg dat het gereedschap voor gebruik wordt gerepareerd als het beschadigd is. Veel ongelukken worden veroorzaakt door slecht onderhouden gereedschap.
f) Houd snijdgereedschap scherp en schoon. Correct onderhouden snijdgereedschappen met scherpe snijdranden lopen minder snel vast en zijn gemakkelijker te beheersen.
g) Gebruik het elektrische gereedschap, de accessoires en gereedschapsonderdelen enz. in overeenstemming met deze instructies, waarbij u rekening houdt met de werkomstandigheden en de werkzaamheden die dienen te worden uitgevoerd. Gebruik van het elektrische gereedschap voor werkzaamheden die anders zijn dan het bedoelde gebruik, kunnen leiden tot een gevaarlijke situatie.
h) Houd de handgrepen en oppervlakken die u beet pakt, droog, schoon en vrij van olie en vet. Door gladde handgrepen en oppervlakken die u beet pakt, kan veilig werken en bedienen van het gereedschap in onverwachte situaties onmogelijk worden.
5) Gebruik en Verzorging van Gereedschap op Accu
a) Gebruik alleen de lader die door de fabrikant wordt opgegeven. Een lader die geschikt is voor één accutype, kan een risico op brand veroorzaken indien gebruikt met een andere accu.
b) Gebruik elektrische gereedschappen uitsluitend met speciaal omschreven accu's. Gebruik van andere accu's kan leiden tot letsel en brandgevaar.
c) Als de accu niet in gebruik is, dient u deze uit de buurt te houden van andere metalen voorwerpen zoals paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een verbinding van het ene contactpunt met het andere kunnen maken. Het kortsluiten van de accucontactpunten samen kan brandwonden of brand veroorzaken.
d) Als het gereedschap te zwaar wordt belast, kan er vloeistof uit de accu lekken; vermijd contact hiermee. Als u per ongeluk hier toch mee in contact komt, spoelt u met water. Als de vloeistof in contact met de ogen komt, dient u daarnaast medische hulp in te roepen. Vloeistof afkomstig uit de accu kan irritatie of brandwonden veroorzaken.
e) Werk niet met een accu of met gereedschap dat beschadigd is of waaraan wijzigingen zijn aangebracht. Beschadigde of gemodificeerde accu's kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen dat kan leiden tot brand, explosie of een risico van letsel.
f) Stel een accu of gereedschap niet bloot aan open vuur of uitzonderlijk hoge temperatuur. Brand of een temperatuur boven de 130 °C kunnen de accu doen exploderen.
g) Volg alle instructies voor het opladen en laad de accu of het gereedschap niet op buiten het temperatuurbereik dat in de instructies wordt opgegeven. Door op onjuiste wijze opladen of
opladen bij een temperatuur buiten het opgegeven bereik kan de accu beschadigd raken en het risico van brand toenemen.
6) Service
a) Zorg dat u gereedschap wordt onderhouden door een erkende reparateur die uitsluitend identieke vervangende onderdelen gebruikt. Dit zorgt ervoor dat de veiligheid van het gereedschap blijft gegorandeer.
b) Probeer nooit beschadigde accu's te repareren. De reparaties aan accu's mogen alleen worden uitgevoerd door de fabrikant of door geautoriseerde servicecentra.
Veiligheidsvoorschriften voor alle verstekzagen
a) Verstekzagen zijn bedoeld voor het zagen van hout of producten die lijken op hout, zij kunnen niet worden gebruikt voor het zagen met slijpschijven van metalen zoals balken, staven, stangen, enz. Stof dat wordt veroorzaakt door slijpwerk maakt dat bewegende onderdelen zoals de onderste beschermkap, vastlopen. Vonken die ontstaan door het slijpen van metalen zullen inbranden op de onderste beschermkap, de zaagplaatinzet en andere kunststof onderdelen.
b) Ondersteun het werkstuk met klemmen wanneer dat maar mogelijk is. Als u het werkstuk met de hand ondersteunt, moet u uw hand altijd ten minste 100 mm van beide zijden van het zaagblad vandaan houden. Gebruik deze zaag niet voor het zagen van stukken die te klein zijn om ze stevig vast te klemmen of met de hand vast te houden. Als u uw hand te dicht bij het zaagblad plaatst, is er een groter risico dat u zich verwondt door contact met het zaagblad.
c) Het werkstuk moet stil liggen en worden vastgeklemd of tegen zowel de langsgeleiding als de tafel worden gehouden. Voer het werkstuk niet aan tegen het zaagblad en zaag op geen enkele wijze "uit de vrije hand". Werkstukken die niet worden vastgehouden of die bewegen, kunnen op hoge snelheid worden weggeslingerd, wat letsel tot gevolg heeft.
d) Duw de zaag door het werkstuk. Trek niet de zaag door het werkstuk. Als u een zaagsnede wilt maken, brengt u de zaagkop omhoog en trekt u deze zonder te zagen over het werkstuk, start u de motor, drukt u de zaagkop omlaag en duwt u de zaag door het werkstuk. Zagen door aan het zaagblad te trekken zal waarschijnlijk tot gevolg hebben dat het zaagblad uit het werkstuk omhoog komt en dat zal de zaog met kracht in de richting van de gebruiker gooien.
e) Laat uw hand nooit de lijn die u wilt gaan zagen, overschrijden, niet voor en niet achter het zaagblad. Het werkstuk ondersteunen "met gekruiste handen", dat wil zeggen, het werkstuk rechts van het zaagblad vasthouden met uw linkerhand of andersom, is heel gevaarlijk.
f) Reik niet met één van uw handen achter de langsgeleiding, op een afstand van minder dan 100 mm van een van de zijden van het zaagblad, bijv. om houtresten te verwijderen, of om welke andere reden dan ook, terwijl het zaagblad draait. U zult dan misschien niet merken hoe dicht uw hand bij het zaagblad is en u zult ernstig letsel kunnen oplopen.
g) Inspecteer uw werkstuk voordat u gaat zagen. Is het werkstuk gebogen of krom, klem het dan op een ander gedeelte dan de kromming tegen de langsgeleiding. Let er altijd goed op dat er geen ruimte is tussen het werkstuk, de langsgeleiding en de zaagtafel, langs de te zagen lijn. Verbogen of kromme werkstukken kunnen draaien en verschuiven en kunnen het draaiende zaagblad tijdens het zagen doen vastlopen. Er mogen geen spijkers of andere voorwerpen in het werkstuk zitten.
h) Gebruik de zaag pas als de zaagtafel vrij is van alle andere voorwerpen dan het werkstuk, bijv., gereedschap, houtresten, enz. Klein afval of losse stukken hout of andere voorwerpen die in
ganraking komen met het draaiende zaagblad kunnen met hoge snelheid worden weggeworpen.
i) Zaag slechts één werkstuk tegelijk. Een stapel van meerdere werkstukken kan niet goed worden vastgeklemd of gesteund en kan het zaagblad laten vastlopen of kan tijdens het zagen verschuiven.
j) Controleer voordat u de verstekzaag gaat gebruiken, dat het gereedschap op een vlak, stevig werkoppervlak is gemonteerd of geplaatst. Een vlak en stevige werkoppervlak maakt dat er minder risico is dat de verstekzaag onstabiel wordt.
k) Plan uw werkzaamheden. Controleer, iedere keer dat u de stand van de zaag of de verstekhoek wijzigt, dat de verstelbare langsgeleiding goed is ingesteld zodat het werkstuk wordt ondersteund en de langsgeleiding het zaagblad of het systeem van beschermkappen niet hindert. Verplaats het zaagblad, zonder dat u het gereedschap op "AAN" zet en zonder werkstuk op de zaagtafel, langs een volledige gesimuleerde zaagsnede, zodat u zeker weet dat er niets in de weg zit en dat er geen gevaar is dat u in de langsgeleiding zaagt.
1) Zorg voor voldoende ondersteuning, zoals een uitschuifbaar deel van de tafel, schragen, enz., voor een werkstuk dat breder of langer is dan het bovenblad van de zaagtafel. Werkstukken die langer of breder zijn dan de verstekzaagtafel kunnen omvallen als ze niet stevig worden ondersteund. Als het afgezaagde deel of het werkstuk omvalt, kan het de onderste beschermkap omhoog brengen of kan het worden weggeslingerd door het draaiende zaagblad.
m) Gebruik niet een ander persoon in plaats van een uitschuifblad van de tafel of als extra ondersteuning. Door een instabiele ondersteuning van het werkstuk kan het zaagblad vastlopen of kan het werkstuk tijdens het zagen verschuiven waardoor u en uw hulp tegen het draaiende zaagblad worden getrokken.
n) Het afgezaagde stuk mag niet, op welke manier dan ook, tegen het draaiende zaagblad worden geklemd of gedrukt. Als het werkstuk niet weg kan, dat wil zeggen, doordat u lengtestoppen gebruikt, kan het afgezaagde stuk tegen het zaagblad worden gedrukt en met grote kracht worden weggeslingerd.
o) Gebruik altijd een klem of een werkstukhouder die is ontworpen voor het goed ondersteunen van rond materiaal, zoals stangen of leidingen. Stangen hebben de neiging weg te rollen wanneer ze worden gezaagd, waardoor het zaagblad "ingrijpt" en het werkstuk samen met uw hand naar het zaagblad toetrekt.
p) Laat het zaagblad volledig op snelheid komen voordat u het in contact brengt met het werkstuk. Hierdoor wordt het risico dat het werkstuk wordt weggeslingerd, beperkt.
q) Als het werkstuk of het zaagblad bekneld geraakt, zet de verstekzaag dan uit. Wacht tot alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen en trek de stekker uit het stopcontact en/of verwijder de accu. Maak vervolgens het vastgelopen materiaal los. Wanneer u doorgaat met het zagen van een vastgelopen werkstuk, kan dat leiden tot verlies van controle of tot beschadiging van de verstekzaag.
r) Laat na het voltooien van de zaagsnede de schakelaar los, houd de zaagkop omlaag en neem pas het afgezaagde deel weg wanneer het zaagblad tot stilstand is gekomen. Het is gevaarlijk met uw hand in de buurt van het uitlopende zaagblad te komen.
s) Houd de handgreep stevig vast wanneer u een onvolledige zaagsnede maakt of wanneer u de schakelaar loslaat voordat de zaagkop geheel omlaag is. De remactie van de zaag kan tot gevolg hebben dat de zaagkop plotseling naar beneden wordt getrokken, waardoor een risico van letsel ontstaat.
Aanvullende Veiligheidsregels voor Verstekzagen
WAARSCHUWING: Sluit de unit pas aan op de stroomvoorziening van meer u de volledige instructies hebt gelezen en begrepen.
- BEDIEN DEZE MACHINE PAS wanneer deze volledig is gemonteerd en geinstalleerd volgens de instructies. Wanneer een machine niet goed is gemonteerd, kan dat leiden tot ernstig letsel.
-
VRAAG ADVIES aan uw voorman, instructeur of een andere gekwalificeerde persoon als u niet door en door bekend bent met de bediening van deze machine. Kennis is veiligheid.
-
LET ER GOED OP DAT het zaagblad in de juiste richting draait. De tanden van het zaagblad moeten in de richting van de rotatie wijzen, zoals is gemarkeerd op de zaag.
- ZET ALLE KLEMHENDELS, knoppen en hefbomen vast voordat u de machine gaat bedienen. Wanneer klemmen niet goed zijn vastgezet, kunnen onderdelen of het werkstuk met hoge snelheid worden weggeslingerd.
- LET EROP dat alle zaagbladen en zaagbladklemmen schoon zijn, uitsparingen van zaagbladklemmen tegen het zaagblad zitten en de asschroef stevig is vastgezet. Losse klemmen of niet goed bevestigde klemmen kunnen leiden tot beschadiging van de zaag en mogelijk tot persoonlijk letsel.
- NIET WERKEN BIJ EEN ANDERE DAN DE AANGEDUIDE NETSPANNING voor de zaag. Dit zou kunnen leiden tot oververhitting, beschadiging van het gereedschap en tot persoonlijk letsel.
- ZET NIET IETS VAST TEGEN DE VENTILATOR met de bedoeling de motoras vast te houden. Dit zou kunnen leiden tot beschadiging van het gereedschap en tot persoonlijk letsel.
- ZAAG NOOIT METAAL of metselwerk. Het zagen van één van deze beide materialen kan ertoe leiden dat de carbide tips met hoge snelheid loskomen van het zaagblad en ernstig letsel veroorzaken.
- U MAG NOOIT EEN DEEL VAN UW LICHAAM OP ÉÉN LIJN MET DE BAAN VAN HET ZAAGBLAD HOUDEN. Persoonlijk letsel zal het gevolg zijn.
- BRENG NOOIT SMEERMIDDEL VOOR HET ZAAGBLAD AAN OP EEN DRAAIEND ZAAGBLAD. Wanneer u smeermiddel aanbrengt, kan uw hond door het zaagblad worden gegrepen en zal ernstig letsel het gevolg zijn.
- PLAATS NIET één van uw handen in de buurt van het zaagblad wanneer de zaag is aangesloten op de stroomvoorziening. Wanneer het zaagblad onbedoeld in beweging wordt gezet, kan dat ernstig letsel tot gevolg hebben.
- REIK NOOIT ROND OF ACHTER HET ZAAGBLAD. Een zaagblad kan ernstig letsel veroorzaken.
- REIK NIET ONDER DE ZAAG als de stekker niet uit het stopcontact is getrokken en de machine niet is uitgeschakeld. Contact met het zaagblad kan persoonlijk letsel tot gevolg hebben.
- ZET DE MACHINE STEVIG VAST OP EEN STABIEL ONDERSTEUNEND OPPERVLAK. Door trilling kan de machine wegglijden, weglopen of omvallen, wat zal leiden tot ernstig letsel.
- GEBRUIK ALLEEN ZAAGBLADEN DIE VOOR AFKORTZAGEN worden aanbevolen. U bereikt de beste resultaten door niet zaagbladen met carbide tip en tanden onder een hoek van meer dan 7 graden te gebruiken. Gebruik geen zaagbladen met een diepe nerf. Deze kunnen afbuigen en in contact komen met de beschermkap en beschadiging van de machine en/of ernstig letsel tot gevolg hebben.
- GEBRUIK UITSLUITEND ZAAGBLADEN VAN DE JUISTE GROOTTE EN HET JUISTE TYPE die zijn opgegeven voor dit gereedschap, zodat beschadiging van de machine en/of ernstig letsel wordt voorkomen (volgens EN847-1).
- INSPECTEER HET ZAAGBLAD OP SCHEUREN of andere beschadigingen, voordat u het in gebruik neemt. Een gescheurd of beschadigd zaagblad kan uiteenvallen en delen ervan kunnen bij hoge snelheid worden weggeslingerd, waardoor ernstig letsel kan ontstaan. Vervang gescheurde of beschadigde zaagbladen onmiddellijk. Let op het merkteken van de maximumsnelheid op het zaagblad.
nEDERLAnDs
- DE MAXIMUMSNELHEID VAN HET ZAAGBLAD moet altijd hoger zijn dan of ten minste even hoog zijn als de snelheid die op het typeplaatje van het gereedschap wordt vermeld.
- DE ZAAGBLADDIAMETER moet in overeenstemming zijn met de markeringen op het typeplaatje van het gereedschap.
- MAAK HET ZAAGBLAD EN DE ZAAGBLADKLEMMEN SCHOON voordat u de machine in gebruik neemt. Wanneer u het zaagblad en de zaagbladklemmen schoonmaakt kunt u ze controleren op beschadigingen. Een gescheurd(e) of beschodigd(e) zaagblad of zaagbladklem kan uiteenvallen en delen ervan kunnen bij hoge snelheid worden weggeslingerd, waardoor ernstig letsel kan ontstaan.
- GEBRUIK GEEN VERBOGEN ZAAGBLADEN. Controleer of het zaagblad recht loopt en vrij is van trilling. Een trillend zaagblad kan beschadiging van de machine en/of ernstig letsel veroorzaken.
- Gebruik GEEN smeermiddelen of reinigingsmiddelen (vooral niet in spuitbussen) in de buurt van de kunststof beschermkap. Het polycarbonaat materiaal dat in de beschermkap wordt gebruiki, kan door bepaalde chemicaliën worden aangetast.
- HOUD DE BESCHERMKAP OP ZIJN PLAATS en in goede werkende staat.
- GEBRUIK ALTIJD DE ZAAGPLAAT EN VERVANG DE PLAAT WANNEER DEZE BESCHADIGD IS. Een geringe opeenhoping van spaanders onder de zaag kan het zaagblad hinderen of kan leiden tot instabiliteit van het werkstuk bij het zagen.
- GEBRUIK ALLEEN ZAAGKLEMMEN DIE WORDEN OPGEGEVEN VOOR DIT GEREEDSCHAP, zodat beschadiging van de machine en/of ernstig letsel wordt voorkomen.
- GEBRUIK VOORAL het juiste zaagblad voor het materiaal dat u wilt zagen.
- REINIG DE LUCHTSLEUVEN VAN DE MOTOR van spaanders en zaagsel. Wanneer de luchtsleuven van de motor verstopt raken, kan de machine oververhit raken, kan de machine beschadigd raken en kortsluiting ontstaan die tot ernstig letsel kan leiden.
- VERGRENDEL NOOIT DE SCHAKELAAR IN DE STAND "AAN". Ernstig persoonlijk letsel zou het gevolg kunnen zijn.
- GA NOOIT OP HET GEREEDSCHAP STAAN. Ernstig letsel kan ontstaan als het zaaggereedschap omvalt of als iemand onbedoeld in aanraking komt met het gereedschap.
WAARSCHUWING: Door het zagen van kunststoffen, nat hout en andere materialen kan zich gesmolten of gedroogd materiaal op de tip van het zaagblad en op het zaagblad zelf afzetten, waardoor het risico van oververhitting en van vastlopen van het zaagblad tijdens het zagen kan toenemen.
WAARSCHUWING: Draag altijd geschikte gehoorbescherming.
a! bepaalde omstandigheden en bij een zekere gebruiksduur kan het lawaai van dit product leiden tot gehoorbeschadiging. Houd rekening met de volgende factoren die van invloed zijn bij de blootstelling aan lawaai:
- Gebruik zaagbladen die zo zijn ontworpen dat zij minder lawaai maken,
- Gebruik alleen goede, scherpe zaagbladen, en
- Gebruik speciaal ontworpen geluiddempende zaagbladen.
WAARSCHUWING: Draag ALTIJD een veiligheidsbril. Een bril die u dagrijks draagt is NIET een veiligheidsbril. Gebruik ook een gezichts- of stofmasker als bij het werken stof vrijkomt.
WAARSCHUWING: Gebruik van dit gereedschap kan stof genereren verspreiden, wat ernstige en permanente beschadiging van de luchtwegen en ander letsel kan veroorzaken.
WARSCHUWING: Bepaald stof dat ontstaat bij elektrisch schuren, zugen, slijpen, boren en andere bouwactiviteiten bevat chemicaliën waarvan bekend is dat zij kanker, lichaamsgebreken bij de geboorte en andere schade aan het voortplantingssysteem kan veroorzaken. Enkele voorbeelden van deze chemicaliën zijn:
- lood uit verven op loodbasis,
- kristallijn kiezelzuur uit bakstenen en cement en andere metselproducten, en
- arseen en chroom uit chemisch behandeld timmerhout.
Het risico dat u loopt door blootstelling hieraan varieert afhankelijk van hoe vaak u dit soort werk doet. U kunt uw blootstelling aan deze chemicaliën beperken door in een goed geventileerde ruimte te werken, en met goedgekeurde veiligheidsapparatuur te werken, zoals stofmaskers die speciaal zijn ontworpen voor het filteren van microscopische deeltjes.
- Vermijd langdurig contact met stof dat ontstaat bij elektrisch schuren, zagen, slijpen, boren en andere bouwactiviteiten. Draog beschermende kleding en was blootgestelde delen met zeep en water. Wanneer u stof in uw mond, neus, ogen of op uw huid laat komen, kan dat de opname van schadelijke chemicaliën bevorderen.
WAARSCHUWING: Gebruik van dit gereedschap kan stof genereren verspreiden, wat ernstige en permanente beschadiging van de luchtwegen en ander letsel kan veroorzaken. Gebruik altijd goedgekeurde bescherming van de luchtwegen die geschikt is voor de blootstelling aan stof.
Overige risico's
De volgende gevaren zijn inherent aan het gebruik van deze zaagmachines:
- Verwonding door het aanraken van roterende delen.
Ondanks toepassing van de veiligheidsvoorschriften en het aanbrengen van beveiligingen blijven bepaalde gevaren bestaan, en wel met name:
• Gevaar voor gehoorbeschadiging. - Gevaar voor verwonding door de niet afgedekte gedeelten van het zaagblad.
- Gevaar voor verwonding bij het verwisselen van het zaagblad.
- Gevaar voor beklemming van vingers bij het openen van de afdekkap.
- Gezondheidsrisico door het inademen van stof, met name bij het verwerken van eiken- en beukehout.
De volgende factoren verhogen het risico van ademhalingsproblemen: - Geen stofafzuiging bevestigd wanneer u hout zaagt.
- Onvoldoende stofafzuiging doordat uitlaatfilters niet zijn gereinigd.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES
Laders
DEWALT laders hoeven niet te worden afgesteld en zijn zo ontworpen dat zij zeer gemakkelijk in het gebruik zijn.
Elektrische veiligheid
De elektrische motor is slechts voor één voltage ontworpen. Controleer altijd of het voltage van de accu overeenkomt met het voltage op het typeplaatje. Zorg er ook voor dat het voltage van uw oplader overeenkomt met dat van uw stroomvoorziening.
Uw DEWALT oplader is dubbel geïsoleerd in overeenstemming met EN60335; daarom is geen aarding nodig.
Als het stroomsnoer is beschadigd, moet het worden vervangen door een speciaal geprepareerd snoer dat leverbaar is via het DEWALT servicecentrum.
Een verlengsnoer gebruiken
U dient geen verlengsnoer te gebruiken, tenzij dit absoluut noodzakelijk is. Gebruik een goedgekeurd verlengsnoer dat geschikt is voor de stroominvoer van uw oplader (zie Technische gegevens). De minimale geleidergrootte is 1 mm ^2 ; de maximale lengte is 30 m.
Als u een haspel gebruikt, dient u het snoer altijd volledig af te rollen.
Belangrijke veiligheidsinstructies voor alle acculaders
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES: Deze handleiding bevat belangrijke instructies voor de veiligheid en voor de bediening van geschikte batterijladers (raadpleeg Technische gegevens).
- Lees voordat u de lader gebruikt, alle instructies en aanwijzingen voor de veiligheid op de lader, de accu en het product dat de accu gebruikt.
WAARSCHUWING: Gevaar voor elektrische schok. Laat geen vloeistof in de lader dringen. Dit zou kunnen leiden tot een elektrische schok.
WAARSCHUWING: Wij adviseren een aardlekschakelaar met een roomwaarde van 30mA of minder te gebruiken.
VOORZICHTIG: Gevaar voor brandwonden. Beperk het risico van ledeel, load alleen oplaadbare accu's op van het merkDeWALT. Andere typen accu's zouden uit elkaar kunnen springen en persoonlijk letsel en schade kunnen veroorzaken.
VORZICHTIG: Houd toezicht op kinderen zodat zij niet met het opparaat kunnen spelen.
OPMERKING: Onder bepaalde omstandigheden, wanneer de stekker van de lader in het stopcontact zit, kunnen de niet-afgedekte laadcontacten binnenin de lader door materiaal of een voorwerp worden kortgesloten. Bepaalde materialen die geleidend zijn, zoals, maar niet uitsluitend, staalwol, aluminiumfolie of een opeenhoping van metaalachtige deeltjes, kunnen beter bij de holtes van de lader worden weggehouden. Trek altijd de stekker uit het stopcontact wanneer er geen accu in de lader zit. Trek de stekker van de lader uit het stopcontact voordat u de lader gaat reinigen.
- Probeer NIET de accu op te laden met andere laders dan die in deze handleiding worden beschreven. De lader en de accu zijn speciaal voor elkaar ontworpen.
- Deze laders zijn niet bedoeld voor een andere toepassing dan het opladen van oplaadbare accu's van DEWALT. Andere toepassingen kunnen leiden tot het gevaar van brand, elektrische schok of elektrocutie.
- Stel de lader niet bloot aan regen of sneeuw.
- U kunt beter niet aan het snoer trekken wanneer u de stekker van de lader uit het stopcontact trekt. Er is dan minder risico op beschadiging van het snoer en van de stekker.
- Het is belangrijk dat u het snoer zo plaatst dat niemand erop kan stappen of erover kan struikelen, en het snoer niet op een andere manier kan beschadigen of onder spanning kan komen te staan.
- Gebruik alleen een verlengsnoer als het er werkelijk niet anders kan. Gebruik van een ongeschikt verlengsnoer kan het risico van brand, elektrische schok of elektrocutie tot gevolg hebben.
- Plaats niet iets boven op een lader en plaats de lader niet op een zacht oppervlak omdat hierdoor de ventilatiesleuven kunnen worden geblokkeerd en de lader binnenin veel te heet wordt. Plaats de lader niet in de buurt van een warmtebron. De lader wordt geventileerd door sleuven boven en onder in de behuizing.
- Gebruik de lader niet met een beschadigd snoer of een beschadigde stekker—laat deze onmiddellijk vervangen.
- Gebruik de lader niet als er hard op is geslagen, als de lader is gevallen of op een andere manier beschadigd is. Breng de lader naar een erkend servicecentrum.
- Haal de lader niet uit elkaar; breng de lader naar een erkend servicecentrum wanneer service of reparatie nodig is. Onjuiste montage kan leiden tot het risico van een elektrische schok, elektrocutie of brand.
- Als het netsnoer is beschadigd, moet het onmiddellijk worden vervangen door de fabrikant, een servicemonteur van de fabrikant of een dergelijk vakbekwaam persoon, zodat risico is uitgesloten.
- Trek de stekker van de lader uit het stopcontact voordat u de lader gaat schoonmaken. Er is dan minder risico van een elektrische schok. Het risico is niet minder wanneer u de accu verwijderd.
• Probeer NOOIT 2 laders op elkaar aan te sluiten. - De lader is ontworpen voor de 230V stroomvoorziening van een woning. Probeer de lader niet te gebruiken op een andere spanning. Dit geldt niet voor de 12V-lader.
Een accu opladen (Afb. [Fig.] B)
-
Steek de lader in een geschikt stopcontact voordat u de accu insteekt.
-
Plaats de accu 4 in de lader, en let er daarbij op dat de accu geheel in de lader komt te zitten. Het rode lampje (opladen) knippert herhaaldelijk en dat duidt erop dat het laadproces is gestart.
- Een volledig opgeladen accu wordt aangegeven door het rode lampje dat constant AAN blijft. De accu is nu volledig opgeladen en kan worden gebruikt of kan in de acculader blijven zitten. Duw, als u de accu uit de lader wilt nemen, op de accu-vrijgaveknop 5 op de accu.
OPMERKING: U kunt maximale prestaties en levensduur van lithium-ion-accu's garanderen door de accu's volledig op te laden voordat u deze voor het eerst in gebruik neemt.
Werking van de lader
Raadpleeg onderstaande indicatoren voor de laadstatus van de accu.

text_image
Laadindicaties bezig met opladen volledig opgeladen hete/koude accuvertraging** Het rode lampje blijft knipperen, maar er brandt ook een geel indicatielampje wanneer de functie actief is. Wanneer de accu een geschikte temperatuur heeft bereikt, gaat het gele lampje uit en hervat de lader de laadprocedure.
De geschikte lader(s) laden niet een kapotte accu op. Wanneer er niet een lampje op de lader gaat branden, betekent dat dat de batterij niet goed is.
OPMERKING: Dit kan ook betekenen dat er iets mis is met de lader. Als de lader laat zien dat er een probleem is, laat de lader en de accu dan testen door een geautoriseerd servicecentrum.
Hot/Cold Pack Delay (Vertraging Hete/Koude Accu)
Wanneer de lader waarneemt dat een accu te warm of te koud is, wordt onmiddellijk een Hot/Cold Delay gestart en wordt het laden uitgesteld tot de accu een geschikte temperatuur heeft bereikt. De lader schakelt dan automatisch over op de accu-laadstand. Deze functie waarborgt een maximale levensduur van de accu.
Een koude accu zal minder snel worden opgeladen dan een warme accu. De accu zal minder snel opladen gedurende de gehele laadcyclus en zal niet op maximumsnelheid gaan opladen, ook niet als de accu warmer wordt.
De lader DCB118 is voorzien van een interne ventilator voor het koelen van de accu. De ventilator gaat automatisch draaien wanneer de accu moet worden gekoeld. Gebruik de lader nooit als de ventilator niet goed werkt of als de ventilatiesleuven zijn geblokkeerd. Zorg ervoor dat er geen voorwerpen in de lader kunnen komen.
XR Li-Ion-gereedschap is ontworpen met een Elektronisch Beveiligingssysteem dat ervoor zorgt dat de accu niet te veel wordt geladen, niet te heet wordt of te veel wordt ontladen.
Het product zal automatisch uitgeschakeld worden, als het elektronisch beschermingssysteem actief wordt. Als dit gebeurt, zet u de Lithium-ion-accu op de lader, totdat deze volledig geladen is.
Montage aan de wand
Deze laders kunnen aan de wand worden gemonteerd of rechtop op een tafel of werkoppervlak staan. Plaats bij wandmontage de accu dichtbij een stopcontact en uit de buurt van een hoek of andere obstakels die de doorstroming van lucht kunnen verhinderen. Gebruik de achterzijde van de lader als sjabloon voor de plaatsing van de montageschroeven aan de wand. Monteer de lader stevig met gipsplaatschroeven (afzonderlijk aan te schaffen), van tenminste 25,4 mm lang waarvan de schroefkop een diameter heeft van of 7 – 9 mm, in hout geschroefd tot op een optimale diepte, waarbij ongeveer 5,5 mm van de schroef uitsteekt. Houd de sleuven aan de achterzijde van de lader tegenover de uitstekende schroeven en steek montagesleuven volledig op de schroeven.
Instructies voor het reinigen van de lader
WAARSCHUWING: Gevaar voor elektrische schok. Neem, voor lat u met de reiniging begint, de stekker van de lader uit het stopcontact. U kunt stof en vet van de buitenzijde van de lader verwijderen met een doek of een zachte, niet-metalen borstel. Gebruik geen water of schoonmaakmiddelen. Laat nooit vloeistof in het gereedschap komen; dompel nooit een onderdeel van het gereedschap onder in een vloeistof.
Accu
Belangrijke veiligheidsinstructies voor alle accu's
Als u vervangende accu's bestelt, zorg er dan voor dat u het catalogusnummer en voltage vermeldt.
De accu is niet volledig opgeladen als deze uit de verpakking komt. Voordat u de accu en oplader gebruikt, dient u de onderstaande veiligheidsinstructies te lezen. Volg vervolgens de oplaadprocedures zoals die zijn uitgelegd.
LEES ALLE INSTRUCTIES
- Laad de accu niet op en gebruik deze niet in een explosieve omgeving, zoals in de nabijheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof. Wanneer u de accu plaatst in of verwijdert uit de lader kan het stof of de damp door een vonk vlamvatten.
- Gebruik nooit geweld bij het plaatsen van de accu in de lader. Wijzig de accu op geen enkele manier als deze niet past in een lader die niet geschikt is, omdat de accu kan openbarsten waardoor ernstig persoonlijk letsel kan ontstaan.
• Laad de accu's alleen op in DEWALT-laders.
- Spat NIET met water en dompel de accu niet onder in water of andere vloeistoffen.
- Berg het gereedschap en de accu niet op plaatsen op waar de temperatuur kan dalen tot onder 4 °C (34 °F) (zoals in een schuur buiten of een metalen gebouw in de winter), of kan oplopen tot tot 40 °C (104 °F) of hoger (zoals in een schuur buiten of een metalen gebouw in de zomer).
- Verbrand de accu niet, zelfs niet als deze ernstig beschadigd is of volledig verbruikt. De accu kan in vuur exploderen. Als lithium ion accu's worden verbrand, komen giftige dampen en materialen vrij.
- Als de inhoud van de accu in contact met de huid komt, wast u dit onmiddellijk af met water en een milde zeep. Als accuvloeistof in de ogen komt spoelt u 15 minuten met water in het geopende oog, of totdat de irritatie stopt. Als medische hulp nodig is dient u te vermelden dat de accuelektrolyt is samengesteld uit een mengsel van vloeibare organische carbonaten en lithiumzouten.
- De inhoud van geopende accucellen kan irritatie aan de luchtwegen veroorzaken. Zorg voor frisse lucht. Zoek als de symptomen aanhouden medische hulp.
WAARSCHUWING: Gevaar voor brandwonden. Accuvloeistof kan enchambaar zijn als deze aan een vonk of vlam wordt blootgesteld. WAARSCHUWING: Probeer nooit om welke reden dan ook de accu van kunnen. Als de behuizing van de accu is gescheurd of beschadigd, zet de accu dan niet in de lader. Klem een accu niet vast, laat een accu niet vallen, beschadig een accu niet. Gebruik een accu of lader waar hard op is geslagen, die is gevallen, waar overheen is gereden of die op welke manier dan ook is beschadigd (dat wil zeggen, doorboord met een spijker, geraakt met een hamer, vertrapt) niet. Een elektrische schok of elektrocutie kan het gevolg zijn. Breng beschadigde accu's terug naar het servicecentrum zodat ze kunnen worden gerecycled.
WAARSCHUWING: Brandgevaar. Berg de accu niet op en verder de accu niet op een manier dat metalen voorwerpen in contact kunnen komen met de aansluitpunten van de
accu. Bijvoorbeeld, steek de accu niet in een schortzak, broekzakken, gereedschapskisten, gereedschapsdozen, laden, enz., waar een losse spijkers, schroeven, sleutels, enz. liggen.
VORZICHTIG: Plaats het gereedschap wanneer het niet in gebruik is, op z'n zijkant op een stabiel oppervlak waar het niet kan vallen of omvallen. Sommige gereedschappen met grote accu's kunnen rechtop staan op de accu maar kunnen gemakkelijk worden omgegooid.
Transport
WARSCHUWING: Brandgevaar. Tijdens het transport kunnen deeds a mogelijk vlam vatten als de aansluitingen van de accu onbedoeld in aanraking komen met geleidende materialen. Controleer dat tijdens het transport de aansluitingen van de accu afgeschermd zijn en goed geïsoleerd van materialen die ermee in contact kunnen komen en kortsluiting kunnen veroorzaken.
OPMERKING: Lithium-ion batterijen mogen niet in gecontroleerde bagage worden gestopt.
DeWALT accu's voldoen aan alle van toepassing zijn verzendvoorschriften zoals deze zijn bepaald door de bedrijfstak en door wettelijke normen, zoals Aanbevelingen voor het Transport van Gevaarlijke Goederen van de UN; Voorschriften voor Gevaarlijke Goederen van de International Air Transport Association (IATA), Voorschriften Internationale Maritieme Gevaarlijke Goederen (IMDG) en de Europese Overeenkomst Betreffende het Internationale Vervoer van Gevaarlijke Goederen over de Weg (ADR). Lithium-ion cellen en accu's zijn getest in overeenstemming met Hoofdstuk 38,3 van de Aanbevelingen voor het Transport van Gevaarlijke Goederen Handleiding van Testen en Criteria.
In de meeste gevallen zal bij de verzending van een DEWALT-accu deze naar verwachting worden geclassificeerd als volledig gereguleerd Klasse 9 Gevaarlijk materiaal. Over het algemeen zullen alleen verzendingen die een lithium-ion-accu bevatten met een energie-classificatie hoger dan 100 Wattuur (Wh), moeten worden verzonden als volledig gereguleerd Klasse 9. Bij alle lithium-ion-accu's wordt de Wattuur-classificatie op de accu vermeld. Verder adviseert DEWALT in verband met complicaties met de voorschriften, lithium-ion-accu's niet als luchtvracht alleen te verzenden, ongeacht de Wattuur-classificatie. Zendingen van gereedschap met accu's (combo-sets) kunnen naar verwachting per luchtvracht worden verzonden, als de Wattuur-classificatie van de accu niet hoger is dan 100 Wh.
Ongeacht of een verzending wordt geacht een vrijstelling te hebben of volledig voorgeschreven, is voor de verantwoordelijkheid van de verzender de meest recente voorschriften voor verpakking, labeling/markering en vereisten ten aanzien van documentatie.
De informatie die in dit hoofdstuk van de handleiding wordt verstrekt, wordt verstrekt in goed vertrouwen en wordt geacht nauwkeurig te zijn op het moment dat het document werd opgesteld. Er wordt echter geen garantie gegeven, impliciet of expliciet. Het is voor de verantwoordelijkheid van de koper ervoor te zorgen dat zijn activiteiten in overeenstemming zijn met de geldende voorschriften.
De FLEXVOLT™-accu vervoeren
De DEWALT FLEXVOLT™-accu heeft twee standen: Gebruiks- en Transport-.
Stand: Wanneer de FLEXVOLT ^™ -accu op zichzelf staat of in een DEWALT 18V-product zit, werkt de accu als een 18V-accu. Wanneer de FLEXVOLT ^™ -accu in een 54V- of een 108V-product (twee 54V-accu's) zit, werkt de accu als een 54V-accu.
Transport-stand: Wanneer de kap op de FLEXVOLT™-accu is bevestigd, staat de accu in de transport-stand. Houd de kap op de accu bij verzending.
In de Transport-stand zijn reeksen van cellen binnen in de accu elektrisch van elkaar geïsoleerd, waardoor 3 accu's ontstaan met een lagere Wattuur-classificatie

(Wh), vergeleken bij 1 accu met een hogere Wh-classificatie. Door dit grotere aantal van 3 accu's met een lagere Wattuur- classificatie kan de accu vrijgesteld zijn van bepaalde Voorbeeld van markering met etiket gebruik en transport
voorschriften voor verzending die worden opgelegd aan accu's met een hogere Wattuur-capaciteit.

Use: 108 Wh
Transport: 3x36 Wh
Voorbeeld, de transport Wh waarde kan 3 x 36 Wh aangeven, dit betekend 3 batterijen van elk 36 Wh. De Wh waarde tijdens gebruik kan 108 Wh aangeven (1 batterij).
Aanbevelingen voor opslag
-
De beste plaats om het apparaat op te bergen is koel en droog, uit direct zonlicht en niet in overmatige hitte of koude. Voor optimale accuprestaties en levensduur bergt u accu's op bij kamertemperatuur als deze niet in gebruik zijn.
-
Wanneer u de accu lange tijd opbergt, kunt u deze voor optimale resultaten het beste volledig opgeladen opslaan op een koele, droge plaats buiten de lader.
OPMERkInG: Accu's kunnen beter niet volledig ontladen worden opgeslagen. De accu moet voor gebruik weer worden opgeladen.
Labels op de oplader en accu
Behalve de pictogrammen die in deze handleiding worden gebruikt, kunnen de volgende pictogrammen op de labels op de lader en op de accu staan:














Lees gebruiksaanwijzing voor gebruik.
ZieTechnische gegevens voor de oplaadtijd.
Niet doorboren met geleidende voorwerpen.
Laad geen beschadigde accu's op.
Niet blootstellen aan water.
Zorg dat defecte snoeren onmiddellijk worden vervangen.
Uitsluitend opladen tussen 4 °C en 40 °C.
Alleen voor gebruik binnenshuis.
Bied de accu als chemisch afval aan en houd rekening met het milieu.
Laad D=WALT-accu's alleen op met de aangewezen D=WALT-laders. Wanneer u andere accu's dan de aangewezen D'EWALT-accu's oplaadt met een D'EWALT-lader dan kunnen deze barsten of kan dit leiden tot andere gevaarlijke situaties.
Gooi de accu niet in het vuur
GEBRUIK (zonder transport dop). Voorbeeld: Wh waarde geeft 108 Wh aan (1 batterij van 108 Wh).
TRANSPORT (met ingebouwde transport dop). Voorbeeld: Wh waarde geeft 3 x 36 Wh aan (3 batterijen van 36 Wh).
Accutype
De DCS727 werkt op een 54-V accu.
Deze accu's kunnen worden gebruikt: DCB546, DCB547, DCB548. Raadpleeg
Technische gegevens voor meer informatie.
Inhoud van de verpakking
De verpakking bevat:
1 Gemonteerde verstekzaag
1 Zaagbladsleutel (gemonteerd op de zaag)
1 Zaagblad (gemonteerd op de zaag)
- Materiaalklem
2 Verlengingen van de onderplaat
2 Schroeven
2 Ringen
1 Li-Ion-accu (C1, D1, L1, M1, P1, S1, T1, X1, Y1 modellen)
2 Li-lon-accu's (C2, D2, L2, M2, P2, S2, T2, X2, Y2 modellen)
3 Li-lon-accu's (C3, D3, L3, M3, P3, S3, T3, X3, Y3 modellen)
1 Gebruiksaanwijzing
OPMERkInG: Bij de N-modellen worden geen accu's, laders en gereedschapskoffers geleverd. Bij de NT-modellen worden geen accu's en laders geleverd.
- Controleer of het gereedschap, de onderdelen of accessoires mogelijk zijn beschadigd tijdens het transport.
- Neem de tijd om deze handleiding grondig door te lezen en te begrijpen voordat u de apparatuur gebruikt.
Markering op het gereedschap
De volgende pictogrammen staan op het gereedschap vermeld:

Lees gebruiksaanwijzing voor gebruik.

Draag gehoorbescherming.

Draag oogbescherming.

Houd handen weg bij zaagblad.

Zichtbare straling. Kijk niet in de lichtstraal.
Positie Datumcode (Afb. [Fig.] A)
De datumcode 8, die ook het jaar van fabricage bevat, is binnen in de behuizing geprint.
Voorbeeld:
2019 XX XX
Jaar van fabricage
Beschrijving (Afb. A1, A2, C–F)
WARSCHUWING: Pas het gereedschap of een onderdeel ervan nooit auit kan schade of persoonlijk letsel tot gevolg hebben.
Afb. A1
1 Onderste beschermkap
2 Bedieningshandgreep
3 Draaghandgreep
4 Accu
5 Accu-ontgrendelknop
6 Railvergrendelknop
7 Aanpassing rail-stelschroef
8 Datumcode
9 Rails
10 Schaalverdeling afschuinen
11 Vergrendelpen
12 Aanpassingsknop langsgeleiding
13 Schuivende langsgeleiding
14 Onderplaat langsgeleiding
15 Verlenging van de onderplaat/ draaghandgreep
16 Inkepingen voor de hand
17 Tafel
19 Verstekschaalverdeling
20 Stofbuisingang
NEDERLANDS
21 Handgreep verstekvergrendeling
22 Verstekgrendelknop
23 Zaagplaat
Afb. A2
24 Aan/uit-schakelaar
25 Hendel voor vergrendeling in de uit-stand
26 Gat voor hangslot
27 XPSTM-schakelaar tijdelijk aan
28 Vleugelmoer
29 Diepteafstellingsschroef
30 Groefstop
31 Zaagbladsleutel
32 Onderplaat
33 Vergrendelingsknop afschuinhoek
Gebruiksdoel
Uw DFWALT DCS727 Verstekzaag is ontworpen voor het op professionele wijze zagen van hout, houtproducten en kunststoffen. Met de juiste zaagbladen kan ook aluminium worden gezaagd. De zaag voert de werkzaamheden zoals afkorten, afschuinen en verstekzagen gemakkelijk, nauwkeurig en veilig uit.
GEBRUIK ZE NIET bij natte omstandigheden of in de aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen of gassen.
Deze verstekzaag is professioneel elektrisch gereedschap.
LAAT GEEN kinderen in contact met het gereedschap komen. Toezicht is vereist als onervaren gebruikers dit gereedschap bedienen.
- Dit product is niet bedoeld voor gebruik door personen (waaronder kinderen) die verminderde fysieke, sensorische of psychische vermogens hebben of die het ontbreekt aan ervaring en/of kennis of bekwaamheden, als dat niet gebeurt onder toezicht van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen mogen nooit alleen worden gelaten met dit product zodat ze ermee zouden kunnen spelen.
MONTAGE EN AANPASSINGEN
WAARSCHUWING: Om het gevaar op ernstig persoonlijk letsel minderen, zet u het gereedschap uit en ontkoppelt u de accu, voordat u enige aanpassing maakt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Het onbedoeld opstarten kan letsel veroorzaken.

SCHUWING: gebruik alleen de accusets en laders van DEWALT.
De accu in het gereedschap zetten en uit het gereedschap verwijderen (Afb. B)
OPMERKING: Voor het beste resultaat is het belangrijk dat u de accu 4 volledig oplaadt.
De accu in de handgreep van het gereedschap installeren
- Houd de accu 4 tegenover de rails in de handgreep van de lamp (Afb. B).
- Schuif de accu in de handgreep totdat de accu stevig vastzit in het gereedschap en controleer dat de accu niet los raakt.
De accu uit het gereedschap halen
- Druk op de accu-ontgrendelknop 5 en trek de accu stevig uit de handgreep van het gereedschap.
- Zet de accu in de lader zoals wordt beschreven in het ladergedeelte van deze handleiding.
Vermogenmeter (Afb. B)
Er zijn DEWALT-accu's met een vermogenmeter en deze bestaat uit drie groene LED-lampjes die een aanduiding geven van de hoeveelheid lading die de accu nog heeft.
U kunt de vermogenmeter inschakelen door de knop van de vermogenmeter 61 in te drukken. Een combinatie van de drie groene LED-lampjes gaat branden en dat geeft een aanduilding van de hoeveelheid lading die de accu nog heeft. Wanneer de lading in de accu onder het bruikbare niveau liegt, gaat de vermogenmeter niet branden en moet de accu worden opgeladen.
OPMERKING: De brandstofmeter geeft slechts een indicatie van de hoeveelheid lading die de accu nog heeft. De meter geeft geen aanwijzingen over de functionaliteit van het gereedschap en is onderhevig aan schommelingen afhankelijk van productcomponenten, temperatuur en de toepassing door de eindgebruiker.
Uitpakken (Afb. A1, G)
- Open de doos en til de zaag aan de handige draaghandgreep 3 omhoog, zoals in Afbeelding G wordt getoond.
- Plaats de zaag op een vlak en plat oppervlak.
- Maak de railvergrendelingskno 6 los en duw de zaagkop naar achter zodat deze wordt vergrendeld in de achterste positie.
- Duw licht op de bedieningshandgreep 2 en trek de vergrendelingspen 11 uit.
- Duw voorzichtig wat minder op de bedieningshandgreep zodat deze geheel omhoog kan komen.
Montage op de werkbank (Afb. A1)
Alle vier voeten zijn voorzien van een gaten 18 voor montage op de werkbank. Er zijn twee gaten van verschillende grootte voor schroeven van verschillend formaat. Gebruik één van de gaten; het is niet nodig beide te gebruiken.
Monteer uw zaag altijd op een stabiel oppervlak zodat de zaag niet kan bewegen. U kunt de draagbaarheid van het gereedschap verbeteren door het te monteren op een stuk multiplex van 12,7 mm of dikker dat u vervolgens op uw werkondersteuning kunt klemmen of naar andere werklocaties kunt meenemen en vastklemmen.
OPMERKING: Als u besluit uw vraag op een stuk multiplex te monteren, is het belangrijk dat u ervoor zorgt dat de montageschroeven niet onder uit het hout steken. Het multiplex moet vlak op het draagvlak rusten. Wanneer u de zaag op een werkoppervlak klemt, zet de klemmen dan alleen vast waar de gaten van de montageschroeven zich bevinden. Wanneer u de klemmen op een ander punt vastzet, zal dat de werking van de zaag verstoren.
VORZICHTIG: Voorkom vastlopen en onnauwkeurige resultaten, I've vooral op dat het montageoppervlak niet krom of op een andere manier ongelijk is. Als de zaag heen en weer beweegt op het oppervlak, plaats dan een de stuk materiaal onder een voet van de zaag, totdat de zaag stevig op het montage-oppervlak rust.
De verlengingen van de onderplaat monteren (Afb. Z)
WAARSCHUWING: Voor u de zaag gaat gebruiken meseen aan beide zijden van de onderplaat verlengingen worden gemonteerd.
WAARSCHUWING: Let er vooral op dat u de verlengingen van de onderplaat afstelt met de montagesleuven, zodat zij waterpas aan de onderplaat van de zaag liggen.
- Kijk waar zich de inkepingen voor de hand 16 opzij van de onderplaat bevinden.
- Bevestig met meegeleverde steeksleutel of T30-sleutel de schroef 63 door de ring 64, door de verlenging van de onderplaat 15, en in de gaten op de onderplaat.
-
Controleer dat de verlenging stevig vastzit en er geen beweging in zit, door eraan te trekken.
-
Herhaal de stappen 1 tot en met 3 aan de andere zijde.
Een zaagblad verwisselen of een nieuw zaagblad plaatsen
Het zaagblad verwijderen (Afb. H1–H4)
WAARSCHUWING: Beperk het risico van persoonlijk letsel, draag weltlandschoenen wanneer u met het zaagblad werkt.
WAARSCHUWING: Om het gevaar op ernstig persoonlijk letsel te karminderen, zet u het gereedschap uit en ontkoppelt u de accu, voordat u enige aanpassing maakt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Het onbedoeld opstarten kan letsel veroorzaken.
- Druk nooit de asvergrendelingsknop in terwijl het zaagblad wordt aangedreven of uitloopt.
-
Zaag geen lichte legeringen of ijzerhoudende metalen (iron of steel) of metselwerk of vezelcementproducten met deze verstekzaag.
-
Neem de accu uit de zaag.
- Breng de arm in de hoogste stand en haal de onderste beschermkap 1 zo ver mogelijk omhoog.
- Druk de asvergrendelingsknop 44 in terwijl uw voorzichtig het zaagblad met de hand ronddraait totdat het vaststaat.
- Houd de knop ingedrukt, en draai met de andere hand en de zaagbladsleutel van 6 mm 31 de schroef van het zaagblad los. (Naar rechts draaien, linkse draad.)
- Neem de zaagbladschroef 43, de buitenste klemring 45 en het zaagblad 46 los. De binnenste klemring 48 kan op de as blijven zitten.
- Verwijder en bewaar de adapterring 47 van het oude zaagblad voor het geval dat u deze nodig hebt bij het plaatsen van een nieuw zaagblad.
Het zaagblad plaatsen (Afb. H1–H4)
- Neem de accu uit de zaag.
- Klik de adapterring 47 in het gat van het nieuwe zaagblad, als dat nodig is.
- Plaats terwijl de arm omhoog staat en de onderste beschermkap 1 openstaat, het zaagblad op de as, en zet het op de rand van de binnenste ring 48, en let er daarbij op dat de tanden aan de onderzijde van het zaagblad wijzen naar de achterzijde van de zaag.
- Monteer de buitenste klemring op de as.
- Plaats de zaagbladschroef en draai de schroef stevig vast met de bijgeleverde steeksleutel, terwijl u de asvergrendeling vastzet (draai naar links, linkse draad).
WAARSCHUWING! Bedenk dat het zaagblad alleen op de voor geschreven manier moet worden vervangen. Gebruik alleen zaagbladen die worden aangeduid bij Technische gegevens; Cat. nr.: Geadviseerd wordt DT4260 te gebruiken.
De zaag vervoeren (Afb. A1, A2)
WAARSCHUWING: Beperk het risico van ernstig persoonlijk Kurs, zel ALTIJD de railvergrendelingsknop, de handgreep verstekvergrendeling, de vergrendelingspen en de afstellingsknoppen van de langsgeleiding vast voordat u de zaag vervoert. Draag en til het gereedschap nooit aan de beschermkappen.
Voor het gemakkelijk vervoeren van de verstekzaag is er bovenop de zaagarm een draaghandgreep 3 gemonteerd.
- Breng de kop omlaag en druk de vergrendelingspen 11 in als u de zaag wilt vervoeren.
- Zet de railvergrendlingsknop vast met de zaagkop in de voorste positie, vergrendel de verstekarm in de uiterst linkse verstekhoek, schuif de langsgeleiding 13 geheel naar binnen en zet de vergrendelingsknop van de afschuinhoek 33 vast met de zaagkop in de verticale positie zodat het gereedschap zo compact mogelijk is.
- Gebruik altijd de draaghandgreep 3 of de Verlengingen van de onderplaat 15.
Functies en bedieningsfuncties
WAARSCHUWING: Om het gevaar op ernstig persoonlijk letsel te verminderen, zet u het gereedschap uit en ontkoppelt u de accu, voordat u enige aanpassing maakt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Het onbedoeld opstarten kan letsel veroorzaken.
Afstellen van de verstekhoek (Afb. A2, I)
Met de vergrendelingshandgreep van de verstekhoek 21 en de verstekgrendelknop 22 kunt u uw zaag in een verstek van 60° rechts en 50° links afstellen. Breng, als u de zaag in verstek wilt zetten, de handgreep verstekvergrendeling omhoog, duw de verstekgrendelknop in en stel de gewenste verstekhoek in op de verstekschaalverdeling 19. Vergrendel de verstekhoek door de handgreep verstekvergrendeling omlaag te duwen. Schakel de verstekgrendelingsknop uit door de verstekknop te ontgrendelen en de uitschakeling 38 van de verstekstop omlaag te duwen. U kunt de uitschakeling ongedaan maken door de uitschakeling voor de verstekstop omhoog te duwen.
Vergrendelingsknop afschuinhoek (Afb. A2)
Met de vergrendeling van de afschuinhoek kunt u de zaag in een verstek van 49° links of rechts instellen. U kunt de instelling van de afschuinhoek aanpassen door de knop 33 naar links te draaien. De zaagkop kan gemakkelijk in een verstek naar links of naar rechts worden ingesteld wanneer de uitschakelknop verstek 0° wordt opgetrokken. U kunt de vergrendelingsknop voor de afschuinhoek vastzetten door deze naar rechts te draaien.
0° Verstek uitschakelen (Afb. A2)
Met de uitschakelknop voor 0° afschuinen 34 kunt u de zaag naar rechts in verstek plaatsen voorbij het merkteken van 0°.
Wanneer deze knop is ingeschakeld, stopt de zaag automatisch bij 0° wanneer deze stand van links wordt benaderd. U kunt tijdelijk voorbij 0° komen door de vergrendelingsknop voor de afschuinhoek op te trekken 33. Wanneer u de knop loslaat, wordt de stand weer ingeschakeld. De vergrendelingsknop voor de afschuinhoek kan worden vergrendeld door de knop 180° te draaien.
Bij 0° wordt de stand weer vergrendeld. Zet de zag iets naar links in verstek als u de uitschakeling wilt bedienen.
45° Verstek Uitschakelen (Afb. J)
Er zijn twee hefbomen voor het uitschakelen van de stop van de verstekstand, één aan iedere zijde van de zaag. U kunt de zaag, links of rechts, in verstek plaatsen voorbij 45° door de hefboom voor het uitschakelen van de 45° verstekstand 55 naar achteren te duwen. In deze stand naar achteren kan de zaag in verstek zagen voorbij deze stoppen. Wanneer de 45° stoppen nodig zijn, trekt u de hefboom voor het uitschakelen van de verstekstand 45° naar voren.
Pallen kroonlijst afkorten (Afb. J)
U kunt de pal 57 voor het afschuinen van een kroonlijst draaien zodat de contact ontstaat met de kroonafstelschroef.
U kunt de pal voor het afschuinen van een kroonlijst omkeren door de borgschroef, de pal voor de 22,5° afschuinhoek 56 en de pal voor de 30° 57 afschuinhoek te verwijderen. Keer de pal voor het afschuinen van een kroonlijst 57 zo om dat de tekst 30° omhoog wijst. Bevestig de schroef weer zodat de 22,5° pal voor het afschuinen en pal voor het afschuinen van een kroonlijst vastzitten. De instelling van de nauwkeurigheid verandert hierdoor niet.
22,5° pallen kroonlijst afkorten (Afb. J)
U kunt met uw vraag snel en nauwkeurig een afschuinhoek van 22,5°, links of rechts, instellen. U kunt de pal voor de 22,5° afschuinhoek 56 draaien zodat de contact ontstaat met de kroonafstelschroef 54.
Railvergrendelingsknop (Afb. A1)
Met de railvergrendelingsknop 6 kunt u de zaagkop stevig vergrendelen zodat deze niet van de rails 9 kan schuiven. Dit is noodzakelijk wanneer u bepaalde zaagsneden maakt of wanneer u de zaag vervoert.
Groevenstop (Afb. A2)
Met de groevenstop 30 kan de diepte van de zaagsnede van het zaagblad worden beperkt. Deze stop is handig voor bepaalde applicaties, zoals het maken van groeven en grote verticale zaagsneden. Draai de groevenstop naar voren en stel de schroef voor de diepteafstelling 29 af op de gewenste diepte van de zaagsnede. Zet de aanpassing vast door de vleugelmoer 28 te draaien. Wanneer u de groevenstop naar de achterzijde van de zaag draait, wordt de functie van de groevenstop uitgeschakeld. Als u de schroef voor de diepteafstelling niet met de hand los kunt draaien, kunt u de schroef losdraaien met de geleverde zaagbladsleutel van 6 mm 31.
Vergrendelingspen (Afb. A1)
WJARSCHUWING: De vergrendelingspen mag ALLEEN worden gebruikt wanneer u de zaag draagt of opbergt. Gebruik de vergrendelingspen NOOIT bij uw zaagwerkzaamheden.
U kunt de zaagkop in de neerwaartse stand vergrendelen door de zaagkop omlaag te duwen, de vergrendelingspen 11 in te duwen en de zaagkop los te laten. Zo wordt de zaagkop veilig omlaag gehouden en kan de zaag veilig van de ene plaats naar de andere worden vervoerd. U kunt de zaagkop losmaken door de kop omlaag te duwen en de pen uit te trekken.
Hefboom schuifvergrendeling (Afb. K, U)
De hefboom schuifvergrendeling 62 plaatst de zaag in een stand voor het maximaliseren van het zagen van een basismal die verticaal wordt gezaagd, zoals Afbeelding U toont.
Rechter omslagstop (Afb A1, A2)
De rechter omslagstop 35 is op de langsgeleiding 13 gemonteerd en kunt deze stop naar achteren draaien wanneer u deze niet nodig hebt. Roteer, wanneer u meerdere stukken op dezelfde breedte zaagt, de rechter omslagstop naar voren, verplaats de schuivende langsgeleiding naar de gewenste afstand tot het zaagblad (te meten met een rolmaat) en voer de zaagwerkzaamheden uit met het houtboord naar de stop gericht.
Aanpassing
Uw verstekzaag is in de fabriek ten tijde van de productie volledig en nauwkeurig afgesteld. Als ten gevolge van het vervoer, van werkzaamheden of een andere oorzaak een nieuwe afstelling nodig is, volg dan onderstaande instructies voor het afstellen van uw zaag. Wanneer deze aanpassingen zijn uitgevoerd, zouden zij nauwkeurig moeten blijven.
Afstelling van de schaalverdeling voor verstekzagen (Afb. I, L)
- Ontgrendel de handgreep voor de verstekvergrendeling 21 en zwaai de verstekarm totdat de verstekgrendelknop 22 wordt vergrendeld in de positie voor 0°. Vergrendel de handgreep voor de verstekvergrendeling niet.
- Plaats een winkelhaak tegen de langsgeleiding van de zaag en het zaagblad, zoals wordt getoond. (Raak de punten van de tanden van het zaagblad niet met de winkelhaak aan. Als u dat doet zal dat leiden tot een onnauwkeurige meting.)
- Als het zaagblad niet precies haaks op de langsgeleiding staat, draai de vier schroeven 51 waarmee de verstekschaalverdeling 19 vastzit, dan los en verplaats de handgreep voor de verstekvergrendeling naar links of naar rechts tot het zaagblad haaks op de langsgeleiding staat, zoals gemeten met de winkelhaak
- Zet de vier schroeven weer vast. Let op dat moment niet op de uitlezing van de verstekaanwijzer 49.
Afstelling van de aanwijzer voor verstekzagen (Afb. I)
-
Ontgrendel de handgreep 21 van de verstekvergrendeling zodat u de verstekarm naar de nulpositie kunt verplaatsen.
-
Laat terwijl de handgreep voor de verstrekvergrendeling ontgrendeld is, de verstekgrendel op z'n plaats klikken wanneer u de verstekarm naar nul draait.
- Houd rekening met de verstekaanwijzer 49 en de verstekschaalverdeling 19 die in Afbeelding I worden getoond. Als de aanwijzer niet precies nul aangeeft, draai de schroef 50 van de verstekaanwijzer die de aanwijzer op z'n plaats houdt, dan los, verplaats de aanwijzer en zet de schroef vast.
Afstelling afschuinen haaks op de tafel (Afb. A1, A2, J, M)
- U kunt het zaagblad haaks op het tabelblad uitlijnen door de arm in de neerwaartse positie te vergrendelen met behulp van de vergrendelingspen 11.
- Plaats een winkelhaak tegen het zaagblad, en let er daarbij op dat de winkelhaak niet boven op een tand staat (Afb. M).
- Draai de vergrendelingsknop voor de afschuinhoek 33 los en zorg ervoor dat de arm stevig tegen de 0° afschuinstop staat.
- Draai de 0° afschuinstelschroef (59 Afb. J) met de zaagbladsleutel van 6 mm 31 zo veel als nodig is om het zaagblad in een hoek van 0° ten opzichte van de tafel te zetten.
Afstelling aanwijzer afschuinhoek (Afb. J)
Als de aanwijzers van de afschuinhoek 53 niet op nul wijzen, draai dan elk van de schroeven 52 waarmee de aanwijzers vastzitten, los en verplaats ze zo veel als nodig is. Controleer dat de 0° afschuinhoek juist is en dat de aanwijzers zijn ingesteld voordat u andere schroeven van de afschuinhoek aanpast.
Aanpassing stop afschuinhoek 45° rechts en links (Afb. A2, J)
De rechter stop afschuinhoek 45° aanpassen:
- Schuif de langsgeleiding 13 naar de volledig uitgeschoven positie voordat u de zaag schuin afstelt.
- Draai de vergrendelingsknop voor de afschuinhoek 33 los en trek de 0° afschuinstop 34 los zodat de 0° afschuinstop wordt uitgeschakeld.
- Wanneer de zaag geheel naar rechts staat, draai dan, als de aanwijzer van de afschuinhoek 53 niet precies 45° aangeeft de linker 45° afschuinstelschroef 58 met de 13 mm zaagbladsleutel 31 tot de aanwijzer van de afschuinhoek 45° aangeeft.
De linker stop afschuinhoek 45° aanpassen:
- Schuif de langsgeleiding 13 naar de volledig uitgeschoven positie voordat u de zaag schuin afstelt.
- Draai de vergrendelingsknop voor de afschuinhoek los en kantel de kop naar links.
- Als de aanwijzer van de afschuinhoek niet precies 45° aangeeft, draai dan de rechter afschuinstelschroef totdat de aanwijzer van de afschuinhoek 45° aangeeft.
De stop van de afschuinhoek aanpassen op 22,5° (of 30°) (Afb. A2, J)
OPMERKING: Pas de afschuinhoek pas aan wanneer u de 0° afschuinhoek en de aanwijzer van de afschuinhoek hebt aangepast. Schuif de schuivende langsgeleiding naar de volledig uitgestorven positie voordat u begint met afstelling van de schuine stand op 22,5° of 30°.
Klap de pal 56 voor de 22,5° afschuinhoek uit als u de 22,5° afschuinhoek wilt instellen. Draai de vergrendelingsknop 33 voor de afschuinhoek los en kantel de kop geheel naar links. Als de aanwijzer 53 van de afschuinhoek niet precies 22,5° aangeeft, draai dan de stelschroef 54 voor de kroonlijst met een 10 mm steeksleutel in contact met de pal totdat de aanwijzer van de afschuinhoek 22,5° aangeeft.
Klap de rechter pal voor de 22,5° afschuinhoek uit als u de rechter 22,5° afschuinhoek wilt instellen. Draai de vergrendelingsknop voor de afschuinhoek los en trek de 0° afschuinstop 34 los zodat de 0° afschuinstop wordt uitgeschakeld. Wanneer de zaag geheel naar rechts staat, draai dan, als de aanwijzer van de afschuinhoek niet precies 22,5° aangeeft de
stelschroef 54 van de kroonlijst met de 10 mm zaagbladsleutel tot de aanwijzer van de afschuinhoek precies 22,5° aangeeft.
Aanpassing van de langsgeleiding (Afb. A1)
Het bovenste gedeelte van de langsgeleiding kan worden aangepast zodat speling ontstaat en de zaag een volledige afschuinhoek van 49° zowel links als rechts haalt.
- U kunt de langsgeleidingen 13 aanpassen door de afstellingsknop 12 van de langsgeleiding los te draaien en de langsgeleiding naar buiten te schuiven.
- Probeer of de stand juist is door de speling te controleren met de zaag uitgeschakeld.
- Stel dat langsgeleiding af zo dicht mogelijk bij het zaagblad als praktisch mogelijk is, voor een maximale ondersteuning van het werkstuk, zonder dat de armbeweging omhoog en omlaag wordt verhinderd.
- Zet de afstellingsknop van de langsgeleiding stevig vast.
- Zet de langsgeleiding weer terug, wanneer de werkzaamheden van het afschuinen zijn voltooid.
OPMERKING: Het spoor van de langsgeleidingen kan verstopt raken met zaagsel. Reinig de geleidingsgroeven met een borstel of lucht onder lage druk.
Activering en zichtbaarheid van de beschermkap (Afb. Y)
De onderste beschermkap 1 is ontworpen voor het automatisch vrijgeven van het zaagblad wanneer de arm omlaag wordt gebracht en het bedekken van de arm wanneer de arm omhoog wordt gehaald.
U kunt de beschermkap met de hand omhoog brengen wanneer u zaagbladen monteert of verwijdert of als u de zaag wilt inspecteren. BRENG DE onderste BESCHERMKAP NOOIT MET DE HAND OMHOOG ALS HET ZAAGBLAD NIET STILSTAAT.
Aanpassing van de railgeleiding (Afb. A1)
Controleer de rails 9 regelmatig op speling of ruimte.
De linkerrail kan worden afgesteld met de stelschroef 7. U kunt de ruimte verkleinen met behulp van een 4 mm inbussleutel door de stelschroef geleidelijk naar rechts te draaien terwijl u de zaagkop naar voren en naar achteren schuift.
Afstelling van de verstekvergrendeling (Afb. A1, N)
De stang voor de verstekvergrendeling 60 moet worden aangepast als de tafel van de zaag kan worden verplaatst wanneer de handgreep van de verstekvergrendeling vast staat (omlaag).
- Zet de handgreep van de verstekvergrendeling 21 in de niet-vergrendelde stand (omhoog).
- Draai met een platte schroevendraaier de stang van de verstekvergrendeling vast door deze naar rechts te draaien, zoals in Afbeelding N wordt getoond. Draai de vergrendelingsstang totdat deze vastzit, draai vervolgens een slag naar links.
- Zet de verstekvergrendeling weer vast op een niet-vooringestelde maat op de verstekschaalverdeling – bijvoorbeeld, 34° – en zorg ervoor dat de tafel niet draait.
Voor gebruik (Afb. A1, A2)
- Installeer het geschikte zaagblad. Gebruik geen zeer versleten zaagbladen. De maximale rotatiesnelheid van het gereedschap mag niet hoger zijn dan die van het zaagblad. Gebruik geen slijpschijven.
- Controleer de kap 37 van de beschermende riem op beschadiging en controleer de onderste beschermkap 1 op een juiste werking
- Plaats de verlengingen van de tafel aan beide zijden van de onderplaat van de zaag. Raadpleeg het gedeelte De verlengingen van de tafel monteren.
- Probeer niet om extreem kleine werkstukken te zagen.
- Oefen bij het zagen geen overmatige druk op het zaagblad uit. Forceer het zagen niet.
-
Laat de motor voor het zagen op volle toeren komen.
-
Zorg er voor dat alle knoppen en hendels goed vastgedraaid zijn.
- Klem het werkstuk vast.
- Hoewel deze zaagmachine geschikt is voor het zagen van hout en veel metalen (maar niet voor ijzer en staal), gelden deze bedieningsvoorschriften alleen voor het zagen van hout. Dezelfde richtlijnen gelden ook voor andere materialen. Zaag met deze zaag geen ijzer, staal, vezelcement of metselwerk!
- Gebruik altijd de sleufplaat. Gebruik de machine niet als de sleuf breder is dan 12 mm.
- Sluit de zaag aan op een extern stofafzuigsysteem.
BEDIENING
Instructies voor gebruik
WARSCHUWING: Houd u altijd aan de veiligheidsinstructies en van toepassing zijnde voorschriften.
WAARSCHUWING: Om het gevaar op ernstig persoonlijk letsel te verminderen, zet u het gereedschap uit en ontkoppelt u de accu, voordat u enige aanpassing maakt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Het onbedoeld opstarten kan letsel veroorzaken.
Raadpleeg Zaagbilden bij Optionele accessoires en selecteer het zaagblad dat het meest geschikt is voor uw werkzaamheden.
Ensure the machine is placed to satisfy your ergonomic conditions in terms of table height and stability. The machine site shall be chosen so that the operator has a good overview and enough free surrounding space around the machine that allows handling of the workpiece without any restrictions. Beperk de gevolgen van trillingen, zorg ervoor dat de omgevingstemperatuur niet te laag is, de machine en de accessoires goed zijn onderhouden en het formaat van het werkstuk geschikt is voor deze machine.
Juiste stand van lichaam en handen (Afb. 01, 02)
WARSCHUWING: Beperk het risico van ernstig persoonlijk letsel, Zet ALTIJD uw handen in de julste stand, zoals in Afb. O1 wordt getoond. WARSCHUWING: Om het risico op ernstig persoonlijk letsel te verhinderen, houdt u het ALTIJD stevig vast, anticiperend op een plotseling reactie.
- Zet uw handen nooit in de buurt van het zaaggebied. Plaats uw handen niet op een afstand van minder dan 100 mm van het zaagblad.
- Houd het werkstuk tijdens het zagen stevig tegen de tafel en de langsgeleiding. Houd u handen in die positie totdat de Aan/Uit-schakelaar is vrijgegeven en het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen.
• PROBEER ALTUD EERST ZAAGSNEDEN UIT (ZAAG UITGESCHAKELD) VOORDAT U ZE UITVOERT, ZODAT U HET PAD VAN HET ZAAGBLAD KUNT CONTROLLEREN. ZET UW HANDEN NIET KRUISLINGS, ZOALS IN AFBEELDING O2 WORDT GETOOND. - Houd beide voeten op de vloer en blijf goed in evenwicht. Volg de verstekarm wanneer u deze naar links of naar rechts verplaatst, en sta iets opzij van het zaagblad.
- Kijk door de openingen in de beschermkap wanneer u een potloodlijn volgt.
Aan/Uit-schakelaar (Afb. A2)
Schakel de zaag in door de ontgrendelingshendel 25 naar links te duwen en vervolgens de aan/uit-schakelaar 1 in te drukken. De zaag loopt zolang de schakelaar is ingedrukt. Laat het zaagblad volledig op bedrijfssnelheid komen voordat u de zaagsnede maakt. U kunt het gereedschap uitschakelen door de schakelaar los te laten. Haal pas de zaagkop omhoog als het zaagblad tot stilstand is gekomen. Er is geen voorziening voor het in de aan-stand vergrendelen van de schakelaar. In de aan/uit-schakelaar zit een gat 26 waarin u een hangslot kunt steken en zo de zaag vergrendelen.
NEDERLANDS
Uw zaag is voorzien van een automatische elektrische zaagbladrem, maar het zaagblad moet binnen 4 seconden nadat u de aan/uit-schakelaar hebt losgelaten, stilstaan.
Let er altijd op dat u het zaagblad pas uit de zaagsnede haalt wanneer het tot stilstand is gekomen.
Stofafzuiging (Afb. A2, D, AA)
WAARSCHUWING: Om het gevaar op ernstig persoonlijk letsel te van minderen, zet u het gereedschap uit en ontkoppelt u de accu, voordat u enige aanpassing maakt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Het onbedoeld opstarten kan letsel veroorzaken.
WAARSCHUWING: Bepaald stof, zoals van eiken- of beukenhout, geacht kankerverwekkend te zijn, vooral in combinatie met additieven voor houtbehandeling.
- Maak altijd gebruik van stofafzuiging.
• Zorg voor goede ventilatie op de werkplek. - Aanbevolen wordt een geschikt stofmasker te dragen.
VOORZICHTIG: Werk nooit met deze zaagmachine als niet de stafunk of de DEWALT-stofafzuiging is geplaatst. Houtstof kan een gevaar voor de ademhaling doen ontstaan.
VÄRZICHTIG: Controleer na enig gebruik de stofzak en maak de zak leeg.
WAARSCHUWING: Verwijder, wanneer u aluminium zaagt, de svolijk of koppel het systeem voor stofafzuiging los, zodat het risico van brand wordt vermeden.
De verstekzaag heeft een ingebouwde stofpoort 36 door middel waarvan de stofzak 40 of een mondstuk van 33 mm kan worden bevestigd of een directe aansluiting op DEWALT AirLock (DWV9000-XJ) tot stand kan worden gebracht.
Neem de in uw land relevante voorschriften in acht voor de materialen waarmee u werkt.
De stofzak bevestigen (Afb. D)
- Plaats de stofzak 40 op de stofpoort 36, zoals wordt getoond in Afbeelding D.
De stofzak leegmaken (Afb. D)
- Neem de stofzak 40 los van de zaag en schud en klop de stofzak voorzichtig leeg.
- Bevestig de stofzak weer op de stofpoort 36.
U zult misschien merken dat niet alle stof uit de stofzak komt. Dit heeft geen gevolgen voor de prestaties van de zaagmachine maar wel voor de doelmatigheid van de stofafzuiging. U kunt de doelmatigheid van de stofverzameling van de zaag herstellen door de veer aan de binnenzijde van de stofzak in te drukken wanneer u de stofzak leegmaakt, en door de zak leeg te kloppen aan de binnenzijde van een afvalemmer of stofreservoir.
Externe stofafzuiging (Afb. AA)
Gebruik een speciale klasse M stofzuiger wanneer u droog stof opzuigt dat erg schadelijk voor de gezondheid of kankerverwekkend is.
Een voor AirLock geschikt systeem voor stofafzuiging aansluiten (Afb. AA)
De stofpoort 36 op euro verstekzaag is geschikt voor het DeWALT AirLock aansluitsysteem. Met het AirLock systeem is een snelle en goede aansluiting mogelijk tussen de slang 67 van het stofafzuigsysteem en de verstekzaag.
- Controleer dat de AirLock-connector 65 in de ontgrendelde stand staat. Houd de nokken 66 op de kraag tegenover AirLock-connector zoals wordt getoond voor de ontgrendelde en de vergrendelde standen.
- Duw de AirLock-connector op de stofpoort 36.
- Draai de kraag in de vergrendelde stand.
NB: De lagers binnen in de kraag komen vast te zitten in de sleuf en zo
wordt de aansluiting vastgezet. De verstekzaag is nu stevig aangesloten op het stofafzuigsysteem.
Geschikt voor Wireless Tool Connect™
Deze verstekzaag heeft een ingebouwde draadloze verbinding die kan werken met een Wireless Tool Connect™ stofafzuigsysteem. Wanneer de zaag en het voor Wireless Tool Connect™ geschikte systeem voor stofafzuiging zijn gekoppeld, wordt het stofafzuigsysteem bediend met de aan/uit-schakelaar op de verstekzaag.
XPS™ LED Werklichtsysteem gebruiken (Afb. A1, A2)
OPMERKING: De accu moet in de verstekzaag zijn geplaatst.
Het XPS™ LED Werklichtsysteem is voorzien van een tijdelijke aanschakelaar 27 en kan met de hand worden geactiveerd. Het XPS™ LED Werklichtsysteem wordt ook ingeschakeld wanneer de aan/uit-schakelaar wordt geactiveerd en het zaagblad loopt.
Door een bestaande potloodlijn zagen op een stuk hout:
- Schakel het XPS™ systeem in en trek vervolgens de bedieningshandgreep 2 omlaag zodat het zaagblad dicht bij het hout komt. De schaduw van het zaagblad verschijnt op het hout.
- Breng de potloodlijn op één lijn met de rand van de schaduw van het zaagblad. Misschien moet u, om de potloodlijn nauwkeurig te kunnen volgen, de verstekhoek of de afschuinhoek aanpassen.
Doorzagen (Afb. A1, A2, P, Q)
Als u de schuiffunctie niet gebruikt, is het belangrijk dat u de zaagkop zo ver mogelijk naar achteren duwt en dat de knop van de railvergrendeling 6 is vastgezet. Zo voorkomt u dat de zaag langs de rails verschuift wanneer het zaagblad op het werkstuk ingrijpt.
Het zagen van meerdere stukken wordt niet aanbevolen, maar het kan veilig worden uitgevoerd, wanneer u ervoor zorgt dat ieder stuk stevig tegen de tafel en de langsgeleiding wordt gedrukt.
Rechte verticale afkortzaagsnede
- Stel de verstekarm in op nul en vergrendel de arm en houd het hout stevig op de tafel 17 en tegen de langsgeleiding 13.
- Schakel, terwijl de railvergrendelingsknop 6 is vastgezet, de zaag in door hendel 25 voor vergrendeling in de uit-stand in te duwen en de aan/uit-schakelaar 24 in te knijpen.
- Laat, wanneer de zaag op snelheid komt, de arm gelijkmatig en langzaam zakken en zaag door het hout. Haal de arm pas omhoog als het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen.
Schuivend afkortzagen (Afb. A1, P)
Wanneer u een werkstuk groter dan 51 x 115 mm (2" x 6" [51 x 82 mm bij verstek van 45°]) zaagt, maak dan een naar buiten gerichte achterwaartse beweging met een losse railvergrendelingsknop 6.
Trek de zaag naar buiten naar u toe, breng de zaagkop omlaag naar het werkstuk toe en voltooi de zaagsnede door de zaag langzaam terug te duwen.
Laat de zaag tijdens het naar buiten trekken niet in contact komen met de bovenzijde van het werkstuk. De zaag kan dan naar u toe komen, wat kan leiden tot persoonlijk letsel en beschadiging van het werkstuk.
Afkortzagen in verstek (Afb. Q)
De verstekhoek is vaak 45° voor het maken van hoeken, maar kan worden ingesteld in iedere stand tussen 50° links of 60° rechts. Verder werkt u als bij de rechte verticale afkortzaagsnede.
Wanneer u een zaagsnede in verstek uitvoert op werkstukken die breder zijn dan 51 x 105 mm die in lengte minder zijn, plaats dan altijd de langere zijde tegen de langsgeleiding.
Afschuinen (Afb. A1, A2)
Afschuinhoeken kunnen worden ingesteld van 49° rechts tot 49° links en kunnen worden uitgevoerd met de verstekarm ingesteld tussen 50° links of 60° rechts. Raadpleeg het hoofdstuk Functies en bedieningfuncties voor gedetailleerde instructies over het afschuinsysteem.
- Maak de afschuinvergrendeling 33 los en verplaats de zaag naar wens naar links of naar rechts. De langsgeleiding 13 moet worden verplaatst zodat er ruimte ontstaat. Zet de afstellingsknop van de langsgeleiding 12 vast wanneer u de langsgeleidingen op hun plaats hebt gezet.
- Zet de afschuinvergrendeling stevig vast.
Wanneer u bepaalde extreme hocken wilt zagen, zult u de rechter langsgeleiding misschien moeten verwijderen.. Raadpleeg Aanpassing van de langsgeleiding in het hoofdstuk Aanpassingen voor belangrijke informatie over het aanpassen van de langsgeleidingen voor bepaalde afschuinzaagsneden.
U kunt de rechter langsgeleiding verwijderen door de afstelknop 12 enkele slagen los te draaien en de langsgeleiding naar buiten te schuiven. De rechter langsgeleiding is met een koord aan de onderplaat bevestigd zodat het onderdeel niet kwijt kan raken.
Kwaliteit van de zaagsnede
De gelijkmatigheid van zaagsneden hangt af van een aantal variabelen, zoals het materiaal dat wordt gezaagd, het type zaagblad, de scherpte van het zaagblad en de zaagsnelheid.
Wanneer een zo gelijkmatig mogelijke zaagsnede is vereist, voor mallen en ander precisiewerk, zullen een scherp zaagblad (60-tands carbide) en een langzamere, gelijkmatige zaagsnelheid de gewenste resultaten geven.
WAARSCHUWING: Zorg er voor dat het materiaal tijdens het zagen uit, maak het stevig vast. Laat de zaagarm pas omhoogkomen als het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen. Als aan de achterkant toch kleine splinters ontstaan, plak dan een stuk crêpe-plakband op de plaats waar de zaagsnede zal worden gemaakt. Zaag door het crêpe-plakband en verwijder het voorzichtig na het zagen.
Frezen (Groeven zagen en sponningen zagen) (Afb. A2)
Uw zaag is voorzien van een groevenstop 30, diepteafstellingsschroef 29 en vleugelmoer 28 voor het zagen van groeven. De instructies in de hoofdstukken Afkortzaagsneden, Schuine zaagsneden en Zaagsneden
In samengesteld verstek zijn voor zaagsneden door de volledige dikte van het materiaal. De zaag kan ook worden gebruikt voor freeswerkzaamheden zoals het frezen van groeven of sponningen in het materiaal.
Groeven zagen (Afb. A1, A2)
Raadpleeg Groevenstop voor gedetailleerde instructies voor het instellen van de diepte van de zaagsnede. U kunt het beste met behulp van een stuk afvalhout de gewenste diepte van de zaagsnede bepalen.
- Houd het hout vlak tegen de tafel en tegen de langsgeleiding 13. Lijn het zaaggebied uit onder het zaagblad. Plaats de zaagarm geheel naar voren, met het zaagblad omlaag. Schakel de zaag in door hendel 25 voor vergrendeling in de uit-stand in te duwen en de aan/uit-schakelaar 24 in te knijpen. Duw in een gelijkmatige beweging de zaagarm naar achteren en zaag een groef door het werkstuk.
- Laat de aan/uit-schakelaar los terwijl de arm nog omlaag is. Breng de zaagarm omhoog wanneer het zaagblad geheel tot stilstand is gekomen. Haal altijd de arm pas omhoog wanneer het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen.
- U kunt de groef breder maken door de stappen 1-2 te herhalen tot de gewenste breedte is ontstaan.
Het werkstuk vastklemmen (Afb. C)
WAARSCHUWING: Een werkstuk dat voor een zaagsnede is Vinklemd, uitgebalanceerd en bevestigd, kan uit balans raken wanneer de zaagsnede is voltooid. Een niet-uitgebalanceerde belasting kan de zaag of alles waar de zaag op is bevestigd, zoals een tafel of een werkbank, doen kantelen. Ondersteun, wanneer u een zaagsnede maakt die het werkstuk uit de balans kan brengen, het werkstuk goed en zorg ervoor dat de zaag stevig met bouten is
vastgezet op een stabiel oppervlak. Persoonlijk letsel kan het gevolg zijn.
WAARSCHUWING: De klemvoet moet steeds boven de grondplaat van de zaag vastgeklemd blijven, wanneer de klem wordt gebruikt. Klem het werkstuk altijd vast op de grondplaat van de zaag – niet op een andere onderdeel van het werkgebied. Controleer dat de klemvoet niet op de rand van de grondplaat van der zaag is geklemd.
VORZICHTIG: Zorg er met behulp van een werkklem altijd voor dat ude controle behoudt en beperk zo het risico van persoonlijk letsel en beschadiging van het werkstuk.
Gebruik de materiaalklem 39 die bij uw zaag wordt geleverd. De linkse en rechtse langsgeleiding schuiven langs en kunnen helpen bij het vastklemmen. Andere hulpmiddelen zoals veerklemmen, lijmklemmen of klemschroeven kunnen waarschijnlijk goed van pas komen bij materiaal van bepaalde afmetingen en vormen
Klem plaatsen
- Er zijn vier rechthoekige klemmontagegaten 68 in de onderplaat, twee aan de voorzijde en twee aan de achterzijde van zaag onder de langsgeleiding. Plaats de klem 39 in één van de vier gaten.
OPMERKING: Wanneer u de klem aan de achterzijde van de zaag monteert, zal de arm van de klem misschien naar de hoogste stand moeten worden geschoven zodat de klemstang in het montagegat kan worden geschoven, wanneer de klem voorbij de langsgeleiding gaat. - Draai de knop los zodat u de klem omhoog en omlaag kunt aanpassen, zet vervolgens de klem stevig vast op het werkstuk.
OPMERKING: Plaats de klem op de tegenovergestelde zijde van de grondplaat bij het schuin afzagen. PROBEER ALTIJD EERST ZAAGSNEDEN UIT (ZAAG UITGESCHAKELD) VOORDAT U ZE UITVOERT, ZODAT U HET PAD VAN HET ZAAGBLAD KUNT CONTROLLEREN. CONTROLEER DAT DE KLEM NIET DE WERKING VAN DE ZAAG OF DE BESCHERMKAP VERHINDERT.
Ondersteuning voor lange stukken (Afb. E)
ONDERSTEUNING LANGE STUKKEN ALTIJD.
Gebruik voor de beste resultaten de schraag DE7023-XJ of DE7033 41 voor het uitbreiden van de breedte van uw zaagtafel. Ondersteun lange werkstukken op allerlei geschikte manieren, zoals zaagbokken of dergelijke, zodat afgezaagde gedeelten niet kunnen vallen.
Het zagen van schilderijlijsten, kleine vitrines en andere vierzijdige elementen (Afb. R, S)
Begin met het uitvoeren van enkele eenvoudige projecten met afvalhout, zodat u het werken met de zaag "in uw vingers krijgt". Uw zaag is het perfecte gereedschap voor verstekzagen van hoeken, zoals Afbeelding R laat zien.
Tekening 1 in Afbeelding S toont een verbinding die is gemaakt met de methode voor het aanpassen van de afschuinhoek. De verbinding kan worden gemaakt met een van beide methoden.
• Aanpassing van de afschuinhoek:
- De afschuinhoek voor de twee platen wordt voor elk afgesteld op 45°, waardoor een hoek van 90° ontstaat.
- De verstekarm wordt vergrendeld in de nulpositie en de afschuinafstelling wordt vergrendeld op 45°.
- Het hout wordt met de brede vlakke zijde tegen de tafel geplaatst en de smalle zijde tegen de langsgeleiding.
- Aanpassing van het verstek gebruiken:
- Dezelfde zaagsnede kan worden gemaakt door links en rechts verstek te zagen met de brede zijde tegen de langsgeleiding.
Sierlijsten en andere lijsten zagen (Afb. S)
Tekening 2 in Afbeelding S toont een verbinding die is gemaakt door de verstekarm op 45° te plaatsen en de twee platen in verstek te zagen zodat een hoek van 90° ontstaat. U kunt dit type verbinding maken door de afschuinaanpassing op nul te stellen en de verstekarm op 45°. Plaats het
NEDERLANDS
hout weer met de brede vlakke zijde op de tafel en met de smalle zijde tegen de langsgeleiding.
De twee tekeningen in Afbeelding S zijn alleen voor vierzijdige objecten. Als het aantal zijden verandert, veranderen ook de verstekhoeken en de afschuinhoeken. Onderstaand schema geeft de juiste hoeken voor een uiteenlopende reeks van vormen, ervan uitgaande dat alle zijden een gelijke lengte hebben.
AANTAL ZUDEN VERSTEKHOEK OF AFSCHUINHOEK
| 4 45° |
| 5 36° |
| 6 30° |
| 7 25,7° |
| 8 22,5° |
| 9 20° |
| 10 18° |
Gebruik voor een vorm die niet in het schema wordt getoond, de volgende formule: 180° gedeeld door het aantal zijden is gelijk aan de versterking (als het materiaal verticaal wordt gezaagd) of de afschuinhoek (als het materiaal vlak wordt gezaagd).
Samengesteld verstek zagen (Afb. T)
Een samengesteld verstek is een zaagsnede die wordt gemaakt door een verstekhoek en een afschuinhoek tegelijkertijd toe te passen. Dit is het type zaagsnede dat wordt gebruikt voor het maken van lijsten of kisten met schuine zijde, zoals er een wordt getoond in Afbeelding T.
WAARSCHUWING: Als de zaaghoek verandert van zaagsnede zagsnede, controleer dan dat de vergrendelingsknop van de afschuinhoek en de handgreep voor de verstekvergrendeling stevig zijn vergrendeld. Deze moeten worden vergrendeld nadat u veranderingen hebt aangebracht in de afschuinhoek of het verstek.
Het schema die hieronder wordt getoond, helpt u bij het kiezen van de juiste afschuinhoek en instellingen van het verstek voor veelgebruikte samengestelde verstekzaagsneden.
- Selecteer de gewenste hoek A (Afb. T) van uw project en zoek deze hoek op de bijbehorende parabool in het schema.
- Volg vanaf dat punt het schema recht naar beneden en kijk wat de juiste afschuinhoek is en vind in een rechte lijn ook de juiste verstekhoek.
- Stel uw zaag af op de voorgeschreven hoeken en maak een aantal proef gesneden. Oefen in het tegen elkaar plaatsen van de de gezaagde delen.
Voorbeeld: Als u een vierzijdige kist wilt maken met buitenhoeken van 26° (hoek A, Afb. T), gebruik dan de parabool rechts boven. Zoek waar zich 26° bevindt op de schaalverdeling. Volg de horizontale snijdende lijn naar beide zijden voor een instelling van de verstekhoek op de zaag (42°). Volg op dezelfde wijze de verticale snijdende lijn naar de bovenzijde of de onderzijde voor de instelling van de afschuinhoek van de zaag (18°). Probeer altijd de zaagsneden uit op wat afvalhout zodat u de instellingen van de zaag kunt controleren.

line
| Stel deze schulne hoek in op de zaag | VIERKANT VAK (st elevation in cm) | 6-ZIJDIG VAK (st elevation in cm) | 8-ZIJDIG VAK (st elevation in cm) | | ------------------------------------ | -------------------------------- | -------------------------------- | -------------------------------- | | 0 | 45 | 30 | 25 | | 5 | 44 | 29 | 24 | | 10 | 43 | 28 | 23 | | 15 | 42 | 27 | 22 | | 20 | 41 | 26 | 21 | | 25 | 40 | 25 | 20 | | 30 | 39 | 24 | 19 | | 35 | 38 | 23 | 18 | | 40 | 37 | 22 | 17 | | 45 | 36 | 21 | 16 |Basissierlijsten zagen (Afb. K, U)
Plaats voor het voltoolen van rechte zaagsneden van 90° het hout tegen de langsgeleiding en houd het op z'n plaats, zoals wordt getoond in Afbeelding U. Schakel de zaag in, laat het zaagblad volledig op snelheid komen en voer de zaagsnede uit door de arm gelijkmatig omlaag te brengen.
Basissierlijsten zagen van 70 mm tot 150 mm Hoog Verticaal Tegen de Langsgeleiding (Fig. K, U)
OPMERKING: Gebruik de hefboom schuifvergrendeling 62, die in de Afbeelding K wordt getoond, wanneer u basissierlijsten zaagt van 70 mm tot 150 mm hoog verticaal tegen de langsgeleiding.
Plaats het materiaal zoals wordt getoond in Afbeelding U.
Alle zaagsneden moeten worden gemaakt met de achterzijde van de sierlijst tegen de langsgeleiding en met de onderzijde van de sierlijst tegen de tafel.
| binnenhoek buitenhoek | |
| Linkerzijde Verstek links 45°Veilige linkerzijde van de zaagsnede | Verstek rechts 45°Veilige linkerzijde van de zaagsnede |
| Rechterzijde Verstek rechts 45°Veilige rechterzijde van de zaagsnede | Verstek links 45°Veilige rechterzijde van de zaagsnede |
Materiaal tot 150 mm kan worden gezaagd zoals hierboven wordt beschreven.
Kroonlijsten zagen (Afb. A1, V1, V2)
Uw verstekzaag is zeer geschikt voor het zagen van kroonlijsten. Kroonlijsten passen alleen goed als zij met uiterste precisie in samengesteld verstek worden gezaagd.
Uw verstekzaag heeft speciale vaste voor-ingestelde verstekpunten op 22,5°, 31,6° en 35,3° links en rechts voor het zagen van kroonlijsten in de juiste hoek en pallen voor de afschuinhoekstop op 22,5° en 30° links en rechts. Er is ook een merkteken op de schaalverdeling 10 voor afschuinhoek op 33,9°. Onderstaand schema geeft de juiste instellingen voor het zagen van kroonlijsten.
OPMERKING: Het vooraf proefzagen met afvalmateriaal is uiterst belangrijk!
Instructievoor het zagen van kroonlijsten die vlak liggen en de functies voor samengesteld verstek gebruiken (Afb. V1)
-
De kroonlijst moet vlak liggen met de brede achterzijde op de zaagtafel 17.
-
Plaats de bovenzijde van de kroonlijst tegen de langsgeleiding 13.
- Onderstaande instellingen zijn voor kroonlijsten van 45°.
| binnenhoek buitenhoek | |
| Linkerzijde Afschuinhoek links 30° | Afschuinhoek rechts 30° |
| Verstektafel rechts ingesteld 35,26° | Verstektafel links ingesteld 35,26° |
| Veilige linkeruiteinde van zaagsnede | Veilige linkeruiteinde van zaagsnede |
| Rechterzijde Afschuinhoek rechts 30° | Afschuinhoek links 30° |
| Verstektafel rechts ingesteld 35,26° | Verstektafel rechts ingesteld 35,26° |
| Veilige rechteruiteinde van de zaagsnede | Veilige linkeruiteinde van zaagsnede |
- Onderstaande instellingen zijn voor kroonlijsten met hoeken van 52° aan de bovenzijde en 38° aan de onderzijde.
| binnenhoek buitenhoek | |
| Linkerzijde Afschuinhoek links 33,9° | Afschuinhoek rechts 33,9° |
| Verstektafel rechts ingesteld 31,62° | Verstektafel links ingesteld 31,62° |
| Veilige linkeruiteinde van zaagsnede | Veilige linkeruiteinde van zaagsnede |
| Rechterzijde Afschuinhoek rechts 33,9° | Afschuinhoek links 33,9° |
| Verstektafel links ingesteld 31,62° | Verstektafel rechts ingesteld 31,62° |
| Veilige rechteruiteinde van de zaagsnede | Veilige rechteruiteinde van zaagsnede |
Alternatieve methode voor het zagen van kroonlijsten
Voor het zagen van kroonlijsten volgens deze methode is geen afschuinzaagsnede nodig. Er kunnen zeer kleine veranderingen in de verstekhoek worden aangebracht zonder gevolgen voor de afschuinhoek. Bij andere hoeken dan hoeken van 90° kan de zaag snel en gemakkelijk worden aangepast.
Instructies voor het zagen van kroonlijsten onder een hoek tussen de langsgeleiding en de grondplaat voor alle zaagsneden (Afb. V2)
- Leg de kroonlijst zo neer dat de onderzijde van de kroonlijst (het gedeelte dat tegen de wand uitkomt) tegen de langsgeleiding 13 ligt en de bovenzijde van de kroonlijst op de zaagtafel rust 17.
- De gehoekte "vlakke gedeelten" aan de achterzijde van de kroonlijst moeten recht tegen de langsgeleiding van de zaagtafel liggen.
| binnenhoek buitenhoek | |
| Linkerzijde Verstek rechts 45"Veilige rechterzijde van de zaagsnede | Verstek links 45"Veilige rechterzijde van de zaagsnede |
| Rechterzijde Verstek links 45"Veilige linkerzijde van de zaagsnede | Verstek rechts 45"Veilige linkerzijde van de zaagsnede |
Speciale zaagsneden
WAARSCHUWING: Maak nooit een zaagsnede als het materiaal Moe tevig vastligt op de tafel en tegen de langsgeleiding.
Aluminium zagen (Afb. W1, W2)
GEBRUIK VOOR HET ZAGEN VAN ALUMINIUM ALTIJD HET SPECIAAL VOOR HET ZAGEN VAN ALUMINIUM VERVAARDIGDE ZAAGBLAD.
Voor bepaalde werkstukken zal misschien een klem of een andere bevestigingsmethode nodig zijn om te voorkomen dat het werkstuk tijdens het zagen wordt verplaatst. Plaats het materiaal zo dat u de dunste dwarsdoorsnede zaagt, zoals in Afbeelding W1 wordt getoond. Afbeelding W2 laat zien hoe u deze geëxtrudeerde delen niet moet zagen. Gebruik bij het zagen van aluminium een snijsmeermiddel. Breng het snijmiddel direct aan op het zaagblad, voor het zagen. Breng het middel nooit aan op een bewegend zaagblad 46. De was geeft een goede smering en zorgt ervoor dat er geen splinters aan het zaagblad blijven plakken.
Gebogen materiaal (Afb. X1, X2)
Wanneer u gebogen materiaal zaagt, moet u het altijd plaatsen zoals wordt getoond in Afbeelding X1 en nooit zoals wordt getoond in Afbeelding X2. Wanneer u het materiaal niet goed plaatst zal dat ertoe leiden dat het zaagblad vastloopt.
Kunststof leiding of ander rond materiaal zagen
U kunt met uw zaag gemakkelijk kunststof leiding zagen. Het moet worden gezaagd als hout EN STEVIG TEGEN DE LANGSGELEIDING WORDEN GEKLEMD OF GEHOUDEN ZODAT HET NIET KAN WEGROLLEN. Dit is uiterst belangrijk wanneer u zaagsnede onder een hoek maakt.
Groot materiaal zagen (Afb. Y)
Zo nu en dan zult u een stuk hout willen zagen dat iets te groot is en niet onder de onderste beschermkap past. Als dat zo is, plaats dan uw rechterduim op de bovenzijde van de beschermkap 1 en rol de beschermkap net genoeg omhoog voor het werkstuk, zoals in Afbeelding Y wordt getoond. Vermijd dit zoveel mogelijk, maar als het niet anders kan zal de zaag goed werken en een grotere zaagsnede uitvoeren. MAAK DE BESCHERMKAP NOOIT VAST MET TAPE OF WAT DAN OOK, WANNEER U MET DEZE ZAAK WERKT.
ONDERHOUD
Uw gereedschap op stroom is ontworpen om gedurende een lange tijdsperiode te functioneren met een minimum aan onderhoud. Het continu naar bevrediging functioneren hangt af van de juiste zorg voor het gereedschap en regelmatig schoonmaken.
WAARSCHUWING: Om het gevaar op ernstig persoonlijk letsel te erminderen, zet u het gereedschap uit en ontkoppelt u de accu, voordat u enige aanpassing maakt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Het onbedoeld opstarten kan letsel veroorzaken.
Aan de lader en de accu kan geen onderhoud worden verricht.

Smering
Uw elektrische gereedschap heeft geen aanvullende smering nodig.

Reiniging
WARSCHUWING: Blaas vuil en stof uit de hoofdbehuizing met drage lucht, zo vaak u ziet dat vuil zich in en rond de luchtopeningen ophoopt. Draag goedgekeurde oogbescherming en een goedgekeurd stofmasker als u deze procedure uitvoert.
WARSCHUWING: Gebruik nooit oplosmiddelen of andere bijtende dicalien voor het reinigen van niet-metalen onderdelen van het gereedschap. Deze chemicalien kunnen het materiaal dat in deze onderdelen is gebruikt verzwakken. Gebruik een doek die uitsluitend met water en milde zeep is bevochtigd. Zorg dat er nooit enige vloeistof in het gereedschap komt; dompel nooit enig onderdeel van het gereedschap in een vloeistof.
Controleer, voor gebruik, nauwgezet de bovenste beschermkap, de onderste beschermkap en de stofouis zodat u kunt bepalen of zij goed zou werken. Zorg ervoor dat splinters, stof of deeltjes van het werkstuk niet een van de functies blokkeren.
Als er gedeelten van het werkstuk tussen het zaagblad en de beschermkappen bekneld zitten, Neem de accu dan uit de machine en volg de instructies die worden gegeven bij Een zaagblad verwisselen of een nieuw zaagblad plaatsen. Verwijder de vastgelopen gedeelten en monteer het zaagblad opnieuw.
Verwijder zo nu en dan alle stof- en houtdeeltjes bij EN ONDER de basisplaat en het draaiplateau.
Reiniging van het werklicht
- Verwijder voorzichtig zaagsel en vuil van de lens van het werklicht en gebruik daarvoor een wattenstaafje. Stof kan het werklicht blokkeren en dan kan het licht de zaaglijn niet zorgvuldig aangeven.
NEDERLANDS
- Gebruik vooral GEEN oplosmiddelen van welke aard dan ook, deze kunnen de lens beschadigen.
- Reinig terwijl het zaagblad is uitgenomen de aanslag en vuilresten van het zaagblad.
Reiniging van de stofbuis
Verwijder het stof uit de stofbuis nadat u de stekker uit het stopcontact hebt getrokken en de zaagkop volledig omhoog hebt geplaatst en gebruik lucht onder weinig druk of een stang met een grote diameter.
Optionele accessoires
WAARSCHUWING: Aangezien accessoires die niet door DEWALT zijn aangeboden niet met dit product zijn getest, kan het gebruik van dergelijke accessoires met dit gereedschap gevaarlijk zijn. Om het risico op letsel te verminderen dient u uitsluitend door DEWALT aanbevolen accessoires met dit product te gebruiken.
Neem contact op met uw leverancier voor verdere informatie over de geschikte accessoires.
Klem: DW7090-XJ (Afb. C)
De klem 39 wordt gebruikt om het werkstuk stevig op de zaagtafel te klemmen.
Klemmen van de snelsluiting: DWS5026-XJ
Stofzak: DW7053-QZ (Afb. D)
De stofzak 40 vangt het meeste stof dat wordt geproduceerd op en is voorzien van een ritssluiting zodat u de zak gemakkelijk kunt leegmaken.
Schragen: DE7023-XJ, DE7033-XJ (Afb. E)
De schraag 41 wordt gebruikt voor uitbreiding van de breedte van de zaagtafel.
Klembeugels: DE7025-XJ (Afb. F)
De klembeugels 42 worden gebruikt om de zaag op de standaard te monteren.
ZAAGBLADEN: GEBRUIK ALTIJD 250 mm ZAAGBLADEN MET 30 mm OPNAMEBOORGATEN. NOMINALE SNELHEID MOET TEN MINSTE 4300 ZIJN. Gebruik nooit zaagbladen met een kleinere diameter. Deze zullen nooit goed kunnen worden afgeschermd. Gebruik alleen afkortzaagbladen Gebruik geen zaagbladen die bedoeld zijn voor overlangse verzaging, combinatiezaagbladen of zaagbladen met grotere hoeken dan 5°.
BESCHRIJVING VAN ZAAGBLADEN
| TOEPASSING DIAMETER TANDEN | ||
| Constructiezaagbladen (dunne plaat met anti-kleef rand) | ||
| Algemene toepassing 250 mm 40 | ||
| Fijne afkortzaagsneden 250 mm 60 | ||
| Zaagbladen voor houtbewerking (geven gladde, schone zaagsneden) | ||
| Fijne afkortzaagsneden 250 mm 80 | ||
| Non-ferrometalen 250 mm 96 | ||
Bescherming van het milieu

Gescheiden inzameling. Producten en batterijen die zijn voorzien van dit symbool, mogen niet bij het normale huishoudelijke afval worden weggegooid.
Producten en batterijen bevatten materialen die kunnen worden
teruggewonnen en gerecycled, zodat de vraag naar grondstoffen afneemt. Recycle elektrische producten en batterijen volgens de lokale voorschriften. Nadere informatie is beschikbaar op www.2helpU.com.
Herlaadbare accu
Deze duurzame accu moet herladen worden als hij niet krachtig genoeg blijkt tijdens het uitvoeren van klussen die daarvoor vlot verliepen. Aan het einde van zijn technische levensduur dient u dit werktuig weg te gooien met respect voor het milieu:
- Gebruik de accu helemaal op en verwijder deze vervolgens uit het werktuig.
- Lithium-ion-cellen recyclebaar. Breng ze terug bij uw leverancier of naar het milieupark bij u in de buurt. De ingezamelde accu's zullen worden gerecycled of op juiste wijze tot afval worden verwerkt.