PBBPS 700 A1 - Zaag PARKSIDE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PBBPS 700 A1 PARKSIDE in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PBBPS 700 A1 - PARKSIDE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PBBPS 700 A1 van het merk PARKSIDE.
GEBRUIKSAANWIJZING PBBPS 700 A1 PARKSIDE
Vouw vóór het lezen de pagina met de afbeeldingen open en maak u vertrouwd met alle functies van het apparaat.
1. Verklaring van de symbolen op het apparaat
Alle waarschuwingen moeten worden gelezen, begrepen en in acht worden genomen. Lees de volledige gebruikshandlei- ding voordat u het apparaat gaat gebruiken. Waarschuwing! Risico op terugslag (kickback). Pas op voor een terugslag van de kettingzaag en voorkom contact met het uiteinde van het zaagblad. Het apparaat mag niet bij regen of in vochtige omgevingen worden gebruikt. Draag een veiligheidsbril. Draag gehoorbescherming. Veiligheidshelm dragen. Draag altijd veiligheids- en anti- trillingshandschoenen als u het ap- paraat gebruikt. Draag altijd snijbestendige veilig- heidsschoenen met een antislipzool als u het apparaat gebruikt. Het is belangrijk beschermende kle- ding te dragen voor voeten, benen, handen en onderarmen. Bedien de kettingzaag altijd met beide handen tegelijk. Werk niet met maar één hand aan de kettingzaag. Let op! Gebruik van de kettingzaag in combinatie met boomklimtechnieken. Voordat u met de werkzaamheden begint, moet u zich vertrouwd maken met alle werkinstructies! Open vuur in de werkomgeving is verboden! Vulopening voor brandstof. Olie- en brandstofmengsel 1:40 Draairichting Olietankdop voor kettingolie Instelling van de kettingrem: Witte pijl: kettingrem inactief Zwarte pijl: kettingrem actief Koudstarthendel (choke) Kettingrem ontgrendelen Kettingrem activeren Montagerichting van de zaagketting Instelling kettingsmering Gegarandeerd geluidsvermogensni- veau van het apparaat.77NL/BE Let op! Warme onderdelen. push primer 6 times Druk 6x op de brandstofpomp (Primer). Looprichting van de ketting GEVAAR Signaalwoord voor aanduiding van een direct aanwezige, gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, de dood of ernstige verwondingen tot gevolgd heeft. WAARSCHU- WING Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot de dood of ernstige verwondingen kan leiden. VOORZICH- TIG Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot geringe of matige verwondingen kan leiden. AANWIJ- ZING Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, materiële schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben.
2. Opmerking van de gebruiker
WAARSCHUWING: Lees deze gebruikshandleiding voorafgaand aan het eerste gebruik grondig door en volg altijd de veilig- heidsvoorschriften! Deze boomonderhoudszaag mag alleen worden gebruikt door “mensen die ervaren zijn met boomonderhoudszagen en die aanvullend getraind zijn in boomklimtechnieken resp. het werken in werkkooien of hoogwerkbakken”! Bewaar de gebruikshandleiding zorgvuldig! Aanwijzing: Houd er rekening mee dat bepaalde nationale voorschriften het gebruik van de machine kunnen beper- ken. Deze boomonderhoudszaag is speciaal ontworpen voor boomverzorging en boomchirurgie. Alle werkzaamheden met de boomverzorgingszaag zijn speciaal ontworpen voor boomverzorging en boomchirurgie. Alle werkzaamheden met deze boomonderhoudszaag mogen alleen worden uitgevoerd door geschoolde mensen die ervaring zijn met boomon
derhoudszagen!78 NL/BE
FABRIKANT: Scheppach GmbH Günzburger Straße 69 D-89335 Ichenhausen GEACHTE KLANT, Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat. AANWIJZING: De fabrikant van dit apparaat is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit apparaat of door dit apparaat ontstaan bij:
- ondeskundige behandeling,
- veronachtzaming van de instructies voor de bediening,
- reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen
- inbouw en vervanging van niet-originele reserveonderdelen
- Dat niet conform de voorschriften is. Let op: Lees voor de montage en voor de inbedrijfstelling de complete tekst van de gebruikshandleiding door. De gebruikshandleiding is bedoeld om het gemakkelijker te maken, uw apparaat te leren kennen en de beoogde toepas- singsmogelijkheden van het apparaat te benutten. De gebruikshandleiding bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het apparaat veilig, vakkundig en economisch werkt en hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het ap- paraat verhoogt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruiks- handleiding moet u absoluut de voor de werking van het appa- raat geldende voorschriften van uw land in acht nemen. Bewaar de gebruikshandleiding bij het product in een plastic hoes, beschermd tegen vuil en vocht. De gebruikshandleiding moet door elke bediener van de machine voor aanvang van de werkzaamheden worden gelezen en zorgvuldig worden nageleefd. Aan het apparaat mogen alleen personen werken, die voor het gebruik van het apparaat geïnstrueerd en over de daarmee verbonden gevaren geïnformeerd zijn. De vereiste minimum- leeftijd moet aangehouden worden. Naast de in deze gebruikshandleiding opgenomen veiligheids- voorschriften en de bijzondere voorschriften van uw land moet u de algemeen erkende technische voorschriften in acht nemen voor de werking van machines van hetzelfde type. Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handlei- ding of de veiligheidsvoorschriften.
4. Beschrijving van het apparaat
10. Sluiting voor luchtfilterdeksel
16. Bevestigingsmoeren
17. beschermkap van het kettingwiel
20. Bougiesleutel / sleufschroevendraaier
21. Deksel van het geleideblad
5. Inhoud van de levering
- Deksel van het geleideblad
- Bougiesleutel / sleufschroevendraaier
Dit apparaat is een bijzonder lichte en handige boomonder- houdszaag met een bovenhandgreep. De boomonderhouds- zaag is speciaal ontwikkeld voor boomchirurgie en boomver- zorging. Deze boomonderhoudszagen mogen daarom alleen worden gebruikt door “mensen die ervaren zijn met boomon- derhoudszagen en die aanvullend getraind zijn in boomklimte- chnieken resp. het werken in werkkooien of hoogwerkbakken”. Voor incidenteel gebruik in dun hout, verzorging van fruitbo- men, snoeien en afkorten. De voorbereiding van brandhout mag alleen worden uitge- voerd zolang de houtdiameter niet groter is dan de snijlengte (20 cm). Daarboven adviseren wij een conventionele kettingzaag met een grote greepafstand resp. zaaglengte. Wie mogen het apparaat niet gebruiken? Personen die niet bekend zijn met de gebruikshandleiding, kinderen, jongeren onder de 16 jaar en personen die onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen, of moe of ziek zijn. Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor het zagen van hout. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die het gevolg is van niet-beoogd gebruik of onjuist gebruik. Het apparaat mag uitsluitend voor het beoogde doel worden gebruikt. Elk ander of verdergaand gebruik is niet volgens de voorschriften. De gebruiker/bediener en niet de fabrikant is aansprakelijk voor ontstane schade of elke vorm van letsel. Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de monta- gehandleiding en de aanwijzingen in de gebruikshandleiding maken deel uit van het beoogd gebruik. Personen die het apparaat bedienen of onderhouden, moeten ermee bekend zijn en op de hoogte zijn van de mogelijke ge- varen. Bovendien moeten de van kracht zijnde voorschriften ter voor- koming van ongevallen strikt worden nageleefd. Andere algemene arbo-, gezondheids- en veiligheidsvoorschrif- ten moeten in acht worden genomen. De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan het apparaat worden aangebracht en de hieruit voortvloeiende schade. Let erop dat onze apparaten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wan- neer het apparaat in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industri- ele ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden wordt ingezet. m GEVAAR De fabrikant van dit apparaat is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit apparaat of door dit apparaat ontstaan bij:
- inbouw en vervanging van niet-originele reserveonderdelen
- verwijderen of veranderen van de veiligheidscomponenten.
6.1 Gebruik dat niet conform de voorschriften is
- Dit apparaat is niet geschikt voor kapwerkzaamheden.
- Gebruik het geleideblad niet als hefboom om boomstam- men of dergelijke te bewegen.
- Het zagen van hout met een diameter van meer dan 20 cm is niet toegestaan.
7. Veiligheidsvoorschriften
7.1 Algemene aanwijzingen
m WAARSCHUWING Wees altijd voorzichtig, let op waar u mee bezig bent en ga met gezond verstand te werk bij werkzaamheden met het ap- paraat. Gebruik het apparaat niet als u ziek of moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicamenten. Een moment van onachtzaamheid bij het gebruik van het apparaat kan leiden tot ernstig letsel. Voorkom verkeerd gebruik en pas de machine uitsluitend toe voor werk genoemd onder “Beoogd gebruik”. De gebruikshandleiding bevat belangrijke informatie over hoe u veilig en vakkundig met de kettingzaag kunt werken en hoe u gevaren kunt voorkomen.80 NL/BE Als er toch een verstopping optreedt tussen het snoeimateri- aal en de zaagketting, dient u de machine onmiddellijk uit te schakelen. Wacht tot de zaagketting tot stilstand is gekomen. Verwijder de bougiestekker en trek snijbestendige handschoe- nen aan om de verstopping te verwijderen. Als het geleideblad (zaagblad) moet worden verwijderd, volg dan de aanwijzin- gen zoals beschreven in het hoofdstuk “Montage”. Na het ver- wijderen van de verstopping en het opnieuw monteren, moet een testrun worden gemaakt. Indien tijdens dit proces trillingen of mechanische geluiden wor- den waargenomen, stop dan met de werkzaamheden en neem contact op met een erkend servicecentrum. Mocht dit gevaar zich vaker voordoen, dan adviseren wij een nieuwe instructie. ■ Lees voor de ingebruikname de gebruikshandleiding van uw apparaat en neem hierbij met name de veiligheidsvoor- schriften in acht. ■ De op het apparaat aangebrachte waarschuwings- en in- structiebordjes geven belangrijke aanwijzingen voor een veilig gebruik. ■ Naast de aanwijzingen in de gebruikshandleiding moeten de algemene veiligheids- en ongevallenpreventievoorschrif- ten van de wetgever in acht worden genomen. ■ Verpakkingsfolies uit de buurt van kinderen houden. Er be- staat verstikkingsgevaar! ■ Bij onvakkundig gebruik kunnen onvoldoende geïnformeer- de gebruikers zichzelf en anderen in gevaar brengen. De gebruiker is verantwoordelijk voor derden. ■ Controleer de werking van de gashendel voordat u met de werkzaamheden begint. Deze moet na het loslaten automa- tisch in de stationaire stand terugkeren. ■ Werk niet langer dan 10 minuten achter elkaar. Wij advise- ren, om tussen de bewerkingen steeds een pauze van 10tot 20 minuten te nemen. ■ Leen het apparaat alleen uit aan gebruikers die ervaring hebben met het apparaat. Overhandig daarbij de gebruiks- handleiding. ■ Bepaald zaagwerk vraagt om een speciale training en vaar- digheden. Raadpleeg een specialist als u twijfelt of vragen heeft. ■ Beginnende gebruikers moeten zich de eigenschappen en het gebruik van het apparaat laten uitleggen. Bezoek voor uw eigen veiligheid een door de overheid georganiseerde motorzaagcursus. ■ Wanneer het apparaat niet wordt gebruikt, moet het zo wor- den bewaard dat niemand in gevaar wordt gebracht. Zorg dat onbevoegden er niet bij kunnen. ■ De gebruiker is verantwoordelijk voor alle ongevallen en gevaren waarbij andere personen of hun eigendommen betrokken zijn. ■ Kinderen, jongeren en personen met verminderde lichame- lijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens mogen de ket- tingzaag niet gebruiken. Er kan een uitzondering worden gemaakt voor jongeren vanaf 16 jaar in het kader van een opleiding en onder toezicht van een beroepsbeoefenaar. ■ De elektrische ontsteking van het apparaat genereert een laag elektromagnetisch veld. Als u een pacemaker of een soortgelijk implantaat draagt, raadpleeg dan uw arts voordat u het apparaat gebruikt om gezondheidsrisico’s te voorkomen. ■ Let op: onjuist onderhoud, het gebruik van niet-conforme reserveonderdelen of het verwijderen of wijzigen van veilig- heidsvoorzieningen kan materiële schade aan het apparaat en lichamelijk letsel van de persoon die ermee werkt tot gevolg hebben.
7.2 Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)
m GEVAAR Draag altijd persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)! - Draag een veiligheidshelm met gelaatbescherming, c.q. een veiligheidsbril en gehoorbescherming. - Draag nauw aansluitende beschermende kleding met zaag- beschermingslaag. - Draag antislip veiligheidsschoenen. - Draag veiligheidshandschoenen. ■ Voorkom het dragen van wijde kleding, deze kan verstrikt raken. ■ Draag geen sjaal, halsdoek of das en ook geen sieraden! ■ Maak bij lang haar gebruik van een haarnetje! ■ Draag bij alle soorten werkzaamheden in het bos een veilig- heidshelm. Deze geeft bescherming tegen vallende takken. Controleer de veiligheidshelm regelmatig op beschadigin- gen. De helm dient uiterlijk na 5 jaar te worden vervangen. Gebruik uitsluitend goedgekeurde veiligheidshelmen. ■ De gelaatbescherming en/of de veiligheidsbril biedt be- scherming tegen zaagsel en houtsplinters. Om oogletsel te voorkomen, dient bij het werken met het apparaat altijd een gelaatbeschermer of veiligheidsbril te worden gedragen. ■ Draag altijd gehoorbescherming. Het door het apparaat voortgebrachte geluid kan gehoorschade veroorzaken. ■ Draag stevige veiligheidshandschoenen van robuust mate- riaal, zoals leer. ■ Draag een stofmasker bij het zagen van droog hout. Er kan zaagstof vrijkomen. ■ Bij het werken in de boom, kan de gebruiker vallen. De gebruiker kan ernstig gewond raken of gedood worden. Draag uitrusting voor valbeveiliging.81NL/BE
7.3 Opslag en transport
■ Schakel de kettingzaag vóór elk transport uit, ook bij korte afstanden. Activeer de kettingrem en plaats de kettingbe- schermer. ■ Gebruik de kettingbeschermer steeds tijdens transport en opslag. ■ Beveilig de machine tegen omvallen tijdens transport (ook in voertuigen) om brandstofverlies, schade of letsel te voor- komen. ■ Draag het apparaat alleen aan de voorste handgreep. Het geleideblad wijst daarbij naar achteren, weg van uw lichaam. ■ Houd de hete geluiddemper uit de buurt van uw lichaam. Er bestaat gevaar voor brandwonden! ■ Reinig en onderhoud de kettingzaag voordat u hem in de opslag weglegt. ■ In de opslag moet het apparaat op een veilige en droge plaats kunnen liggen. Beveilig het ook tegen onrechtmatige toegang.
7.4 Veiligheid van de omgeving
■ Nationale en/of plaatselijke voorschriften kunnen een tijds- limiet stellen aan het gebruik van luidruchtige, door een motor aangedreven apparatuur. Vraag uw lokale overheid hiernaar. ■ Het apparaat mag niet in binnenruimten of andere slecht ge- ventileerde ruimten worden gebruikt. Er bestaat gevaar voor verstikking door de giftige uitlaatgassen/smeeroliedampen. ■ Voer werkzaamheden alleen uit bij daglicht. ■ Werk ook niet bij ongunstige weersomstandigheden, zoals bijv. regen of wind. Dat geeft een verhoogd risico op on- gelukken. ■ Houd uw werkomgeving schoon en opgeruimd. ■ Houd kinderen, andere personen en dieren voor en tijdens het werk op afstand. Als u wordt afgeleid, kunt u de controle over het apparaat verliezen. ■ Controleer vóór het begin van de werkzaamheden of zich geen personen, dieren of voorwerpen in de gevarenzone bevinden. ■ Werk niet in de buurt van draadafrasteringen of in gebie- den met losse oude draad. ■ Houd een brandblusser gereed wanneer u werkt in een licht ontvlambare omgeving, zoals droog gras, enz. Er bestaat brandgevaar!
7.5 Brandstof bijvullen
■ Benzine is zeer licht ontvlambaar. Houd bij het tanken af- stand van open vuur en rook niet tegelijk. Er bestaat brand- gevaar! ■ Let erop dat u geen benzine morst. Benzine of kettingolie mag niet in de grond terecht komen. Zorg voor een geschik- te onderlegger. ■ Tank uitsluitend op een voldoende geventileerde plaats. Benzinedampen kunnen gemakkelijk ontvlammen of explo- deren. ■ Schakel de motor uit voordat u gaat tanken en laat het ap- paraat afkoelen. Als er benzine is gemorst, dient u de betref- fende plekken direct te reinigen. Laat ook geen brandstof op uw kleding komen. Wissel deze anders direct. ■ Voorkom ook huid- en oogcontact met benzine of smeerstof- fen (olie). ■ Adem benzinedampen/smeeroliedampen niet in. ■ Let op voor ondichte plekken. Start de motor niet als er ben- zine uitloopt. Er bestaat gevaar door verbranding. ■ Open het tankdeksel voorzichtig, zodat eventuele overdruk langzaam kan ontsnappen en er geen benzine uitspat.
7.6 Voor de ingebruikname
m WAARSCHUWING Voer inspecties altijd voor het in bedrijf stellen uit en alleen als de motor uitgeschakeld is. Controleer altijd of het apparaat veilig kan worden gebruikt voordat u ermee gaat werken of wanneer het op de grond is gevallen. Controleer of alle bewegende delen goed werken. Veel on- gevallen ontstaan door slecht onderhouden gereedschap. Laat beschadigde onderdelen repareren door een bevoegde specialist. Gebruik de kettingzaag en de accessoires alleen overeen- komstig deze aanwijzingen. Houd daarbij rekening met de omstandigheden waarin gewerkt wordt en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van gemotoriseerd gereedschap voor andere toepassingen dan het voorgeschreven gebruik kan leiden tot gevaarlijke situaties. ■ Controleer regelmatig of de kettingrem naar behoren functi- oneert (voorste handbescherming, zie afb. 2). ■ Controleer of het geleideblad goed gemonteerd is. ■ Controleer of de zaagketting goed gespannen is. Neem de aanwijzingen inzake het smeren, de kettingspanning en het vervangen van accessoires in acht. Een ondeskundig ge- spannen of gesmeerde ketting kan breken of meer kans op terugslag opleveren. ■ Houd snijgereedschap scherp en schoon. Slijp regelmatig bij en vervang versleten onderdelen op tijd. Zorgvuldig on- derhouden snijgereedschap met scherpe snijranden klemt minder snel vast en is makkelijker te gebruiken.82 NL/BE ■ Controleer de gashendel en de gashendelblokkering op soepele werking. De gashendel moet naar de uitgangspo- sitie terugveren. ■ Controleer of er voldoende brandstof en kettingsmeerolie in de tank zitten. ■ Let erop dat de handgrepen droog, schoon en vrij van olie en vuil zijn. ■ Werk nooit helemaal alleen. In geval van nood moet er ie- mand in de buurt zijn. ■ Gebruik de kettingzaag alleen als u op veilige, stabiele en vlakke grond staat. Voorkom een onnatuurlijke lichaamshou- ding. Een gladde of een onstabiele ondergrond (bijv. op een ladder) kan leiden tot evenwichtsverlies of verlies van de controle over de kettingzaag. Zorg voor een stabiele po- sitie en zorg ervoor dat u altijd stabiel staat. Hierdoor kunt u de kettingzaag in onverwachte situaties beter controleren. ■ Werk niet op een boom met de kettingzaag. Bij gebruik op een boom bestaat gevaar voor letsel. ■ Zaag nooit boven schouderhoogte. ■ Houd de kettingzaag altijd vast met uw rechterhand op de achterste greep en uw linkerhand op de voorste handgreep. Het vasthouden van de kettingzaag in een omgekeerde werkpositie verhoogt het risico op letsel en mag niet worden gebruikt. ■ Houd u bij een draaiende kettingzaag alle lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting. Controleer voor het starten van de kettingzaag of de zaagketting niets raakt. Tijdens werkzaamheden met een kettingzaag kan een moment on- oplettendheid er toe leiden dat bekleding of lichaamsdelen door de zaagketting worden vastgegrepen. ■ Schakel de kettingzaag direct uit bij merkbare veranderin- gen in het gedrag van het apparaat. ■ Als de kettingzaag stenen, spijkers of andere harde voor- werpen heeft geraakt, moet u de motor onmiddellijk uit- schakelen en zowel de zaagketting als het geleideblad op beschadigingen controleren. ■ Laat de kettingzaag niet vallen, stoot hem niet tegen obsta- kels en gebruik het geleideblad nooit als hefboom. ■ Zaag alleen in hout met de kettingzaag. ■ Let er tijdens het zagen op dat een onder spanning staande tak, zal terugveren. Als de spanning in de houtvezels vrij- komt, kan de onder spanning staande tak de gebruiker ra- ken en/of de controle over de kettingzaag laten verliezen. ■ Wees met name voorzichtig bij het zagen van kreupelhout en jonge boompjes. Het dunne materiaal kan in de zaagket- ting verstrikt raken en op u slaan of u uit evenwicht brengen.
m WAARSCHUWING Voorkom de risico’s van trillingen, bijvoorbeeld het risico van wittevingerziekte (doorbloedingsstoornissen) door frequente werkpauzes in te lassen waarbij u bijvoorbeeld uw handen tegen elkaar wrijft. ■ Draag altijd veiligheidshandschoenen en let op warme handen. ■ Zorg er altijd voor dat de ketting scherp is. ■ Las regelmatig pauzes in.
7.8 Voorzorgsmaatregelen tegen terugslag
m WAARSCHUWING Let bij het werken op de terugslag van het apparaat. Er bestaat gevaar voor letsel. U voorkomt terugslag door voorzichtig en met de juiste zaagtechniek te werk te gaan. ■ In sommige gevallen kan contact met het uiteinde van het zaagblad een onverwachte, naar achteren gerichte reactie veroorzaken, waarbij het geleideblad in de richting van de gebruiker omhoog wordt geslagen. ■ Terugslag kan optreden als het uiteinde van het zaagblad een voorwerp raakt of als de zaagketting in de snede wordt vastgeklemd door ombuigend hout. ■ Als de zaagketting aan de bovenrand van het geleideblad is vastgeklemd, kan de kettingzaag al snel onverwacht te- rugslaan in de richting van de gebruiker. ■ Als de zaagketting aan de onderkant van het geleideblad vastgeklemd, kan de kettingzaag al snel ongecontroleerd uit de werkrichting en het hout in worden getrokken. ■ Wees uiterst voorzichtig wanneer u de ketting van de ketting- zaag gebruikt om verder te zagen in een zaagsnede die al is begonnen. ■ Zaag geen takken of stukken hout die tijdens het zagen van positie kunnen veranderen of waarbij de zaagsnede zich tijdens het zagen sluit. ■ Elk van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest en mogelijk ernstig gewond raakt. Ver- trouw niet uitsluitend op de veiligheidsvoorzieningen die in de kettingzaag zijn ingebouwd. Tref als gebruiker van de kettingzaag diverse maatregelen om zonder gevaar voor ongevallen of letsel te kunnen werken. Een terugslag is het gevolg van een onjuist of verkeerd gebruik. Dit kan door passende voorzorgsmaatregelen worden voorko- men, zoals hieronder beschreven:83NL/BE ■ Houd de kettingzaag met beide handen vast, waarbij de duimen en vingers de grepen van de kettingzaag omslui- ten. Breng lichaam en armen in een houding waarbij u de terugslagkrachten kunt opvangen. Als de juiste maatregelen worden getroffen, kan de gebruiker de terugslagkrachten beheersen. Laat de kettingzaag nooit los. ■ Neem geen onnatuurlijke lichaamshouding aan en zaag niet boven schouderhoogte. Dit voorkomt onopzettelijk contact met het uiteinde van het zaagblad en zorgt voor een betere con- trole van de kettingzaag in onverwachte situaties. ■ Gebruik ter vervanging altijd geleidebladen en zaagkettin- gen die door de fabrikant zijn voorgeschreven. Onjuiste ver- vangende geleidebladen en zaagkettingen kunnen breuk van de zaagketting en/of terugslag tot gevolg hebben. ■ Volg de aanwijzingen van de fabrikant voor het slijpen en onderhouden van de zaagketting. Te lage dieptebegren- zers verhogen de kans op terugslag. ■ Zaag niet met het uiteinde van het zaagblad. Er bestaat gevaar voor terugslag. (Afb. 7) ■ Controleer of er zich geen spijkers of metalen delen in het zaag- of snoeigebied bevinden. Let goed op voor met name spijkers of ijzeren delen rondom het zaag- of snoeigebied. Wees ook voorzichtig bij het zagen van hardhout waarbij de ketting vast kan komen te zitten. Hierdoor kan er terug- slag optreden. ■ Begin op vol vermogen te zagen en houd de kettingzaag altijd op maximum snelheid tijdens het zagen. ■ Zorg ervoor dat er geen voorwerpen op de grond liggen, waar u over kunt struikelen.
7.9 Werkomstandigheden en -techniek
■ Werk alleen bij goed zicht en goede lichtomstandighe- den. Let in het bijzonder op bij gladheid, nattigheid, ijs en sneeuw (risico op uitglijden). Bij vers geschild hout (schors) is er een verhoogd risico op uitglijden. ■ Werk nooit op een onstabiele ondergrond. Let op obstakels in het werkgebied, struikelgevaar. Zorg er steeds voor dat u stevig staat. ■ Zaag nooit boven schouderhoogte. ■ Zaag nooit staand op ladders. ■ Klim nooit met de kettingzaag in een boom en voer hier geen werkzaamheden uit als er geen geschikte beveiligings- systemen zijn voor mens en machine. Wij raden aan om altijd aan vanaf een werkplatform te werken. ■ Werk niet te ver voorovergebogen. ■ Geleid de kettingzaag zodanig dat geen enkel lichaams- deel zich in het verlengde van het draaibereik van de zaag- ketting bevindt. ■ Zaag alleen hout met de kettingzaag. ■ Raak de grond niet als de zaagketting loopt. ■ Maak het gebied van de zaagsnede vrij van vreemde voor- werpen, zoals zand, stenen, spijkers, enz. Vreemde voor- werpen beschadigen de zaag en kunnen gevaarlijke terug- slag (kickback) veroorzaken of worden weggeslingerd. ■ Gebruik bij het zagen van gezaagd hout een veilige on- dersteuning (indien mogelijk een zaagbok). Het hout mag niet met de voet of door een andere persoon worden vast- gehouden. ■ Rondhout moet worden vastgezet zodat het niet kan ver- draaien. ■ Werk nooit zonder klauwaanslag, de kettingzaag kan de bediener naar voren trekken. Gebruik de klauwaanslag om boomstammen of dikke takken door te zagen. Het gebruik van de klauwaanslag verhoogt de werkveiligheid, vermin- dert de persoonlijke belasting bij het werken en vermindert trillingen. ■ Voor het vellen of afkorten moet de boomklauw (de klauw- aanslag) op het te zagen hout worden geplaatst. Ook voor het doorzagen van dikke takken wordt aanbevolen om de boomklauw te gebruiken. ■ Plaats bij het afkorten altijd eerst de boomklauw en zaag dan pas in het hout terwijl de zaagketting loopt. De zaag wordt daarbij met de achterste greep omhooggetrokken en met de beugelgreep geleid. De boomklauw fungeert als draaipunt. De positie wordt aangepast met lichte druk op de beugelgreep. Trek de kettingzaag daarbij iets terug. Breng de boomklauw dieper aan en trek de achterste greep weer omhoog. ■ Wees voorzichtig bij het zagen van versplinterd hout. Er kun- nen afgezaagde stukken hout worden meegesleurd (gevaar voor letsel). ■ De kettingzaag kan bij het zagen met de bovenzijde van het blad naar de gebruiker worden gestoten wanneer de zaag
ketting vastklemt. Daarom moet indien mogelijk met de onder- zijde van het blad worden gezaagd, omdat de kettingzaag dan van het lichaam af naar het hout wordt getrokken. ■ Hout waar spanning op staat moet altijd eerst worden inge- zaagd aan de zijde waar drukkrachten op staan. Daarna kan pas de eindsnede worden gemaakt aan de zijde waar trekkrachten op staan. Zo wordt voorkomen dat het zaag- blad vastklemt. ■ Als in de boom wordt gewerkt, kan de kettingzaag vallen. Mensen kunnen ernstig gewond raken en er kan materiële schade ontstaan. Kettingzaag boven de ophanginrichting borgen. ■ Voordat de zaagketting in de verwerkingszone wordt ge- plaatst, kan deze zijwaarts wegslippen of kan de ketting- zaag gaan stuiteren.84 NL/BE m LET OP Verhoogde terugslagrisico! Om tijdens het “doorzagen” volledige controle te behouden, reduceert u tegen het einde van de zaagsnede de aanpers- druk, zonder de stevige greep aan de handgrepen van de ket- tingzaag losser te maken. Let op dat de zaagketting niet in aanraking komt met de grond. Wacht na het voltooien van de zaagsnede tot de zaagketting tot stilstand is gekomen voordat u de kettingzaag verwijdert. Zet de motor van de kettingzaag altijd uit, voordat u van boom naar boom gaat. m WAARSCHUWING Bij langdurige werkzaamheden kan door trillingen in de han- den van de gebruiker storingen in de doorbloeding (witte vin- ger syndroom) ontstaan. Het witte vinger syndroom is een vaatziekte waarbij kleine bloedvaten in de vingers en tenen acuut verkrampen. De des- betreffende lichaamsdelen worden dan niet meer voldoende van bloed voorzien waardoor ze een bleke kleur krijgen. Het frequente gebruik van trillende apparaten kan zenuwbeschadi- gingen veroorzaken bij personen met een verminderde door- bloeding (bijv. rokers, diabetici). Als u ongewone beperkingen bespeurt, stopt u direct de werk- zaamheden en raadpleegt u een arts. Neem de volgende aanwijzingen in acht om de risico’s te be- perken:
- Houd uw lichaam en met name uw handen bij koud weer warm.
- Las regelmatig pauzes in en beweeg hierbij de handen om de doorbloeding te bevorderen.
- Zorg voor zo min mogelijke trillingen van de machine door regelmatig onderhoud en stevig bevestigde delen op het apparaat.
m GEVAAR GEVAAR VOOR LETSEL! Aanraking met de zaagketting kan leiden tot dodelijk snijletsel. Nooit met de handen in een draaiende zaagketting grijpen. GEVAAR VOOR TERUGSLAG! Terugslag kan leiden tot dodelijk snijletsel. GEVAAR VOOR BRANDWONDEN! De ketting en het geleideblad worden warm tijdens het gebruik. Het apparaat is vervaardigd volgens de stand van de techniek en de erkende veiligheidstechnische regels. Toch kan tijdens de werkzaamheden spra- ke zijn van enkele restrisico’s. Bovendien kunnen er ondanks alle getroffen voorzieningen ver- borgen restrisico’s bestaan. De restrisico’s kunnen tot een minimum worden beperkt wan- neer aan de “Veiligheidsvoorschriften” en het “Gebruik vol- gens de voorschriften” wordt voldaan en de gebruikshandlei- ding in zijn geheel wordt opgevolgd.
Maximumtoerental met snijgarnituur .....................11000 min
Bougie ................................................................................L8RTC Het geluidsdrukniveau moet afhankelijk van het gebruik en de uit te voeren taak worden verlaagd tot een niveau dat geen negatieve effecten voor de gezondheid van de gebruiker heeft. Het geluids- drukniveau op de werkplek kan boven 80 dB uit- komen. In dat geval zijn geluidsbeschermingmaat- regelen voor de gebruiker vereist (bijvoorbeeld het dragen van gehoorbeschermers).85NL/BE Beperk de geluidsproductie en trillingen tot een minimum!
- Gebruik uitsluitend goed functionerende apparaten.
- Onderhoud en reinig het apparaat regelmatig.
- Pas uw werkwijze aan het apparaat aan.
- Zorg dat het apparaat niet overbelast raakt.
- Laat het apparaat eventueel controleren.
- Schakel het apparaat uit als deze niet in bedrijf is.
- Draag handschoenen. Gemeten geluidsdrukniveau L
- dB Trilling, voorste handgreep p. 8
- ,98 m/s² Trilling, achterste handgreep p. 8
- ,03 m/s² onzekerheid ,5 m/s² Draag gehoorbescherming. Het effect van lawaai kan gehoorverlies zijn. De opgegeven geluidsemissiewaarden zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kunnen worden gebruikt om ap- paraten met elkaar te vergelijken. De aangegeven geluidsemissiewaarden kunnen ook worden gebruikt als eerste indicatie van de belasting. Waarschuwing: p. 1
- De geluidsemissies kunnen van de opgegeven waarde af- wijken wanneer het apparaat daadwerkelijk wordt gebruikt. Dit is afhankelijk van de wijze waarop het apparaat wordt gebruikt en de aard van het werkstuk dat wordt bewerkt.
- Probeer om de belasting zo gering mogelijk te houden. Zo kan bijvoorbeeld de werktijd worden beperkt. Hierbij moe- ten alle aspecten van de bedrijfscyclus in aanmerking wor- den genomen (zoals de tijd dat het apparaat uitgeschakeld is en de tijd dat deze ingeschakeld is, maar onbelast draait).
9. Voor de ingebruikname
1. Open de verpakking en haal het apparaat er voorzichtig
2. Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpak-
kings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
3. Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
4. Controleer het apparaat en de hulpstukken op transport-
5. Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrij-
ken van de garantietijd.
6. Verwijder de beknopte handleiding van het starterkoord
(8). LET OP Het apparaat en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinder- speelgoed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!
9.1 Montage van het geleideblad (2) en de
zaagketting (1) m WAARSCHUWING Gevaar voor letsel! Draag altijd veiligheidshandschoenen als u de zaagketting (1) aanraakt. Letselgevaar door de scherpe snijtanden! Gebruik alleen goedgekeurde combinaties van zaagketting (1) en geleideblad (2) (zie hoofdstuk “Goedgekeurde snijtoebe- horen”). Voer de montage altijd uit bij uitgeschakelde motor. Aanwijzing Een nieuwe zaagketting (1) rekt op en moet vaker worden op- gespannen. Controleer de kettingspanning regelmatig en stel deze zo nodig bij. Al naar gelang de slijtage kan het geleideblad (2) worden gekeerd.
1. Leg de kettingzaag op een vlakke en stabiele ondergrond
2. Trek de voorste handbescherming (3) tot aan de aanslag
naar achteren om de kettingrem te ontgrendelen. (Afb. 2)
3. Verwijder beide bevestigingsmoeren (16) met de bougie-
4. Verwijder de beschermkap van het kettingwiel (17).
5. Draai de kettingspanschroef (23) linksom (tegen de klok
in) totdat de kettingspanpen (26) zich tegen de rechter- aanslag bevindt (zie afb. 3). Gebruik hiervoor de sleuf- schroevendraaier (20).
6. Schuif de sleufopening van het geleideblad (2) over de
twee uitstekende bevestigingsbouten (29).
7. Leg de zaagketting (1) over de vertanding van het ketting-
wiel (27). Voer de zaagketting (1) nauwkeurig in de op het geleideblad (2) aangegeven richting in. In het uiteinde van het geleideblad (2) bevindt zich een tandwiel (30). Zorg dat de tanden van de zaagketting (1) hier in vallen. (afb. 6 en 18)86 NL/BE
8. Trek enigszins aan het geleideblad (2), om de zaagket-
ting (1) licht voor te spannen.
9. Plaats de beschermkap van het kettingwiel (17) weer
terug. Let erop dat de binnenliggende kettingspanstift (26) in het passende boorgat van het geleideblad (2) zit. Verstel evt. de kettingspanschroef (23) met de sleufschroe- vendraaier (20).
10. Schroef beide bevestigingsmoeren (16) er met de hand
weer op. Draai ze echter nog niet helemaal vast. De be- vestigingsmoeren (16) worden pas vastgedraaid nadat de zaagketting (1) is gespannen.
9.2 Zaagketting (1) spannen en controleren
m WAARSCHUWING Doe veiligheidshandschoenen aan! Letselgevaar door de scherpe snijtanden! Controleer de kettingspanning regelmatig voor elk gebruik.
1. Voor het spannen moet u de twee bevestigingsmoeren
(16) iets losdraaien met de bougiesleutel (20).
2. Draai de kettingspanschroef (23) met de sleufschroeven-
draaier (20) rechtsom voor een hogere spanning.
3. Draai beide bevestigingsmoeren (16) stevig vast met de
4. De zaagketting (1) moet ook aan de onderkant van het
blad goed aansluiten. Controleer of de zaagketting (1) (bij ontgrendelde kettingrem, trek de voorste handbe- scherming (3) naar achter) met de hand over het geleide- blad (2) kan worden getrokken. Voer de controles altijd uit vóór het starten en met uitgescha- kelde motor. AANWIJZING Een nieuwe zaagketting (1) rekt op en moet vaker worden op- gespannen.
9.3 Brandstof mengen
Der motor moet met een brandstofmengsel van benzine en mo- torolie worden gebruikt. m WAARSCHUWING Voorkom direct contact van brandstof met de huid en adem geen bandstofdamp in. Gebruik uitsluitend een mengsel van loodvrije benzine (min. RON 95) en speciale 2-taktmotorolie (JASO FD/ISO - L - EGD). Meng het brandstofmengsel volgens de brandstofmengtabel. Doe de juiste hoeveelheid benzine en 2-takt-olie in de meege- leverde mengfles (22) (zie “Brandstofmengtabel”). Schud de mengfles (22) vervolgens goed door.
9.4 Brandstof bijvullen (afb. 8)
m WAARSCHUWING Vul de brandstof alleen bij als de motor is uitgeschakeld en afgekoeld. Er bestaat brandgevaar!
1. Reinig altijd het gebied rondom de dop van de brandstof-
tank (13) voor het bijvullen, zodat er geen viezigheid in de tank terecht kan komen. Gebruik hiervoor een droge, niet-pluizende doek.
2. Leg het apparaat op zijn kant, zo dat de dop van de
brandstoftank (13) naar boven wijst.
3. Draai de tankdop (13) linksom en maak hem open. De
tankdop (13) is via een verlieszekering verbonden met de brandstoftank en kan zo niet vallen.
4. Vul de brandstoftank met het brandstofmengsel. Mors geen
brandstof en maak de brandstoftank niet helemaal tot aan de rand vol.
AANWIJZING Controleer elke keer na het bijvullen van brandstof ook de ket- tingolie.
9.5 Brandstof aftappen
Leeg de brandstoftank alleen in de buitenlucht of in goed geventileerde ruimtes. Let erop dat er geen brandstof in de grond loopt (om het milieu te beschermen). Gebruik een geschikte ondergrond.
1. Houd een opvangreservoir onder de brandstoftank.
3. Tap het benzine-/oliemengsel volledig af.
4. Schroef de tankdop (13) er weer handvast op.87NL/BE
9.6 Kettingolie bijvullen (afb. 8)
m WAARSCHUWING Vul de kettingzaagolie alleen bij als de motor is uitgeschakeld en afgekoeld. Er bestaat brandgevaar! Werk nooit zonder kettingsmering! Bij een droog lopende zaagketting (1) wordt het zaaggarnituur in korte tijd onherstel- baar beschadigd. Controleer voor het werk altijd de kettingsmering. AANWIJZING Gebruik uitsluitend kettingzaagolie. Liefst een biologisch af- breekbare soort. Gebruik geen afgewerkte olie, motorolie enz. Controleer ook tijdens het werken of de kettingsmering goed werkt.
1. Reinig altijd het gebied rondom de dop van de kettingo-
lietank (11) voor het bijvullen, zodat er geen viezigheid in de kettingolietank terecht kan komen. Gebruik hiervoor een droge, niet-pluizende doek.
2. Leg het apparaat zo op zijn kant, dat de dop van de ket-
tingolietank (11) naar boven wijst.
3. Draai de kettingolietankdop (11) linksom en maak hem
open. De dop van de kettingolietank (11) is via een ver- lieszekering verbonden met de kettingolietank en kan daardoor niet vallen.
4. Vul de biologische kettingolie in de kettingolietank. Mors
geen kettingolie tijdens het bijvullen en maak de kettingo- lietank niet helemaal tot aan de rand vol.
met de klok mee, om de tank af te sluiten.
m VOORZICHTIG Neem de wettelijke voorschriften inzake geluidsbescherming in acht. Controleer het apparaat voor elke ingebruikname op:
- Dichtheid van brandstofsysteem
- perfecte staat en volledigheid van de veiligheidsvoorzienin- gen en de snij-inrichting
- stevige bevestiging van alle schroefverbindingen
- Soepel lopen van alle bewegende delen Werkinstructies Maakt u zich voor het gebruik vertrouwd met de omgang met de kettingzaag.
10.1 Starten van de motor
m LET OP Ga ten minste 3 meter weg van de plaats waar getankt wordt, voordat u de motor start (afb. 9). Trek het starterkoord (8) er altijd recht uit. Houd de greep van het starterkoord (8) vast tot de starterkoord (8) weer opwikkelt. Laat het starterkoord (8) nooit terugschieten. Laat de gashendel (5) onmiddellijk na het starten van de motor los. Zorg ervoor dat het motortoerental weer stationair is voor- dat u de kettingrem loslaat (duw de voorste handbescherming (3) naar achteren). Trek de koude starthendel (choke) (14) alleen uit voor het star- ten.
10.1.1 Starten bij koude motor
m WAARSCHUWING Schakel de kettingrem voor elke ingebruikname in (voorste handbescherming (3) naar voren drukken). m LET OP Laat nooit het starterkoord (8) terugschieten. Dit kan tot schade leiden.
1. Verwijder de beschermkap van het geleideblad (21).
2. Plaats de kettingzaag op een stabiele en vlakke onder-
grond. De zaagketting (1) mag hierbij de grond niet raken.
3. Druk de voorste handbescherming (3) naar voren tot
deze vastklikt. De zaagketting (1) werd door de ketting- rem geblokkeerd.
6. Houd de kettingzaag bij de voorste handgreep (12) vast
en trek het starterkoord (8) er langzaam tot aan de eerste weerstand uit.
7. Trek nu starterkoord (8) snel aan tot de motor start. Als de
motor niet start, herhaalt u de werkwijze. Zo lang de koud- starthendel (choke) (14) is uitgetrokken, start de motor slechts kort en gaat daarna weer uit.88 NL/BE
8. Zodra de motor is uitgegaan, bedient u de gashen-
delblokkering (7) en de gashendel (5) gelijktijdig. De koudstarthendel (choke) (14) springt automatisch in de bedrijfsstand “warme start”. (Afb. 10.1)
9. Trek nu opnieuw snel aan het starterkoord (8) tot de motor
start. Als de motor ook na meerdere pogingen niet aanspringt, dient u het hoofdstuk “Verhelpen van storingen” te raadplegen. AANWIJZING Bij hoge buitentemperaturen kan het zijn dat ook bij een koude motor zonder starthendel (choke) (14) moet worden gestart!
- Ontgrendel de kettingrem door de voorste handbescher- ming (3) naar achteren te trekken. (Afb. 2)
- VOORZICHTIG! De kettingrem is nu gelost. Als de gashen- del (5) samen met de gashendelblokkering (7) wordt bediend, start de zaagketting (1).
10.1.2 Starten bij warme motor
(Het apparaat stond minder dan 15 à 20 minuten stil.) m WAARSCHUWING Schakel de kettingrem voor elke ingebruikname in (voorste handbescherming (3) naar voren drukken).
1. Druk de voorste handbescherming (3) naar voren tot
deze vastklikt. De zaagketting (1) werd door de ketting- rem geblokkeerd.
2. De koudstarthendel (choke) (14) moet voor het starten
van de warme motor niet worden aangetrokken.
3. Houd de kettingzaag bij de voorste handgreep (12) vast
en trek het starterkoord (8) er langzaam tot aan de eerste weerstand uit.
4. Trek nu hard en snel aan het starterkoord (8). Het ap-
paraat moet na 1-2 keer trekken starten. Als het apparaat na 6 keer aantrekken nog altijd niet start, herhaalt u de werkwijze onder “Starten bij koude motor”.
10.2 Motor uitzetten
10.2.1 Nood-uit stappen
Mocht het nodig zijn om het apparaat direct te stoppen, zet u de aan-uitknop (15) op “0” en houdt hem in deze stand ingedrukt tot de motor stilstaat.
10.2.2 Normaal uitschakelen
1. Laat de gashendel (5) los. De motor loopt nu stationair.
2. Druk de aan-uitknop (15) in de “0” stand en houdt hem in
deze stand ingedrukt tot de motor stilstaat.
10.3 Bedrijf bij stationair draaien
m LET OP Als de motor stationair loopt, moet de zaagketting (1) stilstaan. AANWIJZING Als de zaagketting (1) stationair mee beweegt of als de mo- tor bij het wegnemen van gas uit zichzelf uitgaat, moet een instelling aan de carburateur worden gewijzigd (zie hoofdstuk “Onderhoud van de carburateur”).
1. Til de kettingzaag op.
2. Houd met de linkerhand de voorste handgreep (12) vast.
3. Houd met de rechterhand de achterste handgreep (6) vast.
Hierbij liggen de handpallen op de gashendelblokkering (7) en met uw wijsvinger bedient u de gashendel (5).
4. Na hernieuwde bediening van de gashendel (5) loopt de
motor bij stationair toerental.
- Werk nooit zonder kettingsmering! Bij een droog lopende zaagketting (1) wordt het zaaggarnituur in korte tijd onher- stelbaar beschadigd.
- Controleer voor het werk altijd de kettingsmering. Aanwijzing Gebruik uitsluitend kettingzaagolie, bij voorkeur biologisch af- breekbaar. Gebruik geen afgewerkte olie, motorolie enz. Houd de kettingzaag terwijl hij loopt, bij gemiddelde snelheid, boven een afgezaagde boomstronk of een geschikte ondergrond. Als de smering voldoende is, vormt zich een lichte oliefilm op de boomstronk of op de ondergrond.
- Indien nodig kan de kettingsmering worden verhoogd of ver- laagd door middel van de olieregelschroef (32) (afb. 11).
- Gebruik de meegeleverde sleufschroevendraaier (20) hier- voor als volgt: - Druk eerst en draai dan de olieregelschroef (32) rechts- om voor minder kettingsmering. - Druk eerst en draai dan de olieregelschroef (32) linksom voor meer kettingsmering.89NL/BE
10.5 Kettingrem controleren
m WAARSCHUWING De kettingrem moet elke ingebruikname worden gecontroleerd. De kettingrem remt de zaagketting (1) bij terugslag onmiddel- lijk af.
1. Let erop dat de voorste handbescherming (3) schoon is en
gemakkelijk beweegt.
3. Bedien de voorste handbescherming (3) terwijl de zaag-
ketting (1) loopt. De kettingrem moet de zaagketting (1) bij maximale snelheid afremmen en blokkeren. m WAARSCHUWING Als het motortoerental te lang wordt opgevoerd terwijl de ket- tingrem is geblokkeerd, raken de motor en de kettingaandrij- ving beschadigd. Als de zaagketting (1) desondanks beweegt, moet u contact opnemen met de klantenservice.
- Pas er altijd voor op dat takken kunnen terugspringen.
- Sta niet op de stam bij het verwijderen van takken.
- Zaag niet met het uiteinde van het zaagblad. (Afb. 7)
- Zaag nooit meerdere takken tegelijk.
- Ondersteun de kettingzaag bij het verwijderen van takken zoveel mogelijk met de klauwaanslag (24).
- Denk eraan dat de kettingzaag aan het einde van de zaag- snede onder zijn eigen gewicht kan doorzwaaien. De zaag ondervindt geen steun meer in de snede. Houd de zaag goed vast en zorg voor tegendruk.
- Zorg ervoor dat u zelf stevig, stabiel en veilig staat bij het snoeien en verwijderen van takken.
11.1.1 Snoeien in deelstukken
Kort lange of dikke takken in voordat u de laatste eindsnede maakt. De zaagketting (1) kan anders gemakkelijk vastge- klemd raken.
11.1.2 Onder spanning staand hout bewerken
Het is zeer belangrijk dat de juiste volgorde wordt aange- houden bij het bewerken van hout dat onder spanning staat. Anders kan de zaagketting (1) vastklemmen of kan er een te- rugslag optreden. Hout waar spanning op staat moet altijd eerst worden inge- zaagd aan de zijde waar drukkrachten op staan. Daarna kan pas de eindsnede worden gemaakt aan de zijde waar trek- krachten op staan. (Afb. 24) Zo wordt voorkomen dat de zaagketting (1) vastklemt. m LET OP Materiële schade! Liggend hout mag de grond aan de onderkant van de zaag- snede niet raken, anders kan de zaagketting (1) beschadigd raken. Terugstoot
- Als de zaagketting (1) aan de bovenrand van het geleide- blad (2) is vastgeklemd, kan de kettingzaag al snel onver- wacht terugslaan in de richting van de gebruiker. Naar binnen trekken
- Als de zaagketting (1) aan de onderkant van het geleide- blad (2) vastgeklemd, kan de kettingzaag al snel ongecon- troleerd uit de werkrichting en het hout in worden getrokken. Veilig werken
- Houd het apparaat in goede staat om verwondingen te voorkomen.
- Controleer het apparaat als het is gevallen op significante schade of defecten.
- Gebruik het apparaat niet als u op een ladder staat of op een bewegende ondergrond.
- Laat u niet tot een spontane, ondoordachte snede verleiden. Daarmee kunt u zichzelf en anderen in gevaar brengen.
- Wissel regelmatig van werkpositie. Door de trillingen kan langdurig gebruik van het apparaat leiden tot problemen met de bloedsomloop in de handen. U kunt de gebruiksduur echter door geschikte handschoenen of regelmatige pauzes verlengen. Denk er ook aan dat een persoonlijke aanleg tot slechte doorbloeding; lage buitentemperaturen of grote grijpkrachten bij het werken de gebruiksduur verkorten.
11.2 Houten stam is naar beneden gebogen
1. Zaag eerst ontlastingssnede 1 (ca. 1/3 van de stamdia-
meter) aan de zijde waar drukkrachten op staan.
2. Voer vervolgens eindsnede 2 uit (ca. 2/3 van de stamdi-
ameter) aan de trekzijde.90 NL/BE
11.3 Houten stam is naar boven gebogen
1. Zaag eerst ontlastingssnede 1 (ca. 1/3 van de stamdia-
meter) aan de zijde waar drukkrachten op staan.
2. Voer vervolgens eindsnede 2 uit (ca. 2/3 van de stamdi-
ameter) aan de trekzijde.
11.4 Boomverzorgingszaag gebruiken voor
snoeien van bomen in combinatie met boomklimtechnieken Deze bijlage bevat passende werkmethoden om het gevaar voor verwondingen door het gebruik van kettingzagen voor de boomverzorging te beperken wanneer op hoogte wordt gewerkt met een touch en een draagriem. Hoewel het kan dienen als richtlijn en opleidingsdocumentatie, mag het niet worden be
schouwd als vervanging voor een formele opleiding. De in deze bijlage gegeven richtlijnen dienen slechts als voorbeeld van een goede praktijk. Er kunnen nationale of andere voorschriften gelden die stren- ger zijn. De gebruiker van een kettingzaag voor boomverzorging die op hoogte werkt met een touw en draagriem, mag nooit alleen werken. Een grondwerker, opgeleid in de juiste noodprocedu- res, moet aanwezig zijn om te helpen. De gebruiker moet worden opgeleid in algemene veilige klim- en werkpositioneringstechnieken en moet worden uitgerust met een draagriem, touw, stroppen, karabijnhaken en andere ap- paratuur voor het verkrijgen van veilige en correcte werkposi- ties voor zowel zichzelf als de zaag. Nationale wetten en voorschriften moeten altijd strikt worden nageleefd. Deze bijlage heeft geen betrekking op technieken om de door de kettingzaag afgezaagde takken onder controle te houden, en evenmin op de reeds behandelde punten inzake veilig ge- bruik.
11.4.1 Algemene eisen
De gebruiker van een kettingzaag voor boomverzorging die op hoogte werkt met een touw en draagriem, mag nooit alleen werken. Een grondwerker, opgeleid in de juiste noodprocedu- res, moet aanwezig zijn om te helpen. De gebruiker moet worden opgeleid in algemene veilige klim- en werkpositioneringstechnieken en moet worden uitgerust met een draagriem, touw, stroppen, karabijnhaken en andere ap- paratuur voor het verkrijgen van veilige en correcte werkposi- ties voor zowel zichzelf als de zaag.
11.4.2 Voorbereiding voor het gebruik van de
boomonderhoudszaag De kettingzaag moet door de grondwerker worden gecontro- leerd, van brandstof worden voorzien, worden gestart en wor- den opgewarmd, en vervolgens worden uitgeschakeld voordat hij naar de gebruiker in de boom wordt gehesen. De kettingzaag moet worden voorzien van een geschikte strop, zodat hij aan de draagriem van de gebruiker kan worden be- vestigd (afb. 13):
- Maak de strop vast aan de ophanginrichting (19) die zich aan de achterkant van de zaag bevindt (afb. 12).
- Er moeten geschikte karabijnhaken worden aangebracht om de zaag indirect (d.w.z. via de strop) en direct (d.w.z. aan de ophanginrichting (19) van de kettingzaag) aan de draagriem van de gebruiker te kunnen bevestigen.
- Zorg ervoor dat de kettingzaag goed vastzit wanneer hij naar de gebruiker wordt getrokken (afb. 14).
- Zorg ervoor dat de kettingzaag aan de draagriem is beves- tigd voordat u hem losmaakt van de hijskabel. De mogelijkheid om de kettingzaag rechtstreeks aan de draag- riem te bevestigen, vermindert het risico op beschadiging van de apparatuur bij het verplaatsen ervan in de boom. De ket- tingzaag moet altijd worden uitgeschakeld als hij rechtstreeks aan de draagriem is bevestigd. De kettingzaag mag alleen worden bevestigd aan de aanbe- volen ophangmiddelen aan de draagriem. Deze kunnen in het midden (voor of achter) of aan de zijkanten zijn. Bevestig de kettingzaag waar mogelijk in het midden achteraan de draag- riem om hem uit de buurt van klimtouwen te houden en het gewicht centraal onder de ruggengraat van de gebruiker te ondersteunen. Als de kettingzaag van de ene naar de andere ophanginrich- ting wordt verplaatst, moet de gebruiker garanderen dat de kettingzaag in de nieuwe positie wordt vastgezet voordat hij van de vorige ophanginrichting wordt losgemaakt.
11.5 Gebruik van de kettingzaag in de boom
Uit een analyse van ongevallen met deze kettingzagen tijdens boomverzorgingswerkzaamheden blijkt dat de belangrijkste oorzaak het onjuiste gebruik van de kettingzaag met één hand is. Bij de meeste ongevallen nemen de gebruikers geen veilige werkpositie aan waarbij zij de kettingzaag bij beide handgre- pen kunnen vasthouden, wat resulteert in een verhoogd gevaar voor verwondingen door het volgende:
- Ontbrekende stevige greep bij de terugslag van de ketting- zaag.91NL/BE
- Gebrek aan controle over de kettingzaag, waardoor deze gemakkelijker in contact kan komen met klimtouwen en met het lichaam van de gebruiker (vooral de linkerhand en -arm).
- Verlies van controle door een onveilige werkpositie en daar- door contact met de kettingzaag (onverwachte bewegingen tijdens het werken met de kettingzaag).
11.6 Veilige werkpositie voor tweehandig
gebruik Om de kettingzaag met beide handen vast te kunnen houden, moet de gebruiker altijd proberen een veilige werkpositie aan te nemen en de zaag als volgt geleiden:
- op heuphoogte bij het zagen van horizontale stukken.
- ter hoogte van de maag bij het zagen van verticale stukken. Als de gebruiker dicht bij de verticaal lopende stam werkt met geringe zijdelingse krachten op de werkpositie, kan een ste- vige voetgreep voldoende zijn voor een veilige werkpositie. Zodra de gebruiker zich echter van de stam verwijdert, moet hij aanvullende maatregelen nemen om de toenemende zij- waartse krachten te verminderen of tegen te gaan, bijv. door het hoofdtouw om te leiden via een extra ophanginrichting of door gebruik te maken van een verstelbare strop die van het harnas naar een extra ophanginrichting leidt (afb. 15 en 16).
11.6.1 De boomonderhoudszaag in de boom
starten Bij het starten van de kettingzaag in de boom, moet de ge- bruiker:
- de kettingrem voor het starten bedienen (duw de voorste handbescherming (3) naar voren).
- de kettingzaag bij het starten links of rechts van het lichaam houden: - De kettingzaag aan de linkerzijde vasthouden met de linkerhand op de voorste handgreep en de kettingzaag van het lichaam wegduwen terwijl het starterkoord in de rechterhand wordt gehouden. - De kettingzaag aan de rechterzijde vasthouden met de rechterhand op een van de beide handgrepen en de ket- tingzaag van het lichaam wegduwen terwijl het starter- koord in de linkerhand wordt gehouden. De kettingrem moet altijd in werking worden gesteld voordat u de draaiende kettingzaag aan het draagtouw zakken. Alvorens lastige zaagwerkzaamheden uit te voeren, moet de gebruiker er altijd voor zorgen dat de kettingzaag over vol- doende brandstof beschikt.
11.6.2 Gebruik van de kettingzaag met één hand
Gebruikers mogen kettingzagen voor boomverzorging niet met één hand gebruiken in onstabiele werkposities of in plaats van een handzaag voor het afzagen van takuiteinden met een kleine diameter. Kettingzagen voor boomverzorging mogen alleen met één hand worden gebruikt wanneer a. het voor de gebruikers niet mogelijk is een werkpositie te verkrijgen die gebruik met twee handen mogelijk maakt. b. het noodzakelijk is de werkpositie met één hand te borgen. c. de kettingzaag wordt gebruikt in een volledig uitgeschoven stand, loodrecht op en uit het verlengde van het lichaam van de gebruiker. Gebruikers mogen nooit:
- met het terugslaggebied aan het uiteinde van het geleide- blad (2) van de kettingzaag zagen.
- zich vasthouden aan de tak waar ze aan zagen.
- proberen, vallende delen te vangen.
11.6.3 Een vastzittende kettingzaag losmaken
Als de kettingzaag tijdens het zagen bekneld raakt, moet de gebruiker:
1. Schakel de kettingzaag uit en bevestig hem stevig aan
de binnenkant van de boom (d.w.z. in de richting van de boomstam) of aan een aparte gereedschapslijn.
2. Trek de kettingzaag uit de inkeping terwijl u de tak zo ver
optilt als nodig is,
3. Gebruik zo nodig een handzaag of een tweede ketting-
zaag om de vastzittende kettingzaag los te maken door ten minste 30 cm van de vastzittende kettingzaag af te zagen. Ongeacht of een handzaag of een kettingzaag wordt gebruikt om een vastzittende kettingzaag te bevrijden, moeten de zaag- sneden om de kettingzaag te bevrijden altijd aan de buiten- kant (in de richting van de uiteinden van de takken) worden gemaakt, zodat de kettingzaag niet met de afgezaagde delen wordt meegenomen en de situatie nog ingewikkelder maakt.
- Gebruik steeds de beschermkap van het geleideblad (21) voor transport.
- Schakel de kettingzaag vóór elk transport uit, ook bij korte afstanden. Beveilig de machine tegen omvallen tijdens trans- port (ook in voertuigen) om brandstofverlies, schade of let- sel te voorkomen.92 NL/BE
- Activeer de kettingrem (voorste handbescherming (3) naar voren duwen).
- Draag het apparaat alleen aan de voorste handgreep (12). Het geleideblad (2) wijst daarbij naar achteren, weg van uw lichaam.
- Houd de hete geluiddemper (18) uit de buurt van uw li- chaam. Er bestaat gevaar voor brandwonden! (Afb. 23)
13. Reiniging en onderhoud
m WAARSCHUWING Gevaar voor letsel! Schakel het apparaat voor reinigingswerkzaamheden altijd uit en trek de bougiestekker (35) eruit. (zie hoofdstuk 13.4 Onderhoud van de bougie (34)). Aanwijzing Na elk gebruik moet het apparaat grondig worden gereinigd. Voer de reinigings- en onderhoudswerkzaamheden alleen uit, zoals in deze gebruikshandleiding is aangegeven. Overige werkzaamheden mogen uitsluitend worden uitgevoerd door deskundig vakpersoneel. Onderhoudswerkzaamheden moeten regelmatig worden uitge- voerd (zie het hoofdstuk “Onderhoudsintervallen”).
13.1 Reinigen van de motoreenheid
m WAARSCHUWING Gevaar voor brandwonden! Raak geen hete geluiddempers, cilinders of koelribben aan.
- Houd de veiligheidsvoorzieningen, ventilatiesleuven en de motorbehuizing zo stof- en vuilvrij mogelijk. Blaas deze de- len met perslucht onder lage druk uit.
- Reinig het apparaat regelmatig met een vochtige doek en wat afwasmiddel. Let op dat er geen water in het apparaat terecht komt.
13.2 Reinigen van het luchtfilter (33) (afb. 17)
Vervuilde luchtfilters verminderen het motorvermogen door een te geringe luchttoevoer naar de carburateur. Regelmatige controle is daarom absoluut noodzakelijk. Het luchtfilter (33) moet regelmatig worden gecontroleerd en in- dien nodig worden gereinigd. Bij erg stoffige lucht moet het luchtfilter (33) vaker worden ge- controleerd.
1. Maak de sluiting van het luchtfilterdeksel (10) los door
deze linksom te draaien.
2. Verwijder het luchtfilterdeksel (9).
3. Haal het luchtfilter (33) eruit.
4. Reinig het luchtfilter (33) door het uit te kloppen of uit te
blazen (met perslucht). De montage volgt in omgekeerde volgorde. m LET OP Luchtfilters (33) nooit met benzine of brandbare oplosmiddelen reinigen.
13.3 Reinigen van de kettingaandrijving
m WAARSCHUWING Gevaar voor letsel! Draag altijd veiligheidshandschoenen als u de zaagketting (1) aanraakt. Letselgevaar door de scherpe snijtanden! Aanwijzing Reinig de aandrijving van de ketting na elk gebruik.
1. Leg de kettingzaag op een vlakke en stabiele ondergrond
2. Trek de voorste handbescherming (3) tot aan de aanslag
naar achteren om de kettingrem te ontgrendelen. (Afb. 2)
3. Draai de kettingspanschroef (23) met de sleufschroeven-
draaier (20) linksom om de spanning te verlagen.
4. Verwijder beide bevestigingsmoeren (16) met de bougie-
5. Verwijder de beschermkap van het kettingwiel (17).
6. Maak de zaagketting (1) voorzichtig los van het geleide-
blad (2) en van het kettingwiel (27).
7. Verwijder het geleideblad (2). Reinig het met een kwast.
8. Reinig nu grondig rondom de kettingaandrijving en de be-
schermkap van het kettingwiel (17) met behulp van een kwast of door middel van uitblazen (met perslucht). De montage volgt in omgekeerde volgorde.
13.4 Onderhoud bougies (34) (afb. 19 / 20)
1. Demonteer het luchtfilter (33) zoals beschreven onder
13.2 “Reiniging van het luchtfilter (33)”.
2. Trek de bougiestekker (35) los door deze naar links en
rechts te draaien en er gelijktijdig aan te trekken. De bou- giestekker (35) uitsluitend aan de stekker vasthouden en trekken. Trek nooit aan de kabel!
3. Maak de bougie (34) met de meegeleverde bougiesleu-
4. De montage volgt in omgekeerde volgorde.93NL/BE
Elektrodenafstand = 0,6 mm - 0,7 mm (afstand tussen de elek- troden, waar de vonk overspringt). Controleer de bougie (34) voor de eerste keer na 10 bedrijfsuren op verontreiniging en reinig deze eventueel met een koperdraadborstel. Daarna de bougie (34) elke 50 bedrijfsuren onderhouden.
13.5 Onderhoud van de kettingsmering
- Zie het hoofdstuk “Kettingsmering controleren en afstellen”.
13.6 Onderhoud van de carburateur instellingen
- Als de zaagketting (1) bij stationair draaien beweegt of als de motor bij het wegnemen van gas vanzelf uitgaat, moet de carburateur opnieuw worden afgesteld. Aanwijzing Laat de instellingen van de carburateur (bijv. het stationair toe- rental) uitsluitend door gekwalificeerd vakpersoneel wijzigen, om schade aan de motor te voorkomen.
13.7 Onderhoud van het geleideblad (2)
- Verwijder eventueel opgetreden bramen in de rand van het geleideblad met behulp van een metaalvijl.
- Reinig de groef van het geleideblad (2) met behulp van een kwast of met perslucht (afb. 21). Vervang het geleideblad (2) zodra de geleidingsgroef (28) versleten is.
- Keer het geleideblad (2) na elk gebruik om, zodat het ge- lijkmatig slijt.
- Controleer het tandwiel (30) aan het uiteinde van het gelei- deblad (2) op soepele werking. Smeer het evt. in met een lagerolie. Laat wat lagerolie in de smeeropening (31) drup- pelen. (afb. 21)
13.8 Kettingrem controleren
Zie hoofdstuk 10.5 “Kettingrem controleren” m WAARSCHUWING GEVAAR VOOR TERUGSLAG! Een niet-functionerende kettingrem verhoogt het risico van te- rugslag. Controleer de kettingrem regelmatig. Een functionerende kettingrem is essentieel voor uw veiligheid.
13.9 Zaagketting (1) spannen en controleren
Zie hoofdstuk 9.2 “Zaagketting (1) spannen en controleren”
13.10 Zaagketting (1) slijpen en onderhouden
m WAARSCHUWING Gevaar voor letsel! Draag altijd veiligheidshandschoenen als u de zaagketting (1) aanraakt. Letselgevaar door de scherpe snijtanden! Aanwijzing Een goed verzorgde en geslepen zaagketting (1) vermindert de lichamelijke belasting, slijtage en zorgt voor een goed zaag- resultaat. Reinig, verzorg en slijp de zaagketting (1) regelmatig. Controleer de zaagketting (1) regelmatig op scheuren en be- schadigde klinknagels. Er kan een slijpbok in het slijpbokgat worden bevestigd voor stevige grip tijdens het slijpen. Gebruik uitsluitend speciale rondvijlen voor zaagkettingen met een Ø van 4,8 mm (3/16”) voor de meegeleverde zaagketting (1). In een slijppakket vindt u gedetailleerde informatie over het slijpen. Als alternatief kunt u ook een elektrisch kettingslijpapparaat gebruiken. Volg ook dan de aanwijzingen van de fabrikant op. Als u twijfelt over het resultaat van het werk, moet de zaagket- ting (1) worden vervangen. Laat het slijpen van de zaagketting (1) eventueel uitvoeren door een gespecialiseerde werkplaats.
- Benodigde accessoires (niet bij de levering inbegrepen): - Zaagketting ronde vijl Ø 4,8 mm (3/16”) - Platte vijl - Dieptebegrenzingsmeter
- Vijl alleen in voorwaartse richting om materiaal te verwij- deren.
- Vijl met een slijphoek van ca. 25° bij een stijging van 10° ten opzichte van het geleideblad (2).
- Controleer de afstand van de dieptebegrenzing met een dieptemeter.
- De juiste afstand van de dieptebegrenzer moet 0,6 mm (0,024”) bedragen.
13.11 Onderhoudsintervallen
Voor een lange levensduur en om schade te voorkomen en de volledige werking van de veiligheidsvoorzieningen te waar- borgen, moeten regelmatig onderstaande onderhoudswerk- zaamheden worden uitgevoerd. Garantieclaims worden alleen erkend als deze werkzaamheden regelmatig en correct zijn uitgevoerd. Als ze niet worden nageleefd, bestaat er risico op ongevallen!94 NL/BE Gebruikers van kettingzagen mogen alleen onderhouds- en ver- zorgingswerkzaamheden uitvoeren die in deze gebruikshandlei- ding staan beschreven. Verdergaande werkzaamheden mogen uitsluitend door een gespecialiseerde werkplaats worden uitgevoerd. Algemeen Complete boomonderhouds- zaag Uitwendig reinigen en op beschadigingen controleren. In geval van schade vakkundig laten repareren. Zaagketting Regelmatig slijpen, tijdig vervangen. Kettingrem Regelmatig in de gespecialiseerde werkplaats laten controleren Geleideblad Omdraaien, zodat de belaste loopvlakken gelijkmatig slijten. Tijdig vervangen. Voor elke inge- bruikname Zaagketting Op beschadigingen en scherpte controleren. Kettingspanning controleren. Geleideblad Op beschadigingen controleren. kettingsmering Controle van de werking Kettingrem Controle van de werking Aan/uit-knop, gashendel- blokkering, gashendel Controle van de werking Tankdop voor brandstof en kettingolie Op lekkages controleren. Dagelijks Luchtfilter Reinigen Geleideblad Op beschadigingen controleren, olietoevoeropeningen reinigen Zaagbladhouder Reinigen, in het bijzonder de oliegeleidingsgroef Stationair toerental Controleren (ketting mag niet meelopen) Wekelijks Ventilatorhuis Reinigen, om een probleemloze koelluchttoevoer te garanderen Bougie Controleren en zo nodig vervangen Geluiddemper Op verstopping controleren Kettingvanger Op beschadigingen controleren, zo nodig vervangen Bouten en moeren Toestand en stevige bevestiging controleren Ieder kwartaal Zuigkop Brandstof-, kettingolietank Vervangen Reinigen Opslag Complete boomonderhouds- zaag Uitwendig reinigen en op beschadigingen controleren In geval van schade vakkundig laten repareren Zaagketting en zaagblad Demonteren, reinigen en licht inoliën Geleidingsgroef van het geleideblad reinigen Brandstof-, kettingolietank Leegmaken en reinigen Carburateur Leegdraaien95NL/BE
13.12 Belangrijke aanwijzing bij reparatie
Als het apparaat voor reparatie geretourneerd wordt, moet het apparaat vanwege veiligheidsredenen vrij van olie en benzine geretourneerd worden aan het servicestation.
13.13 Service-informatie
Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt. Slijtdelen*: Zaagketting, geleiderail, kettingolie, motorolie, klauwaanslag, kettingvanger, bougie, luchtfilter, brandstoffilter, kettingoliefilter
De bougiesleutel / schroevendraaier met platte kop (20) kan om te bewaren aan de zijkant van de beschermkap van het geleideblad (21) worden geplaatst. Gebruik steeds de beschermkap van het geleideblad (21) voor opslag van de zaag. Reinig en onderhoud het apparaat voordat u het in de opslag weglegt, zie hiervoor het hoofdstuk “Reiniging en onderhoud”. Leeg de olie- of brandstoftank volledig. WAARSCHUWING Verwijder de benzine niet in gesloten ruimtes, in de buurt van vuur of bij het roken. Gasdampen kunnen explosies of brand veroorzaken.
- Start de motor en laat hem net zo lang lopen totdat de res- terende benzine is verbruikt. Sla het apparaat en de accessoires op een donkere, droge en vorstvrije plaats en voor kinderen ontoegankelijke plaats op. De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 30˚C. Bewaar en gebruik de kettingzaag niet bij temperaturen onder 0 °C! Berg de kettingzaag nooit langer op dan 30 dagen zonder de volgende stappen te doorlopen. Neem de reinigings- en onderhoudsinstructies voor het opslaan van het apparaat in acht!
14.1 De kettingzaag opbergen
Als u een kettingzaag langer dan 30 dagen opbergt, moet u hem daarop voorbereiden. Anders zal de in de carburateur aanwezige, resterende brandstof verdund worden en kan een rubberachtig bezinksel achterblijven. Hierdoor wordt het star- ten moeilijker en zullen er kostbare reparatiewerkzaamheden moeten worden uitgevoerd.
1. Verwijder langzaam de dop van de brandstoftank (13)
om eventuele druk in de tank te laten ontsnappen. Leeg de tank voorzichtig.
2. Start de motor en laat deze draaien tot de kettingzaag
stopt om het brandstof uit de carburateur te verwijderen.
3. Laat de motor afkoelen (ca. 5 minuten).
4. Verwijder de bougie (34).
5. Doe 1 theelepel schoon 2-takt-olie in de verbrandings-
ruimte. Trek nu meerdere keren langzaam aan het star- terkoord (8) om de interne componenten te voorzien van een laagje olie. Plaats de bougie (34) weer terug. Berg de kettingzaag op een droge locatie op, uit de buurt van mogelijke ontstekingsbronnen, zoals bijv. een oven, gas- gestookte heetwaterboiler, gasdroger etc. en buiten het bereik van kinderen. Monteer altijd de beschermkap van het geleideblad (21) als de zaagketting (1) en het geleideblad (2) niet gedemonteerd zijn
14.2 De kettingzaag opnieuw in gebruik nemen
1. Verwijder de bougie (34).
2. Trek vervolgens snel aan het starterkoord (8) om overtol-
lige olie uit de verbrandingsruimte te verwijderen.
3. Reinig de bougie (34) en let op de juiste elektrodenaf-
stand op de bougie (34); of plaats een nieuwe bougie (34) met de juiste elektrodeafstand.
4. Bereid de kettingzaag voor gebruik voor.
5. Vul de tank met het juiste olie- en brandstofmengsel
Brandstoffen kunnen slechts beperkt worden opgeslagen. Brandstof en brandstofmengsels verouderen door verdunning met name onder invloed van hoge temperaturen. Te lang opge- slagen brandstof en brandstofmengsels kunnen hierdoor start- problemen en schade aan de motor veroorzaken. Koop zo veel brandstof als dat u gedurende enkele maanden nodig hebt. Bij hogere temperaturen moet de gemengde brandstof binnen 6-8 weken worden verbruikt. Brandstof alleen in toegestane reservoirs drogen, koel en veilig opslaan! WAARSCHUWING Huid- en oogcontact vermijden! Minerale olieproducten, ook oliën, ontvetten de huid. Bij her- haald en langdurig contact droogt de huid uit. Dit kan verschil- lende huidaandoeningen tot gevolg hebben. Bovendien zijn er allergische reacties bekend. Oogcontact met olie veroorzaakt irritaties. In geval van con- tact met de ogen moet u direct het desbetreffende oog met schoon water spoelen. Bij aanhoudende irritatie direct een arts raadplegen!
15. Afvalverwerking en hergebruik
Aanwijzingen op de verpakking De verpakkingsmaterialen zijn recycle- baar. Verpakkingen milieuvriendelijk afvoeren. Informatie over het afvoeren van versleten ap- paratuur kunt u opvragen bij uw gemeente. Brandstoffen en oliën
- Voor het afvoeren van het apparaat moeten de brandstof- tank en het motorreservoir worden geleegd!
- Brandstof en motorolie horen niet bij het huishoudelijke af- val of in het riool, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Lege olie- en brandstoftanks moet milieuvriendelijk wor- den afgevoerd.97NL/BE
16. Verhelpen van storingen
Storing Mogelijke oorzaak Oplossing De motor start niet, of start maar slaat niet aan. Verkeerde startprocedure. Neem de aanwijzingen in deze handleiding in acht. Verkeerd ingesteld carbura- teurmengsel. Laat de carburateur afstellen door een erkende servicedienst. Vervuilde bougie. Reinig de bougie, stel deze af of vervang deze. Verstopt brandstoffilter. Vervang het brandstoffilter. De motor start, maar draait niet met vol vermogen. Vuil luchtfilter Verwijder het filter, reinig het en plaats het weer terug. Verkeerd ingesteld carbura- teurmengsel. Laat de carburateur afstellen door een erkende servicedienst. Motor sputtert Verkeerd ingesteld carbura- teurmengsel. Laat de carburateur afstellen door een erkende servicedienst. Geen vermogen bij belasting Verkeerd afgestelde bougie. Reinig de bougie, stel deze af of vervang deze. De motor draait onre- gelmatig Verkeerd ingesteld carbura- teurmengsel. Laat de carburateur afstellen door een erkende servicedienst. Overmatige rookontwik- keling. Onjuist brandstofmengsel. Gebruik het juiste brandstofmengsel (verhouding 1:40). Geen vermogen bij belasting Ketting stomp of ketting los Ketting slijpen of nieuwe ketting plaatsen. Ketting spannen. De motor sterft af Benzinetank leeg of brandstoffilter in tank onjuist geplaatst Benzinetank vullen. Benzinetank volledig vullen of het brandstoffilter anders in de benzinetank plaatsen. Onvoldoende kettings- mering (het zaagblad en de ketting worden heet) Kettingolietank leeg Vul de kettingolietank. Oliekanalen verstopt Maak de olieboring in het zaagblad schoon. Maak de groef van het zwaard schoon.98 NL/BE
Geachte klant, onze producten zijn aan een strenge kwaliteitscontrole onderhevig. Mocht dit apparaat echter ooit niet naar behoren functioneren, spijt het ons ten zeerste en vragen u zich tot onze servicedienst onder het adres vermeld op dit garantiebewijs te wenden. Wij staan ook graag telefonisch tot uw dienst via het hieronder vermelde servicetelefoonnummer. Voor vorderingen in verband met garantie geldt het volgende:
- Deze garantievoorwaarden regelen bijkomende garantieprestaties. Uw wettelijke garantieclaims blijven onaangetast door deze garantie. Onze garantieprestatie is voor uw gratis.
- De garantieprestatie heeft uitsluitend betrekking op gebreken die te wijten zijn aan materiaal- of fabricagefouten en is beperkt tot het verhelpen van deze gebreken of het vervangen van het apparaat. Wij wijzen erop dat onze apparaten overeenkomstig hun bestemming niet geconstrueerd zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Een garantieovereenkomst komt daarom niet tot stand als het apparaat in ambachtelijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt. Uitgesloten van onze garantie zijn verder schadeloosstellingen voor transportschade, schade door nietnaleving van de montage-instructies of op grond van ondeskundige installatie, niet-naleving van de handleiding (zoals door b.v. aansluiting op een verkeerde netspanning of stroomsoort), oneigenlijke of onoordeelkundige toepassingen (zoals b.v. overbelasting van het apparaat of gebruik van niet toegestane inzetgereedschappen of toebehoren), niet-naleving van de onderhouds- en veilig- heidsbepalingen, binnendringen van vreemde voorwerpen in het apparaat (zoals b.v. zand, stenen of stof), gebruikmaking van geweld of invloeden van buitenaf (zoals b.v. schade door neervallen) alsmede door normale slijtage die zich bij het doelmatig gebruik van het apparaat voordoet. Er kan geen aanspraak op garantie worden gemaakt als op het apparaat reeds ingrepen werden uitgevoerd.
- De garantieperiode bedraagt 3 jaar en gaat in op de datum van aankoop van het apparaat. Garantieclaims dienen voor het verloop van de garantieperiode binnen de twee weken na het vaststellen van het defect geldend te worden gemaakt. Het geldend maken van garantieclaims na verloop van de garantieperiode is uitgesloten. De herstelling of vervanging van het ap- paraat leidt noch tot een verlenging van de garantieperiode noch wordt door deze prestatie een nieuwe garantieperiode voor het apparaat of voor eventueel ingebouwde wisselstukken op gang gebracht. Dit geldt ook bij het ter plaatse uitvoeren van een serviceactiviteit.
- Om een garantieclaim geldend te maken neem contact op met het hieronder vermelde serviceadres. Als de klacht binnen de garantieperiode valt, ontvangt u van ons een retourbon waarmee u uw defecte apparaat gratis naar ons kunt retourneren. Wij verzoeken u de reden van de klacht zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven. Valt het defect van het apparaat binnen onze garan- tieprestatie bezorgen wij u per omgaande een hersteld of nieuw apparaat terug. Uiteraard staan wij ook tot u dienst om mits betaling van de kosten defecten van het apparaat te verhelpen die buiten de garantie- omvang vallen. Te dien einde stuurt u het apparaat aan ons serviceadres op. Service-hotline / Hotline du service (NL):
(0,00 €/Min.) E-mailadres (BE): service.BE@scheppach.com Serviceadres (BE): Service Center Bruyninckx Guldendelle 30 BE - 1930 Zventem (Nossegem)99NL/BE Op www.lidl-service.com kunt u deze en talloze andere handleidingen, productvideo’s en installatiesoftware downloaden. Met de QR-code komt u direct op de Lidl-Service-pagina (www.lidl-service.com) en kunt u met het invoeren van het artikelnummer (IAN) 422495_2210 uw gebruikshandleiding openen.100 CZ Obsah: Strana:
Notice-Facile