PD501AC - Boor Vonroc - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PD501AC Vonroc in PDF-formaat.
| Merk | Vonroc |
| Model | PD501AC |
| Producttype | Kolomboormachine |
| Voeding | 230 V ~ 50 Hz |
| Opgenomen vermogen | 720 W (S1), 900 W (S6 6 min) |
| Beschermingsklasse | II (dubbele isolatie) |
| Onbelast toerental (snelheid 1) | 220 - 880 t/min |
| Onbelast toerental (snelheid 2) | 650 - 2550 t/min |
| Boorkopcapaciteit | 1,5 - 13 mm |
| Maximale boordiepte | 80 mm |
| Afstand boorkop - voet | 85 - 300 mm |
| Afmetingen voet | 340 x 300 x 40 mm |
| Maximale boordiameter (hout) | 40 mm |
| Maximale boordiameter (staal) | 13 mm |
| Gewicht | 7,8 kg |
| Laser | Klasse 2, 650 nm, < 1 mW, gekruiste lijnen |
| Werkverlichting | Geïntegreerde LED |
| Geluidsdrukniveau | 79,7 dB(A) (K=3 dB(A)) |
| Geluidsvermogensniveau | 90,7 dB(A) (K=3 dB(A)) |
| Hoofdfuncties | Boren in hout, metaal, keramiek, kunststof; elektronische snelheidsregeling; diepte-aanslag; snelspanning; bankschroef; parallelgeleider |
| Onderhoud en reiniging | Zachte, licht vochtige doek; geen oplosmiddelen; ventilatiegleuven reinigen |
| Veiligheid | Beschermkap, noodstop, nulpanningschakelaar, laserbescherming |
| Reserveonderdelen en repareerbaarheid | Neem contact op met de klantenservice van Vonroc; gebruik originele onderdelen |
| Garantie | Wettelijke duur vanaf aankoopdatum; uitsluiting bij niet-goedgekeurde reparatie |
Veelgestelde vragen - PD501AC Vonroc
Gebruikersvragen over PD501AC Vonroc
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Boor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PD501AC - Vonroc en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PD501AC van het merk Vonroc.
GEBRUIKSAANWIJZING PD501AC Vonroc
NL Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing 30
Lees de bijgesloten veiligheidswaarschuwingen, de aanvullende veiligheidswaarschuwingen en de instructies. Geeft u geen gevolg aan de veiligheidswaarschuwingen en de instructies dan kan dat een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar de veiligheidswaarschuwingen en de instructies zodat u ze later ook nog kunt raadplegen.
De volgende symbolen worden gebruikt in de gebruiksaanwijzing of op het product:

Lees de gebruiksaanwijzing.

Duidt op risico op persoonlijk letsel, gevaar van een ongeluk met dodelijke afloop of beschadiging van het gereedschap als de instructies in deze handleiding niet worden opgevolgd.

Risico op een elektrische schok.

Rotatie, links/rechts.

Draag gehoorbescherming.

Draag bescherming tegen stof.

Draag oogbescherming.

Houd uw handen uit de buurt van bewegen- de onderdelen. Bind lang haar samen, draag zeker haarbescherming (haarnetje of pet). Lang haar kan gemakkelijk in bewegende delen verstrikt raken.

Draag geen veiligheidshandschoenen. Handschoenen kunnen verstrikt raken in draaiende onderdelen of spaanders en persoonlijk letsel veroorzaken.

Draag de juiste kleding. Draag geen losse kleding of sieraden. Houd uw kleding uit de buurt van bewegende onderdelen. Loszittende kleding en juwelen kunnen in bewegende onderdelen verstrikt raken. Draag in plaats daarvan nauw aansluitende kleding en manchetknopen op mouwen.

Let op: Laserstraling. Staar niet in de straal van de Klasse 2-laser.

Klasse II machine - Dubbele isolatie - Een geaarde stekker is niet nodig.

Het product voldoet aan de geldende veiligheidsnormen in de Europese richtlijnen.
Snelheidsdiagram

line
| x | Wood | Solid | |----|-------|-------| | 1 | 2500 | 2500 | | 2 | 2500 | 2500 | | 3 | 2500 | 2500 | | 4 | 2500 | 2500 | | 5 | 2500 | 2000 | | 6 | 2500 | 1700 | | 7 | 2500 | 1500 | | 8 | 2500 | 1300 | | 9 | 2000 | 1100 | | 10 | 1800 | 1000 | | 11 | 1600 | 900 | | 12 | 1500 | 800 | | 13 | 1400 | 700 |Het diagram geeft de snelheid (tpm) weer die ingesteld zou moeten worden afhankelijk van de boordiameter (diameter in mm) voor staal en hout. Opmerking: De opgegeven boorsnelheden zijn louter voorgestelde waarden.
ALGEMENE VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN VOOR ELEKTRISCH GEREEDSCHAP

WAARSCHUWING! Lees alle veiligheids-waarschuwingen en alle instructies. Geeft u geen gevolg aan de waarschuwingen en de instructies, dan kan dat een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben.
Bewaar alle waarschuwingen en instructies zodat u ze later ook nog kunt raadplegen.
De woorden 'elektrisch gereedschap' zoals gebruikt in de waarschuwingen verwijzen naar uw elektrisch gereedschap dat via de stroomvoorziening (met snoer) of op basis van een accu (draadloos) wordt gebruikt.
1) Veiligheid in de werkruimte
a) Houd het werkgebied goed schoon en goed verlicht. Op rommelige of donkere werkplekken zullen gemakkelijk ongelukken gebeuren.
b) Gebruik geen elektrische gereedschappen in explosieve situaties, zoals in de nabijheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof. Elektrische gereedschappen maken vonken die het stof of de gassen kunnen ontsteken.
c) Houd kinderen en omstanders uit de buurt terwijl u het elektrische gereedschap gebruikt. Door afleidingen kunt u de controle verliezen.
2) Elektrische veiligheid
a) Stekkers van elektrisch gereedschap moeten bij de stopcontacten passen. Breng nooit op welke manier dan ook veranderingen in de stekker aan. Gebruik nooit adapterstekkers met (geaard) elektrisch gereedschap. Originele stekkers en passende stopcontacten verminderen het risico op een elektrische schok.
b) Voorkom lichamelijk contact met geaarde oppervlakken, zoals leidingen, radiatoren, fornuizen en koelkasten. Er is sprake van een verhoogd risico op een elektrische schok als uw lichaam geaard is.
c) Stel elektrische gereedschappen niet bloot aan regen of natte omstandigheden. Als water in het elektrisch gereedschap binnendringt, verhoogt dit de kans op een elektrische schok.
d) Het snoer niet oneigenlijk gebruiken. Gebruik het snoer nooit om het elektrische gereedschap te dragen of mee te slepen, of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd het snoer weg bij hete voorwerpen, olie, scherpe randen en/of bewegende onderdelen. Beschadigde of in de war geraakte snoeren vergroten het risico van een elektrische schok.
e) Als u elektrisch gereedschap buitenshuis gebruikt, dient u altijd een verlengsnoer te gebruiken dat geschikt is voor buitenshuis gebruik. Het gebruik van een snoer dat geschikt is voor buitenshuis gebruik, zal het risico op een elektrische schok verminderen.
f) Als het gebruik van elektrisch gereedschap in een vochtige ruimte niet kan worden voorkomen, gebruik dan een altijd een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar zal het risico op een elektrische schok verminderen.
3) Persoonlijke veiligheid
a) Let altijd op en kijk goed uit wat u doet en gebruik uw verstand tijdens het werken met elektrisch gereedschap. Werk niet met het product
als u moe bent of onder invloed van alcohol of drugs. Een ogenblik van onoplettendheid tijdens het werken met elektrische gereedschap kan ernstig persoonlijk letsel tot gevolg hebben.
b) Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag altijd oogbescherming. Beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, antislip-veiligheidsschoenen, helm, of gehoorbescherming die voor de juiste omstandigheden worden gebruikt, zullen het risico op persoonlijk letsel verminderen.
c) Voorkom het onbedoeld starten. Controleer of de schakelaar in de stand Uit staat, voordat het gereedschap op de voeding of accu wordt aangesloten, wordt opgepakt of gedragen. Het dragen van elektrische gereedschap met de vinger op de schakelaar, of het inschakelen van elektrisch gereedschap met de schakelaar in de stand Aan, vraagt om ongelukken.
d) Verwijder stelsleutels of steeksleutels voordat u het elektrisch gereedschap inschakelt. Een steeksleutel of andere sleutel die op een draai-end deel van het elektrisch gereedschap blijft zitten, kan resulteren in persoonlijk letsel.
e) Reik niet buiten uw macht. Blijf altijd stevig en in evenwicht staan. Hierdoor hebt u in onverwachte situaties een betere controle over het elektrische gereedschap.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen losse kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen weg bij bewegende onderdelen. Loszittende kleding, sieraden of lang haar kunnen door bewegende delen worden gegrepen.
g) Als het apparaat wordt geleverd met een aan-sluiting voor het afzuigen en verzamelen van stof, zorg er dan voor dat deze correct worden aangesloten en gebruikt. Het gebruik van het afzuigen en verzamelen van stof, kan de aan stof gerelateerde gevaren verminderen.
h) Denk niet dat u wel weet hoe het allemaal werkt, omdat u het gereedschap vaak gebruikt en dat u de veiligheidsbeginselen voor het gebruik van het gereedschap wel kunt negeren. Een onbe-zonnen actie kan in een fractie van een seconde ernstig letsel tot gevolg hebben.
4) Gebruik en onderhoud van elektrisch gereedschap
a) Forceer het elektrisch gereedschap niet. Gebruik het juiste elektrisch gereedschap voor uw werkzaamheden. Het juiste elektrisch gereedschap klaart de klus beter en veiliger als deze hiervoor is ontworpen.
b) Gebruik het elektrisch gereedschap niet als de schakelaar het apparaat niet in- en uitschakelt. Elk elektrisch gereedschap dat niet met de schakelaar kan worden bediend is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
c) Neem de stekker van het elektrische gereedschap uit het stopcontact en/of verwijder de accu voordat enige aanpassingen worden uitgevoerd, accessoires worden vervangen of elektrisch gereedschap wordt opgeborgen. Dergelijke preventieve veiligheidsmaatregelen verminderen het risico op het onbedoeld starten van het elektrische gereedschap.
d) Berg ongebruikt elektrisch gereedschap buiten bereik van kinderen op en sta niet toe dat mensen die onbekend zijn met het elektrische gereedschap of deze instructies, met het elektrische gereedschap werken. Elektrische gereedschap kan erg gevaarlijk zijn in de handen van ongetrainde gebruikers.
e) Onderhoud van elektrisch gereedschap.
Controleer op scheve of klemmende bewegen-
de onderdelen, kapotte onderdelen en enige
andere omstandigheden die de werking van het
elektrische gereedschap kunnen beïnvloeden.
Als het elektrisch gereedschap een beschadi-
ging of storing heeft, dient u het eerst te laten
repareren. Veel ongelukken worden veroorzaakt
door slecht onderhouden elektrisch gereed-
schap.
f) Zorg ervoor dat snij- of zaaggereedschap scherp en schoon blijft. Op de juiste manier onderhouden snij- of zaaggereedschap met scherpe snijranden hebben minder de neiging om beklemd te raken en zijn gemakkelijker te sturen.
g) Gebruik het elektrische gereedschap, de accessoires, bitjes, enz. volgens deze instructies, rekening houdend met de werkomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden. Gebruik van het elektrisch gereedschap voor andere werkzaamheden dan het bedoelde gebruik, kan een gevaarlijke situatie tot gevolg hebben.
h) Houd handgrepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Gladde handgrepen en greepoppervlakken maken veilig werken en controle over het gereedschap in onverwachte situaties onmogelijk.
5) Onderhoud
a) Laat uw elektrisch gereedschap onderhouden door een gekwalificeerde reparateur die uitsluitend identieke vervangende onderdelen gebruikt. Dit waarborgt dat de veiligheid van het elektrisch gereedschap behouden blijft.
AANVULLENDE VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN VOOR VERPLAATSBARE BOREN - VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN VOOR BOREN
a) De boor moet vastgezet worden. Een boor die niet goed vast staat, kan bewegen of vallen en persoonlijk letsel veroorzaken.
b) Het werkstuk moet worden vastgeklemd of bevestigd aan de steun van het werkstuk. Boor geen onderdelen die te klein zijn om goed vastgeklemd te worden. Het werkstuk in de handen houden tijdens het gebruik, kan leiden tot persoonlijk letsel.
c) Draag geen handschoenen. Handschoenen kunnen verstrikt raken in bewegende onderdelen of spaanders met persoonlijk letsel als gevolg
d) Houd uw handen uit het boorgebied wanneer het gereedschap in werking is. Contact met draaiende onderdelen of spaanders kan persoonlijk letsel veroorzaken.
e) Verzeker dat de accessoire draait voordat het in het werkstuk wordt geplaatst. Anders kan het vast komen te zitten in het werkstuk en een onverwachte beweging van het werkstuk en persoonlijk letsel veroorzaken.
f) Stop met neerwaartse druk te zetten en schakel het gereedschap uit als het accessoire vast zit. Onderzoek de situatie en neem corrigerende maatregelen om de oorzaak van de blokkering te elimineren. Blokkering kan een onverwachte beweging van het werkstuk en persoonlijk letsel veroorzaken.
g) Vermijd lange spaanders door de neerwaartse druk regelmatig te onderbreken. Scherpe metalen spaanders kunnen verstrikt raken en persoonlijk letsel veroorzaken.
h) Verwijder nooit spaanders uit het boorgebied terwijl het gereedschap in werking is. Beweeg het accessoire weg van het werkstuk, schakel
het gereedschap uit en wacht tot het accessoire stopt met bewegen om spaanders te verwijderen. Gebruik hulpmiddelen zoals een borstel of haak om spaanders te verwijderen. Contact met draaiende onderdelen of spaanders kan persoonlijk letsel veroorzaken.
i) Accessoires met snelheidsklassen moeten minimaal een klasse hebben gelijk aan de maximumsnelheid die is aangegeven op het elektrisch gereedschap. Accessoires die sneller draaien dan hun nominale snelheid, kunnen breken en uit elkaar vliegen.
j) Maak waarschuwingstekens op de machine nooit onherkenbaar.
k) Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf ook niet in de laserstraal. U kunt iemand verblinden, ongelukken veroorzaken of uw ogen beschadigen.
I) Als de laserstraal in uw oog terecht komt, moet u uw ogen sluiten en uw hoofd onmiddellijk weg van de straal draaien.
m) Voer geen aanpassingen uit aan de laserapparatuur.
n) Laat het elektrisch gereedschap niet gebruiken door kinderen zonder toezicht. Ze zouden iemand per ongeluk kunnen verblinden.
o) Als de tekst van het waarschuwingsetiket op de laser niet in uw taal is, kleef er dan eerst het geleverde waarschuwingsetiket in uw taal over, voordat u het gereedschap de eerste keer gebruik.
p) Bevestig het elektrisch gereedschap op een stabiel, effen en horizontaal oppervlak. Als het elektrisch gereedschap kan verschuiven of schudden, kan het gebruikte toepassingsmiddel niet gelijkmatig en veilig gebruikt worden.
q) Laat het gereedschap nooit onbeheerd achter voordat het volledig tot stilstand is gekomen. Snijgereedschap dat nog draait kan letsels veroorzaken.
r) Raak het toepassingsmiddel na de werkzaamheden niet aan tot het is afgekoeld. Het toepassingsmiddel wordt zeer warm tijdens gebruik.
s) Houd het werkoppervlak schoon, met inbegrip van het werkstuk. Boorspaanders met scherpe randen en andere voorwerpen kunnen letsels veroorzaken. In het bijzonder mengsels van materialen kunnen gevaarlijk zijn. Licht metaalstof kan ontbranden of ontploffen.
t) Selecteer de juiste draaisnelheid vóór aanvang van het werk. De draaisnelheid moet ge-
past zijn voor zowel de boordiameter als het materiaal waarin u wil boren. Als er een foute draaisnelheid wordt geselecteerd, kan het toepassingsmiddel vast komen te zitten in het werkstuk.
u) Gebruik geen boren met beschadigde schachten.
v) Controleer of alle beschermende uitrusting geplaatst is en juist bevestigd is. Verwijder geen mechanische of elektrische beveiligingsuitrusting.
w) Controleer of de boorhouder goed vast gezet is.
x) Gebruik voor het verwijderen van boorspaanders alleen handborstels, borstels, rubberen vegers, spaanderhaken of gelijkardige hulpmiddelen. Voer geen reinigings- of smeeractiviteiten uit terwijl de machine in werking is.
y) Berg het elektrisch gereedschap veilig op wanneer het niet in gebruik is. De opslagplaats moet droog en afsluitbaar zijn. Dit voorkomt dat het elektrisch gereedschap wordt beschadigd tijdens opslag en dat het wordt gebruikt door niet opgeleide personen.
Schakel de machine onmiddellijk uit wanneer:
- De stekker uit het stopcontact wordt getrokken, de voeding wordt onderbroken of de voeding beschadigd is.
- De schakelaar defect is.
- rook of geur is ontstaan als gevolg van verschroeiing.
Elektrische veiligheid
Bij het gebruik van elektrische apparaten dient u ten alle tijden de veiligheidsregels in acht te nemen die in uw land van toepassing zijn, om het risico op brand, elektrische schok en persoonlijk letsel te verminderen. Lees de volgende veiligheidsinstructies en de bijgesloten veiligheidsinstructies.

Controleer altijd dat de stroomvoorziening overeenkomt met de spanning die wordt vermeld op het typeplaatje.

De machine wordt geleverd met een nulspanningsschakelaar. Nadat de spanning zakt, zal de machine niet opnieuw starten en automatisch draaien om veiligheidsredenen. De machine moet opnieuw ingeschakeld worden.
Snoeren of stekkers vervangen
Gooi oude kabels of stekkers meteen weg nadat ze zijn vervangen door nieuwe. Het is gevaarlijk om de stekker van een losse kabel in een stopcontact te steken.
Als het netsnoer moet worden vervangen, moet dat worden gedaan door de fabrikant of een vertegenwoordiger van de fabrikant, zodat veiligheidsrisico's worden vermeden.
Verlengsnoeren gebruiken
Gebruik uitsluitend een goedgekeurd verlengsnoer dat geschikt is voor het opgenomen vermogen van het apparaat. De minimumafmeting van de geleider is 1,5 mm ^2 . Wanneer u een kabelhaspel gebruikt, rol de haspel dan volledig af.
Het product is geschikt voor het boren in hout, metaal, keramiek en kunststof met gebruik van de gepaste toepassingsmiddelen. Het is ontworpen voor gebruik in privé omgevingen, bijvoorbeeld thuis. Voeding en schadelijke stoffen mogen niet worden verwerkt met de machine. De boorkop is ontworpen voor gebruik met boorbits en gereedschap met een ronde as en een diameter van 1,5-13 mm. De machine is alleen bedoeld om te worden gebruikt door volwassenen. De apparatuur mag alleen worden gebruikt voor het voorgeschreven doel. Alle andere toepassingen worden geacht onjuist gebruik te zijn en de garantie zal niet gelden. De fabrikant zal niet aansprakelijk zijn voor enige schade of enig letsel dat als gevolg hiervan is ontstaan.
TECHNISCHE SPECIFICATIES
| Spanning 230V~ | |
| Frequentie 50 Hz | |
| Opgenomen vermogen 720 W S1, 900 W S26 min | |
| Beschermingsgraad II | |
| Onbelaste snelheid Versnelling 1: 220-880/min.Versnelling 2: 650-2550/min. | |
| Capaciteit boorkop 1,5-13 mm | |
| Max. boordiepte (afgelegde weg spindel) | 80 mm |
| Afstand tussen boorkop en behuizing | 85 - 300mm |
| Afmetingen behuizing 340*300*40 mm | |
| Max boordiameterHout∅40 mmStaal∅13 mm | |
| Laserspecificaties:Klasse2Golflengte650 nmUitgang< 1 mW | |
| Gewicht 7,8 kg | |
| Geluidsdrukniveau LPA 79,7 dB(A) K=3 dB(A) | |
| Geluidsvermogensniveau LWA 90,7 dB(A), K=3 dB(A) | |
* S1, continu bedrijfsmodus.
* S6, continu bedrijf, periodiek gebruik. Identieke bedrijfscycli met een periodieke belasting, gevolgd door een periode zonder belasting. Bedrijfstijd 6 minuten.
Bescherm uzelf tegen de gevolgen van trillingen door het gereedschap en de accessoires goed te onderhouden, uw handen warm te houden en uw werkpatronen te organiseren.
BESCHRIJVING
De nummers in deze tekst verwijzen naar de diagrammen op pagina 3-5.
- Behuizing van de boor
2.Afdekkap - Bout voor boordiepte hendel
- Boordieptehendel
5.Basisplaat
6.Inbussleutel - Beschermkap
- Schroef voor beschermkap
9.Snelsluitklem
10.Snelsluithendel - Bankschroef machine (75 mm klembreedte)
- Veerring voor bankschroef
- Borgring voor bankschroef
- Moer voor bankschroef
- Bout voor bankschroef
16.Parallelelangsgeleiding - Rechthoekige moer voor langsgeleiding
- Knop voor langsgeleiding
19.Selectieknopversnelling
20.Laser
21.LED-werklicht
22.Boorbitaccessoire
23.Kolom - Montagegaten
25.Hendelbankschroef
26.Boorkop - Onderstekopgroef
- Bovenstekopgroef
29.Aan/uit-schakelaar
30.Scherm
31.Knopdieptestop
32.Diepteschaal - Hendel voor hoogte-instelling
- Grondplaatbout
35.Voedingskabel
36.Hendelkolom - As hendel boordiepte
38.Aan/Uit-knop - Keuzeknop snelheid of diepte
- Knop voor het verlagen van de snelheid
- Knop voor het verhogen van de snelheid
- Knop laser / LED-werklicht
43.Knopnulpunt - Instelschroef laser
3. MONTAGE

Voor u werk aan de machine uitvoert, moet u eerst de stekker uit het stopcontact trekken.
Het product en de leveringsomvang controleren
- Haal de kolomboor en accessoires uit de verpakking.
- Controleer of de levering volledig is (zie afbeelding "verpakkingsinhoud").
- Controleer de kolomboor en accessoires op beschadiging.
- Gebruik de kolomboor niet als deze beschadigd is of als er onderdelen ontbreken. Neem contact op met de klantendienst van Vonroc.
De kolom op de basis monteren (Afb. C, D)
- Zet de basisplaat (5) op een vlak oppervlak.
- Steek de kolom (23) van de boor (1) in de opening van de basisplaat (5), zoals wordt weergegeven op afbeelding C1. Verzeker dat de kop goed uitgelijnd is, dat wil zeggen boven het middelste gat van de basisplaat (5).
- Bevestig de kolom (23) aan de basisplaat (5) door de bout (34) vast te zetten met de inbus-sleutel (6).
- Plaats tot slot de beschermdop (2) op de kolom (23), zoals wordt weergegeven op afbeelding D.
De hendel voor de boordiepte monteren (Afb. E, F)

Wees voorzichtig tijdens het monteren van de handgreep om te verzekeren dat de rakende oppervlakken goed tegen elkaar zitten.
- Monteer de hendel voor de boordiepte (4) op de as (37), zoals wordt weergegeven op afbeelding E.
- Bevestig de hendel voor de boordiepte (4) op de as (37) met de bout (3) en een PH2 Phillips-schroevendraaier (niet meegeleverd).
De beschermkap monteren (Afb. G)

Risico op letsel! De kolomboor mag niet zonder de beschermkap gebruikt worden.
- Zet de beschermkap (7) op het deel van de behuizing met de gaten, zoals wordt weergegeven op afbeelding G.
- Bevestig de beschermkap (7) met de schroeven (8) op de linker- en rechterkant met een PH2 Phillips-schroevendraaier (niet meegeleverd).
De snelsluitklem monteren (Afb. B, C, H)

Risico op letsel! Het is verboden om werkstukken met de hand vast te houden, dit is immers gevaarlijk. Zet het werkstuk altijd vast in een bankschroef of een gelijkaardige klemuitrusting.
- Volg de stappen in het hoofdstuk "De kolom op de basis monteren" maar plaats de snelsluit-klem (9) op de basis (23) voordat u deze op de basisplaat (5) plaatst, zoals wordt weergegeven op afbeelding C2.
- Verzeker dat de inkeping in de binnenkant van de snelsluitklem (9) is uitgelijnd met de zijkant van de kolom (23) met het uitstekende versnellingsrek. Een goed gemonteerde snelsluitklem (9) wordt weergegeven op afbeelding B.
- Steek de snelsluithendel (10) nu in de snelsluitklem (9), zoals wordt weergegeven op afbeelding H.
De bankschroef voor de machine monteren (Afb. A, I)

Risico op letsel! Het is verboden om werkstukken met de hand vast te houden, dit is immers gevaarlijk. Zet het werkstuk altijd vast in een bankschroef of een gelijkaardige klemuitrusting.
De basisplaat is voorzien van groeven om de kle- muitrustingen te bevestigen.
- Begin met het met de hand vast zetten van de bouten (15), borgringen (13), veerringen (12) en moeren (14) op de bankschroef van de machine (11), zoals wordt weergegeven op afbeelding I.
- Schuif de bankschroef van de machine (11) nu in de groeven van de basisplaat (5), zoals wordt weergegeven op afbeelding I.
- Zet de bankschroef (11) in de gewenste positie en draai de moeren vast (14). Er moet een sleutel van maat 17 (niet meegeleverd) gebruikt worden.
- De klemmen van de bankschroef van de machine (11) kunnen worden geopend door de hendel in tegenwijzerzin te draaien en worden gesloten door ze in wijzerzin te draaien.
De langsgeleiding monteren (Afb. J, K)

Risico op letsel! Het is verboden om werkstukken met de hand vast te houden, dit is immers gevaarlijk. De langsgeleiding kan alleen samen met de snelsluitklem of een gelijkaardige klemuitrusting gebruikt worden. Het is niet toegestaan om de langsgeleiding te gebruiken en het werkstuk met de hand vast te houden.
- Begin met het met de hand vast zetten van de knoppen (18) en rechthoekige moeren (17) op de langsgeleiding (16), zoals wordt weergegeven op afbeelding J.
- Schuif de langsgeleiding (16) nu in de groeven van de (5) zoals wordt weergegeven op afbeelding K.
- Zet de langsgeleiding (16) in de gewenste positie en draai de knoppen (18) met de hand vast.
- De positie van de langsgeleiding (16) kan gemakkelijk worden aangepast door de knoppen (18) los te draaien en ze daarna opnieuw vast te draaien.
Een stationaire machine installeren (Afb. A, B)
Om veilig werken te verzekeren, moet het elektrisch gereedschap worden gemonteerd op een vlak, stabiel werkoppervlak (bijv. een werkbank) voor gebruik. U kunt de machine op twee manieren installeren:
1. Op een werkbank
In dit geval moet de machine met geschikte bouten op de werkbank worden gemonteerd. Doe dit met behulp van de vier gaten (24) in de basisplaat (5). Zoals weergegeven op afb D.
2. Op een onderframe

Lees alle waarschuwingen en instructies die bij de standaard worden geleverd. De veiligheidswaarschuwingen en de instructies niet naleven, kan leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel.

Zet de standaard goed in elkaar voordat u het elektrisch gereedschap monteert. Een juiste montage is van belang om het risico dat de standaard in elkaar valt te voorkomen.
In dit geval moet de machine met bouten op het onderframe worden gemonteerd. Doe dit met behulp van de vier gaten (24) in de basisplaat (5). Het onderframe moet met 4 bouten worden verankerd op de vloerplaat die ten minste 1 vierkante meter groot is.
4. BEDIENING

Controleer voor gebruik de beschermkappen.

Controleer de boor en de veiligheidsuitrusting op schade en onvolmaaktheden. Gebruik de boor niet als u schade of onvolmaaktheden opmerkt en neem contact op met de klantendienst van Vonroc.

Verzeker dat de spanning van het net overeenkomt met de specificaties die worden vermeld op het typeplaatje.

Sluit de machine alleen aan op een stopcontact met een juist geïnstalleerde aarding.

Vermijd de opeenhoping van stof op de werkplek. Stof kan gemakkelijk tot ontbranding komen.

Zet na elke aanpassing van het elektrisch gereedschap alle schroeven en klemhen-dels opnieuw stevig vast.
Een boor monteren en verwijderen (Afb. A)
Boorbits en andere gereedschapsaccessoires met een ronde as met een diameter van 1,5-13 mm kunnen in de kop (26) van de kolomboor geklemd worden.
-
Steek het boorbit (22) in de kop en houd het in positie. Opmerking: Stel bij het gebruiken van kleine boorbits de gereedschapshouder eerst in op de ruwe boordiameter. Anders bestaat er een risico dat het boorbit niet goed gecentreerd wordt.
-
Zet het bit vast door de onderste sleuf van de kop (27) met de hand in tegenwijzerzin te draaien. Opmerking: de draairichting wordt ook aangegeven op de klemring met "VAST", samen met de draairichting.
-
Zet het boorbit vast door de bovenste sleuf van de kop (28) vast te houden en de onderste sleuf van de kop (27) in tegenwijzerzin te draaien. De kop maakt een klikkend geluid bij elke omwenteling, om de vergrendeling aan te geven.
- Open, om het boorbit te verwijderen, de sleuf door de bovenste sleuf van de kop (28) vast te houden en de onderste sleuf van de kop (27) in wijzerzin te draaien. Opmerking: de draairichting wordt ook aangegeven op de klemring met "LOS", samen met de draairichting.
In- en uitschakelen (Afb. A, L)
De tafelboor is uitgerust met een geen spanning-trip, die is ontworpen om de gebruiker te beschermen tegen ongewenst opstarten na een spanningsdip. Als dit voorvalt, moet de machine handmatig opnieuw gestart worden.
Inschakelen
- Druk op de knop (I) op de Aan/Uit-schakelaar (29) om het scherm in te schakelen (30).
- Druk op de aan/uit-knop (38) om het elektrisch gereedschap in te schakelen.
Uitschakelen
- Druk op de aan/uit-knop (38) om te stoppen met boren.
- Druk op de knop (0) op de Aan/Uit-schakelaar (29) om het elektrisch gereedschap volledig uit te schakelen.
Opmerking: het elektrisch gereedschap is nu uitgeschakeld. Alle huidige instellingen worden gewist. Of
- Het elektrisch gereedschap kan snel uitgeschakeld worden, bijvoorbeeld als het toepassingsmiddel vast komt te zitten in het werkstuk. Druk op de knop (0) op de Aan/Uit-schakelaar (29) om het elektrisch gereedschap en het scherm onmiddellijk uit te schakelen.
Opmerking: het elektrisch gereedschap is nu uitgeschakeld. Alle huidige instellingen worden gewist.
De snelheid instellen (afb. A, L)

Als er een foute draaisnelheid wordt geselecteerd, kan het toepassingsmiddel vast komen te zitten in het werkstuk.
De tafelboor is uitgerust met twee mechanische versnellingen en een elektronische snelheidsregeling. Selecteer de juiste draaisnelheid vóór aanvang van het werk. Deze moet gepast zijn voor zowel de boordiameter als het materiaal waarin u wil boren. Gebruik het snelheidsdiagram om u te helpen om de gepaste draaisnelheid in te stellen. Het geeft de snelheid (tpm) weer die ingesteld zou moeten worden afhankelijk van de boordiameter (diameter in mm) voor staal en hout. Opmerking: De opgegeven boorsnelheden zijn louter voorgestelde waarden.
De versnelling wijzigen (Afb. A)

Verander snelheden alleen wanneer de booras volledig tot stilstand is gekomen (risico op beschadigen van de versnellingen).
- Draai de keuzeknop voor de versnelling (19) naar stand '1' voor een onbelaste snelheid van 220 - 880 tpm. Over het algemeen dient deze snelheid voor het werken met grote boordiameters.
- Draai de keuzeknop voor de versnelling (19) naar stand '2' voor een onbelaste snelheid van 650 – 2550 tpm. Over het algemeen dient deze snelheid voor het werken met kleine boordiameters.

Verzeker dat de keuzeknop voor de snelheid (19) goed in stand 1 of 2 vergrendeld is.
De snelheid instellen (Afb. A, L)
Het beschikbare snelheidsbereik hangt af van de geselecteerde versnelling (zie het hoofdstuk "de versnelling veranderen").
- Verzeker dat het scherm (30) wordt ingeschakeld door op de knop (l) of de Aan/uit-schakelaar (29) te drukken en dat de boor wordt geactiveerd door op de aan/uit-knop (38) te drukken.
- Wacht enkele seconden tot de boor de huidige snelheid bereikt. U kunt de toename van de snelheid bekijken op het scherm (30), zie ook afbeelding L2.
- Druk op de knop "+" (40) om de snelheid te verhogen.
- Druk op de knop “-” (41) om de snelheid te verlagen.
De laser / het LED-werklicht in- of uitschakelen (Afb. A, L)
- Verzeker dat het scherm (30) wordt ingeschakeld door op de knop (1) of de Aan/uit-schakelaar (29) te drukken en dat de boor wordt geactiveerd door op de aan/uit-knop (38) te drukken.
- Druk herhaaldelijk op de knop laser / LED-werklicht (42) om te wisselen tussen de modi Laser - Licht - Laser / Licht.
- De betreffende instelling van de modus wordt weergegeven op het scherm (30), zie ook afbeelding L3.
- "Laser" = Cross-laser ingeschakeld
- "Licht" = LED-werklicht is ingeschakeld
- "Laser & Licht" = Cross-laser en LED-werklicht beide ingeschakeld.
- Om uit te schakelen, wijzigt u de modi of druk u meerdere keren op de knop laser / LED-werklicht (42) tot er niets meer op het scherm wordt weergegeven.
De laser instellen (Afb. A, L)
Opmerking: U kunt de laserfunctie alleen testen als het elektrisch gereedschap op de stroomvoorziening is aangesloten.

Tijdens het afstellen van de laser (bijv, wanneer u de arm van het gereedschap verplaatst), mag u nooit de aan/uit-schakelaar bedienen. Het onbedoeld inschakelen van het elektrisch gereedschap kan letsel tot gevolg hebben.
Als de laser (20) niet meer de juiste zaaglijn aan- geeft, kunt u de laser opnieuw afstellen. Dat doet u als volgt:
- Zet de schroef (44) los en pas de positie van de laser aan.
- Draai de schroef (44) vast.
De boordiepte of -snelheid weergeven (Afb. A, L)
Door op de keuzeknop snelheid of diepte (39) te drukken, kan de boorsnelheid of de boordiepte om het scherm (30) geselecteerd worden.
- Verzeker dat het scherm (30) wordt ingeschakeld door op de knop (l) of de Aan/uit-schakelaar (29) te drukken en dat de boor wordt geactiveerd door op de aan/uit-knop (38) te drukken.
- Standaard wordt de snelheid op het scherm weergegeven, zoals wordt weergegeven op Afb. L2.
- Druk op de keuzeknop snelheid of diepte (39) om het scherm over te schakelen naar de weergave van de boordiepte, zoals wordt weergegeven op afbeelding L4.
- Druk opnieuw de keuzeknop snelheid of diepte (39) om het scherm over te schakelen naar de weergave van de snelheid, zoals wordt weergegeven op afbeelding L2.
De boordiepte of -snelheid bepalen (Afb. A, L)
- Verzeker dat het scherm (30) wordt ingeschakeld door op de knop (I) of de Aan/uit-schakelaar (29) te drukken en dat de boor wordt geactiveerd door op de aan/uit-knop (38) te drukken.
- Wijzig de weergave naar de boordiepte (zie hoofdstuk "De boordiepte of -snelheid weergeven").
- Zet de machinekop omlaag wanneer het boorbit draait door middel van de hendel voor de boordiepte (4). Het scherm geeft de afwijking tegenover het huidige nulpunt voortdurend weer.
- Stop op de gewenste positie en druk op de knop voor het nulpunt (43) om de huidige diepte/hoogte in te stellen als het nieuwe nulpunt.
- Het scherm geeft het nieuwe startpunt weer als "0,0".
Aanpassing van de hoogte (Afb. A, B)

Pas de hoogte van de aandrijfeenheid niet aan tijdens gebruik. Bedien de klemhendel (36) alleen wanneer de hendel voor de boordiepte (4) op zijn initiele positie staat. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt mogelijke letsels.
De positie van de machinekop kan worden aangepast afhankelijk van de hoogte van het werkstuk of de lengte van het boorhulpmiddel. Pas de hoogte van de machine aan zodat er voldoende vrije ruimte is tussen de tip van het boorbit (22) en het bovenste oppervlak van het werkstuk. Een vrije ruimte van \~15 mm wordt aanbevolen.
-
Zet de klemhendel (36) op de achterkant van de machinekop los met één draai in tegenwijzerzin.
-
Draai de hendel voor hoogte-instelling (33) in wijzerzin om de machinekop omhoog te bewegen.
- Draai de hendel voor hoogte-instelling (33) in tegenwijzerzin om de machinekop omlaag te bewegen.
- De hoogte-instelling kan niet verder verplaatst worden zodra het bovenste of onderste dode punt bereikt is.
- Zet de klemhendel (36) op de achterkant van de machinekop los vast in wijzerzin.
- Na het instellen van de hoogte van de aandrijfeenheid, moet de positie van het werkstuk opnieuw gecontroleerd worden met het laserkruis. U moet het werkstuk mogelijk opnieuw positioneren.
Opmerking: de machine zal slechts stevig en zonder speling (beweging) staan zodra de klemhendel (36) vast is gezet.
Het werkstuk klemmen (Afb. A, B, M, N, O)

Risico op letsel! Het is verboden om werkstukken met de hand vast te houden, dit is immers gevaarlijk. Zet het werkstuk altijd vast in een bankschroef of een gelijkaardige klemuitrusting.

Het werkstuk dat wordt bewerkt, moet stevig geklemd worden. Bewerk geen werkstukken die niet geklemd kunnen worden, als ze bijvoorbeeld te klein zijn.

Er moet iets onder het vrije einde van lange en zware werkstukken geplaatst worden of ze moeten ondersteund worden.
De kolomboor wordt geleverd met een snelsluit-klem (9), langsgeleiding (16) en een bankschroef (11), die allemaal gebruikt kunnen worden om een werkstuk gepast te klemmen.
Een werkstuk klemmen met de bankschroef van de machine
De bankschroef van de machine kan gebruikt worden voor verschillende klemtoepassingen en is ideaal voor het klemmen van klein(ere) werkstukken.
-
Monteer de bankschroef van de machine (11) zoals wordt uitgelegd in het hoofdstuk "De bankschroef van de machine monteren".
-
Zet de klemhendel (25) los door deze in tegenwijzerzin te draaien.
- Positioneer het werkstuk aan de hand van het laserkruis.
- Zet de klemhendel (25) in wijzerzin vast tot het werkstuk stevig geklemd is.
- Zet na het boren de klemhendel (25) los door deze in tegenwijzerzin te draaien.
Een werkstuk klemmen met de snelsluitklem
De snelsluitklem kan gebruikt worden voor verschillende klemtoepassingen en is ideaal voor het klemmen van ronde of tubulaire materialen en voor staalplaat en houten borden.
- Monteer de snelsluitklem (9) zoals wordt uitgelegd in het hoofdstuk "De snelsluitklem monteren".
- Zet de klemhendel (10) los door deze in tegenwijzerzin te draaien.
- Positioneer het werkstuk aan de hand van het laserkruis.
- Laat de snelsluitklem (9) op het werkstuk rusten. Bekijk afbeelding N als een voorbeeld.
- Zet de klemhendel (10) in wijzerzin vast tot het werkstuk stevig geklemd is.
- Zet na het boren de klemhendel (10) los door deze in tegenwijzerzin te draaien. Draai de snel-sluitklem (9) opzij en verwijder het werkstuk.
Een werkstuk klemmen met de snelsluitklem ge- combineerd met de langsgeleiding

Risico op letsel! Het is verboden om werkstukken met de hand vast te houden, dit is immers gevaarlijk. De langsgeleiding kan alleen samen met de snelsluitklem of een gelijkaardige klemuitrusting gebruikt worden. Het is niet toegestaan om de langsgeleiding te gebruiken en het werkstuk met de hand vast te houden.
De parallelle langsgeleiding (16) wordt gebruikt om te voorkomen dat grote werkstukken draaien. Het kan alleen gebruikt worden in combinatie met de snelsluitklem, het is niet mogelijk om het met de bankschroef van de machine te gebruiken.
-
Monteer de parallelle langsgeleiding (16) zoals wordt uitgelegd in het hoofdstuk "De parallelle langsgeleiding monteren".
-
Gebruik de snelsluitklem om het werkstuk te bevestigen. Bekijk: "Een werkstuk klemmen met de snelsluitklem".
De dieptestop afstellen (Afb B)
U kunt de dieptestop afstellen, om de boordiepte te beperken.
- Zet de knop (31) van de dieptestop voor het boren los, zie ook afbeelding B.
- Stel de dieptestop in op de gewenste diepte, door middel van de diepteschaal (32).
- Klem het werkstuk in de bankschroef (zie hoofdstuk "Het werkstuk klemmen").
- Stel de hoogte van de machinekop in (zie hoofdstuk "Hoogte-instelling").
- Plaats de boortip lichtjes op het werkstuk en bepaal het nulpunt (zie hoofdstuk "Het nulpunt van de boordiepte bepalen").
- Een testboring uitvoeren.
- Zodra de gewenste diepte wordt weergegeven op het scherm (30), zet u de knop (31) van de boordiepte stevig vast.
- De dieptestop is nu vergrendeld op de gewens- te boordiepte.
Boren

Risico op schade! Laat de kolomboor afkoelen tot kamertemperatuur nadat deze 15 minuten gebruikt werd voordat u verder werkt.

De boor kan vast komen te zitten in het werkstuk wanneer deze uit het werkstuk verwijderd wordt, wat terugslag kan veroorzaken. Vertraag daarom zeker de aanvoerbeweging op het einde van de boorprocedure.

Sta altijd voor het elektrisch gereedschap. Dit zal ervoor zorgen dat u altijd een goed zich op het boorpunt hebt. Houd handen en vingers uit de buurt van het draaiend toepassingsmiddel. Reik niet met één arm over de andere wanneer u zich voor de aandrijfeenheid bevindt.
- Bereid de kolomboor en het werkstuk voor zoals wordt beschreven in voorgaande hoofdstukken.
-
Verzeker dat de beschermkap (7) is neergelaten. Een voorbeeld van een goed geplaatste beschermkap wordt weergegeven op afbeelding A.
-
Lijn het werkstuk uit en klem het vast (zie hoofdstuk "Het werkstuk klemmen").
- Sluit de kolomboor aan op de voeding.
- Schakel de kolomboor in (zie hoofdstuk "In-/uitschakelen").
- Beweeg voor het boren de handgreep voor de boordiepte (4) gelijkmatig, tot de gewenste boordiepte bereikt is. Opmerking: onderbreek het boren kort tijdens het boren in metaal, om de spaanders los te maken.
- Zet na het bereiken van de boordiepte de hendel voor de boordiepte (4) opnieuw in de oorspronkelijke positie.
- Schakel de kolomboor uit.
Optimaal gebruik
- De aanvoer van de boor, de beweging van het boorbit, gebeurt handmatig door middel van de hendel voor de boordiepte (4)
- De snijsnelheid wordt beïnvloed door de boorsnelheid en de diameter van het bit.
- De levensduur van boorbits wordt grotendeels bepaald door de toevoersnelheid en de assnelheid. De algemene regel is: Kies een lagere snelheid voor boorbits met grote diameter.
- Verminder voor metalen werkstukken de voedingssnelheid en de snijsnelheid en koel het boorbit met boorolie. Metalen werkstukken moeten in het midden geperforeerd worden voordat er in geboord wordt.
- Gebruik voor grotere gaten in metaalplaat een lage voedingssnelheid en snijdruk, zodat het boorbit niet "vast" komt te zitten en de boring dimensionaal nauwkeurig is.
- Effectief uitwerpen van spaanders wordt gehinderd en het boorbit wordt warmer bij het boren van diepe gaten (dieper dan 2 keer de diameter van het boorbit). Verlaag de aanvoersnelheid en boorsnelheid en trek het bit herhaaldelijk uit het gat om het uitwerpen van spaanders te verbeteren.
- Bij het boren van gaten met een diameter groter dan 8 mm, wordt voorboren aanbevolen om vroegtijdige slijtage en spanning op de boortip te voorkomen.
Transport
Houd de kolomboor bij het transporteren vast met beide handen op de basisplaat (5) of met één hand op de behuizing van de boor (1). Draag het elektrisch gereedschap niet met de hendel voor de boordiepte (4).
5. ONDERHOUD

Schakel de machine altijd uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat u deze reinigt of onderhoud uitvoert.
Maak de behuizing van de machine regelmatig schoon met een zachte doek, bij voorkeur na ieder gebruik. Controleer of de ventilatieopeningen vrij zijn van stof en vuil. Verwijder hardnekkig vuil met een zachte doek, vochtig gemaakt met een zeepoplossing. Gebruik geen oplosmiddelen zoals benzine, alcohol, ammoniak, enzovoorts. Chemicaliën zoals deze kunnen de synthetische componenten beschadigen.
MILIEU

goed functionerende en/of afgedankte elektrische of elektronische apparaten moeten bij de juiste inzamelpunten voor recycling worden aangeboden.
Alleen voor landen in de EG
Gooi geen elektrisch gereedschap bij het huisvuil. Volgens de Europese richtlijnen 2012/19/EU voor Af- gedankte Elektrische en Elektronische apparatuur en de implementatie daarvan in nationaal recht, moet elektrische gereedschap dat niet meer bruikbaar is, apart worden ingezameld en op een milieuvriendelijke wijze worden verwerkt.
GARANTIE
Producten van VONROC worden op basis van de hoogste kwaliteitsnormen ontwikkeld en zijn gega-randeerd vrij van defecten, zowel voor wat betreft het materiaal als de afwerking, gedurende de door de wet bepaalde periode, startend vanaf de datum van de originele aankoop. Mocht het product gedurende deze periode enige storingen vertonen als gevolg van gebrekkig materiaal en/of gebrek-kige afwerking, dient direct contact met VONROC opgenomen te worden.
De volgende omstandigheden zijn uitgesloten van de garantie:
- Reparatie en/of wijzigingen die door en niet erkend servicecentrum aan de machine werd/werden aangebracht of waartoe een poging werd ondernomen;
- Normaleslijtage;
- Het gereedschap werd misbruikt, verkeerd werd gebruikt en/of onjuist werd onderhouden;
- Niet-originele reserveonderdelen werden gebruikt.
Dit betreft de enige garantie die door de organisatie, impliciet of expliciet, wordt aangeboden. Geen andere garanties, impliciet noch expliciet, die verder strekken dan deze garantie, inclusief de impliciete garanties inzake de verkoopbaarheid en geschiktheid voor een specifiek doel. In geen geval zal VONROC aansprakelijk zijn voor incidentele schade of gevolgschade. De oplossingen van de dealers zullen beperkt zijn tot de reparatie of het vervangen van niet-conforme eenheden of onderdelen.
Het product en de gebruiksaanwijzing kunnen worden gewijzigd. Specificaties kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
1. CONSIGNES DE SÉCURITÉ
Purtați protectie antipraf.
