Vonroc PD501AC - Boor

PD501AC - Boor Vonroc - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis PD501AC Vonroc in PDF-formaat.

📄 164 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Vonroc PD501AC - page 30

Gebruikersvragen over PD501AC Vonroc

0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.

Poser une nouvelle question sur cet appareil

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Aucune question pour l'instant. Soyez le premier à en poser une.

Download de handleiding voor uw Boor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PD501AC - Vonroc en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PD501AC van het merk Vonroc.

GEBRUIKSAANWIJZING PD501AC Vonroc

Lees de bijgesloten veiligheidswaarschuwingen, de aanvullende veiligheidswaarschuwingen en de instructies. Geeft ugeen gevolg aan de veiligheids- waarschuwingen en de instructies dan kan dat een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar de veiligheidswaarschu- wingen en de instructies zodat uze later ook nog kunt raadplegen. De volgende symbolen worden gebruikt in de ge- bruiksaanwijzing of op het product: Lees de gebruiksaanwijzing. Duidt op risico op persoonlijk letsel, gevaar van een ongeluk met dodelijke afloop of beschadiging van het gereedschap als de instructies in deze handleiding niet worden opgevolgd. Risico op een elektrische schok. Rotatie, links/rechts. Draag gehoorbescherming. Draag bescherming tegen stof. Draag oogbescherming. Houd uw handen uit de buurt van bewegen- de onderdelen. Bind lang haar samen, draag zeker haarbescherming (haarnetje of pet). Lang haar kan gemakkelijk in bewegende delen verstrikt raken. Draag geen veiligheidshandschoenen. Handschoenen kunnen verstrikt raken in draaiende onderdelen of spaanders en persoonlijk letsel veroorzaken. Draag de juiste kleding. Draag geen losse kleding of sieraden. Houd uw kleding uit de buurt van bewegende onderdelen. Loszittende kleding en juwelen kunnen in bewegende onderdelen verstrikt raken. Draag in plaats daarvan nauw aansluitende kleding en manchetknopen op mouwen. Let op: Laserstraling. Staar niet in de straal van de Klasse 2-laser. Klasse II machine - Dubbele isolatie - Een geaarde stekker is niet nodig. Het product voldoet aan de geldende veiligheidsnormen in de Europese richtlijnen. Snelheidsdiagram

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 Ø Wood Het diagram geeft de snelheid (tpm) weer die ingesteld zou moeten worden afhankelijk van de boordiameter (diameter in mm) voor staal en hout. Opmerking: De opgegeven boorsnelheden zijn louter voorgestelde waarden. ALGEMENE VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN

VOOR ELEKTRISCH GEREEDSCHAP

WAARSCHUWING! Lees alle veiligheids- waarschuwingen en alle instructies. Geeft ugeen gevolg aan de waarschuwingen en de instructies, dan kan dat een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar alle waarschuwingen en instructies zodat uze later ook nog kunt raadplegen. De woorden ’elektrisch gereedschap’ zoals gebruikt in de waarschuwingen verwijzen naar uw elektrisch gereedschap dat via de stroomvoorziening (met snoer) of op basis van een accu (draadloos) wordt gebruikt.

1) Veiligheid in de werkruimte

a) Houd het werkgebied goed schoon en goed verlicht. Op rommelige of donkere werkplekken zullen gemakkelijk ongelukken gebeuren.NL

b) Gebruik geen elektrische gereedschappen in explosieve situaties, zoals in de nabijheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof. Elek- trische gereedschappen maken vonken die het stof of de gassen kunnen ontsteken. c) Houd kinderen en omstanders uit de buurt terwijl uhet elektrische gereedschap gebruikt. Door afleidingen kunt ude controle verliezen.

2) Elektrische veiligheid

a) Stekkers van elektrisch gereedschap moeten bij de stopcontacten passen. Breng nooit op welke manier dan ook veranderingen in de stekker aan. Gebruik nooit adapterstekkers met (geaard) elektrisch gereedschap. Originele stekkers en passende stopcontacten verminde- ren het risico op een elektrische schok. b) Voorkom lichamelijk contact met geaarde oppervlakken, zoals leidingen, radiatoren, fornuizen en koelkasten. Er is sprake van een verhoogd risico op een elektrische schok als uw lichaam geaard is. c) Stel elektrische gereedschappen niet bloot aan regen of natte omstandigheden. Als water in het elektrisch gereedschap binnendringt, verhoogt dit de kans op een elektrische schok. d) Het snoer niet oneigenlijk gebruiken. Gebruik het snoer nooit om het elektrische gereedschap te dragen of mee te slepen, of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd het snoer weg bij hete voorwerpen, olie, scherpe randen en/of bewegende onderdelen. Beschadigde of in de war geraakte snoeren vergroten het risico van een elektrische schok. e) Als uelektrisch gereedschap buitenshuis gebruikt, dient ualtijd een verlengsnoer te gebruiken dat geschikt is voor buitenshuis ge- bruik. Het gebruik van een snoer dat geschikt is voor buitenshuis gebruik, zal het risico op een elektrische schok verminderen. f) Als het gebruik van elektrisch gereedschap in een vochtige ruimte niet kan worden voorko- men, gebruik dan een altijd een aardlekschake- laar. Het gebruik van een aardlekschakelaar zal het risico op een elektrische schok verminde- ren.

3) Persoonlijke veiligheid

Let altijd op en kijk goed uit wat udoet en ge- bruik uw verstand tijdens het werken met elek- trisch gereedschap. Werk niet met het product als umoe bent of onder invloed van alcohol of drugs. Een ogenblik van onoplettendheid tijdens het werken met elektrische gereedschap kan ernstig persoonlijk letsel tot gevolg hebben. b) Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag altijd oogbescherming. Beschermings- middelen zoals een stofmasker, antislip-veilig- heidsschoenen, helm, of gehoorbescherming die voor de juiste omstandigheden worden gebruikt, zullen het risico op persoonlijk letsel verminderen.

Voorkom het onbedoeld starten. Controleer of de schakelaar in de stand Uit staat, voordat het gereedschap op de voeding of accu wordt aangesloten, wordt opgepakt of gedragen. Het dragen van elektrische gereedschap met de vinger op de schakelaar, of het inschakelen van elektrisch gereedschap met de schakelaar in de stand Aan, vraagt om ongelukken. d) Verwijder stelsleutels of steeksleutels voordat uhet elektrisch gereedschap inschakelt. Een steeksleutel of andere sleutel die op een draai- end deel van het elektrisch gereedschap blijft zitten, kan resulteren in persoonlijk letsel. e) Reik niet buiten uw macht. Blijf altijd stevig en in evenwicht staan. Hierdoor hebt uin onver- wachte situaties een betere controle over het elektrische gereedschap. f) Draag geschikte kleding. Draag geen losse kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen weg bij bewegende onderdelen. Loszittende kleding, sieraden of lang haar kun- nen door bewegende delen worden gegrepen. g) Als het apparaat wordt geleverd met een aan- sluiting voor het afzuigen en verzamelen van stof, zorg er dan voor dat deze correct worden aangesloten en gebruikt. Het gebruik van het afzuigen en verzamelen van stof, kan de aan stof gerelateerde gevaren verminderen.

Denk niet dat uwel weet hoe het allemaal werkt, omdat uhet gereedschap vaak gebruikt en dat ude veiligheidsbeginselen voor het gebruik van het gereedschap wel kunt negeren. Een onbe- zonnen actie kan in een fractie van een seconde ernstig letsel tot gevolg hebben.32

4) Gebruik en onderhoud van elektrisch gereed-

schap a) Forceer het elektrisch gereedschap niet. Gebruik het juiste elektrisch gereedschap voor uw werkzaamheden. Het juiste elektrisch gereedschap klaart de klus beter en veiliger als deze hiervoor is ontworpen. b) Gebruik het elektrisch gereedschap niet als de schakelaar het apparaat niet in- en uitschakelt. Elk elektrisch gereedschap dat niet met de schakelaar kan worden bediend is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.

Neem de stekker van het elektrische gereed- schap uit het stopcontact en/ of verwijder de accu voordat enige aanpassingen worden uitgevoerd, accessoires worden vervangen

elektrisch gereedschap wordt opgeborgen. Dergelijke preventieve veiligheidsmaatregelen verminderen het risico op het onbedoeld starten van het elektrische gereedschap. d) Berg ongebruikt elektrisch gereedschap buiten bereik van kinderen op en sta niet toe dat mensen die onbekend zijn met het elektrische gereedschap of deze instructies, met het elektrische gereedschap werken. Elektrische gereedschap kan erg gevaarlijk zijn in de han- den van ongetrainde gebruikers. e) Onderhoud van elektrisch gereedschap. Controleer op scheve of klemmende bewegen- de onderdelen, kapotte onderdelen en enige andere omstandigheden die de werking van het elektrische gereedschap kunnen beïnvloeden. Als het elektrisch gereedschap een beschadi- ging of storing heeft, dient uhet eerst te laten repareren. Veel ongelukken worden veroorzaakt door slecht onderhouden elektrisch gereed- schap. f) Zorg ervoor dat snij- of zaaggereedschap scherp en schoon blijft. Op de juiste manier onderhouden snij- of zaaggereedschap met scherpe snijranden hebben minder de neiging om beklemd te raken en zijn gemakkelijker te sturen. g) Gebruik het elektrische gereedschap, de acces- soires, bitjes, enz. volgens deze instructies, re- kening houdend met de werkomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden. Gebruik van het elektrisch gereedschap voor andere werkzaamheden dan het bedoelde gebruik, kan een gevaarlijke situatie tot gevolg hebben. h) Houd handgrepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Gladde handgre- pen en greepoppervlakken maken veilig werken en controle over het gereedschap in onver- wachte situaties onmogelijk.

a) Laat uw elektrisch gereedschap onderhou- den door een gekwalificeerde reparateur die uitsluitend identieke vervangende onderdelen gebruikt. Dit waarborgt dat de veiligheid van het elektrisch gereedschap behouden blijft. AANVULLENDE VEILIGHEIDSWAARSCHUWIN

a) De boor moet vastgezet worden. Een boor die niet goed vast staat, kan bewegen of vallen en persoonlijk letsel veroorzaken. b) Het werkstuk moet worden vastgeklemd of bevestigd aan de steun van het werkstuk. Boor geen onderdelen die te klein zijn om goed vastgeklemd te worden. Het werkstuk in de handen houden tijdens het gebruik, kan leiden tot persoonlijk letsel. c) Draag geen handschoenen. Handschoenen kun- nen verstrikt raken in bewegende onderdelen of spaanders met persoonlijk letsel als gevolg d) Houd uw handen uit het boorgebied wanneer het gereedschap in werking is. Contact met draaiende onderdelen of spaanders kan per- soonlijk letsel veroorzaken. e) Verzeker dat de accessoire draait voordat het in het werkstuk wordt geplaatst. Anders kan het vast komen te zitten in het werkstuk en een onverwachte beweging van het werkstuk en persoonlijk letsel veroorzaken. f) Stop met neerwaartse druk te zetten en schakel het gereedschap uit als het accessoire vast zit. Onderzoek de situatie en neem corrigerende maatregelen om de oorzaak van de blokkering te elimineren. Blokkering kan een onverwachte beweging van het werkstuk en persoonlijk letsel veroorzaken. g) Vermijd lange spaanders door de neerwaart- se druk regelmatig te onderbreken. Scherpe metalen spaanders kunnen verstrikt raken en persoonlijk letsel veroorzaken. h) Verwijder nooit spaanders uit het boorgebied terwijl het gereedschap in werking is. Beweeg het accessoire weg van het werkstuk, schakelNL

het gereedschap uit en wacht tot het accessoi- re stopt met bewegen om spaanders te verwij- deren. Gebruik hulpmiddelen zoals een borstel of haak om spaanders te verwijderen. Contact met draaiende onderdelen of spaanders kan persoonlijk letsel veroorzaken.

i) Accessoires met snelheidsklassen moeten

minimaal een klasse hebben gelijk aan de maximumsnelheid die is aangegeven op het elektrisch gereedschap. Accessoires die sneller draaien dan hun nominale snelheid, kunnen breken en uit elkaar vliegen. j) Maak waarschuwingstekens op de machine nooit onherkenbaar. k) Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf ook niet in de laserstraal. Ukunt iemand verblinden, ongelukken veroorzaken of uw ogen beschadigen. l) Als de laserstraal in uw oog terecht komt, moet uuw ogen sluiten en uw hoofd onmiddellijk weg van de straal draaien. m) Voer geen aanpassingen uit aan de laserappa- ratuur. n) Laat het elektrisch gereedschap niet gebrui- ken door kinderen zonder toezicht. Ze zouden iemand per ongeluk kunnen verblinden. o) Als de tekst van het waarschuwingsetiket op de laser niet in uw taal is, kleef er dan eerst het geleverde waarschuwingsetiket in uw taal over, voordat uhet gereedschap de eerste keer gebruik. p) Bevestig het elektrisch gereedschap op een stabiel, effen en horizontaal oppervlak. Als het elektrisch gereedschap kan verschuiven of schudden, kan het gebruikte toepassingsmiddel niet gelijkmatig en veilig gebruikt worden. q) Laat het gereedschap nooit onbeheerd achter voordat het volledig tot stilstand is gekomen. Snijgereedschap dat nog draait kan letsels veroorzaken. r) Raak het toepassingsmiddel na de werkzaam- heden niet aan tot het is afgekoeld. Het toepas- singsmiddel wordt zeer warm tijdens gebruik. s) Houd het werkoppervlak schoon, met inbegrip van het werkstuk. Boorspaanders met scherpe randen en andere voorwerpen kunnen letsels veroorzaken. In het bijzonder mengsels van ma- terialen kunnen gevaarlijk zijn. Licht metaalstof kan ontbranden of ontploffen. t) Selecteer de juiste draaisnelheid vóór aanvang van het werk. De draaisnelheid moet ge- past zijn voor zowel de boordiameter als het materiaal waarin uwil boren. Als er een foute draaisnelheid wordt geselecteerd, kan het toepassingsmiddel vast komen te zitten in het werkstuk. u) Gebruik geen boren met beschadigde schach- ten.

v) Controleer of alle beschermende uitrusting ge-

plaatst is en juist bevestigd is. Verwijder geen mechanische of elektrische beveiligingsuitrus- ting. w) Controleer of de boorhouder goed vast gezet is.

x) Gebruik voor het verwijderen van boorspaan-

ders alleen handborstels, borstels, rubberen vegers, spaanderhaken of gelijkaardige hulp- middelen. Voer geen reinigings- of smeeractivi- teiten uit terwijl de machine in werking is. y) Berg het elektrisch gereedschap veilig op wanneer het niet in gebruik is. De opslagplaats moet droog en afsluitbaar zijn. Dit voorkomt dat het elektrisch gereedschap wordt beschadigd tijdens opslag en dat het wordt gebruikt door niet opgeleide personen. Schakel de machine onmiddellijk uit wanneer:

  • De stekker uit het stopcontact wordt getrokken, de voeding wordt onderbroken of de voeding beschadigd is.
  • De schakelaar defect is.
  • rook of geur is ontstaan als gevolg van ver- schroeiing. Elektrische veiligheid Bij het gebruik van elektrische apparaten dient uten alle tijden de veiligheidsregels in acht te ne- men die in uw land van toepassing zijn, om het risi- co op brand, elektrische schok en persoonlijk letsel te verminderen. Lees de volgende veiligheidsin- structies en de bijgesloten veiligheidsinstructies. Controleer altijd dat de stroomvoorziening overeenkomt met de spanning die wordt vermeld op het typeplaatje. De machine wordt geleverd met een nulspanningsschakelaar. Nadat de spanning zakt, zal de machine niet opnieuw starten en automatisch draaien om veiligheidsrede- nen. De machine moet opnieuw ingescha- keld worden.34

Snoeren of stekkers vervangen Gooi oude kabels of stekkers meteen weg nadat ze zijn vervangen door nieuwe. Het is gevaarlijk om de stekker van een losse kabel in een stopcontact te steken. Als het netsnoer moet worden vervangen, moet dat worden gedaan door de fabrikant of een vertegen- woordiger van de fabrikant, zodat veiligheidsrisi- co’sworden vermeden. Verlengsnoeren gebruiken Gebruik uitsluitend een goedgekeurd verlengsnoer dat geschikt is voor het opgenomen vermogen van het apparaat. De minimumafmeting van de geleider is 1,5 mm

. Wanneer ueen kabelhaspel gebruikt, rol de haspel dan volledig af.

2. INFORMATIE OVER HET APPARAAT

Bedoeld gebruik Het product is geschikt voor het boren in hout, me- taal, keramiek en kunststof met gebruik van de ge- paste toepassingsmiddelen. Het is ontworpen voor gebruik in privé omgevingen, bijvoorbeeld thuis. Voeding en schadelijke stoffen mogen niet worden verwerkt met de machine. De boorkop is ontworpen voor gebruik met boorbits en gereedschap met een ronde as en een diameter van 1,5-13 mm. De ma- chine is alleen bedoeld om te worden gebruikt door volwassenen. De apparatuur mag alleen worden gebruikt voor het voorgeschreven doel. Alle andere toepassingen worden geacht onjuist gebruik te zijn en de garantie zal niet gelden. De fabrikant zal niet aansprakelijk zijn voor enige schade of enig letsel dat als gevolg hiervan is ontstaan. TECHNISCHE SPECIFICATIES Spanning 230V~ Frequentie 50 Hz Opgenomen vermogen 720 W S1, 900 W S2 6 min Beschermingsgraad II Onbelaste snelheid Versnelling 1: 220-880/ min. Versnelling 2: 650- 2550/min. Capaciteit boorkop 1,5-13 mm Max. boordiepte (afgelegde weg spindel) 80 mm Afstand tussen boorkop en behuizing

  • S1, continu bedrijfsmodus.
  • S6, continu bedrijf, periodiek gebruik. Identieke bedrijfscycli met een periodieke belasting, gevolgd door een periode zonder belasting. Bedrijfstijd 6 minuten. Bescherm uzelf tegen de gevolgen van trillingen door het gereedschap en de accessoires goed te onderhouden, uw handen warm te houden en uw werkpatronen te organiseren.NL

BESCHRIJVING De nummers in deze tekst verwijzen naar de di- agrammen op pagina 3-5.

1. Behuizing van de boor

3. Bout voor boordiepte hendel

8. Schroef voor beschermkap

12. Veerring voor bankschroef

13. Borgring voor bankschroef

14. Moer voor bankschroef

15. Bout voor bankschroef

16. Parallelle langsgeleiding

17. Rechthoekige moer voor langsgeleiding

18. Knop voor langsgeleiding

19. Selectieknop versnelling

27. Onderste kopgroef

28. Bovenste kopgroef

29. Aan/uit-schakelaar

33. Hendel voor hoogte-instelling

39. Keuzeknop snelheid of diepte

40. Knop voor het verlagen van de snelheid

41. Knop voor het verhogen van de snelheid

Voor uwerk aan de machine uitvoert, moet ueerst de stekker uit het stopcontact trekken. Het product en de leveringsomvang controleren

  • Haal de kolomboor en accessoires uit de ver- pakking.
  • Controleer of de levering volledig is (zie afbeel- ding “verpakkingsinhoud”).
  • Controleer de kolomboor en accessoires op beschadiging.
  • Gebruik de kolomboor niet als deze beschadigd is of als er onderdelen ontbreken. Neem contact op met de klantendienst van Vonroc. De kolom op de basis monteren (Afb. C, D)

1. Zet de basisplaat (5) op een vlak oppervlak.

2. Steek de kolom (23) van de boor (1) in de

opening van de basisplaat (5), zoals wordt weergegeven op afbeelding C1. Verzeker dat de kop goed uitgelijnd is, dat wil zeggen boven het middelste gat van de basisplaat (5).

3. Bevestig de kolom (23) aan de basisplaat (5)

door de bout (34) vast te zetten met de inbus- sleutel (6).

4. Plaats tot slot de beschermdop (2) op de kolom

(23), zoals wordt weergegeven op afbeelding D. De hendel voor de boordiepte monteren (Afb. E, F) Wees voorzichtig tijdens het monteren van de handgreep om te verzekeren dat de rakende oppervlakken goed tegen elkaar zitten.

1. Monteer de hendel voor de boordiepte (4) op de

as (37), zoals wordt weergegeven op afbeelding

2. Bevestig de hendel voor de boordiepte (4) op

de as (37) met de bout (3) en een PH2 Phil- lips-schroevendraaier (niet meegeleverd). De beschermkap monteren (Afb. G) Risico op letsel! De kolomboor mag niet zonder de beschermkap gebruikt worden.

  • Zet de beschermkap (7) op het deel van de be- huizing met de gaten, zoals wordt weergegeven op afbeelding G.36
  • Bevestig de beschermkap (7) met de schroeven (8) op de linker- en rechterkant met een PH2 Phillips-schroevendraaier (niet meegeleverd). De snelsluitklem monteren (Afb. B, C, H) Risico op letsel! Het is verboden om werkstukken met de hand vast te houden, dit is immers gevaarlijk. Zet het werkstuk altijd vast in een bankschroef of een gelijkaardige klemuitrusting.

1. Volg de stappen in het hoofdstuk “De kolom op

de basis monteren” maar plaats de snelsluit- klem (9) op de basis (23) voordat udeze op de basisplaat (5) plaatst, zoals wordt weergegeven op afbeelding C2.

2. Verzeker dat de inkeping in de binnenkant van

de snelsluitklem (9) is uitgelijnd met de zijkant van de kolom (23) met het uitstekende versnel- lingsrek. Een goed gemonteerde snelsluitklem (9) wordt weergegeven op afbeelding B.

3. Steek de snelsluithendel (10) nu in de snel-

sluitklem (9), zoals wordt weergegeven op afbeelding H. De bankschroef voor de machine monteren (Afb. A, I) Risico op letsel! Het is verboden om werkstukken met de hand vast te houden, dit is immers gevaarlijk. Zet het werkstuk altijd vast in een bankschroef of een gelijkaardige klemuitrusting. De basisplaat is voorzien van groeven om de kle- muitrustingen te bevestigen.

1. Begin met het met de hand vast zetten van

de bouten (15), borgringen (13), veerringen (12) en moeren (14) op de bankschroef van de machine (11), zoals wordt weergegeven op afbeelding I.

2. Schuif de bankschroef van de machine (11) nu

in de groeven van de basisplaat (5), zoals wordt weergegeven op afbeelding I.

3. Zet de bankschroef (11) in de gewenste positie

en draai de moeren vast (14). Er moet een sleutel van maat 17 (niet meegeleverd) gebruikt worden.

4. De klemmen van de bankschroef van de ma-

chine (11) kunnen worden geopend door de hendel in tegenwijzerzin te draaien en worden gesloten door ze in wijzerzin te draaien. De langsgeleiding monteren (Afb. J, K) Risico op letsel! Het is verboden om werkstukken met de hand vast te houden, dit is immers gevaarlijk. De langsgeleiding kan alleen samen met de snelsluitklem of een gelijkaardige klemuitrusting gebruikt worden. Het is niet toegestaan om de langsgeleiding te gebruiken en het werkstuk met de hand vast te houden.

1. Begin met het met de hand vast zetten van de

knoppen (18) en rechthoekige moeren (17) op de langsgeleiding (16), zoals wordt weergege- ven op afbeelding J.

2. Schuif de langsgeleiding (16) nu in de groeven

van de (5) zoals wordt weergegeven op afbeel- ding K.

3. Zet de langsgeleiding (16) in de gewenste posi-

tie en draai de knoppen (18) met de hand vast.

4. De positie van de langsgeleiding (16) kan ge-

makkelijk worden aangepast door de knoppen (18) los te draaien en ze daarna opnieuw vast te draaien. Een stationaire machine installeren (Afb. A, B) Om veilig werken te verzekeren, moet het elektrisch gereedschap worden gemonteerd op een vlak, stabiel werkoppervlak (bijv. een werkbank) voor gebruik. Ukunt de machine op twee manieren installeren:

In dit geval moet de machine met geschikte bouten op de werkbank worden gemonteerd. Doe dit met behulp van de vier gaten (24) in de basisplaat (5). Zoals weergegeven op afb D.

2. Op een onderframe

Lees alle waarschuwingen en instructies die bij de standaard worden geleverd. De veiligheidswaarschuwingen en de instructies niet naleven, kan leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel. Zet de standaard goed in elkaar voordat uhet elektrisch gereedschap monteert. Een juiste montage is van belang om het risico dat de standaard in elkaar valt te voorko- men.NL

In dit geval moet de machine met bouten op het onderframe worden gemonteerd. Doe dit met be- hulp van de vier gaten (24) in de basisplaat (5). Het onderframe moet met 4 bouten worden verankerd op de vloerplaat die ten minste 1 vierkante meter groot is.

Controleer voor gebruik de beschermkap- pen. Controleer de boor en de veiligheidsuitrus- ting op schade en onvolmaaktheden. Gebruik de boor niet als uschade of onvolmaaktheden opmerkt en neem contact op met de klantendienst van Vonroc. Verzeker dat de spanning van het net overeenkomt met de specificaties die worden vermeld op het typeplaatje. Sluit de machine alleen aan op een stopcontact met een juist geïnstalleerde aarding. Vermijd de opeenhoping van stof op de werkplek. Stof kan gemakkelijk tot ontbranding komen. Zet na elke aanpassing van het elektrisch gereedschap alle schroeven en klemhen- dels opnieuw stevig vast. Een boor monteren en verwijderen (Afb. A) Boorbits en andere gereedschapsaccessoires met een ronde as met een diameter van 1,5-13 mm kunnen in de kop (26) van de kolomboor geklemd worden.

1. Steek het boorbit (22) in de kop en houd het in

positie. Opmerking: Stel bij het gebruiken van kleine boorbits de gereedschapshouder eerst in op de ruwe boordiameter. Anders bestaat er een risico dat het boorbit niet goed gecentreerd wordt.

2. Zet het bit vast door de onderste sleuf van

de kop (27) met de hand in tegenwijzerzin te draaien. Opmerking: de draairichting wordt ook aangegeven op de klemring met “VAST”, samen met de draairichting.

3. Zet het boorbit vast door de bovenste sleuf van

de kop (28) vast te houden en de onderste sleuf van de kop (27) in tegenwijzerzin te draaien. De kop maakt een klikkend geluid bij elke omwen- teling, om de vergrendeling aan te geven.

4. Open, om het boorbit te verwijderen, de sleuf

door de bovenste sleuf van de kop (28) vast te houden en de onderste sleuf van de kop (27) in wijzerzin te draaien. Opmerking: de draairich- ting wordt ook aangegeven op de klemring met “LOS”, samen met de draairichting. In- en uitschakelen (Afb. A, L) De tafelboor is uitgerust met een geen span- ning-trip, die is ontworpen om de gebruiker te beschermen tegen ongewenst opstarten na een spanningsdip. Als dit voorvalt, moet de machine handmatig opnieuw gestart worden. Inschakelen

1. Druk op de knop (I) op de Aan/Uit-schakelaar

(29) om het scherm in te schakelen (30).

2. Druk op de aan/uit-knop (38) om het elektrisch

gereedschap in te schakelen. Uitschakelen

1. Druk op de aan/uit-knop (38) om te stoppen

2. Druk op de knop (O) op de Aan/Uit-schakelaar

(29) om het elektrisch gereedschap volledig uit te schakelen. Opmerking: het elektrisch gereedschap is nu uitge- schakeld. Alle huidige instellingen worden gewist.

  • Het elektrisch gereedschap kan snel uitgescha- keld worden, bijvoorbeeld als het toepassings- middel vast komt te zitten in het werkstuk. Druk op de knop (O) op de Aan/Uit-schakelaar (29) om het elektrisch gereedschap en het scherm onmiddellijk uit te schakelen. Opmerking: het elektrisch gereedschap is nu uitge- schakeld. Alle huidige instellingen worden gewist. De snelheid instellen (afb. A, L) Als er een foute draaisnelheid wordt geselecteerd, kan het toepassingsmiddel vast komen te zitten in het werkstuk.38

De tafelboor is uitgerust met twee mechanische versnellingen en een elektronische snelheidsrege- ling. Selecteer de juiste draaisnelheid vóór aanvang van het werk. Deze moet gepast zijn voor zowel de boordiameter als het materiaal waarin uwil boren. Gebruik het snelheidsdiagram om ute helpen om de gepaste draaisnelheid in te stellen. Het geeft de snelheid (tpm) weer die ingesteld zou moeten wor- den afhankelijk van de boordiameter (diameter in mm) voor staal en hout. Opmerking: De opgegeven boorsnelheden zijn louter voorgestelde waarden. De versnelling wijzigen (Afb. A) Verander snelheden alleen wanneer de booras volledig tot stilstand is gekomen (risico op beschadigen van de versnellin- gen).

  • Draai de keuzeknop voor de versnelling (19) naar stand ‘1’ voor een onbelaste snelheid van 220 – 880 tpm. Over het algemeen dient deze snelheid voor het werken met grote boordiame- ters.
  • Draai de keuzeknop voor de versnelling (19) naar stand ‘2’ voor een onbelaste snelheid van 650 – 2550 tpm. Over het algemeen dient deze snelheid voor het werken met kleine boordia- meters. Verzeker dat de keuzeknop voor de snelheid (19) goed in stand 1 of 2 vergrendeld is. De snelheid instellen (Afb. A, L) Het beschikbare snelheidsbereik hangt af van de geselecteerde versnelling (zie het hoofdstuk “de versnelling veranderen”).

1. Verzeker dat het scherm (30) wordt ingescha-

keld door op de knop (I) of de Aan/uit-scha- kelaar (29) te drukken en dat de boor wordt geactiveerd door op de aan/uit-knop (38) te drukken.

2. Wacht enkele seconden tot de boor de huidige

snelheid bereikt. Ukunt de toename van de snelheid bekijken op het scherm (30), zie ook afbeelding L2.

3. Druk op de knop “+” (40) om de snelheid te

4. Druk op de knop “-” (41) om de snelheid te

verlagen. De laser / het LED-werklicht in- of uitschakelen (Afb. A, L)

  • Verzeker dat het scherm (30) wordt ingescha- keld door op de knop (I) of de Aan/uit-scha- kelaar (29) te drukken en dat de boor wordt geactiveerd door op de aan/uit-knop (38) te drukken.
  • Druk herhaaldelijk op de knop laser / LED-werk- licht (42) om te wisselen tussen de modi Laser - Licht - Laser / Licht.
  • De betreffende instelling van de modus wordt weergegeven op het scherm (30), zie ook afbeelding L3. - “Laser” = Cross-laser ingeschakeld - “Licht” = LED-werklicht is ingeschakeld - “Laser & Licht” = Cross-laser en LED-werk- licht beide ingeschakeld.
  • Om uit te schakelen, wijzigt ude modi of druk umeerdere keren op de knop laser / LED-werk- licht (42) tot er niets meer op het scherm wordt weergegeven. De laser instellen (Afb. A, L) Opmerking: Ukunt de laserfunctie alleen testen als het elektrisch gereedschap op de stroomvoorzie- ning is aangesloten. Tijdens het afstellen van de laser (bijv, wanneer ude arm van het gereedschap verplaatst), mag unooit de aan/uit-schake- laar bedienen. Het onbedoeld inschakelen van het elektrisch gereedschap kan letsel tot gevolg hebben. Als de laser (20) niet meer de juiste zaaglijn aan- geeft, kunt ude laser opnieuw afstellen. Dat doet uals volgt:

De boordiepte of -snelheid weergeven (Afb. A, L) Door op de keuzeknop snelheid of diepte (39) te drukken, kan de boorsnelheid of de boordiepte om het scherm (30) geselecteerd worden.

  • Verzeker dat het scherm (30) wordt ingescha- keld door op de knop (I) of de Aan/uit-scha- kelaar (29) te drukken en dat de boor wordt geactiveerd door op de aan/uit-knop (38) te drukken.NL
  • Standaard wordt de snelheid op het scherm weergegeven, zoals wordt weergegeven op Afb. L2.
  • Druk op de keuzeknop snelheid of diepte (39) om het scherm over te schakelen naar de weer- gave van de boordiepte, zoals wordt weergege- ven op afbeelding L4.
  • Druk opnieuw de keuzeknop snelheid of diepte (39) om het scherm over te schakelen naar de weergave van de snelheid, zoals wordt weerge- geven op afbeelding L2. De boordiepte of -snelheid bepalen (Afb. A, L)

1. Verzeker dat het scherm (30) wordt ingescha-

keld door op de knop (I) of de Aan/uit-scha- kelaar (29) te drukken en dat de boor wordt geactiveerd door op de aan/uit-knop (38) te drukken.

2. Wijzig de weergave naar de boordiepte (zie

hoofdstuk “De boordiepte of -snelheid weerge- ven”).

3. Zet de machinekop omlaag wanneer het boorbit

draait door middel van de hendel voor de boordiepte (4). Het scherm geeft de afwijking tegenover het huidige nulpunt voortdurend weer.

4. Stop op de gewenste positie en druk op de

knop voor het nulpunt (43) om de huidige diep- te/hoogte in te stellen als het nieuwe nulpunt.

5. Het scherm geeft het nieuwe startpunt weer als

“0,0”. Aanpassing van de hoogte (Afb. A, B) Pas de hoogte van de aandrijfeenheid niet aan tijdens gebruik. Bedien de klemhendel (36) alleen wanneer de hendel voor de boordiepte (4) op zijn initiële positie staat. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt mogelijke letsels. De positie van de machinekop kan worden aange- past afhankelijk van de hoogte van het werkstuk of de lengte van het boorhulpmiddel. Pas de hoogte van de machine aan zodat er voldoende vrije ruimte is tussen de tip van het boorbit (22) en het boven- ste oppervlak van het werkstuk. Een vrije ruimte van ~15 mm wordt aanbevolen.

1. Zet de klemhendel (36) op de achterkant van de

machinekop los met één draai in tegenwijzerzin.

2. Draai de hendel voor hoogte-instelling (33) in

wijzerzin om de machinekop omhoog te bewe- gen.

3. Draai de hendel voor hoogte-instelling (33) in

tegenwijzerzin om de machinekop omlaag te bewegen.

4. De hoogte-instelling kan niet verder verplaatst

worden zodra het bovenste of onderste dode punt bereikt is.

5. Zet de klemhendel (36) op de achterkant van de

machinekop los vast in wijzerzin.

6. Na het instellen van de hoogte van de aandrij-

feenheid, moet de positie van het werkstuk opnieuw gecontroleerd worden met het laser- kruis. Umoet het werkstuk mogelijk opnieuw positioneren. Opmerking: de machine zal slechts stevig en zon- der speling (beweging) staan zodra de klemhendel (36) vast is gezet. Het werkstuk klemmen (Afb. A, B, M, N, O) Risico op letsel! Het is verboden om werkstukken met de hand vast te houden, dit is immers gevaarlijk. Zet het werkstuk altijd vast in een bankschroef of een gelijkaardige klemuitrusting. Het werkstuk dat wordt bewerkt, moet stevig geklemd worden. Bewerk geen werkstukken die niet geklemd kunnen worden, als ze bijvoorbeeld te klein zijn. Er moet iets onder het vrije einde van lange en zware werkstukken geplaatst worden of ze moeten ondersteund worden. De kolomboor wordt geleverd met een snelsluit- klem (9), langsgeleiding (16) en een bankschroef (11), die allemaal gebruikt kunnen worden om een werkstuk gepast te klemmen. Een werkstuk klemmen met de bankschroef van de machine De bankschroef van de machine kan gebruikt wor- den voor verschillende klemtoepassingen en is ide- aal voor het klemmen van klein(ere) werkstukken.

1. Monteer de bankschroef van de machine (11)

zoals wordt uitgelegd in het hoofdstuk “De bankschroef van de machine monteren”.40

2. Zet de klemhendel (25) los door deze in tegen-

wijzerzin te draaien.

3. Positioneer het werkstuk aan de hand van het

4. Zet de klemhendel (25) in wijzerzin vast tot het

werkstuk stevig geklemd is.

5. Zet na het boren de klemhendel (25) los door

deze in tegenwijzerzin te draaien. Een werkstuk klemmen met de snelsluitklem De snelsluitklem kan gebruikt worden voor ver- schillende klemtoepassingen en is ideaal voor het klemmen van ronde of tubulaire materialen en voor staalplaat en houten borden.

1. Monteer de snelsluitklem (9) zoals wordt

uitgelegd in het hoofdstuk “De snelsluitklem monteren”.

2. Zet de klemhendel (10) los door deze in tegen-

wijzerzin te draaien.

3. Positioneer het werkstuk aan de hand van het

4. Laat de snelsluitklem (9) op het werkstuk rus-

ten. Bekijk afbeelding N als een voorbeeld.

5. Zet de klemhendel (10) in wijzerzin vast tot het

werkstuk stevig geklemd is.

6. Zet na het boren de klemhendel (10) los door

deze in tegenwijzerzin te draaien. Draai de snel- sluitklem (9) opzij en verwijder het werkstuk. Een werkstuk klemmen met de snelsluitklem ge- combineerd met de langsgeleiding Risico op letsel! Het is verboden om werkstukken met de hand vast te houden, dit is immers gevaarlijk. De langsgeleiding kan alleen samen met de snelsluitklem of een gelijkaardige klemuitrusting gebruikt worden. Het is niet toegestaan om de langsgeleiding te gebruiken en het werkstuk met de hand vast te houden. De parallelle langsgeleiding (16) wordt gebruikt om te voorkomen dat grote werkstukken draaien. Het kan alleen gebruikt worden in combinatie met de snelsluitklem, het is niet mogelijk om het met de bankschroef van de machine te gebruiken.

1. Monteer de parallelle langsgeleiding (16) zoals

wordt uitgelegd in het hoofdstuk “De parallelle langsgeleiding monteren”.

2. Gebruik de snelsluitklem om het werkstuk te

bevestigen. Bekijk: “Een werkstuk klemmen met de snelsluitklem”. De dieptestop afstellen (Afb B) Ukunt de dieptestop afstellen, om de boordiepte te beperken.

1. Zet de knop (31) van de dieptestop voor het

boren los, zie ook afbeelding B.

2. Stel de dieptestop in op de gewenste diepte,

door middel van de diepteschaal (32).

3. Klem het werkstuk in de bankschroef (zie

hoofdstuk “Het werkstuk klemmen”).

4. Stel de hoogte van de machinekop in (zie hoofd-

stuk “Hoogte-instelling”).

5. Plaats de boortip lichtjes op het werkstuk en

bepaal het nulpunt (zie hoofdstuk “Het nulpunt van de boordiepte bepalen”).

6. Een testboring uitvoeren.

7. Zodra de gewenste diepte wordt weergegeven

op het scherm (30), zet ude knop (31) van de boordiepte stevig vast.

8. De dieptestop is nu vergrendeld op de gewens-

te boordiepte. Boren Risico op schade! Laat de kolomboor afkoelen tot kamertemperatuur nadat deze 15 minuten gebruikt werd voordat uverder werkt. De boor kan vast komen te zitten in het werkstuk wanneer deze uit het werkstuk verwijderd wordt, wat terugslag kan veroorzaken. Vertraag daarom zeker de aanvoerbeweging op het einde van de boorprocedure. Sta altijd voor het elektrisch gereedschap. Dit zal ervoor zorgen dat ualtijd een goed zich op het boorpunt hebt. Houd handen en vingers uit de buurt van het draaiend toepassingsmiddel. Reik niet met één arm over de andere wanneer uzich voor de aandrijfeenheid bevindt.

1. Bereid de kolomboor en het werkstuk voor zoals

wordt beschreven in voorgaande hoofdstukken.

2. Verzeker dat de beschermkap (7) is neergela-

ten. Een voorbeeld van een goed geplaatste beschermkap wordt weergegeven op afbeel- ding A.NL

3. Lijn het werkstuk uit en klem het vast (zie

hoofdstuk “Het werkstuk klemmen”).

4. Sluit de kolomboor aan op de voeding.

5. Schakel de kolomboor in (zie hoofdstuk “In-/

6. Beweeg voor het boren de handgreep voor de

boordiepte (4) gelijkmatig, tot de gewenste boordiepte bereikt is. Opmerking: onderbreek het boren kort tijdens het boren in metaal, om de spaanders los te maken.

7. Zet na het bereiken van de boordiepte de

hendel voor de boordiepte (4) opnieuw in de oorspronkelijke positie.

8. Schakel de kolomboor uit.

  • De aanvoer van de boor, de beweging van het boorbit, gebeurt handmatig door middel van de hendel voor de boordiepte (4)
  • De snijsnelheid wordt beïnvloed door de boor- snelheid en de diameter van het bit.
  • De levensduur van boorbits wordt grotendeels bepaald door de toevoersnelheid en de assnel- heid. De algemene regel is: Kies een lagere snelheid voor boorbits met grote diameter.
  • Verminder voor metalen werkstukken de voedingssnelheid en de snijsnelheid en koel het boorbit met boorolie. Metalen werkstukken moeten in het midden geperforeerd worden voordat er in geboord wordt.
  • Gebruik voor grotere gaten in metaalplaat een lage voedingssnelheid en snijdruk, zodat het boorbit niet “vast” komt te zitten en de boring dimensionaal nauwkeurig is.
  • Effectief uitwerpen van spaanders wordt gehin- derd en het boorbit wordt warmer bij het boren van diepe gaten (dieper dan 2 keer de diameter van het boorbit). Verlaag de aanvoersnelheid en boorsnelheid en trek het bit herhaaldelijk uit het gat om het uitwerpen van spaanders te verbeteren.
  • Bij het boren van gaten met een diameter groter dan 8 mm, wordt voorboren aanbevolen om vroegtijdige slijtage en spanning op de boortip te voorkomen. Transport Houd de kolomboor bij het transporteren vast met beide handen op de basisplaat (5) of met één hand op de behuizing van de boor (1). Draag het elektrisch gereedschap niet met de hendel voor de boordiepte (4).

Schakel de machine altijd uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat udeze reinigt of onderhoud uitvoert. Maak de behuizing van de machine regelmatig schoon met een zachte doek, bij voorkeur na ieder gebruik. Controleer of de ventilatieopeningen vrij zijn van stof en vuil. Verwijder hardnekkig vuil met een zachte doek, vochtig gemaakt met een zeepop- lossing. Gebruik geen oplosmiddelen zoals benzine, alcohol, ammoniak, enzovoorts. Chemicaliën zoals deze kunnen de synthetische componenten beschadigen. MILIEU Niet goed functionerende en/of afgedankte elektrische of elektronische apparaten moeten bij de juiste inzamelpunten voor recycling worden aangeboden. Alleen voor landen in de EG Gooi geen elektrisch gereedschap bij het huisvuil. Volgens de Europese richtlijnen 2012/19/EU voor Af- gedankte Elektrische en Elektronische apparatuur en de implementatie daarvan in nationaal recht, moet elektrische gereedschap dat niet meer bruikbaar is, apart worden ingezameld en op een milieuvriendelij- ke wijze worden verwerkt. GARANTIE Producten van VONROC worden op basis van de hoogste kwaliteitsnormen ontwikkeld en zijn gega- randeerd vrij van defecten, zowel voor wat betreft het materiaal als de afwerking, gedurende de door de wet bepaalde periode, startend vanaf de datum van de originele aankoop. Mocht het product gedurende deze periode enige storingen vertonen als gevolg van gebrekkig materiaal en/of gebrek- kige afwerking, dient direct contact met VONROC opgenomen te worden.42

De volgende omstandigheden zijn uitgesloten van de garantie:

  • Reparatie en/of wijzigingen die door en niet erkend servicecentrum aan de machine werd/ werden aangebracht of waartoe een poging werd ondernomen;
  • Het gereedschap werd misbruikt, verkeerd werd gebruikt en/of onjuist werd onderhouden;
  • Niet-originele reserveonderdelen werden ge- bruikt. Dit betreft de enige garantie die door de organi- satie, impliciet of expliciet, wordt aangeboden. Geen andere garanties, impliciet noch expliciet, die verder strekken dan deze garantie, inclusief de impliciete garanties inzake de verkoopbaarheid en geschiktheid voor een specifiek doel. In geen geval zal VONROC aansprakelijk zijn voor inciden- tele schade of gevolgschade. De oplossingen van de dealers zullen beperkt zijn tot de reparatie of het vervangen van niet-conforme eenheden of onderdelen. Het product en de gebruiksaanwijzing kunnen worden gewijzigd. Specificaties kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Vonroc

Model : PD501AC

Categorie : Boor