SOLO 130 B - Grasmaaier

130 B - Grasmaaier SOLO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 130 B SOLO in PDF-formaat.

📄 428 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice SOLO 130 B - page 43

Gebruikersvragen over 130 B SOLO

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 130 B - SOLO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 130 B van het merk SOLO.

GEBRUIKSAANWIJZING 130 B SOLO

Inhoudsopgave 1 Over deze gebruiksaanwijzing................. 42

2.2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruik..... 43

2.3 Restrisico's......................................... 43

2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzie-

ningen ................................................ 44

2.5 Symbolen op het apparaat ................. 44

2.8 Toegestane maaigereedschappen..... 45

3.2 Persoonlijke beschermingsmiddelen.. 46

3.3 Veiligheid op de werkplek .................. 46

3.4 Veiligheid van het apparaat................ 46

3.5 Veiligheid van personen, dieren en

3.7 Het hanteren van benzine en olie ...... 47

5.1 Maak een benzine-oliemengsel aan

6.3 Maaidraad verlengen tijdens het be-

1 OVER DEZE GEBRUIKSAANWIJZING

De Duitse versie is de originele gebruiksaan- wijzing. Alle andere taalversies zijn vertalin- gen van de originele gebruiksaanwijzing.

Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodat u erin het antwoord op uw vragen kunt terug- vinden wanneer u informatie over de machi- ne nodig heeft.

Draag de machine alleen samen met deze gebruiksaanwijzing aan andere personen over.442959_a 43 Productomschrijving

Lees en neem de veiligheids- en waarschu- wingsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht.

1.1 Symbolen op de titelpagina

Symbool Betekenis Lees voor de ingebruikname deze gebruiksaanwijzing absoluut zorg- vuldig door. Dit is de voorwaarde voor veilig werken en een storings- vrij gebruik. Gebruiksaanwijzing Gebruik het benzineapparaat niet in de buurt van open vlammen of hitte- bronnen.

1.2 Verklaring van pictogrammen en

signaalwoorden GEVAAR! Wijst op een direct gevaarlijke si- tuatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot de dood of tot een ernstig letsel leidt. WAARSCHUWING! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet verme- den wordt, tot de dood of tot een zwaar letsel kan leiden. VOORZICHTIG! Wijst op een potentieel ge- vaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot een licht of middelzwaar letsel kan lei- den. LET OP! Wijst op een situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot materiële schade kan leiden. OPMERKING Speciale aanwijzingen voor meer duidelijkheid en een beter gebruik. 2 PRODUCTOMSCHRIJVING

De bosmaaier is bedoeld voor het maaien van zacht gras en soortgelijke vegetatie. Daarbij moet de bosmaaier parallel aan de grond worden be- wogen. De bosmaaier is verkrijgbaar in twee varianten; neem de instructies die op uw apparaat van toe- passing zijn in acht:

126 B, 130 B, 140 B, 151 B: Bosmaaier met „Bike"-greep

126 L, 130 L, 140 L: Bosmaaier met "Loop"- greep Er mag alleen met de machine gewerkt worden als het volledig gemonteerd is. Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik. Elke andere toepassing, alsook een ver- boden om- of aanbouw, worden beschouwd als niet beoogd gebruik en leiden tot uitsluiting van de garantie, het verlies van de conformiteit (CE- markering) en de afwijzing van elke verantwoor- delijkheid vanwege de fabrikant wat betreft scha- de aan de gebruiker of derden.

2.2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruik

Maai geen struiken, hagen, bomen of bloe- men.

Til het apparaat tijdens het maaien niet op van de grond.

Gebruik geen andere onderdelen dan de ori- ginele onderdelen van de fabrikant (zie Hoofdstuk 2.8 "Zugelassene Schneidwerk- zeuge", pagina45).

Ook bij doelmatig gebruik van het gereedschap blijft sprake van een zeker restrisico dat niet kan worden uitgesloten. Uit de aard en de bouwwijze van het apparaat kunnen, afhankelijk van het ge- bruik, de volgende potentiële gevaren worden af- geleid:

Wegslingeren van snijafval, grond en kleine stenen

Wegslingeren van afgesneden delen van de maaidraad

Inademen van deeltjes van afgesneden ge- wasdeeltjes als er geen adembescherming wordt gedragen.

Schade aan het gehoor als er geen gehoor- bescherming wordt gedragen.

Snijwonden bij het grijpen in de draaiende maaidraad of het draaiende mesbladNL 44 126 L | 126 B | 130 L | 130 B | 140 B | 140 L | 151 B Productomschrijving

beveiligingsvoorzieningen WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel. Defecte en buiten werking gestelde veiligheids- en beschermingsapparatuur kunnen ernstig letsel veroorzaken.

Laat defecte veiligheids- en beschermingsap- paratuur repareren.

De veiligheids- en beschermingsuitrusting nooit buiten werking stellen. In noodgevallen Schakel in noodgevallen altijd de motor uit met de aan/uit-schakelaar. Afschermkap De beschermplaat beschermt de bediener tegen contact met de roterende maaidraad en wegge- slingerde objecten. "Loop"-greep met afstandhouder De Loop"-greep voorkomt dat de voeten van de bediener in de buurt van het draaiende maai- draad kunnen komen.

2.5 Symbolen op het apparaat

Symbool Betekenis Vereist extra voorzichtigheid tijdens gebruik! Lees vóór ingebruikname de ge- bruiksaanwijzing! Draag een veiligheidshelm, gehoor- bescherming en oogbescherming! Draag stevige schoenen! Draag beschermende handschoe- nen! Risico op wegslingeren van voor- werpen! Symbool Betekenis De afstand tussen het apparaat en derden moet in de gehele cirkel rondom de gebruiker ten minste 15 m bedragen. Gevaar door naloop. Gebruik de bosmaaier nooit met een zaagblad! Heet oppervlak. Niet aanraken! Brandgevaar! Ga met extra zorg te werk, bij het hanteren van benzine!

Bij de leveringsomvang horen de hier vermelde posities. Controleer of alle posities zijn inbegre- pen:

Draadkop Fast and Easy, inclusief draadspoel

126 B, 130 B, 140 B, 151 B (01) Nr. Onderdeel 1 Draadkop 2 Haakse aandrijving 3 Afschermkap met draadafsnijder 4 „Bike“-greep (fietsstuurtype) 5 Steel 6 Combigreep met:442959_a 45 Veiligheidsinstructies Nr. Onderdeel

Aan/Uit-schakelaar voor motor (START/STOP)

Brandstoftoevoerknop 126 L, 130 L, 140 L (07) Nr. Onderdeel 1 Draadkop 2 Haakse aandrijving 3 Afschermkap met draadafsnijder 4 Steel 5 "Loop"-greep 6 Combigreep met:

Aan/Uit-schakelaar voor motor (START/STOP)

Brandstoftoevoerknop

2.8 Toegestane maaigereedschappen

Met deze bosmaaier mogen uitsluitend de hieron- der genoemde originele maaigereedschappen van de fabrikant worden gebruikt:

3-tands mesblad: Artikelnr. 112906 GEVAAR! Levensgevaar door maaige- reedschappen! Het gebruik van niet toegestane maaigereedschappen (bijv. uit meerdere delen bestaande, metalen maaigereedschappen met zwenkkettingen en klepelmessen) en beschadig- de maaigereedschappen (bijv. met barsten of af- gebrokkelde randen) kan leiden tot zeer ernstig letsel, tot de dood toe.

Gebruik altijd uitsluitend originele, door de fa- brikant toegestane maaigereedschappen.

Beschadigde maaigereedschappen moeten altijd direct worden vervangen. Het gebruik van niet toegestane maaigereed- schappen geldt als niet-reglementair gebruik (zie Hoofdstuk 2.1 "Bestimmungsgemäße Verwen- dung", pagina43)! 3 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOORZICHTIG! Gevaar voor gehoorbe- schadiging. Tijdens het gebruik produceert het apparaat erg veel lawaai. Dit kan bij de gebruiker en bij personen en dieren die zich in de nabijheid bevinden tot gehoorbeschadiging leiden.

Draag tijdens de werkzaamheden altijd ge- hoorbescherming.

Houd een veiligheidsafstand aan tot perso- nen en dieren of schakel het apparaat uit als personen of dieren naderen. OPMERKING Zorg er beslist voor dat u bekend bent met de bediening van het apparaat. Zorg er met name voor, dat u weet hoe het appa- raat onmiddellijk kan worden gestopt.

Personen van jonger dan 16 jaar en personen die de gebruikershandleiding niet hebben ge- lezen, mogen het apparaat niet gebruiken. Neem eventueel van toepassing zijnde natio- nale veiligheidsvoorschriften omtrent de mini- mum leeftijd van de gebruiker in acht.NL 46 126 L | 126 B | 130 L | 130 B | 140 B | 140 L | 151 B Veiligheidsinstructies

Wanneer u voor het eerst met een dergelijk apparaat werkt: Laat u door de verkoper of een andere deskundige de werking van het apparaat uitleggen. Of volg een cursus.

Iedereen die met dit apparaat werkt, moet uit- gerust en gezond zijn en in een goede condi- tie verkeren. Wie zich uit gezondheidsover- wegingen niet overmatig mag inspannen, moet een arts raadplegen, of het voor haar/ hem mogelijk is met dit apparaat te werken.

Bedien het apparaat niet als u onder invloed bent van alcohol, drugs of geneesmiddelen.

3.2 Persoonlijke beschermingsmiddelen

Om letsel aan hoofd en ledematen evenals gehoorschade te voorkomen, moet verplicht beschermende kleding en uitrusting worden gedragen.

De kleding moet doelmatig (nauwsluitend) zijn en mag bij het gebruik niet hinderen.

De persoonlijke beschermingsmiddelen be- staan uit:

gehoorbescherming (bijv. oorschelpen), met name bij een dagelijkse arbeidsduur van meer dan 2,5 uur

veiligheidsschoenen met slipvaste zolen en stalen neuzen

3.3 Veiligheid op de werkplek

Gebruik het apparaat uitsluitend in de buiten- lucht en nooit in afgesloten ruimten.

Werk enkel bij daglicht of bij sterk kunstlicht.

Verwijder voor aanvang van werkzaamheden gevaarlijke producten en voorwerpen uit het werkgebied, bijv. takken, stukken glas, scher- pe voorwerpen, stukken metaal of stenen.

Let daarbij op uw stabiliteit. Vermeid natte, gladde bodems.

Beweeg tijdens het werken voorzichtig en langzaam. Loop niet hard. Let op obstakels.

3.4 Veiligheid van het apparaat

Gebruik de machine alleen onder de volgen- de voorwaarden:

Het apparaat is niet vervuild, met name niet met benzine en olie.

Het apparaat vertoont geen beschadigin- gen, met name niet aan beschermroosters.

Alle voor de betreffende werkzaamheden bedoelde accessoires zijn op het appa- raat gemonteerd.

Overbelast de machine niet. Het is voor lichte particuliere werkzaamheden bedoeld. Overbe- lasting leidt tot beschadiging van de machine.

Blokkeer tijdens het gebruik nooit de aan- zuig- en ventilatierooster, om het oververhit raken van de motor te voorkomen.

Schakel het apparaat onmiddellijk uit, wan- neer de motor abnormaal en hevig begint te trillen. Dit betekent dat zich in het apparaat een storing voordoet.

Gebruik de machine nooit met versleten of defecte onderdelen. Vervang defecte onder- delen altijd door originele reserve-onderdelen van de fabrikant. Wanneer de machine met versleten of defecte onderdelen wordt ge- bruikt, kan tegenover de fabrikant geen aan- spraak op garantie worden gemaakt.

3.5 Veiligheid van personen, dieren en

Gebruik de machine alleen voor werkzaam- heden waarvoor het is bedoeld. Niet-regle- mentair gebruik kan letsel en materiële scha- de veroorzaken.

Schakel het apparaat alleen in als er geen personen of dieren in het werkgebied aanwe- zig zijn.

Houd een veiligheidsafstand aan tot perso- nen en dieren of schakel het apparaat uit als personen of dieren naderen.

Houd de stroom van uitlaatgassen nooit ge- richt op personen of dieren, of op brandbare producten en voorwerpen.

Grijp niet in het aanzuig- en luchtfilter als de motor draait. De draaiende onderdelen kun- nen letsel veroorzaken.

Schakel het apparaat altijd uit wanneer u het niet nodig heeft, bijv. bij het verplaatsen naar een ander werkgebied, bij onderhoudswerk- zaamheden, bij het tanken van het benzine- oliemengsel.

Schakel het apparaat bij een ongeval onmid- dellijk uit om verder letsel en materiële scha- de te voorkomen.

Gebruik de machine nooit met versleten of defecte onderdelen. Versleten of defecte on- derdelen kunnen ernstig letsel veroorzaken.

Bewaar het apparaat buiten het bereik van kinderen.442959_a 47 Veiligheidsinstructies

Gevaar door trillingen De werkelijke trillingsemissiewaarde tijdens het gebruik van het apparaat kan afwijken van de door de fabrikant opgegeven waarde. Let voor of tijdens het gebruik op de volgen- de factoren die van invloed zijn:

Wordt het apparaat gebruikt voor het be- oogde gebruik?

Wordt het materiaal op de juiste wijze ge- sneden of verwerkt?

Bevindt het apparaat zich in een goede staat van gebruik?

Is het snijblad goed scherp en is het juis- te snijblad ingebouwd?

Zijn de handgrepen en, indien nodig, op- tionele trillingsdempende handgrepen ge- monteerd en zijn deze vast verbonden met het apparaat?

Gebruik het apparaat alleen met het toerental van de verbrandingsmotor dat nodig is voor de uit te voeren werkzaamheden. Gebruik het maximale toerental zo min mogelijk om geluid en trillingen te beperken.

Als gevolg van verkeerd gebruik en onderhoud kunnen de trillingen en het lawaai van het ap- paraat toenemen. Dit leidt tot schade aan de gezondheid. Schakel in dit geval het apparaat onmiddellijk uit en laat het repareren door een geautoriseerde servicewerkplaats.

De mate van belasting als gevolg van trillin- gen is afhankelijk van de uit te voeren werk- zaamheden of van de toepassing van het ap- paraat. Schat hem in en las voldoende pau- zes in. Daardoor wordt de belasting door tril- lingen gedurende de volledige werktijd in be- langrijke mate verminderd.

Door een langer gebruik van het apparaat wordt de bediener blootgesteld aan trillingen, waardoor problemen kunnen ontstaan met de bloedsomloop (‘dode vingers’). Om dit risico te verminderen, handschoenen dragen en de handen warmhouden. Wanneer een symp- toom van ‘dode vingers’ wordt waargenomen, onmiddellijk medische hulp inroepen. Tot de- ze symptomen behoren: Gevoelloosheid, ver- lies van gevoeligheid, tintelingen, jeuk, pijn, vermindering van de kracht, verandering van kleur of van de conditie van de huid. Meestal worden deze symptomen waargenomen aan vingers, handen of polsen. Bij lage tempera- turen (ca. beneden 10°C) neemt het gevaar toe.

Las langere pauzes in tijdens uw werkdag, zodat u kunt herstellen van het geluid en van de trillingen. Plan uw werk zodanig dat het gebruik van apparaten die sterke trillingen veroorzaken, wordt verspreid over meerdere dagen.

Wanneer u een onaangenaam gevoel of een verkleuring van de huid tijdens het gebruik van het apparaat waarneemt aan uw handen, onderbreekt u het werk onmiddellijk. Las vol- doende pauzes in. Zonder voldoende pauzes kan een trillingensyndroom ontstaan aan handen en armen.

Minimaliseer het risico door uzelf zo min mo- gelijk bloot te stellen aan trillingen. Verzorg het apparaat volgens de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing.

Als het apparaat vaak wordt gebruikt, neemt u contact op met uw dealer om trillingsdem- pende accessoires (bijv. handgrepen) aan te schaffen.

Leg in een werkschema vast hoe de belas- ting door trillingen kan worden begrensd.

3.7 Het hanteren van benzine en olie

Explosie- en brandgevaar: Bij het ontsnappen van een benzine-lucht- mengsel ontstaat potentieel explosieve atmo- sfeer. Door een ondeskundige omgang met brandstoffen kunnen deze ontsteken, explo- deren en ontbranden, wat tot zwaar letsel en zelfs sterfgevallen kan leiden. Neem het vol- gende in acht:

Rook nooit, terwijl u met benzine werkt.

Werk uitsluitend in de buitenlucht met benzine en nooit in afgesloten ruimten.

Neem beslist altijd de volgende gedrags- regels in acht.

Transporteer en bewaar benzine en olie uit- sluitend op in goedgekeurde voorraadvaten. Zorg ervoor dat de opgeslagen benzine en olie niet toegankelijk zijn voor kinderen.

Zorg ervoor, om bodemvervuiling (milieube- scherming) te vermijden, dat bij het tanken geen benzine en geen olie in de aarde te- rechtkomt. Gebruik bij het tanken een trechter.

Tank het apparaat nooit af in gesloten ruim- ten. Op de vloer kunnen zich benzinedampen verzamelen waardoor het tot een explosieve verbranding of zelfs explosie kan komen.

Veeg gemorste benzine altijd onmiddellijk op van het apparaat of de vloer. Laat de doeken waarmee u benzine afgeveegd heeft, op eenNL 48 126 L | 126 B | 130 L | 130 B | 140 B | 140 L | 151 B Montage goed geventileerde plaats drogen voordat u deze weggooit. Anders kan spontane zelfont- branding optreden.

Bij het morsen van benzine ontstaan benzin- edampen. Start de motor daarom niet op de- zelfde plaats, maar op minstens3 m afstand.

Vermijd huidcontact met producten van mine- rale oliën. Adem geen benzinedampen in. Draag altijd veiligheidshandschoenen om brandstof bij te vullen. Vervang en reinig de beschermende kleding regelmatig.

Let erop dat uw kleding niet in contact komt met benzine. Vervang uw kleding onmiddel- lijk wanneer benzine op uw kleding terecht- gekomen is.

Tank het apparaat nooit af, bij draaiende of hete motor. 4 MONTAGE WAARSCHUWING! Gevaren door onvol- ledige montage! De werking van een onvolledig apparaat kan ernstig letsel veroorzaken.

Gebruik het apparaat alleen als het volledig is gemonteerd!

Controleer voor het inschakelen alle veilig- heids- en beschermingsvoorzieningen op aanwezigheid en functionaliteit! WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel door losrakende onderdelen van het apparaat. Tijdens de werking losrakende onderdelen kun- nen ernstig letsel veroorzaken.

Bevestig maaigereedschappen zo dat ze, tij- dens het gebruik, niet kunnen loskomen.

1. Meeneemschijf (10/1) op geleidepen (10/2)

van de hoekoverbrenging plaatsen.

2. Voor het vastzetten de inbussleutel (10/3) in

de opening van de meeneemschijf (10/1) ste- ken.

3. Draadkop (10/4) op de hoekoverbrenging

schroeven en vastdraaien. Opmerking:Linkse schroefdraad! Draai de draadspoel linksom vast!

4.1.2 Snijdraad vervangen (11)

1. Draaiknop (11/1) zodanig draaien dat de pij-

len (11/2, 11/3) op één lijn liggen.

2. Snijdraad zo ver in de opening (11/4) duwen

dat hij aan beide zijden van de draadkop even lang is.

3. Snijdraad in de draadkop draaien: Draaiknop

(11/1) zo lang in de richting van de pijlen (11/5) draaien dat de snijdraad aan beide zij- den nog ca. 10cm uit de draadkop steekt.

4.1.3 Mesblad monteren (04)

WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar letsel! Door een versleten waaierschijf (04/5) kan het mesblad tijdens de werking losraken en ern- stig letsel veroorzaken.

2. Meeneemschijf (04/1) op de geleidepen

(04/2) van de hoekoverbrenging plaatsen.

3. Het mesblad (04/3) zodanig op de meeneem-

schijf (04/1) plaatsen dat de boring van het mesblad precies over de centreerring van de meeneemschijf komt.

4. De flens (04/4) zodanig op het mesblad

(04/3) plaatsen dat de platte zijde naar het snijmes is gericht.

5. Getande borgring (04/5) aanbrengen.

6. Bevestigingsmoer (04/6) vastdraaien op de

geleidepen (04/2). Daartoe de inbussleutel (04/7) in de daarvoor bedoelde boring plaat- sen en met de bougiesleutel linksom aanha- len. Opmerking:Linkse schroefdraad!

7. De bevestigingsmoer (04/6) met de splitpen

1. 2 metalen plaatjes (12/1) tegen de afscherm-

kap (12/2) aan leggen.

daar vastklikken.442959_a 49 Inbedrijfstelling

der (08/4) van ondereen rond de rubberen manchet leggen.

3. Steek een inbusbout (08/5) van de bovenzij-

de door de handgreep en draai hier, vanaf de onderzijde, losjes een moer (08/6) op. Her- haal deze stap met de overige inbusbouten en moeren.

5. De “Bike”-greep zo uitlijnen, dat afstand A

kleiner is dan afstand B (03/A, 03/B). Opmerking:Met de "Bike”-greep houdt u de bosmaaier altijd rechts van het lichaam. Bei- de afstanden zijn juist ingesteld, wanneer het midden van de maaikop zich midden voor het lichaam bevindt.

2. De onderste lagerschaal (02/2) op de veer

3. Gemarkeerd (geribbeld) gedeelte van de

greepstang (02/3) in de onderste lagerschaal (02/2) van de greephouder plaatsen. De bo- venste lagerschaal (02/4) moet in de onder- ste lagerschaal (02/2) vastklikken.

4. Met de borgbout (02/5) de bovenste lager-

schaal (02/4) op de onderste lagerschaal (02/2) bevestigen. Opmerking:De zitting van de houder kan in- dividueel aan de schacht worden verscho- ven.

5. Borgbout (02/5) stevig aandraaien.

4.1.8 "Bike"-greep monteren 151 B (02, 03)

1. De drie inbusbouten van de greephouder los-

draaien en de bovenste lagerschaal van de greephouder verwijderen.

3. Met de drie inbusbouten de bovenste lager-

schaal op de onderste lagerschaal bevesti- gen.

4. De “Bike”-greep zo uitlijnen, dat afstand A

kleiner is dan afstand B (03/A, 03/B). Opmerking:Met de "Bike”-greep houdt u de bosmaaier altijd rechts van het lichaam. Bei- de afstanden zijn juist ingesteld, wanneer het midden van de maaikop zich midden voor het lichaam bevindt.

4.1.9 Draagriem omleggen 126 B/126 L/130

B/130 L/140 B/140 L/151 B (06) Zie afbeelding (06). 5 INBEDRIJFSTELLING OPMERKING Controleer het apparaat al- tijd op beschadigingen voor de dagelijkse inge- bruikname, nadat het apparaat is gevallen of er- gens tegenaan is gestoten. Laat eventuele scha- de voor gebruik repareren.

5.1 Maak een benzine-oliemengsel aan en

tank het apparaat vol LET OP! Gevaar voor beschadiging van de motor. Het gebruik van zuivere benzine leidt tot beschadiging van de motor tot het uitvallen van de motor toe. In dergelijke situaties kunnen bij de fabrikant geen aanspraken worden gemaakt op garantie.

Gebruik in de motor altijd een benzine-olie- mengsel met de voorgeschreven mengver- houding. Aanmaken van het benzine-oliemengsel Voor de 2-taktmotor heeft u nodig:

Schone, loodvrije benzine met een octaange- tal van minimaal 90. Benzine die langer dan 2 maanden is opgeslagen veroorzaakt afzet- tingen in de motor die tot storingen leiden.

Kwalitatief hoogwaardige, synthetische olie voor 2-taktmotorenNL 50 126 L | 126 B | 130 L | 130 B | 140 B | 140 L | 151 B Bediening Maak met deze twee componenten een benzine- oliemengsel met een verhouding van 50:1 aan: Mengverhouding Benzine [li- ter] 2-taktolie [millimeter] 50 delen benzine: 1 deel 2-taktolie 1l 20ml 3l 60ml 5l 100ml

1. Giet de benzine en de 2-taktolie in een

mengfles voor brandstof (zie de tabel voor de hoeveelheden, afhankelijk van de grootte van de mengfles)

2. Sluit de mengfles af en schud deze herhaald

en krachtig, zodat de benzine en de olie goed vermengd worden. Tanken van het benzine-oliemengsel (14)

1. Plaats het apparaat op een vlakke, stevige

ondergrond. De dop (14/1) van de brandstof- tank moet naar boven wijzen.

2. Veeg de dop van de brandstoftank (14/1), de

brandstoftank (14/2) en de omliggende delen van het apparaat schoon, zodat bij het tan- ken van het benzine-oliemengsel geen vuil in de brandstoftank kan belanden.

3. Draai de dop van de brandstoftank langzaam

los, zodat de druk van het benzine-oliemeng- sel langzaam uit de brandstoftank kan ont- snappen naar de buitenlucht. Laat de dop aan de brandstoftank hangen.

4. Steek een trechter (14/3) in de vulopening

(14/4) van de brandstoftank.

5. Giet het voorbereide benzine-oliemengsel uit

de mengfles (14/5) in de brandstoftank en vul deze tot aan de onderkant van de vulopening – maar niet verder.

6. Neem de trechter uit de vulopening en draai

sel van het apparaat en de ondergrond af. 6 BEDIENING

Leg de bosmaaier vlak en uit de buurt van obstakels op de grond. Het maaigereedschap mag geen voorwerpen raken en niet op de grond rusten. Tijdens het starten

Ga niet op de steel staan, om beschadiging van de steel en de door de steel lopende hoekoverbrenging te voorkomen.

Zorg dat u stabiel staat en houd de bosmaai- er stevig vast aan de behuizingsflens. Standen van de chokehendel CHOKE RUN Koude start Wanneer de motor koud is, d.w.z. wanneer deze langer dan 5 minuten niet heeft gedraaid, wordt een “koude start” uitgevoerd. Warme start Wanneer de motor nog op bedrijfstemperatuur is, d.w.z. kort nadat deze is uitgeschakeld, wordt een “warme start” uitgevoerd. Hierbij wordt de choke niet gebruikt.

6.2 Motor starten/stoppen (05, 09)

OPMERKING Met de „Ready to Start“- functie staat de Aan-/Uit-schakelaar altijd op stand AAN. Schuif de Aan-/Uit-schakelaar naar UIT om het apparaat te stoppen. Na de bediening van de schakelaar beweegt die automatisch weer terug naar de stand AAN. OPMERKING Automatisch terugzetten van de chokehendel. In geval van een onmid- dellijke start van de motor beweegt de chokehen- del door bediening van de gashendel automa- tisch terug naar de epositie RUN. Koude start

1. Draai de shokehendel (05/4, 09/4) naar de

Duw het apparaat met een hand stevig tegen de grond.

Trek met de andere hand de starthendel (05/6, 09/6) eerst voorzichtig en lang- zaam uit, tot een weerstand voelbaar wordt. Trek de greep dan krachtig en snel omhoog, tot u weer een weerstand voelt (ca. 1 armlengte).442959_a 51 Werkhouding en werktechniek

Laat het startkoord oprollen, echter zon- der de handgreep los te laten.

Bovenstaande stappen meerdere keren herhalen totdat de motor start of stopt.

Draai de shokehendel (05/4, 09/4) naar de stand RUN.

Duw het apparaat met een hand stevig tegen de grond.

Trek met de andere hand de starthendel (05/6, 09/6) eerst voorzichtig en lang- zaam uit, tot een weerstand voelbaar wordt. Trek de greep dan krachtig en snel omhoog, tot u weer een weerstand voelt (ca. 1 armlengte).

Laat het startkoord oprollen, echter zon- der de handgreep los te laten.

Bovenstaande stappen meerdere keren herhalen totdat de motor start en blijft lo- pen.

4. Laat de motor een aantal minuten warm-

draaien. Warme start Wanneer de motor nog op bedrijfstemperatuur is, d.w.z. kort nadat deze is uitgeschakeld, wordt een “warme start” uitgevoerd. Hierbij wordt de choke niet gebruikt.

1. (Optioneel) Chokehendel (05/4, 09/4) naar

stand CHOKE draaien en meteen weer te- rugdraaien naar de positie RUN. Het automa- tische halfgas is ingesteld.

Duw het apparaat met een hand stevig tegen de grond.

Trek met de andere hand de starthendel (05/6, 09/6) eerst voorzichtig en lang- zaam uit, tot een weerstand voelbaar wordt. Trek de greep dan krachtig en snel omhoog, tot u weer een weerstand voelt (ca. 1 armlengte).

Laat het startkoord oprollen, echter zon- der de handgreep los te laten.

Bovenstaande stappen meerdere keren herhalen totdat de motor start en blijft lo- pen. De motor draait nu met een stationair toerental. Opmerking:Druk de gashendel weer in, wan- neer de motor niet meer rustig en constant loopt. Motor stoppen

1. Gashendel (05/2, 09/3) loslaten en motor sta-

tionair laten draaien.

2. Zet de Aan/Uit-schakelaar (5/1, 09/1) in stand

STOP en houd hem een paar seconden vast.

3. Wacht tot het maaigereedschap tot stilstand

6.3 Maaidraad verlengen tijdens het bedrijf

(13) De maaidraad wordt korter tijdens het gebruik en rafelt uit.

1. Laat de motor vol gas draaien.

2. Draadkop (13/1) herhaaldelijk op het gazon

tikken (13/a). Daardoor wordt een stuk nieu- we maaidraad van de draadspoel afgewik- keld en het verbruikte draadeinde afgesne- den door de draadafsnijder (13/2).

Houd altijd een veilige werkpositie aan.

Werk nooit op een heuvel of helling wanneer deze glad of glibberig is.

Blijf bij maaiwerkzaamheden op hellingen al- tijd beneden het maaigereedschap.

Laat de motor tijdens het trimmen en maaien altijd in het hogere toerentalbereik draaien, dan maait de bosmaaier het best. Bij een geblokkeerde maaidraad Hoog gras of struikgewassen kunnen de maai- draad blokkeren.

Voorkomen van blokkades: Maai hoog gras altijd in meerdere lagen. Werk daarbij altijd van boven naar beneden.

Bij een blokkade: Schakel de motor direct uit en houd het apparaat omhoog, zodat de mo- tor niet beschadigd raakt.

Apparaat uit de buurt houden van kwetsbare planten. Laag trimmen

Houd de maaikop licht naar voren gebogen, zodat de maaidraad het gras vlak boven de grond trimt.

Werk bij het trimmen altijd van uw lichaam af. Trimmen langs hekken en voetstukken

Beweeg het apparaat voorzichtig en lang- zaam, zodat de maaidraad geen massieve obstakels raakt.NL 52 126 L | 126 B | 130 L | 130 B | 140 B | 140 L | 151 B Onderhoud en verzorging OPMERKING Bij het trimmen langs stenen muurtjes, voetstukken, hekken en bomen slijt de maaidraad extra snel. Trimmen en boomstammen

Beweeg het apparaat bij het trimmen rond bomen voorzichtig en langzaam rond de stam, zodat de maaidraad de bast niet raakt.

Trim rond boomstammen altijd van links naar rechts.

Maai het gras en het onkruid met het puntje van de maaidraad en kantel de maaikop licht naar voren.

Beweeg de maaikop in een horizontale, boogvormige beweging van de ene kant naar de andere.

Houd de maaikop daarbij steeds parallel aan de grond.

Lang gras moet in meerdere lagen worden gemaaid. Werk daarbij altijd van boven naar beneden.

Het apparaat snijdt het beste op zeer hoge snelheid. Daarom het apparaat niet overbe- lasten door het maaien van lang gras.

Kantel de maaikop onder een hoek van 30° naar rechts, zodat u met het puntje van de maaidraad maait. Werk altijd langzaam.

Met het apparaat niet rechtstreeks langs har- de obstakels (bijv. muren) maaien, maar zij- delings maaien. Daardoor wordt de maai- draad gespaard.

8 ONDERHOUD EN VERZORGING

GEVAAR! Levensgevaar door ondeskun- dig onderhoud. Onderhoudswerkzaamheden door ongekwalificeerd personeel en het gebruik van niet toegestane reservedelen kunnen tijdens het gebruik tot zeer ernstig letsel leiden, tot de dood toe.

Verwijder geen veiligheidsinrichtingen en stel deze nooit buiten werking.

Gebruik uitsluitend originele, toegelaten re- servedelen.

Zorg door regelmatig en deskundig onder- houd ervoor, dat het apparaat steeds in een functionele en schone staat verkeert. VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel. On- derdelen met scherpe randen en draaiende on- derdelen kunnen letsel veroorzaken.

Draag bij onderhouds- en reinigingswerk- zaamheden altijd beschermende handschoe- nen! Correct onderhoud is noodzakelijk, om de functi- onaliteit en de veiligheid van het apparaat in stand te houden. Let hierbij op de volgende pun- ten:

Voer uitsluitend onderhoudswerkzaamheden uit, wanneer u beschikt over de benodigde kennis en gereedschappen.

Wacht tot de motor geheel is afgekoeld.

Vervang versleten of defecte onderdelen uit- sluitend door originele reservedelen van de fabrikant.

U mag geen onderhoudswerkzaamheden uit- voeren, die niet in deze gebruikshandleiding worden beschreven. Neem hiervoor contact op met een erkende servicewerkplaats. Bij het niet opvolgen van deze aanwijzingen ver- valt de garantie van de fabrikant. De intervallen voor de genoemde onderhouds- werkzaamheden vindt u in het onderhoudssche- ma (zie Hoofdstuk 8.5 "Wartungsplan", pagi- na53). Gebruik uitsluitend de toegestane Sie nur die zu- gelassenen maaigereedschappen (zie Hoofdstuk

LET OP! Gevaar voor beschadiging van de motor. Het gebruik van de motor zonder luchtfil- ter leidt tot ernstige beschadiging van de motor!

Gebruik het apparaat nooit zonder luchtfilter.

Reinig het luchtfilter regelmatig.

Vervang een beschadigd luchtfilter.

Draai de bevestigingsschroef (15/1) van het luchtfilterhuis los, tot het deksel van het luchtfilterhuis (15/2) los zit.

Neem het deksel van het luchtfilterhuis weg.

Trek de filterspons (15/3) los van het rooster (15/4).442959_a 53 Onderhoud en verzorging

Knijp de filterspons uit en was deze met water en zeep schoon. Gebruik hierbij geen benzine of andere oplosmiddelen!

Laat de filterspons goed drogen, totdat deze geen water meer bevat. Een voch- tig filter kan ertoe leiden, dat de motor moeilijk start.

3. Wis het filterhuis grondig schoon met een

Vervang de filterspons wanneer deze niet meer elastisch is, of uit elkaar valt.

Steek de filterspons (15/3) op het rooster (15/4).

Plaats het deksel van het luchtfilterhuis (15/2) en houd het op zijn plaats.

Draai de bevestigingsschroef van het luchtfilter (15/1) vast, tot het deksel van het luchtfilterhuis stevig is bevestigd.

Brandstoffilter controleren/vervangen (16) Het viltachtige brandstoffilter bevindt zich in de brandstoftank en is op de zuigkop gestoken. Wanneer het brandstoffilter verhard, vervuild of verstopt is, stroomt minder benzine naar de mo- tor. In dit geval moet het brandstoffilter worden vervangen. Wij raden aan deze klus door een erkende ser- vicewerkplaats te laten uitvoeren.

8.3 Bougie onderhouden (17)

Draai de bougie (17/3) met behulp van een bougiesleutel (17/2) uit de motor.

Wanneer de bougie roodbruin is: De mo- tor werkt correct en de bougie is in orde. Indien nodig: Borstel de bougie voorzich- tig schoon met een staalborstel (17/4).

Wanneer de bougie is aangetast door roet of olie, is aangekoekt of deels ge- smolten, of overbrugd zijn: De bougie is defect. Vervang de bougie door een nieu- we exemplaar. Gebruik het voorgeschre- ven type bougie (zie Hoofdstuk 13 "Tech- nische gegevens", pagina57).

Wanneer de bougie na kort gebruik weer defect is, moeten de motor en de afstel- ling van de carburateur worden gecontro- leerd door een erkende servicewerk- plaats.

3. Controleren van de elektrodenafstand:

Controleer met een voelermaat (17/5), of de elektrodenafstand (17/6) 0,6 - 0,7 mm bedraagt. Wanneer dit niet het geval is, kunt u de elektroden voorzichtig naar el- kaar toe tikken of uit elkaar buigen.

4. Wanneer de voorgeschreven vervangingsin-

Vervang de bougie door een nieuwe ex- emplaar. Gebruik het voorgeschreven ty- pe bougie (zie Hoofdstuk 13 "Technische gegevens", pagina57).

Schroef de bougie met hand weer in de mo- tor en trek deze daarna vast met een bou- giesleutel (aanhaalmoment 12 - 15 Nm).

8.4 Draadsnijder slijpen (18)

1. Draai de bevestigingsschroeven (18/1) los.

2. Zet de draadafsnijder (18/2) vast in een

bankschroef en scherp deze aan met een platte vijl. Vijl uitsluitend in één richting.

3. Bevestig de draadafsnijder weer met de be-

vestigingsschroeven aan de afschermkap (18/3). Draai de bevestigingsschroeven ste- vig vast.

8.5 Onderhoudsschema

Volgende werkzaamheden mogen door de ge- bruiker zelf worden uitgevoerd. Alle overige on- derhouds-, service- en reparatiewerkzaamheden moeten door een erkende service reparatiewerk- plaats worden uitgevoerd. OPMERKING Bij zware belasting en bij hoge temperaturen kunnen kortere onder- houdsintervallen nodig zijn dan in de tabel hier- boven zijn vermeld.NL 54 126 L | 126 B | 130 L | 130 B | 140 B | 140 L | 151 B Onderhoud en verzorging Activiteit eenma- lig na 5 be- drijfsu- ren voor elk ge- bruik weke- lijks elke

be- drijfs uren elke 100 be- drijfsu- ren indien nodig voor maaisei- zoen, jaarlijks Elke 5 jaar Carburateur Stationair bedrijf con- troleren

vervangen X X Koelluchtinlaat reinigen X X X Geluiddemper Visuele en fysieke in- spectie

Alle bereikbare schroeven (behalve stelschroeven) aandraaien X X X Gehele apparaat Visuele en fysieke in- spectie

reinigen X X X442959_a 55 Hulp bij storingen

9 HULP BIJ STORINGEN

VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel. On- derdelen met scherpe randen en draaiende on- derdelen kunnen letsel veroorzaken.

Draag bij onderhouds- en reinigingswerk- zaamheden altijd beschermende handschoe- nen!

Schakel het apparaat uit! OPMERKING Neem contact op met onze klantenservice bij storingen die niet in deze tabel staan vermeld of die u niet zelf kunt oplossen. Storing Oorzaak Maatregel Motor start niet of moei- zaam. De motor is op onjuiste wijze ge- start. zie Hoofdstuk 6.2 "Motor starten/ stoppen", pagina50 De bougie is vervuild, defect of de elektrodenafstand klopt niet. zie Hoofdstuk 8.3 "Bougie onderhou- den (17)", pagina53 Het luchtfilter is vervuild. Luchtfilter reinigen/vervangen (15) Het brandstoffilter is versleten. zie Hoofdstuk 8.2 "Brandstoffilter controleren/vervangen (16)", pagi- na53 De afstelling van de carburateur is onjuist. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. Chokehendel staat in stand CHOKE. Schuif de chokehendel in stand RUN. De motor start, maar heeft maar weinig vermo- gen. Chokehendel staat in stand CHOKE. Schuif de chokehendel in stand RUN. Het luchtfilter is vervuild. zie Hoofdstuk 8.1 "Luchtfilter reini- gen/vervangen (15)", pagina52 Het brandstoffilter is versleten. zie Hoofdstuk 8.2 "Brandstoffilter controleren/vervangen (16)", pagi- na53 De afstelling van de carburateur is onjuist. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. Motor loopt onregelmatig en het toerental neemt niet toe wanneer gas wordt gegeven. De bougie is vervuild, defect of de elektrodenafstand klopt niet. zie Hoofdstuk 8.3 "Bougie onderhou- den (17)", pagina53 De afstelling van de carburateur is onjuist. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. Motor stoot veel, blauwachtige rook uit. Oliegehalte in benzine-oliemeng- sel te hoog. Vul de brandstoftank met een benzi- ne-oliemengsel met een juiste mengverhouding, zie Hoofdstuk 5.1 "Maak een benzi- ne-oliemengsel aan en tank het ap- paraat vol", pagina49 De afstelling van de carburateur is onjuist. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats.NL 56 126 L | 126 B | 130 L | 130 B | 140 B | 140 L | 151 B Transport Storing Oorzaak Maatregel De motor begint abnor- maal sterk te trillen. Onderdelen van het apparaat/de motor zijn losgeraakt en/of zijn beschadigd.

2. Controleer het apparaat op be-

3. Bougie controleren, zie Hoofd-

stuk 8.3 "Zündkerze warten (17)", pagina53

4. Neem contact op met een er-

kende servicewerkplaats. 10 TRANSPORT Transporteren van het apparaat tussen twee werkplekken

2. Plaats de transportbescherming over het

3. Houd de bosmaaier stevig vast aan het mo-

torblok en aan de handgreep.

Begeef u voorzichtig naar de volgende werk- plek. Breng dieren en personen niet in gevaar. Apparaat in een voertuig transporteren

1. Indien mogelijk: Maak de brandstoftank leeg

door de motor te laten draaien.

3. Plaats de transportbescherming over het

4. Voorkom dat het apparaat tijdens het rijden

omvalt en zo benzine-oliemengsel morst:

Leg het apparaat zo neer, dat de dop van de brandstoftank omhoog wijst. De dop moet stevig op de brandstoftank zijn ge- draaid.

Zet het apparaat vast op de vloer. 11 OPSLAG Wanneer u de machine langer dan 2 à 3 maan- den niet gaat gebruiken, moeten de volgende werkzaamheden worden uitgevoerd, om bescha- digingen te voorkomen:

Laat de motor draaien totdat deze van- zelf stopt. Zo is er in de brandstoftank en in de carburateur geen benzine-olie- mengsel meer aanwezig er kunnen zich geen afzettingen vormen.

Wis de gehele machine en de bijbeho- rende accessoires schoon met een poetsdoek. Gebruik hierbij geen benzine of andere oplosmiddelen.

Verwijder eventueel vuil uit alle ope- ningen in de machine (bijv. koelope- ningen voor de motor).

Laat de machine volledig afkoelen.

Bougiestekker lostrekken en bougie los- draaien (zie Hoofdstuk 8.3 "Zündkerze warten (17)", pagina53)

Druppel een klein beetje olie in de ope- ning voor de bougie.

Trek langzaam aan de starthandgreep, zodat de zuiger beweegt en de olie over de cilinder wordt verdeeld.

Schroef de bougie weer vast en plaats de bougiedop.

4. Plaats de transportbescherming over het

5. Apparaat op een zo droog mogelijke plaats

opbergen. VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel. Als kin- deren en onbevoegden tijdens de opslag toegang tot het apparaat hebben, is er gevaar op letsel.

Bewaar het apparaat op een plek die ontoe- gankelijk is voor kinderen en onbevoegde personen.442959_a 57 Verwijderen 12 VERWIJDEREN

Benzine en motorolie horen niet bij het gewone huisvuil of in de riolering, maar moeten afzonderlijk worden weggedaan!

Voordat de machine wordt afgedankt moeten de brandstof- en de motorolietank worden geleegd!

Verpakking, apparaat en toebehoren zijn ver- vaardigd van materialen die voor hergebruik geschikt zijn. Verwijder deze daarom dien- overeenkomstig. 13 TECHNISCHE GEGEVENS 126 B 126 L 130 B 130 L 140 B 140 L 151 B Artikelnummer

Cilinderinhoud 25,4cm

Olie Synthetisch, voor 2-takt- motoren Synthetisch, voor 2-takt- motoren Synthetisch, voor 2-takt- motoren Synthetisch, voor 2-takt- motoren Synthetisch, voor 2-takt- motoren Synthetisch, voor 2-takt- motoren Synthetisch, voor 2-takt- motoren

CO2-WAARDEN Volgens artikel 43 lid 4 van de EU-verordening nr. 2016/1628 zijn wij verplicht de CO

-waarde te verstrekken die in het kader van de EU-type- goedkeuringsprocedure is vastgesteld. De CO

-waarden van de Honda-motoren met EU-typegoedkeuring zijn op https://www.al-ko.com/shop/media/al-ko-engines/ co2.pdf gepubliceerd. Deze CO

-meting is het resultaat van het testen van een basismotor die representatief is voor het motortype of de motorfamilie in een vaste testcy- clus onder laboratoriumomstandigheden en vormt geen uitdrukkelijke of impliciete garantie voor de prestaties van een bepaalde motor. 15 KLANTENSERVICE/SERVICE CENTRE Voor vragen over garantie, reparatie of reserve- onderdelen kunt u contact opnemen met het dichtstbijzijnde AL-KOservice centre. Deze vindt u op internet op het volgende adres: www.al-ko.com/service-contacts442959_a 59 Garantie 16 GARANTIE Eventueel binnen de wettelijke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefou- ten van het apparaat worden naar eigen oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door le- vering van een vervangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval af van de wetgeving in het land waarin het apparaat werd aangeschaft. Onze garantie geldt alleen bij:

naleving van deze gebruiksaanwijzing

Gebruik van originele reserveonderdelen De garantie vervalt bij:

Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen

Eigenhandig aangebrachte technische wijzi- gingen

Gebruik voor andere doeleinden dan het ge- bruiksdoel Van de garantie zijn uitgesloten:

lakschade opgetreden als gevolg van normaal gebruik

Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader xxxxxx (x) zijn aangeduid

Verbrandingsmotoren (hierop zijn de garantiebepalingen van toepassing van de betreffende mo- torfabrikant) De garantietermijn begint bij de aanschaf door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is daarbij de da- tum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon naar uw dealer of naar de dichtstbijzijnde klantenservice. Deze verklaring laat het vorderingsrecht van de koper jegens de verkoper wegens defecten aan het apparaat onverlet.FR 60 126 L | 126 B | 130 L | 130 B | 140 B | 140 L | 151 B Traduction de la notice d’utilisation originale TRADUCTION DE LA NOTICE D’UTILISATION ORIGINALE Table des matières 1 À propos de cette notice .......................... 61

jaustuurnaan (04/2).

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SOLO

Model : 130 B

Categorie : Grasmaaier