140 L - Grasmaaier SOLO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 140 L SOLO in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over 140 L SOLO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 140 L - SOLO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 140 L van het merk SOLO.
GEBRUIKSAANWIJZING 140 L SOLO
1 Over deze gebruiksaanwijzing 46
1.1 Symbolen op de titelpagina ...... 46
1.2 Verklaring van pictogrammen en sig- naalwoorden 46
2 Productomschrijving.... 46
2.1 Beoogd gebruik.... 46
2.2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruik .... 46
2.3 Restrisico's 46
2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen.... 47
2.5 Symbolen op het apparaat.... 47
2.8 Toegestane maaigereedschappen .... 48
3 Veiligheidsinstructies.... 49
3.1 Gebruiker.... 49
3.2 Persoonlijke beschermingsmiddelen . 49
3.3 Veiligheid op de werkplek.... 49
3.4 Veiligheid van het apparaat 49
3.5 Veiligheid van personen, dieren en eigendommen.... 49
3.6 Belasting door trillingen 50
3.7 Het hanteren van benzine en olie..... 51
4 Montage 51
4.1 "Bike"-greep monteren 126/130 B (02, 03) 51
4.2 "Bike"-greep monteren 140 B (02)..... 51
4.3 "Bike"-greep monteren 151 B (02, 03)....52
4.4 "Loop"-greep monteren 126/130/140 L (08) 52
4.5 Mesblad monteren (04).... 52
4.6 Draadkop monteren (10).... 52
4.7 Snijdraad vervangen (11) 52
4.8 Beschermkap en beschermlijst mon- teren 126 L-B, 130 L-B, 140 L (12)*, (13)**....52
4.9 Metalen beschermkap monteren 140 B, 151 B (14)***, (15)***....53
5 Inbedrijfstelling.... 53
5.1 Benzine-oliemengsel aanmaken en tanken (16) 53
5.2 Draagriem omleggen 126 B/126 L/ 130 B/130 L/140 B/140 L/151 B (06).. 53
6 Bediening.... 53
6.1 Informatie bij de motorwerking ..... 53
6.2 Motor starten/stoppen (05, 09)...... 54
6.3 Maaidraad verlengen tijdens het bedrijf (17) 55
7 Werkhouding en werktechniek 55
7.1 Trimmen 55
7.2 Maaien 55
8 Onderhoud en verzorging.... 55
8.1 Luchtfilter reinigen/vervangen (18)..... 56
8.2 Brandstofffilter controlleren/vervangen (19)....56
8.3 Bougie onderhouden (20) 57
8.4 Draadsnijder slijpen (21) 57
8.5 Metalen cirkelzaagblad vervangen 140 L, 140 B, 151 B (22, 23) .... 57
8.6 Onderhoudsschema.... 57
9 Hulp bij storingen.... 59
10 Transport 60
11 Opslag 60
12 Verwijderen.... 60
14 Gebruik van het snijgereedschap en de beschermkappen 62
15 Aanvullende informatie over CO2-waarden....63
16 Klantenservice/service centre.... 63
17 Informatie bij de conformiteitsverklaring... 63
18 Garantie.... 63
1 OVER DEZE GEBRUIKSAANWIJZING
De Duitse versie is de originele gebruiksaanwijzing. Alle andere taalversies zijn vertalingen van de originele gebruiksaanwijzing.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodat u erin het antwoord op uw vragen kunt terugvinden wanneer u informatie over de machine nodig heeft.
Draag de machine alleen samen met deze gebruiksaanwijzing aan andere personen over.
■ Lees en neem de veiligheids- en waarschu-wingsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht.
1.1 Symbolen op de titelpagina
Symbool Betekenis

Lees voor de ingebruikname deze gebruiksaanwijzing absoluut zorgvuldig door. Dit is de voorwaarde voor veilig werken en een storingsvrij gebruik.

Gebruiksaanwijzing

Gebruik het benzineapparaat niet in de buurt van open vlammen of hittebronnen.
1.2 Verklaring van pictogrammen en signaalwoorden
⚠ GEVAAR! Wijst op een direct gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot de dood of tot een ernstig letsel leidt.
⚠ WAARSCHUWING! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet verme- den wordt, tot de dood of tot een zwaar letsel kan leiden.
⚠️ VOORZICHTIG! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot een licht of middelzwaar letsel kan leiden.
LET OP! Wijst op een situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot materiële schade kan leiden.
HOPMERKING Speciale aanwijzingen voor meer duidelijkheid en een beter gebruik.
De bosmaaier is bedoeld voor het maaien van zacht gras en soortgelijke vegetatie. Daarbij moet de bosmaaier parallel aan de grond worden bewogen.
140 L, 140 B, 151 B met metalen cirkelzaagblad
Het cirkelzaagblad is geschikt voor het verwijderen van struiken, heesters, heggen en bomen met dunne stammen.
Handgreepvarianten
De bosmaaier is verkrijgbaar in twee varianten; neem de instructies die op uw apparaat van toe-passing zijn in acht:
■ 126 B, 130 B, 140 B, 151 B: Bosmaaier met "Bike"-greep
■ 126 L, 130 L, 140 L: Bosmaaier met "Loop"-greep
Er mag alleen met het apparaat gewerkt worden als het volledig gemonteerd is.
Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik. Ieder ander gebruik alsmede niet-toege-stane verbouwingen of uitbreidingen worden voor misbruik aangezien en hebben de uitsluiting van de garantie en het verlies van de conformiteit en de weigering van iedere verantwoordelijkheid voor schade van de gebruiker of van derden van de fabrikant tot gevolg.
2.2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruik
- Til het apparaat tijdens het maaien niet op van de grond.
- Gebruik geen andere dan de originele snijgereedschappen van de fabrikant.
2.3 Restrisico's
Ook bij doelmatig gebruik van het gereedschap blijft sprake van een zeker restrisico dat niet kan worden uitgesloten. Uit de aard en de bouwwijze van het apparaat kunnen, afhankelijk van het gebruik, de volgende potentiële gevaren worden afgeleid:
■ Wegslingeren van snijafval, grond en kleine stenen
■ Wegslingeren van afgesneden delen van de maaidraad
Inademen van deeltjes van afgesneden gewasdeeltjes als er geen adembescherming wordt gedragen.
Schade aan het gehoor als er geen gehoorbescherming wordt gedragen.
■ Snijwonden bij het grijpen in de draaiende maaidraad of het draaiende mesblad
2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen

WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel.
Defecte en buiten werking gestelde veiligheids- en beschermingsapparatuur kunnen ernstig letsel veroorzaken.
■ Laat defecte veiligheids- en beschermingsapparatuur repareren.
■ De veiligheids- en beschermingsuitrusting nooit buiten werking stellen.
In noodgevallen
Schakel in noodgevallen altijd de motor uit met de aan/uit-schakelaar.
Afschermkap
De beschermplaat beschermt de bediener tegen contact met de roterende maaidraad en weggeslingerde objecten.
"Loop"-greep met afstandhouder
De Loop"-greep voorkomt dat de voeten van de bediener in de buurt van het draaiende maai-draad kunnen komen.
2.5 Symbolen op het apparaat
Symbool Betekenis





Wees bijzonder voorzichtig bij de hantering!
Lees vóór ingebruikname de gebruiksaanwijzing!
Draag een veiligheidshelm, gehoor- bescherming en oogbescherming!
Draag stevige schoenen!
Draag veiligheidshandschoenen!
Symbool Betekenis

Gevaar door uitslingerende voor- werpen!

De afstand tussen het apparaat en derden moet in de gehele cirkel rondom de gebruiker ten minste 15 m bedragen.

Gevaar door naloop.

* Gebruik de bosmaaier in geen ge- val met een metalen cirkelzaagblad!

Heet oppervlak. Niet aanraken!

Brandgevaar! Ga met extra zorg te werk, bij het hanteren van benzine!
*: Alleen bij 126 L, 126 B, 130 L, 130 B
2.6 Leveringsomvang
Bij de levering zijn de hier vermelde posities inbegrepen. Controleer of alle posities aanwezig zijn:
Bosmaaier
Inbussleutel
Bougiesleutel
Splitpen (04/8)
Inbusbouten
■ 3-tands mesblad
Draadkop Fast and Easy, inclusief draadspoel
Brandstofmengfles
Draagriem
2.7 Productoverzicht (01, 07)
126 B, 130 B, 140 B, 151 B (01)
Nr. Onderdeel
| 1 Draadkop |
| 2 Haakse aandrijving |
| 3 Afschermkap met draadafsnijder |
Nr. Onderdeel
| 4 „Bike“-greep (fietsstuurtype) | |
| 5 Steel | |
| 6 Combigreep met: | |
| 7 | ■ Aan/Uit-schakelaar voor motor (START/STOP) |
| 8 | ■ Blokkeerknop |
| 9 | ■ Gashendel |
| 10 Motorblok met: | |
| 11 | ■ Ventilatorhuis |
| 12 | ■ Ventilatorbout |
| 13 | ■ Brandstoftank |
| 14 | ■ Dop brandstoftank |
| 15 | ■ Starthandgreep |
| 16 | ■ Bougiekap |
| 17 | ■ Chokehendel |
| 18 | ■ Brandstoftoevoerknop |
| 19 Metalen cirkelzaagblad* met metalen beschermkap* | |
*: Alleen voor 140 B en 151 B. Niet bij de levering inbegrepen, kan echter extra worden aangeschaft. Zie technische gegevens.
126 L, 130 L, 140 L (07)
| Nr. Onderdeel | |
| 1 Draadkop | |
| 2 Haakse aandrijving | |
| 3 Afschermkap met draadafsnijder | |
| 4 Steel | |
| 5 "Loop"-handgreep | |
| 6 Combigreep met: | |
| 7 | ■ Aan/Uit-schakelaar voor motor (START/STOP) |
| 8 | ■ Blokkeerknop |
| 9 | ■ Gashendel |
| 10 Motorblok met: | |
| 11 | ■ Ventilatorhuis |
| 12 | ■ Ventilatorbout |
Nr. Onderdeel
| 13 | Brandstoftoevoerknop |
| 14 | Brandstoftank |
| 15 | Dop brandstoftank |
| 16 | Chokehendel |
| 17 | Starthandgreep |
| 18 | Bougiekap |
| 19 | Metalen cirkelzaagblad* met metalen beschermkap* |
*: Alleen voor 140 L. Niet bij de levering inbegrepen, kan echter extra worden aangeschaft. Zie technische gegevens.
2.8 Toegestane maaigereedschappen
Met deze bosmaaier mogen uitsluitend de hieronder genoemde originele maagereedschappen van de fabrikant worden gebruikt:
■ Draadkop Fast and Easy Semiprofi 115 mm: Artikelnr. 127619
Draadkop Fast and Easy Profi 130 mm: Artikelnr. 127620
■ 3-tands mesblad: Artikelnr. 112906
Alleen voor 140 L, 140 B en 151 B: Metalen cirkelzaagblad (artikelnr. 127812) met metalen beschermkap (artikelnr. 127831)
⚠ GEVAAR! Levensgevaar door maaigereedschappen! Het gebruik van niet toegestane maagereedschappen (bijv. uit meerdere delen bestaande, metalen maagereedschappen met zwenkkettingen en klepelmessen) en beschadigde maagereedschappen (bijv. met barsten of afgebrokkelde randen) kan leiden tot zeer ernstig letsel, tot de dood toe.
- Gebruik altijd uitsluitend originele, door de fabrikant toegestane maaigereedschappen.
Beschadigde maagereedschappen moeten altijd direct worden vervangen.
Het gebruik van niet toegestane maagereedschappen geldt als niet-beoogd gebruik!
3 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
⚠ VOORZICHTIG! Gevaar voor gehoorbeschadiging. Tijdens het gebruik produceert het apparaat erg veel lawaai. Dit kan bij de gebruiker en bij personen en dieren die zich in de nabijheid bevinden tot gehoorbeschadiging leiden.
Draag tijdens de werkzaamheden altijd gehoorbescherming.
■ Houd een veiligheidsafstand aan tot personen en dieren of schakel het apparaat uit als personen of dieren naderen.
i OPMERKING Zorg er beslist voor dat u bekend bent met de bediening van het apparaat. Zorg er met name voor, dat u weet hoe het apparaat onmiddellijk kan worden gestopt.
3.1 Gebruiker
■ Personen van jonger dan 16 jaar en personen die de gebruikershandleiding niet hebben gelezen, mogen het apparaat niet gebruiken. Neem eventueel van toepassing zijnde nationale veiligheidsvoorschriften omtrent de minimum leeftijd van de gebruiker in acht.
■ Wanneer u voor het eerst met een dergelijk apparaat werkt: Laat u door de verkoper of een andere deskundige de werking van het apparaat uitleggen. Of volg een cursus.
ledereen die met dit apparaat werkt, moet uitgerust en gezond zijn en in een goede conditie verkeren. Wie zich uit gezondheidsoverwegingen niet overmatig mag inspannen, moet een arts raadplegen, of het voor haar/hem mogelijk is met dit apparaat te werken.
Bedien het apparaat niet als u onder invloed bent van alcohol, drugs of geneesmiddelen.
3.2 Persoonlijke beschermingsmiddelen
-
Om letsel aan hoofd en ledematen evenals gehoorschade te voorkomen, moet verplicht beschermende kleding en uitrusting worden gedragen.
■ De kleding moet doelmatig (nauwsluitend) zijn en mag bij het gebruik niet hinderen.
■ De persoonlijke beschermingsmiddelen bestaan uit: -
gehoorbescherming (bijv. oorschelpen), met name bij een dagelijkse arbeidsduur van meer dan 2,5 uur
veiligheidsbril
stevige werkhandschoenen, trilling- en schokdempend
■ veiligheidsschoenen met slipvaste zolen en stalen neuzen
3.3 Veiligheid op de werkplek
- Gebruik het apparaat uitsluitend in de buitenlucht en nooit in afgesloten ruimten.
■ Werk enkel bij daglicht of bij sterk kunstlicht.
■ Verwijder voor aanvang van werkzaamheden gevaarlijke producten en voorwerpen uit het werkgebied, bijv. takken, stukken glas, scherpe voorwerpen, stukken metaal of stenen.
■ Let daarbij op uw stabiliteit. Vermeid natte, gladde bodems.
Beweeg tijdens het werken voorzichtig en langzaam. Loop niet hard. Let op obstakels.
3.4 Veiligheid van het apparaat
- Gebruik de machine alleen onder de volgende voorwaarden:
- Het apparaat is niet vervuild, met name niet met benzine en olie.
- Het apparaat vertoont geen beschadigingen, met name niet aan beschermroosters.
Alle bedieningselementen werken.
Alle voor de betreffende werkzaamheden bedoelde accessoires zijn op het apparaat gemonteerd.
Overbelast de machine niet. Het is voor lichte particuliere werkzaamheden bedoeld. Overbelasting leidt tot beschadiging van de machine.
■ Blokkeer tijdens het gebruik nooit de aanzuig- en ventilatierooster, om het oververhit raken van de motor te voorkomen.
Schakel het apparaat onmiddellijk uit, wanneer de motor abnormaal en hevig begint te trillen. Dit betekent dat zich in het apparaat een storing voordoet.
- Gebruik de machine nooit met versleten of defecte onderdelen. Vervang defecte onderdelen altijd door originele reserve-onderdelen van de fabrikant. Wanneer de machine met versleten of defecte onderdelen wordt gebruikt, kan tegenover de fabrikant geen aanspraak op garantie worden gemaakt.
3.5 Veiligheid van personen, dieren en eigendommen
- Gebruik de machine alleen voor werkzaamheden waarvoor het is bedoeld. Niet-reglementair gebruik kan letsel en materiële schade veroorzaken.
■ Schakel het apparaat alleen in als er geen personen of dieren in het werkgebied aanwezig zijn.
Houd een veiligheidsafstand aan tot personen en dieren of schakel het apparaat uit als personen of dieren naderen.
Houd de stroom van uitlaatgassen nooit gericht op personen of dieren, of op brandbare producten en voorwerpen.
Grijp niet in het aanzuig- en luchtfilter als de motor draait. De draaiende onderdelen kunnen letsel veroorzaken.
Schakel het apparaat altijd uit wanneer u het niet nodig heeft, bijv. bij het verplaatsen naar een ander werkgebied, bij onderhoudswerkzaamheden, bij het tanken van het benzineoliemengsel.
■ Schakel het apparaat bij een ongeval onmiddellijk uit om verder letsel en materiële schade te voorkomen.
- Gebruik de machine nooit met versleten of defecte onderdelen. Versleten of defecte onderdelen kunnen ernstig letsel veroorzaken.
■ Bewaar het apparaat buiten het bereik van kinderen.
3.6 Belasting door trillingen
■ Gevaar door trillingen
De werkelijke trillingsemissiewaarde tijdens het gebruik van het apparaat kan afwijken van de door de fabrikant opgegeven waarde. Let voor of tijdens het gebruik op de volgen-de factoren die van invloed zijn:
Wordt het apparaat gebruikt voor het beoogde gebruik?
Wordt het materiaal op de juiste wijze gesneden of verwerkt?
- Bevindt het apparaat zich in een goede staat van gebruik?
Is het snijblad goed scherp en is het juiste snijblad ingebouwd?
Zijn de handgrepen en, indien nodig, optionele trillingsdempende handgrepen gemonteerd en zijn deze vast verbonden met het apparaat?
- Gebruik het apparaat alleen met het toerental van de verbrandingsmotor dat nodig is voor de uit te voeren werkzaamheden. Gebruik het maximale toerental zo min mogelijk om geluid en trillingen te beperken.
■ Als gevolg van verkeerd gebruik en onderhoud kunnen de trillingen en het lawaai van
het apparaat toenemen. Dit leidt tot schade aan de gezondheid. Schakel in dit geval het apparaat onmiddellijk uit en laat het repareren door een geautoriseerde servicewerkplaats.
De mate van belasting als gevolg van trillingen is afhankelijk van de uit te voeren werkzaamheden of van de toepassing van het apparaat. Schat hem in en las voldoende pauzes in. Daardoor wordt de belasting door trillingen gedurende de volledige werktijd in belangrijke mate verminderd.
Door een langer gebruik van het apparaat wordt de bediener blootgesteld aan trillingen, waardoor problemen kunnen ontstaan met de bloedsomloop ('dode vingers'). Om dit risico te verminderen, handschoenen dragen en de handen warmhouden. Wanneer een symptoom van 'dode vingers' wordt waargenomen, onmiddellijk medische hulp inroepen. Tot deze symptomen behoren: Gevoelloosheid, verlies van gevoeligheid, tintelingen, jeuk, pijn, vermindering van de kracht, verandering van kleur of van de conditie van de huid. Meestal worden deze symptomen waargenomen aan vingers, handen of polsen. Bij lage temperaturen (ca. beneden 10 °C) neemt het gevaar toe.
Las langere pauzes in tijdens uw werkdag, zodat u kunt herstellen van het geluid en van de trillingen. Plan uw werk zodanig dat het gebruik van apparaten die sterke trillingen veroorzaken, wordt verspreid over meerdere dagen.
■ Wanneer u een onaangenaam gevoel of een verkleuring van de huid tijdens het gebruik van het apparaat waarneemt aan uw handen, onderbreekt u het werk onmiddellijk. Las voldoende pauzes in. Zonder voldoende pauzes kan een trillingensyndroom ontstaan aan handen en armen.
Minimaliseer het risico door uzelf zo min mogelijk bloot te stellen aan trillingen. Verzorg het apparaat volgens de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing.
Als het apparaat vaak wordt gebruikt, neemt u contact op met uw dealer om trillingsdempende accessoires (bijv. handgrepen) aan te schaffen.
Leg in een werkschema vast hoe de belasting door trillingen kan worden begrensd.
3.7 Het hanteren van benzine en olie
■ Explosie- en brandgevaar: Bij het ontsnappen van een benzine-lucht- mengsel ontstaat potentieel explosieve atmo- sfeer. Door een ondeskundige omgang met brandstoffen kunnen deze ontsteken, explo- deren en ontbranden, wat tot zwaar letsel en zelfs sterfgevallen kan leiden. Neem het vol- gende in acht:
■ Rook nooit, terwijl u met benzine werkt.
■ Werk uitsluitend in de buitenlucht met benzine en nooit in afgesloten ruimten.
- Neem beslist altijd de volgende gedragsregels in acht.
- Transporteer en bewaar benzine en olie uit-sluitend op in goedgekeurde voorraadvaten. Zorg ervoor dat de opgeslagen benzine en olie niet toegankelijk zijn voor kinderen.
Zorg ervoor, om bodemvervuiling (milieubescherming) te vermijden, dat bij het tanken geen benzine en geen olie in de aarde terechtkomt. Gebruik bij het tanken een trechter.
Tank het apparaat nooit af in gesloten ruimten. Op de vloer kunnen zich benzinedampen verzamelen waardoor het tot een explosieve verbranding of zelfs explosie kan komen.
■ Veeg gemorste benzine altijd onmiddellijk op van het apparaat of de vloer. Laat de doeken waarmee u benzine afgeveegd heeft, op een goed geventileerde plaats drogen voordat u deze weggooit. Anders kan spontane zelfont-branding optreden.
Bij het morsen van benzine ontstaan benzin-edampen. Start de motor daarom niet op dezelfde plaats, maar op minstens 3 m afstand.
Vermijd huidcontact met producten van minerale oliën. Adem geen benzinedampen in. Draag altijd veiligheidshandschoenen om brandstof bij te vullen. Vervang en reinig de beschermende kleding regelmatig. - Let erop dat uw kleding niet in contact komt met benzine. Vervang uw kleding onmiddelijk wanneer benzine op uw kleding terechtgekomen is.
■ Tank het apparaat nooit af, bij draaiende of hete motor.
4 MONTAGE
⚠ WAARSCHUWING! Gevaren door onvolledige montage! De werking van een onvolledig apparaat kan ernstig letsel veroorzaken.
- Gebruik het apparaat alleen als het volledig is gemonteerd!
- Controleer voor het inschakelen alle veiligheids- en beschermingsvoorzieningen op aanwezigheid en functionaliteit!
⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel door losrakende onderdelen van het apparaat.
Tijdens de werking losrakende onderdelen kunnen ernstig letsel veroorzaken.
■ Bevestig maagereedschappen zo dat ze, tijdens het gebruik, niet kunnen loskomen.
4.1 "Bike"-greep monteren 126/130 B (02, 03)
- Schuif de rubberen manchet (02/1) over de steel.
- Met de vier inbusbouten (02/2) de onderste lagerschaal (02/3) en de handgreephouder (02/4) boven de rubberen manchet (02/1) bevestigen.
- De "Bike"-handgreep (02/5) in de handgreephouder (02/4) leggen.
- Met de vier inbusbouten (02/7) de bovenste lagerschaal (02/6) op de handgreephouder (02/4) bevestigen.
- De "Bike"-greep zo uitlijnen, dat afstand A kleiner is dan afstand B (03/A, 03/B). Opmerking: Met de "Bike"-greep houdt u de bosmaaier altijd rechts van het lichaam. Bei-de afstanden zijn juist ingesteld, wanneer het midden van de maaikop zich midden voor het lichaam bevindt.
4.2 "Bike"-greep monteren 140 B (02)
- Veer (02/1) in de houder in de schacht leggen.
- De onderste lagerschaal (02/2) op de veer plaatsen.
- Gemarkeerd (geribbeld) gedeelte van de greepstang (02/3) in de onderste lagerschaal (02/2) van de greephouder plaatsen. De bovenste lagerschaal (02/4) moet in de onderste lagerschaal (02/2) vastklikken.
- Met de borgbout (02/5) de bovenste lagerschaal (02/4) op de onderste lagerschaal (02/2) bevestigen.
Opmerking: De zitting van de houder kan individueel aan de schacht worden verschoven.
- Borgbout (02/5) stevig aandraaien.
4.3 "Bike"-greep monteren 151 B (02, 03)
-
De drie inbusbouten van de greephouder losdraaien en de bovenste lagerschaal van de greephouder verwijderen.
-
„Bike“-handgreep in de onderste lagerschaal plaatsen.
-
Met de drie inbusbouten de bovenste lagerschaal op de onderste lagerschaal bevestigen.
-
De "Bike"-greep zo uitlijnen, dat afstand A kleiner is dan afstand B (03/A, 03/B). Opmerking: Met de "Bike"-greep houdt u de bosmaaier altijd rechts van het lichaam. Beide afstanden zijn juist ingesteld, wanneer het midden van de maaikop zich midden voor het lichaam bevindt.
4.4 "Loop"-greep monteren 126/130/140 L (08)
- Schuif de rubberen manchet (08/1) over de steel (08/2).
- "Loop"-greep (08/3) van boven en greephouder (08/4) van ondereen rond de rubberen manchet leggen.
- Steek een inbusbout (08/5) van de bovenzijde door de handgreep en draai hier, vanaf de onderzijde, losjes een moer (08/6) op. Herhaal deze stap met de overige inbusbouten en moeren.
- Draai alle inbusbouten vast.
4.5 Mesblad monteren (04)
⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar
letsel! Door een versleten waaierschijf (04/5) kan het mesblad tijdens de werking losraken en ernstig letsel veroorzaken.
■ Monteer beslist de meergeleverde splitpen (04/8).
- Leg de bosmaaier zo neer, dat de maaikop omhoog wijst.
- Meeneemschijf (04/1) op de geleidepen (04/2) van de hoekoverbrenging plaatsen.
-
Het mesblad (04/3) zodanig op de meeneemschijf (04/1) plaatsen dat de boring van het mesblad precies over de centreerring van de meeneemschijf komt.
-
De flens (04/4) zodanig op het mesblad (04/3) plaatsen dat de platte zijde naar het snijmes is gericht.
- Getande borgring (04/5) aanbrengen.
- Bevestigingsmoer (04/6) vastdraaien op de geleidepen (04/2). Daartoe de inbussleutel (04/7) in de daarvoor bedoelde boring plaatsen en met de bougiesleutel linksom aanhaalen. Opmerking: Linkse schroefdraad!
- De bevestigingsmoer (04/6) met de splitpen (04/8) borgen.
4.6 Draadkop monteren (10)
- Meeneemschijf (10/1) op geleidepen (10/2) van de hoekoverbrenging plaatsen.
- Voor het vastzetten de inbussleutel (10/3) in de opening van de meeneemschijf (10/1) steken.
- Draadkop (10/4) op de hoekoverbrenging schroeven en vastdraaien. Opmerking: Linkse schroefdraad! Draai de draadspoel linksom vast!
4.7 Snijdraad vervangen (11)
- Draaiknop (11/1) zodanig draaien dat de pijlen (11/2, 11/3) op één lijn liggen.
- Snijdraad zo ver in de opening (11/4) duwen dat hij aan beide zijden van de draadkop even lang is.
- Snijdraad in de draadkop draaien: Draaiknop (11/1) zo lang in de richting van de pijlen (11/5) draaien dat de snijdraad aan beide zijden nog ca. 10 cm uit de draadkop steekt.
4.8 Beschermkap en beschermlijst monteren 126 L-B, 130 L-B, 140 L (12)\*, (13)\*\*
- 2 metalen plaatjes (12/1) tegen de afscherm-kap (12/2) aan leggen.
- Met 4 bouten M5x16 (12/3) op de boom (12/4) bevestigen.
*: Voor draadkop en 3-tands mesblad
Beschermlijst monteren (13)\*\*
- Beschermlijst (13/1) aan de beschermkap (13/2) vaststeken. De haken (13/3) moeten in de gemarkeerde openingen vastklikken.
**: Alleen voor draadkop
4.9 Metalen beschermkap monteren 140 B, 151 B (14)\*\*\* , (15)\*\*\*
- Aanwezige beschermkap (14/1) en draadkop (14/2) resp. 3-tands mesblad incl. beschermlijst demonteren (14/a).
- Metalen beschermkap (15/1) op de aandrijving (15/2) plaatsen (15/a).
- Inbusbouten (15/3) stevig in de gaten (15/4) vastdraaieen (15/b).
***: Voor metalen cirkelzaagblad
5 INBEDRIJFSTELLING
i OPMERKING Controleer het apparaat altijd op beschadigingen voor de dagelijkse ingebruikname, nadat het apparaat is gevallen of ergens tegenaan is gestoten. Laat eventuele schade voor gebruik repareren.
5.1 Benzine-oliemengsel aanmaken en tanken (16)
LET OP! Gevaar voor beschadiging van de motor. Het gebruik van zuivere benzine leidt tot beschadiging van de motor tot het uitvallen van de motor toe. In dergelijke situaties kunnen bij de fabrikant geen aanspraken worden gemaakt op garantie.
- Gebruik in de motor altijd een benzine-olie-mengsel met de voorgeschreven mengver-houding.
Aanmaken van het benzine-oliemengsel
Voor de 2-taktmotor heeft u nodig:
Schone, loodvrije benzine met een octaangetal van minimaal 90. Benzine die langer dan 2 maanden is opgeslagen veroorzaakt afzettingen in de motor die tot storingen leiden.
Kwalitatief hoogwaardige, synthetische olie voor 2-taktmotoren
Maak met deze twee componenten een benzine- oliemengsel met een verhouding van 50:1 aan:
| Mengverhouding Benzine [li-ter] | 2-taktolie [millimeter] | |
| 50 delen benzine: 1 deel 2-taktolie | 1 l 20 ml | |
| 3 l 60 ml | ||
| 5 l 100 ml | ||
-
Giet de benzine en de 2-taktolie in een mengfles voor brandstof (zie de tabel voor de hoeveelheden, afhankelijk van de grootte van de mengfles)
-
Sluit de mengfles af en schud deze herhaald en krachtig, zodat de benzine en de olie goed vermengd worden.
Tanken van het benzine-oliemengsel (16)
-
Plaats het apparaat op een vlakke, stevige ondergrond. De dop (16/1) van de brandstof-tank moet naar boven wijzen.
-
Veeg de dop van de brandstoftank (16/1), de brandstoftank (16/2) en de omliggende delen van het apparaat schoon, zodat bij het tan- ken van het benzine-oliemengsel geen vuil in de brandstoftank kan belanden.
-
Draai de dop van de brandstoftank langzaam los, zodat de druk van het benzine-oliemengsel langzaam uit de brandstoftank kan ont-snappen naar de buitenlucht. Laat de dop aan de brandstoftank hangen.
-
Steek een trechter (16/3) in de vulopening (16/4) van de brandstoftank.
-
Giet het voorbereide benzine-oliemengsel uit de mengfles (16/5) in de brandstoftank en vul deze tot aan de onderkant van de vulopening – maar niet verder.
-
Neem de trechter uit de vulopening en draai de dop handvast op de brandstoftank.
-
Veeg eventueel gemorst benzine-oliemengsel van het apparaat en de ondergrond af.
5.2 Draagriem omleggen 126 B/126 L/130 B/130 L/140 B/140 L/151 B (06)
Zie afbeelding (06).
6 BEDIENING
Alleen bij 126 L, 126 B, 130 L, 130 B:
⚠ GEVAAR! Levensgevaar door maaige-reedschappen! Niet toegestane maaigereed-schappen kunnen zeer ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.
■ Gebruik de bosmaaier in geen geval met een metalen cirkelzaagblad!
6.1 Informatie bij de motorwerking
Voor het starten
Leg de bosmaaier vlak en uit de buurt van obstakels op de grond. Het maagereedschap mag geen voorwerpen raken en niet op de grond rusten.
Tijdens het starten
■ Ga niet op de steel staan, om beschadiging van de steel en de door de steel lopende hoekoverbrenging te voorkomen.
Zorg dat u stabiel staat en houd de bosmaai-er stevig vast aan de behuizingsflens.
Standen van de chokehendel
![]() | ![]() |
| CHOKE RUN |
Koude start (chokehendel op stand CHOKE)
Wanneer de motor koud is, d.w.z. wanneer deze langer dan 5 minuten niet heeft gedraaid, wordt een "koude start" uitgevoerd.
Warme start (chokehendel op stand RUN)
Wanneer de motor nog op bedrijfstemperatuur is, d.w.z. kort nadat deze is uitgeschakeld, wordt een "warme start" uitgevoerd. Hierbij wordt de choke niet gebruikt.
6.2 Motor starten/stoppen (05, 09)
i OPMERKING Met de „Ready to Start“-functie staat de Aan-/Uit-schakelaar altijd op stand AAN. Druk de Aan-/Uit-schakelaar naar UIT om het apparaat te stoppen. Na de bediening van de schakelaar beweegt die automatisch weer terug naar de stand AAN.
HOPMERKING Automatisch terugzetten van de chokehendel. In geval van een onmiddellijke start van de motor beweegt de chokehendel door bediening van de gashendel automatisch terug naar de epositie RUN.
Koude start
- Draai de shookendel (05/4, 09/4) naar de stand CHOKE.
- Druk de primer (05/5, 09/5) 7- tot 10-maal kort en stevig in.
■ Duw het apparaat met een hand stevig tegen de grond.
■ Trek met de andere hand de starchendel (05/6, 09/6) eerst voorzichtig en langzaam uit, tot een weerstand voelbaar wordt. Trek de greep dan krachtig en snel omhoog, tot u weer een weerstand voelt (ca. 1 armlengte).
■ Laat het startkoord oprollen, echter zonder de handgreep los te laten.
■ Bovenstaande stappen meerdere keren herhalen totdat de motor start of stopt.
Draai de shookendel (05/4, 09/4) naar de stand RUN.
■ Duw het apparaat met een hand stevig tegen de grond.
■ Trek met de andere hand de starchendel (05/6, 09/6) eerst voorzichtig en langzaam uit, tot een weerstand voelbaar wordt. Trek de greep dan krachtig en snel omhoog, tot u weer een weerstand voelt (ca. 1 armlengte).
■ Laat het startkoord oprollen, echter zonder de handgreep los te laten.
■ Bovenstaande stappen meerdere keren herhalen totdat de motor start en blijft lopen.
- Laat de motor een aantal minuten warmdraaien.
Warme start
Wanneer de motor nog op bedrijfstemperatuur is, d.w.z. kort nadat deze is uitgeschakeld, wordt een "warme start" uitgevoerd. Hierbij wordt de choke niet gebruikt.
- (Optioneel) Chokehendel (05/4, 09/4) naar stand CHOKE draaien en meteen weer terugdraaien naar de positie RUN. Het automatische halfgas is ingesteld.
■ Duw het apparaat met een hand stevig tegen de grond.
■ Trek met de andere hand de starchendel (05/6, 09/6) eerst voorzichtig en langzaam uit, tot een weerstand voelbaar wordt. Trek de greep dan krachtig en snel omhoog, tot u weer een weerstand voelt (ca. 1 armlengte).
■ Laat het startkoord oprollen, echter zonder de handgreep los te laten.
■ Bovenstaande stappen meerdere keren herhalen totdat de motor start en blijft lopen.
De motor draait nu met een stationair toerental.
Opmerking: Druk de gashendel weer in, wan- neer de motor niet meer rustig en constant loopt.
Motor stoppen
-
Gashendel (05/2, 09/3) loslaten en motor stationair laten draaien.
-
Zet de Aan/Uit-schakelaar (5/1, 09/1) in stand STOP en houd hem een paar seconden vast.
- Wacht tot het maaigereedschap tot stilstand is gekomen.
6.3 Maaidraad verlengen tijdens het bedrijf (17)
De maaidraad wordt korter tijdens het gebruik en rafelt uit.
- Laat de motor vol gas draaien.
- Draadkop (17/1) herhaaldelijk op het gazon tikken (17/a). Daardoor wordt een stuk nieuwe maaidraad van de draadspoel afgewikkeld en het verbruikte draadeinde afgesneden door de draadafsnijder (17/2).
7 WERKHOUDING EN WERKTECHNIEK
■ Houd altijd een veilige werkpositie aan.
■ Werk nooit op een heuvel of helling wanneer deze glad of glibberig is.
Blijf bij maaiwerkzaamheden op hellingen altijd beneden het maaigereedschap.
Laat de motor tijdens het trimmen en maaien altijd in het hogere toerentalbereik draaien, dan maait de bosmaaier het best.
Bij een geblokkeerde maaidraad
Hoog gras of struikgewassen kunnen de maai-draad blokkeren.
■ Voorkomen van blokkades: Maai hoog gras altijd in meerdere lagen. Werk daarbij altijd van boven naar beneden.
Bij een blokkade: Schakel de motor direct uit en houd het apparaat omhoog, zodat de motor niet beschadigd raakt.
7.1 Trimmen
■ Apparaat uit de buurt houden van kwetsbare planten.
Laag trimmen
Houd de maaikop licht naar voren gebogen, zodat de maaidraad het gras vlak boven de grond trimt.
■ Werk bij het trimmen altijd van uw lichaam af.
Trimmen langs hekken en voetstukken
Beweeg het apparaat voorzichtig en langzaam, zodat de maaidraad geen massieve obstakels raakt.
i OPMERKING Bij het trimmen langs stenen muurtjes, voetstukken, hekken en bomen slijt de maaidraad extra snel.
Trimmen en boomstammen
■ Beweeg het apparaat bij het trimmen rond bomen voorzichtig en langzaam rond de stam, zodat de maaidraad de bast niet raakt.
- Trim rond boomstammen altijd van links naar rechts.
Maai het gras en het onkruid met het puntje van de maaidraad en kantel de maaikop licht naar voren.
7.2 Maaien
■ Beweeg de maaikop in een horizontale, boogvormige beweging van de ene kant naar de andere.
■ Houd de maaikop daarbij steeds parallel aan de grond.
Lang gras moet in meerdere lagen worden gemaaid. Werk daarbij altijd van boven naar beneden.
■ Het apparaat snijdt het beste op zeer hoge snelheid. Daarom het apparaat niet overbelasten door het maaien van lang gras.
Kantel de maaikop onder een hoek van 30° naar rechts, zodat u met het puntje van de maaidraad maait. Werk altijd langzaam.
■ Met het apparaat niet rechtstreeks langs harde obstakels (bijv. muren) maaien, maar zijdelings maaien. Daardoor wordt de maaidraad gespaard.
8 ONDERHOUD EN VERZORGING
⚠ GEVAAR! Levensgevaar door ondeskundig onderhoud. Onderhoudswerkzaamheden door ongekwalificeerd personeel, het gebruik van niet toegestane reservedelen en het verwijderen of wijzigen van veiligheidsvoorzieningen kunnen tijdens het gebruik tot zeer ernstig letsel leiden of zelfs de dood veroorzaken.
■ Verwijder geen veiligheidsinrichtingen en stel deze nooit buiten werking.
- Gebruik uitsluitend originele, toegelaten reservedelen.
Zorg door regelmatig en deskundig onderhoud ervoor, dat het apparaat steeds in een functionele en schone staat verkeert.
⚠️ VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel. Onderdelen met scherpe randen en draaiende onderdelen kunnen letsel veroorzaken.
Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd beschermende handschoenen!
Correct onderhoud is noodzakelijk, om de functionaliteit en de veiligheid van het apparaat in stand te houden. Let hierbij op de volgende punten:
■ Voer uitsluitend onderhoudswerkzaamheden uit, wanneer u beschikt over de benodigde kennis en gereedschappen.
Wacht tot de motor geheel is afgekoeld.
Vervang versleten of defecte onderdelen uit-sluitend door originele reservedelen van de fabrikant.
U mag geen onderhoudswerkzaamheden uitvoeren, die niet in deze gebruikshandleiding worden beschreven. Neem hiervoor contact op met een erkende servicewerkplaats. Bij het niet opvolgen van deze aanwijzingen vervalt de garantie van de fabrikant.
De intervallen voor de hier genoemde onderhouds- en verzorgingswerkzaamheden staan vermeld in het onderhoudsschema.
Gebruik uitsluitend de toegestane maagereedschappen!
8.1 Luchtfilter reinigen/vervangen (18)
LET OP! Gevaar voor beschadiging van de motor. Het gebruik van de motor zonder luchtfilter leidt tot ernstige beschadiging van de motor!
-
Gebruik het apparaat nooit zonder luchtfilter.
■ Reinig het luchtfilter regelmatig.
■ Vervang een beschadigd luchtfilter. -
Luchtfilter demonteren:
Draai de bevestigingsschroef (18/1) van het luchtfilterhuis los, tot het deksel van het luchtfilterhuis (18/2) los zit.
■ Neem het deksel van het luchtfilterhuis weg.
■ Trek de filterspons (18/3) los van het rooster (18/4).
- Reinigen van de filterspons (18/3):
■ Knijp de filterspons uit en was deze met water en zeep schoon. Gebruik hierbij geen benzine of andere oplosmiddelen!
Laat de filterspons goed drogen, totdat deze geen water meer bevat. Een vochtig filter kan ertoe leiden, dat de motor moeilijk start.
-
Wis het filterhuis grondig schoon met een poetsdoek.
-
Vervangen van de filterspons (18/3):
■ Vervang de filterspons wanneer deze niet meer elastisch is, of uit elkaar valt.
- Luchtfilter monteren:
■ Steek de filterspons (18/3) op het rooster (18/4).
Plaats het deksel van het luchtfilterhuis (18/2) en houd het op zijn plaats.
Draai de bevestigingsschroef van het luchtfilter (18/1) vast, tot het deksel van het luchtfilterhuis stevig is bevestigd.
8.2 Brandstofffilter controleren/vervangen (19)
Het viltachtige brandstofffilter bevindt zich in de brandstoftank en is op de zuigkop gestoken. Wanneer het brandstofffilter verhard, vervuild of verstopt is, stroomt minder benzine naar de motor. In dit geval moet het brandstofffilter worden vervangen.
Wij raden aan deze klus door een erkende servicewerkplaats te laten uitvoeren.
-
Voorbereiden van het apparaat:
-
Om de brandstoftank leeg te maken: Laat de motor draaien totdat deze vanzelf stopt.
Plaats het apparaat op een vlakke, stevige ondergrond. De dop (19/1) van de brandstoftank (19/2) moet naar boven wijzen.
■ Veeg de dop van de brandstoftank, de brandstoftank en de omliggende delen van het apparaat schoon, zodat geen vuil in de brandstoftank kan belanden. -
Brandstofffilter controleren/vervangen:
Draai de dop (19/1) van de brandstoftank (19/2). Laat de dop aan de brandstoftank hangen.
■ Trek de zuigkop (19/3) met een draadhaak uit de brandstoftank.
■ Controleer het brandstofffilter (19/4). Wanneer het vilt verhard, vervuild of verstopt is: Trek het brandstofffilter van de zuigkop en schuif een nieuw brandstofffilter op zijn plaats.
-
Schuif de zuigkop weer in de brandstoftank.
-
Maak een benzine-oliemengsel aan en tank het apparaat vol (zie Hoofdstuk 5.1 "Benzine-oliemengsel aanmaken en tanken (16)", pagina 53).
8.3 Bougie onderhouden (20)
1. Bougie demonteren:
■ Trek de bougiedop (20/1) los.
Draai de bougie (20/3) met behulp van een bougiesleutel (20/2) uit de motor.
2. Beoordelen van de bougie:
■ Wanneer de bougie roodbruin is: De motor werkt correct en de bougie is in orde. Indien nodig: Borstel de bougie voorzichtig schoon met een staalborstel (20/4).
Wanneer de bougie is aangetast door roet of olie, is aangekoekt of deels gesmolten, of overbrugd zijn: De bougie is defect. Vervang de bougie door een nieuwe exemplaar. Gebruik het voorgeschreven type bougie (zie Hoofdstuk 13 "Technische gegevens", pagina 61).
■ Wanneer de bougie na kort gebruik weer defect is, moeten de motor en de afstelling van de carburateur worden gecontroleerd door een erkende servicewerkplaats.
3. Controleren van de elektrodenafstand:
■ Controleer met een voelermaat (20/5), of de elektrodenafstand (20/6) 0,6 - 0,7 mm bedraagt. Wanneer dit niet het geval is, kunt u de elektroden voorzichtig naar elkaar toe tikken of uit elkaar buigen.
4. Wanneer de voorgeschreven vervangingsinterval is bereikt of de bougie defect is:
Vervang de bougie door een nieuwe exemplaar. Gebruik het voorgeschreven type bougie (zie Hoofdstuk 13 "Technische gegevens", pagina 61).
5. Bougie monteren:
■ Let erop, dat de afdichtring (20/7) om de bougie ligt.
Schroef de bougie met hand weer in de motor en trek deze daarna vast met een bougiesleutel (aanhaalmoment 12 - 15 Nm).
■ Steek de bougiedop weer stevig op de bougie.
8.4 Draadsnijder slijpen (21)
- Bevestigingsschroeven (21/1) losdraaien en draadafsnijder (21/2) van de afschermkap (21/3) afnemen.
-
Zet de draadafsnijder vast in een bank-schroef en slijp hem bij met een platte vijl. Vijl uitsluitend in één richting.
-
Bevestig de draadafsnijder weer met de bevestigingsschroeven aan de afschermkap. Draai de bevestigingsschroeven stevig vast.
8.5 Metalen cirkelzaagblad vervangen 140 L, 140 B, 151 B (22, 23)
Het oude metalen cirkelzaagblad demonteren (22)
- Leg de bosmaaier zo neer, dat de maaikop omhoog wijst.
- Splitpen (22/1) uittrekken (22/a).
- Bevestigingsmoer (22/2) losdraaien (22/b).
- Flens (22/3) losnemen (22/c).
- Waaierschijf (22/4) losnemen (22/d).
- Het oude metalen cirkelzaagblad (22/5) losnemen (22/e).
Het nieuwe metalen cirkelzaagblad monteren (23)
⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor ernstig letsel! Door een versleten waaierschijf (23/6) kan het mesblad tijdens de werking losraken en ernstig letsel veroorzaken.
■ Monteer beslist de meergeleverde splitpen (23/10).
- Het nieuwe metalen cirkelzaagblad (23/1) vastzetten (23/a):
■ De pijlen op het cirkelzaagblad (23/2) en de metalen beschermkap (23/3) moeten overeenstemmen.
■ Het cirkelzaagblad zo op de meeneemschijf (23/4) plaatsen dat de opening ervan precies op de centreerring (23/5) van de meeneemschijf aansluit.
- Waaierschijf (23/6) aanbrengen (23/b).
- De flens (23/7) zodanig op het cirkelzaagblad steken (23/c) dat de platte zijde naar het snijmes is gericht.
- Bevestigingsmoer (23/8) op de geleidepen (23/9) vastdraaien (23/d).
- Splitpen (23/10) door de geleidepen steken (23/e) en de uiteinden van de splitpen openbuigen.
8.6 Onderhoudsschema
Volgende werkzaamheden mogen door de gebruiker zelf worden uitgevoerd. Alle overige onderhouds-, service- en reparatiewerkzaamheden moeten door een erkende service reparatiewerkplaats worden uitgevoerd.
HOPMERKING Bij zware belasting en bij ho- ge temperaturen kunnen kortere onderhoudsin- tervallen nodig zijn dan in de tabel hierboven zijn vermeld.
| Activiteit eenma- | lig na 5 be-drijfsu-ren | voor elk ge-bruik | weke-lijks | elke 50 be-drijfs uren | elke 100 be-drijfsu-ren | indien nodig | voor maaisei-zoen, jaarlijks | om de 5 jaar |
| Carburateur | ||||||||
| Stationair bedrijf con-troleren | X | |||||||
| Luchtfilter | ||||||||
| reinigen X | ||||||||
| vervangen X | ||||||||
| Bougie | ||||||||
| Elektrodenafstand con-troleren, indien nodig bijstellen | X | |||||||
| vervangen X X | ||||||||
| Koelluchtinlaat | ||||||||
| reinigen X X X | ||||||||
| Geluiddemper | ||||||||
| Visuele en fysieke in-spectie | X | |||||||
| Brandstoftank | ||||||||
| reinigen X X | ||||||||
| Brandstofffilter | ||||||||
| vervangen X | ||||||||
| Bedieningselementen | ||||||||
| Aan/uit-schakelaar, vergrendelknop, ga-shendel, starterkoord | X | |||||||
| Alle bereikbare schroeven (behalve stelschroeven) | ||||||||
| aandraaien X X X | ||||||||
| Gehele apparaat | ||||||||
| Visuele en fysieke in-spectie | X | |||||||
| reinigen X X X | ||||||||
9 HULP BIJ STORINGEN
⚠️ VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel. Onderdelen met scherpe randen en draaiende onderdelen kunnen letsel veroorzaken.
Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd beschermende handschoenen!
■ Schakel het apparaat uit!
i OPMERKING Neem contact op met onze klantenservice bij storingen die niet in deze tabel staan vermeld of die u niet zelf kunt oplossen.
| Storing Oorzaak Maatregel | ||
| Motor start niet of moeizam. | De motor is op onjuiste wijze ge-start. | zie Hoofdstuk 6.2 "Motor starten/stoppen (05, 09)", pagina 54 |
| De bougie is vervuild, defect of de elektrodenafstand klopt niet. | zie Hoofdstuk 8.3 "Bougie onderhou-den (20)", pagina 57 | |
| Het luchtfilter is vervuild. zie Hoofdstuk 8.1 "Luchtfilter reini-gen/vervangen (18)", pagina 56 | ||
| Het brandstofffilter is versleten. zie Hoofdstuk 8.2 "Brandstofffilter controleren/vervangen (19)", pagi-na 56 | ||
| De afstelling van de carburateur is onjuist. | Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. | |
| Chokehendel staat in stand CHOKE. | Schuif de chokehendel in stand RUN. | |
| De motor start, maar heeft maar weinig vermo-gen. | Chokehendel staat in stand CHOKE. | Schuif de chokehendel in stand RUN. |
| Het luchtfilter is vervuild. zie Hoofdstuk 8.1 "Luchtfilter reini-gen/vervangen (18)", pagina 56 | ||
| Het brandstofffilter is versleten. zie Hoofdstuk 8.2 "Brandstofffilter controleren/vervangen (19)", pagi-na 56 | ||
| De afstelling van de carburateur is onjuist. | ||
| Motor loopt onregelmatigen het toerental neemtniet toe wanneer gaswordt gegeven. | De bougie is vervuild, defect of de elektrodenafstand klopt niet. | zie Hoofdstuk 8.3 "Bougie onderhou-den (20)", pagina 57 |
| De afstelling van de carburateur is onjuist. | Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. | |
| Motor stoot veel, blauwachtige rook uit. | Oliegehalte in benzine-oliemeng-sel te hoog. | Vul de brandstoftank met een benzi-ne-oliemengsel met een juiste mengverhouding,zie Hoofdstuk 5.1 "Benzine-olie-mengsel aanmaken en tanken (16)", pagina 53 |
| De afstelling van de carburateur is onjuist. | Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. | |
Storing Oorzaak Maatregel
| De motor begint abnor-maal sterk te trillen. | Onderdelen van het apparaat/de motor zijn losgeraakt en/of zijn beschadigd. | 1. Stop de motor.2. Controleer het apparaat op be-schadigingen.3. Bougie controleren, zie Hoofd-stuk 8.3 "Zündkerze warten (17)", pagina 574. Neem contact op met een er-kende servicewerkplaats. |
10 TRANSPORT
Transporteren van het apparaat tussen twee werkplekken
- Motor uitzetten.
- Plaats de transportbescherming over het mesblad.
- Houd de bosmaaier stevig vast aan het motorblok en aan de handgreep.
- Begeef u voorzichtig naar de volgende werk- plek. Breng dieren en personen niet in gevaar.
Apparaat in een voertuig transporteren
- Indien mogelijk: Maak de brandstoftank leeg door de motor te laten draaien.
- Motor uitzetten.
- Plaats de transportbescherming over het mesblad.
- Voorkom dat het apparaat tijdens het rijden omvalt en zo benzine-oliemengsel morst:
Leg het apparaat zo neer, dat de dop van de brandstoftank omhoog wijst. De dop moet stevig op de brandstoftank zijn gedraaid.
■ Zet het apparaat vast op de vloer.
11 OPSLAG
Wanneer u de machine langer dan 2 à 3 maanden niet gaat gebruiken, moeten de volgende werkzaamheden worden uitgevoerd, om beschadigingen te voorkomen:
- Maak de brandstoftank leeg:
Laat de motor draaien totdat deze vanzelf stopt. Zo is er in de brandstoftank en in de carburateur geen benzine-olie-mengsel meer aanwezig er kunnen zich geen afzettingen vormen.
- De machine reinigen:
Wis de gehele machine en de bijbehorende accessoires schoon met een poetsdoek. Gebruik hierbij geen benzine of andere oplosmiddelen.
■ Verwijder eventueel vuil uit alle openingen in de machine (bijv. koelopeningen voor de motor).
- Cilinder smeren:
■ Laat de machine volledig afkoelen.
■ Bougiestekker lostrekken en bougie losdraaien (zie Hoofdstuk 8.3 "Bougie onderhouden (20)", pagina 57)
- Druppel een klein beetje olie in de opening voor de bougie.
■ Trek langzaam aan de starchandgreep, zodat de zuiger beweegt en de olie over de cilinder wordt verdeeld.
■ Schroef de bougie weer vast en plaats de bougiedop.
- Plaats de transportbescherming over het mesblad.
- Apparaat op een zo droog mogelijke plaats opbergen.
⚠️ VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel. Als kinderen en onbevoegden tijdens de opslag toegang tot het apparaat hebben, is er gevaar op letsel.
■ Bewaar het apparaat op een plek die ontoegankelijk is voor kinderen en onbevoegde personen.
12 VERWIJDEREN

- Benzine en motorolie horen niet bij het gewone huisvuil of in de riolering, maar moeten afzonderlijk worden weggedaan!
■ Voordat de machine wordt afgedankt moeten de brandstof- en de motorolietank worden geleegd!
■ Verpakking, apparaat en toebehoren zijn vervaardigd van materialen die voor hergebruik geschikt zijn. Verwijder deze daarom dienovereenkomstig.
*: Niet bij de levering inbegrepen, kan echter extra worden aangeschaft. o: Technisch niet mogelijk.
14 GEBRUIK VAN HET SNIJGEREEDSCHAP EN DE BESCHERMKAPPEN
| 126 B 126 L 130 B 130 L 140 B 140 L 151 B | |||||||
| Draadkop met beschermkap en beschermlijst | x x x x x x x | ||||||
| 3-tands mesblad met bescherm-kap: | x x x x x x x | ||||||
| Beschermlijst - - - - - - | |||||||
| 126 B 126 L 130 B 130 L 140 B 140 L 151 B | ||||||
| Cirkelzaagblad met metalen be-schermkap | o o o o x x x | |||||
| x: te gebruiken, -: moet gedemonteerd worden, o: technisch niet mogelijk | ||||||
15 AANVULLENDE INFORMATIE OVER CO2-WAARDEN
Volgens artikel 43 lid 4 van de EU-verordening nr. 2016/1628 zijn wij verplicht de CO₂-waarde te verstrekken die in het kader van de EU-type-goedkeuringsprocedure is vastgesteld.
De CO _2 -waarden van de Honda-motoren met EU-typegoedkeuring zijn op https://www.al-ko.com/shop/media/al-ko-engines/co2.pdf gepubliceerd.
Deze CO _2 -meting is het resultaat van het testen van een basismotor die representatief is voor het motortype of de motorfamilie in een vaste testcyclus onder laboratoriumomstandigheden en vormt geen uitdrukkelijke of impliciete garantie voor de prestaties van een bepaalde motor.
16 KLANTENSERVICE/SERVICE CENTRE
Voor vragen over garantie, reparatie of reserve-onderdelen kunt u contact opnemen met het dichtstbijzijnde AL-KO service centre. Deze vindt u op internet op het volgende adres: www.alko-garden.com/service-contacts
Verdere informatie over reserveonderdelen vindt u op: www.alko-garden.com/spareparts
17 INFORMATIE BIJ DE CONFORMITEITSVERKLARING
We verklaren hierbij onder onze eigen verant- woordelijkheid dat dit product, zoals het op de markt wordt gebracht, voldoet aan de eisen van de geharmoniseerde EU-richtlijnen, de EU-veiligheidsnormen en de productspecifieke normen. De conformiteitsverklaring is deel van de gebruikshandleiding en wordt met de machine mee- geleverd.
18 GARANTIE
Eventueel binnen de wettelijke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefouten van het apparaat worden naar eigen oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door levering van een vervangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval af van de wetgeving in het land waarin het apparaat werd aangeschaft.
Onze garantie geldt alleen bij:
naleving van deze gebruiksaanwijzing
■ Deskundig gebruik
■ Gebruik van originele reserveonderdelen
De garantie vervalt bij:
■ Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen
■ Eigenhandig aangebrachte technische wijzigingen
- Gebruik voor andere doeleinden dan het gebruiksdoel
Van de garantie zijn uitgesloten:
■ lakschade opgetreden als gevolg van normaal gebruik
■ Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader xxxxxx (x) zijn aangeduid
Verbrandingsmotoren (hierop zijn de garantiebepalingen van toepassing van de betreffende motorfabrikant)
De garantietermijn begint bij de aanschaf door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is daarbij de datum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon naar uw dealer of naar de dichtstbijzijnde klantenservice. Deze verklaring laat het vorderingsrecht van de koper jegens de verkoper wegens defecten aan het apparaat onverlet.

