WSE1100 - Lasapparaat SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis WSE1100 SCHEPPACH in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Lasapparaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WSE1100 - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WSE1100 van het merk SCHEPPACH.
GEBRUIKSAANWIJZING WSE1100 SCHEPPACH
inverter lasapparaat Vertaling van de originele gebruikshandleiding
Verklaring van de symbolen op het apparaat Het gebruik van symbolen in deze handleiding is bedoeld om uw aandacht te vestigen op eventuele risico’s. De vei- ligheidssymbolen en de bijbehorende uitleg moeten goed worden begrepen. De waarschuwingen zelf voorkomen geen risico’s en kunnen de juiste maatregelen betreende ongevallenpreventie niet vervangen. Lees voorafgaand aan de inbedrijfstelling de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften! EN 60974-1 Europese norm voor lasapparatuur voor handmatig booglassen met beperkte inschakelduur.
Eenfasige statische frequentieomvormer-transformator-gelijkrichter Symbool voor handmatig booglassen met gecoate staafelektroden Gelijkstroom Geschikt voor lassen bij verhoogd elektrisch gevaar Netingang; aantal fasen evenals het wisselstroomsymbool en de meetwaarde van de frequentie
max hoogste netstroom meetwaarde
Effectieve waarde van de hoogste netstroom [A] IP21S Beschermingsgraad
Isolatieklasse Voorzichtig! Gevaar op een elektrische schok! Elektrische schok van de laselektrode kan dodelijk zijn Inademing van lasrook kan uw gezondheid in gevaar brengen. Elektromagnetische velden kunnen de werking van pacemakers verstoren. Lasvonken kunnen een explosie of brand veroorzaken. Vlamboogstralen kunnen de ogen beschadigen en de huid verwonden. Gebruik het apparaat niet buitenshuis en gebruik het nooit in de regen! m Let op! In deze gebruikshandleiding hebben wij punten die uw veiligheid betreen van dit teken voorzienwww.scheppach.com
Aan het apparaat mogen alleen personen werken, die voor het gebruik van het apparaat geïnstrueerd en over de daar enomen veiligheidsvoorschriften en de bijzon- dere voorschriften van uw land moet u de algemeen erkende technische voorschriften in acht nemen voor de werking van machines van hetzelfde type. Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor on- gevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding of de veiligheidsvoorschriften.
2. Apparaatbeschrijving (afb. A)
1. Aan/uit-schakelaar
2. Potentiometer voor de instelling van de lasstroom
3. Lasstroomschaalverdeling
4. Controlelampje voor gebruik
5. Controlelamp voor oververhitting
9. Kabel met elektrodehouder
10. Kabel met aardklem
12. Combinatiedraadborstel met slakkenhamer
15. Beveiligingsglas
- Lasapparaat met netsnoer
- Kabel met elektrodehouder
- Combinatiedraadborstel met slakkenhamer
Fabrikant: Scheppach GmbH Günzburger Straße 69 D-89335 Ichenhausen Geachte klant, Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat. Aanwijzing: De fabrikant van dit apparaat is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aan- sprakelijk voor schade die aan dit apparaat of door dit apparaat ontstaan bij:
- ondeskundige behandeling,
- Niet in acht nemen van de gebruikshandleiding
- reparaties door derden, niet geautoriseerde vak- mensen,
- Inbouw en vervanging van niet-originele inbouw
- Dat niet conform de voorschriften is
- Uitvallen van de elektrische installatie bij het niet in acht nemen van de elektrische voorschriften en VDE-voorschriften 0100, DIN 57113 / VDE0113 Let op: Lees voor de montage en voor de ingebruikname de complete tekst van de gebruikshandleiding door. De gebruiksaanwijzing is bedoeld om het gemakkelij- ker te maken, uw apparaat te leren kennen en de be- oogde toepassingsmogelijkheden van het apparaat te benutten. De gebruikshandleiding bevat belangrijke aanwij- zingen, hoe u met het apparaat veilig, vakkundig en economisch werkt en hoe u gevaren vermijdt, repa- ratiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het apparaat ver- hoogt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze ge- bruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het apparaat geldende voorschriften van uw land in acht nemen. Bewaar de gebruiksaanwijzing bij het apparaat in een plastic hoes, beschermd tegen vuil en vocht. De ge- bruiksaanwijzing moet door elke bediener van het ap- paraat voor aanvang van het werk gelezen en zorgvul- dig nageleefd worden.www.scheppach.com
Onjuist gebruik van deze installatie kan gevaarlijk zijn voor personen, dieren en eigendommen. De gebruiker van de installatie is verantwoordelijk voor zijn eigen veiligheid en die van andere personen:
- Het is essentieel dat u deze gebruikshandleiding leest en de voorschriften in acht neemt.
- Reparaties en/of onderhoudswerkzaamheden mo- gen uitsluitend worden uitgevoerd door gekwalifi- ceerde personen.
- Alleen de bij de levering meegeleverde laskabels of de door de fabrikant aanbevolen accessoires mo- gen worden gebruikt.
- Zorg voor de juiste verzorging van het apparaat
- Het apparaat mag tijdens de gebruiksperiode niet in krappe ruimtes worden geplaatst of direct te- gen de muur worden geplaatst, zodat er altijd vol- doende lucht via de openingssleuven kan worden aangezogen. Controleer of het apparaat correct is aangesloten op het elektriciteitsnet. Vermijd elke trekspanning op het netsnoer. Haal de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat naar een andere locatie verplaatst.
- Let op de staat van de laskabels, elektrode-tang en aardklemmen, slijtage aan de isolatie en span- ninggeleidende delen kan een gevaarlijke situatie veroorzaken en de kwaliteit van het laswerk vermin- deren.
- Booglassen genereert vonken, gesmolten metalen onderdelen en rook, dus wees voorzichtig: Verwij- der alle brandbare stoffen en/of materialen van de werkplek.
- Zorg dat er voldoende luchttoevoer ter beschikking staat.
- Niet lassen op containers, vaten of leidingen die brandbare vloeistoffen of gassen hebben bevat. Vermijd direct contact met het lascircuit; de nullast- spanning die optreedt tussen de elektrodehouder en de aardklem kan gevaarlijk zijn.
- Bewaar of gebruik het apparaat niet in een vochtige of natte omgeving of in de regen
- Bescherm de ogen met een hiervoor geschikte vei- ligheidsbril (DIN-klasse 9-10). Gebruik handschoe- nen en droge beschermende kleding die vrij is van olie en vet om te voorkomen dat de huid wordt bloot- gesteld aan ultraviolette straling van de vlamboog.
- Gebruik de lasser niet om pijpen te ontdooien.
Dit lasapparaat is geschikt voor het lassen van metalen zoals koolstofstaal, gelegeerd staal, andere edelsta- len, koper, aluminium, titanium etc. Het product beschikt over een controlelampje, een hittebeschermingsdisplay en een koelventilator. Het is bovendien voorzien van een draagriem voor het veilig optillen en verplaatsen van het product. De machine mag uitsluitend voor het voorgeschreven doel worden gebruikt. Elk ander of verdergaand ge- bruik is niet volgens de voorschriften. De gebruiker/ bediener en niet de fabrikant is aansprakelijk voor ont- stane schade of elke vorm van letsel. Het apparaat mag alleen worden bediend door vak- kundig personeel (persoon die door zijn technische opleiding, ervaring en kennis van de relevante appara- tuur in staat is de hem opgedragen werkzaamheden te beoordelen en mogelijke gevaren te onderkennen) of geïnstrueerde personen (persoon die is geïnstrueerd over de opgedragen werkzaamheden en over mogelij- ke gevaren als gevolg van onzorgvuldig gedrag). Let erop dat onze apparaten volgens het beoogd ge- bruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of indus- triële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het apparaat in be- drijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemin- gen of bij soortgelijke werkzaamheden wordt ingezet.
5. Veiligheidsvoorschriften
m WAARSCHUWING! Lees alle veiligheidsvoor- schriften, aanwijzingen, afbeeldingen en techni- sche gegevens die bij dit elektrisch apparaat zijn meegeleverd. Nalatigheden bij het niet naleven van de onderstaande aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken. Absoluut in acht nemen. m LET OP! Gebruik het apparaat alleen in overeenstemming met zijn geschiktheid, die in deze handleiding wordt gespe- cificeerd.www.scheppach.com
- Draag stevig isolerend schoeisel, de schoenen moe- ten ook bij natte omstandigheden isoleren. Lage schoenen zijn niet geschikt, omdat vallende, gloei- ende metalen druppels brandwonden veroorzaken.
- Draag geschikte kleding, geen synthetische kleding.
- Kijk niet met onbeschermde ogen in de vlamboog, gebruik alleen een lasbeschermingsplaat met vei- ligheidsglas volgens DIN-normering. Naast licht- en warmtestralen, die verblinding resp. verbranding veroorzaken, geeft de vlamboog ook UV-stralen af. Deze onzichtbare ultraviolette straling veroorzaakt, als er onvoldoende bescherming wordt geboden, een zeer pijnlijke bindvliesontsteking die pas enkele uren later merkbaar is. UV-straling heeft bovendien een schadelijke invloed op onbeschermde delen van het lichaam.
- Personen of assistenten in de buurt van de vlam- boog moeten ook bewust worden gemaakt van de gevaren en zo nodig worden uitgerust met de nood- zakelijke beschermende middelen, indien nodig, veiligheidswanden plaatsen.
- Bij het lassen, met name in kleine ruimtes, moet voor voldoende toevoer van frisse lucht worden gezorgd, omdat er rook en schadelijke gassen kunnen wor- den gegenereerd.
- Er mogen geen laswerkzaamheden worden uitge- voerd aan reservoirs waarin gassen, brandstoffen, minerale oliën of dergelijke worden opgeslagen, zelfs niet als deze lange tijd zijn geleegd, aangezien er een risico op explosie door resten bestaat.
- In brand- en explosiegevaarlijke ruimtes gelden spe- ciale voorschriften.
- Lasverbindingen die aan hoge spanningen onderhe- vig zijn en absoluut aan de veiligheidseisen moeten voldoen, mogen alleen door speciaal opgeleide en gecertificeerde lassers worden uitgevoerd. Voor- beelden zijn: drukvaten, looprails, aanhangerkop- pelingen etc.
- Vlamboogstralen kunnen de ogen beschadigen en de huid verwonden. Draag een helm en veiligheids- bril.
- Draag gehoorbescherming en een hooggesloten overhemdkraag.
- Draag een lashelm en zorg ervoor dat de filterinstel- lingen correct zijn.
- Draag volledige lichaamsbescherming. Let op!
- De lichtstraling van de boog kan de ogen beschadi- gen en brandwonden op de huid veroorzaken.
- Booglassen genereert vonken en druppels gesmol- ten metaal, het gelaste werkstuk begint te gloeien en blijft relatief zeer lang heet.
- Bij het booglassen komen dampen vrij die mogelijk schadelijk zijn. Elke elektrische schok kan dodelijk zijn.
- Benader de vlamboog niet direct binnen een straal van 15 m.
- Bescherm uzelf (inclusief omstanders) tegen de po- tentieel gevaarlijke effecten van de vlamboog.
- Waarschuwing: Afhankelijk van de toestand van de netaansluiting op het aansluitpunt van het lasappa- raat kan dit leiden tot storingen in de netvoeding van andere verbruikers. Let op! In het geval van overbelaste voedingsnetwerken en stroomcircuits kan tijdens het lassen voor andere ge- bruikers storingen worden veroorzaakt. In geval van twijfel moet het elektriciteitsbedrijf worden geraadpleegd. Gevarenbronnen tijdens het booglassen Tijdens het booglassen ontstaan een aantal gevaren- bronnen. Het is daarom bijzonder belangrijk dat de lasser de volgende regels in acht neemt om zichzelf en anderen niet in gevaar te brengen en om lichamelijk letsel en schade aan het apparaat te voorkomen.
- Werkzaamheden aan de netspanningszijde, bijv. aan kabels, stekkers, stopcontacten, etc. mogen alleen door een gekwalificeerde specialist worden uitgevoerd. Dit geldt met name voor het aanleggen van tussenkabels.
- Bij ongevallen moet de lasstroombron onmiddellijk worden losgekoppeld van het elektriciteitsnet.
- Als er elektrische contactspanningen optreden, moet het apparaat onmiddellijk worden uitgescha- keld en door een specialist worden gecontroleerd.
- Zorg altijd voor goede elektrische contacten aan de lasstroomzijde.
- Draag bij het lassen altijd isolerende handschoenen aan beide handen. Deze beschermen tegen elektri- sche schokken (nullastspanning van het lascircuit), tegen schadelijke straling (hitte en UV-straling) en tegen gloeiende metalen en slakkenspatten.www.scheppach.com
Niet op trommels of op enige gesloten reservoirs las- sen. Lashelmspecifieke veiligheidsvoorschriften
- Controleer altijd of de lashelm goed werkt door een heldere lichtbron (bijv. aansteker) te gebruiken voor- dat u met snijwerkzaamheden begint.
- Door lasspatten kan de veiligheidsruit beschadigd raken. Vervang direct beschadigde veiligheidsruiten of veiligheidsruiten die krassen bevatten.
- Vervang direct beschadigde of sterk verontreinigde resp. bespatte componenten.
- Het apparaat mag uitsluitend door personen worden gebruikt die de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt.
- Zorg dat u vertrouwd bent met de veiligheidsvoor- schriften voor het lassen. Neem hierbij ook de veilig- heidsvoorschriften van uw lasapparaat in acht.
- Zet de lashelm altijd op bij het lassen. Bij geen ge- bruik, kunt u ernstig letsel oplopen aan het netvlies van uw ogen.
- Draag tijdens het lassen altijd veiligheidskleding.
- Gebruik de lashelm nooit zonder veiligheidsruit.
- Vervang voor goed zicht en werken zonder inspan- ning tijdig de veiligheidsruit. Omgeving met verhoogde elektrische risico’s Bij het lassen in omgevingen met verhoogde elektri- sche risico’s moet u volgende veiligheidsvoorschriften in acht nemen. Omgevingen met verhoogde elektrische risico’s kunt u bijvoorbeeld aantreffen:
- Op werkplekken waar de bewegingsvrijheid beperkt is, waardoor de lasser in een geforceerde houding moet werken (bijv.: knielen, zitten, liggen) en elek- trisch geleidende delen aanraakt;
- Op werkplekken die geheel of gedeeltelijk elektrisch geleidend zijn en waar een groot risico bestaat van vermijdbaar of toevallig contact door de lasser;
- Op natte, vochtige of hete werkplekken waar lucht- vochtigheid of transpiratie de weerstand van de menselijke huid en de isolerende eigenschappen of beschermende uitrusting aanzienlijk verminderen. Ook een metalen ladder of steiger kan een omgeving met verhoogde elektrische risico’s creëren. In een dergelijke omgeving moeten geïsoleerde onder- lagen en tussenlagen worden gebruikt, evenals hand- schoenen en hoofdbedekkingen van leer of andere iso- lerende stoffen om het lichaam tegen aarde te isoleren.
- Het is van essentieel belang dat de aardleider in elektrische installaties of apparaten in geval van na- latigheid door de lasstroom kan worden verstoord, bijvoorbeeld door de aardklem op de behuizing van het lasapparaat te plaatsen, die is aangesloten op de aardleider van de elektrische installatie. De laswerk- zaamheden worden uitgevoerd op een machine met een aardlekaansluiting. Het is dus mogelijk om aan de machine te lassen zonder dat de aardklem er- aan vastzit. In dit geval stroomt de lasstroom van de aardklem via de aardleiding naar de machine. Door de hoge lasstroom kan de aardleider doorsmelten.
- De zekeringen van de toevoerleidingen naar de ne- taansluitingen moeten voldoen aan de voorschrif- ten. Volgens deze voorschriften mogen alleen zeke- ringen of stroomonderbrekers worden gebruikt die overeenkomen met de kabeldoorsnede. Een te hoge zekering kan leiden tot kabelbrand resp. brandscha- de aan gebouwen.
- Gebruik het lasapparaat niet in de regen.
- Gebruik het lasapparaat niet in een vochtige omge- ving.
- Plaats het lasapparaat uitsluitend op een vlak op- pervlak.
- De uitgang is geschikt voor een omgevingstempera- tuur van 20 °C. Bij een hogere temperatuur kan de lastijd korter zijn. Gevaar door een elektrische schok Elektrische schok van een laselektrode kan dodelijk zijn. Niet bij regen of sneeuw lassen. Draag droge iso- lerende veiligheidshandschoenen. De elektrode niet met blote handen aanraken. Draag geen natte of be- schadigde handschoenen. Bescherm uzelf tegen een elektrische schok door isolaties tegen het werkstuk. De behuizing van de inrichting niet openen. Gevaar door lasrook Het inademen van lasrook kan de gezondheid in ge- vaar brengen. Houd uw hoofd niet in de rook. Inrich- tingen in open zones gebruiken. Ontluchting voor het verwijderen van rook gebruik. Gevaar door lasvonken Lasvonken kunnen een explosie of brand veroorzaken. Brandbare stoffen uit de buurt van het lassen houden. Niet naast brandbare stoffen lassen. Lasvonken kun- nen brand veroorzaken. Een brandblusser in de nabij- heid beschikbaar houden en zorg dat een waarnemer de brandblusser, indien nodig, direct kan gebruiken.www.scheppach.com
- Het verhoogde risico van een elektrische schok doordat de lasser in contact komt met de aarde bij het gebruik van een lasstroombron van klasse I waarvan de behuizing geaard is via de aardleider. Beschermende kleding
- Tijdens de werkzaamheden moet de lasser voor zijn hele lichaam door middel van kleding en gelaats- bescherming worden beschermd tegen straling en brandwonden.
- Handschoenen van een geschikte stof (leder) moe- ten aan beide handen worden gedragen. Ze moeten in perfecte staat zijn.
- Ter bescherming tegen vonkenregen en brandwon- den moeten geschikte schorten worden gedragen. Als de aard van de werkzaamheden, bijvoorbeeld bij lassen boven het hoofd, dit vereist, moet een be- schermende overall en indien nodig hoofdbescher- ming worden gedragen.
- De beschermende kleding en alle gebruikte acces- soires moeten voldoen aan de richtlijn “Persoonlijke beschermingsmiddelen”. Bescherming tegen straling en brandwonden
- Op de werkplek moet een bord “Niet in de vlammen kijken!” worden aangebracht waarmee wordt verwe- zen voor een gevaar voor de ogen. De werkplekken moeten zoveel mogelijk worden afgeschermd om mensen in de omgeving te beschermen. Onbevoeg- den moeten uit de buurt van de laswerkzaamheden worden gehouden
- In de directe omgeving van vaste werkplekken mo- gen de wanden niet lichtgekleurd of glanzend zijn. Ramen moeten worden beveiligd tegen het door- laten of reflecteren van stralen tot minstens hoofd- hoogte, bijv. door middel van geschikt schilderwerk. EMC-classificatie voor apparatuur LET OP! Dit apparaat valt onder klasse A en is niet bedoeld voor gebruik in woon- gebieden waar de stroomvoorziening wordt voorzien door een openbaar laagspanningsnet. Het kan moeilijk zijn om in deze gebieden elektromag- netische compatibiliteit te garanderen vanwege zowel geleide als uitgestraalde RF-storingen. De lasstroombron moet zich buiten het werkbereik resp. de elektrische geleidende oppervlakken en bui- ten het bereik van de lasser bevinden. Aanvullende bescherming tegen schokken door netstroom in geval van storing kan zijn voorzien door het gebruik van een aardlekschakelaar die werkt op een lekstroom van niet meer dan 30 mA en die alle op het lichtnet aangesloten apparatuur in de nabijheid van stroom voorziet. De aardlekschakelaar moet geschikt zijn voor alle stroomsoorten. Middelen voor een snelle elektrische uitschakeling van de lasstroombron of het lasstroomcircuit (bijv. een noodstopinrichting) moeten eenvoudig te bereiken zijn. Bij het gebruik van lasapparaten onder elektrisch ge- vaarlijke omstandigheden, mag de uitgangsspanning van het lasapparaat bij stationair toerental niet hoger zijn dan 113 V (effectieve waarde). Dit lasapparaat mag door de uitgangsspanning in dit geval worden gebruikt. Lassen in krappe ruimtes Bij het lassen in krappe ruimtes kan er gevaar voor giftige gassen bestaan (verstikkingsgevaar). In krappe ruimtes mag alleen worden gelast, indien zich in de onmiddellijke nabijheid geïnstrueerde personen bevin- den die zo nodig kunnen ingrijpen. In dit geval moet, alvorens met het lasproces te beginnen, door een des- kundige worden geëvalueerd welke stappen nodig zijn om de veiligheid van het werk te waarborgen en welke voorzorgsmaatregelen tijdens het eigenlijke lasproces moeten worden genomen. Som van spanning bij stationair toerental Indien meer dan één lasstroombron tegelijk in werking is, kunnen de spanningen bij stationair toerental oplo- pen en tot een verhoogd elektrisch risico leiden. Las- stroombronnen moeten dusdanig worden aangesloten dat het gevaar tot een minimum wordt gebracht. De af- zonderlijke lasstroombron met de afzonderlijke bestu- ringen en aansluitingen, moeten duidelijk gemarkeerd worden om aan te geven welke bij welk lasstroomcircuit hoort. Gebruik van schouderhengsels Er mag niet worden gelast wanneer de lasstroombron wordt gedragen, aan bijv. een schouderriem. Hiermee wordt het volgende voorkomen:
- Het risico om het evenwicht te verliezen wanneer aan aangesloten leidingen of slangen wordt getrok- ken.www.scheppach.com
Waarschuwing! Dit elektrisch apparaat genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten. Om het risi- co op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raad- plegen voordat de machine wordt gebruikt.
6. Technische gegevens
Netaansluiting 230V~ 50/60Hz Lasstroom 20 - 160 A Inschakelduur X 25% 160 A 60% 100 A 100% 80 A Energie-eciëntie van de stroombron 85% Nullastspanning 85 V Stroomverbruik bij stationair toerental 0 W Gewicht 6,6 kg Technische wijzigingen voorbehouden!
- Open de verpakking en haal het apparaat er voor- zichtig uit.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de ver- pakkings- en transportbeveiligingen (indien voor- handen).
- Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
- Controleer het apparaat en de hulpstukken op trans- portschade.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het ver- strijken van de garantietijd. LET OP Het apparaat en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkings- gevaar! Zelfs als het lasapparaat voldoet aan de emissiegrens- waarden overeenkomstig de norm, kunnen lasappa- raaten toch elektromagnetische storingen veroorzaken in gevoelige installaties en apparatuur. De gebruiker is verantwoordelijk voor storingen veroorzaakt door de vlamboog tijdens het lassen en de gebruiker moet pas- sende voorzorgsmaatregelen nemen. Hierbij moet de gebruiker met name rekening houden met het volgende:
- Stroom-, besturings-, signaal- en telecommunicatie- leidingen
- Computers en andere microprocessorgestuurde apparaten
- Televisie-, radio- en andere afspeelapparatuur
- Elektronische en elektrische veiligheidsvoorzienin- gen
- Personen met pacemakers of gehoorapparaten
- Meet- en kalibratie-inrichtingen
- Immuniteit van andere apparatuur in de nabijheid
- De dagtijd waarin de laswerkzaamheden worden uitgevoerd. Om mogelijke stoorsignalen te beperken, advise- ren wij:
- Het lasapparaat moet op de juiste wijze worden opgesteld en gebruikt om een mogelijke storende emissie tot een minimum te beperken.
- Het lasapparaat regelmatig onderhouden en in een goede staat houden.
- Lasleidingen moeten volledig worden afgewikkeld en indien mogelijk parallel over de grond lopen
- Apparatuur en installaties die gevaar lopen door stoorsignalen moeten, indien mogelijk, uit het snij- gebied worden verwijderd of worden afgeschermd.
- Gebruik van een elektromagnetisch lter dat elek- tromagnetische storingen vermindert. Algemene veiligheidsmaatregelen Het valt onder de verantwoordelijkheid van de gebrui- ker om het apparaat op de juiste manier te installeren en te gebruiken volgens de instructies van de fabrikant. Indien elektromagnetische storingen worden gedetec- teerd, valt het onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker om deze te elimineren met behulp van de technische hulpmiddelen die hierboven onder “Belang- rijke aanwijzing betreffende de stroomaansluiting” zijn vermeld.www.scheppach.com
Tijdens het lassen moet de lasbeschermingsplaat al- tijd worden gebruikt. Het beschermt de ogen tegen de lichtstraling die door de vlamboog wordt gegenereerd en laat nog altijd een nauwkeurig zicht op het lasmetaal toe.
In-/uitschakelen (afb. A) Schakel het apparaat in door de aan/uit-schakelaar (1) op “I” te zetten. Het controlelampje voor de werking (4) begint te bran- den. Schakel het apparaat uit door de aan/uit-schakelaar (1) op “0” te zetten. Het controlelampje voor de werking (4) gaat uit. Lassen (afb. A + E) Voer alle elektrische aansluitingen voor de stroom- voorziening en het lascircuit uit. De meeste mantele- lektroden worden aangesloten op de pluspool. Er zijn echter enkele soorten elektroden die op de minpool worden aangesloten. Volg de instructies van de fabrikant met betrekking tot het type elektrode en de juiste polariteit. Pas de laska- bels (9/10) aan de betreffende snelkoppelingen (6/7) aan. Bevestig nu het onverwarmde uiteinde van de elektro- de in de elektrodehouder (9) en sluit de aardklem (10) aan op het lasstuk. Let hierbij op dat er sprake is van een goed elektrisch contact. Schakel het apparaat in en stel de lasstroom op de potentiometer (2) in op basis van de gebruikte elektrode. Houd de beschermingsplaat voor uw gezicht en wrijf de elektrode-uiteinde op het lasstuk zodat u een bewe- ging uitvoert die lijkt op het aansteken van een lucifer. Dit is de beste manier om een vlamboog te ontsteken. Test op een proefstukje of u de juiste elektrode en stroomsterkte heeft geselecteerd. Aanwijzing: De in te stellen lasstroom met betrekking tot de elektrodediameter kunt u vinden in de volgende tabel.
8. Montage / Voor ingebruikname
Montage van de draagriem (afb. B) Bevestig de draagriem (11) zoals aangegeven in afb. (B). Lashelm monteren (afb. C + D) Monteer de greep (14) op de lashelm (13) zoals aange- geven in afb. D. Monteer het veiligheidsglas (15) op de lashelm (13) zo- als aangegeven in afb. D. Klap vervolgens de drie zijdes van de lashelm samen. De beide zijdelen zijn elk verbonden met het bovenste deel door middel van twee drukknopen. Voor de ingebruikname Aansluiting op de stroomvoorziening Controleer voor het aansluiten van het netsnoer (8) op de stroomvoorziening of de gegevens op het typepla- tje overeenkomen met de waarden van de beschikbare stroomvoorziening. Sluit de machine alleen aan op een correct geïnstal- leerd geaard stopcontact dat met minimaal 16 A is ge- zekerd. Gevaar! De netstekker mag alleen door een gekwalifi- ceerde elektricien worden vervangen. Aansluiten van de laskabels (afb. E) Gevaar! Sluit de laskabels (9+10) alleen aan als het apparaat is losgekoppeld! Sluit de laskabels aan zoals aangegeven in afb. E. Sluit hiervoor de twee stekkers van de elektrodehouder (9) en de aardklem (10) met de bijbehorende snelkoppe- lingen (6/7) aan en vergrendel de stekkers door ze met de wijzers van de klok mee te draaien. De kabel met de elektrodehouder (9) is normaal gesproken verbonden met de pluspool (6), de kabel met de aardklem (10) met de minpool (7). Lasvoorbereidingen De aardklem (10) wordt rechtstreeks bevestigd aan het lasstuk of aan de basis waarop het lasstuk wordt geplaatst. Let op, zorg ervoor dat er direct contact is met het lasstuk. Vermijd daarom geverfde oppervlakken en/of isolatiemateriaal. De kabel van de elektrodehouder heeft een speciale klem aan het uiteinde die dient om de elektrode vast te klemmen.www.scheppach.com
Mogelijke oorzaken zijn:
- Versleten plekken, als aansluitkabels door venster- of deuropeningen worden geleid.
- Knikken door een onvakkundige bevestiging of ge- leiding van de aansluitkabel.
- Snijplekken omdat over de aansluitkabel is gereden.
- Beschadigde isolatie omdat de stekker uit het stop- contact is getrokken.
- Scheuren door veroudering van de isolatie. Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet worden gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de isolatie is beschadigd. Controleer de elektrische aansluitkabels regelmatig op schade. Let erop dat bij het controleren de aan- sluitkabel niet op het elektriciteitsnet is aangesloten. Elektrische aansluitkabels moeten aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften voldoen. Gebruik uitslui- tend aansluitkabels met de aanduiding H05RR-F. Op de aansluitkabel moet de typeaanduiding vermeld staan.
- De netspanning moet 230 VAC zijn.
- Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een doorsnede hebben van 2,5 vierkante millimeter. Aansluitingen en reparaties van de elektrische uitrus- ting mogen uitsluitend door een elektromonteur wor- den uitgevoerd. Vermeld in geval van vragen de volgende gegevens:
- Gegevens van het typeplaatje van de machine
11. Onderhoud en reiniging
Gevaar! Trek bij onderhoudswerkzaamheden altijd de stekker uit het stopcontact. Aanwijzing: Het lasapparaat moet voor een goede werking en naleving van de veiligheidsvoorschriften regelmatig worden onderhouden en gereviseerd. On- deskundig of onjuist bedrijf kunnen leiden tot uitval of schade aan het apparaat.
- Voordat u reinigingswerkzaamheden aan het lasap- paraat uitvoert, haalt u de voedingskabel 8 uit het stopcontact, zodat het apparaat veilig is losgekop- peld van de stroomvoorziening.
- Reinig het lasapparaat, evenals de bijbehorende accessoires regelmatig van buitenaf. Verwijder vuil en stof met behulp van lucht, poetskatoen of een borstel. Elektrode Ø (mm) Lasstroom (A) 1,6 40 - 50 A 2 40 - 80 A 2,5 60 - 110 A 3,2 80 - 130 A 4,0 120 - 160 A Aanwijzing! Het werkstuk niet met de elektrode deppen, dit kan schade veroorzaken en het moeilijk maken om de vlamboog te ontsteken. Zodra de vlamboog is ontstoken, probeert u een af- stand tot het werkstuk te bewaren die overeenkomt met de gebruikte elektrodediameter. De afstand moet tijdens het lassen zo constant mogelijk blijven. De schuinte van de elektrode in de werkrichting moet 20/30 graden zijn. Gebruik altijd een tang om gebruikte elektroden te ver- wijderen of om vlakke gelaste stukken te verplaatsen. Houd er rekening mee dat de elektrodehouders (9) na het lassen altijd in een geïsoleerde positie moeten wor- den geplaatst. De slak mag pas na afkoeling uit de naad worden ver- wijderd. Als een las wordt voortgezet bij een onderbro- ken las, moet de slak op het bevestigingspunt eerst worden verwijderd. Oververhittingsbeveiliging Het lasapparaat is uitgerust met een oververhittings- beveiliging, die de lastransformator beschermt tegen oververhitting. Als de oververhittingsbeveiliging wordt geactiveerd, gaat het controlelampje (5) op uw appa- raat branden. Laat het lasapparaat enige tijd afkoelen. Vervangen van netkabel Gevaar! Wanneer het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet deze door de fabrikant, diens servicedienst of door een soortgelijk gekwalificeerde persoon ver- vangen worden om gevaar te vermijden.
10. Elektrische aansluiting
De netaansluiting van de klant en het gebruik- te verlengsnoer moeten eveneens aan deze voor- schriften voldoen. Defecte elektrische aansluitkabel Bij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan de isolatie op.www.scheppach.com
14. Afvalverwerking en hergebruik
Het apparaat zit in een verpakking om trans- portschade te voorkomen. Deze verpakking is vervaardigd van grondstoen en kan wor- den hergebruikt of worden gerecycled. Het apparaat en de accessoires ervan be- staan uit verschillende soorten materiaal, zoals metaal en kunststoen. Verwijder defecte com- ponenten als speciaal afval. Informeer hiernaar bij uw speciaalzaak of bij de gemeente! Oude apparatuur mag niet bij het huisafval wor- den gegooid! Dit symbool geeft aan dat dit product conform de richtlijn inzake verbruikte elektrische en elektronische apparatuur (2012/19/EU) en na- tionale wettelijke bepalingen niet bij het huis- houdelijk vuil mag worden gegooid. Dit product moet bij een hiervoor bestemde verzamelpunt worden afgegeven. Dit kan bijv. door teruggave bij de aanschaf van een soortgelijk product of door inlevering bij een erkend inzamelpunt voor het recyclen van verbruikte elektrische en elektronische apparatuur. Het onjuist afvoeren van oude apparatuur kan door mogelijke ge- vaarlijke stoen, die veelal in verbruikte elektrische en elektronische apparatuur zijn verwerkt, negatieve ef- fecten op het milieu en de gezondheid van de mens hebben. Door een juiste afvoer van dit product levert u bovendien een bijdrage aan een eectief gebruik van natuurlijke ressources. Informatie inzake inzamelpun- ten voor verbruikte apparatuur kunt u opvragen bij de gemeente, de publieke afvalverwerker, een erkend af- valverwerkingsstation voor het afvoeren van verbruik- te elektrische en elektronische apparatuur of uw af- valverwerkingsstation. Aanwijzing: De volgende onderhoudswerkzaamhe- den mogen alleen door opgeleid vakpersoneel worden uitgevoerd.
- Stroomregelaar, aardingsinrichting, interne lei- dingen, de koppelinrichting van de lastoorts en stelschroeven moeten regelmatig worden onder- houden. Haal losse schroeven weer goed aan en vervang roestige schroeven (reserveschroeven M4 x 10 zijn in elke gangbare bouwmarkt verkrijgbaar).
- Controleer regelmatig de isolatieweerstanden van de lasapparaat. Gebruik hiertoe een geschikt meet- instrument.
- In geval van een defect of indien het bij nodig is on- derdelen van het toestel te vervangen, gelieve u tot het bevoegde vakpersoneel te wenden. Service-informatie Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt. Slijtageonderdelen*: Elektrodehouder, aardklem
- niet persé in de leveringsomvang opgenomen! Neem in het geval van reserveonderdelen en acces- soires contact op met ons servicecentrum. Scan hier- voor de QR code op de voorpagina.
Voor een eenvoudig transport kunt u het lasapparaat met de bijgeleverde draagriem over uw schouder han- gen of gewoon aan de transportgreep dragen.
Sla het apparaat en de hulpstukken op een donkere, droge en vorstvrije plaats en voor kinderen ontoegan- kelijke plaats op. De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 30˚C. Bewaar het elektrisch apparaat in de originele verpakking. Dek het elektrisch apparaat af ter bescherming tegen stof en vocht. Bewaar de gebruikshandleiding bij het elektrische apparaat.www.scheppach.com
15. Verhelpen van storingen
De volgende tabel toont storingssymptomen en beschrijft hoe u deze op kunt lossen, als uw machine niet goed werkt. Als u het probleem hiermee niet kunt vinden en kan oplossen, neem dan contact op met uw service-werk- plaats. Storing Mogelijke oorzaak Oplossing Machine kan niet inge- schakeld worden Geen netspanning Controleer het stopcontact, het netsnoer, kabel, netstekker; laat deze indien nodig repareren door een gekwaliceerde elektricien. Hoofdzekering is geactiveerd Controleer de hoofdzekering Aan/uit-schakelaar defect Reparatie door klantenservice Motor defect Reparatie door klantenservice Geen ontstekingsvonk Aardklem niet aangesloten op het apparaat / Aardklem niet bevestigd aan het werkstuk Sluit de aardklem aan op het lasapparaat / Bevestig de aardklem aan het werkstukwww.scheppach.com
Notice-Facile