WSE4000-Multi - Lasapparaat SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis WSE4000-Multi SCHEPPACH in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Lasapparaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WSE4000-Multi - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WSE4000-Multi van het merk SCHEPPACH.
GEBRUIKSAANWIJZING WSE4000-Multi SCHEPPACH
Digitaal multi lasapparaat Vertaling van de originele gebruikshandleiding
Verklaring van de symbolen op het apparaat Het gebruik van symbolen in deze handleiding is bedoeld om uw aandacht te vestigen op eventuele risico‘s. De veiligheidssymbolen en de bijbehorende uitleg moeten goed worden begrepen. De waarschuwingen zelf voorkomen geen risico‘s en kunnen de juiste maatregelen betreende ongevallenpreventie niet vervangen. Lees voorafgaand aan de inbedrijfstelling de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften! EN 60974-1 Europese norm voor lasapparatuur voor handmatig booglassen met beperkte inschakelduur.
Eenfasige statische frequentieomvormer-transformator-gelijkrichter Symbool voor handmatig booglassen met gecoate staafelektroden (MMA) Metaal inert- en actief lassen met inbegrip van het gebruik van de vuldraad (MIG) Symbool voor lassen met wolfraam inert gas (LIFT TIG) Gelijkstroom Geschikt voor lassen bij verhoogd elektrisch gevaar Netingang; aantal fasen evenals het wisselstroomsymbool en de meetwaarde van de frequentie
max hoogste netstroom meetwaarde
Effectieve waarde van de hoogste netstroom [A] IP21S Beschermingsgraad
Isolatieklasse Voorzichtig! Gevaar op een elektrische schok! Elektrische schok van de laselektrode kan dodelijk zijn Inademing van lasrook kan uw gezondheid in gevaar brengen. Elektromagnetische velden kunnen de werking van pacemakers verstoren. Lasvonken kunnen een explosie of brand veroorzaken. Vlamboogstralen kunnen de ogen beschadigen en de huid verwonden. Gebruik het apparaat niet buitenshuis en gebruik het nooit in de regen! m Let op! In deze gebruikshandleiding hebben wij punten die uw veiligheid betreen van dit teken voorzienwww.scheppach.com
de daarmee verbonden gevaren geïnformeerd zijn. De vereiste minimumleeftijd moet aangehouden worden. Naast de in deze gebruikshandleiding opgenomen veiligheidsvoorschriften en de bijzondere voorschriften van uw land moet u de algemeen erkende technische voorschriften in acht nemen voor de werking van machines van hetzelfde type. Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding of de veiligheidsvoorschriften.
2. Apparaatbeschrijving (afb. 1)
1. Aan/uit-schakelaar
3. Snelkoppelaansluiting positief
4. Snelkoppelaansluiting negatief
6. Snelkoppeling voor polarisatieverandering
13. Controlelampje voor gebruik
14. Controlelamp voor oververhitting
15. Potentiometer voor draadaanvoer
16. Potentiometer voor lasstroominstelling
17. Selectietoets voor lasmethode
- Combinatiedraadborstel met slakkenhamer
Dit lasapparaat is geschikt voor het lassen van metalen zoals koolstofstaal, gelegeerd staal, andere soorten roestvrijstaal, koper, titanium etc. Het product heeft een controlelampje, een hittebeschermingsindicator en een koelventilator.
Fabrikant: scheppach Fabrikation von Holzbearbeitungsmaschinen GmbH Günzburger Straße 69 D-89335 Ichenhausen Geachte klant, Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat. Aanwijzing: De fabrikant van dit apparaat is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit apparaat of door dit apparaat ontstaan bij:
- ondeskundige behandeling,
- Het niet in acht nemen van de gebruikshandleiding
- reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen
- inbouw en vervanging van niet-originele reserveonderdelen
- Uitvallen van de elektrische installatie bij het niet in acht nemen van de elektrische voorschriften en VDE-voorschriften 0100, DIN 57113 / VDE 0113 Let op: Lees voor de montage en voor de inbedrijfstelling de complete tekst van de gebruikshandleiding door. De gebruiksaanwijzing is bedoeld om het gemakkelijker te maken, uw apparaat te leren kennen en de beoogde toepassingsmogelijkheden van het apparaat te benutten. De gebruikshandleiding bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het apparaat veilig, vakkundig en economisch werkt en hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het apparaat verhoogt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het apparaat geldende voorschriften van uw land in acht nemen. Bewaar de gebruikshandleiding bij het product in een plastic hoes, beschermd tegen vuil en vocht. De gebruikshandleiding moet door elke bediener van de machine voor aanvang van de werkzaamheden worden gelezen en zorgvuldig worden nageleefd. Aan het apparaat mogen alleen personen werken, die voor het gebruik van het apparaat geïnstrueerd en overwww.scheppach.com
- Alleen de bij de levering meegeleverde laskabels of de door de fabrikant aanbevolen accessoires mogen worden gebruikt.
- Zorg voor de juiste verzorging van het apparaat
- Het apparaat mag tijdens de gebruiksperiode niet in krappe ruimtes worden geplaatst of direct tegen de muur worden geplaatst, zodat er altijd voldoende lucht via de openingssleuven kan worden aangezogen. Controleer of het apparaat correct is aangesloten op het elektriciteitsnet. Vermijd elke trekspanning op het netsnoer. Haal de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat naar een andere locatie verplaatst.
- Let op de staat van de laskabels, elektrode- tang en aardklemmen, slijtage aan de isolatie en spanninggeleidende delen kan een gevaarlijke situatie veroorzaken en de kwaliteit van het laswerk verminderen.
- Booglassen genereert vonken, gesmolten metalen onderdelen en rook, dus wees voorzichtig: Verwijder alle brandbare stoffen en/of materialen van de werkplek.
- Zorg dat er voldoende luchttoevoer ter beschikking staat.
- Niet lassen op containers, vaten of leidingen die brandbare vloeistoffen of gassen hebben bevat. Vermijd direct contact met het lascircuit; de nullastspanning die optreedt tussen de elektrodehouder en de aardklem kan gevaarlijk zijn.
- Bewaar of gebruik het apparaat niet in een vochtige of natte omgeving of in de regen
- Bescherm de ogen met een hiervoor geschikte veiligheidsbril (DIN-klasse 9-10). Gebruik handschoenen en droge beschermende kleding die vrij is van olie en vet om te voorkomen dat de huid wordt blootgesteld aan ultraviolette straling van de vlamboog.
- Gebruik de lasser niet om pijpen te ontdooien. Let op!
- De lichtstraling van de boog kan de ogen beschadigen en brandwonden op de huid veroorzaken.
- Booglassen genereert vonken en druppels gesmolten metaal, het gelaste werkstuk begint te gloeien en blijft relatief zeer lang heet.
- Bij het booglassen komen dampen vrij die mogelijk schadelijk zijn. Elke elektrische schok kan dodelijk zijn.
- Benader de vlamboog niet direct binnen een straal van 15 m. Het is bovendien voorzien van een draagriem voor het veilig optillen en verplaatsen van het product. De machine mag uitsluitend voor het voorgeschreven doel worden gebruikt. Elk ander of verdergaand gebruik is niet volgens de voorschriften. De gebruiker/ bediener en niet de fabrikant is aansprakelijk voor ontstane schade of elke vorm van letsel. Het apparaat mag alleen worden bediend door vakkundig personeel (persoon die door zijn technische opleiding, ervaring en kennis van de relevante apparatuur in staat is de hem opgedragen werkzaamheden te beoordelen en mogelijke gevaren te onderkennen) of geïnstrueerde personen (persoon die is geïnstrueerd over de opgedragen werkzaamheden en over mogelijke gevaren als gevolg van onzorgvuldig gedrag). Let erop dat onze apparaten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het apparaat in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden wordt ingezet.
5. Algemene veiligheidsvoorschriften
m WAARSCHUWING! Lees alle veiligheidsvoorschriften, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens die bij deze elektrische machine zijn meegeleverd. Nalatigheden bij het niet naleven van de onderstaande aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken. Absoluut in acht nemen m LET OP! Gebruik het apparaat alleen in overeenstemming met zijn geschiktheid, die in deze handleiding wordt gespecificeerd. Onjuist gebruik van deze installatie kan gevaarlijk zijn voor personen, dieren en eigendommen. De gebruiker van de installatie is verantwoordelijk voor zijn eigen veiligheid en die van andere personen:
- Het is essentieel dat u deze gebruikshandleiding leest en de voorschriften in acht neemt.
- Reparaties en/of onderhoudswerkzaamheden mogen uitsluitend worden uitgevoerd door gekwalificeerde personen.www.scheppach.com
UV-stralen af. Deze onzichtbare ultraviolette straling veroorzaakt, als er onvoldoende bescherming wordt geboden, een zeer pijnlijke bindvliesontsteking die pas enkele uren later merkbaar is. UV-straling heeft bovendien een schadelijke invloed op onbeschermde delen van het lichaam.
- Personen of assistenten in de buurt van de vlamboog moeten ook bewust worden gemaakt van de gevaren en zo nodig worden uitgerust met de noodzakelijke beschermende middelen, indien nodig, veiligheidswanden plaatsen.
- Bij het lassen, met name in kleine ruimtes, moet voor voldoende toevoer van frisse lucht worden gezorgd, omdat er rook en schadelijke gassen kunnen worden gegenereerd.
- Er mogen geen laswerkzaamheden worden uitgevoerd aan reservoirs waarin gassen, brandstoffen, minerale oliën of dergelijke worden opgeslagen, zelfs niet als deze lange tijd zijn geleegd, aangezien er een risico op explosie door resten bestaat.
- In brand- en explosiegevaarlijke ruimtes gelden speciale voorschriften.
- Lasverbindingen die aan hoge spanningen onderhevig zijn en absoluut aan de veiligheidseisen moeten voldoen, mogen alleen door speciaal opgeleide en gecertificeerde lassers worden uitgevoerd. Voorbeelden zijn: drukvaten, looprails, aanhangerkoppelingen etc.
- Vlamboogstralen kunnen de ogen beschadigen en de huid verwonden. Draag een pet en veiligheidsbril.
- Draag gehoorbescherming en een hooggesloten overhemdkraag.
- Lasveiligheidshelm dragen en neem de juiste filterinstelling in acht.
- Draag volledige lichaamsbescherming.
- Het is van essentieel belang dat de aardleider in elektrische installaties of apparaten in geval van nalatigheid door de lasstroom kan worden verstoord, bijvoorbeeld door de aardklem op de behuizing van het lasapparaat te plaatsen, die is aangesloten op de aardleider van de elektrische installatie. De laswerkzaamheden worden uitgevoerd op een machine met een aardlekaansluiting. Het is dus mogelijk om aan de machine te lassen zonder dat de aardklem eraan vastzit. In dit geval stroomt de lasstroom van de aardklem via de aardleiding naar de machine. Door de hoge lasstroom kan de aardleider doorsmelten.
- Bescherm uzelf (inclusief omstanders) tegen de potentieel gevaarlijke effecten van de vlamboog.
- Waarschuwing: Afhankelijk van de toestand van de netaansluiting op het aansluitpunt van het lasapparaat kan dit leiden tot storingen in de netvoeding van andere verbruikers. Let op! In het geval van overbelaste voedingsnetwerken en stroomcircuits kan tijdens het lassen voor andere gebruikers storingen worden veroorzaakt. In geval van twijfel moet het elektriciteitsbedrijf worden geraadpleegd. Gevarenbronnen tijdens het booglassen Tijdens het booglassen ontstaan een aantal gevarenbronnen. Het is daarom bijzonder belangrijk dat de lasser de volgende regels in acht neemt om zichzelf en anderen niet in gevaar te brengen en om lichamelijk letsel en schade aan het apparaat te voorkomen.
- Werkzaamheden aan de netspanningszijde, bijv. aan kabels, stekkers, stopcontacten, etc. mogen alleen door een gekwalificeerde specialist worden uitgevoerd. Dit geldt met name voor het aanleggen van tussenkabels.
- Bij ongevallen moet de lasstroombron onmiddellijk worden losgekoppeld van het elektriciteitsnet.
- Als er elektrische contactspanningen optreden, moet het apparaat onmiddellijk worden uitgeschakeld en door een specialist worden gecontroleerd.
- Zorg altijd voor goede elektrische contacten aan de lasstroomzijde.
- Draag bij het lassen altijd isolerende handschoenen aan beide handen. Deze beschermen tegen elektrische schokken (nullastspanning van het lascircuit), tegen schadelijke straling (hitte en UV-straling) en tegen gloeiende metalen en slakkenspatten.
- Draag stevig isolerend schoeisel, de schoenen moeten ook bij natte omstandigheden isoleren. Lage schoenen zijn niet geschikt, omdat vallende, gloeiende metalen druppels brandwonden veroorzaken.
- Draag geschikte kleding, geen synthetische kleding.
- Kijk niet met onbeschermde ogen in de vlamboog, gebruik alleen een lasbeschermingsplaat met veiligheidsglas volgens DIN-normering. Naast licht- en warmtestralen, die verblinding resp. verbranding veroorzaken, geeft de vlamboog ookwww.scheppach.com
- Het apparaat mag uitsluitend door personen worden gebruikt die de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt. jaar hebben bereikt.
- Zorg dat u vertrouwd bent met de veiligheidsvoorschriften voor het lassen. Neem hierbij ook de veiligheidsvoorschriften van uw lasapparaat in acht.
- Zet de lashelm altijd op bij het lassen. Bij geen gebruik, kunt u ernstig letsel oplopen aan het netvlies van uw ogen.
- Draag tijdens het lassen altijd veiligheidskleding.
- Gebruik de lashelm nooit zonder veiligheidsruit.
- Vervang voor goed zicht en werken zonder inspanning tijdig de veiligheidsruit. Omgeving met verhoogde elektrische risico’s Bij het lassen in omgevingen met verhoogde elektrische risico’s moet u volgende veiligheidsvoorschriften in acht nemen. Omgevingen met verhoogde elektrische risico’s kunt u bijvoorbeeld aantreffen:
- Op werkplekken waar de bewegingsvrijheid beperkt is, waardoor de lasser in een geforceerde houding moet werken (bijv.: knielen, zitten, liggen) en elektrisch geleidende delen aanraakt;
- Op werkplekken die geheel of gedeeltelijk elektrisch geleidend zijn en waar een groot risico bestaat van vermijdbaar of toevallig contact door de lasser;
- Op natte, vochtige of hete werkplekken waar luchtvochtigheid of transpiratie de weerstand van de menselijke huid en de isolerende eigenschappen of beschermende uitrusting aanzienlijk verminderen. Ook een metalen ladder of steiger kan een omgeving met verhoogde elektrische risico’s creëren. In een dergelijke omgeving moeten geïsoleerde onderlagen en tussenlagen worden gebruikt, evenals handschoenen en hoofdbedekkingen van leer of andere isolerende stoffen om het lichaam tegen aarde te isoleren. De lasstroombron moet zich buiten het werkbereik resp. de elektrische geleidende oppervlakken en buiten het bereik van de lasser bevinden. Aanvullende bescherming tegen schokken door netstroom in geval van storing kan zijn voorzien door het gebruik van een aardlekschakelaar die werkt op een lekstroom van niet meer dan 30 mA en die alle op het lichtnet aangesloten apparatuur in de nabijheid van stroom voorziet. De aardlek- schakelaar moet geschikt zijn voor alle stroomsoorten.
- De zekeringen van de toevoerleidingen naar de netaansluitingen moeten voldoen aan de voorschriften. Volgens deze voorschriften mogen alleen zekeringen of stroomonderbrekers worden gebruikt die overeenkomen met de kabeldoorsnede. Een te hoge zekering kan leiden tot kabelbrand resp. brandschade aan gebouwen.
- Gebruik het lasapparaat niet in de regen.
- Gebruik het lasapparaat niet in een vochtige omgeving.
- Plaats het lasapparaat uitsluitend op een vlak oppervlak.
- De uitgang is geschikt voor een omgevingstemperatuur van 20 °C. Bij een hogere temperatuur kan de lastijd korter zijn. Gevaar door een elektrische schok Elektrische schok van een laselektrode kan dodelijk zijn. Niet bij regen of sneeuw lassen. Draag droge isolerende veiligheidshandschoenen. De elektrode niet met blote handen aanraken. Draag geen natte of beschadigde handschoenen. Bescherm uzelf tegen een elektrische schok door isolaties tegen het werkstuk. De behuizing van de inrichting niet openen. Gevaar door lasrook Het inademen van lasrook kan de gezondheid in gevaar brengen. Houd uw hoofd niet in de rook. Inrichtingen in open zones gebruiken. Ontluchting voor het verwijderen van rook gebruik. Gevaar door lasvonken Lasvonken kunnen een explosie of brand veroorzaken. Brandbare stoffen uit de buurt van het lassen houden. Niet naast brandbare stoffen lassen. Lasvonken kunnen brand veroorzaken. Een brandblusser in de nabijheid beschikbaar houden en zorg dat een waarnemer de brandblusser, indien nodig, direct kan gebruiken. Niet op trommels of op enige gesloten reservoirs lassen. Lashelmspecifieke veiligheidsvoorschriften
- Controleer altijd of de lashelm goed werkt door een heldere lichtbron (bijv. aansteker) te gebruiken voordat u met snijwerkzaamheden begint.
- Door lasspatten kan de veiligheidsruit beschadigd raken. Vervang direct beschadigde veiligheidsruiten of veiligheidsruiten die krassen bevatten.
- Ter bescherming tegen vonkenregen en brandwonden moeten geschikte schorten worden gedragen. Als de aard van de werkzaamheden, bijvoorbeeld bij lassen boven het hoofd, dit vereist, moet een beschermende overall en indien nodig hoofdbescherming worden gedragen.
- De beschermende kleding en alle gebruikte accessoires moeten voldoen aan de richtlijn “Persoonlijke beschermingsmiddelen”. Bescherming tegen straling en brandwonden
- Op de werkplek moet een bord “Niet in de vlammen kijken!” worden aangebracht waarmee wordt verwezen voor een gevaar voor de ogen. De werkplekken moeten zoveel mogelijk worden afgeschermd om mensen in de omgeving te beschermen. Onbevoegden moeten uit de buurt van de laswerkzaamheden worden gehouden
- In de directe omgeving van vaste werkplekken mogen de wanden niet lichtgekleurd of glanzend zijn. Ramen moeten worden beveiligd tegen het doorlaten of reflecteren van stralen tot minstens hoofdhoogte, bijv. door middel van geschikt schilderwerk. EMC-classificatie voor apparatuur LET OP! Dit apparaat valt onder klasse A en is niet bedoeld voor gebruik in woongebieden waar de stroomvoorziening wordt voorzien door een openbaar laagspanningsnet. Het kan moeilijk zijn om in deze gebieden elektromagnetische compatibiliteit te garanderen vanwege zowel geleide als uitgestraalde RF-storingen. Zelfs als het lasapparaat voldoet aan de emissiegrenswaarden overeenkomstig de norm, kunnen lichtbooglasapparatuur toch elektromagnetische storingen veroorzaken in gevoelige installaties en apparatuur. De gebruiker is verantwoordelijk voor storingen veroorzaakt door de vlamboog tijdens het lassen en de gebruiker moet passende voorzorgsmaatregelen nemen. Hierbij moet de gebruiker met name rekening houden met het volgende:
- Stroom-, besturings-, signaal- en telecommunicatieleidingen
- Computers en andere microprocessorgestuurde
- Apparaten Middelen voor een snelle elektrische uitschakeling van de lasstroombron of het lasstroomcircuit (bijv. een noodstopinrichting) moeten eenvoudig te bereiken zijn. Bij het gebruik van lasapparaten onder elektrisch gevaarlijke omstandigheden, mag de uitgangsspanning van het lasapparaat bij stationair toerental niet hoger zijn dan 113 V (effectieve waarde). Dit lasapparaat mag door de uitgangsspanning in dit geval worden gebruikt. Lassen in krappe ruimtes Bij het lassen in krappe ruimtes kan er gevaar voor giftige gassen bestaan (verstikkingsgevaar). In krappe ruimtes mag alleen worden gelast, indien zich in de onmiddellijke nabijheid geïnstrueerde personen bevinden die zo nodig kunnen ingrijpen. In dit geval moet, alvorens met het lasproces te beginnen, door een deskundige worden geëvalueerd welke stappen nodig zijn om de veiligheid van het werk te waarborgen en welke voorzorgsmaatregelen tijdens het eigenlijke lasproces moeten worden genomen. Som van spanning bij stationair toerental Indien meer dan één lasstroombron tegelijk in werking is, kunnen de spanningen bij stationair toerental oplopen en tot een verhoogd elektrisch risico leiden. Lasstroombronnen moeten dusdanig worden aangesloten dat het gevaar tot een minimum wordt gebracht. De afzonderlijke lasstroombron met de afzonderlijke besturingen en aansluitingen, moeten duidelijk gemarkeerd worden om aan te geven welke bij welk lasstroomcircuit hoort. Gebruik van schouderhengsels Er mag niet worden gelast wanneer de lasstroombron wordt gedragen, aan bijv. een schouderriem. Hiermee wordt het volgende voorkomen:
- Het risico om het evenwicht te verliezen wanneer aan aangesloten leidingen of slangen wordt getrokken.
- Het verhoogde risico van een elektrische schok doordat de lasser in contact komt met de aarde bij het gebruik van een lasstroombron van klasse I waarvan de behuizing geaard is via de aardleider. Beschermende kleding
- Tijdens de werkzaamheden moet de lasser voor zijn hele lichaam door middel van kleding en gelaatsbescherming worden beschermd tegen straling en brandwonden.
- Handschoenen van een geschikte stof (leder) moeten aan beide handen worden gedragen. Ze moeten in perfecte staat zijn.www.scheppach.com
230V~ / 50/60 Hz Stroomverbruik P1 5000 W Beschermingsgraad F Isolatieklasse IP 21S Koeltype AF Gewicht van de lasdraadhaspel max. 1 kg Gewicht 6,4 kg MIG / vuldraad - lassen Leegloopspanning U
Hoogste netstroom meetwaarde l max 20 A Eectieve waarde van de hoogste netstroom l
8,9 A Energie-eciëntie van de stroombron 84% Stroomverbruik bij stationair draaien 10 W Lasdraad Ø 0,6 - 0,9 mm Inschakelduur X 20% 120 A 60% 70 A 100% 53 A
- Televisie-, radio- en andere afspeelapparatuur
- Elektronische en elektrische veiligheidsvoorzieningen
- Personen met pacemakers of gehoorapparaten
- Meet- en kalibratie-inrichtingen
- Immuniteit van andere apparatuur in de nabijheid
- De dagtijd waarin de laswerkzaamheden worden uitgevoerd. Om mogelijke stoorsignalen te beperken, adviseren wij:
- Het lasapparaat moet op de juiste wijze worden opgesteld en gebruikt om een mogelijke storende emissie tot een minimum te beperken.
- Het lasapparaat regelmatig onderhouden en in een goede staat houden.
- Lasleidingen moeten volledig worden afgewikkeld en indien mogelijk parallel over de grond lopen.
- Apparatuur en installaties die gevaar lopen door stoorsignalen moeten, indien mogelijk, uit het lasgebied worden verwijderd of worden afgeschermd.
- Gebruik van een elektromagnetisch lter dat elektromagnetische storingen vermindert. Algemene veiligheidsmaatregelen Het valt onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker om het apparaat op de juiste manier te installeren en te gebruiken volgens de instructies van de fabrikant. Indien elektromagnetische storingen worden gedetecteerd, valt het onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker om deze te elimineren met behulp van de technische hulpmiddelen die hierboven onder “Belangrijke aanwijzing betreffende de stroomaansluiting” zijn vermeld. Waarschuwing! Dit elektrisch apparaat genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat de machine wordt gebruikt.www.scheppach.com
- Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het apparaat aan de hand van de gebruikshandleiding.
- Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserveonderdelen uitsluitend originele onderdelen. Reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij de leverancier.
- Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het apparaat aan. m WAARSCHUWING! Het apparaat en verpakkingsmateriaal zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!
Lashelm monteren (afb. 3 + 4) Monteer de greep (b) op de lashelm (c). Monteer het veiligheidsglas (a) op de lashelm (c). Klap vervolgens de drie zijdes van de lashelm samen. De beide zijdelen zijn elk verbonden met het bovenste deel door middel van twee drukknopen. Montage lasdraadrol (afb. 5 - 8)
- Open de afdekking voor de draadaanvoereenheid door de vergrendeling (d) omhoog te duwen. Nu ziet u de draadaanvoereenheid en de lasdraadrol (afb. 6).
- Ontgrendel de rollagers (f).
- Draadrol volledig uit de verpakking halen, zodat deze zonder problemen kan worden afgerold.
- Draadrol weer in de rollagers monteren, let op dat de rol aan de zijde van de draadgeleiding (g) wordt afgewikkeld.
- Nu de stelschroef (h) omlaag duwen en de drukrol (j) omhoog klappen. (Afb. 7)
- Open de afdekking (i) om de aanvoerrol te controleren.
- Aan de bovenzijde van de aanvoerrol moet de overeenkomstige draaddikte worden aangegeven, als de aangegeven maat niet overeenkomt met de draaddikte, draait u de aanvoerrol, eventueel vervangt u deze.
- Neem nu het draadeinde uit de spoelrand en knip deze met een zijsnijder of een draadschaar af, let op dat de draad niet afrolt.
- Voer nu de draad door de draadgeleiding (g) langs de aanvoerrol in de opname voor de slangbundel MMA - lassen Leegloopspanning U
Hoogste netstroom meetwaarde l max 23,6 A Eectieve waarde van de hoogste netstroom l
10,5 A Energie-eciëntie van de stroombron 85% Inschakelduur X 20% 120 A 60% 70 A 100% 53 A LIFT TIG - lassen Leegloopspanning U
Hoogste netstroom meetwaarde l max 15,3 A Eectieve waarde van de hoogste netstroom l
6,8 A Energie-eciëntie van de stroombron 82% Stroomverbruik bij stationair draaien 10 W Inschakelduur X 20% 120 A 60% 70 A 100% 53 A Technische wijzigingen voorbehouden!
- Open de verpakking en haal het apparaat er voorzichtig uit.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
- Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
- Controleer het apparaat en de hulpstukken op transportschade. Bij klachten moet direct contact worden opgenomen met de expediteur. Reclamaties op een later tijdstip worden niet erkend.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.www.scheppach.com
m Let op! Het apparaat moet voor de ingebruikname volledig zijn gemonteerd! Aanwijzing: Afhankelijk van de toepassing zijn verschillende lasdraden nodig. Met dit apparaat kunnen lasdraden met een diameter van 0,6 – 0,9 mm worden gebruikt. Aanvoerrol, laskop en draaddoorsnede moeten altijd overeenstemmen. Het apparaat is geschikt voor draadrollen tot maximaal 1000 g. Apparaatinstelling voor het lassen met een inert gas 1 Selecteer met de selectietoets (17) de functie MIG-lassen (20). 2 a. Sluit de aardklem (5) aan op minpool (4) en vergrendel de stekkers door deze met de wijzers van de klok mee te draaien. b. De kabel met de polariteitswissel (6) moet worden aangesloten op de pluspool (3) en vergrendel de stekker door deze met de wijzers van de klok mee te draaien. c. Plaats de betreende lasdraad en open het drukventiel (11) aan de achterzijde van het apparaat. 3 Sluit het netsnoer aan en activeer de stroomvoorziening; na het aansluiten van de aardkabel kan het lasproces worden gestart. MIG lassen
- Verbind de aardklem (5) met het te lassen werkstuk. Let op dat er sprake is van een goed elektrisch contact.
- Op het te lassen punt, moet het werkstuk worden ontdaan van roest en verf.
- Selecteer de gewenste lasstroom afhankelijk van de lasdraaddiameter, de materiaaldikte en de gewenste inbranddiepte.
- Voer de branderkop (7) op het punt van het werkstuk waar moet worden gelast en houd de lashelm voor uw gezicht.
- Bedien de brandertoets (9) om de lasdraad aan te voeren. Als de vlamboog brandt, gebruikt het apparaat de lasdraad in het lasbad.
- De optimale instelling van het lasstroom bepaalt u aan de hand van tests op een proefstuk. Een goed afgestelde vlamboog heeft een zachte, gelijkmatige zoemtoon.
- Bij een ruw of hard geratel, schakel over op een (afb. 7).
- Span de drukrol (j) weer aan.
- Verwijder de branderkop (n) door deze eenvoudig weg te trekken. Draai ook de stroomkop (m) los.
- Leg de slangbundel (10) zo recht mogelijk voor het lasapparaat uit.
- Schakel het lasapparaat in, zet hiertoe de aan/uit- schakelaar (1) op de positie “ON”.
- Druk nu de brandertoets (9) in om de draadaanvoer te activeren. Druk de toets zo lang in tot de draad voor op de brander er uit komt. Let hierbij op de aanvoerrol, als deze doordraait, spant u de drukrol (j) met de stelschroef (h). Grijp tijdens de werkwijze de lasdraad niet vast, er bestaat gevaar voor letsel!
- Zodra de draad ca. 5 cm voor uitsteekt, de brandertoets weer loslaten. Aansluitend schakelt u het apparaat weer uit en koppelt u de stekker weer los!
- Schroef nu de stroomkop (m) weer vast, let op dat de stroomkop overeenkomt met de diameter van de gebruikte lasdraad.
- Draai ten slotte de branderkop (n) weer vast. Gases bevestigen (afb. 8) Open de afdekking (e) door de vergrendeling (d) omhoog te duwen. Plaats de gasfles (k) in het apparaat en draai de fles op de betreffende aansluiting vast. Fixeer de gasfles (k) met de in het apparaat aanwezige spanbanden.
9. Voor de ingebruikname
Selectietoets voor lasmethode (17) Met de selectietoets voor de lasmethode kunt u de gewenste lasmethode selecteren. Potentiometer voor lasspanning (15) Met de potentiometer voor lasspanning kunt u bij de MIG lasmethode de instelling van de lasspanning aanbrengen. Bij de MMA lasmethode stelt u de arc- force in. Potentiometer voor draadaanvoer (16) Met de potentiometer kunt u bij de MMA en LIFT TIG lasmethode de lasspanning instellen. Bij de MIG lasmethode kunt u zo de draadaanvoer regelen.
materiaal (aluminium of staal), de samenstelling van het materiaal en de gekozen lasmethode. Deze afstand moeten aan de hand van een testwerkstuk worden vastgesteld. Vlakke stompe naadverbindingen Lasnaden moeten zonder onderbreking en met voldoende inbranddiepte worden uitgevoerd, dus een goede voorbereiding is uiterst belangrijk. De kwaliteit van het lasresultaat wordt beïnvloed door: de stroomsterkte, de afstand tussen de laskanten, de helling van de brander en de diameter van de lasdraad. Hoe steiler de brander wordt gehouden ten opzichte van het werkstuk, hoe groter de indringdiepte en omgekeerd. Hoeklasnaadverbindingen Een hoeklas ontstaat wanneer de werkstukken loodrecht op elkaar staan. De naad moet de vorm hebben van een driehoek met zijden van gelijke lengte en een lichte keel. Overlappingslasnaadverbindingen De meest gebruikelijke voorbereiding is die met rechte laskanten. De lasnaad kan door een normale hoeklasnaad worden vrijgemaakt. De beide werkstukken moeten zo dicht mogelijk tegen elkaar worden gebracht. Om vervormingen die tijdens het harden van het materiaal kunnen optreden, te voorkomen of te beperken, is het goed de werkstukken met een inrichting vast te zetten. Vermijd het verstijven van de gelaste constructie om breuken in de lasnaad te voorkomen. Deze moeilijkheden kunnen worden verminderd indien het mogelijk is het werkstuk zo te draaien dat het lassen in twee tegenovergestelde arbeidsstappen kan worden uitgevoerd. Draaddiameter in mm x 10 = gasstroom in l/min Voor een 0,8 mm draad ontstaat bijv. een waarde van ca. 8 l/min. Apparaatinstelling voor het lassen zonder inert gas Als u vuldraad met een geïntegreerd inert gas gebruikt, hoeft geen extern inert gas worden toegevoerd.
- Verbind eerst de polariteitswissel (6) met de minpool (4). Vergrendel de stekker door deze met de wijzers van de klok mee te draaien.
- Verbind vervolgens de aardklem (5) met de hoger vermogensniveau (verhoog de lasstroom).
- Als de laslens groot genoeg is, wordt de brander (8) langzaam langs de gewenste kant geleid. De afstand tussen de branderkop en het werkstuk moet zo kort mogelijk zijn (in geen geval meer dan 10 mm).
- Anders voorzichtig heen en weer bewegen om het lasbad te vergroten. Voor de minder ervaren personen, bestaat is de eerste moeilijkheid om een goede vlamboog te vormen. Hiertoe moet de lasstroom juist worden ingesteld.
- De inbranddiepte (overeenkomstig de diepte van de lasnaad in het materiaal) moet zo diep mogelijk zijn, het lasbad moet echter niet door het werkstuk vallen.
- Als de lasstroom te laag is, kan de lasdraad niet goed smelten. Het resultaat is dat de lasdraad herhaaldelijk in het smeltbad dompelt, tot op het werkstuk.
- De slak mag pas na afkoeling uit de naad worden verwijderd. Om het lassen op een onderbroken naad voort te zetten:
- Verwijder eerst de slak op het aanzetpunt.
- In de naadvoeg wordt de vlamboog ontstoken, naar het aansluitpunt gebracht, daar goed gesmolten en aansluitend langs de lasnaad verder geleid Lasnaad genereren Duwnaad of stootlassen De brander wordt naar voren geschoven. Resultaat: De inbranddiepte is kleiner, de naadbreedte groter, de naadkraal (zichtbaar oppervlak van de lasnaad) vlakker en de tolerantie van het bindfout (defect in de materiaalfusie) groter. Sleepnaad of trekkend lassen De brander wordt van de lasnaad weggetrokken. Resultaat: De indringdiepte is groter, de naadbreedte kleiner, de naadbovenkraal hoger en de tolerantie van de bindfout kleiner. Lasverbindingen Er zijn twee basistypes verbindingen in de lastechniek: Stompe naad- (buitenhoek) en hoeklasnaadverbinding (binnenhoek en overlapping). Stompe naadverbindingen Bij stompe naadverbindingen tot 2 mm materiaaldikte worden de laskanten volledig naar elkaar toegebracht. Voor dikker materiaal moet een afstand van 0,5 - 4 mm worden geselecteerd. De ideale afstand is afhankelijk van het gelastewww.scheppach.com
1,6 25 - 40 A 2 40 - 60 A 2,5 50 - 80 A 3,2 80 - 130 A m Let op! De aardklem (5) en de elektrodehouder/ de elektrodes mogen niet in direct contact worden gebracht. m Let op! Tik niet met de elektrode op het werkstuk. Hij zou beschadigd kunnen worden en de ontsteking van de vlamboog zou kunnen worden bemoeilijkt. Zodra de vlamboog is ontstoken, probeert u een afstand tot het werkstuk te bewaren die overeenkomt met de gebruikte elektrodediameter. De afstand moet tijdens het lassen zo constant mogelijk blijven. De schuinte van de elektrode in de werkrichting moet 20–30 graden zijn. m Let op! Gebruik altijd een tang om verbruikte elektroden te verwijderen of hete werkstukken te verplaatsen. Let op, dat de elektrodenhouder na het lassen altijd op een isolerende onderlaag moet worden neergelegd. De slak mag pas na afkoeling uit de naad worden verwijderd. Om het lassen op een onderbroken naad voort te zetten:
- Verwijder eerst de slag op het aanzetpunt.
- In de naadvoeg wordt de vlamboog ontstoken, naar het aansluitpunt gebracht, daar goed gesmolten en aansluitend verder geleid. m Let op! De laswerkzaamheden genereren warmte. Daarom moet het lasapparaat na gebruik ten minste een half uur stationair draaien. Als alternatief laat u het apparaat een uur lang afkoelen. Het apparaat mag pas worden verpakt en opgeslagen als de temperatuur van het apparaat is genormaliseerd. m Let op! Een spanning die 10% lager is dan de nominale ingangsspanning van het lasapparaat kan de volgende consequenties hebben:
- De stroom van het apparaat neemt af.
- De vlamboog breekt af of wordt onstabiel.
- Vlamboogstralen kan tot oogletsel en brandwonden leiden.
- Spat- en smeltslakken kunnen oogletsel en brandwonden veroorzaken.
- Monteer het lashelm zoals beschreven onder “Lashelm monteren “. betreende plus-pool (3) en draai de aansluiting voor xatie met de wijzers van de klok mee.
- Gebruik de vuldraad zoals onder “Montage lasdraadrol” beschreven. Apparaatinstelling voor het lassen met een staafelektrode 1 Selecteer met de selectieknop (16) de functie MMA - lassen (18). 2 Sluit de aardkabel (5) aan op het met de plus-pool (3) gemarkeerde aansluitpunt en vergrendel de stekker door deze met de wijzers van de klok mee te draaien. 3 Vervolgens verbindt u de laskabel op het met de min-pool (4) en vergrendel de stekker door deze met de wijzers van de klok mee te draaien. AANWIJZING! De polariteit van de draden kan variëren! Alle informatie betreende polarisatie moet op de verpakking van de door de fabrikant geleverde elektroden te vinden zijn! 4 Sluit nu het netsnoer aan en activeer de stroomvoorziening; na het aansluiten van de aardkabel op het lasapparaat kan het werken worden gestart. MMA - lassen
- Bereid het apparaat voor zoals eerder beschreven onder “Apparaatinstelling voor het lassen met een staafelektrode”.
- Draag geschikte veiligheidskleding volgens de specicaties en bereid uw werkplek voor.
- Sluit de aardklem (5) aan op het werkstuk.
- Klem de elektrode in de elektrodehouder (optioneel verkrijgbaar).
- Schakel het apparaat in door de aan/uit-schakelaar (1) in positie “I” (“ON”) te zetten.
- Selecteer de “MMA” modus door op de selectieknop (17) te drukken totdat het indicatielampje naast “MMA (18)” gaat branden.
- Stel de lasstroom met de potentiometer voor lasstroominstelling (15) in, afhankelijk van de gebruikte elektrode.
- Houd de lashelm voor het gezicht en begin met lassen.
- Om de werkzaamheden te beëindigen, stelt u de aan/uit-schakelaar (1) in positie “O” (“OFF”). Elektrode Ø (mm) Lasstroom (A)www.scheppach.com
De netaansluiting van de klant en het gebruikte verlengsnoer moeten eveneens aan deze voorschriften voldoen. Defecte elektrische aansluitkabel Bij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan de isolatie op. Mogelijke oorzaken zijn:
- Versleten plekken, als aansluitkabels door venster- of deuropeningen worden geleid.
- Knikken door een onvakkundige bevestiging of geleiding van de aansluitkabel.
- Snijplekken omdat over de aansluitkabel is gereden.
- Beschadigde isolatie omdat de stekker uit het stopcontact is getrokken.
- Scheuren door veroudering van de isolatie. Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet worden gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de isolatie is beschadigd. Controleer de elektrische aansluitkabels regelmatig op schade. Let erop dat bij het controleren de aansluitkabel niet op het elektriciteitsnet is aangesloten. Elektrische aansluitkabels moeten aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften voldoen. Gebruik uitsluitend netsnoeren met de aanduiding H05RR-F. Op de aansluitkabel moet de typeaanduiding vermeld staan.
- De netspanning moet 230 VAC zijn.
- Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een doorsnede hebben van 2,5 vierkante millimeter. Aansluitingen en reparaties van de elektrische uitrusting mogen uitsluitend door een elektromonteur worden uitgevoerd. Vermeld in geval van vragen de volgende gegevens:
- Gegevens van het typeplaatje van de machine
12. Onderhoud en reiniging
Gevaar! Trek bij onderhoudswerkzaamheden altijd de stekker uit het stopcontact. Aanwijzing: Het lasapparaat moet voor een goede werking en naleving van de veiligheidsvoorschriften regelmatig worden onderhouden en gereviseerd. Ondeskundig of onjuist bedrijf kunnen leiden tot uitval of schade aan het apparaat. Er mogen uitsluitend laskabels worden gebruikt die zijn meegeleverd. Maak een keuze tussen duwend en slepend lassen. Hieronder wordt de invloed van de bewegingsrichting op de eigenschappen van de lasnaad weergegeven: Duwend lassen Inbranding kleiner Breedte lasnaad groter Laskraal vlakker Lasnaadfouten groter Slepend lassen Inbranding groter Breedte lasnaad kleiner Laskraal hoger Lasnaadfouten kleiner Aanwijzing: Welke manier van lassen het meest geschikt is, beslist u zelf, nadat u een proefstuk hebt gelast. Aanwijzing: Na volledige slijtage van de elektrode moet deze worden vervangen. LIFT TIG - Lasmethode (slangbundel niet bij de levering inbegrepen) Voor het LIFT TIG lassen volgt u de instructies voor uw LIFT TIG brander. De LIFT TIG modus kan worden geselecteerd door het indrukken van de selectietoets (17). Selecteer hiertoe de positie “LIFT TIG” (19).
Het apparaat zit in een verpakking om transportschade te voorkomen. Deze verpakking is een grondstof en kan dus opnieuw gebruikt worden of kan terugkeren in de kringloop van grondstoen. Het apparaat en de accessoires ervan bestaan uit verschillende soorten materiaal, zoals metaal en kunststoen. Verwijder defecte componenten als speciaal afval. Informeer hiernaar bij uw speciaalzaak of bij de gemeente! Oude apparatuur mag niet bij het huisafval worden gegooid! Dit symbool geeft aan dat dit product conform de richtlijn inzake verbruikte elektrische en elektronische apparatuur (2012/19/EU) en nationale wettelijke bepalingen niet bij het huishoudelijk vuil mag worden gegooid. Dit product moet bij een hiervoor bestemde verzamelpunt worden afgegeven. Dit kan bijv. door teruggave bij de aanschaf van een soortgelijk product of door inlevering bij een erkend verzamelpunt voor het recyclen van verbruikte elektrische en elektronische apparatuur. Het onjuist handelen van oude apparatuur kan door mogelijke gevaarlijke stoen, die veelal in verbruikte elektrische en elektronische apparatuur zijn verwerkt, negatieve eecten op het milieu en de gezondheid van de mens hebben. Door een juiste afvoer van dit product levert u bovendien een bijdrage aan een eectief gebruik van natuurlijke ressources. Informatie inzake inzamelpunten voor verbruikte apparatuur kunt u opvragen bij de gemeente, de publieke afvalverwerker, een erkend afvalverwerkingsstation voor het afvoeren van verbruikte elektrische en elektronische apparatuur of uw afvalverwerkingsstation.
- Voordat u reinigingswerkzaamheden aan het lasapparaat uitvoert, haalt u de voedingskabel 8 uit het stopcontact, zodat het apparaat veilig is losgekoppeld van de stroomvoorziening.
- Reinig het lasapparaat, evenals de bijbehorende accessoires regelmatig van buitenaf. Verwijder vuil en stof met behulp van lucht, poetskatoen of een borstel. Aanwijzing: De volgende onderhoudswerkzaamheden mogen alleen door opgeleid vakpersoneel worden uitgevoerd.
- Stroomregelaar, aardingsinrichting, interne leidingen, de koppelinrichting van de lastoorts en stelschroeven moeten regelmatig worden onderhouden. Haal losse schroeven weer aan en vervang roestige schroeven.
- Controleer regelmatig de isolatieweerstanden van de lasapparaat. Gebruik hiertoe een geschikt meetinstrument.
- In geval van een defect of indien het bij nodig is onderdelen van het toestel te vervangen, gelieve u tot het bevoegde vakpersoneel te wenden. In het apparaat bevinden zich geen andere onderdelen die onderhoud vereisen. Service-informatie Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt. Slijtageonderdelen*: Aardklem, stroomkop, branderkop
- niet persé in de leveringsomvang opgenomen! Neem in het geval van reserveonderdelen en accessoires contact op met ons servicecentrum. Scan hiervoor de QR code op de voorpagina.
Bewaar het apparaat en de bijbehorende accessoires op een donkere, droge en vorstvrije en voor kinderen ontoegankelijke plaats. De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 30˚C. Bewaar het gereedschap in de originele verpakking. Dek het gereedschap af om het te beschermen tegen stof of vocht. Bewaar de gebruikshandleiding bij het gereedschap.
15. Verhelpen van storingen
De volgende tabel toont storingssymptomen en beschrijft hoe u deze op kunt lossen, als uw machine niet goed werkt. Als u het probleem hiermee niet kunt vinden en kan oplossen, neem dan contact op met uw service-werkplaats. Storing Mogelijke oorzaak Oplossing Machine kan niet ingeschakeld worden Geen netspanning Controleer het stopcontact, het netsnoer, kabel, netstekker; laat deze indien nodig repareren door een gekwaliceerde elektricien. Hoofdzekering is geactiveerd Controleer de hoofdzekering Aan/uit-schakelaar defect Reparatie door klantenservice Geen ontstekingsvonk Aardklem niet op het apparaat aangesloten Aardklem op het lasapparaat aansluiten Aardklem niet bevestigd aan het werkstuk Bevestig de aardklem aan het werkstuk Machine kan niet worden bediend, hoewel het controlelampje voor bedrijf brandt Slangbundel los Slangbundel vastmaken Onvoldoende verbinding tussen de aardklem en het werkstuk Controleer of het bereik waarop de aardingsklem is bevestigd, schoon, blank metaal en vrij van vuil, verf en olie is. Machine kan niet worden bediend, omdat het controlelampje voor oververhitting brandt Machine is oververhit Laat de machine afkoelen Inschakelduur of stroomsterkte te hoog Reduceer de inschakelduur of de stroomsterkte Onregelmatige vlamboog / lasstroom Losse aansluitingen Controleer de aansluitingen en reinigen deze Onjuiste polariteit Juiste polariteit aansluiten Werkstuk is gelakt of verontreinigd Werkstuk grondig reinigen, tot het oppervlak blank metaal en vrij van vuil en verf is.www.scheppach.com
Notice-Facile