PMPS 200 B1 - Lasapparaat PARKSIDE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PMPS 200 B1 PARKSIDE in PDF-formaat.
| Merk | Parkside |
| Model | PMPS 200 B1 |
| Categorie | Multiproces lasapparaat |
| Netvoeding | 230 V~ 50 Hz, 16 A |
| Max. nominaal ingangsvermogen | 6 kVA |
| Gewicht | Ongeveer 18 kg |
| Lasprocessen | MIG/MAG, MMA (elektroden), TIG, gevulde draad, dubbel gepulseerd |
| Lasstroom (MIG) | 50-160 A (continu), 30-160 A (gepulseerd) |
| Lasstroom (MMA) | 20-140 A |
| Lasstroom (TIG) | 20-200 A |
| Gebruikbare draaddiameters | Staal: 0,8 / 1,0 mm; Gevulde draad: 0,6 / 0,8 / 0,9 / 1,0 mm; Aluminium: 1,0 / 1,2 mm |
| Max. draadspoel | 15 kg (met adapter: tot 1 kg) |
| Meegeleverde onderdelen | MIG-toorts, massakabel 2 m, elektrodehouder MMA, 4 toortselementen, slakhamer, laspennen, adapter |
| Overbelastingsbeveiliging | Thermostaat met automatische herinschakeling (weergave "over heating") |
| Veiligheidsfuncties | Anti-stick, VRD (spanningsvermindering bij nullast) |
| Beschermingsgraad | IP21S |
| EMC-klasse | Klasse A (industrieel gebruik) |
| Onderhoud | Regelmatig reinigen met perslucht, doek of borstel; reparaties door gekwalificeerde elektricien |
| Garantie | 3 jaar (voorwaarden in handleiding) |
| Klantenservice | Ecos Office Forbach, telefoon 0033 (0) 3 87 84 72 34, e-mail service.fr@cmc-creative.de |
Veelgestelde vragen - PMPS 200 B1 PARKSIDE
Gebruikersvragen over PMPS 200 B1 PARKSIDE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Lasapparaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PMPS 200 B1 - PARKSIDE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PMPS 200 B1 van het merk PARKSIDE.
GEBRUIKSAANWIJZING PMPS 200 B1 PARKSIDE
Bedienings- en veiligheidsinstructies
Vertaling van de originele
bedieningshandleiding
SK
MULTIZVÁRAČKA S TECHNOLO- GIOU DVOJITEHO IMPULZU
Klap, voordat u begint te lezen, de pagina met afbeeldingen uit en maak u aansluitend vertrouwd met alle functies van dit apparaat.
CZ
NL / BE Bedienings- en veiligheidsinstructies Pagina 95
Tabel van de gebruikte pictogrammen....Pagina 94
Inleiding....Pagina 95
Gebruik conform de voorschriften....Pagina 96
Leveringsomvang....Pagina 96
Beschrijving van de onderdelen....Pagina 97
Technische gegevens....Pagina 98
Veiligheidsvoorschriften....Pagina 99
Voor ingebruikname ......Pagina 107
Lasmethode kiezen ......Pagina 107
Montage voor het lassen met draadelektroden ......Pagina 108
Draadkern vervangen ......Pagina 108
Aanpassen van het apparaat voor het lassen met massieve draad met beschermgas......Pagina 108
Aanpassing van het apparaat voor lassen met gevulde draad zonder beschermgas ......Pagina 109
Extra adapter monteren voor lasdraadrollen met 450 g resp. 1 kg draad......Pagina 110
Lasdraad plaatsen ......Pagina 110
Lassen met draadelektroden....Pagina 111
Apparaat in- en uitschakelen....Pagina 111
Onderhoud en reiniging....Pagina 120
Milieu-informatie en afvalverwijderingsrichtlijnen....Pagina 120
EU-conformiteitverklaring ......Pagina 121
Aanwijzingen over garantie en afhandelen van de service....Pagina 121
Garantievoorwaarden....Página 122
Garantieperiode en wettelijke garantieclaims....Pagina 122
Omvang van de garantie ......Pagina 122
Afwikkeling in geval van garantie....Pagina 122
Service......Pagina 123
- Tabel van de gebruikte pictogrammen
![]() | Let op! Lees de bedieningshandleiding! | I_2 | Nominale stroom van de lasstroom |
1 ~ 50 Hz | Netingang; aantal fasen alsmede wisselstroomsymbool en nominale waarde van de frequentie. | I_1 eff | Effectieve waarde van de grootste netstroom |
| U_0 | Nominale waarde van de nullastspanning | ||
![]() | Het symbool van een doorgestreepte vuilcontainer op wielen hiernaast laat zien dat dit apparaat is onderworpen aan richtlijn 2012/19/EU. | U_1 | Nominale waarde van de netspanning |
![]() | Gebruik het apparaat niet buiten en nooit in de regen! | U_2 | Gestandaardiseerde bedrijfsspanning |
![]() | Elektrische schok van de laselektrode kan dodelijk zijn! | I_1 max | Grootste nominale waarde van de netstroom |
![]() | Lasroken inademen kan schadelijk zijn voor uw gezondheid. | Voorzichtig! Gevaar voor een elektrische schok! | |
![]() | Lasvonken kunnen een explosie of een brand veroorzaken. | Belangrijke aanwijzing! | |
![]() | Vlamboogstralen kunnen de ogen beschadigen en de huid verwonden. | Voer de verpakking en het apparaat op een milieuvriendelijke wijze af! | |
![]() | Elektromagnetische velden kunnen de werking van pacemakers verstoren. | Ernstig tot dodelijk letsel mogelijk. | |
![]() | Let op, mogelijke gevaren! | IP21S | Beschermingsgraad |
![]() | Aardingsklem | Eenfasige statische frequentieomvormer-transformator-gelijkrichter | |
| H | Isolatieklasse | Gelijkstroom | |
![]() | Gemaakt van gerecycled materiaal. | Grootste nominale lastijdwaarde in de intermitterende modus _ON^t | |
![]() | Grootste nominale lastijdwaarde in de lopende modus t_ON (max) | Booglassen met de hand met beklede staafelektroden | |
![]() | Metaal-inert- en actiefgas-lassen inclusief het gebruik van vuldraad | Wolfraam-inert gas-lassen | |
![]() | U bent wettelijk verplicht om de aldus gemarkeerde apparaten in een door het niet-gesorteerde stedelijk afval gescheiden vorm in te leveren. Afvalverwijdering via het huisvuil is verboden. | ||
Multilasapparaat met dubbele pulstechnologie PMPS 200 B1
- Inleiding

Hartelijk gefeliciteerd! U hebt gekozen voor een van onze hoogwaardige apparaten.
Leer het product voor de eerste ingebruikname kennen. Lees hiervoor de volgende
bedieningshandleiding en de veiligheidsvoorschriften aandachtig door. De inbedrijfstelling
van dit gereedschap mag alleen door geïinstrueerde personen gebeuren.
BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN!
- Gebruik conform de voorschriften
Het apparaat is bestemd voor het lassen met massieve draad (MIG en MAG), MMA-lassen (lassen met staafelektroden), TIG-lassen (wolfraam-inert gas-lassen) evenals voor het lassen met gevulde draad. Bij het gebruik van gevulde draden die geen beschermgas in vaste vorm bevatten, moet bovendien beschermgas worden gebruikt. Bij gebruik van zelfbeschermende gevulde draad is geen aanvullend gas nodig. Het beschermgas bevindt zich in dat geval in poedervorm in de lasdraad en wordt daardoor direct de vlamboog in geleid. Daardoor is het apparaat bij werken in de openlucht ongevoelig voor wind. Alleen draadelektroden die geschikt zijn voor het apparaat, mogen worden gebruikt.
Dit lasapparaat is geschikt voor het vlambooglassen met de hand van staal (MMA-lassen), roestvrij staal, plaatstaal en gegoten materialen met behulp van de bijbehorende beklede elektroden. Neem hiervoor de gegevens van de elektrodefabrikant in acht. Alleen elektroden die geschikt zijn voor het apparaat, mogen worden gebruikt. Neem bij wolfraam-inert gas-lassen (TIG-lassen) beslist de gebruiksaanwijzing en de veiligheidsinstructies van de gebruikte TIG-toorts in acht naast de aanwijzingen en veiligheids-instructies in deze gebruiksaanwijzing. Een ondeskundige hantering van het product kan gevaarlijk zijn voor personen, dieren en goederen. Gebruik het product alleen zoals is beschreven en voor de vermelde toepassingen. Bewaar deze handleiding goed. Overhandig ook alle documentatie bij de overdracht van het product aan derden. Elk gebruik dat afwijkt van het gebruik conform de voorschriften, is verboden en mogelijk gevaarlijk. Schade door niet-inachtneming of verkeerd gebruik wordt niet door de garantie gedekt en valt niet onder de aansprakelijkheid van de producent. Bij commercieel gebruik vervalt de garantie. Bestanddeel van het gebruik conform de voorschriften is ook de inachtneming van de veiligheidsaanwijzingen en van de montagehandleiding en van de gebruiksaanwijzingen in de bedieningshandleiding. De geldende ongevallenpreventievoorschriften moeten uiterst nauwgezet worden gerespecteerd. Het apparaat mag niet worden gebruikt:
in ruimtes die niet voldoende zijn geventileerd;
■ in een explosiegevaarlijke omgeving;
■ om buizen te ontdooien;
■ in de buurt van mensen met een pacemaker; en
in de buurt van licht ontvlambare materialen.
Resterend risico
Ook wanneer u het apparaat volgens de voorschriften gebruikt, blijven er altijd resterende risico's bestaan. De volgende gevaren kunnen zich voordoen door de constructie en uitvoering van dit MIG-puls-lasapparaat:
oogletsel door verblinding, aanraken hete onderdelen van het apparaat of van het werkstuk (brandwonden);
bij ondeskundige beveiliging tegen ongevallen en brandgevaar door vliegende vonken of slakdeeltjes;
schadelijke emissies van rook en gassen, bij gebrek aan lucht resp. onvoldoende afzuiging in gesloten ruimtes.
AANWIJZING: Verminder het resterende risico door het apparaat zorgvuldig en volgens de voorschriften te gebruiken en alle aanwijzingen op te volgen.
- Leveringsomvang
1 multilasapparaat met dubbele pulstechnologie PMPS 200 B1
1 MIG-lastoorts met 2 m-laskabel
1 hoogwaardige, gegalvaniseerde, koperen aardingsklem A-vorm met 2 m-kabel
1 elektrodehouder MMA met 2 m-laskabel
4 stroommondstukken voor staaldraad/gevulde draad (1x 0,6 mm; 1x 0,8 mm; 1x 0,9 mm; 1x 1,0 mm) Identificatie overeenkomstig diameter: 0,6; 0,8; 0,9; 1,0
1 mondstuk aluminium (1x 1,0 mm voorgemonteerd)
1 slakkenhamer
1 draadkern voor aluminium draad (voorgemonteerd)
1 draadkern staal-/roestvrij staal- en gevulde draad
1 extra adapter
1 bedieningshandleiding
- Beschrijving van de onderdelen
| 1 | Afdekking voor de draadaanvoereenheid | 20 | Lasmondstuk (1,0 mm) |
| 2 | Greep | 21 | Aanvoerrol |
| 3 | Stroomstekker | 22 | Slakkenhamer |
| 4 | Aardingskabel met aardingsklem | 23 | Hoofdschakelaar AAN/UIT (incl. stroomcontrolelampje) |
| 5 | MMA-elektrodehouder | 24 | Gasaansluiting |
| 6 | Stekker, polarisatie slangenpakket | 25 | Stelschroef |
| 7 | Slangenpakket met directe aansluiting (euro-centrale aansluiting) | 26 | Drukroleenheid |
| 7a | Fixeerring | 27 | Aanvoerrolhouder |
| 8 | Toortsmondstuk | 28 | Bevestiging lasdraadspoel |
| 9 | Toortsknop | 29 | Draaddoorvoer |
| 10 | Toorts | 30 | Toortshals |
| 11 | Toortsslang | 31 | Buisje |
| 12 | Draaischakelaar voor instelling van de lasspanning | 32 | Lasdraadspoel (niet inbegrepen) |
| 13 | Draaischakelaar voor instelling van de lasstroom | 33 | Houder lasdraadspoel |
| 14 | Display | 34 | Borgmoer |
| 15 | Draadkern voor aluminium draad | 35 | Adapter lasdraadspoel |
| 16 | Slangenpakkethouder | 36 | Draadkern staal-/roestvrij staal- en gevulde draad |
| 17 | Lasmondstuk (0,6 mm) | 37 | Extra adapter |
| 18 | Lasmondstuk (0,8 mm) | 38 | Vergrendeling |
| 19 | Lasmondstuk (0,9 mm) | 39 | Schijf |
| Lasstroom: MIG 50–160 A; puls-MIG 30–160 A | |||||
| Nullastspanning: U | _0 : 60 V | ||||
| Grootste nominale waarde van de netstroom: I | _1max : 24 A | ||||
| Effectieve waarde van de grootste netstroom: I | _1eff : 11,2 A | ||||
| Lasdraadtrommel max.: ca. 15 kg | |||||
| Karakteristiek Vlak | |||||
| Specificaties lasdraad: Lastype, draadtype en diameter | |||||
| MIG | Staaldraad: 0,8/1,0 mm | ||||
| Gevulde draad: | 0,6/0,8/0,9/1,0 mm | ||||
| Puls-MIG/dubbelepuls-MIG | Staaldraad/roestvrij staaldraad: | 0,8/1,0 mm | |||
| CuSi: | 0,8 mm | ||||
| AlSi/AlMg: | 1,0/1,2 mm | ||||
| Aluminium: | 1,0/1,2 mm | ||||
| Te gebruiken draadrollen | |||||
| Buitendiameter | Binnendiameter | Breedte | Gewicht bij AlSi-/AlMg-/Al-draad | Gewicht bij staal-/roestvrij staal-/CuSi- en gevulde draad | Met adapter |
| 300 mm | 52 mm | 102 mm | ≤7 kg | ≤15 kg | Nee |
| 200 mm | 52 mm | 53 mm | ≤2 kg | ≤5 kg | Adapter 35 |
| 99 mm | 16 mm | 44 mm 0,45–1 kg | Extra adapter 37 | ||
MMA-lassen:
| Lasstroom: 20–140 A | |
| Nullastspanning: U | _0 : 60 V |
| Grootste nominale waarde van de netstroom: I | _1 : 23,5 A |
| Effectieve waarde van de grootste netstroom: I | _1eff : 11 A |
| Karakteristiek: | Dalend |
| Te gebruiken elektroden: | 1,6 mm/2,0 mm/2,5 mm/3,2 mm |
TIG-lassen:
| Lasstroom: 20–200 A | |
| Nullastspanning: U | _0 : 60 V |
| Grootste nominale waarde van de netstroom: I | _1max : 26 A |
| Effectieve waarde van de grootste netstroom: I | _1eff : 12,2 A |
| Karakteristiek: Dalend |

AANWIJZING: Technische en visuele wijzigingen kunnen in het kader van de doorontwikkeling der aankondiging worden uitgevoerd. Alle maten, aanwijzingen en gegevens in deze bedieningsdleiding zijn dan ook zonder garantie. Juridische claims die op basis van de bedieningshandleiding den ingediend, kunnen daarom niet worden opgeëist.

AANWIJZING: Het in de volgende tekst gebruikte begrip "apparaat" heeft betrekking op het lasapparaat met dubbele pulstechnologie dat in deze handleiding wordt beschreven.
- Veiligheidsvoorschriften

Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en neem de chreven instructies in acht. Maak u met behulp van deze bedie- gshandleiding vertrouwd met het apparaat, het correcte gebruik an en de veiligheidsinstructies. Op het typeplaatje staan alle nische gegevens van dit lasapparaat. Neem kennis van de tech- he specificaties van dit apparaat.

WAARSCHUWING
Houd de verpakkingsmaterialen uit de buurt n. Er bestaat verstikkingsgevaar!
■ Laat reparaties en/of onderhoudswerkzaamheden alleen door gekwalificeerde elektriciens uitvoeren.
- Dit apparaat kan door kinderen vanaf 16 jaar alsmede door personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale vaardigheden of een gebrek aan ervaring en kennis worden gebruikt, wanneer zij onder toezicht staan of geïinstrueerd werden met betrekking tot het veilige gebruik van het apparaat en ze de daaruit voortvloeiende gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet door kinderen worden uitgevoerd zonder dat er toezicht op hen wordt gehouden.
■ Laat reparaties en/of onderhoudswerkzaamheden alleen door gekwalificeerde elektriciens uitvoeren.
■ Gebruik alleen de meegeleverde laskabels.
- Het apparaat mag tijdens het gebruik niet direct tegen de wand staan, niet worden afgedekt of tussen andere apparaten geklemd, zodat altijd voldoende lucht door de ventilatiesleuven kan worden
opgenomen. Controleer of het apparaat correct op de netspanning is aangesloten. Vermijd iedere trekbelasting van de voedingskabel. Trek de stroomstekker uit het stopcontact, voordat u het apparaat op een andere plaats opstelt.
■ Wanneer het apparaat niet wordt gebruikt, schakelt u het altijd met de AAN/UIT-schakelaar uit. Leg de elektrodehouder op een geïsoleerde ondergrond en haal de elektroden pas na 15 minuten afkoeling uit de houder.
- Let op de staat van de laskabels, de elektrodehouder en de aardingsklemmen. Slijtage aan de isolatie en aan de stroomvoerende delen kan gevaarlijk zijn en de kwaliteit van het laswerk verminderen.
■ Booglassen produceert vonken, gesmolten metalen deeltjes en rook. Let daarom op: Verwijder alle brandbare substanties en/of materialen uit de werkplek en uit de onmiddellijke omgeving.
■ Zorg voor ventilatie van de werkplek.
■ Las niet op containers, vaten of buizen die brandbare vloeistoffen of gassen bevatten of bevat hebben.
WAARSCHUWING
Vermijd elk direct contact met het elektrische spanning tussen elektrodetang en aardingsklem. Er bestaat gevaar voor een elektrische schok.
■ Berg het apparaat niet op in een vochtige of natte omgeving of in de regen. Hier geldt de beschermingsklasse IP21S.
- Bescherm de ogen met een daarvoor bestemde veiligheidsbril (DIN klasse 9–10), of een automatische lashelm (conform EN 166, 175 en 389; beschermingsniveaus DIN 9–13). Draag handschoenen en droge beschermende kleding, die vrij is van olie en vet om de huid te beschermen tegen de ultraviolette straling van de vlamboog.
WAARSCHUWING
Gebruik de lasstroombron niet om leidingen te
Let op:
- De straling van de vlamboog kan de ogen beschadigen en brandwonden op de huid veroorzaken.
■ Booglassen produceert vonken en druppels gesmolten metaal, het gelaste werkstuk begint te gloeien en blijft relatief lang zeer heet. Raak het werkstuk daarom niet met blote handen aan. - Bij booglassen komen dampen vrij die schadelijk zijn voor de gezondheid. Zorg ervoor dat u deze, indien mogelijk, niet inademt.
■ Bescherm uzelf tegen de gevaarlijke gevolgen van de vlamboog en houd personen die niet bij het werk zijn betrokken, op een afstand van minstens 2 m van de vlamboog verwijderd.

LET OP!
- Tijdens het gebruik van het lasapparaat kan het, afhankelijk van de netspanning aan het aansluitpunt, tot storingen in de stroom- voorziening voor andere verbruikers komen. Neem in geval van twijfel contact op met uw energieleverancier.
■ Tijdens het gebruik van het lasapparaat kunnen er functiestoringen van andere apparaten, bijv. hoorapparaten, pacemakers, enz., ontstaan.
• Gevarenbronnen bij booglassen
Bij booglassen zijn er een reeks gevarenbronnen. Daarom is het voor de lasser bijzonder belangrijk om de volgende regels in acht te nemen, om zichzelf en anderen niet in gevaar te brengen en schadelijke gevolgen voor mens en apparaat te vermijden.
■ Laat werkzaamheden aan de netspanning, bijv. aan kabels, stekkers, contactdozen, enz., alleen door een elektricien uitvoeren volgens nationale en lokale voorschriften.
■ Laat werkzaamheden aan de netspanning, bijv. aan kabels, stekkers, contactdozen, enz., alleen door een elektricien uitvoeren volgens nationale en lokale voorschriften.
■ Koppel bij ongevallen het lasapparaat meteen los van de stroom- voorziening.
■ Wanneer elektrische contactspanningen optreden, het apparaat meteen uitschakelen en door een elektricien laten controleren.
■ Let aan de lasstroomzijde altijd op goede elektrische contacten.
- Draag tijdens het lassen altijd aan beide handen isolerende handschoenen. Deze beschermen tegen elektrische schokken (nullastspanning van het lascircuit), tegen schadelijke stralingen (warmte en UV-straling) en tegen gloeiend metaal en slagspatten.
■ Draag stevige, isolerende schoenen. De schoenen moeten ook isoleren als het nat is. Halve schoenen zijn niet geschikt, omdat vallende, gloeiende metalen druppels brandwonden kunnen veroorzaken.
■ Draag geschikte beschermende kleding, geen synthetische kledingstukken.
- Kijk niet met onbeschermde ogen in de vlamboog, gebruik alleen een lassers-lasscherm met goedgekeurd veiligheidsglas volgens DIN. De vlamboog geeft behalve licht- en warmtestralen, die een verblinding c.q. brandwond veroorzaken, ook UV-stralen af. Deze onzichtbare ultraviolette straling veroorzaken bij onvoldoende bescherming een zeer pijnlijke bindvliesontsteking die pas enkele uren later wordt opgemerkt. Daarnaast veroorzaken UV-straling op onbeschermde lichaamsdelen verbranding zoals bij zonnebrand.
■ Ook personen of assistenten die zich in de buurt van de vlamboog bevinden, moeten op de gevaren worden gewezen en met de nodige beschermende middelen worden uitgerust. Stel, indien nodig, schermen op.
- Tijdens het lassen, vooral in kleine ruimtes, dient voor voldoende toevoer van frisse lucht te worden gezorgd, omdat rook en schadelijke gassen ontstaan.
■ Aan containers waarin gassen, brandstoffen, minerale oliën of dergelijke worden opgeslagen, mogen,
- ook wanneer ze reeds lang geleden werden leeggemaakt, - geen laswerkzaamheden worden uitgevoerd, omdat door restanten explosiegevaar bestaat.
In brand- en explosiegevaarlijke ruimtes gelden speciale voorschriften.
■ Lasverbindingen die aan grote belastingen zijn blootgesteld en aan bepaalde veiligheidseisen moeten voldoen, mogen alleen door speciaal opgeleide en gekeurde lassers worden uitgevoerd. Voorbeelden zijn drukketels, looprails, aanhangerkoppelingen, enz.
LET OP! Sluit de aardingsklem altijd zo dicht als mogelijk bij de lasnaad aan, zodat de lasstroom de kortst mogelijke weg van de elektrode naar de aardingsklem kan nemen. Verbind de aardingsklem nooit met de behuizing van het lasapparaat! Sluit de aardingsklem nooit aan op geaarde delen, die ver van het werkstuk verwijderd liggen, bijv. een waterleiding in een andere hoek van de ruimte. Anders zou het kunnen dat het aardingssysteem van de ruimte waarin u last, beschadigd wordt.
■ Gebruik het lasapparaat niet in de regen.
■ Gebruik het lasapparaat niet in een vochtige omgeving.
■ Plaats het lasapparaat alleen op een vlakke plek.
■ De uitgang is bij een omgevingstemperatuur van 20 °C gedimmon oneerd. De lastijd mag bij hogere temperaturen worden verminderd.
- Een elektrische schok van een laselektrode kan dodelijk zijn. Las niet bij regen of sneeuw. Draag droge isolatiehandschoenen. Pak de elektrode niet met blote handen vast. Draag geen natte of beschadigde handschoenen. Bescherm uzelf tegen een elektrische schok door u van werkstuk te isoleren. Open de behuizing van de inrichting niet.
GEVAAR DOOR LASROOK:
■ Het inademen van lasrook kan schadelijk zijn voor de gezondheid. Houd het hoofd niet in de rook. Gebruik inrichtingen in open gebieden. Gebruik ontluchting om de rook te verwijderen.
GEVAAR DOOR LASVONKEN:
Lasvonken kunnen een explosie of een brand veroorzaken. Houd brandbare stoffen uit de buurt van lassen. Las niet naast brandbare stoffen. Lasvonken kunnen branden veroorzaken. Houd een brandblusser bij de hand en iemand die toekijkt en de blusser onmiddellijk kan gebruiken. Las niet op vaten of andere gesloten containers.
GEVAAR DOOR VLAMBOOGSTRALEN:
Vlamboogstralen kunnen de ogen beschadigen en de huid verwonden. Draag een hoofdbedekking en veiligheidsbril. Draag gehoorbescherming en een hoog gesloten overhemdkraag. Draag een lashelm en let op de correcte filterinstellingen. Draag volledige lichaamsbescherming.
GEVAAR DOOR ELEKTROMAGNETISCHE VELDEN:
■ Lasstroom produceert elektromagnetische velden. Gebruik de plasmasnijder niet samen met medische implantaten. Wikkel de laskabels nooit rond het lichaam. Breng laskabels samen.
- Specifieke veiligheidsinstructies voor lasscherm
■ Controleer met behulp van een felle lichtbron (bijv. aansteker) altijd voor het begin van de laswerkzaamheden of het lasscherm correct werkt.
■ Door lasspatten kan het veiligheidsglas beschadigd geraken.
Vervang beschadigde of gekraste beschermglazen meteen.
■ Vervang beschadigde of sterk vervuilde c.q. gekraste componenten onmiddellijk.
■ Het apparaat mag alleen door personen worden gebruikt, die 16 jaar of ouder zijn.
■ Leer de veiligheidsvoorschriften voor lassen kennen. Neem hierbij ook de veiligheidsinstructies van uw lasapparaat in acht.
■ Zet het lasscherm altijd op, wanneer u'last. Indien u het niet gebruikt, kunt u ernstig netvliesletsel oplopen.
■ Draag altijd beschermende kleding tijdens het lassen.
■ Gebruik een lasscherm nooit zonder lasglas. Er bestaat gevaar voor oogletsel!
■ Vervang het veiligheidsglas tijdig voor een goed zicht en onvermoeibaar werken.
- Omgeving met verhoogd elektrisch risico
Bij lassen in omgevingen met een verhoogd elektrisch risico dienen de volgende veiligheidsinstructies in acht te worden genomen.
Omgevingen met verhoogd elektrisch risico treft u bijvoorbeeld aan:
■ op werkplekken waar de bewegingsruimte beperkt is, zodat de lasser in een geforceerde houding (bijv. knielend, zittend, liggend) werkt en elektrisch geleidende delen aanraakt;
■ op werkplekken die geheel of gedeeltelijk elektrisch geleidend zijn begrensd en waar een groot gevaar bestaat door vermijdbaar of toevallig aanraken door de lasser;
■ op natte, vochtige of warme werkplekken, waar de luchtvochtigheid of transpiratie de weerstand van de menselijke huid en de isole- rende eigenschappen van de beschermende uitrusting aanzienlijk verlaaggt.
■ Ook een metalen ladder of een steiger kunnen een omgeving met verhoogd elektrisch risico scheppen.
In een dergelijke omgeving dienen een isolerende ondergrond en tussenlagen te worden gebruikt, verder dienen kaphandschoenen en hoofdbedekkingen van leer of van andere isolerende stoffen te worden gedragen om het lichaam van aarde te isoleren. De lasstroombron moet zich buiten het werkgebied c.q. de elektrisch geleidende vlakken en buiten de reikwijdte van de lasser bevinden.
Aanvullende beschérming tegen een schok door netspanning bij een storing kan door het gebruik van een aardlekschakelaar zijn voorzien, die bij een lekstroom van niet meer dan 30 mA wordt gebruikt en alle inrichtingen voor het netspanningsbedrijf in de buurt voedt.
De aardlekschakelaar moet voor alle stroomtypen zijn geschikt.
Middelen voor het snel elektrisch ontkoppelen van de lasstroombron of het lasstroomcircuit (bijv. noodstopinrichting) moeten gemakkelijk zijn te bereiken. Bij gebruik van lasapparaten onder elektrisch gevaarlijke omstandigheden mag de uitgangsspanning van het lasapparaat dat stationair draait, niet hoger zijn dan 113 V (piekwaarde). Dit lasapparaat mag op basis van de uitgangsspanning in deze gevallen worden gebruikt.
- Lassen in nauwe ruimtes
- Bij het lassen in nauwe ruimtes kan een risico door toxische gassen (verstikkingsgevaar) ontstaan.
In nauwe ruimtes mag alleen worden gelast, wanneer er geïnstrueerde personen in de onmiddellijke nabijheid aanwezig zijn, die in geval van nood kunnen ingrijpen. Hier dient voor het begin van het lasproces een analyse door een deskundige te worden
uitgevoerd om te bepalen welke stappen noodzakelijk zijn om de veiligheid van het werk te waarborgen en welke voorzorgsmaatregelen dienen te worden genomen tijdens het feitelijke lasproces.
- Optellen van nullastspanningen
■ Wanneer meer dan één lasstroombron tegelijkertijd in werking is, kunnen de nullastspanningen ervan worden opgeteld en tot een verhoogd elektrisch risico leiden. Lasstroombronnen moeten zo worden aangesloten dat dit risico tot een minimum wordt beperkt. De individuele lasstroombronnen, met hun aparte besturingen en aansluitingen, moeten duidelijk worden gemarkeerd, zodat herkenbaar is wat bij welk lasstroomcircuit hoort.
- Beschermende kleding
- Tijdens de werkzaamheden moet de lasser over heel zijn lichaam beschermd zijn tegen straling en verbranding door de juiste kleding en gezichtsbescherming. De volgende stappen dienen in acht te worden genomen:
- Trek vóór de laswerkzaamheden de beschermende kleding aan.
- Trek handschoenen aan.
- Gebruik ramen of een ventilator om de luchttoevoer te garanderen.
- Draag een veiligheidsbril en mondbescherming.
■ Aan beide handen moeten kaphandschoenen van een geschikt materiaal (leer) worden gedragen. Deze moeten in een perfecte staat zijn.
- Om de kleding te beschermen tegen rondvliegende vonken en verbranding dienen geschikte schorten te worden gedragen.
Wanneer de aard van de werkzaamheden, bijv. lassen boven het hoofd, dat vereist, moet een beschermend pak worden gedragen en, indien nodig, ook een hoofdbescherming.
BESCHERMING TEGEN STRALEN EN VERBRANDINGEN
■ Wijs op de werkplek met een affiche "Voorzichtig! Niet in de vlammen kijken!" op het risico voor de ogen. De werkplekken moeten, indien mogelijk, zo worden afgeschermd dat de personen die zich in de buurt bevinden, worden beschermd. Onbevoegden moeten uit de buurt van laswerkzaamheden worden gehouden.
In de onmiddellijke omgeving van vaste werkplekken mogen de wanden noch licht van kleur zijn, noch glanzend. Ramen moeten minstens tot op hoofdhoogte worden beveiligd tegen het doorlaten of weerkaatsen van straling, bijv. door geschikte verf.
• EMC-apparaatclassificatie
Conform de norm IEC 60974-10 gaat het hier om een lasapparaat met de elektromagnetische compatibiliteit van klasse A. Apparaten van klasse A zijn apparaten die zijn geschikt voor het gebruik in alle andere gebieden dan het woongedeelte en die gebieden die direct op een laagspannings-stroomnet zijn aangesloten dat (ook) woningen voorziet. Apparaten van klasse A moeten voldoen aan de grenswaarden van klasse A.
WAARSCHUWING: Apparaten van klasse A zijn voorzien voor het gebruik in een industriële omgeving. Vanwege de storende invloeden die zich vermogensgerelateerd en ook door straling voordoen, kunnen er mogelijkkerwijs problemen optreden om de elektromagnetische compatibiliteit in andere omgevingen te waarborgen.
Ook wanneer het apparaat voldoet aan de emissiegrenswaarden volgens de norm, kunnen betreffende apparaten toch tot elektromagnetische storingen in gevoelige installaties en apparaten leiden. De gebruiker is verantwoordelijk voor storingen die tijdens het werken door de vlamboog ontstaan en de gebruiker moet geschikte beschermingsmaatregelen nemen. Hierbij dient de gebruiker vooral te letten op:
- net-, stuur-, signaal- en telecommunicatiekabels;
- computers en andere microprocessorgestuurde apparaten;
- televisie-, radio- en andere weergaveapparatuur;
- elektronische en elektrische veiligheidsinstallaties;
- personen met een pacemaker of hoorapparaat;
- meet- en kalibratie-inrichtingen;
- immuniteit tegen storingen van andere inrichtingen in de buurt;
- het tijdstip waarop de laswerkzaamheden worden uitgevoerd.
Om mogelijke storende stralingen te verminderen, wordt aanbevolen:
- de netaansluiting van een netfilter te voorzien;
- het apparaat regelmatig te onderhouden en op een goed onderhoudsniveau te houden;
- laskabels moeten volledig worden afgewikkeld en zo parallel mogelijk op de grond worden gelegd;
- apparaten en installaties die gevaar lopen door storende straling, moeten, indien mogelijk, uit het werkgebied worden verwijderd of worden afgeschermd.
• Overbelastingsbeveiliging
Het lasapparaat is beveiligd tegen thermische overbelasting door een automatische veiligheidsinrichting (thermostaat met automatisch opnieuw inschakelen). Bij overbelasting onderbreekt de veiligheidsinrichting het stroomcircuit. In geval van oververhitting worden de woorden: "over heating" op het display weergegeven. Bij activering van de veiligheidsinrichting laat u het apparaat afkoelen. Na ca. 15 minuten is het apparaat weer gereed voor bedrijf.
- Voor ingebruikname
- Neem alle onderdelen uit de verpakking en controleer of het MIG-puls-lasapparaat of de losse onderdelen beschadigd zijn. Als dit zo is, mag u het MIG-puls-lasapparaat niet gebruiken. Neem contact op met de producent via het vermelde serviceadres.
■ Verwijder alle beschermende folies en overige transportverpakkingen.
■ Controleer of de levering compleet is.
- Lasmethode kiezen
AANWIJZING: Alle op de volgende schetsen getoonde waarden zijn alleen voorbeelden en vormen geen advies voor bepaalde lasparameters.
Schets 1 Schets 2

text_image
MAG FLUX Ø 0.8 2T 60 A 15.3 V 4.3 m +1.3 +0.9 m/min mm INDUCTANCE ARC LENGTH
text_image
WELDING PROCESS MAG MIG PULSE MIG DUAL PULSE LIFT TIG MMAWanneer u het apparaat inschakelt, is automatisch de als laatste gebruikte lasmethode actief.
Ook de andere parameters (stroom, spanning, enz.) worden geladen, zoals deze eerder waren ingesteld. Om de lasmethode te wijzigen, drukt u eerst op de draaischakelaar voor het instellen van de lasstroom 13 (hierna schakelaar genoemd 13). Kies door te draaien aan de schakelaar 13 het veld links boven. Hier wordt de momenteel geselecteerde lasmethode weergegeven [MAG in schets 1].
Druk nu opnieuw op de schakelaar 13.
Het menu voor het selecteren van de lasmodus wordt geopend [zie schets 2]. Draai de schakelaar ^13 om de gewenste lasmethode te selecteren. Bevestig uw selectie door opnieuw op de schakelaar ^13 te drukken. Druk nu op draaischakelaar voor het instellen van de lasspanning ^12 om de betreffende lasmethode te selecteren.
- Montage voor het lassen met draadelektroden
LET OP: Vermijd het risico op een elektrische schok, letsel of beschadiging.
Trek hiervoor vóór iedere onderhoudsbeurt of werkvoorbereiding de stroomstekker uit de contactdoos.
AANWIJZING: Afhankelijk van de toepassing worden verschillende lasdraden gebruikt.
Aanvoerrol, stroommondstuk en draaddiameter moeten altijd bij elkaar passen. Het apparaat is geschikt voor draadrollen tot maximaal 15 kg.
- Draadkern vervangen
De vooraf geïnstalleerde draadkern 15 is voorzien voor aluminium draad. De niet vooraf geïnstalleerde draadkern 36 is geschikt voor staal- en roestvrij staal- evenals voor gevulde draad. Maak de borgmoer los 34 door deze tegen de wijzers van de klok in te draaien. Trek dan de draadkern 15 uit het slangen-pakket met directe aansluiting 7 en leid nu de nieuwe draadkern met het smalle einde vooraan in het slangenpakket met directe aansluiting 7. Schuif de complete, nieuwe draadkern erdoor en bevestig deze dan weer met de borgmoer 34 (zie afb. D).
Bij aansluiting van de toorts met kern 36 (niet vooraf geïnstalleerd) schuift u eerst het buisje 31 in de daarvoor geschikte (onderste) opening in de euro-centrale aansluiting van het lasapparaat. Zo wordt het soepele transport van de draad gewaarborgd.
- Aanpassen van het apparaat voor het lassen met massieve draad met beschermgas
De correcte aansluitingen voor het lassen met massieve draad met gebruik van beschermgas worden in afbeelding T getoond.

text_image
T 7 + - 6 4■ Verbind eerst de stekkermet de met "+" gemarkeerde aansluiting (zie afb. T). Draai deze met de wijzers van de klok mee om te fixeren. Raadpleeg een vakman, wanneer u twijfelt.
■ Verbind nu het slangenpakket met directe aansluiting met de overeenkomstige aansluiting (zie afb. T). Fixeer de verbinding door de fixeerring 7a met de wijzers van de klok mee aan te halen.
■ Verbind dan de aardingskabelmet als "-" gemarkeerde aansluiting (zie afb. T).
Draai de aansluiting met de wijzers van de klok mee om deze te fixeren.
■ Trek aan de achterkant van het apparaat de beschermdop van de gasaansluitperaf.
■ Verbind nu de beschermgasaanvoer inclusief de drukreduceerklep (niet inbegrepen) met de gasaansluiting 24 (zie afb. C). Er is beschermgas nodig, voor zover er geen gevulde draad met geïntegreerd vast beschermgas wordt gebruikt. Neem evt. ook de aanwijzingen over uw drukreduceerklep in acht (niet meegeleverd). Als richtwaarde voor de in te stellen gasstroom kan de volgende formule worden toegepast: Draaddiameter in mm x 10 = gasstroom in l/min Voor een draad van 0,8 mm resulteert dat bijvoorbeeld in een waarde van ca. 8 l/min.
- Aanpassing van het apparaat voor lassen met gevulde draad zonder beschermgas
Wanneer u de gevulde draad met geïntegreerd beschermgas gebruikt, hoeft er geen extern beschermgas worden aangevoerd.

text_image
U 7 + - 6 4■ Verbind eerst de stekkermet de met "-" gemarkeerde aansluiting (zie afb. U). Draai deze met de wijzers van de klok mee om te fixeren. Raadpleeg een vakman, wanneer u twijfelt.
■ Verbind nu het slangenpakket met directe aansluiting met de overeenkomstige aansluiting. Fixeer de verbinding door de aansluiting met de wijzers van de klok mee aan te halen.
■ Verbind dan de aardingskaelmet de dienovereenkomstig met "+" gemarkeerde aansluiting (zie afb. U) en draai de aansluiting met de wijzers van de klok mee om deze te fixeren.
- Extra adapter monteren voor lasdraadrollen met 450 g resp. 1 kg draad
■ Door het gebruik van de extra adapterkan het lasapparaat PMPS 200 B1 worden aangepast voor het gebruik van lasdraadrollen met 450 g resp. 1 kg draad.
■ Maak eerst de bevestiging van de lasdraadspoel 38 los en trek de adapter van de lasdraadspoel 35 af. Monteer nu de extra adapter 37, zoals op afbeelding V wordt getoond.
■ Hiervoor wordt de extra adapter gepositioneerd en met de bevestiging van de lasdraadspoel 28 vastgezet. Om de uitgepakte 450 g resp. 1 kg draadrol te monteren, maakt u eerst de vergrendeling 38 los door te drukken, gevolgd door een korte draai naar links.
■ Trek vervolgens de scheferaf. Plaats de draadrol op de betreffende houder. Let erop dat de rol aan de zijkant van de draaddoorvoer 29 wordt afgewikkeld en dat het einde van de lasdraad boven de lasspoel zit.
Plaats de schief weer op zijn positie en zet dan de vergrendeling 38 vast door te drukken en gevolgd door een korte draai naar rechts.
Ga verder, zoals in het volgende hoofdstuk "Lasdraad plaatsen" wordt beschreven vanaf het punt "Draai de stelschroef 25 los en zwenk deze omlaag (zie afb. I)".
■ Een kant-en-klaar gemonteerde en geplaatste draadrol (niet inbegrepen) wordt op afbeelding W getoond.
■ Voor grotere draadkabelrollen demonteert u de extra adapter. Ga hiervoor in de omgekeerde volgorde te werk als bij de montage van de extra adapter.

text_image
V 28 29 37 38 39
text_image
W 28 37 38 39- Lasdraad plaatsen
- Ontgrendel en open de afdekking voor de draadaanvoereenhe1ddoor de ontgrendelknop omhoog te drukken.
Ontgrendel de roleenheid door de bevestiging van de lassp28ltegen de wijzers van de klok in draaien (zie afb. G).
■ Trek de bevestiging van de lasspolvan de houder van de lasdraadspoel33 af (zie afb. G).
AANWIJZING: Let erop dat het uiteinde van de draad niet loskomt waardoor de rol op eigen kracht afrolt. Het uiteinde van de draad mag pas tijdens de montage worden losgemaakt.
Pak de lasdraad-lassp32 volledig uit, zodat deze ongehinderd kan worden afgerold. Maak het uiteinde van de draad echter nog niet los.
- Indien de draadrol een breedte heeft van ca. 10 cm, verwijdert u de adapter: Bij draadrollen met een breedte van ca. 5 cm blijft de adapter 35 op zijn plaats.
Plaats de draadrol op de houder van de lasdraadspel. Let erop dat de rol aan de zijkant van de draaddoorvoer 29 wordt afgewikkeld en dat het einde van de lasdraad onder de lasspoel zit (zie afb. M en N).
Plaats de bevestiging van de lasspoel 28 weer op en vergrendel deze door aan te drukken en met de wijzers van de klok mee te draaien.
- Draai de stelschræflos en zwenk deze omlaag (zie afb. I).
- Draai de drukroleenheid naar de zijkant weg (zie afb. J).
Maak de aanvoerrolhouder door tegen de wijzers van de klok in te draaien en trek deze er naar voren af (zie afb. K).
- Controleer op de bovenzijde van de aanvoer 28 of de juiste draaddikte is aangegeven. Indien nodig moet de aanvoerrol 21 worden omgedraaid of vervangen. De lasdraad moet zich in de bovenste groef bevinden!
Plaats de aanvoerrolhouder er terug op en schroef deze met de wijzers van de klok mee vast.
■ Verwijder het toortsmondstek door met de wijzers van de klok mee te trekken en te draaien (zie afb. L).
■ Schroef het betreffende lasmonds[17], [18], [19] of [20] eruit (zie afb. L).
■ Leid het slangenpakket met directe aansluiting zo recht mogelijk van het lasapparaat weg (leg het op de grond).
■ Neem het uiteinde van de draad uit de spoelrand.
Kort het uiteinde van de draad in met een draadschaar of een zijkniptang om het beschadigde gebogen uiteinde van de draad te verwijderen (zie afb. M).
AANWIJZING: De lasdraad moet de volledige de tijd gespannen worden gehouden om te vermijden dat deze loskomt en afrolt! Het is aan te raden om de werkzaamheden altijd met een andere persoon uit te voeren.
■ Schuif de lasdraad door de draaddoorvoer (zie afb. N).
■ Leid de lasdraad langs de aanvoer 20 en schuif deze daarna in de draaddoorvoer 29.
■ Zwenk de drukroleenhedin de richting van de aanvoerrol 21 (zie afb. P).
Haak de stelschroeferin (zie afb. P).
Stel de contradruk in met de stelschroft. De lasdraad moet vast tussen drukrol en aanvoerrol 21 in de bovenste geleiding zitten zonder bekneld te raken (zie afb. O).
■ Schakel het lasapparaat met de hoofdschakelaarin (zie afb. C).
■ Duw de toortsknop? Let erop dat u uw beschermgasfles zolang stevig houdt gesloten, totdat de lasdraad de gewenste positie heeft bereikt.
- Nu schuift het draadaanvoersysteem de lasdraad door het slangenpakketen de toorts 10.
Zodra de lasdraad 1 – 2 cm uit de toortshøssteekt, laat u de toortsknop 9 weer los (zie afb. Q).
■ Schakel het lasapparaat weer uit.
■ Schroef het betreffende lasmonds 17k, 18, 19 of 20 er weer in (zie afb. R). Let erop dat het stroommondstuk 17, 18, 19 of 20 past bij de diameter van de gebruikte lasdraad. Bij de meegeleverde lasdraad moet het stroommondstuk 17, 18, 19 of 20 met de identificatie 1,0 resp. 1,0 A worden gebruikt bij gebruik van de aluminium massieve draad.
■ Sluit het toortsmondstok met een draai naar rechts weer op de toortshals 30 aan (zie afb. S).
WAARSCHUWING Om het gevaar van een elektrische schok, een letsel of een beschadiging te vermijden, trekt u voor elk onderhoud of werkvoorbereidende activiteit de stroomstekker uit het stopcontact.
- Lassen met draadelektroden
- Apparaat in- en uitschakelen
Schakel het lasapparaat met de hoofdschakelaar 23 in en uit. Wanneer u het lasapparaat langere tijd niet gebruikt, trekt u de stroomstekker uit het stopcontact. Alleen dan is het apparaat volledig zonder stroom.
AANWIJZING: Alle op de volgende schetsen getoonde waarden zijn alleen voorbeelden en vormen geen advies voor bepaalde lasparameters.
- MAG-lassen
Schets 3 Schets 4

text_image
MAG FLUX Ø 0.8 2T 60 A 15.3 V 4.3 2.0 +1.3 +0.9 m/min mm INDUCTANCE ARC LENGTH
text_image
MAG FLUX Ø 0.8 2T FLUX Ø0.6 Fe+CO Ø0.8 Fe+MIX 80/20 Ø0.9 Ø1.0Bij de selectie van de MAG-methode kunt u kiezen tussen gevulde draad en staaldraad. Druk eerst op de draaischakelaar voor het instellen van de lasstroom 13 (hierna schakelaar 13 genoemd). Kies door te draaien aan de schakelaar 13 het veld boven in het midden. Hier wordt de momenteel geselecteerde draad weergegeven [FLUX 0.8 in schets 3]. Druk nu opnieuw op de schakelaar 13, om naar het selectiemenu voor draad [schets 4] te gaan. Door te draaien aan en te drukken op de schakelaar 13 kan hier de gebruikte lasdraad evenals het evt. gebruikte beschermgas worden ingesteld. Bij staaldraad (Fe + CO/Fe + MIX 80/20) kan CO₂ of een 80% argon/20% CO₂ mengsel als beschermgas worden gebruikt. Vervolgens kan door te draaien aan en te drukken op de schakelaar 13 de draaddiameter worden ingesteld. Door te drukken op de schakelaar voor de spanningsinstelling 12 (hierna schakelaar 12 genoemd) gaat u terug naar de lasinstellingen. Nu kan in de bovenste balk analoog tussen "2T" (2 takt) en "4T" (4 takt) worden gekozen. Bij 2 takt-lassen is er spanning aanwezig, zolang de trekker van de toorts wordt ingedrukt. Bij de 4 takt-methode is er spanning aanwezig, zodra de trekker van de toorts kort wordt ingedrukt en daarna weer wordt losgelaten. De spanning wordt onderbroken, zodra er opnieuw op de trekker wordt gedrukt. Door te draaien aan de schakelaar 13 kan de lasstroom nu worden ingesteld. De draadaanvoer past zich automatisch aan en er verschijnt een advies voor de te lassen materiaaldikte in mm. Door te draaien aan de schakelaar 12 kan de spanning worden ingesteld, waardoor ook de lengte van de vlamboog "ARC LENGTH" verandert. Als de schakelaar 12 wordt ingedrukt en daarna wordt gedraaid, kan de inductieve reactantie "INDUCTANCE" worden aangepast.
- PMIG-lassen
Schets 5

Voor minder spatten en een stabielere vlamboog kan de puls-MIG-methode worden gekozen.
Bij deze methode kunt u kiezen tussen staaldraad, CrNi-, CuSi-, AlMg-, AlSi- en Al-draad [schets 5].
Verder wordt het gebruikte beschermgas vermeld.
Bij het gebruik van de betreffende draden dienen de volgende soorten beschermgas te worden gebruikt: Fe (staaldraad): [80% argon/20% CO₂]
CrNi (roestvrij staal) -draad: [98% argon/2 % CO₂]
CuSi-, AlMg-, AlSi- en aluminium draad: [100% argon]
De navigatie binnen het PMIG-menu is dezelfde als de navigatie in het "MAG"-menu via schakelaars 12 en 13. De diameter van de gebruikte lasdraad kan op dezelfde manier worden ingesteld en er kan tussen "2T" en "4T" worden gekozen.
• DPMIG-lassen
Door de MIG-methode met dubbele puls wordt er minder warmte naar het materiaal overgedragen.
Daardoor is deze methode zeer geschikt voor het lassen van dunne platen van roestvrij staal en aluminium.
Bij deze methode kunnen dezelfde draadelektroden en beschermgassen worden gebruikt als bij PMIG-lassen. De navigatie binnen het DPMIG-menu is dezelfde als de navigatie in het "MAG"-menu via schakelaars 12 en 13. De diameter van de gebruikte lasdraad kan op dezelfde manier worden ingesteld en er kan tussen "2T" en "4T" worden gekozen.
Verder kan hier, na het instellen van de gebruikte lasdraad, door tweemaal te drukken op de schakelaar
13 het parameterdiagram worden opgeroepen. Hier kunnen de afzonderlijke parameters bij de DPMIG-methode worden ingesteld. Hier adviseren wij om de vooraf ingestelde waarden te gebruiken.
Als gevorderde gebruiker kunt u de individuele waarden aanpassen om het lasproces exact aan uw geplande werkzaamheden aan te passen. Voor het resetten van de ingestelde parameters gaat u terug naar het DPMIG-menu [schets 6] en houdt u schakelaar 12 gedurende ca. 5 seconden ingedrukt.
Schets 6

Gelaste werkstukken zijn zeer heet, waardoor u zich eraan kunt verbranden. Gebruik altijd een tang om gelaste, hete werkstukken te verplaatsen.
Nadat u het lasapparaat elektrisch hebt aangesloten, gaat u als volgt tewerk:
■ Trek conform de richtlijnen geschikte beschermende kleding aan en bereid uw werkplek voor.
■ Verbind de aardingskabel met de aardingsklemmet het te lassen werkstuk. Let erop dat er een goed elektrisch contact is.
■ Op de te lassen plaats moeten roest en verf van het werkstuk worden verwijderd.
Stel de gewenste lasparameters in, afhankelijk van de gekozen lasmethode.
■ Leid het toortsmondsteknaar de plaats van het werkstuk, waar dient te worden gelast.
Druk de toortstoets9om de lasdraad te transporteren. Wanneer de vlamboog brandt, voert het apparaat de lasdraad naar het smeltbad.
De optimale instelling van lasstroom bepaalt u met behulp van testen op een proefstuk. Een goed ingestelde vlamboog heeft een zachte, gelijkmatige zoemtoon.
Bij een scherp of hard geknetter schakelt u naar een hoger vermogensniveau (lasstroom verhogen).
■ Wanneer de lasspleet groot genoeg is, wordt de tootslangzaam langs de gewenste rand geleid. De afstand tussen het toortsmondstuk 8 en werkstuk moet zo klein mogelijk zijn (in geen geval groter dan 10 mm).
Pendel eventueel lichtjes om het smeltbad een beetje te vergroten. Voor degenen met minder ervaring bestaat de eerste moeilijkheid uit het vormen van een passende vlamboog. Daarvoor moeten de lasstroom juist worden ingesteld.
De branddiepte (komt overeen met de diepte van de lasnaad in het materiaal) moet zo diep mogelijk zijn, het smeltbad mag echter niet door het werkstuk doorvallen.
Als de lasstroom te laag is, kan de lasdraad niet correct smelten. Daardoor duikt de lasdraad steeds opnieuw in het smeltbad tot tegen het werkstuk.
De slak mag pas na het afkoelen van de naad worden verwijderd. Om een lashandeling aan een onderbroken naad verder te zetten:
■ Verwijder eerst de slak op het bevestigingspunt.
In de naadvoeg wordt de vlamboog ontstoken, naar de aansluitplaats geleid, daar juist gesmolten en vervolgens wordt de lasnaad verder geleid.
⚠️ VOORZICHTIG!: Let erop dat de toorts na het lassen altijd op een geïsoleerde plaats moet worden neergelegd.
Schakel het lasapparaat na voltooiing van de laswerkzaamheden en bij pauze altijd uit en trek de stroomstekker altijd uit het stopcontact.
- Lasnaad maken
Steeknaad of duwend lassen
De toorts wordt naar voren geschoven. Resultaat: de branddiepte is kleiner, naadbreedte groter, bovenrups van de naad (zichtbaar oppervlak van de lasnaad) vlakker en de bindfouttolerantie (fout in de materiaalversmelting) groter.
Sleepnaad of trekkend lassen
De toorts wordt van de lasnaad weggetrokken (afb. X). Resultaat: inbranddiepte groter; naadbreedte kleiner, bovenrups van naad hoger en de bindfouttolerantie kleiner.
Lasverbindingen
Er zijn twee basisverbindingen in de lastechniek: stompnaad- (buitenhoek) en hoeknaadverbinding (binnenhoek en overlapping).
Stompnaadverbindingen
Bij stompnaadverbindingen tot een materiaaldikte van 2 mm worden de lasranden volledig tegen elkaar aangebracht. Voor grotere diktes dient een afstand van 0,5 - 4 mm te worden gekozen.
De ideale afstand is afhankelijk van het gelaste materiaal (aluminium resp. staal), de samenstelling van het materiaal en de gekozen lasmethode. Deze afstand dient aan een proefwerkstuk te worden bepaald.
Vlakke stompnaadverbindingen
Lassen moeten zonder onderbreking en met voldoende indringdiepte worden uitgevoerd, daarom is een goede voorbereiding uitermate belangrijk. De kwaliteit van het lasresultaat wordt beïnvloed door: de stroomsterkte, de afstand tussen de lasranden, de helling van de toorts en de diameter van de lasdraad. Hoe steiler de toorts tegenover het werkstuk wordt gehouden, hoe hoger de indringdiepte is en omgekeerd.

Om vervormingen die tijdens de materiaalbehandeling kunnen optreden, te voorkomen of te beperken, is het goed om de werkstukken met een voorziening vast te zetten. Het dient te worden vermeden om de gelaste structuur te verstijven, zodat breuken in de las worden vermeden. Deze moeilijkheden kunnen worden beperkt, wanneer de mogelijkheid bestaat om het werkstuk zo te draaien dat de las in twee tegenovergestelde doorvoeren kan worden geleid.
Lasverbindingen aan de buitenhoek
Dit type voorbereiding is zeer eenvoudig (afb. Y, Z).

Bij dikkere materialen is dit echter niet meer geschikt. In dit geval is het beter om een verbinding zoals hieronder voor te bereiden, waarbij de rand van een plaat wordt afgeschuind (afb. AA).

text_image
AA 45°Hoeklasverbindingen
Een hoeklas ontstaat wanneer de werkstukken loodrecht ten opzichte van elkaar staan.
De naad moet de vorm hebben van een gelijkzijdige driehoek en een kleine keelhoogte (afb. AB, AC).
Lasverbindingen in de binnenhoek
De voorbereiding van deze lasverbinding is zeer eenvoudig en wordt gebruikt voor diktes tot 5 mm.
De maat "d" moet tot het minimum worden beperkt en mag in geen geval kleiner zijn dan 2 mm (afb. AB).

text_image
AB d AC 90° 90°Bij dikkere materialen is dit echter niet meer geschikt. In dit geval is het beter om een verbinding zoals in afbeelding AA voor te bereiden, waarbij de rand van een plaat wordt afgeschuind.
De meest gebruikelijke voorbereiding is die met rechte lasranden. De las kan door een normale hoeklasnaad worden losgemaakt. De beide werkstukken moeten zo dicht als mogelijk tegen elkaar aan worden gebracht, zoals in afbeelding AD getoond.

text_image
AD- MMA-lassen
■ Controleer of de hoofdschakel crop de stand "O" ("OFF") staat resp. of de stroomstekker niet in de contactdoos is gestoken.
■ Sluit de elektrodehouderen de aardingsklem 4 aan op het lasapparaat, zoals in afbeelding AE wordt getoond. Let hiervoor ook op de gegevens van de elektrodefabrikant en let erop dat de polariteit zich per gebruikt elektrodetype zich evt. kan veranderen.
■ Trek conform de richtlijnen geschikte beschermende kleding aan en bereid uw werkplek voor.
■ Sluit de aardingsklem op het werkstuk aan.
■ Klem de elektrode in de elektrodehouder.
■ Schakel het apparaat in door de hoofdschakelaar in stand "I" ("ON") te zetten.
Kies de modus "MMA" zoals onder "Lasmethode kiezen" wordt beschreven.

text_image
AE 5 + - 4AANWIJZING: Alle op de volgende schetsen getoonde waarden zijn alleen voorbeelden en vormen geen advies voor bepaalde lasparameters.
Schets 7
| MMA | ANTI STICK YES | VRD YES |
| 140 A | 57.8 V | |
| HOT START | ARC FORCE | |
| 45 | 34 | |
| % | % | |
Bij de selectie van de MMA-methode kunt u de lasstroom door te draaien aan de draaischakelaar voor de lasstroominstelling 13 (hierna schakelaar 13 genoemd) instellen. Bovendien kunt u de functies ANTI STICK en VRD door te drukken op en te draaien aan schakelaar 13 activeren. [Schets 7] ANTI STICK voorkomt dat de elektroden aan het werkstuk blijven kleven. Door VRD wordt de aanwezige spanning verlaagd, wanneer er op dat moment niet wordt gelast. Dat zorgt voor zeer veilig werken. Door te draaien aan resp. te drukken op en vervolgens te draaien aan de schakelaar voor de instelling van de spanning 12
kunnen de waarden voor HOT START en ARC FORCE worden aangepast. Door het verhogen van de waarde van de HOT START wordt het ontsteken van de vlamboog vereenvoudigd. Ook ARC FORCE gaat zoals ANTI STICK tegen dat de elektrode aan het werkstuk blijft kleven.
AANWIJZING: Richtwaarden voor de in te stellen lasstroom, afhankelijk van de elektrodediameter, treft u aan in de volgende tabel.
| ∅ elektrode Lasstroom | |
| 1,6 mm 40–60 A | |
| 2,0 mm 60–80 A | |
| 2,5 mm 80–100 A | |
| 3,2 mm 100–140 A |
LET OP: De aardingsklem 4 en de elektrodehouder 5/de elektrode mogen geen direct contact maken.
LET OP: Bij het lassen met staafelektroden moeten de elektrodehouder 5 en de aardingsklem 4 overeenkomstig de gegevens van de elektrodefabrikant worden aangesloten.
- Trek conform de richtlijnen geschikte beschermende kleding aan en bereid uw werkplek voor. - Om de bewerking te beëindigen, zet u de hoofdschakelaar ON/OF in de stand "O" ("OFF").
LET OP: Dep niet met de elektrode op het werkstuk. Deze kan worden beschadigd en de ontsteking van de vlamboog kan worden bemoeilijkt. Zodra de vlamboog ontstoken is, probeert u een afstand tot het werkstuk te behouden, die overeenkomt met de gebruikte elektrodediameter. De afstand moet zo constant mogelijk blijven, terwijl u last. Deze elektrodehelling in werkrichting dient 20 – 30 graden te zijn.
LET OP: Gebruik altijd een tang om verbruikte elektroden te verwijderen of hete werkstukken te verplaatsen. Houd er rekening mee dat de elektrodehouder na het lassen altijd op een isolerende ondergrond moet worden gelegd. De slak mag pas na het afkoelen van de naad worden verwijderd. Om een lashandeling aan een onderbroken naad verder te zetten:
■ Verwijder eerst de slak op de aansluitplaats. ■ In de naadvoeg wordt de vlamboog ontstoken, naar de aansluitplaats geleid, daar juist gesmolten en aansluitend verder geleid.
LET OP: Het laswerk produceert hitte. Daarom moet het lasapparaat na het gebruik minimaal een half uur stationair worden gebruikt. Als alternatief laat u het apparaat een uur afkoelen. Het apparaat mag pas worden verpakt en opgeslagen, wanneer de apparaattemperatuur genormaliseerd is.
LET OP: Een spanning die 10% lager is dan de nominale ingangsspanning van het lasapparaat, kan tot de volgende consequenties leiden:
■ De stroom van het apparaat neemt af.
■ De vlamboog breekt af of wordt instabiel.
! LET OP:
■ De vlamboogstraling kan tot oogontstekingen en huidverbrandingen leiden.
- Spat- en smeltslakken kunnen oogletsel en brandwonden veroorzaken.
Er mogen uitsluitend laskabels worden gebruikt, die zijn meegeleverd. Kies tussen stekend en slepend lassen. Hierna wordt de invloed van de bewegingsrichting op de eigenschappen van de lasnaad getoond:
| Stekend lassen Slepend lassen | ||
![]() | ![]() | |
| Inbranden kleine grote | ||
| Lasnaadbreedte grote kleine | ||
| Lasrups vlakke hoge | ||
| Lasnaadfout grote kleine |
AANWIJZING: Welke lasmethode geschikter is, beslist u zelf nadat u een proefstuk hebt gelast.
AANWIJZING: Nadat de elektrode volledig is versleten, moet deze worden vervangen.
• WIG/TIG-lassen
Volg de gegevens over uw WIG-toorts voor WIG-/TIG-lassen. De WIG/TIG/modus kan weer worden geactiveerd, zoals hieronder is beschreven bij "Lasmethode kiezen".
AANWIJZING: Alle op de volgende schetsen getoonde waarden zijn alleen voorbeelden en vormen geen advies voor bepaalde lasparameters.
Schets 8

text_image
LIFT TIG | ANTI STICK YES 22 | 11.3 A V UP TIME 0.1 sBij de selectie van de TIG-methode kunt u de lasstroom door te draaien aan de draaischakelaar voor de lasstroominstelling 13 (hierna schakelaar 13 genoemd) instellen. Bovendien kan de functie ANTI STICK door te drukken op en te draaien aan schakelaar 13 worden geactiveerd. [Schets 8] ANTI STICK voorkomt dat de elektroden aan het werkstuk blijven kleven. Door te draaien aan de schakelaar voor het instellen van de spanning 12 kan de waarde voor UP TIME worden ingesteld. Deze geeft aan hoe snel de stroom bij aanvang van de laswerkzaamheden wordt opgestart. Een hogere waarde betekent langzamer opstarten.
- Onderhoud en reiniging
AANWIJZING: Het lasapparaat moet om perfect te functioneren en voor de naleving van de veiligheidseisen regelmatig worden onderhouden en gereviseerd. Ondeskundig en foutief gebruik kunnen leiden tot uitvallen van en schade aan het apparaat. Laat de reparaties alleen uitvoeren door gekwalificeerde elektra-vaklieden.
Schakel de hoofdvoedingsbron en de hoofdschakelaar van het apparaat uit, voordat u onderhoudswerkzaamheden aan het lasapparaat uitvoert.
Maak het lasapparaat en het toebehoren regelmatig schoon met behulp van lucht, poetsdoek of een borstel.
Bij een defect of als apparaatonderdelen moeten worden vervangen, neemt u contact op met het betreffende personeel.
- Milieu-informatie en afvalverwijderingsrichtlijnen

VOER ELEKTRISCHE GEREEDSCHAPPEN NIET AF VIA HET HUISVUIL! RECYCLING VAN GRONDSTOFFEN IN PLAATS VAN AFVALVERWIJDERING! Conform de Europe
richtlijn 2012/19/EU moet verbruikte elektrische apparatuur gescheiden worden afgevoerd en naar een inzamelpunt voor milieuvriendelijke recycling worden gebracht. Het symbool van de doorgestreepte afvalcontainer betekent dat dit apparaat aan het einde van de gebruiksduur niet via het huisvuil mag worden afgevoerd. Het apparaat dient bij daarvoor bedoelde inzamelpunten, recyclingwerven of afvalbedrijven te worden ingeleverd.
De afvalverwijdering van uw defecte, ingezonden apparaten gebeurt voor u zonder kosten.
Bovendien zijn verkopers van elektrische en elektronische apparaten en verkopers van levensmiddelen verplicht tot terugname. Lidl biedt u teruggavemogelijkheden direct in de filialen en winkels aan.
Teruggave en afvalverwijdering zijn voor u gratis. Bij de aankoop van een nieuw apparaat heeft u het recht een overeenkomstig oud apparaat kosteloos terug te geven. Bovendien heeft u de mogelijkheid om, onafhankelijk van de aankoop van een nieuw apparaat, kosteloos (max. drie) oude apparaten af te geven, die een afmeting van niet groter dan 25 cm hebben.
Wis vóór de teruggave alle persoonsgegevens.
Verwijder vóór de teruggave batterijen/accu's of accumulatoren die niet door het oude apparaat worden omsloten, evenals lampen die zonder vernieling kunnen worden verwijderd, en lever deze in bij een apart inzamelpunt.

Schadelijke stoffen in batterijen/accu's zijn voorzien van de hiernaast getoonde symbolen die op het verbod van de afvoer via het huisvuil attenderen. De aanduidingen voor de doorslaggevende zware metalen zijn: Cd = cadmium, Hg = kwik, Pb = lood. Breng gebruikte accu's naar een afvalinzamelpunt in uw plaats of gemeente of terug naar de dealer. Hiermee voldoet u aan de wettelijke verplichtingen en levert u een belangrijke bijdrage aan de bescherming van het milieu.



Let op de markering van de verschillende verpakkingsmaterialen en scheid deze, indien nodig. De verpakkingsmaterialen zijn gemarkeerd met afkortingen (a) en cijfers (b) met de volgende betekenis: 1 – 7: Kunststoffen, 20 – 22: Papier en karton, 80 – 98: Composieten.
• EU-conformiteitverklaring
Wij,
C. M. C. GmbH
Documentverantwoordelijke:
verklaren alleen verantwoordelijk te zijn dat het product
Multilasapparaat met dubbele pulstechnologie
IAN: 409145_2207
Art.nr.: 2572
Bouwjaar: 2023/18
Model: PMPS 200 B1
voldoet aan de belangrijke beveiligingsvereisten die in de Europese Richtlijnen
EU-richtlijn elektromagnetische compatibiliteit:
2014/30/EU
Laagspanningsrichtlijn:
2014/35/EU
RoHS-richtlijn:
2011/65/EU + 2015/863/EU
en in de wijzigingen hiervan zijn vastgelegd.
Het bovengenoemde object van de Verklaring voldoet aan de voorschriften van de Richtlijn 2011/65/EU van het Europese Parlement en van de Raad d.d. 8 juni 2011 ter beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparaten. Voor de conformiteitsbeoordeling is gebruikgemaakt van de volgende geharmoniseerde normen:
EN 60974-6:2016
EN 60974-10:2014/A1:2015
St. Ingbert, 1-10-2022
C.M.C. GmbH

text_image
Katharina-Loth-Str. 15 66386 S. Kingbird Telefon: +49 6894 9989750 Telefax: +49 6894 9989729- Kwaliteitswaarborging -
- Aanwijzingen over garantie en afhandelen van de service
Garantie van Creative Marketing & Consulting GmbH
Geachte klant,
U ontvangt 3 jaar garantie op dit apparaat vanaf de aankoopdatum. In geval van schade aan dit product kunt u een rechtmatig beroep doen op de verkoper van het product. Deze wettelijke rechten worden door onze hierna vermelde garantie niet beperkt.
• Garantievoorwaarden
De garantietermijn gaat in op de aankoopdatum. Bewaar het originele kassabon zorgvuldig.
Dit document geldt als aankoopbewijs. Wanneer binnen 3 jaar na aankoopdatum van dit product een materiaal- of productiefout optreedt, dan zullen wij het product – naar ons oordeel – gratis repareren of vervangen. Deze garantie vereist dat het defecte apparaat binnen 3 jaar vanaf uw aankoop (kassabon) wordt ingediend en er schriftelijk kort wordt beschreven wat het gebrek is en wanneer het is opgetreden. Wanneer het defect onder onze garantie valt, ontvangt u het gerepareerde product of een nieuw product terug. Door de reparatie of de vervanging van het product begint geen nieuwe garantietermijn.
- Garantieperiode en wettelijke garantieclaims
De garantieperiode wordt door de waarborg niet verlengd. Dit geldt ook voor vervangen en gerepareerde onderdelen. Schade en defecten die eventueel al bij de aankoop aanwezig zijn, moeten onmiddellijk na het uitpakken worden gemeld. Reparaties na afloop van de garantieperiode dienen te worden betaald.
- Omvang van de garantie
Het apparaat wordt volgens strenge kwaliteitsrichtlijnen zorgvuldig geproduceerd en voor levering grondig getest.
De garantie geldt voor materiaal- of productiefouten. De garantie is niet van toepassing op productonderdelen, die onderhevig zijn aan normale slijtage en hierdoor als aan slijtage onderhevige onderdelen gelden, of op breekbare onderdelen, zoals bijv. schakelaars, accu's of dergelijke onderdelen, die gemaakt zijn van glas. Deze garantie wordt ongeldig, wanneer het product werd beschadigd, niet correct werd gebruikt of werd onderhouden. Voor een deskundig gebruik van het product dienen alleen de in de originele gebruiksaanwijzing genoemde aanwijzingen strikt in acht te worden genomen. Vermijd absoluut toepassingsdoelen en handelingen die in de originele gebruiksaanwijzing worden afgeraden of waartegen wordt gewaarschuwd.
Het product is uitsluitend bestemd voor privégebruik en niet voor commerciële doeleinden. Bij verkeerd gebruik en ondeskundige behandeling, bij gebruik van geweld en bij reparaties die niet door een door ons geautoriseerd servicefiliaal zijn uitgevoerd, vervalt de garantie.
- Afwikkeling in geval van garantie
Om een snelle afhandeling van uw reclamatie te waarborgen, dient u de volgende aanwijzingen in acht te nemen:
Houd a.u.b. bij alle vragen de kassabon en het artikelnummer (bijv. IAN) als bewijs voor aankoop binnen handbereik. Het artikelnummer vindt u op het typeplaatje, een gravure, het titelblad van uw gebruiksaanwijzing (beneden links) of de sticker op de achter- of onderzijde. Wanneer er storingen in de werking of andere gebreken optreden, dient u eerst telefonisch of per e-mail contact met de hierna genoemde serviceafdeling op te nemen.
Een als defect geregistreerd product kunt u dan samen met uw aankoopbewijs (kassabon) en de vermelding over wat het gebrek is en wanneer het is opgetreden, voor u franco verzenden aan het u meegedeelde serviceadres.

AANWIJZING: Op www.lidl-service.com kunt u deze en nog veel andere handboeken, luctvideo's en software downloaden.

text_image
PDF ONLINE www.lidl-service.comMet deze QR-code gaat u rechtstreeks naar de Lidl-servicepagina (www.lidl-service.com) en kunt u uw bedieningshandleiding openen door het artikelnummer (IAN) 409145 in te voeren.
- Service
Zo kunt u ons bereiken:
NL, BE
Naam: ITSw bv
Internetadres: www.cmc-creative.de
E-mail: ltsw.cmc@kpnmail.nl
Telefoon: 0031 (0) 900-8724357
Kantoor: Duitsland
IAN 409145\_2207
Let erop dat het volgende adres geen serviceadres is.
Neem eerst contact op met het hierboven vermelde servicepunt.
Adres:
C. M. C. GmbH
Katharina-Loth-Str. 15
DE-66386 St. Ingbert
DUITSLAND
Bestelling van reserveonderdelen:
Responsabil documentatie:

1 ~ 50 Hz













