K 120 - Verwarming Heylo - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis K 120 Heylo in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over K 120 Heylo
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Verwarming in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding K 120 - Heylo en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. K 120 van het merk Heylo.
GEBRUIKSAANWIJZING K 120 Heylo
BELANGRIJK: LEES EN BEGRIJP EERST DEZE BEDIENINGSHANDLEIDING ALVORENS OVER TE GAAN TOT MONTAGE, INWERKINGSTELLING OF ONDERHOUD VAN DEZE VERWARMER VERKEERD GEBRUIK VAN DE VERWARMER KAN ERNSTIGE OF FATALE LETSELS VEROORZAKEN. BEWAAR DEZE HANDLEIDING VOOR RAADPLEGING IN DE TOEKOMST. ►►►1. BESCHRIJVING (Fig. 1) Deze reeks warmeluchtverwarmers is bijzonder geschikt voor het verwarmen van lokalen of ruimten van middelgrote tot grote omvang. Deze warme-luchtverwarmingstoestellen werden ontworpen volgens de meest moderne criteria voor veiligheid, werking en duur. De op het verwarmingstoestel aanwezige veiligheidsvoorzieningen garanderen altijd de correcte werking. ►►►2. VEILIGHEIDSINFORMATIE WAARSCHUWINGEN
DOOR ONGEOORLOOFDE WIJZIGINGEN AAN HET
HET OP ELK WILLEKEURIG OGENBLIK INSCHAKELEN. ►►2.1. ALGEMEEN ►2.1.1. Voor het gebruik van het verwarmingstoestel dient u zich te houden aan alle plaatselijke verordeningen en aan de geldende wetgeving. ►2.1.2. Verwarmingstoestellen die in de buurt van dekzeilen, gordijnen of andere, gelijkaardige afdekmaterialen worden gebruikt, moeten op veilige afstand ervan worden opgesteld. Houd u in elk geval aan alle plaatselijke verordeningen en voorschriften. ►2.1.3. Gebruik het verwarmingstoestel nooit in omgevingen waar ontvlambare elementen aanwezig zijn. ►2.1.4. Houd dieren op veilige afstand van het verwarmingstoestel. ►2.1.5. De aanbevolen minimale veiligheidsafstand tussen het verwarmingselement en ontvlambare elementen, inclusief het netsnoer, is 1,5 m (3,2 ft) en 2,5 m (8,2 ft) van de luchtuitlaat. ►2.1.6. Alvorens het verwarmingstoestel in gebruik te nemen, dient u zich ervan te vergewissen dat de brandbestrijdingsmiddelen gebruiksklaar zijn. ►2.1.7. Het verwarmingstoestel moet worden gebruikt in goed geventileerde ruimtes. ►2.1.8. Het verwarmingstoestel moet worden gebruikt op een stabiele en vlakke ondergrond. ►2.1.9. Voed het verwarmingstoestel uitsluitend met stroom waarvan spanning en frequentie overeenkomen met de specicatie op het identicatieplaatje van het toestel. ►2.1.10. Gebruik voor de stroomvoorziening van het verwarmingstoestel alleen elektrische verlengsnoeren met de juiste doorsnede die goed geaard zijn. ►2.1.11. De luchtinlaat en -uitlaat van het verwarmingstoestel mogen niet geblokkeerd of gedeeltelijk afgesloten worden. ►2.1.12. Koppel het verwarmingstoestel los van de stroomvoorziening wanneer het product gedurende een lange tijd niet wordt gebruikt. ►2.1.13. Wanneer het verwarmingstoestel warm is, aangesloten is op het elektriciteitsnet of in werking is, mag het nooit worden verplaatst, gehanteerd, bijgetankt of onderworpen aan een onderhoudsinterventie. ►2.1.14. Alle reparaties aan het verwarmingstoestel moeten door het servicecentrum worden uitgevoerd. ►2.1.15. Gebruik alleen originele reserveonderdelen en neem de basisconguratie strikt in acht. ►2.1.16. Gebruik alleen originele kits voor het verwarmingstoestel. ►►2.2. BIJTANKEN ►2.2.1. Tank het verwarmingstoestel alleen bij met het type brandstof dat vermeld staat op het identicatieplaatje dat aan het product bevestigd is. ►2.2.2. Schakel het verwarmingstoestel uit en wacht tot deze volledig is afgekoeld voordat u gaat tanken. ►2.2.3. Het personeel dat verantwoordelijk is voor het bijtanken van het verwarmingstoestel moet voorzichtig zijn en de juiste veiligheidsvoorzieningen gebruiken. ►2.2.4. Het bewaren van de brandstof dient te gebeuren in overeenstemming met de geldende normen. ►2.2.5. Alle brandstoftanks moeten zich op een veilige minimumafstand van de verwarmer bevinden, volgens de geldende normen.en
SPEELGOED VOOR KINDEREN. HOUD DE PLASTIC ZAK UIT DE BUURT VAN KINDEREN; VERSTIKKINGSGEVAAR! ►3.1. Verwijder alle verpakkingsmaterialen gebruikt om het verwarmingstoestel te verpakken en te verzenden. Gooi deze weg volgens de geldende normen. ►3.2. Wanneer de verwarmer op een platform is geplaatst, haal deze er dan voorzichtig af met gebruik van geschikte inrichtingen en instrumenten, overeenkomstig de nationale regelgeving en de toepasselijke voorschriften. De verwarmer kan worden opgetild met een vorkheftruck, met gebruik van geschikte kettingen en haken (het toestel is voorzien van oogbouten). ►3.3. Controleer of er tijdens het transport geen schade is opgetreden. Als de verwarmer beschadigd lijkt, moet u onmiddellijk de concessiehouder verwittigen, waar het toestel werd aangekocht. ►►►4. ASSEMBLAGE (Fig. 2) Deze verwarmers zijn afhankelijk van het model voorzien van handgrepen, beugels, dragers, enz. Deze componenten bevinden zich samen met de bijhorende montagebouten in de doos van de verwarmer. ►►►5. BRANDSTOF
WAARSCHUWING: HET VERWARMINGSTOESTEL WERKT
ALLEEN MET HVO 100 BIOBRANDSTOF, DIESEL B7 OF KEROSINE. Gebruik nooit benzine, nafta, verfoplosmiddelen, alcohol of andere licht ontvlambare brandstoen om brand- of explosiegevaar te voorkomen. Gebruik niet-giftige antivriesadditieven bij zeer lage temperaturen. Aanbevolen wordt om winterbrandstof te gebruiken bij temperaturen onder 5°C (41°F). ►►►6. WERKINGSPRINCIPES De pomp van de brander zuigt de brandstof uit de tank en stuurt deze naar de spuitmond onder druk waar de brandstof wordt verneveld en gemengd met de verbrandingslucht in de verbrandingskamer. Een vonk ontsteekt de brandstof terwijl de uitlaatgassen uit de schoorsteen worden gestoten. Een reeks sensoren controleren constant de correcte werking van de verwarmer, en stoppen de cyclus wanneer er zich problemen voordoen. De ventilator, geplaatst aan de achterkant van de verwarmer, heeft tot doel de verbrandingskamer en de schoorsteen af te koelen door de warmte hieruit naar de omgeving te verplaatsen. ►►►7. BEDIENINGSPANEEL (Fig. 3) A. VERWARMING AAN/UIT-KNOP: AAN/UIT-knop voor de modus "VERWARMEN". B. VENTILATOR AAN/UIT-KNOP: AAN/UIT-knop voor de modus alleen “VENTILATIE“. C. Display. D. Aansluiting voor externe omgevingsthermostaat (omgevingsthermostaat optioneel). E. Controlelampje geen spanning brander. F. Controlelampje brander geblokkeerd. G. Controlelampje aanwezigheid elektrische spanning (controlelampje brandt alleen in stand-by). H. Controlelampje te hoge temperatuur thermostaat.
I. Controlelampje ventilator geblokkeerd.
L. Aansluiting externe tankniveausonde (sonde optioneel). M. Resetknop te hoge temperatuur thermostaat. N. Resetknop geblokkeerde motor (afhankelijk van het model). O. Kabelhaspelhouder. P. Kabelklem externe omgevingsthermostaat. ►►►8. WERKING
►8.1.1. Volg alle instructies met betrekking tot de veiligheid. ►8.1.2. Sluit de brandstoeiding(en) aan volgens de juiste aansluitingen (Fig. 4). ►8.1.3. Controleer of er brandstof in de tank aanwezig is. ►8.1.4. Steek de stekker in het stopcontact (Fig. 5) (ZIE SPANNING IN “TABEL TECHNISCHE GEGEVENS”). Het controlelampje spanning aanwezig “!“ (G Fig. 3) gaat branden. ►8.1.5. WERKWIJZE VERWARMING: Druk op de toets "ON/ OFF VERWARMING" (A Fig. 3) om de modus "VERWARMEN" te activeren. De ventilator start automatisch na enkele seconden. Als de verwarmer niet in werking treedt, raadpleeg de paragraaf “PROBLEEM OPSPOREN”. Tijdens de normale werking worden de bedrijfsuren van de verwarming op het display weergegeven. ►8.1.6. WERKWIJZE VENTILATIE: Druk op de toets "ON/OFF VENTILATOR" (B Fig. 3) om de modus alleen "VENTILATIE" te activeren. ►8.1.7. Bij modellen met omgevingsthermostaat de ingestelde temperatuur controleren (Fig. 6).
OPMERKING: OM DE GEBRUIKSMODUS (VENTILATIE
OF VERWARMING) TE WIJZIGEN, MOET DE HUIDIGE
AANWIJZINGEN VERMELD IN HET BETREFFENDE DEEL
►8.2.1. WERKWIJZE VERWARMING: Druk op de toets "ON/OFF VERWARMING" (A Fig. 3) om de modus "VERWARMEN" uit te schakelen. De vlam gaat uit en de ventilator blijft werken tot de verbrandingskamer volledig is afgekoeld. Trek de stekker niet uit het stopcontact totdat de koelcyclus is voltooid. ►8.2.2. WERKWIJZE VENTILATIE: Druk op de toets "ON/ OFF VENTILATOR" (B Fig. 3) om de modus van alleen "VENTILATIE" te deactiveren. ►8.2.3. Wacht enkele minuten en trek dan de stekker uit het stopcontact.
Als zich tijdens de normale werking een storing voordoet, geeft de verwarming het specieke alarm op het bedieningspaneel aan. Alvorens de verwarmer te resetten, dient u de oorzaak van het alarm op te sporen en op te lossen (bijvoorbeeld: geen brandstof, verstopping van de luchtinlaat en/of van de luchtafvoer, stilstand van de ventilator enz.). Wanneer u er niet in slaagt het probleem op te lossen waardoor de storing is opgetreden, laat dan de technische dienst komen voor een interventie. Voor het resetten van de verwarmer, wordt aangeraden deze procedure te volgen (volg alle aanwijzingen met betrekking tot de veiligheid): ►RESET GEEN SPANNING NAAR BRANDER [Knipperend controlelampje (E Fig. 3)]: Geen elektrische spanning tussen brander en elektronische kaart. Schakel de verwarming uit (A/B Fig. 3), koppel de stroomtoevoer los (Fig. 12) en neem contact op met de technische dienst. ►RESET VAN DE BRANDER [Knipperend controlelampje (F Fig. 3) (Fig. 9)]: Er is tijdens de werking van de brander een storing opgetreden. Verhelp de oorzaak waardoor de storing is veroorzaakt (bijv. door de brandstoftank bij te vullen), verwijder het deksel (Fig. 7) en druk de resetknop een aantal seconden helemaal in (Fig. 10) en doe de deksel er weer op (Fig. 8). Na een paar mislukte reset-pogingen zal de elektronica de verwarmer blokkeren. Om de verwarmer te deblokkeren, moet de stroomtoevoer worden losgekoppeld (Fig. 12). Neem contact op met de technische dienst als het probleem aanhoudt. ► RESET STORING ELEKTRISCHE SPANNING [Knipperend controlelampje (G Fig. 3)]: Netspanningswaarde niet geschikt. Koppel de stroomtoevoer los (Fig. 12) en pas het elektriciteitsnet aan. Neem contact op met de technische dienst als het probleem aanhoudt.
►RESET TE HOGE TEMPERATUUR THERMOSTAAT
[Knipperend controlelampje (H Fig. 3)]: De verwarmer heeft de maximum bedrijfstemperatuur bereikt. Neem de oorzaak die de blokkering heeft veroorzaakt weg, verwijder het deksel (Fig. 7), draai de dop los, druk de (M Fig. 3), schroef de dop er weer op en breng vervolgens het deksel weer aan (Fig. 8). Neem contact op met de technische dienst als het probleem aanhoudt. ►RESET VAN DE VENTILATORMOTOR (afhankelijk van het model) [Knipperend controlelampje (I Fig. 3)]: De ventilatormotor is geblokkeerd of functioneert niet goed. Koppel de stroomtoevoer los (Fig. 12). Neem de oorzaak die de blokkering heeft veroorzaakt weg, verwijder het deksel (Fig. 7), druk de resetknop helemaal in (N Fig. 3) (afhankelijk van het model) en breng vervolgens het deksel weer aan (Fig. 8). Neem contact op met de technische dienst als het probleem aanhoudt. ►►►10. REINIGING FILTERS
►►10.1. BRANDSTOF-AFZUIGFILTER, AFHANKELIJK VAN
HET MODEL (Fig. 11) Afhankelijk van de hoeveelheid brandstof die wordt gebruikt, kan het nodig zijn om de lters te reinigen: ►10.1.1. Verwijder de beker (A). ►10.1.2. Haal de lter (B) uit de beker, let erop dat u de pakkingen met zorg bewaart. ►10.1.3. Reinig de lter (B) met schone brandstof, let op dat u de componenten niet beschadigt. ►10.1.4. Monteer de lter (B) opnieuw in de beker. ►10.1.5. Monteer de beker (A) opnieuw, let erop dat u de pakkingen correct opnieuw monteert. ►►10.2. FILTER BRANDSTOFPOMP Zie het programma voor preventief onderhoud.
DE VERWARMER"), DE STEKKER UIT HET STOPCONTACT WORDEN GETROKKEN (Fig. 12) EN GEWACHT WORDEN TOT DE VERWARMER VOLLEDIG IS AFGEKOELD. OM RISICO'S TE VERMIJDEN, MOET DE VERWARMER TIJDENS HET VERPLAATSEN IN EEN VLAKKE STAND WORDEN GEHOUDEN. Voor het beste behoud van de verwarmer, wordt aangeraden deze procedure te volgen (volg alle aanwijzingen met betrekking tot de veiligheid): ►12.1. De verwarmer kan worden opgetild met een vorkheftruck, met gebruik van geschikte kettingen en haken (het toestel is voorzien van oogbouten). ►12.2. Bewaar de verwarmer op een droge plaats en bescherm het tegen mogelijke beschadigingen. ►►►12. AANSLUITING OMGEVINGSTHERMOSTAAT Afhankelijk van het model is er een voorziening voor het aansluiten van de kamerthermostaat (D Fig. 3). Voor een correcte aansluiting verwijdert u de dop en sluit op de connector (D Fig. 3), de externe omgevingsthermostaat aan (Fig. 13-14) zorg er daarbij voor dat u de vergrendeling op het stopcontact goed sluit. Het wordt altijd aangeraden om de kabel van de omgevingsthermostaat vast te zetten met de kabelklem (P Fig.
3) om ernstige schade aan het bedieningspaneel te voorkomen.
Voor een goede werking van de verwarming moet de dop of de thermostaat altijd correct zijn geïnstalleerd (Fig. 14) op de connector van de externe omgevingsthermostaat (D Fig. 3).
►►►13. ADVIEZEN VOOR DE KANALISERING
(Fig. 15) BELANGRIJK: VERMIJD OM DE LUCHT BIJ DE INGANG EN/ OF UITGANG TE KANALISEREN MITS MET ORIGINELE KIT (WAAR VOORZIEN). Teneinde problemen ten aanzien van de werking van de verwarmer of schade aan personen te vermijden is het noodzakelijk aandacht te besteden aan de opstelling van de leidingen voor de kanalisering. Om de weerstand van de luchtstroom te verminderen, is het raadzaam de buizen van het kanaal zoveel mogelijk te strekken door het aantal bochten tot een minimum te beperken en bochten met scherpe hoeken te vermijden. De eerste meters mogen geen bochten bevatten.en
Filters Eén keer per jaar of volgens de noodwendigheden schoonmaken of vervangen (controleer de intacte staat) De lters reinigen (ZIE PAR. ”REINIGING VAN DE FILTERS”) Filter brandstofpomp Eén keer per jaar of volgens de noodwendigheden schoonmaken of vervangen (controleer de intacte staat) Wend u tot de technische dienst Elektroden Reinigen volgens noodzaak Wend u tot de technische dienst Ventilator Reinigen volgens noodzaak Wend u tot de technische dienst Verbrandingskamer Reinigen volgens noodzaak Wend u tot de technische dienst
De verwarmer start niet of blijft niet aan
5. Foutieve instelling van de
omgevingsthermostaat (waar aanwezig)
7. Vreemde stoen aanwezig in het
8. Ingestelde temperatuur op
omgevingsthermostaat te hoog
9. Elektronica geblokkeerd
1. Druk op de aan/uit-knop "ON/OFF" /"VENTILATIE" (A/B Fig. 3)
2a. Steek de stekker van de voedingskabel correct in het stopcontact (Fig. 5) 2b. Controleer of uw systeem de correcte spanning heeft
5. Stel de omgevingsthermostaat in op een hogere temperatuur dan
de temperatuur van de werkomgeving (Fig. 6)
8. Verlaag de ingestelde temperatuur van de omgevingsthermostaat
9. Reset de elektronica (ZIE PAR. ”RESET VAN DE VERWARMER”)
De verwarmer produceert rook tijdens de werking
1. Vreemde stoen aanwezig in het
2. Obstructie van de luchtinlaat
1a. Maak de tank volledig leeg en vul met schone brandstof 1b. De lters reinigen (ZIE PAR. ”REINIGING VAN DE FILTERS”) 1c. Wend u tot de technische dienst
2. Verwijder alle mogelijke obstructies van de luchtinlaat
De verwarmer gaat niet uit
SimpelGids