KS 60 E - Zaag FESTOOL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KS 60 E FESTOOL in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over KS 60 E FESTOOL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KS 60 E - FESTOOL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KS 60 E van het merk FESTOOL.
GEBRUIKSAANWIJZING KS 60 E FESTOOL
2 Veiligheidsvoorschriften.... 71
3 Gebruik volgens de voorschriften....74
6 Ingebruikneming....75
7 Instellingen....76
8 Werken met het elektrische gereedschap.... 78
9 Reparatie en onderhoud.... 81
10 Accessoires.... 82
11 Milieu....83
1 Symbolen
Symbool Betekenis

Waarschuwing voor algemeen ge- vaar

Waarschuwing voor elektrische schok

Lees de gebruiksaanwijzing en veiligheidsvoorschriften!

Draag gehoorbescherming!

Draag veiligheidshandschoenen!

Draag een zuurstofmasker!

Draag een veiligheidsbril!

Niet rechtstreeks in het licht kijken!

Niet met het huisvuil meegeven.

Draairichting van de zaag en het zaagblad

Zaagbladafmeting
a ... diameter
b ... opnamegat

Tip, aanwijzing

Handelingsinstructie

Beveiligingsklasse II

Stekker uit het stopcontact trekken!
Symbool Betekenis

Gevarenzone! Handen weghouden!

Waarschuwing voor heet oppervlak!

Gevaar van beknelling voor vingers en handen!

Snijgevaar door vrijstaand zaagblad

CE-markering: Bevestigt de conformiteit van het elektrische gereedschap met de richtlijnen van de Europese Unie.
2 Veiligheidsvoorschriften
2.1 Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen

WAARSCHUWING! Lees alle veiligheids- voorschriften en aanwijzingen. Worden
de veiligheidsinstructies en aanwijzingen niet in acht genomen, dan kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben.
Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen om ze later te kunnen raadplegen.
Het begrip "elektrisch gereedschap" dat in de veiligheidsinstructies gebruikt wordt, heeft betrekking op elektrisch gereedschap met netvoeding (met netsnoer) of elektrisch gereedschap met accuvoeding (zonder netsnoer).
2.2 Machinespecifieke veiligheidsvoorschriften
- Verstekafkortzagen zijn bestemd voor het zagen van hout of houtachtige producten. Zij mogen niet voor het zagen van ijzer, zoals staven, stangen, schroeven etc. worden gebruikt. Slijpstof leidt tot het blokke- ren van bewegende delen zoals de onder- ste beschermkap. Vonken van het zagen verbranden de onderste beschermkap, de inlegplaat en andere kunststof onderdelen.
- Fixeer het werkstuk indien mogelijk met klemmen. Als u het werkstuk met de hand vasthoudt, moet u uw hand altijd tenminste 100 mm van elke kant van het zaagblad verwijderd houden. Gebruik de zaag niet voor het zagen van stukken die te klein zijn om ze vast te klemmen of met de hand vast te houden. Als uw hand te dicht bij het zaagblad is, bestaat er een verhoogd
Nederlands
letselgevaar door contact met het zaagblad.
- Het werkstuk moet onbeweeglijk zijn en óf vastgespannen óf tegen de aanslag en de tafel gedrukt worden. Schuif het werkstuk niet in het zaagblad en zaag nooit 'uit de vrije hand'.Losse of bewegende werkstukken zouden met hoge snelheid weggeslingerd kunnen worden en tot letsel leiden.
- Schuif de zaag door het werkstuk. Voorkom dat u de zaag door het werkstuk trekt. Voor een zaagsnede tilt u de zaag-kop op en trekt u hem over het werkstuk zonder te zagen. Vervolgens schakelt u de motor in, zwenkt u de zaagkop naar beneden en drukt u de zaag door het werkstuk. Bij een trekkende zaagsnede bestaat het gevaar dat het zaagblad uit het werkstuk omhoog komt en de zaagbladeenheid met geweld naar de bediener wordt geslingerd.
- Ga nooit, noch voor noch achter het zaagblad, kruiselings met uw hand over de beoogde zaaglijn heen. Het vasthouden van het werkstuk "met gekruiste handen", d.w.z. het vasthouden van het werkstuk met de linkerhand rechts van het zaagblad of omgekeerd is zeer gevaarlijk.
- Kom nooit bij een draaiend zaagblad met uw hand achter de aanslag. Zorg ervoor dat de veiligheidsmarge tussen uw hand en het draaiende zaagblad nooit minder is dan 100 mm. (Dit geldt voor beide kanten van het zaagblad, bijv. bij het verwijderen van houtafval). Een geringe afstand van het draaiende zaagblad tot uw hand is mogelijkkerwijs niet duidelijk zichtbaar en u kunt ernstig letsel oplopen.
- Controleer het werkstuk voor het zagen. Als het werkstuk gebogen of vervormd is, spant u het met de naar buiten gekromde kant in de richting van de aanslag vast. Zorg er altijd voor dat er langs de zaaglijn geen spleet is tussen werkstuk, aanslag en tafel. Gebogen of vervormde werkstukken kunnen verdraaid raken of verplaatsen, waardoor het draaiende zaagblad bij het zagen beklemd kan raken. Er mogen zich geen spijkers of oneigenlijke elementen in het werkstuk bevinden.
- Gebruik de zaag pas wanneer de tafel vrij is van gereedschap, houtafval, etc.; alleen het werkstuk mag zich op de tafel bevin-den. Klein afval, losse houtstukken of andere voorwerpen die in contact komen met
het draaiende blad, kunnen met hoge snelheid worden weggeslingerd.
- Zaag nooit meer dan één werkstuk tegelijk. Meerdere gestapelde werkstukken kunnen niet goed worden gespannen of vastgehouden en kunnen tijdens het zagen wegschuiven of ervoor zorgen, dat het blad vastloopt.
- Zorg ervoor dat de verstekafkortzaag vóór gebruik op een vlak, stevig werkvlak staat. Een vlak en stevig werkvlak vermindert het gevaar dat de verstekafkortzaag instabiel wordt.
- Plan uw werk. Telkens wanneer u de verstekhoek van het zaagblad verandert, moet u erop letten dat de instelbare aan-slag juist is afgesteld, het werkstuk ondersteunt en daarbij niet met het blad of de beschermkap in contact komt. Simuleer bij een niet-ingeschakelde machine en zonder werkstuk op de tafel een volledige zaagbeweging van zaagblad om er zeker van te zijn dat er geen sprake is van belemmeringen of het gevaar dat in de aanslag wordt gezaagd.
- Zorg bij werkstukken die breder of langer zijn dan het tafeloppervlak voor een passende ondersteuning, bijv. door tafelverlengingen of zaagbokken. Werkstukken die langer of breder zijn dan de tafel van de verstekafkortzaag, kunnen kantelen indien ze niet goed worden ondersteund. Wanneer een afgezaagd stuk hout of werkstuk kan-telt, kan het de onderste beschermkap omhoog laten komen of ongecontroleerd door het draaiende zaagblad worden weg-geslingerd.
- Roep niet de hulp van andere personen in als vervanging voor een tafelverlenging of als extra steun. Een instabiele ondersteuning van het werkstuk kan ertoe leiden, dat het blad vastloopt. Ook kan het werkstuk tijdens het zagen verschuiven en u en uw hulp in het draaiende blad trekken.
- Het afgezaagde stuk mag niet tegen het draaiende zaagblad worden gedrukt. Wanneer er weinig plaats is, bijv. bij gebruik van lengteaanslagen, kan het afgezaagde stuk bij het blad ingeklemd raken en met geweld worden weggeslingerd.
- Gebruik altijd een klem of een passende voorziening om rond materiaal, zoals stangen of buizen, goed te ondersteunen. Stangen kunnen bij het zagen gemakkelijk
wegrollen, waardoor het zaagblad zich kan "vastbijten" en het werkstuk met uw hand in het blad getrokken kan worden.
- Laat het blad het volledige toerental be-reiken voordat u in het werkstuk zaagt. Dit vermindert het risico dat het werkstuk weggeslingerd wordt.
- Schakel de verstekafkortzaag uit indien het werkstuk beklemd raakt of het zaagblad blokkeert. Wacht tot alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen, trek de stekker uit het stopcontact en/of haal de accu uit de machine. Verwijder vervolgens het ingeklemde materiaal. Wanneer u bij zo'n blokkering verder zaagt, kan dit leiden tot verlies van controle of beschadiging van de verstekafkortzaag.
- Laat na het beëindigen van de zaagsnede de schakelaar los, houd de zaagkop omlaag en wacht tot het blad stilstaat, voordat u het afgezaagde stuk verwijdert. Het is zeer gevaarlijk om met de hand in de buurt van het uitlopende zaagblad te komen.
- Houd de handgreep goed vast als u een onvolledige zaagsnede uitvoert of als u de schakelaar loslaat voordat de zaagkop zijn onderste stand heeft bereikt. Door de remwerking van de zaag kan de zaagkop schoksgewijs naar onderen getrokken worden, wat een verwondingsrisico betekent.
2.3 Overige veiligheidsvoorschriften
- Alleen zaagbladen gebruiken die aan de gegevens uit het reglementaire gebruik voldoen. Zaagbladen die niet op de montagedelen van de zaag passen, lopen excentrisch, kunnen splinters uit het materiaal slaan en deze naar buiten slingeren. Deze splinters kunnen de ogen van de gebruiker of van omstanders raken.
- Alleen zaagbladen met een spaanhoek ≤slant 0° gebruiken. Een spaanhoek > 0° trekt de zaag in het werkstuk. Er bestaat verwondingsgevaar door terugslande zaag en roterend werkstuk.
- Voor gebruik altijd de werking van de pen-delbeschermkap controleren. Het elektrisch gereedschap alleen gebruiken indien het volgens voorschrift functioneert.
- Niet met uw handen in de spaanafvoer grijpen. Draaiende onderdelen kunnen uw handen verwonden.
- Tijdens het werken kunnen schadelijke/giftige stoffen ontstaan (bijv. bij loodhou-
dende verf en enkele houtsoorten). Voor de gebruiker van de machine of voor personen die zich in de buurt van de machine bevinden kan het aanraken of inademen van deze stoffen gevaarlijk zijn. Neem de veiligheidsvoorschriften in acht die in uw land van toepassing zijn.

- Draegter bescherming van uw gezondheid een P2-stofmasker. Zorg in gesloten ruimtes voor voldoende ventilatie en sluit een mobiele stofzuiger aan.
- Vervang aangezaagde of beschadigde aan- slagen. Beschadigde aanslagen kunnen bij het werken met de zaag worden weggeslin- gerd. Omstanders kunnen letsel oplopen.
- Alleen originele Festool accessoires en verbruiksmaterialen gebruiken. Alleen door Festool geteste en goedgekeurde accessoires zijn veilig en perfect op de machine en het gebruik afgestemd.
- Het elektrische gereedschap alleen in binnenruimtes en droge omgeving gebruiken.

Niet rechtstreeks in het licht kijken.
De optische straling kan de ogen beschadigen.
2.4 Restrisico's
Ook wanneer u zich aan alle relevante bouwvoorschriften houdt, kunnen zich bij gebruik van de machine nog gevaarlijke situaties voordoen, bijv. als gevolg van:
- Aanraking van draaiende delen van de zijkant: zaagblad, spanflens, flensschroef,
- aanraking van spanningvoerende delen bij geopende behuizing en niet-uitgetrokken stekker,
- het wegvliegen van werkstukdelen,
- het wegvliegen van werkstukdelen bij beschadigd gereedschap,
- geluidsemissie,
- stofemissie.
2.5 Aluminiumbewerking

Bij de bewerking van aluminium dient zich uit veiligheidsoverwegingen te houden le volgende maatregelen:
- Voorschakelen van een differentiaal- (FI-, PRCD-) veiligheidsschakelaar.
- Elektrisch gereedschap op een geschikt afzuigapparaat aansluiten.
Nederlands
- Elektrisch gereedschap regelmatig reinigen van stofafzettingen in de motorbehuizing.
- Een aluminium-zaagblad gebruiken.

Draag een veiligheidsbril!
2.6 Emissiewaarden
De volgens EN 62841 bepaalde waarden bedragen gewoonlijk:
Geluidsdrukniveau L
$$ _ {P A} = 9 1 \mathrm{dB(A)} $$
Geluidsvermogensniveau L
$$ _ {\mathrm{WA}} = 1 0 0 \mathrm{dB(A)} $$
Onzekerheid K = 3 dB


VOORZICHTIG
Geluid dat bij het werk optreedt Beschadiging van het gehoor
▶ Gehoorbescherming gebruiken.
De aangegeven geluidemissiewaarden
- zijn aan de hand van een genormeerde testprocedure gemeten en kunnen ter vergelijking van een elektrisch gereedschap met een ander gereedschap worden gebruikt.
- Ze kunnen tevens voor een voorlopige beoordeling van de belasting worden gebruikt.

VOORZICHTIG
De geluidsemissies kunnen - afhankelijk van de manier waarop het elektrische gereedschap wordt gebruikt, welk soort werkstuk wordt bewerkt - tijdens het werkelijke gebruik van het elektrische gereedschap van de specificaties afwijken.
▶ Veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de bediener vastleggen die baseren op een beoordeling van de belasting tijdens de feitelijke gebruiksomstandigheden. (Hierbij moet rekening gehouden worden met de bedrijfscyclus, bijvoorbeeld tijden waarop het elektrische gereedschap uitgeschakeld is en dergelijke waarbij het weliswaar ingeschakeld is, maar zonder belasting loopt.)
3 Gebruik volgens de voorschriften
Het elektrische gereedschap is als stationair toestel bestemd voor het zagen van hout, kunststof, aluminiumprofielen en vergelijkbare materialen. Andere materialen, vooral staal, beton en mineraal materiaal mogen niet bewerkt worden.
Alleen Festool-zaagbladen gebruiken die voor het gebruik met dit elektrische gereedschap bedoeld zijn.
De zaagbladen moeten de volgende gegevens bezitten:
- Diameter zaagblad 216 mm
- Zaagbreedte 2,3 mm (komt overeen met tandbreedte)
- Opnamegat 30 mm
- Stambladdikte 1,6 mm
- Zaagblad conform EN 847-1
- Zaagblad met spaanhoek ≤slant 0^
- Geschikt voor toerentallen boven
5000 min ^-1 .
Festool-zaagbladen voldoen aan de norm EN 847-1.
Zaag alleen materialen die conform de bepalingen voor het betreffende zaagblad bestemd zijn.
Dit elektrische gereedschap mag uitsluitend door vakmannen of goed opgeleide personen worden gebruikt.

De gebruiker is aansprakelijk voor schade en letsel bij gebruik dat niet volgens
de voorschriften plaatsvindt.
[1-4] Hendel voor groefdieptebegrenzing
[1-5] Draaiknop voor trekvergrendeling
[1-6] Hendel voor transportvergrendeling Spilstop
[1-8] Aanslagliniaal (aan beide zijden)
[1-9] Draaiknoppen voor het fixeren van de tafelverbreding (aan beide zijden)
[1-10] Hoekindicatie voor versteksnedes
[1-11] Hendel voor het inklikken van de verstekhoek
[1-12] Draaischijf
[1-13] Pendelbeschermkap
[2-1] Kabelklem
[2-2] Afzuigaansluiting
[2-3] In-/uitschakelaar voor puntlicht (ge-deeltelijk toebehoren)
[2-5] Stelknop voor toerentalinstelling
[2-6] Draaiknop voor het fixeren van de draaischijf
[2-7] Tafelverbreding (aan beide zijden)
[2-8] Zwaaihaakdepot voor het vastklemmen van de zwaaihaak
[2-9] Sterknop voor het fixeren van de hellingshoek
[2-10] Sleuteldepot voor inbussleutel
[2-11] Kabelopwikkeling met geïntegreerde draaggreep
[3] Verwijderen van de transportbeveiliging
[4] Geïsoleerde greepvlakken (grijs gearceerd gebied)
De vermelde afbeeldingen staan aan het begin en aan het einde van de gebruiksaanwijzing.
6 Ingebruikneming
6.1 Eerste ingebruikneming

WAARSCHUWING
Niet-toegestane spanning of frequentie! Risico van ongevallen
▶ Gegevens op het typeplaatje in acht nemen.
- Landspecifieke bijzonderheden in acht ne-
men.
Let op een veilige stand van het elektrisch gereedschap. Kantelgevaar. Even-tueel de montagehandleiding voor de multi-functionele tafel MFT of het onderstel UG-KAPEX KS 60 in acht nemen.
▶ Transportbeveiliging verwijderen [3].
▷ Beschermhoes van linker rail verwijderen ①.
- Zaagaggregaat naar beneden drukken en de kabelbinders voor de bevestiging doorsnijden .2
▷ Klemmen om de hellingsvergrendeling wegtrekken 3
▶ Machine opstellen en in werkstand brengen.
6.2 Opstellen en bevestigen [5]
![FESTOOL KS 60 E - Opstellen en bevestigen [5] - 1](/content/2026/04/627270/images/ffd343565c75840455fead225e39590aa0e3d34dbb84c732fbff05d40da61e6a.jpg)
Werk alleen aan de machine als de stekker uit het stopcontact is.
Voor het bevestigen, indien gewenst, de steunvoeten A-SYS-KS60 (optionele accessoires) monteren. Door deze steunvoeten krijgt het werkvlak op de draaischijf dezelfde hoogte als een systainer 1. Met deze systainers kunnen dan lange werkstukken ondersteund worden [5].
![FESTOOL KS 60 E - Opstellen en bevestigen [5] - 2](/content/2026/04/627270/images/f1dba52df792856fcc720af9fcfa5daef13796e9f0322089372745612dd173a6.jpg)
Er bestaan de volgende bevestigingsmogelijkheden:
De machine zo bevestigen dat deze bij het werken niet kan wegglijden.
Schroeven [5A]: Machine met vier schroeven op het werkvlak bevestigen. Hiervoor dienen de boorgaten [5A-1] in de vier steunpunten van de zaagtafel.
Schroefklemmen [5B]: Machine met schroef-klemmen [5B-1]op het werkvlak bevestigen. De steunpunten dienen, met inachtneming van het zwaartepunt, voor een veilige bevestiging.
Spanset voor MFT [5C]: Machine met de spanset [5C-2] op de Festool multifunctionele tafel MFT/3 of MFT/Kapex (SZ-KS) bevestigen. Hiervoor dienen de zeskantige gaten [5C-1] aan weerskanten bij de tafelverbreding.
Onderstel UG-KAPEX KS 60[5D]: De bij het onderstel gevoegde montagehandleiding in acht nemen.
6.3 Transport

VOORZICHTIG
Gevaar voor beknelling
Zaagaggregaat kan uitklappen/uitschuiven
- Het transport van de machine moet altijd in de daarvoor bestemde transportstand plaatsvinden.

Gevaar voor letsel! Machine kan bij het dragen uit de hand glijden. Machine altijd met beide handen aan de daarvoor bestemde draaggrepen [6] vasthouden.
Machine beveiligen (transportstand)
▶ Aansluitkabel op de kabelopwikkeling [2-11] wikkelen en met kabelklem [2-1] fixeren.
- Zaagaggregaat in achterste stand bewegen en met draaiknop [1-5] vergrendelen.
▶ Zaagaggregaat in verticale stand draaien.
▷ Sterknop [2-9] losdraaien,
▷ zaagaggregaat in verticale stand brengen,
▷ sterknop dichtdraaien.
▶ Zaagaggregaat vergrendelen.
▷ Veiligheidstoets [1-2]indrukken en vasthouden.
▶ Zaagaggregaat tot aan de aanslag naar beneden bewegen.
▷ Hendel voor transportvergrendeling [1-6]omslaan.
▷ Veiligheidstoets loslaten.
Het zaagaggregaat bevindt zich in de onderste stand.
▶ Draaischijf in rechtse positie draaien.
▷ Draaiknop [2-6] losdraaien.
▷ Vergrendelhendel [1-11]indrukken en vasthouden.
▷ Draaischijf [1-12] tot aan de aanslag naar rechts draaien.
▷ Vergrendelhendel loslaten, draaiknop vastdraaien.
Machine bevindt zich in transportstand [6].
De beoogde draaggrepen zijn de handgrepen van het zaagaggregaat [6-1], in de kabelopwikkeling [6-3] en de tafelverbredingen 6-2.
6.4 Werkstand
Machine ontgrendelen (werkstand)
- Zaagaggregaat in verticale positie (zaagblad verticaal) draaien [10].
- Zaagaggregaat tot de aanslag naar beneden drukken en vasthouden.
▶ Hendel voor transportvergrendeling [1-6] omslaan. - Zaagaggregaat langzaam omhoog laten komen.
- Aansluitkabel afwikkelen en stekker in stopcontact steken.
Machine is klaar voor gebruik.
6.5 In-/Uitschakelen
- Elektrische veiligheid van de stroomaansluiting controleren.
- Werkstand tot stand brengen resp. vergrendeling van het zaagaggregaat losdraaien.
▶ Veiligheidstoets [1-2] indrukken en vasthouden.
▶ In-/uitschakelaar [1-3] indrukken en vasthouden.
$$ \text { indrukken } = \text { AAN } $$
$$ \text { loslaten } = \text { UIT } $$
7 Instellingen
7.1 Electronic
De machine bezit een elektronica met de volgende kenmerken:
Zachte aanloop
De elektronisch geregelde zachte aanloop zorgt ervoor dat de machine stootvrij aanloopt.
Toerentalregeling
Het toerental kan met de stelknop [2-5] traploos in het toerentalbereik worden ingesteld.
Daardoor kunt u de zaagsnelheid aan het be-
treffende materiaal optimaal aanpassen (zie tabel).
Aanbevolen stand van de stelknop
Hout 3 - 6
Kunststof 3 - 5
Vezelmateriaal 1 - 3
Aluminium- en nonferro-profielen 3 - 6
Stroombegrenzing
De stroombegrenzing voorkomt bij extreme overbelasting een te hoge stroomopname. Dit kan leiden tot een lager motortoerental. Na ontlasting komt de motor direct weer op toeren.
Temperatuurbeveiliging
Bij een te hoge motortemperatuur worden stroomtoevoer en toerental gereduceerd. De machine loopt alleen nog op beperkt vermogen om een snelle afkoeling door de motorventilatie mogelijk te maken. Na afkoeling komt de machine weer automatisch op gang.
7.2 Mobiele stofafzuiger aansluiten

WAARSCHUWING
Gevaar voor de gezondheid door stof
- Stof kan gevaarlijk zijn voor de gezondheid. Werk daarom nooit zonder afzuiging.
- Volg bij het afzuigen van gezondheidsbedreigende stoffen altijd de nationale voorschriften.
Festool mobiele stofafzuiger
Op het hoekstuk van de afzuigaansluiting [2-2] kan een Festool mobiele stofafzuiger worden aangesloten met een afzuigslangdiameter van 27 mm of 36 mm (36 mm aanbevolen wegens geringer verstoppingsgevaar).
7.3 Aanslaglinialen instellen [8]
![FESTOOL KS 60 E - Aanslaglinialen instellen [8] - 1](/content/2026/04/627270/images/36006067191cfaf02bd62033b713577aa3f141ed9d95d374f4788598bc9592c3.jpg)
Voor speciale instellingen voor schuine zaagsnedes kan het noodzakelijk zijn om de aanslaglinialen te verschuiven. Bij schuine zaagsnedes bestaat het gevaar dat de aanslaglinialen worden aangezaagd.
▶ Draaiknoppen (aan beide zijden) [8-1] openen.
▶ Aanslaglinialen [8-4] zo verschuiven, dat er een maximale afstand van 8 mm tot het zaagblad is.
- Door het bij wijze van proef, in uitgeschakelde toestand, neerlaten van het zaagaggregaat, controleren of het zaagblad contact maakt met de aanslaglinialen.
▶ Draaiknoppen vastdraaien.
① Steunvlak van de aanslaglinialen kan afzonderlijk worden aangepast, wanneer passende stukken slaghout worden aangeschroefd [8A]. Hierbij moet erop worden gelet dat de werking van de zaag niet beperkt wordt.
7.4 Tafelverbreding aanpassen
▶ Draaiknop [8-3] losdraaien.
▶ Tafelverbreding [8-2] zover uittrekken, dat het werkstuk er geheel op ligt.
▶ Draaiknop vastdraaien.
(i) Steekt het werkstuk ondanks een maximaal uitgetrokken tafelverbreding uit, dan moet het werkstuk op een andere wijze worden ondersteund.
7.5 Zaagblad selecteren
Festool-zaagbladen zijn met een gekleurde ring gemarkeerd. De kleur van de ring staat voor het materiaal waarvoor het zaagblad geschikt is.
| Geel Hout, zachte kunststoffen | |
| Rood Kunststof/minerale grondstof | |
| Groen Bouwmaterialen | |
| Blauw Aluminium, staal/sand-wichplaten |
7.6 Zaagblad vervangen [9]
![FESTOOL KS 60 E - Zaagblad vervangen [9] - 1](/content/2026/04/627270/images/381b5032ff24ea3be2284d4817563523839c3f57c417192a08d9ea2cddb23f92.jpg)
WAARSCHUWING
Letselgevaar, stroomschok
- Trek vóór alle werkzaamheden aan de machine altijd de stekker uit het stopcontact!

VOORZICHTIG
Heet en scherp gereedschap
Gevaar voor letsel
- Geen stomp of defect inzetgereedschap gebruiken!
▶ Voor het wisselen van het zaagblad veiligheidshandschoenen dragen.
Machine voorbereiden
▶ Stekker uit stopcontact trekken, aansluitkabel opwikkelen.
- Zaagaggregaat tot aan de aanslag naar beneden bewegen.
Nederlands
▶ Hendel voor transportvergrendeling [9-2]omslaan.
- Zaagaggregaat langzaam omhoog laten komen.
- Inbussleutel [9-7]uit houder in de kabelop-wikkeling [9-10] (sleuteldepot) nemen.
Zaagblad demonteren
▶ Spindelstop [9-1]indrukken en vasthouden.
- Zaagblad met inbussleutel [9-7]draaien tot de spindelstop inklikt.
▶ Bout [9-6] met inbussleutel losdraaien (linkse schroefdraad, in de richting van de pijl draaien!).
▶ Bout en flens [9-8] afnemen.
▶ Spilstop loslaten.
▶ Veiligheidstoets [9-3]indrukken en vasthouden.
▶ Pendelbeschermkap [9-4]met één hand omhoog trekken en vasthouden.
▶ Zaagblad [9-5] afnemen.
Zaagblad monteren
Zaagblad en flens moeten vrij van stof en verontreiniging zijn om een zuivere loop van het zaagblad te garanderen.
⚠️ Zaagblad en flens moeten vrij van stof en verontreiniging zijn om een zuivere loop van het zaagblad te garanderen.
▶ Nieuw zaagblad [9-5] inbrengen.
⚠️ Het opschrift van het zaagblad moet zichtbaar zijn. De draairichting van het zaagblad moet met de richting van de pijl [9-9] overeenkomen!
- Flens [9-8] zo inbrengen dat de pasvormen van flens, opnamedraad en zaagblad in elkaar grijpen.
▶ Spindelstop [9-1]indrukken en vasthouden. - Zaagblad met inbussleutel [9-7]draaien tot de spindelstop inklikt.
▶ Moer [9-6] inbrengen en tegen de richting van de pijl vastdraaien.
Gevaar voor letsel! Controleer na de zaagbladwisseling of het zaagblad stevig is bevestigd. Door een losse moer kan het zaagblad losraken.
8 Werken met het elektrische gereedschap


WAARSCHUWING
Wegvliegende gereedschap-/werkstukonderdelen
Gevaar voor letsel
▶ Draag een veiligheidsbril!
- Bij het gebruik andere personen op afstand houden.
▶ Werkstukken altijd goed vastzetten.
- Schroefklemmen volledig op het werkstuk zetten.

WAARSCHUWING
Pendelbeschermkap sluit niet Gevaar voor letsel
▶ Zagen onderbreken.
Aansluitkabel uit stopcontact trekken, zaagresten verwijderen. Bij beschadiging pendelbeschermkap laten vervangen.
Voor veilig werken
Bij het werken alle aan het begin vermelde veiligheidsvoorschriften en de volgende regels in acht nemen:
- Correcte werkpositie:
- vooraan aan de bedienerkant;
- recht tegenover de zaag;
- naast de zaagbladlijn.
- Bij het werken het elektrisch gereedschap altijd met de bedienende hand aan de handgreep [1-1] vasthouden. De vrije hand altijd buiten het gevarenbereik houden.
- Geleid de machine alleen in ingeschakelde toestand tegen een werkstuk.
- Aanzetsnelheid aanpassen om overbelasting van de machine of, bij het zagen van kunststof, het smelten van kunststof te voorkomen.
- Zorg ervoor dat de sterknop [2-9] en de draaiknop [2-6] zijn aangetrokken.
- Niet bij een defecte elektronica van het elektrisch gereedschap werken, omdat dit tot te hoge toerentallen kan leiden. Defecte elektronica herkent u aan een gebrekkige zachte aanloop, wanneer er geen toerentalregeling mogelijk is en bij rookontwikkeling of verbrandingsgeur uit de machine.
8.1 Werkstuk spannen

Waarschuwing! Eigenschappen van het werkstuk in acht nemen:
Gevaar voor letsel
Goede bevestiging - Werkstukken tegen aan- slagliniaal leggen. Geen werkstukken bewerken die niet goed kunnen worden vastgezet.
Grootte - Geen te kleine werkstukken bewerken. Afgesneden reststuk mag om veiligheidsredenen niet kleiner dan 30 mm lang zijn. Kleine werkstukken kunnen door het zaagblad naar achteren in de spleet tussen zaagblad en aan-slagliniaal getrokken worden.
Correct ondersteunen - Maximale werkstukafmetingen in acht nemen. Verlengingen van de werkstuksteun altijd gebruiken en bevestigen. In het werkstuk kunnen anders interne spanningen optreden die tot plotselinge vervormingen kunnen leiden. Zo nodig aanwijzingen voor werkstukafmetingen in acht nemen (zie hoofdstuk) 7.4.
Bij het inspannen als volgt te werk gaan [7]
- Zaagaggregaat tot de aanslag naar beneden drukken.
▶ Hendel voor transportvergrendeling [7-1]omslaan. - Zaagaggregaat langzaam omhoog laten komen.
- Werkstuk vlak tegen de aanslagliniaal [7-3] aanleggen.
- Werkstuk met schroefklem [7-2] bevestigen.
▶ Controleren of werkstuk stevig vastzit.
8.2 Werkstukafmetingen in acht nemen
Maximale werkstukafmetingen zonder uitbreiding door toebehoren
| Verstek-/hellings-hoek volgens schaal | hoogte x breedte x lengte |
| 0°/0° 60 x 305 x 720 mm | |
| 45°/0° 60 x 215 x 720 mm | |
| 0°/45° rechts 20 x 305 x 720 mm | |
| 0°/45° links 40 x 305 x 720 mm | |
| 45°/45° rechts 20 x 215 x 720 mm | |
| 45°/45° links 40 x 215 x 720 mm | |
Maximale werkstukafmetingen bij montage samen met UG-KS60 en KA-KS60
De maximale hoogte en breedte van het werkstuk verandert niet door de montage van accessoires. Het steunvlak bij montage van het onderstel komt op dezelfde hoogte als het steunvlak bij uitgetrokken tafelverbreding.
Ingezet toebehoren Lengte
UG-AD-KS60 720 mm
KA-KS60 (aan één zijde) 1880-2800 mm
KA-KS60 (aan beide zijden) 3360-5200 mm
Lange werkstukken
Werkstukken die over het zaagvlak uitsteken, extra ondersteunen:
▶ Werkstukken die over het zaagvlak uitsteken, extra ondersteunen:
▶ Tafelverbreding aanpassen, zie hoofdstuk 7.4.
- Indien het werkstuk nog steeds uitsteekt, tafelverbreding weer intrekken en afkort-aanslag KA-KS60 monteren of afkortzaag met schroefvoeten A-SYS-KS60 verhogen en vervolgens de werkstukken met de Systainers T-LOC SYS-MFT van Systainer-grootte 1 ondersteunen.
▶ Werkstuk met extra schroefklemmen vastzetten.
Dunne werkstukken
Dunne werkstukken kunnen bij het zagen klapperen of breken.
▶ Dunne werkstukken kunnen bij het zagen klapperen of breken.
▶ Werkstuk verstevigen: Samen met sloop-hout inspannen.
Zware werkstukken
- Om de stabiliteit van de machine ook bij het zagen van zware werkstukken te garanderen, steunvoet [8-5] vlak op de ondergrond afstellen.
8.3 Werkstuk zagen
Controleer of de pendelbeschermkap vrij kan bewegen

De pendelbeschermkap moet altijd vrij en bewegen en zelfstandig kunnen sluiten.
▶ Stekker uit het stopcontact trekken.
▶ Pendelbeschermkap met de hand pakken en als proef in het zaagaggregaat schuiven. Pendelbeschermkap moet gemakkelijk te bewegen zijn en bijna geheel in de pendelkap kunnen zakken.
Reiniging van het zaagblad
- De ruimte om de pendelbeschermkap altijd schoon houden
Nederlands
- Stof en spanen met behulp van perslucht uit de beschermkap blazen of verwijderen met een kwast.
Afkortzagen
De basisfunctie van de afkortzaag is het zagen met vast zaagaggregaat zonder schuine stand. Aanbevolen: werkstukken tot 70 mm breedte.
Draaiknop [1-5] vergrendelt het zaagaggregaat, zodat het niet meer voor- of achteruit kan bewegen.
① Het puntlicht SL-KS60 (gedeeltelijk toebehoren) werpt via het zaagblad een slag-schaduw op het werkstuk. De werking met de in-/uitschakelaar [2-3] activeren. De zaaglijn wordt na het neerlaten van het zaagaggregaat zichtbaar.
Trekzagen
Bij het trekzagen wordt het zaagblad van voren naar het werkstuk geleid. Hierdoor is een ge-controleerd zagen met weinig krachtinspanning mogelijk. Aanbevolen voor werkstukken breder dan 70 mm.
Juist zaagverloop bij het trekzagen
Meelopend zagen voorkomen! Bij het zagen het verzonken zaagaggregaat niet naar het lichaam trekken. Het zaagblad kan vast komen te zitten, waardoor het zaagaggregaat mogelijk versneld op de bediener afkomt.
- Draaiknop voor trekvergrendeling [1-5] losdraaien.
▶ Zaagaggregaat tot aan de aanslag trekken.
▶ Veiligheidstoets [1-2] ingedrukt houden.
- Zaagaggregaat omlaag drukken, daarbij de aan-/uitschakelaar [1-3] indrukken en vasthouden.
- Zaagaggregaat pas naar het werkstuk brengen als het ingestelde toerental bereikt is.
- Zaagsnede uitvoeren, zaagaggregaat door het werkstuk tot aan de aanslag schuiven.
▶ Na de uitgevoerde zaagsnede het zaagaggregaat terug omhoog brengen. De pendelbeschermkap sluit automatisch.
▶ Veiligheidstoets en aan-/uitschakelaar loslaten. Draaiknop vastdraaien.
8.4 Verstekhoek zagen [10]
Standaardverstekhoek
Volgende verstekhoeken (links en rechts) vergrendelen zich vanzelf: 0°, 15°, 22,5°, 30°, 45°, 60°
Standaard verstekhoeken instellen
▶ Draaiknop losdraaien . 1
▶ Vergrendelhendel indrukken maar niet inhaken ②
- Draaischijf in de gewenste positie draaien ③, kort voor het bereiken van de gewenste hoek de vergrendelhendel loslaten. Draaischijf klikt bij de beoogde verstekhoek gemakkelijk in.
▶ Draaiknop sluiten . 4
Individuele verstekhoek instellen
▶ Draaiknop losdraaien . ①
▶ Vergrendelhendel in?rukken en door links te drukken inklikken.
- Draaischijf traploos in de gewenste positie draaien ③.
▶ Draaiknop sluiten . 4
8.5 Schuine zaagsneden zagen [11]
⚠️ Voor speciale instellingen voor schuine zaagsneden kan het noodzakelijk zijn om de aanslaglinialen Ⓛ verschuiven of af te nemen, zie hoofdstuk 7.3.
tussen 0° en 45° helling naar links
▶ Sterknop losdraaien. ②
- Zaagaggregaat hellen tot aan de gewenste zaaghoek 4
▶ Sterknop dichtdraaien. 5
tussen 0° en 45° helling naar rechts:
▶ Sterknop losdraaien . ②
- Ontgrendeltoets indrukken, 23 nodig enigszins schuin zetten en in tegengestelde richting ontlasten.
- Zaagaggregaat hellen tot aan de gewenste zaaghoek 4
▶ Sterknop dichtdraaien . 5
46 - 47° helling naar rechts-/links (ondersnijden)
▶ Sterknop losdraaien . ②
- Ontgrendeltoets indrukken, 2 nodig enigszins schuin zetten en in tegengestelde richting ontlasten.
- Zaagaggregaat hellen tot aan de aanslag 4.
▶ Ontgrendeltoets opnieuw indrukken . ③
▶ Zaagaggregaat opnieuw hellen. 4
▶ Sterknop dichtdraaien . 5
8.6 Groeven zagen
Met de traploos instelbare groefdieptebegrenzing kunnen groeven individueel over de gehele zaagdiepte worden vastgelegd. Zo wordt het
maken van groeven of het afvlakken met willekeurige hoogte bij elke werkstukhoogte mogelijk.
De ronde vorm van het zaagblad veroorzaakt bij het maken van groeven een lichte kromming van de zaagsnede naar boven. Voor het maken van exact horizontale groeven moet tussen het werkstuk en de aanslaglinialen een slaghout geplaatst worden, zodat een afstand van ca. 4 cm gegarandeerd is.
▶ Machine in de werkstand brengen.

Hendel voor groefdieptebegrenzing [1-4] alleen omklappen wanneer het zaagaggregaat in de bovenste stand (=werkpositie) staat.
▶ Hendel voor de groefdieptebegrenzing [1-4] naar voren trekken tot hij inklikt.
Het zaagaggregaat kan alleen nog tot aan de ingestelde zaagdiepte naar beneden worden gedrukt.
- Door aan de hendel voor de groefdieptebegrenzing te draaien, de gewenste diepte instellen (naar links draaien = groefdiepte vergroten, naar rechts draaien = groef-diepte verkleinen)
Door bij wijze van proef het zaagaggregaat omlaag te drukken, controleren of de groefdieptebegrenzing op de gewenste groefdiepte is ingesteld.
Zaagaggregaat alleen omlaag drukken wanneer de hendel voor de groefdieptebegrenzing in een van beide eindposities is ingeklikt. Gevaar van beschadiging van het elektrisch gereedschap.
▶ Zaagsneden uitvoeren.
- Om de groefdieptebegrenzing te deactive-ren, de hendel [1-4] terugzetten.
9 Reparatie en onderhoud

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel, elektrische schokken
- Vóór alle onderhouds- en reinigingswerkzaamheden de stekker altijd uit het stopcontact trekken!
▶ Alle onderhouds- en reparatiewerkzaamheden, waarvoor het vereist is om de motorbehuizing te openen, mogen alleen in een geautoriseerde onderhoudswerkplaats worden uitgevoerd.

Klantenservice en reparatie alleen door fabrikant of door servicewerkplaatsen. Adres bij u in de buurt op: www.festool.nl/service

Alleen originele Festool-reserveonderdelen gebruiken! Bestelnr. op: www.festool.nl/service
De volgende instructies in acht nemen:
▶ Beschadigde beveiligingsinrichtingen en onderdelen moeten op deskundige wijze in een erkende en gespecialiseerde werkplaats gerepareerd en vervangen worden, voor zover niets anders in de gebruiksaanwijzing aangegeven is.
- Zuig de openingen schoon om splinters en spanen uit het elektrisch gereedschap te verwijderen. Zaagsel en kleine onderdelen die in het zaagkanaal blijven hangen, kunnen gemakkelijk door de opening [12-4] naar buiten komen.
- Zorg ervoor dat de koelluchtopeningen in de motorbehuizing altijd vrij en schoon zijn om de luchtcirculatie te waarborgen.
Een regelmatige reiniging van de machine, vooral van de afstelinrichtingen en de geleiders, vormt een belangrijke veiligheidsfactor.
De machine is met zelfuitschakelbare speciale koolstofborstels uitgerust. Zijn die versleten, dan volgt een automatische stroomonderbreking en komt de machine tot stilstand.
9.1 Spaanvanger vervangen [12]
① Om volgens voorschrift stof en spaanders op te vangen moet altijd met een gemonteerde spaanvanger worden gewerkt.
Nederlands
- Draai de schroeven [12-1] van de beschermkap los en neem de spaanvanger en klem weg.
- Klem [12-2] op nieuwe spaanvanger plaatsen.
▶ Spaanvanger [12-3] inclusief klem aan beschermkap schroeven.
9.2 Tafelinlegstuk vervangen [13]
Versleten tafelinlegstukken altijd vervangen. Machine nooit zonder tafelinlegstukken gebruiken.
▶ Aanlegmarkering [13-3] voor zwaaihaak afschroeven.
▶ Schroeven [13-1] in tafelinlegstuk losdraaien.
▶ Tafelinlegstuk [13-2] en aanlegmarkering [13-3] vervangen.
▶ Schroeven weer aanbrengen.
▶ Controleren of de positiemarkeringen op één lijn liggen; deze lijn moet in een rechte hoek t.o.v. de aanslaglinialen lopen.
9.3 Venster van het puntlicht reinigen/vervangen (gedeeltelijk toebehoren)
Het puntlicht SL-KS60 verlicht de zaaglijn op het werkstuk. Bij stofintensieve werkzaamheden kan de lichtcapaciteit nadelig worden beïnvloed. Ga bij het reinigen als volgt te werk [13]:
▶ Machine in de werkstand brengen.
- Venster van het puntlicht [13-4] zonder gereedschap uittrekken en reinigen/vervangen.
- Venster van het puntlicht weer inbrengen.
Venster van het puntlicht klikt hoorbaar in.
10 Accessoires
De bestelnummers voor accessoires en ge-reedschap vindt u in uw Festool-catalogus of op het internet op www.festool.com.
Naast de beschreven toebehoren biedt Festool nog uitgebreide systeem-accessoires aan, waarmee u uw zaag op veel manieren en effectief kunt gebruiken, bijv.:
- Afkortaanslag KA-KS60
• Onderstel UG-KAPEX KS 60
• Schroefvoeten A-SYS-KS60 - Spanverbinding voor MFT SZ-KS
• Zwaaihaak SM-KS60 - Puntlicht SL-KS60
10.1 Zwaaihaak SM-KS60 (gedeeltelijk toebehoren)
Met de zwaaihaak kunnen willekeurige hoeken (bijv. tussen twee wanden) worden afgenomen. De zwaaihaak vormt daarbij de hoekdeellijn.
Binnenhoek afnemen [14A]
▶ Grendelinrichting [14-2]openen.
- Benen [14-1] naar buiten draaien om de binnenhoek af te nemen.
▶ Grendelinrichting sluiten.
De gestippelde markering [14-4] geeft de hoek-deellijn aan. De hoekdeellijn kan via de buiten-kanten van de zwaaihaak op de positiemarke-
ringen van de draaischijf worden overgebracht.
▶ Grendelinrichting [14-2]openen.
- Aluminium-profielen [14-3]van de benen naar voren schuiven.
- Benen [14-1] naar buiten draaien, zodat de aluminiumprofielen tegen de buitenhoek liggen.
▶ Grendelinrichting sluiten.
- Aluminiumprofielen van de beide benen weer terugschuiven.
Hoek overbrengen [15]
Zwaaihaak maatzuiver tegen een van de aanslaglinialen leggen . 1 met de duim aandrukken.
▶ Draaiknop losdraaien 2.
▶ Vergrendelhendel inhaken 3.
▶ Draaischijf draaien 4 tot de buitenkant van de zwaaihaak met de marking sa- menvalt 5.
(i) Hiertoe moet de zwaaihaak parallel met de aanslag van de afkortzaag worden verschoven. Zwaaihaak gelijktijdig met de duim in de greepkom tegen de aanslagliniaal drukken.
▶ Draaiknop vastdraaien 6, zwaaihaak verwijderen.
De hoek is overgebracht en er kan begonnen worden met zagen.
10.2 Zaagbladen, overige accessoires
Om uiteenlopend materiaal snel en zuiver te kunnen zagen biedt Festool voor alle werk-
zaamheden zaagbladen aan die speciaal op Festool zagen zijn afgestemd.
11 Milieu

Geef het apparaat niet met het huisvuil mee! Voer de apparaten, accessoires en verpakkingen op milieuvriendelijke wijze af. Neem de geldende nationale voorschriften in acht.
Alleen EU: Volgens de Europese richtlijn inzake gebruikte elektrische en elektronische apparaten en de omzetting hiervan in de nationale wetgeving dienen oude elektrische apparaten gescheiden te worden ingezameld en op milieu-vriendelijke wijze te worden afgevoerd.
Informatie voor REACH: www.festool.com/reach