Braam - Autostoel Lionelo - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Braam Lionelo in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Braam Lionelo
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Autostoel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Braam - Lionelo en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Braam van het merk Lionelo.
GEBRUIKSAANWIJZING Braam Lionelo
Informae AANDACHT Het kinderbeveiligingssysteem valt in de categorie “universeel”. Het is goedgekeurd volgens VN-Reglement nr. 44, 04-reeks amendementen, voor algemeen gebruik in voertuigen en is geschikt voor gebruik in de meeste auto’s. Een correcte montage is mogelijk indien de voertuigfabriek in de handleiding hee verklaard dat het voertuig geschikt voor montage van de categorie ‘’universeel’’. Dit kinderbeveiligingssysteem is geclassificeerd als “universeel” onder veeleisende voorwaarden met betrekking tot de voorwaarden die van toepassing zijn op eerdere ontwerpen die deze verklaring niet dragen. Raadpleeg in geval van twijfel de fabrikant van het kinderstoeltje of de winkelier. HET IS ALLEEN GESCHIKT ALS DE GOEDGEKEURDE VOERTUIGEN ZIJN UITGERUST MET
DRIEPUNTSGORDELS, VOORZIEN VAN OPROLMECHANISMEN, DIE GOEDGEKEURD
ZIJN VOLGENS VN-REGLEMENT NR. 16 OF ANDERE GELIJKWAARDIGE NORMEN. Informae met betrekking tot het ISOFIX systeem:
1. AANDACHT! Dit is een KINDERBEVEILIGINGSSYSTEEM ISOFIX. Het is goedgekeurd
volgens VN-Reglement nr. 44, wijzigingenreeks 04, voor algemeen gebruik in voertuigen die zijn uitgerust met ISOFIX verankeringssystemen.
Ze passen in voertuigen met goedgekeurde posities Als ISOFIX posities (zoals gedenieerd in de handleiding bij het voertuig), aankelijk van de categorie van het ES | NL‑ 81 ‑ NL kinderbeveiligingssysteem en bevesgingen.
3. De massagroep en de ISOFIX klasse waarvoor het product voor bedoeld is:
- D voor groep 0+, I (0 - 18 kg)
- B1 voor groep I (9 - 18 kg) BIJ GEBRUIK VOOR DE CATEGORIE “SEMI-UNIVERSEEL” (GROEPEN 0+, I, II, III): Dit kinderbeveiligingssysteem is ingedeeld voor gebruik in de “semi-universeel” categorieën en is geschikt voor montage in de volgende auto’s: Auto Voor Achter (Model) Extern / Midden NEE / NEE Extern / Midden JA / NEE Zie de gebruikershandleiding voor een lijst met modellen. Deze autostoel kan ook geschikt zijn voor montage opzitplaatsen in andere automodellen. Raadpleeg bij twijfel de fabrikant of uw winkelier. Achterwaarts gerichte installae: monteer het apparaat niet op stoelen die zijn uitgerust met aceve voorste airbags. Beste klant! Als u opmerkingen of vragen hee over een gekocht product, neem dan contact met ons op: help@lionelo.com Lees deze gebruikershandleiding aandachg door voordat u het stoeltje voor de eerste keer gebruikt. Fabrikant: BrandLine Group Sp. z o. o. ul. A. Kręglewskiego 1, 61-248 Poznań, Polen Belangrijke informae Lees deze handleiding voor gebruik en bewaar hem. De instruces helpen u bij het correct installeren van het stoeltje. Een verkeerde installae kan de gezondheid van uw kind in gevaar brengen. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor mogelijke risico’s als gevolg van een verkeerde installae van het stoeltje. Dit stoeltje is ontworpen voor de gewichtsgroepen 0+, I, II en III, wat betekent dat kinderen van 0 tot 36 kg er gebruik van kunnen maken.
Achterwaarts gerichte installae: monteer het apparaat niet op stoelen die zijn uitgerust met aceve voorste airbags.
De harde en plasc onderdelen van het kinderbeveiligingssysteem moeten worden geplaatst en zodanig zijn geïnstalleerd dat zij onder normale gebruiksomstandigheden niet kunnen worden bekneld door het verschuiven van het stoeltje of een deur van het voertuig.‑ 82 ‑NL
Alle beves gingspunten van het stoeltje moeten worden vastgezet, de gordel moet stevig tegen het lichaam van het kind worden beves gd en mogen niet worden verdraaid.
Alle heupgordels moeten laag zijn, zodat de bekken van het kind stevig wordt vastgehouden.
- Als het apparaat jdens een ongeval plotseling is belast, moet het worden vervangen.
- Breng geen wijzigingen aan in het stoeltje en monteer geen extra onderdelen zonder de goedkeuring van de bevoegde autoriteiten. Het niet opvolgen van de instruc es van de fabrikant kan de gebruiker in gevaar brengen.
- Bescherm het stoeltje tegen de zon. Anders kan het autostoeltje te warm zijn voor de huid van uw kind.
- Laat uw kind nooit onbeheerd achter in het beves gingssysteem.
- Bagage en andere soortgelijke voorwerpen moeten worden vastgezet, zodat ze in een botsingssitua e geen letsel veroorzaken.
- Een kinderstoeltje zonder bekleding mag niet worden gebruikt. Het stoeltjebekleding mag niet worden vervangen door een andere dan de door de fabrikant aanbevolen bekleding, aangezien deze een integrerend deel van het apparaat vormt dat de werking ervan beïnvloedt.
- Bewaar de gebruikershandleiding van het stoeltje. Bewaar hem in de auto waarin het autostoeltje is geïnstalleerd.
Gebruik geen andere dragende contactpunten dan die welke in de instruc es zijn beschreven en op het kinderbeveiligingssysteem zijn aangegeven.
- Als u twijfelt over de posi e van het gordelslot voor volwassenen ten opzichte van de belangrijkste belastende contactpunten, neem dan contact op met de fabrikant van het kinderstoeltje.
- In geval van installa e met ISOFIX: raadpleeg de handleiding van de voertuigfabrikant.
- Installeer het stoeltje achterwaarts gerichte als het kind minder dan 9 kg weegt of als een ander maatcriterium niet wordt overschreden Veiligheid in het voertuig:
Om de grootst mogelijke veiligheid voor uzelf en uw passagiers jdens het rijden te garanderen, moet u ervoor zorgen dat:
- Opvouwbare elleboogsteunen zijn ingeklapt (ver cale posi e).
Voorwerpen die bij een aanrijding schade aan de auto kunnen toebrengen, moeten voldoende worden beschermd.
- Alle passagiers dragen veiligheidsgordels.
- Monteer het stoeltje niet op stoelen met tweepuntsgordels! Zie: a . 1 Installa e op deze plaats mogelijk‑ 83 ‑ NL Installa e op deze plaats is verboden A – schoudergordel B – heupgordel C – ISOFIX beves gingen (nodig bij het monteren van het stoeltje met de gordels en het ISOFIX systeem) Zie: a . 2 Installa e op deze plaats mogelijk Installa e op deze plaats is verboden Installa e is hier alleen mogelijk als de airbag is uitgeschakeld Installa e is hier alleen mogelijk als het stoeltje is uitgerust met 3-punts veiligheidsgordels en ISOFIX beves gingen Beschrijving (a . 3 en 4) A. Schoudergordelgeleider B. Bekleding van het stoeltje
Schoudergordelbeschermende kussens D. Schoudergordel E. Opbergvakje voor de klem F. Ontgrendelknop G. Gordel gesp H. Kruisvulling
I. Instelknop voor de gordelspanning
J. Spanningsregelaar K. Reduc e-inlegstuk L. Indicator voor de stabilisa epootvergrendeling M. Basisrota eknop 360º N. Basis O. Stoel-kantelhendel P. Heup gordelgeleider Q. Hoofdsteun R. Hoogteverstelling van de hoofdsteun S. Schoudergordelgeleider T. Bovenste beves gingsgordel U. Opbergvakje voor de handleiding
Y. Stabiliserende pootaanpassingsknop Z. ISOFIX overlappngen Het gebruik
BEVESTIGING VAN VEILIGHEIDSGORDELS
Om de veiligheidsgordel in het stoeltje vast te maken (a . 5):
3. Zorg ervoor dat de gordels goed gespannen en niet gedraaid zijn.‑ 84 ‑NL
Om de 5-punts gordels van het stoeltje los te maken: druk op de rode knop (F) op de gesp en maak de gordels los. AANPASSING VAN DE SPANNING VAN DE VEILIGHEIDSGORDEL
1. Om de gordels te spannen, trekt u aan de spanningsregelaar (J) (a. 6).
Om de gordels los te maken, drukt u op de afstelknop (I) en trek aan de schouderbanden van het (D) (a. 7). Let op! Zorg ervoor dat de veiligheidsgordels goed tegen het lichaam van het kind passen en dat ze niet gedraaid zijn. Zorg ervoor dat de heupgordels laag zijn en bescherm de bekken van uw kind. De gordels moeten strak tegen het lichaam van uw kind zien, maar mogen niet te strak zien en ongemak veroorzaken.
VERWIJDERING VAN VEILIGHEIDSGORDELS
- Open het instruce opbergvakje.
Trek de metalen gordelconnector (T) uit het plasc oogje en haal de gordels eruit (a. 8).
Maak de gordels zoveel mogelijk los (zie hoofdstuk: AANPASSING VAN DE SPANNING VAN DE VEILIGHEIDSGORDEL).
Plaats de metalen gordelconnector op een speciale plaats voor toekomsg gebruik (zie a. 9).
Maak de klienbanden van de stoelbekleding los. Trek de gesp door het gat in de bekleding.
- Maak de harnasgordels vast en stop ze in het opbergvak in de stoel. De montage van de gordels moet in omgekeerde volgorde worden uitgevoerd. HOOFDSTEUNAFSTELLING
- Maak de schoudergordels zoveel mogelijk los.
Om de hoogte van de hoofdsteun te veranderen, grijpt u de verstelhendel voor de hoogte van de hoofdsteun vast en trekt u eraan (R).
- Kies de gewenste hoogte van de hoofdsteun (12) Let op! De hoogte van de schoudergordels is geïntegreerd in de hoogte van de hoofdsteun. Een correct geplaatste hoofdsteun biedt opmale bescherming voor uw kind in het stoeltje: Stel de hoofdsteun zo in dat de schoudergordels op dezelfde hoogte liggen als de schouders van het kind. De gordels mogen niet te hoog liggen (op de lijn van de oren of zelfs hoger) of te laag (bijvoorbeeld achter de rug van het kind). (Zie a. 11)
- Te laag ingestelde hoofdsteun.
- Te hoog ingestelde hoofdsteun.
- Correct ingestelde hoofdsteun.‑ 85 ‑ NL
ROTATIE VAN DE AUTOSTOEL
Om het kind comfortabel eruit te halen of in het stoeltje te plaatsen:
- Schuif de draaiknop van de basis naar buiten 360° (M).
- Draai vervolgens het stoeltje in gewenste richng (360°).
- Wanneer u de kenmerkende “klik” hoort, betekent dit dat het stoeltje in de gewenste posie is verankerd. Dan kunt u er zeker van zijn dat het autostoeltje goed is vastgezet. (Zie: a. 13) Let op! Zorg ervoor dat de draaiknop van de basis terug op zijn plaats wordt verankerd nadat de richng van het stoeltje is veranderd.
- De juiste posie van de zitplaats wat betre de rijrichng en de toepasselijke groepen: a. Achterwaarts naar de rijrichng – groep 0+, I (0 – 18 kg) Zie: a. 14 b. Voorwaarts naar de rijrichng – groep I, II, III, (9 – 36 kg) Zie: a. 15
AANPASSING VAN DE ZITHOEK
Pak de hendel (O) vast, trek het stoeltje omhoog en verander de hoek van het stoeltje. (Zie a. 16) U kunt 5 kantelposies kiezen aankelijk van de grooe van uw kind: Groep 0+, I (0 - 18kg) Groep I (9 - 18kg) Groep II, III (15 - 36kg) Posie 5 Posie 1 - 4 Posie 1 Om het stoeltje in stand 5 te zeen:
- Druk op de basisdraaiknop (M), draai het stoeltje naar achteren.
- Trek aan de kantelhendel (O) en laat het stoeltje zakken naar stand 5. Dit is een half kantelstand voor kleinere kinderen in de groepen 0, 0+, I (0 - 18 kg). (Zie a. 16 en 17)
- Kinderen in groep I (9-18 kg) kunnen naar voorwaarts of achterwaarts worden vervoerd. Geschikte posies voor deze kinderen zijn 1 - 5 1 - 4 voorwaarts, 5 achterwaarts. (Zie a. 17)
- Kinderen in de groepen II, III, (15 - 36 kg) mogen alleen in posie 1 voorwaarts worden vervoerd. REDUCTIE INLEGSTUK Het inlegstuk is ontworpen voor de kleinste kinderen, verbetert hun comfort en biedt extra ondersteuning (zie a. 19). Als uw kind meer ruimte nodig hee in het kinderstoeltje, haal dan het inlegstuk eruit.
VERWIJDERING VAN DE BEKLEDING
- De 5-puntsgordels van het stoeltje verwijderen. (Zie: a. 8 en 9)
- De hoofdsteun in de hoogste stand zeen.‑ 86 ‑NL
- Maak de klienband los en verwijder de bekleding van de stoel. Om de bekleding opnieuw aan te brengen, herhaalt u de bovenstaande stappen in omgekeerde volgorde.
1. Achterwaarts gerichte montage, kinderbeveiligingssysteem (groep 0+, 0 - 13 kg).
- Zet het stoeltje op de bank van de auto.
Draai het stoeltje naar achteren in de rijrichng en druk de draaiknop van de basis 360° (M) in. (zie a. 13)
- Druk op de instelknop voor de stabilisaepoot (Y), trek de poot uit en stel de lengte ervan in zodat deze in contact komt met de grond van het voertuig (de indicator wordt groen wanneer de stabilisaepoot voldoende is uitgeschoven).
- Trek aan de autogordel.
Leid het schoudergordelgedeelte (D) door de blauw gemarkeerde schoudergordelgeleider (A).
Haal het heupgedeelte van de gordel door de blauw gemarkeerde heupgordelgeleider (P).
- Duw het stoeltje zo ver mogelijk in de bank van de auto. Trek de heupgordel naar de gesp toe voor maximale spanning. Trek dan de schoudergordel aan om de rest van de gordel aan te spannen. Zorg ervoor dat de gordels niet gedraaid zijn en houd het stoeltje stevig vast.
- Plaats het kind in het autostoeltje en maak de veiligheidsgordels vast. (Zie a. 20) Informae:
Voor kinderen van groep 0+ mag het kinderbeveiligingssysteem alleen achterwaarts gericht worden geïnstalleerd, in de maximale hellingshoek (stand 5). Om er zeker van te zijn dat het kinderstoeltje correct is geïnstalleerd, probeert u het voor gebruik te verplaatsen.
- Zorg ervoor dat de autogordel niet gedraaid is!
Zorg ervoor dat de gordels goed vastzien. Als ze zijn vastgezet, moet je een kenmerkende “klik” horen. (Zie a. 20)
- Installeer het stoeltje niet op de voorstoel met het aceve veiligheidskussen.
2. Voorwaarts gerichte installae, kinderbeveiligingssysteem (groep I, 9 - 18 kg).
- Plaats het stoeltje voorwaarts gericht naar de rijrichng.
Draai het stoeltje naar voren in de rijrichng door de 360° (M) basisdraaiknop in te drukken (zie a. 13).
- Druk op de instelknop voor de stabilisaepoot (Y), trek de poot uit en stel de lengte ervan in zodat deze in contact komt met de grond van het voertuig (de indicator wordt groen wanneer de stabilisaepoot voldoende is uitgeschoven).
- Trek aan de autogordel.‑ 87 ‑ NL
Haal het schoudergedeelte van de gordels (D) door de rood gemarkeerde schoudergordelgeleider (A).
Haal het heupgedeelte van de gordel door de rood gemarkeerde heupgordelgeleider (P).
- Duw het stoeltje zo ver mogelijk in de bank van de auto. Trek de heupgordel naar de gesp toe voor maximale spanning. Trek dan de schoudergordel aan om de rest van de gordel aan te spannen. Zorg ervoor dat de gordels niet gedraaid zijn en houd het stoeltje stevig vast.
- Plaats het kind in het autostoeltje en maak de veiligheidsgordels vast. (Zie: a. 21)
Voorwaarts gerichte installae, kind wordt vastgemaakt met veiligheidsgordels (groep II, III, 15 - 36 kg).
- Verwijder de 5-punts veiligheidsgordels. (zie: a. 8 en 9)
- Zet het stoeltje op de bank van de auto.
- Draai het stoeltje achterwaarts naar de rijrichng en druk de draaiknop van de basis 360° (M) in (zie: a. 13).
- Druk op de instelknop voor het stabilisaebeen (Y), schuif het been naar binnen en pas de lengte aan zodat het zo kort mogelijk is en de indicator rood wordt weergegeven.
- Plaats het kind in het autostoeltje.
- Trek aan de autogordel.
- Haal de schoudergordels (D) door de geleider in de hoofdsteun (A), rood gemarkeerd. (Zie: a. 23)
Haal het heupgedeelte van de gordel door de rood gemarkeerde heupgordelgeleider (P).
- Duw het stoeltje zo ver mogelijk in de bank van de auto.
Trek beide gordels door de rood gemarkeerde heupgordelgeleider (P) en maak de gordels vast. (Zie a. 25) Informae:
Controleer of de veiligheidsgordel over de schouder loopt en op de juiste afstand tussen de nek en de schouder ligt – gemarkeerd met A en B (zie a. 22).
- Na het vastmaken van de gordel hoort u hoort de kenmerkende “klik”.
- Probeer het stoeltje te verplaatsen om de stabiliteit te controleren.
Achterwaarts gerichte installae, kind wordt vastgemaakt met veiligheidsgordels (groep 0+, I, 0 - 18 kg).
- Bevesg indien nodig ISOFIX bevesgingen (Z) aan de ISOFIX connectoren in de auto. Ze maken het gemakkelijker om de ISOFIX bevesgingen van het stoeltje te bevesgen als de autoverbindingen niet beschikbaar zijn.
- Draai het stoeltje achterwaarts naar de rijrichng en druk de draaiknop van de basis 360° (M) in. (zie a. 13)‑ 88 ‑NL
- Druk op de ISOFIX knop (X) om beide ISOFIX armen (V) uit te trekken. Pak het stoeltje dan met twee handen vast, duw de twee ISOFIX armen stevig in de bankverbindingen van de autostoel totdat de armen (V) in elkaar grijpen en u een kenmerkende “klik” hoort.
- Duw het stoeltje zo ver mogelijk in de bank van de auto, om de druk op de bank van de auto te maximaliseren.
- De groene indicator op de ISOFIX knop (X) moet aan beide zijden zichtbaar zijn, dan kunt u er zeker van zijn dat het stoeltje goed is vastgezet en geposioneerd.
- Druk op de instelknop voor de stabilisaepoot (Y), trek de poot uit en stel de lengte ervan in zodat deze in contact komt met de grond van het voertuig (de indicator wordt groen wanneer de stabilisaepoot voldoende is uitgeschoven).
- Plaats het kind in het autostoeltje en maak de veiligheidsgordels vast. (Zie: a. 26)
Voorwaarts gerichte installae, kind wordt vastgemaakt met veiligheidsgordels (groep I, 9 - 18 kg).
- Bevesg indien nodig ISOFIX bevesgingen (Z) aan de ISOFIX connectoren in de auto. Ze maken het gemakkelijker om de ISOFIX bevesgingen van het stoeltje te bevesgen als de autoverbindingen niet beschikbaar zijn.
Draai het stoeltje voorwaarts naar de rijrichng en druk de draaiknop van de basis 360° (M) in. (zie: a. 13)
- Druk op de ISOFIX knop (X) om beide ISOFIX armen (V) uit te trekken. Pak het stoeltje dan met twee handen vast, duw de twee ISOFIX armen stevig in de bankverbindingen van de autostoel totdat de armen (V) in elkaar grijpen en u een kenmerkende “klik” hoort.
- Duw het stoeltje zo ver mogelijk in de bank van de auto, om de druk op de bank van de auto te maximaliseren.
- De groene indicator op de ISOFIX knop (X) moet aan beide zijden zichtbaar zijn, dan kunt u er zeker van zijn dat het stoeltje goed is vastgezet en geposioneerd.
- Druk op de instelknop voor de stabilisaepoot (Y), trek de poot uit en stel de lengte ervan in zodat deze in contact komt met de grond van het voertuig (de indicator wordt groen wanneer de stabilisaepoot voldoende is uitgeschoven).
- Plaats het kind in het autostoeltje en maak de veiligheidsgordels vast. (Zie: a. 27)
Voorwaarts gerichte installae, kind wordt vastgemaakt met veiligheidsgordels, (groep II, III, 15 - 36 kg).
- Verwijder de 5-punts veiligheidsgordels. (zie: a. 8 en 9)
- Zet het stoeltje op de bank van de auto.
Draai het stoeltje voorwaarts naar de rijrichng en druk de draaiknop van de basis 360° (M) in. (zie: a. 13)
- Bevesg indien nodig ISOFIX bevesgingen (Z) aan de ISOFIX connectoren in de auto. Ze maken het gemakkelijker om de ISOFIX bevesgingen van het stoeltje te bevesgen‑ 89 ‑ NL als de autoverbindingen niet beschikbaar zijn.
Druk op de ISOFIX knop (X) om beide ISOFIX armen (V) uit te trekken. Pak het stoeltje dan met twee handen vast, duw de twee ISOFIX armen stevig in de bankverbindingen van de autostoel totdat de armen (V) in elkaar grijpen en u een kenmerkende “klik” hoort.
- Duw het stoeltje zo ver mogelijk in de bank van de auto, om de druk op de bank van de auto te maximaliseren.
- De groene indicator op de ISOFIX knop (X) moet aan beide zijden zichtbaar zijn, dan kunt u er zeker van zijn dat het stoeltje goed is vastgezet en geposioneerd.
- Druk op de instelknop voor de stabilisaepoot (Y), schuif de poot naar binnen en pas de lengte aan zodat het zo kort mogelijk is en de indicator rood wordt weergegeven.
- Plaats het kind in het autostoeltje.
- Trek aan de autogordel.
- Haal de schoudergordels (D) door de geleider in de hoofdsteun (A), rood gemarkeerd.
Haal het heupgedeelte van de gordel door de rood gemarkeerde heupgordelgeleider (P).
- Beide gordels door de rood gemarkeerde heupgordelgeleider leiden en vastzeen.
- Trek de autogordels aan (zie a. 6). Controleer of het stoeltje goed vastzit. (Zie a. 25) Informae:
Controleer of de veiligheidsgordel over de schouder loopt en op de juiste afstand tussen de nek en de schouder ligt – gemarkeerd met A en B (zie a. 22).
- Na het vastmaken van de gordel hoort u hoort de kenmerkende “klik”.
- Trek de gordels aan, volg de richng van de pijlen voor dit doel (zie a. 25).
- Probeer het stoeltje te verplaatsen om de stabiliteit te controleren tabilności. REINIGING EN ONDERHOUD:
- Controleer regelmag of het stoeltje niet beschadigd of versleten is.
- Als u beschadigde onderdelen vindt, vervang het stoeltje.
- Houd het stoeltje schoon om de levensduur te verlengen.
- Laat het stoeltje niet te lang in de zon staan.
Was het materiaal van het stoeltje met warm water, gebruik zeep of een mild reinigingsmiddel.
- Laat het stoeltje na het wassen niet in de zon liggen om uit te drogen. Reinigen van de gesp:
- Voedsel, drank of andere verontreinigingen kunnen zich ophopen in de gesp, waardoor deze defect kan raken.
- Reinigen met warm water.
Zorg er na het wassen voor dat de gesp het kenmerkende “klik”-geluid produceert, zodat u er zeker van kunt zijn dat de gesp goed werkt.‑ 90 ‑ Reinigen van de gordel en de basis: Bewaren op een veilige, droge plaats, uit de buurt van warmte en zonlicht. Vermijd het plaatsen van zware voorwerpen op het stoeltje. Opslag: Bewaren op een veilige, droge plaats, uit de buurt van warmte en zonlicht. Vermijd het plaatsen van zware voorwerpen op het stoeltje. Het product is getest en voldoet aan alle eisen van de normen: ECE R44.04 De foto’s dienen alleen ter illustrae, het werkelijke uiterlijk van de producten kan afwijken van de foto’s.
SimpelGids