SYM 70 RE - Zaag FESTOOL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SYM 70 RE FESTOOL in PDF-formaat.
| Producttype | Verstekzaag (compound verstekzaag) |
| Merk | Festool |
| Model | SYM 70 RE |
| Vermogen | 1150 W |
| Toerental onbelast | 2700 - 5200 tpm (instelbaar) |
| Binnenverstekhoek | 0° - 68° |
| Buitenverstekhoek | 0° - 60° |
| Maximale zaaghoogte | 70 mm |
| Maximale zaagbreedte | 80 mm |
| Zaagblad diameter | 216 mm |
| Zaagblad boring | 30 mm |
| Gewicht (EPTA 01:2014) | 9,6 kg |
| Voeding | 230 V / 50 Hz (Europa) |
| Beschermingsklasse | II |
| Aansluiting voor afzuiging | Diameter 27 of 36 mm |
| Te bewerken materialen | Hout, gelamineerde houtplaten, aluminium, kunststof |
| Gebruik | Vaste opstelling |
| Onderhoud | Regelmatig reinigen, vervanging van de afdekplaat |
| Veiligheid | Pendelende beschermkap, spindelblokkering, werkstukblokkering |
| Reserveonderdelen | Festool zaagbladen, flens, schroef, originele accessoires |
Veelgestelde vragen - SYM 70 RE FESTOOL
Gebruikersvragen over SYM 70 RE FESTOOL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SYM 70 RE - FESTOOL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SYM 70 RE van het merk FESTOOL.
GEBRUIKSAANWIJZING SYM 70 RE FESTOOL
Faserwerkstoffe 1 - 3
1 Symbolen....53
2 Veiligheidsvoorschriften.... 53
3 Gebruik volgens de voorschriften....56
4 Technische gegevens....56
5 Apparaatelementen.... 56
6 Ingebruikneming 57
7 Instellingen....57
8 Werken met de machine....58
9 Onderhoud en verzorging....60
10 Accessoires.... 61
11 Milieu....61
1 Symbolen

Waarschuwing voor algemeen gevaar

Lees de gebruiksaanwijzing en veiligheidsvoorschriften!

Gevarenzone! Handen weghouden!

Draag een veiligheidsbril!

Draag gehoorbescherming!

Draag een zuurstofmasker!

Draag veiligheidshandschoenen!

Niet met het huisvuil meegeven.

Tip, aanwijzing

Handelingsinstructie

Beveiligingsklasse II

Elektronica: Regelbaar toerental

Zaagbladafmeting
a ... max. zaagdiepte
D ... diameter
d ... opnamegat

Hout

Gelamineerde houten platen

Aluminium

Stelknop voor toerental

CE-markering: Bevestigt de conformiteit van het elektrische gereedschap met de richtlijnen van de Europese Unie.

Gevarenzone! Zich niet in dit gebied ophouden!

Gevarenzone! Zich niet in dit gebied ophouden!
2 Veiligheidsvoorschriften
2.1 Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen

WAARSCHUWING! Lees alle veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen. Worden
de veiligheidsinstructies en aanwijzingen niet in acht genomen, dan kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben.
Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen om ze later te kunnen raadplegen.
Het begrip "elektrisch gereedschap" dat in de veiligheidsinstructies gebruikt wordt, heeft betrekking op elektrisch gereedschap met netvoeding (met netsnoer) of elektrisch gereedschap met accuvoeding (zonder netsnoer).
2.2 Machinespecifieke veiligheidsvoorschriften
- Verstekafkortzagen zijn bestemd voor het zagen van hout of houtachtige producten. Zij mogen niet voor het zagen van ijzer, zoals staven, stangen, schroeven etc. worden gebruikt. Slijpstof leidt tot het blokke- ren van bewegende delen zoals de onder- ste beschermkap. Vonken van het zagen verbranden de onderste beschermkap, de inlegplaat en andere kunststof onderdelen.
- Fixeer het werkstuk indien mogelijk met klemmen. Als u het werkstuk met de hand vasthoudt, moet u uw hand altijd tenminste 100 mm van elke kant van het zaagblad verwijderd houden. Gebruik de zaag niet voor het zagen van stukken die te klein zijn om ze vast te klemmen of met de hand vast te houden. Als uw hand te dicht bij het zaagblad is, bestaat er een verhoogd
Nederlands
letselgevaar door contact met het zaagblad.
- Het werkstuk moet onbeweeglijk zijn en óf vastgespannen óf tegen de aanslag en de tafel gedrukt worden. Schuif het werkstuk niet in het zaagblad en zaag nooit 'uit de vrije hand'.Losse of bewegende werkstukken zouden met hoge snelheid weggeslingerd kunnen worden en tot letsel leiden.
- Ga nooit, noch voor noch achter het zaagblad, kruiselings met uw hand over de beoogde zaaglijn heen. Het vasthouden van het werkstuk "met gekruiste handen", d.w.z. het vasthouden van het werkstuk met de linkerhand rechts van het zaagblad of omgekeerd is zeer gevaarlijk.
- Kom nooit bij een draaiend zaagblad met uw hand achter de aanslag. Zorg ervoor dat de veiligheidsmarge tussen uw hand en het draaiende zaagblad nooit minder is dan 100 mm. (Dit geldt voor beide kanten van het zaagblad, bijv. bij het verwijderen van houtafval). Een geringe afstand van het draaiende zaagblad tot uw hand is mogelijkkerwijs niet duidelijk zichtbaar en u kunt ernstig letsel oplopen.
- Controleer het werkstuk voor het zagen. Als het werkstuk gebogen of vervormd is, spant u het met de naar buiten gekromde kant in de richting van de aanslag vast. Zorg er altijd voor dat er langs de zaaglijn geen spleet is tussen werkstuk, aanslag en tafel. Gebogen of vervormde werkstukken kunnen verdraaid raken of verplaatsen, waardoor het draaiende zaagblad bij het zagen beklemd kan raken. Er mogen zich geen spijkers of oneigenlijke elementen in het werkstuk bevinden.
- Gebruik de zaag pas wanneer de tafel vrij is van gereedschap, houtafval, etc.; alleen het werkstuk mag zich op de tafel bevin-den. Klein afval, losse houtstukken of andere voorwerpen die in contact komen met het draaiende blad, kunnen met hoge snelheid worden weggeslingerd.
- Zaag nooit meer dan één werkstuk tegelijk. Meerdere gestapelde werkstukken kunnen niet goed worden gespannen of vastgehouden en kunnen tijdens het zagen wegschuiven of ervoor zorgen, dat het blad vastloopt.
- Zorg ervoor dat de verstekafkortzaag vóór gebruik op een vlak, stevig werkvlak staat. Een vlak en stevig werkvlak vermin-
dert het gevaar dat de verstekafkortzaag instabiel wordt.
- Plan uw werk. Telkens wanneer u de verstekhoek van het zaagblad verandert, moet u erop letten dat de instelbare aanslag juist is afgesteld, het werkstuk ondersteunt en daarbij niet met het blad of de beschermkap in contact komt. Simuleer bij een niet-ingeschakelde machine en zonder werkstuk op de tafel een volledige zaagbeweging van zaagblad om er zeker van te zijn dat er geen sprake is van belemmeringen of het gevaar dat in de aanslag wordt gezaagd.
- Zorg bij werkstukken die breder of langer zijn dan het tafeloppervlak voor een passende ondersteuning, bijv. door tafelverlengingen of zaagbokken. Werkstukken die langer of breder zijn dan de tafel van de verstekafkortzaag, kunnen kantelen indien ze niet goed worden ondersteund. Wanneer een afgezaagd stuk hout of werkstuk kan-telt, kan het de onderste beschermkap omhoog laten komen of ongecontroleerd door het draaiende zaagblad worden weg-geslingerd.
- Roep niet de hulp van andere personen in als vervanging voor een tafelverlenging of als extra steun. Een instabiele ondersteuning van het werkstuk kan ertoe leiden, dat het blad vastloopt. Ook kan het werkstuk tijdens het zagen verschuiven en u en uw hulp in het draaiende blad trekken.
- Het afgezaagde stuk mag niet tegen het draaiende zaagblad worden gedrukt. Wanneer er weinig plaats is, bijv. bij gebruik van lengteaanslagen, kan het afgezaagde stuk bij het blad ingeklemd raken en met geweld worden weggeslingerd.
- Gebruik altijd een klem of een passende voorziening om rond materiaal, zoals stangen of buizen, goed te ondersteunen. Stangen kunnen bij het zagen gemakkelijk wegrollen, waardoor het zaagblad zich kan "vastbijten" en het werkstuk met uw hand in het blad getrokken kan worden.
- Laat het blad het volledige toerental be-reiken voordat u in het werkstuk zaagt. Dit vermindert het risico dat het werkstuk weggeslingerd wordt.
- Schakel de verstekafkortzaag uit indien het werkstuk beklemd raakt of het zaagblad blokkeert. Wacht tot alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen, trek de
stekker uit het stopcontact en/of haal de accu uit de machine. Verwijder vervolgens het ingeklemde materiaal. Wanneer u bij zo'n blokkering verder zaagt, kan dit leiden tot verlies van controle of beschadiging van de verstekafkortzaag.
- Laat na het beëindigen van de zaagsnede de schakelaar los, houd de zaagkop omlaag en wacht tot het blad stilstaat, voordat u het afgezaagde stuk verwijdert. Het is zeer gevaarlijk om met de hand in de buurt van het uitlopende zaagblad te komen.
2.3 Gereedschappen en gereedschapsdelen
- Vervormde zaagbladen of zaagbladen met barstjes en met stompe of defecte snijvlakken mogen niet worden gebruikt.
- Alleen Festool-zaagbladen gebruiken die voor het gebruik met dit elektrische gereedschap bedoeld zijn.
- Gebruik alleen zaagbladen die minstens voor het maximale toerental van de zaag geschikt zijn.
- Gebruik alleen zaagbladen die door de fabrikant aanbevolen worden en die geschikt zijn voor het materiaal dat u wilt bewerken. Dit voorkomt een oververhitting van de zaagtanden bij het zagen.
- Transporteer het zaagblad alleen in een geschikte verpakking. Wij adviseren om hiervoor de originele verpakking te gebruiken.
2.4 Overige veiligheidsvoorschriften
- Alleen zaagbladen gebruiken die aan de gegevens uit het reglementaire gebruik voldoen. Zaagbladen die niet op de montagedelen van de zaag passen, lopen excentrisch, kunnen splinters uit het materiaal slaan en deze naar buiten slingeren. Deze splinters kunnen de ogen van de gebruiker of van omstanders raken.
- Alleen zaagbladen met een spaanhoek ≤slant 0° gebruiken. Een spaanhoek > 0° trekt de zaag in het werkstuk. Er bestaat verwondingsgevaar door terugslande zaag en roterend werkstuk.
- Het elektrische gereedschap alleen in binnenruimtes en droge omgeving gebruiken.
-
Voor gebruik altijd de werking van de pen-delbeschermkap controleren. Het elektrisch gereedschap alleen gebruiken indien het volgens voorschrift functioneert.
-
Niet met uw handen in de spaanafvoer grijpen. Draaiende onderdelen kunnen uw handen verwonden.
- Tijdens het werken kunnen schadelijke/giftige stoffen ontstaan (bijv. bij loodhoudende verf en enkele houtsoorten). Voor de gebruiker van de machine of voor personen die zich in de buurt van de machine bevinden kan het aanraken of inademen van deze stoffen gevaarlijk zijn. Neem de veiligheidsvoorschriften in acht die in uw land van toepassing zijn.

- Draeg ter bescherming van uw gezondheid een P2-stofmasker. Zorg in gesloten ruimtes voor voldoende ventilatie en sluit een mobiele stofzuiger aan.
- Vervang aangezaagde of beschadigde aan- slagen. Beschadigde aanslagen kunnen bij het werken met de zaag worden weggeslin- gerd. Omstanders kunnen letsel oplopen.
- Alleen originele Festool accessoires en verbruiksmaterialen gebruiken. Alleen door Festool geteste en goedgekeurde accessoires zijn veilig en perfect op de machine en het gebruik afgestemd.
2.5 Aluminiumbewerking

Bij de bewerking van aluminium dient zich uit veiligheidsoverwegingen te houden le volgende maatregelen:
- Voorschakelen van een differentiaal- (FI-, PRCD-) veiligheidsschakelaar.
- Elektrisch gereedschap op een geschikt afzuigapparaat aansluiten.
- Elektrisch gereedschap regelmatig reinigen van stofafzettingen in de motorbehuizing.
- Een aluminium-zaagblad gebruiken.

Draag een veiligheidsbril!
2.6 Restrisico's
Ook wanneer u zich aan alle relevante bouw-voorschriften houdt, kunnen zich bij gebruik van de machine nog gevaarlijke situaties voordoen, bijv. als gevolg van:
- Aanraking van draaiende delen van de zijkant: zaagblad, spanflens, flensschroef,
- aanraking van spanningvoerende delen bij geopende behuizing en niet-uitgetrokken stekker,
- het wegvliegen van werkstukdelen,
Nederlands
- het wegvliegen van werkstukdelen bij beschadigd gereedschap,
- geluidsemissie,
- stofemissie.
2.7 Emissiewaarden
De volgens EN 62841 bepaalde waarden bedragen gewoonlijk:
Geluidsdrukniveau L
$$ _ {P A} = 9 7 \mathrm{dB(A)} $$
Geluidsvermogensniveau L
$$ _ {W A} = 1 0 4 \mathrm{dB(A)} $$
Onzekerheid K = 3 dB

VOORZICHTIG
Geluid dat bij het werk optreedt
Beschadiging van het gehoor
▶ Gehoorbescherming gebruiken.
De aangegeven geluidemissiewaarden
- zijn aan de hand van een genormeerde testprocedure gemeten en kunnen ter vergelijking van een elektrisch gereedschap met een ander gereedschap worden gebruikt.
- Ze kunnen tevens voor een voorlopige beoordeling van de belasting worden gebruikt.

VOORZICHTIG
De geluidsemissies kunnen - afhankelijk van de manier waarop het elektrische gereedschap wordt gebruikt, welk soort werkstuk wordt bewerkt - tijdens het werkelijke gebruik van het elektrische gereedschap van de specificaties afwijken.
▶ Veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de bediener vastleggen die baseren op een beoordeling van de belasting tijdens de feitelijke gebruiksomstandigheden. (Hierbij moet rekening gehouden worden met de bedrijfscyclus, bijvoorbeeld tijden waarop het elektrische gereedschap uitgeschakeld is en dergelijke waarbij het weliswaar ingeschakeld is, maar zonder belasting loopt.)
3 Gebruik volgens de voorschriften
Het elektrische gereedschap is als stationair apparaat bestemd voor het zagen van plinten van hout, kunststof, aluminiumprofielen en vergelijkbare materialen. Andere materialen, vooral staal, beton en mineraal materiaal mogen niet bewerkt worden.
Alleen Festool-zaagbladen gebruiken die voor het gebruik met dit elektrische gereedschap bedoeld zijn.
De zaagbladen moeten de volgende gegevens bezitten:
- Diameter zaagblad 216 mm
- Zaagbreedte 2,3 mm (komt overeen met tandbreedte)
- Opnamegat 30 mm
- Stambladdikte 1,8 mm
- Zaagblad conform EN 847-1
- Zaagblad met spaanhoek ≤ 0°
Festool-zaagbladen voldoen aan de norm EN 847-1.
Zaag alleen materialen die conform de bepalingen voor het betreffende zaagblad bestemd zijn.

De gebruiker is aansprakelijk bij gebruik dat niet volgens de voorschriften plaats-
vindt.
[1-1] Transportbeveiliging
[1-2] Spindelvergrendeling
[1-3] Stelknop voor toerental
[1-4] Binnenzeskantsleutel
[1-5] Aan-/uit-schakelaar
[1-6] Ontgrendelingshendel voor zaagaggregaat
[1-7] Handgreep
[1-8] Pendelbeschermkap
[1-9] Aanslaglinialen
[1-10] Zaagtafel
[1-11] Houder voor zwaaihaak
[1-12] Tafelinlegstuk
De vermelde afbeeldingen staan in het begin van de gebruiksaanwijzing.
6 Ingebruikneming

WAARSCHUWING
Ontoelaatbare spanning of frequentie!
Risico van ongevallen
- De netspanning en de frequentie van de stroombron dienen met de gegevens op het typeplaatje overeen te stemmen.
In Noord-Amerika mogen alleen Festool-machines met een spanningsopgave van 120 V / 60 Hz worden gebruikt.
6.1 Eerste inbedrijfstelling
- Ontgrendel de transportbeveiliging [1-1] door aan de veiligheidsstift te trekken.
6.2 Plaatsing van de machine

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel, elektrische schokken
- Trek vóór alle werkzaamheden aan de machine altijd de stekker uit het stopcontact!
Monteer de machine vóór het gebruik op een vlak en stabiel werkvlak (bijv. een werkbank).
De volgende montagemanieren zijn mogelijk
Schroefklemmen: Bevestig de machine met schroefklemmen op het werkvlak. De egale vlakken op de vier ondersteuningspunten van de zaagtafel dienen als spanvlakken.
Verhogingsvoeten monteren (optioneel)
Als u een Systainer als vergroot steunvlak wilt gebruiken, moet u eerst de meegeleverde verhogingsvoeten monteren om dezelfde hoogte van zaagtafel en Systainer te garanderen.
- Draai de vier schroeven [9-2] op de hoeken van de zaagtafel met de inbussleutel los [9-1].
▶ ① Verwijder de vier rubberen voeten. - Monteer alle vier verhogingsvoeten met de meegeleverd schroeven en draai de schroeven stevig vast.
WAARSCHUWING! Zorg vóór de werkzaamheden met de machine dat alle vier de verhogingsvoeten stevig gemonteerd zijn en de machine met verhogingsvoeten stabiel op een effen vlak staat.
De schroeven uit de rubberen voeten kunnen niet voor de bevestiging van de verhogingsvoeten worden gebruikt.
6.3 Transport
Machine beveiligen (transportstand)
▶ Druk op de ontgrendelingshendel voor het zaagaggregaat [1-6].
▶ Draai het zaagaggregaat tot de aanslag naar beneden.
▶ Druk op de transportbeveiliging [1-1]. Het zaagaggregaat bevindt zich nu in de onderste stand.
▶ Berg de inbussleutel [1-4] en de zwaaihaak [4-2] in de daarvoor bedoelde houders op en klem de werkstukklemmen aan de zaagtafel [1-10] vast.

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel
- De machine nooit aan de beweegbare pendelbeschermkap [1-8] optillen of dragen.
▶ Machine om te dragen aan de zijkant aan de zaagtafel [1-10] beetpakken en aan de handgreep [1-7].
▶ Machine steeds met twee handen optillen en dragen.
6.4 Machine ontgrendelen (werkstand)
▶ Druk het zaagaggregaat iets omlaag en trek aan de transportbeveiliging [1-1].
▶ Draai het zaagaggregaat omhoog.
6.5 In-/uitschakelen
▶ Druk de ontgrendelingshendel [1-6] in tot aan de weerstand in om het zaagaggregaat en de pendelbeschermkap te ontgrendelen.
▶ Druk de aan-/uit-schakelaar [1-5] geheel in om de machine in te schakelen.
▶ Laat de aan-/uit-schakelaar weer los om de machine uit te schakelen.
Wacht tot het zaagblad geheel tot stilstand is gekomen en draai dan pas het zaagaggregaat naar boven.
7 Instellingen

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel, elektrische schokken
- Trek vóór alle werkzaamheden aan de machine altijd de stekker uit het stopcontact!
7.1 Zaagblad selecteren
Festool-zaagbladen zijn met een gekleurde ring gemarkeerd. De kleur van de ring staat voor het materiaal waarvoor het zaagblad geschikt is.
| Symbool Zaagblad Materiaal | (Kleur) | |
| Fijngetand zaagblad216x2,3x30 W48 | Hout(Geel) | |
| Speciaal-zaagblad216x2,3x30 W60 | Aluminium(Blauw) | |
7.2 Wisselen van gereedschap

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel
▶ Volgende instructies in acht nemen:
- Trek de stekker uit het stopcontact alvo-
rens het gereedschap te wisselen.
- Druk alleen op de spilvergrendeling [1-2] als het zaagblad stilstaat.
- Het zaagblad wordt bij het werken heel
heet, pak het niet vast voordat het afge-
koeld is.
- Draag vanwege het gevaar voor letsel door de scherpe snijkanten veiligheidshandschoenen bij het wisselen van gereedschap.
- Gebruik alleen Festool-zaagbladen die voor het gebruik met dit elektrische gereedschap bedoeld zijn.
Zaagblad demonteren
▶ Breng de machine in de werkstand.
▶ Houd bij het uitdraaien van de schroef de spilvergrendeling [2-1] ingedrukt.
▶ Draai de schroef [2-4] met de inbussleutel [1-4] geheel eruit (linkse schroefdraad).
▶ Druk de ontgrendelingshendel [2-2] van de pendelbeschermkap in.
▶ Open de pendelbeschermkap [2-7] in zijn geheel.
▶ Verwijder de spanflens [2-5] en het zaagblad.
Zaagblad monteren
▶ Reinig alle delen voordat u ze monteert (zaagblad, flens, moer).
- Plaats het zaagblad op de gereedschaps-spil.

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel
▶ Erop letten dat de draairichtingen van het zaagblad [2-6] en de machine [2-3] overeenkomen.
▶ Druk op de spilvergrendeling [2-1] .
▶ Bevestig het zaagblad met de spanflens [2-5] en de schroef [2-4].
▶ Draai de schroef [2-4] goed vast (linkse schroefdraad).
7.3 Stofafzuiging


WAARSCHUWING
Gevaar voor de gezondheid door stof
▶ Nooit zonder afzuiging werken.
▶ Nationale voorschriften in acht nemen.
▶ Draag een ademmasker!
Op de afzuigaansluiting [6-3] kan een Festoolafzuigapparaat voorzien van een afzuigslang met een diameter van 36 mm of 27 mm (36 mm aanbevolen wegens een geringer risico van verstopping) worden aangesloten.
- Trek vóór de montage van de afzuigslang de stekker uit het stopcontact.
- Bevestig de afzuigslang door middel van de bajonetsluiting aan de afzuigaansluiting [6-3].
De spaanvanger [8-1] verbetert de opvang van stof en spanen. Werk daarom niet zonder ge-monteerde spaanvanger.

VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel aan het zaagblad
▶ Contact met het zaagblad vermijden.
- Klem de spaanvanger aan de daarvoor bedoelde houder [8-2] door vastklikken in de uitsparing vast.
8 Werken met de machine


WAARSCHUWING
Wegvliegende gereedschap-/werkstukonderdelen
Gevaar voor letsel
▶ Draag een veiligheidsbril!
- Bij het gebruik andere personen op afstand houden.
▶ Werkstukken altijd goed vastzetten.
- De werkstukklem moet volledig op het werkstuk liggen.

WAARSCHUWING
Pendelbeschermkap sluit niet Gevaar voor letsel
▶ Zagen onderbreken.
Aansluitkabel uit stopcontact trekken, zaagresten verwijderen. Bij beschadiging pendelbeschermkap laten vervangen.

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel
▶ Volgende instructies in acht nemen:
- Correcte werkpositie:
- vooraan aan de bedienerkant;
- recht tegenover de zaag;
-
naast de zaagbladlijn.
-
Bij het werken het elektrisch gereedschap altijd met de bedienende hand aan de handgreep vasthouden. De vrije hand altijd buiten het gevarenbereik houden.
- Geleid de machine alleen in ingeschakelde toestand tegen een werkstuk.
- Aanzetsnelheid aanpassen om overbelasting van de machine of, bij het zagen van kunststof, het smelten van kunststof te voorkomen.
- Niet bij een defecte elektronica van het elektrisch gereedschap werken, omdat dit tot te hoge toerentallen kan leiden.
- Zorg er vóór de werkzaamheden voor dat het zaagblad de aanslaglinialen, de werkstuk- en schroefklemmen of andere machinedelen niet kan raken.
Wanneer het elektrische gereedschap niet wordt gebruikt, de stekker uit het stopcontact trekken. Dit optimaliseert de levensduur van de elektronica.
8.1 Controleer of de pendelbeschermkap vrij kan bewegen

De pendelbeschermkap moet altijd vrij kunnen bewegen en zelfstandig kunnen sluiten.
▶ Stekker uit het stopcontact trekken.
▶ Pendelbeschermkap met de hand pakken en als proef in het zaagaggregaat schuiven. Pendelbeschermkap moet gemakkelijk te bewegen zijn en bijna geheel in de pendelkap kunnen zakken.
Reiniging van het zaagblad
- De ruimte om de pendelbeschermkap altijd schoon houden.
- Stof en spanen met behulp van perslucht uit de beschermkap blazen of verwijderen met een kwast.
8.2 Werkstukklem
Voor bevestiging als volgt te werk gaan
- Trek vóór de montage van de werkstukklem de stekker uit het stopcontact.
- Plaats de werkstukklem [5-7] in een van de boorgaten [5-9]. De werkstukklem moet zich vóór het werkstuk bevinden.
8.3 Werkstuk spannen

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel
▶ Volgende instructies in acht nemen:
- Goede bevestiging door meegeleverde werkstukklem - Span werkstukken altijd met de werkstukklem vast. Daarbij moet de neerdrukarm goed op het werkstuk liggen. (Opmerking: afhankelijk van de contouren van het werkstuk, bijv. ronde contouren, kunnen hier hulpmiddelen voor nodig zijn). Geen werkstukken bewerken die niet goed kunnen worden vastgezet.
- Grootte - Geen te kleine werkstukken bewerken. Afgesneden reststuk mag om veiligheidsredenen niet kleiner dan 30 mm lang zijn. Kleine werkstukken kunnen door het zaagblad naar achteren in de spleet tussen zaagblad en aanslagliniaal getrokken worden. Het afgezaagde reststuk moet om veiligheidsredenen nog veilig vast te spannen zijn met de werkstukklem.
- Ga heel voorzichtig te werk, zodat geen werkstukken door het zaagblad naar achteren in de spleet tussen het zaagblad en de aanslagliniaal getrokken worden. Dit gevaar bestaat met name bij horizontale versteksneden.
Lange werkstukken
Werkstukken die over het zaagvlak uitsteken, extra ondersteunen.
▶ Systainer als vergroot steunvlak gebruiken.
▶ Werkstuk door meegeleverde werkstuk-klem vastzetten.
Dunne werkstukken
Dunne werkstukken kunnen bij het zagen klapperen of breken.
▶ Werkstuk verstevigen: Samen met sloop-hout inspannen.
Ga bij het inspannen als volgt te werk
▶ Leg het werkstuk op de zaagtafel en druk het tegen de aanslaglinialen [1-9].
▶ Open de werkstukklem [5-7] met de hendel [5-1].
- Draai de draaiknop [5-3] linksom om de verticale positie van de werkstukklem los te maken.
▶ Laat de neerdrukarm op het werkstuk neer.
▶ Draai de draaiknop [5-3] rechtsom om de verticale positie van de werkstukklem te vergrendelen.
▶ Sluit de werkstukklem [5-7] met de hendel [5-1].
8.4 Werkstukaanslag
Verstekhoek instellen
Bij versteksneden moet u de aanslaglinialen [3-3] verstellen, zodat de werking van de pendelbeschermkap er niet door wordt gehinderd en ze niet in contact met het zaagblad komen.
- Trek vóór het instellen van de aanslaglinia-
len de stekker uit het stopcontact.
▶ Open de klemhendel [3-2] .
▶ Stel de gewenste verstekhoek in.
▶ Sluit de klemhendel weer.
Aanslaglinialen instellen
- Trek vóór het instellen van de aanslaglinia-
len de stekker uit het stopcontact.
▶ Open de draaiknoppen [3-1] .
▶ Schuif de aanslaglinialen [3-3] zo dicht mogelijk tegen het zaagblad, zonder het echter aan te raken.
▶ Sluit de draaiknoppen [3-1] .
8.5 Toerentalregeling
Het toerental kan met de stelknop [1-3] trap-loos tussen 2700 en 5200 min ^-1 worden ingesteld. Daardoor kunt u de zaagsnelheid aan het betreffende materiaal optimaal aanpassen.
Aanbevolen stand van de stelknop
Hout 3 - 6
Kunststof 3 - 5
Vezelmaterialen 1 - 3
Aluminium- en nonferro-profielen 3 - 6
8.6 Zwaaihaak
Met de zwaaihaak [4-2] kunnen willekeurige hoeken (bijv. tussen twee wanden) worden afgenomen. De zwaaihaak vormt daarbij de hoek-deellijn.
Binnenhoek afnemen
▶ Open de klem [4-1].
▶ Leg de zwaaihaak met de beide benen [4-2] tegen de binnenhoek.
▶ Sluit de klem [4-1].
Buitenhoek afnemen
▶ Open de klem [4-1].
Leg de zwaaihaak met de beide benen [4-2] tegen de buitenhoek.
▶ Sluit de klem [4-1].
Hoek overbrengen
▶ Open de klemhendel [3-2] bij de aanslaglinialen [3-3].
▶ Leg de zwaaihaak op de zaagtafel.
Leg de beide aanslaglinialen tegen de zwaaihaak.
▶ Sluit de klemhendel [3-2] bij de aanslaglinialen.
8.7 Plinten zagen
▶ Stel de machine naar wens in.
▶ Leg het werkstuk [5-8] tegen een aanslagliniaal [5-6].
▶ Span het werkstuk met de werkstukklem [5-7] vast.
▶ Schakel de machine in.
▶ Leid het zaagaggregaat aan de handgreep langzaam naar beneden.
- ruk het zaagaggregaat met een gelijkmatige voorwaartse beweging naar beneden en zaag het werkstuk.
▶ Schakel de machine uit.
Wacht tot het zaagblad geheel tot stilstand is gekomen en draai dan pas het zaagaggregaat naar boven.
9 Onderhoud en verzorging

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel, elektrische schokken
- Vóór alle onderhouds- en reinigingswerkzaamheden de stekker altijd uit het stopcontact trekken!
▶ Alle onderhouds- en reparatiewerkzaamheden, waarvoor het vereist is om de motorbehuizing te openen, mogen alleen in een geautoriseerde onderhoudswerkplaats worden uitgevoerd.

Klantenservice en reparatie alleen door fabrikant of door servicewerkplaatsen. Adres bij u in de buurt op: www.festool.nl/service

Alleen originele Festool-reserveonderdelen gebruiken! Bestelnr. op: www.festool.nl/service
▶ Beschadigde beveiligingsinrichtingen en onderdelen moeten op deskundige wijze in een erkende en gespecialiseerde werkplaats gerepareerd en vervangen worden, voor zover niets anders in de gebruiksaanwijzing aangegeven is.
▶ Reinig regelmatig het tafelinlegstuk [1-12] en het afzuigkanaal bij de spaanvanger [8-1] om houtsplinters, stofafzettingen en werkstukresten te verwijderen.
- Zorg ervoor dat de koelluchtopeningen in de motorbehuizing altijd vrij en schoon zijn om de luchtcirculatie te waarborgen.
9.1 Tafelinlegstuk vervangen
Werk niet met een versleten tafelinlegstuk [1-12] maar vervang dit door een nieuw.
- Draai hiervoor de vijf schroeven los waar-mee het tafelinlegstuk aan de zaagtafel be-vestigd is.
Een nieuw tafelinlegstuk wordt zonder zaaggleuf geleverd. Daarom moet u die er na het inbouwen eerst inzagen.
9.2 Zaagaggregaat bijstellen
Met de schroef [6-2] kunt u het draaibereik van het zaagaggregaat instellen. Dit kan nodig worden als de diameter van het zaagblad bij het bijscherpen veranderd is of als een nieuw zaagblad ingebouwd wordt.
▶ Stel de aanslaglinialen [6-4] op 0° in.
▶ Draai de contramoer [6-1] los.
▶ Draai het zaagaggregaat tot de aanslag naar beneden.
▶ Stel het zaagaggregaat in door zoals op afbeelding aan de schroef [6-2] te draaien 7 (naar links draaien - zaagaggregaat wordt neergelaten; naar rechts draaien - zaagaggregaat wordt opgeheven).
▶ Draai de contramoer [6-1] weer vast.
10 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires van Festool.
De bestelnummers voor accessoires en gereedschap vindt u in de Festool-catalogus of online via www.festool.nl.
Naast het beschreven toebehoren biedt Festool nog uitgebreide systeemaccessoires aan, waarmee u uw zaag op veel manieren en effectief kunt gebruiken, bijv.:
- Zaagbladen voor verschillende materialen.
11 Milieu

Geef het apparaat niet met het huisvuil mee! Voer de apparaten, accessoires en verpakkingen op milieuvriendelijke wijze af. Neem de geldende nationale voorschriften in acht.
Alleen EU: Volgens de Europese richtlijn inzake gebruikte elektrische en elektronische apparaten en de omzetting hiervan in de nationale wetgeving dienen oude elektrische apparaten gescheiden te worden ingezameld en op milieu-vriendelijke wijze te worden afgevoerd.
Informatie voor REACH: www.festool.nl/reach