FESTOOL SYM 70 RE - Zaag

SYM 70 RE - Zaag FESTOOL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis SYM 70 RE FESTOOL in PDF-formaat.

📄 133 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice FESTOOL SYM 70 RE - page 53

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SYM 70 RE - FESTOOL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SYM 70 RE van het merk FESTOOL.

GEBRUIKSAANWIJZING SYM 70 RE FESTOOL

EG-conformiteitsverklaring. Wij verklaren op eigen verantwoordelijkheid dat dit produkt voldoet aan de volgende normen of normatieve documen- ten:

  • 7 Instellingen p. 57
  • 8 Werken met de machine p. 58
  • 9 Onderhoud en verzorging p. 60
  • 10 Accessoires p. 61
  • 11 Milieu 1 Symbolen Waarschuwing voor algemeen gevaar Lees de gebruiksaanwijzing en veilig heidsvoorschriften! Gevarenzone! Handen weghouden! Draag een veiligheidsbril! Draag gehoorbescherming! Draag een zuurstofmasker! Draag veiligheidshandschoenen! Niet met het huisvuil meegeven. Tip, aanwijzing Handelingsinstructie Beveiligingsklasse II Elektronica: Regelbaar toerental p. 61

Zaagbladafmeting a ... max. zaagdiepte D ... diameter d ... opnamegat Hout Gelamineerde houten platen Aluminium Stelknop voor toerental CE-markering: Bevestigt de conformi teit van het elektrische gereedschap met de richtlijnen van de Europese Unie. Gevarenzone! Zich niet in dit gebied ophouden! Gevarenzone! Zich niet in dit gebied ophouden! 2 Veiligheidsvoorschriften

2.1 Algemene veiligheidsinstructies voor

elektrische gereedschappen WAARSCHUWING! Lees alle veiligheids voorschriften en aanwijzingen. Worden de veiligheidsinstructies en aanwijzingen niet in acht genomen, dan kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwij zingen om ze later te kunnen raadplegen. Het begrip “elektrisch gereedschap” dat in de veiligheidsinstructies gebruikt wordt, heeft be trekking op elektrisch gereedschap met net voeding (met netsnoer) of elektrisch gereed schap met accuvoeding (zonder netsnoer).

2.2 Machinespecifieke

veiligheidsvoorschriften – Verstekafkortzagen zijn bestemd voor het zagen van hout of houtachtige producten. Zij mogen niet voor het zagen van ijzer, zoals staven, stangen, schroeven etc. wor den gebruikt.Slijpstof leidt tot het blokke ren van bewegende delen zoals de onder ste beschermkap. Vonken van het zagen verbranden de onderste beschermkap, de inlegplaat en andere kunststof onderdelen. – Fixeer het werkstuk indien mogelijk met klemmen. Als u het werkstuk met de hand vasthoudt, moet u uw hand altijd tenmin ste 100 mm van elke kant van het zaag blad verwijderd houden. Gebruik de zaag niet voor het zagen van stukken die te klein zijn om ze vast te klemmen of met de hand vast te houden. Als uw hand te dicht bij het zaagblad is, bestaat er een verhoogd Nederlands 53letselgevaar door contact met het zaag blad. – Het werkstuk moet onbeweeglijk zijn en óf vastgespannen óf tegen de aanslag en de tafel gedrukt worden. Schuif het werkstuk niet in het zaagblad en zaag nooit 'uit de vrije hand'.Losse of bewegende werkstuk ken zouden met hoge snelheid weggeslin gerd kunnen worden en tot letsel leiden. – Ga nooit, noch voor noch achter het zaag blad, kruiselings met uw hand over de be oogde zaaglijn heen. Het vasthouden van het werkstuk "met gekruiste handen", d.w.z. het vasthouden van het werkstuk met de linkerhand rechts van het zaagblad of omgekeerd is zeer gevaarlijk. – Kom nooit bij een draaiend zaagblad met uw hand achter de aanslag. Zorg ervoor dat de veiligheidsmarge tussen uw hand en het draaiende zaagblad nooit minder is dan 100 mm. (Dit geldt voor beide kanten van het zaagblad, bijv. bij het verwijderen van houtafval). Een geringe afstand van het draaiende zaagblad tot uw hand is mogelij kerwijs niet duidelijk zichtbaar en u kunt ernstig letsel oplopen. – Controleer het werkstuk voor het zagen. Als het werkstuk gebogen of vervormd is, spant u het met de naar buiten gekromde kant in de richting van de aanslag vast. Zorg er altijd voor dat er langs de zaaglijn geen spleet is tussen werkstuk, aanslag en tafel. Gebogen of vervormde werkstuk ken kunnen verdraaid raken of verplaatsen, waardoor het draaiende zaagblad bij het zagen beklemd kan raken. Er mogen zich geen spijkers of oneigenlijke elementen in het werkstuk bevinden. – Gebruik de zaag pas wanneer de tafel vrij is van gereedschap, houtafval, etc.; alleen het werkstuk mag zich op de tafel bevin den. Klein afval, losse houtstukken of an dere voorwerpen die in contact komen met het draaiende blad, kunnen met hoge snel heid worden weggeslingerd. – Zaag nooit meer dan één werkstuk tege lijk. Meerdere gestapelde werkstukken kunnen niet goed worden gespannen of vastgehouden en kunnen tijdens het zagen wegschuiven of ervoor zorgen, dat het blad vastloopt. – Zorg ervoor dat de verstekafkortzaag vóór gebruik op een vlak, stevig werkvlak staat. Een vlak en stevig werkvlak vermin dert het gevaar dat de verstekafkortzaag instabiel wordt. – Plan uw werk. Telkens wanneer u de ver stekhoek van het zaagblad verandert, moet u erop letten dat de instelbare aan slag juist is afgesteld, het werkstuk on dersteunt en daarbij niet met het blad of de beschermkap in contact komt. Simuleer bij een niet-ingeschakelde machine en zon der werkstuk op de tafel een volledige zaagbeweging van zaagblad om er zeker van te zijn dat er geen sprake is van belem meringen of het gevaar dat in de aanslag wordt gezaagd. – Zorg bij werkstukken die breder of langer zijn dan het tafeloppervlak voor een pas sende ondersteuning, bijv. door tafelver lengingen of zaagbokken. Werkstukken die langer of breder zijn dan de tafel van de verstekafkortzaag, kunnen kantelen indien ze niet goed worden ondersteund. Wanneer een afgezaagd stuk hout of werkstuk kan telt, kan het de onderste beschermkap omhoog laten komen of ongecontroleerd door het draaiende zaagblad worden weg geslingerd. – Roep niet de hulp van andere personen in als vervanging voor een tafelverlenging of als extra steun. Een instabiele ondersteu ning van het werkstuk kan ertoe leiden, dat het blad vastloopt. Ook kan het werkstuk tijdens het zagen verschuiven en u en uw hulp in het draaiende blad trekken. – Het afgezaagde stuk mag niet tegen het draaiende zaagblad worden gedrukt. Wan neer er weinig plaats is, bijv. bij gebruik van lengteaanslagen, kan het afgezaagde stuk bij het blad ingeklemd raken en met ge weld worden weggeslingerd. – Gebruik altijd een klem of een passende voorziening om rond materiaal, zoals stangen of buizen, goed te ondersteunen. Stangen kunnen bij het zagen gemakkelijk wegrollen, waardoor het zaagblad zich kan "vastbijten" en het werkstuk met uw hand in het blad getrokken kan worden. – Laat het blad het volledige toerental be reiken voordat u in het werkstuk zaagt. Dit vermindert het risico dat het werkstuk weggeslingerd wordt. – Schakel de verstekafkortzaag uit indien het werkstuk beklemd raakt of het zaag blad blokkeert. Wacht tot alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen, trek de Nederlands 54stekker uit het stopcontact en/of haal de accu uit de machine. Verwijder vervolgens het ingeklemde materiaal. Wanneer u bij zo'n blokkering verder zaagt, kan dit leiden tot verlies van controle of beschadiging van de verstekafkortzaag. – Laat na het beëindigen van de zaagsnede de schakelaar los, houd de zaagkop om laag en wacht tot het blad stilstaat, voor dat u het afgezaagde stuk verwijdert. Het is zeer gevaarlijk om met de hand in de buurt van het uitlopende zaagblad te ko men.

2.3 Gereedschappen en gereedschapsdelen

– Vervormde zaagbladen of zaagbladen met barstjes en met stompe of defecte snijvlak ken mogen niet worden gebruikt. – Alleen Festool-zaagbladen gebruiken die voor het gebruik met dit elektrische ge reedschap bedoeld zijn. – Gebruik alleen zaagbladen die minstens voor het maximale toerental van de zaag geschikt zijn. – Gebruik alleen zaagbladen die door de fa brikant aanbevolen worden en die geschikt zijn voor het materiaal dat u wilt bewerken. Dit voorkomt een oververhitting van de zaagtanden bij het zagen . – Transporteer het zaagblad alleen in een geschikte verpakking. Wij adviseren om hiervoor de originele verpakking te gebrui ken.

2.4 Overige veiligheidsvoorschriften

– Alleen zaagbladen gebruiken die aan de gegevens uit het reglementaire gebruik voldoen. Zaagbladen die niet op de monta gedelen van de zaag passen, lopen excen trisch, kunnen splinters uit het materiaal slaan en deze naar buiten slingeren. Deze splinters kunnen de ogen van de gebruiker of van omstanders raken. – Alleen zaagbladen met een spaanhoek ≤ 0° gebruiken. Een spaanhoek > 0° trekt de zaag in het werkstuk. Er bestaat verwon dingsgevaar door terugslaande zaag en ro terend werkstuk. – Het elektrische gereedschap alleen in bin nenruimtes en droge omgeving gebruiken. – Voor gebruik altijd de werking van de pen delbeschermkap controleren. Het elek trisch gereedschap alleen gebruiken indien het volgens voorschrift functioneert. – Niet met uw handen in de spaanafvoer grijpen. Draaiende onderdelen kunnen uw handen verwonden. – Tijdens het werken kunnen schadelijke/ giftige stoffen ontstaan (bijv. bij loodhou dende verf en enkele houtsoorten). Voor de gebruiker van de machine of voor perso nen die zich in de buurt van de machine be vinden kan het aanraken of inademen van deze stoffen gevaarlijk zijn. Neem de veilig heidsvoorschriften in acht die in uw land van toepassing zijn. – Draag ter bescherming van uw ge zondheid een P2-stofmasker. Zorg in ge sloten ruimtes voor voldoende ventilatie en sluit een mobiele stofzuiger aan. – Vervang aangezaagde of beschadigde aan slagen. Beschadigde aanslagen kunnen bij het werken met de zaag worden weggeslin gerd. Omstanders kunnen letsel oplopen. – Alleen originele Festool accessoires en verbruiksmaterialen gebruiken. Alleen door Festool geteste en goedgekeurde ac cessoires zijn veilig en perfect op de ma chine en het gebruik afgestemd.

2.5 Aluminiumbewerking

Bij de bewerking van aluminium dient men zich uit veiligheidsoverwegingen te houden aan de volgende maatregelen: – Voorschakelen van een differentiaal- (FI-, PRCD-) veiligheidsschakelaar. – Elektrisch gereedschap op een geschikt af zuigapparaat aansluiten. – Elektrisch gereedschap regelmatig reini gen van stofafzettingen in de motorbehui zing. – Een aluminium-zaagblad gebruiken. Draag een veiligheidsbril!

Ook wanneer u zich aan alle relevante bouw voorschriften houdt, kunnen zich bij gebruik van de machine nog gevaarlijke situaties voordoen, bijv. als gevolg van: – Aanraking van draaiende delen van de zij kant: zaagblad, spanflens, flensschroef, – aanraking van spanningvoerende delen bij geopende behuizing en niet-uitgetrokken stekker, – het wegvliegen van werkstukdelen, Nederlands 55– het wegvliegen van werkstukdelen bij be schadigd gereedschap, – geluidsemissie, – stofemissie.

De volgens EN 62841 bepaalde waarden bedra gen gewoonlijk: Geluidsdrukniveau L

104 dB(A) Onzekerheid K = 3 dB VOORZICHTIG Geluid dat bij het werk optreedt Beschadiging van het gehoor ► Gehoorbescherming gebruiken. De aangegeven geluidemissiewaarden – zijn aan de hand van een genormeerde testprocedure gemeten en kunnen ter ver gelijking van een elektrisch gereedschap met een ander gereedschap worden ge bruikt. – Ze kunnen tevens voor een voorlopige be oordeling van de belasting worden ge bruikt. VOORZICHTIG De geluidsemissies kunnen - afhankelijk van de manier waarop het elektrische gereed schap wordt gebruikt, welk soort werkstuk wordt bewerkt - tijdens het werkelijke ge bruik van het elektrische gereedschap van de specificaties afwijken. ► Veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de bediener vastleggen die baseren op een beoordeling van de belasting tijdens de feitelijke gebruiksomstandigheden. (Hierbij moet rekening gehouden worden met de bedrijfscyclus, bijvoorbeeld tijden waarop het elektrische gereedschap uitgeschakeld is en dergelijke waarbij het weliswaar inge schakeld is, maar zonder belasting loopt.) 3 Gebruik volgens de voorschriften Het elektrische gereedschap is als stationair apparaat bestemd voor het zagen van plinten van hout, kunststof, aluminiumprofielen en ver gelijkbare materialen. Andere materialen, voor al staal, beton en mineraal materiaal mogen niet bewerkt worden. Alleen Festool-zaagbladen gebruiken die voor het gebruik met dit elektrische gereedschap bedoeld zijn. De zaagbladen moeten de volgende gegevens bezitten: – Diameter zaagblad 216 mm – Zaagbreedte 2,3 mm (komt overeen met tandbreedte) – Opnamegat 30 mm – Stambladdikte 1,8 mm – Zaagblad conform EN 847-1 – Zaagblad met spaanhoek ≤ 0° Festool-zaagbladen voldoen aan de norm EN 847-1. Zaag alleen materialen die conform de bepalin gen voor het betreffende zaagblad bestemd zijn. De gebruiker is aansprakelijk bij gebruik dat niet volgens de voorschriften plaats vindt. 4 Technische gegevens Plintenzaag SYM 70 RE Service 1150 W Toerental (onbelast) 2700 - 5200 min

Verstekhoek Binnenhoek 0° - 68° Buitenhoek 0° - 60° Zaagbereik max. plint hoogte 70 mm max. plint breedte 80 mm Gereedschapsspil, Ø 30 mm Gewicht conform EPTA-pro cedure 01:2014 9,6 kg 5 Apparaatelementen [1-1] Transportbeveiliging [1-2] Spindelvergrendeling [1-3] Stelknop voor toerental [1-4] Binnenzeskantsleutel [1-5] Aan-/uit-schakelaar [1-6] Ontgrendelingshendel voor zaagag gregaat [1-7] Handgreep [1-8] Pendelbeschermkap Nederlands 56[1-9] Aanslaglinialen [1-10] Zaagtafel [1-11] Houder voor zwaaihaak [1-12] Tafelinlegstuk De vermelde afbeeldingen staan in het begin van de gebruiksaanwijzing. 6 Ingebruikneming WAARSCHUWING Ontoelaatbare spanning of frequentie! Risico van ongevallen ► De netspanning en de frequentie van de stroombron dienen met de gegevens op het typeplaatje overeen te stemmen. ► In Noord-Amerika mogen alleen Festool- machines met een spanningsopgave van 120 V / 60 Hz worden gebruikt.

6.1 Eerste inbedrijfstelling

► Ontgrendel de transportbeveiliging [1-1] door aan de veiligheidsstift te trekken.

6.2 Plaatsing van de machine

WAARSCHUWING Gevaar voor letsel, elektrische schokken ► Trek vóór alle werkzaamheden aan de ma chine altijd de stekker uit het stopcontact! Monteer de machine vóór het gebruik op een vlak en stabiel werkvlak (bijv. een werkbank). De volgende montagemanieren zijn mogelijk Schroefklemmen : Bevestig de machine met schroefklemmen op het werkvlak. De egale vlakken op de vier ondersteuningspunten van de zaagtafel dienen als spanvlakken. Verhogingsvoeten monteren (optioneel) Als u een Systainer als vergroot steunvlak wilt gebruiken, moet u eerst de meegeleverde ver hogingsvoeten monteren om dezelfde hoogte van zaagtafel en Systainer te garanderen. ► Draai de vier schroeven [9-2] op de hoeken van de zaagtafel met de inbussleutel los [9-1].

Verwijder de vier rubberen voeten. ► Monteer alle vier verhogingsvoeten met de meegeleverd schroeven en draai de schroeven stevig vast. WAARSCHUWING! Zorg vóór de werkzaamhe den met de machine dat alle vier de verho gingsvoeten stevig gemonteerd zijn en de ma chine met verhogingsvoeten stabiel op een ef fen vlak staat. De schroeven uit de rubberen voeten kun nen niet voor de bevestiging van de verho gingsvoeten worden gebruikt.

Machine beveiligen (transportstand) ► Druk op de ontgrendelingshendel voor het zaagaggregaat [1-6]. ► Draai het zaagaggregaat tot de aanslag naar beneden. ► Druk op de transportbeveiliging [1-1]. Het zaagaggregaat bevindt zich nu in de onder ste stand. ► Berg de inbussleutel [1-4] en de zwaaihaak [4-2] in de daarvoor bedoelde houders op en klem de werkstukklemmen aan de zaag tafel [1-10] vast. WAARSCHUWING Gevaar voor letsel ► De machine nooit aan de beweegbare pen delbeschermkap [1-8] optillen of dragen. ► Machine om te dragen aan de zijkant aan de zaagtafel [1-10] beetpakken en aan de handgreep [1-7]. ► Machine steeds met twee handen optillen en dragen.

6.4 Machine ontgrendelen (werkstand)

► Druk het zaagaggregaat iets omlaag en trek aan de transportbeveiliging [1-1]. ► Draai het zaagaggregaat omhoog.

6.5 In-/uitschakelen

► Druk de ontgrendelingshendel [1-6] in tot aan de weerstand in om het zaagaggregaat en de pendelbeschermkap te ontgrendelen. ► Druk de aan-/uit-schakelaar [1-5] geheel in om de machine in te schakelen. ► Laat de aan-/uit-schakelaar weer los om de machine uit te schakelen. ► Wacht tot het zaagblad geheel tot stilstand is gekomen en draai dan pas het zaagag gregaat naar boven. 7 Instellingen WAARSCHUWING Gevaar voor letsel, elektrische schokken ► Trek vóór alle werkzaamheden aan de ma chine altijd de stekker uit het stopcontact! Nederlands

577.1 Zaagblad selecteren

Festool-zaagbladen zijn met een gekleurde ring gemarkeerd. De kleur van de ring staat voor het materiaal waarvoor het zaagblad geschikt is. Symbool Zaagblad Materiaal (Kleur) Fijngetand zaagblad 216x2,3x30 W48 Hout (Geel) Speciaal-zaagblad 216x2,3x30 W60 Aluminium (Blauw)

7.2 Wisselen van gereedschap

WAARSCHUWING Gevaar voor letsel ► Volgende instructies in acht nemen: – Trek de stekker uit het stopcontact alvo rens het gereedschap te wisselen. – Druk alleen op de spilvergrendeling [1-2] als het zaagblad stilstaat. – Het zaagblad wordt bij het werken heel heet, pak het niet vast voordat het afge koeld is. – Draag vanwege het gevaar voor letsel door de scherpe snijkanten veiligheidshand schoenen bij het wisselen van gereed schap. – Gebruik alleen Festool-zaagbladen die voor het gebruik met dit elektrische gereed schap bedoeld zijn. Zaagblad demonteren ► Breng de machine in de werkstand. ► Houd bij het uitdraaien van de schroef de spilvergrendeling [2-1] ingedrukt. ► Draai de schroef [2-4] met de inbussleutel [1-4] geheel eruit (linkse schroefdraad). ► Druk de ontgrendelingshendel [2-2] van de pendelbeschermkap in. ► Open de pendelbeschermkap [2-7] in zijn geheel. ► Verwijder de spanflens [2-5] en het zaag blad. Zaagblad monteren ► Reinig alle delen voordat u ze monteert (zaagblad, flens, moer). ► Plaats het zaagblad op de gereedschaps spil. WAARSCHUWING Gevaar voor letsel ► Erop letten dat de draairichtingen van het zaagblad [2-6] en de machine [2-3] overeenkomen. ► Druk op de spilvergrendeling [2-1]

► Bevestig het zaagblad met de spanflens [2-5] en de schroef [2-4]

► Draai de schroef [2-4] goed vast (linkse schroefdraad).

WAARSCHUWING Gevaar voor de gezondheid door stof ► Nooit zonder afzuiging werken. ► Nationale voorschriften in acht nemen. ► Draag een ademmasker! Op de afzuigaansluiting [6-3] kan een Festool- afzuigapparaat voorzien van een afzuigslang met een diameter van 36 mm of 27 mm (36 mm aanbevolen wegens een geringer risico van ver stopping) worden aangesloten. ► Trek vóór de montage van de afzuigslang de stekker uit het stopcontact. ► Bevestig de afzuigslang door middel van de bajonetsluiting aan de afzuigaansluiting [6-3]. De spaanvanger [8-1] verbetert de opvang van stof en spanen. Werk daarom niet zonder ge monteerde spaanvanger. VOORZICHTIG Gevaar voor letsel aan het zaagblad ► Contact met het zaagblad vermijden. ► Klem de spaanvanger aan de daarvoor be doelde houder [8-2] door vastklikken in de uitsparing vast. 8 Werken met de machine WAARSCHUWING Wegvliegende gereedschap-/werkstukon derdelen Gevaar voor letsel ► Draag een veiligheidsbril! ► Bij het gebruik andere personen op afstand houden. ► Werkstukken altijd goed vastzetten. ► De werkstukklem moet volledig op het werkstuk liggen. Nederlands 58WAARSCHUWING Pendelbeschermkap sluit niet Gevaar voor letsel ► Zagen onderbreken. ► Aansluitkabel uit stopcontact trekken, zaa gresten verwijderen. Bij beschadiging pen delbeschermkap laten vervangen. WAARSCHUWING Gevaar voor letsel ► Volgende instructies in acht nemen: – Correcte werkpositie: – vooraan aan de bedienerkant; – recht tegenover de zaag; – naast de zaagbladlijn. – Bij het werken het elektrisch gereedschap altijd met de bedienende hand aan de handgreep vasthouden. De vrije hand altijd buiten het gevarenbereik houden. – Geleid de machine alleen in ingeschakelde toestand tegen een werkstuk. – Aanzetsnelheid aanpassen om overbelas ting van de machine of, bij het zagen van kunststof, het smelten van kunststof te voorkomen. – Niet bij een defecte elektronica van het elektrisch gereedschap werken, omdat dit tot te hoge toerentallen kan leiden. – Zorg er vóór de werkzaamheden voor dat het zaagblad de aanslaglinialen, de werk stuk- en schroefklemmen of andere machi nedelen niet kan raken. Wanneer het elektrische gereedschap niet wordt gebruikt, de stekker uit het stopcon tact trekken. Dit optimaliseert de levens duur van de elektronica.

8.1 Controleer of de pendelbeschermkap

vrij kan bewegen De pendelbeschermkap moet altijd vrij kunnen bewegen en zelfstandig kunnen sluiten. ► Stekker uit het stopcontact trekken. ► Pendelbeschermkap met de hand pakken en als proef in het zaagaggregaat schuiven. Pendelbeschermkap moet gemakkelijk te bewegen zijn en bijna geheel in de pendel kap kunnen zakken. Reiniging van het zaagblad ► De ruimte om de pendelbeschermkap altijd schoon houden. ► Stof en spanen met behulp van perslucht uit de beschermkap blazen of verwijderen met een kwast.

Voor bevestiging als volgt te werk gaan ► Trek vóór de montage van de werkstukklem de stekker uit het stopcontact. ► Plaats de werkstukklem [5-7] in een van de boorgaten [5-9]. De werkstukklem moet zich vóór het werkstuk bevinden.

8.3 Werkstuk spannen

WAARSCHUWING Gevaar voor letsel ► Volgende instructies in acht nemen: – Goede bevestiging door meegeleverde werkstukklem - Span werkstukken altijd met de werkstukklem vast. Daarbij moet de neerdrukarm goed op het werkstuk liggen.

Opmerking: afhankelijk van de contouren van het werkstuk, bijv. ronde contouren, kunnen hier hulpmiddelen voor nodig zijn). Geen werkstukken bewerken die niet goed kunnen worden vastgezet. – Grootte - Geen te kleine werkstukken be werken. Afgesneden reststuk mag om vei ligheidsredenen niet kleiner dan 30 mm lang zijn. Kleine werkstukken kunnen door het zaagblad naar achteren in de spleet tussen zaagblad en aanslagliniaal getrok ken worden. Het afgezaagde reststuk moet om veiligheidsredenen nog veilig vast te spannen zijn met de werkstukklem. – Ga heel voorzichtig te werk, zodat geen werkstukken door het zaagblad naar ach teren in de spleet tussen het zaagblad en de aanslagliniaal getrokken worden. Dit ge vaar bestaat met name bij horizontale ver steksneden. Lange werkstukken Werkstukken die over het zaagvlak uitsteken, extra ondersteunen. ► Systainer als vergroot steunvlak gebruiken. ► Werkstuk door meegeleverde werkstuk klem vastzetten. Dunne werkstukken Dunne werkstukken kunnen bij het zagen klap peren of breken. ► Werkstuk verstevigen: Samen met sloop hout inspannen. Nederlands 59Ga bij het inspannen als volgt te werk ► Leg het werkstuk op de zaagtafel en druk het tegen de aanslaglinialen [1-9]. ► Open de werkstukklem [5-7] met de hendel [5-1]. ► Draai de draaiknop [5-3] linksom om de verticale positie van de werkstukklem los te maken. ► Laat de neerdrukarm op het werkstuk neer. ► Draai de draaiknop [5-3] rechtsom om de verticale positie van de werkstukklem te vergrendelen. ► Sluit de werkstukklem [5-7] met de hendel [5-1].

Verstekhoek instellen Bij versteksneden moet u de aanslaglinialen [3-3] verstellen, zodat de werking van de pen delbeschermkap er niet door wordt gehinderd en ze niet in contact met het zaagblad komen. ► Trek vóór het instellen van de aanslaglinia len de stekker uit het stopcontact. ► Open de klemhendel [3-2]

► Stel de gewenste verstekhoek in. ► Sluit de klemhendel weer. Aanslaglinialen instellen ► Trek vóór het instellen van de aanslaglinia len de stekker uit het stopcontact. ► Open de draaiknoppen [3-1]

► Schuif de aanslaglinialen [3-3] zo dicht mo gelijk tegen het zaagblad, zonder het echter aan te raken. ► Sluit de draaiknoppen [3-1]

Het toerental kan met de stelknop [1-3] trap loos tussen 2700 en 5200 min

worden inge steld. Daardoor kunt u de zaagsnelheid aan het betreffende materiaal optimaal aanpassen. Aanbevolen stand van de stelknop Hout 3 - 6 Kunststof 3 - 5 Vezelmaterialen 1 - 3 Aluminium- en nonferro-profielen 3 - 6

Met de zwaaihaak [4-2] kunnen willekeurige hoeken (bijv. tussen twee wanden) worden af genomen. De zwaaihaak vormt daarbij de hoek deellijn. Binnenhoek afnemen ► Open de klem [4-1]. ► Leg de zwaaihaak met de beide benen [4-2] tegen de binnenhoek. ► Sluit de klem [4-1]. Buitenhoek afnemen ► Open de klem [4-1]. ► Leg de zwaaihaak met de beide benen [4-2] tegen de buitenhoek. ► Sluit de klem [4-1]. Hoek overbrengen ► Open de klemhendel [3-2] bij de aanslagli nialen [3-3]

► Leg de zwaaihaak op de zaagtafel. ► Leg de beide aanslaglinialen tegen de zwaaihaak. ► Sluit de klemhendel [3-2] bij de aanslagli nialen.

► Stel de machine naar wens in. ► Leg het werkstuk [5-8] tegen een aanslagli niaal [5-6]

► Span het werkstuk met de werkstukklem [5-7] vast. ► Schakel de machine in. ► Leid het zaagaggregaat aan de handgreep langzaam naar beneden. ► ruk het zaagaggregaat met een gelijkmatige voorwaartse beweging naar beneden en zaag het werkstuk. ► Schakel de machine uit. ► Wacht tot het zaagblad geheel tot stilstand is gekomen en draai dan pas het zaagag gregaat naar boven. 9 Onderhoud en verzorging WAARSCHUWING Gevaar voor letsel, elektrische schokken ► Vóór alle onderhouds- en reinigingswerk zaamheden de stekker altijd uit het stop contact trekken! ► Alle onderhouds- en reparatiewerkzaam heden, waarvoor het vereist is om de mo torbehuizing te openen, mogen alleen in een geautoriseerde onderhoudswerkplaats worden uitgevoerd. Klantenservice en reparatie alleen door fabrikant of door servicewerk plaatsen. Adres bij u in de buurt op: www.festool.nl/service Nederlands 60Alleen originele Festool-reserveon derdelen gebruiken! Bestelnr. op: www.festool.nl/service EKAT

► Beschadigde beveiligingsinrichtingen en onderdelen moeten op deskundige wijze in een erkende en gespecialiseerde werk plaats gerepareerd en vervangen worden, voor zover niets anders in de gebruiksaan wijzing aangegeven is. ► Reinig regelmatig het tafelinlegstuk [1-12] en het afzuigkanaal bij de spaanvanger [8-1] om houtsplinters, stofafzettingen en werkstukresten te verwijderen. ► Zorg ervoor dat de koelluchtopeningen in de motorbehuizing altijd vrij en schoon zijn om de luchtcirculatie te waarborgen.

9.1 Tafelinlegstuk vervangen

Werk niet met een versleten tafelinlegstuk [1-12] maar vervang dit door een nieuw. ► Draai hiervoor de vijf schroeven los waar mee het tafelinlegstuk aan de zaagtafel be vestigd is. Een nieuw tafelinlegstuk wordt zonder zaag gleuf geleverd. Daarom moet u die er na het in bouwen eerst inzagen.

9.2 Zaagaggregaat bijstellen

Met de schroef [6-2] kunt u het draaibereik van het zaagaggregaat instellen. Dit kan nodig wor den als de diameter van het zaagblad bij het bij scherpen veranderd is of als een nieuw zaag blad ingebouwd wordt. ► Stel de aanslaglinialen [6-4] op 0° in. ► Draai de contramoer [6-1] los. ► Draai het zaagaggregaat tot de aanslag naar beneden. ► Stel het zaagaggregaat in door zoals op af beelding aan de schroef [6-2] te draaien 7 (naar links draaien - zaagaggregaat wordt neergelaten; naar rechts draaien - zaagag gregaat wordt opgeheven). ► Draai de contramoer [6-1] weer vast. 10 Accessoires Gebruik alleen originele accessoires van Fes tool. De bestelnummers voor accessoires en ge reedschap vindt u in de Festool-catalogus of online via www.festool.nl. Naast het beschreven toebehoren biedt Festool nog uitgebreide systeemaccessoires aan, waar mee u uw zaag op veel manieren en effectief kunt gebruiken, bijv.:

  • Zaagbladen voor verschillende materialen. 11 Milieu Geef het apparaat niet met het huisvuil mee! Voer de apparaten, accessoires en verpakkingen op milieuvriendelijke wijze af. Neem de geldende nationale voorschriften in acht. Alleen EU: Volgens de Europese richtlijn inzake gebruikte elektrische en elektronische appara ten en de omzetting hiervan in de nationale wetgeving dienen oude elektrische apparaten gescheiden te worden ingezameld en op milieu vriendelijke wijze te worden afgevoerd. Informatie voor REACH: www.festool.nl/reach Nederlands 61Innehållsförteckning 1 Symboler................................................... 62 2 Säkerhetsanvisningar............................... 62 3 Avsedd användning................................... 65 4 Tekniska data
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : FESTOOL

Model : SYM 70 RE

Categorie : Zaag