FlexLink - Medische apparatuur Accu-Chek - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FlexLink Accu-Chek in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Medische apparatuur in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FlexLink - Accu-Chek en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FlexLink van het merk Accu-Chek.
GEBRUIKSAANWIJZING FlexLink Accu-Chek
Beschrijving Naaldgedeelte A Handvat
Zijklemmen Inhoud van de verpakking Er zijn twee verpakkingen met een verschillende inhoud. Infusieset Naaldgedeelte van de infusieset
- Beschermkap Het naaldgedeelte uit de verpakking naaldgedeelte van de infusieset mag alleen in combinatie met het slanggedeelte uit de infusiesetverpakking worden gebruikt. pi_04537246001_N.indd 77pi_04537246001_N.indd 77 25.06.2021 16:20:5125.06.2021 16:20:5178 Toepassing De Accu-Chek FlexLink-infusieset is bedoeld voor de subcutane infusie van insuline met een insulinepomp. In deze gebruiksaanwijzing vindt u het volgende symbool:
Dit symbool wijst op een waarschuwing. Een waarschuwing dient absoluut in acht te worden genomen, omdat deze aangeeft, dat er gevaar van verwonding of gevaar voor uw gezondheid of de gezondheid van anderen bestaat. Als u waarschuwingen niet in acht neemt, kan dit tot levensbedreigende situaties leiden. Algemene waarschuwingen
- Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door voordat u de infusieset gebruikt. Lees daarnaast de informatie over de insulinepomptherapie in de gebruiksaanwijzing van de insulinepomp.
- Als u de infusieset voor de eerste keer gebruikt, moet uw zorgverlener aanwezig zijn.
- Voordat de canule wordt ingebracht, moet de infusieplaats volgens de aanwijzingen van uw zorgverlener worden voorbereid.
- Dit product is steriel verpakt. Gebruik het product niet, als de verpakking reeds geopend of beschadigd is.
- Bescherm het product tegen hoge luchtvochtigheid, zonlicht en hitte. Bewaar
het product bij kamertemperatuur.
- Laat de infusieset niet in contact komen met desinfecteermiddelen, parfum, deodorant of insectenwerende middelen.
- Het gebruikte product dient conform de hiervoor geldende lokale voorschriften te worden weggegooid. Het gebruikte product niet reinigen of steriliseren.
- Vermijd mechanische belasting van de infusieset en de infusieplaats.
- De infusieset bevat kleine onderdelen. Er bestaat verstikkingsgevaar, als kleine onderdelen ingeslikt worden. Bewaar alle onderdelen van de infusieset buiten het bereik van mensen die zich van dit gevaar niet bewust zijn en kleine onderdelen in de mond kunnen nemen, zoals b.v. kleine kinderen.
- Let op het op uw lichaam aangesloten slanggedeelte van de infusieset. Er bestaat een risico van verwurging, als het slanggedeelte om uw nek gewikkeld wordt. Gebruik in geval van twijfel de kleinste lengte van het slanggedeelte, zodat de kans op verstikking tot het minimum wordt beperkt. Productspecifieke waarschuwingen
- Vervang het naaldgedeelte uiterlijk na 3 dagen en het slanggedeelte uiterlijk na 6 dagen. Anders bestaat het risico van een ontsteking van de infusieplaats of van een verminderde werking van de insuline.
- Als de infusieplaats ontstoken is, moet u de infusieset onmiddellijk vervangen en een andere infusieplaats selecteren.
- Controleer uw bloedglucosespiegel ten minste viermaal per dag en minstens eenmaal 1 tot 3 uur na het vervangen van het slanggedeelte of het naaldgedeelte.
- Vervang het naaldgedeelte of het slanggedeelte niet vlak voordat u naar bed gaat.
- Als uw bloedglucosespiegel onverwachts oploopt of als er een waarschuwing voor een verstopping wordt afgegeven, moet u de infusieset op verstoppingen en lekkages controleren. Als u er niet zeker van bent dat de infusieset probleemloos functioneert, moet u de infusieset onmiddellijk vervangen.
- Als de infusieset nog met uw lichaam is verbonden, mag u het slanggedeelte niet vullen of niet proberen een verstopping uit de slang te verwijderen. Anders loopt u het risico, dat er een ongecontroleerde hoeveelheid insuline wordt toegediend.
- De zachte canule kan tijdens het inbrengen of het dragen knikken. Controleer regelmatig of de canule niet geknikt is en zich nog volledig onder de huid bevindt. Als de canule geknikt of verschoven is, moet u het naaldgedeelte onmiddellijk vervangen.
- Controleer de verbinding van de luer- lock-aansluiting met het slanggedeelte elke 3 uren en voordat u naar bed gaat. Als de verbinding niet in orde is, moet u het slanggedeelte onmiddellijk vervangen.
- Breng de verwijderde inbrengnaald niet opnieuw in de canule in. Hierdoor kan de canule beschadigd worden. pi_04537246001_N.indd 80pi_04537246001_N.indd 80 25.06.2021 16:20:5125.06.2021 16:20:5181
Selecteer een infusieplaats die niet in de taille, littekenweefsel of in de buurt van botten, de navel en recent gebruikte infusieplaatsen ligt.
Desinfecteer de gekozen infusieplaats overeenkomstig de aanwijzingen van uw zorgverlener.
Laat de huid goed drogen.
Houd het naaldgedeelte vast aan het handvat (A). Trek de naaldbeschermer (G) van het naaldgedeelte.
Raak, nadat u de naaldbeschermer heeft verwijderd, de inbrengnaald en de canule niet aan om verontreiniging of verwonding te vermijden.
Bewaar de naaldbeschermer. Deze heeft u later nodig om de inbrengnaald veilig weg te kunnen gooien.
Verwijder beide delen van de beschermingsfolie (D) van de pleister (C).
Plooi de huid op de geselecteerde infusieplaats.
Breng de inbrengnaald snel en loodrecht (onder een hoek van 90°) in de huidplooi. Let er hierbij op dat de canule niet knikt.
Als u de inbrengnaald in de huid brengt, moet u dit snel en in één beweging doen. pi_04537246001_N.indd 81pi_04537246001_N.indd 81 25.06.2021 16:20:5125.06.2021 16:20:5182 Anders kan de canule knikken en is het mogelijk dat u te weinig of geen insuline toegediend krijgt.
Druk de pleister (C) goed vast op de huid.
Druk op de zijklemmen (B) van het handvat (A).
Trek het handvat (A) in de richting van de pijl van de canulebehuizing.
Trek de inbrengnaald er recht naar boven uit.
Gooi de inbrengnaald zodanig weg dat niemand zich eraan kan verwonden. Plaats de inbrengnaald terug in de naaldbeschermer of gooi deze weg in een naaldencontainer.
Draai de luer-lock-aansluiting (J) vast in de adapter van de insulinepomp.
Gebruik geen gereedschap om de luer- lock-aansluiting in de adapter van de insulinepomp vast te draaien. De luer-lock- aansluiting zou hierdoor beschadigd kunnen worden.
Vul het slanggedeelte overeenkomstig de gebruiksaanwijzing van de insulinepomp tot er insuline uit de naald in de koppeling (L) pi_04537246001_N.indd 82pi_04537246001_N.indd 82 25.06.2021 16:20:5125.06.2021 16:20:5183
Voordat u het slanggedeelte op het naaldgedeelte aansluit, moet u het slanggedeelte volledig vullen. Er mogen zich geen luchtbellen in het slanggedeelte bevinden.
Schuif de koppeling (L) op de canulebe- huizing (H). De koppeling moet hierbij hoor- en voelbaar vastklikken.
Als de koppeling niet hoor- en voelbaar vastklikt, moet u het naaldgedeelte en het slanggedeelte vervangen.
Vul de canulebehuizing (H) met een U100- insulinebolus van 1,0 U (10 µL).
Als u de canulebehuizing niet met een insulinebolus vult, krijgt u te weinig insuline toegediend. Pomp loskoppelen en aansluiten Met deze infusieset kunt u de insulinepomp loskoppelen en afnemen, b.v. om te douchen of te zwemmen. U kunt de insulinepomp weer aansluiten zonder de infusieset te moeten vervangen. pi_04537246001_N.indd 83pi_04537246001_N.indd 83 25.06.2021 16:20:5125.06.2021 16:20:5184
Bespreek met uw zorgverlener hoe u een tekort aan insuline , dat ontstaat wanneer u niet op de pomp bent aangesloten, kunt compenseren. Pomp loskoppelen
Druk op de zijklemmen (M) van de koppeling (L).
Schuif de beschermkap (I) op de canulebehuizing (H). Pomp aansluiten
Druk op de zijklemmen van de beschermkap (I).
Schuif de koppeling (L) op de canulebehuizing (H). De koppeling moet hierbij hoor- en voelbaar vastklikken.
Nadat u de insulinepomp heeft aangesloten, hoeft u de canulebehuizing niet met een insulinebolus te vullen. pi_04537246001_N.indd 84pi_04537246001_N.indd 84 25.06.2021 16:20:5125.06.2021 16:20:5185
Naaldgedeelte of slanggedeelte vervangen
Koppel het slanggedeelte los van de canulebehuizing (H), zie de rubriek ”Pomp loskoppelen”. Naaldgedeelte vervangen
Breng een nieuwe canule in. Begin met stap
Koppel het nieuwe slanggedeelte aan de insulinepomp. Begin met stap
Notice-Facile