STIGA Estate 4092 H - Tractor

Estate 4092 H - Tractor STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Estate 4092 H STIGA in PDF-formaat.

📄 155 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice STIGA Estate 4092 H - page 96
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : STIGA

Model : Estate 4092 H

Categorie : Tractor

Download de handleiding voor uw Tractor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Estate 4092 H - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Estate 4092 H van het merk STIGA.

GEBRUIKSAANWIJZING Estate 4092 H STIGA

Motor - GEBRUIKERSHANDLEIDING LET OP: vooraleer de machine te gebruiken, dient men deze handleiding aandachtig te lezen.

NEDERLANDS - Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing  .........................................

AANWIJZINGEN VOOR DE RAADPLEGING

In de tekst van de handleiding worden enkele hoofd- stukken,  die  gegevens  van  bijzonder  belang  bevat- ten  met  betrekking  tot  de  veiligheid  of  de  werking,  gekenmerkt  door  diverse  symbolen  die  de  volgende  betekenis hebben: OPMERKING ofwel BELANGRIJK Verstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen daarvoor vermeld is, om te voor komen dat de motor beschadigd of dat er schade veroorzaakt wordt. LET OP! Gevaar voor persoonlijk let- sel of letsel aan anderen in geval van niet- inachtneming. GEVAAR! Kans op ernstig persoonlijk letsel of ernstig letsel aan anderen met gevaar van dodelijke ongelukken, in geval van niet-inachtneming. OPMERKING Alle aanwijzingen “voor”, “achter”, “rechts” en “links” heb- ben betrekking op de mo tor met de bougie naar voren geri cht ten opzichte van degene die ernaar kijkt. INHOUDSOPGAVE

De overeenstemming tussen de referenties in de tekst  en  de  respectieve  figuren  (op  beide  achterflappen)  wordt aangegeven met het cijfer dat voorafgaat aan de  titel van de paragraaf.

VEILIGHEIDSPICTOGRAMMEN Gebruik uw motor met de nodige voorzichtigheid. Om  u  tot  voorzichtigheid  te  manen  is  uw  motor  voorzien  van  een  reeks  van  pictogrammen  die  wijzen  op  de  belangrijkste  gebruiksvoorschriften.  Hun  betekenis  is  hieronder weergegeven.   Wij raden u met klem aan om ook de veiligheidsinstruc- ties  in  het  volgende  hoofdstuk  van  deze  handleiding  door te lezen. Let op!  –  Lees en volg de gebruiksaanwij- zing voor de motor te starten. Let op!  –  Benzine  is  brandbaar.  Laat  de  motor  minstens  2  minuten  afkoelen  voor  bij te tanken. Let op!  –  Bij  de  motoren  komt  koolmo- noxide vrij. NIET starten in gesloten ruim- tes.

1) Lees aandachtig de aanwijzingen in deze hand-

leiding en de aanwijzingen van de machine waar deze motor op gemonteerd is. Leer de motor snel af te zetten.

2) Laat nooit toe dat de motor gebruikt wordt

door personen die niet vertrouwd zijn met deze aanwijzingen.

3) Gebruik de motor nooit als er personen, met

name kinderen, of dieren in de buurt zijn

4) Denk eraan dat de persoon die de machine

be dient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevallen en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kunnen overko- men.

1) Draag geen wijde kleding, koordjes, sieraden

of andere voorwerpen die verstrikt kunnen raken; lang haar niet los dragen en op veilige afstand blijven tijdens het starten.

2) Zet de motor af en laat hem afkoelen voor de

dop van de tank te draaien.

3) LET OP: GEVAAR! Benzine is bijzonder brand-

baar. – bewaar de brandstof in speciale reservoirs; – vul de brandstof met een trechter alleen buiten bij en rook niet tijdens deze werkzaamheden enwanneer u met de brandstof bezig bent; – giet de brandstof in de tank vóórdat u de motor aanzet: als de motor aanstaat of warm is mag u geen brandstof toevoegen of de dop van de tank afdraaien; – als u brandstof gemorst hebt mag u de motor niet starten maar dient u de machine uit de buurt van de plek waar u de brandstof gemorst hebt te brengen en voorkomen dat er brand ontstaat. U dient te wachten totdat de brandstof verdampt is en de dampen opgelost zijn; – draai de dop altijd weer goed op de tank van de machine en het brandstofreservoir.

4) Vervang de geluiddempers als ze defect zijn en

1) Start de motor niet in gesloten ruimten waar

zich gevaarlijke koolstofmonoxide kan ontwik- kelen.

2) Gebruik geen startvloeistoffen of soortgelijke

3) Wijzig de afstelling van de motor niet en laat

het toerental van de motor niet buitengewoon hoog oplopen.

4) Laat de machine niet zodanig opzij hellen dat

er brandstof uit de dop van de tank van de motor loopt.

5) Raak de vinnen van de cilinder en de bescher-

ming van de geluiddemper niet aan voordat de motor voldoende is afgekoeld.

6) Zet de motor af en maak de kabel van de bou-

gie los voor de machine of de motor na te kijken, schoon te maken of eraan te werken.

7) Laat de motor niet zonder bougie draaien.

8) Vervoer de machine met lege tank.

D) ONDERHOUD EN OPSLAG

1) Als u regelmatig onderhoud pleegt zal de wer-

king ervan veilig blijven en zal het prestatieniveau bewaard blijven.

2) Zet de machine niet met brandstof in de tank in

een ruimte waar de brandstofdampen met vlam- men, vonken of een warmtebron in aanraking zouden kunnen komen.

3) Laat de motor eerst afkoelen vóór het opber-

gen van de machine in elke willekeurige ruimte.

4) Om brandgevaar zoveel mogelijk te beperken

dienen de motor, de geluiddemper van de uitlaat en de brandstoftank vrij gehouden te worden van gras, bladeren of teveel vet.

5) Als u de tank moet ledigen, dient u dit in de

open lucht te doen en wanneer de motor koud is.

6) Gebruik de motor om veiligheidsredenen nooit

met versleten of beschadigde onderdelen. De onderdelen moeten vernieuwd en niet gerepa- reerd worden. Gebruik uitsluitend originele reser- veonderdelen. Onderdelen van een andere kwali-

VERSNELLINGSBEDIENING Het  op  de  machine  gemonteerde  bedieningselement  voor  de  versnelling  (gewoonlijk  een  hendel)  is  door  middel van een kabel met de motor verbonden. Raadpleeg  de  Handleiding  van  de  machine  voor  de  versnellingshendel en zijn standen, die gewoonlijk aan- gegeven  worden  door  symbolen  die  overeenkomen  met de volgende standen: CHOKE = te gebruiken bij het koud starten. FAST = komt overeen met het maximale  toerental; te gebruiken tijdens het  werk. SLOW = komt overeen met het minimale  toerental. teit kunnen de motor beschadigen en gevaarlijk zijn voor uzelf. E) Het verbrandingsproces genereert giftige stof- fen zoals koolmonoxide, stikstofoxiden en kool- waterstoffen. De controle over deze stoffen is belangrijk omdat ze kunnen reageren op fotochemische smog en dus op de directe blootstelling aan het zonlicht. Koolmonoxide reageert niet op dezelfde wijze op blootstelling aan het zonlicht, maar moet deson- danks als giftig worden beschouwd. Onze machines zijn uitgerust met emissiebeper- kingssystemen voor bovengenoemde stoffen.

Vul hier het serienummer van uw motor in4. HANDIG OM TE WETEN De  motor  is  een  inrichting  waarvan  de  prestaties,  de  goede  werking  en  de  levensduur  afhangen  van  vele  factoren,  waarvan  sommige  van  buitenaf  komen  en  andere  strikt  met  de  kwaliteit  van  de  gebruikte  pro- ducten en de regelmaat van het onderhoud te maken  hebben. Als  volgt  wordt  extra  informatie  geboden  waardoor  u  de motor op meer bewuste wijze kunt gaan gebruiken.

OMGEVINGSOMSTANDIGHEDEN De werking van een viertakt verbrandingsmotor wordt  beïnvloed door: a) Temperatuur: –   Als  er  bij  lage  temperatuur  gewerkt  wordt  kunnen  er zich moeilijkheden bij een koude start voordoen. –   Als er bij erg hoge temperatuur gewerkt wordt kun- nen er zich moeilijkheden bij een warme start voor- doen veroorzaakt door de verdamping van de brand- stof in het bakje van de carburateur of in de pomp. –   In ieder geval moet het soort olie aangepast worden  aan de gebruikstemperatuur. b) Hoogte: –   Het maximumvermogen van een verbrandingsmotor  neemt af naarmate de hoogte boven het zeeniveau  toeneemt. –   Als de hoogte aanzienlijk mocht toenemen, moet dus  de  belasting op de machine vermindert  worden  en  moeten  dus  erg  zware  werkzaamheden  vermeden  worden.

BRANDSTOF De  goede  kwaliteit  van  de  brandstof  is  onontbeerlijk  voor de correcte werking van de motor. De brandstof moet aan de volgende vereisten voldoen: a)  Gebruik reine, verse brandstof zonder lood, met mi-       nimum 90 octaan; b)  Gebruik geen brandstof met een ethanolgehalte van       meer dan 10%; c)   Voeg geen olie bij; d)   Gebruik een stabilisator om het  carburatiesysteem  te  beschermen  tegen  de  vorming  van  harsafzet- tingen. Het  gebruik  van  niet  toegestane  brandstof  leidt  tot  beschadiging van de onderdelen van de motor en tot  verval van de garantie.

OLIE Gebruik altijd olie van goede kwaliteit, met viscositeits- graad afhankelijk van de gebruikstemperatuur. a) Gebruik  alleen  detergentolie  minstens  van  SF-SG  kwaliteit. b) Kies  de  SAE  viscositeitsgraad  op  basis  van  de  volgende tabel: –    5 ÷ 35 °C = SAE 30 –  15 ÷ + 35 °C = 10W-30 (Multigraad) c) Het gebruik van multigraad olie kan een groter ver- bruik in de warme periodes met zich meebrengen,  daarom moet dan het oliepeil  vaker gecontroleerd  worden. d) Meng geen oliesoorten van verschillende merken of  met verschillende kenmerken. e) Het gebruik van SAE 30 olie bij temperaturen onder  de +5°C kan schade aan de motor aanrichten door  een niet goede smering. f) Niet bijvullen boven het «MAX» niveau (zie 5.1.1);  een te hoog niveau kan het volgende veroorzaken:   –   rook in de uitlaat;   –   vervuiling van de bougie of van de luchtfilter en  dus moeilijkheden bij het starten.

LUCHTFILTER De  doelmatigheid  van  de  luchtfilter  is  heel  belangrijk  om te voorkomen dat afvalmateriaal en stof aangezo- gen worden door de motor, waarvan de prestaties en  levensduur verminderd worden. a)   Het  filterelement  moet  vrij  gehouden  worden  van  resten en altijd perfect doeltreffend zijn (zie 6.5). b)   Indien nodig, het filterelement vervangen door een  origineel  reserveonderdeel;  niet  compatibele  fil- terelementen  kunnen  de  doeltreffendheid  en  de  levensduur van de motor in het gedrang brengen. c)   Start de motor nooit wanneer het filterelement niet  correct gemonteerd is.

BOUGIE De  bougies  voor  verbrandingsmotoren  zijn  niet  alle- maal hetzelfde! a)   Gebruik alleen bougies van het aangegeven soort,  voorzien van de juiste thermische graad. b) Let  op  de  lengte  van  het  draadje;  een  te  lang  draadje kan de motor onherstelbaar beschadigen. c) Controleer  of  de  elektroden  schoon  zijn  en  op  de  juiste afstand van elkaar staan (zie 6.6).

Het beste is, telkens voordat de motor gebruikt wordt,  een serie controles te verrichten om een goede werking  te garanderen.

Controle oliepeil Houd u, voor het soort te gebruiken olie, aan de aanwij- zingen in het specifieke hoofdstuk (zie 8.1).

NLa) Zet de machine horizontaal. b) Maak de zone rondom de vuldop schoon. c) Draai  de  dop  (1)  los,  reinig  het  uiteinde  van  de  peilstok (2) en breng hem weer aan met de dop op  de  opening,  zoals  geïllustreerd,  zonder  hem  vast  te draaien. d) Verwijder de dop met de peilstok weer en controleer  of het niveau van de olie tussen «MIN» en «MAX»  ligt. e) Indien nodig bijvullen met  olie  van  hetzelfde  soort  tot aan het «MAX» niveau, let er hierbij op geen olie  buiten de vuldop te gieten. f) Schroef de dop (1) weer volledig vast en verwijder  elk spoor van eventueel gemorste olie.

Brandstof bijvullen BELANGRIJK Giet geen brandstof op de plas- tic onderdelen van de motor of de machine, om schade te voorkomen en verwijder onmiddellijk elk spoor van brandstof dat eventueel gemorst werd. De garantie dekt geen schade aan de plastic onderde- len, veroorzaakt door brandstof. De eigenschappen van de brandstof worden weerge- geven in het speciale hoofdstuk (zie 4.2 en 8.1). De benzine moet met koude  motor bijgevuld worden,  volgens  de  aanwijzingen  in  de  Handleiding  van  de  machine.

STARTEN VAN DE MOTOR (koud) De motor moet gestart  worden  volgens  de aanwijzin- gen in de Handleiding van de machine, waarbij iedere  inrichting (indien aanwezig) die in staat is de voortgang  van de machine of het stoppen van de motor te veroor- zaken, uitgeschakeld moet worden. a) Breng de versnellingshendel in de stand «CHOKE». b) Bedien  de  startsleutel  zoals  aangegeven  in  de  Handleiding van de machine. Na enkele seconden wordt de versnellingshendel gra- dueel van de stand «CHOKE» naar de stand «FAST»  of «SLOW» gebracht.

HET WERK Om  het  rendement  en de  prestaties  van  de motor  te  optimaliseren,  moet  hij  op  zijn  maximale  toerental  gebruikt  worden,  door  de  versnellingshendel  in  de  stand «FAST» te zetten. LET OP! Houd uw handen uit de bu urt van de uitlaatdemper en omliggende zones omdat die erg heet kunnen worden. Met draaiende motor niet in de buurt van de boven- kant van de motor komen met wapperende kle- ding (stropdassen, foulards, enz.) of het haar. BELANGRIJK Werk niet op hellingen steiler dan 20° om de correcte werking van de motor niet in gevaar te brengen.

HET WERKEN a)   Breng de versnellingshendel in de stand «SLOW». b)   Laat  de  motor  minstens  15–20  seconden  op  zijn  minimum draaien. c)   Zet  de  motor  af  volgens  de  aanwijzingen  in  de  Handleiding van de machine.

STOP VAN DE MOTOR NA HET WERKEN a)   Breng de versnellingshendel in de stand «SLOW». b)   Laat  de  motor  minstens  15–20  seconden  op  zijn  minimum draaien. c)   Zet  de  motor  af  volgens  de  aanwijzingen  in  de  Handleiding van de machine. d)   Bij koude motor, koppel de dop (1) van de bougie  los en verwijder de startsleutel (indien voorzien). e)    Verwijder resten van de motor en in het bijzonder  van  de  zone  van  de  uitlaatdemper,  om  brandge- vaar te vermijden.

a)   Gebruik geen waterstralen of hogedrukreinigers om  de buitenkant van de motor schoon te maken. b)   Gebruik bij voorkeur een persluchtspuit (max. 6 bar)  maar laat geen resten en stof naar binnen dringen. c)   Stal de machine (met de motor) op een droge vol- doende  geventileerde  plaats  beschermd  tegen de  weersomstandigheden.

NL5.8 LANGE RUSTPERIODE (langer dan 30 dagen) Als  de  motor  gedurende  een  lange  periode  niet  gebruikt  gaat  worden  (bijvoorbeeld  aan  het  eind  van  het  seizoen),  moeten  er  enige  voorzorgsmaatregelen  getroffen worden om de daaropvolgende inbedrijfstel- ling te begunstigen. a)   Ter voorkoming van vuil in de brandstoftank, moet  deze geleegd worden door de dop (1) van het bakje  van de carburateur los te draaien en alle brandstof  in  een  geschikte  bak  op  te  vangen.  Vergeet  niet  daarna de dop (1) er weer stevig op te draaien. b)   Verwijder de bougie en giet ongeveer 3 cl schone  motorolie in de opening, houd dan de opening met  een doek dicht  en laat de startmotor even draaien  om  de  motor  een  paar  omwentelingen  te  laten  maken  en  zo  de  olie  over  de  binnenkant  van  de  cilinder te verspreiden. Monteer tenslotte de bougie  weer zonder de dop van de kabel te verbinden.

LET OP! Elke poging om aan het emissiebeperkingssysteem te knoeien kan het emissieniveau tot boven de wettelijke limiet verhogen. Hieronder wordt verstaan het verwijderen of wij- zigen van onderdelen zoals het inlaatsysteem, het brandstofsysteem en het uitlaatsysteem.

VEILIGHEIDSADVIEZEN LET OP! Maak de dop van de bougie los en lees de aanwijzingen vóór enige onder- houds– of reinigingswerkzaamheden of repara- ties te verrichten. Trek geschikte kleding en werkhandschoenen aan voor alle handelingen die gevaarlijk kunnen zijn voor de handen. Verricht geen onderhoud of reparaties als u niet over het geschikte gereedschap en voldoende technische kennis daarvoor beschikt. BELANGRIJK Gooi afgewerkte olie, oude brand stof of andere vervuilende produkten nooit achte loos weg.

ONDERHOUDSPROGRAMMA Volg het in de tabel aangegeven onderhoudsprogram- ma, volgens de termijnen die zich het eerst voordoen. BELANGRIJK Het is de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de machine om de onderhouds- werkzaamheden uit te voeren die in de onderstaande tabel staan beschreven. BELANGRIJK Maak hem vaker schoon bij gebruik onder zware omstandigheden of wanneer de lucht sterk verontreinigd is. OPMERKING Bij gebruik van de machine op zeer stoffige ondergronden moeten de filters vaker worden schoongemaakt / vervangen.

Handeling Na de eerste 5 werkuren Om de 5 werkuren of na ieder gebruik Om de 50 werkuren of aan het eind van het seizoen Om de 100 werkuren

Door een gespecialiseerde werkplaats laten doen.

OLIE VERVERSEN Houd u, voor het soort te gebruiken olie, aan de aanwij- zingen in het desbetreffende hoofdstuk (zie 8.1). LET OP! Loos de olie met warme motor maar let erop de hete onderdelen van de motor of de afgevoerde olie niet aan te raken. Mits  anders  aangegeven  in  de  Gebruikshandleiding  van de machine, als volgt te werk gaan voor de afvoer  van de olie: a) Zet de machine horizontaal. b) Maak de zone rondom de vuldop schoon en draai  de dop met de oliepeilstok (1) los. c) Plaats een geschikte bak om de olie op te vangen  en draai de aftapdop (2) los. d) Monteer de  aftapdop  (2)  weer  en  let  er  hierbij  op  of  de  afdichting  goed  geplaatst  is  en  of  hij  stevig  aangedraaid is. e) Nieuwe olie bijvullen (zie 5.1.1). f) Controleer op de oliepeilstok  (3) of het oliepeil  tot  aan «MAX» staat. g) Schroef de dop (1) weer vast en verwijder elk spoor  van eventueel gemorste olie.OPMERKING De maximale hoeveelheid olie in de motor is 1,2 liter. Geleidelijk bijvullen met kleine hoeveelheden olie en telkens het niveau controleren, zodat het «MAX» streepje op de peilstok niet over- schreden wordt.

De  geluiddemper  moet  met  koude  motor  schoonge- maakt worden.  a)   Verwijder  met  een  straal  perslucht  resten  en  vuil  waardoor brand ontstaan kan, van de geluiddemper  en van zijn beveiliging. b)   Zorg  ervoor  dat  de  koelluchtopeningen  (1)  niet  verstopt zijn. c)   Maak  de  plastic  onderdelen  schoon  met  een  met  water en zeep bevochtigde spons (2).

a) Reinig de zone rond het deksel (1) van de filter. b) Verwijder het deksel (1) door de twee draaiknoppen  los te draaien (2 - TRE0701 - TRE0801), of de lipjes  los te maken (2a - TRE0702).  c) Verwijder het filterelement (3a + 3b). d) Verwijder het voorfilter (3b) van de patroon (3a). e) Klop de patroon (3a) tegen een hard oppervlak en  blaas  perslucht  vanuit  de  binnenkant  om  stof  en  resten te verwijderen. f) Was de voorfilterspons (3b) met water en zeep en  laat hem opdrogen. BELANGRIJK Gebruik geen water, benzine, reinigingsproducten of ander voor de reiniging van de patroon. BELANGRIJK De voorfilterspons (3b) moet NIET gesmeerd worden. g)   Maak de binnenkant van de filterzitting (4) schoon  van stof en resten en houd hierbij de afzuigleiding  dicht met een doek (5) om te voorkomen dat ze de  motor binnendringen. h)   Verwijder  de  doek  (5),  plaats  het  filterelement (3b + 3a) in zijn zitting en sluit het deksel (1).

a) Demonteer de bougie (1) met een pijpsleutel (2). b) Maak  de  elektroden  (3)  schoon  met  een  metalen  borstel waarbij eventuele koolstofafzettingen verwij- derd moeten worden. c) Controleer met een diktemeter (4) de afstand tus- sen de elektroden (0,6 – 0,8 mm). d) Monteer de bougie (1) weer en draai hem met een  pijpsleutel (2) stevig vast. Vervang de bougie als de elektroden verbrand zijn of  als het keramiek kapot of gebarsten is. LET OP! Brandgevaar! Controleer de startinstallatie niet als de bougie niet in zijn zit- ting gedraaid is. BELANGRIJK Gebruik alleen bougies van het aangegeven soort (zie 8.1).