MS503AC - Zaag Vonroc - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MS503AC Vonroc in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MS503AC - Vonroc en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MS503AC van het merk Vonroc.
GEBRUIKSAANWIJZING MS503AC Vonroc
Lees de bijgesloten veiligheidswaarschuwingen, de aanvullende veiligheidswaarschuwingen en de instructies. Het niet opvolgen van de veiligheids- waarschuwingen kan elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar de veiligheidswaarschuwingen en instructies als naslagwerk voor later. De volgende symbolen worden gebruikt in de ge- bruikershandleiding of op het product: Lees de gebruikershandleiding. Gevaar voor lichamelijk letsel, overlijden of schade aan de machine wanneer de instructies in deze handleiding niet worden opgevolgd. Gevaar voor elektrische schokken. Houd omstanders op afstand. Draag een stofmasker. Draag oog- en gehoorbescherming. Let op: laserstraling Kijk niet in de straal Klasse 2 laser. Houd uw handen uit de buurt van de plaats waar gezaagd wordt, terwijl het elektrische gereedschap aan staat. Bij aanraking van het zaagblad bestaat verwondingsgevaar. Gevarenzone! Houd handen, vingers of armen zo veel mogelijk hier uit de buurt. Transporteer de machine alleen als deze in de inwaartse transport positie staat. Klasse II apparaat - Dubbel geïsoleerd - Een geaarde stekker is niet noodzakelijk. Het product is in overeenstemming met de van toepassing zijnde veiligheidsnormen in de Europese richtlijnen.
Bij het zagen van verstekhoe- ken moet de verstelbare aanslagrail naar buiten getrokken worden. Ø30mm Ømax. 216mm Let op de afmetingen van het zaagblad. De gatdiameter moet zonder speling op de uitgaande as passen. Indien het gebruik van reduceerstuk- ken nodig is, dient u erop te letten dat de afmetingen van het reduceerstuk passen bij de zaagbladdikte en bij de gatdiameter van het zaagblad evenals bij de diameter van de uitgaande as. Gebruik indien mogelijk de met het zaagblad meegeleverde reduceerstuk- ken. De zaagbladdiameter moet overeenkomen met de informatie op het symbool.
ALGEMENE VEILIGHEIDSVOOR SCHRIFTEN
WAARSCHUWING! Lees alle veiligheids- waarschuwingen en alle instructies. Het niet opvolgen van onderstaande instructies kan leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig persoonlijk letsel. Bewaar deze instructies goed. De term “elektrisch gereedschap” in onder staande waarschuwingen heeft betrekking op zowel apparatuur met een vaste elektriciteits kabel als op apparatuur met een accu (draadloze apparatuur).
a) Zorg voor een opgeruimde en goed verlichte werkomgeving. Rommelige en donkere werk- omgevingen leiden tot ongelukken.
Gebruik elektrisch gereedschap nooit in een om- geving waar explosiegevaar bestaat, zoals in de nabijheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen, dampen of andere stoffen. Elektrische gereed- schappen kunnen vonken veroorzaken, die deze stoffen tot ontbranding kunnen brengen. c) Wanneer u elektrisch gereedschap gebruikt, houd dan kinderen en omstanders op afstand. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het gereedschap verliezen.NL
a) Stekkers van elektrische gereedschappen moeten probleemloos passen op het stopcon- tact. Breng nooit wijzigingen aan in of aan de stekker. Gebruik geen adapters voor geaarde elektrische gereedschappen. Standaardstek- kers en passende stopcontacten verkleinen de kans op een elektrische schok. b) Voorkom lichamelijk contact met geaarde op- pervlakken van bijvoorbeeld pijpen, leidingen, radiatoren, fornuizen en koel kasten. Wanneer uw lichaam geaard is, wordt de kans op een elektrische schok groter. c) Stel elektrische gereedschappen nooit bloot aan regen of vocht. Wanneer er water binnen- dringt in een elektrisch gereedschap, wordt de kans op een elektrische schok groter. d) Gebruik het snoer niet om het elektrisch gereedschap te dragen, te verplaatsen of de stekker uit het stopcontact te trekken. Be- scherm het snoer tegen olie, warmte, scherpe randen en bewegende delen. Beschadigde of vastzittende snoeren vergroten de kans op een elektrische schok. e) Wanneer u elektrische gereedschappen buiten gebruikt, gebruik dan een verlengkabel die geschikt is voor buitengebruik. Door een kabel te gebruiken die geschikt is voor buitengebruik, wordt de kans op een elektrische schok kleiner. f) Gebruik een aardlekbeveiliging (RCD) als niet te voorkomen is dat een powertool moet worden gebruikt in een vochtige omgeving. Gebruik van een RCD vermindert het risico van elektrische schokken.
3) Persoonlijke veiligheid
a) Blijf altijd alert, kijk goed wat u doet en gebruik uw gezonde verstand wanneer u een elektrisch gereedschap gebruikt. Gebruik geen elektri- sche gereedschappen wanneer u moe bent, of drugs, alcohol of medicijnen hebt gebruikt. Eén moment van onachtzaamheid bij het gebruik van elektrische gereed schappen kan ernstige verwondingen tot gevolg hebben. b) Gebruik persoonlijke beschermings middelen. Draag altijd een veiligheidsbril. Een gepast ge- bruik van veiligheids voor zieningen, zoals een stof masker, speciale werkschoenen met antislipzo- len, een veiligheidshelm en gehoor bescherming verkleinen de kans op persoonlijk letsel.
Voorkom dat het gereedschap per ongeluk wordt gestart. Zorg dat de schakelaar op de UIT positie staat, voordat u de stekker in het stopcontact steekt. Draag elektrisch gereed- schap nooit met uw vinger op de schakelaar en steek ook nooit de stekker van ingeschakelde elektrische gereedschappen in het stopcontact: dit leidt tot ongelukken. d) Verwijder alle instel en andere sleutels uit het elektrisch gereedschap voordat u hem inscha- kelt. Instel en andere sleutels aan een ronddraai- end onderdeel van het elektrisch gereedschap kunnen tot verwondingen leiden. e) Zorg dat u nooit uw evenwicht kunt verliezen; houd altijd twee voeten stevig op de vloer. Hierdoor kunt u het elektrisch gereedschap in on verwachte situaties beter onder controle houden. f) Zorg dat u geschikte kleding draagt. Draag geen loshangende kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van be- wegende delen. Loshan gende kleding, sieraden en lang haar kunnen vast komen te zitten in bewegende delen. g) Wanneer er voorzieningen zijn voor de aanslui- ting van stofafzuiginstallaties, zorg dan dat ze op de juiste wijze worden aangesloten en gebruikt. Gebruik van deze voorzieningen vermindert de gevaren die door stof worden veroorzaakt. h) Denk niet dat doordat u gereedschap vaak gebruikt, u wel weet hoe het allemaal werkt en dat u de veiligheidsbeginselen voor het gebruik van het gereedschap wel kunt negeren. Een onbezonnen actie kan in een fractie van een seconde ernstig letsel tot gevolg hebben.
Gebruik en onderhoud van elektrisch gereedschap a) Oefen geen overmatige kracht uit op elektrisch gereedschap. Gebruik het juiste gereedschap voor uw specifieke toepassing. Met het juiste elektrische gereedschap voert u de taak beter en veiliger uit wanneer dit op de snelheid ge- beurt waarvoor het apparaat is ontworpen. b) Gebruik nooit elektrisch gereedschap waarvan de AAN/UIT schakelaar niet werkt. Ieder elek- trisch gereedschap dat niet kan worden in en uitgeschakeld met de schakelaar is gevaarlijk en moet worden gerepareerd. c) Trek de stekker uit het stopcontact voordat u wijzigingen aanbrengt aan elektrische gereed- schappen, accessoires verwisselt of het elek- trisch gereedschap opbergt. Wanneer u zich aan deze preventieve veilig heidsmaatregelen34
houdt, beperkt u het risico dat het gereedschap per ongeluk wordt gestart. d) Berg elektrisch gereedschap dat niet in ge bruik is op buiten bereik van kinderen en laat perso- nen die niet bekend zijn met het gereedschap of deze instructies het apparaat niet gebruiken. Elektrisch gereedschap is gevaarlijk in de han- den van ongeoefende gebruikers.
Zorg voor een goed onderhoud van elektrisch gereedschap. Controleer of bewegende delen op de juiste wijze zijn vastgezet. Controleer ook of er geen onderdelen defect zijn of dat er andere omstandigheden zijn die van invloed kunnen zijn op de werking van het gereedschap. Laat het gereedschap bij beschadigingen repareren vóór gebruik. Veel ongelukken worden veroorzaakt door slecht onderhoud van het gereedschap. f) Zorg dat snij en zaagwerktuigen scherp en schoon blijven. Goed onderhouden snij en zaagwerktuigen met scherpe randen zullen minder snel vastlopen en zijn eenvoudiger onder controle te houden. g) Gebruik alle elektrische gereedschappen, ac- cessoires, bitjes etc., zoals aangegeven in deze instructies en op de wijze waarvoor het gereed- schap is ontworpen. Houd daarbij rekening met de werkomstandigheden en de uit te voeren taak. Gebruik van elektrisch gereedschap voor handelingen die afwijken van de taken waarvoor het apparaat is ontworpen kunnen leiden tot gevaarlijke situaties. h) Houd handgrepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Gladde handgre- pen en greepoppervlakken maken veilig werken en controle over het gereedschap in onver- wachte situaties onmogelijk.
5) Gebruik en onderhoud accugereedschap
Laad alleen op met de lader die door de fabrikant is gespecificeerd. Een lader die voor een bepaal- de accu geschikt is, kan brand veroorzaken wan- neer deze met een andere accu wordt gebruikt.
Gebruik elektrisch gereedschap alleen met de speciaal hiervoor bedoelde accu’s. Gebruik van andere accu’s kan kans op letsel en brand geven. c) Wanneer de accu niet in gebruik is, houd deze dan uit de buurt van andere metalen voor- werpen zoals paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een verbinding tussen twee polen kunnen maken. Kortsluiting tussen de ac- cupolen kan brandwonden of brand veroorzaken.
Wanneer de accu niet juist wordt gebruikt, kan er vloeistof uit lopen; raak dit niet aan. Wanneer dit per ongeluk wel gebeurt, spoel dan met wa- ter. Wanneer de vloeistof in de ogen komt, moet u een arts raadplegen. De vloeistof uit de accu kan irritaties of brandwonden veroorzaken. e) Gebruiken niet een accu of gereedschap dat beschadigd is of gemodificeerd. Beschadigde of gemodificeerde accu’s kunnen onvoorspel- baar gedrag vertonen, wat brand, explosie of een risico van letsel met zich meebrengt.
Stel een accu over het gereedschap niet bloot aan open vuur of een uitzonderlijk hoge tempe- ratuur. Blootstelling aan vuur of een temperatuur hoger dan 130 °C, kan een explosie veroorzaken. NB De temperatuur van “130 °C” kan worden vervangen door de temperatuur van “265 °F”. g) Houd u aan alle instructies voor het laden en laad de accu of het gereedschap niet op buiten het temperatuurbereik dat in de instructies wordt aangeduid. Op een onjuiste wijze laden of laden bij temperaturen buiten het aange- duide bereik kan de accu beschadigen en het risico van brand doen toenemen.
Laat uw gereedschap onderhouden door een gekwalificeerde onderhoudstechnicus die alleen gebruikmaakt van identieke vervangings- onderdelen. Dit zorgt ervoor dat de veiligheid van de powertool intact blijft. b) Voer nooit servicewerkzaamheden uit aan beschadigde accu’s. Alleen de fabrikant of geautoriseerde service-providers mogen ser- vicewerkzaamheden aan accu’s uitvoeren. AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Verstekzagen zijn bestemd voor het zagen van hout of houtachtige materialen, ze kunnen niet worden gebruikt met doorslijpschijven voor het doorslijpen van ferrometalen zoals stangen, staven, spijkers enz. Slijpstof kan ervoor zorgen dat bewegende delen zoals de onderste be- schermkap blokkeren. Vonken die bij doorslijpen ontstaan, leiden tot brandplekken bij de onder- ste beschermkap, de verstekzaagbak en andere kunststof onderdelen.
- Gebruik indien mogelijk lijmklemmen om het werkstuk te ondersteunen. Als u het werkstuk met de hand ondersteunt, moet u uw hand aan beide kanten altijd op een afstand van ten minste 100 mm van het zaagblad houden. Ge-NL
bruik deze zaag niet om stukken te zagen die te klein zijn om veilig vastgeklemd of met de hand vastgehouden te worden. Als uw hand te dicht bij het zaagblad wordt geplaatst, bestaat er een verhoogd risico op letsel door contact met het zaagblad.
Het werkstuk moet stationair en vastgeklemd zijn of tegen zowel de geleider als de tafel worden gehouden. Voer het werkstuk niet in het zaagblad of zaag op geen enkele manier uit de vrije hand. Niet vastgeklemde of bewegende werkstukken zouden met hoge snelheden weggeslingerd kun- nen worden en zo letsel kunnen veroorzaken.
- Duw de zaag door het werkstuk. Trek de zaag niet door het werkstuk. Zo gaat het zagen in zijn werk: u tilt de zaagkop omhoog en trekt deze zonder te zagen over het werkstuk heen, u start de motor, duwt de zaagkop omlaag en u duwt de zaag door het werkstuk. Zagen met een trekkende beweging kan het zaagblad naar de bovenkant van het werkstuk laten klimmen en daardoor kan het zaagblad met geweld in de richting van de bediener worden geslingerd.
- Beweeg nooit met uw hand over de geplande zaaglijn voor of achter het zaagblad. Het met gekruiste handen ondersteunen van het werk- stuk, d.w.z. het werkstuk met rechts vasthou- den en het zaagblad met links of omgekeerd, is heel gevaarlijk.
Kom achter de geleider niet met uw handen binnen een afstand van 100 mm van het draaiende zaagblad, om houtafval te verwijderen of om enige andere reden. Het is misschien niet meteen duidelijk dat het draaiende zaagblad zo dicht bij uw hand is en u zou ernstig gewond kunnen raken.
Controleer uw werkstuk vóór het zagen. Als het werkstuk gebogen of krom is, klem dit dan met de naar buiten gebogen kant naar de geleider toe. Zorg er altijd voor dat er langs de zaaglijn geen opening is tussen het werkstuk, de geleider en de tafel. Gebogen of kromme werkstukken kunnen draaien of verschuiven en ertoe leiden dat het draaiende zaagblad tijdens het zagen klem komt te zitten. Er mogen geen spijkers of vreemde voorwerpen in het werkstuk zitten.
- Gebruik de zaag pas, als de tafel vrij is van alle gereedschappen, houtafval enz. en er alleen het werkstuk op ligt. Kleine stukjes afval of losse stukken hout of andere voorwerpen die met het draaiende zaagblad in aanraking komen, kunnen met een hoge snelheid worden weggeslingerd.
- Zaag maar één werkstuk tegelijkertijd. Meer- dere op elkaar gestapelde werkstukken kunnen niet goed worden vastgeklemd of vastgezet en kunnen ervoor zorgen dat het zaagblad tijdens het zagen klem komt te zitten of verschuift.
- Zorg ervoor dat de verstekzaag vóór gebruik op een vlakke, stevige ondergrond wordt gemon- teerd of geplaatst. Een vlakke en stevige onder- grond vermindert het risico dat de verstekzaag onstabiel wordt.
- Plan uw werk. Telkens als u de instelling voor de schuinte of verstekhoek wijzigt, moet u ervoor zorgen dat de verstelbare geleider correct is ingesteld voor ondersteuning van het werkstuk en het zaagblad of de beschermkap niet hindert. Maak zonder de machine in te schakelen en zonder werkstuk op de tafel met het zaagblad een volledige gesimuleerde zaag- beweging om er zeker van te zijn dat er geen obstakels zijn of dat er geen gevaar is voor het doorzagen van de geleider.
- Zorg voor voldoende ondersteuning, zoals tafelverlengingen, zaagbokken, enz., voor een werkstuk dat breder of langer is dan de boven- kant van de tafel. Werkstukken die langer of breder zijn dan de verstekzaag, kunnen zonder een veilige ondersteuning kantelen. Als het afgezaagde stuk of het werkstuk kantelt, kan het de onderste beschermkap optillen of door het draaiende zaagblad worden weggeslingerd.
- Gebruik geen andere persoon als vervanging voor een tafelverlenging of als extra onder- steuning. Onstabiele ondersteuning voor het werkstuk kan ervoor zorgen dat het zaagblad klem komt te zitten of dat het werkstuk tijdens het zagen verschuift, waardoor u en uw helper in het draaiende zaagblad worden getrokken.
Het afgezaagde stuk mag absoluut niet tegen het draaiende zaagblad worden geklemd of gedrukt. Als het afgezaagde stuk ingesloten zit, d.w.z. bij het gebruik van lengteaanslagen, dan zou het tegen het zaagblad vast kunnen komen zitten en met geweld weggeslingerd kunnen worden.
Gebruik altijd een lijmklem of een spaninrichting die speciaal voor het ondersteunen van rond materiaal als stokken e.d. is ontworpen. Stokken hebben de neiging om tijdens het zagen te gaan rollen, waardoor het zaagblad gaat “bijten” en het werkstuk met uw hand in het zaagblad trekt.
- Laat het zaagblad zijn volle snelheid bereiken, voordat u dit met het werkstuk in aanraking brengt. Dit vermindert het risico dat het werk-36
stuk weggeslingerd wordt.
- Als het werkstuk of het zaagblad klem komt te zitten, schakelt u de verstekzaag uit. Wacht tot alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen en trek de stekker uit het stopcontact of verwijder de accu. Maak het klemzittende materiaal dan vrij. Als u met een klemzittend werkstuk doorgaat met zagen, dan verliest u de controle of wordt de verstekzaag beschadigd.
- Nadat het zagen voltooid is, laat u de schake- laar los, houdt u de zaagkop omlaag en wacht u tot het zaagblad tot stilstand is gekomen, voordat u het afgezaagde stuk verwijdert. Het is gevaarlijk om met uw hand in de buurt van het uitlopende zaagblad te komen.
- Houd de handgreep stevig vast, wanneer u een onvolledige zaagsnede maakt of wanneer u de schakelaar loslaat, voordat de zaagkop zich helemaal in de onderste positie bevindt. Het afremmen van de zaag kan ervoor zorgen dat de zaagkop plotseling omlaag wordt getrokken, waardoor het risico van letsel ontstaat.
- Houd uw werkplek schoon. Materiaalmengsels zijn erg gevaarlijk. Lichtmetaalstof kan branden of ontploffen.
- Gebruik geen stompe, gescheurde, verbogen of beschadigde zaagbladen. Zaagbladen met stompe of verkeerd gerichte tanden veroor- zaken door een te nauwe zaagopening een verhoogde wrijving, vastklemmen van het zaagblad of terugslag.
- Gebruik geen zaagbladen van hooggelegeerd sneldraaistaal (HSS-staal). Dergelijke zaagbla- den kunnen gemakkelijk breken.
- Gebruik altijd zaagbladen waarvan de asgaten de juiste afmeting en vorm (ruitvormig versus rond) hebben. Zaagbladen die niet overeenko- men met de bevestigingsmiddelen van de zaag kunnen uit balans raken en ervoor zorgen dat u de controle over het gereedschap verliest.
- Vervang de ingebouwde laser niet door een laser van een ander type. Van een laser die niet bij dit elektrische gereedschap past, kunnen gevaren voor personen uitgaan.
Verwijder nooit slijpresten, houtspanen e.d. uit de buurt van de plaats waar wordt geslepen, terwijl het elektrische gereedschap loopt. Breng de gereedschaparm altijd eerst in de ruststand en schakel het elektrische gereedschap uit.
- Pak het zaagblad na de werkzaamheden niet vast, voordat het afgekoeld is. Het zaagblad wordt tijdens de werkzaamheden zeer heet.
- Maak waarschuwingsstickers op elektrisch gereedschap nooit onleesbaar.
Als laserstraling het oog raakt, dan moeten de ogen bewust gesloten worden en moet het hoofd onmiddellijk uit de straal bewogen worden.
- Gebruik geen optisch concentrerende in- strumenten, zoals verrekijker enz. voor het bekijken van de stralingsbron. U kunt hiermee uw ogen beschadigen.
- Richt de laserstraal niet op personen die door een verrekijker of iets dergelijks kijken. U kunt hiermee hun ogen beschadigen.
Breng geen wijzigingen aan de laserinrichting aan. De in deze gebruiksaanwijzing beschreven instel- mogelijkheden kunt u zonder gevaar gebruiken.
- Ga niet op één lijn met het zaagblad voor het elektrisch gereedschap staan. Ga altijd opzij van het zaagblad staan. Dit voorkomt een mo- gelijke terugslag tegen uw lichaam.
- Houd handen, vingers en armen weg bij het roterende zaagblad.
- Reik niet met één hand over de andere voor de arm van het gereedschap.
Laat de tanden van het zaagblad niet te heet wor- den. Zet de machine stil wanneer de tanden van het zaagblad te heet worden. Gebruik de machine pas weer wanneer het zaagblad is afgekoeld.
- Vervang beschadigde of versleten zaagbladen onmiddellijk.
Gebruik uitsluitend zaagbladen waarvan de speci- ficaties overeenkomen met die in deze bedie- ningshandleiding en zaagbladen die zijn getest en gemarkeerd in overeenstemming met EN 847-1.
Wanneer u gebogen of ronde werkstukken zaagt, is het belangrijk dat deze goed worden vastgezet zodat ze niet kunnen wegglijden. Bij de zaaglijn mag er geen ruimte zijn tussen het werkstuk, de langsgeleiding en de zaagtafel. Zo nodig, moet u speciale voorzieningen maken. Elektrische veiligheid Controleer altijd of de spanning van de stroomtoevoer overeenkomt met de spanning op het typeplaatje.
- Gebruik de machine niet indien het netsnoer of de netstekker zijn beschadigd.
- Gebruik uitsluitend verlengkabels die geschikt zijn voor het vermogen van de machine met een minimale dikte van 1,5 mm2. Indien u een verlengkabelhaspel gebruikt, rol dan altijd de kabel volledig uit.NL
2. TECHNISCHE INFORMATIE
Bedoeld gebruik Dit gereedschap is bedoeld als stationaire machine voor het uitvoeren van rechte lengte- en dwarssne- den in hout in de richting van de nerf en dwars op de nerf. U kunt verstekzaagsneden maken van -45° tot +45° en schuine zaagsneden van -0° tot +45°. Het elektrisch gereedschap met het gemonteerde zaagblad is ontworpen voor het met voldoende ca- paciteit zagen van hardhout en zachthout, en ook van spaanplaat en vezelplaat. Het zaagblad is niet ontworpen voor het zagen van brandhout. Gebruik de zaag niet voor het zagen van andere dan die in de handleiding worden beschreven materialen. TECHNISCHE SPECIFICATIES Model nr MS503AC Spanning 220-240V~ Frequentie 50 HzVermogen1400W S1 - 1700W S6 25%*Onbelaste snelheid 4900/minHoek voor verstekzagen -45° <> +45°Hoek voor afschuinen -45° <> 0° alleen linksZaagblad specificaties: Diameter Bladdikte Zaagbreedte Asgatdiameter Aantal tandenØ 216 mm1,6 mm2,8 mmØ 30 mm 40T Max. Zaagcapaciteit (hoogte x breedte): Verstek 0° - Schuin 0° Verstek 0° - Schuin 45° Verstek 45° - Schuin 0° Verstek 45° - Schuin 45°60 x 115 mm25 x 115 mm60 x 80 mm25 x 80 mmMinimale werkstukafmetingen3 x 10 mmLaser specificaties: Klasse Golflengte Vermogen 650 nm< 1 mWGewicht 6,9 kgLpa (Geluidsdruk) 92,7 +3 dB(A)Lwa (Geluidsvermogen) 103,7 +3 dB(A)Trillingsniveau <2,5 m/s2
- S1, continu bedrijf.
- S6, continu bedrijf, periodiek Identieke bedrijfs- cycli met een periodieke belasting, gevolgd door een periode zonder belasting. Looptijd 10 minuten, bedrijfscyclus is 25% van de looptijd. Trillingsniveau Het trillingsemissieniveau, dat in deze gebruiksaan- wijzing wordt vermeld, is gemeten in overeenstem- ming met een gestandaardiseerde test volgens EN 60745; deze mag worden gebruikt om twee machi- nes met elkaar te vergelijken en als voorlopige be- oordeling van de blootstelling aan trilling bij gebruik van de machine voor de vermelde toepassingen. - Het gebruik van de machine voor andere toe- passingen, of met andere of slecht onderhou- den accessoires, kan het blootstellingsniveau aanzienlijk verhogen.
Wanneer de machine is uitgeschakeld of wan- neer deze loopt maar geen werk verricht, kan dit het blootstellingsniveau aanzienlijk reduceren. Bescherm uzelf tegen de gevolgen van trilling door de machine en de accessoires te onderhouden, uw han- den warm te houden en uw werkwijze te organiseren. BESCHRIJVING De nummers in de tekst verwijzen naar de diagram- men op pagina 2-6.
1. Knop voor vergrendeling in de Uit-stand
3. Aan/Uit-schakelaar
13. Knop voor afstelling van verstek
14. Vergrendelbout voor verstekafstelling
15. Schaalverdeling voor verstekhoek
16. Indicator voor verstekhoek
18. Indicator voor schuine hoek
19. Schaalverdeling voor schuine hoek
21. Knop voor afstelling van schuine hoek
22. Bout voor diepteafstelling38
27. Stopbout voor schuine hoek 45°
28. Stopbout voor schuine hoek 0°
29. Vergrendelbout voor werkstukklem
31. Vergrendelbout voor verstelbare langsgeleiding
32. Stelbout voor langsgeleiding
33. Knop voor positievergrendeling
39. Knop voor werkstukklem
40. Kartelmoer voor diepteafstelling
41. laser schakelaar
42. Schroeven voor laserafstelling
43. Vergrendelbout voor schuine hoek 45°
44. Vergrendelbout voor schuine hoek 0°
Schakel voor assemblage altijd de machine uit en verwijder de netstekker uit het stopcontact. De knop monteren voor verstekafstelling (afb. A) Monteer de knop voor verstekafstelling (13) door deze eenvoudig met de klok mee in de schroef- draad te draaien. Draaggreep monteren (afb. E)
1. Monteer de hendel op de machine, zoals weer-
gegeven in afbeelding E.
2. Draai de schroeven vast met een kruiskop-
schroevendraaier. Transportstand (Afb. B, C) De knop voor positievergrendeling (33) maakt het gemakkelijker het elektrisch gereedschap van de ene werklocatie naar de andere te vervoeren. De transportstand ontgrendelen (werkstand)
1. Druk de handgreep (2) wat naar beneden;
2. Trek de knop voor positievergrendeling (33)
geheel naar buiten en vergrendel de knop door deze te draaien;
3. Verplaats de handgreep (2) langzaam omhoog.
De transportstand vergrendelen (transportstand) Controleer, voor u het gereedschap in de trans- portstand vergrendelt, dat de diepteafstellingsbout (22) is afgesteld op oneindige diepte. Zo kan de handgreep (2) geheel naar beneden worden ver- plaatst zonder dat de diepteaanslag wordt geraakt. Verwijder ook alle accessoires die niet stevig op de machine kunnen worden vastgezet.
1. Druk de handgreep (2) geheel naar beneden;
2. Vergrendel de knop voor positievergrendeling
(33) door deze eerst uit te trekken en vervol- gens te draaien;
3. Wind de voedingskabel op en bind deze bij
elkaar met de bijgeleverde kabelbinder. Wanneer u de machine hebt vergrendeld in de transportstand, kunt u het apparaat veilig dragen en vervoeren aan de draaghandgreep (24). Draag de machine uitsluitend aan de draaghandgreep en nooit aan de be- schermkappen. Een stationaire machine installeren (Afb. A, B, D) Voor gegarandeerd veilig werken met het elek- trisch gereedschap moet het voor gebruik worden gemonteerd op een vlak, stabiel werkoppervlak (bijv. een werkbank). U kunt de machine op drie manieren installeren:
In dit geval moet de machine met geschikte bouten op de werkbank worden gemonteerd. Doe dit met behulp van de vier gaten (11). Zoals getoond op fig. D
2. Op een onderframe
Lees alle waarschuwingen en instructies die bij de zaagstandaard worden geleverd. Geeft u geen gevolg aan de veiligheids- waarschuwingen en de instructies dan kan dat leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel. Zet de zaagstandaard goed in elkaar voor u het elektrisch gereedschap erop monteert. Dit is van belang omdat dan het risico dat de standaard in elkaar valt wordt voorkomen.NL
In dit geval moet de machine met bouten op het on- derframe worden gemonteerd. Doe dit met behulp van de vier gaten (11). Het onderframe moet met 4 bouten worden verankerd op de vloerplaat die ten minste 1 vierkante meter groot is. Monteer het elektrisch ge- reedschap in de transportstand op de zaagstandaard.
3. Flexibele installatie
Dit type installatie wordt niet aanbevolen door de fabrikant. Als, in uitzonderlijke omstandigheden, het niet mo- gelijk is het elektrisch gereedschap op een vlak en stabiel werkoppervlak te monteren, kunt improvise- ren door bij de installatie gebruik te maken van de kantelbeveiliging. Zonder de kantelbeveiliging is het elektrisch gereedschap niet stabiel en kan omvallen, vooral bij zagen in de maximale verstekhoek en/of in schuine hoeken.
- Draai de schroeven (34) aan de onderzijde van de machine met een kruiskopschroevendraai- er los, zoals wordt getoond in afbeelding F. Monteer de achterste kantelbeveiliging (26) zoals wordt getoond in afbeelding F. Zet nu de schroeven (34) weer vast. De beschermkap controleren (Afb. A) De intrekbare beschermkap (5) biedt bescherming tegen onbedoeld contact met het zaagblad en tegen rondvliegende spaanders. Vóór gebruik moet worden gecontroleerd dat de zaagbladbescherm- kap goed functioneert. U kunt dit doen door de handgreep (2) omlaag te trekken en het volgende te controleren:
- De intrekbare beschermkap (5) moet toegang krijgen tot het zaagblad (6) zonder dat de kap andere onderdelen raakt.
- Wanneer u de zaag omhoog vouwt in de start- positie, moet de intrekbare beschermkap (5) automatisch het gehele zaagblad (6) bedekken. Het zaagblad vervangen (Afb. G) Voor u werk aan de machine uitvoert, moet u eerst de stekker uit het stopcontact trekken. Draag beschermende handschoenen wanneer u het zaagblad monteert. Gevaar voor persoonlijk letsel wanneer u het zaagblad aanraakt. Gebruik alleen zaagbladen waarvan de typische gegevens overeenkomen met die in de bedieningsinstructies. Gebruik alleen zaagbladen die een snelheidsmarkering hebben die gelijk is aan of hoger is dan de snelheid die is gemarkeerd op de machine. Gebruik de machine onder geen enkele omstandigheid met slijpschijven als zaaggereedschap. U wordt tijdens eerste geadviseerd voor u het zaagblad vervangt, de verstekhoek en de hoek voor schuine zaagsneden op 0° te zetten. Anders zal de toegang tot het zaagblad beperkt zijn. Het zaagblad verwijderen
Vergrendel de zaag in de bovenste stand door middel van de knop (33) voor positievergrendeling;
Draai de borgbout (35) los met een kruiskop- schroevendraaier, zoals wordt getoond in afbeel- ding G1; WAARSCHUWING! Verwijder de borgbout (35) niet geheel, draai de bout alleen los.
3. Vouw de intrekbare beschermkap (5) omhoog tot
u vrij toegang hebt tot de klembout (37), zoals wordt getoond in afbeelding G2;
4. Steek de inbussleutel in de klembout (37). De
intrekbare beschermkap (5) kan worden losge- maakt, de kap vouwt op de inbussleutel.
5. Draai de klembout (37) met de inbussleutel (30)
en druk tegelijkertijd op de asvergrendeling (38) tot deze ingrijpt.
6. Houd de asvergrendeling (38) stevig vast en
draai de klembout (37) door deze naar rechts te draaien (linkse draad).
7. Verwijder de klembout (37) en de klemflens (36).
Daarna kan het zaagblad (6) worden verwijderd. Het zaagblad monteren Controleer, wanneer u het zaagblad monteert, dat de zaagrichting van de tanden (richting van de pijl over de zaagblad) overeenkomt met de richting van de pijl op de beschermkap (4).40
Controleer, wanneer u het zaagblad (6) monteert, dat het vrij kan draaien in de zaagplaat (12) in de instellingen op 0° en 45°.
1. Reinig het zaagblad en alle te monteren klemon-
2. Draai de borgbout (35) los met een kruiskop-
schroevendraaier, zoals wordt getoond in afbeel- ding G1; WAARSCHUWING! Verwijder de borgbout (35) niet geheel, draai de bout alleen los.
3. Vouw de intrekbare beschermkap (5) omhoog tot
u vrij toegang hebt tot de klembout (37), zoals wordt getoond in afbeelding G2;
4. Steek de inbussleutel in de klembout (37). De
intrekbare beschermkap (5) kan worden losge- maakt, de kap vouwt op de inbussleutel.
5. Monteer de klemflens (36). Let erop dat de
vlakke zijden van de klemflens overeen moeten komen met de vlakke zijden van de schacht van het zaagblad. Controleer ook dat de bolle zijde van de klemflens naar buiten is gemonteerd.
6. Plaats de klembout (37) en draai de bout met de
inbussleutel en druk tegelijkertijd op de asver- grendeling (38) tot deze ingrijpt.
7. Houd de asvergrendeling (38) stevig vast en draai
de klembout (37) door deze naar links te draaien. Stofafzuiging (Afb. A, B, V, W) Zorg voor een goede ventilatie op de werkplek. Draag bescherming tegen stof. Het stof van materialen zoals loodverf en bepaalde soorten hout kan schadelijk zijn voor de gezond- heid. Het inademen van deze stof kan allergische reacties en/of aandoeningen van de luchtwegen veroorzaken bij de gebruiker of bij mensen in de nabijheid. Bepaald stof, zoals dat van eikenhout of beukenhout worden geclassificeerd als kankerver- wekkend, vooral in combinatie met toevoegingen voor houtbehandeling (chromaat, houtconser- veermiddelen). Wij adviseren een systeem voor stofafzuiging te gebruiken, dat geschikt is voor het materiaal, wanneer dat maar mogelijk is. Vermijd de opeenhoping van stof op de werkplek. Stof kan gemakkelijk tot ontbranding komen. Het systeem voor stofafzuiging kan verstopt raken door stof, spaanders of snippers van het werkstuk. Daarom moet het systeem regelmatig worden schoongemaakt. Dat doet u als volgt:
1. Trek de stekker uit het stopcontact.
2. Wacht tot het zaagblad geheel tot stilstand is
3. Verwijder eventuele blokkades.
De stofzak bevestigen (Afb. V) Druk de klem van de stofzak (23) in en schuif de zak op de opening (25) aan de achterkant van de machine. De stofzak blijft op z’n plaats zitten wan- neer u de klem loslaat. Een stofzuiger aansluiten (Afb. W) De stofzuiger moet geschikt zijn voor het materiaal waarmee u werkt. Wanneer u droog stof opzuigt dat zeer schadelijk is voor de gezondheid of stof dat kankerverwekkend is, gebruik dan een speciaal systeem voor stofafzuiging. U kunt de slang van de stofzuiger aansluiten op de stofuitgang (25). U kunt dat doen door gewoon de slang van de stofzuiger te bevestigen op de stofopening.
Controleer, voor u de machine inschakelt, altijd dat het zaagblad goed is gemonteerd. Het zaagblad moet gelijkmatig kunnen draaien. Controleer voor gebruik de beschermkappen. Voor alle zaagsneden moet eerst worden gecontroleerd dat het zaagblad op geen enkel moment in contact kan komen met de langsgeleiding, de werkstukklem of andere onderdelen van de machine. Verwijder eventueel gemonteerde hulpstoppen of stel ze opnieuw af. Het werkstuk ondersteunen (Afb. H) Werkstukken moeten altijd goed worden onder- steund. De verlengstukken (9) van de tafel bieden verder aan de linker- en de rechterzijde ondersteu- ning aan het werkstuk.NL
Wanneer u zeer lange werkstukken zaagt, moet u onder het vrije uiteinde een extra steun zetten zodat het werkstuk goed is ondersteund. Het werkstuk vastklemmen (Afb. H) Werkstukken moeten altijd goed worden vastge- klemd. De werkstukklem (20) kan ter ondersteu- ning aan de linker- en aan de rechterkant worden geplaatst. Dat doet u als volgt:
1. Zorg ervoor dat het werkstuk stevig tegen de
langsgeleiding (8) wordt geklemd;
2. Steek de meegeleverde werkstukklem (20) in
één van de gaten die hiervoor zijn bedoeld, zoals u kunt zien in afbeelding H;
3. Stel de stang met schroefdraad van de werk-
stukklem (20) af op de hoogte van het werkstuk;
Zet de stang met schroefdraad van de werk- stukklem (20) stevig vast zodat het werkstuk op z’n plaats zit. U kunt het werkstuk losmaken door gewoon de stang met schroefdraad van de werkstukklem (20) los te maken. U kunt met de knop voor de werkstukklem (39) snel- ler de hoogte van de werkstukklem (20) aanpassen. Zet, na het afstellen van de hoogte altijd de stang met schroefdraad van de werkstukklem (20) stevig vast zodat het werkstuk op z’n plaats bevestigd is. Het werkstuk afstellen (Afb. H) Stel altijd de langsgeleiding af op een bepaald type zaagsnede. Wanneer u in verstek en/of onder een schuine hoek zaagt, moet u de verstelbare langsgeleiding (7) verplaatsen afhankelijk van de zaagrichting. Op deze wijze wordt onder alle omstandigheden het werkstuk altijd goed ondersteund door de langsge- leiding. Dat doet u als volgt:
1. Draai de vergrendelbout voor de verstelbare
langsgeleiding. Voor zaagsneden in verstek of rechte zaagsneden moet de langsgeleiding naar binnen worden verplaatst naar het zaagblad (max. 8 mm), maar de langsgeleiding mag het zaagblad niet raken. Voor schuine zaagsneden moet de langsgeleiding naar buiten worden verplaatst van het zaagblad (max. 8 mm), maar de langsgeleiding mag het zaagblad niet raken;
3. Draai de vergrendelbout voor de verstelbare
langsgeleiding (31) vast;
4. Zorg ervoor dat het zaagblad niet in aanraking
komt met de verstelbare langsgeleiding (31), u kunt het beste het zaagblad laten draaien zonder de machine in te schakelen. De verstekhoek afstellen (Afb. A) De verstekhoek kan worden afgesteld tussen 45° links en 45° rechts. U kunt met vooraf-ingestelde verstekhoeken op de zaagtafel op 0°, 15°, 22,5°, 30° en 45° snel en nauwkeurig veelgebruikte ver- stekhoeken instellen. De verstekhoek afstellen
1. Maak de vergrendelbout voor verstekafstelling (14)
2. Draai de tafel (10) naar links en naar rechts in de
gewenste hoek, en gebruik daarvoor de knop voor de verstekafstelling (13). Als u liever een vooraf gekozen instelling gebruikt, moet u er wel op letten dat u voelt dat de tafel op de gewenste stand ingrijpt. De hoek kan met behulp van de indicator voor de verstekhoek (16) worden afgelezen op de schaalverdeling voor de verstekhoek (15).
3. Zet de vergrendelbout voor verstekafstelling (14)
vast. De schuine hoek afstellen (Afb. A, B) De schuine hoek kan worden ingesteld tussen 0° en +45° naar links. Dat doet u als volgt:
1. Maak de knop voor afstelling van de schuine
2. Kantel de zaag met de handgreep (2) tot de
indicator (18) de gewenste positie aangeeft op de schaalverdeling voor schuine hoek (19);
3. Zet de knop voor afstelling van de schuine hoek
(21) vast. De machine in-/uitschakelen (Afb. A)
- U kunt de machine starten door op de knop (1) voor vergrendeling de Uit-stand te drukken en ingedrukt te houden en op de Aan/Uit-schake- laar (3) te drukken.
- U kunt de machine uitschakelen door de Aan/ Uit-schakelaar (3) los te laten. Een afkortzaagsnede maken (Afb. I, J) Volg deze stappen voor het maken van een zaags- nede haaks op de nerf van het hout:
1. Stel de verstekhoek en de instelling van de
schuine hoek in op 0°;
2. Verplaats de verstelbare langsgeleiding naar
de binnenste positie, naar het zaagblad toe. De42
maximale afstand tussen de verstelbare langs- geleiding (31) en het zaagblad (6) is 8mm, zoals wordt getoond in afbeelding J. Let er vooral op dat de langsgeleiding het zaagblad niet raakt.
3. Zet het werkstuk stevig vast met een klem;
4. Schakel de machine in. Denk eraan dat het zaag-
blad op volle snelheid moet komen;
5. Breng nu de handgreep langzaam omlaag, zo dat
het zaagblad door het werkstuk zaagt en de sleuf in de tafel passeert. Oefen niet al te veel druk op de zaag uit, laat de machine het werk doen;
Breng de handgreep weer voorzichtig omhoog en schakel de machine uit door de schakelaar los te laten. Een verstekzaagsnede maken (Afb. J, K) Volg deze stappen voor het maken van een schuine zaagsnede haaks op het hout:
1. Stel de verstekhoek in op de gewenste positie en
de schuine hoek in op 0°;
2. Verplaats de verstelbare langsgeleiding naar
de binnenste positie, naar het zaagblad toe. De maximale afstand tussen de verstelbare langs- geleiding (31) en het zaagblad (6) is 8mm, zoals wordt getoond in afbeelding J. Let er vooral op dat de langsgeleiding het zaagblad niet raakt.
3. Zet het werkstuk stevig vast met een klem;
4. Schakel de machine in. Denk eraan dat het zaag-
blad op volle snelheid moet komen;
5. Breng nu de handgreep langzaam omlaag, zo dat
het zaagblad door het werkstuk zaagt en de sleuf in de tafel passeert. Oefen niet al te veel druk op de zaag uit, laat de machine het werk doen;
6. Breng de handgreep weer voorzichtig omhoog
en schakel de machine uit door de schakelaar los te laten. Een schuine zaagsnede maken (Afb. L, M) Volg deze stappen voor het maken van een schuine zaagsnede naar de rand van het hout:
1. Stel de verstekhoek in op 0° en de schuine hoek
in op de gewenste positie;
2. Verplaats de verstelbare langsgeleiding naar
de buitenste positie, van het zaagblad af. De maximale afstand tussen de verstelbare langs- geleiding (31) en het zaagblad (6) is 8mm, zoals wordt getoond in afbeelding M. Let er vooral op dat de langsgeleiding het zaagblad niet raakt.
3. Zet het werkstuk stevig vast met een klem. Let
erop dat de werkstukklem op de rechterzijde moet worden gezet;
4. Schakel de machine in. Denk eraan dat het zaag-
blad op volle snelheid moet komen;
5. Breng nu de handgreep langzaam omlaag, zo dat
het zaagblad door het werkstuk zaagt en de sleuf in de tafel passeert. Oefen niet al te veel druk op de zaag uit, laat de machine het werk doen;
Breng de handgreep weer voorzichtig omhoog en schakel de machine uit door de schakelaar los te laten. Een dubbelverstek zaagsnede maken (Afb. M, N) Volg deze stappen voor het maken van een com- binatie tussen een zaagsnede in verstek en een schuine zaagsnede:
1. Stel de verstekhoek en de schuine hoek in op
de gewenste positie;
2. Verplaats de verstelbare langsgeleiding naar de
buitenste positie, van het zaagblad af. De maxi- male afstand tussen de verstelbare langsge- leiding (31) en het zaagblad (6) is 8mm, zoals wordt getoond in afbeelding M. Let er vooral op dat de langsgeleiding het zaagblad niet raakt.
3. Zet het werkstuk stevig vast met een klem. Let
erop dat de werkstukklem op de rechterzijde moet worden gezet;
4. Schakel de machine in. Denk eraan dat het
zaagblad op volle snelheid moet komen;
5. Breng nu de handgreep langzaam omlaag, zo
dat het zaagblad door het werkstuk zaagt en de sleuf in de tafel passeert. Oefen niet al te veel druk op de zaag uit, laat de machine het werk doen;
6. Breng de handgreep weer voorzichtig omhoog
en schakel de machine uit door de schakelaar los te laten. De dieptestop afstellen (Afb. O) U kunt de dieptestop afstellen zodat u de zaagdiep- te kunt beperken. Zo kunt u gemakkelijk een groef zagen. Dat doet u als volgt:
1. Maak de gewartelde moer voor diepteafstelling
2. Stel de knop (22) voor diepteafstelling af op de
3. Maak de gewartelde moer voor diepteafstelling
(40) vast. De laser in-/uitschakelen (Afb. B) Schakel de laser in of uit door op de laser-schake- laar (41) te drukken.NL
Nauwkeurig afstellen Trek de stekker uit het stopcontact voordat u werkt aan de afstelling van de machine. U kunt ervoor zorgen dat de machine nauwkeurig zaagt door voor het eerste gebruik en na intensief gebruik het apparaat te controleren en af te stellen. Er is hiervoor speciaal gereedschap nodig. De Von- roc after-sales helpt u deze werkzaamheden snel en betrouwbaar uit te voeren. De laser nauwkeurig afstellen (Afb. Q) NB: U kunt de laserfunctie alleen testen als het elektrisch gereedschap op de stroomvoorziening is aangesloten. Tijdens het afstellen van de laser (bijv, wanneer u de arm van het gereedschap verplaatst), mag u nooit de aan/uit-schake- laar bedienen. Het onbedoeld inschakelen van het elektrisch gereedschap kan letsel tot gevolg hebben. Als de laser (17) niet meer de juiste zaaglijn aan- geeft, kunt u de laser opnieuw afstellen. Dat doet u als volgt:
1. Draai de schroeven (42) voor de laser-afstelling
2. Stel de laser in door deze te verplaatsen tot
de laserstraal de tanden van het zaagblad (6) raakt;
3. Draai de schroeven (42) voor de laser-afstelling
vast. De schuine hoek nauwkeurig afstellen op 0° (Afb. Q, R)
1. Stel de verstekhoek en de schuine hoek in op 0°;
2. Breng de handgreep (2) omlaag en zet deze vast
met de knop (33) voor positievergrendeling;
3. Stel een winkelhaak in op 90° en plaats deze op
de tafel (10), zoals wordt getoond in afbeelding R. Het been van de haak moet over z’n gehele lengte gelijk met het zaagblad (6) zijn;
4. Draai de vergrendelbout voor de schuine hoek
5. Stel de stopbout voor schuine hoek 0° (28) af
tot het been van de winkelhaak over z’n gehele lengte gelijk is met het zaagblad;
6. Draai de vergrendelbout voor de schuine hoek
(44) op 0° weer vast. Controleer vervolgens de positie van de indicator (18) van de hoek. Zet, zo nodig, de aanwijzer los met een kruiskopschroevendraaier, zet de aanwij- zer op 0° op de schaalverdeling voor de schuine hoek (19) en zet de borgschroef weer vast. De schuine hoek nauwkeurig afstellen op 45° (Afb. Q, S)
1. Stel de verstekhoek en de schuine hoek in op 45°;
2. Breng de handgreep (2) omlaag en zet deze vast
met de knop (33) voor positievergrendeling;
3. Stel een winkelhaak in op 90° en plaats deze op
de tafel (10), zoals wordt getoond in afbeelding S. Het been van de haak moet over z’n gehele lengte gelijk met het zaagblad (6) zijn;
4. Draai de vergrendelbout voor de schuine hoek
5. Stel de stopbout voor schuine hoek 45° (27) af
tot het been van de winkelhaak over z’n gehele lengte gelijk is met het zaagblad;
6. Draai de vergrendelbout voor de schuine hoek
(43) op 45° weer vast. Controleer vervolgens de positie van de indicator (18) van de hoek. Zet, zo nodig, de aanwijzer los met een kruiskopschroevendraaier, zet de aanwij- zer op 45° op de schaalverdeling voor de schuine hoek (19) en zet de borgschroef weer vast. De verstekhoek nauwkeurig afstellen op 0° (Afb. T, U)
1. Stel een winkelhaak in op 0° en plaats deze op
de tafel (10), tussen de langsgeleiding (8) en het zaagblad (6);
2. Het been van de haak moet over z’n gehele
lengte gelijk met het zaagblad (6) zijn;
3. Draai alle twee bouten (32) van de langsgelei-
ding los en stel de langsgeleiding (8) af tot het been van de winkelhaak over z’n gehele lengte gelijk is met het zaagblad;
4. Zet alle twee bouten (32) van de langsgeleiding
weer vast. Controleer vervolgens de positie van de indicator (16) van de hoek. Zet, zo nodig, de aanwijzer los met een kruiskopschroevendraai- er, zet de aanwijzer op 0° op de schaalverdeling voor de verstekhoek (15) en zet de borgschroef weer vast.44
Schakel voor reiniging en onderhoud altijd de machine uit en verwijder de netstekker uit het stopcontact. Reinig de machinebehuizing regelmatig met een zach- te doek, bij voorkeur iedere keer na gebruik. Zorg dat de ventilatiesleuven vrij van stof en vuil zijn. Gebruik bij hardnekkig vuil een zachte doek bevochtigd met zeepwater. Gebruik geen oplosmiddelen als benzine, alcohol, ammonia, etc. Dergelijke stoffen beschadigen de kunststof onderdelen. De beschermkappen reini- gen Controleer altijd de beschermkap (4) en de intrek- bare beschermkap (5) op de aanwezigheid van vuil, voordat u de machine gebruikt. Verwijder zaagselres- ten en splinters met een borstel of iets dergelijks. De tafelinzet vervangen Vervang beschadigde tafelinzetten onmiddellijk. Met een beschadigde tafelinzet (13) is er een risico dat kleine delen klem komen te zitten tussen de tafelinzet en het zaagblad, waardoor het zaagblad wordt geblokkeerd. De tafelinzet vervangen:
1. Verwijder de schroeven van de tafelinzet met
een kruiskopschroevendraaier. Pas, zo nodig, de verstekhoek en de schuine hoek aan zodat u deze schroeven kunt bereiken;
2. Verwijder de tafelinzet;
3. Installeren een nieuwe tafelinzet;
4. Zet de schroeven vast met een kruiskopschroe-
vendraaier. MILIEU Defecte en/of afgedankte elektrische of elektronische gereedschappen dienen ter verwerking te worden aangeboden aan een daarvoor verantwoordelijke instantie. Uitsluitend voor EG-landen Werp elektrisch gereedschap niet weg bij het huisvuil. Conform de Europese Richtlijn 2012/19/ EG voor Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur en de implementatie ervan in nationaal recht moet niet langer te gebruiken elektrisch gereedschap gescheiden worden verzameld en op een milieuvriendelijke wijze worden verwerkt. GARANTIE VONROC producten zijn ontworpen volgens de hoogste kwaliteitsstandaarden en gegarandeerd vrij van defecten, zowel materieel als fabrieksfouten, tijdens de wettelijk vastgestelde garantieperiode vanaf de eerste aankoopdatum. Mocht het product tijdens deze periode gebreken vertonen veroorzaakt door defecte materialen en/of fabrieksfouten, neem dan rechtstreeks contact op met VONROC. De volgende situaties vallen niet onder de garantie:
- Er zijn reparaties of aanpassingen aan de machine uitgevoerd, of er is een poging daartoe ondernomen, door een nietgeautoriseerd ser- vicecentrum.
- De machine is misbruikt, verkeerd gebruikt of slecht onderhouden.
Er zijn niet-originele reserveonderdelen gebruikt
Dit vormt de enige garantie opgesteld door het be- drijf zowel expliciet als impliciet. Er bestaan geen andere garanties expliciet of impliciet welke verder gaan dan deze garantie, inclusief impliciete garanties van verkoopbaarheid en geschiktheid voor bepaalde doeleinden. In geen enkel geval kan VONROC aansprakelijk worden gesteld voor inci- dentele schade of gevolgschade. Reparaties van dealers zijn gelimiteerd tot de reparatie of vervan- ging van defecte producten of onderdelen. Het product en de gebruikershandleiding zijn onderhevig aan wijzigingen. Specificaties kunnen zonder opgaaf van redenen worden gewijzigd.FR
Notice-Facile