AL3 46 SH - Grasmaaier ALPINA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis AL3 46 SH ALPINA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AL3 46 SH - ALPINA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AL3 46 SH van het merk ALPINA.
GEBRUIKSAANWIJZING AL3 46 SH ALPINA
Lopend bediende grasmaaier - GEBRUIKERSHANDLEIDING LET OP: vooraleer de machine te gebruiken, dient men deze handleiding aandachtig te lezen.
BELANGRIJK: Lees aandachtig de voorschriften in de handleiding van de motor, vooraleer de motor voor de eerste keer in werking te zetten. LET OP! Controleer het oliepeil vooraleer de motor op te starten.
BELANGRIJK: Lees aandachtig de voorschriften in de handleiding van de motor, vooraleer de motor voor de eerste keer in werking te zetten. LET OP! Controleer het oliepeil vooraleer de motor op te starten.
NEDERLANDS - Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
- Voor het speciek gegeven, verwijst men naar wat aangegeven is op het identicatielabel van de machine.
Проверете дали деловите се разлабавени и затегнете ги Извршете ги проверките, замените или поправките во специјализиран центар1 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN die strikt opgevolgd moeten worden A) VOORBEREIDING 1) LET OP! Lees deze aanwijzingen aandachtig alvorens de machine te gebruiken. Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de motor snel af te zetten. Het niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan brand en/of ernstige letsels veroorzaken. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om ze in de toekomst te kunnen raadplegen. 2) Laat nooit toe dat de machine gebruikt wordt door kinde- ren of door personen die niet vertrouwd zijn met deze aan- wijzingen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan lande- lijk gereglementeerd zijn. 3) Gebruik de grasmaaier nooit als er personen, in het bij- zonder kinderen, of dieren in de buurt zijn 4) Gebruik de machine nooit indien de gebruiker vermoeid of onwel is, of indien hij geneesmiddelen, drugs, alcohol of andere stoen ingenomen heeft die negatieve invloed kun- nen hebben zijn voor zijn reactievermogen en aandacht. 5) Denk eraan dat de persoon die de machine bedient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevallen en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kunnen overkomen. Het valt onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker om de risico’s, die het terrein waar hij op moet werken met zich mee kan brengen, te beoordelen en om alle nodige voorzorgsmaatregelen te treen met het oog op zijn eigen veiligheid en die van anderen, met name op hel- lingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen. 6) Indien men de machine aan derden wil geven of lenen, moet men zich ervan verzekeren dat de gebruiker de ge- bruiksaanwijzingen in dit handboek doorneemt.
1) Gebruik tijdens het gebruik van de machine steeds ste- vige antislip-werkschoenen en een lange broek. Bedien de machine niet met blote voeten of met open sandalen. Draag geen kettingen, armbanden, kledij met loshangende delen, of met veters of dassen. Lang haar moet zorgvuldig bijeengebonden worden. Draag altijd gehoorbescherming. 2) Controleer grondig de hele werkzone en verwijder al- les wat van de machine weg zou kunnen springen of de snijgroep en de motor zou kunnen beschadigen (keien, tak- ken, ijzerdraad, beenderen, enz.) 3) LET OP: GEVAAR! Benzine is bijzonder brandbaar. – bewaar de brandstof in speciale reservoirs; – vul de brandstof met een trechter alleen buiten en rook niet tijdens deze werkzaamheden en wanneer u met de brandstof bezig bent; – Giet de brandstof in de tank vóórdat u de motor aanzet: als de motor aanstaat of warm is mag u geen benzine toe- voegen of de dop van de benzinetank afdraaien; – Als u benzine gemorst hebt mag u de motor niet starten maar dient u de machine uit de buurt van de plek waar u de benzine gemorst hebt te brengen en voorkomen dat er brand ontstaat. U dient te wachten totdat de brandstof verdampt is en de benzinedampen opgelost zijn:
LET OP: VOORALEER DE MACHINE TE GEBRUIKEN, DIENT MEN DEZE HANDLEIDING AANDACHTIG TE LEZEN. Bewaren voor toekomstige behoeften. – Draai de dop altijd weer goed op de tank van de machine en het benzinereservoir. 4) Vervang de geluiddempers als deze defect zijn 5) Ga vóór het gebruik over op een algemene controle van de machine, en in het bijzonder: – het uitzicht van de snij-inrichting, en controleer of de schroeven en de snijgroep niet versleten of beschadigd zijn. Vervang de snij-inrichting en de beschadigde of ver- sleten schroeven en bloc om ervoor te zorgen dat het maaidek in balans blijft. Eventuele herstellingen moeten nabij een gespecialiseerd centrum uitgevoerd worden – De veiligheidshendel moet vrij kunnen bewegen, zonder geforceerd te worden, en bij het loslaten moet deze au- tomatisch en snel terug in de neutrale stand komen, om het maaitoestel tot stilstand te brengen. 6) Controleer regelmatig de staat van de batterij (indien voorzien). Vervang ze in geval van beschadiging aan het omhulsel, aan het deksel of aan de klemmen. 7) Vooraleer het werk aan te vangen, dient men steeds de beschermingen op de uitgang te monteren (opvangzak, zij- delingse aaatbeveiliging of achterste aaatbeveiliging).
C) TIJDENS HET GEBRUIK
1) Start de motor niet in gesloten ruimten waar zich gevaar- lijke koolstofmonoxide kan ontwikkelen. Het starten dient altijd in de open lucht of in een goed geventileerde ruimte te gebeuren. Onthoud steeds dat de aaatgassen giftig zijn. 2) Werk enkel bij daglicht of met een goede kunstmatige verlichting en bij goede zichtbaarheid. Verwijder personen, kinderen en dieren uit de werkzone. 3) Vermijd, indien mogelijk, op nat gras te werken. Vermijd te werken in de regen en bij risico op onweer. Gebruik de machine nooit bij slechte weersomstandigheden, en zeker niet bij kans op bliksem.
4) Zorg er voor dat U steeds een goed steunpunt hebt op
hellende terreinen 5) Loop nooit, maar stap. Laat u niet door de grasmaaier trekken.
6) Let bijzonder goed op bij het benaderen van hindernis-
sen die de zichtbaarheid kunnen beperken. 7) Maai in de dwarse richting van de helling en nooit in de richting van de stijging/daling, let goed op bij de verande- ringen van richting en let er goed op dat de wielen niet op hindernissen stoten (stenen, takken, wortels, enz.) die een zijdelingse verschuiving of verlies van controle over de ma- chine zouden kunnen veroorzaken. 8) De machine mag nooit gebruikt worden op hellingen van meer dan 20°, onafgezien van de looprichting. 9) Wees zeer voorzichtig wanneer u de grasmaaier naar u toe trekt. Kijk achteruit voor en na het achteruit rijden om u ervan te verzekeren dat er geen hindernissen zijn. 10) Zet de snij-inrichting stil indien de grasmaaier gekan- teld moet worden voor het vervoer, bij het oversteken van zones zonder gras en wanneer de grasmaaier vervoerd wordt van of naar de zone die gemaaid moet worden. 11) Let goed op het verkeer, wanneer de machine dicht bij de straat gebruikt wordt. 12) Gebruik de machine niet indien de beschermingen be- schadigd zijn, of zonder de opvangzak, zonder de zijdeling- se of de achterste aaatbeveiliging. 13) Wees zeer voorzichtig nabij ravijnen, grachten of dijken. 14) Start de motor voorzichtig volgens de aanwijzingen en2 houd uw voeten ver van de snij-inrichting verwijderd. 15) Kantel de grasmaaier niet voor het opstarten. Start de machine op een vlakke ondergrond zonder hindernissen of hoog gras. 16) Breng uw handen en voeten nooit nabij of onder de draaiende delen. Blijf steeds op afstand van de aaat- opening. 17) Hef de grasmaaier niet op en vervoer hem niet wanneer de motor in werking is. 18) Schend of verwijder de veiligheidsinrichtingen niet. 19) Wijzig de afstelling van de motor niet en laat het toeren- tal van de motor niet buitengewoon hoog oplopen. 20) Raak de onderdelen van de motor die tijdens het ge- bruik heet worden, niet aan. Gevaar voor brandwonden. 21) Bij de modellen met aandrijving, moet men de koppe- ling van de transmissie aan de wielen uitschakelen vooral- eer de motor te starten. 22) Gebruik enkel toebehoren die goedgekeurd werden door de fabrikant van de machine. 23) Gebruik de machine niet indien de toebehoren/werktui- gen niet op de voorziene plaatsen geïnstalleerd zijn. 24) Koppel de snij-inrichting los, stop de motor en koppel de kabel van de bougie los (verzeker u ervan dat alle bewe- gende delen volledig stil staan): – Tijdens het vervoer van de machine – Telkens wanneer u de machine onbeheerd achterlaat; Bij de modellen met elektrische inschakeling, dient u ook de sleutel te verwijderen; – Vooraleer blokkeringen te verhelpen of het windkanaal vrij te maken; – Vóórdat u de machine controleert, schoonmaakt of er- aan werkt; – Nadat er op een vreemd voorwerp gestoten is. Controleer de machine op eventuele beschadigingen en voer de no- dige reparaties uit alvorens ze opnieuw te gebruiken; 25) Schakel de snij-inrichting uit en stop de motor; – Alvorens brandstof bij te vullen; – Elke keer wanneer u de opvangzak verwijdert of opnieuw monteert; – Elke keer wanneer u de zijdelingse aaatdeector verwij- dert of opnieuw monteert; – Vooraleer de maaihoogte af te stellen indien dit niet van- uit de plaats van de bestuurder uitgevoerd kan worden. 26) Behoud tijdens het werk steeds de veiligheidsafstand ten opzichte van de snij-inrichting, die overeenstemt met de lengte van de steel. 27) Geef gas terug vooraleer de motor stil te zetten. Sluit de toevoer van de brandstof af aan het einde van het werk, volgens de aanwijzingen in het handboekje. 28) LET OP: – In geval van breuken of ongevallen tijdens het werk, dient men de motor onmiddellijk stil te zetten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te be- rokkenen; in geval van ongevallen met persoonlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddellijk de meest ge- schikte eerste-hulp-procedures te volgen voor de situatie en zich tot een gezondheidsstructuur te richten voor de nodige zorgen. Verwijder zorgvuldig eventuele resten die schade of letsels aan personen of dieren kunnen veroorza- ken indien ze onopgemerkt blijven.
29) LET OP – Het niveau van het geluid en van de trillingen
dat aangegeven is in deze handleiding, zijn de maximale waarden voor het gebruik van de machine. Het gebruik van een niet gebalanceerd maai-element, een overdreven snel- heid van de beweging en gebrekig onderhoud hebben een negatieve invloed op het geluidsniveau en op de trillingen. Bijgevolg is het noodzakelijk preventieve maatregelen te treen om mogelijke schade ten gevolge van een hoog ge- luidsniveau en stress van trillingen te vermijden; zorg voor het onderhoud van de machine, draag gehoorbescher- ming, maak pauzes tijdens het werk.
D) ONDERHOUD EN OPSLAG
1) LET OP! – Verwijder de kabel van de bougie en lees de desbetreende aanwijzingen alvorens eender welke in- greep voor reiniging of onderhoud aan te vangen. Draag geschikte kleding en werkhandschoenen voor alle hande- lingen die gevaarlijk kunnen zijn voor de handen. 2) LET OP! – Gebruik de machine nooit als er onderdelen versleten of beschadigd zijn. De defecte of beschadigde onderdelen moeten vervangen en niet gerepareerd wor- den. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen: het gebruik van niet originele en/of niet goed gemonteerde on- derdelen beïnvloedt de veiligheid van de machine, kan on- gelukken of persoonlijk letsels veroorzaken waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk gesteld kan worden.
3) Alle onderhoudshandelingen en afstellingen die niet be-
schreven zijn in deze handleiding moeten uitgevoerd wor- den door uw Verkoper of in een gespecialiseerd Centrum dat beschikt over de nodige kennis en uitrustingen om de werken correct uit te voeren, met respect voor het oorspronkelijk niveau van veiligheid van de machine. Handelingen die uitgevoerd werden in niet geschikte struc- turen of door onbekwame personen doen elke vorm van garantie en alle verplichtingen of aansprakelijkheid van de Fabrikant vervallen. 4) Koppel na ieder gebruik de kabel van de bougie los en controleer of er geen beschadigingen zijn. 5) Laat bouten en schroeven vastgedraaid zitten om er ze- ker van te zijn dat de machine altijd op een veilige manier gebruiksklaar is. Als u regelmatig onderhoud aan de heg- genschaar pleegt, zal de werking ervan veilig blijven en zal het prestatieniveau bewaard blijven. 6) Controleer regelmatig of de schroeven van de snij-inrich- ting correct vastgedraaid zijn. 7) Draag werkhandschoenen om de snij-inrichting te hante- ren, te demonteren of opnieuw te monteren. 8) Let op de balans van de snij-inrichting, wanneer dit ge- slepen wordt. Alle handelingen die betrekking hebben op de snij-inrichting (demontage, slijpen, in balans brengen, hermontage en/of vervanging) vergen een specieke vaar- digheid en het gebruik van geschikt gereedschap; uit vei- ligheidsoverwegingen moeten deze handelingen daarom steeds uitgevoerd worden in een gespecialiseerd centrum. 9) Tijdens de afstellingen van de machine, moet men erop letten dat de vingers niet tussen de bewegende snij-inrich- ting en de vaste delen van de machine verklemd geraken. 10) Raak de snij-inrichting niet aan totdat de kabel van de bougie losgekoppeld is en de snij-inrichting volledig stil- staat. Tijdens het werken aan de snij-inrichting, dient men erop te letten dat de snij-inrichting kan bewegen, ook al is de kabel van de bougie losgekoppeld. 11) Controleer regelmatig de zijdelingse aaatbeveiliging, of de achterste aaatbeveiliging en de opvangzak. Vervang ze indien ze beschadigd zijn. 12) Vervang de labels met instructies en waarschuwingen, indien deze beschadigd zijn. 13) Berg de machine op in een plaats die niet toegankelijk is voor kinderen. 14) Zet de machine niet met benzine in de tank in een ruim- te waar de benzinedampen met vlammen, vonken of een warmtebron in aanraking zouden kunnen komen. 15) Laat de motor eerst afkoelen alvorens de machine de machine in eender welke ruimte op te bergen.3 16) Om brandgevaar zoveel mogelijk te beperken dienen de motor, de geluiddemper van de uitlaat, de accubak en de benzinetank vrij gehouden te worden van gras, bladeren of teveel vet. Leeg de opvangzak en laat geen containers met gemaaid gras in gesloten ruimtes achter. 17) Om het risico op brand te verminderen, dient men regel- matig na te gaan of er geen olie- en/of brandstoekken zijn. 18) Als u de tank moet ledigen, dient u dit in de open lucht te doen en wanneer de motor koud is.
E) TRANSPORT EN VERPLAATSING
1) Telkens wanneer de machine verplaatst, geheven, ver- voerd of overgeheld moet worden, is het noodzakelijk: – Stevige werkhandschoenen te dragen; – De machine vast te nemen op punten waar u een stevige grip hebt, rekening houdend met het gewicht en de sprei- ding van het gewicht; – Een beroep te doen op een toereikend aantal personen die het gewicht van de machine kunnen heen, volgens de kenmerken van het transportmiddel of de plaats waar de machine opgenomen of opgesteld moet worden. – Verzeker u ervan dat de verplaatsing van de machine geen benzinelekken of beschadigingen of letsels ver- oorzaakt. 2) Bevestig de machine tijdens het vervoer goed met tou- wen of kettingen. G) MILIEUBESCHERMING 1) De milieubescherming moet een belangrijk en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gun- ste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven. Wees geen storend element voor uw buren. 2) Volg nauwgezet de plaatselijke normen voor het verwer- ken van de verpakking, olie, benzine, lters, versleten de- len of eender welk element met een sterke invloed op de omgeving; dit afval mag niet met de huisafval weggewor- pen worden, maar moet gescheiden worden en aan speci- ale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen. 3) Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdanking van het snijafval. 4) Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu achtergelaten worden maar moet ze naar een opvangcentrum gebracht worden, volgens de gelden- de plaatselijke normen.
EN GEBRUIKSGEBIED Deze machine is een tuingereedschap en met name een grasmaaier met lopende bestuurder. De machine bestaat hoofdzakelijk uit een motor, die een snij-inrichting aanschakelt die beschermd is door een car- ter, voorzien van wielen en een handgreep. De bediener kan de machine besturen en de belangrijkste commando’s bedienen terwijl hij steeds achter de hand- greep blijft, en dus op veilige afstand van de draaiende snij-inrichting. Indien de bediener zich van de machine verwijdert, vallen de motor en de snij-inrichting na enkele seconden stil. Voorzien gebruik Deze machine is ontworpen en gebouwd om gras te maai- en (en op te vangen) in tuinen en zones met gras, met een grootte in verhouding met de maaicapaciteit, in aanwezig- heid van een lopende bediener. De aanwezigheid van toebehoren of specieke inrichtingen kan vermijden dat het gemaaide gras verzameld moet wor- den ofwel voor een “mulching” eect zorgen, waarbij het gemaaide gras op het terrein wordt achtergelaten. Type gebruiker Deze machine is bestemd voor gebruik door consumenten, d.w.z. door niet professionele bedieners. Deze machine is bestemd voor een amateuriëel gebruik. Onjuist gebruik Eender welk ander gebruik, dat afwijkt van wat hierboven beschreven is, kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan personen en/of zaken. De volgende situaties behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend): – vervoer van personen, kinderen of dieren op de machine; – zich door de machine laten vervoeren; – gebruik van de machine voor het aanslepen of aandu- wen van een last; – gebruik van de machine voor het verzamelen van bla- deren of afval; – gebruik van de machine voor het knippen van heggen of voor het maaien van andere vegetatie dan gras; – gebruik van de machine door meer dan één persoon te- gelijk; – de snij-inrichting aanschakelen op zones zonder gras. IDENTIFICATIELABEL
EN ONDERDELEN VAN DE MACHINE
(zie afbeeldingen op pag. ii)
14. Achterste aaatbeveiliging 14a. Zijdelingse aaatdeector (indien voorzien) 14b. Zijdelingse aaatbeveiliging (indien voorzien) 15. Opvangzak
19. Bedieningshendel aandrijving
Onmiddellijk na de aankoop van de machine, worden de identicatienummers (3 – 4 – 5) in de hiertoe bestemde ruimten op de laatste pagina van de handleiding genoteerd.4 Het voorbeeld van de verklaring van overeenstemming be- vindt zich op de voorlaatste pagina van de handleiding.
BESCHRIJVING VAN DE SYMBOLEN
OP DE KNOPPEN (indien aanwezig)
24. Stop motor 25. Aandrijving ingeschakeld
36. Signaalinrichting inhoud opvangzak omhoog (a) = leeg / omlaag (b) = vol VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN - Uw grasmaaier moet voorzichtig gebruikt worden. Daarom zijn er op de machi- ne pictogrammen aangebracht die u aan de belangrijkste veiligheidsvoorschriften herinneren. Hun betekenis is hier- onder weergegeven. Verder wordt u aanbevolen de veilig- heidsvoorschriften in het speciale hoofdstuk daarover in dit boekje zorgvuldig door te lezen. Vervang de beschadigde of onleesbare stickers. 41. Let op: Lees de handleiding alvorens de machine te gebruiken. 42. Risico wegschietende voorwerpen. Houd de personen buiten de werkzone tijdens het gebruik. 43. Gevaar voor snijwonden: Bewegende snij-inrichting. Steek uw handen of voeten niet in de holte van de snij- inrichting. Maak de dop van de bougie los en lees de aanwijzingen vóór eender welke onderhoudswerk- zaamheden of reparaties te verrichten. 44. Enkel voor grasmaaier met elektrische motor. 45. Enkel voor grasmaaier met elektrische motor. 46. Gevaar voor snijwonden: Snij-inrichting. Steek uw han- den of voeten niet in de holte van de snij-inrichting. GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN Voor de motor en de batterij (indien aanwezig) wordt verwezen naar de relatieve handleidingen. OPMERKING - De overeenkomst tussen de verwijzin- gen in de tekst en de bijbehorende afbeeldingen (op de pag. iii en daaropvolgende ) is gegeven door het nummer dat voor iedere paragraaf staat.
1. DE MONTAGE VERVOLLEDIGEN
OPMERKING De machine kan mogelijk geleverd worden met sommige onderdelen reeds gemonteerd. LET OP! De machine moet op een vlakke en so- lide ondergrond uitgepakt en gemonteerd worden, met voldoende bewegingsruimte voor de machine en de verpakking, en steeds met gebruik van geschikte werktuigen. De verpakking moet volgens de plaatselijk geldende be- palingen worden afgevoerd. Vervolledig de montage van de machine volgens de aan- wijzingen die samen met ieder te monteren onderdeel ge- leverd worden.
- Modellen met elektrisch start met toets Volg de aanwijzingen in de handleiding van de motor.
2. BESCHRIJVING VAN DE COMMANDO’S
OPMERKING De betekenis van de symbolen op de knop- pen wordt verklaard op de volgende pagina’s.
2.1 Versnellingsbediening
De gashendel wordt door middel van de hendel (1) be- diend. De standen van de hendel blijken uit het betreend plaatje. Voor enkele modellen is een motor zonder versnellings- hendel voorzien.
2.3 Bedieningshendel aandrijving
(indien aanwezig) Voor de modellen met aandrijving, wordt de grasmaaier gestart met de bedieningshendel (1) tegen de handgreep geduwd. De grasmaaier stopt met rijden als de hendel losgelaten wordt. De motor moet steeds met uitgeschakelde aandrijving ge- start worden.
2.4 Afstelling maaihoogte
De maaihoogte kan door middel van de speciale hendels (1) afgesteld worden. De hoogte moet voor de vier wielen gelijk zijn. U MAG DIT ENKEL DOEN ALS DE SNIJ-INRICHTING STIL STAAT.
OPMERKING Met deze machine kan men het gras op verschillende wijzen maaien; vooraleer het werk aan te van- gen, raadt men aan de machine af te stellen al naargelang de wijze waarop men het gras wil maaien. U MAG DIT ENKEL DOEN ALS DE MOTOR UITGESCHAKELD IS. 3.1a Voorbereiding voor het maaien en opvangen van het gras in de opvangzak: – Plaats de achterste aaatbeveiliging (1) omhoog en be- vestig de opvangzak (2) correct zoals aangegeven op de afbeelding. 3.1b Voorbereiding voor het maaien en aflaat van het gras achteraan: – Verwijder de opvangzak en zorg ervoor dat de achterste aaatbeveiliging (1) stabiel omlaag blijft. – Bij de modellen met mogelijkheid tot zijdelingse aaat: zorg ervoor dat de zijdelingse aaatbeveiliging (4) om- laag is.5 3.1c Voorbereiding voor het maaien en fijnmalen van het gras (“mulching” functie – indien voorzien): – Bij de modellen met mogelijkheid tot aaat: zorg ervoor dat de zijdelingse aaatbeveiliging (4) omlaag is. – Til de achterste aaatbeveiliging (1) op en voer de deec- tordop (5), lichtjes naar rechts hellend, in de aaatope- ning; zet hem met beide spillen (6) vast in de voorziene gaten tot u de vertanding (7) hoort vastklikken. Til de achterste aaatbeveiliging (1) op en druk in het mid- den om de vertanding (7) los te haken en de deectordop (5) te verwijderen. 3.1d Voorbereiding voor het maaien en zijdelingse uitlaat van het gras (indien voorzien): – Til de achterste aaatbeveiliging (1) op en voer de deec- tordop (5), lichtjes naar rechts hellend, in de aaatope- ning; zet hem met beide spillen (6) vast in de voorziene gaten tot u de vertanding (7) hoort vastklikken. – Plaats de zijdelingse aaatdeector (8) zoals aangege- ven op de afbeelding. – Hersluit de zijdelingse aaatbeveiliging (4) zodat de zij- delingse aaatdeector (8) geblokkeerd is. Til de achterste aaatbeveiliging (1) op en druk in het mid- den om de vertanding (7) los te haken en de deectordop (5) te verwijderen.
3.2 Starten van de motor
Voor het opstarten, volgt men de aanwijzingen in de hand- leiding van de motor
- Modellen met handmatige start Trek de remhendel van de snij-inrichting (1) tegen de hand- greep en geef een stevige ruk aan het handvat van de startkoord (2).
- Modellen met elektrisch start met sleutel Trek de remhendel van de snij-inrichting (1) tegen de hand- greep en verdraai de contactsleutel (3).
- Modellen met elektrisch start met toets Steek de consensussleutel (4) in zijn zitting, trek vervol- gens de hendel an de rem van de snij-inrichting (1) tegen de handgreep, druk op de startknop (5) en houd deze inge- drukt tot de motor opstart.
Het gazon zal er beter uitzien als het steeds op dezelf- de hoogte en afwisselend in de twee richtingen gemaaid wordt. Wanneer de opvangzak te vol wordt, wordt het gras niet meer eciënt opgevangen en verandert het geluid van de grasmaaier. Om de opvangzak te verwijderen en te ledigen, – schakel de motor uit en wacht tot de snij-inrichting stil staat; – de achterste aaatbeveiliging (2) omhoog plaatsen, de handgreep vastnemen en de opvangzak verwijderen; de opvangzak rechtop houden.
- In geval van “mulching” of uitlaat van het gras ach- teraan: vermijd steeds grote hoeveelheden gras af te snijden. Maai nooit meer dan een derde van de totale hoogte van het gras in een enkele beurt! Pas de rijsnel- heid aan de toestand van het grasveld en de hoeveelheid gemaaid gras aan.
- In geval van zijdelingse aflaat (indien voorzien): het is raadzaam een baan te volgen waarbij het gemaaide gras niet op het deel van het veld dat nog gemaaid moet worden, uitgelaten wordt
- In geval van opvangzak met signaalinrichting van de inhoud (indien voorzien): tijdens het werk, wanneer de snij-inrichting in beweging is, blijft de signaalinrichting omhoog zolang de opvangzak in staat is het gemaaide gras te ontvangen; wanneer de inrichting omlaag gaat, betekent dit dat de opvangzak vol is en dat hij geledigd moet worden. Raadgevingen voor de zorg van het gazon Iedere soort gras heeft verschillende kenmerken en er kun- nen dus verschillende werkwijzen nodig zijn om het gazon te verzorgen; lees steeds de aanwijzingen op de zaadver- pakkingen met betrekking op de maaihoogte, en al naarge- lang de groeicondities van de zone waar men werkt. Houd er rekening mee dat de meeste soorten gras uit een steel en een of meerdere bladeren bestaan. Als de blade- ren volledig afgemaaid worden, wordt het gazon bescha- digd en zal het moeilijker teruggroeien. Over het algemeen, gelden de volgende aanwijzingen: – een te laag maainiveau veroorzaakt scheuren en leegtes in het grasveld, en een “gevlekt” aspect”; – in de zomer, moet het gras hoger gemaaid worden om te vermijden dat het terrein uitdroogt; – maai het gras niet wanneer het nat is; dit zou de werk- zaamheid van de snij-inrichting verminderen omwille van het gras dat eraan vastkleeft en zou scheuren in het gras- veld veroorzaken; – indien het gras bijzonder hoog is, is het raadzaam eerst op de maximaal toegestane hoogte te maaien en ver- volgens een tweede maaibeurt te doen na twee of drie dagen.
3.4 Einde van het werk
Laat, na het werken, de hendel (1) van de rem los en maak het dopje van de bougie (2) los.
- Modellen met elektrisch start met sleutel Verwijder de contactsleutel (3).
- Modellen met elektrisch start met toets Duw op het lipje (5) en verwijder de consensussleutel (4). WACHT TOT DE SNIJ-INRICHTING STIL STAAT, vooral- eer eender welke ingreep uit te voeren.
Bewaar de grasmaaier op een droge plaats. BELANGRIJK Een regelmatig en zorgzaam onderhoud is onontbeerlijk om de veiligheid en originele performances van de machine mettertijd te behouden. Iedere ingreep voor afstelling of onderhoud moet uitge- voerd worden bij stilstaande motor, en na de kabel van de bougie losgemaakt te hebben. 1) Draag robuuste werkhandschoenen bij alle ingrepen voor reiniging, onderhoud of afstelling van de machine. 2) Reinig de machine zorgvuldig met water na ieder ge- bruik; verwijder de resten van gras en modder die bin- nen het chassis opgestapeld worden om te vermijden dat deze resten, wanneer ze opdrogen, een volgend op- starten moeilijk maken. 3) De verf aan de binnenkant van het chassis kan metter- tijd loskomen ten gevolge van de krassende actie van het gemaaide gras; in dit geval moet men onmiddellijk de veraag bijwerken met een antiroestverf, om de vor-6 In geval van eender welke twijfel of probleem, raadpleeg de meest nabije Klantendienst of uw Verkoper. ming van roest te voorkomen, die tot corrosie van het metaal zou kunnen leiden. 4) Indien toegang tot de binnenkant van de machine no- dig is, moet de machine op de kant die aangegeven is in de handleiding van de motor, gelegd worden, volgens de instructies. Bij de modellen met zijdelingse uitlaat, moet men de aaatdefector verwijderen (indien gemon- teerd - zie 3.1.d). 5) Giet geen benzine op de plastic onderdelen van de mo- tor of de machine, om schade te voorkomen en verwij- der onmiddellijk elk spoor van benzine dat eventueel ge- morst werd. De garantie dekt geen schade aan de plas- tic onderdelen, veroorzaakt door benzine. 6) Om de goede werking en levensduur van de machi- ne te verzekeren, is het raadzaam de olie an de mo- tor regelmatig te vervangen, volgens de frequentie die aangegeven is in de Handleiding van de motor zelf. De olie kan nabij een gespecialiseerd centrum afgelaten worden, ofwel door ze met een spuit uit de vulopening op te zuigen; houd er rekening mee dat het noodzake- lijk kan zijn deze handeling meerdere keren te herha- len om er zeker van te zijn dat de carter volledig leeg is. Verzeker u ervan dat de olie bijgevuld werd, vooral- eer de machine weer te gebruiken.
4.1 Onderhoud van de snij-inrichting
Iedere ingreep aan de snij-inrichting kan het best steeds door een gespecialiseerd centrum uitgevoerd worden, dat over het meest geschikte gereedschap beschikt. Voor deze machine is het gebruik van een snij-inrichting voorzien met de code die aangegeven is in de tabel op pagina ii. Gezien de ontwikkeling van het product, kan de boven ver- melde snij-inrichtingen in de loop van de tijd vervangen worden door een andere, met soortgelijke eigenschap- pen voor wat betreft verwisselbaarheid en functionele vei- ligheid. Monteer de snij-inrichting (2) weer met de code naar de grond gericht, in de volgorde die aangegeven is op de af- beelding. Draai de middelste schroef (1) aan met een 35-40 Nm dy- namometersleutel.
4.2 Regeling van de aandrijving
Voor de modellen met aandrijving wordt de juiste spanning van de riem verkregen met behulp van de moer (1), tot de aangewezen waarde verkregen wordt (6 mm).
- Modellen met elektrisch start met sleutel Om een platte batterij te herladen, verbindt men deze aan de batterijlader (1) volgens de instructies in de onderhouds- gids van de batterij. Sluit de batterijlader niet rechtstreeks aan op de klem van de motor. De motor kan niet gestart worden gebruik ma- kend van de batterijlader als voedingsbron, omdat deze laatste beschadigd kan worden. Als men voorziet de grasmaaier gedurende lange tijd niet te gebruiken, moet men de batterij loskoppelen van de be- kabeling van de motor, maar wel een degelijk laadniveau verzekeren.
- Modellen met elektrisch start met toets Volg de aanwijzingen in de handleiding van de motor.
LET OP! Voor uw eigen veiligheid is het strikt ver- boden enig ander toebehoren te monteren dan diege- ne in de volgende lijst aangegeven zijn en nadrukkelijk voor uw model en type machine ontworpen zijn.
5.1 Kit “Mulching” (indien niet bijgeleverd)
Versnippert het pas gemaaide gras en laat het achter op het terrein, als alternatief voor het opvangen in de opvang- zak (voor machines die hiervoor voorzien zijn).
Wat te doen bij … Oorsprong van het probleem Oplossing
1. De bezinegrasmaaier werkt niet
Er is geen olie of benzine in de motor Controleer het oliepeil en het benzinepeil De bougie en de filter zijn niet in goede staat Reinig de bougie en de filter die mogelijk vervuild zijn of vervang ze De benzine werd niet uit de grasmaaier gehaald aan het einde van het vorige seizoen De drijver is mogelijk geblokkeerd; kantel de grasmaaier naar de kant van de carburator
2. Het gemaaide gras komt niet meer in de
opvangzak terecht De snij-inrichting heeft stoten ondergaan De snij-inrichting bijslijpen of vervangen. Controleer de vleugels die het gras naar de opvangzak sturen De binnenkant van het chassis is vuil Maak de binnenkant van het chassis schoon zodat het gras makkelijker naar de opvangzak afgevoerd wordt
3. Het maaien verloopt moeizaam
De snij-inrichting is niet in goede staat De snij-inrichting bijslijpen of vervangen.
4. De machine begint op abnormale wijze begint te
trillen Beschadiging of losgekomen delen Schakel de motor uit en koppel de kabel van de bougie los Controleer eventuele beschadigingen; Controleer of er delen losgekomen zijn en schroef ze weer vast. Voer de controles, vervangingen of herstellingen uit bij een Gespecialiseerd Centrum1 SIKKERHETSBESTEMMELSER Må følges nøye
EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)1. Het bedrijf 2. Verklaart onder zijn eigen verantwoordelijkheid dat de machine: Lopend bediende grasmaaier / grasmaaier a) Type / Basismodel b) Handelsmodel c) Bouwjaar d) Serienummer e) Motor: benzinemotor 3. Voldoet aan de specificaties van de richtlijnen: f) Certificatie-instituut g) EG-onderzoek van het Type 4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde normen i) Gemeten niveau van geluidsvermogen j) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen k) Snijbreedte q) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier r) Plaats en Datum
Notice-Facile