A 530 A SP HW IS - Grasmaaier Wolf Garten - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis A 530 A SP HW IS Wolf Garten in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding A 530 A SP HW IS - Wolf Garten en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. A 530 A SP HW IS van het merk Wolf Garten.
GEBRUIKSAANWIJZING A 530 A SP HW IS Wolf Garten
- Inhoudsopgave Voor uw veiligheid p. 33
- Monteren p. 35
- Bediening p. 35
- Tips voor het verzorgen van het gazon p. 39
- Transporteren p. 39
- Reiniging/Onderhoud p. 39
- Buiten bedrijf stellen p. 40
- Garantie p. 41
- Informatie over de motor p. 41
- Storingen herkennen en oplossen Gegevens op het typeplaatje Deze gegevens zijn belangrijk om vast te stellen welk type zitmaaier u hebt bij het bestellen van vervangingsonderdelen en voor de klantenservice. U vindt het typeplaatje in de buurt van de motor. Vul alle gegevens van het typeplaatje van uw machine in het onderstaande vakje in. Deze en andere gegevens over het apparaat vindt u in de aparte CE- conformiteitsverklaring die deel uitmaakt van deze gebruiks- aanwijzing. Afbeeldingen Vouw de pagina's met afbeel- dingen aan het begin van de gebruiksaanwijzing open. In deze gebruiksaanwijzing worden verschillende modellen beschreven. Details van afbeel- dingen kunnen verschillen van de door u gekochte machine. Voor uw veiligheid Juist gebruik van de machine Deze machine is uitsluitend bestemd – voor gebruik overeenkomstig de beschrijvingen en veiligheids- voorschriften in deze gebruiks- aanwijzing; – voor het maaien van gazons in particuliere tuinen. Elk ander gebruik is geen gebruik volgens de voorschriften. Het gebruik anders dan volgens de voorschriften heeft het vervallen van de garantie en afwijzing van elke verantwoordelijkheid van de zijde van de fabrikant tot gevolg. De gebruiker is aansprakelijk voor alle schade van derden en van hun eigendom. Bij eigenmachtige veranderingen van de machine bestaat geen aansprakelijkheid van de fabrikant voor daaruit voortkomende schade. Neem de veiligheids- en bedieningsvoorschriften in acht Lees als gebruiker van deze machine de gebruiksaanwijzing voor het eerste gebruik zorgvuldig door. Handel volgens de voor- schriften en bewaar de gebruiks- aanwijzing voor later gebruik. Geef kinderen of andere personen die deze gebruiksaanwijzing niet kennen nooit toestemming om deze machine te gebruiken. Geef de gebruiksaanwijzing met de machine mee aan een nieuwe eigenaar. Algemene veiligheids- voorschriften In dit hoofdstuk vindt u algemene veiligheidsvoorschriften. Waarschuwingen die betrekking hebben op bepaalde onderdelen van de machine, op functies of op handelingen, vindt u op de desbetreffende plaats in deze gebruiksaanwijzing. Veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen voor motor, accu en accuoplaadapparaat vindt u in het meegeleverde motorhandboek. Voordat u de machine in gebruik neemt Personen die deze machine gebruiken, mogen niet onder invloed zijn van alcohol, drugs of medicijnen. Personen jonger dan 16 jaar mogen het apparaat niet bedienen en mogen geen overige werkzaam- heden zoals onderhouds-, reinigings- of instelwerkzaam- heden aan het apparaat uitvoeren. Plaatselijke bepalingen kunnen de minimumleeftijd van de gebruikers vastleggen. Deze machine is niet bestemd om te worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met beperkt fysieke, sensorische of geestelijke vermogens, met gebrekkige ervaring en/of gebrekkige kennis, tenzij onder toezicht van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon of voorzien van aanwij- zingen van deze persoon ten aanzien van het gebruik van de machine. Er dient op te worden toegezien dat kinderen niet met deze machine spelen. Maak uzelf voor het begin van de werkzaamheden vertrouwd met alle voorzieningen en bedienings- elementen en hun functies. Bewaar brandstof alleen in daarvoor goedgekeurde tanks en nooit in de buurt van een verwarmingsbron (bijvoorbeeld een oven of warm-waterboiler). Vul de tank uitsluitend buitenshuis. Vul de tank nooit met benzine als de motor loopt of heet is. Vervang een beschadigde uitlaat, tank of tankdeksel. Controleer voor gebruik, – of de grasvanger werkt en de uitwerpklep goed sluit. Vervang versleten of ontbrekende delen onmiddellijk.Nederlands Gebruiksaanwijzing – Gazonmaaier met verbrandingsmotor – of maaigereedschappen, bevestigingsbouten en de hele maai-eenheid versleten of beschadigd zijn. Laat versleten of beschadigde onderdelen door een gespecialiseerd bedrijf altijd alleen per set vervangen om onbalans uit te sluiten.Het meegeleverde oplaadapparaat is uitsluitend bestemd voor het opladen van de in de machine gebruikte accu. De accu mag alleen door dit oplaadapparaat worden opgeladen.Vervangingsonderdelen en toebehoren moeten voldoen aan de door de fabrikant vastgelegde eisen. Gebruik daarom alleen originele vervangingsonderdelen en origineel toebehoren of de door de fabrikant toegelaten ver-vangingsonderdelen en toebehoren.Laat reparaties uitsluitend uitvoeren door een gespecialiseerd bedrijf. Tijdens de werkzaamheden met de machine Tijdens werkzaamheden met of aan de machine moet u passende werkkleding dragen, zoals:– stevige schoenen,– lange broek,– nauwsluitende kleding,– gehoorbescherming,– veiligheidsbril.Alle veiligheidsvoorzieningen moeten altijd volledig en zonder gebreken op de machine zijn aangebracht.Verander de veiligheidsvoor-zieningen niet.Gebruik de machine alleen in de door de fabrikant voorgeschreven en geleverde technische toestand.Verander nooit de in de fabriek ingestelde instellingen van de motor.Voorkom open vuur en vonkvorming en rook niet. Altijd voor werkzaamheden aan deze machine Ter bescherming tegen verwondingen altijd voor werkzaamheden (bijvoorbeeld onderhouds- en instelwerkzaam-heden) aan deze machine en het verplaatsen (bijvoorbeeld optillen of dragen) van de machine– de motor uitschakelen,– trek de sleutel (indienaanwezig) uit het contactslot,– wacht tot alle bewegende delen volledig tot stilstand zijn gekomen en de motor is afgekoeld,– trek de bougiestekker van de motor los op onbedoeld starten van de motor te voorkomen,– de startaccu van de motor verwijderen,– neem de aanvullende veiligheidsvoorschriften in het motorhandboek in acht. Na gebruik van de machine Verlaat de machine nooit zonder de motor uit te zetten en (indien aanwezig) de sleutel uit het contactslot te trekken. Veiligheidsvoorzieningen Afbeelding 1 Gevaar Gebruik nooit een machine met beschadigde veiligheidsvoor- zieningen of zonder dat deze zijn gemonteerd. Veiligheidsbeugel (1) De veiligheidsbeugel dient voor uw veiligheid om motor en messen in een noodgeval te stoppen. Er mag niet worden geprobeerd om deze functie uit te schakelen. Uitwerpklep (2) of botsbeveiliging (3) De uitwerpklep of botsbeveiliging beschermt u tegen verwondingen door het maaimechanisme en naar buiten geslingerde voorwerpen. De machine mag alleen worden gebruikt met de uitwerpklep of botsbeveiliging. Symbolen op de machine Op de machine vindt u diverse stickers met symbolen. Deze hebben de volgende betekenis:Let op! Lees de gebruiksaanwijzing vóór de ingebruik-neming.Houd derden uit de buurt van het gevaarlijke gebied.Schakel de motor uit en trek de sleutel uit het contact vóór alle werkzaamheden aan de machine en voordat u de machine verlaat.Neem de aan-vullende aanwij-zingen in het hoofdstuk „Voor uw veiligheid” in acht.Trek voor werkzaam-heden aan de maai-gereedschappen de bougiestekker los. Houd vingers en voeten uit de buurt van de maaigereed-schappen. Schakel de machine uit en trek de bougietrekker los voordat u de machine instelt, schoonmaakt of controleert.Verwondingsgevaar – werk alleen met een gemonteerde bots-beveiliging. p. 41
!Gebruiksaanwijzing – Gazonmaaier met verbrandingsmotor Nederlands
Verwondingsgevaar – werk alleen met een gemonteerde achter- beugel. Verwondingsgevaar – werk alleen met een gemonteerde uitwer- popening. Zorg ervoor dat de symbolen op de machine altijd goed leesbaar zijn. Symbolen in de gebruiksaanwijzing In deze gebruiksaanwijzing worden symbolen gebruikt die op gevaren of op belangrijke aanwijzingen wijzen. Deze symbolen hebben de volgende betekenis: Gevaar U wordt gewezen op gevaren die samenhangen met de beschreven handeling. Er bestaat verwon- dingsgevaar voor personen. Let op U wordt gewezen op gevaren die samenhangen met de beschreven handeling en waarbij schade aan de machine kan ontstaan. Aanwijzing Geeft belangrijke informatie en gebruikstips aan. Monteren De montage van de machine wordt getoond op een apart bijgevoegd blad met afbeeldingen. Afvoeren Verpakkingsresten, oude appa- raten, enz. moeten volgens de geldende voorschriften worden afgevoerd. Bediening Raadpleeg ook de aanwijzingen in het handboek bij de motor. Gevaar Ongeval – Personen, kinderen of dieren mogen zich bij het maaien nooit in de buurt van de machine bevinden. Verwondingsgevaar door naar buiten geslingerde stenen of andere voorwerpen. Val – Gebruik de machine alleen stapvoets. – Wees bijzonder voorzichtig als u achteruit maait en u de machine naar u toe trekt. – Bij het maaien op steile hellingen kan de machine kantelen en u kunt gewond raken. Maai altijd dwars op een helling, nooit omhoog of omlaag. Maai niet op hellingen met een stijging van meer dan 20 procent. – Wees bijzonder voorzichtig wanneer u van rijrichting verandert en let altijd op dat u stevig staat. – Er bestaat verwondingsgevaar bij het maaien aan de grens van een gazon. Maaien in de buurt van randen, heggen of steile hellingen is gevaarlijk. Houd bij het maaien de veiligheidsafstand aan. – Bij het maaien van nat gras kan de machine wegglijden door verminderde grip op de grond en u kunt vallen. Maai alleen als het gras droog is. – Werk alleen bij daglicht of bij voldoende kunstlicht. Verwonding – De door de stuurstang gegeven veiligheidsafstand tot het rond- lopende gereedschap moet altijd in acht worden genomen. – Het werkbereik van de bediener bevindt zich tijdens gebruik achter de stuurstang. – Houd nooit uw handen of voeten onder draaiende delen. – Gebruik de machine niet bij slechte weersomstandigheden of bij kans op regen of onweer. – Stop de motor en wacht tot het maaigereedschap tot stilstand is gekomen: – voordat u de machine kantelt, – voor het verplaatsen van de machine over een ander oppervlak dan gras. – Zet de motor uit. Om onbedoeld starten van de motor te voor- komen: contactsleutel (indien aanwezig) uit het contact trekken, motor laten afkoelen en bougie lostrekken, – voordat u verstoppingen en blokkeringen uit de uitwer- popening verwijdert, – voordat u de gazonmaaier controleert, reinigt of instelt en voordat u werkzaamheden aan de machine uitvoert, – als een voorwerp is geraakt. Controleer de gazonmaaier op schade en breng de maaier in het geval van schade naar een reparatiebedrijf. – als de machine ongewoon te trillen begint. Controleer de machine onmiddellijk. – Til of draag nooit een machine met lopende motor. – Controleer het gebied waar wordt gewerkt en verwijder alle voor- werpen die meegenomen en weggeslingerd kunnen worden. – Als het maaigereedschap een voorwerp (bijvoorbeeld een steen) raakt of als de machine ongewoon begint te trillen: Zet de motor uit. Machine vóór verder gebruik door een gespecialiseerde werkplaats op schade laten onderzoeken. – Ga bij een sikkelmaaier nooit voor de grasuitwerpopening staan.
!Nederlands Gebruiksaanwijzing – Gazonmaaier met verbrandingsmotor
Machines met grasvanger: – Bij het verwijderen van de grasvanger kunt uzelf of kunnen anderen door naar buiten geslingerd maaigoed of door een voorwerp gewond raken. Maak de grasvanger nooit leeg terwijl de motor loopt. Schakel de machine uit. Verstikkingsgevaar door koolmonoxyde! Laat de verbrandingsmotor alleen buitenshuis lopen. Explosie- en brandgevaar – Benzinedampen zijn explosief en benzine is zeer brandbaar. – Voeg brandstof toe voordat u de motor start. Houd de tank gesloten wanneer de motor loopt of nog heet is. – Tank alleen met brandstof vullen als de motor is uitgeschakeld en afgekoeld. Voorkom open vuur en vonkvorming en rook niet. Vul de tank uitsluitend buitenshuis. – Als brandstof is gemorst, mag u de motor niet starten. Verwijder de machine van de plaats waar de brandstof is gemorst en wacht tot de brandstofdampen ver- vluchtigd zijn. – Ter voorkoming van brand- gevaar dient u de volgende delen vrij van gras en naar buiten komende olie te houden: – Motor – Uitlaat – Batterijen/accu's – Benzinetank. Gevaar voor struikelen – Gebruik de machine alleen stapvoets. Let op Schade aan de machine – Stenen, rondslingerende takken en andere voorwerpen kunnen leiden tot schade aan de machine en aan de werking daarvan. Verwijder vaste voorwerpen uit het gebied waar wordt gewerkt. – Gebruik de machine uitsluitend als deze geheel in orde is. Controleer de machine optisch voor ieder gebruik. Controleer in het bijzonder of veiligheids- voorzieningen, bedienings- elementen en schroefverbin- dingen niet beschadigd zijn en goed vastzitten. Vervang beschadigde delen voor het gebruik. – Nooit een accu gebruiken die vervormd, gevallen of beschadigd is. – Accu en oplaadapparaat niet blootstellen aan regen of vocht. Gebruikstijden Neem de geldende voorschriften met betrekking tot gebruikstijden in acht (vraag eventueel na bij uw gemeente). Positieaanduidingen Bij het aangeven van posities op de machine (links, rechts, enz.) gaan wij altijd uit van de geleidingsstang gezien in de werkrichting van de machine. Voor de eerste ingebruikneming Vullen met motorolie Let op De machine wordt in verband met het transport zonder motorolie geleverd. Voeg daarom voor de eerste ingebruikneming motorolie toe. Zie daarvoor het motor- handboek. Accu opladen (machines met elektrische start) Alle aanwijzingen en informatie betrekking tot accu en oplaad- apparaat uit het motorhandboek in acht nemen en opvolgen. Gevaar voor brandwonden en vergiftiging Er moet rekening mee worden gehouden dat In uitzonderlijke gevallen vloeistoffen of gassen naar buiten komen. Gevaar voor stroomschok Controleer het oplaadapparaat voor elk gebruik op beschadigingen aan de buitenkant. Gebruik nooit een oplaadapparaat dat beschadigd of gevallen is. Let op – Het oplaadapparaat moet overeenkomstig de gegevens op het typeplaatje worden aangesloten op een stroomnet van 220–230 V en 50 Hz. – Accu en oplaadapparaat beschermen tegen vocht, regen, sneeuw en vorst. – Accu alleen in een goed geventileerde en droge ruimte opladen. – Verbinding van het oplaad- apparaat met het stroomnet verbreken nadat u de accu heeft verwijderd. – Nooit voorwerpen in de contacten van de accu steken. – Verbreek de verbinding met het stroomnet voordat u werkzaam- heden aan het oplaadapparaat uitvoert. – Accu en oplaadapparaat niet openen. Alle werkzaamheden aan accu en oplaadapparaat laten uitvoeren door een gespecialiseerd bedrijf. Afbeelding 2 Voor het eerste gebruik van het gereedschap de accu ca. 1 uur opladen. Gebruik alleen het meegeleverde oplaadapparaat. Aanwijzing Uitgebreide informatie met betrekking tot opladen en accutoestandsindicatie vindt u in het motorhandboek. Weggooien van het oplaadapparaat Voor het oplaadapparaat gelden de voorschriften voor het weggooien van elektrische apparaten. Neem de plaatselijke voorschriften in acht.
!Gebruiksaanwijzing – Gazonmaaier met verbrandingsmotor Nederlands
Instelwerkzaamheden voor elk gebruik Verwondingsgevaar Altijd voor werkzaamheden aan deze machine – Zet de motor uit. – Trek de sleutel (indien aanwezig) uit het contactslot. – Wacht tot alle bewegende delen volledig tot stilstand gekomen zijn. – De motor moet afgekoeld zijn. Zet de motor uit om onbedoeld starten van de motor te voorkomen. – Startaccu van de motor verwijderen. Grasvanger bevestigen (alleen bij machines met grasvanger) Afbeelding 11 Uitwerpklep optillen en de grasvanger bevestigen. Maaihoogte instellen Let op Maaihoogte bij oneffen terrein zodanig kiezen dat het maaimes nooit met de bodem in aanraking komt. Afbeelding 3 Stel de maaihoogte van het gras naar wens in. Instelmogelijkheid (afhankelijk van het model) van ca. 3 tot maximaal 9cm. Aanwijzing Stel bij machines met wiel- verstelling alle wielen op dezelfde hoogte in. Model A Bevestig de wielen in de gewenste positie. Modell B Trek aan de stip en laat deze in de gewenste stand vastklikken. Model C Duw de hendel van de centrale hoogteverstelling vooruit of achteruit en laat deze in de gewenste stand vastklikken. Voorwielen vergrendelen (alleen machines met vergrendelbare voorwielen) Afbeelding 4 Wielen vergrendelen om rechtdoor te rijden – Wielen naar voren en beugel in het grote gat. Wielen vrij beweegbaar – Beugel in het kleine gat. Tanken en oliepeil controleren Benzine, loodvrij tanken (zie motorhandboek 20). Vul de brandstoftank maximaal tot 2 cm onder de rand van de vulopening. Sluit de brandstoftank stevig af. Controleer het oliepeil. Voeg indien nodig olie toe (zie het handboek van de motor). Batterijvak op motor reinigen Vreemde voorwerpen en vuil op het batterijvak met een doek en borstel verwijderen. Motor starten Afbeelding 5 Gevaar Ter bescherming tegen verwondingen, – start de motor niet als u voor de uitwerpopening staat; – houd handen en voeten uit de buurt van het maaimechanisme; – breng nooit handen of voeten of andere lichaamsdelen in de buurt van draaiende delen. Houd u altijd uit de buurt van de uitwerpopening. Voordat u de motor start, koppelt u alle maaigereedschappen en aandrijvingen los. Kan de machine niet bij het starten. Plaats de machine op een egaal oppervlak met bij voorkeur kort of weinig gras. Aanwijzingen betreffende de motor – Neem de informatie in de gebruiksaanwijzing van de motor in acht. – Enkele modellen hebben geen gashendel, het toerental wordt automatisch ingesteld. De motor loopt altijd moet optimaal toerental. Startaccu in het batterijvak van de motor plaatsen tot deze vastklikt – afbeelding 5A. Open de benzinekraan (indien aanwezig). Zet de gashendel (indien aanwezig) op /max – afbeelding 5B. Ga achter de machine staan, druk de veiligheidsbeugel in en houd deze vast – afbeelding 5C. Contactsleutel op stuurstang bedienen tot de motor aanspringt (startpoging max. 5 seconden, tot de volgende poging minstens 1 minuut wachten) – afbeelding 5C. Als de motor loopt: Zet na het starten van de motor de gashendel (indien aanwezig) tussen /max en /min om de motor kort te laten warm- lopen. Zet voor het maaien van het gazon de gashendel (indien aanwezig) op volgas. Aanwijzing Zie het motorhandboek voor meer informatie over de bediening van de motor. Motor stoppen Afbeelding 7 Zet de gashendel (indien aanwezig) in stand /min. Laat de veiligheidsbeugel los. De motor en de messen stoppen na korte tijd. Met de machine werken Wielaandrijving in- en uitschakelen (alleen bij machines met aange- dreven wielen) Afbeelding 6A, B, C Wielaandrijving inschakelen
Aan hendel/beugel trekken en deze vasthouden.
!Nederlands Gebruiksaanwijzing – Gazonmaaier met verbrandingsmotor
Wielaandrijving uitschakelen
Hendel/beugel loslaten. Aanwijzing voor machines overeenkomstig afbeelding 6C Voor het in- en uitschakelen kunnen de linker- of de rechter- hendel resp. beide hendels samen gebruikt worden. Aanwijzing Vanwege de constructie kan het voorkomen dat bij het terugtrekken van het gereedschap de achter- wielen een verhoogde weerstand bezitten. Dit is geen fout van de machine, maar een technisch noodzakelijk verschijnsel. Oplossing (afhankelijk van het model).: Machine zonder aange- trokken aandrijfbeugel eerst een beetje naar voren duwen en vervolgens naar achteren. Aandrijfsnelheid van de wielaandrijving veranderen (afhankelijk van uitvoering) Let op Schade aan de machine Voer de instelling alleen uit als de motor loopt. Afbeelding 6D, E Kies met de kleine hendel tussen verschillende snelheidsstanden (1/min/ en 4/max/ ). Afbeelding 6F, G Kies met de hendel tussen de snelheidsstanden (1/min/ und 4/max/ ). Aanwijzing Door een technische oorzaak kan het voorkomen dat de snelheid slechts moeilijk veranderd kan worden terwijl de machine stilstaat. Oplossing: Aandrijfbeugel aantrekken en snelheidsstand kiezen. Grasvanger verwijderen en leegmaken (bij machines met grasvanger) Afbeelding 11 Als er maaigoed op de grond blijft liggen of de vulpeilindicatie (optioneel, afbeelding 12) aangeeft dat de mand vol is: Laat de veiligheidsbeugel los en wacht tot de motor stilstaat. Uitwerpklep optillen en de grasvanger verwijderen. Grasvanger leegmaken. Werken zonder grasvanger Indien u de grasvanger verwijdert, klapt de uitwerpklep naar beneden. Bij werkzaamheden zonder gras- vanger wordt het maaigoed rechtstreeks naar beneden uitgeworpen. Ombouwen voor mulchen (bij machines met optioneel mulchtoebehoren) Machines met achterwaartse uitworp: Afbeelding 8A Til de uitwerpklep omhoog. Grasvanger verwijderen. Zet de mulchspie in (afhankelijk van het model). Laat de uitwerpklep omlaag. Aanwijzing Modellen met geïntegreerde mulchfunctie hebben geen aparte mulchspie nodig. Deze functie wordt overgenomen door een speciaal gevormde achterklep (afbeelding 8B). Machines met zijwaartse uitworp: Afbeelding 9 Monteer de botsbescherming/ mulchsluiting in plaats van de zijwaartse uitworp (afbeelding 9A).
Verwijder de zijwaartse uitworp. De botsbescherming/mulch- sluiting sluit automatisch (afbeelding 9B). Machines ombouwen voor zijwaartse uitworp (afhankelijk van uitvoering) Indien aanwezig: Grasvanger verwijderen en klep van achterwaartse uitworp omlaag zetten. Botsbescherming/mulchsluiting omhoog zetten en zijwaartse uitworp monteren (afbeelding 9C). Na beëindiging van de werkzaamheden Trek de sleutel (indien aanwezig) uit het contactslot. Wacht tot alle bewegende delen volledig tot stilstand zijn gekomen en de motor is afgekoeld. Sluit de benzinekraan (in dien aanwezig, zie de gebruiks- aanwijzing van de motor). Trek de bougiestekker van de motor los. Grasvanger leegmaken. Startaccu van de motor verwijderen – afbeelding 16. Accu indien nodig opladen. Afbeelding 17 Druk op de toets (1) van de accu om de accuoplaadtoestand te controleren. De LED (2) geeft ongeveer de oplaadtoestand aan. Als de LED knippert, de accu onmiddellijk opladen. Aanwijzing Zet de machines alleen met een afgekoelde motor in een gesloten ruimte.Gebruiksaanwijzing – Gazonmaaier met verbrandingsmotor Nederlands
Tips voor het verzorgen van het gazon Enkele tips om uw gazon gezond en gelijkmatig te laten groeien. Maaien Gazon bestaat uit verschillende soorten gras. Als u vaak maait, bevordert dit de groei van gras met stevige wortels. Als u zelden maait, ontwikkelen zich lange grassoorten en ander onkruid (zoals klaver en madeliefjes). De normale hoogte van een gazon bedraagt 4 tot 5 cm. Maai slechts een derde van de totale hoogte. Dus bij 7–8 cm op normale hoogte maaien. Het gazon niet korter maaien dan 4 cm omdat het anders bij droog weer beschadigd raakt. Lang gras (bijvoorbeeld na de vakantie) in verschillende beurten tot normale lengte maaien. Bij het maaien de maaibanen altijd iets laten overlappen. Mulchen (met toebehoren) Het gras wordt bij het maaien in kleine stukjes van ca. 1 cm gesneden en blijft liggen. Het gazon krijgt zo de beschikking over veel voedingsstoffen. Voor een optimaal resultaat moet het gazon altijd kort worden gehouden. Zie ook het gedeelte „Maaien”. Neem de volgende aanwijzingen in acht bij het mulchen: – Maai geen nat gras. – Maai nooit meer dan 2 cm van de totale lengte van het gras. – Rijd langzaam. – Gebruik het maximale toerental. – Reinig het maaimechanisme regelmatig. Transporteren Korte stukken handmatig Gevaar Voorwerpen kunnen door het draaiende maaiwerk worden meegenomen en weggeslingerd en daardoor schade veroorzaken. Als u de machine wilt verplaatsen over andere oppervlakken dan gras, dient u eerst de motor te stoppen. Met een voertuig Gevaar Altijd vóór het transport motor stoppen en laten afkoelen. De bougiestekker lostrekken. Vervoer de machine niet in een gekantelde positie. Zorg ervoor dat de machine bij transport op of in een voertuig niet kan gaan schuiven. Vervoer de machine alleen met een lege brandstoftank. Tankdop moet stevig afgesloten zijn. Machines met uitklapbare stang: Afbeelding 10 Door de stuurstang samen te klappen, kunt u de machine makkelijker opbergen. Reiniging/Onderhoud Gevaar Ter voorkoming van verwondingen, voor alle werkzaamheden aan de machine – de motor uitschakelen, – trek de sleutel (indien aanwezig) uit het contactslot, – wacht tot alle bewegende delen volledig tot stilstand zijn gekomen en de motor is afgekoeld, – trek de bougiestekker van de motor los op onbedoeld starten van de motor te voorkomen. – Startaccu van de motor verwijderen, – neem de aanvullende veilig- heidsvoorschriften in het motorhandboek in acht. Gevaar Laat ter bescherming tegen verwondingen door het maai- mechanisme alle werkzaamheden zoals het vervangen of slijpen van het maaimes alleen uitvoeren door een gespecialiseerd reparatie- bedrijf (speciaal gereedschap vereist). Aandraaimoment van de messenschroef: – 51–68 Nm (gazonmaaier met stalen huis) – 36–44 Nm (gazonmaaier met kunststof huis) Let op Kantel de machine altijd zo dat de bougie omhoog wijst, zodat er door brandstof of olie geen schade aan de motor ontstaat. Onderhoud Let op Neem de onderhoudsvoorschriften in het motorhandboek in acht. Laat de machine aan het einde van het seizoen nazien en onderhouden door een onderhoudsbedrijf. Alle reparaties alleen door een gespecialiseerd bedrijf laten uitvoeren. Let op Gevaar voor het milieu door motorolie. Geef na het olieverversen de oude olie af bij een inzamelplaats voor oude olie of een afvalverwerkings- bedrijf. Milieugevaar door batterijen en accu's. Lege batterijen en accu's horen niet bij het huisvuil. Geef lege batterijen en accu's af bij uw leverancier of een verwerkings- bedrijf. Verwijder de batterijen of accu's voordat het apparaat naar de sloop gaat. Aanwijzing Neem de controle- en onderhouds- intervallen in de gebruiks- aanwijzing van de motor in acht. Sommige modellen zijn voorzien van een elektronische onder- houdsindicatie (afbeelding 13). Neem naast de onderhouds- aanwijzingen in de gebruiks- aanwijzing ook de onderhouds- indicaties in acht. Zie voor bediening en overige informatie de aparte gebruiksaanwijzing van de onderhoudsindicatie.
!Nederlands Gebruiksaanwijzing – Gazonmaaier met verbrandingsmotor
Voor elk gebruik Oliepeil controleren. Indien nodig olie bijvullen. Schroefverbindingen op stevig vastzitten controleren. Indien nodig vastdraaien. Veiligheidsvoorzieningen controleren. Vreemde voorwerpen en vuil van het batterijvak op de motor met een doek en borstel verwijderen.Controleer het ingrijppunt van de koppeling:(alleen bij machines met aangedreven wielen)– Als de motor draait en de wielaandrijving uitgeschakeld is, mag de machine niet vooruit bewegen.– Als de motor draait en de wielaandrijving ingeschakeld is, moet de machine vooruit rijden.Afbeelding 15 Indien nodig ingrijppunt met kartelwiel/stelmoer op wielaandrijfhendel (afhankelijk van uitvoering aan onderzijde van de schakelconsole) of bowdenkabel instellen.AanwijzingBij enkele modellen is geen instelmogelijkheid aanwezig. Na de eerste 2–5 bedrijfsuren Vervang de olie. Zie het meegeleverde motorhandboek. Elke keer na het maaien of indien nodig Accu opladen. Eenmaal per seizoen Ververs de olie. Zie het meegeleverde motorhandboek. Smeer de scharnierpunten en de draaiveer van de uitwerpklep. Laat de machine aan het einde van het seizoen nazien en onderhouden door een onder-houdsbedrijf. Laat accu en oplaadapparaat regelmatig (minstens 1x per jaar) door een gespecialiseerd bedrijf controleren. Reiniging Let op Reinig de machine na elk gebruik. Een niet-gereinigde machine veroorzaakt materiaalschade en functiestoringen. Gebruik voor het reinigen geen hogedrukreiniger. Grasvanger reinigen (alleen bij machines met grasvanger)Het eenvoudigst is de reiniging meteen na het maaien. De grasvanger verwijderen en leegmaken. De grasvanger kan worden gereinigd met een krachtige waterstraal uit de tuinslang. De grasvanger voor het volgende gebruik grondig laten drogen. Gazonmaaier reinigen Gevaar Werkzaamheden aan de messen kunnen verwondingen veroor- zaken. Draag ter bescherming werkhandschoenen. Let op Kantel de machine altijd zo dat de bougie omhoog wijst, zodat er door brandstof of olie geen schade aan de motor ontstaat. De machine niet met water afspuiten. Anders kunnen elektrische delen beschadigd raken. Accu en oplaadapparaat tegen vocht beschermen. Reinig de machine indien mogelijk altijd meteen na het maaien.Batterijvak op motor reinigen Vreemde voorwerpen en vuil van het batterijvak op de motor met een doek en borstel verwijderen.Machines zonder dekwassysteem: Reinig de maairuimte en de uitwerpklep met een borstel, handveger of lap. Zet de machine op de wielen en verwijder alle zichtbare gras- en vuilresten.Machines met dekwassysteem:Afbeelding 14Gazonmaaiers met dekwassysteem zijn uitgevoerd met een water-aansluiting. Daarmee kunnen grasresten van de onderzijde van het maaidek worden afgespoeld en kan aanslag van corroderende chemicaliën worden voorkomen. Na het maaien als volgt te werk gaan: Machine op een egaal oppervlak zonder grind, stenen enz. neerzetten.AanwijzingUitwerpschacht mag niet naar huizen, garages en dergelijke gericht zijn. Een in de handel verkrijgbare slangadapter (optioneel meegeleverd) aan een waterslang monteren en aan de wateraansluiting van het maaidek aansluiten. Waterkraan opendraaien. Motor starten en enkele minuten laten lopen. Motor stoppen en waterslang van machine losmaken.Na het reinigen: Motor starten en enkele minuten laten lopen om de onderzijde van het maaidek te drogen. Motor stoppen. Buiten bedrijf stellen Gevaar Explosie- en brandgevaar. Bewaar de machine met brandstof (benzine) in de tank nooit in ruimten waarin brandstofdampen met open vuur of vonken in aanraking kunnen komen. Let op Schade aan de machine. – Zet de machine weg met een afgekoelde motor en alleen in een schone en droge ruimte. – Bescherm de machine tegen roest wanneer deze langdurig wordt opgeborgen, bijvoorbeeld tijdens de winter.
!Gebruiksaanwijzing – Gazonmaaier met verbrandingsmotor Nederlands
– Accu en oplaadapparaat op een koele en droge plaats bewaren. – Accu en oplaadapparaat beschermen tegen vocht, regen, sneeuw en vorst. Na het seizoen of indien de machine langer dan een maand niet wordt gebruikt: Laat de brandstof in een geschikte bak lopen en behandel de motor zoals beschreven in het motorhandboek, Let op Tap de brandstof alleen buitenshuis af. Machine en grasvanger reinigen. Alle metalen onderdelen ter bescherming tegen roest afvegen met een lap met olie (zonder hars) of met oliespray inspuiten. Accu opladen. Garantie In elk land gelden de garantie- bepalingen die door onze maatschappij of importeur worden uitgegeven. Storingen aan uw apparaat verhelpen wij kosteloos in het kader van de garantie, indien een materiaal- of produktiefout hiervan de oorzaak is. Neem voor een reparatie binnen de garantietermijn contact op met uw leverancier of de dichtstbijzijnde vestiging. Informatie over de motor De fabrikant van de motor is aansprakelijk voor alle problemen met de motor ten aanzien van vermogen, vermogensmeting, technische gegevens, garantie en service. Meer informatie vindt u in de apart meegeleverde gebruiks- aanwijzing van de motor. Storingen herkennen en oplossen Storingen bij het gebruik van de gazonmaaier hebben vaak eenvoudige oorzaken die u dient te kennen en die u deels zelf kunt verhelpen. In geval van twijfel is uw leverancier of een onderhouds- bedrijf graag bereid u te helpen.
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Motor start niet. Gashendel staat niet goed. Zet de gashendel op de stand of CHOKE (bij koude motor). Zet de gashendel op stand /max. of START (bij warme motor). Maaier staat in hoog gras. Zet de maaier op een oppervlak met laag gras. Geen brandstof in de tank. Vul de tank met schone, verse brandstof. Bougiestekker niet vastgestoken. Steek de bougiestekker vast. Brandstof oud of vuil. Vervang de brandstof door verse brandstof. Luchtfilter vuil. Reinig het luchtfilter. Accu niet juist ingezet. Accu juist in het batterijvak op de motor plaatsen en laten vastklikken. Accu leeg. Laad de accu op met het meegeleverde oplaadapparaat. Kabel beschadigd. Controleer of de elektrische kabel in orde is. Accu defect. Accu door een gespecialiseerd bedrijf laten controleren. Ongewone geluiden (gerammel, geratel, geklepper). Schroeven, moeren of andere bevestigingsonderdelen zijn losgeraakt. Maak de onderdelen vast. Als de geluiden blijven: Ga naar een gespecialiseerd bedrijf.Nederlands Gebruiksaanwijzing – Gazonmaaier met verbrandingsmotor
Schokken, trillingen. Mes los. Laat de mesbevestigingsschroef door een reparatiebedrijf vastdraaien. Mes beschadigd. Laat het mes door een reparatiebedrijf vervangen. Mes niet goed uitgebalanceerd. Laat het mes door een reparatiebedrijf vervangen of uitbalanceren. Motorbevestiging losgeraakt. Motor laten vastzetten door een reparatiebedrijf. Onregelmatig maaien of toerental neemt af. Gras te hoog. Stel een grotere maaihoogte in of maai eventueel een tweede keer. Gras blijft liggen of grasbak raakt niet vol. Gras te vochtig. Laat het gazon drogen. Uitwerpopening verstopt. Zet de motor uit en maak de verstopping ongedaan. Mes bot. Laat het mes door een reparatiebedrijf vervangen of slijpen. Onvoldoende motorvermogen. Maai vaker of kies een grotere maaihoogte. Grasvanger vol. Zet de maaier uit en maak de grasbak leeg. Grasvanger vuil. Zet de maaier uit en reinig de openingen van de grasvanger. Wielaandrijving werkt niet. V-riem gescheurd of overbrenging defect. Laat beschadigde delen door een reparatiebedrijf vervangen. Trekkoord of bowdenkabel defect. Laat beschadigde delen door een reparatiebedrijf vervangen. Probleem Mogelijke oorzaak OplossingIstruzioni per l’uso – Tosaerba con motore a combustione internaItaliano
Notice-Facile