CM 11 - Multimeter BENNING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CM 11 BENNING in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - CM 11 BENNING
Gebruikersvragen over CM 11 BENNING
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CM 11 - BENNING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CM 11 van het merk BENNING.
GEBRUIKSAANWIJZING CM 11 BENNING
Fig. 1: Voorzijde van het apparatae
Stromzangen-Multimeter zur
Gebruiksaanwijzing BENNING CM 1-3
Digitale multimeter voor het meten van:
Wisselstroom
Wisselspanning
- Gelijkspanning
- Weerstand
- Dioden
- Stroomdoorgang
Inhoud
- Opmerkingen voor de gebruiker.
- Veiligheidsvoorschriften.
- Leveringsomvang.
- Beschrijving van het apparaat.
- Algemene kenmerken.
- Gebruiksomstandigheden.
- Elektrische gegevens.
- Meten met de BENNING CM 1-3
- Onderhoud.
- Technische gegevens van de meettoebehoren
- Milieu
1. Opmerkingen voor de gebruiker
Deze gebruiksaanwijziging is bedoeld voor:
- Elektriciens.
- Elektrotechnici.
De BENNING CM 1-3 is bedoeld voor metingen in droge ruimtes en mag Niet worden gebruikt in elektrische circuits met een nominale spanning hoger dan 1000VDC en 750VAC . (zie ook pt. 6: "Gebruiksomstandigheden").
In de gelebruiksaanwijzing en op de BENNING CM 1-3 worden de volgende symbolen gebruikt:

Aanleggen om GEVAARLIJKE ACTIEVE geleider of demonteren van deze is toegestaan.

Waarschuwing voor gevaarlijke spanning!
Verwijst waar voorschriften die in acht genomen要去en worden om gevaar voor de omgeving te vermijden.

Let op de gebruiksaanwijzing!
Dit symbolism geeft aan dat de aanwijzingen in de handleiding in een acht genomen要去en worden om gevaar te voorkomen.

Dit symbol geeft aan dat de BENNING CM 1-3 dubbel geisoleerd is (bescherminingsklasse II).

Dit symbol verschijnt in het scherm bij een te lage batterijspanning.

Dit symbolism geeft de instelling waar van 'diodencontrole'.

Dit symbol geeft de instelling „doorgangstest“ aan. De zoemergeeft bij doorgang een akoestisch signaal.

DC:gelijkspanning

AC: wisselspanning/ -stroom

Aarding (spanning t.o.v. aarde)
2. Veiligheidsvoorschriften
Dit apparatus is vervaardigd en getest volgens de voorschriften:
DIN VDE 0411 deel 1/ EN 61010-1
DIN VDE 0411 deel 2-032/EN 61010-2-032
DIN VDE 0411 deel 2-033/EN 61010-2-033
DIN VDE 0411 deel 031/EN 61010-031
en heeft, vanuit een veiligheidstechnisch oogpunt, de fabriek verlaten in een perfecte staat. Om deze staat te handhaven en om zeker teijken van gebruik zonder gevaar, dient de gebruiker goed te letten op de aanwijzingen en waarschuwingen zoals aangegeven in deze gebruiksaanwijzing. Een verkeerd gebruik en Niet-naleving van de waarschuwingen kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.

Wees extreem voorzichtigijdens het werk den met blanke draden of hoofdleidingen. Contact met spanningsvoerende leidingen kan elektrocutie veroorzaken.

De BENNING CM 1-3 mag alleen worden gebruikt in elektrische circuits van overspanningscategorie III met max. 1000V ten opzichte van aarde of overspanningscategorie IV met 600V ten opzichte van aarde.
Gebruik alleen passende meetsnoeren voor deze. Bij metingen binnen de meetcategorie III of de meetcategorie IV mag hetuitstekende geleidende gedeelte van een contactpunt op deveiligheidsmeetleidingen Niet langer zichn dan 4mm
Voor metingen binnen de meetcategorie III en de meetcategorie IV要去en de bij de set gevoegde, met CAT III en CAT IV aangeduide opsteekdoppen op de contactpunten worden gestoken. Deze maatregel dient ter bescherming van de gebruiker.
Bedenk dat werken aan installations of onderdelen die onder spanning staan, in principe algijd gevaar kan opleveren. Zelfs spanningen vanaf 30 V AC en 60 V DC können voor mensen al levensgevaarlijk zijn.

Elke keer, voordat het apparaat in gebruik worden genomen, moet het worden gecontroleer op beschadigingen. Ook de veiligheidsmeetsnoeren要去en gecontroleer te worden.
Bij constatering dat het apparaat Niet meer zonder gevaar kan worden gebruikt, mag het dan ook Niet meer worden ingezet, maar zodenig worden opgeborgen dat het, ook Niet bij toeval, Niet meer gebruikt kan worden.
Ga ervan uit dat gebruik van het apparaat zonder gevaar Nieteer mogetijk is:
- bij zichtbare schade aan de behuizing en/ of meetsnoeren van het apparaat
- als het apparaat Niet meer (goed) werk.
- na langdurige opslag onder ongunstige omstandigheden
- na zware belasting of möglichke schade ten gevolge van transport of onoor-deelkundig gebruik.

Om gevaar te vermijden
- mogen de blanke meetpennen van de veriligeidsmeetsnoeren nicht worden aangeraakt
- moeten de meetsnoeren op de juiste contactbussen van de multimeter worden aangesloten.
3. Leveringsomvang
Bij de levering van de BENNING CM 1-3 behoren:
3.1 Eén BENNING CM 1-3
3.2 Eén veiligheidsmeetsnoer, rood (L = 1,4m)
3.3 Eén veiligheidsmeetsnoer, zwart (L = 1,4m)
3.4 Eén compact beschermingsetui.
3.5 Twee ingebouwde 1,5 V micro batterijen
3.6 Eén gebruiksaanwijzing.
Opmerking t.a.v. aan slijtage onderheige onderdelen:
- De BENNING CM 1-3 worden gevoed door twee ingebouwde 1,5 V micro batterijen (IEC 6 LR 03)
- De bovengenoemde veiligheidsmeetsnoren (gekeurd onderdeel, 044145) voldoen aan CAT III 1000 V en+zijn toegestaan voor een stroom van 10 A.
4. Beschrijving van het apparatus
De BENNING CM 1-3 is een digitale multimeter met een vast mondstuk en een stroomopnamesensor.
Zie fig. 1: voorzijde van het apparatus
Hieronder volgt een beschrijving van de in fig. 1 aangegeven informatie- en bedieningselementen.
1 Behuizing
2 Draaischakelaar voor functiekeuze
-uit(off)
- wisselsspanningsmeting (AC)
- gelijkspanningsmeting (DC)
- weerstandsmeting,
- dioden- en doorgangstest
- wisselstroommeting (AC)
3 Digitaal display (LCD) waarin worden aangegeven:
- de gemeten waarde met een maximale aanduiding van 1999
- de polariteit
- de decimaalkomma
- het symbool voor lege batterij
- de opgeslagen meetwaarde ("HOLD-functie")
- de gekozen doorgangstest met akoestisch signaal
HOLD-toets (opslagfunctie)/ toets (omschakeling) (dioden- en door-gangstest)
5 VoltSensor-toets voor het vaststellen van de AC-spanning t.o.v. aarde.
COM-contactbus, gezamenlijke contactbus voor spannings- en waerstandsmetingen, dioden- en doorgangstest
7 Contactbus (positief 1) voor V en
Kraag, beschermt gegen aanraken van spanningsvoerende aders
9 Open mondstuk om wisselstroomvoerendeader in te voeren en te omvatten.
10 LED voor spanningsindicator) betreft automatische polariteitaanduiding voor gelijkspanning.
5. Algemene kenmerken
5.1 Algemene gegevens van de multimeter BENNING CM 1-3
5.1.1 De numerieke waarden zijn op een display (LCD) ③ af te lezen met 3 12 cijfers van 15 ~mm hoog, met een komma voor de decimalen. De grootst möglichk af te lezen waarde is 1999.
5.1.2 De polariteitsaanduiding 3 werkt automatisch. Er wordt slechts een pool t.o.v. de gedefinieerde veiligheidsmeetsnoeren aangeduid met _m
5.1.3 De bereiksoverschrijding worden met "OL" of "-OL" en gedeelrijk met een akoestische waarschuwing aangeduid. Let op: geen aanduiding en waarschuwing bij overbelasting.
5.1.4 Opslaan van een gemeten waarde in het geheugen: "HOLD". Door het indrukken van de toets "HOLD" ④ worden de gemeten waarde in het geheugen opgeslagen. Tegelijkkortijd verschijnt het symbool H^ in het display. Door de toets opnieuw in te drukken worden terug geschakeld maar de meetstatus.
5.1.5 De meetfrequentie bij cijferweergave van de BENNING CM 1-3 bedraagt gemiddeld 1,5 metingen per seconde.
5.1.6 Na ca. 10 minuten in rust schakelt de BENNING CM 1-3 zichzelf automatisch uit. Hij worden meer ingeschakeld door met de draaischakelaar uit-/ in- te schakelen.
5.1.7 De temperatuurcoefficien van de gemeten waarde: 0,2× (aangegeven nauwkeurigheid van de gemeten waarde)/ ^ C < 18^ of >28^ , t.o.v. de waarde bij een referentietemperatuur van 23^
5.1.8 De BENNING CM 1-3 wordt gevoed door wee micro batterijen 1,5 V (IEC 6 LR 03)
5.1.9 Indien de batterij onder de minimaal benodigde spanning daalt, verschijnt het batterijsymbool in het scherm
5.1.10 De levensduur van de batterij (alkaline) bedraagt ca. 250 uur.
5.1.11 Afmetingen van het apparaat: L x B x H = 190 x 60 x 40 mm Gewicht: 265 gram
5.1.12 De meegeleverde veiligheidsmeetsnoeren zijn zonder meer geschikt voor de BENNING CM 1-3 genoemde nominale spanning en stroom. De meetpennen+knen met afdekkappen worden beschermd en+kunden voor transport op dechterzijde van het apparaat worden geklikt. Deze opstelling is ook geschikt bij bepaalde metingen.
5.1.13 Opening mondstuk: 16mm
6. Gebruiksomstandigheden
- De BENNING CM 1-3 is bedoeld om gezruikt te worden voor metingen in droge ruimtes
- Barometrische hoogte bij metingen: 2000 m. maximaal
- Categorie van overbelasting/installatie IEC 60664/ IEC 61010 600 V categorie IV; 1000 V categorie III,
- Beschermingsgraad stofindring: 2
- Beschermingsgraad: IP 30 (DIN VDE 0470-1 IEC/ EN 60529),
Betekenis IP 30: Het eerste cijfer (3); Bescherming gegen binnendringen van stof en vuil >2,5mm in doorsnede, (eerste cijfer is bescherming tegen stof/ vuil). Het tweede cijfer (0); Niet beschermd gegen water, (tweede cijfer is waterdichtheid).
- Werktemperatuur en relatieve vochtigheid:
Bij een omgevingstemperatuur van 0^ tot 30^ : relatieve vochtigkeit van de lucht < 80% .
Bij een omgevingstemperatuur van 30^ tot 40^ : relatieve vochtigkeit van de lucht < 75% .
Bij een omgevingstemperatuur van 40^ tot 50^ :
relatieve vochtigheid van de lucht < 45%
- Opslagtemperatuur: de BENNING CM 1-3 kan worden opgeslagen bij temperaturen van -20^ tot +60^ met een relatieve vochtigheid van de lucht < 80% . Daar bij dient wel de batterij verwijderd te worden.
Opmerking: De nauwkeurigheid van de meting worden aangegeven als som van:
-
een relatief deel van de meetwaarde
-
een,aantal digits.
Deze nauwkeurigheid geldt bij temperaturen van 18^ tot 28^ bij een relatieve vochtigkeit van de lucht < 80% .
7.1 Meetbereik voor wisselspanning
De ingangsweerstand bedraagt 2 MΩ parallel met 100 pF. De gemeten waarde worden verrkreten door middeling van de gelijkrichting en aangeduid als effectieve waarde.
| Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting | Beveiling gegen overbelasting | ||
| 200 V | 0,1 V | ± (1,5 % meetwaarde + 5 digit) bij 50 Hz < f < 500 Hz | 750 V 1000 V eff DC |
| 750 V | 1 V | ± (1,5 % meetwaarde + 5 digit) bij 50 Hz < f < 500 Hz | 750 V 1000 V eff DC |
7.2 Meetbereik bij gelijkspanning.
De ingangsweerstand bedraagt 2 MΩ
| Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting | Beveiling gegen overbelasting | ||
| 200 V | 0,1 V | ± (1,0 % meetwaarde + 2 digits) | 750 V 1000 V eff DC |
| 1000 V | 1 V | ± (1,0 % meetwaarde + 2 digits) | 750 V 1000 V eff DC |
7.3 Meetbereik voor wisselstroom
Het open mondstuk van de stroomtang omvat de éendradige wisselstroomvoerende leiding.
| Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting | Beveiligung gegen overbelasting | ||
| 200 A | 0,1 A | ± (3,0 % meetwaarde + 3 digit) bij 50 Hz - 60 Hz | 400 A |
Extra afwijkng bij een parallel in de nabijheid ligende stroomvoerende ader: 0,08 A/A.
7.4 Meetbereik voor waarstanden
Bveiliging gegen overbelasting bij watersstandsmetingen: 600V_eff
| Meetbereik | Resolutie | Nauwkeurigheid v/d meting | Max. nullast spanning |
| 200 Ω | 0,1 Ω | ± (1,0 %meetwaarde + 5 digits) | 1,3 V |
| 2 kΩ | 1 Ω | ± (1,0 %meetwaarde + 2 digits) | 1,3 V |
| 20 kΩ | 10 Ω | ± (1,0 %meetwaarde + 2 digits) | 1,3 V |
200 kΩ 100 Ω ± (1,0 % meetwaarde + 2 digits) 1,3 V
2 MΩ 1 kΩ ± (1,0 % meetwaarde + 2 digits) 1,3 V
20 MΩ 10 kΩ ± (1,9 % meetwaarde + 5 digits) 1,3 V
7.5 Dioden- en doorgangstest
De aangegeven nauwkeuringheid van de meting geldt voor een breikCUSen 0,4V en 0,8V
Bveiliging gegen overbelasting bij diodencontrole: 600V_eff
De ingebouwde zoemer klinkt bij een watstand R < 50
| Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v/d meting | Max. meet-stroom | Max. nullst-spanning | |
| 1 mV | ± (1,5 %meetwaarde + 0,05 V) | 1,5 mA 3,0 V | |
8. Meten met de BENNING CM 1-3
8.1 Voorbereiden van de metingen
Gebruik en bewaar de uitsluitend bij de aangegeven werk- en opslagtemperatoren. Niet bloatstellen aan direct zonlicht.
- Controller de gegevens op de veiligheidsmeetsnoren ten aanzien van nominale spanning en stroom. Origineel met de meegeleverde veiligheids-meetsnoren voldoen aan de te stellen eisen.
- Controller de isolatie van de veiligheidsmeetsnoeren. Beschadigde meetsnoeren direct verwijderen.
- Veiligheidsmeetsn{oeren testen op correcte doorgang. Indien de ader in het snoer onderbroken is, het meetsn{oer direct verwijderen.
- Voordat met de draaischakelaar 2 een andere functie gekozen worden, dienen de meetsnoeren van het meetpunt te worden afgenomen.
- Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING CM 1-3{kennen leiden tot instabiele aanduiding en/ of meetfouten.
8.2 Spanningsmeting

Let op de maximale spanning t.o.v. aarde. Gevaarlijke spanning!
De hoogste spanning die aan het
COM-contactbus 6, zwart
- contactbus voor V, 7
van de multimeter BENNING CM 1-3 ligt t.o.v. aarde, mag maximaal 1000 V bedragen.
- Kies met de draaiknop 2 van de BENNING CM 1-3 de gewenste instelling (V AC) of (V DC).
- Het Zwarte veiligheidsmeetsnoor inpluggen in de COM-contactbus 6 van de BENNING CM 1-3.
- Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, 7 van de BENNING CM 1-3.
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunter van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display 3 van de BENNING CM 1-3.
Zie fig. 2: meten van gelijkspanning.
Zie fig. 3: meten van wisselspanning.
8.3 Wisselstroommeting
8.3.1 Voorbereiden van metingen
Gebruik en bewaar de BENNING CM 1-3 uitsluitend bij de aangegeven werk-en opslagtemperaturen. Niet blootstellen aan direct zonlicht.
- Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING CM 1-3{kennen leiden tot instabiele aanduiding en/ of meetfouten.

Geen spanning zetten op de contactbussen van de BENNING CM 1-3. Neem eventueel de veiligheidsmeetsnoeren van het apparatus.
8.3.2 Stroommeting
Kies met de draaischakelaar 2 de met A\~ aangegeven positie.
- Voer het open mondstuk over de stroomvoerende ader en wel zo, dat de ader zich in het wijde deel van de opening bevindt.
- Lees nu de aanduiding in het display 3
Zie fig. 4: meten van wisselstroom
8.4 Weerstandsmeting
- Kies met de draaiknop 2 van de BENNING CM 1-3 de gewenste instelling () .
- Het Zwarte veiligheidsmeetsnoor inpluggen in de COM-contactbus 6 van de BENNING CM 1-3.
- Het rode veiligheidsmeetsnoor inpluggen in de contactbus V, 7 van de BENNING CM 1-3.
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunter van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display 3 van de BENNING CM 1-3.
Opmerking:
- Voor een juiste meting mag er geen spanning staan op de meetpunten.
- Bijkleine wondersten kan het meetresultaat worden verbeterd door de waarstand van het veiligheidsmeetsnoor vast te stellen door de meetpennen even kort te sluiten en de aldus vastgestelde waarde af te trekken van de totaal vastgestelde waarstand.
Zie fig. 5: weerstandsmeting
8.5 Diodencontrole
Kies met de draaiknop 2 de gewenste instelling ( ) en toets (omschakeling) HOLD- diodentest van de BENNING CM 1-3.
- Het zwarte veiligheidsmeetsnoor inpluggen in de COM-contactbus 6 van de BENNING CM 1-3.
- Het rode veiligheidsmeetsnoor inpluggen in de contactbus V, 7 van de BENNING CM 1-3.
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de aansluitpunten van de diode en lees de gemeten waarde af in het display 3 van de BENNING CM 1-3.
- Voor een normale, in stroomrichting gemonteerde Si-diode worden een strooomspanning:tussen 0,400 V tot 0,900 V aangegeven. De aanduiding "000" wijst op een kortsluiting in de diode, de aanduiding "OL" geeft een onderbreking in de diode aan.
- Bij een in sperrichting gemonteerde diode worden "OL" aangegeven. Bij een defecte diode worden "000" of een andere waarde aangegeven.
Zie fig. 6: diodecontrole/ doorgangstest met akoestisch signaal
8.6 Doorgangstest met akoestisch signaal
Kies met de draaiknop 2 de gewenste instelling ( +) en toets (omschakeling) HOLD- doborgangstest" van de BENNING CM 1-3.
- Het Zwarte veiligheidsmeetsnoor inpluggen in de COM-contactbus 6 van de BENNING CM 1-3.
- Het rode veiligheidsmeetsnoor inpluggen in de contactbus V, 7 van de BENNING CM 1-3.
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnooren aan de meetpunter van het circuit. Indien de gemeten waarstand in het circuit tussen de COM-contactbus 6 en de contactbus voor V, Ω 7 50 Ω kleiner is, worden een akoestisch signaal afgeveen.
Zie fig. 6: diodecontrole/ doorgangstest met akoestisch signaal
8.7 Spanningsindicator
De spanningsindicatorfunctie is vanuit alle posities van de draaiknop möglichk. Bij de spanningindicator zijn geen meetsnoren nodig (contactloze registriatie van een wisselveld). Aan de bovenkantchter het LED bevind zich de opnamesensor. Bij het in werkking stellen van de "VoltSensor"-toets 5 dooft de verlichting in het display (foutief ingeschakeld). Indien er een fasenspanning gelokaliseerd worden, worden er een akoestisch en rood ledsignaal 10 afgeveen. Alleen in het geaarde wisselstroomnet verschijnt een melding! Met een eenpolig meetsnoor kan ook de fase vastgesteld worden.
Praktiktip:
onderbrekingen (kabelbruggen) in openliggende kabels, bijv. kabelhaspels, Lichtslang, etc. zijn van de voedingsbron (fase) tot de onderbrekingsplek te volgen.
Functiebereik: ≥ 230V
Zie fig. 7: spanningsindicator met zoemer
8.7.1Fasentest
- Het Zwarte veiligheidsmeetsnoor inpluggen in de COM-contactbus 6 van de BENNING CM 1-3.
- Het verilgheidsmeetsnoer inpluggen met het meetpunt en de toets ⑤ ("VoltSensor") in werking stellen.
- Het oplichten van het rode led 10 en het werkblinken van een akoestisch signal betekent dat dit meetpunt de fase van een geaarde wisselspanning is.
9. Onderhoud

De BENNING CM 1-3 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend worden. Gevaarlijke spanning!
Werken aan een onder spanning staande BENNING CM 1-3 mag uitsluitend gebeuren door elektrotechnische specialisten, die.daar bij de nodige voorzorgsmaatregelen dienen te treffen om ongevallen te voorkomen.
Maak de BENNING CM 1-3 dan ook spanningsvrij, alvorens het apparaat te openen.
- Ontkoppel eerst de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten object.
- Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING CM 1-3.
- Zet de draaischakelaar 2 in de positie "OFF".
9.1 Veiligheidsborging van het apparatus
Onder bepaalde omstandigheden kan de veiligheidijdens het werken met de BENNING CM 1-3 Niet更是 worden gegardeerd, bijvoorbeeld in geval van:
- Zichtbare schade aan de behuizing
- Meetfouten
- Waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder verkeerde omstandigheden
- Transportschade
In dergelijke gezallen dient de BENNING CM 1-3 direct te worden uitgeschakeld en nicht opnieuw elders te worden gebruikt.
9.2 Reiniging
Reinig de behuizing aan de buitenzijde met een schone, droge doek. (speciale reinigingsdoeken uit gezonderd). Gebruik geen oplos- en/ of schuurmiddelen om de BENNING CM 1-3 schoon te makeen. Let er in het bijzonder op dat het batterijvak en de batterijcontacten Niet verruilen door uitlopende batterijen. Indien toch verontreining ontstaat door elektrolyt of zich zout afzet bij de batterij en/ of in het huis, dit eveneens verwijderen met een droge, schone doek.
9.3 Het wisselen van de batterij

Voor het openen van de BENNING CM 1-3要去 het apparaat spanningsvrij bijn. Gevaarlijke spanning!
De BENNING CM 1-3 worden gevoed door twee ingebouwde 1,5 V micro batterijen. Als het batterijsymbolool op het display verschijnt,要去en de batterijen worden verrangen (zie afbeelding 8).
- Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten circuit.
- Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING CM 1-3.
- Zet de draaischakelaar 2 in de positie "Off".
- Leg het apparaat op de voorzijde en draai de schroeve uit dechterzijde
- Neem het deksel van het batterijvak
- Neem de lege batterijuit hetvak
- Leg de batterijen in de juiste richting in het batterijvak.
- Leg het deksel weeop het batterijvak en draai de schroeve er weer in
Zie fig.8: verranging van de batterij

Gooi lege batterijen Niet weg met het gewone huisvuil, maar lever ze in op de bekende inzamelpunten. Zo levert u opnieuw een bijdrage voor een schoner milieu.
9.4 IJking
BENNING waarborgt de naleving van de in de gebruiksaanwijzing vermelde technische gegevens en nauwkeurigheidsinformatie gedurende het 1steJAar na de leveringsdatum.
Op de nauwkeurigheid van de metingen te waarborgen, is het aan te bevelen het apparaat Jaarlijks door once servicedienst te lately kalibreren.
-
Meetbereik max.: 10 A
-
Beschermingsklasse II (回), doorgaans dubbel geisoleerd of versterkte isolatie
- Vervuilingsgraad: 2
- Length: 1,4 m, AWG 18,
- Omgevingsvoorwaarden: metingen möglichk tot H = 2000 m ,
temperatuur: 0^ tot + 50 °C, vochtigheidsgraad 50 % tot 80 %,
- Gebruik de veiligheidsmeetkabelset alleen indien ze in een goede staat is en volgens deze handleiding, anders kan de bescherming verminderd zijn.
- Gebruik de veiligheidsmeetkabelset nicht als de isolatie is beschadigd of als er een beschadiging/ onderbreking in de kabel of stekker is.
- Raakijdens de meting de blanke contactpennen nicht aan. Alleen aan de handvaten vastpakken!
- Steek de haakse aansluitingen in het te gebruiken BENNINGmeetapparaat.
11. Milieu

Wij raden u aan het apparaat aan het einde van zichn nuttige levensduur, Niet bij het gewone huisafval te deponeren, maar op de waarvoortbestemde adressen.
SimpelGids