4334D - Elektrische zaag MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 4334D MAKITA in PDF-formaat.

📄 88 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag ⚙️ Specs
Notice MAKITA 4334D - page 30
SKIP

Veelgestelde vragen - 4334D MAKITA

Download de handleiding voor uw Elektrische zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 4334D - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 4334D van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING 4334D MAKITA

Snoerloze figuurzaag Gebruiksaanwijzing

In verband met ononderbroken research en ontwik- keling behouden wij ons het recht voor boven- staande technische gegevens te wijzigen zonder voorafgaande kennisgeving.

Opmerking: De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen. Veiligheidswenken Voor uw veiligheid dient u de bijgevoegde Veiligheids- voorschriften nauwkeurig op te volgen. BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

gebruiksaanwijzing bevat belangrijke veiligheids- en bedieningsvoorschriften betreffende de acculader.

2. Lees alle voorschriften en waarschuwingen

die zijn aangebracht op (1) de acculader, (2) de accu en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, aandachtig door alvorens de acculader in gebruik te nemen.

3. LET OP — Om gevaar voor verwonding te

voorkomen, dient u met de acculader uitslui- tend MAKITA oplaadbare accu’s te laden. Accu’s van andere merken kunnen gaan bar- sten en verwondingen of schade veroorzaken.

4. Stel de acculader niet bloot aan regen of

5. Het gebruik van een accessoire dat door de

fabrikant van de acculader niet wordt aanbe- volen of verkocht, kan brandgevaar, elektri- sche schok of verwondingen veroorzaken.

6. Om beschadiging van het netsnoer en de stek-

ker te voorkomen, dient u de stekker vast te pakken om het netsnoer uit het stopcontact te halen.

7. Zorg ervoor dat het netsnoer zodanig is

geplaatst, dat niemand erop kan stappen of erover kan struikelen, en dat het niet aan beschadiging of druk is blootgesteld.

8. Gebruik de acculader niet met een beschadigd

netsnoer of een beschadigde stekker — ver- vang deze onmiddellijk.

9. Gebruik de acculader niet indien deze een

sterke schok heeft ondergaan, op de grond is gevallen, of een andere vorm van beschadi- ging heeft opgelopen; breng deze naar een bevoegde monteur.

10. Haal de acculader of de accu niet uit elkaar;

breng deze naar een bevoegde monteur wan- neer onderhoud of reparatie nodig is. Onjuist opnieuw ineenzetten kan namelijk een elektri- sche schok of brandgevaar opleveren.

11. Om gevaar voor een elektrische schok te voor-

komen, trekt u de stekker van de acculader uit het stopcontact alvorens met onderhoud of reinigen te beginnen. Het gevaar voor een elektrische schok wordt niet voorkomen door de acculader alleen maar uit te schakelen.

12. De acculader is niet bedoeld voor gebruik

door kleine kinderen of geestelijk gestoorden waarop geen toezicht wordt gehouden.

13. Houd toezicht op kleine kinderen om te

voorkomen dat ze met de acculader spelen.

14. Wanneer de gebruikstijd van de accu uiterst

kort is geworden, is de accu versleten en moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting van de accu, brandwonden en zelfs een ontploffing veroorzaken.

15. Wanneer elektrolyt in uw ogen is terechtgeko-

men, moet u uw ogen spoelen met schoon water en onmiddellijk de hulp van een dokter inroepen. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.

1. Laad de accu niet op bij een temperatuur

BENEDEN 10°C of BOVEN 40°C.

2. Gebruik voor het opladen nooit een verho-

gingstransformator, een dynamo of een gelijkstroombron.

3. Zorg ervoor dat de ventilatiegaten van de

acculader niet afgesloten worden of verstopt raken.

4. Bedek de accuklemmen altijd met de accukap

wanneer u de accu niet gebruikt.

5. Voorkom kortsluiting van de accu:

(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin ook andere metalen voorwerpen zoals spijkers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden en zelfs defecten.

6. Bewaar het gereedschap en de accu niet op

plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50°C of hoger.

7. Werp de accu nooit in het vuur, zelfs niet

wanneer deze zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan namelijk ontploffen in het vuur.

8. Wees voorzichtig dat u de accu niet laat vallen

en hem niet aan schokken of stoten blootstelt.

9. Laad de accu niet op in een bak of container.

Laad hem uitsluitend op in een goed geventi- leerde ruimte. AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

VOOR HET GEREEDSCHAP

1. Denk eraan dat dit gereedschap altijd

gebruiksklaar is, omdat het niet op een stop- contact hoeft te worden aangesloten.

2. Houd het gereedschap bij de geïsoleerde

handgreepoppervlakken vast wanneer u zaagt op plaatsen waar de zaag met verborgen bedrading in aanraking kan komen. Door con- tact met een onder spanning staande draad zullen ook de niet-geïsoleerde metalen delen van het gereedschap onder spanning komen te staan, zodat de gebruiker een elektrische schok kan krijgen.

3. Zorg ervoor dat tijdens het zagen, het zaag-

blad nooit in kontakt komt met spijkers. Ver- wijder derhalve alvorens te zagen alle spijkers uit het werkstuk.

4. Gebruik het gereedschap nooit voor het

doorzagen van holle pijpen.

5. Ook niet voor het zagen van zeer grote werk-

6. Kontroleer of onder het werkstuk voldoende

ruimte is opdat het zaagblad de vloer, de werktafel enz. niet kan treffen.

7. Houd het gereedschap stevig vast.

8. Zorg ervoor dat het zaagblad niet in kontakt is

met het werkstuk voordat u de spanning inschakelt.

9. Houd uw handen uit de buurt van de beweg-

10. Schakel altijd het gereedschap uit als u weg

moet. Schakel het gereedschap alleen in als u het in handen houdt.

11. Schakel altijd uit en wacht tot het zaagblad

volledig tot stilstand is gekomen, alvorens het gereedschap van het werkstuk te verwijderen.

12. Raak onmiddellijk na gebruik het zaagblad of

het werkstuk niet aan, aangezien het nog gloe- iend heet kan zijn en brandwonden kan vero- orzaken. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. BEDIENINGSVOORSCHRIFTEN Installeren of verwijderen van de accu (Fig. 1)

Schakel het gereedschap altijd uit alvorens de accu te installeren of te verwijderen.

Om de accu te verwijderen, neemt u deze uit het gereedschap terwijl u de knoppen aan beide zijden van de accu indrukt.

Om de accu te installeren, past u de rug op de accu in de groef in de behuizing van het gereedschap, en dan schuift u de accu naar binnen. Schuif de accu zo ver mogelijk erin, totdat deze met een klikgeluid vergrendelt. Indien u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en uzelf of anderen verwonden.

Als de accu moeilijk in de houder gaat, moet u niet proberen hem met geweld erin te duwen. Indien de accu er niet gemakkelijk ingaat, betekent dit dat u hem niet op de juiste wijze erin steekt. 4334D (Nl) (’100. 8. 28) 31Laden (Fig. 2) Uw nieuwe accu is niet geladen. U moet hem vóór gebruik laden. Gebruik de acculader model DC1801 voor het laden van de accu. Sluit de acculader aan op een stopkontakt. Het laadcontrolelampje zal in groen knipperen. Schuif de accu zodanig in de acculader dat de plus en min klemmen van de accu overeenkomen met de plus en min markeringen op de acculader. Schuif de accu zo ver mogelijk in de opening, zodat het op de bodem van de lader rust. Wanneer de accu helemaal erin zit, zal de kleur van het laadcontrolelampje veranderen van groen in rood en zal het laden beginnen. Tijdens het laden zal het laadcontrolelampje blijven branden. Wanneer de kleur van het oplaadlampje verandert van rood in groen, is het opladen voltooid. Wanneer u een volledig opgeladen accu in de lader laat zitten, zal de lader overschakelen naar de ‘‘bijladen (handhaven van de lading)’’ stand en ongeveer 24 uur in deze stand blijven staan. Trek de stekker van de lader uit het stopkontakt nadat het laden is voltooid. Zie de onderstaande tabel voor de oplaadtijden. Model van batterijpak Capaciteit (mAh) Aantal cellen Oplaadtijd 1822 2 000 15 ca. 60 min. 1833 2 200 15 ca. 65 min. 1834 2 600 15 ca. 75 min. 1835 3 000 15 ca. 90 min. LET OP:

De acculader model DC1801 is uitsluitend bestemd voor het laden van Makita accus. Gebruik deze nooit voor andere doeleinden of voor het laden van accus van andere fabrikanten.

Een nieuw accu of een accu dat gedurende lange tijd niet werd gebruikt, kan eventueel niet volledig worden geladen. Dit is normaal en duidt niet op een defekt. Nadat de accu een paar keer volledig is ontladen, kunt u het weer volledig laden.

Wanneer u de accu van een zojuist gebruikt gereedschap laadt, of een accu die voor langere tijd aan direct zonlicht of hitte werd blootgesteld, gebeurt het wel eens dat het laadcontrolelampje in rood knippert. Wacht in zo’n geval een tijdje. Het laden zal beginnen nadat de accu is afgekoeld. De accu zal sneller afkoelen indien u deze van de acculader verwijdert.

Indien het laadcontrolelampje afwisselend in groen en rood knippert, wijst dit op een probleem en is laden niet mogelijk. De klemmen op de acculader of op de accu zijn vuil of de accu is versleten of beschadigd. Bijladen (Handhaven van de lading) Wanneer u een volledig opgeladen accu in de lader laat zitten om spontaan ontladen te voorkomen, zal de lader overschakelen naar de ‘‘Bijladen (Handhaven van de lading)’’ stand waardoor de accu vers en in volledig opgeladen toestand wordt gehouden. Wenken om een maximale levensduur van de accu te handhaven

1. Laad de accu op alvorens deze volledig is ontladen.

Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap verminderd is.

2. Laad een volledig opgeladen accu nooit opnieuw op.

Wanneer u de accu te veel oplaadt, zal deze minder lang meegaan.

3. Laad de accu op bij een kamertemperatuur tussen 10°C en 40°C.

Laat een warme accu afkoelen alvorens deze op te laden.

4. Laad de nikkel-metaalhydride accu op wanneer u deze langer dan zes maanden niet gebruikt.

Selecteren van de zaagactie (Fig. 3) Dit gereedschap kan worden gebruikt voor zagen in bochten of in rechte lijn. U kunt de zaagactie veranderen door de keuzehendel naar de gewenste positie te draaien. Zie de onderstaande tabel voor het kiezen van de geschikte zaagactie. Stand Zaagactie Toepassingen

Zagen in rechte lijn Zagen van zacht staal, roestvrij staal en plastic. Schoon zagen van hout en gelaagd hout. I Zagen in kleine cirkelbaan Zagen van zacht staal, aluminium en hard hout.

Zagen in middelgrote cirkelbaan Zagen van hout en gelaagd hout. Snel zagen in aluminium en zacht staal. III Zagen in grote cirkelbaan Snel zagen in hout en gelaagd hout.

4334D (Nl) (’100. 8. 28)Werking van de schakelaar (Fig. 4) LET OP: Alvorens u de accu in het gereedschap plaatst, moet u altijd controleren of de trekschakelaar goed werkt en bij het loslaten naar de ‘‘OFF’’ positie terugkeert. Een ontgrendelknop is voorzien om te voorkomen dat de trekschakelaar per ongeluk wordt ingedrukt. Om het gereedschap in te schakelen, drukt u de ontgren- delknop en de trekschakelaar in. Laat de trekschake- laar los om te stoppen. Snelheidsregelknop (Fig. 5) Door de snelheidsregelknop te draaien kunt u de zaagsnelheid instellen op een willekeurige snelheid tussen 500 en 2 800 slagen per minuut. De knop is gemarkeerd met nummers van 1 (laagste snelheid) tot 5 (maximale snelheid). Raadpleeg de onder- staande tabel voor het selecteren van de snelheid die geschikt is voor het te zagen werkstuk. De geschikte snelheid hangt echter ook af van het type of de dikte van het werkstuk. In het algemeen, kunt u met hogere snelheden sneller zagen, maar het zaagblad zal dan minder lang meegaan. Te zagen werkstuk Nummer op regelknop Hout 3 – 5 Zacht staal 3 – 5 Roestvrij staal 3 – 4 Aluminium 2 – 3 Plastic 1 – 4 LET OP: De snelheidsregelknop dient te worden ingesteld binnen het bereik tussen de nummers 1 en 5. Probeer niet de knop met geweld voorbij 1 of 5 te draaien, aangezien het gereedschap dan beschadigd kan raken. Antisplinterinrichting (Fig. 6) Gebruik de antisplinterinrichting om splintervrije zaagsneden te krijgen. Schuif de inrichting vanaf de onderzijde in de voet zodat deze de zijkanten van het zaagblad omsluit. Plastic voetplaat (los verkrijgbaar accessoire) (Fig. 7) Gebruik de plastic voetplaat voor het zagen van decoratief fineerhout, plastic materiaal, enz. Deze plaat beschermt gevoelige of delicate oppervlakken tegen beschadiging. Om de voetplaat te vervangen, verwijdert u de vier schroeven. Trekgeleider (Geleidelineaal; los verkrijgbaar toebehoren) (Fig. 8) Wanneer u herhaaldelijk sneden met een breedte van minder dan 150 mm zaagt, kunt u bij gebruik van de sneller zagen en tegelijk schone, rechte sneden krij- gen. Om dit te installeren, dient u de bout op de voorkant van de grondplaat los te draaien. Schuif de geleidelineaal erin en zet de bout opnieuw vast. Cirkelgeleider (los verkrijgbaar toebehoren) (Fig. 9) Met behulp van de cirkelgeleider is het gemakkelijk om schone cirkels (radius: minder dan 200 mm) te zagen. Steek de pen in het middelste gat en zet deze vast met behulp van de schroefknop. Schuif de grondplaat van het gereedschap helemaal naar voren. Monteer dan de cirkelgeleider op de grond- plaat op dezelfde wijze als de trekgeleider. Stofzuigkop (los verkrijgbaar accessoire) (Fig. 10 en 11) Het is aan te bevelen dat u de stofzuigkop gebruikt om schoner te kunnen zagen. Installeer de plastic kap door deze in de inkepingen in het gereedschap te schuiven. Bevestig de stofzuigkop aan het gereedschap door de haak van de stofzuigkop in het gat in de gereed- schapsvoet te schuiven. De stofzuigkop kan aan de linker of rechter zijde van de gereedschapsvoet wor- den bevestigd. Sluit daarna een Makita stofzuiger aan op de stofzuigkop. Installeren of verwijderen van het zaagblad LET OP:

Zorg er altijd voor dat het gereedschap is uitgescha- keld en de accu ervan is verwijderd alvorens het zaagblad te installeren of te verwijderen.

Verwijder altijd spaanders of verontreinigingen van het zaagblad en de zaagbladhouder alvorens het zaagblad te installeren. Als u dit verzuimt, is er kans dat het zaagblad niet goed vastgezet zal zijn, het- geen zaagbladbreuk of ernstige verwonding kan veroorzaken. Installeren

1. Ontgrendel de zaagbladinstallatiehendel door

deze in de richting (1) te duwen. (Fig. 12)

2. Trek de zaagbladinstallatiehendel in de richting

(2) totdat deze op zijn plaats vastklikt. Als de hendel niet gemakkelijk eruit komt, probeer dan hem naar buiten te trekken terwijl u hem heen en weer beweegt in de richting (3).

3. Draai de zaagbladinstallatiehendel in de richting

(4) totdat de klem 5 – 7 mm uit de zaagbladhou- der steekt. (Fig. 13) LET OP: Als u de zaagbladinstallatiehendel te ver draait, zal de klem meedraaien en eraf komen. Als dit gebeurt, moet u de klem weer juist installeren zoals beschreven onder ‘‘Installeren van de klem’’ op de volgende bladzijde. 4334D (Nl) (’100. 8. 28)

334. Steek het zaagblad met de tanden naar voren

gericht zo ver mogelijk in de zaagbladhouder. Zorg ervoor dat de rug van het zaagblad goed in de groef van de rol zit. (Fig. 14)

5. Houd het zaagblad tegen de zaagbladhouder en

draai de zaagbladinstallatiehendel in de richting (5) totdat deze stopt. (Fig. 15)

6. Houd de zaagbladinstallatiehendel in deze positie

en duw hem in de richting (6). Draai daarna de zaagbladinstallatiehendel terug naar zijn oor- spronkelijke positie. (Fig. 16) Verwijderen

1. Ontgrendel de zaagbladinstallatiehendel door

deze in de richting (1) te duwen. (Fig. 17)

2. Trek de zaagbladinstallatiehendel in de richting

(2) totdat deze op zijn plaats vastklikt. Als de hendel niet gemakkelijk eruit komt, probeer dan hem naar buiten te trekken terwijl u hem heen en weer beweegt in de richting (3).

3. Draai de zaagbladinstallatiehendel in de richting

(4) en verwijder het zaagblad. (Fig. 18)

4. Draai de zaagbladinstallatiehendel in de richting

(5) totdat deze stopt. (Fig. 19)

5. Houd de zaagbladinstallatiehendel in deze positie

en duw hem in de richting (6). Draai daarna de zaagbladinstallatiehendel terug naar zijn oor- spronkelijke positie. (Fig. 20) BEDIENING Zagen LET OP:

Houd de voet van het gereedschap altijd vlak met het werkstuk. Als u dit niet doet, zal de zaagsnede scheef zijn en kan het zaagblad breken.

Beweeg het gereedschap zeer langzaam naar voren wanneer u bochten of figuren zaagt. Als u het gereedschap forceert, zal de zaagsnede scheef zijn en kan het zaagblad breken. Schakel het gereedschap in zonder dat het zaagblad in contact komt met het werkstuk. Plaats de voet van het gereedschap vlak op het werkstuk en beweeg het gereedschap langzaam naar voren langs de van te voren op het werkstuk aangebrachte zaaglijn. (Fig. 21) Zagen onder een schuine hoek (Fig. 22 en 23) LET OP: Verwijder altijd de accu uit het gereedschap alvorens de gereedschapsvoet schuin te zetten. Door de gereedschapsvoet schuin te zetten kunt u schuin zagen onder een willekeurige hoek tussen 0° en 45° (links of rechts). Zet de vastzethendel voor de gereedschapsvoet los en beweeg de voet zodat de inkeping in het motorhuis op één lijn komt met de sleuf in de voet. Kantel de gereedschapsvoet om de gewenste schuine hoek te krijgen. De rand van het motorhuis geeft de schuine hoek in schaalverdelingen aan. Zet daarna de vastzethendel vast om de gereed- schapsvoet weer vast te zetten. OPMERKING: Verwijder altijd de plastic kap (spaanderscherm) van het gereedschap wanneer u de los verkrijgbare breedtegeleider (geleidelineaal) of cirkelgeleider gebruikt om schuine sneden te zagen. Zagen tot helemaal tegen de rand (Fig. 24) Zet de vastzethendel voor de gereedschapsvoet in de vrije stand en schuif de voet helemaal naar achteren. Zet daarna de vastzethendel vast om de gereed- schapsvoet weer vast te zetten. Figuren uitzagen (Fig. 25 en 26) Voor het uitzagen van figuren kunt u methode A of B gebruiken. A) Voorboren van een startgaatje: Om figuren direct in het midden van het werkstuk uit te zagen, en dus niet vanaf de rand, moet u eerst een startgaatje met een diameter van 12 mm of meer boren. Steek het zaagblad door dit gaatje, houd het gereedschap stevig tegen het werkstuk, en begin dan te zagen. B) Invalzagen: U hoeft geen startgaatje te boren of geen gelei- desnede te maken indien u voorzichtig als volgt te werk gaat.

1. Kantel het gereedschap naar voren door de

voorrand van de voet op het werkstuk te laten rusten, met de punt van het zaagblad net boven het werkstukoppervlak.

2. Oefen een beetje druk uit op het gereedschap

om te voorkomen dat de voorrand van de voet kan bewegen, en schakel het gereedschap in. Laat daarna het achterste gedeelte van het gereedschap langzaam zakken.

3. Naarmate het zaagblad door het werkstuk

heen zaagt, laat u de voet van het gereedschap langzaam op het werkstukoppervlak zakken.

4. Zaag verder op de normale manier.

Afwerken van randen (Fig. 27) Voor het afwerken van randen of voor nauwkeurig op maat zagen, laat u het zaagblad lichtjes langs de gezaagde randen lopen. Zagen van metaal Voor het zagen van metaal dient u altijd een geschikt koelmiddel (snijolie) te gebruiken. Als u dit niet doet, zal het zaagblad sneller slijten. In plaats van een koelmiddel te gebruiken, kunt u ook de onderkant van het werkstuk invetten.

4334D (Nl) (’100. 8. 28)ONDERHOUD LET OP: Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en de accu is losgekoppeld vooraleer onderhoud uit te voeren aan het gereedschap. Schoonmaken van de klem op de zaagbladhouder Als er spaanders of verontreinigingen zijn terechtge- komen in de klem op de zaagbladhouder, moet u de klem van de zaagbladhouder verwijderen om deze schoon te maken. Verwijderen van de klem

1. Ontgrendel de zaagbladinstallatiehendel door

deze in de richting (1) te duwen. (Fig. 28)

2. Trek de zaagbladinstallatiehendel in de richting

(2) totdat deze op zijn plaats vastklikt. Als de hendel niet gemakkelijk eruit komt, probeer dan hem naar buiten te trekken terwijl u hem heen en weer beweegt in de richting (3).

3. Draai de zaagbladinstallatiehendel in de richting

(4) totdat deze stopt. De klem zal uit de zaagblad- houder steken. (Fig. 29 en 30)

4. Verwijder de klem van de zaagbladhouder terwijl u

de klem in de richting (5) draait. (Fig. 31) Installeren van de klem

1. Draai de zaagbladinstallatiehendel in de richting

(4) totdat deze stopt. (Fig. 32)

2. Steek de klem in de zaagbladhouder en draai

deze tussen een vierde en een volle slag in de richting (6) zodat zijn sleuf naar voren is gericht. (Fig. 33) LET OP: Draai de klem niet verder dan een volle slag wanneer u deze in de zaagbladhouder steekt. Als u dit doet, is er kans dat het zaagblad niet goed vastgezet zal zijn.

3. Houd de klem vast met uw vingers zodat deze niet

ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken zijn aanbevolen voor gebruik met uw Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Het gebruik van andere accessoires of hulpstukken kan gevaar voor persoonlijke verwondingen opleveren. De accessoires of hulpstukken dienen alleen op de juiste en voorge- schreven manier te worden gebruikt.

Figuurzaagblad (In pakketten van 5 stuks)

NEDERLANDS Geluidsniveau en trilling van het model 4334D De typische A-gewogen geluidsniveau’s zijn geluidsdrukniveau: 85 dB (A) geluidsenergie-niveau: 98 dB (A) – Draag oorbeschermers. – De typische gewogen effectieve versnellingswaarde is 6 m/s

Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : 4334D

Categorie : Elektrische zaag