70900 NG - Telescoop BRESSER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 70900 NG BRESSER in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - 70900 NG BRESSER
Download de handleiding voor uw Telescoop in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 70900 NG - BRESSER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 70900 NG van het merk BRESSER.
GEBRUIKSAANWIJZING 70900 NG BRESSER
Je telescoop bestaat uit de volgende onderdelen (afb.1–3): 1 Telescoop-tubus 2 Zoeker 3 Regelschroeven voor de zoeker 4 Opening tubus 5 Objectief 6 Oculair-xeerring 7 Scherpteregeling 8 Tubushouder 9 Statiefkop (met poolhoogtewieg en montering) 10 Bakje voor toebehoren 11 Vastzetclips (aan het statief) 12 Bevestigingsbeugels (aan de darsverbinding) voor accessoirebakje 13 Statiefbenen 14 Flexibele as (lang) 15 Flexibele as (kort) 16 Statiefster 17 Breedtegraad-regelstaaf 18 3 Oculairen (Ø 31,7 mm of 11/4”): f = 20 mm, f = 12 mm, f = 4 mm 19 Zenitspiegel 20 Omkeerlens 1,5x STAP I – Montage
2. Algemene uitleg over de montage en de
plaatsing Voordat je met de montage begint, kies je een geschikte plaats uit, om met de telescoop te kunnen werken. Het beste zoek je een plek uit waar je een goed zicht op de hemel, een stabiele ondergrond en genoeg plaats hebt. Belangrijk: Draai alle schroeven slechts “handvast” aan en vermijd zo het “door- draaien” van de schroeven.
Neem het driebeensstatief en zet het loodrecht met de statiefbenen naar onderen neer. Neem nu twee van de statiefbenen (13) en trek deze statiefbenen voorzichtig naar de volledig geo- pende positie uit elkaar. Het hele gewicht van het statief rust daarbij op één been. Zet het statief daarna recht neer. Onderdelen aan de oculair-xeerring (afb. 8) 21 Klemschroef 21a Kap Onderdelen aan de zenitspiegel (afb. 9) 22 Klemschroef Onderdelen aan de zoeker (afb. 10) 23 voorste lenstting (objectief) 23a Objektiv-contraring 24 Houder van de zoeker Onderdelen aan de tubus (afb. 12) 25 Kap Flexibel assenstelsel (afb. 13) 26,27 Klemschroef van het exibele assenstelsel Poolhoogtewieg (afb. 14) 28 Klemschroef poolhoogte 29 Breedtegraad-regelstaaf 30 Kantelplateau Onderdelen van de montering (afb. 15) 26 Flexibele as (voor uuras, voor het volgen van objecten) 27 Flexibele as (voor declinatieas) 31 Verticale klem 31a Declinatieas 32 Zwaluwstaart 33 Horizontale klem
1^42 Maak de drie vastzetclips (11) (afb. 1 + 4) aan de statiefbenen los, trek elk van de statiefbe- nen apart tot de gewenste lengte uit (zie afb. 4), sluit de vastzetclips weer en zet het statief op een vaste en vlakke ondergrond neer. TIP: Een kleine waterpas op het accessoireplankje kan je helpen het statief waterpas op te stel- len.
Het accessoireplankje (10) (afb. 1 + 3) wordt met de vlakke kant naar onderen midden op de statiefster (16) (afb. 1) gestoken en door een draaiïng van 60° met de klok mee gemon- teerd (afb. 5). De drie hoeken van het plankje moeten bij de bevestigingsbeugels (12) (afb. 1 + 3) van de dwarsverbinding uitkomen en worden vastge- klikt. Druk hiervoor de statiefster zonodig een beetje naar beneden.
Om de telescoop-tubus (1) (afb. 1) te monte- ren, draai je de sluitschroef van de tubusring (8) (afb. 6) los en klapt de ring open. Leg de tubus midden in de houder en klap de ring weer dicht. Draai de sluitschroef van de houder handvast aan. Zet nu de tubus inclusief de tubushouder met de opening van het objectief in de gemar- keerde richting (N-markering op de statief- kop, noord-pijl en telescoopsymbool op de montering) op de montering. Bevestig dan de tubushouder met de klemschroef van de zwaluwstaart aan de kop van de montering (afb. 7).
In de standaardversie wordt je telescoop ge- leverd met drie oculairen (18) (afb. 2) en een zenit-spiegel (19) (afb. 2). Met behulp van de oculairen bepaal je de vergrotingsfactor van de telescoop. Voordat je de oculairen en de zenit-spie- gel plaatst, verwijder je de kap (21a) uit de oculair-xeerring (6) (afb. 1). Draai de klem- schroeven (21) van de oculair-xeerring los en plaats als eerste de zenit-spiegel. Draai de klemschroef (21) daarna weer vast.
Aan de houder van de zoeker zitten afstel- schroeven voor de zoeker (3) (afb. 1): twee klemschroeven (zwart) en een afgeveerde contraschroef (zilverkleurig). De klemschroe- ven (zwart) moeten zover gelijkmatig worden vastgedraaid, tot je een lichte weerstand vo- elt; de zoekerverrekijker zit dan vast. Voordat je aan je observaties begint is het absoluut noodzakelijk dat je de zoekerverre- kijker afregelt – hierbij moeten de zoeker en de hoofdkijker op exact hetzelfde punt gericht staan. Om dit goed uit te richten ga je als volgt te werk: Neem het 20-mm-oculair, plaats het in de ze- nit-spiegel en richt de hoofdtelescoop op een gemakkelijk te vinden, duidelijk denieerbaar aards object (afb. 11, bijv. een kerktoren of de gevel van een huis). De afstand moet tenmins- te 200–300 meter bedragen. Haal het object exact naar het midden van het gezichtsveld in het oculair. Het beeld wordt weliswaar rechtop, maar ge- spiegeld weergegeven. In de zoeker staat het beeld daarentegen rechtop en niet-gespie- geld. Draai nu (rechts/links) aan een van de twee klemschroeven van de zoekerverrekijker en kijk daarbij voortdurend door de zoeker. Ga hiermee zolang door, tot het draadkruis van de zoeker precies dezelfde positie heeft als het oculair van de hoofdtelescoop. Scherpteregeling van de zoekerverrekijker: Draai de voorste lenstting (23) een tot twee slagen naar links. Nu kun je de contraring (23a) apart verstellen. Vervolgens bevestig je op dezelfde manier, door het openen en sluiten van de klem- schroeven (22) het 20-mm-oculair in de zenit- spiegel. Let erop, dat de inkijk van het oculair loodrecht naar boven wijst. Hierdoor kun je er beter inki- jken. Anders draai je de klemschroef (21) van de oculair-xeerring los en draai je de zenit- spiegel in deze stand.
7. Monteren en uitrichten van de zoeker
Schuif de voet van de houder (30) volledig in de basis van de houder aan de telescoop- tubus (afb. 10). De houder klik vast. Let erop, dat het objectief van de zoeker in de richting van de voorste tubusopening wijst.
d44 STAP II – Het gebruik van de telescoop
1. Bediening – montering
Je telescoop beschikt over een montering, waarmee je je telescoop op twee manieren kunt gebruiken. A: Azimutaal = Ideaal voor aardse waar- nemingen (van de dingen die je buiten ziet) B: Parallactisch = Ideaal voor de waar- neming van hemellichamen (astronomische observaties) Bij A: Bij de azimutale opstelling wordt de telescoop horizontaal en verticaal gedraaid.
Om de exacte jnafstelling van de declinatie- en uuras te vereenvoudigen, worden de exi- bele assen tegen de houders van het assen- systeem aangezet. De lange exibele as (14) (afb. 1) wordt even- wijdig aan de telescoop-tubus gemonteerd. Deze wordt met een klemschroef (16, 17) bevestigd aan de betreffende uitsparing in het assensysteem. De korte exibele as (15) (afb. 1) wordt aan de zijkant gemonteerd. Deze wordt met een klemschroef (16, 17) bevestigd aan de be- treffende uitsparing in het assensysteem. Je telescoop is nu klaar voor gebruik. Kijk door de zoeker en focusseer op een ob- ject ver weg. Draai de voorste lenstting (23) in de een of andere richting, tot het object scherp wordt. Draai de contraring (23a) nu in de richting van de lenstting.
Om het binnenwerk van de telescoop voor stof en vuil te beschermen, wordt de opening van de tubus beschermd door een kap (25). Zo zit er ook een beschermkap (21) aan de oculair-xeerring (6) (afb. 1). Haal deze kappen van de openingen als je ob- servaties gaat doen.
Wanneer je vanuit een verlichte ruimte ‚s nachts naar buiten gaat, moeten je ogen eerst aan het donker wennen. Na ca. 20 minuten kun je dan echt beginnen sterren te kijken. Kijk niet vanuit gesloten ruimtes en zet de te- lescoop met toebehoren ca. 30 minuten voor het begin van de observatie op zijn plaats, om de tubus op temperatuur te laten komen. Let er verder op dat je telescoop op een vlak- ke en stabiele ondergrond staat.
3. Eerste oriëntatie
Draai de klemschroef voor de poolhoogte (28) los en stel het kantelplateau (32) grof in op de breedtegraad van de plaats waar je je bevindt (in Nederland ca. 53°) met behulp van de schaalverdeling van de breedtegraad- regelstaaf (29). Zet het driebeens-statief met de noord-markering (N) richting noorden. De bovenkant van het kantelplateau wijst ook naar het noorden. De breedtegraad-regel- staaf wijst naar het zuiden.
4. Instellen van de geograsche breedte
Zoek uit op welke breedtegraad je je bevindt met behulp van een stadsplattegrond, een at- las of via het internet. Nederland ligt tussen 51° (Middelburg) en 53° (Groningen) noorde- lijke geograsche breedte. Draai nu de klemschroef voor de poolhoogte (28) los en kantel het kantelplateau (32) tot het getal, dat op de breedtegraad-regelstaaf (29) bij de klem staat, overeenkomt met de breedtegraad van de plaats waar je je bevindt (bijvoorbeeld 51°). TIP: De precieze breedtegraad van de plaats van waaruit je observeert is in een atlas altijd aan de rechter of linker rand van de kaarten te vinden. Informatie is ook verkrijgbaar via de gemeente, het kadaster of ook in het internet: Zo bijv. bij www.heavens-above.com. Daar kun je met „Anonymous user > Select“ je land selecteren; je krijgt dan de bijbehorende gegevens te zien.
5. Volledig uitrichten
Draai de declinatieas (8) inclusief de tele- scoophouder zo’n 90° naar boven (de witte pijlen aan de voorkant van de montering staan nu tegenover elkaar). Zet de tubus goed om (zie afbeelding telescoop en noordpijl) in de houder en draai de klemschroef vast. Het uit- schuifbare oculairgedeelte van de telescoop wijst nu in de richting van de vloer en het objec- tief richting Poolster. Maak achtereenvolgens de klem van de breedtegraad-regelstaaf en de Maak de klemschroeven voor de poolhoogte (28) los en laat het kantelplateau (30) zakken, tot het horizontaal staat (d.w.z. tot aan de aan- slag). Draai de poolhoogte-klemschroef weer vast. Maak de verticale klem (31) los en zet de tu- bus in horizontale stand. Draai de klem weer vast.
De telescoop kan nu horizontaal en verticaal worden bewogen door aan de twee exibele assen te draaien (14, 15) (afb. 1). Bij B: Kapitel (3–11).
2. Opstelling (’s nachts)
Een donkere plaats om de telescoop op te stellen is voor veel observaties van wezenlijk belang, aangezien storende lichten (lampen, lantaarnpalen) de detailscherpte van het door de telescoop waargenomen beeld sterk kun- nen verminderen.46
Eventueel kun je nu met behulp van de e- xibele assen de telescoop beter op de ster uitrichten en het beeld scherper stellen met de scherpteregeling (7) (afb. 1). Bovendien kun je nu door van oculair te wis- selen (met een kleinere brandpuntsafstand) een hogere vergroting instellen. Je zult zien dat de vergroting van de sterren nauwelijks waarneembaar is. TIP: De oculairen zijn die delen van het lenzensys- teem die naar het oog toe gericht zijn. Met het oculair wordt het in het brandpunt van het ob- jectief optredende beeld opgenomen, d.w.z. zichtbaar gemaakt en nog eens uitvergroot. Er zijn oculairen met verschillende brandpunt- safstanden nodig om verschillende vergrotin- gen te realiseren. Begin elke observatie met declinatieas los en breng de Poolster in het midden van het gezichtsveld van het oculair. Draai de klem daarna weer goed vast. Het driebenige statief mag nu niet meer worden bewogen of versteld, omdat de hele instelling anders voor niets is geweest. De telescoop is nu correct uitgericht. Deze procedure is nodig, zodat je de baan van de hemellichamen later kunt volgen.
6. Volg- c.q. observatiestand
Maak de verticale klem (8) los en kantel de telescoop-tubus 90° neerwaarts. Maak de horizontale klem (33) los en draai de telescoop 180° naar rechts of links, tot de lens van het objectief in de richting van de hemel wijst. Draai alle klemmen weer goed vast aan, zodat de exibele as een object kan volgen. Het met de hand bewegen van de uuras (rechte klimmingsas, r.k.-as) over de exibele as (26) compenseert de draaiïng van de aar- de, zodat het gepositioneerde object steeds in het gezichtsveld van het oculair blijft. Wanneer je naar een ander object wilt gaan, maak je de klemmen los, draait de tubus in de juiste richting en draait de klemmen weer vast. De exibele assen zorgen nog steeds voor de jnafstelling (14, 15) (afb. 1).
De telescoop is nu grof uitgericht en inge- steld. Om een prettige observatiestand te krijgen, maak je voorzichtig de schroef van de tubus- ring los (8) (afb. 1), zodat je de telescoop- tubus kunt draaien. Breng het oculair en de zoeker in een stand die voor jouw prettig is. De zoeker zorgt nu voor de jnafstelling. Kijk door de zoeker (2) en probeer bijv. de Pools- ter (afb. 16) midden in het draadkruis van de zoeker te brengen (afb. 17). Bij een exacte in- stelling kun je met de as van de uuras (26) en met de as van de declinatieas (27) werken.
Nadat je de Poolster in de zoeker hebt inge- steld, zul je, als je nu door het oculair kijkt, de Poolster in de telescoop kunnen zien.
een oculair met lage vergroting (= hoge brand- puntsafstand van bijv. 20 mm).
In het begin zul je het waarschijnlijk moeilijk vinden om je weg te vinden tussen de sterren, omdat sterren en sterrenbeelden steeds in beweging zijn en al naar gelang het jaargetij- de, de datum en de tijd op een andere plaats aan de hemel staan. De Poolster vormt de uitzondering. Door deze ster gaat (tamelijk precies) de verlengde poo- las van de aarde. Deze zog. hemelnoordpool vormt de basis van alle sterrenkaarten. De zenit-spiegel (19) (afb. 2) zorgt voor een omkering van het beeld (gespiegeld) en wordt alleen gebruikt bij de observatie van hemel- lichamen. Om een niet-gespiegeld en rechtopstaand beeld te zien, gebruik je de meegeleverde omkeerlens. Draai de klemschroef (21) los en verwijder de zenitspiegel uit de oculair-xeerring (6) (afb. 1). Plaats de omkeerlens (20) (afb. 2) nu recht in de oculair-xeerring en draai de klemschro- ef weer met de hand vast. Zet dan het oculair (bijv. f=20 mm) in de opening van de omkeer- lens, en draai de klemschroef daar vast. Brandpuntsafstand van de telescoop : brandpuntsafstand van het oculair = Vergroting Dus maken we de volgende berekening 900 mm : 20 mm = 45x 900 mm : 12 mm = 75x 900 mm : 4 mm = 225x Opmerking: Op de tekening (afb. 18) zie je enkele bekende sterrenbeelden en constellaties die het hele jaar door te zien zijn. Waar de hemellichamen aan de hemel staan is echter afhankelijk van de datum en de tijd. Als je je telescoop op een van deze sterren hebt uitgericht, zul je zien dat hij na korte tijd alweer uit het gezichtsveld van het oculair is verdwenen. Om dit effect tegen te gaan, geb- ruik je de exibele as (17) van de uuras, zodat je telescoop de schijnbare baan van deze ster volgt.
In de standaardversie wordt deze telescoop met drie oculairen (18) (afb. 2) geleverd. Met behulp van de oculairen bepaal je de vergro- tingsfactor van de telescoop. 1*48
11. Demontage van de telescoop
Na een hopelijk interessante en succesvolle observatie is het verstandig, de hele telescoop in een droge en goed geventileerde ruimte te bewaren. Vergeet niet de beschermkappen weer op de voorste tubusopening en in de oculair-xeerring te steken. Bovendien hoor je alle oculairen en optische accessoires in de betreffende verpakkingen terug te doen. TIP: Voor astronomische observatie is de omkeer- lens niet geschikt. Gebruik hierbij uitsluitend de zenitspiegel en een oculair. Voor observati- es op de aarde of van de natuur gebruik je dan de omkeerlens met een oculair. Probleem Oplossing Geen beeld Stofkap van het objectief halen Onscherp beeld Gebruik de scherpteregeling om het beeld scherp te stellen. Scherpstellen niet mogelijk Wacht tot de telescoop op temperatuur is gekomen (ca. 30 minuten) Slecht beeld Kijk niet door ruiten en ramen met de verrekijker Object is wel in de zoeker, maar niet in de telescoop zichtbaar Stel de zoeker beter af (zie Hoofdstuk 7) Moeilijk volgen van het assensysteem en de assen Balanceer de telescoop beter uit Ondanks de zenitspiegel een „scheef” beeld De oculairmof in de zenitspiegel moet loodrecht worden uitgericht Probleemoplossing:49
- Uit twee lenzen bestaand objectiefsysteem (achromatisch) van glas
- Azimutaal gemonteerd met poolhoogtewieg (Geoptimaliseerd montagesysteem met exibele assen)
2. Suggesties voor te observeren hemel-
lichamen: In het volgende hebben we voor je een paar bijzonder interessante hemellichamen en ster- renhopen uitgezocht en van uitleg voorzien. Op de bijbehorende afbeeldingen aan het eind van de handleiding wordt getoond hoe je deze bij goed zicht en met de bijgeleverde oculairen door je telescoop zult zien: De maan De maan is de enige natuurlijke satelliet van de aarde. (afb. 19) Diameter: 3.476 km Afstand: ca. 384.401 km De maan is sinds prehistorische tijden bekend. Na de zon is zij het meest heldere lichaam aan de hemel. Omdat de maan in een maand om de aarde draait, verandert de hoek tussen de aarde, de maan en de zon voortdurend; dat is aan de cycli van de maanfasen te zien. De tijd tussen twee op elkaar volgende nieuwemaan- fasen bedraagt ongeveer 29,5 dag (709 uur). Orion-nevel (M 42) M 42 in het sterrenbeeld Orion (afb. 20) Rechte klimming: 05:32,9 (uren: minuten) Declinatie: -05:25 (graden: boogminuten) Afstand: 1.500 lichtjaar Met een afstand van circa 1500 lichtjaar is de Orionnevel (Messier 42, kortweg M42) de meest heldere diffuse nevel aan de hemel – met het blote oog zichtbaar, en een bijzonder lonend object om met telescopen in alle uit- voeringen te bekijken, van de kleinste verreki- jker tot de grootste aardse observatoria en de Hubble Space Telescope. Wij zien het belangrijkste gedeelte van een nog veel grotere wolk van waterstofgas en stof, die zich met meer dan 10 graden over ruim de helft van het sterrenbeeld Orion uit- strekt. Deze enorme wolk heeft een omvang van meerdere honderden lichtjaren. Ringnevel in de Lier (M 57) M 57 in het sterrenbeeld Lier (afb. 21) Rechte klimming: 18:51,7 (uren: minuten) Declinatie: +32:58 (graden: boogminuten) Afstand: 2.000 lichtjaar De beroemde ringnevel M 57 in het sterren- beeld Lier wordt vaak gezien als het prototy- pe van een planetaire nevel; hij hoort bij de hoogtepunten van de zomerhemel van het noordelijk halfrond. Recent onderzoek toont aan dat het waarschijnlijk een ring (torus) van helder oplichtend materiaal betreft die de centrale ster omringt (alleen met grotere te- lescopen waar te nemen), en niet een bol- of50 ellipsvormige gasstructuur. Als men de ring- nevel van de zijkant zou bekijken, dan zag hij er ongeveer zo uit als de Halternevel (M27). Bij dit object kijken we precies op de pool van de nevel. Halternevel in het Vosje (M 27) M 27 in het sterrenbeeld Vos (afb. 22) Rechte klimming: 19:59,6 (uren: minuten) Declinatie: +22:43 (graden: boogminuten) Afstand: 1.250 lichtjaar De Halternevel (M27) in het sterrenbeeld Vos- je was de allereerste planetaire nevel die werd ontdekt. Op 12 juli 1764 ontdekte Charles Messier deze nieuwe en fascinerende klasse hemellichamen. Bij dit object kijken wij bijna precies op de evenaar. Zouden we echter naar een van de polen van de Halternevel ki- jken, dan had hij waarschijnlijk de vorm van een ring en zou ongeveer hetzelfde beeld ge- ven, als we van de ringnevel M 57 kennen. Dit object is bij matig goed weer en kleine ver- grotingen reeds goed zichtbaar. f=20 mm f=12 mm f=4 mm De maan Orion-nevel (M 42) Ringnevel in de Lier (M 57) Halternevel in het Vosje (M 27)
3. Kleine telescoop-woordenlijst
Wat betekent eigenlijk… Barlow-lens: Met de Barlow-lens, vernoemd naar de uitvin- der ervan Peter Barlow (Brits wiskundige en natuurkundige, 1776-1862), kan de brand- puntsafstand van een telescoop worden ver- groot. Al naar gelang het gebruikte soort lens is een verdubbeling of zelfs een verdrievou- diging van de brandpuntsafstand mogelijk. Daardoor wordt vanzelf ook een grotere verg- roting bereikt. Zie ook „Oculair“. Brandpuntsafstand: Alle dingen, die via een optisch systeem (met een lens) een object vergroten, hebben een bepaalde brandpuntsafstand. We verstaan hi- eronder de weg die het licht van de lens tot het brandpunt aegt. Het brandpunt wordt ook wel de focus genoemd. In de focus is het beeld scherp. In een telescoop worden de brandpuntsafstanden van de kijker en van het oculair gecombineerd. Lens: De lens buigt het binnenvallende licht zo om, dat er na een bepaalde afstand (de brandpunt- safstand) in het brandpunt een scherp beeld ontstaat. Oculair: Een oculair is een naar je oog toe gericht systeem van één of meer lenzen. Het oculair neemt het in het brandpunt van een lens op- tredende scherpe beeld over en vergroot het nog eens uit. Om de vergroting te berekenen kun je een eenvoudige rekenformule gebruiken: Brandpuntsafstand van de verrekijker : brand- puntsafstand van het oculair = de vergrotings- factor Je ziet: Bij een telescoop is de vergroting zo- wel afhankelijk van de brandpuntsafstand van het oculair als van de brandpuntsafstand van de telescoopbuis zelf. Als je nu een oculair met 20 mm brandpunt- safstand en een telescoopbuis met 600 mm brandpuntsafstand neemt, krijg je aan de hand van de rekenformule de volgende vergroting: 600 mm : 20 mm = 30-voudige vergroting Omkeerlens: De omkeerlens wordt voor het oculair in de oculairbuis van de telescoop gezet. Door de geïntegreerde lens kan ze de vergroting van het oculair nog eens extra verbeteren (mee- stal 1,5 keer). Het beeld wordt – zoals de naam al zegt – door een omkeerlens omgekeerd, zodat het rechtop staand en zelfs niet-gespiegeld is. Vergroting: De vergroting is het verschil tussen het be- eld met het blote oog en het beeld door een vergrotingsinstrument (bijv. een telescoop). De waarneming met het blote oog staat gelijk aan 1. Als je nu een telescoop met een 30- voudige vergrotingsfactor hebt, dan zie je het object door de telescoop 30 keer zo groot als met je ogen. Zie ook „Oculair“. Zenitspiegel: Een spiegel die de lichtstraal in een rechte hoek ombuigt. Bij een rechte telescoop wordt hiermee de observatiestand gecorrigeerd, zodat je gemakkelijk van boven in het ocu- lair kunt kijken. Het beeld dat de zenitspiegel doorgeeft is weliswaar rechtopstaand, maar gespiegeld.52 PERICOLO per i bambini! Non osservare mai direttamente il sole o un punto in prossimità del sole con questo apparecchio. PERICOLO DI ACCE- CAMENTO! Non lasciare mai incustoditi i bambini quan- do usano l’apparecchio. Tenere i materiali di imballaggio (buste di plastica, elastici, ecc.) lontano dalla portata dei bambini! PERICOLO DI SOFFOCAMENTO! PERICOLO DI INCENDIO! Non lasciare mai l’apparecchio, in par- ticolar modo le lenti, esposto ai raggi diretti del sole! La focalizzazione della luce solare potrebbe innescare incendi. PERICOLO per danni a cose! Non smontare l’apparecchio! In caso di difetti all’apparecchio rivolgersi al rivendi- tore specializzato. Il rivenditore si metterà in contatto con il servizio di assistenza clienti ed eventualmente manderà l‘apparecchio in riparazione. Non esporre l‘apparecchio a temperature su- periori ai 60°C! AVVERTENZA per la pulizia Pulire le lenti (oculare e/o obiettivo) solo con l‘apposito panno in dota- zione oppure con un altro panno morbido che non lasci peli (per es. in micro- bra). Non premere con il panno sulle lenti per evitare che si grafno. Per rimuovere i residui di sporco più ostinati inumidire il panno con un liquido detergente per occhiali e pulire le lenti esercitando solo una lieve pressione. Proteggere l’apparecchio da polvere e um- idità! Dopo l’utilizzo, in particolare in condi- zioni di elevata umidità atmosferica, lasciare l‘apparecchio a temperatura ambiente per alcuni minuti in modo tale che l‘umidità resi- dua venga completamente eliminata. Inserire i coperchi di protezione antipolvere sulle lenti e conservare l‘apparecchio nell’apposita cus- todia in dotazione. TUTELA della sfera privata! L’apparecchio è concepito per l’uso privato. Evitare di invadere la sfera privata delle altre persone, per es. non utilizzare l’apparecchio per guardare att- raverso le nestre degli appartamenti. SMALTIMENTO Smaltire i materiali di imballaggio dopo averli suddivisi. Per informa- zioni sul corretto smaltimento, si prega di rivolgersi all‘azienda municipale che si occupa dello smaltimento dei riuti o all’ufcio pubblico competente.53
Notice-Facile