A 455 - Zaag ALPINA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis A 455 ALPINA in PDF-formaat.

📄 460 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice ALPINA A 455 - page 101
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : ALPINA

Model : A 455

Categorie : Zaag

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding A 455 - ALPINA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. A 455 van het merk ALPINA.

GEBRUIKSAANWIJZING A 455 ALPINA

PRESENTATIE 1 Geachte Klant, wij danken u voor het feit dat u de voorkeur hebt gegeven aan onze producten en wij hopen dat het gebruik van deze machine u zeer tevreden zal stellen en dat zij volledig aan uw verwachtingen zal voldoen. Deze handleiding is ge- schreven om u vertrouwd te maken met uw machine en om u in staat te stellen haar op de beste en de meest veilige manier te gebruiken: vergeet niet dat deze handleiding een integrerend deel van de machine is, bewaar deze binnen handbereik zodat u haar op elk gewenst moment kunt raadplegen en zorg ervoor dat ze de machine altijd vergezelt ook als u de machine verkoopt of uitleent. Deze nieuwe machine is ontworpen en gemaakt in overeenstemming met de geldende voorschriften en is volkomen veilig en betrouwbaar indien zij wordt gebruikt overeenkomstig de aanwijzingen in deze handleiding (voorzien gebruik); het gebruik voor andere doeleinden of het niet in acht nemen van de aangegeven veiligheids-, gebruiks-, onderhouds- en reparatievoorschriften wordt als “oneigenlijk gebruik” beschouwd en brengt verval van, zowel de garantie, als de aansprakelijkheid van de fabrikant teweeg waardoor de gebruiker zelf verantwoordelijk is voor schade of letsel die hij- zelf of anderen oplopen. Neem steeds de plaatselijke wetten in verband met de veiligheid in acht, die het gebruik van de machine mogelijk be- perken. Mocht u verschillen tegenkomen tussen wat beschreven is en de machine die u bezit, denk er dan aan dat, aange- zien het product continu verbeterd wordt, de in deze handleiding opgenomen gegevens zonder voorafgaande ken- nisgeving en zonder dat de fabrikant verplicht is de handleiding te updaten gewijzigd kunnen worden, waarbij de es- sentiële kenmerken met het oog op de veiligheid en de werking evenwel onveranderd blijven. Neem ingeval van twijfel contact op met uw Verkoper. Wij wensen u een prettig gebruik van de machine toe! INHOUD

9a. Palbescherming (verwijderen tijdens het gebruik)

16. Knop voorinspuiting (Primer)

TYPEPLAATJE 10.1) Conformiteitsmerk volgens de richtlijn 2006/42/EG 10.2) Naam en adres van de fabrikant 10.3) Akoestische vermogen LWA volgens de richtlijn 2000/14/EG 10.5) Machinemodel 10.6) Serienummer 10.7) Bouwjaar 10.8) Artikelcode 10.9) Aantal emissies

1) Let op! Gevaar. Een niet correct gebruik van deze

machine kan gevaarlijk zijn voor zichzelf en de anderen.

2) Gevaar voor terugslag (kickback)! De terugslag ver-

oorzaakt de bruuske en ongecontroleerde beweging van de kettingzaag naar de bediener toe. Ga altijd op vei- lige wijze te werk. Gebruik kettingen voorzien van vei- ligheidsschakels die eventuele terugslagen beperken.

3) Neem de machine nooit met een enkele hand vast!

Neem de machine stevig met beide handen vast, om een betere controle te hebben over de machine en het risico voor terugslag te beperken.

4) Voordat u deze machine in gebruik neemt, eerst de

5) De persoon die deze machine dagelijks in normale

omstandigheden gebruikt kan blootgesteld zijn aan een geluidsniveau van 85 dB (A) of hoger. Gebruik een ge- hoorbescherming en bril en draag een veiligheidshelm.

6) Draag werkhandschoenen en veiligheidsschoeisel!

aximale waarden voor geluid en trillingen [1]

ewaarborgd geluidsdrukniveau LpA

Maximaal toegestaan toerental zonder lading met ketting gemonteerd

Specifiek gebruik bij maximaal vermogen g/kWh 430 450 460 480 Vermogen van het oliereservoir

Tanden / steek van het kettingwiel 6 / 0,375” 7 / 0,325” 6 / 0,375” 7 / 0,325” 7 / 0,325” Lengte van de snit 330 mm - 14” 370 mm - 16” 385 mm - 16” (160MLBK041) 370 mm - 16” (160SDEA041) 390 mm - 16” 440 mm - 18” 440 mm - 18” 490 mm - 20” Gewicht (bij leeg reservoir) kg 4,7 4,7 5,4 5,5 [1] LET OP: De waarde van de trillingen kan variëren in functie van het gebruik van de machine en zijn uitrusting en hoger zijn dan de aan- gegeven waarde. De veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de gebruiker moeten bepaald worden door zich te baseren op de schatting van de lading veroorzaakt door de trillingen onder de werkelijke gebruiksomstandigheden. Hiervoor moeten alle fases van de werkingscyclus in beschouwing genomen worden zoals bijvoorbeeld het uitzetten en de onbelaste werking.NL

VOORZIEN GEBRUIK / ONEIGENLIJK GEBRUIK

Gebruik de machine alleen voor het doel waartoe het bestemd is, m.a.w. “het vellen, het verzagen en snoeien van bomen met af- metingen in verhouding tot de lengte van het kettingblad” of houten voorwerpen met gelijkaardige eigenschappen. Elk ander doel waarvoor de machine wordt gebruikt kan gevaarlijk zijn en zou de ma- chine kunnen beschadigen. De volgende situaties behoren tot het oneigenlijk gebruik (bijvoor- beeld, maar niet uitsluitend): – Hagen bijschoeien – snijwerken – doorsnijden van banken, kisten en verpakkingen in het algemeen – doorsnijden van meubelen of andere voorwerpen die nagels, vijzen of andere metalen onderdelen kunnen bevatten – slachterswerken uitvoeren – de machine gebruiken als hefboom om voorwerpen op te tillen, te verplaatsen of door te breken; – de machine gebruiken wanneer ze op vaste steunen geblokkeerd is. De kettingzaag niet gebruiken voor het zagen van plastic, bouwma- teriaal of ander materiaal dan hout. Het gebruik van de kettingzaag voor andere doeleinden dan waarvoor hij bedoeld is, kan leiden tot ge- vaarlijke situaties.

1) Lees de gebruiksaanwijzingen aandachtig. Zorg dat u ver-

trouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de motor snel af te zetten.

2) Laat nooit toe dat de machine gebruikt wordt door kinderen of door

personen die niet vertrouwd zijn met deze aanwijzingen. De leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd zijn.

3) De machine dient niet door meer dan één persoon gebruikt te wor-

4) Gebruik de machine in geen geval:

– als er personen, in het bijzonder kinderen of dieren in de buurt zijn; – indien de gebruiker moe is, zich niet fit voelt of geneesmiddelen, drugs, alcohol of schadelijke stoffen ingenomen heeft die zijn re- actievermogen en aandacht kunnen verminderen; – indien de gebruiker niet in staat is om de machine stevig vast te hou- den met beide handen en/of tijdens het werk niet in evenwicht en stevig op beide voeten kan staan.

5) Denk eraan dat de persoon die de machine bedient of de gebrui-

ker aansprakelijk is voor ongevallen en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kunnen overkomen.

1) Tijdens het werken moet gepaste kledij gedragen worden die

de gebruiker niet hindert in zijn bewegingen. – Draag aansluitende en beschermende kledij die bestand is tegen sneden. – Draag een helm, werkhandschoenen, een veiligheidsbril, een stof- maskertje en veiligheidsschoeisel met een antislipzool. – Gebruik de oorbeschermers. – Draag geen sjaal, hemd, halsketting of andere hangende of ruime accessoires die gegrepen kunnen worden door de machine of voorwerpen en materiaal aanwezig op de werkplaats. – Lang haar wordt zorgvuldig bijeengebonden.

2) PGELET: GEVAAR! De benzine is bijzonder brandbaar:

– bewaar de brandstof in gepaste recipiënten die geschikt zijn voor dit gebruik; – rook niet wanneer de brandstof gehanteerd wordt; – open de dop van het reservoir langzaam om de interne druk gelei- delijk aan af te laten; – vul benzine alleen bij in de open lucht en gebruik hiervoor een trech- ter; – giet de brandstof in het reservoir vóórdat u de motor aanzet: als de motor aanstaat of warm is mag u geen brandstof toevoegen 4 SYMBOLEN / VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

12) Oliereservoir ketting en regelaar oliepomp

13) Regelingen van de carburator

L = regeling brandstof lage snelheid H = regeling brandstof hoge snelheid T = regeling van het minimumtoerental

14) Chokeknop (Starter)

15) Knop voorinspuiting (Primer)

16) Kettingrem (het symbool geeft

de positie aan waarin de rem vrijgegeven wordt) SIMBOLI ESPLICATIVI SULLA MACCHINA (se presenti)

16o f de dop van de benzinetank afdraaien;

als u benzine gemorst hebt mag u de motor niet starten maar dient

de machine uit de buurt van de plek waar u de benzine gemorst

ebt te brengen en voorkomen dat er brand ontstaat. U dient te wachten totdat de brandstof verdampt is en de benzinedampen op- gelost zijn; – reinig onmiddellijk elk spoor van benzine gemorst op de machine

start de machine niet op de plaats waar de brandstof bijgevuld

vermijd dat de brandstof in contact komt met de kledij en, mocht dit

och gebeuren, trek dan andere kledij aan vooraleer de motor te starten; – draai de dop altijd weer goed op het reservoir van de machine en het benzinerecipiënt. 3 Vervang defecte of beschadigde geluidsdempers.

4) Ga vóór het gebruik over tot een algemene controle van de ma-

chine, in het bijzonder: – de versnellingshendel en de veiligheidshendel moeten vrij kunnen bewegen, zonder geforceerd te worden, en bij het loslaten moeten ze automatisch en snel terug in de neutrale stand komen; – de versnellingshendel moet geblokkeerd blijven indien niet op de veiligheidshendel geduwd wordt; – de stopschakelaar van de motor moet makkelijk van de ene stand in de andere gebracht kunnen worden; – de elektrische kabels en in het bijzonder de kabel van de bougie moeten onbeschadigd zijn om te voorkomen dat vonken ontstaan; de kap moet correct op de bougie gemonteerd zijn; – de handgrepen en beschermingen van de machine moeten schoon, droog, en stevig bevestigd zijn op de machine; – de rem van de ketting moet perfect werken en doeltreffend zijn; – lhet blad en de ketting moeten correct gemonteerd zijn; – de ketting moet correct gespannen zijn.

5) Vóór het werk te beginnen, controleer of alle beschermingen cor-

rect gemonteerd zijn.

C) TIJDENS HET GEBRUIK

1) Start de motor niet in gesloten ruimten, waar zich gevaarlijke kool-

monoxide kan ontwikkelen. Controleer de luchtverversing wanneer men in grachten, holtes of der- gelijke werkt.

2) Werk alleen bij daglicht of bij goed kunstlicht.

3) Blijf stil en stabiel staan:

– vermijd zoveel mogelijk te werken op een natte of glibberige grond, of in ieder geval op te oneffen of steile terreinen die de stabiliteit van de gebruiken tijdens het werken niet kunnen garanderen; – vermijd het gebruik van ladders en onstabiele platformen; – ga niet te werk met de machine boven de schouderlijn; – loop niet maar ga normaal en let op oneffenheden van het terrein en de aanwezigheid van eventuele hindernissen. – ga best niet alleen of te geïsoleerd te werk, om in geval van een on- geluk makkelijker hulp te roepen.

4) Start de motor terwijl de machine stevig vastgehouden wordt:

– start de motor op een afstand van minstens 3 meter van de plaats waar de brandstof bijgevuld werd; – controleer of er zich andere personen in de draagwijdte van de ma- chine bevinden; – richt de geluidsdemper en dus de uitlaatgassen nooit naar ont- vlambare materialen: – let op het mogelijk wegspringen van materiaal veroorzaakt door de beweging van de ketting, vooral wanneer de ketting in contact komt met hindernissen of vreemde lichamen.

5) Wijzig de afstelling van de motor niet en laat het toerental van

de motor niet buitengewoon hoog oplopen.

6) Overbelast de machine niet en gebruik geen kleine machine om

zware werken te verrichten; het gebruik van een machine met aan- gepaste afmetingen zal de risico’s beperken en de kwaliteit van het werk verbeteren.

7) Controleer of het laagste toerental van de machine de ketting niet

n beweging brengt en of de motor na een plotse versnelling snel

erugvalt tot het laagste toerental.

) Let erop dat het blad niet hevig botst met vreemde lichamen en let

p eventueel wegspringend materiaal veroorzaakt door het draaien van de ketting.

9) Schakel de motor uit:

– telkens wanneer u de machine onbeheerd achterlaat;

vóórdat u benzine bijtankt.

0) Schakel de motor uit en koppel de bougiekabel los:

voordat u de machine controleert, schoonmaakt of eraan werkt;

nadat er op een vreemd lichaam gestoten is. Controleer de machine

p eventuele beschadigingen en voer de nodige reparaties uit al- vorens de machine opnieuw te gebruiken; – indien de machine op abnormale wijze begint te trillen (Meteen de oorzaak van de trillingen opsporen en hem laten nakijken door een Gespecialiseerd Servicecentrum). – wanneer de machine niet gebruikt wordt.

11) Stel u niet bloot aan het stof en zaagsel dat tijdens het snijden

door de ketting ontstaat.

D) ONDERHOUD EN OPSLAG

1) Laat de bouten en de schroeven vastgedraaid zitten om er zeker

van te zijn dat de machine altijd op een veilige manier gebruiksklaar is. Als u regelmatig onderhoud aan de heggenschaar pleegt zal de werking van ervan veilig blijven en zal het prestatieniveau bewaard blijven.

2) Zet de machine niet met benzine in het reservoir in een ruimte waar

de benzinedampen met vlammen, vonken of een warmtebron in aan- raking zouden kunnen komen.

3) Laat de motor eerst afkoelen vóór het opbergen van de machine

in elke willekeurige ruimte.

4) Om het risico voor brand te beperken, worden de motor, de ge-

luidsdemper van de uitlaat en de opslagzone van de benzine vrij ge- houden van zaagsel, takjes, bladeren of overtollig vet; laat geen re- cipiënten met snijafval in de ruimte achter.

5) Als u het reservoir moet ledigen, dient u dit in de open lucht te doen

en wanneer de motor koud is.

6) Draai werkhandschoenen voor elke ingreep aan de snij-in-

7) Zorg ervoor dat de ketting altijd scherp is. Alle handelingen die

betrekking hebben op de ketting en het blad vergen een specifieke vaardigheid, naast het gebruik van speciaal gereedschap om deze handelingen volgens de regels van de kunst uit te voeren; uit veilig- heidsoverwegingen, neemt u altijd het best contact op met uw Ver- koper.

8) Gebruik de machine, uit veiligheidsoverwegingen, nooit met

onderdelen die versleten of beschadigd zijn. De beschadigde onderdelen moeten vernieuwd en niet gerepareerd worden. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen. Onderdelen van een andere kwaliteit kunnen de machine beschadigen en kunnen gevaarlijk zijn voor de gebruiker.

9) Vooraleer de machine op te bergen, de sleutels of het gereed-

schap gebruikt voor het onderhoud wegnemen.

10) Bewaar de machine buiten het bereik van kinderen!

E) TRANSPORT EN VERPLAATSING

1) Telkens wanneer de machine verplaatst of vervoerd moet worden,

is het noodzakelijk: – de motor uit te schakelen, te wachten tot de ketting tot stilstand ge- komen is en de bougiekap los te koppelen; – de bladbescherming aan te brengen; – de machine alleen vast te nemen aan de handgrepen en het blad in de richting tegenover de loop- of rijrichting te houden.

2) Wanneer de machine vervoerd wordt met een voertuig, moet het

op dusdanige wijze geplaatst worden dat er voor niemand gevaar ont- staat en stevig geblokkeerd worden om te voorkomen dat de machine omvalt en beschadigd wordt of dat brandstof lekt. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN 5 NLF ) RESTRISICO’S

Blijf met al uw lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting

erwijl de kettingzaag in werking is. Voor de kettingzaag te star- ten, controleren of de zaagketting nergens mee in aanraking komt. Als u even niet oplet terwijl u de kettingzaag gebruikt, kan uw kle- ding of lichaam in de zaagketting verstrikt raken.

Pak met uw rechter hand de achterste handgreep vast en met

w linkerhand de voorste handgreep. Nooit de kettingzaag an-

ersom vastpakken omdat dan het risico op persoonlijk letsel toe-

Draag een veiligheidsbril en oorbeschermingen. Verder wordt een beschermhelm aanbevolen en berschermschoenen en - handschoenen. Door het dragen van geschikte beschermkleding verlaagt u de kans op verwondingen die veroorzaakt kunnen wor- den door wegspringend houtafval of het per ongeluk in aanraking komen met de zaagketting.

  • Gebruik de kettingzaag niet in een boom. Het gebruik van een kettingzaag terwijl u in een boom geklommen bent, kan verwon- dingen veroorzaken.
  • Ga altijd op een goed steunpunt staan en laat de kettingzaag alleen draaien als u op een stevig, veilig en vlak oppervlak staat. Als u op een gladde of instabiele ondergrond staat, zoals bij- voorbeeld een ladder, kunt u uw evenwicht of de controle over de kettingzaag verliezen.
  • Als u een onder spanning staande tak afzaagt, moet u op het risico van eventuele terugslag letten. Als de spanning van de houtvezels vrijkomt, kan de onder spanning staande tak de bedie- ner een tik geven en/of kan hij de controle over de kettingzaag ver- liezen.
  • Wees uiterst voorzichtig als u struiken en jonge boompjes af- zaagt. Dun materiaal kan in de zaagketting verstrikt raken waardoor het in uw richting kan wegspringen en/of u uw evenwicht kunt ver- liezen.
  • Draag de kettingzaag aan de voorste handgreep als hij uit- geschakeld is en van uw lichaam af gekeerd. Als de ketting- zaag vervoerd of opgeborgen wordt moet altijd de bladbe- scherming aangebracht worden. Door correct met de kettingzaag om te gaan verkleint u de kans op het per ongeluk in aanraking komen met de bewegende zaagketting.
  • Houd u aan de aanwijzingen voor het smeren, het spannen van de ketting en het verwisselen van accessoires. Een ver- keerd gespannen of gesmeerde ketting kan breken en verhoogt de kans op terugslag.
  • Houd de handgrepen droog, schoon en vrij van olie en vet. Een vette handgreep is glad en hierdoor kunt u de controle over de kettingzaag verliezen.
  • De aanschakelinrichting van deze machine genereert een elektromagnetisch veld van beperkte omvang, tot echter de mo- gelijkheid op interferentie met de werking van actieve of passieve medische inrichtingen die op de bediener aangebracht zijn, niet kan uitsluiten, met als gevolg mogelijke ernstige risico’s voor zijn vei- ligheid. Men raadt daarom aan dat te dragers van dergelijke medi- sche apparaten de geneesheer of de fabrikant van deze apparaten zelf raadplegen, vooraleer de machine te gebruiken.

G) OORZAKEN VAN TERUGSLAG EN

VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE GEBRUIKER: Terugslag ontstaat als de punt of het uiteinde van het zaagblad een voorwerp raakt of het hout de kettingzaag in de snede vastklemt. Door de aanraking van de punt kan, in sommige gevallen, een om- gekeerde reactie plaatsvinden waarbij het zaagblad omhoog en achteruit naar de bediener toe springt. Het beknellen van de zaagketting aan de bovenkant van het zaagblad kan de zaagketting snel naar achteren naar de bediener toe werpen. Door één van deze twee reacties kunt u de controle over de zaag ver- liezen, met mogelijk ernstige verwondingen tot gevolg. U kunt niet uit- sluitend op de in de zaag ingebouwde veiligheidsinrichtingen ver- trouwen.

e gebruiker van een kettingzaag moet verschillende maatregelen

reffen om het risico op ongelukken of verwonding tijdens de zaag-

erkzaamheden op te heffen. Terugslag is het gevolg van een slecht

ebruik van het gereedschap en/of onjuiste procedures of gebruiks- omstandigheden en kan vermeden worden door de volgende voor- zorgsmaatregelen te treffen.

Houd de zaag met beide handen stevig vast, met de duimen

n vingers om de handgrepen van de kettingzaag gesloten en

oud uw lichaam en armen in een positie waarin u tegenstand

unt bieden tegen terugslag. Terugslag kan door de bediener op-

evangen worden als hij de nodige voorzorgsmaatregelen getrof- fen heeft. Laat de kettingzaag niet los.

  • Reik niet te ver en zaag niet boven schouderhoogte. Dit draagt bij te vermijden dat de punt van het zaagblad per ongeluk iets raakt en tot een betere controle over de kettingzaag in onverwachte situaties.
  • Gebruik alleen de door de fabrikant gespecificeerde zaag- bladen en -kettingen. Ongeschikte zaagbladen en -kettingen kunnen ervoor zorgen dat de ketting breekt en/of terugslag ver- oorzaken.
  • Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant voor wat betreft het slijpen en onderhoud van de kettingzaag. Door een kleinere zaagdiepte neemt het risico op terugslag toe.

H) GEBRUIKSTECHNIEKEN VAN DE MOTORZAAG

Neem altijd de veiligheidsvoorschriften in acht en gebruik de tech- nieken die het meest gepast zijn voor het uit te voeren werk, volgens de instructies en de voorbeelden gegeven in de gebruiksaanwijzingen (zie hoofdstuk 7).

J) AANBEVELINGEN VOOR BEGINNERS

Wanneer u voor de eerste keer een boom wilt vellen of takken wilt af- zagen, moet u eerst: – een specifieke opleiding gevolgd hebben over het gebruik van dit type van gereedschap; – de veiligheidsvoorschriften en gebruiksaanwijzingen bevat in deze handleiding zorgvuldig gelezen hebben; – oefenen op houtblokken op de grond of bevestigd op een steun, om voldoende vertrouwd te raken met de machine en de meest ge- schikte snijtechnieken.

K) HOE DE HANDLEIDING TE LEZEN

In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die gege- vens van bijzonder belang bevatten, gekenmerkt door diverse sym- bolen die de volgende betekenis hebben:

Verstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen daarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd wordt of dat er schade ver- oorzaakt wordt. Gevaar voor persoonlijk letsel of let- sel aan anderen in geval van niet-inachtneming. Kans op ernstig persoonlijk letsel of ernstig letsel aan anderen met gevaar van dodelijke ongeluk- ken, in geval van niet-inachtneming. OPMERKING BELANGRIJK LET OP! GEVAAR! 6 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN NLDe machine wordt geleverd met gedemonteerde blad en ketting, en met lege brandstof- en oliereservoirs. De machine moet op een vlakke en solide ondergrond uitgepakt en gemon- teerd worden, met voldoende bewegingsruimte voor de machine en de verpakking, en steeds met gebruik van geschikte werktuigen. De verpakking moet volgens de plaatselijke gel- dende bepalingen worden afgevoerd. Draag altijd sterke werk- handschoenen om het blad en de ketting te hante- ren. Ga bijzonder voorzichtig te werk voor de mon- tage van het blad en de ketting, om de veiligheid en efficiëntie van de machine niet in het gedrang te brengen; neem bij twijfels contact op met uw Ver- koper. Vooraleer het blad te monteren, controleer of de rem van de ketting niet ingeschakeld is; dit wordt bekomen door de voorste handbescherming volledig naar achter te trekken, naar het machinehuis toe. Voer alle handelingen uit bij uitgeschakelde motor. MONTAGE VAN HET BLAD EN DE KETTING

  • Machines met standaardkettingspanner – Draai de moeren los en verwijder de carter van de kop- peling om toegang te hebben tot het sleepwiel en de zitting van het blad (Afb. 1). – Verwijder de plastieken afstandhouder (1); deze af- standhouder dient enkel voor het vervoer van de ver- pakte machine en dient niet meer gebruikt te worden (Afb. 1). – Monteer het blad (2) door de stiften in de gleuf van het blad te brengen en het blad naar de achterkant van het machinehuis te duwen (Afb. 2). – Leg de ketting rond het sleepwiel en langs de gelei- ders van het blad. Let hierbij op de draairichting (Afb. 3); indien de punt van het blad voorzien is van een haakse overbrenging, zorg er dan voor dat de sleep- schakels van de ketting correct in deze overbrenging passen. LET OP! LET OP! LET OP! BELANGRIJK – Hermonteer de carter, zonder de moeren vast te draaien. – Controleren of de pin van de kettingspanner (3) van het carter van de koppeling correct in de relatieve opening van het blad zit; als dit niet zo is, ga dan met een schroevendraaier te werk op de schroef (4) van de kettingspanner, tot de pin volledig in de opening zit (Afb. 4). – Draai aan de schroef van de kettingspanner (4) tot de gepaste spanning bekomen wordt (Afb. 4). – Houd het blad omhoog en draai de moeren van de carter volledig vast met behulp van de meegeleverde sleutel (Afb. 5).
  • Machines met snelle kettingspanner (SP 375Q, SP 405Q, C 38 T, C 41 T) – Draai de knop (11) los en verwijder de carter, om toe- gang te krijgen tot het sleepwiel en de zitting van het blad (Afb. 1A). – Verwijder de plastieken afstandhouder (12); deze af- standhouder dient enkel voor het vervoer van de ver- pakte machine en dient niet meer gebruikt te worden (Afb. 1A). – Monteer het blad (2) door de stiften in de gleuf van het blad te brengen en het blad naar de achterkant van het machinehuis te duwen (Afb. 2) – Leg de ketting rond het sleepwiel en langs de gelei- ders van het blad. Let hierbij op de draairichting (Afb. 3); indien de punt van het blad voorzien is van een haakse overbrenging, zorg er dan voor dat de sleep- schakels van de ketting correct in deze overbrenging passen. – Hermonteer de carter, zonder de knop (11) vast te draaien. Controleer of de pin van de kettingspanner (14) correct in de relatieve opening van het blad zit; als dit niet zo is, ga dan met een schroevendraaier te werk op de ringmoer (15) van de kettingspanner, tot de pin volledig in de opening zit (Afb. 4A). – Draai aan de ringmoer van de kettingspanner (15) tot de gepaste spanning bekomen wordt (Afb. 4A). – Houd het blad omhoog en draai de knop (15) volledig vast (Afb. 5A).
  • Controle spanning ketting Controleer de spanning van de ketting. Om te controle- ren of de spanning correct is, mogen de sleepschakels niet uit hun geleider komen wanneer de ketting halver- wege het blad vastgenomen wordt (Afb. 7).

Deze machine is uitgerust met een tweetaktmotor waar- voor een mengsel van benzine en smeerolie gebruikt moet worden. Het gebruik van alleen benzine beschadigd de motor en doet de garantie vervallen. Gebruik alleen brandstof en smeermiddelen van goede kwaliteit, om de prestaties in stand te houden en borg te staan voor de levensduur van de mechanische componenten.

  • Eigenschappen van de benzine Gebruik alleen loodvrije benzine (groen) met een oc- taangehalte van minstens 90 N.O. Groene benzine zorgt altijd voor wat afzettingen in het recipiënt indien het langer dan 2 maanden bewaard wordt. Gebruik altijd verse benzine!
  • Eigenschappen van de olie Gebruik alleen synthetische olie van uitstekende kwa- liteit, specifiek voor tweetaktmotoren. Bij uw Verkoper zijn oliën beschikbaar die speciaal be- studeerd werden voor dit type van motor en in staat zijn om voor een hoge bescherming te zorgen. Het gebruik van deze oliën leidt tot een mengsel bij 2,5%, d.w.z. 1 deel olie voor 40 delen benzine.
  • Bereiding en bewaring van het mengsel De benzine en het mengsel zijn ontvlambaar! – Bewaar de benzine en het mengsel in speciale re- cipiënten voor brandstof, op een veilige plaats, uit de buurt van warmtebronnen of naakte vlammen. – De recipiënten moeten buiten het bereik van kin- deren bewaard worden. – Niet roken tijdens de bereiding van het mengsel en de benzinedampen niet inademen. De tabel geeft de hoeveelheden benzine en olie weer te gebruiken voor de bereiding van het mengsel naargelang het aangewend type van olie. GEVAAR! BELANGRIJK BELANGRIJK BELANGRIJK Voor de bereiding van het mengsel: – Doe ongeveer de helft van de benzine in een ge- schikte tank. – Voeg er alle olie aan toe, volgens de tabel. – Voeg de rest van de benzine toe. – Sluit de dop en schud krachtig. Het mengsel is onderhevig aan veroudering. Bereid niet te veel mengsel, om afzettingen te voorkomen. Zorg ervoor dat de recipiënten van de benzine en het mengsel goed van elkaar onder- scheiden worden, om geen vergissing te begaan op het moment van het gebruik. Reinig de recipiënten van de benzine en het mengsel periodiek, om eventuele afzet- tingen te verwijderen.

BIJVULLEN VAN BRANDSTOF

Niet roken tijdens het bijvul- len en de benzinedampen niet inademen. Ggiet de brandstof in het re- servoir vóórdat u de motor aanzet: als de motor aanstaat of warm is mag u geen brandstof toevoe- gen of de dop van de benzinetank afdraaien. Open de dop van de tank voorzichtig omdat er druk ontstaan kan zijn aan de binnenkant. Vooraleer bij te vullen: – Schud de tank van het mengsel krachtig. – Plaats de machine effen en stabiel, met de vuldop van het reservoir naar boven. – Maak de dop van het reservoir en de zone rond de dop schoon om te voorkomen dat tijdens het bijvullen on- zuiverheden terechtkomen in het mengsel. – Open de dop van het reservoir voorzichtig om de druk geleidelijk aan af te laten. Vul bij gebruik makend van een trechter en vul het reservoir niet tot aan de rand. GEVAAR! LET OP! GEVAAR! BELANGRIJK BELANGRIJK BELANGRIJK 8 VOORBEREIDING

De dop van het reservoir moet altijd stevig weer vastgedraaid worden. Reinig onmiddellijk elk spoor van mengsel dat eventueel gemorst werd op de machine of op de grond en start de motor pas wan- neer de benzinedampen voleldig opgelost zijn.

3. SMEERMIDDEL KETTING

Gebruik alleen olie die specifiek bestemd is voor kettingzagen of hechtolie voor ketting- zagen. Gebruik geen olie die onzuiverheden bevat, om de filter van het reservoir niet te verstoppen en de olie- pomp niet onherroepelijk te beschadigen. De olie bestemd voor de smering van de ketting is biologisch afbreekbaar. Het gebruik van een minerale olie of motorolie brengt ernstige schade toe aan het milieu. Het gebruik van een olie van goede kwaliteit is van fun- damenteel belang voor een efficiënte smering van de snij-inrichtingen; een vuile olie of olie van slechte kwaliteit zal de smering in het gedrang brengen en de levensduur van de ketting en het blad verkorten. Het is altijd raadzaam het oliereservoir volledig te vullen (met behulp van een trechter) telkens wanneer brandstof bijgevuld wordt; aangezien de inhoud van het oliereser- voir dusdanig berekend is dat de brandstof eerder dan de olie opgebruikt wordt, wordt voorkomen dat de ma- chine zonder smeermiddel kan werken.

4. CONTROLE VAN DE MACHINE

Alvorens de machine te gebruiken, is het noodzakelijk: – vul de respectievelijke reservoirs met mengsel en olie; – te controleren of er geen schroeven loszitten aan de machine of het blad; – te controleren of de ketting scherp is en niet bescha- digd is; – te controleren of de luchtfilter schoon is; – te controleren of de handgrepen en beschermingen van de machine schoon en droog zijn, correct ge- monteerd zijn en stevig vastzitten op de machine; – te controleren of de handgrepen goed bevestigd zijn; – de efficiëntie van de kettingrem te controleren; – controleer de spanning van de ketting; – controlleer de werking van de koppeling: Vòòr het ge- bruik dient u zich ervan te verzekeren dat de ketting niet beweegt wanneer de machine op het laagste toe- rental staat.

5. CONTROLE SPANNING KETTING

Voer alle handelingen uit bij uitgeschakelde motor. LET OP! BELANGRIJK BELANGRIJK LET OP! LET OP! Om te controleren of de spanning correct is, mogen de sleepschakels niet uit hun geleider komen wanneer de ketting halverwege het blad vastgenomen wordt (Fig. 7).

  • Machines met standaardkettingspanner – Draai de moeren van de carter los met behulp van de meegeleverde sleutel (Afb. 4). – Draai aan de schroef van de kettingspanner (4) tot de gepaste spanning bekomen wordt (Afb. 4). – Houd het blad omhoog en draai de moeren van de carter volledig vast met behulp van de meegeleverde sleutel (Afb. 5).
  • Machines met snelle kettingspanner (SP 375Q, SP 405Q, C 38 T, C 41 T) – Draai de knop (11) los (Fig. 4A). – Draai aan de ringmoer van de kettingspanner (15) tot de gepaste spanning bekomen wordt (Fig. 5A). – Houd het blad omhoog en draai de knop (11) volledig vast (Fig. 5A).

6. CONTROLE VAN DE KETTINGREM

Deze machine is voorzien van een veiligheidsrem- systeem. In geval van terugslagen (terugslag) tijdens het werk, na een abnormaal contact van de punt van de staaf, met een krachtige verplaatsing naar boven, die de hand te- gen de voorste bescherming doet stoten. In dit geval, blokkeert de actie van de rem de beweging van de ket- ting en moet deze handmatig losgezet worden om hem uit te schakelen. Deze rem kan ook handmatig ingeschakeld worden, door de voorste bescherming naar voor te duwen. Om de rem vrij te geven, trek de voorste bescherming naar de handgreep tot u een klik gewaarwordt. Om de efficiëntie van de rem te controleren: – Start de motor en houd de handgreep stevig met beide handen vast. – Schakel het commando van de versnelling aan om de ketting in beweging te houden en duw de hendel van de rem vooruit, met de rug van de linkerhand; de ket- ting moet onmiddellijk stilvallen. – Laat de hendel van de versnelling onmiddellijk los, zo- dra de ketting stilgevallen is. – Laat de rem los. De machine niet gebruiken indien de kettingrem niet correct werkt. Neem voor de nodige controles contact op met uw Verkoper.

Wikkel de startkabel nooit rond uw hand. Start de kettingzaag nooit door ze te laten vallen en ze aan de startkabel vast te houden. Deze methode is uiterst gevaarlijk, aan- gezien men zo volledig de controle van de machine en van de ketting verliest. Om te voorkomen dat het touw breekt, wordt er niet over de gehele lengte aan getrok- ken. Laat het touw niet langs de rand van de opening van de touwgeleider schuren en laat de knop geleidelijk aan los, om te voorkomen dat het touw op ongecontroleerde wijze naar binnen schiet.

7. Duw de knop van de starter ongeveer tot halverwege

8. Trek opnieuw aan de startknop tot de motor normaal

in gang komt. Indien de knop van het starttouw herhaaldelijk bediend wordt met de starter ingescha- keld, kan de motor vastlopen en de start bemoeilijkt wor- den. Indien de motor vastloopt, de bougie demonteren en voorzichtig aan de knop van het starttouw trekken om de overtollige brandstof te verwijderen; vervolgens de elektrodes van de bougie afdrogen en de bougie weer monteren op de motor.

9. Zodra de motor loopt, de versnelling kortstondig be-

dienen om de starter uit te schakelen en de motor weer tot het minimumtoerental te brengen. Vermijd de motor aan een hoog toerental te laten draaien met de rem van de ketting in- geschakeld; dit kan een oververhitting en beschadiging van de koppeling veroorzaken.

10. Trek de voorste handbescherming naar het voorste

handvat om de rem los te laten. Laat de motor minstens 1 minuut op het minimum- toerental draaien vooraleer de machine te gebrui- ken.

  • Start bij warme motor Voor de start bij warme motor (onmiddellijk na de uit- schakeling van de motor), volg de punten 1 - 2 - 5 - 6 - 9 - 10 van de vorige werkwijze. GEBRUIK VAN DE MOTOR (Afb. 10) Ontkoppel steeds de remket- ting, door de hendel naar de bediener toe te trekken, vooraleer de versnelling aan te schakelen. BELANGRIJK LET OP! GEVAAR! BELANGRIJK OPMERKING BELANGRIJK

STARTEN VAN DE MOTOR

De motor wordt gestart op een afstand van minstens 3 meter van de plaats waar de brandstof bijgevuld werd. Alvorens de motor te starten: – Zet de machine stabiel op de grond. – Verwijder de bladbescherming. – Zorg ervoor dat het blad niet in aanraking komt met het terrein of met andere voorwerpen. – Vooraleer de motor op te starten, dient u zich ervan te verzekeren dat de ketting geen enkel voorwerp raakt. Verzeker u ervan dat de kettingrem aangeschakeld is alvorens de machine op te starten.

  • Start met koude motor Met start bij koude motor wordt bedoeld een start na minstens 5 minuten dat de motor uitgeschakeld is of na het bijvullen van brandstof. Om de motor te starten (Fig. 8):

1. Controleer of de remketting ingeschakeld is (voorste

handbescherming vooruit).

2. Breng de schakelaar (1) in de stand «START».

3. Schakel de starter in, door sterk aan de knop (2) te

4. Druk 3-4 keer op de knop van de voorinspuiting (pri-

mer) (3) om de aanvoer van de carburator te bevor- deren.

5. Houd de machine stevig tegen de grond, met een

hand op de handgreep en een voet in de achterste handgreep, om tijdens de start niet de controle te ver- liezen over de machine (Fig. 9). Indien machine niet stevig vastgehouden wordt, kan de gebruiker door de duwkracht van de motor het evenwicht verliezen of zou het blad tegen een hindernis of de gebruiker zelf gericht kunnen worden.

6. Draai langzaam de startknop 10-15 cm tot u een ze-

kere weerstand gewaarwordt. Geef dan enkele keren een stevige ruk tot de machine in gang schiet. LET OP! OPMERKING LET OP!

De snelheid van de ketting wordt geregeld met de ver- snellingshendel (1) op de achterste handgreep (2). De versnelling kan alleen ingeschakeld worden wan- neer gelijktijdig op de vergrendeling (3) geduwd wordt. De beweging wordt van de motor overgedragen op de ketting door middel van een koppeling met centrifugaal- gewichten die de beweging van de ketting verhindert wanneer de motor op het laagste toerental draait. Gebruik de machine niet als de ketting beweegt met de motor op het laagste toe- rental; neem in dit geval contact op met uw verko- per. De correcte werksnelheid wordt bekomen door de ver- snellingsknop (1) volledig in te duwen. Gedurende de eerste 6-8 werk- uren van de machine, wordt vermeden de hoogste toe- rentallen te gebruiken UITSCHAKELEN VAN DE MOTOR (Afb. 10) Om de motor uit te schakelen: – Laat de versnellingsknop los (1) en laat de motor en- kele seconden draaien op het laagste toerental. – Breng de schakelaar (4) in de stand «STOP». Nadat de versnelling in de minimumstand gezet werd, kan het voorkomen dat men enkele seconden moet wachten vooraleer de ketting tot stilstand komt. Als de machine niet stilvalt, dient men de starter aan te schakelen om de motor te doen stoppen door blokkering en onmiddellijk de wederver- koper te contacteren om de oorsprong van het probleem op te sporen en de nodige herstellingen uit te voeren.

GEBRUIK VAN DE ANTIVRIES-INRICHTING

(behalve Mod. C 46 - XC 246 - C 50 - CP 45 A 455 MC 846) (Afb. 11) Bij het gebruik van motorzagen bij temperaturen van 0 – 5 °C en een hoge luchtvochtigheid kan er in de carbu- rateur ijsvorming optreden, waardoor het vermogen van de motor afneemt of de motor gaat stotteren. BELANGRIJK LET OP! BELANGRIJK LET OP! Daarom heeft deze motorzaag aan de rechterkant van het cilinderdeksel een ventilatieklepje waardoor er warme lucht naar de motor geblazen wordt, zodat er geen ijsvorming kan optreden. Onder normale omstandigheden moet de motorzaag in de normale bedrijfsstand worden gebruikt, d.w.z. in de stand waarin de motorzaag standaard is ingesteld. Als echter de kans bestaat dat er ijsvorming kan optreden, moet de motorzaag voor gebruik op de antibevriezings- stand worden ingesteld. Om over te gaan van de werkwijze “Normaal” naar de werkwijze “Antivries” (en omgekeerd) (Afb. 11):

1. De motor uitschakelen.

2. Het deksel (1) van de luchtfilter en de luchtfilter zelf

3. De knop van de lucht (3) van het deksel van de cilin-

4. De schroeven (5) die het deksel van de cilinder be-

vestigen (drie schroven binnenin en een aan de bui- tenkant van het deksel) en het deksel van de cylinder (4) verwijderen.

5. Met de vingers op het antivries-dopje (5) op de rech-

terkant van het deksel van de cilinder duwen en dit uit zijn huizing halen.

6. Het antivries-dopje (5) zodanig verdraaien dat het

symbool “SNEEUW” naar boven gericht is en het dopje opnieuw plaatsen.

7. Het deksel van de cilinder en alle andere delen weer

op hun oorspronkelijke positie monteren. Bij gebruik van de machine in de werkwijze antivries bij hogere temperaturen, kan men problemen ondervinden bij het aanschakelen en de wer- king van de motor, bij niet correcte snelheden. Contro- leer dus steeds of de machine weer in normale werking gezet werd (met het symbool “ZON” omhoog) als er geen gevaar op vorming van ijs meer is. OPMERKINGDenk er altijd aan dat een onei- genlijk gebruik van de motorzaag storend kan zijn voor de anderen en schadelijk kan zijn voor het milieu. Uit respect voor de anderen en het milieu: – Gebruik de machine niet op plaatsen en uren die sto- rend kunnen zijn. – Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdan- king van het snijafval. – Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdan- king van olie, beschadigde onderdelen of om het even welk element dat niet milieuvriendelijk is. – Tijdens het werken wordt een zekere hoeveelheid olie verspreid in de omgeving, noodzakelijk voor de sme- ring van de ketting; om die reden, gebruik alleen bio- logisch afbreekbare oliën, specifiek bedoeld voor dit gebruik. – Om brandgevaar te voorkomen, de machine niet met warme motor achterlaten op bladeren of droog gras. Draag tijdens het werk ge- paste kledij. Uw Verkoper zal u alle nodige infor- matie geven over de meest geschikte veiligheids- kledij, met het oog op een veilig gebruik van de machine. Gebruik trillingswerende handschoenen. Alle boven vermeldde voorzorgsmaatregelen zijn geen garantie tegen het risico op het fenomeen van Raynaud of het carpaletunnelsyndroom. Men raadt daarom aan dat wie langdurig gebruik maakt van deze machine, regelmatig de condities van zijn handen en vingers moet laten controleren. Indien sommige van de hierboven vermeldde symptomen verschijnen, moet men onmiddellijk een genees- heer raadplegen. Het gebruik van de machine voor het zagen en snoeien vergt een specifieke op- leiding.

  • Controle van de kettingspanning Tijdens het werk ondergaat de ketting een progressieve verlenging. De spanning moet dus regelmatig gecon- troleerd worden. BELANGRIJK LET OP! LET OP! Tijdens de eerste gebruiksperi- ode (of na de vervanging van de ketting), moet deze con- trole vaker uitgevoerd worden, wegens de aanpassing van de ketting. Werk niet met een ketting die te los zit, om geen gevaarlijke situaties te creëren wanneer de ketting uit de geleiders komt. Om de kettingspanning te regelen, ga te werk zoals aan- gegeven in Hoofdstuk 5.5.
  • Controle van de oliestroom De machine niet gebruiken zon- der smering! Het oliereservoir kan bijna volledig leeg zijn telkens wanneer de brandstof opraakt. Zorg ervoor dat het oliereservoir aangevuld wordt telkens wanneer brandstof bijgevuld wordt. Zorg ervoor dat het blad en de ketting goed op hun paats zitten wanneer de olie- toevoer gecontroleerd wordt. Start de motor, houd het toerental niet te hoog en con- troleer of de olie van de ketting verspreid wordt zoals aangegeven in de figuur (Afb. 12). Kan de oliestroom van de ketting geregeld worden door met een schroevendraaier de regelschroef (1 of 1a) van de pomp te draaien, onderaan de machine (Afb. 12).

2. GEBRUIKSWIJZEN EN SNIJTECHNIEKEN

Vooraleer de machine voor de eerste keer te gebruiken voor het vellen of snoeien van een boom, oefent u best op houtblokken op de grond of bevestigd op een steun, om voldoende vertrouwd te raken met de machine en de meest geschikte snijtechnieken. Tijdens het werk moet de ma- chine altijd stevig vastgehouden worden met beide handen, met de linkerhand op het voorste hand- greep en de rechterhand op de achterste, onaf- hankelijk van het feit of de bediener eventueel links- handig is. LET OP! LET OP! BELANGRIJK LET OP! BELANGRIJK

7. GEBRUIK VAN DE MACHINELeg de motor onmiddellijk stil

wanneer de ketting zich tijdens het werk blokkeert. Let altijd op voor mogelijke terugslagen (kickback) wanneer het blad in contact komt met een hinder- nis.

  • Een boom snoeien (Afb. 13) Zorg ervoor dat de zone waarin de takken zullen vallen vrij is.

1. Ga aan de zijde tegenover de af te zagen tak staan.

2. Begin met de laagste takken en werk zo naar de ho-

3. Zaag van boven naar beneden, om te voorkomen dat

  • Een boom vellen (Afb. 14) Op hellingen wordt altijd ge- werkt stroomopwaarts van de boom. Zorg ervoor dat de gevelde stam geen schade kan veroorzaken bij het naar beneden rollen.

1. Bepaal de valrichting van de boom rekenig houdend

met de wind, de helling van de plant, de positie van de zwaarste takken, het gemakkelijk werken na het vellen, enz.

2. Maak de zone rond de boom vrij en zorg voor een

goede steunplaats voor de voeten.

3. Voorzie gepaste vluchtwegen, vrij van hindernissen;

de vluchtwegen moeten zich op ongeveer 45° in de richting tegenover de valrichting van de boom bevin- den en een snelle vlucht van de bediener naar een veilige plaats mogelijk maken. Deze veilige plaats moet op een afstand liggen die 2,5 keer de hoogte van de te vellen boom bedraagt.

4. Breng aan de valzijde een inkeping aan met een

diepte gelijk aan een derde van de doorsnede van de stam.

5. Zaag de stam aan de tegenoverliggende zijde, iets

boven de punt van de inkeping en laat een “scharnier” (1) van ongeveer 5-10 cm vrij.

6. Zonder het blad te verwijderen, wordt de breedte

van de scharnier geleidelijk aan kleiner gemaakt, tot de boom omvalt.

7. In bijzondere situaties of bij een schaarse stabiliteit,

kan het vellen voltooid worden door twee wiggen (2) aan de zijde tegenover de valzijde aan te brengen en met een hamer op de wiggen te kloppen tot de boom omvalt. LET OP! LET OP! LET OP!

  • Snoeien na het vellen (Afb. 15) Let op de steunpunten van de tak op de grond, aan de mogelijkheid dat die in spanning staat, aan de richting die de tak kan aan- nemen tijdens het zagen en aan de mogelijke in- stabiliteit van de boom na het afzagen van de tak.

1. Neem de richting waar waarin de tak in de stam zit.

2. Begin te zagen aan de plooizijde en maak het werk af

aan de tegenoverliggende zijde.

  • Een stam doorzagen (Afb. 16) Het doorzagen van een stam wordt vergemakkelijkt door het gebruik van de pal.

1. Steek de pal in de stam, voer een hefboomkracht uit

op de pal en laat de kettingzaag een boogvormige be- weging maken zodat het blad in het hout kan dringen.

2. Herhaal de handeling meerdere keren indien nodig,

door het steunpunt van de pal te verplaatsen.

  • Een stam doorzagen op de grond (Afb. 17) Zaag tot ongeveer halverwege de diameter, rol de stam en maak het werk af aan de tegenoverliggende zijde.
  • Een opgetilde stam doorzagen (Afb. 18)

1. Indien het zagen na de steunpunten (A) plaatsvindt,

zaag dan tot een derde van de diameter onderaan en maak het werk af bovenaan.

2. Indien gezaagd wordt tussen twee steunpunten (B),

zaag dan tot een derde van de diameter bovenaan en maak het werk af langs onder. Het gebruik van de pal voor het doorsnijden van bomen en dikke taken verzekert uw veiligheid en vermindert de inspanning van het werk en het niveau van de trillingen.

Na het werken: – Schakel de motor uit zoals eerder aangegeven (Hoofdstuk 6). – Wacht tot de ketting tot stilstand gekomen is en laat de machine afkoelen. – Draai de bevestigingsbouten van de staaf los om de spanning van de ketting te verminderen. – Verwijder alle sporen van zaagsel of olieresten van de ketting. LET OP!

GEBRUIK VAN DE MACHINE 13

NLNL Voor uw veiligheid en die van de anderen: – Een correct onderhoud is fundamenteel om in de tijd de oorspronkelijke efficiëntie en gebruik- sveiligheid van de machine in stand te houden. – Laat bouten en schroeven vastgedraaid zitten om er zeker van te zijn dat de machine altijd op een veilige manier gebruiksklaar is – Gebruik de machine nooit als er onderdelen ver- sleten of beschadigd zijn. De beschadigde onder- delen moeten vernieuwd en niet gerepareerd wor- den. – Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen. Onderdelen van een andere kwaliteit kunnen de machine beschadigen en kunnen gevaarlijk zijn voor de gebruiker. Tijdens het onderhoud: – Haal de kap van de bougie. – Wacht tot de motor voldoende afgekoeld is. – Gebruik werkhandschoenen voor het hanteren van het blad en de ketting. – Houd de bladbeschermingen op hun plaats, ten- zij aan het blad zelf of aan de ketting gewerkt moet worden. – De olie, benzine of andere vervuilende materialen niet in het milieu gooien. CILINDER EN GELUIDSDEMPER (Afb. 19) Om brandgevaar te beperken, worden de vleugels van de cilinder regelmatig gereinigd met perslucht en wordt de zone van de geluidsdemper vrijgemaakt van zaagsel, takjes, bladeren of ander afval. STARTGROEP Om oververhitting en schade aan de motor te voorko- men, moeten de roosters voor de aanzuiging van de koellucht altijd schoon en vrij van zaagsel en vuil zijn . LET OP! LET OP! Het starttouw moet vervangen worden bij de eerste te- kenen van slijtage. KOPPELINGSGROEP (Afb. 20) Houd het deksel van de koppeling vrij van zaagsel en vuil, door de carter te verwijderen (zoals aangegeven in hoofdstuk 4.1.) en deze na de ingreep correct weer te monteren. Ongeveer elke 30 uren moet het intern lager gesmeerd worden bij uw Verkoper. REM KETTING Controleer regelmatig de efficiëntie van de kettingrem en of de metalen band die het deksel van de koppeling omgeeft niet beschadigd is, door de carter te verwijde- ren (zoals aangegeven in hoofdstuk 4.1.) en deze na de ingreep correct weer te monteren. De band moet vervangen worden wanneer de dikte aan de contactpunten met het deksel van de koppeling ongeveer de helft geworden is ten opzichte van de twee uiteinden, die niet onderhevig zijn aan wrijving. KETTINGWIEL Controleer, bij uw Verkoper, regelmatig de staat van het kettingwiel en vervang het wanneer het de aanvaardbare limieten overschrijdt. Monteer geen nieuwe ketting op een versleten wiel en omgekeerd. SMEEROPENING (Afb. 21) Verwijder regelmatig de carter (zoals aangegeven in hoofdstuk 4.1), demonteer de staaf en controleer of de openingen voor de smering van de machine (1) en van de staaf (2) niet verstopt zijn. 14 GEBRUIK VAN DE MACHINE / ONDERHOUD EN OPSLAG

8. ONDERHOUD EN OPSLAG

– Indien de ketting erg bevuild is of indien er veel hars op aanwezig is, dient men de ketting te demonteren en deze gedurende enkele uren in een houder te leggen met een bijzonder reinigingsmiddel. Spoel hem ver- volgens af in schoon water en behandel hem met een geschikte anticorrosie-spray, vooraleer hem weer op de machine te monteren. – Monteer de bescherming van de staaf vooraleer de machine weg te zetten. Laat de motor eerst afkoelen vóór het opbergen van de machine in elke wille- keurige ruimte. Om het risico voor brand te beper- ken de machine vrijmaken van zaagsel, takjes, bla- deren of overtollig vet; laat geen recipiënten met snijafval in de ruimte achter.

LET OP!PIN VERGRENDELING KETTING

Deze pin is heel belangrijk voor de veiligheid, omdat hij voorkomt dat de ketting ongecontroleerde bewegingen maakt in geval van een breuk of loszittende ketting. Controleer regelmatig de staat van de pin en herstel hem indien hij beschadigd is. BEVESTIGINGEN Controleer regelmatig of alle schroeven en moeren goed aangezet zijn en of de handgrepen stevig vastzitten. Men raadt een dagelijkse controle aan, vòòr het gebruik en na vallen of andere aanzienlijke stoten om schade of defecten te identificeren. REINIGING VAN DE LUCHTFILTER (Afb. 22) Het is essentieel dat de luchtfil- ter gereinigd wordt, voor de goede werking en de le- vensduur van de machine. Werk nooit zonder filter of met een beschadigde filter, om geen onherroepelijke schade toe te brengen aan de motor. De reiniging wordt uitgevoerd elke 8-10 werkuren. Om de filter te reinigen: – Maak het lipje (1) los en verwijder het deksel (2). – Draai de knop (2a) los, verwijder het filterelement (3) en klop er zachtjes tegen om het vuil te verwijderen, reinig het indien nodig met een borstel. – Indien het volledig verstopt is, dient men de twee de- len (3a en 3b) te scheiden met behulp van een schroe- vendraaier en met reine benzine te reinigen. Indien er perslucht gebruikt wordt, moet men de straal van binnen naar buiten richten. – Hermonteer de twee delen van het filterelement door op de boorden te drukken totdat men de klik hoort. – Hermonteer het filterelement (3) draai de knop (2a) vast. – Hermonteer het deksel (2) en haak het lipje (1) vast . CONTROLE VAN DE BOUGIE (Afb. 24) De bougie wordt toegankelijk door het deksel van de luchtfilter te verwijderen. Periodiek wordt de bougie gedemonteerd en gereinigd, door eventuele restjes te verwijderen met een metalen borsteltje. Controleer en herstel de correcte afstand tussen de elektrodes Hermonteer de bougie en draai hem stevig vast met de bijgeleverde sleutel. BELANGRIJK De bougie moet ingeval van doorgebrande elektroden of een beschadigde isolatie, en ieder geval elke 100 werk- uren, vervangen worden door een bougie met analoge karakteristieken.

REGELING VAN DE CARBURATOR

De carburator werd in de fabriek geregeld met het oog op de beste prestaties in alle omstandigheden, met een minimale uitstoot van schadelijke gassen, overeenkom- stig de geldende normen. Ingeval van slechte prestaties, controleer eerst of de ketting vrij beweegt en of de sporen van het blad niet ver- vormd zijn. Wend u tot uw Verkoper voor een controle van de carburator en de motor.

  • Regeling van het minimumtoerental De ketting mag niet bewegen met de motor op het minimumtoerental. Als de ket- ting beweegt met de motor op zijn minimumtoe- rental, neem dan contact op met uw verkoper om de motor goed af te stellen.

Om redenen van veiligheid en efficiëntie, is het heel belangrijk dat de snij-in- richtingen goed scherp zijn. Er moet geslepen worden wanneer:

  • Het zaagsel te veel op stof gelijkt.
  • Er meer kracht nodig is om te zagen..
  • De snede niet rechtlijning is.
  • Er meer trillingen zijn.
  • Er meer brandstof verbruikt wordt. Als de ketting niet scherp ge- noeg is, neemt het risico op tegenslag (kickback) toe. Indien het slijpen toevertrouwd wordt aan een gespeci- aliseerd centrum, kan dit uitgevoerd worden met speci- ale apparatuur die zorgt voor een minimale verwijdering van materiaal en een constante slijping van alle snij- dende elementen. De ketting wordt “eigenhandig” geslepen met behulp van daartoe bestemde vijlen met ronde doorsnede en een diameter die specifiek is voor elk type van ketting (zie “Tabel Onderhoud Ketting”). Het slijpen vergt een goede handigheid en ervaring, om de snijdende elementen niet te beschadigen. LET OP! LET OP! LET OP!

ONDERHOUD EN OPSLAG 15

NLOm de ketting te slijpen (Afb. 24): – Zet de motor af, geef de kettingrem vrij en blokkeer het blad stevig met de ketting gemonteerd. Zorg ervoor dat de ketting vrij kan bewegen. – Span de ketting indien die te los zit. – MPlaats de vijl in de geleider en breng de vijl in de uit- sparing van de tand, waarbij een constante helling wordt behouden naargelang het profiel van het snij- dend element. – Voer slechts enkele passages met de vijl uit en uit- sluitend vooruit. Herhaal de handeling op alle snij- dende elementen, met dezelfde richting (naar rechts of naar links). – Keer de positie van het blad om in de klem en herhaal de handeling op de overige elementen. – Controleer of de begrenzende tand niet voorbij het controle-instrument steekt en vijl het eventueel over- tollig materiaal weg met een platte vijl, door het profiel ronder te maken. – Na het vijlen worden alle vijlsporen en het vijlstof ver- wijderd. Smeer de ketting in een oliebad. De ketting wordt vervangen wanneer: – De lengte van het snijdend element 5 mm of minder bedraagt; – de speling van de schakels op de klinknagels te groot geworden is. ONDERHOUD VAN HET BLAD (Afb. 25) Om een assymetrische slijtage van het blad te voorko- men, moet deze regelmatig omgedraaid worden. Om de efficiëntie van het blad in stand te houden, is het noodzakelijk: – De lagers van de overbrenging (indien aanwezig) te smeren met een daartoe bestemde spuit. – De inkeping van het blad te reinigen met een schraapstaal (niet meegeleverd). – De smeeropeningen te reinigen. – Met een vlatte vijl de braam van de zijkanten te ver- wijderen en eventuele niveauverschillen tussen de geleiders te compenseren. Het blad wordt vervangen wanneer: – de diepte van de inkeping kleiner blijkt dan de hoogte van de sleepschakels (die nooit de bodem mogen ra- ken); – de binnenwand van de geleider zodanig versleten is dat de ketting lateraal gaat overhellen. BUITENGEWONE HANDELINGEN Elke onderhoudsbeurt die niet vermeld wordt in deze handleiding dient alleen door uw Verkoper uitgevoerd te worden. Handelingen die uitgevoerd werden in niet geschikte structuren of door onbekwame personen doen de ga- rantie vervallen. OPSLAG Na het werken, wordt de machine zorgvuldig vrijgemaakt van stof en vuil en worden de defecte onderdelen gere- pareerd of vervangen. De machine moet bewaard worden op een droge plaats, beschermd tegen de weersomstandigheden en met de bladbescherming gemonteerd.

Tabel onderhoud ketting De kenmerkende gegevens van de ketting en het blad gehomologeerd voor deze ma- chine zijn weergegeven in de “EG-Konformiteitsverklaring” die met de machine wordt geleverd. Om veilig- heidsredenen, geen andere types van ketting of blad gebruiken. De tabel geeft de slijpgegevens voor de verschillende types van kettingen weer, zonder de mogelijkheid om andere kettingen dan de gehomologeerde types te gebruiken. LET OP! Steek ketting Niveau begrenzertand (a) Diameter vijl (d) duim mm duim mm duim mm 3/8 Mini 9,32 0,018 0,45 5/32 4,0 0,325 8,25 0,026 0,65 3/16 4,8 3/8 9,32 0,026 0,65 13/64 5,2 0,404 10,26 0,031 0,80 7/32 5,6

dLANGDURIGE PERIODE VAN INACTIVITEIT Indien men van plan is de ma- chine langer dan 2 – 3 maanden niet te gebruiken, moe- ten een aantal voorzorgsmaatregelen getroffen worden om problemen te vermijden bij het hervatten van het werk of om permanente schade aan de motor te voor- komen.

  • Opberging Alvorens de machine te op te bergen: – Draai de twee moeren los, demonteer de carter en ver- wijder de ketting en het blad. – Ledig het oliereservoir, vul met ongeveer 100-120 cc specifiek reinigingsvloeistof en herplaats de dop. – Hermonteer de carter, zonder de moeren vast te draaien. – Start de machine en houd de motor in versnelling tot het reinigingsmiddel op is. – Zet de motor op de laagste snelheid om alle brandstof BELANGRIJK in het reservoir en in de carburator op te gebruiken. – Verwijder de bougie wanneer de machine afgekoeld is. – Giet in de opening van de bougie een lepel (verse) olie voor tweetaktmotoren. – Trek verschillende keren aan de startknop om de olie goed te verdelen in de cilinder. – Hermonteer de bougie met de zuiger aan het boven- ste dood punt (zichtbaar vanuit het gat van de bougie wanneer de zuiger aan de eindaanslag gekomen is).
  • Hervatten van de activiteit Wanneer de machine weer gestart wordt: – Verwijder de bougie. – Trek enkele keren aan de startknop om de overtollige olie te verwijderen. – Controler de bougie zoals beschreven in het hoofdstuk “Controle van de bougie”. – Bereid de machine voor zoals aangegeven in het hoofdstuk “Vóór het gebruik”.

1) De motor start niet of

2) De motor start maar

heeft weinig vermogen

onregelmatig of heeft geen vermogen bij belasting

4) De motor geeft teveel

5) De olie komt niet vrij

– De startprocedure is niet correct – De bougie is vuil of de afstand tussen de elektroden is niet gepast – Verstopte luchtfilter – Antivries-inrichting niet correct gemonteerd (behalve Mod. C 46 - XC 246 - C 50 - CP 45 - A 455 - MC 846) – Brandstofproblemen – Verstopte luchtfilter – Brandstofproblemen – De bougie is vuil of de afstand tussen de elektroden is niet gepast – Brandstofproblemen – Verkeerde samenstelling van het mengsel – Brandstofproblemen – Slechte kwaliteit van olie – Smeeropeningen verstopt – Volg de aanwijzingen (zie hoofdstuk 6) – Controleer de bougie (zie hoofdstuk 8) – Reinig en/of vervang de filter (zie hoofdstuk 8) – Controleer de montagepositie (zie hoofdst. 6) – Contacteer uw Verkoper – Reinig en/of vervang de filter (zie hoofdstuk 8) – Contacteer uw Verkoper – Controleer de bougie (zie hoofdstuk 8) – Contacteer uw Verkoper – Bereid het mengsel volgens de aanwijzingen (zie hoofdstuk 5) – Contacteer uw Verkoper – Ledig het reservoir, spoel het reservoir en de pijpleidingen met reinigingsvloeistof en vervang de olie – Reinigen

De tabel bevat de lijst met alle mogelijke combinaties tus- sen staaf en ketting, met vermelding van diegene die op elke machine gebruikt kunnen worden, aangegeven met het symbool “ ”. Daar de gebruiker naar eigen oordeel besluit welke blad en ketting onder de ver- LET OP! schillende gebruiksomstandigheden te kiezen, toe te passen en te gebruiken, neemt hij dan ook zelf de daaruit voortkomende verantwoording op zich voor iedere willekeurige schade die daardoor veroor- zaakt wordt. In geval van twijfel of geringe kennis van de specificiteit van iedere blad of ketting, moet u contact opnemen met uw eigen verkoper of met een gespecialiseerd tuincentrum.

Combinaties van blad en ketting Stap BLAD KETTING Model Duimen Lengte Duimen / cm Breedte Groef Duimen / mm Code Code C 38

(21BPX078X) Gebruik als wisselstukken enkel de hiervoor vermeldde kettingen en staven. Het gebruik van niet goedgekeurde combinaties kan leiden tot ernstige persoonlijke letsels en schade aan de machine.

TYPEPLAATJE 10.1) Conformiteitsmerk volgens de richtlijn 2006/42/EG 10.2) Naam en adres van de fabrikant 10.3) Akoestische vermogen LWA volgens de richtlijn 2000/14/EG 10.5) Machinemodel 10.6) Serienummer 10.7) Bouwjaar 10.8) Artikelcode 10.9) Aantal emissies