GEBRUIKSAANWIJZING PLR 50 BOSCH
de Originalbetriebsanleitung
en Original instructions
fr Notice originale
es Manual original
pt Manual original
it Istruzioni originali
nl Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
da Original brugsanvisning
sv Bruksanvisning i original
no Original driftsinstruks
fi Alkuperäiset ohjeet
el IpwoTOTUIO oBnywXpnns
tr Original isletme talimati

2



3



4


E

F
5
G

22 2607990031


24 2607001391

23
6
Deutsch. 7
English. 22
Francais.. 37
Espanol . 52
Portugues . Pagina 67
Italiano. 82
Nederlands 97
Dansk. Side 111
Svenska. Sida 124
Norsk. Side 137
Suomi . 150
Eληνικα Σελδa 163
Türkce Sayfa 178
Deutsch 7
Sicherheitshinweise

Veiligheidsvoorschriften

Alle aanwijzingen要去en worden gelezen en in acht worden genomen om zonder gevaren en veilig met het meetgereedschap te werken. Maak waarschuwingsplaatjes op het meetgereedschap nooit onleesbaar. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN GOED.
Voorzichtig - wonneer andere dan de hier vermelde bedie-nings- en instelvoorzieningen worden gebrukt of andere procedures worden uitgevoerd, kan dit tot gevaarlijke stralingsblootstelling leiden.
Het meetgereedschap worden geleverd met een waarschuwingsplaatje in het Duits (in de weergave van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen aangeduid met nummer 13).

IEC 60825-1:07 <1 mW, 635 nm
- Plak over de Duitse tekst van het waarschuwingsplaatje de meegeleverde sticker in uw eigenaaal voordat u het gereedschap voor het eerst%Xebruikt.
Richt de laserstraal Niet op Personen of dieren en kijk nicht zich in de laserstraal. Dit meetgereedschap brengt laserstraling van laserklasse 2 volgens IEC 60825-1 voort. Daar-door kurz u Personen verblinden.
- Gebruik de laserbril Niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het better herkennen van de laserstraal, maar biedt geen bescherming gegen de laserstralen.
Gebruik de laserbril Niet als zonnebril en Niet in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige bescherming gegen ultravioletstralen en vermindert de waarneming van kleuren.
Laat het meetgereedschap repareren door gekwalifi- ceerd, vakkundig personeel en alleen met originele ver- vangingsonderdelen. Daarmee worden gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft.
Laat kinderen het lasermeetgereedschap Niet zonder toe-zicht gebruiken. Anders können Personen worden verblind.
Werk met het meetgereedschap Niet in een omgeving met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. In het meetgereedschap konnen vomken ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen.
98 | Netherlands
Functiebeschrijving
Gebruik volgens bestemming
Het meetgereedschap is bestemd voor het meten van afstan den, lengten, hoogten en tussenruimten en voor het berekenen van oppervlakten en inhonden. Het meetgereedschap is geschikt voor metingen binnen- en buitenshuis.
Afegebeelde componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen.
1 Toets voor lengtemeting
2 Toets Geheugen optellen ^,M + ^*
3 Toets voor oppervlakte- en inhoudsmeting
4 Toets Geheugenwaarde oproepen _M =
5 Toets voor indirecte lengtemeting
6 Toets voor duurmeting
7 Aan/uit-toets en geheugenwistoets
8 Toets Geheugen aftrekken „M-“
9 Toets voor kiezen van referentievlak
10 Display
11 Uitlijnhulp
12 Toets Meten
13 Laser-waarschuwingsplaatje
14 Aanslagstift
15 Vergrendeling van de aanslagstift
16 Libel
17 Vergrendeling van het batterijvakdeksel
18 Deksel van batterijvak
19 Uitgang laserstraal
20 Ontvangstlens
21 Serienummer
22 Laserbril*
23 Draagriem
24 LaserdoelpaneleI*
25 Beschermetui
- Niet elk afgebeeld en beschreiben toebehoren worden standaard meegeleverd.
Nederlands | 99
Indicatie-elementen
a Meetfuncties
— Lengtemeting
Duurmeting
□ Oppervlaktemeting
Inhoudsmeting
Indirectelengtemeting
b Batterijwaarschuwing
c Temperatuarwaarschuwing
d Meetwaarde/resultsaat
e Maateenheid
f Referentievlak van de meting
g Laser ingeschakeld
h Afzonderlijke meetwaarde (bij lenghtemeting: resultaat)
i Meetwaarden opslaan
100 | Nederlands
Technische gegevens
| Digitale laser-afstandsmeter | PLR 50 |
| Zaaknummer | 3.603 K16 300 |
| Meetbereik | 0,05–50 mA) |
| Meetnauwkeurigheid (kenmerkend) | ±2,0 mmB) |
| Kleine indicatee-eenheid | 1 mm |
| Bedrijfstemperatuur | -10 °C ... +50 °CC) |
| Bewaarttemperatuur | -20 °C ... +70 °C |
| Relatieve luchtvochtigheid max. | 90 % |
| Laserklasse | 2 |
| Lasertype | 635 nm, <1 mW |
| Diameter laserstraal (bij 25 °C) op 10 m afstand ca. | 6 mm |
| Batterijen | 4 x 1,5 V LR03 (AAA) |
| Accucellen | 4 x 1,2 V HR03 (AAA) |
| Levensduur batterij ca. | |
| - afzonderlijke metingen | 30000D) |
| - duurmething | 5 hD) |
| Gewicht volgens | |
| EPTA-Procedure 01/2003 | 0,18 kg |
| Afmetingen | 58 x 104 x 36 mm |
| Isolationsoort
(behalve batterijdeksel) | IP 54 (stof- en spat-waterbescherming) |
A) De reikwijdte worden groter naarmate het laserlicht better door het oppervlak van het doel worden gereflecteerd (gestroood, Niet gespiegeld) en naarmate de laserpuntlichter is dan de omgeving (intereurs, schemering). Bij ongunstige omstandigheden, zoals metingen buitenshuis met fel zonlicht, kan gelebruik van het doelpaneel nodig�.
B) Onder ongunstige omstandigheden, zoals fel zonlicht of een slecht reflecterend oppervlak, bedraagt de maximale afwijking ± 10 mm op 50m . Onder gunstige omstandigheden要去rekening worden gehonden met een invloed van ± 0,05 mm/m.
C) In de functie duurmeting bedraagt de max. bedrijfstemperatuur +40^ .
D) Met 1,2 V accuellen zijn minder metingen möglichk dan met 1,5 V batterijen.
Let op het zaaknummer op het typeplaatje van het meetgereedschap. De handelsbenamingen van afzonderlijke meetgereedschappen können afwijken.
Het serialummer 21 op het typeplaatje dient voor de eenduidige identificatie van uw meetgereedschap.
Nederlands | 101
Montage
Batterijen inzetten of verrangen
Voor het gebruik van het meetgereedschap worden alkali-mangaanbatterijen of accucellen geadviseerd.
Met 1,2 V accuellen zijn minder metingen möglichk dan met 1,5 V batterijen.
Als u het batterijvakdeksel 18 wilt openen, drukt u op de vergrendeling 17 in de richting van de pijl en verwijdert u het batterijvakdeksel. Plaats de meegeleverde batterijen of accu-cellen. Let waar bij op de juistePOOLaansluitingen, zoals aangegeven op de binnenzijde van het batterijvak.
Als het batterijsymbol voor het eerst in het display verzucht, maar nog minstens 100 metingen möglichk. Als het batterijsymbolknippert,要去 de batterijen of accucellen verzvangen.Metingen maar nicht meer möglichk.
Vervang alsld alle batterijen of accuellen tegelijkertijd. Gebruik alleen batterijen of accuellen van een fabrikant en met bezelfde capacititeit.
Neem de batterijen of accucellen uit het meetgereed-schap als u het langdurig Niet gekruikt. Als de batterijen of accucellen lang worden bewaard, können deze gaan roesten en leegraken.
Gebruik
Ingebruikneming
Beschem het meetgereedschap gegen vocht en felzonlicht.
Stel het meetgereedschap Niet bloot aan extreme temperaten of temperatuurschommelingen. Laat het bijvoorbeeld nicht lange tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grote temperatuurschommelingen eerst op dejuiste temperatuur komen voordat u het in gebruik neemt. Bij extreme temperaten of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig worden beinvloed.
Voorkom heftige schokken of vallen van het meetgereedschap. Na sterke externe inwerkingen op het meetgereedschap dient u, voordat u de werkzaamheden voortzet,.altijd een nauwkeurigheidscontrole uit te voeren (zie „Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap", pagina 108).
102 | Nederlands
In- en uitschakelen
Als u het meetgereedschap wilt inschaken, drukt u kort op de aan/uit-toets 7 of op de toets Meten 12. Bij het inschaken van het meetgereedschap worden de laserstraal nog nicht ingeschakeld.
Als u het meetgereedschap wilt uitschakelen, drukt u lang op de aan/uit-toets 7.
Als er ongeveer 5 min geen toets op het meetgereedschap wordt ingedrukt, worden het meetgereedschap automatischuitgeschakeld om de batterij te ontzien.
Als er een meetwaarde is opgeslagen, blijft deze na het automatisch uitschakelen bewaar. Na het opnieuw inschakelen van het meetgereedschap worden „M" in het display weergegeven.
Meten
Na het inschakelen werkct het meetgereedschap in de functie lengtemeting. Andere meetfuncties kut u instellen door op de bijbehorende functietoets te drukken (zie „Meetfuncties", pagina 103).
Als referentievlak voor de meting is na het inschaken de achterkant van het meetgereedschap gekozen. Zie voor het wisselen van het referentievlak „Referentievlak kiezen", pagina 103.
Na het kiezen van de meetfunctie en het referentievlak vinden alle overige stappenplaats door het indrukken van de toets Meten 12.
Plaats het meetgereedschap met het gekozen referentievlak gegen de gewenstemeetlijk (bijvoorbeeld gegen de muur).
Duw voor het inschakelen van de laserstraal op de toets Meten 12.
Richt de laserstraal Niet op Personen of dieren en kijk zich nicht in de laserstraal, ook Niet vanaf een grote afstand.
Richt de laserstraal op het doeloppervlak. Druk opnieuw op de toets Meten 12 om de meting te starten.
In de functie Duurmeting begint de meting reeds na de eerste keer drukken op de toets Meten 12.
De meetwaarde verschijnt meestal binnen 0,5 seconden en uiterlijk na 4 seconden. De duur van de meting is afhankelijk van de afstand, delichtomstandigheden en de weerspiegelingseigenschappen van het doeloppervlak. Het einde van de meting wordt aangegeven door een geluidssignaal. Na beeingding van de meting wordt de laserstraal automatischuitgeschakeld.
Als ca. 20 seconden na het richten geen meting plaatsvindt, wordt de laserstraal automatisch uitgeschakeld om de batterijen te sparen.
Nederlands | 103
Referentievlak kiezen (zie afbeeldingen A-C)
Voor de meting=kunt u kiezenuit drie verschillende referentievlakken:
- de anschterkant van het meetgereedschap (bijvoorbeeld als het gegen een muur worden geplaatst),
- deijkenkant van de aanslagstift 14 (bijvoorbeeld voor metingen uit hoeken),
- de voorkant van het meetgereedschap (bijvoorbeeld bij het meten vanaf de rand van een tafel).
Druk voor het wisselen van het referentievlak op de toets 9 tot in het display het gewenste referentievlak worden weergegeven. Na het inschakenen van het meetgereedschap is alkijd de achterkant van het meetgereedschap als referentievlak vooraf ingesteld.
Meetfunctions
Lengtheting
Druk voor lengtemetingen op de knop 1. In het display worden deindicatie voor lengtemeting -weergegeven.

Druk eenmaal op de toets Meten 12 om de laserstraal te richten en druk opnieuw om te meten.
De meetwaarde worden onder in het display weergegeven.
Oppervlaktemeting
Druk voor oppervlaktemetingen op de toets 3 tot in het display de individatie voor oppervlaktemeting verschijnt.
Meet verwolgens lenghte en breedte na elkaar, net als bij een lengtemeting. Tussen de beiden metingen blijft de laserstraal ingeschakeld.

Na afsluiting van de tweede meting worden de oppervlakte automatisch berekend en weergegeven. De LASTe afzonderlijke meetwaarde staat onder in het display, het eindresultaat boven.
Inhoudsmeting
Druk voor inhoudsmetingen op de toets 3 tot in het display de indicateie voor inhoudsmeting verschijnt.
Meet verwolgens lenghte, bredte en hoogte na elkaar, net als bij een lengtemeting. Tussen de drie metingen blijft de laserstraal ingeschakeld.

Na aflsuiting van de derde meting worden de inhoud automatisch berekend en weergegeven. De LASTe afzonderlijke meetwaarde staat onder in het display, het eindresultaat boven.
104 | Nederlands
Indirecte lengtemeting (zie afbeelding D)
De indirecte lengtemeting dient voor het bepalen van afstanden die Nietrechtstreeks hunnen worden gemeten, waar dat een obstakel de laserstraal belemmert ofDatat er geen doeloppersvlak als reflector beschikbaar is. Correcte resultaten worden alleen bereikt als laserstraal en gezochtte afstand een rechte hoek vormen (stelling van Pythagoras).
In het afgebeelde voorbeeld moet de lenghte B worden bepaald. Daar voor要去en A en C worden gemeten. A en B要去en een rechte hoek vormen.
Druk voor indirecte lengtemetingen op de toets 5. In het display worden deindicatie voor indirecte lengtemeting weergegeven.
Meet net als bij een lengtemeting de afstand A. Let erop dat de lijn A en de gezochte afstand B een rechte hoek vormen. Meet verwolgens afstand C. Tussen de beiden metingen blijft de laserstraal ingeschakeld.
Let erop dat het referentiepunt van de meting (bijvoorbeeld achterkant van het meetgereedschap) bij beiden metingen nauwkeurig opdezelfdeplaats is.

Na afsluiting van de tweede meting worden de afstand B automatisch berekend. De LASTE afzonderlijke meetwaarde staat onder in het display, het eindresultaat B boven.
Duurmeting (zie afbeelding E)
Bij de duurmeting kan het meetgereedschap relatief ten opzichte van het doel worden verplaatst, waar bij de meetwaarde ongeveer elke 0,5 seconden worden geactualiseerd. U kutzn zich zich bijvoorbeeld van een muur verwijderen tot aan de gewenste afstand. De actuele afstand is steeds afleesbaar.
Druk voor duurmetingen op de knop 6. In het display worden de indicateie voor duurmeting weergegeven.

Druk eenmaal op de toets Meten 12 om de meting te starten. Beweeg het meetgereedschap tot de gewenste afstand onder in het display worden weergegeven.
Door het indrukken van de toets Meten 12 onderbreekt u de duurmeting. De actuele
meetwaarde worden in het display weergegeven. Als u opnieuw op de toets Meten 12 drukt, start de duurmeting opnieuw.
De duurmeting worden na 5 minuten automatisch uitgeschakeld. De LASTe meetwaarde blijft in het display staan. Als u de duurmeting erder wilt.beeindigen, kunt u door het indrukken van de toetsen 1,3 of 5 van meetfunctie veranderen.
Nederlands | 105
Meetwaarden verwijderen
Door het kort indrukken van de toets 7(Intuit u in alle meetfuncties de staat gemeten afzonderlijke meetwaarde verwijderen. Door hetmeermaals kort indrukken van de toets worden de afzonderlijke meetwaarden in omgekeerde volgorde verwijderd.
Geheugenfuncties
Bij het uitschakelen van het meetgereedschap blijft de waarde in het geheugen bewaar.
Meetwaarden opslaan of optellen

Druk op de toets Geheugen optellen 2 om de actuele meetwaarde (afhankelijk van de actuele meetfunctie een lenght-, oppervlakte- of inhoudswaarde) op te slaan. Zodra een waarde is opgeslagen, worden in het display „M" weergegeven. Daarachter knippert de „+“ kort.
Wanner er reeds een waarde in het geheugen aanwezig is,\
wordt de neue waarde bij de inhoud van het geheugen opgeteld,ECHTER alleen wanner de maateenheden overeenkomen.
Als er bijvoorbeeld een oppervlaktewaarde in het geheugen aanwezig is, en de huidige meetwaarde een inhoudswaarde is, kan de optelling Niet worden uitgevoerd. In het display knippert kort „Error".
Meetwaarden aftrekken
Druk op de toets Geheugen aftrekken 8 om de actuèle meetwaarde van de geheugenwaarde af te trekken. Zodra een waarde is afgetrokken, worden in het display „M" weergegeven. Daarachter knippert de „-” kort.
Als er al een waarde is opgeslagen, kan de neue meetwaarde alleen worden afgetrokken als de maateenheden overeenkomen (zie „Meetwaarden opslaan of optellen").
Geheugenwaarde weergeven

Druk op de toets Geheugenwaarde oproepen 4 om de waarde in het geheugen wee ter goven. In het display wordt „M=” weergegeven. Als de geheugeninhoud „M=” in het display worden weergegeven, kut u deze door het indrukken van de
toets Geheugen optellen 2 verdubbelen of door het indrukken van de toets Geheugen aftrekken 8 op nul zetten.
Geheugen wissen
Als u de inhoud van het geheugen wilt wissen, drukt u eerst op de toets Geheugenwaarde oproepen 4, zodate M = in het display verschijnt. Vervolgens drukt u kort op de toets 7; in het display worden geen M meer weergegeven.
Tips voor de werkzaamheden
Algemene aanwijzingen
De ontvangstlens 20 en de uitgang van de laserstraal 19月至 bij een meting Niet afgedekt zich.
Het meetgereedschap magijdens een meting Niet bewogen worden (met uitzondering van de functie duurmeting). Leg waarom het meetgereedschap indien möglichk gegen of op de meepunten.
De meting vindt plaats bij het middelpunt van de laserstraal, ook bij vlakken waarop de straal schuin valt.
Invloeden op het meetbereik
Het meetbereik is afhankelijk van de belichting en de mate van weerspiegeling van het meetoppervlak. Gebruik voor een betere zichtaarheid van de laserstraal bij werkzaamheden buitenshuis en bij fel zonlicht de laserbril 22 (toebehoren) en het laserdoelpaneleel 24 (toebehoren), of zorg voor schaduw op het doelpaneleel.
Invloeden op het meetresulttaat
Vanwege bepaalde eigenschappen van materialen können bij metingen op sommige oppervlakken foulmetingen nicht wordenuitgesloten. Daartoe behoren:
- transparante oppervlakken zoals glas en water,
spiegelende oppervlakken zoals gepolijst metaal en glas,
- poreuze oppervlakken zoals isolatiematerialial,
- oppervlakken met een structuur, zoals pleisterwerk en natuursteen.
Gebruik indien nodig op deze oppervlakken het laserdoel-paneel 24 (toebehoren).
Ook konnen luchtlagen met verschillende temperaten of indirect ontvangen weerspiegelingen de meetwaarde beinvloeden.
Meten met aanslagstift (zie afbeeldingen B en F)
Het gebruik van de aanslagstift 14 is bijvoorbeeld geschikt voor metingen vanuit hoeken (ruimtediagonalen) of moeilijk bereikbareplaatsen zoals rails van rolluiken.
Duw de vergrendeling 15 van de aanslagstift opzij om de stiftuit te klappen.
Stel het referentievlak voor metingen met de aanslagstift door het indrukken van de toets 9 overeenkomstig in.
Als u de aanslagstift 14 wilt inklappen, duwt u de stift in hetHSVt tot deze Niet更是verder kan. De stift worden automatischvergrendeld.
Nederlands | 107
Richten met de libel
Met de libel 16 kurz u het meetgereedschap eenvoudig waterpas uitrachten. Daarmee kurz gemakkelijkerRCTEN op het doelloppervlak, vooral op grotere afstanden.
De libel 16 is in combinatie met de laserstraal nicht geschickt voor waterpaswerkzaamheden.
Richten met uitlijnhulp (zie afbeelding G)
Met de uitrichthulp 11 kan hetRCTEN over grotere afstanden vergemakkelijk worden. Kijk waarvoor langs de uitlijnhulp aan de bovenzijde van het meetgereedschap. De laserstraal verloopt parallel aan deze zichtlijn.
Oorzaken en oplossingen van fouten
Oorzaak
Oplossing
Temperatuurwaarschuwing (c) knippert, meting nicht möglichk
Meetgereedschap buiten bedrijfstemperatuur van -10^ tot +50^ (in functie duurmeting tot +40^ ).
Wacht tot hetmeetgereed-schap bedrijfstemperatuur bereikt
Batterijwaarschuwing (b) verschijnt
Batterijspanning wordt min- der (meting nog möglichk)
Batterijen of accucellenervangen
Batterijwaarschuwing (b) knippert, meting Niet möglichk
Batterijspanning te laag
Batterijen of accucellenervangen
Indicaties „Error" en „----” in het display
Hoek tussen laserstraal en doel is te Klein.
Vergroot de hoekCUSen delaserstraalen het doel
Doeloppervlak weerspiegelte sterk (bijv. spiegel) of te zwak (bijv. zwart textiel) of omgevingslicht is te sterk.
Gebruik het laserdoelpaneel 24 (toebehoren)
Uitgang laserstraal 19 of ontvangstlens 20 zijn beslagen (bijv. door snelle temperatuurverandering).
Wrijf de uitgang laserstraal 19 of de ontvangstlens 20 droog met een zachte doeck
Berekende waarde is groter dan 99999m / m^2 /m^3
Berekening in tussenstappen verdelen

108 | Nederlands
| Oorzaak | Oplossing |
| Indicatie „Error” knippert boven in het display |
| Optellen of aftrekken vanmeetwaarden met verschil-lende maateenheden | Alleen meetwaarden metdezelfde maateenhedenoptellen of aftrekken |
| Meetresultaat Niet betrouwbaar |
| Doelopppervlak weerspiegeltniet duidelijk (bijv. water ofglas). | Dek het doelopppervlak af |
| Uitgang laserstraal 19 of ont-vangstlens 20 is afgedekt. | Houd de uitgang laserstraal19 of ontvangstlens 20 vrij |
| Meetresultaat onwaarschijnlijk |
| Verkeerd referentieniveau ingesteld | Kies een bij de metingpassem referentieniveau |
| Obstakel in het verloop vande laserstraal | Laserpunt moet volledig opdoelopppervlak liggen. |

Het meetgereedschap controleert de juiste werk ing bij elke meting. Als een defect worden vastgesteld, knippert in het display alleen nog het hiernaast staande symbol. In dit geval of wanner de fout Niet met de bovengenoemde maatregelen
kan worden verholpen, dient u hetmeetgereedschap via uw leverancier maar de klantenservice van Bosch te sturen.
Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap
U kurz de nauwkeurigheid van het meetgereedschap als volgt controlleren:
-
Kies een duurzaam onveranderlijke meetafstand van ca. 3 tot 10 meter, waarvan u de lenghte precies kent (bijvoorbeeld kamerbreedte, deuropening). De meetafstand要去 binnenshuis liggen. Het doeloppervlak van de meting要去 glad en goed reflecterend+zijn.
-
Meet de afstand tien opeenvolgende keren.
De afwijking van de afzonderlijke metingen van de gemiddelde waarde mag maximaal ± 3 mm bedragen. Houd de metingen bij, zodate u de nauwkeurigheid op een later tijdstip kurz vergelijkden.
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
Bewaar en Transporteer het meetgereedschap alleen in het meegeleverde beschermetui.
Houd het meetgereedschap altijd schoon.
Dompel het meetgereedschap Niet in water of andere vloeistoffen.
Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.
Verzorg in het bijzonder de ontvangstlens 20 met bezelfde zorgvuldigheid waarmee een bril of een cameralens要去en worden behandeld.
Mocht het meetgereedschap ondanks zorgvuldige fabricage- en testmethoden toch defect raken, dient de reparatie te worden uitgevoerd door een erkende klantenservice voor Bosch elektrische gereedschappen. Open het meetgereedschap Niet.
Vermeld bij vragen en bestellingen van verrangingsonderdelen algijd het uit tien cijfers bestaande zaaknummer volgens het typeplaatje van het meetgereedschap.
Verzend het meetgereedschap in het beschermetui 25 in het geval van een reparatie.
Klantenservice en advies
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over verrangingsonderdelen.
Explosietekingen en informatie over verwangingsonderdelen vindt u ook op:
De medewerkers van onder klangenservice adviseren u graag bij vragen over de aankoop, het gebruik en de instelling van producten en toebehoren.
Nederland
Tel.: +31 (076) 579 54 54
Fax: +31 (076) 579 54 94
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
Belgi en Luxemburg
Tel.: +32 (070) 22 55 65
Fax: +32 (070) 22 55 75
E-mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com
110 | Nederlands
Afvalverwijdering
Meetgereedschappen, toebehoren en verpakkingen dieren op een voor het milieu verantwoordere manier te worden hergebruikt.
Alleen voor landen van de EU:

Gooi meetgereedschappen Niet bij het huisvuil. Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG over elektrische en elektronische oude apparaten en de omzetting van de richtlijn in nationaalrecht moeten Niet更是 bruikbare meetgereedschappen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt.
Accucellen en batterijen:
Gooi accuellen en batterijen Niet bij het huisvuil en evenmin in het vuur of het water. Accuellen en batterijen moeten worden ingezameld, gerecycled of op een voor het milieu verantwoorde wijze worden afgevoerd.
Alleen voor landen van de EU:
Volgens richtig 91/157/EEG moeten defecte of versleten accuellen en batterijen worden gerecycled.
Wijzigingen voorbehonden.
Dansk | 111