HiKOKI CS 33EB - Service après-vente

CS 33EB - Service après-vente HiKOKI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis CS 33EB HiKOKI in PDF-formaat.

📄 204 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice HiKOKI CS 33EB - page 42
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Producttype Draagbare kettingzaag
Merk HiKOKI
Model CS 33EB
Motortype Tweetaktmotor
Brandstofmengsel Benzine en tweetaktolie (25:1 tot 50:1)
Kettingsmering Automatisch
Kettingrem Handmatig (voorste handbescherming)
Veiligheidsuitrusting Kettingrem, kettingvangbout, antivibratierubber, klauwaanslag, kettingbescherming
Antivibratiesysteem Ja, antivibratierubber
Carburateur afstelling Stationair instelschroef (T)
Bougie Elektrodeafstand 0,6 mm
Luchtfilter Wasbaar (zeepwater)
Brandstoffilter Reinigbaar
Oliefilter Reinigbaar
Geleidegoot Reiniging van de geleidesleuf en olieboring vereist
Zaagketting slijpen Met ronde vijl (hoek zie tabel)
Dieptebegrenzer Afstelling vereist
Onderhoudsinterval Dagelijks, wekelijks, maandelijks, driemaandelijks
Vervangingsonderdelen Originele HiKOKI vervangingsonderdelen aanbevolen
Service Door HiKOKI geautoriseerde servicewerkplaats
Toepassingsgebied Vellen, ontbladeren, afkorten van hout
Meegeleverde accessoires Combinatiesleutel, kettingbescherming, gebruikershandleiding

Veelgestelde vragen - CS 33EB HiKOKI

Hoe start ik de koude motor?
Zet de stopschakelaar op ON, bedien de aanzuigpomp tien keer, trek de chokehendel helemaal uit, trek aan de startkabel. Bij de eerste ontsteking de choke op RUN zetten en opnieuw trekken. Na het starten de gashendel een keer volledig intrekken en dan meteen loslaten. Maak de kettingrem los en laat de motor 2-3 minuten warmdraaien.
Welk brandstof-oliemengsel wordt gebruikt?
Gebruik loodvrije benzine met ten minste 89 octaan en meng het met tweetaktolie in een verhouding van 25:1 tot 50:1. Originele HiKOKI tweetaktolie of een hoogwaardige olie voor luchtgekoelde motoren (JASO FC of ISO EGC) wordt aanbevolen. Meng brandstof en olie in een aparte container, niet in de tank.
Hoe stel ik de kettingspanning in?
Draai de railbevestigingsmoeren los, til het railuiteinde op en draai de spanschroef met de klok mee totdat de ketting aan de onderzijde niet doorhangt. Draai de moeren vast. Controleer de spanning na de eerste 30 bedrijfsminuten opnieuw.
Hoe reinig ik het luchtfilter?
Verwijder het luchtfilterdeksel, haal het filter eruit en was het in warm zeepwater. Laat het volledig drogen voordat u het terugplaatst. Bij ernstige vervuiling vervangt u het filter door een nieuwe.
Hoe slijp ik de zaagketting?
Gebruik een ronde vijl met de juiste diameter. Vijl elke snijtand van binnen naar buiten alleen tijdens de voorwaartse slag. Let op gelijke tandlengte en juiste hoeken (zie tabel in de gebruiksaanwijzing). Draag handschoenen tijdens het slijpen.
Waar moet ik op letten bij de geleidegoot?
Reinig voor elk gebruik de geleidesleuf en de olieboring van de rail. Controleer de railpunt op slijtage en vervang deze indien nodig. Gebruik alleen aanbevolen snijgarnituren.
Hoe werkt de kettingrem?
De kettingrem wordt geactiveerd door de voorste handbescherming naar de geleidegoot te duwen. Het stopt de ketting onmiddellijk, bijvoorbeeld bij een terugslag. Om te ontgrendelen trekt u de handbescherming naar de voorste handgreep. Gebruik de zaag nooit met geactiveerde rem, omdat dit de koppeling oververhit.
Hoe berg ik de kettingzaag correct op?
Laat de motor afkoelen, leeg de brandstoftank, reinig het apparaat grondig. Plaats de kettingbescherming en bewaar de zaag op een droge plaats, buiten het bereik van kinderen. Bij langdurige opslag doe wat tweetaktolie in de cilinder en trek aan de startkabel.
Waar vind ik vervangingsonderdelen?
Gebruik alleen originele HiKOKI vervangingsonderdelen. Neem voor reparaties en onderhoudswerkzaamheden die niet in de gebruiksaanwijzing staan beschreven, contact op met een door HiKOKI geautoriseerde servicewerkplaats.
Hoe kan ik het risico op terugslag vermijden?
Houd de kettingzaag altijd met beide handen vast, vermijd zagen met de railpunt (terugslagzone), zorg voor een stevige stand en zaag nooit boven schouderhoogte. Slijp en onderhoud de ketting regelmatig. Snijd de breeklijn niet door tijdens het vellen.

Gebruikersvragen over CS 33EB HiKOKI

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Service après-vente in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CS 33EB - HiKOKI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CS 33EB van het merk HiKOKI.

GEBRUIKSAANWIJZING CS 33EB HiKOKI

OPMERKING: Sommige machines zijn hier niet van voorzien.

Symbolen⚠ WAARSCHUWINGHier volgen de symbolen die gebruikt worden voor deze machine. Zorg ervoor dat u weet wat ze betekenen voor u de machine gaat gebruiken.
HiKOKI CS 33EB - 1Kettingzaag, draagbaarCS33EB[14-15]Bougie
Het is belangrijk dat u voorafgaand aan het gebruik, de volgende veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen leest, volledig begrijpt en opvolgt. Nalatig of onjuist gebruik van de machine kan ernstig of zelfs dodelijk letsel veroorzaken.HiKOKI CS 33EB - 2Inhoud brandstoftank
Lees alle waarschuwingen en aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing en op de machine zelf, zorg ervoor dat u ze begrijpt en volg ze stipt op.[16-17]Inhoud kettingsmeringstank
Draag altijd oog-, hoofd- en gehoorbescherming wanneer u deze machine gebruikt.[17-18]Droog gewicht(Zonder zwaard en ketting)
Waarschuwing, gevaar van terugslag. Let op plotselinge, onverwachte en onbedoelde bewegingen van het zwaard naar boven en/of achteren.[19-20]Lengte zwaard
Gebruik met één hand is niet toegestaan. Houd de kettingzaag stevig met beide handen vast, met uw duim goed vast om de voorste handgreep bij het zagen.HiKOKI CS 33EB - 3Steek zaagketting
Kettingrem Kettingafstelling[22-23]
ChokeHiKOKI CS 33EB - 4ISO22868Geluidsdrukniveau LpA*1 volgens ISO 22868
Aan/StartHiKOKI CS 33EB - 5ISO22868Geluidsdrukniveau LwA*2Gemeten volgens ISO 22868
Uit/Stop[23-24]2000/14/EGGeluidsvermogensniveau LwA*2Gemeten/gewaarborgd volgens 2000/14/EG
Noodstop[25-26]Trillingsniveau volgens ISO 22867Voorste handgreep*1 / Achterste handgreep*1
Brandstof/oliemengsel[27-28]Onzekerheid
Kettingolie vullen[29-30]Max. motorvermogen volgens ISO 7293
Carburateurafstelling - Stationair toerental[31-32] MAXMax. motorsnelheid
Carburateurafstelling - Laag toerental mengsel[33-34] MINStationair toerental
Carburateurafstelling - Hoog toerental mengsel SHiKOKI CS 33EB - 6
Opvoerpomp Max. kettingsnelheid[35-36]
Gewaarborgde geluidsvermogensniveau AantaltarHiKOKI CS 33EB - 7ndrijftandwiel
Motorgrootte Soort zwaard
HiKOKI CS 33EB - 8Instelling dieptestellernok VijlhoekHiKOKI CS 33EB - 9
HiKOKI CS 33EB - 10Vijlhoek zijplaat VijlHiKOKI CS 33EB - 11
HiKOKI CS 33EB - 12Hoek bovenste plaat Dieptestellernok

OPMERKING: Equivalente geluidsniveaus/trillingsniveaus zijn berekend als de tijdgewogen energiesom van de geluids-/trillingsniveaus onder verschillende werkomstandigheden met de volgende tijdsindeling:

^1 : 1/3 stationair, 1/3 max. last, 1/3 max. toerental.

2: 1/2 stationair, 1/2 max. toerental.

WAT IS WAT? (Afb. 1)

A: Gashendel: Deze hendel wordt bediend met de vinger van de gebruiker om de snelheid van de motor te regelen.

B: Gashendelvergrendeling: Deze voorziening voorkomt dat de gashendel onbedoeld wordt bediend zonder dat deze eerst met de hand ontgrendeld is.

C: Stopschakelaar: Hiermee kan de motor gestart of gestopt worden.

D: Olietankdop: Hiermee sluit u de olietank af.

E: Trekstarter: Trek hieraan om de motor te starten.

F: Voorste handgreep: Deze handgreep bevindt zich aan de voorkant van de motorbehuizing.

G: Brandstoftankdop: Hiermee sluit u de brandstoftank af.

H: Achterste handgreep: Deze handgreep bevindt zich aan de achterkant van de motorbehuizing.

I: Chokehendel: Hiermee kunt u het lucht/brandstofmengsel in de carburateur tijdelijk rijker maken om te helpen bij het starten.

J: Opvoerpomp: Voorziening voor het aanvoeren van brandstof bij het starten.

K: Zwaard: Dit onderdeel steunt en geleidt de zaagketting.

L: Zaagketting: Ketting met punten die het echte zaagwerk doet.

M: Kettingrem (voorste handbeschermer): Voorziening voor het stoppen of vergrendelen van de ketting.

N: Kettingvanger: Voorziening om een losse ketting op te vangen.

O: Luchtfilterdeksel: Deksel voor het luchtfilter en de carburateur.

P: Zijbehuizing: Beschermende afdekking van zaagblad, zaagketting, koppeling en tandwielas wanneer de kettingzaag in gebruik is.

Q: Spanbout: Voorziening die vaak aangrijpt op het zwaard om de spanning van de zaagketting te regelen.

R: Knaldemper: Vermindert het geluid van de uilaat en richt de uitlaatgassen.

S: Antitrilrubber: Vermindert de doorgifte van trillingen aan de handen van de gebruiker.

T: Klemmoeren van het zwaard: Voor het vastzetten van de zijbehuizing en het zwaard.

U: Schorssteun: Voorziening die als vast draaipunt dient in contact met een boom of stam.

V: Zwaardhoes: Hiermee worden het zwaard en de zaagketting netjes afgedekt wanneer de machine niet wordt gebruikt.

W: Combinatie bougie en spannersleutel: Met dit gereedschap kunt u de bougie los- en vastdraaien en de zaagketting spannen.

X: Gebruiksaanwijzing: Meegeleverd met de machine. Lees de gebruiksaanwijzing voor u de machine gaat gebruiken en bewaar hem om later te kunnen raadplegen voor een goede, veilige techniek.

Let in het bijzonder op aanwijzingen die beginnen met de volgende woorden:

⚠ WAARSCHUWING

Geeft aan dat er een verhoogd risico bestaat op ernstig persoonlijk letsel of zelfs de dood als de aanwijzingen niet worden opgevolgd.

LET OP

Geeft aan dat er risico bestaat op persoonlijk letsel of zaakschade als de aanwijzingen niet worden opgevolgd.

OPMERKING

Nuttige informatie voor correct functioneren en gebruik van de machine.

Veiligheid van de gebruiker

○ Draag altijd een vizier of veiligheidsbril.

○ Gebruik handschoenen bij het slijpen van de ketting.

○ Draag altijd veiligheidskleding zoals een jas, broek, handschoenen, helm, veiligheidsschoenen of laarzen met stalen neuzen en antislip-zolen en oog-, gehoor- en beenbescherming wanneer u met een kettingzaag werkt. Voor werkzaamheden in bomen moeten de veiligheidsschoenen geschikt zijn om te klimmen. Vraag uw erkende HiKOKI servicecentrum om hulp bij het kiezen van de juiste uitrusting. Draag geen loszittende kleding, sieraden, een korte broek, sandalen en werk nooit blootsvoets. Draag lang haar samengebonden zodat het maximaal schouderlang is.

○ Gebruik deze machine niet wanneer u moe of ziek bent, of alcohol, drugs of medicijnen heeft ingenomen.

○ Laat in geen geval kinderen of onervaren personen de machine gebruiken.

○ Draag gehoorbescherming. Let op uw omgeving. Let op omstanders die eventueel problemen aangeven. Verwijder veiligheidsuitrusting pas nadat de motor volledig gestopt is.

○ Draag hoofdbescherming.

○ Start de motor niet en laat de motor niet lopen in een afgesloten ruimte of gebouw. Inademen van uitlaatgassen kan dodelijk zijn.

Om ademhalingsproblemen te voorkomen, moet u een veiligheidsmasker dragen wanneer er oliedamp en zaagsel van de ketting komt.

○ Houd de handgrepen vrij van olie en brandstof.

○ Houd uw handen weg van de zagende onderdelen zelf.

○ Houd of pak de machine niet vast aan de zagende onderdelen.

○ Wanneer de machine uit wordt gezet, moet u controleren of het snijgereedschap inderdaad helemaal gestopt is voor u de machine neerzet.

Nederlands

○ Wanneer de werkzaamheden lang duren, moet u regelmatig pauzeren om lichamelijk letsel als gevolg van de trillingen van de machine (fenomeen van Raynaud/“dode” vingers) te voorkomen.
○ Het gebruik van de machine kan worden beperkt door landelijke regelgeving.
○ De gebruiker moet alle regelgeving die geldt in het gebied waar de zaag gebruikt zal worden in acht nemen.

⚠ WAARSCHUWING

Systemen voor het dempen van de trillingen kunnen niet garanderen dat u geen fenomeen van Raynaud ("dode" vingers) of carpalé-tunnelsyndroom kunt oplopen.
Daarom moeten gebruikers die regelmatig en/of langdurig met de machine werken de toestand van hun handen en vingers zorgvuldig in de gaten houden. Als u merkt dat één van de bovengenoemde klachten zich voordoet, moet u onmiddellijk een arts raadplegen.
○ Langdurige of voortdurende blootstelling aan een hoog geluidsniveau kan leiden tot blijvende schade aan het gehoor. Draag daarom altijd een goedgekeurde gehoorbescherming wanneer u met deze machine of dergelijke apparatuur werkt.
Als u medische elektrische/elektronische apparatuur gebruikt, zoals een pacemaker, moet u eerst uw arts raadplegen en contact opnemen met de fabrikant van de apparatuur voor u elektrisch of op andere wijze aangedreven gereedschap gaat gebruiken.

Veiligheid/beveiliging van de machine

○ Inspecteer het hele toestel/de hele machine elke keer voor u het gaat gebruiken en ook nadat u het heeft laten vallen of na andere schokken. Vervang beschadigde onderdelen. Controleer of er brandstoflekken zijn en of alle bevestigingsmiddelen aanwezig zijn en goed vast zitten.
○ Vervang onderdelen met barsten of stukjes eraf, of onderdelen die op een andere manier beschadigd zijn voor u de machine gaat gebruiken.
○ Controleer of de zijkant van de behuizing correct is bevestigd.
○ Controleer of de kettingrem naar behoren werkt.
○ Houd anderen uit de buurt wanneer u de carburateur afstelt.
○ Gebruik uitsluitend accessoires die speciaal voor deze machine worden aanbevolen door de fabrikant.
○ Let op dat de ketting nergens tegenaan slaat. Als de ketting iets raakt, moet u de machine onmiddellijk stoppen en zorgvuldig controleren.
○ Controleer of de automatische smering werkt. Zorg ervoor dat de olietank gevuld is met schone olie. Laat de ketting nooit droog over het zwaard lopen.
○ Al het onderhoud aan de kettingzaag, behalve wat apart vermeld staat in de gebruiksaanwijzing, moet door een door HiKOKI erkend servicecentrum worden uitgevoerd. (Als bijvoorbeeld niet het juiste gereedschap wordt gebruikt bij het verwijderen van het vliegwiel, of om het vliegwiel vast te houden om de koppeling te kunnen verwijderen, kan het vliegwiel ernstig beschadigd raken en vervolgens breken.)

⚠ WAARSCHUWING

○ Breng in geen geval wijzigen aan de machine aan. Gebruik de machine in geen geval voor werkzaamheden waar deze niet voor bedoeld is.
○ Het knoeien met de motor maakt de EU-typegoedkeuring van deze motor ongeldig.
○ Gebruik de kettingzaag in geen geval zonder veiligheidsvoorzieningen of als de veiligheidsvoorzieningen defect zijn. Dit kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
○ Gebruik van een ander zwaard/andere ketting dan wordt aanbevolen door de fabrikant of onderdelen die niet zijn goedgekeurd, kan resulteren in een hoog risico op ongevallen en persoonlijk letsel.

Veiligheid en brandstof

○ Meng en tank brandstof in de buitenlucht en buiten bereik van vonken en vlammen.

○ Gebruik een voor brandstof goedgekeurde tank of jerrycan.
○ Rook niet en sta roken ook niet toe in de buurt van brandstof of van de machine zelf wanneer de machine gebruikt wordt.
○ Neem alle gemorste brandstof op voor u de motor start.
○ Ga minstens 3 meter van de plaats waar u getankt heeft vandaan voor u de motor start.
○ Stop de motor en laat deze enkele minuten afkoelen voor u de dop van de barndstoftank haalt.
○ Bewaar de machine en de brandstof op een plek waar de brandstofdampen niet kunnen worden ontstoken door vonken of open vuur van bijv. geisers, boilers, elektrische motoren of schakelaars, verwarmingstoestellen enz.

⚠ WAARSCHUWING

Brandstof kan gemakkelijk ontbranden en worden ingeademd, dus let daar in het bijzonder op wanneer u ermee omgaat.

Veilig zagen

○ Zaag geen ander materiaal dan hout of houten voorwerpen.
○ Draag een goed masker om uw luchtwegen te beschermen wanneer u hout zaagt dat met een insecticide is behandeld.
○ Houd iedereen, kinderen, dieren, omstanders en assistenten, buiten de gevarenzone. Stop de motor onmiddellijk als er iemand op u af komt.
○ Houd de machine stevig vast met uw rechterhand aan de achterste handgreep en uw linkerhand aan de voorste handgreep.
○ Zorg ervoor dat u stevig staat en goed in evenwicht blijft. Reik niet te ver.
○ Houd uw lichaamsdelen uit de buurt van de uitlaat en de zagende onderdelen wanneer de motor loopt.
○ Houd het zwaard /de ketting onder heuphoogte.
○ Voor de gebruiker begint met zagen, moet hij/zij de techniek van het zagen met de kettingzaag beheersen.
○ Bedenk vooraf een veilige uitwijkmogelijkheid voor wanneer de boom valt.
○ Houd de zaag stevig vast met beide handen, met uw duim stevig rond de voorste handgreep, en plant uw beide voeten stevig op de grond zodat u stevig staat en in evenwicht kunt blijven.
○ Sta naast de zaag wanneer u zaagt - nooit direct achter de zaag.
○ Houd de schorssteun, indien aanwezig, tegen de stam, want de ketting kan plotseling de boom in worden getrokken.
○ Wanneer u aan het eind van een snede komt, moet u erop voorbereid zijn dat de machine plotseling vrij komt, zodat de zaag niet door kan schieten en uw benen of lichaam, of andere voorwerpen kan raken.
○ Pas op voor een eventuele terugslag (wanneer de kettingzaag plotseling omhoog en naar achteren, naar de gebruiker slaat). Zaag nooit met de punt van het zwaard.
○ Wanneer u naar een nieuwe werkplek gaat, moet u eerst de machine uit zetten en controleren of alle zagende onderdelen inderdaad gestopt zijn.
○ Zet de machine in geen geval op de grond terwijl deze nog loopt.
○ Controleer altijd eerst of de motor uit is en of de zagende onderdelen volledig gestopt zijn voor u vuil of zaagsel uit het gereedschap gaat verwijderen.
○ Neem altijd een EHBO-doos mee wanneer u met gemotoriseerd gereedschap werkt.
De uitlaat wordt zeer heet tijdens het gebruik en blijft ook daarna nog een tijd heet. Dit geldt ook voor stationair draaien.
Let op het brandgevaar, vooral wanneer u werkt in de buurt van brandbare materialen en/of dampen.

⚠ WAARSCHUWING

De uitlaatgassen van de motor zijn heet en kunnen vonken bevatten die brand kunnen veroorzaken. Start de machine nooit binnen of in de buurt van brandbaar materiaal.

Veilig onderhoud

○ Voer onderhoud aan de machine uit volgens de aanbevolen procedures.
○ Haal de kap van de bougie voor u onderhoud uitvoert, behalve voor het afstellen van de carburateur.
○ Houd anderen uit de buurt wanneer u de carburateur afstelt.
○ Gebruik uitsluitend originele HiKOKI vervangende onderdelen, zoals aanbevolen door de fabrikant.

LET OP

Probeer de trekstarter niet te demonteren. Het risico bestaat dat u gewond raakt doordat de veer van de trekstarter losschiet.

⚠ WAARSCHUWING

Onjuist onderhoud kan leiden tot ernstige schade aan de motor of ernstig persoonlijk letsel.

Vervoer en opslag

○ Draag de machine alleen wanneer de motor gestopt is en met de uitlaat weg van uw lichaam.
○ Laat de motor afkoelen, maak de brandstoftank leeg en zorg ervoor dat de machine goed vast zit voor u de machine opbergt of gaat vervoeren.
Maak de brandstoftank helemaal leeg voor u de machine opbergt. We raden u aan de tank elke keer nadat u de machine gebruikt heeft, leeg te maken. Als er brandstof in de tank blijft zitten, moet u ervoor zorgen dat er geen brandstof kan lekken.
○ Bewaar de machine buiten bereik van kinderen.
○ Maak de machine schoon, voer het vereiste onderhoud uit en bewaar de machine op een droge plek.
○ Controleer of het contact inderdaad uit staat voor u de machine vervoert of opbergt.
○ Dek de ketting af met de zwaardhoes wanneer u de machine vervoert of opbergt.

Als er zich situaties voordoen die niet in deze gebruiksaanwijzing behandeld worden, wees dan voorzichtig en gebruik uw verstand. Neem contact op met een door HiKÖKI erkend servicecentrum als u hulp nodig heeft.

⚠ WAARSCHUWING

GEVAAR VOOR TERUGSLAG (Afb. 2)

Een van de grootste gevaren bij het werken met een kettingzaag is de mogelijkheid van een terugslag. De kettingzaag kan terugslaan wanneer de punt van het zwaard tegen iets aankomt, of wanneer de zaag klem loopt in de zaagsnede. Een terugslag omdat de punt ergens tegenaan komt zodat het zwaard naar boven en naar achteren, dus in uw richting, slaat, gebeurt soms bliksemsnel. Als de zaagketting vastloopt langs de bovenkant van het zwaard, kan het zwaard ook ineens in uw richting slaan. Door deze beide reacties kunt u de controle over de kettingzaag verliezen, wat kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Ook al is uw kettingzaag voorzien van ingebouwde veiligheidsvoorzieningen, dan nog doet u er goed aan niet uitsluitend op deze voorzieningen te vertrouwen. Houd de zwaardpunt altijd goed in de gaten. Er kan een terugslag optreden wanneer u iets raakt met de terugslagzone (1) van het zwaard. Gebruik deze zone daarom nooit. Een terugslag door vastlopen van de ketting ontstaat doordat de zaagsnede zich sluit en de bovenkant van het zwaard vastklemt. Let goed op de zaagsnede en zorg ervoor dat de snede open blijft bij het zagen. Houd de kettingzaag onder controle wanneer de motor draait door de machine altijd stevig met uw rechterhand aan de achterste handgreep en uw linkerhand aan de voorste handgreep vast te houden, met uw duimen en vingers helemaal rond de handgrepen. Houd de kettingzaag altijd met beide handen vast wanneer u zaagt met de motor op een hoog toerental.

Volg de instructies van de fabrikant voor het slijpen van en het onderhoud aan de zaagketting. Slecht onderhoud kan het risico van terugslag verhogen.

SPECIFICATIES

De SPECIFICATIES van deze machine staan vermeld in de tabel op bladzijde 196.

OPMERKING

Alle gegevens kunnen zonder kennisgeving gewijzigd worden.

MONTAGEPROCEDURES

⚠ WAARSCHUWING

Zet de machine uit voor u inspectie of onderhoud gaat uitvoeren.

Probeer in geen geval de motor te starten zonder dat de zijkant van de behuizing en het zwaard goed vast zitten.

  1. Trek de voorste handbeschermer (2) naar de voorste handgreep toe om te controleren of de kettingrem wordt ontgrendeld. (Afb. 3)
  2. Verwijder de klemmoeren van het zwaard (3). Verwijder de zijkant van de behuizing (4). (Afb. 4)
    * Als u de schorssteun (5) heeft, kunt u deze met twee schroeven aan de machine bevestigen. (Afb. 5)
  3. Bevestig het zwaard (6) aan de bouten (7) en druk het zwaard naar het tandwiel (8) toe tot het niet verder kan. (Afb. 6)
  4. Controleer of de zaagketting (9) de goede kant op loopt, zoals op de afbeelding, en leg de ketting om het tandwiel (8). (Afb. 6)
  5. Leid de schakels van de zaagketting in de groef die helemaal rond het zwaard loopt.
  6. Doe de zijkant van de behuizing (4) weer terug op de bouten (7).
    Zorg ervoor dat het uitsteeksel van de stelbout voor de kettingspanning (10) in het gat in het zwaard (11) past. (Afb. 6)
    Zet vervolgens de klemmoeren van het zwaard (3) met de hand vast zodat het uiteinde van het zwaard nog gemakkelijk op en neer kan worden bewogen. (Afb. 7)
  7. Doe het uiteinde van het zwaard naar boven en span de ketting (9) door de spanbout (12) met de klok mee te draaien tot de ketting netjes tegen de onderkant van het zwaard ligt (6). De ketting is correct gespannen wanneer er geen speling is aan de onderkant van het zwaard. (Afb. 8, 9)

LET OP

DE JUISTE KETTINGSPANNING IS UITERST BELANGRIJK

  1. Til de punt van het zwaard iets op en draai de klemmoeren (3) goed vast met de combinatiesleutel (14). (Afb. 10)
  2. Een nieuwe ketting zal iets oprekken, dus stel de ketting bij na een paar keer zagen en houd het eerste half uur zagen de kettingspanning goed in de gaten.

OPMERKING

Controleer de kettingspanning vaak om optimale prestaties en duurzaamheid te garanderen.

LET OP

○ Wanneer de ketting te strak wordt gezet, zullen het zwaard en de ketting sneller slijten. Wanneer de ketting echter te los gezet wordt, kan de ketting uit de groef in het zwaard lopen.
○ Draag altijd handschoenen wanneer u de ketting moet aanraken.

BEDIENING

Brandstof (Afb. 11)

HiKOKI CS 33EB - Brandstof (Afb. 11) - 1

WAARSCHUWING

Deze kettingzaag heeft een tweetaktmotor. Gebruik daarom altijd mengsmering, oftewel benzine gemengd met olie. Zorg voor een goede ventilatie wanneer u tankt of omgaat met brandstof.
○ Brandstoffen zijn uiterst licht ontvlambaar en u kunt ernstig persoonlijk letsel oplopen door de dampen in te ademen of brandstof op lichaamsdelen te morsen.
Wees altijd voorzichtig en blijf goed opletten bij de omgang met brandstof. Zorg altijd voor een goede ventilatie wanneer u brandstof binnen een gebouw gebruikt.

Brandstof

○ Gebruik altijd 89 octaan loodvrije merkbenzine.
○ Gebruik echte tweetaktbrandstof of een benzine-oliemengsel van 25:1 tot 50:1, raadpleeg voor de juiste verhouding alstublieft uw door HiKOKI erkende servicecentrum.
Als er geen echte tweetaktbrandstof beschikbaar is, gebruik dan een kwaliteitsolie die uitdrukkelijk geschikt is voor gebruik in luchtgekoelde tweetaktmotoren (JASO FC GRADE OIL of ISO EGC GRADE). Gebruik geen BIA of TCW (voor watergekoelde tweetaktmotoren) mengolie.
○ Gebruik geen multigrade olie (10 W/30) of afgewerkte olie.
○ Meng de brandstof en de olie niet in de brandstoftank van de machine. Meng de benzine en de olie in een aparte, schone jerrycan.

Vul de jerrycan met de helft van de hoeveelheid benzine die u gaat gebruiken.

Voeg de volledige hoeveelheid olie toe. Meng het benzine- oliemengsel (schudden). Voeg tenslotte de resterende hoeveelheid benzine toe.

Meng (schud) het brandstofmengsel nog eens goed voor u het in de tank doet.

Menghoeveelheden tweetaktolie en benzine

Benzine (Liter)Tweetaktolie (ml)
Verhouding 50:1Verhouding 25:1
0,5 1020
1 2040
2 4080
4 80160

Tanken (Afb. 12)

HiKOKI CS 33EB - Tanken (Afb. 12) - 1

WAARSCHUWING

○ Schakel altijd eerst de motor uit en laat deze eerst een paar minuten afkoelen voor u gaat tanken.
Rook niet en zorg ervoor dat er geen vlammen of vonken in de buurt zijn van de plek waar u gaat tanken.
○ Maak de tank (15) voorzichtig open om eventueel onder druk staande gassen te laten ontsnappen.
○ Draai na het tanken de dop weer goed op de tank.
○ Ga minstens 3 m van de plek waar u getankt heeft vandaan voor u de motor probeert te starten.
○ Was eventueel op uw kleding gemorste brandstof er onmiddellijk uit met zeep of een wasmiddel.
○ Controleer of er ergens brandstof lekt na het tanken.
○ Raak voor het tanken even een stukje vochtige aarde of iets dergelijks aan om eventueel opgebouwde statische elektriciteit te laten wegvloeien van de machine, de tank en de gebruiker.

Maak voor u gaat tanken de tankdop en omstreken netjes schoon zodat er geen vuil in de tank kan vallen. Zorg ervoor dat de brandstof goed gemengd is door voor het tanken de jerrycan goed te schudden.

Kettingsmering (Afb. 12)

HiKOKI CS 33EB - Kettingsmering (Afb. 12) - 1

WAARSCHUWING

Gebruik geen afgewerkte of gefilterde oude olie. Doet u dit toch, dan kan dit schade toebrengen aan de machine en aan uw gezondheid.

Maak het reservoir voor de kettingsmering (16) voorzichtig open en vul bij met olie. Gebruik altijd kettingsmering van goede kwaliteit. Wanneer de motor loopt, wordt de ketting automatisch gesmeerd.

Vul het reservoir voor de kettingsmering (16) elke keer bij wanneer u gaat tanken.

OPMERKING

Wanneer u brandstof tankt of het reservoir voor de kettingsmering vult, leg de machine dan op zijn kant, met de vuldoppen boven. (Afb. 12)

Werking kettingrem (Afb. 3, 14)

De kettingrem is ontworpen om in werking te treden in noodgevallen, zoals bij een terugslag.

De rem wordt in werking gesteld door de voorste handbeschermer (2) naar het zwaard toe te bewegen. Wanneer de kettingrem in werking is, zal ook als de gashendel wordt ingedrukt het toerental niet hoger worden en zal dus de ketting niet beginnen te lopen. Om de rem te ontgrendelen trekt u de voorste handbeschermer (2) weer naar de voorste handgreep toe.

Als de motor met hoge snelheid blijft draaien terwijl de rem aangrijpt, zal de koppeling oververhit raken, waardoor problemen zullen ontstaan.

Wanneer de rem in werking treedt terwijl u de zaag gebruikt, moet u onmiddellijk de gashendel loslaten om de motor langzamer te laten draaien.

Controleren van de werking van de kettingrem (Afb. 13) 1) Zet de motor uit.

2) Houd de kettingzaag horizontaal, laat de voorste handgreep los zodat de punt van het zwaard op een boomstronk of ander stuk hout terecht komt en controleer de werking van de rem. De kracht die hiervoor nodig is hangt mede af van de lengte van het zwaard.

Als de rem niet werkt, moet u een door HiKOKI erkend servicecentrum vragen om inspectie en eventueel reparatie.

Koude start (Afb. 3, 14-18)

LET OP

Voordat u de motor start, moet u controleren of het zwaard/de ketting niets aanraakt.

  1. Duw de voorste handbeschermer (2) naar voren zodat de rem in werking treedt. (Afb. 14)
  2. Zet de stopschakelaar (17) in de stand AAN. (Afb. 15)
  3. Druk ongeveer 10 keer op de opvoerpomp (19) zodat er brandstof in de carburateur gepompt wordt. (Afb. 16)
  4. Trek de choke (18) helemaal uit om deze in de STÄRT stand te zetten. (Fig. 16) Hierdoor wordt het gas automatisch op halfgas gezet.
  5. Trek stevig aan de trekstarter (20) en let erop dat u de handgreep goed vast blijft houden en niet laat terugschieten. (Afb. 17)
  6. Wanneer de motor aanslaat drukt u de choke (18) helemaal in om deze in de RUN stand (normaal gebruik) te zetten. (Afb. 16)

OPMERKING

Wanneer de choke met de hand terug wordt gezet op RUN (normaal gebruik) nadat deze eerst volledig was uitgetrokken START, zal de gashendel nog steeds half open (halfgas) staan.

  1. Trek nog eens stevig aan de trekstarter (20) op de hierboven beschreven manier. (Afb. 17)

OPMERKING

Herhaal de stappen 4 t/m 7 als de motor niet start.

  1. Trek zodra de motor start de gashendel (22) volledig open met de vergrendeling van de gashendel (21) ingedrukt en laat de gashendel (22) vervolgens onmiddellijk weer los. Op deze manier haalt u de gashendel van de halfgasstand. (Afb. 18)

  2. Trek aan de voorste handbeschermer (2) zodat de rem ontgrendeld wordt. (Afb. 3)

Laat de motor 2-3 minuten opwarmen voor u met de werkzaamheden begint en de motor belast.

Laat de motor niet onbelast op hoge toerentallen draaien om te voorkomen dat u de levensduur van de motor korter maakt.

Warme start

Gebruik alleen de stappen 1, 2, 7 en 9 van de koude startprocedure.

Als de motor niet start, moet u dezelfde procedure gebruiken als voor een koude start.

Kettingsmeringstest (Afb. 19)

Controleer of de ketting goed gesmeerd wordt. Richt wanneer de zaagketting begint te draaien de punt van het zwaard op een boomstronk o.i.d. en haal de gashendel over zodat de kettingzaak ongeveer 10 seconden lang op hoge snelheid draait. Als er kettingolie op de stronk gespetterd wordt, wordt de ketting correct gesmeerd.

HiKOKI CS 33EB - Kettingsmeringstest (Afb. 19) - 1

WAARSCHUWING

Draag de machine niet van de ene plek naar de andere met een lopende motor.

Stoppen (Afb. 20)

Neem gas terug en druk de stopschakelaar (17) naar de stopstand.

HiKOKI CS 33EB - Stoppen (Afb. 20) - 1

WAARSCHUWING

Breng de machine niet in de buurt van brandbare materialen zoals droog gras, want de uitlaat blijft nog een tijd lang heet nadat de motor gestopt is.

OPMERKING

Als de motor niet stopt, kunt u hem geforceerd stoppen door de choke uit te trekken naar de START-stand. Vraag een door HiKOKI erkend servicecentrum om reparatie voor u de machine opnieuw probeert te starten.

HiKOKI CS 33EB - OPMERKING - 1

WAARSCHUWING

○ Reik niet boven uw macht en zaag niet boven schouderhoogte.

○ Wees extra voorzichtig bij het kappen en gebruik de kettingzaag nooit met de punt omhoog of boven schouderhoogte.

KETTINGVANGER

De kettingvanger bevindt zich dichtbij de aandrijving, net onder de ketting en dient om te voorkomen dat een gebroken ketting de gebruiker zou kunnen raken.

HiKOKI CS 33EB - KETTINGVANGER - 1

WAARSCHUWING

Sta niet in één lijn met de ketting wanneer u aan het zagen bent.

BASISTECHNIEKEN VOOR HET MAKEN VAN ZAAGSNEDES VOOR KAPPEN, SNOEIEN EN INKEPEN

De volgende informatie is bedoeld om u een algemene inleiding te geven in de techniek van het houtzagen.

HiKOKI CS 33EB - BASISTECHNIEKEN VOOR HET MAKEN VAN ZAAGSNEDES VOOR KAPPEN, SNOEIEN EN INKEPEN - 1

WAARSCHUWING

Deze informatie dekt niet alle specifi eke situaties die mede afhankelijk zijn van het terrein, de begroeiing, het soort hout, de vorm en de afmetingen van de boom enz. Raadpleeg een door HiKOKI erkend servicecentrum, houtvester of plaatselijke bosbouwschool of boomkwekerij voor advies met betrekking tot specifi eke bijzonderheden aangaande de houtkap in het gebied in kwestie. Hierdoor zult u veiliger en effi ciënter kunnen werken.

○ Zaag niet bij slecht weer, zoals dichte mist, zware regen, extreme koude, sterke wind enz. Het is doorgaans zeer vermoeiend om in slecht weer te moeten werken en er kunnen gevaarlijke situaties door ontstaan, bijvoorbeeld om de ondergrond glad wordt. Door een sterke wind kan een boom vallen in een andere richting dan u in gedachten had, wat kan leiden tot zaakschade of persoonlijk letsel.

LET OP

Gebruik de kettingzaag nooit om iets los te wrikken of voor andere doeleinden waar de machine niet voor bedoeld is.

HiKOKI CS 33EB - LET OP - 1

WAARSCHUWING

○ Struikel niet over obstakels zoals boomstronken, wortels, stenen, takken en gevelde bomen. Pas op voor gaten en greppels. Wees zeer voorzichtig bij werkzaamheden op hellingen of oneff en terrein.

Zet de motor uit wanneer u naar een andere werkplek gaat. Zaag altijd met de gashendel helemaal open. Een langzaam bewegende ketting zal makkelijker vastlopen en de kettingzaag doen schokken of zelfs terugslaan.

○ Gebruik de kettingzaag in geen geval met één hand.

U kunt de kettingzaag dan nooit goed hanteren en u kunt gemakkelijk de controle verliezen en daardoor ernstig letsel oplopen.

Houd de behuizing van de kettingzaag dicht bij uw lichaam voor een betere controle en om een te hoge belasting te voorkomen.

Wanneer u zaagt met het onderste deel van de ketting, zal de kettingzaag van u weg worden getrokken, als het ware het hout in.

De kettingzaag zelf bepaalt de zaagsnelheid en het zaagsel wordt in uw richting geworpen. (Afb. 21)

○ Wanneer u zaagt met het bovenste deel van de ketting, duwt de ketting de kettingzaag juist naar u toe, dus weg van het hout dat u aan het zagen bent. (Afb. 22)

Er is een risico op terugslag als de kettingzaag zo ver wordt geduwd dat er met de punt van het zwaard wordt gezaagd.

Het is het veiligst om met de onderkant van het zwaard en de ketting te zagen. Zagen met de bovenkant maakt het hanteren en controleren van de kettingzaag veel moeilijker en verhoogt het risico op terugslag.

○ Zodra de ketting vastloopt moet u de gashendel loslaten. Als de motor met hoge snelheid blijft draaien terwijl de rem aangrijpt, zal de koppeling oververhit raken, waardoor problemen zullen ontstaan.

OPMERKING

Houd de schorssteun, indien aanwezig, tegen de stam, want de ketting kan plotseling de boom in worden getrokken.

KAPPEN

Goed kappen is meer dan gewoon even een boompje omzagen. De kunst is de boom te laten vallen op de gewenste plek, zonder de boom zelf of iets anders te beschadigen.

Voor u een boom gaat kappen, moet u alle omstandigheden die invloed hebben op de richting waarin de boom zal vallen in aanmerking nemen, zoals:

De richting waarin de boom zelf al helt. De vorm van de kruin. Eventuele sneeuw op de kruin.

Windrichting en -sterkte. Obstakels in het bereik van de boom (bijv. andere bomen, stroomleidingen, wegen, gebouwen enz.).

HiKOKI CS 33EB - KAPPEN - 1

WAARSCHUWING

Houd altijd rekening met de toestand van de boom zelf. Let op verval en rot in de stam, waardoor de stam kan breken en vallen voor u het verwacht en in een onverwachte richting.

Nederlands

○ Let op dode takken die makkelijk af kunnen breken terwijl u aan het werk bent en op u kunnen vallen.
Houd mensen en dieren op een afstand van minstens twee keer de lengte van de boom terwijl u de boom aan het kappen bent. Haal struiken en takken rond de boom van tevoren weg.
Bereid een ontsnappingsweg voor, weg van de richting waarin de boom zal worden geveld.

BASISREGELS VOOR HET KAPPEN VAN BOMEN

Normaal gesproken bestaat het kappen uit twee handelingen, namelijk het zagen van inkepingen en het maken van de zaagsnede die de boom velt. Begin met de bovenste zaagsnede van de inkeping aan de kant van de boom in de gewenste valrichting. Kijk langs de onderste zaagsnede van de inkeping of u niet te diep in de stam zaagt. De inkeping moet diep genoeg zijn om een voldoende breed en sterk scharnier te vormen. De inkeping moet breed genoeg zijn om de val van de boom zo lang mogelijk te kunnen blijven sturen. Zaag de velsnede vanaf de andere kant van de stam 3-5 cm (1-2 inch) boven de punt van de inkeping. (Afb. 23)

  1. Velrichting
  2. 45° minimum hoek van de inkeping
  3. Scharnier
  4. Velsnede

Zaag de stam nooit helemaal door. Laat altijd een strook hout over die als scharnier kan dienen.

Dit scharnier stuurt de val van de boom. Als de stam helemaal door wordt gezaagd, heeft u geen controle meer over de richting waarin de boom zal vallen.

Sla ruim voordat de boom zijn stabiliteit verliest en begint te bewegen een wig of velhefboom (koevoet) in de zaagsnede. Hierdoor voorkomt u dat het zwaard klem komt te zitten in de zaagsnede wanneer u de velrichting verkeerd heeft ingeschat. Zorg ervoor dat er geen mensen in de valzone zijn voor u de boom omduwt.

VELSNEDE BIJ EEN STAMDIAMETER VAN MEER DAN TWEE KEER DE LENGTE VAN HET ZWAARD

Zaag een fl inke, brede inkeping. Maak vervolgens een zaagsnede in het midden van de stam, vanaf de punt van de inkeping. Laat altijd een strook hout over als scharnier aan beide zijden van de middensnede. (Afb. 24)

Zaag tenslotte rondom de holte in het midden van de stam om de boom te vellen, zoals op Afb. 25.

⚠ WAARSCHUWING

Deze werkwijze is zeer gevaarlijk, omdat er met de punt van het zwaard moet worden gewerkt en er dus een terugslag kan optreden.

Deze technieken mogen alleen worden toegepast door geschoolde vaklui.

TAKKEN VERWIJDEREN

In dit geval bedoelen we het verwijderen van de takken van een gevelde boomstam.

⚠ WAARSCHUWING

De meeste ongelukken door terugslag gebeuren bij het verwijderen van takken.

Gebruik in geen geval de punt van het zwaard. Wees zeer voorzichtig en vermijd de stam, andere takken of voorwerpen met de punt van het zwaard. Wees zeer voorzichtig met gebogen takken. Deze kunnen in onverwachte richtingen wegspringen zodat u de controle verliest, wat kan leiden tot letsel. (Afb. 26)

Sta aan de linkerkant van de stam. Zorg ervoor dat u stevig staat en laat de kettingzaag op de stam rusten. Houd de kettingzaag dicht bij uw lichaam zodat u er volledige controle over heeft. Blijf uit de buurt van de ketting. Beweeg alleen met de stam tussen u en de ketting. Pas op voor wegspringende gebogen takken.

AFZAGEN VAN DIKKE TAKKEN

Bij het verwijderen van dikke takken kan het zwaard gemakkelijk vastlopen. Gebogen takken kunnen plotseling breken en wegspringen, dus u kunt dergelijke takken het best in kleinere stappen doorzagen. Pas dezelfde principes toe als bij het kappen van een boom. Denk vooruit en blijf letten op de mogelijke gevolgen van wat u doet.

DOORZAGEN VAN DE STAM/AFKORTEN

Voor u begint met het doorzagen van de stam, moet u zich proberen voor te stellen wat er zal gebeuren. Let op de spanning in de stam en zaag op zo'n manier dat het zwaard niet vastloopt.

DOORZAGEN VAN STAMMEN, DRUK VAN BOVEN

Ga stevig staan. Maak eerst een zaagsnede aan de bovenkant. Maak deze snede niet te diep; ongeveer 1/3 van de diameter van de stam is genoeg. Maak het karwei af met een zaagsnede aan de onderkant van de stam.

Zorg ervoor dat de twee zaagsnedes samenkomen. (Afb. 27)

  1. Ontspanningssnede
  2. Dwarsdoorsnede
  3. Druk van boven
  4. Drukzijde
  5. Trekzijde
  6. Relatiève diepte van de zaagsnedes

DIKKE STAM, DIAMETER GROTER DAN DE LENGTE VAN HET ZWAARD

Zaag eerst aan de andere kant van de stam. Trek de kettingzaag naar u toe en volg daarna de hierboven beschreven procedure. (Afb. 28)

Als de stam op de grond ligt, kunt u eerst een gat zagen om te voorkomen dat u in de grond zaagt. Maak het karwei af met een zaagsnede aan de onderkant van de stam. (Afb. 29)

DOORZAGEN VAN STAMMEN, DRUK VAN ONDER

Ga stevig staan. Begin met een zaagsnede aan de onderkant van de stam. De diepte van deze zaagsnede moet ongeveer 1/3 van de diameter van de stam bedragen.

Maak het karwei af met een zaagsnede aan de bovenkant. Zorg ervoor dat de twee zaagsnedes samenkomen. (Afb. 30)

  1. Ontspanningssnede
  2. Dwarsdoorsnede
  3. Druk van onder
  4. Trekzijde
  5. Drukzijde
  6. Relatiève diepte van de zaagsnedes

DIKKE STAM, DIAMETER GROTER DAN DE LENGTE VAN HET ZWAARD

Zaag eerst aan de andere kant van de stam. Trek de kettingzaag naar u toe en volg daarna de hierboven beschreven procedure. Maak een gat als de stam te dicht bij de grond ligt. Maak het karwei af met een zaagsnede aan de bovenkant van de stam. (Afb. 31)

Probeer geen gat te zagen als u daarin niet getraind bent. Een gat zagen betekent dat er met de punt van het zwaard gewerkt moet worden, wat kan leiden tot terugslaan van de kettingzaag. (Afb. 32)

ALS DE KETTINGZAAG VASTLOOPT

Stop de motor. Til de stam op of verander de positie van de stam met bijvoorbeeld een dikke tak of koevoet als hefboom. Probeer de kettingzaag niet los te trekken. Als u dat toch doet, kunt u de handgreep beschadigen of gewond raken door de zaagketting wanneer de kettingzaag ineens losschiet.

ONDERHOUD

Afstellen van de carburateur (Afb. 33)

In de carburateur wordt de brandstof gemengd met lucht. De carburateur wordt bij het testen van de motor in de fabriek afgesteld. Afhankelijk van het klimaat en de hoogte kunnen er verdere aanpassingen nodig zijn. De carburateur heeft één afstelmogelijkheid:

T = stelschroef stationair toerental.

Afstelling stationair toerental (T)

Controleer of het luchtfilter schoon is. Wanneer het stationair toerental correct is afgesteld, zal het snijgereedschap niet ronddraaien. Als de afstelling aangepast moet worden, kunt u de T-schroef dichtdraaien (met de klok mee) terwijl de motor loopt, totdat het snijgereedschap begint te draaien. Draai de schroef vervolgens open (tegen de klok in) totdat het snijgereedschap stopt. U heeft het juiste stationair toerental ingesteld wanneer de motor in alle standen soepel blijft lopen bij een toerental dat ruim onder het toerental ligt waarbij het snijgereedschap begint te draaien.

Als het snijgereedschap blijft draaien nadat u het stationair toerental heeft afgesteld, dient u contact op te nemen met een door HiKOKI erkend servicecentrum.

HiKOKI CS 33EB - Afstelling stationair toerental (T) - 1

WAARSCHUWING

Het snijgereedschap mag in geen geval draaien wanneer de motor stationair draait.

OPMERKING

Raak de instellingen voor hoge snelheid (H) en lage snelheid (L) niet aan.

Deze zijn alleen bedoeld voor een door HiKOKI erkend servicecentrum.

Als u deze instellingen verdraait, kan dit leiden tot ernstige schade aan de machine.

Luchtfi Iter (Afb. 34)

Het luchtfilter (39) moet regelmatig vrijgemaakt worden van stof en vuil om te voorkomen dat:

○ er storingen optreden aan de carbureteur.

○ er startproblemen optreden.

○ het motorvermogen afneemt.

○ de onderdelen van de motor onnodig slijten.

○ het brandstofverbruik abnormaal hoog wordt.

Maak het luchtfilter elke dag of nog vaker schoon als u in een stoffi ge omgeving werkt.

Verwijder het deksel van het luchtfilter (40) en het luchtfilter zelf (39).

Was alles in warm sop. Controleer of het filter goed droog is voor u het terugzet. Een luchtfilter dat geruime tijd gebruikt is, kan meestal niet meer helemaal schoongemaakt worden. Het luchtfi Iter moet daarom regelmatig vervangen worden door een nieuw. Een beschadigd of kapot filter moet onmiddellijk vervangen worden.

Bougie (Afb. 35)

De toestand van de bougie wordt negatief beïnvloed door:

○ een verkeerde afstelling van de carburateur.

○ een verkeerde mengsmering (te veel olie in de benzine).

○ een vuil luchtfi Iter.

○ zware werkomstandigheden (bijv. kou).

Deze factoren veroorzaken afzettingen op de elektroden van de bougie, wat kan leiden tot storingen en startproblemen. Als de motor vermogen tekort komt, moeilijk start of slecht stationair loopt, controleer dan eerst de bougie. Als de bougie vuil is, maak hem dan schoon en controleer de afstand tussen de elektroden. Corrigeer de afstand indien nodig. De juiste afstand is 0,6 mm. De bougie moet elke 100 bedrijfsuren vervangen worden, of eerder, als de elektroden weggevreten zijn.

Smeerpunt (Afb. 36)

Maak het smeerpunt voor de kettingsmering (41) zo vaak mogelijk schoon.

Zwaard (Afb. 37)

Voor u de machine gaat gebruiken, moet u de groef en het smeerpunt (42) van het zwaard schoonmaken.

Zijkant behuizing (Afb. 38)

Houd de zijkant van de behuizing en de aandrijving vrij van zaagsel en vuil. Breng regelmatig olie of vet aan om corrosie te voorkomen, aangezien sommige bomen een relatief hoge zuurgraad hebben.

OPMERKING

Trek de voorste handbescherming naar uzelf toe en ontgrendel de rem om de zijkant van de behuizing te kunnen verwijderen of installeren.

Brandstoffi Iter (Afb. 39)

Verwijder het brandstoffi Iter (43) van de brandstoftank en was het zorgvuldig in een geschikt oplosmiddel. Druk het fi Iter daarna weer volledig terug in de tank.

OPMERKING

Vervang het brandstofffilter (43) als het na verloop van tijd hard geworden is door stof en vuil.

Kettingsmeringfi Iter (Afb. 39)

Verwijder het oliefilter (44) en was het zorgvuldig in een geschikt oplosmiddel. Druk het filter daarna weer volledig terug in de tank.

OPMERKING

Vervang het oliefi liter (44) als het na verloop van tijd hard geworden is door stof en vuil.

Ijsafzetting-preventiesysteem (Afb. 40)

Dit systeem beschermt de carburateur tegen bevriezing wanneer de machine in de winter wordt gebruikt.

  1. Om het ijsafzetting-preventiesysteem te gebruiken, moet u eerst het deksel van het luchtfi liter (40) verwijderen. Trek de afsluiter (45) uit de binnenkant van het deksel van het luchtfilter en zet het weer terug in de winterstand door de afsluiter om te keren. (Afb. 40-b) Op deze manier zal er door de opening (46) warme lucht van de kant van de cilinder naar de carburateurruimte stromen.

OPMERKING

Wanneer het weer lente wordt en de carburateur niet meer kan bevriezen, moet u de afsluiter weer terugzetten in de oorspronkelijke stand. (Afb. 40-a)

Voor langdurige opslag

Tap alle brandstof uit de tank af. Start de motor en laat deze lopen tot hij vanzelf stopt. Repareer eventuele beschadigingen. Maak de machine schoon met een schone doek, of met perslucht. Doe een paar druppels tweetaktolie in de cilinder via het bougiegat en laat de zuiger een paar keer op en neer gaan om de olie goed te verdelen.

Dek de machine af en bewaar hem op een droge plek.

SLIJPEN VAN DE ZAAGKETTING

Onderdelen van een zaagschakel (Afb. 41, 42)

HiKOKI CS 33EB - Onderdelen van een zaagschakel (Afb. 41, 42) - 1

WAARSCHUWING

○ Gebruik handschoenen bij het slijpen van de ketting.
○ Rond de voorste rand af om het risico op terugslag of breken van de kettinggeleiders te verkleinen.

  1. Bovenste plaat
  2. Zaaghoek
  3. Zijplaat
  4. Géul
  5. Hiel
  6. Chassis
  7. Gat klinknagel
  8. Teen
  9. Dieptestellernok
  10. Correcte hoek op bovenste plaat (hoek afhankelijk van type ketting)
  11. Iets vooruitstekende "haak" of punt (curve bij een non- beitel ketting)

Nederlands

  1. Hoogste punt van dieptestellernok op juiste hoogte onder de bovenste plaat
  2. Voorzijde dieptestellernok afgerond

LAGER STELLEN DIEPTESTELLERNOKKEN MET EEN VIJL

⚠ WAARSCHUWING

Maak de bovenkant van de verbindingsschakels (60) of de aandrijfschakels (61) niet glad met een vijl en zorg ervoor dat deze niet vervormd raken. (Afb. 43)
○ Stel de dieptestellernok in op de opgegeven instelling. Doet u het bovenstaande niet, dan kan er terugslag optreden, wat kan leiden tot letsel.

1) Als u een vijlhouder gebruikt om de zaagschakels te vijlen, kunt u de diepte controleren en verlagen.
2) Controleer de instelling van de dieptestellernokken elke derde slijpbeurt.
3) Plaats de dieptemal op de zaagschakel. Als de dieptestellernok uitsteekt, vijl deze dan terug tot hij weer gelijk ligt met de bovenkant van de mal. Vijl altijd van de binnenzijde van de ketting naar buiten. (Afb. 44)
4) Rond de voorste hoek af om de oorspronkelijke vorm van de dieptestellernok na gebruik van de mal te herstellen. Houd u aan de aanbevolen waarden voor de diepte zoals vermeld in de gebruiksaanwijzing of onderhoudshandleiding van uw kettingzaag. (Afb. 45)

ALGEMENE AANWIJZINGEN VOOR HET VIJLEN VAN ZAAGSCHAKELS

Vijl (62) de zaagschakels aan de ene kant van de ketting van binnen naar buiten. Vijl alleen in voorwaartse richting, niet heen en weer. (Afb. 46)

5) Zorg ervoor dat alle zaagschakels even lang zijn. (Afb. 43)
6) Vijl voldoende weg om beschadigingen van de snede (zijplaat (63) en bovenste plaat (64)) van de zaagschakel te verwijderen. (Afb. 47)

SLIJPHOEKEN VOOR HET SLIJPEN VAN DE ZAAGKETTING

De SLIJPHOEKEN VOOR HET SLIJPEN VAN DE ZAAGKETTING van deze machine staan vermeld in de tabel op bladzijde 197.

Onderhoudsschema

Hieronder treft u nog enkele algemene onderhoudsinstructies aan. Neem voor meer informatie contact op met een door HiKOKI erkend servicecentrum.

Inspectie en onderhoud voor gebruik

○ Controleer of de antitrilrubbers niet los, beschadigd of versleten zijn en of de bevestigingen daarvan niet losgeraakt of beschadigd zijn.
○ Controleer of er geen vervorming of schade te zien is in de voorste en achterste handgrepen.
○ Controleer of de bevestigingen van de voorste en achterste handgrepen goed vast zitten en schadevrij zijn.
○ Controleer of de bouten, moeren enz. voor de diverse onderdelen goed vast zitten en schadevrij zijn.

Dagelijks onderhoud

○ Maak de buitenkant van de machine schoon.
○ Maak het smeerpunt voor de kettingsmering schoon.
○ Maak de groef en het smeerpunt in het zwaard schoon.
○ Verwijder zaagsel van de zijkant van de behuizing.
○ Controleer of de zaagketting nog scherp is.
○ Controleer of de klemmoeren van het zwaard goed vast zitten.
○ Controleer of de zwaardhoes onbeschadigd is en goed blijft zitten.
○ Controleer of alle bouten en moeren goed vast zitten.
○ Controleer de punt van het zwaard. Vervang door een nieuw exemplaar indien versleten.
○ Controleer de band van de kettingrem. Vervang door een nieuw exemplaar indien versleten.

○ Controleer of de kettingrem werkt. Na het deactiveren van de machine door de stopschakelaar uit te schakelen, activeer de kettingrem en trek de zaagketting met de hand. Als de zaagketting niet beweegt, functioneert de kettingrem naar behoren.

Zorg er ook voor dat u handschoenen draagt wanneer u aan de zaagketting trekt.

○ Controleer of de ketting niet draait wanneer de motor stationair draait.
○ Maak het luchtfi iter schoon.

Wekelijks onderhoud

○ Controleer de trekstarter, vooral het koord.
○ Maak de buitenkant van de bougie schoon..
○ Verwijder de bougie en controleer de afstand tussen de elektroden. Corrigeer deze afstand tot 0,6 mm of vervang de bougie.
○ Controleer of de luchtinlaat bij de trekstarter niet verstopt zit.

Maandelijks onderhoud

○ Spoel de brandstoftank met schone benzine en maak het brandstoffi Iter schoon.
○ Maak het filter voor de kettingsmering schoon.
○ Maak de buitenkant en de omgeving van de carburateur schoon.

Driemaandelijks onderhoud

○ Maak de koelvinnen van de cilinder schoon.
○ Maak de ventilator en de omgeving ervan schoon.
○ Haal roet en koolafzetting uit de uitlaat.

LET OP

Schoonmaken van de koelvinnen van de cilinder, de ventilator en de uitlaat moet gebeuren door een door HiKOKI erkend servicecentrum.

COMBINATIES VAN ZWAARDEN EN ZAAGKETTINGEN

De combinaties van zwaarden en zaagkettingen die gebruikt kunnen worden op deze machine staan vermeld in de tabel op bladzijde 197.

SELECTEREN VAN ACCESSOIRES

De accessoires van deze machine staan vermeld op bladzijde 197.

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : HiKOKI

Model : CS 33EB

Categorie : Service après-vente