Easy 4.66 SP-D - Grasmaaier AL-KO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Easy 4.66 SP-D AL-KO in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Easy 4.66 SP-D AL-KO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Easy 4.66 SP-D - AL-KO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Easy 4.66 SP-D van het merk AL-KO.
GEBRUIKSAANWIJZING Easy 4.66 SP-D AL-KO
1 Over deze gebruiksaanwijzing 45
1.1 Symbolen op de titelpagina 46
1.2 Verklaring van pictogrammen en sig-
naalwoorden 46
2 Productomschrijving. 46
2.1 Beoogd gebruik 46
2.2 Mogelijk afzienbaar foulief gebruik .... 46
2.3 Overige risico's 46
2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzie-ningen 47
2.5 Symbolen op het apparaat 47
2.5.1 Veiligheidssymbolen 47
2.5.2 Bedieningssymbolen 47
2.6 Productoverzichten 48
2.6.1 Productverzicht (01)^ 48
2.6.2 Productverzicht (02)^ 48
2.6.3 Productverzicht (03)^* 49
3Veiligheidsinstructies. 49
3.1 Veiligheidsinstructies voor grasmaaier 49
3.1.1 Veiligheidsinstructies voor grasmaaier 49
3.1.2 Veiligheid van Personen, deren en eigendommen 50
3.1.3 Veiligheid van het apparaat..... 51
2 Belasting door trillingen 51
3.3 Geluidsbelasting 52
3.4 Brandstof en hulpvloeistoffen 52
4 Montage 52
5 Ingebruikname 52
5.1 Visuele controleuitvoeren 53
5.2 Bedrijfsmiddelen 53
5.2.1 Benzine bijvullen (04) 53
5.2.2 Vullen met olie (05) 53
6 Bediening 54
6.1 Maaihoogte instellen (06) 54
6.2 Maaien met de grasopvangbak (07, 08). 54
6.3 Maaiwerk starten en stoppen (09-13) 54
6.4 Wielaandrijving in- en uitschakelen (14) 55
6.5 Duwboom op lichaamslengte aan-passen (15, 16) 55
6.6 Duwboom in- en uitklappen 55
6.7 Mulchen met het mulchinzetstuk (17, 18) 56
6.8 Maaien met zichuitworp (19-22) 56
6.9 Maaien zonder grasopvangbak (23) .. 56
7 Werkinstructies 56
8 Onderhoud en verzorging. 57
8.1 Regelmatige onderhoudswerkzaam-heden 57
8.2 Apparaat en maaiwerk reinigen 57
8.3 Messen controlleren en vernieuwen ... 57
8.4 Luchtfilter reinigen of cervangen 57
8.5 Bougies onderhoden 58
8.6 Reparatiewerkzaamheden 58
9 Hulp bij storingen 58
9.1 Apparaat- en bedieningsfouten verhelpen 58
10 Transport 60
10.1 Apparaat transporteren 60
11 Opslag 60
11.1 Benzinegrasmaier opbergen 60
12 Verwijdersen 61
13 Klantenservice/service centre. 61
14 Informatie bij de conformiteitsverklaring... 61
15 Garantie 61
1 OVER DEZE GEBRUIKSAANWIJZING
De Duitse versie is de originele gebruiksaanwijzing. Alle andere taalversies zijn vertalin-gen van de originele gebruiksaanwijzing.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodate u erin het antwoord op uw vragen kurz terugvinden wanner u informatatie over de machinenodig heeft.
Draag de machine alleen samen met deze gebruiksaanwijzing aan andere Personen over.
Lees en neem de veiligheids- en waarschu-wingsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht.
1.1 Symbolen op de titelpagina
Symbool Betekenis

Lees voor de ingebruikname deze gebruiksaanwijzing absoluut zorgvuldig door. Dit is de voorwaarde voor verilig werken en een storingsvrij gebruik.

Gebruiksaanwijzing

Gebruik het benzineapparaat Niet in de buurt van open vlammen of hittebronnen.
1.2 Verklaring van pictogrammen en signalaalwoorden
GEVAAR! Wijst op een direct gevaarlijke situation, die, wanner ze Niet vermeden worden, tot de dood of tot een ernstig letsel leidt.
WAARSCHUWING! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanner ze Niet vermeden worden, tot de dood of tot een zwaar letsel kan leiden.
VOORZICHTIG! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanner ze Niet vermeden worden, tot een Licht of middelzwaar letsel kan leiden.
LET OP! Wijst op een situation, die, wanner ze Niet vermeden worden, tot materièle schade kan leiden.
HOPMERKING Speciale aanwijzingen voormeer duidelijkheid en een beter gebruik.
Deze handleiding beschrijft verschillende modellen met de hand bediende AL-KO en solo by AL-KO benzinegrasmaaiers met verschillendeuitvoeringen. De uitvoeringen van de afzonderlijke modellen staan in de technische gegevens.
Identificierer uw model aan de hand van de productafbeeldingen en de beschrijving van de verschillende opties.
2.1 Beoogd gebruik
Dit apparaat voor particulier gebruik is bedoeld voor het maaien van gazons en mag uitsluitend bij droog gras worden gebruikt.
Elke andere of verder strekkende toepassing wordt beschouwd als nicht overeenkomstig het gebruiksdoel. Er mag alleen met het apparaat gewerkt worden als het volledig gemonteerd is.
Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik. Ieder ander gebruik alsmede Niet-toegestane verbouwingen of uittbreidingen worden voor misbruik aangezien en hebben de uitsluiting van de garantie en het verlies van de conformiteit en de weigering van iedere verantwoordelijkheid voor schade van de gebruiker of van derden van de fabrikant tot gevolg.
2.2 Mogelijk afzienbaar foufief gebruik
Het apparaat is noch bedoeld voor de commercie toepassing in openbare parken en sportfaciliteiten, noch voor de toepassing in land- en bosbouw.
Het apparaat Niet gebruiken bij regen of op nat gazon.
Er mogen zich geen vreme de voorwerpen zoals bijv. stenen, stukken hout of flessen op het te maaien oppervlak bevinden.
Aanwezige verilgheidsvoorzieningen mogen nicht gedemonteerd of overbrugd worden, bijv. door de verilgheidsbeugel aan de greepbeugel vast te klemmen.
Ook bij doelmatig gebruik van het gereedschap blijft spreke van een zeker restrisico dat Niet kan worden uitgesloten. Uit de aard en de bouwwijze van het apparaat+kunnen, afhankelijk van het gebruik, de volgende potentièle gezaren worden afgeleid:
Wegslingeren van snijafval, grond enkleine stenen.
Inademen van deeltjes van afgesneden gewasdeeltjes als er geen adembescherming worden gedragen.
Snijwonden als gevolg van het reiken maar het draaiende maaimes.
2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen
WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel.
Defecte en buiten werkung gestelde veiligheidsen beschemmingsapparatuur können ernstig letselveroorzaken.
Laat defecte veiligheids- en beschermingsapparatuur repareren.
De veiligheids- en beschermingsuitrusting nooit buiten werkung stellen.
Veiligheidshandgreep / veiligheidsbeugel
Het apparaat is uitgerust met een veiligheidshandgreep /veiligheidsbeugel. In geval van gewaar de veiligheidshandgreep /veiligheidsbeugel gewoon loslaten. De motor en het maaiwerk vallen stil.
Startboard
Om de motor met behulp van het startkoord in te kuren schakelen moet vooraf de veriligeidshandgreep /veiligheidsbeugel ingedrukt worden.
Klep
De klep beschermt bijv. gegen afgesneden gewasdeeltjes en stenen die eruit kuren worden geslingerd.
2.5 Symbolen op het apparaat
*afhankelijk van het model
Symbool Betekenis

Wees bijzonder voorzichtig bij de hantering!

Lees vór ingebruikname de gebruiksaanwijzing!

Gevaar door uitslingerende voorwerpen!

Houd derden uit de buurt van de gevarenzone!
Symbool Betekenis

Gevaar voor letsel! Blijf met uw handen en voeten uit de buurt van het maaiwerk!

Gevaar voor handletsel door draaiende snijmensen!

Let op: brandgevaar! Benzine is brandbaar.

Tijdens de werkig geen benzine bijvullen.

Let op: giffige gassen!

Niet in gesloten ruimten gebruiken!

Oog- en gehoorbescherming dragen!

Voorafgaand aan alle onderhouds-, verzorgings- en reinigingswerkzaamheden de bougiestekkerlostrekken!

Gevaar brandwonden door hete oppervlakken!
2.5.2 Bedieningssymbolen*
*afhankelijk van het model
Symbool Betekenis

Bedieningssymbol voor draaihandgreep aan de duwboom:
Slotje zich: Duwboom op de getoonde stand vastzetten.
Slotje open: Duwboom voor het verzellen loszetten.
Symbool Betekenis

Bij gevaar: Veiligheidsbeugel voor het stoppen van de grasmaier meteen loslaten.

Bij gevaar: Schakelbeugel voor de wielaandrijving voor het stoppen van de grasmaaier meteen loslaten.

Standen voor de hoogteverstelling van de duwboom (7 standen).

Oliedop.

Tankdop.

Vulpeilweergave aan de grasopvangbak:
Vulpeilweergave is boven (GO): Werkzaamheden voortzetten.
Vulpeilweergave is onder (STOP): Werkzaamheden staken en grasopvangbak legen.
2.6 Productverzichten
2.6.1 Productverzicht (01)*
*: afhankelijk van het model, zie technische gegevens.
Nr. Onderdeel
1 Veiligheidsbeugel
2 Schakelbeugel voor de welaandrijving
Duwboom:
3 Greepvlak
4 Bovenste duwboom
5 Startkabelhouser
6 Draaischarnier met snelspanner
7 Onderste duwboom
8 Veerbout met draaihandgreep (2 standen)
De derde stand dient voor het omklappen van de duwboom.
9 Draaischarnier vamn de duwboom
Centrale snijhoogteverstelling:
Nr. Onderdeel
10 Weergave van de maaihoogte (7 standen)
11 Ontgrendelingshendel
12 Maaidek met snijmessen
Motor:
13 Oiedop voor olietank
14 Luchtfilter
15 Bougie
16 Tankdop voor benzinetank
17 Motorkap
18 Draaghandgreep
19 Brandstoffevoerknop
20 Starhandgreep
21Klep
Grasopvangbak:
22 Behuizing van de grasopvangbak
23 Handgreep van de grasopvangbak
24 Vulpeilweergave van de grasop-vangbak
15 Mulchwig
2.6.2 Productverzicht (02)*
*: afhankelijk van het model, zie technische gegevens.
Nr. Onderdeel
1 Veiligheidsbeugel
2 Greepvlak
3 Bovenste duwboom
4 Startkabelhouser
5 Draaischarnier met snelspanner
6 Onderste duwboom
7 Veerbout met draaihandgreep (2 standen)
De derde stand dient voor het omklappen van de duwboom.
8 Draaischarnier vamn de duwboom
Nr. Onderdeel
| Centrale snijhoogteverstelling: | |
| 9 | Weergave van de maaihoogte (7 standen) |
| 10 | Ontgrendelingshendel |
| 11 Inzetstuk voor zichuitworp | |
| 12 Uitwerpklep aan derijkant | |
| 13 Maaidek met snijmessen | |
| Motor: | |
| 14 | Luchtfilter |
| 15 | Bougie |
| 16 | Tankdop voor benzinetank |
| 17 | Motorkap |
| 18 | Oliedop voor olietank |
| 19 Draaghandgreep | |
| 20 Starhandgreep | |
| 21 Klep | |
| Grasopvangbak: | |
| 22 | Behuizing van de grasopvangbak |
| 23 | Handgreep van de grasopvangbak |
| 24 | Vulpeilweergave van de grasop-vangbak |
| 25 Mulchwig | |
2.6.3 Productverzicht (03)^*
*: afhankelijk van het model, zie technische gegevens.
Nr. Onderdeel
| 1 Veiligheidsbeugel | |
| 2 Schakelbeugel voor de wielaandrijving | |
| Duwboom: | |
| 3 | Greepvlak |
| 4 | Bovenste duwboom |
| 5 | Startkabelhouser |
| 6 | Draaischarnier met snelspanner |
| 7 | Onderste duwboom |
Nr. Onderdeel
| 8 | ■ Veerbout met draaihandgreep (2 standen) De derde stand dient voor het om- klappen van de duwboom. |
| 9 | ■ Draaischarnier vamn de duwboom |
| Centrale snijhoogteverstelling: | |
| 10 | ■ Weergave van de maaihoogte (7 standen) |
| 11 | ■ Ontgrendelingshendel |
| 12 Inzetstuk voor zichuitworp | |
| 13 Uitwerpklep aan de+zijkant | |
| 14 Maaidek met snijmessen | |
| Motor: | |
| 15 | ■ Luchtfilter |
| 16 | ■ Bougie |
| 17 | ■ Tankdop voor benzinetank |
| 18 | ■ Motorkap |
| 19 | ■ Oliedop voor olietank |
| 20 Draaghandgreep | |
| 21 Starhandgreep | |
| 22 Klep | |
| Grasopvangbak: | |
| 23 | ■ Behuizing van de grasopvangbak |
| 24 | ■ Handgreep van de grasopvangbak |
| 25 | ■ Vulpeilweergave van de grasop- vangbak |
| 26 Mulchwig | |
3 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
3.1 Veiligheidsinstrumenties voor grasmaier
3.1.1 Veiligheidsinstrumenties voor grasmaier
Gebruik de grasmaier Niet bij slechte weersomstandigheden, met name bij gevaar voor bliksem. Dat vermindert het gevaar om door de bliksem geraakt te worden.
Gebruik de grasmaier enkel bij daglicht of bij zeer helder kunstlicht.
- Controller de omgeving waarin de grasmaaier gezrukt要去 worden nauwkeurig
op wilde dieren. Wilde dieren+kennenijdens de werking door de grasmaaier gewond raken.
- Controller de omgeving waarin de grasmaier gezrukt要去 worden nauwkeurig en verwijder alle stenen, stokken, draden, botten en andere vremeinde voorwerpen. Weggeslingerde voorwerpen kannensoonlijk letsel veroorzaken.
Voer voor het gebruik van de grasmaier.altijd een visuèle controe uit om na te gaan dat messen en de meseenheid nicht versleten of beschadigd zich. Versleten of beschadigde delen verhogen het risico voor letsel. - Controller de grasvangbak regelmatig op slijtage of beschadiging. Een versleten of beschadigde grasvangbak kan het risico voor letsel verhogen.
Laat alle verilgheidsvoorzieningen gemonteerd. Veiligheidsvoorzieningen要去 operationeel en volgens voorschift gemonteerd zich. Een verilgheidsvoorziening die los of beschadigd is of Niet goed werkt, kan persoonlijk letsel verroorzaken.
Houd alle ventilatiespleten vrij van verrui- ingen.Verstopte ventilatiespleten+kennen oververhitting of brandgevaarveroorzaken.
Draag bij het werknen met de grasmaier algijd slipvaste en beschermende schoenen. Bedien de grasmaier Niet met blote voeten of met open sandalen. Dat reducert het gevaar voor letsel aan de voeten door aanraking met het bewegende mes.
Draag bij het werk met de grasmaier algijd een lange broek. Onbeschemde huis verhoogt het gevaar voor letsel door wegesslingerde voorwerpen. - Gebruik de grasmaier Niet als het gras nat is. Loop gewoon en ren nooit. Dat reduceert het gevaar voor uitgliden en vallen, wat letsel kan veroorzaken.
- Gebruik de grasmaier Niet aan erg steile hellingen. Dat redueert het gevaar dat u de controle verliest,uitgliedt of valt,wat letsel kan verroorzaken.
Let bij werkzaamheden aan hellingen al-tijd op een veilige stand,werk altijd dwarsten opzichte van de helling, nooit bergop of bergaf en wees altijd bijzonder voor-zichtig bijrichtingveranderingen.Dat redu- ceert het gevaar dat u de controle verliest,uitglijdt of valt, wat letsel kanveroorzaken.
Wees bijzonder voorzichtig als u de grasmaaierchteruit beweegt ofaar u toe trekt. Let altijd op uw omgeving.Dat reduceert het gevaar dat u tijdens de werking struikelt.
Raak de messen en andere gevaarlijke bewegende delen Niet aan zolang ze nog bewegen. Dat reducert het gevaar voor letsel door bewegende delen.
Zorg ervoor dat bij het verwijderen van ingeklemd materiaal of bij het reinigen van de grasmaaier de motor isuitgeschakeld en het maaiwerk stilstaat. Onverwachtse werkking van de grasmaaier kan ernstig letselveroorzaken.
Laat de grasmaaier voor het opbergen algijd afkoelen.
Leeg de grasopvangbak voor het opbergen.
Let er bij het instellen van de grasmaaier op dat de vingers NietCUSSENDe beweegbare messen en de vaste componenten van de machine ingekneld raken.
- Gebruik de machine alleen voor werkzaamheden waarvoor het is bedoeld. Niet-reglementair gebruik kan letsel en materiaèle schade veroorzaken.
Schakel het apparaat alleen in als er geen personen of dieren in het werkgebied aanwezigল.
Houd een veiligheidsafstand aan tot personen en dieren of schakel het apparaatuit als personen of dieren naderen.
Houd de stroom van uitlaatgassen nooit gezicht op Personen of dieren, of op brandbare producten en voorwerpen.
Grijp nicht in het aanzuig- en luchtfilter als de motor draait. De draaiende onderdelen kunnen letsel veroorzaken.
Schakel het apparaat algid uit wanner u het Niet nodig heeft, bij. bij het verplaatsen aan een ander werkgebied, bij onderhouds- en verzorgingswerkzaamheden, bij het vullen van bedrijfsmiddelen.
Schakel het apparaat bij een ongeval onmid-delijkuit om verdier letsel en materiele schade te voorkomen.
Gebruik de machine nooit met versleten of defeche onderdelen. Versleten of defeche onderdelen können ernstig letsel veroorzaken.
Bewaar het apparaat buiten het bereik van kinderen.
3.1.3 Veiligung van het apparatus
Het apparaat alleen gebruiken onder de vol-gende omstandigheden:
Het apparaat is nicht verruild.
Het apparatusat vertoont geen beschadigingen.
Alle bedieningselementen werken.
Het apparaat Niet overbelasten. Het is voor lichte particuliere werkzaamheden bedoeld. Overbelasting leidt tot beschadiging van het apparaat.
Het apparaat nooit gebruiken met verslen of defeche onderdelen. Defecte onderdelen alkijd verrangen door oorspronkelijke reserveonderdelen van de fabrikant. Wanner het apparaat met verslen of defeche onderdelen worden gebruikt, kan tegenover de fabrikant geen aanspraak op garantie worden gemaatk.
- Reparatiewerkzaamheden mogen uitsluitend worden uitgevoerd in de vakhandel of op onze Servicevestigingen.
3.2 Belasting door trillingen
Gevaardoortrillingen
De werkelijkke trillingssemissiewaarde tijdens het gebruik van het apparaat kan afwijken van de door de fabrikant opgegeven waarde. Let voor of tijdens het gebruik op de volgende factoren die van invloed�:
Wordt het apparaat gebruikt voor het beoogde gebruik?
Wordt het materiaal op de juiste wijze gesneden of verwerkf?
- Bevindt het apparaat zich in een goede staat van gebruik?
Is het snijblad goed scherp en is het juiste snijblad inge\boud?
Zijn de handgrepen en, indien nodig, optionele trillingsdempende handgrepen gemonteerd en+zijn deze vast verbonden met het apparatus?
- Gebruik het apparaat alleen met het toerental van de verbrandingsmotor dat nodig is voor de uit te voeren werkzaamheden. Gebruik het maximale toerental zo min möglichk om geluid en trillingen te beperken.
Als gevolg van verkeerd gebruik en onderhoud+kennen de trillingen en het lawaai van
het apparaat toenemen. Dit leidt tot schade aan de gezondheid. Schakel in dit geval het apparaat onmiddelijkuit en LAST het repareren door een geauthoriseerde serviceworkplaats.
De mate van belasting als gevolg van trillingen is afhankelijk van de uit te voeren werkzaamheden of van de toepassing van het apparaat. Schat hem in en las voldoende pauzes in. Daardoor wordt de belasting door trillingen gedurende de volledige werktijd in belangrijke mate verminderd.
Door een langer gebruik van het apparaat wordt de bediener bloatgesteld aan trillingen, waardoor problemen konnen ontstaan met de bloedsomloop ('dode vingers'). Om dit risico te verminderen, handschoenen dragen en de handen warmhonden. Wanner een symptom van 'dode vingers' worden waargenomen, onmiddelijk medische hulp inroepen. Tot deze symptomen behoren: Gevoelloosheid, verlies van gevoeligheid, tintelingen,jeuk, pijn, vermindering van de kracht, verandering van kleur of van de conditie van de huid. Meestal worden deze symptomen waargenomen aan vingers, handen of polsen. Bij lage temperaturen (ca. beneden 10^) neemt het gevaar toe.
Las langere pauzes in tijdens uw werkdag, zodate u kunt herstellen van het geluid en van de trillingen. Plan uw werk zodanig dat het gebruik van apparaten die sterke trillingenveroorzaken, worden verspreid over meerere dagen.
Wonneer u een onaangenaam gevoel of een verkleuring van de huid tijdens het gebruik van het apparatusaat waarneemt aan uw handen, onderbreekt u het werk onmiddelijk. Las voldoende pauzes in. Zonder voldoende pauzes kan een trillingensyndroom ontstaan aan handen en armen.
Minimaliseer het risico door uzelf zo min mogelijk bloot te stellen aan trillingen. Verzorg het apparaat volgens de aanwijzingen in de gebruiksaanwijizing.
Als het apparaat vaak worden gebruikt, neemt u contact op met uw dealer om trillingsdempende accessoires (bijv. handgrepen) aan te schaffen.
Leg in een werk-schema vast hoe de belasting door trillingen kan worden begrensd.
3.3 Geluidsbelasting
Een zekere geluidsbelasting door dit apparaat is onvermijdelijk. Plan luidruchtige werkzaamheden gedurende acceptabele en waarvoor geschikte tijden. Respecteer rusttijden en beperk de duur van het werk tot het minimum. Voor uw persoonlijke bescherming en ter bescherming van personen die zich in de buurt bevinden, moet geschikte gezoorbescherming worden gedragen.
3.4 Brandstof en hulpvloeistoffen
GEVAAR! Explosie- en brandgevaar. Bij het ontsnappen van een benzine-luchtmengsel ontstaat potentieel explosieve atmosefer. Door een ondeskundige omgang met brandstoffen können deze ontsteken, exploderen en ontbronden, wat tot zwaar letsel en zichs sterfgevallen kan leiden.
Rook nooit, terwijl u met benzine werkt.
Werk uitsluitend in de buitenlucht met benzine en nooit in afgesloten ruimten.
Neem beslist alkijd de volgende gedragsregels in acht.
Benzine uitsluitend bewaren in waarvoort bestemde vaten.
Alleen brandstof bijvullen in de openlucht.
Niet roken tijdens het tanken.
Gebruik voor het tanken een geschikte vultrechter of vulbuis om zo te voorkomen dat er brandstof wordt gemorst op de motor, de behuizing of op de ondergrond.
De tankdop Niet openen verwijl de motor draait of nog heet is.
De tank of tankdop bij beschadiging verran-gen.
Een beschadigde uitlaatdemperservangen.
Wanner er benzine is gemorst:
De motor nicht starten.
Startpogingen voorkomen.
Reinig het apparatusat.
Resterende brandstof laten verdampen.
WAARSCHUWING! Gevaar voor verbranding. Draaiende motoren wordenijdens het gebruik zeer heet!
Raakijdens het gebruik nooit onderdelen van de motor aan, dit geldt vooral voor de uitlaat.
Laat de uitlaat, cilinder en koelribben afkoe-len, voordat u deze aanraakt.
GEVAAR! Levensgevaar door vergiftig. ging. De uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, dat voor een mens binnen enkele minuten dodelijk kan zich.
Laat de motor nooit draaien in gesloten ruimten, maar algijd uitsluitend in de buitenlucht.
Adem geen uitlaatdampen in.
Schakel de motor uit wanner u tijdens het gebruik van het apparaat misselijk, duizelig of onwel wordt. Raadpleeg onmiddelijk een arts.
4 MONTAGE
Montage: Zie montagehandleiding.
WAARSCHUWING! Gevaren door onvolledige montage! De werkung van een onvolledig apparaat kan ernstig letsel veroorzaken.
Gebruik het apparaat alleen als het volledig is gemonteerd!
- Controller voor het inschakelen alle veiligheids- en beschermingsvoorzieningen op aanwezigheid en functionaliteit!
5 INGEBRUIKNAME
GEVAAR! Explosie- en brandgevaar. Bij het ontsnappen van een benzine-luchtmengsel ontstaat potentieel explosieve atmosefer. Door een ondeskundige omgang met brandstoffen+kennen deze ontsteken,exploderen en ontbranden,wat tot zwaar letsel en zichs sterfgevallen kan leiden.
Rook nooit, terwijl u met benzine werkt.
Werk uitsluitend in de buitenlucht met benzine en nooit in afgesloten ruimten.
Neem beslist alkijd de volgende gedragsregels in acht.
WAARSCHUWING! Gevaar voor persoonlijk letsel als gevolg van een defect apparaat. Het gebruik van een defect apparaat kan ernstig letsel en schade aan het apparaat veroorzaken.
Apparaat alleen gebruiken als het Niet defect of beschadigd is en er geen onderdelen ontbreken of loszitten.
LET OPI! Gevaar voor beschadiging van de motor. Laag oliepeil kan motorschade veroorzaken.
Vul met olie voor de ingebruikname.
- Controller regelmatig het oliepeil.
Vul olie bij wanner het oliepeil laag is.
5.1 Visuele controle uitvoeren
- Apparaat op beschadigingen en losse schroeven controleren.Defecte onderdelen van het apparaat verrangen en schroeven aandraaien.
- Bedrijfsmiddelen regelmatig voor de inbedrijfstelling controleren. Bedrijfsmiddelen bij een laag vulpeil bijvullen.
- Apparaat controleren op grove verontreinigingen. Verontreinigungen verwijderen.
5.2 Bedrijfsmiddelen
GEVAAR! Explosie- en brandgevaar. Bij het ontsnappen van een benzine-luchtmengsel ontstaat potentieel explosieve atmosefer. Door een ondeskundige omgang met brandstoffen können deze ontsteken, exploderen en ontbranden, wat tot zwaar letsel en zichs sterfgevallen kan leiden.
Rook nooit, terwijl u met benzine werkt.
Werk uitsluitend in de buitenlucht met benzine en nooit in afgesloten ruimten.
GEVAAR! Levensgevaar door vergiftig. ging. De uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, dat voor een mens binnen enkele minuten dodelijk kan zich.
Laat de motor nooit draaien in gesloten ruimten, maar algijd uitsluitend in de buitenlucht.
Adem geen uitlaatdampen in.
Schakel de motor uit wanner u tijdens het gebruik misselijk, duizelig of onwel worden. Raadpleeg onmiddelijk een arts.
OPMERKING Doe aufgewerkte motorolie milieuvriendelijk weg!Wij adviseren om aufgewerkte olie in een gesloten reservoir bij een recyclingcentrum of een klantenservice af te gehen. Afgewerkte olie nicht:
via het huisvuil verwijderen
in het riool of in een afvoer gieten
op de grond gooien
OPMERKING Neem de meegeleverde gebruiksaanwijzing van de motor in acht!
Voor de inbedrijfstelling moet u het apparaat bijtanken.
5.2.1 Benzine bijvullen (04)
- Tankdop (04/1) losdraaien en op een schone plek leggen.
-
Vul de benzine met een trechter bij.
-
Sluit de tankvulopening stevig af en reinig hem.
Aanbevelingen voor de brandstof:
Gebruik schone, neue, loodvrije benzine met een octaangetal van minstens 86.
De brandstof aanschaffen in hoeveelheden die binnen 30alen kuren worden opgebruikt (zie onder Opslag).
Benzine met een ethanolgehalte tot 10% of een MTBE-gehalte tot 15% (antiklopmiddel) is acceptabel.
Benzine nicht Mengen met olie.
5.2.2 Vullen met olie (05)
- Oliepeilstok (05/1) losdraaien en vulhulp insteken.
- Vullen met olie.
- Vulstomp verwijderen en oliepeilstok waar indraaien.
Aanbevelingen voor de olie:
Motorolie speelt een doorslaggebende rol bij de prestaties en de levensduur van de motor. Gebruik motorolie die voldoet aan de eisen volgens API-serviceklasse SF of hoger (resp. gelijkwaardig).
- Controller het API-service-etiket op de olieverpakking om zeker te zijn dat hierop de letters SF of letters voor een hogere klasse (resp. gelijkwaardig) vermeld staan.
SAE 10W-30 wordt aanbevolen voor alge- meen gebruik. Het aanbevolen bereik voor bedrijfstemperatuur bij deze motor is 0^ tot 40^
Oliepeilcontrole (05)
Het motoroliepeil controleren wanner de motor is gestopt en horizontal staat.
- Oliepeilstok (05/1)uit de vulopening draaien schoonvegen.
- Oliepeilstok in de olievulopening steken totdat hij erop rust (niet vastdraaien) en weer verwijderen.
- Als het oliepeil in de buurt of onder het onderste merkteken op de olievuldop/-peilstok staat, vult u de aanbevolen olie tot aan het bovenste merkteken.
- Oliepeilstok weeer vastdraaien.
6 BEDIENING
6.1 Maaihoogte instellen (06)
VOORZICHTIG! Gevaar voor snijletsel.
Gevaar voor snijletsel bij het grijpen in het draaiende maaimechanisme.
Pas de maaihoogte alleen aan wanner de motor is uitgeschakeld en het maaimechanisme stilstaat.
- Instelhendel (06/1) om te ontgrendelen maar buiten trekken (06/a) en vasthouden.
Voor laag gazon: Instelhendel in de richting van het voorwiel schuiven (06/b).
Voor hoog gazon: Instelhendel in richting grasopvangbak schuiven (06/b).
De gewenste maaihoogte op de schaal (06/2) aflezen.
- Instelhendel loslaten zodate hij op de gewenste stand worden vergrendeld.
6.2 Maaien met de grasopvangbak (07, 08)
Het apparaat kan worden gebruikt met of zonder grasopvangbak.
Grasopvangbak vasthaken
- Zorg ervoor dat het apparaat uitgeschakeld is en het maaiwerk stilstaat.
- Klep (07/1) optillen (07/a).
- Grasopvangbak (07/2) in de holders hangen (07/b).
- Klep loslaten.
Vulniveau controlleren
De vulpeilweergave (08/1) wordt door de luchtstroomijdens het maaienaar boven geduwd (08/a). Als de grasopvangbak (08/2) vol is, ligt de vulpeilweergave gegen de grasopvangbak aan (08/b). De grasopvangbak moet worden geleegd.
De grasopvangbak loshaken en legen
VOORZICHTIG! Gevaar voor snijletsel.
Gevaar voor snijletsel bij het grijpen in het draaiende maaimechanisme.
Verwijder de grasopvangbak alleen als het maaiwerk stilstaat.
HOPMERKING Reinig bij het legen van de grasopvangbak ook de uitblaasopeningen van de niveau-indicator, zodate ze correct blijft werken.
- Zorg ervoor dat het apparaatuitgeschakeld is en het maaiwerk stilstaat.
-
Klep (07/1) optillen.
-
Grasopvangbak (07/2)uit de holders tillen enaarachterentoe Wegnemen.
- Leeg de grasopvangbak.
- Uitblaasopeningen van de vulpeilweergave reinigen.
- Grasopvangbak ophangen (zie boven).
6.3 Maaiwerk starten en stoppen (09-13)
Start het maaiwerk alleen op een vlakke ondergrond, Niet in het hoge gras. De ondergrond要去 vrijlijk van vreemde voorwerpen zoals bijv. stenen. Til het apparaat voor het starten Niet op of kantel het Niet.
LET OP! Gevaar voor beschadiging van het apparaat. Door meertere keren kort na elkaar in- enuit te schakelen worden motor en maaiwerk beschadigd.
Schakel de motor alleen in als het maaimechanisme stilstaat.
OPMERKING Toegestane bedieningsposition: U staat darüber de grasmaaier en houdt met beiden handen de duwboom vast.
OPMERKING De veiligheidsbeugel worden nicht vastgezet. Houd hem gedurende het hele werk aan de duwboom vast.
Maaiwerk starten
- Indien nog Niet gedaan: Bedrijfsmiddlesen bijvullen: zie Hoofdstuk 5.2 "Bedrijfsmiddlesen", pagina 53.
- Zorg ervoor dat de metalen lus in de bougiestekker stevig op de bougie zit.
Koude start
- Chokehendel bedieren.
- Als er een primer (09/1) aanwezig is, druk deze dan 3 keer in (09/a), met een tussenpoos van ongeveer 2 seconden. Bij lagere omgevingstemperaturen (< 10^) de primer 5 keer indrukken.a)
Starthendel (10/1) in de startkoordhouser (10/2) vasthangen.
Veiligheidsbeugel (11/1) met een hand waar bovenste duwboom trekken (11/a) en vasthonden. De veiligheidsbeugel klikt nicht vast.
Trek met de andere hand de starthendel (12/1) eerst voorzichtig en langzaam uit, tot een waterrstand voelbaar worden. Trek de greep dan krachtig en snel omhoog
(12/a), tot u weeer een werkstand voelt (ca. 1 armlengte).
Laat het startkoord weer in dfe startkoordhouser oprollen,ECHTER ZONDER de starthendel los te laten.
Bovenstaande stappen meerere keren herhalen totdat de motor start en blijt lopen.
Laat de motor een aantal minuten warm-draaien.
Warme start
Wanner de motor nog op bedrijfstemperatuur is, d.w.z. kort nadat deze is uitgeschakeld, worden een "warme start" uitgevoerd. Hierbij worden de choke nicht gebrukt.
- (Optioneel) Chokehendel bedieren en met-teen wee terugzetten op RUN. Het automatische halfgas is ingesteld.
Starthendel (10/1) in de startkoordhouser (10/2) vasthangen.
Veiligheidsbeugel (11/1) met een hand\
aar bovenste duwboom trekken (11/a)\nen vasthouden. De veiligheidsbeugel klicht\
niet vast.
Trek met de andere hand de starthendel (12/1) eerst voorzichtig en langzaam uit, tot een watstand voelbaar worden. Trek de grep dan krachtig en snel omhoog (12/a), tot u weer een watstand voelt (ca. 1 armlengte).
Laat het startkoord wee in dfe startkoordhouser oprollen,ECHTER ZONDER de starthendel los te lately.
Bovenstaande stappen meerdere keren herhalen totdat de motor start en blijft lopen.
Motor stoppen

VOORZICHTIG! Gevaar voor snijwonden.
Gevaar voor snijwonden als in het draaiende maaiwerk worden gegren.
Wacht totdat het maaiwerk stilstaat.
Vór alle onderhouds- en servicewerkzaam-heden: schakel het apparaat uit en wacht tot-dat het maaiwerk stilstaat.
- Veiligheidsbeugel (13/1) loslaten (13/a).
DezeGaatautomatischnaar de beginstand. - Wacht tot het maagereedschap tot stilstand is gekomen.
a) Alleen bij EASY 4.16 P-D.
6.4 Wielaandrijving in- en uitschakelen (14)*
*: afhankelijk van het model, zi technische gegevens.
OPMERKING De wielaandrijving kan alleen bij een draaiende motor worden ingeschakeld.
Wielandrijving inschakelen
- Maaiwerk starten: zie Hoofdstuk 6.3 "Maaiwerk starten en stoppen (9-13)", pagina 54.
- De schakelbeugel voor de wielaandrijving (14/1) gegen de duwboom (14/2) drukken (14/a) en vasthonden. De schakelbeugel voor de wielaandrijving klikt Niet vast.
Wielandrijving uitschakelen
- Schakelbeugel voor wielaandrijving loslaten. DezeGaat automatisch naar de nulstand.
6.5 Duwboom op lichaamslengthe aanpassen (15, 16)
- Aan beiden kanten: Draaihandgreep aan de onderste duwboom (15/1) 90^ draaien (15/a) om de vergrendeling los te zetten.
- Duwboom (16/1) maar een van de standen (16/2) draaien (16/a).
Bij deze grasmaier staan er drie hoogtes ter beschikking: Op de eerste positie is de afstand van de onderste duwboom t.o.v. de grond het grootst, op de derde het kleinst.
- Na het instellen van de gewenste hoogte de onderste duwboom met de draaihandgreep waar vastzetten.
- Aan beiden kanten: Draaihandgreep (16/3) 90^ terugdraaien (16/b) tot hij vastklikt.
6.6 Duwboom in- en uitklappen
Na het inklappen van de duwboom(Int)kunt u het apparaat opzij kantelen en daardoor het maaiwerk eenvoudig reinigen. Met een ingeklapte duwboom kan het apparaat plaatsbesparend opgeborgen worden.
VOORZICHTIG! Risico op beknelling. Vingers en andere lichaamsdelen können:tussen de losse delen van de geleiderail ingekneld raken.
Houd de losse delen van de geleiderail goed vast.
Houd geen vingers of andere lichaamsdelen tussen de losse delen.
-
Zie montagehandleiding.
-
Duwboom inklappen: Stappen voor het uitklappen in de omgekeerde volgorde uitvoeren.
6.7 Mulchen met het mulchinzetstuk (17, 18)
Bij het mulchen wordt het maaigoed nicht verzameld maar blijf op het gazon acheter. De mulch beschermt de grond gegen uittrogen en voorziet hem van voedingsstoffen. De Beste resultaten worden met het regelmatige terugsnijden van ca. 2 cm bereikt. Alleenjong gras met zacht bladweefselenverrot snugel.
Grashoogte voor het mulchen: max. 8 cm
Grashoogte na het mulchen: min. 4 cm
ROPMERKING De snugelheid aan het mulchen aanpassen, Niet te snugl stappen.
Mulchwigplaatsen (17, 18)
VOORZICTIG! Gevaar voor snijwonden.
Gevaar voor snijwonden als in het draaiende maaiwerk worden gegren.
Schakel het apparaat uit voordat u de mulchwigplaatst resp. verwijdert.
LET OPI! Gevaar voor beschadiging van het apparaat. Als het mulchinzetstuk Niet vastklikt, hunnen mulchinzetstuk en maaiwerk worden beschadigd.
Let erop dat de vergrendeling vastklikt.
- Maaiwerk stoppen (zie Hoofdstuk 6.3 "Maaiwerk starten en stoppen (09-13)", pagina 54).
- Grasopvangbak loshaken (zie Hoofdstuk 6.2 "Maaien met grasopvangbak (07, 08)," pagina 54).
- Klep (17/1) optillen (17/a).
- Mulchwig (18/1) in het uitwerpkanaal (17/2) schuiven (18/a) tot de vergrendeling vastklikt.
Mulchwig verwijderen (17, 18)
- Maaiwerk stoppen.
- Klep (17/1) optillen (17/a).
- Trek het mulchinzetstuk (18/1)uit het apparaat (18/b).
6.8 Maaien met zichuitworp (19-22)*
*: afhankelijk van het model, zi technische gegevens.
VOORZICTHIG! Gevaar voor snijletsel.
Gevaar voor snijletsel bij het grijpen in het draaiende maaiwerk.
Bevestig of verwijder het inzetstuk voor zijde-lingse uitworp alleen wanner motor en maaiwerk gestoet zich.
Zijdelingseuitwerperaanbrengen
- Zorg ervoor dat het apparaat uitgeschakeld is en het maaiwerk stilstaat.
- Grasopvangbak verwijden.
- Uitworpklep aan de zijkant (19/1) openklappen (20/a) en vasthouden.
- Zijdelingse uitwerper (21/1) inschuiven (21/a) en met de nokken (21/2) boven onder de zijuitworp vasthaken (19/b).
- Uitworplek aan derijkant langzaam sluiten (22/a). De uitworplek aan derijkant voorkomt dat de zichdelingse uitwerper eruit kan vallen.
Zijdelingseuitwerper verwijdersen
- Zorg ervoor dat het apparaat uitgeschakeld is en het maaiwerk stilstaat.
- Uitworpklep aan de zijkant (19/1) openklappen (20 / a) en vasthouden.
- Zijdelingse uitwerper (21/1) loshaken en uittrekken (21/b).
- Uitworpklep aan de zijkant sluiten (22/a).
- Apparaat weer inschakelen.
6.9 Maaien zonder grasopvangbak (23)
Het apparaat kan zonder grasopvangbak worden gebruikt. Om te voorkomen dat de uitwerpschaucht Niet verstopt raakt, moet de stootklep ie's gekanteld worden.
- Zorg ervoor dat het apparaatuitgeschakeld is en het maaiwerk stilstaat.
- Stootklep (23/1) optillen (23/a).
- Kleppensteun (23/2) recktop zetten (23/b) tot hij vastklikt.
- Stootklep loslaten.
7 WERKINSTRUCTIES
Volg de veiligheidsinstrumentes op!
OPMERKING Neem deplaatselijke voor-schriften in acht, wanner de grasmaier gezruikt mag worden.
Let op voorwerpen in het grayscale en verwijder ze uit het werkgedeelte.
Maai alleen bij goede zich.
Maai alleen met scherpe maaimessen.
Manoeuvreer het apparaat uitsluitend met behulp van de duwboom.
Beweeg het apparaat alleen stapvoets.
Beweeg het apparaat.altijd dwars t.o.v.de helling.Gebruik de grasmaaier nicht de helling
op of af en Niet aan hellingen van meer dan 10^ . Wees bijzonder voorzichtig bij het wijzigen van de werkrichting.
Maiaiprestatie
De maaiprestaties, d.w.z. het oppervlak dat kan worden gemaaid, hangt af van de eigenschappen van het gazon. Factoren als de lengte van het gras, de dichtheid van het gras, de gewenste maaihoogte en een vochtig gazon hebben invloed op de maaiprestatie.
Voor een optimale maai prestaties wordt aanbevolen het gazon vaak te maaien, een hoge maaihoogte in te stellen het gras stapvoets te maaien.
Suggesties voor het maaien
Maaihoogte altijd 3-5 cm, nicht meer dan de helft van de grashoogte maaien.
Grasmaier Niet overbelasten! Als het motortoerental door lang, zwaar gras merkbaar la-ger worden, de maaihoogte opvoeren en vakermaaien.
Wind en zon können het gazon na het maaien uitdrogen; maaiaarom op de late middag.
Tijdens sterke groeiperioden twee keer per week maaien, in perioden met weinig neerslag minder vaak.
8 ONDERHOUD EN VERZORGING
GEVAAR! Levensgevaar door ondeskundig onderhoud. Onderhoudswerkzaamheden door ongekwalificeerd personeel, het gebruik van Niet toegestane reservationelen en het verwijderen of wijzigen van veiligheidsvoorzieningen+kunnen tijdens het gebruik tot zeer ernstig letsel leiden of zelfs de dood veroorzaken.
Verwijder geen veiligheidsinrichtingen en stel deze nooit buiten werkinq.
Gebruik uitsluitend originele, toegelaten reservedelen.
Zorg door regelmatig en deskundig onderhoud ervoor, dat het apparaat steeds in een functionele en schone staat verkeert.
WAARSCHUWING! Gevaar voor persoonlijk letselijdens onderhoudswerkzaamheden. Verkeerd onderhoud kan ernstig letsel en schade aan de machine veroorzaken.
Reparaties aan de machine alleen lately uittvoeren door gespecialiseerde bedrijven.
8.1 Regelmatige onderhoudswerkzaamheden
Zorg ervoor, dat alle moeren, bouteen en schroeven stevig zich aangedraaid en dat het apparaat zich in een veilige werktoestand bevindt.
- Controller apparaat en de grasopvangbak regelmatig op werkung en slijtage.
8.2 Apparaat en maaiwerk reinigen
LET OPI! Gevaar door water. Water in het apparaat leidt tot kortsluitingen en vernieling van de elektrische onderdelen.
Spuit het apparaat Niet met water af.
Gebruik voor het reinigen uitsluitend een handveger of en borstel.
- Stop de motor.
- Wacht totdat het maaiwerk stilstaat.
- Grasopvangbak loshaken.
- Apparaat Kantelen en maaiwerk reinigen.
8.3 Messen controlleren en vernieuwen
WAARSCHUWING! Ernstig letsel door wegslingerende mesdelen. Een versleten, gebroken of beschadigd snijmes kan breken en delen ervan hunnen veranderen in gevaarlijke projectielen.
- Controller het snijmes regelmatig op beschadigingen.
Gebruik de grasmaaier nicht als het snijmes versleten of beschadigd is.
Laat botte of beschadigde snijmessen alleen door een AL-KO service centre of door een geauriseerd gespecialiseerd bedrijf slijpen of vernieuwen. - Om trillingen te voorkomen,要去en het snijmes en de messchroef algijd samen worden verrangen.
Bijgeslepen messen要去 uitgebalanceerd worden. Niet-uitgebalanceerde messen leiden tot hevige trillingen en beschadigen het apparaat.
Waarschuwing! Monteer het snijmes nicht verkeerd om.
8.4 Luchtfilter reinigen of cervangen
Aanwijzingen in de gebruikershandleiding van de motorfabrikant opvolgen.
8.5 Bougies onderhouden
VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel aan hete motoronderdelen - Bij het verrangen of reini-gen van de bougies veiligheidshandschoenen dragen!
Aanwijzingen in de gebruikershandleiding van de motorfabrikant opvolgen.
8.6 Reparatiewerkzaamheden
WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel bij reparatiewerkzaamheden. Ondeskundige reparaties hunnen ernstig letsel en schade aan het apparaat veroorzaken.
Laat reparatiewerkzaamheden alleen uitvoeren door servicepunter van de fabrikant of door geauthoriseerde gespecialiseerde bedrijven!
Ga in de volgende gevallenaar het servicepunt van de fabrikant:
Apparaat is gegen een obstakel gereden.
Maaimessen en/of motoras zichin/is verbogen.
Apparaat trilt en draait onrustig.
9 HULP BIJ STORINGEN
VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel. Onderdelen met scherpe randen en draaiende onderdelen hunnen letsel veroorzaken.
Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden algijd beschermende handschoenen!
9.1 Apparaat- en bedieningsfouten verhelpen
OPMERKING Neem contact op met once klantenservice bij storingen die nicht in deze tabel staan vermeld of die u nicht zich kunt oplossen.
| Storing Oorzaak Maatregel | ||
| Motor draait nicht. Vulpeil | van de bedrijfsmiddlesen is laag. | Vulpeil van de bedrijfsmiddlesen controle- ren en indien nodig bijvullen. |
| Maaiimes is geblokkeerd. 1. Maaiimes en maaidek grondig reini- gen. Snijmes要去 soepel{kunnen draaien.2. Grasmaaier op laag gras starten. | ||
| Kabels of schakelaars zijn de- fect. | Apparaat Niet gebruiken! Gaaar een servicepunt van de fabrikant. | |
| Luchtfilterelement is verruild. Luchtfilterelement reinigen. | ||
| Bougie zit los. Bougie vastdraaien. | ||
| Bougiekabel zit los of is nicht met de bougie verbonden. | Bougiekabel aan de bougie bevestigen. | |
| Bougie-abstand is nicht juist. Afstand tussen bougie en elektrodes aanpassen. | ||
| Bougie is defect. Nieuwe bougie | met juiste afstand t.o.v.elektrodes installeren. | |
| Carburateur is overstroomd. Luchtfilterelement verwijderen en conti- nu aan het startkoord trekken tot de car- burateur zich heeft gereinigd. | ||
| Ontstekingsmodule is defect. Neem contact op met de klantenservice. | ||
| Motor start moeilijk of schakelt weeer UIT. | Vuil, water of te oude benzine in de tank. | Brandstoftank legen en reinigen. Vervol-gens met schon, verse brandstof vul- len. |
| Ventilatieopening in de tankdop is verstopt. | Tankdop reinigen of verrangen. | |
| Luchtfilterelement is vervuld. Luchtfilterelement reinigen. | ||
| Motor draait ongecon-troleerd. | Bougie-afstand is nicht juist. Afstand:tussen bougie en elektrodes aanpassen. | |
| Bougie is defect. Nieuwe bougie | met juiste afstand t.o.v.elektrodes installeren. | |
| Luchtfilterelement is vervuld. Luchtfilterelement reinigen. | ||
| Slechte motorprestatie bij onbelast draaien. | Luchtfilterelement is vervuld. Luchtfilterelement reinigen. | |
| Ventilatiespleten in de motor-behuizing,zijn geblokkeerd. | Vervoillingen uit de spleten verwijderen. | |
| Koelribben en luchtkanalen on-der de behuizing van de motor-ventilator,zijn geblokkeerd. | Restanten van de koelribben en luchtka-nalen verwijderen. | |
| Motorvermogen worden minder. | Vulpeil van de bedrijfsmiddelenis laag. | Vulpeil van de bedrijfsmiddelen controle- ren en indien nodig bijvullen. |
| Snijmes is bot. Maaimessen opeen servicepunt van defabrikant latent slijpen. | ||
| Te veel gras in deuitwerps-chacht of in het maaidek. | 1. Maaimes en maaidek grondig reini-gen.2. Grasmaaier op laag gras starten. | |
| Motor stoptijdens hetmaaien. | Snijmes is bot. Maaimessen opeen servicepunt van defabrikant latent slijpen. | |
| Motor is overbelast. Grasmaaieruitschakelen, op een vlakke ondergrond of op laag gras neerzettenen opnieuw starten. | ||
| Motor motor blijftdraaien bij hoge ver-mogens. | Bougie-afstand is nicht juist. Afstand:tussen bougie en elektrodes aanpassen. | |
| Motor is te warm. Luchtkoeling is geblokkeerd. Vervoillingen uit de ventilatiesleuven inde motorbehuizing,ventilatorbehuing en luchtkanalen verwijderen. | ||
| Onjuiste bougie is gemonteerd.Originele bougie en koelribben aan de motor monteren. | ||
| Grasmaaier trilt buiten-gewoon sterk. | Snijmes zit los. Snijmes vastdraaien. | |
| Snijmes is Niet uittgelijnd. Snijmes uutilijnen. | ||
| Grasopvangbak vultniet voldoende. | Gazon is vochtig. Gazon laten drogen. | |
| De grasopvangbak is verstopt. Reinig het rooster van de grasopvang-bak. | ||
| Storing Oorzaak Maatregel | |
| Te veel gras in de uitwerps- chacht of in het maaidek. | |
| Snijmes is bot. Maaimessen op een servicepunt van de fabrikant lately slijpen. | |
| Gras valt uit het maai-dek. | De grasopvangbak is vol. Leeg de grasopvangbak en de uitwerps- chacht. |
| Verbruik aan bedrijfs- middelen stijgt buiten- gewoon sterk. | Maaihoogte is te laag. Maaihoogte hoger instellen. |
| Gras te hoog of te nat. | |
| Maaisnelheid is te hoog. | |
| De grasopvangbak is vol. Leeg de grasopvangbak en de uitwerps- chacht. | |
10 TRANSPORT
10.1 Apparaat transporteren
LET OPI! Gevaar voor beschadiging van het maaiwerk. Bij de laagste maaihoogte kan het maaiwerk bij het rijden over trappen, randen of stoepranden beschadigd raken.
Zet de maaihoogte voor transport op de hoogste stand.
- Maaiwerk stoppen en wachten tot het stilstaat.
- Hoogste maaihooge instellen.
Transporteren van het apparaat:tussen twee werkplekken
Rijd het apparaat met de hoogste maaihoogte maar de werkplek.
Voor eenvoudiger rijden de wielaandrijving* bijschakelen.
Gebruik de duwboom en de Voorste draaghandgreep* om het apparaat te dragen.
- afhankelijk van het model, wie technische gegevens.
Apparaat in een voertuig transporteren
Klap de duwboom in.
Beveilig het apparaat in het voertuig gegen omvallen en verschuiven.
Beschem het apparaat gegen stoten door andere voorwerpen.
Plaats geen voorwerpen op het apparatus.
11 OPSLAG
Na elk gebruik het apparaat grondig reinigen en - indien beschikbaar - alle veiligheidsafdekkingen aanbrengen.
Noodzakelijk onderhoudswerkzaamhedenuitvoeren.
Apparaat op een droge, aflsuitbare plaats en buiten het bereik van kinderen bewaren.
11.1 Benzinegrasmaaier opbergen
VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel bij de opslag. Er is gevaar voor letsel door scherpe randen van het apparaat aan het opgeborgen apparaat.
Bewaar het apparaat op een plek die ontogankelijk is voor kinderen en onbevoegde personen.
- Zorg ervoor dat het apparaatuitgeschakeld is en het maaiwerk stilstaat.
- Laat de motor en het apparaat afkoelen.
- Leeg de grasopvangbak en de uitwerpschacht.
- Reinig het apparaat grondig.
-
Wrijf alle metalen delen ter bescherming te-gen corrosie dun met olie of silicone in.
-
Klap de duwboom in.
-
Berg het apparaat op een droge, schone en gegen vorst beschemde plek op.
Dek het apparaat met een luchtdoorlatend zeit af om het gegen stof te beschermen.
Gebruik geen plasticfolie om vochtophoping te voorkomen.
- OPMERKING! Opslagtemperatuur van de grasmaaier: zie technische gevevens.
12 VERWIJDEREN

Benzine en motorolie horen nicht bij het gewone huisvuil of in de riolering, maar要去en afzonderlijk worden weggedaan!
Voordat de machine worden afgedankt要去en de brandstof- en de motorolietank worden geleegd!
Verpakking, apparaat en toebehoren zijn vervaardigd van materialen die voor hergebruik
geschickt zich. Verwijder deze waarom dienovereenkomstig.
13 KLANTENSERVICE/SERVICE CENTRE
Voor vragen over garantie, reparatie of reserve-onderdelen kurz u contact opnemen met het dichtst bijzijnde AL-KO service centre. Deze vindt u op internet op het volgende adres: www.alko-garden.com/service-contacts
Verdere informatatie over reserveonderdelen vindt u op: www.alko-garden.com/spareparts
14 INFORMATIE BIJ DE CONFORMITEITSVERKLARING
We verklaren hierbij onder unsere eigen verantwoordelijkheid dat dit product, zoals het op de markt worden gebracht, voldoet aan de eisen van de geharmoniseerde EU-richtlijnen, de EU-veiligheidsnormen en de productspecifieke normen.
De conformiteitsverklaring is deel van de gebruikshandleiding en wordt met de machine meegeleverd.
15 GARANTIE
Eventueel binnen de wettelijkke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefounten van het apparaat worden maar eigien oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door levering van een verrangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval af van de wetgeving in het land waarin het apparaat werk aangeschaft.
Onze garantie geldt alleen bij:
naleving van deze gebruiksaanwijzing
Deskundig gekruik
Gebruik van originele reserveonderdelen
De garantie vervalt bij:
Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen
Eigenhandig aangebrachte technische wijzigingen
- Gebruik voor andere doeleinden dan het gebruiksdoel
Van de garantie zijn uitgesloten:
lakschade opgetreden als gevolg van normala gebruik
Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader[xxxxxx (x)] zijn aangeduid
Verbrandingsmotoren (hierop zich de garantiebepalingen van toepassing van de betreffende motorfabrikant)
De garantietermijn begint bij de aanschaft door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is waar bij de datum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon maar uw dealer ofaar de dichtstbijzijnde klantenservice. Deze verklaring LAST het vorderingsrecht van de koper jegens de verkoper wegens defecten aan het apparaat onverlet.
TRADUCTION DE LA NOTICE D'UTILISATION ORIGINALE
Table des matieres
*in functie de model
Simbol Semnificatie

Atentie sportià la manipulare!

Purtati ochelari de protectie si ccasti de protectie!

Anterior tuturor lucrarilor de intre-nere. ingrijire si curatare, decuplati stecarul bujie!

Pericol de ardere prin suprafete fierbinti!
2.5.2 Simbol de operare*
*in functie de model
Simbol Semnificatie

8.6 Lucrari de reparatie
Fapantie He nooipnoetbca Ha:
NookoeHHnakopap6oBOrO nOKpTTc, cnpuHHe 3BnuaHm 3HOUYBaHHM
YactnH,IO 3HOuIbC,PO3HaueHi y BiIDomocTi 3aNaChnx Yactn paMKoO;XXXXX (X)
Дигун BHyTpihuHbO rOpyHn (iE rapaHTia Bnpo6nka DnuryHa)
Bidnik rapaHTiHoro TepmiHy po3noUHaTc8 3 daTI npu6aHHN BnO6y nepuHM KInueBM CNOXnBa- yem. DaT npu6aHHN Bka3aHa B yeKy. Y pa3i BnHKHeHHra pauTihORo BnAky 3BepHiTbc8 3ieIO 3aBOTo Ta opurHAnOM KBtAHci, lo NiTBePdkyE NOKynK, do CBOrO DnIepa a6o B HaibnKuy ABTOpH3OBaHy cepBicHy cnJx6y. Lc rapaHTiNe 306ob'3aAHN He 3mHoe BCTaHOBneHi 3akoHOM npTeH3ii nokypzdo npodabz.