MRD210 - Tractor MURRAY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MRD210 MURRAY in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MRD210 MURRAY
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Tractor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MRD210 - MURRAY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MRD210 van het merk MURRAY.
GEBRUIKSAANWIJZING MRD210 MURRAY
Producten behandeld in deze handleiding....158
Algemene informatie.... 158
Contactinformatie voor Europees kantoor....158
Fase V (5) van de Europese Unie (EU): Kooldioxide (CO2)-niveaus....158
Conformiteitverklaring....158
Veiligheid van de gebruiker....158
Gids om hellingsgraad te bepalen....158
Veiligheidssymbool en signaalwoorden....158
Gevarensymbolen en hun betekenis....159
Veiligheidsmeldingen....160
Veiligheidsstickers.... 160
Sticker veiligheid accu....161
Functies en bedieningselementen.... 161
Besturingssymbolen en hun betekenis....161
De veiligheid van het vergrendelsysteem testen......164
Motor....164
Besturing van de zitmaaier....167
Onderhoud....168
Onderhoudsschema.... 168
Bandenspanningscontrole.... 169
Onderhoud van de accu....169
Controleer de stoptijd van de maaibladen....169
De motorolie verversen.... 169
Luchtfiltereenheid (cartridge met voorfilter)....170
Controleer de bougies....170
De zitmaaier met de hand voortduwen.... 170
Het maaidek reinigen (indien hiermee uitgerust)......171
Opslag....171
Problemen oplossen....172
Verhelpen van storingen van de zitmaaier....172
Problemen met het maaidek oplossen....172
Specificaties.... 173
Specificatietabel....173
Producten behandeld in deze handleiding
De volgende producten worden behandeld in deze handleiding:
2691686-00, 2691686-01, 2691687-00, 2691687-01, 2691688-00, 2691688-01, 2691704-00, 2691704-01, 2691705-00, 2691705-01, 2691706-00, 2691706-01, 2691716-00, 2691717-00.
Algemene informatie
Voor verder informatie, zie de Klantcontactgids inbegrepen bij de unit.
De illustraties in dit document zijn representatief.
Uw apparaat kan afwijken van de getoonde afbeeldingen LINKS en RECHTS zijn aangegeven vanaf de positie van de gebruiker.
Het gebruik van Opmerking in de tekst wijst op uitleg, uitzonderingen of alternatieven voor de procedures.
Alle vertalingen van dit document zijn gebaseerd op het oorspronkelijke, in het Engels gestelde bronbestand.

Recycle alle verpakkingen, gebruikte olie en accu's conform de betreffende regelgeving van de overheid.
Contactinformatie voor Europees kantoor
Voor vragen over Europese emissies kunt u contact opnemen met ons Europese kantoor op:
Max-Born-Straße 2, 68519 Viernheim, Duitsland.
Fase V (5) van de Europese Unie (EU): Kooldioxide (CO₂)-niveaus
Kooldioxideneiveaus van Briggs & Stratton® EU-motoren met een typecertificaat kunnen worden gevonden door in het zoekvenster op BriggsandStratton.com CO2 in te voeren.
Conformiteitverklaring
Dit product voldoet aan alle relevante voorschriften en richtlijnen. Raadpleeg voor details het productspecifieke conformiteitsblad (Declaration of Conformity, DOC) dat deel uitmaakt van de instructies die bij het apparaat worden geleverd.
Veiligheid van de gebruiker
Bewaar deze instructies voor toekomstig gebruik. Deze handleiding bevat veiligheidsinformatie om u te wijzen op de gevaren en risico's van dit product en hoe u deze kunt vermijden. De handleiding bevat ook belangrijke instructies die moeten worden opgevolgd tijdens de eerste installatie, het gebruik en het onderhoud van het product.
Dit product is alleen ontworpen en bedoeld voor het maaien van goed onderhouden gras en voor geen enkel ander doel.
Het is belangrijk dat u deze instructies leest en begrijpt voordat u dit apparaat probeert te starten of te bedienen.
Zorg ervoor dat u volledig vertrouwd bent met de bediening en het juiste gebruik van het product.
Zorg dat u weet hoe u het toestel snel kunt stoppen en hoe u de bediening kunt uitschakelen.
Gids om hellingsgraad te bepalen
Hoe u de hellingsgraad van een grasveld kunt meten met een smartphone of een hoekbepalingshulpmiddel:

WAARSCHUWING
Gebruik de maaier niet op hellingen van meer dan 10°graden.
- Gebruik een rechte kant van ten minste twee (2) voet lang (A, afbeelding 1). Een rechte houten of metalen balk werkt goed.
- Hoekbepalingshulpmiddelen.
a. Gebruik uw smartphone: Veel smartphones (B, afbeelding 1) bevatten een hellingsmeter (hoekzoeker) onder de kompasapp. Of zoek online naar een clinometer-app.
b. Gebruik hoekzoekers: Gereedschap voor hoekzoekers (C en D, afbeelding 1) zijn verkrijgbaar bij de plaatselijke ijzerhandel of online (ook wel inclinometer, gradenboog, of hoekmeter genoemd). Kies type (C) of digitaal type (D), andere werken mogelijk niet. Lees en volg de gebruiksaanwijzing die bij het hoekbepalingshulpmidel is geleverd.
- Plaats de rechte kant van twee (2) voet langs de steilste kant van de grashelling. Plaats de stok over de hele helling.
- Leg de smartphone of het hoekbepalingshulpmiddel op de rechte balk en lees de hoek in graden. Dit is de helling van uw gazon.
Opmerking: Er is een gids voor het bepalen van de hellingsgraad inbegrepen bij uw productinformatie en het is ook beschikbaar om te downloaden van de website van de fabrikant.
Veiligheidssymbool en signaalwoorden
Het veiligheidssymbool saidt veiligheidsinformatie aan over gevaren die kunnen leiden tot lichamelijk letsel. Een signaalwoord (GEVAAR, WAARSCHUWING, of VOORZICHTIG) wordt gebruikt samen met
het waarschuwingspictogram om te wijzen op de waarschijnlijkheid en de mogelijke ernst van het letsel. Verder kan een gevarensymbol worden gebruikt om de soort gevaar aan te duiden.

EVAAR duidt op een risico, dat indien het niet wordt
vermeden, zal leiden tot de dood of een ernstig lichamelijk letsel.

AARSCHUWING duidt op een risico, dat indien het
niet wordt vermeden, kan leiden tot de dood of een ernstig lichamelijk letsel.

DORZICHTIG duidt op een gevaar dat, indien het niet
wordt voorkomen, kan resulteren in licht of matig letsel.
OPMERKING geeft informatie aan die wel belangrijk wordt geacht, maar niet gerelateerd is aan gevaar.
Gevarensymbolen en hun betekenis
| Symbool | Betekenis |
![]() | Veiligheidsinformatie over gevaren die tot persoonlijk letsel kunnen leiden. |
![]() | Zorg dat u de gebruiksaanwijzing voor de bestuurder hebt gelezen en begrepen voordat u de eenheid bedient of onderhoud aan de eenheid uitvoert. |
![]() | Verwijder de sleutel en lees de handleiding voor de bestuurder voordat u de eenheid bedient. |
![]() | Stop |
![]() | Brandgevaar |
![]() | Explosiegevaar |
| Gevaar voor schokken | |
![]() | |
| Symbool | Betekenis |
![]() | Gevaar van giftige dampen |
![]() | Bewegende delen |
![]() | Draag oogbescherming. |
![]() | Gevaarlijke chemische stof |
![]() | Gevaar voor hete oppervlakken |
![]() | Gevaar voor verlies van lichaamsdelen |
![]() | Gevaar van wegvliegende voorwerpen |
![]() | Een veilige afstand aanhouden |
![]() | Kinderen uit de buurt houden |
10° Max. 10° Max. | Kantelgevaar |
![]() | Gevaar voor verlies van lichaamsdelen |
Veiligheidsmeldingen

WAARSCHUWING

Voordat u de machine gebruikt, moet u de instructies en waarschuwingen in deze handleiding en op de machine, de motor en de hulpstukken lezen, begrijpen en opvolgen. Als u zich niet aan de veiligheidsinstructies in deze handleiding houdt, kan dit leiden tot de dood of ernstig letsel.
- Laat de machine alleen bedienen door bestuurders die verantwoordelijk, getraind en op de hoogte van de instructies zijn, en die hiertoe fysiek in staat zijn.
- Gebruik de machine niet onder invloed van alcohol of drugs/geneesmiddelen.
- Draag een veiligheidsbril en schoenen met dichte neuzen.
- Houd handen en voeten uit de buurt van bewegende onderdelen en de onderkant van de machine. Blijf ook steeds uit de buurt van de afvoeropening.
- Zorg dat de machine goed onderhouden is. Vervang versleten of beschadigde onderdelen.
- Wees voorzichtig bij het onderhoud van de bladen. Pak de bladen in of draag handschoenen. Vervang beschadigde bladen. Repareer of verander de bladen niet.
- Gebruik voor transport oprijplaten die breed genoeg zijn om een maaier te laden of lossen.
- Zie bevestiging of accessoire voor juiste wielhoogtes of tegengewichten.
- Houd de machine vrij van gras, bladeren of ander ongewenst materiaal om brand te voorkomen. Dep gemorste olie of benzine op. Verwijder met brandstof doordrenkt vuil en laat de machine afkoelen voordat u deze opbergt.

WAARSCHUWING

Een draaiende motor stoot koolmonoxide uit: een geurloos, kleurloos, giftig gas. Het inademen van koolmonoxide kan hoofdpijn, vermoeidheid, duizeligheid, braken, verwardheid, beroertes, misselijkheid, flauwvallen of de dood veroorzaken.
- Gebruik de machine ALLEEN buiten.
- Zorg ervoor dat er geen uitlaatgas in een gesloten ruimte terecht komt via ramen, deuren, ventilatie- of andere openingen.
Veiligheidsstickers
Zorg ervoor dat u de veiligheidsstickers hebt gelezen en ze begrijpt voordat u de machine bedient. Vergelijk afbeelding 2 met de veiligheidsstickers in de onderstaande tabel. De voorzorgsmaatregelen en waarschuwingen zijn voor uw veiligheid. Om persoonlijk letsel of schade aan uw machine te voorkomen, moet u alle veiligheidsstickers lezen en deze opvolgen.
Belangrijk: Als de veiligheidssticker versleten of beschadigd of niet meer leesbaar is, moet u vervangende stickers bij uw plaatselijke dealer bestellen.
A

Vergelijk de letters (A - J) van de pictogrammen op de veiligheidsstickers met de veiligheidsdefinities in de volgende tabel.
| A WAARSCHUWING: Zorg dat u de gebruikershandleiding hebt gelezen en begrijpt voor u deze machine gebruikt. Weet waar alle bedieningselementen zich bevinden en hoe deze werken. Gebruik deze machine alleen als u voldoende kennis hebt. |
| B GEVAAR - RISICO OP VERLIES VAN TRACTIE, WEGGLIJDEN, STURING EN CONTROLE OP HELLINGEN: Als de machine op een helling stopt met voorwaartse beweging of begint te bewegen, stop dan de bladen en rijd langzaam van de helling af. |
| C GEVAAR - BRANDGEVAAR: Zorg ervoor dat de machine vrij is van gras, gebladerte en olieresten. Voeg geen brandstof toe terwijl de motor draait of heet is. Stop de motor. Laat de motor tenminste 3 minuten afkoelen, voordat u brandstof toevoegt. Voeg nooit brandstof toe binnenshuis of in een afgesloten trailer, garage of andere afgesloten ruimte. Verwijder gemorste brandstof. Niet roken tijdens het bedienen van deze machine. |
| D GEVAAR - KANTEL- EN SLIPRISICO: Maai hellingen op en neer, niet overdwars. Gebruik de maaiier niet bij hellingen van meer dan 10 graden. Voorkom plotselinge en scherpe (snelle) bochten op hellingen. |
| E GEVAAR - RISICO VOOR AMPUTATIE EN VERLIES VAN LEDEMATEN: Om letsel van rondraaiende snijmessen en bewegende delen te voorkomen, moeten de veiligheidsvoorzieningen (beschermplaten, schermen en schakelaars) aanwezig zijn en goed werken. |
| F Maai niet als kinderen of andere personen in de buurt zijn. Laat NIEMAND meerijden (met name kinderen), zelfs niet als de maaibladen zijn uitgeschakeld. Maai niet achteruit, tenzij absoluut noodzakelijk. Kijk naar beneden en naar achteren, vóór en terwijl u de eenheid achteruitrijdt. |
| G Raadpleeg de technische documentatie voor technische reparaties of onderhoud. Als u de machine verlaat, schakelt u de motor uit, trekt u de handrem aan en verwijdert u de contactsleutel. |
| H Houd omstanders en kinderen op een veilige afstand. Verwijder voorwerpen die door het snijmes kunnen worden weggeslingerd. Maai alleen met de aangebrachte afvoertrechter. |
| I GEVAAR - WEGVLIEGENDE VOORWERPEN: Bedien het apparaat niet zonder eerst de ontluchtingsleiding te hebben aangesloten. |
| J GEVAAR - DRAAIENDE MAAIBLADEN: Dit maaidek kan ledematen afhakken. Houd handen en voeten uit de buurt van de bladen. |
Sticker veiligheid accu

text_image
Pb DANGER/POISON SHIELD EYES. EXPLOSING GASES CAN CAUSE BUNNESS OR INJURY. NO SWITCH • SPARKS • PLANTS • SMOKING SULFURIC ACID. CAN CAUSE BUNNESS OR SEVERE BURNS. FLUSH EYES IMMEDIATELY WITH WATER IF battery to particle switch after date shown, change for resistance of fuel or 0.15 gm. KEEP OUT OF THE REACH OF CHILDREN. READ ALL INSTRUCTIONS. DO NOT OPEN BATTERY! DO NOT TYP. 12V Made in 3MB with 10 GB and repeated network Pb![]() | Waarschuwing: Brandgevaar - Houd kinderen uit de buurt van de accu. Hetzelfde geldt voor open vlammen en vonken, die explosieve gassen kunnen doen ontsteken. |
![]() | Waarschuwing: Zwavelzuur kan blindheid of ernstige brandwonden veroorzaken - Draag altijd een veiligheidsbril of een gezichtsmasker als u in de buurt van een accu werkt. |
![]() | Waarschuwing: Accu's produceren explosieve gassen - Zorg dat u de gebruikershandleiding hebt gelezen en begrijpt voor u deze machine gebruikt. |
![]() | Belangrijk: Voer een accu niet af bij het gewone afval - Neem contact op met de plaatselijke autoriteiten en informeer naar het afvoeren en/of recyclen van accu's. |
![]() | Spoel de ogen onmiddellijk met water. Zoek snel medische hulp. |
Functies en bedieningselementen
Vergelijk afbeelding 3 met de volgende tabel.
Functies en bedieningselementen kunnen verschillen van degene die zijn weergegeven.
Besturingssymbolen en hun betekenis

text_image
A Achteruitmaaiontie (RMO) B U C Mar 10.1.1.1.1.1.1.1.1.1.1.1.1.1.1.1.1.1.1.1.1.1.1.1.1.1.1.1.1.1.1.1 D Hefl 2000-2004 Hefl 2004-2008 Hefl 2008-2012 Hefl 2012-2016 Hefl 2016-2020 Hefl 2020-2024 Hefl 2024-2028 Hefl 2028-2032 Hefl 2032-2036 Hefl 2036-2040 Hefl 2040-2044 Hefl 2044-2048 Hefl 2048-2052 Hefl 2052-2056 Hefl 2056-2060 Hefl 2060-2064 Hefl 2064-2068 Hefl 2068-2072 Hefl 2072-2076 Hefl 2076-2080 Hefl 2080-2084 Hefl 2084-2088 Hefl 2088-2092 Hefl 2092-2096 Hefl 2096-2100 Hefl 2100-2104 Hefl 2104-2108 Hefl 2108-2112 Hefl 2112-2116 Hefl 2116-2120 Hefl 2120-2124 Hefl 2124-2128 Hefl 2128-2132 Hefl 2132-2136 Hefl 2136-2140 Hefl 2140-2144 Hefl 2144-2148 Hefl 2148-2152 Hefl 2152-2156 Hefl 2156-2160 Hefl 2160-2164 Hefl 2164-2168 Hefl 2168-2172 Hefl 2172-2176 Hefl 2176-2180 Hefl 2180-2184 Hefl 2184-2188 Hefl 2188-2192 Hefl 2192-2196 Hefl 2196-2198 Hefl 2198-2200 Hefl 2200-2204 Hefl 2204-2208 Hefl 2208-2212 Hefl 2212-2216 Hefl 2216-2218 Hefl 2218-2220 Hefl 2220-2234 Hefl 2355-3359 Hefl 3359-3363 Hefl 3373-3377 Hefl 3377-3381 Hefl 3389-3393 Hefl 3393-3397 Hefl 3397-3401 Hefl 3455-3459 Hefl 3459-3463 Hefl 3463-3467 Hefl 3467-3471 Hefl 3479-3483 Hefl 3487-3497 Hefl 3555-3559 Hefl 3559-3563 Hefl 3563-3567 Hefl 3567-3571 Hefl 3579-3583 Hefl 3583-3587 Hefl 3587-3591 Hefl 3599-3603 Hefl 3655-3659 Hefl 3659-3663 Hefl 3663-3667 Hefl 3667-3671 Hefl 3679-3683 Hefl 3683-3687 Hefl 3687-3691 Hefl 3699-3703 Hefl 3755-3759 Hefl 3759-3763 Hefl 3763-3767 Hefl 3767-3771 Hefl 3779-3783 Hefl 3783-3787 Hefl 3787-3791 Hefl 3799-3803 Hefl 3855-3859 Hefl 3859-3863 Hefl 3863-3867 Hefl 3867-3871 Hefl 3879-3883 Hefl 3887-3897 Hefl 3899-3903 Hefl 3955-3959 Hefl 3959-3963 Hefl 3963-3967 Hefl 3967-3971 Hefl 3979-3983 Hefl 4055-4059 Hefl 4059-4063 Hefl 4063-4067 Hefl 4067-4071 Hefl 4079-4083 Hefl 4083-4087 Hefl 4087-4091 Hefl 4099-4104 Hefl 4155-4159 Hefl 4159-4163 Hefl 4163-4167 Hefl 4167-4171 Hefl 4179-4184 Hefl 4183-4188 Hefl 4187-4192 Hefl 4199-4204 Hefl 4255-4259 Hefl 4259-4263 Hefl 4263-4267 Hefl 4267-4271 Hefl 4279-4284 Hefl 4283-4288 Hefl 4287-4292 Hefl 4299-4304 Hefl 4355-4359 Hefl 4359-4363 Hefl 4363-4367 Hefl 4367-4371 Hefl 4379-4384 Hefl 4383-4388 Hefl 4387-4392 Hefl 4399-4404 Hefl 4455-4459 Hafllm machine| E S | ![]() | |
| F C | ![]() | OFF (uit) ON (aan) Start (starten) Koplampschakelaar |
G Alarm: afvalbak vol![]() | ||
| H Pa | ![]() | |
| I Cho | ![]() | |
| J G | ![]() | |
| K G | [Gasklephendel TRAAG-positie]![]() | |
| L G | ![]() | |
| M P | ![]() | PTO) |
| N | Power Take-Off (PTO), Bladen inschakelen | |
| O | Power Take-Off (PTO), Bladen uitschakelen | |
| P | Rempedaal ![]() | |
| Q | Snelheidenredaten ![]() | |
| S | Snelheidsregelaar ![]() | |
| T | Hendel om de positie van de bestuurdersstoel aan te passen ![]() | |
| U | Tr el ![]() | |
| V | Brandstofmeter (indien aanwezig) ![]() | |
| W | Brandstoftank ![]() |
Display totale bedrijfsuren, dagteller en klok
Opmerking: Als u de eenheid start, wordt het totaal aantal uren op het onderhoudsdisplay weergegeven. Het totaal aantal bedrijfsuren wordt teruggezet op nul na 999,9.
- Druk korter dan 1 seconde op MODUS voor de dagteller.
- Druk langer dan 3 seconden op RESET (opnieuw instellen) om de dagteller op 0 te zetten.
- Druk korter dan 1 seconde op MODE voor de klok. Zie de rubriek De klok instellen.
- Druk korter dan 1 seconde op MODE (modus) om het totaal aantal bedrijfsuren te tonen.
De klok instellen
- Druk langer dan 3 seconden op MODE. De uren knipperen op de display.
- Druk op RESET (opnieuw instellen) om de uren af te stellen.
- Druk korter dan 1 seconde op MODE om de instelling op te slaan. De minuten knipperen op de display.
- Druk op RESET om de minuten te veranderen.
- Druk korter dan 1 seconde op MODE om de instelling op te slaan.
Onderhoudsdisplay
OLIE VERVERSEN - Dit bericht wordt na 50 bedrijfsuren weergegeven. Nadat u de olie en filter hebt vervangen, drukt u tweemaal op MODE voor OLIE-UREN. Houd vervolgens MODE 3 seconden ingedrukt om de timer op nul te zetten en het scherm leeg te maken.
LUCHTFILTERCONTROLE – Dit bericht wordt na
25 bedrijfsuren weergegeven. Na het reinigen of verwijderen van het luchtfilter, drukt u driemaal op de knop MODE voor LUCHTFILTERUREN. Houd vervolgens MODE 3 seconden ingedrukt om de timer op nul te zetten en het scherm leeg te maken.
BLADEN VERWISSELEN – Dit bericht wordt na
100 bedrijfsuren weergegeven. Nadat u het maaiblad hebt vervangen, drukt u de RESET-knop langer dan 3 seconde in om de timer op nul te zetten en de display leeg te maken. ACCU LAAG – Dit bericht wordt weergegeven als er zich een probleem voordoet met het accuvoltage. Dit bericht verdwijnt als onderhoud is gepleegd aan de accu.
Opmerking: Als het bericht ACCU LAAG op de display wordt weergegeven, heeft dit prioriteit boven alle andere berichten. Voer eerst het onderhoud aan de accu uit en controleer vervolgens op andere onderhoudsberichten.
Bediening
Lees de rubriek Veiligheid voor de gebruiker voordat u deze machine gebruikt. Zorg ervoor dat u de bedieningselementen kent en weet hoe u het apparaat moet stoppen.
Bedieningsgebied
- Zorg dat u het gebied waar u de maaier wilt gaan gebruiken goed kent.
- Zorg ervoor dat het gebied vrij is van ongewenst materiaal dat kan worden opgepakt door de bladen en worden weggegooid.

GEVAAR

Deze machine kan objecten wegwerpen die omstanders zouden kunnen verwonden of gebouwen zouden kunnen beschadigen.
- Gebruik de maaier niet als de volledige grasopvangzak, de afvoerbeschermkap (deflector) of andere veiligheidsvoorzieningen niet volledig zijn aangebracht. Controleer regelmatig op tekenen van slijtage of schade en vervang onderdelen indien nodig.
- Maak het bedieningsgebied vrij van objecten die kunnen worden weggeslingerd of die van invloed kunnen zijn op de werking van de maaier.
- Rij de maaier naar buiten voordat u de motor start.

WAARSCHUWING

Motoren stoten koolmonoxide uit: een geurloos, kleurloos, giftig gas. Het inademen van koolmonoxide kan misselijkheid, flauwvallen of de dood veroorzaken.
- Let op alle hellingen.

GEVAAR

Maaien op hellingen of vlak bij water kan leiden tot verlies van controle en kantelen.
- Maai hellingen in de hellingsrichting, niet overdwars.
- Verminder snelheid en wees voorzichtig op hellingen.
- Niet gebruiken op hellingen van meer dan 10 graden (dit is een verhoging van 3,5 voet over een lengte van 20 voet).
- Houd een ruimte aan van minimaal twee maaiers rondom water, muren of het einde van hellingen.
- Maai geen nat gras.
- Gebruik de machine niet onder omstandigheden waar tractie, besturing of stabiliteit onzeker is. Banden kunnen wegglijden, zelfs als de wielen gestopt zijn.
- Vermijd op een helling te starten of te stoppen.
- Verander niet plots van snelheid of richting.
- Draai langzaam en geleidelijk.
- Wees voorzichtig bij het bedienen van een machine met een grasvanger of andere accessoire(s). Deze kunnen de stabiliteit van de machine beïnvloeden.
-
Houd u aan de aanbevelingen van de fabrikant inzake de gewichtslimieten voor aanhanguitrusting en het slepen op hellingen. Zie Aanhanguitrusting.
-
Controleer vooraf of er geen omstanders, vooral kinderen, in uw werkgebied zijn.

GEVAAR



Deze zitmaaier is in staat handen en voeten te amputeren.
- Stop de maaier als er kinderen of anderen in de buurt zijn.
- Houd kinderen uit de buurt van waar u aan het maaien bent en laat een andere verantwoordelijke volwassene goed op ze passen.
- Laat niemand meerijden (met name kinderen), zelfs niet als de maaibladen zijn uitgeschakeld. Zij zouden kunnen vallen en ernstig gewond raken of de veilige bediening van de zitmaaier kunnen hinderen. Kinderen die ooit al mee hebben mogen rijden, kunnen plotseling in het maaigebied opduiken voor nog een ritje en daarbij vooruit of achteruit omver worden gereden.
- Wees voorzichtig bij het naderen van blinde hoeken, struiken, bomen of andere voorwerpen die het zicht kunnen beperken.
De veiligheid van het vergrendelsysteem testen
Deze machine is uitgerust met veiligheidsvergrendelingen. Probeer de veiligheidsschakelaars niet te omzeilen en knoei nooit met de veiligheidsvoorzieningen.

WAARSCHUWING
Gebruik de machine niet als deze de veiligheidstest niet doorstaat. Raadpleeg een erkende dealer.
Test 1 — de motor mag NIET aanslaan als
• de PTO-schakelaar AAN is, OF
- Het rempedaal NIET volledig is ingedrukt (parkeerrem uitgeschakeld).
Test 2 — de motor moet WEL aanslaan als
- de PTO-schakelaar in de stand UIT staat, EN
- Het rempedaal is volledig ingedrukt (parkeerrem ingeschakeld).
Test 3 — de motor moet UITSCHAKELEN als
- De bestuurder staat op van de stoel terwijl de PTO is ingeschakeld, OF
- De bestuurder van de stoel opstaat terwijl het rempedaal NIET volledig is ingedrukt (parkeerrem UIT).
Test 4 — remtijd van het maaiblad controleren
- De maaibladen en de aandrijfriem van de maaier moeten volledig tot stilstand komen binnen vijf seconden nadat de maaibladschakelaar is UIT geschakeld.
- Als de aandrijfriem niet binnen de vijf seconden stopt, moet u contact opnemen met een erkende dealer.
Test 5: controle van de achteruitmaaioptie (RMO)
- De motor moet afslaan als u achteruit probeert te rijden terwijl de PTO is ingeschakeld en de RMO niet werd geactiveerd.
- Het RMO-lampje moet gaan branden als de RMO wordt geactiveerd.

GEVAAR

Achteruitmaaien kan gevaarlijk zijn voor omstanders. Er kunnen zich tragische ongevallen voordoen als de gebruiker onvoldoende aandacht heeft voor de aanwezigheid van kinderen. Activeer de achterwaartse maaioptie (RMO) nooit als er kinderen in de buurt zijn. Kinderen worden vaak aangetrokken door de machine en het maaien.
Motor
Motorolie controleren en toevoegen
Voor de beste prestatie raden wij het gebruik van Briggs & Stratton® Warranty Certified oliesoorten aan. U kunt ook andere hoogwaardige soorten reinigingsolie gebruiken, als deze geschikt zijn voor SF, SG, SH, SJ of hoger. Gebruik geen speciale additieven.
De buitentemperaturen bepalen de correcte olieviscositeit voor de motor. Bepaal met behulp van de tabel de beste viscositeit voor het verwachte bereik van de buitentemperatuur.

bar
| Zone | Temperature (°C) | | :--- | :--- | | A | 49 | | B | 38 | | C | -18 | | D | 27 | | E | 15 | | Top of Bar (Top) | 4 | | Bottom of Bar (Bottom) | -7 | | Bottom of Bar (Bottom) | -29 || A | SAE 30 - Onder 40 °F (4 °C) leidt het gebruik van SAE 30 tot problemen bij het starten. |
| B | 10W-30: Boven 80 °F (27 °C) kan het gebruik van 10W-30 leiden tot een hoger olieverbruik. Controleer het oliepeil vaker. |
| C | 5W-30 |
| D | Synthetisch 5W-30 |
| E | Vanguard® Synthetisch 15W-50 |
*Onder 40 °F (4 °C) zal het gebruik van SAE 30 leiden tot problemen bij het starten.
**Boven 80 °F (27 °C) kan het gebruik van 10W-30 leiden tot een hoger olieverbruik.
Controleer het oliepeil vaker.
- Plaats de eenheid op een vlak oppervlak zoals in afbeelding 4.
- Zet de motor stop en haal de sleutel uit het contact.
- Zorg ervoor dat de olievulopening schoon is.
- Verwijder de peilstok (A, afbeelding 5). Verwijder de resterende olie van de peilstok.
- Plaats de peilstok en druk deze goed aan.
- Verwijder de peilstok opnieuw en controleer het oliepeil. Zorg ervoor dat het oliepeil zich aan de bovenkant van de VOL markering (B) op de peilstok bevindt.
- Als het olieniveau VOL is, plaatst u de peilstok en drukt u deze aan.
- Als het oliepeil LAAG is, voegt u olie toe aan de olievulbuis (C). Niet te veel bijvullen.
Opmerking: Voeg geen olie toe via de plug voor snel olie aftappen (indien aanwezig). - Wacht één minuut en controleer het oliepeil opnieuw.
- Breng de peilstok weer aan en druk deze aan.
Oliedruk
Als de oliedruk te laag is, zal een drukschakelaar (indien aanwezig) de motor stoppen of een waarschuwingsvoorziening activeren. Als dit gebeurt, stopt u de motor en controleert u het oliepeil met de peilstok.
Als het oliepeil tot onder de markering BIJVULLEN is gedaald, moet u olie bijvullen tot aan de markering VOL. Start de motor en controleer of de oliedruk correct is voordat u de machine in gebruik neemt.
Start de motor NIET als het oliepeil tussen de markeringen BIJVULLEN en VOL staat. Neem contact op met een erkende dealer om het oliedrukprobleem te laten verhelpen.
Aanbevolen brandstof
Brandstof moet aan de volgende vereisten voldoen:
• Schone, verse, loodvrije benzine.
- Minimaal 87 octaan/87 AKI (91 RON). Zie hieronder voor gebruik op grote hoogte.
- Benzine met tot 10% ethanol (gasohol) is toegestaan.
OPGEPAST Gebruik geen benzines die niet zijn goedgekeurd, zoals E15 en E85. Meng geen olie in de benzine en pas de motor niet aan voor alternatieve brandstoffen. Gebruik van niet-goedgekeurde brandstoffen beschadigt de motoronderdelen en maakt de garantie ongeldig.
Voeg een brandstofstabilisator aan de brandstof toe om het brandstofsysteem tegen gomvorming te beschermen. Zie opslag. Niet alle brandstof is hetzelfde. Verander bij start- of prestatieproblemen van tankstation of merk. Deze motor is gecertificeerd om op benzine te lopen. Het emissieregelsysteem voor gecarbureerde motoren is EM (motorwijzigingen). Het emissieregelsysteem voor motoren met elektronische brandstofinjectie zijn ECM (motorbesturingsmodule), MPI (multi-poort injectie), en indien uitgerust een O2S (zuurstofsensor).
Grote hoogte
Op hoogtes van meer dan 1.524 meter (5.000 voet) is benzine met minimaal 85 octaan/85 AKI (89 RON) toegestaan.
Motoren met carburateur moeten worden afgesteld om hun prestaties te behouden. Gebruik zonder deze afstelling veroorzaakt slechtere prestaties, een hoger brandstofverbruik en toegenomen emissies. Raadpleeg een erkende Briggs & Stratton-dealer voor instructies over de afstelling voor grote hoogtes. Het gebruik van de motor op hoogtes van minder dan 762 meter met de set voor grote hoogtes wordt niet aanbevolen.
Motoren met elektronische brandstofinjectie (EFI) hoeven niet voor grote hoogtes te worden afgesteld.
Brandstof bijvullen

WAARSCHUWING


Brandstof en brandstofdampen zijn uiterst ontvlambaar en explosief. Ga extra voorzichtig om met brandstof. Als u zich niet aan deze veiligheidsinstructies houdt, kan dit leiden tot een brand of explosie met als gevolg ernstige verbrandingen of de dood.
Bij het toevoegen van brandstof
- Schakel de motor uit en laat de motor ten minste gedurende 3 minuten afkoelen voordat u de benzinedop verwijdert.
- Doof alle sigaretten, sigaren, pijpen en andere ontstekingsbronnen.
- Vul de brandstoftank buiten of in een goed geventileerde ruimte.
- Vul de brandstoftank niet te veel. Vul de brandstoftank niet voorbij de onderkant van de vulhals zodat de brandstof nog kan uitzetten.
- Houd brandstof uit de buurt van vonken, open vuur, waakvlammen, hitte en andere ontstekingsbronnen.
- Controleer brandstofleidingen, tank, vuldop en koppelingen regelmatig op barsten of lekkages. Vervang indien nodig.
- Indien brandstof wordt gemorst, dient u te wachten tot deze verdampt is voordat u de motor start. Zorg dat u GEEN ANDERE ontstekingsbronnen creëert.
-
Gebruik uitsluitend een goedgekeurde brandstoftank.
-
Verwijder ongewenst materiaal rondom de brandstofvuldop.
- Verwijder de brandstofvuldop (A, afbeelding 6).
- Vul de brandstoftank (B) met brandstof. NIET boven de bodem van de brandstoftankopening vullen (C).
- Draai de tankdop vast.
De motor starten

WAARSCHUWING


Brandstof en brandstofdampen zijn uiterst ontvlambaar en explosief.
Brand of explosie kan ernstige brandwonden of dodelijk letsel veroorzaken.
Wanneer u de motor start:
- Zorg ervoor dat de bougie, de geluiddemper, de benzinedop en het luchtfilter (indien aanwezig) aanwezig zijn en goed vastzitten.
- Probeer de motor niet te starten terwijl de bougie verwijderd is.
- Als de motor verzuipt, zet u de choke (indien aanwezig) in de stand OPEN/DRAAIEN, zet de gashendel (indien aanwezig) in de stand SNEL en start de motor totdat deze aanslaat.

WAARSCHUWING

Motoren stoten koolmonoxide uit: een geurloos, kleurloos, giftig gas.
Het inademen van koolmonoxide kan misselijkheid, flauwvallen of de dood veroorzaken.
Brand of explosie kan ernstige brandwonden of dodelijk letsel veroorzaken.
- Starten en laten draaien van de motor doet u buiten.
-
Start of laat de motor niet draaien in afgesloten ruimten, zelfs indien de deuren of ramen open staan.
-
Controleer het oliepeil. Zie Motorolie controleren en toevoegen.
- Zorg dat de rijbediening van de zitmaaier uitgeschakeld is.
- Ga in de stoel zitten en til de stoelinstelhendel OMHOOG om de stoel te vergrendelen.
- Zet de parkeerrem aan (H, afbeelding 3). Druk het rempedaal (P) helemaal in, trek de parkeerremhendel UIT en laat het rempedaal los.
- Druk de PTO-schakelaar (M) in om deze te deactiveren.
- Zet de gashendel/choke (J) in de stand CHOKE (indien hiermee uitgerust).
- Zorg ervoor dat het starter (E) in de contactschakelaar is geïnstalleerd. Druk de startknop twee maal in en houdt deze vast totdat de motor start.
- Nadat de motor is gestart, zet u de gas-/chokehendel op halve snelheid. Zet de motor AAN voor ten minste 30 seconden. Op deze manier warmt de motor op.
- Zet de gas-/chokehendel in de stand SNEL (L).
Verwijder in geval van nood de contactsleutel om de tractor en de motor onmiddellijk te stoppen.
Opmerking: Neem contact op met een erkende servicedealer indien de motor ook na herhaalde pogingen niet aanslaat.
De zitmaaier en motor stopzetten

WAARSCHUWING


Brandstof en brandstofdampen zijn uiterst ontvlambaar en explosief.
Brand of explosie kan ernstige brandwonden of dodelijk letsel veroorzaken.
- Choke de carburateur niet om de motor te stoppen.
- Laat de rijsnelheidspedalen los om terug te keren naar de stand VRIJLOOP. Zie de rubriek Functies en bedieningselementen.
- Deactiveer de PTO. Wacht tot alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen.
- Zet de gasklephendel traag in de stand TRAAG. Draai de contactsleutel in de stand UIT.
-
Haal de sleutel uit het contact.
-
Trek de handrem aan. Druk het rempedaal helemaal in, trek de parkeerremhendel OMHOOG en laat het rempedaal los.
In een noodgeval draait u de contactsleutel in de stand STOP om de motor te stoppen.
Besturing van de zitmaaier
-
Ga op de bestuurdersstoel zitten en pas de positie van de stoel zo aan dat u gemakkelijk bij alle bedieningselementen kunt. Zie de rubriek Functies en bedieningselementen.
-
Trek de handrem aan:
a. Druk het rempedaal volledig in.
b. Trek de handrem OMHOOG.
c. Laat de rem los.
-
Zorg dat de PTO-schakelaar uitgeschakeld is.
-
Start de motor. Zie de rubriek De motor starten.
-
De handrem ontgrendelen:
a. Druk het rempedaal volledig NAAR BENEDEN.
b. Druk de parkeerrem NAAR BENEDEN.
c. Laat de rem los.
- Druk op het pedaal voor de voorwaartse snelheidsbediening om vooruit te rijden. Laat het pedaal los om te stoppen.
Opmerking: Merk op dat hoe meer het pedaal wordt ingedrukt, hoe sneller de zitmaaier rijdt.
- Stop de zitmaaier door de rijsnelheidspedalen los te laten, de parkeerrem te activeren en de motor stil te leggen. Zie de rubriek De trekker en motor stoppen.
Maaien

GEVAAR

Deze machine heeft snijbladen die handen en voeten af kunnen hakken en voorwerpen in het rond kunnen slingeren. Als u zich niet aan de veiligheidsinstructies in deze handleiding houdt, kan dit leiden tot de dood of ernstig letsel.
- Gebruik de machine alleen bij daglicht of goede kunstmatige verlichting.
- Vermijd kuilen, geulen, bulten, stenen of andere gevaren. Ongelijk terrein kan de machine doen kantelen of zorgen dat de bestuurder zijn balans of steun verliest.
- Richt het afgevoerde materiaal nooit op iemand. Voorkom dat het afgevoerde materiaal tegen een muur of iets dergelijks wordt gericht, omdat het materiaal terug naar de bestuurder kan kaatsen.
- Stop het blad/de bladen als u over grind rijdt.
-
Laat een draaiende machine nooit onbeheerd achter. Parkeer altijd op vlak terrein, schakel de accessoire uit, schakel de parkeerrem in, stop de motor en verwijder de sleutel.
-
Trek de handrem aan. Raadpleeg Functies en bedieningselementen.
- Zorg fat de PTO-schakelaar uitgeschakeld is.
- Start de motor. Zie de rubriek De motor starten.
- Zet de gashendel in de stand SNEL.
- Schakel de PTO in om de maaibladen te activeren.
- Stel de elektrische maaihoogte-schakelaar in om de maaihoogte in te stellen.
- Laat de parkeerrem los en begin met maaien.
- Deactiveer de PTO wanneer u klaar bent met maaien.
- STOP de motor. Zie de rubriek De zitmaaier en motor stopzetten.

WAARSCHUWING
De motor slaat af als het achteruitrijsnelheidspedaal wordt ingedrukt terwijl de PTO is geactiveerd en de RMO niet werd geactiveerd. De bestuurder moet de PTO altijd uitschakelen voordat met de zitmaaier op of over wegen, paden of andere plaatsen wordt gereden die door andere voertuigen kunnen worden gebruikt. Het plotselinge verlies van aandrijving zou een risico in kunnen houden.
De maaihoogte instellen
De hefboom van de maaier laat het dek zakken naar de maaipositie of brengt het dek omhoog naar de transportstand. Raadpleeg Functies en bedieningselementen.
Om het maaidek lager te zetten:
- Trek de hendel van het maaidekhefsysteem zachtjes terug.
- Duw deze naar links.
- Beweeg het omlaag.
Om het maaidek hoger te zetten:
- Trek de hendel van het maaidekhefsysteem omhoog.
- Zet vast in de groef aan de rechterkant.
Opmerking: Niet maaien als de machine omhoog staat in de transportstand.
De elektrische maaihoogte-schakelaar regelt de maaihoogte van de maaier. Gebruik de maaihoogte-schakelaar om de maaihoogte aan te passen tussen 1,5 inch - 3,5 inch (2,5 cm - 8,89 cm). Raadpleeg Specificaties voor de specificatie van de maaihoogte.
De grasopvangzak legen
- Trek de hendel van de grasopvangzak uit en draai deze naar voren tot de grasopvangzak aan de onderzijde geheel open is. Zie afbeelding 7.
- Verwijder het gras uit de grasopvangzak.
- Verplaats de maaier een klein stukje vooruit.
- Draai de grasopvangzak terug in de gesloten positie.
Achteruitmaaioptie (RMO)

GEVAAR

Achteruitmaaien kan gevaarlijk zijn voor omstanders. Er kunnen zich tragische ongevallen voordoen als de gebruiker onvoldoende aandacht heeft voor de aanwezigheid van kinderen. Kinderen worden vaak aangetrokken door de machine en het maaien. Ga er nooit vanuit dat kinderen op de plaats zullen blijven staan waar u ze het laatst zag.
- Houd kinderen uit de buurt van waar u aan het maaien bent en laat een andere verantwoordelijke volwassene goed op ze passen.
- Laat niemand meerijden (met name kinderen), zelfs niet als de maaibladen zijn uitgeschakeld. Zij zouden kunnen vallen en ernstig gewond raken of de veilige bediening van de zitmaaier kunnen hinderen. Kinderen die ooit al mee hebben mogen rijden, kunnen plotseling in het maaigebied opduiken voor nog een ritje en daarbij vooruit of achteruit omver worden gereden.
- Maai niet achteruit, tenzij absoluut noodzakelijk. Kijk omlaag en achter u, voordat en terwijl u achteruitrijdt.
- Als de machine achteruit maait zonder dat de Reverse Mowing Option is ingeschakeld, neemt u direct contact op met een erkende servicedealer.

- Schakel de Power Take-Off (PTO) in. Zie de rubriek Functies en bedieningselementen.
- Draai de sleutel voor de omgekeerde maaioptie (RMO) in de stand ON (aan).
- Het ledlampje gaat aan.
- De bestuurder maait nu achteruit.
Opmerking: De sleutel moet worden verwijderd om de toegang tot de RMO-functie te beperken.
Onderhoud

WAARSCHUWING

Onbedoelde vonken kunnen resulteren in brand of een elektrische schok.
Ongewild opstarten kan leiden tot beknelling, traumatische amputatie of scheurwonden.
Vóór het uitvoeren van instellingen of reparaties:
- Maak de bougiekabel los en houd de kabel op veilige afstand van de ontstekingsbougie.
- Maak de minkabel van de accu los (alleen bij maaiers met elektrisch starten).
- Gebruik alleen correct gereedschap.
- Verander niets aan de regulateur, koppelingen of andere onderdelen om het motortoerental te verhogen.
- Vervangende onderdelen moeten identiek zijn aan, en op dezelfde positie worden geïnstalleerd als, de originele onderdelen. Andere onderdelen zullen minder goed werken, kunnen de maaier beschadigen en kunnen letsel veroorzaken.
- Sla niet op het vliegwiel met een hamer of een ander hard voorwerp, want het vliegwiel kan door een dergelijke handeling in stukken uiteenvallen.
Onderhoudsschema
| ZITMAAIER EN MAAIDEK |
| Elke 8 uur of dagelijks |
| Controleer het veiligheidsvergrendelingsysteem |
| Verwijder ongewenst materiaal van de zitmaaier, het maaidek en de motorruimte |
| ledere 25 uur of jaarlijks* |
| Controleer de bandenspanning |
| Controleer de stilstandtijd van de maaibladen |
| Controleer de zitmaaier/het maaidek op loszittende onderdelen |
| ledere 50 uur of jaarlijks* |
| De accu en accukabels reinigen |
| Controleer de remmen van de zitmaaier |
| Raadpleeg een geautoriseerde servicedealer van Briggs & Stratton |
| Smeer de zitmaaier en het maaidek. |
| Controle van de maaibladen** |
*Wat als eerste kommt.
**Controleer de bladen vaker op plaatsen met zandige bodems of in zeer stoffige omgevingen.
*Wat als eerste kommt.
**In stoffige omgevingen of als er vuil in de lucht aanwezig is, moet u vaker reinigen.
MOTOR
| Eerste 5 uur |
| De motorolie verversen |
| Elke 8 uur of dagelijks |
| Controleer het oliepeil |
| ledere 25 uur of jaarlijks* |
| Reinig het luchtfilter en het voorfilter** |
| ledere 50 uur of jaarlijks* |
| De motorolie verversen |
| Vervang het oliefilter |
| MOTOR |
| Jaarlijks |
| Vervang het oliefilter |
| Vervang het voorfilter |
| Raadpleeg uw dealer jaarlijks om |
| Inspecteer de geluiddemper en de vonkenvanger |
| Vervang de bougies |
| Vervang het brandstofffilter |
| Reinig het luchtkoelingsysteem |
Bandenspanningscontrole
Zorg voor de beste tractie en de beste maaiprestaties ervoor dat de bandenspanning tussen de 12 - 14 psi (0,82 - 0,96 bar) is. Zie de rubriek "De bandenspanning controleren" in het Onderhoudschema. Zie ook de bandenspanning in de rubriek Specificaties.
Opmerking: De bandenspanning kan iets afwijken van de maximale spanning die op de zijkant van de banden staat vermeld.
Onderhoud van de accu

WAARSCHUWING

Als u de accukabels plaatst of verwijdert, moet u de negatieve accukabel EERST loskoppelen en als LAATSTE terug aansluiten. Doet u dat niet, dan bestaat de kans op kortsluiting tussen de positieve pool en een stuk gereedschap.
De accu en accukabels schoonmaken
- Maak eerst de MINPOOL (zwart) los.
- Maak de PLUSPOOL (rood) als laatste los.
- Verwijder de accu zoals weergegeven in de afbeelding 8.
- Maak het batterijoppervlak schoon met soda en water.
- Maak de polen van de batterij en de uiteinden van de kabels schoon met een staalborstel en schoonmaakmiddel voor batterijpolen tot deze glanzen.
- Smeer een laagje petrolatum of niet-geleidend smeervet op de polen.
- Monteer de accu.
- Sluit de PLUSPOOL (rood) als eerste aan.
- Sluit de MINPOOL (zwart) als laatste aan.
De accu opladen

WAARSCHUWING

Houd open vlammen en vonken uit de buurt van de accu. De uit de accu ontsnappende gassen zijn zeer explosief. Zorg voor een goede ventilatie tijdens het laden van de accu.
Een lege accu of een accu die te zwak is om de motor te starten, kan het gevolg zijn van een defect in het laadsysteem of in een ander elektrisch onderdeel. Als u twijfelt aan de oorzaak van het probleem, neemt u contact op met uw dealer. Als u de accu moet vervangen, volgt u de stappen in het gedeelte De accu en accukabels reinigen.
Om de accu op te laden, volgt u de aanwijzingen van de fabrikant van de acculader en neemt u alle waarschuwingen in acht die u in de veiligheidsvoorschriften van deze handleiding vindt. Laad de accu tot deze volledig is opgeladen. Laad niet op met een vermogen van meer dan 10 ampère.
Controleer de stoptijd van de maaibladen

WAARSCHUWING
Als het maablad niet binnen 5 seconden helemaal stopt, moet de koppeling worden afgesteld. Gebruik de machine niet voordat de juiste afstelling is uitgevoerd door een door Briggs & Stratton erkende servicedealer.
De maaibladen en de aandrijfriem van het maaidek moeten binnen vijf seconden tot stilstand komen nadat de PTO-schakelaar op UIT is gezet. Als de aandrijfriem van de maaier niet binnen vijf seconden tot stilstand komt, moet u contact opnemen met een erkende Briggs & Stratton servicedealer voor reparatie.
De motorolie verversen
- Plaats de zitmaaier op een vlakke ondergrond. Raadpleeg afbeelding 1.
- Stop de motor en verwijder de starter of sleutel.
- Reinig rond de olievulopening en het filter.
- Verwijder de peilstok (A, afbeelding 1) en leg het op een schone doek.
- Maak de olieaftapslang los (A, afbeelding 9).
- Verwijder de dop (B, afbeelding 9) voorzichtig en laat de slang zakken in een geschikte opvangbak (C).
- Sluit de dop na het aftappen goed af en bevestig de slang aan de zijkant van de motor.
- Verwijder het oliefilter (B, afbeelding 10) en gooi het weg.
- Smeer de oliefilterpakking (A) lichtjes in met nieuwe olie.
-
Installeer het oliefilter met de hand totdat de pakking contact maakt met de oliefilteradapter (C). En draai het oliefilter dan een 1/2 of 3/4 slag vast.
-
Olie toevoegen. Raadpleeg het gedeelte Motorolie controleren en toevoegen.
Luchtfiltereenheid (cartridge met voorfilter)

WAARSCHUWING

Nooit de motor starten of laten draaien zonder de luchtfiltereenheid of het luchtfilter.
OPGEPAST
Reinig het filter niet met perslucht of oplosmiddelen. Perslucht kan het filter beschadigen en oplosmiddelen kunnen het filter oplossen.
- Maak de bevestigingen los (A, afbeelding 11) en verwijder de kap (B).
- Verwijder het luchtfilterelement (C) en demonteer het.
- Verwijder eventueel vuil dat in de carburator terecht kan komen (D).
- Haal het voorfilter van het filter.
- Tik het luchtfilter voorzichtig op een hard oppervlak om het vuil los te maken. Als het filter zeer vuil is, vervangt u het door een nieuw filter.
- Was het voorfilter in water met een vloeibaar wasmiddel. Laat het dan goed aan de lucht drogen. Breng geen olie aan op het voorfilter.
- Monteer het droge voorfilter op de luchtfilter.
- Plaats het luchtfilter.
- Sluit de afdekking en maak deze vast met de bevestiging.
Controleer de bougies

WAARSCHUWING



Onbedoelde vonken kunnen resulteren in brand of een elektrische schok.
Ongewild opstarten kan leiden tot beknelling, traumatische amputatie of scheurwonden.
Bij het testen op vonkvorming:
- Gebruik een goedgekeurde bougietester.
- Controleer niet op vonkvorming met de bougie verwijderd.
OPGEPAST
Bougies hebben verschillende warmtewaarden. Het is belangrijk dat de juiste bougie wordt gebruikt anders kan de motor beschadigd raken. Vervang de bougie door hetzelfde type bougie of een gelijkwaardig soort.
Bougie schoonmaken
Reinig de bougies met een staalborstel en een stevig mes. Gebruik GEEN schuurmiddelen.
Elektrodenafstand controleren
Gebruik een bougiespanningsmeter (A, afbeelding 12) om de afstand tussen de twee elektroden te controleren. Als de afstand correct is, wordt de voelermaat licht tegengehouden als u deze door de opening haalt.
Gebruik een voelermaat en buig de gebogen elektrode voorzichtig om de bougie-opening aan te passen. Zorg ervoor dat u de middelste elektrode of het porselein niet aanraakt.
Bougie plaatsen
Draai de bougie vast met uw vingers en draai vervolgens vast met een sleutel zoals op de afbeelding 13.
• 180 in-lbs (20 Nm), OF
- 1/2 slag bij het plaatsen van de oorspronkelijke bougie.
1/4 slag bij het plaatsen van een nieuw exemplaar.
De zitmaaier met de hand voortduwen
- Schakel de Power-Take-Off (PTO) uit. Zie de rubriek Functies en bedieningselementen.
- STOP de motor.
- Trek aan de transmissievrijgavehendel om deze in de vrijgavestand te zetten. Voor tractoren met een veersysteem (A), en tractoren met een vast frame (B). Raadpleeg afbeelding, 14. U kunt de maaier nu met de hand voortduwen.

WAARSCHUWING
Door de machine te trekken wordt de transmissie beschadigd. Gebruik geen ander voertuig om deze machine voort te duwen of te trekken. Gebruik de transmissiehendel niet terwijl de motor draait.
Aanhanguitrusting
- Voordat u het apparaat versleept, dient u zich ervan te vergewissen dat de trekhaak is ontworpen voor het slepen.
- Bevestig aanhanguitrusting ALLEEN aan het sleeppunt.
- Houd u aan de onderstaande aanbevelingen inzake de gewichtslimieten voor aanhanguitrusting en het slepen op hellingen.
- Brutogewicht (aanhanger en lading) 400 pond (181,4 kg).
- Maximumgewicht van 20 ft-lb (9,1 kg) op of onder de klepel.
-
Ga op een helling van een grens van 10 graden naar 5 graden.
-
Laat NOOIT kinderen of andere personen toe op de aanhanguitrusting.
-
Op hellingen kan het gewicht van de aanhanguitrusting verlies van grip en van controle veroorzaken.
-
Zet de maaier NIET in de vrijstand om zo van een helling te rijden.
Het maaidek reinigen (indien hiermee uitgerust)
Opmerking:
Gebruik de afspuitaansluiting (C, afbeelding 15) om de onderkant van het maaidek te reinigen.
- Parkeer de zitmaaier op een vlakke ondergrond.
- Bevestig de snelaansluiting (A, afbeelding 15) op de tuinslang (B) en sluit deze aan op de afspuitaansluiting (C) op het maaidek.
- Zet het water AAN.
- Start de motor.
- Zet de snijhoogte in de hoogste positie.
- Schakel de Power Take-Off (PTO) schakelaar in om de maaibladen te activeren. De rotatie van de bladen en het stromende water zullen de onderkant van het maaidek schoonmaken.
- Schakel de Power Take-Off (PTO) uit en stop de motor.
- Zet het water UIT.
- Verwijder de tuinslang en de snelaansluiting van de afspuitaansluiting (C).
Opslag

WAARSCHUWING


Nooit de machine (met brandstof) opbergen in een afgesloten, slecht geventileerde ruimte. Benzinedampen kunnen in contact komen met een ontstekingsbron (zoals een geiser, boiler etc.) en een explosie veroorzaken.
- Opslaan uit de buurt van fornuizen, ovens, waterkokers of andere apparaten die een waakvlam bevatten of andere ontstekingsbronnen, omdat deze brandstofdampen kunnen doen ontbranden.
Apparatuur
Zet de aftakas (PTO) op UIT en trek de parkeerrem aan. Verwijder het startelement en laat de machine afkoelen.
Als u de accu verwijdert, wordt zijn levensduur verlengd. Zorg ervoor dat de accu op een koele en droge plaats staat en houd deze volledig opgeladen. Als u de accu in de zitmaaier laat zitten, moet u de minkabel loskoppelen.
Brandstofsysteem
Brandstof kan verschalen wanneer deze langer dan 30 dagen in een jerrycan wordt bewaard. Voeg telkens u de jerrycan vult met brandstof brandstofstabilisator toe aan de brandstof zoals omschreven in de handleiding van de fabrikant. Zo blijft de brandstof vers en is er minder kans op brandstofgerelateerde problemen of vervuiling in het brandstofsysteem.
Het is niet nodig om de brandstof uit de motor af te tappen wanneer brandstofstabilisator volgens de instructies is toegevoegd. Zet de motor gedurende 2 minuten AAN vóór de opslag om de brandstof en stabilisator door het brandstofsysteem te laten gaan.
Voor u het toestel start nadat het werd opgeborgen:
- Controleer het peil van alle vloeistoffen. Controleer alle onderhoudspunten.
- Voer alle aanbevolen controles en procedures in deze handleiding uit.
- Zorg ervoor dat de motor warm is voordat u hem gebruikt.
Problemen oplossen

WAARSCHUWING
Om ernstig letsel te voorkomen, mag u alleen onderhoudswerkzaamheden aan de zitmaaier uitvoeren als de motor stilgelegd en de parkeerrem geactiveerd is.
Om te voorkomen dat de motor per ongeluk wordt gestart, moet voorafgaand aan onderhoud altijd de contactsleutel worden verwijderd, de bougiekabel wordt losgekoppeld en van de stekker worden losgekoppeld.
Verhelpen van storingen van de zitmaaier
| PROBLEEM ZOEK NAAR | OPLOSSING | |
| De motor wil niet aanslaan of starten. | Het rempedaal is niet ingedrukt. Druk het rempedaal volledig in. | |
| Brandstoftank leeg. Als de motor warm is, laat u deze afkoelen en vult u vervolgens brandstof bij. | ||
| De PTO-schakelaar staat op de stand AAN. Zet de PTO-schakelaar op de stand UIT. | ||
| De snelheidsregelaar is ingeschakeld. Zet de snelheidsregelaarknop op de stand NEUTRAAL/UIT. | ||
| De motor is verzopen. Ontkoppel de choke. | ||
| De polen van de accu moeten worden schoongemaakt. | Zie de rubriek De accu en accukabels reinigen. | |
| De accu is leeg of stuk. Laad de accu op of vervang deze. | ||
| Bedrading los of defect. Bekijk de bedrading. Raadpleeg een erkende servicedealer als de draden gerafeld of gebroken zijn. | ||
| Motor is moeilijk te starten of loopt niet goed. Te rijk | brandstofmengsel. Maak het luchtfilter schoon. | |
| Laag oliepeil. Controleer oliepeil en voeg olie toe indien nodig. Kloppende motor. | ||
| Incorrecte hoeveelheid olie. Zie de rubriek Motor starten en stoppen. | ||
| Overdreven olieverbruik. | Incorrecte hoeveelheid olie. | Zie de rubriek Motor starten en stoppen. |
| Er zit te veel olie in het carter. Voer de resterende olie af. | ||
| Motoruitlaat is zwart. | Het luchtfilter is vies. | Zie de rubriek Luchtfilter onderhouden. |
| De choke is gesloten. | Open de choke. | |
| De motor loopt, maar de maaier wil niet rijden. | De gaspedalen zijn niet ingedrukt. | Druk de gaspedalen in. |
| Transmissiehendel staat in de stand DUWEN. | Zet de transmissiehendel in de stand RIJDEN. | |
| De parkeerrem is ingeschakeld. | Ontkoppel de parkeerrem. | |
| De zitmaaier stuurt slecht. | Incorrecte bandenspanning. | Zie de rubriek Bandenspanning controleren. |
Opmerking: Neem bij alle andere problemen contact op met een erkende dealer.
Problemen met het maaidek oplossen
| PROBLEEM ZOEK NAAR | OPLOSSING | |
| De maaier maait niet gelijk. | De banden van de zitmaaier zijn niet correct opgepompt. | Zie de rubriek Bandenspanning controleren. |
| De maaier lijkt grof te maaien. | De motorsnelheid is op langzaam ingesteld. | Geef vol gas. |
| De grondsnelheid is op snel ingesteld. | Rij trager. | |
| De motor valt gemakkelijk stil tijdens het maaien. | De motorsnelheid is op langzaam ingesteld. | Geef vol gas. |
| De grondsnelheid is op snel ingesteld. | Rij trager. | |
| De luchtreiniger is verstopt of vies. | Zie de rubriek Luchtfilter onderhouden. | |
| De maaihoogte is te laag ingesteld. | Stel de maaihoogte bij de eerste maaibeurt van lang gras in op de hoogste stand. | |
| De motor is niet op bedrijfstemperatuur. | Laat de motor een aantal minuten warmdraaien. | |
| Het gras is te lang. | Start de motor op een plaats zonder lang gras. | |
| De motor gaat AAN, en de maaier rijdt, maar maait niet. | De Power-Take-Off (PTO) is niet ingeschakeld. | Schakel de PTO in. |
Opmerking: Neem bij alle andere problemen contact op met een erkende dealer.
Specifications
Specificatietabel
Het ontstekingssysteem op deze zitmaaier voldoet aan de Canadese norm ICES-002.
Model: 400000 - EXi Series™
| Cilinderinhoud 40.03 ci (656 cc) |
| Boring 2.970 in (75,43 mm) |
| Slag 2.890 in (73,41 mm) |
| Oliecapaciteit 62 - 64 oz (1,8 - 1,9 L) |
| Elektrodeafstand van bougie .030 in (.76 mm) |
| Aanhaalkoppel bougie 180 lb-in (20 Nm) |
| Luchtspleet van ontstekingsspoel .008 - .012 in (.20 - ,30 mm) |
| Inlaatklepspeling .004 - .006 in (.10 - ,15 mm) |
| Uitlaatklepspeling .004 - .006 in (.10 - ,15 mm) |
Model: 440000 - PXi Series™
| Cilinderinhoud 44.18 ci (724 cc) |
| Boring 3.120 in (79,24 mm) |
| Slag 2.890 in (73,41 mm) |
| Oliecapaciteit 62 - 64 oz (1,8 - 1,9 L) |
| Elektrodeafstand van bougie .030 in (,76 mm) |
| Aanhaalkoppel bougie 180 lb-in (20 Nm) |
| Luchtspleet van ontstekingsspoel .008 - .012 in (,20 - ,30 mm) |
| Inlaatklepspeling .004 - .006 in (,10 - ,15 mm) |
| Uitlaatklepspeling .004 - .006 in (,10 - ,15 mm) |
Onderdeel
| TRANSMISSIES | |
| Type Tuff Torq® k-46 | |
| Aandrijving Hydrostatic | |
| Model k-46 | |
| Hydraulische vloeistof 10W-30 Premium Engine Oil | |
| MAAIDEKKEN | |
| Maaibreedte 38 In (96,5 cm), 42 in (106,7 cm) | |
| Aantal maaibladen 2 | |
| Platform Afvoer zijkant | |
| Maaihoogte | 1.5 - 3.5 in (3,8 - 8,9 cm) |
| CHASSIS | |
| Inhoud brandstoftank | 2.97 gal (11,25 L) |
| Bandenmaat, voor | 15 x 6,0 |
| Bandenspanning, voor | 14 psi (0,96 bar) |
| Bandenmaat, achter | 20 x 8,0 |
| Bandenmaat, achter | 22 x 9,5 |
| Bandenspanning, achter | 10 psi (0,68 bar) |
Vermogensklasseringen: De bruto vermogensklassering voor individuele benzinemotormodellen is ingedeeld conform SAE (Society of Automotive Engineers)-code J1940 Vermogens- en torsieklasseringsprocedure voor kleine motoren, en is geklasseerd conform SAE J1995. Koppelwaarden zijn afgeleid bij 2600 TPM voor de motoren met een "rpm" aangegeven op het plaatje en 3060 TPM voor alle andere. Paardenkrachtwaarden
zijn afgeleid bij 3600 TPM. De brutovermogenscurves staan op www.BRIGGSandSTRATTON.COM.
Nettovermogenswaarden worden bepaald met geïnstalleerde uitlaat en luchtfilter, terwijl brutovermogenswaarden worden verzameld zonder deze hulpstukken. Het werkelijke brutomotorvermogen zal hoger zijn dan het nettomotorvermogen en wordt beïnvloed door, onder andere, omgevingsomstandigheden en variaties tussen
motoren. Gezien de vele verschillende producten waarop onze motoren worden aangebracht, zal de benzinemotor mogelijk niet zijn nominale brutovermogen ontwikkelen als deze wordt gebruikt in een door een motor aangedreven machine. Dit verschil wordt veroorzaakt door diverse factoren waaronder, maar niet uitsluitend, de verscheidenheid aan motoronderdelen (luchtfilter, uitlaat, turbo, koeling, carburateur, brandstofpomp enz.), toepassingsbeperkingen, omgevingsomstandigheden (temperatuur, vochtigheid, hoogte) en verschillen tussen motoren. Vanwege fabricage- en capaciteitsbeperkingen kan Briggs & Stratton een motor met een hoger nominaal vermogen vervangen door deze motor.
















10° Max.
10° Max.







OFF (uit)
ON (aan)
Start (starten)
Koplampschakelaar






inschakelen
uitschakelen





