MRD310 - Tractor MURRAY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MRD310 MURRAY in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MRD310 MURRAY
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Tractor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MRD310 - MURRAY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MRD310 van het merk MURRAY.
GEBRUIKSAANWIJZING MRD310 MURRAY
Producten behandeld in deze handleiding. 158
Algemene informatie 158
Contactinformatie voor Europees kantoor. 158
Fase V (5) van de Europese Unie (EU): Kooldioxide (CO2)-niveauu. 158
Conformiteitverklaring. 158
Veiligkeit van de gebruiker. 158
Gids om hellingsgraad te bepalen. 158
Veiligheidssymbol en signalloanden. 158
Gevarensymbolen en hun betekenis 159
Veiligheidsmeldingen. 160
Veiligheidsstickers 160
Stickerveiligheid accu. 161
Functies en bedieningselementen 161
Besturingsymbolen en hun betekenis. 161
Elektronisch bedieningspaneel. 163
Bediening. 163
Bedieningsgebied. 163
De vergilheid van het vergrendelsystem testen. 164
Motor. 164
Besturing van de zitmaaier. 167
Onderhoud 168
Onderhoudsschema. 168
Bandenspanningscontrole. 169
Onderhoud van de accu. 169
Controleer de stoptijd van de maaibladen. 169
De motorolie verversen. 169
Luchtfilterenheit (cartridge met voorfilter) 170
Controleer de bougies 170
De zitmaier met de hand voortduwen. 170
Aanhanguitrusting. 170
Het maaidek reinigen (indien hiermee uitgerust) 171
Opslag. 171
Problemen oplossen 172
Verhelpen van storingen van de zitmaaier. 172
Problemen met het maaidek oplossen. 172
Specifications. 173
Specificatietabel. 173
Producten behandeld in deze handleiding
De volgende producten worden behandeld in deze handleiding:
2691686-00, 2691686-01, 2691687-00, 2691687-01, 2691688-00, 2691688-01, 2691704-00, 2691704-01, 2691705-00, 2691705-01, 2691706-00, 2691706-01, 2691716-00, 2691717-00.
Algemene informatie
Voor verder informatatie, die de Klantcontactgids inbegrepen bij de unit.
Deillustraties indit document zijn representatief. Uw apparaat kan afwijken van de getoonde afbeeldingen LINKS en RECHTS zijn aangegeven vanaf de positie van de gebruiker.
Het gebruik van Opmerking in de tekst wijst op uitleg, uitzonderingen of alternatieven voor de procedures.
Alle vertalingen van dit document zich gebaseerd op het oorspronkelijke, in het Engels gestelde bronbestand.

Recycle alle verpakkingen, gebruike olie en accu's conform de betreffende regelgeving van de overheid.
Contactinformatie voor Europees kantoor
Voor vragen over Europese emissieskestu contact opnemenet ons Europese kantoor op:
Max-Born-Straße 2, 68519 Viernheim, Duitsland.
Fase V (5) van de Europese Unie (EU): Kooldioxide (CO_2) - niveaus
Kooldioxideniveaus van Briggs & Stratton EU-motoren met een typecertificaat+kunnen wordenGVonden door in het zoekvenster op BriggsandStratton.com CO2 in te voeren.
Conformiteitverklaring
Dit product voldoet aan alle relevante voorschriften enrichtlijnen. Raadpleeg voor details het productspecifieke conformiteitsblad (Declaration of Conformity, DOC) dat deel uitmakt van de instructies die bij het apparaat worden geleverd.
Veiligkeit van de gebruiker
Bewaar deze instructies voor toekomstig gebruik. Deze handledeiding bevat veiligheidsinformatie om u te wijzen op de gezaren en risico's van dit product en hoe u deze kunt vermijden. De handleiding bevat ook belangrijke instructies die moeten worden opgevolgdijdens de eerste installmentatie, het gebruik en het onderhoud van het product.
Dit product is alleen ontworpen en bedoeld voor het maaien van goed onderhonden gras en voor geen enkel ander doel.
Het is belangrijk dat u deze instructies leest en begrijpt voordat u dit apparaat probeert te starten of te bedieren.
Zorg ervoor dat u volledig vertrouwd bent met de bediening en het juiste gebruik van het product.
Zorg dat u weet hoe u het toestel snel kut stoppen en hoe u de bediening kut uitschaken.
Gids om hellingsgraad te bepalen
Hoe u de hellingsgraad van een grayscalekunt meten meteen smartphone of een hoekbepalingshulpmiddel:

WAARSCHUWING
Gebruik deMAaier Niet op hellingen vaneer dan 10^ graded.
- Gebruik een rechtte kant van ten minste twee (2) voet lang (A, afbeelding 1). Een rechtte houten of metalen balk werkt goed.
- Hoekbepalingshulpmiddelen.
a. Gebruik uw smartphone: Veel smartphones (B, afbeelding 1) bevatten een hellingsmeter (hoekzoeker) onder de kompasapp. Ofzoek online maar een clinometer-app.
b. Gebruik hoekzoekers: Gereedschap voor hoekzoekers (C en D, afbeelding 1) zijn verkrijgbaar bij deplaatselijke ijzerhandel of online (ook wel inclinometer, gradenboog, of hoekmeter genoemd). Kies type (C) of digitaal type (D), andere werken möglichn Niet. Lees en volg de gebruiksaanwijzing die bij het hoekbepalingshulpmidel is geleverd.
- Plaats de rechte kant van twee (2) voet langs de steilste kant van de grashelling. Plaats de stok over de hele helling.
- Leg de smartphone of het hoekbepalingshulpmiddel op de rechte balk en lees de hoek in graden. Dit is de helling van uw gazon.
Opmerking: Er is een gids voor het bepalen van de hellingsgraad inbegrepen bij uw productinformatie en het is ook beschikkaar om te downloaden van de website van de fabrikant.
Veiligheidssymbol en signalaalwoorden
Het veiligheidssymbol A said veiligheidsinformatie aan over gevaren die kuren leiden tot lichamelijk letsel. Een signaalwoord (GEVAAR, WAARSCHUWING, of VOORZICTIG) worden gebruikt samen met
het waarschuwingspictogram om te wijzen op de waarschijnlijkheid en de möglichke ernst van het letsel. Verder kan een gevarensymbol worden gebruikt om de soort gevaar aan te duiden.
EVAAR duidt op een risico, dat indien het Niet worden vermeden, za leiden tot de dood of een ernstig lichamelijk letsel.
WAARSCHUWING duidt op een risico, dat indien het nicht worden vermeden, kan leiden tot de dood of een ernstig lichamelijk letsel.
Aoorzichtig duidt op een gevaar dat, indien het nicht wordt voorkomen, kan resulteren in Licht of matig letsel.
OPMERKING geeft informatie aan die wel belangrijk worden geacht, maar nicht gerelateerd is aan gevaar.
Gevarensymbolen en hun betekenis
| Symbool Betekenis | |
| Veiligheidsinformatie over gezaren die tot persoonlijk letsel...\(kunnen\)leiden. | |
| Zorg dat u de gebruiksaanwijzing voor de bestuurder heb\(t\)gelezen en begrepen voordat u de eenheid bedient of\(\text{onderhoud}\) aan de eenheiduitvoert. | |
| Verwijder de sleutel en lees de handleiding voor de\(bestuurder\)voordat u de eenheid bedient. | |
| STOP | Stop |
| Brandgevaar | |
| Explosiegevaar | |
| Gevaar | voor schokken |
| Symbool | Betekenis |
| Gevaar van giftige dampen | |
| Bewegende delen | |
| Draag oogbescherming. | |
| Gevaarlijke chemische stof | |
| Gevaar voor hete oppervlakken | |
| Gevaar voor verlies van lichaamsdelen | |
| Gevaar van wegliegende voorwerpen | |
| Een veilige afstand aanhonden | |
| Kinderen uit de buurt honden | |
| 10° Max. 10° Max. | Kantelgevaar |
| Gevaar voor verlies van lichaamsdelen |
Veiligheidsmeldingen

WAARSCHUWING

Voordat u de machine gebruikt, moet u de instructies en waarschuwingen in deze handleiding en op de machine, de motor en de hulpstukken lezen, begrijpen en opvolgen. Als u zich Niet aan de veiligheidsinstrumenties in deze handleiding houdt, kan dit leiden tot de dood of ernstig letsel.
- Laat de machine alleen bedieren door bestuurders die verantwoordelijk, getraind en op de hoogte van de instructies zichn, en die hiertoe fysiek in staat zichn.
- Gebruik de machine Niet onder invloed van alcohol of drugs/geneesmiddelen.
- Draag een veiligheidsbril en schoenen met dichte neuzen.
- Houd handen en voeten uit de buurt van bewegende onderdelen en de onderkant van de machine. Blijf ook steeds uit de buurt van de afvoeropening.
- Zorg dat de machine goed onderhonden is. Vervang versleten of beschadigde onderdelen.
- Wees voorzichtig bij het onderhoud van de bladen. Pak de bladen in of draag handschoenen. Vervang beschadigde bladen. Repareer of verander de bladen Niet.
- Gebruik voor transport oprijplaten die breed genoeg zich om een maaier te laden of流失.
- Zie bevestiging of accesaire voor juiste welhoogtes of tegengewichten.
- Houd de machine vrij van gras, bladeren of ander ongewenst materiaaal om brand te voorkomen. Dep gemorste olie of benzine op. Verwijder met brandstof doordrenkt vuil en LAST de machine afkoelen voordat u deze opbergt.

WAARSCHUWING

Een draaiende motor stoot koolmonoxide uit: een geurloos, kleurloos, giftig gas. Het inademen van koolmonoxide kan hoofdpijn, vermoeidheid, duizeligheid, braken, verwardheid, beroertes, misselijkheid, flauwallen of de doodveroorzaken.
- Gebruik de machine ALLEEN buiten.
Zorg ervoor dat er geen uitlaatgas in een gesloten ruimte verecht kommt via ramen, deuren, ventilatie- of andere openings.
Veiligheidsstickers
Zorg ervoor dat u de veriligeidsstickers hebt gelezen en ze begrijpt voordat u de machine bedient. Vergelijk afbeeling 2 met de veriligeidsstickers in de onderstaande tabel. De voorzorgsmaatregelen en waarschuwingen zijn voor uw veriligkeit. Om persoonlijk letsel of schade aan uw machine te voorkomen, moet u alle veriligeidsstickers lezen en deze opvolgen.
Belangrijk: Als de veiligheidssticker versleten of beschadigd of Niet meer leesbaar is, moet u verrangende stickers bij uwplaatsilijke dealer bestellen.
A

B

C

Definities pictogrammen veiligheids stickers
Vergelijk de letters (A - J) van de pictogrammen op de veiligheidsstickers met de veiligheidsdefinities in de volgende tabel.
| A WAARSCHUWING: Zorg dat u de gebruikershandleiding hebte gelezen en begrijpt voor u deze machine gebruikt. Weet waar alle bedieningselementen zich bevinden en hoe deze werkden. Gebruik deze machine alleen als u voldoende kennis hebt. |
| B GEVAAR - RISICO OP VERLIES VAN TRACTIE, WEGGLIJDEN, STURING EN CONTROLLE OPHELLINGEN: Als de machine op een helling stoapt met voorwaartse beweging of begint te bewegen, stop dan de bladen en rijd langzaam van de helling af. |
| C GEVAAR - BRANDGEVAAR: Zorg ervoor dat de machine vrij is van gras, gebladerte en olieresten. Voeg geen brandstof toe terwijl de motor draaiit of heet is. Stop de motor. Laat de motor tenminste 3 minuten afkoelen, Voordat u brandstof toevoegt. Voeg nooit brandstof toe binnenshuis of in een afgesloten trailer, garage of andere afgesloten ruimte. Verwijder gemorste brandstof. Niet roken tijdens het bedieren van de ze machine. |
| D GEVAAR - KANTEL- EN SLIPRISICO: Maai hellingen op en neer, Niet overdwars. Gebruik de maaier net bij hellingen vaneer dan 10 graden. Voorkom plotselinge en scherpe (snelle) bochten op hellingen. |
| E GEVAAR - RISICO VOOR AMPUTATIE EN VERLIES VAN LEDEMATEN: Om letsel van ronddraaiende snijmessen en bewegende delen te voorkomen, moeten deeiligheidsvoorzieningen (beschemplaten, schermen en schakelaars) aanwezig+zijn en goed werkken. |
| F Maai net als kinderen of andere Personen in de buurt+zijn. Laat NIEMAND meerijden (met name kinderen), zichs net als de maaibladen zijn uitgeschakeld. Maai netchteruit, TENzij absolutoodoodzakelijk. Kijk maar beneden enaar achteren, vór en terwijl u de eenheid acheutuirijdt. |
| G Raadpleeg de technische documentatie voor technische reparations of onderhoud. Als u de machine verlaat, schakelt u de motor uit, trekt u de handrem aan en verwijdert u de contactsleutel. |
| H Houd omstanders en kinderen op een veilige afstand. Verwijder voorwerpen die door het snijmes kutnen worden wegsglingerd. Maai allen met de aangebrachte afvoertrechter. |
| I GEVAAR - WEGVLIEGENDE VOORWERPEN: Bedien het apparaat net zonder eerst de ontluchtingsleiding te hebben aangesloten. |
| J GEVAAR - DRAAIENDE MAAIBLADEN: Dit maaidek kan ledematen afhakken. Houd handen en voeten uit de buurt van de bladen. |
Sticker veiligheid accu

| Waarschuwing: Brandgevaar - Houd kinderen uit de buurt van de accu. Hetzelfde geldt voor open vlammen en vonden, die explosieve gassen können doen ontsteken. | |
| Waarschuwing: Zwavelzuur kan blindheid of ernstige brandwondenveroorzaken - Draag algtd een veiligheidsbril of een gezichtsmasker als u in de buurt van een accu werkt. | |
| Waarschuwing: Accu's produceren explosieve gassen - Zorg dat u de gebruikershandleiding hebt gelezen en begrijpt voor u deze machine gebruikt. | |
| Belangrijk: Voer een accu Niet af bij het gewone afval - Neem contact op met deplaatselijke autoriteiten en informeer aan het afvoeren en/of recyclen van accu's. | |
| Spoel de ogen onmiddelijk met water. Zoek snel medische hulp. |
Functies en bedieningselementen
Vergelijk afbeelding 3 met de volgende tabel.
Functies en bedieningselementen können verschillen van degene die zich weergegeven.
Besturingsymbolen en hun betekenis
| A AChteruitmaiaiontie (RMO) | |
| B U | |
| C Ma | |
| D Hef | |
| E S | STOP | |
| F C | OFF (uit) ON (aan) Start (starten) Koplampschakelaar | |
| G Alarm: afvalbak vol | ||
| H Parkoerambesturing | ||
| I Chet | ||
| J Gasklenhendel | ||
| K Gasklehendel TRAAG-positie | ||
| L Gasklehendel SNEL-positie | ||
| M P TO) |
| N | Power Take-Off (PTO), Bladen inschakelen | |
| O | Power Take-Off (PTO), Bladen uitschakelen | |
| P | Remedaal | |
| Q | Snelheidspedalen | |
| S | Snelheidsregelaar | |
| T | Hendel om de positie van de bestuurdersstoel aan te passen | |
| U | Transländel | |
| V | Brandstofmeter (indien aanwezig) | |
| W | Brandstofflank | |
Display totale bedrijfsuren, dagteller en klok
Opmerking: Als u de eenheid start, worden het totaal aantal uren op het onderhoudsdisplay weergegeven. Het totaal aantal bedrijfsuren worden teruggezet op nul na 999,9.
- Druk korter dan 1 seconde op MODUS voor de dagteller.
- Druk langer dan 3 seconden op RESET (opniew instellen) om de dagteller op 0 te zetten.
- Druk korter dan 1 seconde op MODE voor de klok. Zie der rubriek De klok instellen.
- Druk korter dan 1 seconde op MODE (modus) om het totaal aantal bedrijfsuren te tonen.
De klok instellen
- Druk langer dan 3 seconden op MODE. De uren knipperen op de display.
- Druk op RESET (opniew instellen) om de uren af te stellen.
- Druk korter dan 1 seconde op MODE om de instelling op te slaan. De Minutes knipperen op de display.
- Druk op RESET om de这段时间 te veranderen.
- Druk korter dan 1 seconde op MODE om deinstelling op te slaan.
Onderhoudsdisplay
OLIE VERVERSEN - Dit bericht worden na 50 bedrijfsuren weergegeben. Nadat u de olie en filter hebt verrangen, drukt u tweemaal op MODE voor OLIE-UREN. Houdervolgens MODE 3 seconden ingedrukt om de timer op nul te zetten en het scherm leeg te make.
LUCHTFILTERCONTROL - Dit bericht worden na 25 bedrijfsuren weergegeven. Na het reinigen of verwijderen van het luchtfilter, drukt u driemaal op de knop MODE voor LUCHTFILTERUREN. Houdervoigens MODE 3 seconden ingedrukt om de timer op nul te zetten en het scherm leeg te make.
BLADEN VERWISSELEN - Dit bericht worden na 100 bedrijfsuren weergegeben. Nadat u het maaiblad hebt verrangen, drukt u de RESET-knop langer dan 3 Seconde in om de timer op nul te zetten en de display leeg te make.
ACCU LAAG - Dit bericht worden weergegeven als er zich een probleem voordoet met het accuVoltage. Dit bericht verdwijnt als onderhoud is gepleegd aan de accu.
Opmerking: Als het bericht ACCU LAAG op de display worden weergegeven, heeft dit prioriteit boven alle andere berachten. Voer eerst het onderhoud aan de accuuit en controllerer cervolgens op andere onderhoudsberichten.
Bediening
Lees de rubriek Veiligheid voor de gebruiker Voordat u deze machine gezruikt. Zorg ervoor dat u de bedieningselementen kent en weet hoe u het apparaat要去 stoppen.
Bedieningsgebied
- Zorg dat u het gebied waar u de maaier wilt gaan gebruiken goed kent.
- Zorg ervoor dat het gebied vrij is van ongewenst materiaaal dat kan worden opgepakt door de bladen en worden weggegooid.

GEVAAR

Deze machine kan objecten wegwerpen die omstanders zouden kuren verwonden of gebouwen zouden kuren beschadigen.
-
Gebruik de maaier nicht als de volledige grasopvangzak, de afvoerbeschemkap (deflector) of andere verilgheidsvoorzieningen nicht volledig zich aangebracht. Controller regelmatig op tekenen van slijtage of schade en verrang onderdelen indien nodig.
Maak het bedieningsgebied vrij van objcten die kunnen worden weggeslingerd of die van invloed kunnen zich op de werking van de maaier. -
Rij de maieraar buiten voordat u de motor start.

WAARSCHUWING

Motoren stoten koolmonoxide uit: een geurloos, kleurloos, giftig gas. Het inademen van koolmonoxide kan misselijkheid, flauwvalen of de dood veroorzaken.
- Let op alle hellingen.

GEVAAR

Maaien op hellingen of vlak bij water kan leiden tot verlies van controle en kantelen.
Maai hellingen in de hellingsrichting, Niet overdwars.
- Verminder snelheid en wees voorzichtig op hellingen.
- Niet gebruiken op hellingen van meer dan 10 graden (dit is een verhoging van 3,5 voet over een lenghte van 20 voet).
- Houd een ruimte aan van minimaal twee maaiers rondon water, muren of het einde van hellingen.
Maai geen nat grayscale.
- Gebruik de machine Niet onder omstandigheden waar tractie, besturing of stabiliteit onzeker is. Banden können wegglieden, zichs als de wielen gestopt zijn.
- Vermijd op een helling te starten of te stoppen.
- Verander nicht plots van slelheid of richting.
- Draai langzaam en geleidelijk.
- Wees voorzichtig bij het bedieren van een machine met een grasvanger of andere accessoire(s). Deze{kennen de stabiliteit van de machine beinvloeden.
- Houd u aan de aanbevelingen van de fabrikant inzake de gewichtslimieten voor aanhanguiitrusting en het slepen op hellingen. Zie Aanhanguitrusting.
- Controlleroor vooraf of er geen omstanders,vooral kinderen,in uw werkgebied zichn.

GEVAAR



Deze zitmaaier is in staat handen en voeten te amputeren.
- Stop de maaier als er kinderen of anderen in de buurt়n.
- Houd kinderen uit de buurt van waar u aan het maaien bent en LAST een andere verantwoordelijke volwassene goed op ze passen.
- Laat niemand meerijden (met name kinderen), zichs nicht als de maaibladen zich uitgeschakeld. Zij zouden konnen vallen en ernstig gewond raken of de veilige bediening van de zitmaaier konnen hinderen. Kinderen die ooit al mee hebben mogen rijden, konnen plotseling in het maaigebied opduiken voor nog een ritje en waarbij vooruit ofchteruit omver worden gereden.
- Wees voorzichtig bij het naderen van blinde hoeken, struiken, bomen of andere voorwerpen die het zich kan den beperken.
De verilgheit van het vergrendelsystem testen
Deze machine is uitergerust met veriligeidsvergrendelingen. Probeer de veriligeidsschakelaars Niet te omzeilen en knoei nooit met de veriligeidsvoorzieningen.

WAARSCHUWING
Gebruik de machine nicht als dazu de veiligheidstest nicht doorstaat. Raadpleeg een erkende dealer.
Test 1 - de motor mag NIET aanslaan als
- de PTO-schakelaar AAN is, OF
- Het rempedaal NIET volledig is ingedrukt (parkeerremuitgeschakeld).
Test 2 — de motor moet WEL aanslaan als
- de PTO-schakelaar in de stand UIT staat, EN
- Het rempedaal is volledig ingedrukt (parkeerrem ingeschakeld).
Test 3 — de motor moet UITSCHAKELEN als
- De bestuurder staat op van de stoel verwijl de PTO is ingeschakeld, OF
- De bestuurd er van de stoe opstaat verwij het rempedaal NIET volledig is ingedrukt (parkeerrem UIT).
Test 4 — remtijd van het maaiblad controlleren
- De maaibladen en de aandrijfrem van de maaier要去en volledig tot stilstand komen binnen vijf seconden nadat de maaibladschakelaar is UIT geschakeld.
- Als de aandrijfrem nicht binnen de vijf seconden stopt, moet u contact opnemen met een erkende dealer.
Test 5: controle van de achteruitmaaioptie (RMO)
- De motor要去afslaan als uachtenuit probeert te rijden terwijl de PTO is ingeschakeld en de RMO nicht werden geactiveerd.
- Het RMO-lampje moet gaan branden als de RMO worden geactiveerd.

GEVAAR

Achteruitmaaien kan gevaarlijk zijn voor omstanders. Er konnen zich tragische ongevallen voordoen als de gebruiker onvoldoende aandacht heeft voor de aanwezigheid van kinderen. Activeer dechterwaartse maiaoptie (RMO) nooit als er kinderen in de buurt�. Kinderen worden vaak aangetrokken door de machine en het maaien.
Motor
Motorolie controeren en toevoegen
Voor de Beste prestatie raden wij het gebruik van Briggs & Stratton® Warranty Certified oliesoorten aan. U kunt ook andere hoogwaardige soorten reinigingsolie gebruiken, als deze geschikt zijn voor SF, SG, SH, SJ of hoger. Gebruik geen speciale additieven.
De buitentemperaturen bepalen de correcte olieviscositeit voor de motor. Bepaal met behulp van de tabel de Beste viscositeit voor het verwachte bereik van de buitentemperatuur.

| A | SAE 30 - Onder 40 °F (4 °C) leidt het gebruik van SAE 30 tot problemen bij het starten. |
| B | 10W-30: Boven 80 °F (27 °C) kan het gebruik van 10W-30 leiden tot een hoger olieverbruik. Controller het oliepeil vaker. |
| C | 5W-30 |
| D | Synthetisch 5W-30 |
| E | Vanguard® Synthesisch 15W-50 |
*Onder 40°F (4°C) zal het gebruik van SAE 30 leiden tot problemen bij het starten.
**Boven 80°F (27°C) kan het gebruik van 10W-30 leiden tot een hoger olieverbruik.
Controleer het oliepeil vaker.
- Plaats de eenheid op een vlak oppervlak zoals in afbeelding 4.
- Zet de motor stop en haal de sleutel uit het contact.
- Zorg ervoor dat de olievulopening schoon is.
- Verwijder de peilstok (A, afbeelding 5). Verwijder de resterende olie van de peilstok.
- Plaats de peilstok en druk dele goed aan.
- Verwijder de peilstok opnieuw en controller het oliepeil. Zorg ervoor dat het oliepeil zich aan de bovenkant van de VOL marketing (B) op de peilstok bevindt.
- Als het olieniveau VOL is, staat u de peilstok en drukt u deze aan.
- Als het oliepeil LAAG is, voegt u olie toe aan de olievulbuis (C). Niet te veel bijvullen.
Opmerking: Voeg geen olie toe via de plug voor nsel olie aftappen (indien aanwezig). - Wacht een minuit en controller het oliepeil opnieuw.
- Breng de peilstok weeer aan en druk doezer.
Oliedruk
Als de oliedruk te laag is, za een drukschakelaar (indien aanwezig) de motor stoppen of een waarschuwingsvoorzieening activeren. Als dit gebeurt, stopt u de motor en controleert u het oliepeil met de peilstok.
Als het oliepeil tot onder de markings BIJVULLEN is gedaald,要去 u olie bijvullen tot aan de markings VOL. Start de motor en controllerer of de oliedruk correct is voordat u de machine in gebruik neemt.
Start de motor NIET als het oliepeil tussen de markingsen BIJVULLEN en VOL staat. Neem contact op met een erkende dealer om het oliedrukprobleem te lately verhelpen.
Aanbevolen brandstof
Brandstof要去andevolgenderevereistenvoldoen:
- Schone, verse, loodvrije benzine.
- Minimaal 87 octaan/87 AKI (91 RON). Zie hieronder voor gebruik op groe hoogte.
- Benzine met tot 10% ethanol (gasohol) is toegestaan.
OPGEPAST Gebruik geen benzines die nicht zich goedgekeurd, zoals E15 en E85. Meng geen olie in de benzine en pas de motor Niet aan voor alternatie brandstoffen. Gebruik van niedoogekeurde brandstoffen beschadigt de motoronderdelen en maakt de garantie ongeldig.
Voeg een brandstof stabilisator aan de brandstof toe om het brandstofsysteme gegen gomvorming te beschermen. Zie opslag. Niet alle brandstof is hetzelfde. Verander bij start- of prestatieproblemen van tankstation of merk. Deze motem is gecertificerd om op benzine te lopen. Het emissiregelsystem voor gecarbureerde motoren is EM (motorwijzigingen). Het emissiregelsystem voor motoren met elektronische brandstofinjectie zich ECM (motorbesturingsmodule), MPI (multi-poort injectie), en indien uitgerust een O2S (zuurstofsensor).
Grote hoogte
Op hoogtes van meer dan 1.524 meter (5.000 voet) is benzine met minimaal 85 octaan/85 AKI (89 RON) toegestaan.
Motoren met carburateur要去en worden afgesteld om hun prestaties te behouden. Gebruik zonder deze afstellingverooraakt slechtere prestaties, een hoger brandstofverbruik en toegenomen emissies. Raadpleeg een erkende Briggs & Stratton-dealer voor instructies over de afstelling voor grotheoghtes. Het gebruik van de motor op hoogtes van minder dan 762 meter met de set voor grotheoghtes worden nicht aanbevolen.
Motoren met elektronische brandstofinjectie (EFI) hoeven nicht voor groe hoogtes te worden afgesteld.
Brandstof bijvullen

WAARSCHUWING


Brandstof en brandstofdampen zijn uiterst ontv lambaar en explosief. Ga extra voorzichtig om met brandstof. Als u zich Niet aan deze veiligheidsinstrumenties houdt, kan dit leiden tot een brand of explosie met als gevolg ernstige verbrandingen of de dood.
Bij het toevoegen van brandstof
- Schakel de motor uit en(aaat de motiorten minste gedurende 3 minuten afkoelen voordat u de benzinedop verwijdert.
- Doof alle sigaretten, sigaren, pijpen en andere ontstekingsbronnen.
Vul de brandstoftank buiten of in een goed geventileerde ruimte. - Vul de brandstoftank Niet te veel. Vul de brandstoftank Niet voorbij de onderkant van de vulhals zodate de brandstof nog kan uitzetten.
- Houd brandstof UIT de buurt van vonken, open vuur, waakvlammen,但它 en andere ontstekingsbronnen.
- Controller brandstofleidingen, tank, vuldop en koppelingen regelmatig op barsten of lekkages. Vervang indien nodig.
- Indien brandstof worden gemorst, dient u te wachten tot deze verdampt is voordat u de motor start. Zorg dat u GEEN ANDERE ontstekingsbronnen creëert.
-
Gebruik uitsluitend een goedgekeurde brandstoftank.
-
Verwijder ongewenst materiall rondon de brandstofvuldop.
- Verwijder de brandstofvuldop (A, afbeelding 6).
- Vul de brandstoftank (B) met brandstof. NIET boven de bodem van de brandstoftankopening vullen (C).
- Draai de tankdop vast.
De motor starten

WAARSCHUWING


Brandstof en brandstofdampen zijn uiterst ontv Lambaar en explosief.
Brand of explosie kan ernstige brandwonden of dodelijk letsel veroorzaken.
Wanner u de motor start:
Zorg ervoor dat de bougie, de geluiddempo, de benzinedop en het luchtfilter (indien aanwezig) aanwezig zich en goed vastzitten.
- Probeer de motor Niet te starten verwijl de bougie verwijderd is.
- Als de motor verzuipt, zet u de choke (indien aanwezig) in de stand OPEN/DRAAIEN, zet de gashendel (indien aanwezig) in de stand SNEL en start de motor totdat deze aanslaat.

WAARSCHUWING

Motoren stoten koolmonoxide uit: een geurloos, kleurloos, giftig gas.
Het inademen van koolmonoxide kan misselijkheid, flauwvallen of de dood veroorzaken.
Brand of explosie kan ernstige brandwonden of dodelijk letsel veroorzaken.
- Starten en latent draaien van de motor doet u buiten.
-
Start of laat de motor nicht draaien in afgesloten ruimten, zichs indien de deuren of ramen open staan.
-
Controller het oliepeil. Zie Motorola controlleren en toevoegen.
- Zorg dat de rijbediening van de zitmaaier uitgeschakeld is.
- Ga in de stoel zitten en til de stoelinstelhendel OMHOOG om de stoel te vergrendelen.
- Zet de parkeerrem aan (H, afbeelding 3). Druk het rempedaal (P) hebemaal in, trek de parkeerremhendel UIT en LAST het rempedaal los.
- Druk de PTO-schakelaar (M) in om deze te deactiveren.
- Zet de gashendel/choke (J) in de stand CHOKE (indien hiermee uitgerust).
- Zorg ervoor dat het starter (E) in de contactschakelaar is geinstalleerd. Druk de startknop twee maal in en houdt deze vast totdat de motor start.
- Nadat de motor is gestart, zet u de gas-/chokehendel op halve snelheid. Zet de motor AAN voor ten minste 30 seconden. Op deze manier warmt de motor op.
- Zet de gas-/chokehendel in de stand SNEL (L).
Verwijder in geval van nood de contactsleutel om de tractor en de motor onmiddelijk te stoppen.
Opmerking: Neem contact op met een erkende servicedaler indien de motor ook na herhaalde pogingen nicht aanslaat.
De zitmaaier en motor stopzetten

WAARSCHUWING


Brandstof en brandstofdampen zijn uiterst ontvrambaar en explosief.
Brand of explosie kan ernstige brandwonden of dodelijk letselveroorzaken.
-
Choke de carburateur nicht om de motor te stoppen.
-
Laat de rijnsnelheidspedalen los om terug te keren\ aar de stand VRIJLOOP. Zie de rubriek Functies en\ bedieningselementen.
- Deactiveer de PTO. Wacht tot alle bewegende delen tot stilstand zich gekomen.
- Zet de gasklephendel traag in de stand TRAAG. Draai de contactsleutel in de stand UIT.
-
Haal de sleutel uit het contact.
-
Trek de handrem aan. Druk het rempdaal helemaal in, trek de parkeerremhendel OMHOOG en LAST het rempdaal los.
In een noodgeval draait u de contactsleutel in de stand STOP om de motor te stoppen.
Besturing van de zitmaaier
-
Ga op de bestuurdersstoel zitten en pas de positie van de stoel zo aan dat u gemakkelijk bij alle bedieningselementen kurz. Zie de rubrieb Functies en bedieningselementen.
-
Trek de handrem aan:
a. Druk het rempedaal volledig in.
b. Trek de handrem OMHOOG.
c. Laat de rem los.
- Zorg dat de PTO-schakelaaruitgeschakeld is.
- Start de motor. Zie de rubriek De motor starten.
- De handrem ontgrendelen:
a. Druh het rempedaal volledig NAAR BENEDEN.
b. Druk de parkeerrem NAAR BENEDEN.
c. Laat de rem los.
- Druk op het pedaal voor de voorwaartse snugheidsbediening om vooruit te rijden. Laat het pedaal los om te stoppen.
Opmerking: Merk op dat hoe meer het pedaal worden ingedrukt, hoe sneller de zitmaaier rijdt.
- Stop de zitmaaier door de rijnsnelheidspedalen los te soften, de parkeerrem te activeren en de motor stil te leggen. Zie de rubriek De trekker en motor stoppen.
Maaien

GEVAAR

Deze machine haeft snijbladen die handen en voeten af kuren hakken en voorwerpen in het rond kuren slingeren. Als u zich Niet aan de veiligheidsinstructies in deze handleiding houdt, kan dit leiden tot de dood of ernstig letsel.
- Gebruik de machine alleen bij daglicht of goede kunstmatige verlichting.
Vermijd kuilen, geulen, bulten, stenen of andere gesvaren. Ongelijk terrein kan de machine doen kantelen of zorgen dat de bestuurdcr zijn balans of steun verliest. - Richt het afgevoerde materiaal nooit op iemand. Voorkom dat het afgevoerde materiaal gegen een muur of iets dergelijks worden gericht, waar dat het materiaal terug maar de bestuurder kan kaatsen.
- Stop het blad/de bladen als u over grind rijdt.
-
Laat een draaiende machine nooit onbeheard après.
Parkeer algtd op vlak terrein, schakel de accessoireuit, schakel de parkeerrem in, stop de motor en verwijder de sleutel. -
Trek de handrem aan. Raadpleeg Functies en bedieningselementen.
- Zorg fat de PTO-schakelaar uitgeschakeld is.
- Start de motor. Zie de rubriek De motor starten.
- Zet de gashendel in de stand SNEL.
- Schakel de PTO in om de maaibladen te activeren.
- Stel de elektrische maaihoogte-schakelaar in om de maaihoogte in te stellen.
- Laat de parkeerrem los en begin met maaien.
- Deactiveer de PTO wonneer ukaar bent met maaien.
- STOP de motor. Zie de rubriek De zitmaaier en motor stopzetten.

WAARSCHUWING
De motor slaat af als het achteruitrijsnelheidspedaal worden ingedrukt terwijl de PTO is geactiveerd en de RMO nicht werk geactiveerd. De bestuurdor moet de PTO altijd uitschakelen voordat met de zitmaaier op of over wegen, paden of andereplaatsen worden gereden die door andere voertuigen+kennen werden gebruikt. Het plotselinge verlies van aandrijving zou een risico in+kennen honden.
De maaihoogte instellen
De hefboom van de maaier LAST het dek zakken aan dermaapositie of brengt het dek omhoog aan der transportstand. Raadpleeg Functies en bedieningselementen.
Om het maaidek lager te zetten:
-
Trek de hendel van het maaidekhefsystem zachtjes terug.
-
Duw dezeaar links.
-
Beweeg het omlaag.
Om het maaidek hoger te zetten:
-
Trek de hendel van het maaidekhefsystem omhoog.
-
Zet vast in de groef aan de rechterkant.
Opmerking: Niet maaien als de machine omhoog staat in de transportstand.
De elektrische maaihoogte-schakelaar regelt de maaihoogte van de maaier. Gebruik de maaihoogte-schakelaar om de maaihoogte aan te passen:tussen 1,5 inch -3,5 inch (2,5 cm -8,89 cm). Raadpleeg Specificaties voor de specificatie van de maaihoogte.
De grasopvangzak legend
- Trek de hendel van de grasopvangzakuit en draai deze waar voren tot de grasopvangzak aan de onderzijde geheel open is.Zie afbeelding 7.
- Verwijder het gras uit de grasopvangzak.
- Verplaats de maaier eenklein stukje vooruit.
- Draai de grasopvangzak terug in de gesloten positie.
Achteruitmaiaoptie (RMO)

GEVAAR

Achteruitmaaien kan gevaarlijk zijn voor omstanders. Er{kunnen zich tragische ongevalten voordoen als de gebruiker onvoldoende aandacht heeft voor de aanwezigheid van kinderen. Kinderen worden vaak aangetrokken door de machine en het maaien. Ga er nooit vanuit dat kinderen op de plaats zullen blijven staan waar u ze het LAST zag.
- Houd kinderen uit de buurt van waar u aan het maaien bent en LAST een andere verantwoordelijke volwassene goed op ze passen.
- Laat niemand meerijden (met name kinderen), zichs nicht als de maaibladen zijn uitgeschakeld. Zij zouden kennen vallen en ernstig gewond raken of de veilige bediening van de zitmaaier kennen hinderen. Kinderen die ooit al mee hebben mogen rijden, kennen plotseling in het maaigebied opduiken voor nog een ritje en waarbij vooruit ofchteruit omver worden gereden.
- Maai niedchteruit, tenzij absoluutoodzakelijk. Kijk omlaag enchter u, voordat en terwijl u achteruitrijdt.
- Als de machine weiteruit maait zonder dat de Reverse Mowing Option is ingeschakeld, neemt u direct contact op met een erkende servicedealer.

- Schakel de Power Take-Off (PTO) in. Zie der rubriek Functies en bedieningselementen.
- Draai de sleutel voor de omgekeerde maaioptie (RMO) in de stand ON (aan).
- Het ledlampje gaat aan.
- De bestuurdcr maait nu acheteruit.
Opmerking: De sleutel要去 worden verwijderd om de toegang tot de RMO-functie te beperken.
Onderhoud

WAARSCHUWING

Onbedoelde vonden konnen resulteren in brande een elektrische schok.
Ongewild opstarten kan leiden tot beknelling, traumatische amputatie of scheurwonden.
Vór het uitvoeren van instellingen of reparaties:
- Maak de bougiekabel los en houd de kabel op veilige afstand van de ontstekingsbougie.
- Maak de minkabel van de accu los (alleen bij maaiers met elektrisch starten).
- Gebruik alleen correct gereedschap.
- Verander niets aan de regulateur, koppelingen of andere onderdelen om het motortoerental te verhogen.
- Vervangende onderdelen要去en identiek zijn aan, en opdezelfde positie worden geinstalleerd als, de originele onderdelen. Andere onderdelen zullen minder goed werken, kunden de maaier beschadigen en kunden letsel veroorzaken.
- Sla Niet op het vliegwiel met een hamer of een ander hard voorwerp, want het vliegwiel kan door een dergelijk handleng in stukken uiteenvallen.
Onderhoudsschema
| ZITMAAIER EN MAAIDEK |
| Elke 8 eer of dagelijks |
| Controler het veiligheidsvergrendelingsystem |
| Verwijder ongewenst materiaal van de zitmaaier, het maaidek en de motorruimte |
| Iedere 25 eer of Jaarliks* |
| Controler de bandenspanning |
| Controler de stilstandtijd van de maaibladen |
| Controler de zitmaaier/het maaidek op loszittende onderdelen |
| Iedere 50 eer of Jaarliks* |
| De accu en accukabels reinigen |
| Controler de remmen van de zitmaaier |
| Raadpleeg een geauthoriserde servicedaler van Briggs & Stratton |
| Smeer de zitmaaier en het maaidek. |
| Controle van de maaibladen** |
Wat als eerste kommt.
*Controleer de bladen vaker op plaatsen met zandige bodems of in zeer stoffige omgevingen.
MOTOR
Eerste 5 uu
De motorolie verversen
Elke 8 uur of dagelijks
Controleer het oliepeil
ledere 25 uur of jaarlijks
Reinig het luchtfilter en het voorfilter**
ledere 50 ur of jaarlijks
De motorolie verversen
Vervang het oliefilter
| MOTOR |
| Jaarliks |
| Vervang het olieffilter |
| Vervang het voorfilter |
| Raadpleeg uw dealerJAarliks om |
| Inspecteer de geluidemper en de vonkenvanger |
| Vervang de bougies |
| Vervang het brandstofffilter |
| Reinig het luchtkoelingsystem |
*Wat als eerste kommt. **In stoffige omgevingen of als er vuil in de lucht aanwezig is, moet u vaker reinigen.
Bandenspanningscontrole
Zorg voor de Beste tractie en de Beste maai prestaties ervoor dat de bandenspanning:tussen de 12-14 psi (0,82 - 0,96 bar) is. Zie de rubriek "De bandenspanning controeren" in het Onderhoudschema. Zie ook de bandenspanning in de rubriek Specificaties.
Opmerking: De bandenspanning kan iets afwijken van de maximale spanning die op de zijkant van de banden staat vermeld.
Onderhoud van de accu

WAARSCHUWING

Als u de accukabelsplaatst of verwijdert, moet u de negatieve accukabel EERST loskoppelen en als LAATSTE terug aansluiten. Doet u dat Niet, dan bestaat de kans op kortsluiting:tussen de positieve pool en een stuk gereedschap.
De accu en accukabels schoonmaken
- Maak erst de MINPOOL (zwart) los.
- Maak de PLUSPOOL (rood) als staat los.
- Verwijlder de accu zoals weergegeven in de afbeelding 8.
- Maak het batterijoppervlak schoon met soda en water.
- Maak de polen van de batterij en de uiteinden van de kabels schoon met een staalborstel en schoonmaakmiddel voor batterijpolen tot deze glanzen.
- Smeer een laagje petrolatum of nicht-geleidend smeervet op de polen.
- Monteer de accu.
- Sluit de PLUSPOOL (rood) als eerste aan.
- Sluit de MINPOOL (zwart) als staat aan.
De accu opladen

WAARSCHUWING

Houd open vlammen en vonden uit de buurt van de accu. De uit de accu ontsnappende gassen zijn zeer explosief. Zorg voor een goede ventilatieijdens het laden van de accu.
Een lege accu of een accu die te zwak is om de motor te starten, kan het gevolg+zijn van een defect in het laadsysteme of in een ander elektrisch onderdeel. Als u twijfelt aan deoorzaak van het probleem, neemt u contact op met uw dealer. Als u de accu要去 verrangen, volgt u de stappen in het gedeelte De accu en accukabels reinigen.
Om de accu op te laden, volgt u de aanwijzingen van de fabrikant van de acculader en neemt u alle waarschuwingen in acht die u in de veiligheidsvoorschriften van deze handleiding vindt. Laad de accu tot deze volledig is opgeladen. Laad Niet op met een vermogen van meer dan 10 ampere.
Controleer de stoptijd van de maaibladen

WAARSCHUWING
Als hetmaalbad Niet binnen 5 seconden helemaal stopt, moet de koppeling worden afgesteld. Gebruik de machine Niet voordat de juiste afstelling is uitgevoerd door een door Briggs & Stratton erkende servicedaler.
De maaibladen en de aandrijfrem van het maaidek要去en binnen vrij seconden tot stilstand komen nadat de PTO-schakelaar op UIT is gezet. Als de aandrijfrem van de maaier Niet binnen vrij seconden tot stilstand komt, moet u contact opnemen met een erkende Briggs & Stratton servicedealer voor reparatie.
De motorolie verversen
- Plaats de zitmaaier op een vlakke ondergrond. Raadpleeg afbeelding 1.
- Stop de motor en verwijder de starter of sleutel.
- Reinig rond de olievulopening en het filter.
- Verwijder de peilstok (A, afbeelding 1) en leg het op een schone doeK.
- Maak de olieaftapslang los (A, afbeeling 9).
- Verwijder de dop (B, afbeelding 9) voorzichtig en LAST slang zakken in een geschikte opvangbak (C).
- Sluit de dop na het aftappen goed af en bevestig de slang aan de zijkant van de motor.
-
Verwijder het olieffilter (B, afbeelding 10) en gooij het weg.
-
Smeer de olieffilterpakking (A) Lichtjes in met{nieuwe olie.
-
Installer het olieffilter met de hand totdat de pakking contact maakt met de olieffilteradapter (C). En draai het olieffilter dan een 1/2 of 3/4 slag vast.
-
Olie toevoegen. Raadpleeg het gedeelte Motorolie controlleren en toevoegen.
Luchtfiltereenheid (cartridge met voorfilter)

WAARSCHUWING

Nooit de motor starten of lien draaien zonder de luchtfiltereenheid of het luchtfilter.
OPGEPAST
Reinig het filter Niet met perslucht of oplosmiddelen. Perslucht kan het filter beschadigen en oplosmiddelen konnen het filter oplossen.
- Maak de bevestigingen los (A, afbeelding 11) en verwijder de kap (B).
- Verwijder het luchtfilterelement (C) en demonteer het.
- Verwijder eventuele vuil dat in de carburatorterecht kan komen (D).
- Haal het voorfilter van het filter.
- Tik het luchtfilter voorzichtig op een hard oppervlak om het vuil los te makeen. Als het filter zeer vuil is, verrangt u het door een/New filter.
- Was het Voorfilter in water met een vloeijaar wasmiddel. Laat het dan goed aan de lucht drogen. Breng geen olie aan op het voorfilter.
- Monteer het droge voorfilter op de luchtfilter.
- Plaats het luchtfilter.
- Sluit de afdekking en maak deze vast met de bevestiging.
Controleer de bougies

WAARSCHUWING



Onbedoelde vonden kuren resulteren in brand of een elektrische schok.
Ongewild opstarten kan leiden tot beknelling, traumatische amputatie of scheurwonden.
Bij het testen op vonkvorming:
- Gebruik een goedgekeurde bougieter.
- Controller nieet op vonkvorming met de bougie verwijderd.
OPGEPAST
Bougies haben verschillende warmtewaarden. Het is belangrijk dat de juiste bougie worden gebruikt anders kan de motor beschadigd raken. Vervang de bougie door hetzelfde type bougie of een gelijkwaardig soort.
Bougie schoonmaken
Reinig de bougies met een staalborstel en een stevig mes. Gebruik GEEN schuirmiddelen.
Elektrodenafstand controlleren
Gebruik een bougiespanningsmeter (A, afbeelding 12) om de afstand tussen de twee elektroden te controeren. Als de afstand correct is, worden de voelermaatlicht tegengehouden als u deze door de opening haalt.
Gebruik een voelermaat en buig de gebogen elektrode voorzichtig om de bougie-opening aan te passen. Zorg ervoor dat u de middelste elektrode of het porselein Niet aanraakt.
Bougie plaatsen
Draai de bougie vast met uw vingers en draai verrolgens vast met een sleutel zoals op de afbeelding 13.
180 in-lbs (20 Nm), OF
- 1/2 slag bij hetplaatsen van de oorspronkelijkbe bougie.
1/4 slag bij hetplaatsen van een nieuw exemplaar.
De zitmaier met de hand voortduwen
- Schakel de Power-Take-Off (PTO)uit.Zie der rubriek Functies en bedieningselementen.
- STOP de motor.
- Trek aan de transmissievrijgavehendel om deze in de vrijgavestand te zetten. Voor tractoren met een veersystem (A), en tractoren met een vast frame (B). Raadpleeg afbeelding, 14. U kunt de maaier nu met de hand voortduwen.

WAARSCHUWING
Door de machine te trekken worden de transmissie beschadigd. Gebruik geen ander voertuig om deze machine voort te duwen of te trekken. Gebruik de transmissiehendel Niet terwijl de motor draait.
Aanhanguitrusting
- Voordat u het apparaat versleept, dient u zich ervan te vergewissen dat de trekhaak is ontworpen voor het slepen.
- Bevestig aanhanguitrusting ALLEEN aan het sleeppunt.
-
Houd u aan de onderstaande aanbevelingen inzake de gewichtslimieten voor aanhanguitrusting en het slepen op hellingen.
-
Brutogewicht (aanhanger en lading) 400 pond (181,4 kg).
Maximumgewicht van 20 ft-lb (9,1 kg) op of onder de klepel.
Ga op een helling van een grens van 10 graden aan 5 graden. -
Laat NOOIT kinderen of andere personen toe op de aanhangui Trusting.
-
Op hellingen kan het gewicht van de aanhangui Trusting verlies van grip en van controleveroorzaken.
-
Zet de maier NIET in de vrijstand om zo van een helling te rijden.
Het maiadek reinigen (indien hiermeeuitgerust)
Opmerking:
Gebruik de afspuitaansluiting (C, afbeeling 15) om de onderkant van het maidek te reinigen.
- Parkeer de zitmaaier op een vlakke ondergrond.
- Bevestig de snelaansluiting (A, afbeelding 15) op de tuinslang (B) en sluit deze aan op de afspuitaansluiting (C) op het maidek.
- Zet het water AAN.
- Start de motor.
- Zet de snijhoogte in de hoogste positie.
- Schakel de Power Take-Off (PTO) schakelaar in om de maaibladen te activeren. De rotatie van de bladen en het stromende water zullen de onderkant van het maaidek schoonmaken.
- Schakel de Power Take-Off (PTO)uit en stop de motor.
- Zet het water UIT.
- Verwijder de tuinslang en de snelaansluiting van de afspuitaansluiting (C).
Opslag

WAARSCHUWING


Nooit de machine (met brandstof) opbergen in een afgesloten, slecht geventileerde ruimte. Benzinedampen können in contact komen met een ontstekingsbron (zoals een geiser, boiler etc.) en een explosie veroorzaken.
- Opslaanuit de buurt van fornuizen, ovens, waterkokers of andere apparaten die een waakvlam bevatten of andere ontstekingsbronnen, odomat deze brandstoffdampen können doen ontbranden.
Apparatuur
Zet de aftakas (PTO) op UIT en trek de parkeerrem aan. Verwijder het startelement en LAST de machine afkoelen.
Als u de accu verwijdert, worden zich levensduur verlangd. Zorg ervoor dat de accu op een koele en droge plaats staat en houd deze volledig opgeladen. Als u de accu in de zitmaaier LASTZitten, moet u de minkabel loskoppelen.
Brandstofsystem
Brandstof kan verschalen wonneer deze langer dan 30 dagen in een jerrycan worden bewaard. Voeg telkens u de jerrycan vult met brandstof brandstof stabilisator toe aan de brandstof zoals omschreiben in de handleiding van de fabrikant. Zo blijft de brandstof vers en is er minder kans op brandstofgerelateerde problemen of verruiling in het brandstofsysteme.
Het is nicht nodig om de brandstofuit de motor af te tappen wanneer brandstofstabilisator volgens de instructies is toegevoegd. Zet de motor gedurende 2 minuten AAN voor de opslag om de brandstof en stabilisator door het brandstofsysteme te lately gaan.
Voor u het toestel start nadat het werk opgeborgen:
- Controller het peil van alle vloeistoffen. Controller alle onderhoudspunten.
- Voer alle aanbevolen controles en procedures in deze handledigui.
Zorg ervoor dat de motor warm is voordat u hem gebruikt.
Problemen op losses

WAARSCHUWING
Om ernstig letsel te voorkomen, mag u alleen onderhoudswerkzaamheden aan de zitmaaier uittvoeren als de motor stilgelegd en de parkeerrem geactiveerd is.
Om te voorkomen dat de motor per ongeluk worden gestart, moet voorafgaand aan onderhoud algtd de contactsleutel worden verwijderd, de bougiekabel worden losgekoppeld en van de stekker worden losgekoppeld.
Verhelpen van storingen van de zitmaaier
| PROBLEEM ZOEK NAAR | OPLOSSING | |
| De motor wil nicht aanslaan of starten. | Het rempedaal is nicht ingedrukt. Druk het rempedaal volledig in. | |
| Brandstoftank leeg. Als de motor warm is, maar u deleze afkoelen en vult u cervolgens brandstof bij. | ||
| De PTO-schakelaar staat op de stand AAN. Zet de PTO-schakelaar op de stand UIT. | ||
| De snelheidsregelaar is ingeschakeld. Zet de snelhieldsregelaarknop op de stand NEUTRAAL/UIT. | ||
| De motor is verzopen. Ontkoppel de choke. | ||
| De polen van de accu moeten worden schoongemaaKT. | Zie de rubriek De accu en accukabels reinigen. | |
| De accu is leeg of stuk. Laad de accu op of verrang deze. | ||
| Bedrading los of defect. Bekijk de bedrading. Raadpleeg een erkende servicedealer als de draden gerafeld of gebroken zichn. | ||
| Motor is moeilijk te starten of loopt Niet goed. Te rijk | brandstofmengsel. Maak het luchtfilter schoon. | |
| Laag olielseil. Controleer olielsein voeg olie toe indien nodig. Kloppende motor. | ||
| Incorrecte hoeveelheid olie. Zie de rubriek Motor starten en stoppen. | ||
| Overdreven olieverbruik. | Incorrecte hoeveelheid olie. | Zie de rubriek Motor starten en stoppen. |
| Er zit te veel olie in het carter. Voer de resterende olie af. | ||
| Motoruitlaat is zwart. | Het luchtfilter is vies. | Zie de rubriek Luchtfilter onderhouden. |
| De choke is gesloten. | Open de choke. | |
| De motor loopt, maar de maaier wil nicht rijden. | De gaspedalen+zijn nicht ingedrukt. | Druk de gaspedalen in. |
| Transmissiehendel staat in de stand DUWEN. | Zet de transmissiehendel in de stand RIJDEN. | |
| De parkeerrem is ingeschakeld. | Ontkoppel de parkeerrem. | |
| De zitmaaier stuart slecht. | Incorrecte bandenspanning. | Zie de rubriek Bandenspanning controlleden. |
Opmerking: Neem bij alle andere problemen contact op met een erkende dealer.
Problemen met het maaidek oplossen
| PROBLEEM ZOEK NAAR | OPLOSSING | |
| De maaier maait Niet geg. | De banden van de zitmaaier zijn nicht correct opgeprompt. | Zie de rubriek Bandenspanning controleren. |
| De maaier lijkt grof te maaien. | De motorsnelheid is op langzaam ingesteld. | Geef vol gas. |
| De grundsnelheid is op snel ingesteld. | Rij trager. | |
| De motor valt gemakkelijk stilijdens het maaien. | De motorsnelheid is op langzaam ingesteld. | Geef vol gas. |
| De grundsnelheid is op snel ingesteld. | Rij trager. | |
| De luchtreiniger is verstopt of vies. | Zie de rubriek Luchtfilter onderhonden. | |
| De maaihoogte is te laag ingesteld. | Stel de maaihoogte bij de eerste maiaeurt van lang gras in op de hoogste stand. | |
| De motor is Niet op bedrijfstemperatuur. | Laat de motor een aantal minuten warmdraaien. | |
| Het gras is te lang. | Start de motor op eenplaats zonder lang gras. | |
| De motor.gaat AAN, en de maaier rijdt, maar maaiit Niet. | De Power-Take-Off (PTO) is Niet ingeschakeld. | Schakel de PTO in. |
Opmerking: Neem bij alle andere problemen contact op met een erkende dealer.
Specifications Specificatietabel
Het ontstekingssysteme op deze zitmaaier voldoet aan de Canadese norm ICES-002.
| Model: 400000 - EXi SeriesTM | |
| Cilinderinhoud 40.03 ci (656 cc) | |
| Boring 2.970 in (75,43 mm) | |
| Slag 2.890 in (73,41 mm) | |
| Olecapaciteit 62 - 64 oz (1,8 - 1,9 L) | |
| Elektrodeafstand van bougie .030 in (.76 mm) | |
| Aanhaalkoppel bougie 180 lb-in (20 Nm) | |
| Luchtspleet van ontstekingsspoel .008 - .012 in (.20 - .30 mm) | |
| Inlaatklepseling .004 - .006 in (.10 - .15 mm) | |
| Uitlaatklepseling .004 - .006 in (.10 - .15 mm) | |
| Model: 440000 - PXi SeriesTM | |
| Cilinderinhoud 44.18 ci (724 cc) | |
| Boring 3.120 in (79,24 mm) | |
| Slag 2.890 in (73,41 mm) | |
| Olecapaciteit 62 - 64 oz (1,8 - 1,9 L) | |
| Elektrodeafstand van bougie .030 in (.76 mm) | |
| Aanhaalkoppel bougie 180 lb-in (20 Nm) |
Vermogensklasseringen: De bruto vermogensklassering voor individuèle benzinemotormodellen is ingedeeld conform SAE (Society of Automotive Engineers)-code J1940 Vermogens- en torsieklasseringsprocedure voorkleine motoren, en is geklasseerd conform SAE J1995. Koppelwaarden zijn afgeleid bij 2600 TPM voor de motoren met een "rpm" aangegeven op hetplaatje en 3060 TPM voor alle andere. Paardenkrachtwaarden
zijn afgeleid bij 3600 TPM. De brutovermogenscurves staan op www.BRIGGSandSTRATTON.COM. Nettovermögenswaarden worden bepaald met geinstalleerde uitlaat en luchtfilter, terwijl brutovermögenswaarden worden verzameld zonder deze hulpstukken. Het werkelijkte brutomotorvermögen za hoger�n dan het nettomotorvermögen en wordt beinvloed door, onder andere, omgevingsomstandigheden en varieties:tussen
motoren. Gezien de vele verschillende producten waarop once motoren worden aangebracht, za de benzinemotor möglichnestijnominalebruttovermogenontwikkelenals\ deze worden gebruikt in een door een motor aangedreten machine.Ditverschilwordtveroorzaaktdourdiversefactoren\ haaronder,maar Nietuitsluitend,deverscheidenen\ aan motoronderdelen(luchtfilter,uitlaat, turbo,koeling, carburateur,brandstofpomp enz.),toepassingsbeperkingen, omgevingsomstandigheden(temperatuur,vochtigheid, hoohte) enverschillenuiten motoren.Vanwege fabricageencapaciteitsbeperkingenkan Briggs& Strattoneen motor meteen Hoger nominaal vermogenervangendoordezemotor.