KS 1800/35 - Zaag ATIKA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KS 1800/35 ATIKA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over KS 1800/35 ATIKA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KS 1800/35 - ATIKA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KS 1800/35 van het merk ATIKA.
GEBRUIKSAANWIJZING KS 1800/35 ATIKA
Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing – Kettingzaag
NL U mag het apparaat niet in bedrijf nemen, voordat U deze bedieningsaanwijzing heeft gelezen, alle instructies hebt gevolgd en het apparaat volgens de beschrijving heeft gemonteerd. Bewaar deze bedieningsaanwijzing voor alle toekomstige toepassingen.
Lever hoeveelheid 160
EG-Verklaring van overeenstemming 160
Bedrijfstijden 160
Symbolen op de kettingzaag 161
Symbolen in de gebruiksaanwijzing 161
Reglementaire toepassing 161
Restrisico's 161
Veiligheidsinstructies 161
— Algemene veiligheidsvoorschriften 161
— Werkplaatsveiligheid 162
— Elektrische veiligheid 162
— Veiligheid van personen 162
- Gebruik en behandeling van het elektrisch 162 werktuig
- Service 163
- Veiligheidsinstructies voor kettingzagen 163
– Oorzaken en vermijding van een terugslag 163
Trillingen 165
Samenbouw 165
Vóór de eerste ingebruikname 165
— Smering van de ketting 165
– Olietank vullen 166
Ingebruikname 166
— Vóór het zagen 166
— Netaansluiting 166
— Aanbrengen van de verlengingskabel 166
— In-/uitschakelen 166
- Kettingrem 167
- Controleren van de kettingrem 167
- Zaagketting spannen 167
Werkinstructies - zaagtechnieken 167
— Bediening 167
- Aanvullende instructies voor het zagen van 167 stammen
- Aanvullende instructies voor het zagen van hout 168 onder spanning/ontlasten
- Aanvullende instructies voor het vellen van 168 bomen
Reiniging en onderhoud 169
— Onderhoud 169
— Scherpen van de zaagketting 169
— Zaagketting en geleidingsrail vervangen 169
- Kettingwiel 169
— Controleren van de olie-automatiek 169
— Reiniging 169
Transport 170
Opslag 170
Mogelijke storingen 170
Toestelbeschrijving / Reserveonderdelen 171
Garantie 171
Lever hoeveelheid
Controleer na het uitpakken de inhoud van de verpakking op
▶ aanwezigheid van alle onderdelen
▶ eventuele transportschade
Meld mogelijke klachten direct aan uw leverancier of fabrikant. Latere reclamaties worden niet in behandeling genomen.
• 1 Kettingzaag
• 1 Geleidingsrail
• 1 Zaagketting
• 1 Kettingbescherming
• 1 Gebruiksaanwijzing
• 1 Garantieverklaring
EG-Verklaring van overeenstemming
Nr. (S-No.): 14624
overeenkomstig de richtlijn van de raad 2006/42 EG
Hiermede verklaren wij
ATIKA GmbH
Josef-Drexler-Str. 8 – 89331 Burgau – Germany
in uitsluitende verantwoordelijkheid, dat het product
Kettensäge (Kettingzaag) type KS 1800/35
Serienummer: 000001 - 020000
aan de bepalingen van de boven vermelde EG-richtlijnen alsook aan de bepalingen van de volgende verdere richtlijnen beantwoordt:
2000/14/EG, 2004/108/EG en 2011/65/EU.
Conformiteitsbeoordelingsprocedure: 2000/14 EG - bijlage V Gemeten geluidsniveau LWA 104,72 dB (A).
Gegarandeerd geluidsniveau LWA 107 dB (A).
De volgende geharmoniseerde normen werden toegepast:
EN 60745-1:2009+A1, EN 60745-2-13:2009+A1, EN 55014-1:2006+A1+A2, EN 55014-2:1997+A1+A2, EN 61000-3-2:2006+A1+A2, EN 61000-3-11:2000
Gemachtigde voor het opmaken van technische documenten:
EG-modelkeuring uitgevoerd door:
TÜV Rheinland Product Safety GmbH
Certificaat nr.: BM 50296971
Burgau, 06.11.2014
i.A.
i.A. G. Koppenstein, Constructieleiding

Bedrijfstijden
Houdt u alstublieft ook rekening met de regionale voorschriften m.b.t. de bescherming tegen lawaai.
Symbolen op de kettingzaag

Vóór ingebruikname de gebruiksaanwijzing en veiligheidsinstructies lezen en opvolgen.

Schakel de motor uit voor reparatie-, onderhouds- en reinigingswerk-zaamheden en haal de netstekker uit hetcontactdoos.

Meteen netstekker uit het stopcontact nemen, wanneer de aansluitleiding werd beschadigd of doorgesneden.

Veiligheidshelm, oog- en geluidsbescherming dragen.

Draag veiligheidshandschoenen!

Niet aan regen blootzetten. Tegen vochtigheid beschermen.

Lengte van het geleidingsrail (snijlente) 356 mm

Machine veiligheidsklasse II (dubbelt geïsoleerd).

Het product stemt overeen met de productspecifiek geldige Europese richtlijnen.

Elektrische toestellen behoren niet in de huisafval. Toestellen, toebehoren en verpakking naar een milieuvriendelijk recycling brengen.
Europese Richtlijn 2012/19/EU over oude elektronische apparaten en electronica moeten niet meer bruikbare elektrische toestellen apart worden verzamend en een milieuvriendelijk recycling worden toegevoerd.
Symbolen in de gebruiksaanwijzing
![]() | Dreigend gevaar of gevaarlijke situatie. Het niet opvolgen van deze aanwijzingen kan schade of verwondingen tot gevolg hebben. |
![]() | Belangrijke aanwijzing voor het vakkundig gebruik. Het niet opvolgen van deze aanwijzingen kan tot leiden. |
![]() | Gebruikersaanwijzingen. Deze aanwijzingen helpen u de machine optimaal te benutten. |
![]() | Montage, gebruik en onderhoud. Hier wordt precies uitgelegd wat u moet doen. |
![]() | Belangrijke instructies voor milieuvriendelijk gedrag. Het veronachtzamen van deze instructies kan tot schade van het milieu leiden. |
![]() | De numeratie verwijst naar de afbeeldingen op de pagina's 3-6. |
Reglementaire toepassing
■ De kettingzaag is geschikt voor het
- zagen van stammen, takken, houten balken, planken enz. en kan voor dwars- en lengssneden worden toegepast.
- vellen van bomen.
■ De kettingzaag mag niet voor het zagen van bouw- en kunststoffen worden toegepast.
■ De kettingzaag is slechts voor privégebruik in de huis- of hobbytuin bestemd.
■ De kettingzaag is niet voor boswerkzaamheden (vellen en onttakken in het bos) geschikt. De vereiste veiligheid van de gebruiker is door de kabelverbinding niet gewaarborgd.
■ Tot de reglementaire toepassing behoort ook het opvolgen van de gebruiks-, onderhouds- en reparatievoorschriften en het opvolgen van de veiligheidsvoorschriften van de fabrikant.
Alle verdere toepassingen gelden als niet volgens de voorschriften. Voor de hieruit voortvloeiende schade is de fabrikant niet aansprakelijk – de aansprakelijkheid is alleen voor de gebruiker.
Restrisico's
Ook bij reglementair gebruik kunnen ondanks opvolging van alle gebruikelijke veiligheidsbepalingen zijn er op grond van de constructie voor de toepassing van deze machine nog een aantal restrisico's.
De restricties kunnen geminimaliseerd worden wanneer de veiligheids-, gebruiks-, gezondheid- en onderhoudsvoorschriften nauwkeurig in acht genomen worden.
Consideratie en voorzichtigheid verminderen het risico van personenletsels en beschadigingen.
■ Terugslaggevaar bij contact van het uiteinde van de geleidingsrails met een vast voorwerp.
■ Gevaar van verwondingen van vingers en handen door het werktuig (zaagketting).
■ Verwonding door weggeslingerde werkstukdelen.
■ Elektrische slag.
■ Gevaar door stroom door het niet juist aansluiten van de aansluitdraden.
■ Het aanraken van onder spanning staande delen bij geopende elektrische delen.
■ Vermindering van het gehoor bij langdurig werken zonder gehoorbescherming.
Brandgevaar
Verder kunnen er ondanks alle genomen maatregelen niet zichtbare restrisico's bestaan.
Veiligheidsinstructies
Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische werktuigen
! Waarschuwing!
Lees alle veiligheidsvoorschriften en instructies. Nalatigheid bij het opvolgen van de veiligheidsvoorschriften en instructies kan elektrische slag, vuur en/of zware verwondingen veroorzaken.
Bewaar alle veiligheidsinstructies en opmerkingen voor de toekomst op.
Het in de veiligheidsinstructies toegepast begrip "Elektrisch werktuig" relateert naar netbedreven elektrische werktuigen (met netkabel) en naar accubedreven elektrische werktuigen (zonder netdeel).
1) Werkplaatsveiligheid
a) Houdt uw werkbereik schoon en goed verlicht! Wanorde of onverlichte werkbereiken kunnen tot ongelukken leiden.
b) Werk met het elektrisch werktuig niet in een door explosie bedreigde omgeving, waarin zich brandbare vloeistoffen, gassen of stoffen bevinden. Elektrische werktuigen vervaardigen vonken die het stof of de dampen kunnen ontsteken.
c) Houdt kinderen en andere personen gedurende het gebruik van het elektrisch werktuig weg. Bij afleiding kunt u de controle over het toestel verliezen.
2) Elektrische veiligheid
a) De aansluitingssteker van het elektrisch werktuig moet in het stopcontact passen. De steker mag in generlei manier worden veranderd. Gebruik geen adaptersteker samen met veiligheidsgeaarde elektrische werktuigen. Ongewijzigde stekers en passende stopcontacten reduceren het risico van een elektrische slag.
b) Voorkom lichamelijk contact met geaarde oppervlakken zoals pijpen, verwarmingen, ovens en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico door elektrische slag, wanneer uw lichaam is geaard.
c) Houdt elektrische werktuigen van regen en vochtigheid vandaan. Het binnendringen van water in een elektrisch werktuig verhoogt het risico van een elektrische slag.
d) Ontrekt u de kabel niet aan zijn eigenlijke bestemming om het elektrisch werktuig te dragen, op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houdt de kabel weg van hitte, olie, scherpe kanten of zich bewegende toestelonderdelen. Beschadigde of verwikkelde kabels verhogen het risico van een elektrische slag.
e) Wanneer u buiten met elektrisch werktuig werkt, gebruik een verlengingskabel dat speciaal vor het buitenbereik is geschikt. Het gebruik van een voor het buitenbereik geschikt verleningskabel reduceert het risico van een elektrische slag.
f) Kan het bedrijf van het elektrisch werktuig in vochtige omgeving niet worden vermeden, maak gebruik van een storingstroomveiligheidsschakelaar. Het gebruik van een zulke schakelaar reduceert het risico van een elektrische slag.
3) Veiligheid van personen
a) Wees oplettend. Let op dat, wat u doet. Ga met vgerstand te werk. Gebruik het toestel niet, wanneer u moe bent of onder de invloed van drugs, alcohol of medicamenten staat. Een moment van onoplettendheid bij het gebruik van het toestel kann tot ernstige verwondingen leiden.
b) Draag persoonlijke veiligheidsuitrusting en een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke
beschermmiddelen zoals stofmasker, glijvaste veiligheidsschoenen, veiligheidshelm of gehoorbeveiliging, al naar soort en inzet van het toestel, voorkomt het risico van verwondingen.
c) Voorkom een onopzettelijke ingebruikname. Vergewist u zich dat het elektrisch werktuig uitgeschakeld is, alvorens u het aan de stroomvoeding en/of de accu aansluit, het opneemt of draagt. Wanneer u bij het dragen van elektrisch werktuig de vinger aan de schakelaar heeft of het toestel ingeschakeld aan de stroomvoeding aansluit, kan dit tot ongelukken leiden.
d) Verwijder instelwerktuigen of schroefsleutels, alvorens u het elektrisch werktuig inschakelt. Een werktuig of sleutel die zich in een draaiend toestelonderdeel bevindt, kan tot verwondingen leiden.
e) Vermijdt een abnormale lichaamshouding. Zorg voor een stabiele en uitgebalanceerde houding. Daardoor kunt u het elektrisch werktuig in onverwachte situaties beter controleren.
f) Draag de juiste werkkleding. Draag geen wijde kleding of sieraden. Houdt u haren, kleding en handschoenen weg van zich bewegende onderdelen. Losse kleding, sieraden of lange haren kunnen van zich bewegende onderdelen worden gegrepen.
g) Kunnen stofopvang- en afzuigvoorzieningen worden gemonteerd, vergewist u zich dat deze aangesloten zijn en correct kunnen worden toegepast. Gebruik van een stofafzuiging kan bedreigingen door stof reduceren.
4) Gebruik en behandeling van het elektrisch werktuig
a) Overbelast het toestel niet! Gebruik vor uw werk het hiervoor geschikte elektrische werktuig. Met het passend elektrisch werktuig werkt u beter en veiliger in het vermeld prestatiebereik.
b) Gebruik geen elektrisch werktuig, waarvan de schakelaar defect is. Een elektrisch werktuig dat zich niet meer in- of uitschakelen laat, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
c) Neem de stekker uit het stopcontact en/of verwijder de accu, alvorens u toestelinstellingen uitvoert, toebehoren vervangt of het toestel weglegt. Deze voorzichtigheidsmaatregel voorkomt het onopzettelijk starten van het elektrisch werktuig.
d) Bewaar ongebruikte elektrische werktuigen buiten de rijkwijdte van kinderen op. Laat personen het toestel niet benutten die met het toestel niet bekend zijn of deze instructies niet hebben gelezen. Elektrische werktuigen kunnen gevaarlijk zijn, wanneer ze door onervaren personen worden benut.
e) Onderhoudt elektrische werktuigen met zorgvuldigheid. Controleer of beweeglijke onderdelen foutvrij werken en niet klemmen, of onderdelen gebroken of zodanig beschadigd zijn, dat de werking van het elektrisch werktuig is belemmerd. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het toestel repareren. Vele ongelukken hebben hun oorzaak in slecht onderhouden elektrische werktuigen.
f) Houdt snijwerktuigen scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijwerktuigen met scherpe snijkanten verklemmen zich minder en kunnen gemakkelijker worden gevoerd.
g) Gebruik elektrische werktuigen, toebehoren, inzetwerktuigen enz. in overeenstemming met deze instructies. Houdt u hierbij steeds rekening met de werkcondities en de uit te voeren activiteiten. Het gebruik van elektrische werktuigen voor andere dan de reglementaire toepassingen kan tot gevaarlijke situtaties leiden.
5) Service
a) Laat uw elektrisch werktuig slechts door gekwalificeerd vakpersoneel en alleen met originele reservedelen repareren. Daarmee wordt gewaarborgd, dat de veiligheid van het elektrisch werktuig blijft bewaard.
Veiligheidsinstructies voor kettingzagen
- Houdt alle lichaamsdelen bij draaiende kettingzaag van de zaagketting vandaan. Vergewist u zich voor het starten van de zaag, dat de zaagketting niets raakt. Bij werkzaamheden met een kettingzaag kan een ogenblik van onoplettendheid ertoe leiden, dat kleding of lichaamsedelen door de zaagketting worden gegrepen.
- Houdt de kettingzaag steeds met uw rechter hand aan de achterste greep en uw linker hand aan de voorste greep. Het vasthouden van de kettingzaag in omgekeerde werkhouding verhoogt het risico van verwondingen en mag niet worden toegepast.
- Houdt het elektrisch werktuig aan de geïsoleerde grijpvlakken vast, omdat de zaagketting in contact met de eigen netsnoer kan komen. Het contact van de zaagketting met een spanningvoerende leiding kan metalen toestelonderdelen onder spanning zetten en tot een elektrische slag leiden.
- Draag veiligheidsbril en lawaaibescherming. Verdere beschermuitrusting voor hoofd, benen en voeten wordt geadviseerd. Passende veiligheidskleding reduceert het gevaar van verwondingen door rondvliegend spanmateriaal en toevallig aanraken van de zaagketting.
- Werk met de kettingzaag niet op een boom. Bij werking op een boom bestaat gevaar van verwondingen.
- Let steeds op een stabiele stand en gebruik de kettingzaag alleen, wanneer u op vaste, veilige en gladde grond staat. Glibberige ondergrond of instabiele standvlakken, zoals op een ladder, kunnen tot verlies van de balans of tot verlies van de controle over de kettingzaag leiden.
- Reken bij het snijden van een onder spanning staande tak ermee, dat deze terugveert. Komt de spanning in de houtvezels vrij, kan de gespannen tak de bedieningspersoon raken en/of de kettingzaag aan de controle ontrukken.
- Wees bijzonder voorzichtig bij het snijden van onderhoud en jonge bomen. Het dunne materiaal kan zich in de zaagketting vervangen en op u slaan of u uit uw balans brengen.
- Draag de kettingzaag aan de voorste greep in uitgeschakelde toestand, de zaagketting van uw lichaam afgekeerd. Bij transport of bewaring van de zaagketting steeds de veiligheidsafdekking omdoen. Een zorgvuldige omgang met de kettingzaag reduceert de waarschijnlijkheid van een abusievelijk contact met de draaiende zaagketting.
- Volg de instructies voor smering, kettingspanning en het vervangen van toebehoren op. Een ondeskundig
gespannen of gesmeerde ketting kan of scheuren of het terugslagrisico verhogen.
- Houdt de grepen droog, schoon en vrij van olie en vet. Vettige, oliehoudende grepen zijn glad en leiden tot verlies van de controle.
- Zaag slechts hout. De kettingzaag niet voor werkzaamheden toepassen, waarvoor ze niet is bestemd. Voorbeeld: Gebruik de kettingzaag niet voor het zagen van plastic, muurwerk of bouwmaterialen die niet uit hout zijn. Het gebruik van de kettingzaag voor onreglementaire werkzaamheden kan tot gevaarlijke situaties leiden.
Oorzaken en vermijding van een terugslag
Terugslag kan optreden, wanneer de punt van het geleidingsrail een voorwerp raakt of wanneer het hout zich buigt en de zaagketting gedurende het zagen vastklemt.
Een contact met de railpunt kan in sommige gevallen tot een onverwacht naar achteren gerichte reactie leiden, waarbij het geleidingsrail naar boven en in richting van de gebruiker wordt geslagen.
Het verklemmen van de zaagketting aan de bovenkant van het geleidingsrail kan het rail vlug in richting van de gebruiker terugstoten.
Eenieder van deze reacties kan ertoe leiden, dat u de controle over de zaag verliest en zich eventueel zwaar verwondt. Vertrouw niet uitsluitend op de in de kettingzaag ingebouwde veiligheidsvoorzieningen. Als gebruiker van de kettingzaag dient u verschillende maatregelen te nemen, om vrij van ongelukken en verwondingen te kunnen werken.
Een terugslag is het gevolg van een verkeerde of gebrekkige handhaving van het elektrisch werktuig. Dit kan door geschikte veiligheidsmaatregelen, zoals onderstaand beschreven, worden voorkomen:
- Houdt de zaag met beide handen vast, waarbij duim en vingers de grepen van de kettingzaag omsluiten. Breng uw lichaam en de armen in een positie, waarin u de terugslagkrachten kunt trotseren. Worden geschikte maatregelen genomen, kan de gebruiker de terugslagkrachten overheersen. Laat de kettingzaag nooit los.
- Voorkom een abnormale lichaamshouding en zaag niet boven schouderhoogte. Hierdoor wordt een abusievelijk contact met het railpunt voorkomen en een betere controle van de kettingzaag in onverwachte situaties mogelijk gemaakt.
- Maak steeds gebruik van de door de fabrikant beschreven reserverails en zaagkettingen. Verkeerde reserverails en zaagkettingen kunnen tot scheuren van de ketting en/of terugslag leiden.
- Volg de instructies van de fabrikant omtrent het scherpen en het onderhoud van de zaagketting op. Te lage dieptebeperkers verhogen de neiging tot terugslag.
verdere veiligheidsinstructies "Elektrische veiligheid"
■ De aansluitkabel moet volgens IEC 60245 (H 07 RN-F) zijn, met een draad doorsnede van minstens:
- 1,5 mm² bij een lengte tot 25 m
- 2,5 mm² bij een lengte vanaf 25 m.
■ Lange en dunne aansluitkabels zorgen voor een spanningsverlies. De motor bereikt zijn maximale vermogen niet meer, de werking van het toestel wordt minder.
■ Stekker en aansluitdozen aan aansluitleidingen moeten uit rubber, zacht PVC of een ander thermoplastisch materiaal van dezelfde mechanische vastheid zijn of met dit materiaal zijn gecoat.
■ De steekvoorziening van de aansluitleiding moet tegen spatwater beveiligd zijn.
- Bij het verleggen van de aansluitleiding erop letten, dat deze niet gekneust, geknikt, gedurende het zagen niet door takken of dergelijke wordt gegrepen en de steekverbinding niet nat wordt.
■ Gebruik de kabel niet voor doeleinden, waarvoor hij niet bestemd is. Bescherm de kabel tegen hitte, olie of scherpe randen.
■ Wikkel bij gebruik van een kabeltrommel de kabel geheel af.
■ Controleer de verlengkabel regelmatig op beschadigingen en vervang hem als hij beschadigd is.
■ Gebruik geen defecte aansluitkabels.
■ Maak geen gebruik van provisorische elektrische aansluitingen.
■ Het toestel niet met water afspatten. (Gevarenbron elektrische stroom).
■ Veiligheidsvoorzieningen nooit overbruggen of buiten werking stellen.
■ Het toestel via een veiligheidsschakelaar (30 mA) aansluiten.
■ Elektrische aansluitingen of reparaties aan elektrische onderdelen van de machine mogen alleen door een erkend bedrijf of een van onze reparatiewerkplaatsen worden uitgevoerd. De plaatselijke voorschriften moeten opgevolgd worden.
verdere veiligheidsinstructies "Veiligheid van personen"
■ De kettingzaag mag slechts door personen met voldoende ervaring worden bediend.
■ Geef of leen de kettingzaag slechts aan personen die met de kettingzaag en zijn handhaving bekend zijn. Geef steeds de gebruiksaanwijzing mee.
■ De gebruiker is verantwoordelijk voor ongelukken of gevaren die tegenover andere personen of hun eigendom optreden.
■ Draag bij het werken geschikte beschermuitrusting:
— een haarnetje bij lang haar
- gezichtsbescherming
- broeken en handschoenen met snijbescherming
verdere veiligheidsinstructies "Gebruik en behandeling van het elektrisch werktuig"
■ Machine uitschakelen en netstekker uit het stopcontact nemen bij:
- contact van de ketting met aardrijk, stenen, nagels of andere vreemde voorwerpen
⇒ controleer ketting en geleiderail onmiddellijk
- reparatiewerkzaamheden
- onderhouds- en reinigingswerkzaamheden
- bij storingen
- transport
— naspannen van de ketting
- kettingwissel
- verlaten van de machine (ook bij korte onderbrekingen)
■ Onderzoek de machine op eventuele beschadigingen.
- Voordat de machine verder wordt gebruikt, moet zorgvuldig worden onderzocht of de beschermingsvoorzieningen en licht beschadigde onderdelen foutloos en volgens de voorschriften functioneren. Werk alleen met alle en op de juiste wijze aangebrachte veiligheidsvoorzieningen en verander aan het toestel niets, dat de veiligheid zou kunnen belemmeren.
- Controleer of alle bewegende delen van de machine goed functioneren en niet klemmen of beschadigd zijn. Alle delen moeten juist gemonteerd zijn en goed functioneren om de machine correct te laten werken.
- Beschadigde bescherminrichtingen en -delen moeten, indien noodzakelijk, door een erkende reparatiewerkplaats gerepareerd of verwisseld worden.
- Beschadigde of onleesbare veiligheidsstickers dienen te worden vervangen.
■ Bewaar onbenutte toestellen aan een droge, afgesloten plaats op.
verdere veiligheidsinstructies „Service“
■ Voer geen andere reparaties dan de in het hoofdstuk „Onderhoud“ beschreven reparaties aan de machine uit, maar neem direct contact op met de fabrikant of klantenservice.
■ Alleen de originele toebehoren en onderdelen gebruiken. Bij het gebruik van niet originele onderdelen kunnen risico's voor de gebruiker ontstaan. Voor de hieruit voortvloeiende schade is de fabrikant niet aansprakelijk.
verdere veiligheidsinstructies "Veiligheidsinstructies kettingzaag"
- Eerste gebruiker
Wie voor de eerste keer met de kettingzaag werkt, moet een praktische scholing in het gebruik van de kettingzaag en de persoonlijke veiligheidsuitrusting van een ervaren gebruiker krijgen. Gebruikers die de kettingzaag voor de eerste keer gebruiken, dienen eerst het snijden van rond hout op een zaagbok of frame te oefenen. -
Minderjarige kinderen mogen niet met de kettingzaag werken.
-
Dit apparaat ist niet ervoor bestemd, door personen (inclusieve kinderen) met beperkt lichamelijk, sensorisch of geestelijk vermogen of met beperkte ervaring en/of met beperkte kennis te worden bediend, tenzij ze worden door een voor hun veiligheid bevoegde persoon gesurveilleerd of verkregen door deze instructies hoe het toestel moet worden benut.
- Kinderen moeten in de gaten worden gehouden, om te waarborgen dat ze niet met het apparaat spelen.
verdere veiligheidsinstructies "Oorzaken en vermijding van een terugslag"
→ 1Kickback (terugslag)
⚠️ Wees bij zijdelingse sneden, schuin- en langssneden bijzonder voorzichtig, omdat hier de klauwenaanslag niet wordt aangezet.
Hoe kan ik zaagterugslag vermijden?
■ 14 De kettingzaag altijd vast met beide handen houden.
- 13 Zaag voor een betere controle met de onderhkant van het geleidingsrail. Zet de kettingzaag altijd zo vlak als mogelijk aan.
■ 11 Nooit met de punt van het geleidingsrail zagen.
- 12 Zagen met de bovenkant kan een terugslag van de zaag verwekken, wanneer de zaagketting klemt of op een vast voorwerp in het hout stoot.
■ Slecht met draaiende zaagketting de snede beginnen.
■ Werk alleen met correct gescherpte en gespannen zaagketting.
■ 15 De klauwenaanslag (16) als hendel gebruiken.
■ Nooit over schouderhoogte werken.
- Nooit meerdere takken in één keer doorzagen. Bij het ontlasten erop letten dat geen andere tak wordt geraakt.
- Bij het inkorten naar mogelijkheid gebruik maken van een zaagblok.
■ Steeksneden mogen slechts door geschoold personeel worden uitgevoerd.
Trillingen
Hand-arm-trilling a_h = 4,824 ~m / s^2
Meet-onveiligheid Khd = 1,5 m/s²
De vermelde trillings-emissiewaarde werd volgens een genormeerde testmethode gemeten en kan ter vergelijking van een elektrisch werktuig met een ander worden toegepast.
De vermelde trillings-emissiewaarde kan ook voor een ingaande inschatting van de uitzetting worden toegepast.
De feitelijk voorhanden trillings-emissiewaarde gedurende het gebruik van de machines kan van die in de gebruiksaanwijzing resp. van de door de fabrikant vermelde waarden afwijken.
Dit kan door volgende factoren worden veroorzaakt die vóór resp. gedurende het gebruik opgevolgd dienen te worden..
- wordt de machine correct toegepast
- is de manier van snijden van het materiaal resp. hoe het wordt verwerkt, correct
- is de gebruikstoestand van de machine in orde
- scherptetoestand van het snijwerktuig resp. correct snijwerktuig - Zijn de houdergrepen evt. optionale trillingsgrepen gemonteerd en zijn deze vast aan het machinelichaam.
Indien u een onaangenaam gevoel of een huidverkleuring gedurende het gebruik van de machine aan uw handen constateert, onderbreek meteen het werk. Maak voldoende rustpauzes. Bij veronachtzaming van voldoende werkpauzes kan het tot een hand-arm-trillingssyndroom komen.
Afhankelijk van het werk resp. het gebruik van de machine dient een inschatting van het graad aan belasting te geschieden en dienen dienovereenkomstige werkpauzes te worden ingelegd. Op deze manier kan het graad van belasting gedurende de gehele werktijd aanzienlijk worden gereduceerd. Reduceer uw risico, waaraan u bij trillingen bent blootgesteld. Verzorg deze machine in overeenstemming met de instructies in de gebruiksaanwijzing. Indien de machine vaker wordt ingezet resp. toegepast, dient u zich met uw specialist in verbinding te zetten en evt. antivibratie-toebehoren (grepen) te bezorgen. Voorkom de inzet van de machine bij temperaturen van t=10°C of minder. Maak een werkplan, waardoor de trillingsbelasting kan worden beperkt.

Samenbouw
⚠ Sluit de kettingzaag pas na complete samenbouw aan het stroomnet aan.
Gevaar voor letsel! Draag bij het samenbouwen veiligheidshandschoenen.
1Zet de kettingzaag op een rechte vlakte en maak de kettingrem los. Druk de voorste handbescherming (3) tegen de voorste handgreep (4).
Verwijder de afdekking (10) door de bevestigingsmoere (11) los te maken.
2 Draai de kettingspanschroef (12) naar links tot de kettingspantap (21) in eindpositie staat.
3 Leg het geleidingsrail op. De kettingspanschroef (21) moet in de desbetreffende boring van het geleidingsrail grijpen.
Leg de zaagketting over de kettingwiel (13) en voer de zaagketting in de omlopende geleidingssleuf van het geleidingsrail in.
⚠️ Let op de correcte looprichting van de schakels.
⚠ Let bij de inbouw erop dat de schakels correct in de geleidingsgleuf en aan het kettingwiel (13) liggen.
1 Breng de afdekking (10) weer aan en draai de bevestigingsmoere (11) handvast aan.
→ Span de zaagketting zoals is beschreven in de paragraaf „Zaagketting spannen.
Vóór de eerste ingebruikname
Smering van de ketting
⚠️ De kettingzaag wordt niet met zaagkettinghechtolie gevuld geleverd.
Exploiteer de kettingzaag nooit zonder
① kettingsmering. Het gebruik zonder zaagkettingolie leidt tot beschadiging van de kettingzaag en het geleidingsrail.
De levensduur en het snijvermogen van de ketting is afhankelijk van de optimale smering. Gedurende het bedrijf wordt de zaagketting automatisch met olie bevocht.
Olietank vullen:
→ Stel de kettingzaag op een geschikte ondergrond.
→ 4 Schroef de olietanksluiting (9) open.
⇒ ✉ Vul de olietank met biologisch afvoerbare hechtolie voor kettingzagen (ca. 90 ml). Het vulpeil kunt u aan het kijkvenster (17) ontlenen. Gebruik voor het eenvoudiger vullen een trechter.
⚠️ Let bij het vullen erop dat geen vuil in de olietank geraakt.
→ Schroef de olietanksluiting (9) weer dicht.
4 Druk bij de eerste bevulling of na het vullen van een geheel geledigde olietank de "primer" (9) ca. 10x, om de olie in de kringloop te pompen.
Gebruik nooit gerecyclede olie of oude olie. Bij gebruik van olie die niet voor kettingzagen is geschikt, vervalt de garantie.
Ingebruikname
Vóór het zagen
Voer vóór de ingebruikname en regelmatig gedurende het zagen de volgende controles uit. Houdt alstublieft in ieder geval rekening met de overeenkomstige paragraven in de gebruiksaanwijzing:
■ Werd de kettingzaag geheel en volgens de voorschriften gemonteerd?
■ Is de kettingzaag in goede en veilige toestand?
- Gebruik uitsluitend een geschikte combinatie van geleiderail en zaagketting, zoals bij „Technische gegevens“ is beschreven. Verkeerde combinaties verhogen het terugslaggevaar (kickback)!
■ Is de olietank (kettingsmering) gevuld?
Controleer het oliepeil regelmatig. Vul onmiddellijk zaagkettingolie bij, zodat de zaagketting niet droog loopt.
■ Is de zaagketting correct gespannen?
Let op de punten in het gedeelte „Zaagketting spannen“.
■ Is de zaagketting correct geslepen?
Gebruik slechts goed geslepen zaagkettingen, omdat stompe zaagkettingen niet alleen het terugslaggevaar verhogen, maar ook de motor belasten.
■ Is de kettingrem losgezet en werkt ze foutvrij?
Let op de punten in het gedeelte „Controleren van de kettingrem”.
■ Zijn de handgrepen schoon en droog – vrij van olie en hars?
■ Ga voor aanvang van de werkzaamheden na of:
- zich in het werkbereik geen andere personen, kinderen of dieren bevinden
- u zonder hinder van obstakels kunt terugwijken
- de grond vrij van alle vreemde voorwerpen, struikgewas en takken is.
- een veilige houding is aangenomen.
■ Houdt rekening met de omgevingsinvloeden:
- Werk niet op sneeuw, ijs of vers geschilt hout - slipgevaar.
- Werk nooit bij ontoereikende lichtverhoudingen (bv bij mist, regen, sneeuwjacht of schemering). U kunt details in het valbereik niet meer herkennen – gevaar voor ongelukken.
- Gebruik de kettingzaag niet in de nabijheid van brandbare vloeistoffen of gassen - brandgevaar!
i Netaansluiting
■ Vergelijk de op het typeplaatje van de machine vermelde spanning met de netspanning en sluit de machine aan het desbetreffend en reglementair stopcontact aan. i geaarde stopcontact, netvoeding 230 V met lekstroomveiligheidsschakelaar (FI-schakelaar 30 mA).
■ Gebruik een verlengkabel met voldoende diameter.
- Bij ongunstige netcondities kan het gedurende het inschakelproces van het toestel tot korte spanningsdaling komen die andere toestellen kunnen belemmeren (bv knipperen van een lamp). Er zijn geen storingen te verwachten, wanneer de huisaansluiting een continu stroombelastbaarheid van het net > 100 A per fase heeft.
i Beveiliging 16 A

Aanbrengen van de verlengingskabel
- Om een onopzettelijk losmaken van de stekerverbinding te voorkomen, steek de verlengingskabel als lus door de opening in de achterste handgreep (17) en leg ze over de kabelophanging (22).
In-/uitschakelen
Gebruik geen toestel, waarbij
- zicht de schakelaar nie laat t in- en uitschakelen.
- de ketting- en motorrem niet reglementair werken
Beschadigde schakelaars en remmen moeten onmiddellijk door de klantenservice worden gerepareerd of vervangen.
Bij het inschakelen moet de kettingzaag goed ondersteund en vastgehouden worden. Ketting en geleiderail moeten vrij staan.
⇒ 5 Los de kettingrem. Druk de voorste handbeschermer (3) in de richting van de voorste handgreep (4) (pos. 1). De kettingzaag klaar voor gebruik.
Inschakelen:
→ I ^A schakelblokkering (5) drukken en vasthouden. Dan de in-/uitschakelaar (6) bedienen. De inschakelblokkering weer loslaten.

Bij geblokkeerde zaagketting resp. overbelasting reduceer het vermogen of schakel de kettingzaag meteen uit.
- Verwijder het geleidingsrail uit de snede.
- Voor het hernieuwd starten controleer kettingzaak en zaagkettingspanning.
Uitschakelen:
⇒ In-/uitschakelaar (6) loslaten.
Kettingrem
De kettingrem is een veiligheidsmechanisme dat bij terugslagende kettingzaag via de voorste handbescherming of na loslaten van de in-/uitschakelaar wordt geactiveerd. De zaagketting stopt onmiddellijk (< 0,1 sec.).
Controleren van de kettingrem
Test de werking van de kettingrem voor aanvang van alle werkzaamheden.
- Kettingzaag inschakelen.
- Houd de kettingzaag met twee handen vast.
6 Druk met de handrug tegen de voorste handbeschermer (3). (pos. 2)
⚠ De zaagketting moet onmiddellijk stil blijven staan!

Een kettingzaag mag niet gebruikt worden als de kettingrem niet goed functioneert. Neem contact op met de fabrikant of klantenservice!
Zaagketting spannen
- Vóór het instellen of controleren van de zaagkettingspanning de netstekker uit het stopcontact nemen.
- Draag veiligheidshandschoenen om verwondingen te voorkomen.
Controleer de zaagkettingspanning vóór
→ werkbegin
→ na de eerste sneden
→ gedurende het zagen regelmatig alle 10 minuten
Slechts met een correct gespannen zaagketting en een toereikende smering heeft u invloed op de levensduur.
i Houdt alstublieft rekening met het volgende:
⇒ een nieuwe zaagketting moet vaker worden nagespannen tot ze zich heeft uitgerekt.
bij verwarming van de ketting op bedrijfstemperatuur rekt ze zich uit en moet worden nagespannen.
⚠️ Na beeindiging van de zaagwerkzaamheden de zaagketting weer ontspannen, omdat bij afkoeling anders te hoge spanningen in de zaagketting zouden ontstaan.
⇒ klappert de ketting of komt ze uit de geleiding, meteen naspannen.
Spannen van de zaagketting:
9Maak de bevestigingsmoere (11) om max. 1 omdraaiing los.
Breng het uiteinde van het geleidingsrail iets omhoog en draai de kettingspanschroef (12) naar rechts tot de juiste kettingspanning is bereikt.
10 De zaagketting is correct gespannen, als ze in het midden van de geleiderail ca. 3 – 4 mm omhoog kan worden gebracht.
9 Draai de kettingspanschroef naar links, als de zaagketting te strak is gespannen.
Controleer of de schakels correct in de geleidingsgleuf van de geleiderail liggen.
⇒ Trek de bevestigingsmoere (11) weer vast.
Werkinstructies - zaagtechnieken
Bediening
■ 14 Zaag nooit met één hand. Houdt de kettingzaag steeds met beide handen vast, linker hand aan de voorste handgreep (4) en rechter hand aan de achterste handgreep (17).

■ Houdt de kettingzaag licht rechts van uw eigen lichaam.
■ Vermijdt een abnormale lichaamshouding. Zorg voor een stabiele en uitgebalanceerde houding.
- Bij het inschakelen moet de kettingzaag goed ondersteund en vastgehouden worden. Ketting en geleiderail moeten vrij staan.
■ Begin met het snijden pas, wanneer de zaagketting het vol toerental heeft bereikt.
■ Werk nooit
- met gestrekte armen
- aan moeilijk te bereiken plekken
- boven schouderhoogte
- op een ladder, een steiger of een boom staande.
■ Bedien de kettingrem bij het opzoeken van een boom.
- Bij werkpauzes dient de kettingzaag zodanig te worden beveiligd (afdekking van de geleiderail, kettingrem activeren) en neergelegd dat niemand in gevaar wordt gebracht. Kettingzaag beveiligen tegen onbevoegd gebruik.
Aanvullende instructies voor het zagen van stammen
■ Werk nooit alleen. Houd voortdurend mondeling en visueel contact met andere personen, zodat in geval van nood onmiddellijk hulp kan worden geboden
■ Stop meteen de motor bij dreigend gevaar of in geval van nood.
■ Laat de machine nooit zonder toezicht draaien.
- Beëindig de werkzaamheden direct, wanneer lichamelijk ongemak optreedt (bv hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid, enz.) – er staat een verhoogd gevaar voor ongelukken!
■ Las tijdens het zagen pauzes in, zodat de motor kan afkoelen.
■ Zet de heet geworden kettingzaag niet in het droge gras of op brandbare voorwerpen.
■ Raak nooit met draaiende zaag draadafrasteringen of de vloer.
■ Let erop dat het hout vrij van vreemde voorwerpen (stenen, nagels enz.) is.
■ Zorg ervoor dat zich het hout gedurende het zagen niet verdraaid.
■ Zaag gespinterd hout met voorzichtigheid. Er bestaat gevaar van verwondingen door meegescheurde houten stukken.
■ Voorkom terugslag van de zaag door correcte geleiding van de kettingzaag.
Houdt rekening met: "Oorzaken en vermijding van een terugslag"
■ 15 Gebruik de klauwenaanslag (16) voor het fixeren van de kettingzaag op het hout. Gebruik de klauwenaanslag gedurende het zagen als hendel.
■ Gebruik de kettingzaag niet voor het optillen of bewegen van hout.
■ Laat de kettingzaag werken, doordat u via de klauwenaanslag een lichte druk veroorzaakt. Druk bij het zagen niet met geweld.
■ Zet bij het zagen van sterkere takken of stammen de klauwenaanslag aan een dieper punt na. Voor het nazetten maak de klauwenaanslag uit het hout los en zet hem opnieuw dieper aan. Verwijder hierbij de zaag niet uit de snede.
■ Wees op het einde van een zaagsnede voorzichtig. Zodra de zaag uit het hout komt, verandert zich de gewichtskracht. Er bestaat gevaar voor ongelukken voor benen en voeten.
■ Verwijder de kettingzaag slechts met draaiende zaagketting uit de snede.
■ Wanneer de zaagketting klem komt te zitten in het hout, moet het toestel direct uitgeschakeld worden. Gebruik een wig om de geleiderail weer vrij te krijgen.
■ Leg de stam voor het zagen nooit op de aardbodem. De stam zo steunen dat zich de snede niet sluit en de zaagketting klemt. Gebruik een veilige steun (bv zaagbok). Voorkom dat de zaagketting of het uiteinde van de geleiderail de grond raakt.
■ Richt kortere stammen vóór het zagen in en klem deze vast.
■ Vermijdt het snijden van dun struikgewas of snijhout. De kettingzaag is voor deze werkzaamheden niet geschikt.
■ Voer langssneden met bijzondere zorgvuldigheid uit, omdat de klauwenaanslag niet wordt toegepast. U voorkomt zaagterugslag, door de zaag in een vlakke hoek te voeren.
■ Staat u bij werkzaamheden op een helling steeds boven of zijdelings van de stam resp. het liggend zaaggoed. Let op wegrollende stammen.
Aanvullende instructies voor het zagen van hout onder spanning/ontlasten
Worden onder spanning staande takken, bomen of hout door zagen van de spanning bevrijdt, moet men bijzonder voorzichtig zijn. Het zaaggoed kan absoluut ongecontroleerd reageren en tot zware verwondingen of dood leiden.
⚠ Zulke werkzaamheden dienen slechts door geschoolde vakmensen te worden uitgevoerd.
$$ \Rightarrow \sqrt {1 7} / \Rightarrow \sqrt {1 8} / \Rightarrow \sqrt {1 9} / \Rightarrow \sqrt {2 0} $$
⚠ Zet bij alle werkzaamheden eerst aan de drukzijde ① de ontlastingssnede en de scheidingssnede ② - de kettingzaag kan anders klemmen of terugslaan.
17 Hout op de bovenkant in trekspanning
① Zet van beneden een snede (een derde van de stamdoorsnede) naar boven.
② Zet dan op identieke plaats van boven een tweede snede die de stam doorsnijdt.
→ 18 Hout op de onderkant in trekspanning
① Zet van boven een snede (een derde van de stamdoorsnede) naar beneden.
② Zet dan op identieke plaats van beneden een tweede snede die de stam doorsnijdt.
→19 Sterke stammen en sterke spanning
① Zet van beneden een snede (een derde van de stamdoorsnede) naar boven.
② Zet dan met afstand tot de eerste snede van boven een tweede snede die de stam doorsnijdt.
→ 2Trapsgewijs snoeien
voor horizontale, niet koplastige takken Het takstuk valt gecontroleerd zonder te omkantelen naar beneden.
① Zet de eerste snede van beneden, ca. een derde van de asdoorsnede.
② De tweede snede vindt op dezelfde hoogte plaats dan de eerste snede, of verder naar binnen verzet (negatief breukniveau).
③ Verwijder het resterend takstuk.
Instructies voor het vellen van bomen
⚠ Zulke werkzaamheden dienen slechts door geschoolde vakmensen te worden uitgevoerd.
■ Houd rekening met de lengte van de geleiderail. Er mogen alleen bomen worden geveld, waarvan de stamdiameter kleiner dan de lengte van de geleiderail is.
■ ⇒ 21 Zeker voor het vellen de gevarenzone (D). Let erop dat zich geen personen of dieren in het valbereik ophouden. Er bestaat levensgevaar!
■ → 21 Waarborg dat het werkbereik rond om de stam vrij is van struikelgevaren en dat u een veilige vluchtweg (F) heeft.
■ → 21 Leg voor het vellen van de boom de velrichting (C) vast. Houdt hierbij rekening met het zwaartepunt van de boomkruin, met bomen in de nabijheid, hangrichting, gezondheidstoestand van de boom en windrichting. Op deze kant wordt de velkerf ingesneden.
■ Bevrijdt het werkbereik aan de stam van storende takken, struikgewas en obstakels en zorg zo voor een stabiele stand.
■ Maak de stamvoet grondig schoon – zand, stenen en andere vreemde voorwerpen maken de zaagketting stomp of kunnen deze beschadigen.
■ Houdt u rekening met de gezondheidstoestand van de boom – wees voorzichtig bij stammen met beschadigingen of dood hout (uitgedroogd, vermolmd of afgestorven hout).
■ Boomveltechniek:
Zaag een ca. 1/3 van de boomdoorsnede diepe velkerf in de stam. Zet eerst de horizontale snede en dan als tweede een snede van boven in de hoek van 45°.
Schreeuw de waarschuwing "Attentie" of "de boom is falling" alvorens viel te beginnen velsnede.
Zaag nu op de tegenover liggende kant van de stam een horizontale velsnede. Deze snede dient iets hoger (ca. 4 cm) te worden aangezet dan de horizontalge snede van de velkerf.
In geen geval de stam doorzagen. Er moeten ca. 1/10 van de stamdoorsnede blijven staan. Indien de boom voortijdig begint te vallen, meteen de kettingzaag uit de snede trekken en terug of naar opzij stappen.
Drijf de spie in de horizontale velsnede om de boom tot val te brengen.
Let op vallende takken of twijgen, wanneer de boom begint te vallen.
Onderhoud en reiniging

Voor aanvang van iedere onderhouds- en reinigingsbeurt
- Toestel uitschakelen
- Wachten tot de kettingzaag stilstaat
- Stroomtoevoer onderbreken
Onderhouds- en reinigingswerkzaamheden die niet in dit hoofdstuk worden genoemd, mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant of door hem aangewezen bedrijven.
De in het kader van onderhoud of reiniging verwijderde veiligheidsvoorzieningen moeten absoluut weer correct aangebracht en gecontroleerd worden.
Gebruik alleen originele onderdelen. Andere onderdelen kunnen onverwachte schade en verwondingen tot gevolg hebben.
Onderhoud
⚠ Draag handschoenen om verwondingen te voorkomen.
Opdat een lang en betrouwbaar gebruik van de kettingzagen is gewaarborgd, voer de volgende onderhoudswerkzaamheden regelmatig uit.
Controleer de kettingzaag op blijkbare gebrekken zoals
— losse, losgehakte of beschadigde zaagketting
- losse bevestiging
— versleten of beschadigde onderdelen
Controleer de kettingzaag na ieder gebruik op
- slijtage, vooral ketting, geleiderail en kettingwiel.
- correct gemonteerde en onbeschadigde afdekkingen of veiligheidsvoorzieningen.
Noodzakelijke reparaties of onderhoudswerkzaamheden dienen vóór gebruik van de kettingzaag te worden uitgevoerd.
Scherpen van de zaagketting

U kunt alleen veilig en goed werken met een scherpe en schone zaagketting. Beschadigde of onjuist geslepen zaagkettingen verhogen het terugslaggevaar!
Een zaagketting moet geslepen worden, wanneer
in plaats van zaagspaanders alleen nog houtstof wordt uitgeworpen
→ de kettingzaag gedurende het snijden door het hout moet worden gedrukt.
Voor de onervaren gebruiker: laat de zaagketting door een vakman/klantenservice slijpen.
U kunt uw zaagketting echter ook met een kettingslijpapparaat KSG 220 A (artikel-nr.: 302360) zelf slijpen.
| Type kettingzaag Oregon 91 PJ 052X | |
| Dieptebegrenzerafstand T 0,64 mm (.025") | |
| Slijphoek α | 30° |
| Wighoek β | 85° |
| Schaaftandlengte a min. 3 mm | |
Zaagketting en geleiderail vervangen
Zaagketting en geleiderail zijn aan grote slijtage blootgezet. Vervang de zaagketting en het zwaard direct, wanneer de correcte werking niet is gewaarborgd, ⇌ „Samenbouw“.
Kettingwiel
3 De belasting van het kettingwiel (13) is bijzonder groot. Controleer de tanden van het kettingwiel regelmatig op slijtage of beschadiging.
Een versleten of beschadigd kettingwiel reduceert de levensduur van de zaagketting en dient vandaar meteen door de klantenservice te worden vervangen.
Controleren van de olie-automatiek
U controleert de werking van de automatische kettingsmering, door de kettingzaag in te schakelen en ze met de punt in richting van een kartonnen doos op papier op de bodem te houden.
⚠ Raak de bodem niet met de ketting. Veiligheidsafstand van 20 cm opvolgen.
Vertoont zich bij de controle een toenemend oliespoor, werkt de olie-automatiek onberispelijk.
Toont zich ondanks volle olietank geen oliespoor
⇒ 16 Reinig de oliestroomkanaal (14) en de bovenste kettingspanboring (15).
→ Heeft dit geen succes, richt u zich dan aan de klantenservice.
Reiniging
Reinig de kettingzaag zorgvuldig na ieder gebruik, opdat de foutloze werking blijft bewaard.
⇒ Reinig de behuizing met een zachte borstel of een droge doek.
⚠️ Water, oplosmiddelen en polijstmiddelen mogen niet worden toegepast.
⇒ Let erop dat de ventilatiegleuven voor de motorkoeling vrij zijn (gevaar van oververhitting).
→ Leg de ketting bij sterke verontreiniging of verharsen enkele uren in een bak met kettingreinigingsmiddel. Vervolgens de ketting met zuiver water afspoelen.
3 Bevrij het kettingwiel (22) en de zwaardbevestiging met een borstel van alle vastklevingen.
⇒ 16 Maak het oliestroomkanaal (14) met een schone doek schoon.
Transport

Voor het transport de steker uit het stopcontact nemen.
⚠ Transporteer de zaag slechts met opgestoken kettingbescherming.
Transporteer het toestel in de auto alleen in de kofferbak of in een aparte transportruimte. Beveilig de kettingzaag hierbij tegen omkantelen,
Opslag
- Bewaar de machine in een droge en afgesloten ruimte, buiten het bereik van kinderen.
- Om de levensduur van de machine te verlengen en de machine optimaal te laten functioneren is het gewenst voor opslag de volgende punten in uit te voeren:
- De machine grondig reinigen.
⇒ Verwijder de olie uit de olietank.
Tip:
Sommige kettingolies neigen na langere tijd tot verkorsten. Vandaar dient het oliesysteem vóór een langere opslag met een kettingzaagreiniger te worden doorgespoeld. Vul de reiniger tot de helft (ca. 50 ml) in de olietank. Sluit de tank. Schakel de kettingzaag zonder gemonteerde geleiderail en ketting zo lang in, tot de gehele reiniger uit de olieopening van de kettingzaag is vrijgekomen.
→ Leg de zaagketting kort in een oliebad en wikkel ze vervolgens in oliepapier in.
Storingen

Voor het verhelpen van iedere storing
- Toestel uitschakelen
- Wachten tot de kettingzaag stilstaat
— Stroomtoevoer onderbreken
Na het verhelpen van iedere storing moeten alle veiligheidsvoorzieningen weer in werking gesteld en getest worden.
| Storing Mogelijke | oorzaak Oplossing | |
| Kettingzaag loopt na inschakelen niet aan | ➤ Kettingrem➤ Geen stroom➤ Verlengkabel beschadigdt➤ Netstekker, motor of schakelaar defect. | ➤ Kettingrem lossen➤ Stroomverzorging, stopcontact, zekering controleren➤ Verlengkabel controleren, defecte kabel direct vervangen➤ Motor of schakelaar van een gekeurde elektrische vakkracht of door de klantenservice laten controleren/repareren, resp. door originele reservedelen laten vervangen |
| Kettingzaag werkt met onderbrekingen | ➤ extern loszittend contact➤ intern loszittend contact➤ In-/uitschakelaar defect | ➤ Stroomverzorging, stopcontact, zekering controleren➤ Verlengkabel controleren, defecte kabel direct vervangen➤ Neem contact op met de klantenservice➤ Neem contact op met de klantenservice |
| Kettingzaag loopt schokkend, trilt of zaagt niet juist | ➤ Ketting stomp/versleten➤ Kettingspanning➤ Ketting niet correct gemonteerd (tanden wijzen in de verkeerde richting) | ➤ Ketting laten naslijpen of vervangen➤ Kettingspanning controleren en instellen➤ Ketting opnieuw monteren |
| Kettingzaag werkt niet met volle capaciteit | ➤ Verlengsnoer te lang of te kleine doorsnede.➤ Stopcontact te ver van hoofdaansluiting vandaan | ➤ Verlengkabel met voldoende doorsnede gebruiken➤ Stopcontact dat nader in het werkbereik ligt, gebruiken |
| Zaagketting wordtheet | ➤ Geen olie in de tank➤ Oliestroomkanaal verstopt➤ Kettingspanning te hoog➤ Ketting stomp | ➤ Olie bijvullen➤ Oliestroomkanaal reinigen➤ Kettingspanning instellen➤ Ketting laten naslijpen of vervangen |
| geen zaagkettingsmering | ➤ Geen olie in de tank➤ Oliestroomkanaal verstopt | ➤ Olie bijvullen➤ Oliestroomkanaal reinigen |
Bij verdere storingen zet u zich alstublieft in verbinding met onze klantenservice.
Technische gegevens
| Type / Model | KS 1800/35 |
| Bouvwjaar zie laatste pagina | |
| Vermogen P_1 1800 W | |
| Spanning / Frequentie | 230 V~ / 50 Hz |
| Stationair toerental n_0 8200 min | ^-1 ± 10 % |
| te gebruiken lengte van de geleidingsrails (snijlengte) | 356 mm (14“) |
| Snelheid van de zaagketting | 13,5 m/s |
| Olietankvolume max. | 90 ml |
| Veiligheidsklasse | II / [IMAGE] |
| Geluiddrukpegel L_PA * 93,72 dB (A) | |
| gemeten geluidsniveau L_WA * 104,72 dB (A) | |
| gegarandeerd geluidsniveau L_WA * 107 dB (A) | |
| Onveiligheid K_PA / K_WA 2,5 dB (A) | |
| Hand-arm-trilling a | h = 4,824 m/s^2 |
| Onveiligheid K_hd 1,5 m/s ^2 | |
| Gewicht | ca. 4,4 kg |
| Kettingzaagtype | 91 PJ 052X (Oregon) |
*(gemeten volgens richtlijn 2000/14/EG)
Toestelbeschrijving / Reserveonderlen ➞ 23
| Positie | Bestell-nr. | Benaming |
| 1 | 364685 | Geleidingsrail |
| 2 | 364686 | Zaagketting - 91PJ052X |
| 3 | 364674 | voorste handbescherming (Kettingrem-activator) |
| 4 | voorste handgreep | |
| 5 | Inschakelblokkering | |
| 6 | In-/uitschakelaar | |
| 7 | Ventilatiegleuven motor | |
| 8 | Toestelleiding met steker | |
| 9 | 362610 | Sluiting olietank (Primer) |
| 10 | 364679 | Afdekking |
| 11 | 364680 | Bevestigingsschroef |
| 12 | 364682 | Kettingspanschroef |
| Positie | Bestell-nr. | Benaming |
| 13 | 362923 | Kettingwiel |
| 14 | Oliestroomkanaal | |
| 15 | bovenste kettingspanboring 16 | |
| 16 | Klauwenaanslag | |
| 17 | achterste handgreep | |
| 18 | 362921 | Kettingbescherming |
| 19 | 364673 | Veiligheidssticker |
| 20 | Set koolborstels (zonder afbeelding) | |
| 21 | Kettingspantap | |
| 22 | Kabeltrekontlasting | |
| 400144 | Zaagkettingolie 1 l (zonder afb.) | |
Garantie
Houdt u alstublieft rekening met de ingesloten garantie-verklaring.
Spis treści





