DUSPOL Digital LC - Meetinstrumenten BENNING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DUSPOL Digital LC BENNING in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over DUSPOL Digital LC BENNING
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Meetinstrumenten in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DUSPOL Digital LC - BENNING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DUSPOL Digital LC van het merk BENNING.
GEBRUIKSAANWIJZING DUSPOL Digital LC BENNING
Gebruiksaanwijzing DUSPOL
digital LC in gebruik neemt: Lees eerst de gebruiksaanwijzing a.u.b. en neem de veiligheidsvoorschriften in acht. Inhoudsopgave:
1. Veiligheidsvoorschriften
2. Functiebeschrijving van de spanningstester
3. Testen van de functies van de spanningstester
4. Zo meet u wisselspanningen
4.1 Zo meet u de fase bij wisselspanning
5. Zo meet u gelijkspanningen
5.1 Zo meet u de polariteit bij gelijkspanning
6. Zo meet u de draaiveldrichting van een draai-
7. Zo meet u een elektrisch geleidende verbinding
8. Vervanging van de batterijen, weergave van bat-
10. Algemeen onderhoud
1. Veiligheidsvoorschriften
- Apparaat bij het meten alleen vasthouden aan de geïsoleerde handgrepen A en B en de contactelek- troden (meetpennen) niet aanraken. - Vóór het gebruik: spanningstester testen op de func- ties (zie paragraaf 3). De spanningstester mag niet worden gebruikt als de functie bij één of meerdere weergaven uitvalt of als er helemaal niets weergege- ven wordt (IEC 61243-3). - De spanningstester mag alleen worden gebruikt in spanningsbereiken van 6 V tot AC 690 V/ DC 750 V. - Het apparaat niet gebruiken met open batterijvak. - De spanningstester voldoet aan de beschermings- klasse IP 64 en mag daarom ook onder vochtige omstandigheden worden gebruikt (uitvoering voor buitengebruik). - Bij het meten de spanningstester alleen volledig aan de handgrepen A en B vasthouden. - De spanningstester nooit langer dan 30 seconden aan spanning leggen. (maximaal toelaatbare inscha- keltijd ED = 30 sec.). - De spanningstester werkt alleen goed bij omgevings- temperaturen van - 10 °C tot + 55 °C bij een lucht- vochtigheid van 20 % tot 96 %. - De spanningstester mag niet gedemonteerd worden. - De spanningstester moet beschermd worden tegen vuil en beschadigingen van de behuizing e.d. - De spanningstester moet droog worden gewaard. - Om verwondingen en ontlading van de batterijen te voorkomen moet, na gebruik van de spanningstester, het meegeleverde afdekkapje op de contactelektro- den worden geplaatst. Let op: Na maximale belasting (d.w.z. na een meting van 30 seconden aan AC 690 V/ DC 750 V) moet een pauze van 240 seconden (4 min.) worden aangehouden. Op het apparaat zijn symbolen aangebracht: Symbol Betydning Apparat eller utrustning for arbeide under spenning Trykktast Vekselstrøm Likestrøm Like- og vekselstrøm Høyredreining, visning av dreiefeltretningen (i displayet) Venstredreining, visning av dreiefeltretningen (i displayet) Visning av dreiefeltretningen. Dreiefeltretningen kan bare vises ved 50 henholdsvis 60 Hz i et jordet nett Doorgangstest Batterisymbol, dette symbolet vises i displayet ved svakt batteri Dette symbolet angir korrekt og polriktig posisjonering av batteriet Symbol for visning av fase (i displayet) Spenningen vist digitalt, opptil ca. 80 V med en desimal (1/ 10 V) Symbol for overskridelse av øvre grenseverdi for berøringsfarlig spenning (ELV) ved vekselspenning (i displayet) Symbol for overskridelse av øvre grenseverdi for berøringsfarlig spenning (ELV) ved likespenning (i displayet) Pluspolaritet (i displayet) Minuspolaritet (i displayet)
2. Functiebeschrijving
digital LC is een tweepolige spanningstes- ter volgens IEC 61243-3 met digitale weergave. Ter aan- vulling beschikt de spanningstester over een meetpunt- en displayverlichting, een fase- en draaiveldrichtingsaan- duiding, alsook doorlaat controle inrichting. Signalering bij doorgangstests gebeurt optisch én akoestisch. Voor al deze functies heeft de spanningstester twee ingebouwde batterijen nodig (2 x micro LR 03/ AAA). Vanaf een span- ning van ≥ 50 V is een spanningcontrole zonder batterij mogelijk. Vaststelling van fase van buitengeleiders en draaiveldrichting van een draaistroomnet is alleen moge- lijk als het sterpunt geaard is. Het apparaat is geschikt voor metingen van gelijk- en wisselspanningen van 6 V tot AC 690 V/ DC 750 V. Ook kunnen met dit apparaat bij gelijkstroom polariteitstests worden gedaan. De spanningstester bestaat uit de testhandels L1 A en L2 B en een verbindingskabel . Testhandel L1 A heeft een afleesvenster (LCD-display) 4 alsook contrastrijke lichtdiodes (LED’s) 3. Vanaf een spanning van 6 V schakelt het apparaat zichzelf in. Goede werking van het apparaat is alleen gegarandeerd bij goed geïnstalleerde batterijen (in testhandel L1 A). In het display 4 kunnen spanningen worden weergegeven in een bereik van 6 V tot AC 690 V/ DC 750 V. Overschrijding van de grens- waarde van laagspanningen (ELV, AC 50 V en DC 120 V) wordt ook in het display aangegeven. Beide testhandels zijn voorzien van een druktoets . Door op beide druktoetsen te drukken wordt naar een lagere interne weerstand geschakeld (onderdrukking van inductieve en capacitatieve spanningen). Hierbij wordt dan ook een vibratiemotor (motor met onbalans) op de spanning aangesloten. Vanaf ca. 200 V wordt deze dan in gang gezet. Met een stijgende spanning wordt ook het toerental en dus de vibratie verhoogd, zodat aan de hand van het houvast van testhandel L2 B een globale inschatting kan worden gemaakt van de spanningshoogte (bijv. 230 V/ 400 V). De duur van een meting met lagere interne weerstand van het apparaat (lastmeting) is afhan- kelijk van de hoogte van de te meten spanning. Opdat het apparaat niet ontoelaatbaar warm zal worden is een thermische beveiliging ingebouwd (reductieregeling). Bij12/ 2008 DUSPOL
deze spanningsreductie gaat ook het toerental van de vibratiemotor terug. Het afleesvenster Het afleesvenster bestaat uit een LCD-display 4 alsook contrastrijke lichtdiodes (LED’s) 3, die gelijk- en wisselspanningen weergeven in stappen van 12, 24, 50, 120, 230, 400, AC 690 V/ DC 750 V. Bij de aangegeven spanningen gaat het om nominale spanningen. In dit LCD-display worden de overschrijding van de bovenste grenswaardes van laagspanningen (ELV) 5, de fase 6, de symbool voor doorgang 7, de draaiveldrichting 8 en 9, de exacte spanningswaarde , de polariteit bij gelijkstroom en als ook een symbool voor te lage batterijspanning aangegeven. Het meetbereik voor de traploze spanningsmeting wordt automatisch ingesteld. Tot ca. 80 V wordt de waarde met een decimaalpunt aan- gegeven. Bij hogere waardes vervalt deze decimaalpunt.
2.1 Meetpuntverlichting
Meetpuntverlichting wordt door het indrukken van de druktoets op de testhandel L1 A bij een ingescha- keld apparaat geactiveerd. Al naar gelang de lichtsterkte treedt een automatische inschakeling van de LCD-ach- tergrondverlichting in werking. LET OP: Voor de meetpuntverlichting moet de aanduiding 0,0 V zijn, anders activeert de spanningstester de hold-functie.
Wordt tijdens een spanningstest de druktoets op de testhandel L1 A ingedrukt en ingedrukt gehouden, dan wordt de laatst gemeten waarde knipperend weergege- ven. De spanningstester kan van het meetpunt worden afgenomen en worden uitgelezen (DATA-HOLD). Wissen geschiedt door het loslaten van de druktoets. LET OP: Bij de lastinschakeling, langer dan 1,5 seconde indruk- ken, wordt de Hold-functie geactiveerd!
3. Testen van de functies.
- Direct voor gebruik de spanningstester controleren op functies. - Activering van de spanningstester
- controlespitsen kortsluiten
- de spanningstester inschakelen via een druk op de toets in testhandel L1 A en deze ingedrukt houden.
- de zoemer weerklinkt, alle segmenten van het LCD-display evenals achtergrond - en meetpunt- verlichting moeten in werking zijn - Alle functies controleren aan bekende spannings- bronnen.
- Gebruik bijv. een autoaccu voor de gelijkspan- ningstest.
- Gebruik bijv. een 230 V wandcontactdoos voor de wisselspanningstest.
- Verbindt beide controle-elektroden voor de functie controle van de doorlaatcontole.
- Vervang de batterijen indien nodig. Gebruik de spanningstester niet, als niet alle functies foutloos werken.
4. Zo meet u wisselspanningen
- Leg de contactelektroden van de meetpennen A en B aan de te meten onderdelen van de installatie. - De spanningstester schakelt zichzelf in bij een voor- handen meetspanning (6 V) en geeft de spannings- waarde aan in het display (tot ca. 80 V met deci- maalpunt!). - Bij wisselspanning vanaf 6 V worden in het dis- play de spanningswaarde alsook het plus- en minussymbool zichtbaar. Tegelijkertijd lichten alle LED’s op tot aan de waarde van de aanliggende spanning. - Bij bediening van beide druktoetsen wordt in de testhandel L2 B, vanaf een aanliggende spanning van ca. 200 V, een vibratiemotor in gang gezet. Bij stijgende spanning wordt het toerental hoger. Let er onvoorwaardelijk op, dat u de spanningstester alleen vasthoudt aan de geïsoleerde handgrepen van de testhandels L1 A en L2 B, het afleesvenster niet afdekt en dat u niet in aanraking komt met de contactelektro- den. Opmerking: De weergave in het LCD-display 4 kan beïnvloed wor- den door ongunstige lichtomstandigheden.
4.1 Zo meet u de fase bij wisselspanning.
- Fasetest is mogelijk in een geaard net vanaf 230 V. - Omvat volledig beide handgrepen A en B van de testhandels L1 en L2 (lekstroom bij fasetest via test- handel L1!). - Schakel de spanningstester in door een korte druk op de druktoets op de testhandel L1 A (blijft ca. 10 seconden ingeschakeld). Bij een ingeschakeld apparaat laat het de melding “0,0” zien! - Leg de contactelektrode van de meetpen L1 A aan het te meten onderdeel. Let er onvoorwaardelijk op, dat bij de éénpolige test (fasemeting) de contactelektrode van testhandel L1 A en L2 B niet wordt aangeraakt. Als in het display van de LCD-weergave 4 het symbool „ “ 6 verschijnt ligt aan het nu gemeten onderdeel de fase van een wisselspanning. Opmerking De weergave in het LCD-display 4 kan worden beïin- vloed door ongunstige lichtverhoudingen, beschermende kleding en isolerende arbeidsomstandigheden.
5. Zo meet u gelijkspanningen
- Leg de contactelektroden van de meetpennen A en B aan de te meten onderdelen van de installatie. - Bij een aanliggende spanning van minimaal 6 V wordt het apparaat automatisch ingeschakeld en wordt in het display de spanningswaarde weergege- ven. - Bij spanningstesten onder 6 V kan de spanningstes- ter orden ingeschakeld door even op de druktoets in de testhandel L1 A te drukken. - Bij gelijkspanning vanaf 6 V worden in het display de spanningswaarde alsook het plus- en minus- symbool zichtbaar. Tegelijkertijd lichten alle LED’s op tot aan de waarde van de aanliggende spanning. - Bij bediening van beide druktoetsen wordt in de testhandel L2 B, vanaf een aanliggende spanning van ca. 200 V, een vibratiemotor in gang gezet. Bij stijgende spanning wordt het toerental hoger.
5.1 Zo meet u de polariteit bij gelijkspanning
- Leg de contactelektroden van de meetpennen A en B aan de te meten onderdelen van de installatie. - Bij een aanliggende spanning van minimaal 6 V wordt het apparaat automatisch ingeschakeld en wordt in het display de spanningswaarde weergege- ven. - Bij spanningstesten onder 6 V kan de spanningstes- ter worden ingeschakeld door even op de druktoets in de testhandel L2 B te drukken. - Door een “+” c.q. een “-” symbool wordt de polariteit van de aanliggende gelijkspanning weerge- geven. Daarbij is de aangegeven pool die, die aan ligt aan de testhandel L1 A met het afleesvenster .
6. Zo meet u de draaiveldrichting van een draai-
stroomnet - Testen van de draaiveldrichting is mogelijk vanaf 230 V wisselspanning (fase tegen fase) in een geaard draaistroomnet. - Omvat volledig de handgrepen A en B van de testhandels L1 en L2. (Lekstroom bij testen van de draaiveldrichting via testhandel L1!). - Leg de contactelektroden van de meetpennen A12/ 2008 DUSPOL
en B aan de te meten onderdelen van de installatie.
Bij een aanliggende spanning van minimaal 6 V wordt het apparaat automatisch ingeschakeld en wordt in het display de spanningswaarde weergegeven. - De 3-cijferige aanduiding moet de spanning van de buitengeleider (fase) aangeven.
Bij het aanleggen van de beide contactelektroden (meetpennen) aan twee in rechtse draairichting aangesloten fasen van een draaistroomnet, geeft het LCD-display 4 een “ “-symbool (rechtsdraaiend) 9 aan. Zijn de twee fasen (buitengeleiders) niet in rechtse draaiveldrichting aangesloten, wordt “ “-symbool (linksdraaiend) 8 aangegeven in het display. Bij meten van de draaiveldrichting is steeds een tweede meting ter controle vereist, maar nu met verwisselde con- tactelektroden. Bij deze tegencontrole moet in het display dan een tegengestelde draairichting worden aangegeven. Geeft het apparaat in beide gevallen toch een rechts- draaiend draaiveld aan, dan is de aarding te zwak. Opmerking De weergave in het LCD-display kan beïnvloed wor- den door ongunstige lichtverhoudingen, beschermende kleding en isolerende arbeidsomstandigheden.
7. Zo meet u een elektrisch geleidende verbinding
(doorgangstest) - De doorgangstest dient te gebeuren aan spannings- vrije onderdelen van een installatie, dan wel dienen condensatoren te worden ontladen. - De benodigde proefspanning wordt geleverd door de in de testhandel L1 A geïntegreerde spanningsver- zorging (2 x 1,5 V batterij). - Testen is mogelijk binnen een bereik van 0 - 200 kΩ. - Leg de contactelektroden van de meetpennen L1 A en L2 B aan de te meten onderdelen van de installatie. - Bij contactmaking van een elektrisch geleidende verbinding met de contactelektroden weerklinkt er een signaaltoon en in het LCD-display 4 wordt het symbool 7 weergegeven. - Als er op het meetpunt een spanning aanwezig is, dan schakelt het spanningcontroletoestel automa- tisch over op spanningcontrole en geeft deze weer (zie paragraaf 4. en 5.).
8. Vervanging van de batterijen
Het apparaat met open batterijvak nooit aan spanning leggen. De energieverzorging van de DUSPOL
digital LC gebeurt door twee in het apparaat ingebouwde batterijen, type micro LR 03/ AAA. Vervanging van de batterijen is nodig, als in het display het batterijsymbool “ “ (zwakke batterij) verschijnt. Dit gebeurt als de batterijspanning onder 2,75 V ligt. Weergave van de batterijspanning Spanningstester inschakelen door even te drukken op de druktoets in testhandel L1 A. Na ca. 10 seconden wordt de waarde van de batterijspanning gedurende 1 seconde aangegeven. (bijv. ) Zo vervangt u de batterijen. Maak met behulp van een passende schroevendraaier het batterijvak (naast de kabeluitgang) los door een kwartslag (90°) te draaien in de pijlrichting (tegen de klok in). De sleuf staat nu verticaal en het batterijvak kan met batterijen uit het apparaat worden getrokken. Neem de ontladen batterijen uit het batterijvak. Leg de nieuwe batterijen in de juiste poolrichting (zie opschrift) in het batterijvak. Schuif het batterijvak met de batterijen weer in het apparaat en vergrendel dit door opnieuw een kwartslag (90°) te draaien maar nu met de klok mee. Let erop dat de O-ring (nummer 772897) niet beschadigd is, anders moet deze worden vervangen. Verwijderen van batterijen Gooi batterijen niet weg met het gewone huisvuil, maar lever ze in op de bekende inzamelpunten. Zo levert u opnieuw een bijdrage aan een schoner milieu.
Voorschrift: IEC 61243-3. - Overspanningscategorie: CAT IV 500 V, CAT III 690 V - Beschermingsgraad IP 64, IEC 60529 (DIN 40050) Betekenis IP 64: Het eerste cijfer (6); Bescherming tegen binnendringen van stof en vuil, stofdicht, (eer- ste cijfer is bescherming tegen stof/ vuil). Het tweede cijfer (4); Bescherming tegen spuitwater, (tweede cij- fer is waterdichtheid). Ook te gebruiken bij regen. - Spanningsbereik: 6 V tot AC 690 V/ DC 750 V - Inwendige weerstand, meetcircuit: PTC 15 kΩ ≥ 360 kΩ - Inwendige weerstand, lastcircuit - beide druktoetsen ingedrukt: ca. 3,7 kΩ (150 kΩ). - Stroomopname, meetcircuit: max. < 3,5 mA AC/ DC - Stroomopname, lastcircuit - beide druktoetsen inge- drukt: l
0,2 A (750 V). - Polariteitsaanduiding: LED+; LED- polariteit. - Spanningsweergave; traploos vanaf 6 V tot 750 V. - Spanningsbereik I: tot ca. 80,0 V (88,8) Spanningsbereik II: vanaf ca. 80 V (888) - Maximale afwijkingen: 6 V - 750 V: ± 2 % Spanningsbereik
- 15 %. - Frequentiebereik: 0 tot 150 Hz. - Fase- en draaiveldrichtingsaanduiding > U
230 V, 50/ 60 Hz - Vibratiemotor, aanloop: > U
230 V. - Proefstroom, doorgangstest: max. 2 μA. - Testbereik, doorgangsweerstand: 0 - 200 kΩ - Geluidsniveau akoestische signaal: 55 dB - Maximale inschakeltijd: ED = 30 sec. (max. 30 seconden), pauze 240 sec (= 4 min.). - Inschakeling apparaat bij gemeten spanning: > 6 V. - Inschakeling apparaat handbediend via druktoets L1
- Ingebouwde testmogelijkheid: activering door druk- toets L1 A en kortsluiting contactelektroden. - HOLD-functie, activering door toets in te drukken ≥ 1,5 s - Batterij: 2 x micro, LR03/ AAA. - Gewicht: ca. 200 gram. - Verbindingskabel: lengte ca. 900 mm. - Bedrijfs- en opslagtemperatuur: - 10 °C tot + 55 °C (klimaatcategorie N). - Relatieve luchtvochtigheid: 20 % tot 96 %. - Afschakeltijden (thermische beveiliging) Spenning/ tid: 230 V/ 30 s, 400 V/ 9 s, 750 V/ 2 s LET OP: De spanningstester werkt niet bij een lege batterij! Vanaf een spanning van ≥ 50 V is een spanningcontrole zonder batterij mogelijk. Verwijder de batterijen uit het apparaat wanneer dit langduriger wordt bewaard!
10. Algemeen onderhoud
Reinig regelmatig de buitenkant van de behuizing met een schone droge doek (speciale reinigingsdoeken uit- gezonderd). Indien toch verontreiniging ontstaat door elektrolyt of zich zout afzet bij de batterijen en/of in het huis, dit eveneens verwijderen met een droge, schone doek. 11.Milieu Wij raden u aan het apparaat aan het einde van zijn nuttige levensduur, niet bij het gewone huisafval te deponeren, maar op de daarvoor bestemde adressen.12/ 2008 DUSPOL
SimpelGids