CSC SYS 50 EBI - Zaag FESTOOL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CSC SYS 50 EBI FESTOOL in PDF-formaat.
| Producttype | Accuzage (snoerloze cirkelzaag) |
| Merk | Festool |
| Model | CSC SYS 50 EBI |
| Transportafmetingen | 512 x 396 x 296 mm |
| Tafelhoogte | 228 mm |
| Gewicht (zonder accu's) | 20,2 kg |
| Motorspanning | 36 V |
| Onbelast toerental | 6 800 tpm |
| Compatibele accu's | Festool BP 18 ≥ 4 Ah (twee nodig) |
| Bladasgat | 20 mm |
| Kantelhoek | -10° tot 47° |
| Max. zaaghoogte (bij 0°) | 48 mm |
| Max. zaagbreedte (bij 90°) | 450 mm |
| Verstekhoek | 0° tot 70° |
| Geïntegreerde data-chip | Ja (automatische registratie) |
| Display en bediening | Bedieningsmodule met display, draaiknop, hoek-/hoogteknoppen |
| Bluetooth | Ja (voor Festool Work app) |
| Geluidsniveau (druk) | 85 dB(A) |
| Geluidsniveau (vermogen) | 98 dB(A) |
| Toepassingsgebied | Hout, gelaagde panelen, kunststof, non-ferrometalen (met speciale zaagbladen) |
Veelgestelde vragen - CSC SYS 50 EBI FESTOOL
Gebruikersvragen over CSC SYS 50 EBI FESTOOL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CSC SYS 50 EBI - FESTOOL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CSC SYS 50 EBI van het merk FESTOOL.
GEBRUIKSAANWIJZING CSC SYS 50 EBI FESTOOL
1 Symbolen....95
2 Veiligheidsvoorschriften.... 95
3 Gebruik volgens de voorschriften......100
4 Technische gegevens.... 100
5 Apparaatcomponenten....100
6 Bedieningsmodule.... 101
7 Ingebruikneming 101
8 Accupack.... 102
9 Instellingen....102
10 Werken met het elektrische gereedschap.... 106
11 Transport....107
12 Onderhoud en verzorging....108
13 Accessoires.... 109
14 Milieu....109
15 Algemene aanwijzingen.... 109
16 Foutoplossing....110
1 Symbolen

Waarschuwing voor algemeen gevaar

Waarschuwing voor elektrische schok

Gevaar van beknelling voor vingers en handen!

Lees de gebruiksaanwijzing en veiligheidsvoorschriften!

Draag gehoorbescherming!

Draag een zuurstofmasker!

Draag veiligheidshandschoenen bij het wisselen van gereedschap.

Draag een veiligheidsbril!

Niet met het huisvuil meegeven.

Apparaat bevat een chip voor de opslag van gegevens. zie hoofdstuk 15.2

CE-markering: Bevestigt de conformiteit van het elektrische gereedschap met de richtlijnen van de Europese Unie.

Tip, aanwijzing

Handelingsinstructie

Accupack inbrengen.

Accupack verwijderen.

Draairichting van de zaag en het zaagblad

Instelmarkering parkeerstand

Zaagblad voor spouwmeswisseling via de bedieningsmodule in de parkeerstand bewegen.
2 Veiligheidsvoorschriften
2.1 Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen

WAARSCHUWING! Lees alle veiligheids- voorschriften en aanwijzingen. Worden
de veiligheidsinstructies en aanwijzingen niet in acht genomen, dan kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben.
Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen om ze later te kunnen raadplegen.
Het begrip "elektrisch gereedschap" dat in de veiligheidsinstructies gebruikt wordt, heeft betrekking op elektrisch gereedschap met netvoeding (met netsnoer) of elektrisch gereedschap met accuvoeding (zonder netsnoer).
Neem de bedieningshandleiding van het op- laadapparaat en het accupack in acht.
2.2 Veiligheidsinstructies voor tafelcirkelzagen
1) Beschermkapgerelateerde veiligheidsin-structies
- Laat de beschermkappen gemonteerd. Beschermkappen moeten in goed werken-de staat verkeren en juist zijn gemon-teerd. Losse, beschadigde of niet goed functionerende beschermkappen moeten worden gerepareerd of vervangen.
- Gebruik voor scheidingssneden steeds de beschermkap van het zaagblad en het spouwmes. Bij scheidingssneden waarbij het zaagblad volledig door de werkstukdikte zaagt, verlagen de beschermkap en an-
Nederlands
dere veiligheidsinrichtingen het risico van lichamelijk letsel.
- Bevestig na voltooiing van bewerkingen (bijv. felsen, groeven of splitsen in de omslagprocedure), waarbij het verwijderen van de beschermkap en/of het spouwmes is vereist, onmiddellijk weer het beveiligingssysteem. De beschermkap en het spouwmes verlagen het risico van lichamelijk letsel.
- Zorg er vóór het inschakelen van het elektrische gereedschap voor dat het zaagblad de beschermkap, het spouwmes of het werkstuk niet aanraakt. Als deze componenten per ongeluk in aanraking komen met het zaagblad, kan dat tot een gevaarlijke situatie leiden.
- Stel het spouwmes af volgens de beschrijving in deze gebruiksaanwijzing. Onjuiste afstanden, een onjuiste positie en een onjuiste uitlijning kunnen ertoe leiden dat het spouwmes een terugslag niet effectief voorkomt.
- Opdat het spouwmes goed kan functioneren, moet het ingrijpen in het werkstuk. Bij zaagsneden in werkstukken die te kort zijn om het spouwmes te laten ingrijpen, is het spouwmes ineffectief. Onder deze omstandigheden kan een terugslag niet door het spouwmes worden voorkomen.
- Gebruik het voor het spouwmes passende zaagblad. Opdat het spouwmes goed werkt, moet de diameter van het zaagblad bij het desbetreffende spouwmes passen, de rug van het zaagblad dunner dan het spouwmes en de tandbreedte groter dan de spouwmesdikte zijn.
2) Veiligheidsinstructies voor het zagen

GEVAAR: Kom met uw vingers en en niet in de buurt van het zaagblad het zaaggebied. Bij een moment van ntzaamheid of bij uitschieten kan uw naar het zaagblad worden geleid wat nstig lichamelijk letsel kan leiden.
- Leid het werkstuk alleen tegen de draai-richting in naar het zaagblad. Als u het werkstuk in dezelfde richting als de draai-richting van het zaagblad boven de tafel toevoert, kan dat ertoe leiden dat het werkstuk en uw hand naar het zaagblad worden getrokken.
- Gebruik bij lengtesneden nooit de verstek-aanslag voor het leiden van het werkstuk,
en gebruik bij dwarssneden met de ver- stekaanslag bovendien nooit de parallel- aanslag voor de lengte-instelling. Door het gelijktijdig leiden van het werkstuk met de parallelaanslag en de verstekaanslag is er een grotere kans dat het zaagblad klemt en er een terugslag ontstaat.
- Oefen bij lengtesneden de toevoerkracht op het werkstuk altijd tussen de aansla-grail en het zaagblad uit. Gebruik een duwlat als de afstand tussen de aansla-grail en het zaagblad minder is dan 150 mm, en een schuifblok als de afstand minder is dan 50 mm. Dergelijke werkhulp-middelen zorgen ervoor dat uw hand op veilige afstand van het zaagblad blijft.
- Gebruik alleen de meegeleverde duwlat van de fabrikant of een duwlat die volgens de aanwijzingen is geproduceerd. De duwlat zorgt voor voldoende afstand tussen de hand en het zaagblad.
- Gebruik nooit een beschadigde of aangezaagde duwlat. Een beschadigde duwlat kan breken en ertoe leiden dat uw hand in het zaagblad terechtkomt.
- Werk niet "uit de vrije hand". Gebruik altijd de parallelaanslag of de verstekaan-slag om het werkstuk aan te leggen en te leiden. "Uit de vrije hand" betekent dat het werkstuk in plaats van met de parallelaan-slag of de verstekaan-slag met de handen wordt ondersteund of geleid. Zagen uit de vrije hand leidt tot een onjuiste uitlijning, klemmen en een terugslag.
- Blijf met uw handen uit de buurt van een draaiend zaagblad. Als u een werkstuk wilt pakken, kunt u per ongeluk in contact komen met het draaiende zaagblad.
- Ondersteun lange en/of brede werkstukken achter en/of aan de zijkant van de zaagtafel zodat deze horizontaal blijven. Lange en/of brede werkstukken hebben de neiging om te kantelen aan de rand van de zaagtafel, met als gevolg verlies van controle, vastlopen van het zaagblad en terugslag.
- Leid het werkstuk gelijkmatig. Buig of draai het werkstuk niet. Als het zaagblad klemt, schakelt u de elektrische machine direct uit, verwijdert u de accu en verhelpt u de oorzaak van het klemmen. Het klemmen van het zaagblad door het werkstuk kan tot een terugslag of tot het blokkeren van de motor leiden.
- Verwijder het afgezaagde materiaal niet als de zaag draait. Afgezaagd materiaal kan zich tussen het zaagblad en de aanslagrail of in de beschermkap vastzetten en bij het verwijderen uw vingers naar het zaagblad trekken. Schakel de zaag uit en wacht tot het zaagblad tot stilstand is gekomen voordat u het materiaal verwijdert.
- Gebruik voor lengtesneden op werkstukken die dunner zijn dan 2 mm een extra parallelaanslag die in contact staat met het tafeloppervlak. Dunne werkstukken kunnen zich onder de parallelaanslag vastzetten, wat tot een terugslag kan leiden.
3) Terugslag - oorzaken en bijbehorende veiligheidsinstructies
Een terugslag is de plotselinge reactie van het werkstuk als gevolg van een zaagblad dat blijft haken of klemt, of een schuin geleide aan het zaagblad gerelateerde snede in het werkstuk of als een deel van het werkstuk tussen het zaagblad en de parallelaanslag of een ander vaststaand object wordt ingeklemd.
In de meeste gevallen wordt het werkstuk bij een terugslag door het achterste gedeelte van het zaagblad gegrepen, door de zaagtafel opge- tild en in de richting van de bediener geslin- gerd.
Een terugslag is het gevolg van een verkeerd of onjuist gebruik van de tafelcirkelzaag. Door passende voorzorgsmaatregelen die hierna worden beschreven, kan dit echter worden voorkomen.
- Ga nooit in een directe lijn met het zaagblad staan. Blijf altijd aan de kant van het zaagblad staan waar zich ook de aanslagrail bevindt. Bij een terugslag kan het werkstuk met hoge snelheid naar personen worden geslingerd die vóór en in één lijn met het zaagblad staan.
- Blijf met uw handen uit de buurt van het zaagblad als u aan het werkstuk trekt of het ondersteunt. U kunt per ongeluk in contact komen met het zaagblad, of een terugslag kan ertoe leiden dat uw vingers naar het zaagblad worden getrokken.
- Houd en druk het werkstuk dat wordt afgezaagd nooit tegen het draaiende zaagblad. Als u het werkstuk dat wordt afgezaagd tegen het zaagblad drukt, leidt dat tot klemmen en een terugslag.
- Lijn de aanslagrail parallel aan het zaagblad uit. Een niet-uitgelijnde aanslagrail
drukt het werkstuk tegen het zaagblad en veroorzaakt een terugslag.
- Gebruik bij verdekte zaagsneden (bijv. groeven, kerven of splitsen in de omslag-procedure) een drukelement om het werkstuk tegen tafel en aanslagrail te leiden. Met een drukelement kunt u het werkstuk bij een terugslag beter controleren.
- Wees bijzonder voorzichtig bij het zagen in niet-zichtbare gebieden van gemonteerde werkstukken. Het induikende zaagblad kan in objecten zagen die een terugslag kunnen veroorzaken.
- Ondersteun grote platen om het risico van een terugslag door een klemmend zaagblad te verminderen. Grote platen kunnen onder het eigen gewicht doorbuigen. Platen moeten overal worden ondersteund waar ze over het tafeloppervlak uitsteken.
- Wees bijzonder voorzichtig bij het zagen van werkstukken die zijn gedraaid, knopen bevatten, zijn vervormd of niet over een rechte kant beschikken waarop ze met een verstekaanslag of langs een aanslagrail kunnen worden geleid. Een vervormd, knopen bevattend of gedraaid werkstuk is instabiel en leidt tot een onjuiste uitlijning van de zaagvoeg met het zaagblad, tot klemmen en tot een terugslag.
- Zaag nooit meerdere op elkaar of achter elkaar gestapelde werkstukken. Het zaagblad kan een of meer delen grijpen en een terugslag veroorzaken.
- Als u een zaag waarvan het zaagblad in het werkstuk steekt weer wilt starten, centreert u het zaagblad zodanig in de zaagvoeg dat de zaagtanden niet in het werkstuk zijn blijven haken. Als het zaagblad klemt, kan het werkstuk worden opge- tild en een terugslag worden veroorzaakt als de zaag opnieuw wordt gestart.
- Houd de zaagbladen schoon, scherp en voldoende om en om aangebracht. Gebruik nooit vervormde zaagbladen of zaagbladen met gescheurde of gebroken tanden. Scherpe en correct om en om aangebrachte zaagbladen beperken klemmen, blokkeren en een terugslag tot een minimum.
4) Veiligheidsinstructies voor de bediening van tafelcirkelzagen
- Schakel de tafelcirkelzaag uit en verwijder de accu voordat u het tafelinzetstuk verwijdert, het zaagblad vervangt, instel-
lingen aan het spouwmes of de bescherm-kap van het zaagblad uitvoert en als de machine zonder toezicht wordt gelaten.
Voorzorgsmaatregelen dienen ervoor om ongevallen te voorkomen.
- Laat de tafelcirkelzaag nooit zonder toezicht draaien. Schakel het elektrische gereedschap uit en laat het niet achter voordat het volledig tot stilstand is gekomen. Een zaag die zonder toezicht draait, vormt een ongecontroleerd gevaar.
- Plaats de tafelcirkelzaag op een plek die vlak is en goed is verlicht en waar u veilig kunt staan en uw evenwicht kunt houden. De locatie moet genoeg ruimte bieden om goed te kunnen omgaan met de grootte van uw werkstukken. Wanorde, onverlichte werkplaatsen en oneffen, gladde vloeren kunnen ongevallen veroorzaken.
- Verwijder regelmatig zaagsel onder de zaagtafel en/of uit de stofafzuiging. Opgehoopt zaagsel is brandbaar en kan vanzelf ontvlammen.
- Zet de tafelcirkelzaag goed vast. Een niet goed vastgezette tafelcirkelzaag kan zich verplaatsen of omvallen.
- Verwijder stelgereedschap, houtresten enz. uit de tafelcirkelzaag voordat u deze inschakelt. Afbuiging of mogelijk klemmen kan gevaarlijk zijn.
- Gebruik altijd zaagbladen die de juiste grootte en een geschikt opnameboorgat (bijv. ruitvormig of rond) hebben. Zaagbladen die niet bij de montagedelen van de zaag passen, lopen onregelmatig en leiden tot controleverlies.
- Gebruik nooit beschadigd of onjuist montagemateriaal voor zaagbladen zoals flenzen, sluitringen, schroeven of moeren. Dit montagemateriaal voor zaagbladen is speciaal voor uw zaag ontworpen, voor een veilig gebruik en optimale prestaties.
- Ga nooit op de tafelcirkelzaag staan en gebruik de tafelcirkelzaag niet als trapje. Er kan ernstig lichamelijk letsel ontstaan als het elektrische gereedschap omvalt of als u per ongeluk met het zaagblad in contact komt.
- Zorg ervoor dat het zaagblad in de juiste draairichting is gemonteerd. Gebruik geen schuurschijven of staalborstels met de ta-felcirkelzaag. Ondeskundige montage van het zaagblad of het gebruik van niet-aanbe-
volen accessoires kan tot ernstig lichamelijk letsel leiden.
2.3 Veiligheidsinstructies voor het voorgemonteerde zaagblad
Toepassing
- Het op het zaagblad aangegeven maxi-mumtoerental mag niet worden overschre-den of het toerentalbereik moet in acht worden genomen.
- Het voorgemonteerde zaagblad is uitsluitend voor het gebruik in cirkelzagen bedoeld.
- Bij het uit- en inpakken van het gereedschap alsook bij het hanteren (bijv. inbouw in de machine) uiterst voorzichtig te werk gaan. Verwondingsgevaar door de heel scherpe snijkanten!
- Bij het hanteren van het gereedschap wordt de greepveiligheid van het gereedschap door het dragen van veiligheidshandschoenen verbeterd en de kans op letsel verder verminderd.
- Cirkelzaagbladen die gescheurd zijn, moeten vervangen worden. Reparatie is niet toegestaan.
- Cirkelzaagbladen in composietuitvoering (gesoldeerde zaagtanden), waarvan de zaagtanddikte kleiner is dan 1 mm, mogen niet meer worden gebruikt.
- WAARSCHUWING! Gereedschap met zichtbare scheuren, met stompe of beschadigde snijkanten mogen niet gebruikt worden.
Montage en bevestiging
- Gereedschappen moeten zo zijn opgespannen dat ze bij het gebruik niet loslaten.
- Bij de montage van de gereedschappen moet ervoor worden gezorgd dat het opspannen op de gereedschapsnaaf of op het spanvlak van het gereedschap plaatsvindt en dat de snijvlakken niet met andere onderdelen in aanraking komen.
- Het verlengen van de sleutel of het aan-draaien met behulp van hamerslagen is niet toegestaan.
- De spanvlakken moeten worden gereinigd van verontreinigingen, vet, olie en water.
- Spanschroeven moeten volgens de aanwijzingen van de fabrikant worden aangedraaid.
- Voor de instelling van de boorgatdiameter van cirkelzaagbladen in overeenstemming met de asdiameter van de machine mogen
alleen vast ingebrachte ringen, bijv.: ingeperste ringen of ringen die op hun plaats worden gehouden door een lijmverbinding, worden gebruikt. Het gebruik van losse ringen is niet toegestaan.
Onderhoud en verzorging
- Reparaties en slijpwerkzaamheden mogen alleen door Festool-servicewerkplaatsen of door experts worden uitgevoerd.
- De constructie van het gereedschap mag niet veranderd worden.
- Gereedschap regelmatig ontharsen en reinigen (reinigingsmiddel met pH-waarde tussen 4,5 en 8).
- Stompe snijkanten kunnen bij het spaanvlak tot een minimale snijdikte van 1 mm worden nageslepen.
- Transport van het gereedschap alleen in een geschikte verpakking - verwondingsgevaar!
2.4 Overige veiligheidsvoorschriften

Draag geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen: Gehoorbescherming, veiligheidsbril, stofmasker bij stofproducerende werkzaamheden.
- Tijdens het werken kunnen schadelijke/giftige stoffen ontstaan (bijv. bij loodhou-dende verf, enkele houtsoorten of meta-len). Voor de gebruiker van de machine of voor personen die zich in de buurt van de machine bevinden, kan het aanraken of in-ademen van deze stoffen gevaarlijk zijn. Neem de veiligheidsvoorschriften in acht die in uw land van toepassing zijn.
- Ter bescherming van uw gezondheid een geschikt ademmasker dragen. Zorg in gesloten ruimtes voor voldoende ventilatie en sluit een mobiele stofzuiger aan.
- Controleer of behuizingsdelen beschadigingen zoals scheurtjes of breuken vertonen. Laat beschadigde onderdelen vóór het gebruik van het elektrische gereedschap repareren.
- Geen netvoeding of accupacks van andere leveranciers voor het gebruik van het accugereedschap toepassen. Geen oplaadapparaten van andere leveranciers voor het laden van de accupacks gebruiken. Het gebruik van accessoires die niet door de fabrikant worden voorgeschreven, kan tot
een elektrische schok en/of ernstig letsel leiden.
2.5 Aluminiumbewerking
Bij de bewerking van aluminium dient men zich uit veiligheidsoverwegingen te houden aan de volgende maatregelen:

- Draag een veiligheidsbril!
- Elektrisch gereedschap op een geschikt afzuigapparaat met antistatische afzuigslang aansluiten.
- Elektrisch gereedschap regelmatig reinigen van stofafzettingen in de motorbehuizing.
- Een aluminium-zaagblad gebruiken.
- Bij het zagen van platen dienen de zaagbladen met petroleum te worden ingesmeerd, dunwandige profielen (tot 3 mm) kunnen zonder smeren worden bewerkt.
2.6 Restrisico's
Ook wanneer u zich aan alle relevante bouwvoorschriften houdt, kunnen zich bij het gebruik van de elektrische machine nog gevaarlijke situaties voordoen, bijv. als gevolg van:
- Aanraking van draaiende delen: zaagblad, spanflens, flensschroef,
- aanraking van spanningvoerende delen bij geopende behuizing,
- het wegschieten van werkstukdelen,
- het wegschieten van werkstukdelen bij beschadigd gereedschap,
- geluidsemissie,
- stofemissie.
2.7 Emissiewaarden
De volgens EN 62841 bepaalde waarden bedragen gewoonlijk:
Geluidsdrukniveau L _PA = 85 dB(A)
Geluidsvermogensniveau L _WA = 98 dB(A)
Onzekerheid K = 3 dB

VOORZICHTIG
Geluid dat bij het werk optreedt Beschadiging van het gehoor
▶ Gehoorbescherming gebruiken.

VOORZICHTIG
Emissiewaarden kunnen van de aangegeven waarden afwijken. Dit hangt af van het gebruik van het gereedschap en de soort van het bewerkte werkstuk.
- De werkelijke belasting tijdens de gehele bedrijfscyclus moet beoordeeld worden.
- Afhankelijk van de werkelijke belasting moeten passende veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de bediener worden vastgelegd.
3 Gebruik volgens de voorschriften
De CSC SYS 50 is als transporteerbare formaat-cirkelzaag (tafelcirkelzaag met geïntegreerde schuiftafel) bedoeld voor het zagen van hout, gelamineerde houten platen en kunststof.
Met de door Festool aangeboden speciale zaagbladen kunnen de machines ook voor het zagen van ongeharde ferro- en non-ferrometalen worden gebruikt.
Het wordt niet aanbevolen voor het zagen van minerale plaatmaterialen zoals gipsplaat. Het schurende stof leidt tot hoge slijtage van de elektrische aandrijvingen.
Er mag geen asbesthoudend materiaal worden bewerkt.
Geen slijp- en schuurschijven gebruiken.

De gebruiker is aansprakelijk bij gebruik dat niet volgens de voorschriften plaatsvindt.
3.1 Zaagbladen
Er mogen alleen zaagbladen met de volgende gegevens worden gebruikt:
- Zaagbladen conform EN 847-1
- Diameter zaagblad 168 mm
- Zaagbreedte 1,8 mm
- Opnamegat 20 mm
- Stambladdikte 1,2 mm
- Geschikt voor toerentallen tot 9500 min ^-1
Festool-zaagbladen voldoen aan de norm EN 847-1.
Zaag alleen materialen die conform de bepalingen voor het betreffende zaagblad bestemd zijn.
Zaagbladen van hooggelegeerd sneldraaistaal (HSS-staal) mogen niet worden toegepast.
| Accu-formaatcir-kelzaag | CSC SYS 50 |
| Motorspanning 36 V | --- |
| Toerental (onbelast) 6800 min | -1 |
| Geschikte accu's | Festool-serieBP 18 ≥ 4 Ah |
| Opnameboorgat ∅ | 20 mm |
| Hellingshoek -10° - 47° | |
| Zaaghoogte bij 0° | 0 - 48 mm* |
| Zaaghoogte bij 45° | 0 - 34 mm* |
| Zaaghoogte bij 47° | 0 - 33 mm* |
| Zaaghoogte bij -2° | 0 - 48 mm* |
| Zaaghoogte bij -10° | 21 - 32 mm* |
| Afkortzaag-snede-breedte bij 90° | 450 mm |
| Afkortzaag-snede-breedte bij 45° | 340 mm |
| Afkortzaag-snede-breedte bij 70° | 140 mm |
| Parallelle zaagsne-debreedte | 280 mm |
| Verstekhoek 0 - 70° | |
| Transportmaat 512 x 396 x 296 mm | |
| Tafelhoogte 228 mm | |
| Frequentie 2402 MHz - 2480 MHz | |
| Equivalent isotroopuitgestraald vermogen (EIRP) | < 10 dBm |
| Totaalgewicht zonder accu's | 20,2 kg |
* Door fabricagetoleranties bij zaagblad en elektrische machine kunnen ook hogere zaagsneden mogelijk zijn.
5 Apparaatcomponenten
De vermelde afbeeldingen staan aan het begin en aan het einde van de gebruiksaanwijzing.
[1-1] Greepvlak
[1-2] Koelluchtopening
[1-3] Hoofdschakelaar
[1-4] Status-LED
[1-5] Klem hoekarreteeraanslag fixeren
[1-6] Schuiftafel
[1-7] Groef voor hoekarreteeraanslag
[1-8] Groef voor Festool geleiderail-klemmen
[1-9] Tafelinzetstuk
[1-10] Inbussleutel
[1-11] Spouwmes verdekte zaagsnede
[1-12] Spouwmes met beschermingsafdekking
[1-13] Duwlat in duwlatbox
[1-14] Parallelaanslag
[1-15] Schaal zaagbreedte lengtesneden
[1-16] Tafelverbreding
[1-17] Grendelinrichting tafelverbreding
[1-18] Bedieningsmodule
[1-19] Stofopvangzak
[1-20] Hoekarreteeraanslag
[1-21] Vergrendelhendel schuiftafel
[1-22] Sluitklem
[1-23] Systainerkap
[1-24] Draagreep
6 Bedieningsmodule
6.1 Elementen de bedieningsmodule
| [2-1] | Hoektoets |
| [2-2] | Hoogtetoets |
| [2-3] | Display |
| [2-4] | Draaiwieltje |
| [2-5] | Startschakelaar |
| [2-6] | Stopschakelaar |
6.2 Display-elementen
Afhankelijk van de context worden in het display [2-3] verschillende elementen weergegeven.
[2-7] Positie X van Y (bij assistenten)
[2-8] Opmerkingsgrafiek dialoog
[2-9] Infotekst dialoog
[2-10] Focuslijn selectiemogelijkheid
[2-11] Favoriet parkeerstand
[2-12] Zaaghoek (hoofdbeeldscherm)
[2-13] Zaaghoogte (hoofdbeeldscherm)
[2-14] Capaciteitsindicatie accu's
[2-15] Status Bluetooth® verbinding (bij actieve Bluetooth® functie)
[2-16] Favorietpositie (hoofdbeeldscherm)
7 Ingebruikneming
7.1 Elektrische machine opstellen

WAARSCHUWING
Risico van ongevallen
Elektrische machine kantelt op een oneffen ondergrond.
- Let op een veilige stand van de elektrische machine. Het steunvlak moet vlak, in goede staat en vrij van losliggende voorwerpen (bijv. spaanders en zaagresten) zijn.
▶ Elektrische machine in een horizontale vlakke positie met de rubberen voeten op een stevige vlakke ondergrond zetten.
- Sluitklem [1-22] aan beide zijden van de elektrische machine losmaken.
▶ Systainerkap [1-23] naar boven oplichten.
7.2 Eerste ingebruikneming
Na het eerste inschakelen van de elektrische machine start op het display het volgende verloop
- Instelling van taal en eenheid.
- De assistent "Eerste stappen" legt de basisbediening van de elektrische machine uit.
- Initiële referentieloop wordt doorlopen.
- Zaaghoogte op nul kalibreren (zie hoofdstuk 9.5).
- Hoofdbeeldscherm (zaaghoek/zaaghoogte) wordt weergegeven.
Als de referentieloop wordt onderbroken, wordt hiernaar bij het volgende inschakelen van de elektrische machine opnieuw gevraagd.
7.3 In-/uitschakelen
Elektrische machine inschakelen
▶ Accu plaatsen (zie hoofdstuk 8 ).
▶ Hoofdschakelaar [1-3] indrukken.
LED [1-4] brandt. Als een referentieloop noodzakelijk is, wordt dit in het display aangegeven.
▶ Referentieloop uitvoeren: Draaiwiel [2-4] indrukken en ingedrukt houden.
Nederlands
① Om constant nauwkeurige werkresultaten te bereiken, raden wij aan om na het transport van de elektrische machine een referentieloop uit te voeren.
Zaagblad inschakelen
▶ Gewenste instellingen op de bedieningsmodule uitvoeren (zie hoofdstuk 9.1).
- Werkstuk opleggen en evt. met Festool geleiderailklemmen in de gleuf [1-8] op de schuiftafel bevestigen.
▶ Handen uit de gevarenzone weghouden.
▶ Startschakelaar [2-5] indrukken
Zaagblad start.
Zaagblad uitschakelen
▶ Op de stopschakelaar [2-6] drukken om de zaag uit te schakelen.
Als het zaagblad toch nog verder draait: Elektrische machine op de hoofdschakelaar [1-3] uitschakelen of accu verwijderen. Contact opnemen met Festool Service.
Elektrische machine uitschakelen
- Wacht tot het zaagblad tot stilstand is gekomen.
▶ Elektrische machine op de hoofdschakelaar [1-3] uitschakelen.
① Na 4 uur zonder bediening schakelt de elektrische machine volledig uit. (Tijd kan via de Festool Work-app gewijzigd worden.)
8 Accupack
Vóór de plaatsing van het accupack moet de accu-aansluiting op verontreiniging gecontroleerd worden. Een verontreiniging van de accu-aansluiting kan een goed contact belemmeren en tot schade aan de contacten leiden.
Een gestoord contact kan tot oververhitting en beschadiging van het apparaat leiden.
[3A]
Accupack verwijderen.
[3B]
Accupack plaatsen - tot aan het vastklikken.
① Het gebruik van de elektrische machine is alleen mogelijk als beide accu's geplaatst zijn en over voldoende laadcapaciteit beschikken. Geschikte accu's, zie hoofdstuk 4.
8.1 Capaciteitsindicatie
De laadtoestand van de accu's wordt op het display en in de Festool Work-app weergegeven. De nummering van de accu's [3B-1] bevindt zich naast de accu-aansluitingen.
① Meer informatie over oplaadapparaat en accupack met capaciteitsindicatie vindt u in de bedieningshandleidingen van accupack en oplaadapparaat.
9 Instellingen

Zie voor aanvullende informatie www.festool.com/QuickGuide-CSCSYS
9.1 Instellingen op de bedieningsmodule
Let erop dat het gebied rondom het zaagblad vrij is als u het zaagblad instelt.
Volgende instellingen kunnen via de bedie- ningsmodule uitgevoerd worden:
- Taal
- Eenheid
- Toerental
- Zaaghoogte (zaagbladhoogte)
- Zaaghoogte kalibreren
- Zaaghoek (zaagbladhoek)
- Zaaghoek kalibreren
- Favorieten selecteren en toewijzen
- Referentieloop
- Naar fabrieksinstellingen terugzetten
Voor volgende instellingen is een assistent in het menu beschikbaar: - Referentieloop
- Eerste stappen
- Zaaghoogte kalibreren
- Zaaghoek kalibreren
- Zaagblad wisselen
Navigeren
Navigeren door een menu, een assistent of door diverse selectiemogelijkheden
▶ Draaiwiel [2-4] naar rechts of links draaien.
Hoofdmenu oproepen
▶ Draaiwiel twee keer indrukken.
Selecteren
Een assistent starten of een selectie bevestigen
▶ Draaiwiel indrukken.
9.2 Festool Work-app\*
Met behulp van de Festool Work-app kan de elektrische machine geconfigureerd worden.
Hiervoor moet minstens een van de beide geplaatste accu's een Bluetooth® accu zijn.
(i) Verbinding van de accu via Bluetooth®, zie gebruiksaanwijzing accu.
In de Festool Work-app vindt u meer informatie over de bediening van de elektrische machine.
* Niet voor elk land beschikbaar.
9.3 Toerental instellen
Het toerental kan op de bedieningsmodule in 6 standen aan de eisen van het werkstuk worden aangepast.
9.4 Zaaghoogte instellen
De zaaghoogte op de bedieningsmodule instellen.
▶ Hoogtetoets [2-2] bedienen.
▶ Binnen 10 seconden op het draaiwiel [2-4] de gewenste zaaghoogte instellen.
① Om de instelmodus al vóór afloop van de 10 seconden te beëindigen: Hoogte-toets bedienen.
i Instelling van de zaaghoek in stappen van eentienden: Draaiwiel tijdens het draaien ingedrukt houden.
9.5 Zaaghoogte kalibreren
Bij de eerste ingebruikneming en na een verandering van de zaagbladdiameter moet de zaaghoogte gekalibreerd worden. De zaagbladdiameter kan veranderen als gevolg van bijslijpen of vervanging van het zaagblad.
U start de kalibratie via de optie "Zaaghoogte kalibreren" op het display. Volg de aanwijzingen op het display.
▶ Druk op de draaiknop om het zaagblad tot onder de tafel neer te laten.
- Plaats een korte afvalplint op de schuiftafel tegen de hoekarreteeraanslag (net als bij een afkortzaagsnede).
▶ Druk op de draaiknop om de stap te bevestigen.
▶ Schakel het zaagblad in met de startschakelaar [2-5].
▶ Voer een afkortzaagsnede uit. Draai hierbij langzaam aan de draaiknop om het zaagblad langzaam en stapsgewijs omhoog te brengen.
Wanneer het zaagblad de afvalplint raakt, is het nulpunt bereikt en kan het zaagblad uitgeschakeld worden.
- Druk op de draaiknop om deze instelling als nieuwe nulpositie op te slaan.
9.6 Zaaghoek instellen

VOORZICHTIG
Gevaar voor beknelling Bij het instellen van de zaaghoek beweegt het afzuigkanaal mee.
- Handen of voorwerpen niet tussen afzuigkanaal en schuiftafel brengen.
De zaaghoek op de bedieningsmodule instellen.
▶ Hoektoets [2-1] bedienen.
▶ Binnen 10 seconden aan het draaiwiel [2-4] de gewenste hoek instellen.
① Om de instelmodus al vóór afloop van de 10 seconden te beëindigen: Hoektoets bedienen.
i Instelling van de zaaghoek in stappen van eentienden: Draaiwiel tijdens het draaien ingedrukt houden.
9.7 Zaaghoek kalibreren
Als de zaag de ingevoerde zaaghoek niet meer correct zaagt:
▶ De zaaghoek via de assistent op de bedie- ningsmodule kalibreren.
9.8 Favorieten
Vier veelgebruikte combinaties van zaaghoogte en zaaghoek kunnen als favoriet worden opgeslagen. Als vijfde niet-wijzigbare favoriet "P" is de parkeerstand opgeslagen. Deze wordt alleen weergegeven als de systainerkap niet in de huidige positie opgezet kan worden.
Favoriet selecteren
In het hoofdbeeldscherm met het draaiwiel een favorietenpaar [2-11] selecteren.
- Draaiwiel indrukken en vasthouden tot de zaagbladpositie volledig is aangelopen.
Favoriet opslaan
▶ Gewenste combinatie uit zaaghoogte en zaaghoek instellen.
▶ Hoektoets en hoogtetoets gelijktijdig indrukken.
▶ Met het draaiwiel de gewenste favorietenpositie [2-11] kiezen.
▶ Selectie door indrukken van het draaiwiel bevestigen.
9.9 Spouwmes

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel
- Vóór alle werkzaamheden aan de elektrische machine deze met de hoofdschakelaar uitschakelen en de accu uit de elektrische machine verwijderen.

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel
▶ Nooit zonder spouwmes werken.
Spouwmes met beschermingsafdekking [1-12]
Indien mogelijk altijd het spouwmes met beschermingsafdekking gebruiken.
Spouwmes verdekte zaagsnede [1-11]
Voor verdekte zaagsneden of groeven.
Spouwmes demonteren mogelijkheid 1 [4A]
- ① Zaagblad via de bedieningsmodule in de parkeerstand bewegen (favoriet "P" selecteren).
▶ Inussleutel [1-10] in de opening op het typeplaatje drukken, ingedrukt houden en spouwmes naar boven lostrekken.
▶ 4 Inbussleutel weer in de daarvoor bedoel-de houder [1-10] plaatsen.
Spouwmes demonteren mogelijkheid 2 [4B]
- Afdekplaat demonteren (zie hoofdstuk 9.16 ).
- ① Spouwmesvergrendeling indrukken, ingedrukt houden en spouwmes naar boven lostrekken.
▶ Afdekplaat weer monteren.
- Spouwmes van boven indrukken tot het vastklikt. WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel! Effectieve vergrendeling van het spouwmes controleren.
9.10 Afzuiging

WAARSCHUWING
Gevaar voor de gezondheid door stof
▶ Nooit zonder afzuiging werken.
▶ Nationale voorschriften in acht nemen.
- Bij het zagen van kankerverwekkende stoffen altijd een geschikte mobiele stofzuiger volgens de nationale bepalingen aansluiten. Niet de stofopvangzak gebruiken.
Geïntegreerde afzuiging
- Het aansluitstuk [5-1] van de stofopvangzak [5-3] door naar rechts te draaien aan de afzuigaansluiting [5-2] bevestigen.
▶ Voor het leegmaken het aansluitstuk van de stofopvangzak van de afzuigaansluiting verwijderen door het naar links te draaien.
Door verstoppingen in de beschermkap kunnen veiligheidsfuncties beïnvloed worden. Om verstoppingen te vermijden is het daarom beter om met een mobiele stofzuiger met volle afzuigcapaciteit te werken.
Bij het zagen (bijv. van MDF) kan er statische oplading ontstaan. Werk dan met een mobiele stofzuiger en een antistatische afzuigslang.
Festool mobiele stofzuiger
Aan de afzuigaansluiting [5-2] kan een Festool mobiele stofzuiger met een zuigslang met een diameter van 27 mm worden aangesloten. Het aansluitstuk van een afzuigslang wordt in het aansluitstuk [5-2] gestoken.
ATTENTIE! Als er geen antistatische afzuig-slang wordt gebruikt, kan een statische opla-ding ontstaan. De gebruiker kan een elektri-sche schok krijgen, en de elektronica van het elektrische gereedschap kan beschadigd wor-den.
9.11 Tafelverbreding [6]
Ter vergroting van het werkvlak bij lengtezaagsneden vanaf ca. 95 mm.
▶ Tafewerbreding uitklappen.
▶ Tale verbreding inklappen.
9.12 Parallelaanslag
Parallelaanslag monteren
▶ Afbeelding [7]
Zaagbreedte lengtezaagsneden instellen
▶ Afbeelding [8]
Aanslagrail [9-1] instellen
▶ Afbeelding [9A]
① Voor hoekzaagsneden of zeer lage werkstukken de aanslagrail [9-1] draaien [9B]. De lage zijde wijst dan naar het zaagblad.
9.13 Schuiftafel instellen
De schuiftafel kan in twee posities gefixeerd worden.
Werkpositie
▶ Achterste positie A, afbeelding [10]
Zaagbladwisselpositie
▶ Voorste positie B, afbeelding [10]
ATTENTIE! Gevaar voor letsel. De schuiftafel altijd fixeren als deze niet gebruikt wordt om te schuiven.
9.14 Hoekarreteeraanslag
De hoekarreteeraanslag kan als dwars- of hoekaanslag (verstekaanslag) worden gebruikt.

WAARSCHUWING
Risico op ongelukken door inzetgereedschap
▶ Aanslagrail [13-1] mag niet in het zaaggebied reiken.
▶ Alle schroeven en draaikoppen van de hoe-karreteeraanslag moeten tijdens het zagen stevig zijn vastgedraaid.
Hoekarreteeraanslag monteren / positioneren
▶ Afbeelding [11]
Hoek instellen
▶ Afbeelding [12]
Hoekarreteeraanslag vergrendelt op 13 gebruikelijke hoekinstellingen.
Aanslagrail zijdelingse positie instellen
▶ Afbeelding [13]
9.15 Zaagblad selecteren
Festool-zaagbladen zijn met een gekleurde ring gemarkeerd. De kleur van de ring staat voor het materiaal waarvoor het zaagblad geschikt is. Neem de vereiste zaagbladgegevens in acht (zie hoofdstuk 3.1).
Blauw Aluminium, kunststof


9.16 Zaagblad wisselen

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel
- Vóór alle werkzaamheden aan de elektrische machine deze met de hoofdschakelaar uitschakelen en de accu uit de elektrische machine verwijderen.


VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel door heet en scherp gereedschap
- Geen stomp en defect inzetgereedschap gebruiken.
- Veiligheidshandschoenen dragen bij het hanteren van inzetgereedschap.
Zaagbladwisselpositie
- Zaagblad via de bedieningsmodule [14-9] in zaagbladwisselpositie bewegen.
Afdekplaat demonteren
▶ Schuiftafel [14-12] in de voorste positie zetten. Daar met de vergrendelhendel [14-7] vergrendelen.
▶ Met meegeleverde inbussleutel [14-2] de schroef [14-11] aan de afdekplaat losdraaien.
▶ Afdekplaat [14-8] afnemen.
Zaagblad demonteren
▶ Spouwmes [14-10] demonteren (zie hoofdstuk 9.9)
- Spindelstoptoets [14-1] naar onderen drukken en de schroef [14-3] met de inbussleutel openen (linkse schroefdraad).
▶ Schroef en flens [14-4] afnemen en zaagblad naar boven eruit nemen.
Zaagblad monteren
WAARSCHUWING! Controleer schroeven en flens op verontreiniging en gebruik alleen schone en onbeschadigde onderdelen!
Nieuw zaagblad en buitenste flens plaatsen. WAARSCHUWING! De draairichting van zaagblad [14-5] en zaag [14-6] moet overeenstemmen! Wordt dit niet in acht genomen, dan kan dit tot ernstig letsel leiden. In geplaatste toestand is het opschrift van het zaagblad niet zichtbaar.
▶ De schroef stevig aandraaien (linkse schroefdraad).
- Afdekplaat [14-8] plaatsen en vastschroeven.
▶ Spouwmes plaatsen.
- Inbussleutel in de daarvoor bedoelde houder [1-10] plaatsen.
10 Werken met het elektrische gereedschap
10.1 Veilig werken

Bij het werken alle aan het begin vermelde veiligheidsvoorschriften en de volgende regels in acht nemen:
Vóór het begin
- Ervoor zorgen dat de zaagbladafscherming onbeschadigd is en bij alle zaaghoeken en zaaghoogtes het zaagblad niet raakt. De kleppen op de zaagbladafscherming moeten vrij kunnen bewegen.
- Tafelplaat, afdekplaat en tafelinzetstuk mo-gen niet beschadigd zijn (bijv. insnijdingen in de zaagvoeg). Vervang onmiddellijk be-schadigde onderdelen.
- Werk nooit zonder geplaatste afdekplaat, serviceklep of tafelinzetstuk.
- Controleer of het zaagblad goed vastzit.
- ATTENTIE! Oververhittingsgevaar! Voor gebruik controleren of de accu goed vastgeklikt is.
- Het werkstuk spanningsvrij en vlak opleggen.
Tijdens het werk
- Kantelgevaar! Elektrische machines kunnen kantelen als zeer grote werkstukken of te zware werkstukken worden bewerkt.
- Draag geen veiligheidshandschoenen bij het zagen. Veiligheidshandschoenen kunnen door het zaagblad worden gegrepen en de hand in het zaagblad trekken.
- Correcte werkpositie: Op de schuiftafelzijde naast de zaagbladlijn.
- Gevaar voor letsel door wegvliegende de- len. Omstanders kunnen letsel oplopen. Af- stand houden.
- Voorkom oververhitting van de snijkanten van het zaagblad door de snelheid aan te passen en zorg er bij het zagen van kunststof voor dat dit niet smelt. Hoe harder het te zagen materiaal, des te kleiner moet de voedingssnelheid zijn.
- De positie van de elektrische machine nooit bij lopend zaagblad wijzigen.
- Als de duwlat [1-12] niet wordt gebruikt, moet deze in de duwlatbox (Afbeelding 1) worden bewaard.
10.2 Toepassingen
De zaag kan toegepast worden als
- Formaatcirkelzaag
met schuiftafel en dwarsaanslag.
- Tafelcirckelzaag
met vastgezette schuiftafel en lengteaanslag.
10.3 Afkortzaagsneden
Afkort- en hoekzaagsneden aan de linkerzijde van de elektrische machine uitvoeren. Altijd de hoekarreteeraanslag gebruiken (zie hoofdstuk 9.14).
10.4 Hoekzaagsneden
▶ Voor hoekzaagsneden het spouwmes met beschermingsafdekking gebruiken (zie hoofdstuk 9.9).
▶ De parallelaanslag demonteren.
▶ Hoekarreteeraanslag in de schuiftafel positioneren (zie hoofdstuk 9.14).
▶ Schuiftafelfixering losmaken (zie hoofdstuk 9.13).
- Werkstuk met hoekarreteeraanslag geleiden.
10.5 Lengtesneden
- Het spouwmes met beschermingsafdekking monteren (zie hoofdstuk 9.9).
▶ De hoekarreteeraanslag demonteren (zie hoofdstuk 9.14).
▶ De parallelaanslag monteren (zie hoofdstuk 9.12).
▶ Lengtezaagsnede uitvoeren.
10.6 Versteklengtesneden
▶ Spouwmes met beschermingsafdekking gebruiken (zie hoofdstuk 9.9).
- De hoekarreteeraanslag demonteren (zie hoofdstuk 9.14).
▶ De parallelaanslag monteren (zie hoofdstuk 9.12).
- Als het zaagblad in de richting van de parallelaanslag wordt gebogen [9B]:
De aanslagrail [9-1] zo draaien dat de lage zijde naar het zaagblad wijst, zodat er meer ruimte voor de duwlat ontstaat en het zaagblad niet in contact komt met de aanslagrail.
- Als er dan nog niet genoeg ruimte voor de duwlat tussen beschermingsafdekking en aanslagrail is, moet er een schuifblok * gebruikt worden.
- Om vastklemmen en terugslag van het werkstuk te voorkomen, moet de aan-slagrail zo ingesteld worden dat de achterkant gelijk is met een lijn van 45° ten opzichte van het midden van het zaag-blad.
▶ Hellingshoek van het zaagblad op de bedieningsmodule instellen (zie hoofdstuk 9.6).
▶ Werkstuk aan de parallelaanslag geleiden.
* Wordt niet meegeleverd.
10.7 Verdekte zaagsneden

WAARSCHUWING
Risico op ongelukken door terugslag
Onmiddellijk na de werkzaamheden die het verwijderen van het spouwmes met beschermingsafdekking vereisen, is het absoluut noodzakelijk om het spouwmes met beschermingsafdekking weer te installe- ren.
Gecompliceerde bewerkingen met verdekte zaagsneden zoals invalzagen en gutsen zijn niet toegestaan.
① Gebruik voor verdekte zaagsneden een drukelement*, zodat het werkstuk tijdens de snede vast op de tafel wordt gedrukt.
* Wordt niet meegeleverd.
Voor verdekte zaagsneden het spouwmes voor verdekte zaagsneden gebruiken (zie hoofdstuk 9.9).
Groeven
▶ Groefdiepte (= zaaghoogte) op de bedie-ningsmodule instellen (zie hoofdstuk 9.4).
▶ Parallelaanslag instellen (zie hoofdstuk 9.12).
- Spouwmes voor verdekte zaagsneden monteren (zie hoofdstuk 9.9).
▶ Werkstuk aan de parallelaanslag geleiden.
▶ Proces herhalen tot de gewenste groefbreedte is bereikt.
Felsen
De eerste snede in de smalle zijde van het werkstuk zagen.
- Zaaghoogte van de eerste snede op de bedieningsmodule instellen (zie hoofdstuk 9.4).
▶ Parallelaanslag instellen (zie hoofdstuk 9.12).
De eerste snede in de smalle zijde van het werkstuk kan worden uitgevoerd.
▶ Werkstuk omkeren.
- Zaaghoogte van de tweede snede instellen.
▶ Parallelaanslag instellen.
i Afstand tot de parallelaanslag zodanig kiezen dat de reeds gezaagde groef niet aan de zijde van de aanslag ligt.
De tweede snede aan de smalle zijde van het werkstuk kan worden uitgevoerd.
10.8 Blokkeringen verwijderen [15]
![FESTOOL CSC SYS 50 EBI - Blokkeringen verwijderen [15] - 1](/content/2026/04/601818/images/9aeba10dcf408d812af1752443d9330f3d0de02e84521c3410cfde9f9024a5ad.jpg)
WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel
- Vóór alle werkzaamheden aan de elektrische machine deze met de hoofdschakelaar uitschakelen en de accu uit de elektrische machine verwijderen.
▶ Afdekplaat demonteren (zie hoofdstuk 9.16). - Zaagbladklep [15-1] ontgrendelen en daarna naar onderen zwenken.
▶ ATTENTIE! Veiligheidshandschoenen dragen.
Werkstukresten verwijderen, bereik om het zaagblad afzuigen.
▶ Zaagbladklep sluiten, afdekplaat monteren. - Inbussleutel in de daarvoor bedoelde houder [1-10] plaatsen.
11 Transport

VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel!
Elektrische machine kan bij het dragen uit de hand glijden.
▶ Elektrische machine altijd met beide handen aan de daarvoor bedoelde greepvlakken [1-1] aan beide zijden van de elektrische machine vasthouden.
- Bij het dragen aan de draaggreep [1-24] ervoor zorgen dat het deksel met beide sluitklemmen is geborgd.

VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel
Schuiftafel kan uitschuiven. Tafelverbreding kan uitklappen.
- Het transport van de elektrische machine moet altijd in de daarvoor bestemde transportstand plaatsvinden.
11.1 Elektrische machine beveiligen (transportstand)
- Zaagblad via de bedieningsmodule in de parkeerstand bewegen (favoriet "P" selecteren).
Nederlands
▶ Elektrische machine op de hoofdschakelaar uitschakelen (zie hoofdstuk 7.3).
▶ Schuiftafel fixeren (zie hoofdstuk 9.13).
▶ Tafelverbreding dichtklappen (zie hoofdstuk 9.11).
- De aanslagrails samenschuiven tot de beide instelmarkeringen van de parkeerstand (zie hoofdstuk 1) naar elkaar wijzen.
▶ Parallelaanslag op de elektrische machine in de parkeerstand zetten [16B].
- Spouwmes met beschermingsafdekking en resterende accessoires in het deksel opbergen [16A]. De hoekarreteeraanslag kan ook op de elektrische machine in de parkeerstand aangebracht worden [16B].
▶ Deksel sluiten en met beide sluitklemmen borgen.
Elektrische machine is in transportstand.
12 Onderhoud en verzorging

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel, elektrische schokken
- Vóór alle onderhouds- en reparatiewerkzaamheden altijd het accupack van het elektrische gereedschap verwijderen.
▶ Alle onderhouds- en reparatiewerkzaamheden, waarvoor het vereist is om de motorbehuizing te openen, mogen alleen in een geautoriseerde onderhoudswerkplaats worden uitgevoerd.

Klantenservice en reparatie alleen door fabrikant of door servicewerkplaatsen. Adres bij u in de buurt op: www.festool.nl/service

Alleen originele Festool-reserveonderdelen gebruiken! Bestelnr. op: www.festool.nl/service
▶ Beschadigde beveiligingsinrichtingen en onderdelen moeten op deskundige wijze in een erkende en gespecialiseerde werkplaats gerepareerd en vervangen worden, voor zover niets anders in de gebruiksaanwijzing aangegeven is.
- Zorg ervoor dat de koelluchtopeningen in de motorbehuizing altijd vrij en schoon zijn om de luchtcirculatie te waarborgen.
▶ Stofafzettingen, splinters en spanen door afzuigen verwijderen (zie hoofdstuk 10.8).
12.1 Hoogte tafelverbreding bijstellen
▶ Afbeelding [17]
12.2 Schuiftafelhoogte bijstellen [18]
Als de hoogte van de schuiftafel niet meer met de hoogte van de tafelplaat overeenstemt:
▶ Schuiftafel in de voorste positie zetten.
- Afdekkap [18-1] verwijderen en schroef daaronder losdraaien.
▶ Schuiftafel in de achterste positie zetten.
- Afdekkap [18-2] verwijderen en schroef losdraaien.
- De hoogte van de schuiftafel met de instelschroeven [18-3] en [18-4] bijstellen.
Naar rechts draaien = neerlaten
Naar links draaien = oplichten
▶ Schroeven [18-1] en [18-2] vastdraaien (3,5 Nm) en afdekkappen plaatsen.
12.3 Schuiftafel maximale slag bijstellen [19]
Als de schuiftafel niet meer over het maximale schuifbereik bewogen kan worden:
▶ Schuiftafel handmatig (met kracht) in de eindposites voor en achter bewegen tot de kant van de schuiftafel op de slagmarkeringen [19-1] ligt.
12.4 Loopbanen van de schuiftafel reinigen [20]
Als de schuiftafel moeizaam te verplaatsen is, kan dit komen door vuil in de loopbanen van de schuiftafel of in de kogellagers.
- Vier loopbanen in de geleider van de schuif-tafel [20-1] en vier loopbanen op de schuif-tafel [20-2] met een doek reinigen.
Als de schuiftafel moeizaam blijft lopen, neem dan contact op met de fabrikant of een geautoriseerde servicewerkplaats.
12.5 Hoekarreteeraanslag bijstellen
Bijstellen van de haaksheid:
▶ Afbeelding [21]
12.6 Eindaanslagen reinigen [22]
Als de referentieloop mislukt: Eindaanslagen van hoogte- en hoekinstelling reinigen.
- Zaagblad naar de hoogste positie bewegen.
▶ Zaaghoek op 0° instellen.
▶ Elektrische machine op de hoofdschakelaar uitschakelen en accu's verwijderen.
▶ Tafelverbreding uitklappen.
▶ ServWeeklep [22-1] verwijderen.
▶ E3danslagen hoogte onder [22-3] en hoek [22-4] met een borstel reinigen.
▶ Serviceklep plaatsen en met de schroef [22-2] vastdraaien.
Accu's plaatsen en elektrische machine op de hoofdschakelaar inschakelen.
▶ Zaagblad volledig naar onderen bewegen.
▶ Elektrische machine op de hoofdschakelaar uitschakelen en accu's verwijderen.
▶ Serviceklep [22-1] verwijderen.
▶ Eedaanslagen hoek boven [22-5] met een borstel reinigen.
▶ Serviceklep plaatsen en met de schroef [22-2] vastdraaien.
- Afdekplaat demonteren (zie hoofdstuk 9.16).
6 Eindaanslagen hoek [22-6]+[22-7] met een borstel reinigen.
▶ Afdekplaat monteren.
Bij problemen met deze handeling contact opnemen met een geautoriseerde servicewerkplaats of de fabrikant.
12.7 Parallelaanslag ten opzichte van het zaagblad uitlijnen [23]
Bij splinters aan de bovenzijde van het werkstuk links van het zaagblad (aan de zijde van de hoekarreteeraanslag)
▶ Schroef [23-1] indraaien.
Parallelaanslag beweegt in richting A.
Bij splinters rechts van het zaagblad (aan de zijde van de parallelaanslag)
▶ Schroef [23-1] uitdraaien.
Parallelaanslag beweegt in richting B.
Een omdraaiing van de schroef [23-1] komt overeen met een beweging in richting A of B van ca. 3,1 mm
Eventueel moet de klemkracht van de parallelaanslag opnieuw ingesteld worden (zie hoofdstuk 12.8).
▶ Schroef [23-1] indraaien: Klemkracht moet verminderd worden.
▶ Schroef [23-1] uitdraaien: Klemkracht moet verhoogd worden.
12.8 Klemkracht parallelaanslag bijstellen [24]
- Indraaien van de schroef [24-1] verhoogt de klemkracht.
▶ Losdraaien van de schroef verlaagt de klemkracht.
12.9 Schuiftafel ten opzichte van zaagblad uitlijnen [25]
- Schuiftafel in de voorste positie zetten en vergrendelen.
▶ Afdekkap [25-1] verwijderen.
1 Om los te maken op de beide punten drukken.
▶ A#ekkap [25-2] verwijderen en schroef daaronder iets losdraaien.
▶ Schuiftafel in de achterste positie zetten.
▶ 4 Afdekkap [25-3] verwijderen en schroef daaronder iets losdraaien.
5 De vrije zaagsnede met de schroef [25-4] bijstellen. LET OP : Schroef [25-5] NIET verdraaien. De schuiftafel loopt anders moeizaam.
6 + 7 hroeven vastdraaien.
▶ Alle afdekkappen weer plaatsen.
13 Accessoires
De bestelnummers voor accessoires en gereedschap vindt u in de Festool-catalogus of online via www.festool.nl.
14 Milieu

Geef het apparaat niet met het huisvuil mee! Voer de apparaten, accessoires en verpakkingen op milieuvriendelijke wijze af. Neem de geldende nationale voorschriften in acht.
Vóór de verwijdering, voor zover aanwezig, moeten lege oude batterijen en accu's die niet in het afgedankte apparaat omhuld zijn, en lampen die zonder vernieling uit het afgedankte apparaat genomen kunnen worden, van het afgedankte apparaat gescheiden worden. Zodoende kunnen oude batterijen en accu's in een geregeld recyclingproces opgenomen worden.
Volgens de Europese richtlijn inzake gebruikte elektrische en elektronische apparaten en de omzetting hiervan in de nationale wetgeving dienen oude elektrische apparaten gescheiden te worden ingezameld en op milieuvriendelijke wijze te worden afgevoerd.
Informatie over de inzamelpunten voor een correcte verwijdering is onder www.festool.nl/recycling in te zien.
Informatie voor REACH: www.festool.nl/reach
15 Algemene aanwijzingen
15.1 Bluetooth®
Het woordmerk Bluetooth® en de logo's zijn geregistreerde merken van Bluetooth SIG, Inc. en worden door TTS Tooltechnic Systems AG & Co. KG en dus door Festool onder licentie gebruikt.
15.2 Informatie over gegevensbeveiliging
Het elektrische gereedschap bevat een chip voor de automatische opslag van machine- en
gebruiksgegevens. De opgeslagen gegevens hebben geen betrekking op personen.
De gegevens kunnen met speciale apparaten contactloos uitgelezen worden en worden door Festool uitsluitend gebruikt voor de storingsdiagnose, reparatie- en garantieafwikkeling als-
mede voor de verbetering van de kwaliteit of de verdere ontwikkeling van het elektrische gereedschap. Zonder uitdrukkelijke toestemming van de klant worden de gegevens niet voor andere doeleinden gebruikt.
16 Foutoplossing
| Probleem Mogelijke oorzaken Oplossingen | ||
| Display gaat niet aan. Een of beide accu's zijn ontladen. | Accu's opladen. | |
| Verkeerde accu gebruikt. Geschikte accu's gebruiken (zie hoofdstuk 4). | ||
| Display geeft niets weer. | Display defect. Contact opnemen met geautoriseerde service-werkplaats of fabrikant. | |
| Display toont waar-schuwingsmelding. | Waarschuwing bijv. voor oververhitting. | Op infotekst in de dialoog letten en melding over de focuslijn bevestigen. |
| Display geeft fout aan. Elektrische machine probeert een probleem op te lossen, bijv. oververhitting. | De aanwijzingen op het display volgen. | |
| Elektrische machine defect. Contact opnemen met geautoriseerde service-werkplaats of fabrikant. | ||
| Status-LED knippert rood. | Verkeerde accucombinatie geplaatst. | Zie hoofdstuk 4. |
| Onderspanning bij systeems-tart (accustand te laag). | Accu vervangen. | |
| Systainerkap kan niet gesloten worden. | Accessoires bevinden zich niet in de parkeerstand. | Elektrische machine in de transportstand zetten (zie hoofdstuk 11.1). |
| Inbussleutel kan niet in de opening op het type-plaatje ingebracht wor-den. | Zaagblad bevindt zich niet in de parkeerstand. | Zaagblad via de bedieningsmodule in de par-keerstand bewegen (zie hoofdstuk 9.8). |
| Zaaghoek komt niet overeen met de gege-vens in het display. | Zaaghoek versteld. Zaaghoek kalibreren (zie hoofdstuk 9.7). | |
| Zaaghoogte komt niet overeen met de gege-vens in het display. | Zaaghoogte versteld. Zaaghoogte kalibreren (zie hoofdstuk 9.5). | |
| Referentieloop mislukt Bereik kan niet worden be-reikt. Eindaanslagen vervuild. | Eindaanslagen reinigen (zie hoofdstuk 12.6). | |
| Schuiftafel en tafel-plaat bevinden zich niet op gelijke hoogte. | Schuiftafelhoogte versteld. Schuiftafelhoogte bijstellen (zie hoofdstuk 12.2). | |
| Tafelverbreding en ta-felplaat bevinden zich niet op gelijke hoogte. | Hoogte tafelverbreding ver-steld. | Hoogte tafelverbreding bijstellen (zie hoofd-stuk 12.1). |
| Schuiftafel kan niet meer volledig tot in beide posities bewogen worden. | Maximale slag versteld. Schuiftafel maximale slag bijstellen (zie hoofdstuk 12.3). | |
| Schuiftafel kan moeizam bewogen worden. | Loopbanen vervuild. Loopbanen met een doek schoonmaken (zie hoofdstuk 12.4). | |
| Kogellagers vervuild. Contact opnemen met geautoriseerde service-werkplaats of fabrikant. | ||
| Splinters bij het zagen Vrije zaagsnede parallelaanslag versteld. | Parallelaanslag ten opzichte van het zaagblad uitlijnen (zie hoofdstuk 12.7). | |
| Motor loopt met verminderd vermogen | Motortemperatuur te hoog.Toerental is verlaagd om een snelle afkoeling door de motorventilatie mogelijk te maken. | Na afkoeling komt de elektrische machine weer automatisch op gang.Pas verder werken na beëindigde afkoeling. |