PMPS 200 A1 - Lasapparaat PARKSIDE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis PMPS 200 A1 PARKSIDE in PDF-formaat.

📄 366 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice PARKSIDE PMPS 200 A1 - page 94

Download de handleiding voor uw Lasapparaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PMPS 200 A1 - PARKSIDE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PMPS 200 A1 van het merk PARKSIDE.

GEBRUIKSAANWIJZING PMPS 200 A1 PARKSIDE

PULSTECHNOLOGIE Bedienings- en veiligheidsinstructies Vertaling van de originele bedieningshandleiding

Klap, voordat u begint te lezen, de pagina met afbeeldingen uit en maak u aansluitend vertrouwd met alle functies van dit apparaat.

z Tabel van de gebruikte pictogrammen Let op! Lees de gebruiksaanwijzing!

Nominale stroom van de lasstroom 1 ~ 50 Hz Netingang; aantal fasen alsmede wisselstroomsymbool en nominale waarde van de frequentie.

1 eff Effectieve waarde van de grootste netstroom

Nominale waarde van de nullastspanning Voer elektrische apparaten niet af via het huishoudelijk afval!

Nominale waarde van de netspanning Gebruik het apparaat niet buiten en nooit in de regen!

Gestandaardiseerde bedrijfsspanning Elektrische schok van de laselektrode kan dodelijk zijn!

Grootste nominale lastijdwaarde in de lopende modus t ON (max) Booglassen met de hand met beklede staafelektroden Metaal-inert- en actiefgas-lassen inclusief het gebruik van vuldraad Wolfraam-inert gas-lassen Multilasapparaat met dubbele pulstechnologie PMPS 200 A1 z Inleiding Hartelijk gefeliciteerd! U hebt gekozen voor een van onze hoogwaardige apparaten. Leer het product voor de eerste ingebruikname kennen. Lees hiervoor de volgende bedieningshandleiding en de veiligheidsvoorschriften aandachtig door. De inbedrijfstelling van dit gereedschap mag alleen door geïnstrueerde personen gebeuren. BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN! z Gebruik conform de voorschriften Het apparaat is bestemd voor het lassen met massieve draad (MIG en MAG), MMA-lassen (lassen met staafelektroden), TIG-lassen (wolfraam-inert gas-lassen) evenals voor het lassen met gevulde draad. Bij het gebruik van gevulde draden die geen beschermgas in vaste vorm bevatten, moet bovendienNL/BE

beschermgas worden gebruikt. Bij het gebruik van zelfbeschermende gevulde draad is geen extra gas nodig. Het beschermgas bevindt zich in dat geval in poedervorm in de lasdraad en wordt daardoor direct de vlamboog in geleid. Daardoor is het apparaat bij werken in de openlucht ongevoelig voor wind. Alleen draadelektroden die geschikt zijn voor het apparaat, mogen worden gebruikt. Dit lasapparaat is geschikt voor het vlambooglassen met de hand van staal (MMA-lassen), roestvrij staal, plaatstaal en gegoten materialen met behulp van de bijbehorende beklede elektroden. Neem hiervoor de gegevens van de elektrodefabrikant in acht. Alleen elektroden die geschikt zijn voor het apparaat, mogen worden gebruikt. Neem bij wolfraam-inert gas-lassen (TIG-lassen) beslist de gebruiksaanwijzing en de veiligheidsinstructies van de gebruikte TIG-toorts in acht naast de aanwijzingen en veiligheids- instructies in deze gebruiksaanwijzing. Een ondeskundige hantering van het product kan gevaarlijk zijn voor personen, dieren en goederen. Gebruik het product alleen zoals is beschreven en voor de vermelde toepassingen. Bewaar deze handleiding goed. Overhandig ook alle documentatie bij de over- dracht van het product aan derden. Elk gebruik dat afwijkt van het gebruik conform de voorschriften, is verboden en is mogelijk gevaarlijk. Schade door niet-inachtneming of verkeerd gebruik wordt niet door de garantie gedekt en valt niet onder de aansprakelijkheid van de producent. Bij commercieel gebruik vervalt de garantie. Bestanddeel van het beoogde gebruik is ook de inachtneming van de veiligheids- aanwijzingen en van de montagehandleiding en van de gebruiksaanwijzingen in de handleiding. De geldende ongevallenpreventievoorschriften moeten uiterst nauwgezet worden gerespecteerd. Het apparaat mag niet worden gebruikt: in ruimtes die niet voldoende zijn geventileerd; in een explosiegevaarlijke omgeving; om buizen te ontdooien; in de buurt van mensen met een pacemaker; en in de buurt van licht ontvlambare materialen. Resterend risico Ook wanneer u het apparaat volgens de voorschriften gebruikt, blijven er altijd resterende risico's bestaan. De volgende gevaren kunnen zich voordoen door de constructie en uitvoering van dit MIG-puls-lasapparaat: oogletsel door verblinding, aanraken hete onderdelen van het apparaat of van het werkstuk (brandwonden); bij ondeskundige beveiliging tegen ongevallen en brandgevaar door vliegende vonken of slakdeeltjes; schadelijke emissies van rook en gassen, bij gebrek aan lucht resp. onvoldoende afzuiging in gesloten ruimtes. AANWIJZING: Verminder het resterend risico door het apparaat zorgvuldig en volgens de voorschriften te gebruiken en alle aanwijzingen op te volgen. z Leveringsomvang 1 multilasapparaat met dubbele pulstechnologie PMPS 200 A1 1 MIG-lastoorts met 2 m-laskabel 1 hoogwaardige, gegalvaniseerde, koperen aardingsklem A-vorm met 2 m-kabel 1 elektrodehouder MMA met 2 m-laskabel 4 stroommondstukken voor staaldraad/gevulde draad (1x 0,6 mm; 1x 0,8 mm; 1x 0,9 mm; 1x 1,0 mm) Identificatie overeenkomstig diameter: 0,6; 0,8; 0,9; 1,0 1 mondstuk aluminium (1x 1,0 mm voorgemonteerd) 1 slakkenhamer 1 draadkern voor aluminium draad (voorgemonteerd) 1 draadkern staal-/roestvrij staal- en gevulde draad 1 bedieningshandleiding96 NL/BE z Beschrijving van de onderdelen

Afdekking voor de draadaanvoereenheid

Hoofdschakelaar AAN/UIT (incl. stroomcontrolelampje)

Slangenpakket met directe aansluiting (euro-centrale aansluiting)

Bevestiging lasdraadspoel

Draaischakelaar voor instelling van de lasspanning

Lasdraadspoel (niet inbegrepen)

Draaischakelaar voor instelling van de lasstroom

Houder lasdraadspoel

Draadkern voor aluminium draad

Adapter lasdraadspoel

Draadkern staal-/roestvrij staal- en gevulde draad

: 60 V Grootste nominale waarde van de netstroom: I 1max : 23,5 A Effectieve waarde van de grootste netstroom: I 1eff : 11 A Karakteristiek: Dalend Te gebruiken elektroden: 1,6 mm/2,0 mm/2,5 mm/3,2 mm98 NL/BE TIG-lassen: Lasstroom: 20 – 200 A Nullastspanning: U

: 60 V Grootste nominale waarde van de netstroom: I 1max : 26 A Effectieve waarde van de grootste netstroom: I 1eff : 12,2 A Karakteristiek: Dalend AANWIJZING: Technische en visuele wijzigingen kunnen in het kader van de doorontwikkeling zonder aankondiging worden uitgevoerd. Alle maten, aanwijzingen en gegevens in deze handleiding zijn dan ook zonder garantie. Juridische claims die op basis van de handleiding worden ingediend, kunnen daarom niet worden opgeëist. AANWIJZING: Het in de volgende tekst gebruikte begrip “apparaat” heeft betrekking op het multilasapparaat met dubbele pulstechnologie dat in deze handleiding wordt beschreven. z Veiligheidsvoorschriften Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en neem de beschreven instructies in acht. Maak u met behulp van deze gebruiks- aanwijzing vertrouwd met het apparaat, het correcte gebruik ervan en de veiligheidsinstructies. Op het typeplaatje staan alle technische gegevens van dit lasapparaat. Neem kennis van de technische speci- ficaties van dit apparaat.

WAARSCHUWING Houd de verpakkingsmaterialen uit de buurt van kleine kinderen. Er bestaat verstikkingsgevaar! Laat reparaties en/of onderhoudswerkzaamheden alleen door gekwalificeerde elektriciens uitvoeren. Dit apparaat kan door kinderen vanaf 16 jaar alsmede door personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale vaardigheden of een gebrek aan ervaring en kennis worden gebruikt, wanneer zij onder toezicht staan of geïnstrueerd werden met betrekking tot het veilige gebruik van het apparaat en ze de daaruit voortvloeiende gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud mogen niet door kinderen worden uitgevoerd zonder dat er toezicht op hen wordt gehouden. Laat reparaties en/of onderhoudswerkzaamheden alleen door gekwalificeerde elektriciens uitvoeren. Gebruik alleen de meegeleverde laskabels. Het apparaat mag tijdens het gebruik niet direct tegen de wand staan, niet worden afgedekt of tussen andere apparaten geklemd, zodat altijd voldoende lucht door de ventilatiesleuven kan wordenNL/BE

opgenomen. Controleer of het apparaat correct op de netspanning is aangesloten. Vermijd iedere trekbelasting van de voedingskabel. Trek de stroomstekker uit het stopcontact, voordat u het apparaat op een andere plaats opstelt. Wanneer het apparaat niet wordt gebruikt, schakelt u het altijd met de AAN/UIT-schakelaar uit. Leg de elektrodehouder op een geïsoleerde ondergrond en haal de elektroden pas na 15 minuten afkoeling uit de houder. Let op de staat van de laskabels, de elektrodehouder en de aar- dingsklemmen. Slijtage aan de isolatie en aan de stroomvoerende delen kan gevaarlijk zijn en de kwaliteit van het laswerk verminderen. Booglassen produceert vonken, gesmolten metalen deeltjes en rook. Let daarom op: Verwijder alle brandbare substanties en/of materialen uit de werkplek en uit de onmiddellijke omgeving. Zorg voor ventilatie van de werkplek. Las niet op containers, vaten of buizen die brandbare vloeistoffen of gassen bevatten of bevat hebben.

WAARSCHUWING Vermijd elk direct contact met het elektrische lascircuit. De open spanning tussen elektrodetang en aardingsklem kan gevaarlijk zijn. Er bestaat gevaar voor een elektrische schok. Berg het apparaat niet op in een vochtige of natte omgeving of in de regen. Hier geldt de beschermingsklasse IP21S. Bescherm de ogen met een daarvoor bestemde veiligheidsbril (DIN klasse 9 – 10), of een automatische lashelm (conform EN 166, 175 en 389; beschermingsniveaus DIN 9 – 13). Draag handschoenen en droge beschermende kleding, die vrij is van olie en vet om de huid te beschermen tegen de ultraviolette straling van de vlamboog.

WAARSCHUWING Gebruik de lasstroombron niet om leidingen te ontdooien. Let op: De straling van de vlamboog kan de ogen beschadigen en brand- wonden op de huid veroorzaken. Booglassen produceert vonken en druppels gesmolten metaal, het gelaste werkstuk begint te gloeien en blijft relatief lang zeer heet. Raak het werkstuk daarom niet met blote handen aan. Bij booglassen komen dampen vrij die schadelijk zijn voor de gezondheid. Zorg ervoor dat u deze, indien mogelijk, niet inademt.100 NL/BE Bescherm uzelf tegen de gevaarlijke gevolgen van de vlamboog en houd personen die niet bij het werk zijn betrokken, op een afstand van minstens 2m van de vlamboog verwijderd. LET OP! Tijdens het gebruik van het lasapparaat kan het, afhankelijk van de netspanning aan het aansluitpunt, tot storingen in de stroom- voorziening voor andere verbruikers komen. Neem in geval van twijfel contact op met uw energieleverancier. Tijdens het gebruik van het lasapparaat kunnen er functiestoringen van andere apparaten, bijv. hoorapparaten, pacemakers, enz., ontstaan. z Gevarenbronnen bij booglassen Bij booglassen zijn er een reeks gevarenbronnen. Daarom is het voor de lasser bijzonder belangrijk om de volgende regels in acht te nemen, om zichzelf en anderen niet in gevaar te brengen en schade- lijke gevolgen voor mens en apparaat te vermijden. Laat werkzaamheden aan de netspanning, bijv. aan kabels, stekkers, contactdozen, enz., alleen door een elektricien uitvoeren volgens nationale en lokale voorschriften. Laat werkzaamheden aan de netspanning, bijv. aan kabels, stekkers, contactdozen, enz., alleen door een elektricien uitvoeren volgens nationale en lokale voorschriften. Koppel bij ongevallen het lasapparaat meteen los van de stroom- voorziening. Wanneer elektrische contactspanningen optreden, het apparaat meteen uitschakelen en door een elektricien laten controleren. Let aan de lasstroomzijde altijd op goede elektrische contacten. Draag tijdens het lassen altijd aan beide handen isolerende handschoenen. Deze beschermen tegen elektrische schokken (nullastspanning van het lascircuit), tegen schadelijke stralingen (warmte en UV-straling) en tegen gloeiend metaal en slagspatten. Draag stevige, isolerende schoenen. De schoenen moeten ook isoleren als het nat is. Halve schoenen zijn niet geschikt, omdat vallende, gloeiende metalen druppels brandwonden kunnen veroorzaken. Draag geschikte beschermende kleding, geen synthetische kledingstukken. Kijk niet met onbeschermde ogen in de vlamboog, gebruik alleen een lassers-lasscherm met goedgekeurd veiligheidsglas volgens DIN. De vlamboog geeft behalve licht- en warmtestralen, die eenNL/BE

verblinding c.q. brandwond veroorzaken, ook UV-stralen af. Deze onzichtbare ultraviolette straling veroorzaken bij onvoldoende bescherming een zeer pijnlijke bindvliesontsteking die pas enkele uren later wordt opgemerkt. Daarnaast veroorzaken UV-straling op onbeschermde lichaamsdelen verbranding zoals bij zonnebrand. Ook personen of assistenten die zich in de buurt van de vlamboog bevinden, moeten op de gevaren worden gewezen en met de nodige beschermende middelen worden uitgerust. Stel, indien nodig, schermen op. Tijdens het lassen, vooral in kleine ruimtes, dient voor voldoende toevoer van frisse lucht te worden gezorgd, omdat rook en schade- lijke gassen ontstaan. Aan containers waarin gassen, brandstoffen, minerale oliën of dergelijke worden opgeslagen, mogen, – ook wanneer ze reeds lang geleden werden leeggemaakt, – geen laswerkzaamheden worden uitgevoerd, omdat door restanten explosiegevaar bestaat. In brand- en explosiegevaarlijke ruimtes gelden speciale voorschriften. Lasverbindingen die aan grote belastingen zijn blootgesteld en aan bepaalde veiligheidseisen moeten voldoen, mogen alleen door speciaal opgeleide en gekeurde lassers worden uitgevoerd. Voorbeelden zijn drukketels, looprails, aanhangerkoppelingen, enz. LET OP! Sluit de aardingsklem altijd zo dicht als mogelijk bij de lasnaad aan, zodat de lasstroom de kortst mogelijke weg van de elektrode naar de aardingsklem kan nemen. Verbind de aardingsklem nooit met de behuizing van het lasapparaat! Sluit de aardingsklem nooit aan op geaarde delen, die ver van het werkstuk verwijderd liggen, bijv. een waterleiding in een andere hoek van de ruimte. Anders zou het kunnen dat het aardingssysteem van de ruimte waarin u last, beschadigd wordt. Gebruik het lasapparaat niet in de regen. Gebruik het lasapparaat niet in een vochtige omgeving. Plaats het lasapparaat alleen op een vlakke plek. De uitgang is bij een omgevingstemperatuur van 20°C gedimen si- oneerd. De lastijd mag bij hogere temperaturen worden verminderd. GEVAAR DOOR ELEKTRISCHE SCHOK: Een elektrische schok van een laselektrode kan dodelijk zijn. Las niet bij regen of sneeuw. Draag droge isolatiehandschoenen. Pak de elektrode niet met blote handen vast. Draag geen natte of beschadigde handschoenen. Bescherm uzelf tegen een elektrische102 NL/BE schok door isolaties tegen het werkstuk. Open de behuizing van de inrichting niet. GEVAAR DOOR LASROOK: Het inademen van lasrook kan schadelijk zijn voor de gezondheid. Houd het hoofd niet in de rook. Gebruik inrichtingen in open gebieden. Gebruik ontluchting om de rook te verwijderen. GEVAAR DOOR LASVONKEN: Lasvonken kunnen een explosie of een brand veroorzaken. Houd brandbare stoffen uit de buurt van lassen. Las niet naast brandbare stoffen. Lasvonken kunnen branden veroorzaken. Houd een brandblusser bij de hand en iemand die toekijkt en de blusser onmiddellijk kan gebruiken. Las niet op vaten of andere gesloten containers. GEVAAR DOOR VLAMBOOGSTRALEN: Vlamboogstralen kunnen de ogen beschadigen en de huid verwonden. Draag een hoofdbedekking en veiligheidsbril. Draag gehoorbescherming en een hoog gesloten overhemdkraag. Draag een lashelm en let op de correcte filterinstellingen. Draag volledige lichaamsbescherming. GEVAAR DOOR ELEKTROMAGNETISCHE VELDEN: Lasstroom produceert elektromagnetische velden. Gebruik deze niet samen met medische implantaten. Wikkel de laskabels nooit rond het lichaam. Breng laskabels samen. z Specifieke veiligheidsinstructies voor lasscherm Controleer met behulp van een felle lichtbron (bijv. aansteker) altijd voor het begin van de laswerkzaamheden of het lasscherm correct werkt. Door lasspatten kan het veiligheidsglas beschadigd geraken. Vervang beschadigde of gekraste beschermglazen meteen. Vervang beschadigde of sterk vervuilde c.q. gekraste componenten onmiddellijk. Het apparaat mag alleen door personen worden gebruikt, die 16 jaar of ouder zijn. Leer de veiligheidsvoorschriften voor lassen kennen. Neem hierbij ook de veiligheidsinstructies van uw lasapparaat in acht. Zet het lasscherm altijd op, wanneer u last. Indien u het niet gebruikt, kunt u ernstig netvliesletsel oplopen.NL/BE

Draag altijd beschermende kleding tijdens het lassen. Gebruik een lasscherm nooit zonder lasglas. Er bestaat gevaar voor oogletsel! Vervang het veiligheidsglas tijdig voor een goed zicht en onver- moeibaar werken. z Omgeving met verhoogd elektrisch risico Bij lassen in omgevingen met een verhoogd elektrisch risico dienen de volgende veiligheidsinstructies in acht te worden genomen. Omgevingen met verhoogd elektrisch risico treft u bijvoorbeeld aan: op werkplekken waar de bewegingsruimte beperkt is, zodat de lasser in een geforceerde houding (bijv. knielend, zittend, liggend) werkt en elektrisch geleidende delen aanraakt; op werkplekken die geheel of gedeeltelijk elektrisch geleidend zijn begrensd en waar een groot gevaar bestaat door te vermijden of toevallig aanraken door de lasser; op natte, vochtige of warme werkplekken, waar de luchtvochtigheid of transpiratie de weerstand van de menselijke huid en de isolerende eigenschappen van de beschermende uitrusting aanzienlijk verlaagt. Ook een metalen ladder of een steiger kunnen een omgeving met verhoogd elektrisch risico scheppen. In een dergelijke omgeving dienen een isolerende ondergrond en tussenlagen te worden gebruikt, verder dienen kaphandschoenen en hoofdbedekkingen van leer of van andere isolerende stoffen te worden gedragen om het lichaam van aarde te isoleren. De lasstroombron moet zich buiten het werkgebied c.q. de elektrisch geleidende vlakken en buiten de reikwijdte van de lasser bevinden. Aanvullende bescherming tegen een schok door netspanning bij een storing kan door het gebruik van een aardlekschakelaar zijn voorzien, die bij een lekstroom van niet meer dan 30 mA wordt gebruikt en alle inrichtingen voor het netspanningsbedrijf in de buurt voedt. De aardlekschakelaar moet voor alle stroomtypen zijn geschikt. Middelen voor het snel elektrisch ontkoppelen van de lasstroombron of het lasstroomcircuit (bijv. noodstopinrichting) moeten gemakkelijk zijn te bereiken. Bij gebruik van lasapparaten onder elektrisch gevaarlijke omstandigheden mag de uitgangsspanning van het lasap- paraat dat stationair draait, niet hoger zijn dan 113 V (piekwaarde). Dit lasapparaat mag op basis van de uitgangsspanning in deze gevallen worden gebruikt.104 NL/BE z Lassen in nauwe ruimtes Bij het lassen in nauwe ruimtes kan een risico door toxische gassen (verstikkingsgevaar) ontstaan. In nauwe ruimtes mag alleen worden gelast, wanneer er geïnstru- eerde personen in de onmiddellijke nabijheid aanwezig zijn, die in geval van nood kunnen ingrijpen. Hier dient voor het begin van het lasproces een analyse door een deskundige te worden uitgevoerd om te bepalen welke stappen noodzakelijk zijn om de veiligheid van het werk te waarborgen en welke voorzorgsmaatre- gelen dienen te worden genomen tijdens het feitelijke lasproces. z Optellen van nullastspanningen

Wanneer meer dan één lasstroombron tegelijkertijd in werking is, kunnen de nullastspanningen ervan worden opgeteld en tot een verhoogd elektrisch risico leiden. Lasstroombronnen moeten zo worden aangesloten dat dit risico tot een minimum wordt beperkt. De individuele lasstroombronnen, met hun aparte besturingen en aansluitingen, moeten duidelijk worden gemarkeerd, zodat herken- baar is wat bij welk lasstroomcircuit hoort. z Beschermende kleding

Tijdens de werkzaamheden moet de lasser over heel zijn lichaam beschermd zijn tegen straling en verbranding door de juiste kleding en gezichtsbescherming. De volgende stappen dienen in acht te worden genomen: – Trek vóór de laswerkzaamheden de beschermende kleding aan. – Trek handschoenen aan. – Gebruik ramen of een ventilator om de luchttoevoer te garanderen. – Draag een veiligheidsbril en mondbescherming. Aan beide handen moeten kaphandschoenen van een geschikt materiaal (leer) worden gedragen. Deze moeten in een perfecte staat zijn. Om de kleding te beschermen tegen rondvliegende vonken en verbranding dienen geschikte schorten te worden gedragen. Wanneer de aard van de werkzaamheden, bijv. lassen boven het hoofd, dat vereist, moet een beschermend pak worden gedragen en, indien nodig, ook een hoofdbescherming.

BESCHERMING TEGEN STRALEN EN VERBRANDINGEN

Wijs op de werkplek met een affiche “Voorzichtig! Niet in de vlammen kijken!” op het risico voor de ogen. De werkplekkenNL/BE

moeten, indien mogelijk, zo worden afgeschermd dat de personen die zich in de buurt bevinden, worden beschermd. Onbevoegden moeten uit de buurt van laswerkzaamheden worden gehouden. In de onmiddellijke omgeving van vaste werkplekken mogen de wanden noch licht van kleur zijn, noch glanzend. Ramen moeten minstens tot op hoofdhoogte worden beveiligd tegen het doorlaten of weerkaatsen van straling, bijv. door geschikte verf. z EMC-apparaatclassificatie Conform de norm IEC 60974-10 gaat het hier om een lasapparaat met de elektromagnetische compatibiliteit van klasse A. Apparaten van klasse A zijn apparaten die zijn geschikt voor het gebruik in alle andere gebieden dan het woongedeelte en die gebieden die direct op een laagspannings-stroomnet zijn aangesloten dat (ook) woningen voorziet. Apparaten van klasse A moeten voldoen aan de grenswaarden van klasse A. WAARSCHUWING: Apparaten van klasse A zijn voorzien voor het gebruik in een industriële omgeving. Vanwege de storende invloeden die zich vermogensgerelateerd en ook gestraald voordoen, kunnen er mogelijkerwijs problemen optreden om de elektromagnetische compa- tibiliteit in andere omgevingen te waarborgen. Ook wanneer het apparaat voldoet aan de emissiegrenswaarden volgens de norm, kunnen betreffende apparaten toch tot elektromag- netische storingen in gevoelige installaties en apparaten leiden. De gebruiker is verantwoordelijk voor storingen die tijdens het werken door de vlamboog ontstaan en de gebruiker moet geschikte beschermingsmaatregelen nemen. Hierbij dient de gebruiker vooral te letten op: – net-, stuur-, signaal- en telecommunicatiekabels; – computers en andere microprocessorgestuurde apparaten; – televisie-, radio- en andere weergaveapparatuur; – elektronische en elektrische veiligheidsinstallaties; – personen met een pacemaker of hoorapparaat; – meet- en kalibratie-inrichtingen; – immuniteit tegen storingen van andere inrichtingen in de buurt; – het tijdstip waarop de laswerkzaamheden worden uitgevoerd. Om mogelijke storende stralingen te verminderen, wordt aanbevolen: – de netaansluiting van een netfilter te voorzien; – het apparaat regelmatig te onderhouden en op een goed onder- houdsniveau te houden;106 NL/BE – laskabels moeten volledig worden afgewikkeld en zo parallel mogelijk op de grond worden gelegd – apparaten en installaties die gevaar lopen door storende straling, moeten, indien mogelijk, uit het werkgebied worden verwijderd of worden afgeschermd. OPMERKING: Dit apparaat voldoet aan IEC 61000-3-12, vooropgesteld dat het kortsluitvermogen Ssc groter is dan of gelijk is aan 5692,5kW aan het interfacepunt tussen de voeding van de gebruiker en het open- bare net. De installateur of de gebruiker van het apparaat is ervoor verantwoordelijk om ervoor te zorgen, indien nodig na overleg met de energiemaatschappij, dat het apparaat alleen op een voeding wordt aangesloten, waarvan het kortsluitvermogen Ssc groter dan of gelijk aan 5692,5kW wordt aangesloten. OPMERKING: Bepaal (wanneer nodig, in overleg met de energieleverancier) de maximaal toegelaten systeemimpedantie Zmax op het interfacepunt van de gebruikersvoeding. Het apparaat mag uitsluitend op een gebruikersvoeding met een systeemimpedantie Zmax van 0,242 Ω of minder worden aangesloten. z Overbelastingsbeveiliging Het lasapparaat is beveiligd tegen thermische overbelasting door een automatische veiligheidsinrichting (thermostaat met automatisch opnieuw inschakelen). Bij overbelasting onderbreekt de veiligheids- inrichting het stroomcircuit. In geval van oververhitting worden de woorden: “over heating” op het display weergegeven. Bij activering van de veiligheidsinrichting laat u het apparaat afkoelen. Na ca. 15minuten is het apparaat weer gereed voor bedrijf. z Voor ingebruikname Neem alle onderdelen uit de verpakking en controleer of het MIG-puls-lasapparaat of de losse onderdelen beschadigd zijn. Als dit zo is, mag u het MIG-puls-lasapparaat niet gebruiken. Neem contact op met de producent via het vermelde serviceadres. Verwijder alle beschermende folies en overige transportverpakkingen. Controleer of de levering compleet is.NL/BE

z Lasmethode kiezen AANWIJZING: Alle op de volgende schetsen getoonde waarden zijn alleen voorbeelden en vormen geen advies voor bepaalde lasparameters. Schets 1 Schets 2 Wanneer u het apparaat inschakelt, is automatisch de als laatste gebruikte lasmethode actief. Ook de andere parameters (stroom, spanning, enz.) worden geladen, zoals deze eerder waren ingesteld. Om de lasmethode te wijzigen, drukt u eerst op de draaischakelaar voor het instellen van de lasstroom

(hierna schakelaar genoemd

). Kies door te draaien aan de schakelaar

het veld links boven. Hier wordt de momenteel geselecteerde lasmethode weergegeven [MAG in schets 1]. Druk nu opnieuw op de schakelaar

Het menu voor het selecteren van de lasmodus wordt geopend [zie schets 2]. Draai de schakelaar

om de gewenste lasmethode te selecteren. Bevestig uw selectie door opnieuw op de schakelaar

drukken. Druk nu op draaischakelaar voor het instellen van de lasspanning

om de betreffende lasmethode te selecteren. z Montage voor het lassen met draadelektroden LET OP: Vermijd het risico op een elektrische schok, letsel of beschadiging. Trek hiervoor vóór iedere onderhoudsbeurt of werkvoorbereiding de stroomstekker uit de contactdoos. AANWIJZING: Afhankelijk van de toepassing worden verschillende lasdraden gebruikt. Aanvoerrol, stroommondstuk en draaddiameter moeten altijd bij elkaar passen. Het apparaat is geschikt voor draadrollen tot maximaal 15 kg. z Draadkern vervangen De vooraf geïnstalleerde draadkern

is voorzien voor aluminium draad. De niet vooraf geïnstalleerde draadkern

is geschikt voor staal- en roestvrij staal- evenals voor gevulde draad. Maak de borgmoer los

door deze tegen de wijzers van de klok in te draaien. Trek dan de draadkern

uit het slangen- pakket met directe aansluiting

en leid nu de nieuwe draadkern met het smalle einde vooraan in het slangenpakket met directe aansluiting

. Schuif de complete, nieuwe draadkern erdoor en bevestig deze dan weer met de borgmoer

Bij aansluiting van de toorts met kern

(niet vooraf geïnstalleerd) schuift u eerst het buisje

in de daarvoor geschikte (onderste) opening in de euro-centrale aansluiting van het lasapparaat. Zo wordt het soepele transport van de draad gewaarborgd.108 NL/BE z Aanpassen van het apparaat voor het lassen met massieve draad met beschermgas De correcte aansluitingen voor het lassen met massieve draad met gebruik van beschermgas worden in afbeelding T getoond.

met de met “+” gemarkeerde aansluiting (zie afb. T). Draai deze met de wijzers van de klok mee om te fixeren. Raadpleeg een vakman, wanneer u twijfelt. Verbind nu het slangenpakket met directe aansluiting

met de overeenkomstige aansluiting (zie afb. T). Fixeer de verbinding door de fixeerring

met de wijzers van de klok mee aan te halen. Verbind dan de aardingskabel

met als “-” gemarkeerde aansluiting (zie afb. T). Draai de aansluiting met de wijzers van de klok mee om deze te fixeren. Trek aan de achterkant van het apparaat de beschermdop van de gasaansluiting

eraf. Verbind nu de beschermgasaanvoer inclusief de drukreduceerklep (niet inbegrepen) met de gasaansluiting

(zie afb. C). Er is beschermgas nodig, voor zover er geen gevulde draad met geïntegreerd vast beschermgas wordt gebruikt. Neem evt. ook de aanwijzingen over uw drukredu- ceerklep in acht (niet meegeleverd). Als richtwaarde voor de in te stellen gasstroom kan de volgende formule worden toegepast: Draaddiameter in mm x 10 = gasstroom in l/min Voor een draad van 0,8 mm resulteert dat bijvoorbeeld in een waarde van ca. 8 l/min. z Aanpassing van het apparaat voor lassen met gevulde draad zonder beschermgas Wanneer u de gevulde draad met geïntegreerd beschermgas gebruikt, hoeft er geen extern bescherm- gas worden aangevoerd.

met de met “-” gemarkeerde aansluiting (zie afb. U). Draai deze met de wijzers van de klok mee om te fixeren. Raadpleeg een vakman, wanneer u twijfelt. Verbind nu het slangenpakket met directe aansluiting

met de overeenkomstige aansluiting. Fixeer de verbinding door de aansluiting met de wijzers van de klok mee aan te halen. Verbind dan de aardingskabel

met de dienovereenkomstig met “+” gemarkeerde aansluiting (zie afb. U) en draai de aansluiting met de wijzers van de klok mee om deze te fixeren. z Lasdraad plaatsen Ontgrendel en open de afdekking voor de draadaanvoereenheid

door de ontgrendelknop omhoog te drukken. Ontgrendel de roleenheid door de bevestiging van de lasspoel

tegen de wijzers van de klok in draaien (zie afb. G). Trek de bevestiging van de lasspoel

van de houder van de lasdraadspoel

af (zie afb. G). AANWIJZING: Let erop dat het uiteinde van de draad niet loskomt waardoor de rol op eigen kracht afrolt. Het uiteinde van de draad mag pas tijdens de montage worden losgemaakt. Pak de lasdraad-lasspoel

volledig uit, zodat deze ongehinderd kan worden afgerold. Maak het uiteinde van de draad echter nog niet los. Indien de draadrol een breedte heeft van ca. 10 cm, verwijdert u de adapter

Bij draadrollen met een breedte van ca. 5 cm blijft de adapter

op zijn plaats. Plaats de draadrol op de houder van de lasdraadspoel

. Let erop dat de rol aan de zijkant van de draaddoorvoer

wordt afgewikkeld en dat het einde van de lasdraad onder de lasspoel zit (zie afb. M en N). Plaats de bevestiging van de lasspoel er

weer op en vergrendel deze door aan te drukken en met de wijzers van de klok mee te draaien. Draai de stelschroef

los en zwenk deze omlaag (zie afb. I). Draai de drukroleenheid

naar de zijkant weg (zie afb. J). Maak de aanvoerrolhouder los

door tegen de wijzers van de klok in te draaien en trek deze er naar voren af (zie afb. K). Controleer op de bovenzijde van de aanvoerrol

, of de juiste draaddikte is aangegeven. Indien nodig moet de aanvoerrol

worden omgedraaid of vervangen. De lasdraad moet zich in de bovenste groef bevinden! Plaats de aanvoerrolhouder

er terug op en schroef deze met de wijzers van de klok mee vast. Verwijder het toortsmondstuk

door met de wijzers van de klok mee te trekken en te draaien (zie afb. L). Schroef het betreffende lasmondstuk

eruit (zie afb. L). Leid het slangenpakket met directe aansluiting

zo recht mogelijk van het lasapparaat weg (leg het op de grond). Neem het uiteinde van de draad uit de spoelrand. Kort het uiteinde van de draad in met een draadschaar of een zijkniptang om het beschadigde gebogen uiteinde van de draad te verwijderen (zie afb. M). AANWIJZING: De lasdraad moet de volledige de tijd gespannen worden gehouden om te vermijden dat deze loskomt en afrolt! Het is aan te raden om de werkzaamheden altijd met een andere persoon uit te voeren. Schuif de lasdraad door de draaddoorvoer

(zie afb. N). Leid de lasdraad langs de aanvoerrol

en schuif deze daarna in de draaddoorvoer

Zwenk de drukroleenheid

in de richting van de aanvoerrol

(zie afb. P). Haak de stelschroef

erin (zie afb. P). Stel de contradruk in met de stelschroef

. De lasdraad moet vast tussen drukrol en aanvoerrol

de bovenste geleiding zitten zonder bekneld te raken (zie afb. O). Schakel het lasapparaat met de hoofdschakelaar

in (zie afb. C). Duw de toortsknop in

. Let erop dat u uw beschermgasfles zolang stevig houdt gesloten, totdat de lasdraad de gewenste positie heeft bereikt. Nu schuift het draadaanvoersysteem de lasdraad door het slangenpakket

NL/BE Zodra de lasdraad 1 – 2 cm uit de toortshals

steekt, laat u de toortsknop

weer los (zie afb. Q). Schakel het lasapparaat weer uit. Schroef het betreffende lasmondstuk

er weer in (zie afb. R). Let erop dat het stroommondstuk

past bij de diameter van de gebruikte lasdraad. Bij de meegeleverde lasdraad moet het stroommondstuk

met de identificatie 1,0 resp. 1,0 A worden gebruikt bij gebruik van de aluminium massieve draad. Sluit het toortsmondstuk

met een draai naar rechts weer op de toortshals

aan (zie afb. S). WAARSCHUWING Om het gevaar van een elektrische schok, een letsel of een beschadiging te vermijden, trekt u voor elk onderhoud of werkvoorbereidende activiteit de stroomstekker uit het stopcontact. z Lassen met draadelektroden z Apparaat in- en uitschakelen Schakel het lasapparaat met de hoofdschakelaar

in en uit. Wanneer u het lasapparaat langere tijd niet gebruikt, trekt u de stroomstekker uit het stopcontact. Alleen dan is het apparaat volledig zonder stroom. AANWIJZING: Alle op de volgende schetsen getoonde waarden zijn alleen voorbeelden en vormen geen advies voor bepaalde lasparameters. z MAG-lassen Schets 3 Schets 4 Bij de selectie van de MAG-methode kunt u kiezen tussen gevulde draad en staaldraad. Druk eerst op de draaischakelaar voor het instellen van de lasstroom

(hierna schakelaar genoemd

Kies door te draaien aan de schakelaar

het veld boven in het midden. Hier wordt de momenteel geselecteerde draad weergegeven [FLUX 0.8 in schets 3]. Druk nu opnieuw op de schakelaar

om naar het selectiemenu voor draad [schets 4] te gaan. Door te draaien aan en te drukken op de schakelaar

kan hier de gebruikte lasdraad evenals het evt. gebruikte beschermgas worden ingesteld. Bij staaldraad (Fe + CO/Fe + MIX 80/20) kan CO2 of een 80% argon/20% CO2 mengsel als beschermgas worden gebruikt. Vervolgens kan door te draaien aan en te drukken op de schakelaar

de draaddiameter worden ingesteld. Door te drukken op de schakelaar voor de spanningsinstelling

genoemd) gaat u terug naar de lasinstellingen.NL/BE

Nu kan in de bovenste balk analoog tussen “2T” (2 takt) en “4T” (4 takt) worden gekozen. Bij 2 takt-lassen is er spanning aanwezig, zolang de trekker van de toorts wordt ingedrukt. Bij de 4 takt-methode is er spanning aanwezig, zodra de trekker van de toorts kort wordt ingedrukt en daarna weer wordt losgelaten. De spanning wordt onderbroken, zodra er opnieuw op de trekker wordt gedrukt. Door te draaien aan de schakelaar

kan de lasstroom nu worden ingesteld. De draadaanvoer past zich automatisch aan en er verschijnt een advies voor de te lassen materiaaldikte in mm. Door te draaien aan de schakelaar

kan de spanning worden ingesteld, waardoor ook de lengte van de vlamboog “ARC LENGTH” verandert. Als de schakelaar

wordt ingedrukt en daarna wordt gedraaid, kan de inductieve reactantie “INDUCTANCE” worden aangepast. z PMIG-lassen Schets 5 Voor minder spatten en een stabielere vlamboog kan de puls-MIG-methode worden gekozen. Bij deze methode kunt u kiezen tussen staaldraad, CrNi-, CuSi-, AlMg-, AlSi- en Al-draad [schets 5]. Verder wordt het gebruikte beschermgas vermeld. Bij het gebruik van de betreffende draden dienen de volgende soorten beschermgas te worden gebruikt: Fe (staaldraad): [80% argon/20% CO2] CrNi (roestvrij staal) -draad: [98% argon/2% CO2] CuSi-, AlMg-, AlSi- en aluminium draad: [100% argon] De navigatie binnen het PMIG-menu is dezelfde als de navigatie in het “MAG”-menu via schakelaars

. De diameter van de gebruikte lasdraad kan op dezelfde manier worden ingesteld en er kan tussen “2T” en “4T” worden gekozen. z DPMIG-lassen Door de MIG-methode met dubbele puls wordt er minder warmte naar het materiaal overgedragen. Daardoor is deze methode zeer geschikt voor het lassen van dunne platen van roestvrij staal en aluminium. Bij deze methode kunnen dezelfde draadelektroden en beschermgassen worden gebruikt als bij PMIG-lassen. De navigatie binnen het DPMIG-menu is dezelfde als de navigatie in het “MAG”-menu via schakelaars

. De diameter van de gebruikte lasdraad kan op dezelfde manier worden ingesteld en er kan tussen “2T” en “4T” worden gekozen. Verder kan hier, na het instellen van de gebruikte lasdraad, door tweemaal te drukken op de schakelaar

het parameterdiagram worden opgeroepen. Hier kunnen de afzonderlijke parameters bij de DPMIG-methode worden ingesteld. Hier adviseren wij om de vooraf ingestelde waarden te gebruiken. Als gevorderde gebruiker kunt u de individuele waarden aanpassen om het lasproces exact aan uw geplande werkzaamheden aan te passen. Voor het resetten van de ingestelde parameters gaat u terug naar het DPMIG-menu [schets 6] en houdt u schakelaar 12 gedurende ca. 5 seconden ingedrukt.112 NL/BE Schets 6 WAARSCHUWING VERBRANDINGSGEVAAR! Gelaste werkstukken zijn zeer heet, waardoor u zich eraan kunt verbranden. Gebruik altijd een tang om gelaste, hete werkstukken te verplaatsen. Nadat u het lasapparaat elektrisch hebt aangesloten, gaat u als volgt tewerk: Trek conform de richtlijnen geschikte beschermende kleding aan en bereid uw werkplek voor. Verbind de aardingskabel met de aardingsklem

met het te lassen werkstuk. Let erop dat er een goed elektrisch contact is. Op de te lassen plaats moeten roest en verf van het werkstuk worden verwijderd. Stel de gewenste lasparameters in, afhankelijk van de gekozen lasmethode. Leid het toortsmondstuk

naar de plaats van het werkstuk, waar dient te worden gelast. Druk de toortstoets in

om de lasdraad te transporteren. Wanneer de vlamboog brandt, voert het apparaat de lasdraad naar het smeltbad. De optimale instelling van lasstroom bepaalt u met behulp van testen op een proefstuk. Een goed ingestelde vlamboog heeft een zachte, gelijkmatige zoemtoon. Bij een scherp of hard geknetter schakelt u naar een hoger vermogensniveau (lasstroom verhogen). Wanneer de lasspleet groot genoeg is, wordt de toorts

langzaam langs de gewenste rand geleid. De afstand tussen het toortsmondstuk

en werkstuk moet zo klein mogelijk zijn (in geen geval groter dan 10mm). Pendel eventueel lichtjes om het smeltbad een beetje te vergroten. Voor degenen met minder ervaring bestaat de eerste moeilijkheid uit het vormen van een passende vlamboog. Daarvoor moeten de lasstroom juist worden ingesteld. De branddiepte (komt overeen met de diepte van de lasnaad in het materiaal) moet zo diep mogelijk zijn, het smeltbad mag echter niet door het werkstuk doorvallen. Als de lasstroom te laag is, kan de lasdraad niet correct smelten. Daardoor duikt de lasdraad steeds opnieuw in het smeltbad tot tegen het werkstuk. De slak mag pas na het afkoelen van de naad worden verwijderd. Om een lashandeling aan een onderbroken naad verder te zetten: Verwijder eerst de slak op het bevestigingspunt. In de naadvoeg wordt de vlamboog ontstoken, naar de aansluitplaats geleid, daar juist gesmolten en aansluitend wordt de lasnaad verder geleid.NL/BE

VOORZICHTIG!: Let erop dat de toorts na het lassen altijd op een geïsoleerde plaats moet worden neergelegd. Schakel het lasapparaat na voltooiing van de laswerkzaamheden en bij pauze altijd uit en trek de stroomstekker altijd uit het stopcontact. z Lasnaad maken Steeknaad of duwend lassen De toorts wordt naar voren geschoven. Resultaat: de branddiepte is kleiner, naadbreedte groter, bovenrups van de naad (zichtbaar oppervlak van de lasnaad) vlakker en de bindfouttolerantie (fout in de materiaalversmelting) groter. Sleepnaad of trekkend lassen De toorts wordt van de lasnaad weggetrokken (afb. V). Resultaat: inbranddiepte groter; naadbreedte kleiner, bovenrups van naad hoger en de bindfouttolerantie kleiner. Lasverbindingen Er zijn twee basisverbindingen in de lastechniek: stompnaad- (buitenhoek) en hoeknaadverbinding (binnenhoek en overlapping). Stompnaadverbindingen Bij stompnaadverbindingen tot een materiaaldikte van 2 mm worden de lasranden volledig tegen elkaar aangebracht. Voor grotere diktes dient een afstand van 0,5 – 4mm te worden gekozen. De ideale afstand is afhankelijk van het gelaste materiaal (aluminium resp. staal), de samenstelling van het materiaal en de gekozen lasmethode. Deze afstand dient aan een proefwerkstuk te worden bepaald. Vlakke stompnaadverbindingen Lassen moeten zonder onderbreking en met voldoende indringdiepte worden uitgevoerd, daarom is een goede voorbereiding uitermate belangrijk. De kwaliteit van het lasresultaat wordt beïnvloed door: de stroomsterkte, de afstand tussen de lasranden, de helling van de toorts en de diameter van de lasdraad. Hoe steiler de toorts tegenover het werkstuk wordt gehouden, hoe hoger de indringdiepte is en omgekeerd.

Om vervormingen die tijdens de materiaalbehandeling kunnen optreden, te voorkomen of te beperken, is het goed om de werkstukken met een voorziening vast te zetten. Het dient te worden vermeden om de gelaste structuur te verstijven, zodat breuken in de las worden vermeden. Deze moeilijkheden kunnen worden beperkt, wanneer de mogelijkheid bestaat om het werkstuk zo te draaien dat de las in twee tegenovergestelde doorvoeren kan worden geleid.114 NL/BE Lasverbindingen aan de buitenhoek Dit type voorbereiding is zeer eenvoudig (afb. W, X).

Bij dikkere materialen is dit echter niet meer geschikt. In dit geval is het beter om een verbinding zoals hieronder voor te bereiden, waarbij de rand van een plaat wordt afgeschuind (afb. Y).

Hoeklasverbindingen Een hoeklas ontstaat wanneer de werkstukken loodrecht ten opzichte van elkaar staan. De naad moet de vorm hebben van een gelijkzijdige driehoek en een kleine keelhoogte (afb. Z, AA). Lasverbindingen in de binnenhoek De voorbereiding van deze lasverbinding is zeer eenvoudig en wordt gebruikt voor diktes tot 5 mm. De maat “d” moet tot het minimum worden beperkt en mag in geen geval kleiner zijn dan 2mm (afb. Z).

Bij dikkere materialen is dit echter niet meer geschikt. In dit geval is het beter om een verbinding zoals in afbeelding Y voor te bereiden, waarbij de rand van een plaat wordt afgeschuind. Overlappende lasverbindingen De meest gebruikelijke voorbereiding is die met rechte lasranden. De las kan door een normale hoeklasnaad worden losgemaakt. De beide werkstukken moeten zo dicht als mogelijk tegen elkaar aan worden gebracht, zoals in afbeelding AB getoond. ABNL/BE

z MMA-lassen Controleer of de hoofdschakelaar

op de stand “O” (“OFF”) staat resp. of de stroomstekker

niet in de contactdoos is gestoken. Sluit de elektrodehouder

aan op het lasapparaat, zoals in afbeelding AC wordt getoond. Let hiervoor ook op de gegevens van de elektrodefabrikant en let erop dat de polariteit zich per gebruikt elektrodetype zich evt. kan veranderen. Trek conform de richtlijnen geschikte beschermende kleding aan en bereid uw werkplek voor. Sluit de aardingsklem

op het werkstuk aan. Klem de elektrode in de elektrodehouder

Schakel het apparaat in door de hoofdschakelaar

in stand “I” (“ON”) te zetten. Kies de modus “MMA” zoals onder “Lasmethode kiezen” wordt beschreven.

AANWIJZING: Alle op de volgende schetsen getoonde waarden zijn alleen voorbeelden en vormen geen advies voor bepaalde lasparameters. Schets 7 Bij de selectie van de MMA-methode kunt u de lasstroom door te draaien aan de draaischakelaar voor de lasstroominstelling

genoemd) instellen. Bovendien kunt u de functies ANTI STICK en VRD door te drukken op en te draaien aan schakelaar

activeren. [Schets 7] ANTI STICK voorkomt dat de elektroden aan het werkstuk blijven kleven. Door VRD wordt de aanwezige spanning verlaagd, wanneer er op dat moment niet wordt gelast. Dat zorgt voor zeer veilig werken.116 NL/BE Door te draaien aan resp. te drukken op en vervolgens te draaien aan de schakelaar voor de instelling van de spanning

kunnen de waarden voor HOT START en ARC FORCE worden aangepast. Door het verhogen van de waarde van de HOT START wordt het ontsteken van de vlamboog vereenvou- digd. Ook ARC FORCE gaat zoals ANTI STICK tegen dat de elektrode aan het werkstuk blijft kleven. AANWIJZING: Richtwaarden voor de in te stellen lasstroom, afhankelijk van de elektrodediame- ter, treft u aan in de volgende tabel. Ø elektrode Lasstroom 1,6 mm 40 – 60 A 2,0 mm 60 – 80 A 2,5 mm 80 – 100 A 3,2 mm 100 – 140 A LET OP: De aardingsklem

en de elektrodehouder

/de elektrode mogen geen direct contact maken. LET OP: Bij het lassen met staafelektroden moeten de elektrodehouder

overeenkomstig de gegevens van de elektrodefabrikant worden aangesloten. Trek conform de richtlijnen geschikte beschermende kleding aan en bereid uw werkplek voor. Om de bewerking te beëindigen, zet u de hoofdschakelaar ON/OFF

in de stand “O” (“OFF”). LET OP: Dep niet met de elektrode op het werkstuk. Het kan worden beschadigd en de ontsteking van de vlamboog kan worden bemoeilijkt. Zodra de vlamboog ontstoken is, probeert u een afstand tot het werkstuk te behouden, die overeenkomt met de gebruikte elektrodediameter. De afstand moet zo constant mogelijk blijven, terwijl u last. Deze elektrodehelling in werkrichting dient 20 – 30 graden te zijn. LET OP: Gebruik altijd een tang om verbruikte elektroden te verwijderen of hete werkstukken te verplaatsen. Houd er rekening mee dat de elektrodehouder na het lassen altijd op een isolerende ondergrond moet worden gelegd. De slak mag pas na het afkoelen van de naad worden verwijderd. Om een lashandeling aan een onderbroken naad verder te zetten: Verwijder eerst de slak op de aansluitplaats. In de naadvoeg wordt de vlamboog ontstoken, naar de aansluitplaats geleid, daar juist gesmolten en aansluitend verder geleid. LET OP: Het laswerk produceert hitte. Daarom moet het lasapparaat na het gebruik minimaal een half uur stationair worden gebruikt. Als alternatief laat u het apparaat een uur afkoelen. Het apparaat mag pas worden verpakt en opgeslagen, wanneer de apparaattemperatuur genormaliseerd is. LET OP: Een spanning die 10% lager is dan de nominale ingangsspanning van het lasapparaat, kan tot de volgende consequenties leiden: De stroom van het apparaat neemt af. De vlamboog breekt af of wordt instabiel. LET OP: De vlamboogstraling kan tot oogontstekingen en huidverbrandingen leiden. Spat- en smeltslakken kunnen oogletsel en brandwonden veroorzaken. Er mogen uitsluitend laskabels worden gebruikt, die zijn meegeleverd. Kies tussen stekend en slepend lassen. Hierna wordt de invloed van de bewegingsrichting op de eigenschappen van de lasnaad getoond:NL/BE

Stekend lassen Slepend lassen Inbranden kleine grote Lasnaadbreedte grote kleine Lasrups vlakke hoge Lasnaadfout grote kleine AANWIJZING: Welke lasmethode geschikter is, beslist u zelf nadat u een proefstuk hebt gelast. AANWIJZING: Nadat de elektrode volledig is versleten, moet deze worden vervangen. z WIG/TIG-lassen Volg de gegevens over uw WIG-toorts voor WIG-/TIG-lassen. De WIG/TIG/modus kan weer worden geactiveerd, zoals hieronder is beschreven bij “Lasmethode kiezen”. AANWIJZING: Alle op de volgende schetsen getoonde waarden zijn alleen voorbeelden en vormen geen advies voor bepaalde lasparameters. Schets 8 Bij de selectie van de TIG-methode kunt u de lasstroom door te draaien aan de draaischakelaar voor de lasstroominstelling

genoemd) instellen. Bovendien kan de functie ANTI STICK door te drukken op en te draaien aan schakelaar

worden geactiveerd. [Schets 8] ANTI STICK voorkomt dat de elektroden aan het werkstuk blijven kleven. Door te draaien aan de schakelaar voor het instellen van de spanning

kan de waarde voor UP TIME worden ingesteld. Deze geeft aan hoe snel de stroom bij aanvang van de laswerkzaamheden wordt opgestart. Een hogere waarde betekent langzamer opstarten.118 NL/BE z Onderhoud en reiniging AANWIJZING: Het lasapparaat moet om perfect te functioneren en voor de naleving van de veiligheidseisen regelmatig worden onderhouden en gereviseerd. Ondeskundig en foutief gebruik kunnen leiden tot uitvallen van en schade aan het apparaat. Laat de reparaties alleen uitvoeren door gekwalificeerde elektra-vaklieden. Schakel de hoofdvoedingsbron en de hoofdschakelaar van het apparaat uit, voordat u onderhouds- werkzaamheden aan het lasapparaat uitvoert. Maak het lasapparaat en het toebehoren regelmatig schoon met behulp van lucht, poetsdoek of een borstel. Bij een defect of als apparaatonderdelen moeten worden vervangen, neemt u contact op met het betreffende personeel. z Milieu-informatie en afvalverwijderingsrichtlijnen RECYCLING VAN GRONDSTOFFEN IN PLAATS VAN AFVALVERWIJDERING! Conform de Europese richtlijn 2012/19/EU moet verbruikte elektrische apparatuur gescheiden worden afgevoerd en naar een inzamelpunt voor milieuvriendelijke recycling worden gebracht. Voer het apparaat af via een erkend afvalverwijderingscentrum of via uw gemeente- lijke afvalverwijderingsdienst. Neem de actueel geldende voorschriften in acht. Neem in geval van twijfel contact op met uw afvalverwijderingsdienst. Apparaat, toebehoren en verpakking dienen op een milieuvriendelijke manier te worden gerecycled. Gooi elektrische apparatuur niet weg met het huisvuil! Hiermee voldoet u aan de wettelijke verplichtingen en levert u een belangrijke bijdrage aan de bescherming van het milieu. Let op de markering van de verschillende verpakkingsmaterialen en scheid deze, indien nodig. De verpakkingsmaterialen zijn gemarkeerd met afkortingen (a) en cijfers (b) met de volgende betekenis: 1 – 7: Kunststoffen, 20 – 22: Papier en karton, 80 – 98: Composieten. z EU-conformiteitverklaring Wij, C. M. C. GmbH Documentverantwoordelijke: Dr. Christian Weyler Katharina-Loth-Str. 15 D-66386 St. Ingbert DUITSLAND verklaren alleen verantwoordelijk te zijn dat het product Multilasapparaat met dubbele pulstechnologie IAN: 389215_2107 Art.nr.: 2422 Bouwjaar: 2022/18 Model: PMPS 200 A1 voldoet aan de belangrijke beveiligingsvereisten die in de Europese RichtlijnenNL/BE

EU-richtlijn elektromagnetische compatibiliteit: 2014/30/EU Laagspanningsrichtlijn: 2014/35/EU RoHS-richtlijn: 2011/65/EU + 2015/863/EU en in de wijzigingen hiervan zijn vastgelegd. Het bovengenoemde object van de Verklaring voldoet aan de voorschriften van de Richtlijn 2011/65/EU van het Europese Parlement en van de Raad d.d. 8 juni 2011 ter beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparaten. Voor de conformiteitsbeoordeling werd gebruik gemaakt van de volgende geharmoniseerde normen: EN 60974-6:2016 EN 60974-10:2014/A1:2015 St. Ingbert, 1-12-2021 Dr. Christian Weyler - Kwaliteitswaarborging - z Aanwijzingen over garantie en afhandelen van de service Garantie van Creative Marketing & Consulting GmbH Geachte klant, U ontvangt 5 jaar garantie op dit apparaat vanaf de aankoopdatum. In geval van schade aan dit product kunt u een rechtmatig beroep doen op de verkoper van het product. Deze wettelijke rechten worden door onze hierna vermelde garantie niet beperkt. z Garantievoorwaarden De garantietermijn gaat in op de aankoopdatum. Bewaar het originele kassabon zorgvuldig. Dit document geldt als aankoopbewijs. Wanneer binnen 5 jaar na aankoopdatum van dit product een materiaal- of productiefout optreedt, dan zullen wij het product – naar ons oordeel – gratis repareren of vervangen. Deze garantie vereist dat het defecte apparaat binnen 5 jaar vanaf uw aankoop (kassabon) wordt ingediend en er schriftelijk kort wordt beschreven wat het gebrek is en wanneer het is opgetreden. Wanneer het defect onder onze garantie valt, ontvangt u het gerepareerde product of een nieuw product terug. Door de reparatie of de vervanging van het product begint geen nieuwe garantietermijn. z Garantieperiode en wettelijke garantieclaims De garantieperiode wordt door de waarborg niet verlengd. Dit geldt ook voor vervangen en gerepareerde onderdelen. Schade en defecten die eventueel al bij de aankoop aanwezig zijn, moeten onmiddellijk na het uitpakken worden gemeld. Reparaties na afloop van de garantieperiode dienen te worden betaald.120 NL/BE z Omvang van de garantie Het apparaat wordt volgens strenge kwaliteitsrichtlijnen zorgvuldig geproduceerd en voor levering grondig getest. De garantie geldt voor materiaal- of productiefouten. De garantie is niet van toepassing op producton- derdelen, die onderhevig zijn aan normale slijtage en hierdoor als aan slijtage onderhevige onderdelen gelden, of op breekbare onderdelen, zoals bijv. schakelaars, accu‘s of dergelijke onderdelen, die gemaakt zijn van glas. Deze garantie wordt ongeldig, wanneer het product werd beschadigd, niet correct werd gebruikt of werd onderhouden. Voor een deskundig gebruik van het product dienen alleen de in de originele gebruiksaanwijzing genoemde aanwijzingen strikt in acht te worden genomen. Vermijd absoluut toepassingsdoelen en handelingen die in de originele gebruiksaanwijzing worden afgeraden of waartegen wordt gewaarschuwd. Het product is uitsluitend bestemd voor privégebruik en niet voor commerciële doeleinden. Bij verkeerd gebruik en ondeskundige behandeling, bij gebruik van geweld en bij reparaties die niet door een door ons geautoriseerd servicefiliaal zijn uitgevoerd, vervalt de garantie. z Afwikkeling in geval van garantie Om een snelle afhandeling van uw reclamatie te waarborgen, dient u de volgende aanwijzingen in acht te nemen: Houd a.u.b. bij alle vragen de kassabon en het artikelnummer (bijv. IAN) als bewijs voor aankoop binnen handbereik. Het artikelnummer vindt u op het typeplaatje, een gravure, het titelblad van uw gebruiksaanwijzing (beneden links) of de sticker op de achter- of onderzijde. Wanneer er storingen in de werking of andere gebreken optreden, dient u eerst telefonisch of per e-mail contact met de hierna genoemde serviceafdeling op te nemen. Een als defect geregistreerd product kunt u dan samen met uw aankoopbewijs (kassabon) en de vermelding over wat het gebrek is en wanneer het is opgetreden, voor u franco verzenden aan het u meegedeelde serviceadres. AANWIJZING: Op www.lidl-service.com kunt u deze en nog veel andere handboeken, productvideo’s en software downloaden. Met deze QR-code gaat u rechtstreeks naar de Lidl-servicepagina (www.lidl-service.com) en kunt u uw gebruiksaanwijzing openen door het artikelnummer (IAN) 389215 in te voeren.NL/BE

z Service Zo kunt u ons bereiken: NL, BE Naam: ITSw bv Internetadres: www.cmc-creative.de E-mail: Itsw.cmc@kpnmail.nl Telefoon: 0031 (0) 900-8724357 Kantoor: Duitsland IAN 389215_2107 Let erop dat het volgende adres geen serviceadres is. Neem eerst contact op met het hierboven vermelde servicepunt. Adres: C. M. C. GmbH Katharina-Loth-Str. 15 DE-66386 St. Ingbert DUITSLAND Bestelling van reserveonderdelen: www.ersatzteile.cmc-creative.de122

Drej trykrulleenheden

LEPULSTECHNOLOGIE PMPS 200 A1 Aanvulling bij de bedieningshandleiding

kan het PMPS 200 A1-lasapparaat worden aangepast voor het gebruik van lasdraadrollen van 450 g of 1 kg-lasdraad. Handleiding voor de montage van de adapter: Maak eerst de bevestiging lasdraadspoel los

zoals aangegeven in afbeelding AD. Breng daartoe de adapter in positie en zet hem vast met de bevestiging lasdraadspoel

. Om de uitgepakte 450 g of 1 kg draadrol te monteren, ontgrendelt u eerst de vergrendeling

door deze in te drukken, gevolgd door een korte draai naar links. Trek dan de schijf

eraf. Plaats de draadrol op de overeenkomstige houder. Zorg ervoor dat de rol is afgewikkeld aan de kant van de draaddoorvoer

en dat het uiteinde van de lasdraad zich boven de lasdraadspoel bevindt. Zet de schijf

weer op zijn plaats en zet de vergrendeling

vast door in te drukken, gevolgd door een korte draai naar rechts. Ga verder zoals beschreven in het hoofdstuk “Lasdraad plaatsen” vanaf het punt “Draai de stelschroef

los en zwenk deze omlaag (zie afb. I)”. Een kant-en-klaar gemonteerde draadrol (niet bij de levering inbegrepen) is te zien in afbeelding AE.

Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : PARKSIDE

Model : PMPS 200 A1

Categorie : Lasapparaat