CM 12 - Meetinstrumenten BENNING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CM 12 BENNING in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over CM 12 BENNING
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Meetinstrumenten in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CM 12 - BENNING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CM 12 van het merk BENNING.
GEBRUIKSAANWIJZING CM 12 BENNING
Gebruiksaanwijzing BENNING CM 1‑1/ 1‑2 Digitale stroomtang/ multimeter voor het meten van - Gelijkspanning ( BENNING CM 1-2) - Wisselspanning ( BENNING CM 1-2) - Wisselstroom - Weerstand ( BENNING CM 1-2) - Stroomdoorgang ( BENNING CM 1-2)Inhoudsopgave:1. Gebruiksaanwijzing2. Veiligheidsvoorschriften3. Leveringsvoorschriften4. Artikelbeschrijving5. Algemene kenmerken6. Gebruiksvoorschriften7. Elektrische gegevens8. Meten met de BENNING CM 1‑1/ 1‑29. Onderhoud10. Technische gegevens van de meettoebehoren ( BENNING CM 1-2)11. Milieu1. GebruiksaanwijzingDeze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor - elektriciens en - elektrotechniciDe BENNING CM 1-1/ 1-2 is bedoeld voor metingen in droge ruimtes en mag niet worden gebruikt in elektrische circuits met een nominale spanning hoger dan 600 V DC en 600 V AC (zie ook hoofdstuk 6. “Gebruiksvoorschriften”).In de gebruiksaanwijzing en op de BENNING CM 1-1/ 1-2 worden de volgende symbolen gebruikt.Aanleggen om GEVAARLIJKE ACTIEVE geleider of demonteren van deze is toegestaan. Waarschuwing voor gevaarlijke spanning! Verwijst naar voorschriften die in acht genomen moeten worden om gevaar voor de omgeving te vermijden. Let op de gebruiksaanwijzing! Dit symbool geeft aan dat de aanwijzingen in de handleiding in acht genomen moeten worden om gevaar te voorkomen. Dit symbool geeft aan dat de BENNING CM 1-1/ 1-2 dubbel geïso-leerd is (beschermingsklasse II).Dit symbool verschijnt in het scherm bij een te lage batterijspan-ning.Dit symbool geeft de instelling ‘doorgangstest’ aan. De zoemer geeft bij doorgang een akoestisch signaal.DC: gelijkspanning AC: wisselspanning/-stroom aarding (spanning t.o.v. aarde)02/ 2018
2. Veiligheidsvoorschriften
Dit apparaat is vervaardigd en getest volgens de voorschriften: DIN VDE 0411 deel 1/ EN 61010-1 DIN VDE 0411 deel 2-032/ EN 61010-2-032 DIN VDE 0411 deel 2-033/ EN 61010-2-033 DIN VDE 0411 deel 031/ EN 61010-031 en heeft, vanuit een veiligheidstechnisch oogpunt, de fabriek verlaten in een perfecte staat. Om deze staat te handhaven en om zeker te zijn van gebruik zonder gevaar, dient de gebruiker goed te letten op de aanwijzingen en waar- schuwingen zoals aangegeven in deze gebruiksaanwijzing. Een verkeerd ge- bruik en niet-naleving van de waarschuwingen kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.
Wees extreem voorzichtig tijdens het werken met blanke dra‑ den of hoofdleidingen. Contact met spanningsvoerende leidin‑ gen kan elektrocutie veroorzaken.
De BENNING CM 1‑1/ 1‑2 mag alleen worden gebruikt in elek‑ trische circuits van overspanningscategorie III met max. 600 V ten opzichte van aarde. Gebruik alleen passende meetsnoeren voor deze. Bij metingen binnen de meetcategorie III mag het uitstekende geleidende gedeelte van een contactpunt op de veiligheidsmeetleidingen niet langer zijn dan 4 mm. Voor metingen binnen de meetcategorie III moeten de bij de set gevoegde, met CAT III en CAT IV aangeduide opsteekdoppen op de contactpunten worden gestoken. Deze maatregel dient ter bescherming van de gebruiker. Bedenk dat werken aan installaties of onderdelen die onder spanning staan, in principe altijd gevaar kan opleveren. Zelfs spanningen vanaf 30 V AC en 60 V DC kunnen voor mensen al levensgevaarlijk zijn.
Elke keer, voordat het apparaat in gebruik wordt genomen, moet het worden gecontroleerd op beschadigingen. Ook de veiligheidsmeetsnoeren moeten gecontroleerd te worden. Bij constatering dat het apparaat niet meer zonder gevaar kan worden gebruikt, mag het dan ook niet meer worden ingezet, maar zodanig worden opgeborgen dat het, ook niet bij toeval, niet meer gebruikt kan worden. Ga ervan uit dat gebruik van het apparaat zonder gevaar niet meer mogelijk is: - bij zichtbare schade aan de behuizing en/ of meetsnoeren van het apparaat - als het apparaat niet meer (goed) werkt - na langdurige opslag onder ongunstige omstandigheden - na zware belasting of mogelijke schade ten gevolge van transport of onoor- deelkundig gebruik, - het apparaat of de meetkabel vochtig zijn.
Om gevaar te vermijden ‑ mogen de blanke meetpennen van de veiligheidsmeets‑ noeren niet worden aangeraakt ‑ moeten de meetsnoeren op de juiste contactbussen van de multimeter worden aangesloten.
3. Leveringsvoorschriften
Bij de levering van de BENNING CM 1-1/ 1-2 behoren:
3.1 één BENNING CM 1-1/ 1-2
3.2 één veiligheidsmeetsnoer, rood (L = 1,4 m) (BENNING CM 1-2)
3.3 één veiligheidsmeetsnoer, zwart (L = 1,4 m) ( BENNING CM 1-2)
3.4 één compact beschermingsetui
3.5 één 9 V batterij is ingebouwd ( BENNING CM 1-1)
twee 1,5 V-micro batterijen zijn ingebouwd ( BENNING CM 1-2)
3.6 één gebruiksaanwijzing
Opmerking t.a.v. aan slijtage onderhevige onderdelen: - de BENNING CM 1-1 wordt gevoed door één ingebouwde 9 V batterij (IEC 6 LR 61) - de BENNING CM 1-2 wordt gevoed door twee ingebouwde batterijen van 1,5 V (IEC LR 03, micro). - de bovengenoemde veiligheidsmeetsnoeren (gekeurd onderdeel, no.02/ 2018
044145) voldoen aan CAT III 1000 V en zijn toegestaan voor een stroom van 10 A.
4. Artikelbeschrijving
Zie fig. 1a, 1b: voorzijde van het apparaat. Hieronder volgt een beschrijving van de in fig. 1a en 1b aangegeven informatie- en bedieningselementen.
Digitaal display voor het aflezen van gemeten waarde en de aanduiding indien meting buiten bereik van het toestel valt.
Aanduiding polariteit.
Symbool voor lege batterijen.
HOLD‑toets voor opslag in het geheugen van de weergegeven meet- waarde.
MAX‑toets voor opslag in het geheugen van de hoogste meetwaarde.
Toets (omschakeling) wisselspanning/gelijkspanning resp. weerstand/ stroomdoorgang
Draaischakelaar voor functiekeuze.
COM‑contactbus, gezamenlijke contactbus voor spannings-, weerstands- metingen en doorgangstest.
Stroomtangkraag om aanraken van aders te voorkomen.
Meettang om rondom één-aderig stroomvoerende leiding te plaatsen.
) Betreft automatische polariteitaanduiding voor gelijkspanning.
5. Algemene kenmerken
5.1 Algemene gegevens van de stroomtang multimeter
5.1.1 De numerieke waarden zijn op een display (LCD)
af te lezen met 3½ cijfers van 14 mm hoog, met een komma voor de decimalen. De grootst mogelijk af te lezen waarde is 2000.
5.1.2 De polariteitaanduiding
werkt automatisch. Er wordt slechts één pool t.o.v. de contactbussen aangeduid met „-“.
5.1.3 Metingen buiten het bereik van de meter worden aangeduid met „OL“ of
„-OL“, alsmede gedeeltelijk met een akoestisch signaal. NB: Geen aanduiding of waarschuwing bij overbelasting!
5.1.4 Opslaan van een gemeten waarde in het geheugen: „HOLD“. Door het
wordt de gemeten waarde in het geheugen opgeslagen. Tegelijkertijd verschijnt het symbool „H“ in het display. Door de toets opnieuw in te drukken wordt terug geschakeld naar de meetstatus.
5.1.5 De MAX-functie
bepaalt automatisch de hoogste gemeten waarde. Door op de knop te drukken worden de volgende meetwaardes weer- gegeven: „MAX“ geeft de hoogste gemeten en opgeslagen waarde aan. De voort- durende registratie van de MAX-waarde kan gestopt resp. gestart wor- den door het indrukken van de „HOLD“-toets
. Door de MAX-toets langer in te drukken (2 sec.) wordt de normale status terug geschakeld.
V~/ V resp. Ω/ kiest de twee functies van de draaischake- laar (zie aanduiding in het display).
5.1.7 De meetfrequentie van de BENNING CM 1-1 bedraagt bij cijferweer-
gave gemiddeld 2,5 metingen per seconde. De meetfrequentie van de BENNING CM 1-2 bedraagt bij cijferweergave gemiddeld 1,5 metingen per seconde.
5.1.8 De BENNING CM 1-1/ 1-2 wordt in- en uitgeschakeld met de draai-
5.1.9 De BENNING CM 1-2 schakelt zichzelf na ca. 10 minuten automatisch
uit. (APO, AUTO-POWER-OFF). Hij wordt weer ingeschakeld door een willekeurige toets in te drukken of door bediening van de schakelaar. Een zoemer waarschuwt voor de automatische uitschakeling. De BENNING CM 1-1 heeft deze APO-functie niet.
5.1.10 De temperatuurcoëfficiënt van de gemeten waarde: 0,2 x (aangegeven
nauwkeurigheid van de gemeten waarde)/ °C < 18 °C of > 28 °C, t.o.v. de waarde bij een referentietemperatuur van 23 °C.
5.1.11 De BENNING CM 1-1 wordt gevoed door één 9V batterij (IEC 6 LR61).
De BENNING CM 1-2 wordt gevoed door twee batterijen van 1,5 V (IEC LR 03 micro).
5.1.12 Indien de batterijen onder de minimaal benodigde spanning van de
BENNING CM 1-1/ 1-2 dalen, verschijnt in het scherm het batterijsymbool.
5.1.13 De levensduur van een batterij (alkaline) bedraagt bij de
BENNNG CM 1-1 ongeveer 580 uur en bij de BENNING CM 1-2 onge- veer 200 uur.
5.1.15 De meegeleverde veiligheidsmeetsnoeren zijn alleen voor de nominale
spanning en stroom van de BENNING CM 1-2 geschikt.
6. Gebruiksomstandigheden
- De BENNING CM 1-1/ 1-2 is bedoeld om gebruikt te worden voor metingen in droge ruimtes. - Barometrische hoogte bij metingen: 2000 m maximaal. - Categorie van overbelasting/installatie: IEC 60664-1/ IEC 61010-1
- 600 V categorie III. - Beschermingsgraad stofindringing: 2 - Beschermingsgraad: IP 30 (DIN VDE 0470-1 IEC/ EN 60529), Betekenis IP 30: Het eerste cijfer (3); bescherming tegen stof en vuil > 2,5 mm in doorsnede. Het tweede cijfer (0); niet beschermd tegen water. - Werktemperatuur en relatieve luchtvochtigheid: Bij een werktemperatuur van 0 °C tot 30 °C: relatieve luchtvochtigheid < 80 %. Bij een werktemperatuur van 31 °C tot 40 °C: relatieve luchtvochtigheid < 75 %. Bij een werktemperatuur van 41 °C tot 50 °C: relatieve luchtvochtigheid < 45 %. - Opslagtemperatuur: de BENNING CM 1-1/ 1-2 kan worden opgeslagen bij temperaturen van - 20 °C tot + 60 °C (luchtvochtigheid 0 - 80 %). Daarbij moeten wel de batterijen worden verwijderd.
7. Elektrische gegevens
Opmerking: de nauwkeurigheid van de meting wordt aangegeven als som van: - een relatief deel van de meetwaarde - een aantal digits. Deze nauwkeurigheid geldt bij temperaturen van 18 °C tot 28 °C bij een relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %.
7.1 Meetbereik voor gelijkspanning ( BENNING CM 1-2)
De ingangsweerstand bedraagt 10 MΩ. Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v/d meting Beveiliging tegen overbelasting 200 V 0,1 V + (1,0 % meetwaarde + 2 digits) 600 V eff 600 V 1 V + (1,0 % meetwaarde + 2 digits) 600 V eff
7.2 Meetbereik voor wisselspanning ( BENNING CM 1-2)
De ingangsweerstand bedraagt 10 MΩ parallel aan 100 pF. Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v/d meting *
De gemeten waarde wordt verkregen door detectie van de gemiddelde waarde en deze als effectieve waarde weer te geven. De kalibrering is afge- stemd op sinusvormige signaalprofielen.
7.3 Meetbereik voor wisselstroom
De gemeten waarde wordt verkregen door detectie van de gemiddelde waarde en als effectieve waarde weergegeven. De kalibrering is afgestemd op sinusvormige signaalprofielen.
De aangegeven nauwkeurigheid is gespecificeerd voor leidingen die met de stroomtang
in het midden omvat worden (zie afbeelding 4 meten van wisselstroom). Voor leidingen die niet in het midden omvat worden, moet rekening worden gehouden met een toegestane foutmarge van 1,5 % van de aangegeven waarde.
7.4 Meetbereik voor weerstand en akoestische doorgangstest
( BENNING CM 1-2). Overbelastingsbeveiliging: 600 V eff Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v/d meting Max. nullastspanning 200 Ω 0,1 Ω + (1,0 % meetwaarde + 5 digits) 1,3 V 2 kΩ 1 Ω + (0,7 % meetwaarde + 2 digits) 1,3 V 20 kΩ 10 Ω + (0,7 % meetwaarde + 2 digits) 1,3 V 200 kΩ 100 Ω + (0,7 % meetwaarde + 2 digits) 1,3 V 2 MΩ 1 kΩ + (1,0 % meetwaardee + 2 digits) 1,3 V 20 MΩ 10 kΩ + (1,9 % meetwaarde + 5 digits) 1,3 V De ingebouwde zoemer geeft een akoestisch signaal bij een weerstand < 20 Ω. Het omschakelpunt van de keuze van het bereik kan al bij een waarde van 1400 liggen!
8. Meten met de BENNING CM 1‑1/ 1‑2
8.1 Voorbereiding van de metingen
Gebruik en bewaar de BENNING CM 1-1/ 1-2 uitsluitend bij de aangegeven werk- en opslagtemperaturen. Niet blootstellen aan direct zonlicht. - Controleer de gegevens op de veiligheidsmeetsnoeren ten aanzien van no- minale spanning en stroom. Origineel met de BENNING CM 1-1/ 1-2 mee- geleverde snoersets voldoen aan de te stellen eisen. - Controleer de isolatie van de veiligheidsmeetsnoeren. Beschadigde meets- noeren direct verwijderen. - Veiligheidsmeetsnoeren testen op correcte doorgang. Indien de ader in het snoer onderbroken is, het meetsnoer direct verwijderen. - Voordat met de draaischakelaar
een andere functie gekozen wordt, dienen de meetsnoeren van het meetpunt te worden afgenomen. - Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING CM 1-1/ 1-2 kunnen leiden tot instabiele aanduiding en/ of meetfouten.
Let op de maximale spanning t.o.v. aarde! Gevaarlijke spanning! De hoogste spanning die aan de contactbussen - COM-bus
van de BENNING CM 1-2 ligt t.o.v. aarde, mag maximaal 600 V bedragen. - Kies met de draaiknop
van de BENNING CM 1-2 de gewenste instelling (V AC/ DC). Met de omschakelknop (V~/ V ) gewenste instelling AC of DC kiezen. - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus
van de BENNING CM 1-2. - Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V en Ω
van de BENNING CM 1-2. - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display
van de BENNING CM 1-2. Zie fig. 2: meten van gelijkspanning. Zie fig. 3: meten van wisselspanning.
8.3 Wisselstroommeting
8.3.1 Voorbereiding van de metingen
Gebruik en bewaar de BENNING CM 1-1/ 1-2 uitsluitend bij de aangegeven werk- en opslagtemperaturen. Niet blootstellen aan direct zonlicht. - Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING CM 1-1/ 1-2 kunnen leiden tot instabiele aanduiding en/ of meetfouten.02/ 2018
Geen spanning zetten op de contactbussen van de BENNING CM 1‑1/ 1‑2. Neem eventueel de veiligheidsmeets‑ noeren van het apparaat.
8.3.2 Wisselstroommeting
- Kies met de draaiknop
de gewenste instelling van de BENNING CM 1-1 resp. de gewenste functie (A AC) van de BENNING 1-2 kiezen - Druk op de openingshendel
en omvat de eenaderig, stroomvoerende lei- ding van de BENNING CM 1-2, zoveel mogelijk in het midden van de tang. - Lees de gemeten waarde af in het display
Zie fig. 4: meten van wisselstroom.
8.4 Weerstandsmeting en doorgangstest met akoestisch signaal
( BENNING CM 1-2) - Kies met de draaiknop
de gewenste instelling ( ) van de BENNING CM 1-2. - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus
van de BENNING CM 1-2. - Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V en Ω
van de BENNING CM 1-2. - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display
van de BENNING CM 1-2. - Indien de gemeten weerstand tussen de COM-contactbus
en de bus voor V en Ω
kleiner is dan dan 20 Ω, wordt in de BENNING CM 1-2 het akoestisch signaal afgegeven. Zie fig. 5: weerstandsmeting.
De BENNING CM 1‑1/ 1‑2 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt! Gevaarlijke spanning! Werken aan een onder spanning staande BENNING CM 1-1/ 1-2 mag uitsluitend gebeuren door elektrotechnische specialisten, die daarbij de nodige voor‑ zorgsmaatregelen dienen te treffen om ongevallen te voorkomen. Maak de BENNING CM 1-1/ 1-2 dan ook spanningsvrij alvorens het apparaat te openen. - Ontkoppel eerst beide veiligheidsmeetsnoeren van het te meten object. - Ontkoppel daarna de beide veiligheidsmeetsnoeren van de BENNING CM 1-1/ 1-2. - Zet de draaischakelaar
9.1 Veiligheidsstelling van het apparaat
Onder bepaalde omstandigheden kan de veiligheid tijdens het werken met de BENNING CM 1-1/ 1-2 niet meer worden gegarandeerd, bijvoorbeeld in geval van: - zichtbare schade aan de behuizing. - meetfouten. - waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder verkeerde omstan- digheden. - waarneembare gevolgen van transportschade. In deze gevallen direct de BENNING CM 1-1/ 1-2 uitschakelen en niet meer ge- bruiken.
Reinig de behuizing aan de buitenzijde uitsluitend met een schone, droge doek (speciale reinigingsdoeken uitgezonderd). Gebruik geen oplos- en/ of schuurmid- delen om de BENNING CM 1-1/ 1-2 schoon te maken. Let er in het bijzonder op dat het batterijvak en de batterijcontacten niet vervuilen door uitlopende batterijen. Indien toch verontreiniging ontstaat door elektrolyt of zich zout afzet bij de batte- rijen en/of in de behuizing, dit eveneens verwijderen met een droge, schone doek.
9.3 Het vervangen van de batterijen
Vóór het openen van de BENNING CM 1‑1/ 1‑2 moet het ap‑ paraat spanningsvrij zijn! Gevaarlijke spanning!! De BENNING CM 1-1 wordt gevoed door één ingebouwde 9 V batterij. De BENNING CM 1-2 wordt gevoed door twee ingebouwde batterijen van 1,5 V (micro). Als het batterijsymbool
verschijnt, moeten de bat- terijen worden vervangen (zie afbeelding 6). De batterijen worden als volgt verwisseld: - Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten circuit02/ 2018
( BENNING CM 1-2). - Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van de BENNING CM 1-2. - Zet de draaischakelaar
in de positie „OFF“. - Leg de BENNING CM 1-2 op de voorzijde en draai de schroef met de sleufkop uit het deksel van het batterijvak. - Neem het deksel van het batterijvak uit de achterwand. - Neem de lege batterijen uit het batterijvak en demonteer voorzichtig de aan- sluitdraden van de batterij ( BENNING CM 1-1). - Monteer de aansluitdraden op de juiste manier aan de nieuwe batterijen en leg de bedrading zo terug dat het niet beklemd raakt in de behuizing ( BENNING CM 1-1). Leg dan de batterijen op de daarvoor bedoelde plaats in het batterijvak. - Klik het deksel weer op de achterwand en draai de schroef er weer in. Zie fig. 6: vervanging van de batterijen.
Gooi batterijen niet weg met het gewone huisvuil, maar lever ze in op de bekende inzamelpunten. Zo levert u opnieuw een bijdrage aan een schoner milieu.
BENNING waarborgt de naleving van de in de gebruiksaanwijzing vermelde technische gegevens en nauwkeurigheidsinformatie gedurende het 1ste jaar na de leveringsdatum. Om de nauwkeurigheid van de metingen te waarborgen, is het aan te bevelen het apparaat jaarlijks door onze servicedienst te laten kalibreren. Benning Elektrotechnik & Elektronik GmbH & Co. KG Service Center Robert-Bosch-Str. 20 D - 46397 Bocholt
), doorgaans dubbel geïsoleerd of versterkte iso- latie - Vervuilingsgraad: 2 - Lengte: 1,4 m, AWG 18, - Omgevingsvoorwaarden: metingen mogelijk tot maximaal 2000 m, temperatuur: 0 °C tot + 50 °C, vochtigheidsgraad 50 % tot 80 %, - Gebruik de veiligheidsmeetkabelset alleen indien ze in een goede staat is en volgens deze handleiding, anders kan de bescherming verminderd zijn. - Gebruik de veiligheidsmeetkabelset niet als de isolatie is beschadigd of als er een beschadiging/ onderbreking in de kabel of stekker is. - Raak tijdens de meting de blanke contactpennen niet aan. Alleen aan de handvaten vastpakken! - Steek de haakse aansluitingen in het te gebruiken BENNING meetapparaat.
Wij raden u aan het apparaat aan het einde van zijn nuttige levensdu- ur, niet bij het gewone huisafval te deponeren, maar op de daarvoor bestemde adressen.02/ 2018 BENNING CM 1-1/ 1-2 65
SimpelGids