CM 14 - Multimeter BENNING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CM 14 BENNING in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over CM 14 BENNING
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CM 14 - BENNING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CM 14 van het merk BENNING.
GEBRUIKSAANWIJZING CM 14 BENNING
TRUE RMS multimeter met open stroomtang voor het controleren van de: - Wisselstroom - Wisselspanning - Gelijkspanning - Eenpolige buitengeleider (fase-indicatie) - Draaiveldrichting - Polariteit - Weerstand - StroomdoorgangInhoud1. Opmerkingen voor de gebruiker.2. Veiligheidsvoorschriften.3. Leveringsomvang.4. Beschrijving van het apparaat.5. Algemene kenmerken.6. Gebruiksomstandigheden.7. Elektrische gegevens.8. Meten met de BENNING CM 1-49. Onderhoud.10. Technische gegevens van de meettoebehoren11. Milieu1. Opmerkingen voor de gebruikerDeze gebruiksaanwijziging is bedoeld voor: - Elektriciens. - Elektrotechnici.De BENNING CM 1-4 is bedoeld voor metingen in droge ruimtes en mag niet worden gebruikt in elektrische circuits met een spanning hoger dan 1000 V AC/DC. (zie ook pt. 6: „Gebruiksomstandigheden“).In de gebruiksaanwijzing en op de BENNING CM 1-4 worden de volgende sym-bolen gebruikt:Aanleggen om GEVAARLIJKE ACTIEVE geleider of demonteren van deze is toegestaan. Waarschuwing voor gevaarlijke spanning!Verwijst naar voorschriften die in acht genomen moeten worden om ge-vaar voor de omgeving te vermijden. Let op de gebruiksaanwijzing!Dit symbool geeft aan dat de aanwijzingen in de handleiding in acht genomen moeten worden om gevaar te voorkomen.CAT IIIMeetcategorie III is bruikbaar voor test- en meetcircuits die op de ver-deelkring van het laagspanningsnet van het gebouw aangesloten zijn.CAT IVMeetcategorie IV is bruikbaar voor test- en meetcircuits die op het en-trypunt van het laagspanningsnet van het gebouw aangesloten zijn. Dit symbool geeft aan dat de BENNING CM 1-4 dubbel geïsoleerd is (bescherminingsklasse II).Zie de gebruikershandleiding.Dit symbool verschijnt in het scherm bij een te lage batterijspanning.Dit symbool geeft de instelling „doorgangstest“ aan. De zoemer geeft bij doorgang een akoestisch signaal.DC: gelijkspanning AC: wisselspanning/-stroom Aarding (spanning t.o.v. aarde)82
2. Veiligheidsvoorschriften
Dit apparaat is vervaardigd en getest volgens de voorschriften: DIN VDE 0411 deel 1/ EN 61010-1 DIN VDE 0411 deel 2-032/EN 61010-2-032 DIN VDE 0411 deel 2-033/EN 61010-2-033 DIN VDE 0411 deel 031/EN 61010-031 en heeft, vanuit een veiligheidstechnisch oogpunt, de fabriek verlaten in een per- fecte staat. Om deze staat te handhaven en om zeker te zijn van gebruik zonder gevaar, dient de gebruiker goed te letten op de aanwijzingen en waarschuwingen zoals aangegeven in deze gebruiksaanwijzing. Een verkeerd gebruik en niet-na- leving van de waarschuwingen kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.
Wees extreem voorzichtig tijdens het werken met blanke draden of hoofdleidingen. Contact met spanningsvoerende leidingen kan elektrocutie veroorzaken.
De BENNING CM 1-4 mag alleen worden gebruikt in elektrische circuits van overspanningscategorie III met max. 1000 V ten op- zichte van aarde of overspanningscategorie IV met 600 V ten opzichte van aarde. Gebruik alleen passende meetsnoeren voor deze. Bij metingen binnen de meetcategorie III of de meetcategorie IV mag het uit- stekende geleidende gedeelte van een contactpunt op de veilig- heidsmeetleidingen niet langer zijn dan 4 mm. Voor metingen binnen de meetcategorie III en de meetcategorie IV moeten de bij de set gevoegde, met CAT III en CAT IV aange- duide opsteekdoppen op de contactpunten worden gestoken. Deze maatregel dient ter bescherming van de gebruiker. Bedenk dat werken aan installaties of onderdelen die onder spanning staan, in principe altijd gevaar kan opleveren. Zelfs spanningen vanaf 30 V AC en 60 V DC kunnen voor mensen al levensgevaarlijk zijn.
Zet de BENNING CM 1-4 nooit langer dan 30 seconden onder stroom bij het meten van spanningen hoger dan 300 V. Bij span- ningen hoger dan 300 V bedraagt de maximale inschakeltijd tON: 30 s en de uitschakeltijd tOFF: 240 s.
Elke keer, voordat het apparaat in gebruik wordt genomen, moet het worden gecontroleerd op beschadigingen. Ook de veilig- heidsmeetsnoeren moeten gecontroleerd te worden.
Neem de BENNING CM 1-4 bij gebruik steeds vast aan de rub- beren greep, achter de greepbegrenzing. Bij constatering dat het apparaat niet meer zonder gevaar kan worden gebruikt, mag het dan ook niet meer worden ingezet, maar zodanig worden opgeborgen dat het, ook niet bij toeval, niet meer gebruikt kan worden. Ga ervan uit dat gebruik van het apparaat zonder gevaar niet meer mogelijk is: - bij zichtbare schade aan de behuizing en/ of meetsnoeren van het apparaat - als het apparaat niet meer (goed) werkt - na langdurige opslag onder ongunstige omstandigheden - na zware belasting of mogelijke schade ten gevolge van transport of onoor- deelkundig gebruik, of - het apparaat of de meetleidingen vochtig zijn.
Om gevaar te vermijden - mogen de blanke contactpunt van de veiligheidsmeets- noeren niet worden aangeraakt - plaats de meetleidingen in de daartoe voorziene meetstek- kers op de multimeter en controleer of deze goed vastzit- ten.83
Onderhoud: Het apparaat niet openen, zij bevat geen onderdelen die door de gebruiker te repareren zijn. Reparatie en service alleen door gekwalificeerd personeel.
Reiniging: Reinig de buitenkant regelmatig met een doek en reinigings- middel en wrijf deze aansluitend goed droog. Gebruik geen schuurof oplosmiddelen.
Bij de levering van de BENNING CM 1-4 behoren:
3.4 Eén contactpuntbeveiliging om te beschermen tegen verwondingen,
geïnstalleerd op de zwarte veiligheidsmeetleiding. Incl. een set opsteek- doppen (CAT III/ IV) rood/zwart om het ongeïsoleerde deel van de con- tactpunten korter te maken en een set 4 mm Ø contactpuntvergrotingen (CAT II).
3.6 Twee ingebouwde 1,5 V micro batterijen
3.7 Eén gebruiksaanwijzing.
Opmerking t.a.v. aan slijtage onderhevige onderdelen: - De BENNING CM 1-4 wordt gevoed door twee ingebouwde 1,5 V micro bat- terijen (IEC LR 03) - Bovengenoemde veiligheidsmeetleidingen (gecontroleerd toebehoren, rood/ zwart) behoren bij montage van de opsteekdoppen tot CAT III 1000 V/ CAT IV 600 V en zijn geschikt voor een stroom tot 10 A. De set meetleidingen (art. nr. 10217842) omvat een contactpuntbeveiliging incl. de opsteekdoppen (CAT III/ IV) en de 4 mm Ø contactpuntvergrotingen (CAT II). - De contactpuntbeveiliging incl. de opsteekdoppen (CAT III/ IV) en de 4 mm Ø contactpuntvergrotingen (CAT II) kunnen afzonderlijk besteld worden onder art. nr. 10217843. - De riemholster kan besteld worden onder art. nr. 10217845.
4. Beschrijving van het apparaat
zie g. 1a: Front apparaat en meetleidingenset Hieronder volgt een beschrijving van de in g. 1a aangegeven informatie- en bedieningselementen:
Open mondstuk om wisselstroomvoerende ader in te voeren en te omvat- ten.
LED-indicators, die het volgende aanduiden - het spanningsbereik 12 V - 1000 V - het symbool voor de overschrijding van de ELV-limiet (50 V AC/ 120 V DC), wordt ook bij de buitengeleidercontrole (fase-indicatie) gebruikt
- het symbool voor de doorgangstest - het symbool voor de draaiveldrichtingcontrole (links/rechts) - polariteitsindicatie
Digitaal display (LCD) waarin wordt aangegeven: - de gemeten waarde met een maximale aanduiding van 9999 en deci- maalkomma - de opgeslagen meetwaarde („HOLD”-functie) - de spanningssoort AC/DC - de eenheden V (spanning), A (stroom), Ω (weerstand) - het symbool voor een gedeactiveerd geluidssignaal bij de spanningsme- ting - het batterijsymbool met maximaal 3 segmenten
Greepbegrenzingen, beschermt tegen aanraken van spanningsvoerende aders
HOLD-toets (hold-functie)/ Activering van de meetplaatsverlichting (2 s)/ Deactivering van het geluidssignaal bij de spanningsmeting (5 s)
Zwarte contactbus (-/L1), gezamenlijke contactbus voor spannings- en weerstandsmetingen, en doorgangstest84
Contactpuntbeveiligingen met opsteekdoppen (CAT III/ IV) en 4 mm Ø contactpuntvergrotingen (CAT II)
Sets veiligheidsmeetleidingen (rood/ zwart) incl. contactpuntbeveili- ging met opsteekdoppen (CAT III/ IV) en 4 mm Ø contactpuntvergrotingen (CAT II)
) betreft automatische polariteitaanduiding voor gelijkspanning.
5. Algemene kenmerken
5.1 Algemene gegevens van de multimeter BENNING CM 1-4
5.1.1 De numerieke waarden zijn op een display (LCD)
af te lezen met 4 cijfers van 13 mm hoog en een komma voor de decimalen. De grootst mogelijk af te lezen waarde is 9999.
werkt automatisch. Er wordt slechts één pool t.o.v. de gedenieerde veiligheidsmeetsnoeren aangeduid met „-“. Vanaf 12 V wordt de polariteit aangeduid met een oplichtende -led of -led.
5.1.3 De bereiksoverschrijding wordt met „OL“ of „-OL“ en gedeeltelijk.
Let op: geen andere aanduiding en waarschuwing bij overbelasting.
5.1.4 Ω/A-toets: Bij bediening van de Ω/A-toets
wordt het weerstands- meetbereik (Ω) geactiveerd. Bij een nieuwe druk op de toets wordt het stroommeetbereik (A) ingeschakeld. Wanneer de toets 2 s ingedrukt blijft, wordt opnieuw overgeschakeld naar het spanningsmeetbereik (aangeduid met - - - -).
heeft drie functies: - Meetwaardenopslag “HOLD”: Door de toets “HOLD”
in te druk- ken wordt het meetresultaat opgeslagen. Op de display gaat het symbool branden. Door de toets
opnieuw in te drukken scha- kelt het apparaat terug naar de meetmodus. - Meetplaatsverlichting: Houd de ‘HOLD’-toets
2 s ingedrukt om de led-meetplaatsverlichting in te schakelen. - Geluidssignaal bij de spanningsmeting: Houd de ‘HOLD’-toets
5 s ingedrukt om het geluidssignaal bij de spanningsmeting uit te schakelen, zie paragraaf 8.3 ‘Akoestisch signaal bij spanningen > 50 V AC/ 120 V DC“.
5.1.6 De meetfrequentie bij cijferweergave van de BENNING CM 1-4 bedraagt
gemiddeld 3 metingen per seconde.
5.1.7 De BENNING CM 1-4 wordt ingeschakeld met een druk op de Ω/A-toets
. Het toestel is klaar voor een spanningsmeting en eenpolige buitengeleiders- en doorgangstest wanneer het symbool ‘- - - -’ in de digitale weergave
oplicht. Onder volgende voorwaarden gebeurt de inschakeling automatisch: Bij batterijen met voldoende spanning: - Meetspanning tussen bus +/L2
> 3 V of < -8 V - De buitengeleidercontrole geeft de fasespanning aan - De doorgangstest geeft de weerstand < 1,8 kΩ - 2,7 kΩ aan Geen batterijen of batterijen met een te zwakke spanning: - Meetspanning tussen +/L2
De BENNING CM 1-4 schakelt na 10 s automatisch uit, wanneer vol- daan wordt aan de volgende voorwaarden: - geen bediening van de toetsen - geen voorwaarden voor de automatische uitschakeling. De BENNING CM 1-4 schakelt na 30 s automatisch uit, wanneer vol- daan wordt aan de volgende voorwaarden: - ‘OL’-weergave in het weerstandsmeetbereik - afgelezen waarde < 1 A in het stroommeetbereik
5.1.9 De temperatuurcoëciënt van de gemeten waarde: 0,2 x (aangegeven
nauwkeurigheid van de gemeten waarde)/ °C < 18 °C of > 28 °C, t.o.v. de waarde bij een referentietemperatuur van 23 °C
5.1.10 De BENNING CM 1-4 wordt gevoed door twee micro batterijen 1,5 V
5.1.11 Het batterijsymbool in de digitale weergave
toont voortdurend de res- terende batterijcapaciteit over maximaal 3 segmenten.
Zodra alle segmenten van het batterijsymbool gedoofd zijn en het batterijsymbool knippert, moet u de batterijen onmiddellijk vervangen door nieuwe zodat niemand gevaar loopt door on- juiste metingen.
5.1.12 De levensduur van de batterijen is goed voor 1000 tests (alkalinebatterij,85
5.1.13 Afmetingen van het apparaat: L x B x H = 220 x 57 x 35 mm
5.1.14 De veiligheidsmeetleidingen met contactpunten zijn in overeenstemming
met de nominale spanning van de BENNING CM 1-4. De contactpunten kunnen worden voorzien van een bescherming. Tijdens het transport en bij metingen kunnen ze ook worden vastgeklikt aan de onderzijde van het toestel.
5.1.15 Opening van de stroomtang: 16 mm
6. Gebruiksomstandigheden
- De BENNING CM 1-4 is bedoeld om gebruikt te worden voor metingen in droge ruimtes - Barometrische hoogte bij metingen: 2000 m. maximaal - Categorie van overbelasting/installatie IEC 60664/ IEC 61010 → 600 V cate- gorie IV; 1000 V categorie III, - Beschermingsgraad stofindringing: 2 - Beschermingsgraad: IP 65 (DIN VDE 0470-1 IEC/EN 60529)
6 - eerste kengetal: Bescherming tegen toegang tot gevaarlijke onderdelen
en bescherming tegen vaste vreemde voorwerpen, stofdicht
5 - tweede kengetal: Beschermd tegen straalwater. Ook te gebruiken bij
neerslag. - Werktemperatuur en relatieve vochtigheid: Bij een omgevingstemperatuur van - 15 °C tot 30 °C: relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %. Bij een omgevingstemperatuur van 31 °C tot 40 °C: relatieve vochtigheid van de lucht < 75 %. Bij een omgevingstemperatuur van 41 °C tot 55 °C: relatieve vochtigheid van de lucht < 45 %. - Opslagtemperatuur: de BENNING CM 1-4 kan worden opgeslagen bij tem- peraturen van -20 °C tot +60 °C met een relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %. Daarbij dient wel de batterij verwijderd te worden.
7. Elektrische gegevens.
Opmerking: De nauwkeurigheid van de meting wordt aangegeven als som van: - een relatief deel van de meetwaarde - een aantal digits. Deze nauwkeurigheid geldt bij temperaturen van 23 °C tot ± 5 °C bij een relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %. De meetwaarde wordt als echte eectieve meetwaarde (True RMS, AC-koppe- ling) gemeten en aangeduid. Bij niet sinusvormige curvevormen wordt de aan- duidingswaarde minder nauwkeurig. Zo bestaat voor de volgende Crest-factoren een extra foutmarge: Crest-factor van 1,0 tot 2,0 extra foutmarge + 1,0 % Crest-factor van 2,0 tot 2,5 extra foutmarge + 2,5 % Crest-factor van 2,5 tot 3,0 extra foutmarge + 4,0 % Maximale Crest-factor: Crest-factor 3 @ 5000 Digit Crest-factor 1,5 @ 9999 Digit
7.1 Meetbereik voor wisselspanning
Beveiliging tegen overbelasting: 1000 V AC/DC Functie Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting met batterijen 6,0 V - 999,9 V
0,1 V ± (1,5 % meetwaarde + 7 digit) bij 45 Hz < f < 200 Hz ± (3,5 % meetwaarde + 7 digit) bij 200 Hz < f < 400 Hz zonder batterijen 45,0 V - 999,9 V 0,1 V De ingangsweerstand bij een spanningsmeting is afhankelijk van de geleverde spanning: ca. 20 kΩ bij 50 V - ca. 305 kΩ bij 1000 V U > 300 V: tON: 30 s, tOFF: 240 s
Bij frequenties hoger dan 65 Hz ligt het laagste meetbereik bij 8 V86
7.2 Meetbereik bij gelijkspanning
Beveiliging tegen overbelasting: 1000 V AC/DC Functie Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting met batterijen 6,0 V - 999,9 V 0,1 V ± (1,0 % meetwaarde + 4 digit) zonder batterijen 35,0 V - 999,9 V 0,1 V De ingangsweerstand bij een spanningsmeting is afhankelijk van de geleverde spanning: ca. 20 kΩ bij 50 V - ca. 305 kΩ bij 1000 V U > 300 V: tON: 30 s, tOFF: 240 s
7.3 Meetbereik voor wisselstroom
Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting bij 45 Hz < f < 65 Hz Beveiliging tegen overbelasting 200 A 0,1 A ± (3,0 % meetwaarde + 7 digit) 200 A
7.4 Meetbereik voor weerstanden
De ingebouwde zoemer klinkt bij een weerstand R < 1,8 kΩ tot 2,7 kΩ. Akoestische waarschuwing: Geluidssignaal van 2,7 kHz Optische waarschuwing: -LED Responstijd: < 100 ms Nullastspanning: ca. 0,5 V Beveiliging tegen overbelasting: 1000 V AC/DC
7.6 Eenpolige buitengeleidercontrole (fase-indicatie)
Gevoeligheid: 90 V - 1000 V (spanning ten opzichte van de aarde) in een geaard net Frequentiebereik: 45 Hz - 65 Hz Akoestische waarschuwing: Geluidssignaal van 2,7 kHz Optische waarschuwing:
Gevoeligheid: 90 V - 1000 V (spanning ten opzichte van de aarde) in een geaard net Frequentiebereik: 45 Hz - 65 Hz Optische waarschuwing: -LED, -LED
8. Meten met de BENNING CM 1-4
8.1 Voorbereiden van de metingen
Gebruik en bewaar de uitsluitend bij de aangegeven werk- en opslagtemperatu- ren. Niet blootstellen aan direct zonlicht. - Controleer de gegevens op de veiligheidsmeetsnoeren ten aanzien van nominale spanning en stroom. Origineel met de meegeleverde veiligheids- meetsnoeren voldoen aan de te stellen eisen. - Controleer de isolatie van de veiligheidsmeetsnoeren. Beschadigde meets- noeren direct verwijderen. - Veiligheidsmeetsnoeren testen op correcte doorgang. Indien de ader in het snoer onderbroken is, het meetsnoer direct verwijderen. - Monteer de opsteekdoppen (CAT III/ IV) op de contactpunten voor metingen in circuits binnen de overspanningscategorie CAT III of IV. zie fig. 1b: Gebruik van de opsteekdoppen - De meetleidingen kunnen tijdens spanningsmetingen en bij niet-gebruik/be- waring geplaatst worden in de houder aan de achterzijde van de BENNING CM 1-4. zie fig. 1c: Houder meetleiding - Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING CM 1-4 kunnen leiden tot instabiele aanduiding en/ of meetfouten.87
zal de BENNING CM 1-4 een zelftest uitvoeren. Er weerklinkt een geluidssignaal en alle display- segmenten en leds moeten kort oplichten. Wanneer de zelftest een afwijking detecteert, moet het toestel buiten gebruik gesteld en beveiligd worden tegen onbedoeld gebruik. Controleer voor en na gebruik de werking van de spanningsmeting en de eenpo- lige buitengeleider (fase-indicatie) van de BENNING CM 1-4 tegen een bekende spanningsbron.
8.3 Akoestischsignaalbijspanningen>50VAC/120VDC
Wanneer de meetspanning aan de ingangsbussen
50 V AC/ 120 V DC overschrijdt, zal tijdens de spanningsmeting een geluidssignaal weerklinken en
-LED oplichten. Het geluidssignaal kan indien nodig permanent gedeacti- oplichten. Het geluidssignaal kan indien nodig permanent gedeacti- veerd worden (vb. in kantoren). Hiervoor moet u de BENNING CM 1-4 inschake- len via de Ω/A-toets
. Zodra het toestel via het symbool ‘- - - -’ aangeeft dat het klaar is voor gebruik, moet u de HOLD-toets
gedurende 5 s ingedrukt houden tot het symbool in de digitale weergave
oplicht. Boven- dien verschijnt het symbool ‘OFF’ kortstondig en licht de
-LED op. Met een nieuwe druk van 5 s op de HOLD-toets
zal het geluidssignaal opnieuw inscha- kelen en het -symbool doven. De activering wordt bovendien aangegeven met het ‘bEEP’ symbool in de digitale weergave
Let op de maximale spanning t.o.v. aarde. Houd rekening met de overspanningscategorie van het circuit! Monteer de opsteekdoppen (CAT III/ IV) op de contactpunten voor metingen in circuits binnen de overspanningscategorie CAT III of IV. Gevaarlijke spanning! De hoogste spanning die aan het - contactbus (-/L1), zwart
voor spannings- en weerstandsmetingen en door- gangstests, van de multimeter BENNING CM 1-4 ligt t.o.v. aarde, mag maximaal 1000 V bedragen. - Plaats de zwarte veiligheidsmeetleiding via de zwarte bus (-/L1)
op de BENNING CM 1-4. - Plaats de rode veiligheidsmeetleiding via de rode bus (-/L2)
- De BENNING CM 1-4 is klaar voor gebruik zodra op de digitale weergave
het symbool ‘ - - - - ’ verschijnt. - Breng de veiligheidsmeetleidingen in contact met het meetpunt, lees de meetwaarde af van de digitale weergave
op de BENNING CM 1-4. - De wisselspanning wordt aangeduid via het symbool in de digitale weer- gave
. Vanaf 12 V zullen de -LED en -LED simultaan oplichten. - De gelijkspanning wordt aangeduid via het symbool in de digitale weerga-in de digitale weerga-
. De polariteit aan de rode testpen +/L2 wordt vanaf 12 V aangegeven met een oplichtende -LED of -LED. zie g. 2: Meten van wisselspanning zie g. 3: Meten van gelijkspanning
Geen spanning zetten op de contactbussen van de BENNING CM 1-4! Tijdens de stroommeting mogen de veiligheidsmeetleidingen niet geplaatst worden in de houder aan de achterzijde van de BENNING CM 1-4! - Schakel de BENNING CM 1-4 in via de Ω/A-toets
- Druk 2 x op de Ω/A-toets
tot het symbool ‘A’ verschijnt op de digitale weergave
- Voer het open mondstuk over de stroomvoerende ader en wel zo, dat de ader zich in het wijde deel van de opening bevindt. - Lees nu de aanduiding in het display
zie g. 4: Meten van wisselstroom88
- Plaats de zwarte veiligheidsmeetleiding via de zwarte bus (-/L1)
op de BENNING CM 1-4. - Plaats de rode veiligheidsmeetleiding via de rode bus (-/L2)
- Druk 1 x op de Ω/A-toets
tot het symbool ‘Ω’ verschijnt op de digitale weergave
- Breng de veiligheidsmeetleidingen in contact met het meetpunt, lees de meetwaarde af van de digitale weergave
op de BENNING CM 1-4. Opmerking: - Wanneer het meetpunt onder spanning staat, schakelt de BENNING CM 1-4 automatisch over op het spanningsmeetbereik. zie g. 5: Weerstandsmeting
8.7 Doorgangstest met akoestisch signal en LED
- Plaats de zwarte veiligheidsmeetleiding via de zwarte bus (-/L1)
op de BENNING CM 1-4. - Plaats de rode veiligheidsmeetleiding via de rode bus (-/L2)
- De BENNING CM 1-4 is klaar voor gebruik zodra op de digitale weergave
het symbool ‘ - - - - ’ verschijnt. - Breng de veiligheidsmeetleidingen in contact met het meetpunt, lees de meetwaarde af van de digitale weergave
op de BENNING CM 1-4. - Breng de veiligheidsmeetleidingen in contact met de meetpunten. Wanneer de leidingweerstand tussen de zwarte bus (-/L1)
lager ligt dan het bereik 1,8 kΩ en 2,7 kΩ, zal de zoemer van de BENNING CM 1-4 geactiveerd worden en de -LED oplichten. Opmerking: - Wanneer het meetpunt onder spanning staat, schakelt de BENNING CM 1-4 automatisch over op het spanningsmeetbereik. zie g. 6: Doorgangstest met akoestisch signaal
Let op de maximale spanning t.o.v. aarde. Houd rekening met de overspanningscategorie van het circuit! Monteer de opsteekdoppen (CAT III/ IV) op de contactpunten voor metingen in circuits binnen de overspanningscategorie CAT III of IV. Gevaarlijke spanning! De hoogste spanning die aan het - contactbus (-/L1), zwart
voor spannings- en weerstandsmetingen en doorgangs- controles, van de multimeter BENNING CM 1-4 ligt t.o.v. aarde, mag maximaal 1000 V bedragen. - Plaats de zwarte veiligheidsmeetleiding via de zwarte bus (-/L1)
op de BENNING CM 1-4. - Plaats de rode veiligheidsmeetleiding via de rode bus (-/L2)
op de BENNING CM 1-4 en druk de testpen +/L2 in de houder aan de achterzijde van de BENNING CM 1-4. - Schakel de BENNING CM 1-4 in via de Ω/A-toets
- De BENNING CM 1-4 is klaar voor gebruik zodra op de digitale weergave
het symbool ‘ - - - - ’ verschijnt. - Neem de BENNING CM 1-4 vast bij de rubberen greep
, plaats de test- pennen -/L1 en +/L2 op twee buitengeleiders (fasen) en controleer of de fasespanning bv. 400 V bedraagt. - Draai naar rechts (fase L1 voor fase L2) wanneer de groene -LED op- op- licht. - Draai naar links (fase L2 voor fase L1) wanneer de groene -LED oplicht. - De draaiveldcontrole vereist steeds een kruiscontrole waarbij de testpennen -/L1 en +/L2 verwisseld worden. Opmerking: De draaiveldcontrole wordt mogelijk vanaf 90 V - 1000 V, 45 Hz- 65 Hz (fase te- gen fase) in een geaard driefasennet. Beschermende kleding en de geïsoleerde gesteldheid van de locatie kunnen de werking beïnvloeden. zie g. 7.1: Draaiveldrichtingcontrole (rechts draaiveld) zie g. 7.2: Draaiveldrichtingcontrole (links draaiveld)89
Verwijder de zwarte veiligheidsmeetleiding uit de zwarte bus (-/L1)
van de BENNING CM 1-4! Let op de maximale spanning t.o.v. aarde. Houd rekening met de overspanningscategorie van het circuit! Monteer de opsteekdoppen (CAT III/ IV) op de contactpunten voor metingen in circuits binnen de overspanningscategorie CAT III of IV. Gevaarlijke spanning! - Ontkoppel de zwarte veiligheidsmeetleiding van de zwarte bus (-/L1)
de BENNING CM 1-4. - Plaats de rode veiligheidsmeetleiding via de rode bus (-/L2)
- De BENNING CM 1-4 is klaar voor gebruik zodra op de digitale weergave
het symbool ‘ - - - - ’ verschijnt. - Neem de BENNING CM 1-4 vast bij de rubberen greep
en plaats de rode testpen +/L2 op het te controleren installatiedeel. - Wanneer de rode
-LED oplicht en er een geluidssignaal weerklinkt, zit er op dit installatiedeel van de buitengeleider (fase) een wisselspanning. Opmerking: De eenpolige buitengeleidercontrole (fase-indicatie) wordt mogelijk vanaf 90 V - 1000 V, 45 Hz- 65 Hz (fase tegen fase) in een geaard net. Beschermende kleding en de geïsoleerde gesteldheid van de locatie kunnen de werking beïn- vloeden. zie g. 8: Eenpolige buitengeleidercontrole (fase-indicatie)
Voor het openen van de BENNING CM 1-4 moet het apparaat spanningsvrij zijn! Gevaarlijke spanning! Werken aan een onder spanning staande BENNING CM 1-4 mag uitsluitend gebeuren door elektrotechnische specialisten, die daarbij de nodige voorzorgsmaatregelen dienen te treffen om ongevallen te voorkomen. Maak de BENNING CM 1-4 dan ook spanningsvrij, alvorens het apparaat te openen. - Ontkoppel eerst de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten object. - Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING CM 1-4. - Wacht tot de BENNING CM 1-4 automatisch uitschakelt.
9.1 Veiligheidsborging van het apparaat
Onder bepaalde omstandigheden kan de veiligheid tijdens het werken met de BENNING CM 1-4 niet meer worden gegarandeerd, bijvoorbeeld in geval van: - Zichtbare schade aan het toestel en/of aan de veiligheidsmeetleidingen - Meetfouten - Afwijking bij de zelftest - Waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder verkeerde omstan- digheden - Transportschade In dergelijke gevallen dient de BENNING CM 1-4 direct te worden uitgeschakeld en niet opnieuw elders te worden gebruikt.
Reinig de behuizing aan de buitenzijde met een schone, droge doek. (speciale reinigingsdoeken uitgezonderd). Gebruik geen oplos- en/ of schuurmiddelen om de BENNING CM 1-4 schoon te maken. Let er in het bijzonder op dat het batterij- vak en de batterijcontacten niet vervuilen door uitlopende batterijen. Indien toch verontreiniging ontstaat door elektrolyt of zich zout afzet bij de batterij en/ of in het huis, dit eveneens verwijderen met een droge, schone doek.
9.3 Het wisselen van de batterij
Voor het openen van de BENNING CM 1-4 moet het apparaat spanningsvrij zijn! Gevaarlijke spanning! De BENNING CM 1-4 wordt gevoed door twee ingebouwde 1,5 V micro bat- terijen. Een batterijwissel (zie afbeelding 9) is noodzakelijk, wanneer alle seg- menten van het batterijsymbool in de digitale weergave
gedoofd zijn en het90
batterijsymbool knippert. - Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten circuit. - Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING CM 1-4. - Wacht tot de BENNING CM 1-4 automatisch uitschakelt. - Schroef de twee schroeven los van het deksel van het batterijvak. - Verwijder het deksel van de behuizing. - Neem de lege batterij uit het vak - Leg de batterijen in de juiste richting in het batterijvak. - Klik het deksel weer op de behuizing en draai de twee schroeven er weer in. zie g.9: Vervanging van de batterij
Gooi lege batterijen niet weg met het gewone husvuil, maar lever ze in op de bekende inzamelpunten. Zo levert u opnieuw een bijdrage voor een schoner milieu.
BENNING waarborgt de naleving van de in de gebruiksaanwijzing vermelde technische gegevens en nauwkeurigheidsinformatie gedurende het 1ste jaar na de leveringsdatum. Op de nauwkeurigheid van de metingen te waarborgen, is het aan te bevelen het apparaat jaarlijks door onze servicedienst te laten kalibreren. Benning Elektrotechnik & Elektronik GmbH & Co. KG Service Center Robert-Bosch-Str. 20 D - 46397 Bocholt
10. Technische gegevens van de veiligheidsmeetkabelset
- Norm: EN 61010-031 - Maximale meetspanning t.o.v. de aarde () en meetcategorie: Met opsteekdop: 1000 V CAT III, 600 V CAT IV Zonder opsteekdop: 1000 V CAT II Met 4 mm Ø contactpuntvergrotingen: 1000 V CAT II - Meetbereik max.: 10 A - Beschermingsklasse II (), doorgaans dubbel geïsoleerd of versterkte iso-, doorgaans dubbel geïsoleerd of versterkte iso- latie - Vervuilingsgraad: 2 - Lengte: 1,4 m - Omgevingsvoorwaarden: metingen mogelijk tot H = 2000 m temperatuur: 0 °C tot + 50 °C, vochtigheidsgraad 50 % tot 80 % - Gebruik de veiligheidsmeetkabelset alleen indien ze in een goede staat is en volgens deze handleiding, anders kan de bescherming verminderd zijn. - Gebruik de veiligheidsmeetkabelset niet als de isolatie is beschadigd of als er een beschadiging/ onderbreking in de kabel of stekker is. - Raak tijdens de meting de blanke contactpennen niet aan. Neem het toestel enkel vast achter de greepbegrenzing! - Steek de haakse aansluitingen in het te gebruiken BENNING meetapparaat.
Wij raden u aan het apparaat aan het einde van zijn nuttige levensduur, niet bij het gewone huisafval te deponeren, maar op de daarvoor be- stemde adressen.91
SimpelGids