FESTOOL GD 320 - Boor

GD 320 - Boor FESTOOL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis GD 320 FESTOOL in PDF-formaat.

📄 60 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice FESTOOL GD 320 - page 25
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Producttype Geleidingsframe voor boormachine
Merk Festool
Model GD 320
Max. boorlengte 320 mm
Max. boordiepte 240 mm
Max. boordiameter zonder plaat 45 mm
Boordiameter met geleidingsplaat 8 tot 26 mm
Gewicht 2,8 kg
Hoogte 532 mm
Afmetingen basis 185 x 172 mm
Verstelbare parallelle aanslag 8 - 190 mm
Diameter spankraag 57/43 mm (met reductie)
Hellingshoek Niet kantelbaar (boren op 90°)
Aanbevolen gebruik Loodrecht precisieboren
Veiligheid Twee handen gebruiken, instructies lezen, apparaat loskoppelen voor onderhoud
Onderhoud Geleidingsstangen reinigen, licht invetten
Reserveonderdelen Gebruik originele Festool onderdelen
Optionele accessoires Geleidingsplaat voor oneven boorafmetingen, spansystemen, verlengstukken
Repareerbaarheid Reparatie door fabrikant of erkend werkplaats
Compatibel boormachinetype Elektrische boormachines met kraag 43 of 57 mm, max. koppel 75 Nm

Veelgestelde vragen - GD 320 FESTOOL

Hoe stel ik de geleidingsplaat af?
Draai de stelschroef (3.1) ongeveer 5 slagen los, til de plaat op, draai deze naar de opening die overeenkomt met de boordiameter, en laat hem vervolgens op de steunpen zakken. Draai de stelschroef weer vast. Controleer of de plaat goed vastzit.
Hoe bevestig ik de boormachine op het frame?
Als de boormachine een spaankraag van 43 mm heeft, gebruik dan de meegeleverde verloopring. Plaats de ring met de inkeping naar de spanbout. Plaats de boormachine in de geleidingskraag en draai de spanbout (8.1) stevig vast.
Hoe beperk ik de boordiepte?
Gebruik de twee stelringen (7.1 en 7.2). De bovenste ring (7.1) voorkomt dat de boor te ver uitsteekt (laat 5-10 mm tussen de punt en de plaat). De onderste ring (7.2) beperkt de boordiepte. Stel ze af en draai de spanbouten vast.
Hoe gebruik ik de parallelle aanslag?
De parallelle aanslag (2) leidt het werkstuk voor een nauwkeurige boorpositie. Het kan worden afgesteld met behulp van een markering op het werkstuk of de schaal. Draai de spanbout (2.1) vast om het te fixeren. Voor model GD 460 A kan de aanslag ook loodrecht worden afgesteld.
Hoe kantel ik het frame (bij GD 460 A)?
Maak de twee spanmoeren (16) los. Kantel de geleidingsstangen naar de gewenste hoek (tussen 90° en 45°). De hoek wordt weergegeven op de schaal (17). Pas de wijzer (18) aan en draai de moeren weer vast. Voor de veiligheid, zet de basisplaat vast met spansystemen.
Hoe onderhoud ik het frame?
Reinig de geleidingsstangen regelmatig met een doek en smeer ze licht in met vet of machineolie. Houd de contactvlakken van de basisplaat schoon. Spansystemen en bevestigingspunten moeten vrij zijn van spanen. Gebruik uitsluitend originele Festool reserveonderdelen.
Wat zijn de essentiële veiligheidsvoorschriften?
Lees alle veiligheidsvoorschriften voor gebruik. Houd het apparaat stevig met twee handen vast. Controleer of de boorhouder beweging niet belemmerd wordt. Draai alle onderdelen vast voor het boren. Verwijder spanen niet met de hand. Koppel de boormachine los voor elke instelling of onderhoud.
Kan ik boren zonder geleidingsplaat?
Ja, voor boren met een diameter groter dan 27 mm (tot max. 45 mm) kan de geleidingsplaat worden verwijderd. Werk dan voorzichtig en gebruik de onderste stelring om botsingen tussen draaiende delen en het werkstuk te voorkomen.
Welke accessoires zijn beschikbaar?
Optionele accessoires: geleidingsplaat voor oneven boordiameters (art. 621947), spansystemen (art. 621949) voor bevestiging van het frame, en spanverlengingen (art. 622471) voor werkstukken tot 300 mm. Deze accessoires zijn niet inbegrepen in de standaard levering.
Waar vind ik reserveonderdelen?
Gebruik uitsluitend originele Festool reserveonderdelen. De referenties zijn beschikbaar op de website www.festool.com/service. Reparaties moeten worden uitgevoerd door de fabrikant of een erkend werkplaats.

Gebruikersvragen over GD 320 FESTOOL

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Boor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GD 320 - FESTOOL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GD 320 van het merk FESTOOL.

GEBRUIKSAANWIJZING GD 320 FESTOOL

max. lengte van de boren320 mm460 mm460 mm
max. diepte van het boren240 mm380 mm310 mm
leischijf voor de boren∅ 8, 10, 12 ... 26 mm
max. ∅ van het boren zonder leischijf45 mm
onder de hoek - - tot 45° vloeiend
spannen voor de boormachines met een spanhals
van doorsnee van57/43 mm
gewicht 2,8 kg3,2 kg3,7 kg
totale hoogte532 mm672 mm672 mm
basisplaat185 x 172 mm185 x 172 mm207 x 172 mm
parallelle aanslag - instelbaar8 - 190 mm
- in de loodrechte richting- - 25-185 mm
Bijbehoren, geen deel van de leveringbestelnr.
Leischijf voor de spiraalboren met de doorsnee van 6,7,9,11 ...27 mm621947
De spanners (4 stuk) voor het spannen van het gestel621949
avoor het materiaal tot 105 mm (tot 127 mm GD 460 A)
Consoles (2 stuk) voor het bevestigen van de spanelementen622471
op het gestel tot de materiaalbreedte van 300 mm

2 Symbolen

FESTOOL GD 320 - Symbolen - 1

FESTOOL GD 320 - Symbolen - 2

FESTOOL GD 320 - Symbolen - 3

i

Waarschuwing voor algemeen gevaar

Handleiding/aanwijzingen lezen!

Niet in huisafval.

Aanwijzing, tip

3 Gebruik volgens de voorschriften

De boorgestellen GD 320, GD 460 zijn bestemd voor precieze boringen onder de precieze hoek 90°. Met behulp van de leischijf is het mogelijk precies en veilig de spiraalboren van ∅ 8 tot 26 mm, eventueel van ∅ 6 tot 27 mm in te steken. Zonder de leischijf zijn de boringen tot max. 45 mm mogelijk. Twee parallelle aanslagen dienen tot een eenvoudige aanbrenging, eventueel tot de leiding aan het materiaal. De spanelementen voor het spannen van het gestel kunnen als bijbehoren besteld worden. Het gestel kan gebruikt worden met alle elektrische boormachines met de spanhals van de doorsnee van 57 of 43 mm die het maximale draaiingsmoment van 75 Nm niet overschrijden.

De boorgestellen GD 460 A kunnen voor het boren onder de willekeurige hoek in de omvang van 90° tot 45° gebruikt worden.

4 Veiligheidsvoorschriften

Waarschuwing! Lees alle veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen. Wanneer men zich niet aan de waarschuwingen en aanwijzingen houdt, kan dit leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel.

Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen om ze later te kunnen raadplegen.

  • Door de verbinding van de handboormachine met het boorgestel ontstaat een toestel waarvoor ook de veiligheidsadviezen en gebruiksaanwijzingen van de boormachine geldig zijn. Daarom ook de veiligheidsadviezen en de gebruiksaanwijzing voor de boormachine lezen.
  • Het toestel moet men tijdens het werk altijd met beide handen op de betreffende handvatten houden. Voor dat men begint te werken is het nodig te controleren en te verzekeren dat het tijdens het boren tot geen collisie van de roterende delen van de machine met de vaste delen van het gestel of van het materiaal komt.
  • Voor dat men begint te werken is het nodig te controleren en te verzekeren of alle elementen die voor het zekeren van de positie, het spannen,... bestemd zijn, juist gespand en beveiligd zijn.
  • Het is niet toegestaan losse schaafsels, spanen, en dergelijke delen vlak bij het toestel tijdens het werk met de hand te verwijderen!

  • Bij de boormachines met het draaiingsmoment boven 55 Nm is het nodig altijd voor de aanvullende handvat net verlengende deel te gebruiken.

  • Het materiaal moet altijd met een vaste onderlegger onderlegd en tegen het doordraaien of afglijden verzekerd worden.
  • De kipbare boorgestellen (GD 460 A) moeten tijdens het boren van de openingen onder de hoek tegen de verschuiving verzekerd worden. Het is raadzaam voor dit doel de spanners (bijbehoren) te gebruiken.
  • Tijdens het werk voor een veilige en vaste positie zorgen.
  • Tijdens alle arbeiden die tot de voorbereiding, montage, ombouw, instelling, vervangen van de boren of tot onderhoud en behandeling dienen, is het nodig de stekker van de boormachine uit het net uit te trekken.

4 Toestelelementen

1 Basisplaat
2 Parallelle leiband
3 Leischijf voor de boren
4 Leistaven
5 Springveren
6 Aanslagbuis
7 Diepteaanslagen
8 Leiverbindingsstuk
9 Reductie D 57/43 mm
10 Aanvullende houder
11 Verlengstuk van de aanvullende houder
12 Spanners
13 Consoles
14 Schroef voor de instelling van de orthogonaliteit
15 Voetstukken
16 Spanmoeren
17 Schaal
18 Wijzer
19 Spanschroef van de wijzer
20 Beugel

Het complete afgebeelde en beschrevene bijbehoren moet geen bestanddeel van de levering zijn.

De vermelde afbeeldingen staan in het begin van de gebruiksaanwijzing.

6 Ingebruikname en toepassing

6.1 Instelling van de leischijf

Volgens de gewenste doorsnee van de boor kiest men de opening in de leischijf en deze wordt in de as van de boor geplaatst (1.1):

▶ de draaiknop (3.1) om ca. 5 wendingen naar links omdraaien, de leischijf over de arretatie pin opheffen, naar de gewenste positie draaien en terug naar de basisplaat laten zakken. Er- voor zorgen dat de schijf op de arretatie pin valt.

▶ De draaiknop (3.1) weer vastdraaien.

6.2 Spannen van de boor

▶ De spiraalboor in de spanvoering van de boormachine spannen en de spanvoering vastdraaien.
① Er mogen alleen maar de spiraalboren van een lengte gebruikt worden die de aangegeven maximale boorlengte niet overschrijdt.

6.3 Spannen van de boormachine

FESTOOL GD 320 - Spannen van de boormachine - 1

Bij de boormachines met de spanhals met de doorsnee van 43 mm een reductieringetje gebruiken.

  • Het reductieringetje op die manier zetten dat de insnijding tot de plaats van het spannen (8.1) wijst.
    ▶ De boormachine in het verbindingsstuk zetten en de spanschroef (8.1) vastdraaien.

6.4 Instelling van de diepte van de boring

▶ De bovengrens van de aanslag wordt met behulp van een aanslagringetje (7.1) ingesteld en met een spanschroef vastgedraaid.
- Het is mogelijk de positie van de bovenaanslag zo kiezen dat de boor door de leischijf wordt geleid en de spits van de boor ca. 5-10 mm afstand boven de oppervlakte van de basisplaat heeft.

Zo wordt de beschadiging van de boor en van het materiaal uitgesloten. Het onder aanslagring (7.2) dient tot de begrenzing van de boringsdiepte.

▶ De gewenste boringsdiepte door het meten of door een proefboring vaststellen en het aan-slagringetje (7.2) onder het verbindingsstuk vastdraaien.

Het aanslagringetje Is vooral van belang als men meer openingen van dezelfde diepte boort.

6.5 Aanvullende houder

De aanvullende houder (10) kan naar keuze in drie posities gemonteerd worden (zie schets). Bij de boormachines waarvan het maximale draaiingsmoment 55 Nm overschrijdt, gebruikt men het verlengingsstuk (11). De aanvullende houder met het verlengingsstuk altijd op de voorzijde (zie afbeelding) van het verbindingsstuk gebruiken.

6.6 Boren met een parallelle leiband

Beide parallelle leibanden (2) verhogen de bedrijfsveiligheid. Tegelijkertijd wordt ook de nauw-keurigheid verhoogd en de tijd gespaard indien

het nodig is meer openingen in dezelfde afstand van de materiaalkant te boren. Het is mogelijk naar eigen keuze of een parallelle leiband aan de ene kant of beide parallelle leibanden aan beide kanten te gebruiken. De parallelle leiband wordt of volgens de in gegrifte lijn aan het materiaal (visuele controle volgens markering [1.1] aan de basisplaat) ingesteld of volgens de schaal aan de parallelle leiband. De parallelle leiband wordt in de gewenste positie met behulp van een span-schroef [2.1] vastgedraaid. Bij de kipbare uitvoering is het mogelijk het liniaal ook in de loodrechte richting in te stellen [2.2].

6.7 Instelling van de kiphoek (GD 460 A)

Kipbare boorgestellen (GD 460 A) maken de schuine boringen onder de hoek in de omvang van 90° tot 45° mogelijk. Bij de verticale boringen wijst de wijzer (18) op de schaal (17) de nul.

▶ Voor de eventuele instelling van de hoek van de helling worden twee spanmoeren losgemaakt [16].
▶ Nu is het mogelijk de leistangen in de gewenste hoek te hellen.
- Deze hoek kan men op de schaal (17) met een precieze hoekverdeling vaststellen.
▶ De wijzer (18) wordt aan de gewenste waarde op de schaal ingesteld en dan worden beide spanmoeren (16) weer vastgedraaid.

FESTOOL GD 320 - Instelling van de kiphoek (GD 460 A) - 1

LET OP: Bij het gekipte boorgestel is het om veiligheidsredenen nodig de basisplaat op het werkstuk tegen het glijden te verzekeren. Een ideale bevestiging zijn de spanelementen (Bijbehoren).

6.8 Correctie van de aanslagpositie (GD 460 A)

De verticale positie is bij de kipbare boorgestellen uit de productiebedrijf met een aanslagschroef (14) ingesteld.

Indien de ingestelde aanslagpositie aanvullend bijgesteld worden zou, gaat men op volgende manier door:

▶ de veiligheidsmoer (14.1) en de spanmoer (16) losmaken.
▶ Het voetstuk (15) op de schroefkop (14) vast-slaan.
- Door het draaien van de aanslagschroef in de gewenste richting wordt de hoek in de nodige positie gewijzigd.
▶ De veiligheidsmoer (14.1) en de spanmoer (16) weer vastdraaien.
- De wijzer (18) kan ook na het losmaken van de schroef (19) de positie wijzigen en in de gewenste positie moet hij weer vastgeschroefd worden.

6.9 Spannen van het boorgestel

Voor het spannen van het gestel op het materiaal dienen de spanelementen (12). Deze kunnen op de basisplaat (1) bevestigd worden.

▶ Het spanelement van beneden naar de opening (1.4) schuiven en van boven de spanmoer (12.1) vastschroeven en vastdraaien.
▶ Met behulp van een schroef (12.2) in de gewenste positie vastdraaien.

De spanelementen (bijbehoren) worden altijd in het paar van bijde zijden gebruikt. Het is raadzaam vier spanelementen te gebruiken.

Voor de materialen tot de maximale afmeting van 300 mm kunnen de spanelementen op de console (13) bevestigd worden.

▶ De schroeven (13.1) van beneden in de openingen in het fundament (1.4) schuiven.
▶ De consoles van boven op de schroeven (13.1) zetten en met de moeren vastdraaien (13.2).

De consoles (Bijbehoren) worden in het paar (2 stuk) aangeboden. Het is nodig er voor te zorgen

edat het spannen van het gestel op de balk tussen twee spanners (12) uitgevoerd wordt die op een

console geplaatst zijn (de verdeling van de krachten in de langwerpige richting van de console)

en niet tussen twee consoles (zie afbeelding). De consoles zijn zo geconstrueerd dat het mogelijk is deze op beide grondsoorten van de gestellen (loodrecht en hellend) in de langwerpige en loodrechte richting te spannen.

7 Boren

  • Voor dat men begint te boren is het raadzaam zich te verzekeren dat de spiraalboor en de boormachine vast bevestigd zijn. De aanslagen en de leischijf controleren of zij vast gezet zijn en eventueel de spanelementen vastdraaien.
  • Met geen botte of beschadigde boren werken.
  • Bij het boren het toestel altijd met beide handen houden: met de ene hand op de aanvullen-de houder van het boorgestel, met de andere hand op de houder en op de schakelaar van de boormachine.
  • Voor het boren met de visuele controle volgens de in gegrifte lijn dient de markering aan de basisplaat (1.2 en 1.3).

7.1 Leischijf

Voor de spiraalboren met de even doorsneden wordt de leischijf gebruikt die een bestanddeel

van de levering is. Voor de spiraalboren met de oneven doorsneden wordt de leischijf met oneven doorsneden gebruikt die als bijbehoren wordt geleverd.

▶ Bij de vervanging van de leischijf wordt de draaiknop (3.1) losgeschroefd.
▶ Vervolgens is het mogelijk de gemonteerde leischijf af te nemen en een andere leischijf op te zetten.

7.2 Boorarbeiden zonder leischijf

Voor de arbeiden met de boren van een grotere doorsnee dan 27 mm tot max. 45 mm kan de leischijf gedemonteerd worden volgens de boven genoemde werkwijze. Naar behoefte kunnen ook de springveren (5), de aanslagbuis (6) en de diepteaanslagen (7.1 en 7.2) gedemonteerd worden. In dit geval buitengewoon voorzichtig voortgaan. Het is raadzaam in ieder geval het benedenaanslaagringetje (7.2) te gebruiken als zekering tegen een ongewild contact van de roterende delen met het materiaal. In het bijzonder is het nodig op te letten dat de rotatiedelen van de boormachine of de gebruikte boren in geen aanraking komen met de delen van het boorgestel.

8 Onderhoud en behandeling

FESTOOL GD 320 - Onderhoud en behandeling - 1

Klantenservice en reparatie alleen door producent of servicewerkplaatsen: Dichtstbijzijnde adressen op: www.festool.com/Service

FESTOOL GD 320 - Onderhoud en behandeling - 2

Alleen originele Festool-reserveonderde- len gebruiken! Bestelnr. op: www.festool.com/Service

  • Het stof, vuil en vijlsels van de spanelementen en de spanplaatsen verwijderen.
  • Het vuil van de leistangen met een waslap verwijderen, goede glijeigenschappen door het aanbrengen van het smeervet of de machineolie op de leistangen verzekeren.

- Aanzetoppervlakten van de basisplaat schoon houden, daardoor wordt de nauwkeurigheid van de hoeken van de openingen verzekerd.

Volgende waarschuwing i n ach t nemen :

- De gekozen springveren van het boorgestel hebben geheel bewust een grotere afstand van de leistangen. Dat is geen gebrek aan de kwaliteit, integendeel, men bereikt daardoor een betere karakteristiek van de springveren. Deze sprinveren garanderen een kleinere weerstand bij het boren.

9 Speciale gevaaromschrijving voor het milieu

Geef het apparaat niet met het huisvuil mee!

Voer de apparaten, accessoires en verpakkingen op milieuvriendelijke wijze af! Neem de geldende nationale voorschriften in acht.

Informatie voor REACH:

www.festool.com/reach

1 Tekniska data

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : FESTOOL

Model : GD 320

Categorie : Boor