GD 320 - Boor FESTOOL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GD 320 FESTOOL in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Boor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GD 320 - FESTOOL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GD 320 van het merk FESTOOL.
GEBRUIKSAANWIJZING GD 320 FESTOOL
Utilizzare solo ricambi originali Festool! Cod. prodotto reperibile al sito: www.festool.com/Service - Elementi di fi ssaggio e i punti di fi ssaggio pulite dalla polvere, impurità e truciolo. - Le barre di guida pulite con lo straccio, assicu- rate le buone condizioni di scorrimento, lubri- fi cando le barre di scorrimento con grasso o I’ olio per le macchine. - Mantenete pulita la superfi cie di contatto, in questo modo sarà assicurata la precisione e correttezza degli angoli. Dovete sapere che: - Le molle utilizzate del cavalietto di trapana- tura hanno appositamente la gradazione più grande dalle barre di guida. Non si tratta della mancanza della qualità, al contrario, in questo modo si ottiene la caratteristica migliore delle molle. Queste molle assicurano la resistenza minore durante trapanatura. 9 Ambiente Non gettare l’apparecchio tra i rifi uti domestici! Smaltire gli apparecchi, gli accessori e gli imbal- laggi introducendoli nel ciclo di recupero a tutela dell’ambiente. Attenersi alle disposizioni di legge nazionali in materia. Informazioni su REACh: www.festool.com/reach25 Originele gebruiksaanwijzing 1 Technische gegevens Timmermansgestel GD 320 GD 460 GD 460 A max. lengte van de boren 320 mm 460 mm 460 mm max. diepte van het boren 240 mm 380 mm 310 mm leischijf voor de boren Ø 8, 10, 12 ... 26 mm max. Ø van het boren zonder leischijf 45 mm onder de hoek - - tot 45° vloeiend spannen voor de boormachines met een spanhals van doorsnee van 57/43 mm gewicht 2,8 kg 3,2 kg 3,7 kg totale hoogte 532 mm 672 mm 672 mm basisplaat 185 x 172 mm 185 x 172 mm 207 x 172 mm parallelle aanslag - instelbaar 8 - 190 mm - in de loodrechte richting - - 25-185 mm Bijbehoren, geen deel van de levering bestelnr. Leischijf voor de spiraalboren met de doorsnee van 6,7,9,11 ... 27 mm 621947 De spanners (4 stuk) voor het spannen van het gestel 621949 avoor het materiaal tot 105 mm (tot 127 mm GD 460 A) Consoles (2 stuk) voor het bevestigen van de spanelementen 622471 op het gestel tot de materiaalbreedte van 300 mm 2 Symbolen Waarschuwing voor algemeen gevaar Handleiding/aanwijzingen lezen! Niet in huisafval. Aanwijzing, tip 3 Gebruik volgens de voorschriften De boorgestellen GD 320, GD 460 zijn bestemd voor precieze boringen onder de precieze hoek 90°. Met behulp van de leischijf is het mogelijk precies en veilig de spiraalboren van Ø 8 tot 26 mm, eventueel van Ø 6 tot 27 mm in te steken. Zonder de leischijf zijn de boringen tot max. 45mm mogelijk. Twee parallelle aanslagen die- nen tot een eenvoudige aanbrenging, eventueel tot de leiding aan het materiaal. De spanelemen- ten voor het spannen van het gestel kunnen als bijbehoren besteld worden. Het gestel kan ge- bruikt worden met alle elektrische boormachines met de spanhals van de doorsnee van 57 of 43 mm die het maximale draaiingsmoment van 75 Nm niet overschrijden. De boorgestellen GD 460 A kunnen voor het boren onder de willekeurige hoek in de omvang van 90° tot 45°gebruikt worden. 4 Veiligheidsvoorschriften Waarschuwing! Lees alle veiligheidsvoor- schriften en aanwijzingen. Wanneer men zich niet aan de waarschuwingen en aanwijzingen houdt, kan dit leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzin- gen om ze later te kunnen raadplegen. - Door de verbinding van de handboormachine met het boorgestel ontstaat een toestel waar- voor ook de veiligheidsadviezen en gebruiks- aanwijzingen van de boormachine geldig zijn. Daarom ook de veiligheidsadviezen en de ge- bruiksaanwijzing voor de boormachine lezen. - Het toestel moet men tijdens het werk altijd met beide handen op de betreffende handvat- ten houden. Voor dat men begint te werken is het nodig te controleren en te verzekeren dat het tijdens het boren tot geen collisie van de roterende delen van de machine met de vaste delen van het gestel of van het materiaal komt. - Voor dat men begint te werken is het nodig te controleren en te verzekeren of alle elementen die voor het zekeren van de positie, het span- nen,... bestemd zijn, juist gespand en beveiligd zijn. - Het is niet toegestaan losse schaafsels, spa- nen, en dergelijke delen vlak bij het toestel tij- dens het werk met de hand te verwijderen!26 - Bij de boormachines met het draaiingsmoment boven 55 Nm is het nodig altijd voor de aanvul- lende handvat net verlengende deel te gebrui- ken. - Het materiaal moet altijd met een vaste onder- legger onderlegd en tegen het doordraaien of afglijden verzekerd worden. - De kipbare boorgestellen (GD 460 A) moeten tijdens het boren van de openingen onder de hoek tegen de verschuiving verzekerd worden. Het is raadzaam voor dit doel de spanners (bij- behoren) te gebruiken. - Tijdens het werk voor een veilige en vaste posi- tie zorgen. - Tijdens alle arbeiden die tot de voorbereiding, montage, ombouw, instelling, vervangen van de boren of tot onderhoud en behandeling dienen, is het nodig de stekker van de boormachine uit het net uit te trekken. 4 Toestelelementen 1 Basisplaat 2 Parallelle leiband 3 Leischijf voor de boren 4 Leistaven 5 Springveren 6 Aanslagbuis 7 Diepteaanslagen 8 Leiverbindingsstuk 9 Reductie D 57/43 mm 10 Aanvullende houder 11 Verlengstuk van de aanvullende houder 12 Spanners 13 Consoles 14 Schroef voor de instelling van de ortho- gonaliteit 15 Voetstukken 16 Spanmoeren 17 Schaal 18 Wijzer 19 Spanschroef van de wijzer 20 Beugel Het complete afgebeelde en beschrevene bijbeho- ren moet geen bestanddeel van de levering zijn. De vermelde afbeeldingen staan in het begin van de gebruiksaanwijzing. 6 Ingebruikname en toepassing
6.1 Instelling van de leischijf
Volgens de gewenste doorsnee van de boor kiest men de opening in de leischijf en deze wordt in de as van de boor geplaatst (1.1): de draaiknop (3.1) om ca. 5 wendingen naar links omdraaien, de leischijf over de arretatie pin opheffen, naar de gewenste positie draaien en terug naar de basisplaat laten zakken. Er- voor zorgen dat de schijf op de arretatie pin valt. De draaiknop (3.1) weer vastdraaien.
6.2 Spannen van de boor
De spiraalboor in de spanvoering van de boor- machine spannen en de spanvoering vastdraai- en. Er mogen alleen maar de spiraalboren van een lengte gebruikt worden die de aangegeven maximale boorlengte niet overschrijdt.
6.3 Spannen van de boormachine
Bij de boormachines met de spanhals met de doorsnee van 43 mm een reductierin- getje gebruiken. Het reductieringetje op die manier zetten dat de insnijding tot de plaats van het spannen (8.1) wijst. De boormachine in het verbindingsstuk zetten en de spanschroef (8.1) vastdraaien.
6.4 Instelling van de diepte van de boring
De bovengrens van de aanslag wordt met be- hulp van een aanslagringetje (7.1) ingesteld en met een spanschroef vastgedraaid. Het is mogelijk de positie van de bovenaanslag zo kiezen dat de boor door de leischijf wordt geleid en de spits van de boor ca. 5-10 mm afstand boven de oppervlakte van de basisplaat heeft. Zo wordt de beschadiging van de boor en van het materiaal uitgesloten. Het onder aanslagring (7.2) dient tot de begrenzing van de boringsdiepte. De gewenste boringsdiepte door het meten of door een proefboring vaststellen en het aan- slagringetje (7.2) onder het verbindingsstuk vastdraaien. Het aanslagringetje Is vooral van belang als men meer openingen van dezelfde diepte boort.
6.5 Aanvullende houder
De aanvullende houder (10) kan naar keuze in drie posities gemonteerd worden (zie schets). Bij de boormachines waarvan het maximale draai- ingsmoment 55 Nm overschrijdt, gebruikt men het verlengingsstuk (11). De aanvullende houder met het verlengingsstuk altijd op de voorzijde (zie afbeelding) van het verbindingsstuk gebruiken.
6.6 Boren met een parallelle leiband
Beide parallelle leibanden (2) verhogen de be- drijfsveiligheid. Tegelijkertijd wordt ook de nauw- keurigheid verhoogd en de tijd gespaard indien27 het nodig is meer openingen in dezelfde afstand van de materiaalkant te boren. Het is mogelijk naar eigen keuze of een parallelle leiband aan de ene kant of beide parallelle leibanden aan beide kanten te gebruiken. De parallelle leiband wordt of volgens de in gegrifte lijn aan het materiaal (visuele controle volgens markering (1.1) aan de basisplaat) ingesteld of volgens de schaal aan de parallelle leiband. De parallelle leiband wordt in de gewenste positie met behulp van een span- schroef (2.1) vastgedraaid. Bij de kipbare uitvoe- ring is het mogelijk het liniaal ook in de loodrechte richting in te stellen (2.2).
6.7 Instelling van de kiphoek (GD 460 A)
Kipbare boorgestellen (GD 460 A) maken de schuine boringen onder de hoek in de omvang van 90° tot 45° mogelijk. Bij de verticale boringen wijst de wijzer (18) op de schaal (17) de nul. Voor de eventuele instelling van de hoek van de helling worden twee spanmoeren losgemaakt (16). Nu is het mogelijk de leistangen in de gewenste hoek te hellen. Deze hoek kan men op de schaal (17) met een precieze hoekverdeling vaststellen. De wijzer (18) wordt aan de gewenste waarde op de schaal ingesteld en dan worden beide spanmoeren (16) weer vastgedraaid. LET OP: Bij het gekipte boorgestel is het om veiligheidsredenen nodig de basis- plaat op het werkstuk tegen het glijden te verzekeren. Een ideale bevestiging zijn de spanelementen (Bijbehoren).
6.8 Correctie van de aanslagpositie (GD 460 A)
De verticale positie is bij de kipbare boorgestellen uit de productiebedrijf met een aanslagschroef (14) ingesteld. Indien de ingestelde aanslagpositie aanvullend bijgesteld worden zou, gaat men op volgende ma- nier door: de veiligheidsmoer (14.1) en de spanmoer (16) losmaken. Het voetstuk (15) op de schroefkop (14) vast- slaan. Door het draaien van de aanslagschroef in de gewenste richting wordt de hoek in de nodige positie gewijzigd. De veiligheidsmoer (14.1) en de spanmoer (16) weer vastdraaien. De wijzer (18) kan ook na het losmaken van de schroef (19) de positie wijzigen en in de ge- wenste positie moet hij weer vastgeschroefd worden.
6.9 Spannen van het boorgestel
Voor het spannen van het gestel op het materiaal dienen de spanelementen (12). Deze kunnen op de basisplaat (1) bevestigd worden. Het spanelement van beneden naar de opening (1.4) schuiven en van boven de spanmoer (12.1) vastschroeven en vastdraaien. Met behulp van een schroef (12.2) in de ge- wenste positie vastdraaien. De spanelementen (bijbehoren) worden altijd in het paar van bijde zijden gebruikt. Het is raad- zaam vier spanelementen te gebruiken. Voor de materialen tot de maximale afmeting van 300 mm kunnen de spanelementen op de console (13) bevestigd worden. De schroeven (13.1) van beneden in de openin- gen in het fundament (1.4) schuiven. De consoles van boven op de schroeven (13.1) zetten en met de moeren vastdraaien (13.2). De consoles (Bijbehoren) worden in het paar (2 stuk) aangeboden. Het is nodig er voor te zorgen dat het spannen van het gestel op de balk tussen twee spanners (12) uitgevoerd wordt die op een console geplaatst zijn (de verdeling van de krach- ten in de langwerpige richting van de console) en niet tussen twee consoles (zie afbeelding). De consoles zijn zo geconstrueerd dat het mogelijk is deze op beide grondsoorten van de gestellen (loodrecht en hellend) in de langwerpige en lood- rechte richting te spannen. 7 Boren - Voor dat men begint te boren is het raadzaam zich te verzekeren dat de spiraalboor en de boormachine vast bevestigd zijn. De aanslagen en de leischijf controleren of zij vast gezet zijn en eventueel de spanelementen vastdraaien. - Met geen botte of beschadigde boren werken. - Bij het boren het toestel altijd met beide han- den houden: met de ene hand op de aanvullen- de houder van het boorgestel, met de andere hand op de houder en op de schakelaar van de boormachine. - Voor het boren met de visuele controle volgens de in gegrifte lijn dient de markering aan de ba- sisplaat (1.2 en 1.3).
Voor de spiraalboren met de even doorsneden wordt de leischijf gebruikt die een bestanddeel van de levering is. Voor de spiraalboren met de oneven doorsneden wordt de leischijf met oneven doorsneden gebruikt die als bijbehoren wordt ge- leverd.28 Bij de vervanging van de leischijf wordt de draaiknop (3.1) losgeschroefd. Vervolgens is het mogelijk de gemonteerde leischijf af te nemen en een andere leischijf op te zetten.
7.2 Boorarbeiden zonder leischijf
Voor de arbeiden met de boren van een grotere doorsnee dan 27 mm tot max. 45 mm kan de lei- schijf gedemonteerd worden volgens de boven genoemde werkwijze. Naar behoefte kunnen ook de springveren (5), de aanslagbuis (6) en de diep- teaanslagen (7.1 en 7.2) gedemonteerd worden. In dit geval buitengewoon voorzichtig voortgaan. Het is raadzaam in ieder geval het benedenaanslaag- ringetje (7.2) te gebruiken als zekering tegen een ongewild contact van de roterende delen met het materiaal. In het bijzonder is het nodig op te let- ten dat de rotatiedelen van de boormachine of de gebruikte boren in geen aanraking komen met de delen van het boorgestel. 8 Onderhoud en behandeling Klantenservice en reparatie alleen door producent of servicewerkplaatsen: Dichtstbijzijnde adressen op: www.festool.com/Service EKAT
Notice-Facile