MM 62 - Multimeter BENNING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MM 62 BENNING in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MM 62 BENNING
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MM 62 - BENNING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MM 62 van het merk BENNING.
GEBRUIKSAANWIJZING MM 62 BENNING
Digitale multimeter voor het meten van: - Gelijkspanning - Wisselspanning - Gelijkstroom - Wisselstroom - Weerstand - Dioden - Stroomdoorgang - Capaciteit - Frequentie - Temperatuur (BENNING MM 6-1) Inhoud
1. Opmerkingen voor de gebruiker
2. Veiligheidsvoorschriften
4. Beschrijving van het apparaat
5. Algemene kenmerken
6. Gebruiksomstandigheden
7. Elektrische gegevens
8. Meten met de BENNING MM 6-1/ MM 6-2
10. Gebruik van de beschermingshoes
1. Opmerkingen voor de gebruiker
Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor: - Elektriciens - Elektrotechnici De BENNING MM 6-1/ MM 6-2 is bedoeld voor metingen in droge ruimtes en mag niet worden gebruikt in elektrische circuits met een nominale spanning hoger dan 1000 V DC/ AC. (zie ook punt 6: „Gebruiksomstandigheden“) In de gebruiksaanwijzing en op de BENNING MM 6-1/ MM 6-2 worden de vol- gende symbolen gebruikt: Opgelet! Magneten kunnen de werking beïnvloeden van pacemakers en inge plante defibrillatoren. Als drager van dergelijke toestellen dient u een voldoende grote afstand tot de magneet aan te houden.
Waarschuwing voor gevaarlijke spanning. Verwijst naar voorschriften die in acht genomen moeten worden om gevaar voor de omgeving te vermijden.
Let op de gebruiksaanwijzing. Dit symbool geeft aan dat de aanwijzingenin de handleiding in acht genomen moeten worden om gevaar te voorkomen.
Dit symbool geeft aan dat de BENNING MM 6-1/ MM 6-2 dubbel geïsoleerd is (beschermingsklasse II) Dit symbool op de BENNING MM 6-2 duidt op de ingebouwde zekeringen Dit symbool op de BENNING MM 6-1/ MM 6-2 betekent dat de BENNING MM 6-1/ MM 6-2 in overeenstemming met de EU-richtlijnen is. Dit symbool verschijnt in het scherm bij een te lage batterijspanning Dit symbool geeft de instelling "doorgangstest" aan. De zoemer geeft bij doorgang een akoestisch signaal Dit symbool geeft de instelling weer van "diodecontrole" Dit symbool geeft de instelling weer van "capaciteitsmeting" DC: gelijkspanning/ -stroom02/ 2020
2. Veiligheidsvoorschriften
Dit apparaat is gebouwd en getest volgens de voorschriften: DIN VDE 0411 deel 1/EN 61010-1 DIN VDE 0411 deel 2-033/EN 61010-2-033 DIN VDE 0411 deel 031/EN 61010-031 en heeft, vanuit een veiligheidstechnisch oogpunt, de fabriek verlaten in een perfecte staat. Om deze staat te handhaven en om zeker te zijn van gebruik zonder gevaar, dient de gebruiker goed te letten op de aanwijzingen en waarschuwingen zoals aangegeven in deze gebruiksaanwijzing. Een verkeerd gebruik en niet-naleving van de waarschuwingen kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.
Wees extreem voorzichtig tijdens het werken met blanke draden of hoofdleidingen. Contact met spanningsvoerende leidingen kan elektrocutie veroorzaken.
Opgelet! Magneten kunnen de werking beïnvloeden van pace- makers en inge plante defibrillatoren. Als drager van dergelijke toestellen dient u een voldoende grote afstand tot de magneet aan te houden.
De BENNING MM 6-1/ MM 6-2 mag alleen worden gebruikt in elektrische circuits van overspanningscategorie III met max. 1000 V of overspanningscategorie IV met max. 600 V ten opzichte van aarde. Gebruik alleen passende meetsnoeren voor deze. Bij metingen binnen de meetcategorie III of de meetcategorie IV mag het uitstekende geleidende gedeelte van een contactpunt op de veiligheidsmeetleidingen niet langer zijn dan 4 mm. Voor metingen binnen de meetcategorie III en de meetcategorie IV moeten de bij de set gevoegde, met CAT III en CAT IV aange- duide opsteekdoppen op de contactpunten worden gestoken. Deze maatregel dient ter bescherming van de gebruiker. Bedenk dat werken aan installaties of onderdelen die onder spanning staan, in principe altijd gevaar kan opleveren. Zelfs spanningen vanaf 30 V AC en 60 V DC kunnen voor mensen al levensgevaarlijk zijn.
Elke keer, voordat het apparaat in gebruik wordt genomen, moet het worden gecontroleerd op beschadigingen. Ook de veilig- heidsmeetsnoeren dienen nagezien te worden. Bij vermoeden dat het apparaat niet meer geheel zonder gevaar kan worden gebruikt, mag het dan ook niet meer worden ingezet, maar zodanig worden opgeborgen dat het, ook niet bij toeval, niet kan worden gebruikt. Ga ervan uit dat gebruik van het apparaat zonder gevaar niet meer mogelijk is: - bij zichtbare schade aan de behuizing en/ of meetsnoeren van het apparaat, - als het apparaat niet meer (goed) werkt, - na langdurige opslag onder ongunstige omstandigheden, - na zware belasting of mogelijke schade ten gevolge van transport of onoor- deelkundig gebruik, - het apparaat of de meetleidingen vochtig zijn,
Om gevaar te vermijden - mogen de blanke meetpennen van de veiligheidsmeetsnoe- ren niet worden aangeraakt - moeten de meetsnoeren op de juiste contactbussen van de multimeter worden aangesloten.
Reiniging: Reinig de buitenkant regelmatig met een doek en reinigingsmid- del en wrijf deze aansluitend goed droog. Gebruik geen schuur- of oplosmiddelen.02/ 2020
Bij de levering van de BENNING MM 6-1/ MM 6-2 behoren:
3.4 Eén temperatuursensor type K (BENNING MM 6-1)
3.5 Eéen stuk rubberen beschermingsframe met magnetische houder
3.6 Eén compactbeschermingsetui
3.7 Eén ingebouwde batterij van 9 V (IEC 6 LR 61)
3.8 Eén ingebouwde zekering (BENNING MM 6-2)
Eén gebruiksaanwijzing Opmerking t.a.v. aan optionele toebehor: - Temperatuurvoeler (K-type) gemaakt van V4A-buis Toepassing: Voeler voor weekplastic, vloeistoffen, gas en lucht Meetbereik: - 196 °C tot + 800 °C Afmetingen: L = 210 mm, meetstift L = 120 mm, diameter meetstift Ø 3 mm, V4A (art.Nr. 044121) Opmerking t.a.v. aan slijtage onderhevige onderdelen: - De BENNING MM 6-1/ MM 6-2 wordt gevoed door één batterij van 9 V (IEC 6 LR 61). - Voorts is de BENNING MM 6-2 voorzien van één smeltzekering tegen overbelasting. Één zekering nominale stroom 11 A snel (1000 V), 30 kA, D = 10 mm, L = 38 mm (Art.Nr. 10218772).
De bovengenoemde veiligheidsmeetkabels (getest toebehoren) voldoen aan CAT III 1000 V/ CAT IV 600 V en zijn toegestaan voor een stroom van 10 A.
4. Beschrijving van het apparaat
Zie fig. 1: voorzijde van het apparaat Hieronder volgt een beschrijving van de in fig. 1 aangegeven informatie- en bedieningselementen.
Digitaal display (LCD) voor het aflezen van gemeten waarde, weergave van een staafdiagram en de aanduiding indien meting buiten bereik van het toestel valt.
Aanduiding polariteit.
Symbool voor lege batterijen.
Functie-toets (blauw).
RANGE-toets voor omschakeling (automatisch/ handmatig instellen)
Δ/PEAK-toets, relatieve functie resp. piekwaarderegistratie
Toets (geel) voor verlichting van het display.
Draaischakelaar voor functiekeuze.
) V, Ω, , Hz, μA, (+) (BENNING MM 6-1) resp. voor V, Ω, , Hz (BENNING MM 6-2) COM-contactbus, gezamenlijke contactbus voor stroom-, spannings- en weer standsmeting, frequentietemperatuur en capaciteitsmeting, doorgangs- en diodencontrole. L Contactbus (positief) voor 10 A-bereik, voor stromen tot 10 A. M Rubber beschermingshoes. N LED (rood) voor spanningsindicator en doorgangstest
Hierop is de automatisch polariteitsaanduiding gebaseerd voor gelijkstroom en -spanning
5.1.1 De numerieke waarden zijn op een display (LCD)
af te lezen met 4 cijfers van 15 mm hoog, met een komma voor de decimalen. De grootst mogelijk af te lezen waarde is 6000.
5.1.2 De staafdiagramaanduiding bestaat uit 60 segmenten.
werkt automatisch. Er wordt slechts één pool t.o.v. de contactbussen aangeduid met “-”.
5.1.4 De bereiksoverschrijding wordt met “OL” of “-OL” en gedeeltelijk met
een akoestische waarschuwing aangeduid. Let op: geen aanduiding en waarschuwing bij overbelasting.
5.1.5 De draaischakelaar
dient om de meetfunctie te selecteren.
dient voor het doorschakelen van het handmatige meetbereik bij het gelijktijdig vervagen van „AUTO“ in de display. Door de toets langer ingedrukt te houden (2 seconden) wordt de automatische bereikkeuze geselecteerd (aanduiding „AUTO“).
(relatieve-waardefunctie) registreert de actuele displaywaarde en toont het verschil (offset) tussen de geregistreerde meetwaarde en de volgende meetwaarden op de display. Wordt de Δ/ PEAK-toets
2 seconden lang ingedrukt, dan schakelt het apparaat in02/ 2020
de PEAK-functie (opslaan van topwaarde). De PEAK-functie registreert de positieve en negatieve top-/ amplitude-waarde en slaat die op (> 1 ms) in de functie mV/ V AC en mA/ A AC. Door de toets in te drukken kunnen Pmax, Pmin en de huidige meetwaarde (Pmax, Pmin) worden opgeroepen. Door de toets langer (2 seconden) in te drukken, wordt terug overgeschakeld naar de normale modus.
5.1.8 Door het indrukken van de toets “Smart HOLD”
wordt de gemeten waarde in het geheugen opgeslagen. Als de meetwaarde met 50 digits boven de opgeslagen waarde stijgt, wordt de meetwaardeverandering door een knipperend display
en door een signaaltoon aangegeven. (meetwaardeveranderingen tussen AC en DC spanning/ stroom worden niet herkend). Door een herhaald indrukken verdwijnt de “HOLD” en de gemeten waarde wordt weer in het scherm afgebeeld.
schakelt de displayverlichting in. Deze wordt automatisch na 2 minuten of door opnieuw op de toets te drukken weer uitgeschakeld.
5.1.10 De functie-toets (blauw)
kiest de tweede functie van de draaischake- laarinstelling. Schakelaarinstelling Functie
5.1.11 De meetfrequentie van de BENNING MM 6-1/ MM 6-2 bij cijferweer-
gave bedraagt gemiddeld 2 metingen per seconde.
5.1.12 De BENNING MM 6-1/ MM 6-2 wordt in- en uitgeschakeld met de draai-
zelf automatisch uit. (APO, Auto Power Off). Deze wordt opnieuw inge- schakeld bij het indrukken van een toets. De automatische uitschakeling kan gedeactiveerd worden door de functie-toets (blauw)
in te drukken en tegelijkertijd de BENNING MM 6-1/ MM 6-2 uit de schakelaarinstel- ling “OFF” in te schakelen.
5.1.14 De segmenten van de digitale aanduiding kunnen getest worden
in te drukken en tegelijkertijd de BENNING MM 6-1/ MM 6-2 uit de schakelaarinstelling “OFF” in te schakelen.
5.1.15 De temperatuurcoëfficiënt van de gemeten waarde: 0,1 x (aangegeven
nauwkeurigheid van de gemeten waarde)/ °C < 18 °C of > 28 °C, t.o.v. de waarde bij een referentietemperatuur van 23 °C.
De BENNING MM 6-1/ MM 6-2 wordt gevoed door één batterij van 9 V (IEC 6 LR61).
geeft op maximaal 3 segmenten permanent de resterende batterijcapaciteit aan.
Zodra alle segmenten van het batterijsymbool weggevallen zijn en het batterijsymbool knippert, dient u onmiddellijk de batterij door een nieuwe te vervangen om een gevaar voor de mens door foutieve metingen te voorkomen.
5.1.18 De levensduur van een batterij (alkaline) bedraagt ca. 200 uur
5.1.19 Afmetingen van het apparaat:
De meetsnoeren zijn nadrukkelijk alleen bedoeld voor het meten van de voor de BENNING MM 6-1/ MM 6-2 genoemde nominale spanning en stroom.
5.1.21 De BENNING MM 6-1/ MM 6-2 wordt beschermd tegen mechani-
sche be scha digingen door een rubber beschermingshoes
Het rubberen beschermingsframe M maakt het mogelijk om de BENNING MM 6-1/ MM 6-2 tijdens de metingen op te stellen of met de02/ 2020
geïntegreerde magneet te bevestigen.
6. Gebruiksomstandigheden
- De BENNING MM 6-1/ MM 6-2 is bedoeld om gebruikt te worden voor metingen in droge ruimtes. - Barometrische hoogte bij metingen: 2000 m maximaal. - Categorie van overbelasting/ installatie: IEC 60664/ IEC 61010-1 → 1000 V categorie III, 600 V categorie IV - Beschermingsgraad: IP 30 (DIN VDE 0470-1 IEC/ EN 60529). Betekenis IP 30: Het eerste cijfer (3); Bescherming tegen binnendringen van stof en vuil > 2,5 mm in doorsnede, (eerste cijfer is bescherming tegen stof/ vuil). Het tweede cijfer (0); Niet beschermd tegen water, (tweede cijfer is waterdichtheid). Beschermingsgraad stofindringing: 2 - Werktemperatuur en relatieve vochtigheid: Bij een omgevingstemperatuur van 0 °C tot 30 °C: relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %. Bij een omgevingstemperatuur van 30 °C tot 40 °C: relatieve vochtigheid van de lucht < 75 %. Bij een omgevingstemperatuur van 40 °C tot 50 °C: relatieve vochtigheid van de lucht < 45 %. - Opslagtemperatuur: de BENNING MM 6-1/ MM 6-2 kan worden opgeslagen bij temperaturen van - 20 °C tot + 60 °C met een relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %. Daarbij dient wel de batterij verwijderd te worden.
7. Elektrische gegevens
Opmerking: De nauwkeurigheid van de meting wordt aangegeven als som van: - een relatief deel van de meetwaarde. - een aantal digits. Deze nauwkeurigheid geldt bij temperaturen van 18 °C tot 28 °C bij een relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %. De waarde wordt gemeten als echte effectieve waarde en als zodanig aange- geven (True RMS, AC-koppeling). Blokgolfsignalen zijn niet gespecificeerd. Bij niet sinusvormige signaalprofielen wordt de uitkomst onnauwkeuriger. Daardoor ontstaat voor de volgende Crestfactoren een extra afwijking: Crestfactor 1,0 tot 2,0: extra afwijking + 3,0 %. Crestfactor 2,0 tot 2,5: extra afwijking + 5,0 % Crestfactor 2,5 tot 3,0: extra afwijking + 7,0 % (geldig tot 4000 digits)
7.1 Meetbereik bij gelijkspanning DC
De ingangsweerstand bedraagt 10 MΩ. Beveiliging tegen overbelasting: 1000 V AC/DC Meetbereik OL-weergave Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting 6,000 V 6,600 V 0,001 V ± (0,5 % meetwaarde + 5 digits) 60,00 V 66,00 V 0,01 V ± (0,5 % meetwaarde + 5 digits) 600,0 V 660,0 V 0,1 V ± (0,5 % meetwaarde + 5 digits) 1000 V 1100 V 1 V ± (0,5 % meetwaarde + 5 digits)
7.1.1 Meetbereik bij gelijkspanning mV DC
De ingangsweerstand bedraagt 10 MΩ. Beveiliging tegen overbelasting: 1000 V AC/DC Meetbereik OL-weergave Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting 600,0 mV 660,0 mV 0,1 mV ± (0,5 % meetwarde + 8 digits)
7.2 Meetbereik voor wisselspanning AC
De lage Ohm ingangsweerstand van ca. 3 kΩ veroorzaakt een onderdrukking van inductieve en capacitieve spanningen. Beveiliging tegen overbelasting: 1000 V AC/DC Meetbereik OL-weergave Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting* bij 45 Hz - 500 Hz (sinus) 600,0 V 660,0 V 100 mV ± (2,0 % meetwaarde + 5 digits) 1000 V 1100 V 1 V ± (2,0 % meetwaarde + 5 digits)
7.4 Meetbereik voor gelijkstroom DC (BENNING MM 6-2)
Beveiliging tegen overbelasting: - 11 A (1000 V AC/ DC) zekering, 30 kA, snel, aan 10 A-ingang Maximale meettijd: - 3 minuten met > 5 A (pauze > 20 minuten) - 30 seconden met > 10 A (pauze > 10 minuten) Meetbereik OL-weergave Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting 6,000 A 6,600 A 0,001 A ± (1,0 % meetwaarde + 5 digits) 10,00 A 20,00 A 0,01 A ± (1,0 % meetwaarde + 5 digits)
7.4.1 Meetbereik voor gelijkstroom µA DC (BENNING MM 6-1)
De ingangsweerstand bedraagt ca. 3 kΩ. Beveiliging tegen overbelasting: 1000 V AC/DC Meetbereik OL-weergave Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting 600,0 µA 660,0 µA 0,1 µA ± (1,0 % meetwaarde + 5 digits)
7.5 Meetbereik voor wisselstroom AC (BENNING MM 6-2)
Beveiliging tegen overbelasting: - 11 A (1000 V AC/ DC) zekering, 30 kA, snel, aan 10 A-ingang Maximale meettijd: - 3 minuten met > 5 A (pauze > 20 minuten) - 30 seconden met > 10 A (pauze > 10 minuten) Meetbereik OL-weergave Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting 45 Hz - 500 Hz (sinus) 6,000 A 6,600 A 0,001 A ± (1,5 % meetwaarde + 5 digits)* 10,00 A 20,00 A 0,01 A ± (1,5 % meetwaarde + 5 digits)*
- 6 A meetbereik vanaf ≥ 20 mA, 10 A meetbereik vanaf ≥ 100 mA
7.5.1 Meetbereik voor wisselstroom μA AC (BENNING MM 6-1)
De ingangsweerstand bedraagt ca. 3 kΩ. Beveiliging tegen overbelasting: 1000 V AC/DC Meetbereik OL-weergave Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting 45 Hz - 500 Hz (sinus) 600,0 µA 660,0 µA 0,1 µA ± (1,5 % meetwaarde + 5 digits)*
- Meetbereik vanaf ≥ 1 µA
7.6 Meetbereik voor weerstanden
Overbelastingsbeveiliging: 1000 V AC/ DC Meetbereik OL-weergave Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting 600,0 Ω 660,0 Ω 0,1 Ω ± (0,9 % meetwaarde + 8 digits) 6,000 kΩ 6,600 kΩ 0,001 kΩ ± (0,9 % meetwaarde + 5 digits) 60,00 kΩ 66,00 kΩ 0,01 kΩ ± (0,9 % meetwaarde + 5 digits) 600,0 kΩ 660,0 kΩ 0,1 kΩ ± (0,9 % meetwaarde + 5 digits) 6,000 MΩ 6,000 MΩ 0,001 MΩ ± (0,9 % meetwaarde + 5 digits) 40,00 MΩ 40,00 MΩ 0,01 MΩ ± (1,5 % meetwaarde + 8 digits)*
- Meetwaarden > 10 MΩ kunnen een aanstaan van de aanduiding (max. ± 50 digits) veroorzaken02/ 2020
Overbelastingsbeveiliging: 1000 V AC/ DC De ingebouwde zoemer geeft een akoestisch signaal bij een weerstand R < 20 Ω tot 200 Ω. Het alarmsignaal gaat uit bij een weerstand R > 200 Ω. Bovendien brandt bij doorgang de rode LED
in de kop van het toestel. Meetbereik OL-weergave Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting 600,0 Ω 660,0 Ω 0,1 Ω ± (0,9 % meetwaarde + 8 digits)
7.9 Capaciteitsbereik
(1 Hz - 10 kHz) > 20 V eff voor V
(10 kHz - 50 kHz), niet gespecificeerd voor (50 kHz - 100 kHz) > 0,6 A eff voor A
7.11 Temperatuurbereik °C/ °F (BENNING MM 6-1)
Overbelastingsbeveiliging: 1000 V AC/ DC Meetbereik OL-weergave Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting -40 °C - +400 °C - 44 °C - +440 °C 0,1 °C ± (1 % meetwaarde + 20 digits) -40 °F - +752 °F - 44 °F - +824 °F 0,1 °F ± (1 % meetwaarde + 36 digits)
- Bij de aangegeven meetnauwkeurigheid, moet de meetnauwkeurigheid van de K-type temperatuursensor opgeteld worden. Draadtemperatuursensor K-type: Meetbereik - 60 °C tot 200 °C Resolutie: ± 2 °C De meetnauwkeurigheid is geldig voor stabiele omgevingstemperaturen < ± 1 °C. Na wijziging van de omgevingstemperatuur van ± 2 °C zijn de meetnauwkeurigheidsgegevens na 2 uur geldig.
7.12 PEAK HOLD voor AC V/ AC A
Bij de aangegeven meetnauwkeurigheid moeten ± 150 digits worden gevoegd. Blokgolfsignalen zijn niet gespecificeerd.
8. Meten met de BENNING MM 6-1/ MM 6-2
8.1 Voorbereiden van metingen.
- Gebruik en bewaar de BENNING MM 6-1/ MM 6-2 uitsluitend bij de aange- geven werk- en opslagtemperaturen. Niet blootstellen aan direct zonlicht. - Controleer de gegevens op de veiligheidsmeetsnoeren ten aanzien van nominale spanning en stroom. Origineel met de BENNING MM 6-1/ MM 6-2 mee ge le verde snoersets voldoen aan de te stellen eisen. - Controleer de isolatie van de veiligheidsmeetsnoeren. Beschadigde meets-02/ 2020
noeren direct verwijderen. - Veiligheidsmeetsnoeren testen op correcte doorgang. Indien de ader in het snoer onderbroken is, het meetsnoer direct verwijderen. - Voor dat met de draaischakelaar
een andere functie gekozen wordt, dienen de meetsnoeren van het meetpunt te worden afgenomen. - Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING MM 6-1/ MM 6-2 kunnen leiden tot instabiele aanduiding en/ of meetfouten.
Let op de maximale spanning t.o.v. aarde. Gevaarlijke spanning! De hoogste spanning die aan de contactbussen - COM bus
- bus (+) voor V, Ω, , Hz, μA, (BENNING MM 6-1) resp. voor V, Ω, ,
(BENNING MM 6-2) - bus voor 10 A bereik
- Kies met de draaiknop
de gewenste instelling ( , , ). - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus
- Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus van de
BENNING MM 6-1/ MM 6-2
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display
Zie fig. 2: meten van gelijkspaning Zie fig. 3: meten van wisselspanning
- Kies met de draaiknop
het gewenste bereik (A AC/DC of µA AC/DC). - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus
van de BENNING MM 6-1/ MM 6-2. - De rode veiligheidsmeetleiding met de bus voor A-bereik
(tot 10 A AC/DC) op BENNING MM 6-2 of met de bus voor V, Ω, Hz, µA AC/DC, ,
(tot 600 μA DC) aansluiten op BENNING MM 6-1. - In de functie ( ) met de toets (blauw)
op BENNING MM 6-1 het te meten stroomtype gelijkstroom (DC) of wisselstroom (AC) kiezen. - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpun- ten van het circuit en lees gemeten waarde af in het display
van de BENNING MM 6-1/ MM 6-2. Zie fig. 4: meten van gelijkstroom Zie fig. 5: meten van wisselstroom
8.3 Weerstandsmeting
- Kies met de draaiknop
de gewenste instelling (Ω, ) - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus
van de BENNING MM 6-1/ MM 6-2. - Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus
Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display
Zie fig. 6: weerstandsmeting
- Kies met de draaiknop
van de BENNING MM 6-1/ MM 6-2 omschakelen naar diodecontrole ( ). - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus
- Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus van de
BENNING MM 6-1/ MM 6-2
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de aansluitpun- ten van de diode en lees de gemeten waarde af in het display
Voor een normale, in stroomrichting gemonteerde Si-diode wordt een stroom spanning van 0,4 V tot 0,8 V aangegeven. De aanduiding “000 V” wijst op een kortsluiting in de diode. - Wordt geen fluxsprong vastgesteld, dan eerst de poling van de diode testen.02/ 2020
Wordt ook daarna geen fluxsprong gemeld, dan ligt de fluxsprong van de diode buiten de meetgrenzen. Zie fig. 7: diodecontrole
8.5 Doorgangstest met zoemer en rode led
- Kies met de draaiknop
de gewenste instelling (Ω, ). - Met de blauwe toets
van de BENNING MM 6-1/ MM 6-2 omschakelen naar doorgangstest ( ). - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus
- Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit. Als de leidingweerstand tussen de COM-bus
waarde 20 Ω tot 200 Ω onderschrijdt, geeft in de BENNING MM 6-1/ MM 6-2 de ingebouwde zoemer een signaal en gaat de rode led
oplichten. Zie fig. 8: doorgangstest met zoemer
8.6 Capaciteitsmeting
Voor capaciteitsmetingen dienen de condensatoren volledig ontladen te zijn. Er mag nooit spanning gezet worden op de contactbussen voor capaciteitsmeting. Het apparaat kan daardoor beschadigd worden of defect raken. Een beschadigd apparaat kan spanningsgevaar opleveren. - Kies met de draaiknop
de gewenste instelling ( ). - Stel de polariteit vast van de condensator en ontlaad de condensator. - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus
- Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus van de
BENNING MM 6-1/ MM 6-2
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren overéénkomstig po la- riteit aan de ontladen condensator en lees de gemeten waarde af in het display
van de BENNING MM 6-1/ MM 6-2 Zie. fig. 9: capaciteitsmeting
8.7 Frequentiemeting
- Met de draaischakelaar
de gewenste functie ( , Hz) op de BENNING MM 6-1 of de functie ( Hz of Hz) op de BENNING MM 6-2 kiezen. - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus
- Voor de frequentiemeting in het spanningsbereik de rode veiligheidsmeetlei- ding op de bus
van de BENNING MM 6-1/ MM 6-2 aansluiten en met de toets (blauw)
omschakelen naar de frequentiemeting (Hz). - Voor de frequentiemeting in het stroombereik de rode veiligheidsmeet- leiding op de bus
van de BENNING MM 6-2 aansluiten en bij de BENNING MM 6-1 met de toets (blauw)
omschakelen naar de frequen- tiemeting (Hz). - Let op de minimale gevoeligheid voor frequentiemetingen met de
BENNING MM 6-1/ MM 6-2
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display
Zie fig. 10: frequentiemeting
8.8 Temperatuurmeting (BENNING MM 6-1)
- Kies met de draaiknop
de gewenste instelling ( ) - Met de toets (blauw)
de omschakeling naar °F resp. °C uitvoeren. - De temperatuursensor (type K) in de bus COM
via de juiste polen met elkaar verbinden. - Leg het contactpunt (uiteinde van de sensorkabel) aan de te meten plaats en lees de gemeten waarde af in het display
van de BENNING MM 6-1. Zie fig. 11: temperatuurmeting
De spanningsindicatorfunctie kan niet gebruikt worden voor het vaststellen van de spanningsvrijheid. Ook zonder akoes- tische of optische signaalmelding kan een gevaarlijke aanra- kingsspanning bestaan. Elektrisch gevaar! - Kies met de draaiknop
de gewenste instelling (VoltSense). - Met de toets (blauw)
omschakelen naar Hi (hoge gevoeligheid) of Lo (lage gevoeligheid).02/ 2020
- De spanningsindicatorfunctie heeft geen meetdraden nodig (aan- raakvrije registratie van een wisselveld). In het kopgedeelte van de BENNING MM 6-1/ MM 6-2 zit de opnamesensor. Als een fasespanning wordt gelokaliseerd, weerklinkt een geluidssignaal en de rode LED
in de kop van het toestel licht op. Indicatie alleen in geaarde wisselstroomnetten! Praktijktip: onderbrekingen (kabelbruggen) in openliggende kabels, bijv. kabelhaspels, licht- slang, etc. zijn van de voedingsbron (fase) tot de onderbrekingsplek te volgen. Functiebereik: ≥ 230 V Zie fig. 12: spanningsindicator met zoemer
- Kies met de draaiknop
de gewenste instelling (VoltSense). - Met de toets (blauw)
omschakelen naar Hi (hoge gevoeligheid) of Lo (lage gevoeligheid). - Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus
voor V van de BENNING MM 6-1/ MM 6-2. - Het veiligheidsmeetsnoer inpluggen met het meetpunt. - Wanneer een geluidssignaal weerklinkt en de rode LED
oplicht, staat op dit meetpunt (installatieonderdeel) de fase van een geaarde wisselspanning.
De BENNING MM 6-1/ MM 6-2 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt. Gevaarlijke spanning! Werken aan een onder spanning staande BENNING MM 6-1/ MM 6-2 mag uit- sluitend gebeuren door elektrotechnische specialisten, die daarbij de nodi- ge voorzorgsmaatregelen dienen te treffen om ongevallen te voorkomen. - Maak de BENNING MM 6-1/ MM 6-2 dan ook spanningsvrij, alvorens het apparaat te openen. - Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten object. - Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING MM 6-1/ MM 6-2. - Zet de draaischakelaar
9.1 Veiligheidsborging van het apparaat
Onder bepaalde omstandigheden kan de veiligheid tijdens het werken met de BENNING MM 6-1/ MM 6-2 niet meer worden gegarandeerd, bijvoorbeeld in geval van: - Zichtbare schade aan de behuizing - Meetfouten - Waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder verkeerde omstan- digheden - Transportschade In dergelijke gevallen dient de BENNING MM 6-1/ MM 6-2 direct te worden uitgeschakeld en niet opnieuw elders te worden gebruikt.
Reinig de behuizing aan de buitenzijde met een schone, droge doek. (speciale reinigingsdoeken uitgezonderd). Gebruik geen oplos- en/ of schuurmiddelen om de BENNING MM 6-1/ MM 6-2 schoon te maken. Let er in het bijzonder op dat het batterijvak en de batterijcontacten niet vervuilen door uitlopende batterijen. Indien toch verontreiniging ontstaat door elektrolyt of zich zout afzet bij de batterij en/ of in het huis, dit eveneens verwijderen met een droge, schone doek.
9.3 Het wisselen van de batterij
Voor het openen van de BENNING MM 6-1/ MM 6-2 moet het apparaat spanningsvrij zijn. Gevaarlijke spanning! De BENNING MM 6-1/ MM 6-2 wordt gevoed door één blokbatterij van 9 V (IEC 6 LR 61). Het vervangen van de batterij (zie afbeelding 13) is noodzakelijk zodra alle segmenten in het batterijsymbool
verdwenen zijn en het batterijsymbool knippert. De batterijen worden als volgt verwisseld: - Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten circuit - Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING MM 6-1/ MM 6-2 - Zet de draaischakelaar
af van de BENNING MM 6-1/ MM 6-2 - Leg het apparaat op de voorzijde en draai de schroef met de sleufkop, uit het deksel van het batterijvak - Neem het deksel van het batterijvak uit de achterwand. - Neem de batterij uit het batterijvak en maak de aansluitdraden van de bat-02/ 2020
terij voorzichtig los. - Verbind de aansluitdraden weer op de juiste manier met de nieuwe batterij en leg deze op de juiste plaats in het apparaat. Let er daarbij op dat de aansluitdraden niet tussen de behuizing geklemd worden. - Klik het deksel weer op de achterwand en draai de schroef er weer in. - Plaats de rubber beschermhoes
weer op de BENNING MM 6-1/ MM 6-2 Zie fig.13: vervanging van de batterij
Gooi lege batterijen niet weg met het gewone huisvuil, maar lever ze in op de bekende inzamelpunten. Zo levert u opnieuw een bijdrage voor een schoner milieu.
9.4 Het wisselen van de zekeringen (BENNING MM 6-2)
Voor het openen van de BENNING MM 6-2 moet het apparaat spanningsvrij zijn. Gevaarlijke spanning! De BENNING MM 6-2 wordt door één ingebouwde snelle smeltzekering (zeke- ring 11 A) beschermd tegen overbelasting (zie fig. 14) De zekering wordt als volgt gewisseld: - Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten circuit - Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING MM 6-2 - Zet de draaischakelaar
af van de BENNING MM 6-2 - Plaats de BENNING MM 6-2 op de voorzijde en draai de vier buitenste schroeven (zwart) uit het onderstuk (behuizingsbodem).
Geen schroeven losdraaien van de printplaat van de BENNING MM 6-2! - Til de achterwand van het apparaat aan de onderkant omhoog en neem het vervolgens aan de bovenkant af van het voorste deel van de behuizing - Til de defecte zekering aan één kant uit de zekeringhouder - Neem de defecte zekering uit de zekeringhouder - Plaats een nieuwe zekering met dezelfde nominale spanning, smeltsnelheid en met dezelfde afmetingen - Positioneer de zekering in het midden van de houder - Klik de achterplaat weer op de behuizing en draai de vier schroeven er weer in - Klik het batterijdeksel weer op de achterwand en draai de schroef er weer in - Plaats de rubber beschermingshoes
weer op de BENNING MM 6-2. Zie fig. 14: wisselen van zekeringen
Benning garandeert de inachtneming van de in de bedieningshandleiding ver- melde technische specicaties en nauwkeurigheidsgegevens voor het eerste jaar na datum van levering. Op de nauwkeurigheid van de metingen te waarborgen, is het aan te bevelen het apparaat jaarlijks door onze servicedienst te laten kalibreren. Benning Elektrotechnik & Elektronik GmbH & Co. KG Service Center Robert-Bosch-Str. 20 D - 46397 Bocholt
10. Gebruik van de rubber beschermingshoes
- U kunt de veiligheidsmeetsnoeren opbergen als u deze om de rubber beschermingshoes
wikkelt en de meetpennen van de meetsnoeren beschermd in de hoes vastklikt (zie fig.15) - U kunt een veiligheidsmeetsnoer ook zodanig in de beschermingshoes
klikken, dat de contactpunt vrij komt te staan en deze, samen met de BENNING MM 6-1/ MM 6-2, naar een meetpunt kan worden gebracht. - Een steun aan de achterzijde van de beschermingshoes
maakt het mogelijk de BENNING MM 6-1/ MM 6-2 schuin neer te zetten (zie fig. 16) - Het rubberen beschermingsframe
is uitgerust met een magneet, die voor een ophangmogelijkheid kan worden gebruikt. Zie fig.15: wikkelen van de veiligheidsmeetsnoeren Zie fig 16: opstelling van de BENNING MM 6-1/ MM 6-202/ 2020
), doorgaans dubbel geïsoleerd of versterkte isola- tie - Vervuilingsgraad: 2 - Lengte: 1,4 m, AWG 18, - Omgevingsvoorwaarden: metingen mogelijk tot H = 2000 m, temperatuur: 0 °C tot + 50 °C, vochtigheidsgraad 50 % tot 80 %, - Gebruik de veiligheidsmeetkabelset alleen indien ze in een goede staat is en volgens deze handleiding, anders kan de bescherming verminderd zijn. - Gebruik de veiligheidsmeetkabelset niet als de isolatie is beschadigd of als er een beschadiging/ onderbreking in de kabel of stekker is. - Raak tijdens de meting de blanke contactpennen niet aan. Alleen aan de handvaten vastpakken! - Steek de haakse aansluitingen in het te gebruiken BENNING meetapparaat.
Wij raden u aan het apparaat aan het einde van zijn nuttige levensduur, niet bij het gewone huisafval te deponeren, maar op de daarvoor bestemde adressen.02/ 2020
SimpelGids