MM 52 - Multimeter BENNING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MM 52 BENNING in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MM 52 BENNING
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MM 52 - BENNING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MM 52 van het merk BENNING.
GEBRUIKSAANWIJZING MM 52 BENNING
Fig. 1: Voorzijde van het apparatusat
Fig. 2: Meten van gelijkspanning
Rys.2: Pomiar napiejcia stalego
Pnc.2. N3mepeHHe HnpanjKeHHNIOCTOHHORTOKA
Fig.4: Meten van gelijkstroom
Rys.4: Pomiar pradu stalego
Pnc.4. N3mepenme noctoHHoro Toka
Fig. 8: Doorgangstest met akoestisch signal
Fig. 9: Capaciteitsmeting
Rys.9: Pomiar pojemnosci
Pnc.9.N3mpeHHe emKoCTn
Fig. 11: Meten van temperatuur
Rys.11: Pomiar temperature
Pnc.11. 13MepeHHe TEmpepaTypbI
Resim 11: Is Olçümü


Fig. 13: Vervanging van de batterijen
Fig. 14: Vervanging van de smeltzekeringen
Gebruiksaanwijzing BENNING MM 5-1/ MM 5-2
Digitale multimeter voor het meten van:
-
Gelijkspanning
Wisselspanning -
Gelijkstroom (BENNING MM 5-2)
-
Wisselstroom (BENNING MM 5-2)
-
Weerstand
- Dioden
-
Stroomdoorgang
Capacitite
Frequentie -
Temperatuur (BENNING MM 5-2)
Inhoud
- Opmerkingen voor de gebruiker
- Veiligheidsvoorschriften
- Leveringsomvang
- Beschrijving van het apparatus
- Algemene kenmerken
- Gebruiksomstandigheden
- Elektrische gegevens
- Meten met de BENNING MM 5-1/ MM 5-2
-
Onderhoud
-
Gebruik van de beschemingshoes
- Technische gegevens van veiligheidsmeetkabelset
- Milieu
1. Opmerkingen voor de gebruiker
Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor:
- Elektriciens
- Elektrotechnici
De BENNING MM 5-1/ MM 5-2 is bedoeld voor metingen in droge ruimtes en mag Niet worden gebruikt in elektrische circuits met een nominale spanning hoger dan 600VDC / AC (zie ook punt 6: "Gebruiksomstandigheden") In de gebruiksaanwijzing en op de BENNING MM 5-1/ MM 5-2 worden de vol-gende symbolen gebruikt:

Opgelet! Magneten können de werkung beinvloeden van pacemakers en inge plante defibrillatoren. Als drager van dergelijktoestellen dient u een voldoende große afstand tot de magneet aan te honden.

Waarschuwing voor gevaarlijke spanning. Verwijst maar voorschriften die inuchtgenomen要去en worden om gevaar voor de omgeving te vermijden.

Let op de gebruiksaanwijzing. Dit symbol geeft aan dat de aanwijzingenin de handleiding in acht genomen要去en worden om gevaar te voorkomen.

Dit symbol geeft aan dat de BENNING MM 5-1/ MM 5-2 dubbel geisoleerd is (beschemingsklasse II)

Dit symbol op de BENNING MM 5-2 duidt op de ingebouwde zekeringen

Dit symbol op de BENNING MM 5-1/ MM 5-2 betekent dat de BENNING MM 5-1/ MM 5-2 in overeenstemming met de EU-richtlijnen is.

Dit symbol verschijnt in het scherm bij een te lage batterijspanning

Dit symbol geeft de instelling "doorgangstest" aan. De zoemer geeft bij doorgang een akoestisch signaal

Dit symbol geeft de instelling waar van "diodecontrole"

Dit symbol geeft de instelling waar van "capaciteitsmeting"

DC:gelijkspanning/-stroom

AC: wisselspanning/ -stroom

Aarding (spanning t.o.v. aarde)
2. Veiligheidsvoorschriften
Dit apparaat is gebouwd en getest volgens de voorschriften:
DIN VDE 0411 deel 1/EN 61010-1
DIN VDE 0411 deel 2-033/EN 61010-2-033
DIN VDE 0411 deel 031/EN 61010-031
en heeft, vanuit een veiligheidstechnisch oogpunt, de fabriek verlaten in een perfecte staat. Om deze staat te handhaven en om zeker te zichn van gebruik zonder gevaar, dient de gebruiker goed te letten op de aanwijzingen en waarschuwingen zoals aangegeven in deze gebruiksaanwijzing. Een verkeerd gebruik en Niet-naleving van de waarschuwingen kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.

Wees extreem voorzichtig tijdens het werkken met blanke draden of hoofdleidingen. Contact met spanningsvoerende leidingen kan elektrocutie veroorzaken.

Opgelet! Magneten konnen de werking beinvloeden van pacemakers en inge plante defibrillatoren. Als drager van dergelijktoestellen dient u een voldoende große afstand tot de magneet aan te houden.

De BENNING MM 5-1/ MM 5-2 mag alleen worden gebrukt in elektrische circuits van overspanningscategorie III met max. 600V of overspanningscategorie IV met max. 300V ten opzichte van aarde.
Gebruik alleen passende meetsnoeren voor deze. Bij metingen binnen de meetcategorie III of de meetcategorie IV mag hetuitstekende geleidende gedeelte van een contactpunt op deveiligheidsmeetleidingen Niet langer zichn dan 4mm
Voor metingen binnen de meetcategorie III en de meetcategorie IV要去en de bij de set gevoegde, met CAT III en CAT IV aangeduide opsteekdopen op de contactpunten worden gestoken. Deze maatregel dient ter bescherming van de gebruiker.
Bedenk dat werken aan installations of onderdelen die onder spanning staan, in principe algijd gevaar kan opleveren. Zelfs spanningen vanaf 30 V AC en 60 V DC können voor mensen al levensgevaarlijk zijn.

Elke keer, voordat het apparaat in gebruik worden genomen, moet het worden gecontroleer op beschadigingen. Ook de veiligheidsmeetsnoren dienen nausezen te worden.
Bij vermoeden dat het apparaat Niet meer geheel zonder gevaar kan worden gebruikt, mag het dan ook Niet meer worden ingezet, maar zodanig worden opgeborgen dat het, ook Niet bij/toeval, Niet kan worden gebruikt.
Ga ervan uit dat gebruik van het apparaat zonder gevaar Nieteer mogetijk is:
- bij zichtbare schade aan de behuizing en/ of meetsnoeren van het apparaat,
- als het apparaat Niet meer (goed) werkt,
- na langdurige opslag onder ongunstige omstandigheden,
- na zware belasting of möglichke schade ten gevolge van transport of onoor-deelkundig gebruik,
- het apparatusat of demeetleidingen vochtig zich,

Om gevaar te vermijden
- mogen de blanke meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren nicht worden aangeraakt
- moeten de meetsnoeren op de juiste contactbussen van de multimeter worden aangesloten.

Reiniging:
Reinig de buitenkant regelmatig met een doek en reinigingsmiddel en wrijf deze aansluitend goed droog. Gebruik geen schuur- of oplosmiddelen.
3. Leveringsomvang
Bij de levering van de BENNING MM 5-1/ MM 5-2 behoren:
3.1 Eén BENNING MM 5-1/ MM 5-2
3.2 Eén veiligheidsmeetsnoer rood (L = 1.4 meter)
3.3 Eén veiligheidsmeetsnoer zwart. (L = 1.4 meter)
3.4 Eén temperatuursensor type K (BENNING MM 5-2)
3.5 Eeen stuk rubberen beschermingsframe met magnetische houder
3.6 Eén compactbeschermingsetui
3.7 Twee ingebouwde 1,5 V micro batterijen
3.8 Eén ingebouwde zekering (BENNING MM 5-2)
3.9 Eén gebruiksaanwijzing
Opmerking t.a.v. aan optionele toebehor:
- Temperatuurvoeler (K-type) gemaakt van V4A-buis
Toepassing: Voeler voor weekplastic, vloeistoffen, gas en lucht
Meetbereik: - 196 °C tot + 800 °C
Afmetingen: L = 210mm ,meetstift L = 120mm diameter meetstift 3mm
V4A (art.Nr.044121)
Opmerking t.a.v. aan slijtage onderhevige onderdelen:
- De BENNING MM 5-1/ MM 5-2 worden gevoed door twee ingebouwde 1,5 V micro batterijen (IEC LR 03)
- Voorts is de BENNING MM 5-2 voorzien van een smeltzekering gegen overbelasting. Eén zekering nominale stroom 15 A snel (600 V), 50 kA, D = 10,3 ~mm , L = 38,1 ~mm (Art.Nr. 10149447).
- De bovengenoemde veiligheidsmeetkabels (getest toebehoren) voldoen aan CAT III 1000 V/ CAT IV 600 V en zijn toegestaan voor een stroom van 10 A.
4. Beschrijving van het apparatus
Zie fig. 1: voorzijde van het apparatusa
Hieronder volgt een beschrijving van de in fig. 1 aangegeven informatie- en bedieningselementen.
Digital display (LCD) voor het aflezen van gemeten waarde en de aandui-ding indien meting buiten bereik van het toestel valt.
Aanduiding polariteit.
Symbool voor lege batterijen.
4 Functie-toets (blauw).
VoltSensor-toets voor het vaststellen van de AC-spanning t.o.v. aarde.
6 / PEAK-toets,relativcve functie resp. piekwaarderegistratie
Smart HOLD-toets
Toets (geel) voor verlichting van het display.
Draaischakelaar voor functiekeuze.
10 Contactbus (positief) V, -hz (+) (BENNING MM 5-1) resp. voor V, -hz, A (BENNING MM 5-2)
COM-contactbus, gezamenlijke contactbus voor stroom-, spannings- en weeer standsmeting, frequenteitemperatuur en capaciteitsminget, doorgangen- en diodencontrole.
12 Contactbus (positief) voor 10 A-bereik, voor stromen tot 10 A.
Rubber beschermingshoes.
14 LED (rood) voor spanningsindicator ) Hierop is de automatisch polariteitsaanduiding gebaseerd voor gelijkstroom en -spanning
5. Algemene kenmerken
5.1 Algemene geevens van de BENNING MM 5-1/ MM 5-2.
5.1.1 De numerieke waarden zijn op een display (LCD) ① af te lezen met 4 cijfers van 16 mm hoog, met een komma voor de decimalen. De grootst möglichk af te lezen waarde is 6000.
5.1.2De polariteitsaanduiding ② werkt automatisch. Er worden slechts een pool t.o.v. de contactbussen aangeduid met “-”.
5.1.3 De bereiksoverschrijding worden met "OL" of "-OL" en gedeelrijk met een akoestische waarschuwing aangeduid. Let op: geen aanduiding en waarschuwing bij overbelasting.
5.1.4 De draaischakelaar ⑨ dient om de meetfunctie te selecteren. Het meetbereik worden automatisch geselecteerd.
5.1.5 Voltsensor-toets: De spanningsindicatorfunctie dient ter lokalisering van AC-spanningen gegenover aarde. (zie 8.9)
5.1.6 De / PEAK-toets (relatieve-waardefunctie) registreert de actuèle displaywaarde en toont het verschil (offset)CUSen de geregistreeerde meetwaarde en de volgende meetwaarden op de display.Wordt de / PEAK-toets 2 seconden lang ingedrukt, dan schakelt het apparaat in de PEAK-functie (opslaan van topwaarde).De PEAK-functie registreert de positieve en negatieve top-/ amplitude-waarde en slaat die op
(>1ms) in de functie mV , V AC/ DC en mA, A AC/ DC. Door de toets in te drukken konnen Pmax, Pmin en de huidige meetwaarde (Pmax, Pmin) worden opgeroepen. Door de toets langer (2 seconden) in te drukken, worden terug overgeschakeld waar de normale modus.
5.1.7 Door het indrukken van de toets "Smart HOLD" ⑦ worden de gemeten waarde in het geheugen opgeslagen. Als de meetwaarde met 50 digits boven de opgeslagen waarde stijgt, worden de meetwaardeverandering door een knipperend display ① en door een signaaltoon aangegeven. (meetwaardeveranderingen:tussen AC en DC spanning/stroom worden nicht herkend). Door een herhaald indrukken verdwijnt de "HOLD" en de gemeten waarde worden in het scherm afgebeeld.
5.1.8 Toets (geel) schakelt de displayverlichting in. Deze worden automatisch na 2 minutes of door opnieuw op de toets te drukken weeuitgeschakeld. U kunt de automatische uitschakeling deactiveren indien u de toets (geel) indrukt en tegelijkkertijd BENNING MM 5-2 ut de schakelstand "OFF" inschakelt.
5.1.9 De functie-toets (blauw) 4 kiest de tweede of derde functie van de draaischakelaarinstelling.
Schakelaarinstelling Functie
5.1.10 De meetfrequentie van de BENNING MM 5-1/ MM 5-2 bij cijferweer gave bedraagt gemiddeld 2 metingen per seconde.
5.1.11 De BENNING MM 5-1/ MM 5-2 word in- en uitgeschakeld met de draai-schakelaar 9. Uitschakelstand is "OFF".
5.1.12 Na ca. 20 minutes in rust schakelt de BENNING MM 5-1/ MM 5-2 zich self automatisch uit. (APO, Auto Power Off). Deze worden opniew ingeschakeld bij het indrukken van een toets. De automatische uitschakeling kan gedestructiveerd worden door de functie-toets (blauw) in te drukken en tegelijkertijd de BENNING MM 5-1/ MM 5-2 uit de schakelaarinstellung "OFF" in te schakelen.
5.1.13 De segmenten van de digitale aanduiding hunnen getest worden door de "Smart HOLD"-toets in te drukken en tegelijkertijd de BENNING MM 5-1/ MM 5-2 uit de schakelaarinstelling "OFF" in te schakelen.
5.1.14 De temperatuurcoefficien van de gameten waarde: 0,1× (aangegeven nauwkeurigheid van de gameten waarde)/ ^ < 18~^ of >28^ , t.o.v. de waarde bij een referentietemperatuur van 23^ .
5.1.15 De BENNING MM 5-1/ MM 5-2 wordt gevoed door twee micro batte rijen van 1,5 V (IEC LR 03).
5.1.16 De batterijstand 3 geeft op maximaal 3 segmenten permanent de resterende batterijcapaciteit aan.

Zodra alle segmenten van het batterijsymbol weggevallen zijn en het batterijsymbol knippert, dient u onmiddelijk de batterij door een neue te verrangen om een gevaar voor de mens door foutieve metingen te voorkomen.
5.1.17 De levensduur van een batterij (alkaline) bedraagt ca. 300 uu
5.1.18 Afmetingen van het apparaat: L x B x H = 138 x 68 x 30 mm (zonder beschemmingshoes). L x B x H = 150 x 77 x 44 mm (met beschemmingshoes). Gewicht: 180 gram (zonder beschemmingshoes). 310 gram (met beschemmingshoes).
5.1.19 De meetsnoeren zijn nadrukkelijk alleen bedoeld voor het meten van de voor de BENNING MM 5-1/ MM 5-2 genoemde nominale spanning en stroom.
5.1.20 De BENNING MM 5-1/ MM 5-2 worden beschermd gegen mechanische beschadigingen door een rubber beschemingshoes ⑧. Het rubberen beschemingsframe ⑬ maakt het möglichk om de BENNING MM 5-1/ MM 5-2ijdens de metingen op te stellen of met de geintegreerde magneet te bevestigen.
6. Gebruiksomstandigheden
- De BENNING MM 5-1/ MM 5-2 is bedoeld om gebruikt te worden voor metingen in droge ruimtes.
- Barometrische hoogte bij metingen: 2000 m maximaal.
- Categorie van overbelasting/ installment: IEC 60664/ IEC 61010-1 600 V categorie III, 300V categorie IV
- Beschermingsgraad: IP 30 (DIN VDE 0470-1 IEC/ EN 60529). Betekenis IP 30: Het eerste cijfer (3); Bescherming gegen binnendringen van stof en vuil >2,5 mm in doorsnede, (eerste cijfer is bescherming gegen stof/ vuil). Het tweede cijfer (0); Niet beschermd gegen water, (tweede cijfer is waterdichtheid).
Beschermingsgraad stofindring: 2
- Werktemperatuur en relatieve vochtigheid:
Bij een omgevingstemperatuur van 0^ tot 30^ : relatieve vochtigkeit van de lucht < 80% .
Bij een omgevingstemperatuur van 30^ tot 40^ :
relatieve vochtigheid van de lucht < 75%
Bij een omgevingstemperatuur van 40^ tot 50^ :
relatieve vochtigkeit van de lucht < 45%
- Opslagtemperatuur: de BENNING MM 5-1/ MM 5-2 kan worden opgeslagen bij temperaturen van - 20^ tot +60^ met een relatieve vochtigkeit van de lucht < 80% . Daar bij dient wel de batterij verwijderd te worden.
Opmerking: De nauwkeurigheid van de meting worden aangegeven als som van:
-
een relatief deel van de meetwaarde.
-
een aantal digits.
Deze nauwkeurigheid geldt bij temperaturen van 18^ tot 28^ bij een relatieve vochtigkeit van de lucht < 80% .
De waarde worden gemeten als echte effectieve waarde en als zodanig aangegeven (True RMS, AC-koppeling). Blokgolfsignalen (>100Hz) zichn nicht gespecifieerd. Bij Niet sinusvormige signalprofielen worden de uitkomst onnauwkeuriger.
Daardoor ontstaat voor de volgende Crestfactoren een extra afwijking:
Crestfactor 1,0 tot 2,0: extra afwijking +1,0%
Crestfactor 2,0 tot 2,5: extra afwijking +2,5%
Crestfactor 2,5 tot 3,0: extra afwijking +4,0% (geldig tot 4000 digits)
7.1 Meetbereik bij gelijkspanning DC
De ingangsweerstand bedraagt 10 MΩ.
7.1.1 Meetbereik bij gelijkspanning mV DC
De ingangsweerstand bedraagt 10 MΩ.
7.2 Meetbereik voor wisselspanning AC
De ingangsweerstand bedraagt 10 MΩ parallel met < 100 pF.
- meetbereik vanaf ≥ 2,0 mV
7.3 Meetbereik voor gelijkstroom DC (BENNING MM 5-2)
- 15 A (600 V AC/ DC) zekering, 50 kA, snel, aan 10 A-ingang
Maximale meettijd:
- 3 minuten met 10 A (pauze >20 minutes)
- 15 seconden met 20 A (pauze >20 minutes)
Meetbereik OL-weergave Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting
6 A 6,600 A 0,001 A ± (1,5 % meetwaarde + 3 digits)
10 A 20,00 A 0,01 A ± (1,5 % meetwaarde + 3 digits)
7.3.1 Meetbereik voor gelijkstroom A DC (BENNING MM 5-2)
De ingangsweerstand bedraagt ca. 3k
Bveiliging gegen overbelasting: 600 VAC/DC
Meetbereik OL-weergave Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting
400,0 μA 440,0 μA 0,1 μA ± (0,9 % meetwaarde + 5 digits)
4000 μA 4400 μA 1 μA ± (0,9 % meetwaarde + 5 digits)
7.4 Meetbereik voor wisselstroom AC (BENNING MM 5-2)
- 15 A (600 V AC/ DC) zekering, 50kA , snel, aan 10 A-ingang
Maximale meettijd:
- 3 minuten met 10 A (pauze >20 minutes)
- 15 seconden met 20 A (pauze > 20 minutes)
| Meetbereik | OL-weergave | Resolutie | Nauwkeurigheid v.d. meting 45 Hz - 500 Hz (sinus) |
| 6 A | 6,600 A | 0,001 A | ± (1,5 % meetwaarde + 5 digits)* |
| 10 A | 20,00 A | 0,01 A ± (1,5 % meetwaarde + 5 digits) | |
- meetbereik vanaf ≥ 20 mA
7.5 Meetbereik voor waarstanden
Overbelastingsbeveiliging: 600 VAC/DC
| Meetbereik | OL-weergave | Resolutie | Nauwkeurigheid v.d. meting |
| 600,0 Ω | 660,0 Ω | 0,1 Ω | ± (0,5 %meetwaarde + 5 digits) |
| 6,000 kΩ | 6,600 kΩ | 0,001 kΩ | ± (0,5 %meetwaarde + 2 digits) |
| 60,00 kΩ | 66,00 kΩ | 0,01 kΩ | ± (0,5 %meetwaarde + 2 digits) |
| 600,0 kΩ | 660,0 kΩ | 0,1 kΩ | ± (0,5 %meetwaarde + 2 digits) |
| 6,000 MΩ | 6,000 MΩ | 0,001 MΩ | ± (0,5 %meetwaarde + 2 digits) |
| 40,00 MΩ | 40,00 MΩ | 0,01 MΩ | ± (1,0 %meetwaarde + 5 digits)* |
- Meetwaarden > 10M hunnen een aanstaan van de aanduiding (max. ± 50 digits)veroorzaken
7.6 Diodecontrole
De ingebouwde zoemer geeft een akoestisch signal bij een verstand R < 30
tot 200 Ω. Het alarmsignaal gaat UIT bij een watstand R > 200 Ω
| Meetbereik | OL-weergave | Resolutie | Nauwkeurigheid v.d. meting |
| 600,0 Ω | 660,0 Ω | 0,1 Ω | ± (0,5 %meetwaarde + 5 digits) |
7.8 Capaciteitsbereik
Voorwaarde: condensatoren ontladen en de meetpennen overeenkomstig de polariteit aanleggen.
Overbelastingsbeveiliging: 600 VAC/DC
| Meetbereik | OL-weergave | Resolutie | Nauwkeurigheid v.d. meting |
| 50,00 nF | 55,00 nF | 0,01 nF ± (2,0 % meetwaarde + 10 digits) | |
| 500,0 nF | 550,0 nF | 0,1 nF | ± (2,0 % meetwaarde + 5 digits) |
| 5,000 μF | 5,500 μF | 0,001 μF ± (2,0 % meetwaarde + 5 digits) | |
| 50,00 μF | 55,00 μF | 0,01 μF | ± (2,0 % meetwaarde + 5 digits) |
500,0 F 550,0 F 0,1 F ± (2,0 % meetwaarde + 5 digits)
1000 F 1100 F 1 F ± (2,0 % meetwaarde + 5 digits)
Minimale gevoeligheid: >4Veff voor VAC (10 Hz - 10 kHz) >20Veff voor VAC (10 kHz - 50 kHz) >0.6Aeff voor AAC (10 Hz - 50 kHz)
7.10 Temperatuurbereik ^ / ^ (BENNING MM 5-2)
Overbelastingsbeveiling: 600V_AC / DC
| Meetbereik OL-weergave | Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting | ||
| -40 °C - +400 °C | - 44 °C - +440 °C | 0,1 °C | ± (1 %meetwaarde + 20 digits) |
| -40 °F - +752 °F | - 44 °F - +827,2 °F | 0,1 °F | ± (1 %meetwaarde + 36 digits) |
- Bij de aangegeven meetnauwkeurigheid, moet de meetnauwkeurigheid van de K-type temperatuursensor opgeteld worden.
Draadtemperatuursensor K-type: Meetbereik - 60 °C tot 200 °C
Resolutie: ± 2^
De meetnauwkeurigheid is geldig voor stabiele omgevingstemperaturen < ± 1^ . Na wijziging van de omgevingstemperatuur van ± 2^ zijn de meetnauwkeurigheidsgeevens na 2aar geldig.
7.11 PEAK HOLD voor AC V/ AC A
Bij de aangegeven meetnauwkeurigheid要去en ± 150 digits worden gevoegd. Blokgolfsignalen zijn nicht gespecificeerd.
8. Meten met de BENNING MM 5-1/ MM 5-2
8.1 Voorbereiden van metingen.
- Gebruik en bewaar de BENNING MM 5-1/ MM 5-2uitsluitend bij de aangegeven werk- en opslagtemperaturen. Niet blootstellen aan direct zonlicht.
- Controller de geveens op de veiligheidsmeetsnoren ten aanzien van nominale spanning en stroom. Origineel met de BENNING MM 5-1/ MM 5-2 meegeleverde snoersets voldoen aan de te stellen eisen.
- Controller de isolatie van de veiligheidsmeetsnoeren. Beschadigde meetsnoeren direct verwijderen.
- Veiligheidsmeetsnoren testen op correcte doorgang. Indien de ader in het snoer onderbroken is, het meetsnoor direct verwijderen.
- Voor dat met de draaischakelaar 9 een andere functie gekozen worden, dienen de meetsnoeren van het meetpunt te worden afgenomen.
- Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING MM 5-1/ MM 5-2 können leiden tot instabiele aanduiding en/ ofmeetfouten.
8.2 Spannings- en stroommeting

Let op de maximale spanning t.o.v. aarde.
Gevaarlijke spanning!
De hoogste spanning die aan de contactbussen
COMbus
bus voor V, , + + Hz (+) (BENNING MM 5-1) resp. voor V, , + + Hz, A 10 (BENNING MM 5-2)
bus voor 10 A bereik (BENNING MM 5-2)
van de multimeter BENNING MM 5-1/ MM 5-2 ligt t.o.v. aarde, mag maximaal CAT III 600 V bedragen.
8.2.1 Spanningsmeting
Kies met de draaiknop 9 de gewenste instelling (V, V, mV).
- Het Zwarte veiligheidsmeetsnoor inpluggen in de COM-contactbus 1 van de BENNING MM 5-1/ MM 5-2
- Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus 10 van de BENNING MM 5-1/ MM 5-2
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoroen aan de meetpunter
van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display 1 van de BENNING MM 5-1/ MM 5-2
Zie fig. 2: meten van gelijkspaning
Zie fig. 3: meten van wisselspanning
- Kies met de draaiknop het gewenste bereik (A AC/DC of A DC).
- Het Zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus 1 van de BENNINGMM5-2
- De rodeeiligheidsmeetleiding met de bus voor A-bereik 12 (tot 10 A AC/DC) of met de bus voor V, , Hz, A DC, -1 (-10 (tot 4000 A DC) aansluiten op BENNING MM 5-2.
- In de functie (A AC/DC) met de toets (blauw) 4 op BENNING MM 5-2 het te meten stroomtype gelijkstroom (DC) of wisselstroom (AC) kiezen.
Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan demeetpennen van het circuit en lees gemeten waarde af in het display 1 van de BENNINGMM5-2
Zie fig. 4: meten van gelijkstroom
Zie fig. 5: meten van wisselstroom
8.3 Weerstandsmeting
- Kies met de draaiknop 9 de gewenste instelling ( ,)
- Het Zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus 1 van de BENNING MM 5-1/ MM 5-2.
- Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus 10 van de BENNING MM 5-1/ MM 5-2
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoren aan de meetpunten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display 1 van de BENNING MM 5-1/ MM 5-2
Zie fig. 6: weerstandsmeting
8.4 Diodecontrole
- Kies met de draaiknop 9 de gewenste instelling (, ) ,
- Met de blauwe toets 4 van de BENNING MM 5-1/ MM 5-2 omschakelen (2 x bevestigen) maar diodecontrole (一 + )
- Het Zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus 1 van de BENNING MM 5-1/ MM 5-2
- Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus 10 van de BENNING MM 5-1/ MM 5-2
Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de aansluitpunten van de diode en lees de gemeten waarde af in het display 1 van de BENNING MM 5-1/ MM 5-2 - Voor een normale, in stroomrichting gemonteerde Si-diode worden een stroomspanning van 0,4V tot 0,8V aangegeven. De aanduiding "000 V" wijst op een kortsluiting in de diode.
- Wordt geen fluxsprong vastgesteld, dan eerst de poling van de diode testen. Wordt ook daarna geen fluxsprong gemeld, dan ligt de fluxsprong van de diode buiten de meetgrenzen.
Zie fig. 7: diodecontrole
8.5 Doorgangstest met zoemer en rode led
- Kies met de draiaknop 9 de gewenste instelling ( ,)
- Met de blauwe toets van de BENNING MM 5-1/ MM 5-2 omschakelen (2 x bevestigen) maar doorgangstest ()).
- Het Zwarte veiligheidsmeetsnoor inpluggen in de COM-contactbus 1 van de BENNING MM 5-1/ MM 5-2
- Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus 10 van de BENNING MM 5-1/ MM 5-2
Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoren aan de meetpunten van het circuit. Als de leidingweerstandussen de COM-bus 1 en de bus 10 de waarde 30 tot 200 anderschrijdt, geeft in de BENNING MM 5-1/ MM 5-2 de ingebouwde zoemer een signalen en gaat de rode led oplichten.
Zie fig. 8: doorgangstest met zoemer
8.6 Capaciteitsmeting

Voor capacitieitsmetingen dienen de condensatoren volledig ontladen te zich. Er mag nooit spanning gezet worden op de contactbussen voor capacitieitsmeting. Het apparaat kan daardoor beschadigd worden of defect raken. Een beschadigd apparaat kan spanningsgevaar opleveren.
- Kies met de draaiknop 9 de gewenste instelling (-)
- Stel de polariteit vast van de condensator en ontlaad de condensator.
- Het zwarte veiligheidsmeetsnoor inpluggen in de COM-contactbus 1 van de
BENNING MM 5-1/MM 5-2
- Het rode veiligheidsmeetsnoor inpluggen in de contactbus 10 van de BENNING MM 5-1/ MM 5-2
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoren overeenkomstig po la-riteit aan de ontladen condensator en lees de gemeten waarde af in het display 1 van de BENNING MM 5-1/ MM 5-2
Zie. fig. 9: capaciteitsmeting
8.7 Frequentiemeting
- Met de draaischakelaar 9 de gewenste functie (Hz) op de BENNING MM 5-1 of de functie ( Hz of A AC/DC Hz) op de BENNING MM 5-2 kiezen.
- Het Zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus 1 van de BENNING MM 5-1/ MM 5-2
- Voor de frequentiemeting in het spanningsbereik de rode veiligheidsmeetleiding op de bus 10 van de BENNING MM 5-1/ MM 5-2 aansluiten en bij de BENNING MM 5-2 met de toets (blauw) 4 omschakelen aan de frequentiemeting (Hz).
Voor de frequentiemeting in het stroombereik de rode veiligheidsmeetleiding op de bus 2 van de BENNING MM 5-2 aansluiten en bij de BENNING MM 5-2 met de toets (blauw) 1 omschakelen (2x indrukken) maar de frequentiemeting (Hz). - Let op de minimale gevoeligheid voor freiquentiemetingen met de BENNING MM 5-1/ MM 5-2
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan demeetpunten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display 1 van de BENNING MM 5-1/ MM 5-2
Zie fig. 10: frequentiemeting
8.8 Temperatuurmeting (BENNING MM 5-2)
Kies met de draaiknop 9 de gewenste instelling (
- Met de toets (blauw) ④ de omschakeling maar ^ resp. ^ C uitvoeren.
- De temperatuursensor (type K) in de bus COM 11 en de bus 10 via de juiste polen met elkaar verbinden.
- Leg het contactpunt (uiteinde van de sensorkabel) aan de te metenplaats en lees de gemeten waarde af in het display ① van de BENNING MM 5-2.
Zie fig. 11: temperatuurmeting
8.9 Spanningsindicator

De spanningsindicatorfunctie kan nicht gebruikt worden voor het vaststellen van de spanningsvrijheid. Ook zonder akoestische of optische signaalmelding kan een gevaarlijke aanrakingsspanning bestaan. Elektrisch gevaar!
De spanningsindicatorfunctie is vanuit alle posities van de draaiknop möglichk (behalte bij de schakelaarinstelling "OFF"). Bij de spanningindicator zichen geen meetsnsoeren nodig (contactloze registratie van een wisselveld). In het bovenste bereik van BENNING MM 5-1/ MM 5-2 bevindt zich de opnamesensor. Bij het indrukken van de "VoltSensor"-toets ⑤ gaat de meetwaardemelding uit. Als fasespanning worden gelokaliseerd, gaat de rode led branden en verschijnt het symbol op de display. Alleen in het geaarde wisselstroomnet verschijnt een melding! Met een een-polig meetsnoor kan ook de fase vastgesteld worden.
Praktiktip:
onderbrekingen (kabelbruggen) in openliggende kabels, bijv. kabelhaspels,lichtslang, etc. zichn van de voedingsbron (fase) tot de onderbrekingsplek te volgen. Functiebereik: ≥ 230 V
Zie fig. 12: spanningsindicator
8.9.1Fasentest
- Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus 10 van de BENNING MM 5-1/ MM 5-2.
- Het veiligheidsmeetsnoer inpluggen met het meetpunt en de toets "VoltSensor" ⑤ in werkung stellen.
- Als de rode led 14 en het symbol in de digitale weergave verschijnt, is op dit meetpunt (installatieonderdeel) de fase van een geaarde wisselspanning aanwezig.
9. Onderhoud

De BENNING MM 5-1/ MM 5-2 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend worden. Gevaarlijke spanning!
Werken aan een onder spanning staande BENNING MM 5-1/ MM 5-2 mag uitsluitend gebeuren door elektrotechnische specialisten, die waar bij de nodi
ge voorzorgsmaatregelen dienen te treffen om ongevallen te voorkomen.
- Maak de BENNING MM 5-1/ MM 5-2 dan ook spanningsvrij, alvorens het apparatus te openen.
- Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten object.
- Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING MM 5-1/ MM 5-2.
- Zet de draaischakelaar 9 in de positie "Off"
9.1 Veiligheidsborging van het apparaat
Onder bepaalde omstandigheden kan de veiligheid tijdens het werk den met de BENNING MM 5-1/ MM 5-2 Niet更是件 gegenandeerd, bijvoorbeeld in geval van:
- Zichtbare schade aan de behuizing
- Meetfouten
- Waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder verkeerde omstandigheden
- Transportschade
In dergelijkke gevallen dient de BENNING MM 5-1/ MM 5-2 direct te wordenuitgeschakeld en Niet opnieuw elders te worden gebruikt.
9.2 Reiniging
Reinig de behuizing aan de buitenzijde met een schone, droge doek. (speciale reinigingsdoeken uit gezonderd). Gebruik geen oplos- en/ of schuurmiddelen om de BENNING MM 5-1/ MM 5-2 schoon te makeen. Let er in het bijzonder op dat het batterijvak en de batterijcontacten Niet verruilen door uitlopende batterijen. Indien toch verontreining ontstaat door elekrolyt of zich zout afzet bij de batterij en/ of in het huis, dit eveneens verwijderen met een droge, schone doek.
9.3 Het wisselen van de batterij

Voor het openen van de BENNING MM 5-1/ MM 5-2 moet het apparaat spanningsvrij়n. Gevaarlijke spanning!
De BENNING MM 5-1/ MM 5-2 worden gevoed door twee ingebouwde 1,5 V micro batterijen. Het verrangen van de batterij (zie afbeelding 13) isoodzakelijk zodra alle segmenten in het batterijsymbool ③ verdwenen zich en het batterijsymbool knippert.
De batterijen worden als volgt verwisseld:
- Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten circuit
- Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING MM 5-1/ MM 5-2
- Zet de draaischakelaar 9 in de positie "Off"
- Neem de rubber beschermingshoes 18 af van de BENNING MM 5-1/ MM 5-2
- Leg het apparaat op de voorzijde en draai de schroef met de sleufkop, uit het deksel van het batterijvak
- Neem het deksel van het batterijvakuit dechterwand.
- Neem de lege batterijen uit het batterijvak.
- Leg de batterijen in de juiste richting in het batterijvak.
- Klik het deksel waar op dechterwand en draai de schroef er waar in.
- Plaats de rubber beschermhoes 13 sheer op de BENNING MM 5-1/ MM 5-2
Zie fig.13: verranging van de batterij

Gooi lege batterijen Niet weg met het gewone huisvuil, maar lever ze in op de bekende inzamelpunten. Zo levert u opnieuw een bijdrage voor een schoner milieu.
9.4 Het wisselen van de zekeringen (BENNING MM 5-2)

Voor het openen van de BENNING MM 5-2要去 het apparaat spanningsvrij bijn. Gevaarlijke spanning!
De BENNING MM 5-2 worden door een ingebouwde snelle smeltzekering (zeke-ring 15 A) beschermd gegen overbelasting (zie fig. 14)
De zekering worden als volgt gewisseld:
- Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten circuit
- Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING MM 5-2
- Zet de draaischakelaar 9 in de positie "Off"
- Neem de rubber beschermingshoes 15 af van de BENNING MM 5-2
- Leg het apparaat op de voorzijde en draai de schroef met de sleufkop, uit het deksel van het batterijvlak
- Neem het deksel van het batterijvakuit dechterwand.

Geen schroeven losdraaien van de printplaat van de BENNINGMM5-2!
- Verwijder de vier buitenste schroeven (zwart) uit het onderdeel (behuizingsbodem).
- Til dechychterwand van het apparaat aan de onderkant omhoog en neem het verzolgens aan de bovenkant af van het voorste deel van de behuizing
- Til de defecte zekering aan een Kant uit de zekeringhouder
- Neem de defecte zekering uit de zekeringhouder
- Plaats een neue zekering metdezelfde nominale spanning, smeltsnelheid en metdezelfde afmetingen
- Positioneer de zekering in het midden van de houder
- Klik dechterplaat waar op de behuizing en draai de vier schroeven er werk in
- Klik het batterijdeksel waar op dechterwand en draai de schroef er weein
- Plaats de rubber beschermingshoes 18 wellbeing DE BENNING MM 5-2.
Zie fig. 14: wisselen van zekeringen
9.5 lijing
Benning garandeert de inachtneming van de in de bedieningshandleiding vermelde technische specifieations en nauwkeurigheidsgeevens voor het eersteJAar na datum van levering.
Op de nauwkeurigheid van de metingen te waarborgen, is het aan te bevelen het apparaat Jaarliks door onsite servicedienst te latent kalibreren.
10. Gebruik van de rubber beschermingshoes
-
U kurz de veiligheidsmeetsnoeren opbergen als u deze om de rubber beschermingshoes 13 wikkelt en de meetpennen van de meetsnoeren beschermd in de hoes vastklikt (zie fig.15)
-
U kunt een veiligheidsmeetsnoer ook zodanig in de beschermingshoes ⑧ klikken, dat de contactpunt vrij komt te staan en deze, samen met de BENNING MM 5-1/ MM 5-2, maar een meetpunt kan worden gebracht.
-
Een steun aan dechterzijde van de beschemingshoes 13 maakt het/MM 5-1/ MM 5-2 schuin neer te zetten (zie fig. 16)
-
Het rubberen beschemingsframe 13 is uitgerust met een magneet, die voor een ophangmogelijkheid kan worden gebruikt.
Zie fig.15: wikkelen van de veiligheidsmeetsnoeren
Zie fig 16: opstelling van de BENNING MM 5-1/ MM 5-2
11. Technische gegevens van veiligheidsmeetkabelset
- Norm: EN 61010-031
- Maximale meetspanning t.o.v. de aarde (12) en meetcategorie: Met opsteekdop: 1000 V CAT III, 600 V CAT IV, Zonder opsteekdop: 1000 V CAT II,
- Meetbereik max.: 10 A
-Beschermingsklassell( 回), doorgaans dubbel geisoleerd of versterkte isolatie
-Vervuilingsgraad:2 - Length: 1,4 m, AWG 18,
- Omgevingsvooraarden: metingen möglichk tot H = 2000 m , temperatuur: 0^ C tot + 50^ C ,vochtigheidsgraad 50% tot 80% ,
- Gebruik de veiligheidsmeetkabelset alleen indien ze in een goede staat is en volgens deze handleiding, anders kan de bescherming verminderd zijn.
- Gebruik de veiligheidsmeetkabelset zich als de isolatie is beschadigd of als er een beschadiging/ onderbreking in de kabel of stekker is.
- Raakijdens de meting de blanke contactpennen Niet aan. Alleen aan de handvaten vastpakken!
- Steek de haakse aansluitingen in het te gebruiken BENNINGmeetapparaat.
12. Milieu

Wij raden u aan het apparaat aan het einde van+zijn nuttige levensduur, Niet bij het gewone huisafval te deponeren, maar op de waarvoort bestemde adressen.
SimpelGids