TEC 29 - Generator DOMETIC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TEC 29 DOMETIC in PDF-formaat.
| Producttype | Benzinegenerator voor camper en caravan |
| Merk | Dometic |
| Model | TEC 29 (ref. 9102900299) |
| Afmetingen | Zie de montagetekening (figuur 5 van de handleiding) |
| Gewicht | 44 kg (droog gewicht) |
| Uitgangsspanning | 230 V~ / 50 Hz (zuivere sinusgolf) |
| Max. continu vermogen | 2600 W (op 300 m hoogte, 30 % relatieve luchtvochtigheid) |
| Vermogensdaling | 5% per 5 °C en 3,5% per 300 m extra hoogte |
| Batterijlader | 12 V, max. stroom 10 A |
| Brandstof | Normale benzine ROZ 91 |
| Verbruik | Max. 1,2 l/u |
| Motorvermogen | 3,6 kW (4,9 pk) bij 3600 tpm |
| Bedrijfstemperatuur | -15 °C tot +50 °C |
| Startbatterij | 12 V, min. capaciteit 60 Ah |
| Hoofdfuncties | Noodstroomvoorziening 230 V, 12 V acculader, automatische modus, prioritaire aansluiting, parallelle aansluiting mogelijk |
| Onderhoud en reiniging | Regelmatige olieverversing, vervangen lucht- en brandstoffilter, controle oliepijl |
| Veiligheid | Thermische beveiliging, oliepeilmeter, overspanningsbeveiliging, automatische uitschakeling in automatische modus |
| Reserveonderdelen en repareerbaarheid | Originele reserveonderdelen beschikbaar, reparatie alleen door gekwalificeerd personeel |
| Algemene informatie | Binnen- of buitenmontage, afstandsbediening inbegrepen, optionele tank, conform VDE-normen |
Veelgestelde vragen - TEC 29 DOMETIC
Gebruikersvragen over TEC 29 DOMETIC
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Generator in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TEC 29 - DOMETIC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TEC 29 van het merk DOMETIC.
GEBRUIKSAANWIJZING TEC 29 DOMETIC
Lees alle instructies, richtlijnen en waarschuwingen in deze gebruiksaanwijzing en volg ze zorgvuldig op om ervoor te zorgen dat u het product te allen tijde op de juiste manier installeert, gebruikt en onderhoudt. Deze instructies MOETEN bij dit product bewaard worden.
Door het product te gebruiken, bevestigt u hierbij dat u alle instructies, richtlijnen en waarschuwingen zorgvuldig hebt gelezen en dat u de voorwaarden en condities zoals die hierin zijn beschreven begrijpt en accepteert. U gaat ernee akkoord dit product alleen te gebruiken voor het beoogde doel en de beoogde toepassing en in overeenstemming met de instructies, richtlijnen en waarschuwingen zoals beschreven in deze gebruiksaanwijzing en in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving. Het niet lezen en opvolgen van de hierin beschreven instructies en waarschuwingen kan leiden tot letsel voor uzelf en anderen, schade aan uw product of schade aan andere eigendommen in de omgeving. Deze gebruiksaanwijzing, met inbegrip van de instructies, richtlijnen en waarschuwingen, en de bijbehorende documentatie kan onderhevig zijn aan wijzigingen en updates. Actuele productinformatie vindt u op documents.dometic.com, dometic.com.
Inhoudsopgave
1 Verklaring van de symbolen ....124
2 Veiligheids- en montage-aanwijzingen .....125
3 Doelgroep van deze handleiding .....127
4 Omvang van de levering .....127
5 Accessoires ....128
6 Beoogd gebruik....128
7 Labels.....129
8 Technische beschrijving ....130
9 Montage ....130
10 Generator elektrisch aansluiten .....134
11 Afvoer ....140
12 Technische gegevens....141
1 Verklaring van de symbolen

GEVAAR!
Veiligheidsaanwijzing met betrekking tot een gevaarlijke situatie die leidt tot ernstig letsel of de dood, als deze niet wordt vermeden.

WAARSCHUWING!
Veiligheidsaanwijzing met betrekking tot een gevaarlijke situatie die kan leiden tot ernstig letsel of de dood, als deze niet wordt vermeden.

VOORZICHTIG!
Veiligheidsaanwijzing met betrekking tot een gevaarlijke situatie die kan leiden tot licht of gemiddeld letsel, als deze niet wordt vermeden.

LET OP!
Aanwijzing met betrekking tot een situatie die kan leiden tot materiële schade, als deze niet wordt vermeden.

INSTRUCTIE
Meer informatie over de bediening van het product.
2 Veiligheids- en montage-aanwijzingen
Neem de veiligheidsaanwijzingen en de voorschriften van de voertuig-fabrikant en de garagebedrijven in acht.
Neem onderstaande algemene veiligheidsaanwijzingen in acht bij het gebruik van elektrische toestellen ter bescherming tegen:
- Elektrische schok
- Brand gevaar
- Let sell
2.1 Het toestel gebruiken

WAARSCHUWING!
- De montage van en reparaties aan het toestel mogen uitsluitend worden uitgevoerd door gekwalificeerde personen die bekend zijn met de betreffende gevaren en voorschriften. Door ondeskundige reparaties kunnen grote gevaren ontstaan. Neem bij reparaties contact op met het servicepunt in uw land (adressen aan de achterzijde).
- Elektrische toestellen zijn geen speelgoed
Houd elektrische toestellen buiten het bereik van kinderen of zwakbegaafden. Laat ze elektrische toestellen niet zonder toezicht gebruiken.
- Personen (ook kinderen) die door hun fysiek, zintuiglijk of geestelijk vermogen niet in staat zijn om het toestel veilig te gebruiken, mogen dit niet zonder toezicht van een verantwoordelijke volwassene doen.
- Uitlaatgassen bevatten koolmonoxide, een uiterst giftig, reukloos en kleurloos gas. Adem de uitlaatgassen niet in. Laat de motor van de generator niet draaien in een afgesloten garage of in een ruimte zonder vensters.

VOORZICHTIG!
- Brandgevaar
Monteer de generator niet in kisten of ruimtes zonder openingen, maar in voldoende geventileerde bereiken of ruimtes.
- Gebruik de generator alleen als de behuizing en de leidingen onbeschadigd zijn.
- Monteer de generator op stabiele ondergrond.
- Kantel de generator niet met meer dan 20^ ten opzichte van verticaal.

LET OP!
- Gebruik het toestel uitsluitend op de beoogde wijze.
- De generator is niet geschikt voor gebruik in vaartuigen.
- Voer geen wijzigingen of verbouwingen uit aan het toestel.
- Indien er laswerkzaamheden aan het voertuig moeten worden uitgevoerd, moeten alle kabels van de generator worden losgekoppeld omdat anders de elektronica beschadigd kan raken.
2.2 Omgang met elektrische kabels

WAARSCHUWING!
- De elektrische aansluiting mag alleen door een gespecialiseerde firma uitgevoerd worden (bijvoorbeeld in Duitsland VDE 0100, deel 721).

VOORZICHTIG!
- Leg en bevestig de kabels zodanig dat er niet over gestruikeld kan worden en dat ze niet beschadigd kunnen raken.

LET OP!
- Gebruik kabelgoten om kabels door wanden met scherpe randen te leggen.
- Leg geen losse of scherp geknikte kabels naast elektrisch geleidende materialen (metaal).
- Trek niet aan de kabels.
3 Doelgroep van deze handleiding
De aanwijzingen in deze handleiding zijn bestemd voor gekwalificeerde medewerkers van werkplaatsen die vertrouwd zijn met de van toepassing zijnde richtlijnen en veiligheidsmaatregelen.
4 Omvang van de levering
| Nr. in afb. 1,Nummer Beschrijving pagina 3 | ||||
| 11 Generator | ||||
| 21 Afstandsbediening | ||||
| 3 | 1 | G | e | l u |
| 41 Uitlaasgasleiding, 2 m | ||||
| 51 set Bevestigingsbeugels voor geluiddemper | ||||
| 61 set Bevestigingsbeugels voor buitenmontage | ||||
| 7 | 2 | Houders voor binnenmontage | ||
| 8 | 4 | Afstandhouders | ||
| 91 Verlengkabel voor afstandsbediening, 5 m | ||||
| 10 | 1 Slangklem | |||
| 11 | 1 Brandstofffilter | |||
| 12 | 1 AG 128, afdichting | |||
| 13 | 1 AG 102, omschakelrelais voor het realiseren van een voor-rangschakeling | |||
| 14 | 1 Uitknipsjabloon | |||
5 A c c e s s o i r
Verkrijgbaar als accessoires (niet bij de levering inbegrepen):
Aanduiding onderdeel Artikelnr
| AG 101, tank 15 l, kunststof 9102900009 | |
| AG 100, tank 20 l, RVS 9102900011 | |
| AG 117, tank 15 l, kunststof, met houderplaten en geïntegreerde tuit en dop | 9102900010 |
| AG 150, slangenset voor AG 100 / AG 101 9102900003 | |
| AG 125, flexibele metalen slang voor verlenging van de uitlaasgasleiding, 5 m | 9102900138 |
| AG 113, omschakelaar voor parallelle aansluiting 9102900015 | |
| Parallelle kabel 9102900296 | |
6 Beoogd gebruik
De generator TEC 29 EV (artikelnr. 9102900299) is geconstrueerd voor gebruik in campers, campingbusjes en commercieel gebruikte voertuigen.
De generator is niet geschikt voor installatie in vaartuigen.
De generator genereert een zuivere sinusspanning van 230 V/50 Hz die kan worden aangesloten op de verbruiker met een totale continue belasting van 2600 W. De stroomkwaliteit is ook geschikt voor kwetsbare verbruikers (bijvoorbeeld pc's).
Voordat de generator wordt gemonteerd, moet de generatorset worden opgeslagen in de originele verpakking in een schone omgeving met lage vochtigheid en een omgevingstemperatuur van -20 ^ tot +55 ^ .
De generator kan een 12 V-accu opladen.
Dit product is alleen geschikt voor het beoogde gebruik en de toepassing in overeenstemming met deze gebruiksaanwijzing.
Deze handleiding geeft informatie die nodig is voor een goede installatie en/of bediening van het product. Een slechte installatie en/of verkeerde bediening of onderhoud leidt tot onbevredigende prestaties en mogelijke storingen.
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid voor letsel of schade aan het product die het gevolg is van:
- Onjuiste montage of aansluiting, inclusief te hoge spanning
- Onjuist onderhoud of gebruik van andere dan door de fabrikant geleverde originele reserveonderdelen
- Wijzigingen van het product zonder uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant
- Gebruik voor andere doeleinden dan beschreven in deze handleiding
Dometic behoudt zich het recht voor om het uiterlijk en de specificaties van het product te wijzigen.
7 L a b e l s
Op de generator zijn labels aangebracht. Deze labels informeren de gebruiker en de installateur over de toestelspecificaties.
Verklaring van de symbolen (afb. 22, pagina 15):
| Nr. in afb. 22, Beschrijving pagina 15 |
| 1 Waarschuwing |
| 2 Gebruiksaanwijzing moet voor gebruik zijn gelezen en begrepen |
| 3 Gevaar – Gevaar voor elektrische schok |
| 4 Voorzichtig – Koolmonoxide – Ruimte vereist goede ventilatie |
| 5 Gevaar – Licht ontvlambaar |
| 6 Voorzichtig – Bewegende onderdelen kunnen pletten en snijden – Niet vast-pakken |
| 7 Open vlammen verboden |
| 8 Niet roken |
| 9 Voorzichtig – Heet oppervlak – Volg de veiligheidsvoorschriften op de rechterkant van de generator op |
| 10 Geluidsvermogen – Waarde van het gegarandeerde geluidsvermogenniveau |
| 11 Identificatiecode onderdeelnummer |
| 12 Serienummer |
| 13 Fabrikant en adres |
| 14 CE- en UK-markering |
| 15 Droge massa |
Nr. in afb. 22, Beschrijving pagina 15
16 Jaar van fabricage
17 Generatormodel
8 Technische beschrijving
De generator biedt volgende mogelijkheden die overeenkomstig de inbouw moeten worden geconfigureerd:
- Schakelaar voor automatisch bedrijf, zie hoofdstuk „Automatisch bedrijf configureren“ op pagina 138.
- Voorrangschakeling waarmee de externe 230 V-spanning prioriteit heeft ten opzichte van de door de generator geproduceerde spanning, zie hoofdstuk „Voorrangschakeling realiseren“ op pagina 138.
9 M o n t a g e

VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel
De montage van de generator mag uitsluitend door daarvoor opgeleide vakmensen uitgevoerd worden. De volgende informatie is bestemd voor technici die vertrouwd zijn met de betreffende richtlijnen en veiligheidsmaatregelen.
9.1 Aanwijzingen voor de montage
Lees deze montagehandleiding voor montage van de generator volledig door.
Neem bij de montage van de generator volgende aanwijzingen in acht:

GEVAAR! Gevaar voor elektrocutie
Onderbreek bij werkzaamheden aan de generator alle spanningsvoorzieningen.

VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel
- Een verkeerde montage van de generator kan tot onherstelbare schade aan het toestel leiden en de veiligheid van de gebruiker in gevaar brengen.
- Draag altijd de voorgeschreven veiligheidskleding (bijv. veiligheidsbril, veiligheidshandschoenen).
9.2 Generator bevestigen
Aanwijzingen m.b.t. de montageplaats
- Zorg ervoor dat geen brandbare voorwerpen in de buurt van de uitlaatpijp of de ventilatielamellen zijn opgeslagen of gemonteerd. De afstand moet minstens 50 cm bedragen.
- Voor een goede ventilatie moet de afstand tot de luchtuitlaat van de generator minstens 30 cm bedragen.
- Let om veiligheidsredenen bij de montage van de generator (bij het boren en schroeven enz.) op het verloop van aanwezige, met name onzichtbare kabelstrengen, leidingen en andere componenten die zich in het montagebereik bevinden!
U kunt de generator met de bijgeleverde houders op twee manieren bevestigen.
9.3 Buitenmontage
- Om een positie te vinden waar de generator kan worden geïnstalleerd, dient u rekening te houden met:
– Afstand tot de grond
- Eventuele boorwerkzaamhed
- Genoeg afstand van de uitlaat van het voertuig
– Gemakkelijke toegang voor onderhoud
- Let op de aanduidingen voor het zwaartepunt (afb. 2, pagina 3) en de hefpunten (afb. 3, pagina 4).
- Gebruik de weergegeven gereedschappen om de generator te monteren (afb. 4, pagina 4).
- Om een goede bevestiging van de generator te garanderen, dient u de bijgeleverde bevestigingsbeugels (afb. 5, pagina 5) te gebruiken.
Generator van het draagframe verwijderen
▶ Verwijder de frontplaat (afb. 6 1, pagina 5).
▶ Verwijder de twee schroeven aan de zijkant (afb. 6 3, pagina 5).
▶ Trek de generator eruit (afb. 6 2, pagina 5).
Behuizing op het voertuig monteren
▶ Boor op de gekozen positie gaten met een diameter van 8 mm in de voertuigbodem met behulp van de uitknipsjabloon.
▶ Bevestig de behuizing met bouten van 8 mm en de bijgeleverde sluitringen.
▶ Schuif de generator op het draagframe en bevestig hem met de twee schroeven aan de zijkant (afb. 6 3, pagina 5).
9.4 Binnenmontage
- Voor de binnenmontage moet u een tegen het voertuiginterieur afgedichte ruimte voorbereiden die u ook tegen geluid kunt isoleren (afb. 7, pagina 6).
- Laat minstens 20 mm vrij tussen de kap van de generator en de omliggende delen zodat voldoende plaats voor het doorstromen van de koellucht blijft.
Generator van het draagframe verwijderen
▶ Verwijder de frontplaat (afb. 6 1, pagina 5).
▶ Verwijder de twee schroeven aan de zijkant (afb. 6 3, pagina 5).
▶ Trek de generator eruit (afb. 6 2, pagina 5).
Draagframe op het voertuig monteren
▶ Boor op de gekozen positie gaten met een diameter van 8 mm in de voertuigbodem met behulp van de uitknipsjabloon (afb. 6 5, pagina 5).
- Gebruik de indicatie van de uitknipsjabloon om openingen te maken voor de uitlaatleiding en de luchtuitlaat.
▶ Breng de bijgeleverde afdichting rondom de uitlaatleiding en de luchtuitlaat tussen de voertuigbodem en de generator aan.
Bevestig het draagframe op de voertuigbodem met behulp van vier moeren van 8 mm (afb. 64, pagina 5).
▶ Schuif de generator op het draagframe en bevestig hem met de twee schroeven aan de zijkant (afb. 6 3, pagina 5).
9.5 Geluiddemper bevestigen
Neem de volgende aanwijzingen bij het plaatsen van de uitlaatgasleiding in acht:
- Vermijd scherpe bochten die de stroom van de uitlaatgassen hinderen.
- Lijn het spruitstuk (afb. 8 1, pagina 6) langs de behuizing uit voor een sterkere demping van de trillingen.
- Gebruik het verlengstuk voor de uitlaatgasleiding om de uitlaatpijp te verlengen (afb. 8 2, pagina 6) (zie hoofdstuk „Accessoires“ op pagina 128).
Bevestig het verlengstuk aan de voertuigbodem (afb. 8 3, pagina 6).
▶ Bevestig de geluiddemper (afb. 8 4, pagina 6) op een van de getoonde alternatieven in afb. 9, pagina 6 tot afb. 13, pagina 8.
9.6 Tank en brandstofleiding monteren

INSTRUCTIE
De aanvullende tank moet uit de buurt van hete oppervlakken worden gemonteerd en moet zodanig worden gemonteerd dat brandstoflekkage wordt voorkomen.
Neem de volgende instructie voor de montageplaats in acht:
- De tankbodem mag zich maximaal 0,3 m onder de bodem van de generator bevinden.
- De bovenzijde van de tank mag niet hoger liggen dan de bovenzijde van de generator.
▶ Monteer de brandstofleiding zo recht mogelijk.
▶ Bevestig de tank, zie afb. 14, pagina 8 en hoofdstuk „Vlotter aansluiten“ op pagina 139.
9.7 Afstandsbediening monteren
Neem de volgende instructie voor de montageplaats in acht:
- Let op de lengte van de verlengkabel van de afstandsbediening tot de generator.
▶ Boor gaten zoals afgebeeld in afb. 14, pagina 8.
▶ Steek de stekker in de afstandsbediening.
▶ Schroef de afstandsbediening vast.
10 Generator elektrisch aansluiten

GEVAAR! Gevaar voor elektrocutie
Zorg ervoor dat er geen spanning meer op elektrische componenten staat, alvorens werkzaamheden eraan uit te voeren!

INSTRUCTIE
Neem de geldende richtlijnen in het land van de verbruiker in acht.
10.1 Algemene instructies voor de elektrische aansluiting
- Laat de generator door een vakman elektrisch aansluiten.
- Controleer of de spanning op het typeplaatje overeenkomt met de aanwezige stroomvoorziening.
- Elke elektrische aansluiting moet worden uitgevoerd met flexibele bedrading.
- Leg het 230 V\~ -netsnoer en de 12 V---kabel niet samen in dezelfde kabelgoot.
- Leg geen losse of scherp geknikte kabels naast elektrisch geleidend materiaal (metaal).
- Sluit de generator aan op een stroomkring die in staat is om de nodige stroom te leveren (zie hoofdstuk „Technische gegevens“ op pagina 141).
- Kies de leidingdoorsnede als volgt:
-230 V: 2,5 mm ^4 - 12V acculader: 2,5mm ^4
– Accuaansluiting (lengte < 6 m): 10 mm ^2
– Accuaansluiting (lengte > 6 m): 16 mm ^2 - Installeer een handmatige hoofdschakelaar, waarmee alle ingeschakelde verbruikers met uitzondering van de accu van de generator kunnen worden gescheiden.
10.2 Schakelschema's
Het complete schakelschema vindt u in afb. 16, pagina 10.
Nr. Beschrijving
| 1 3-fasen-wikkeling | ||||||||||
| 2 | H | u | l | p | w | i | k | k | e | l |
| 3 | H | u | l | p | w | i | k | k | e | l |
| 4 | O | m | v | o | r | m | e | r | ||
| 5 9-polige stekker | ||||||||||
| 6 | A | c | c | u | l | a | d | e | r | |
| 7 Stappenmotor | ||||||||||
| 8 4-polige stekker | ||||||||||
| 9 Starterrelais | ||||||||||
| 10 Startmotor | ||||||||||
| 11 Elektromagneet voor koude start | ||||||||||
| 12 Oliepeilmeter | ||||||||||
| 13 Motorspoel | ||||||||||
| 14 Intern bedieningspaneel | ||||||||||
| 15 Thermische scheidingsschakelaar | ||||||||||
| 16 Interfacemodule | ||||||||||
| 17 Hoofdschakelaar | ||||||||||
| 18 10-polige mini-fit-stekker | ||||||||||
| 19 Aansluitklem accupluspool | ||||||||||
| 20 Accu | ||||||||||
| 21 2-polige mini-fit-stekker | ||||||||||
| 22 Afstandsbediening | ||||||||||
| 23 12-polige mini-fit-stekker | ||||||||||
| 24 Hulpwikkeling | ||||||||||
| 25 2-polige stekkerverbinding | ||||||||||
TEC 29 EV bedieningspaneel (afb. 17, pagina 11)
Nr. Beschrijving
1 Hoofdschakelaar
2 Motoraansluiting
3 Aansluiting voor afstandsbediening
4 Vlotteraansluiting (benzinetank)
5 12 V-aansluiting voor acculader
6 Massa
7 230 V-aansluiting
8 Aansluitklem accupluspool
9 Stroomonderbreker
10.3 230 V aansluiten

LET OP!
- Sluit op de elektrische installatie van het voertuig een relais of een schakelaar aan, zodat de generator niet beschadigd raakt als de externe voeding wordt aangesloten.
- Controleer of de elektrische installatie als volgt is ingericht:
- T N - n e t :
De nulleider moet via een draadbrug met een minimale doorsnede van 2,5 mm² verbonden zijn met de veiligheidsleider PE op de aansluitklem. Controleer of ter beveiliging tegen automatische uitschakeling een personenveiligheidsschakelaar (FI-schakelaar, 30 mA) en een dubbelpolig werkende overstroombeveiliging (bijv. vermogensschakelaar, 13 A) zijn geïnstalleerd.
- | T - n e t :
Controleer of een isolatieschakelaar en een dubbelpolig werkende overstroombeveiliging (bijv. vermogensschakelaar, 13 A) zijn geïnstalleerd.
- Sluit de generator zodanig aan dat deze prioriteit heeft ten opzichte van de stroomvoorziening.
▶ Leid de 230 V-aansluitkabel door de kabeldoorgang de behuizing in en sluit deze aan op de 230 V-klemmen (afb. 17 7, pagina 11).
▶ Sluit de aardkabel aan op de massa-aansluiting (afb. 17 6, pagina 11).
10.4 Acculader aansluiten
▶ Verbind de pluspool van de accu met een kabel met een doorsnede van 2,5 mm² met de 12 V-aansluiting voor de acculader (afb. 17 5, pagina 11).
Als de accu die moet worden opgeladen niet tevens de startaccu is, moet u de minpool van de accu die moet worden opgeladen aansluiten op de aardkabel van de generator (afb. 18 1, pagina 11).
10.5 Starteraccu aansluiten

LET OP!
De starteraccu moet een spanning van 12 V en een capaciteit van minstens 60 Ah hebben.
▶ Verbind de pluspool van de accu met een kabel met een doorsnede van 10 mm² bij een lengte < 6 m of 16 mm² bij een lengte > 6 m met de aansluitklem accupluspool (afb. 178, pagina 11).
Plaats in de buurt van de pluspool van de startaccu een zekering van 100 A in de plusleiding om de elektrische installatie van de generator te beveiligen.
▶ Verbind de accuminpool als volgt met een kabel met passende doorsnede (zie bovenstaande):
– op de massa-aansluiting van de generator (afb. 18 1, pagina 11) of
– via de aansluitingen aan de zijkanten van de generator (afb. 18 2, pagina 11)
▶ Verbind de massa-aansluiting van de generator met het voertuigchassis.
Verwijder voor een goed contact eventueel lak of roest van het chassis.
▶ Bescherm de verbindingen met vet.
10.6 Automatisch bedrijf configureren

INSTRUCTIE
- U kunt automatisch bedrijf alleen gebruiken:
- als het voertuig stilstaat en het contact is uitgeschakeld
- Om de laadtijd te verkorten kan tussen generator en stroomonderbreker een aanvullende lader met minstens 20 A worden geïnstalleerd, in het bijzonder als accu's met een capaciteit van meer dan 60 Ah worden gebruikt.
- Zorg ervoor dat een van de twee bijgeleverde instructiestickers duidelijk zichtbaar naast het externe bedieningspaneel wordt geplakt.
- Zorg ervoor dat de tweede instructiesticker op het frontplaat van de generator wordt geplakt.
In automatisch bedrijf springt de generator automatisch aan, als de spanning van de aangesloten accu te laag is, en laadt de accu.
De generator schakelt automatisch uit, als de accu volledig geladen is.
Het schakelschema voor automatisch bedrijf vindt u in afb. 19, pagina 12.
▶ Sluit de zwarte draad aan op klem 6 van de 6-polige stekker van de verlengkabel.
▶ Sluit de zwarte draad aan op schakelaar 1 (niet bij de levering inbegrepen).
Leid de zwarte draad van schakelaar 1 naar de aarde via een verbinding die wordt geregeld door de contactsleutel.
10.7 Voorrangschakeling realiseren
Met het omschakelrelais AG 102 kunt u een voorrangschakeling realiseren waarmee de externe spanningsvoorziening prioriteit heeft ten opzichte van de generator, zie schakelschema (afb. 20, pagina 13):
Nr. Beschrijving
| 1 Externe spanningsvoorziening 230 V |
| 2 Elektroverdeler van het voertuig |
| 3 Aansluitbox |
▶ Monteer het omschakelrelais AG 102 op een geschikte positie.
Ontkoppel de kabel die de netingang met de veiligheidsschakelaar in de elektroverdeler van het voertuig verbindt, zodat u de verbindingen zoals in het schakelschema kunt maken.
▶ Gebruik platte stekkers voor de aansluiting van de kabels op de schakelaar.
▶ Verbind A met steekhuls 4 en B met steekhuls 6.
▶ Verbind de uit de 230 V aansluitklemmen van de generator leidende kabel met steekhuls 1 en steekhuls 3.
10.8 Afstandsbediening aansluiten
▶ Verbind de afstandsbediening met de aansluitdoos van de generator met behulp van de bijgeleverde verlengkabel aan de stekker voor de afstandsbediening (afb. 17 3, pagina 11).
10.9 Vlotter aansluiten
▶ Verbind de vlotter van de tank met de vlotteraansluiting (afb. 17 4, pagina 11).
10.10 Twee generators parallel aansluiten

INSTRUCTIE
Gebruik slechts één startaccu om beide generators te starten.
Neem bij het aansluiten van de generators het volgende in acht:
- Het is niet mogelijk om meer dan twee generators parallel aan te sluiten.
- Om één generator tegelijk te starten, moet de capaciteit van de startaccu overeenstemmen met de handleiding van de generator (minimumcapaciteit: 60 Ah). Om beide generators tegelijk te starten, moet u de accucapaciteit verdubbelen.
- De doorsnede van de accuaansluitkabel voor elke generator moet ten minste bedragen:
- 10 mm ^2 als de totale lengte minder dan 6 m bedraagt
- 16 mm ^2 als de totale lengte meer dan 6 m bedraagt

INSTRUCTIE
- De maximale afstand tussen elke generator en de aansluitdoos bedraagt 15 m.
- Het maximale lengteverschil tussen de uitgangskabels van de generators is 2 m.
Ga als volgt te werk (afb. 21, pagina 14):
▶ Sluit elke generator aan op een aansluitdoos (1; niet bij de levering inbegrepen).
De minimale doorsnede voor elke uitgangskabel van de generator bedraagt 2,5 mm ^2 .
▶ Creëer één uitgang voor de last (2) in de aansluitdoos (1).
De minimale doorsnede voor de parallelle uitgangskabel bedraagt 6 mm ^2 .
▶ Verbind de minpool van de accu met de aarde.
▶ Verbind de aardkabel van de uitgang met de aarde.
▶ Verbind de omschakelaar AG 113 (verkrijgbaar als accessoire) tussen de aansluitdoos en de last.
▶ Om de generators correct parallel te laten werken, moeten de omvormers (4) van elke generator worden aangesloten met behulp van de parallelle kabel (3; verkrijgbaar als accessoire).
11 Afvoer
Laat het verpakkingsmateriaal indien mogelijk recyclen.

Als u het product definitief buiten bedrijf stelt, informeer dan bij het dichtstbijzijnde recyclingcentrum of uw speciaalzaak naar de betreffende afvoervoorschriften.
| Dometic TEC29 EV | |
| Artikelnr.: 9102900299 | |
| Nominale uitgangsspanning: | 230 V~ / 50 Hz |
| Max. continu vermogen (bij 300 m hoogte en 30% relatieve vochtigheid): 2600 W | |
| Onderbelasting: 5% per 5 °C en 3,5% per 300 m verhoging | |
| Uitgangsspanning acculader: 12 V--- | |
| Max. uitgangsstroom acculader: 10 A | |
| Bedrijfstemperatuurbereik: -15 °C tot +50 °C | |
| Brandstof: Normale benzine ROZ 91 | |
| Verbruik: max. 1,2 l/h | |
| Motorvermogen: 3,6 kW (4,9 ps) bij 3600 tpm | |
| Afmetingen: | zie afb. 5 , pagina 5 |
| Gewicht: | 44 kg |