METABO KGT 305 M - Zaag

KGT 305 M - Zaag METABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis KGT 305 M METABO in PDF-formaat.

📄 124 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice METABO KGT 305 M - page 28

Gebruikersvragen over KGT 305 M METABO

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KGT 305 M - METABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KGT 305 M van het merk METABO.

GEBRUIKSAANWIJZING KGT 305 M METABO

Originele gebruiksaanwijzing

1. Conformiteitsverklaring

3. Algemene veiligheidsinstructies

4. Speciale veiligheidsinstructies

6. Uitpakken, montage, plaatsen en transport

7. Het apparaat in detail

9. Bediening / gebruik als kap- en verstekzaag

9. Bediening / gebruik als tafelcirkelzaag

10. Service en onderhoud

Wij verklaren op eigen en uitsluitende verantwoording: Deze kap-, verstek- en tafelcirkelzagen, geïdentificeerd door type en serienummer *1), voldoen aan alle relevante bepalingen van de richtlijnen *2) en normen *3). Testrapport *4), Testende instantie van afgifte *5), Technische documentatie bij *6) - zie pagina 4. De kap-, verstek- en tafelcirkelzaag is geschikt voor het zagen in de lengte en breedte, voor schuine snedes, versteksnedes evenals voor dubbele versteksnedes. Er mogen uitsluitend materialen worden bewerkt, waarvoor het dienovereenkomstige zaagblad geschikt is (zie hoofdstuk 13. Toebehoren). De toegestane afmetingen van de werkstukken moeten in acht worden genomen (zie hoofdstuk

17. Technische gegevens).

Werkstukken met ronde of onregelmatige doorsnede (zoals bijvoorbeeld brandhout) mogen niet worden gezaagd, omdat ze niet goed vastgehouden kunnen worden tijdens het zagen. Bij het smalkantzagen van vlakke werkstukken moet een geschikte hulpgeleider gebruikt worden om een veilige geleiding te garanderen. Machine niet gebruiken voor inkepingen / duiksnedes (in werkstuk eindigende groef). Machine niet gebruiken voor sponningen of groeven. Iedere andere toepassing geldt als onreglementair gebruik. Door onreglementair gebruik, veranderingen aan het apparaat of door gebruik van onderdelen die niet door de fabrikant gekeurd en vrijgegeven zijn, kunnen niet te voorziene beschadigingen ontstaan! Neem eventueel de wettelijke richtlijnen of ongevallenpreventievoorschriften in acht. Let voor uw veiligheid en die van het elektrisch gereedschap op de passages die zijn voorzien van dit symbool! LET OP! Bij het gebruik van elektrisch gereedschap dienen ter bescherming tegen een elektrische schok en het risico van letsel en brand de volgende principiële veiligheidsmaatregelen te worden genomen. Lees al deze instructies, voordat u dit elektrisch gereedschap gebruikt en bewaar de veiligheidsinstructies zorgvuldig. WAARSCHUWING – Lees de gebruiksaanwijzing om het risico van letsel te verminderen. Geef uw elektrisch gereedschap alleen met deze documenten aan anderen door. Algemene veiligheidsinstructies voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING – Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen. Als de veiligheidsinstructies en aanwijzingen niet in acht worden genomen, kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen goed met het oog op toekomstig gebruik!

3.1 Veiligheid op de werkplek

a) Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Een rommelige of onverlichte werkomgeving kan tot ongevallen leiden. b) Werk met het elektrisch gereedschap niet in een omgeving met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistoffen, gassen of stoffen bevinden. Elektrisch gereedschap veroorzaakt vonken die het stof of de dampen tot ontsteking kunnen brengen. c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap uit de buurt. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het gereedschap verliezen. Laat andere personen, in het bijzonder kinderen, het elektrisch gereedschap of het snoer aanraken.

3.2 Elektrische veiligheid

a) De aansluitstekker van het elektrisch gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag in geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapterstekker in combinatie met geaard elektrisch gereedschap. Onveranderde stekkers en passende stopcontacten verminderen het risico van een elektrische schok. b) Voorkom aanraking van het lichaam met geaarde oppervlakken, bijvoorbeeld van buizen, verwarmingen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico door een elektrische schok wanneer uw lichaam geaard is. c) Houd het elektrisch gereedschap uit de buurt van regen en vocht. Het binnendringen van water in het elektrische gereedschap vergroot het risico van een elektrische schok. d) Gebruik de aansluitleiding niet voor een verkeerd doel, om het elektrisch gereedschap te dragen of op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de aansluitleiding uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewegende apparaatdelen. Beschadigde of in de war geraakte aansluitleidingen vergroten het risico van een elektrische schok. e) Wanneer u buitenshuis met elektrisch gereedschap werkt, dient u alleen verlengsnoeren te gebruiken die voor gebruik buitenshuis geschikt zijn. Het gebruik van een voor gebruik buitenshuis geschikt verlengsnoer beperkt het risico van een elektrische schok. f) Wanneer het onvermijdelijk is om elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving te gebruiken, maak dan gebruik van een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar beperkt het risico van een elektrische schok.

3.3 Veiligheid van personen

a) Wees alert, let goed op wat u doet en ga met verstand te werk bij het gebruik van het elektrisch gereedschap. Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer u moe of ongeconcentreerd bent of onder invloed staat van drugs, alcohol of medicijnen. Een moment van onoplettendheid bij het gebruik van elektrisch gereedschap kan tot ernstig letsel leiden. b) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen en altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, slipvaste veiligheidsschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van de aard en het gebruik van het elektrisch gereedschap, vermindert het risico op letsel. c) Voorkom per ongeluk inschakelen. Verzeker u ervan dat het elektrisch gereedschap uitgeschakeld is voordat u het op de stroomvoorziening aansluit, het oppakt of het draagt. Wanneer u bij het dragen van het elektrisch gereedschap uw vinger aan de schakelaar heeft of wanneer u het gereedschap ingeschakeld op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot ongevallen leiden. d) Verwijder instelgereedschap of schroefsleutels voordat u het elektrisch gereedschap inschakelt. Gereedschap of sleutels in een draaiend deel van het apparaat kunnen tot letsel leiden. e) Vermijd een abnormale lichaamshouding. Zorg ervoor dat u stevig staat en steeds in evenwicht blijft. Daardoor kunt u het elektrisch gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden. f) Draag geschikte kleding. Draag geen loshangende kleding of sieraden. Houd haren en kleding uit de buurt van bewegende delen. Loshangende kleding, sieraden of lange haren kunnen door bewegende delen worden meegenomen. g) Wanneer stofafzuigings- of stofopvangvoorzieningen kunnen worden gemonteerd, dient u zich ervan te verzekeren dat deze zijn aangesloten en juist worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiging kan het gevaar door stof verminderen. h) Waan uzelf niet ten onrechte in veiligheid en vergeet niet de veiligheidsregels voor elektrisch gereedschap in acht te nemen, ook al bent u na veelvuldig gebruik vertrouwd met het elektrisch gereedschap. Onvoorzichtig te werk gaan kan binnen een fractie van een seconde tot ernstig letsel leiden.

3.4 Gebruik van en omgang met het

elektrisch gereedschap a) Overbelast het apparaat niet. Gebruik voor uw werkzaamheden het daarvoor bestemde elektrische gereedschap. Gebruik het juiste elektrische gereedschap. Gebruik het elektrisch gereedschap niet voor doeleinden waarvoor het niet bedoeld is. Gebruik geen apparaat met te weinig vermogen voor zware werkzaamheden. Met het passende elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger binnen het aangegeven capaciteitsbereik. b) Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat niet meer kan worden in- of uitgeschakeld is gevaarlijk en moet worden gerepareerd. c) Trek de stekker uit het stopcontact voordat u het gereedschap instelt, toebehoren wisselt of het gereedschap weglegt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbedoeld starten van het elektrisch gereedschap. d) Bewaar elektrisch gereedschap dat niet wordt gebruikt buiten bereik van kinderen. Bewaar ongebruikte elektrische apparaten op een droge, hooggelegen of afgesloten plaats, buiten het bereik van kinderen. Laat het apparaat niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrisch gereedschap is gevaarlijk wanneer dit door onervaren personen wordt gebruikt. e) Verzorg het elektrisch gereedschap en toebehoren zorgvuldig. Controleer of bewegende delen correct functioneren en niet vastklemmen en of onderdelen zodanig gebroken of beschadigd zijn dat de werking van het elektrisch gereedschap nadelig wordt beïnvloed. Laat beschadigde delen repareren voordat u het apparaat gebruikt. Volg de instructies op voor smeren en vervangen van gereedschap. Veel ongevallen worden veroorzaakt door slecht onderhouden elektrisch gereedschap. f) Houd snijgereedschap scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snijkanten klemmen minder snel vast en zijn gemakkelijker te geleiden. g) Gebruik elektrisch gereedschap, toebehoren, inzetgereedschap enz. volgens deze aanwijzingen. Let daarbij op de arbeidsomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch Inhoudsopgave

1. Conformiteitsverklaring

veiligheidsinstructiesNEDERLANDS nl

gereedschap voor andere dan de voorziene toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden. h) Zorg ervoor dat grepen en grijpvlakken droog, schoon en vrij van olie en vet zijn. Gladde grepen en grijpvlakken maken een veilige bediening en de controle van het elektrisch gereedschap in onverwachte situaties onmogelijk.

a) Laat het elektrisch gereedschap alleen repareren door gekwalificeerd en vakkundig personeel en alleen met originele reserveonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het gereedschap behouden blijft. a) Kap-, verstek- en tafelcirkelzagen zijn bestemd voor het snijden van hout en houtachtige producten; zij kunnen niet worden gebruikt voor het snijden van ijzer zoals staven, stangen, schroeven etc. Slijpstof leidt tot het blokkeren van bewegende delen zoals de onderste beschermkap. Vonken van het zagen verbranden de onderste beschermkap, de toevoerplaat en andere kunststof onderdelen. b) Tijdens het gebruik als kap- en verstekzaag: fixeer het werkstuk met klemmen. Gebruik de zaag niet voor het zagen van stukken die te klein zijn om ze vast te zetten. Als uw hand zich te dicht bij het zaagblad bevindt, bestaat een verhoogd letselrisico door contact met het zaagblad. c) Tijdens het gebruik als kap- en verstekzaag: het werkstuk moet onbeweeglijk en vastgeklemd zijn. Schuif het werkstuk niet in het zaagblad, en zaag nooit zonder het vast te zetten. Losse of bewegende werkstukken kunnen met hoge snelheid eruit worden geslingerd en tot letsel leiden. d) Beweeg nooit uw hand boven de beoogde zaaglijn, niet voor, en niet achter het zaagblad. Het vasthouden van het werkstuk "met gekruiste handen", d.w.z. het vasthouden van het werkstuk rechts van het zaagblad met de linker hand of omgekeerd is zeer gevaarlijk. e) Tijdens het gebruik als kap- en verstekzaag: pak bij een draaiend zaagblad nooit achter de aanslag. Onderschrijd nooit een veiligheidsafstand van 100 mm tussen hand en draaiend zaagblad (geldt aan beide zijden van het zaagblad, bijv. bij het verwijderen van houtafval). De nabijheid van het draaiende zaagblad tot uw hand is mogelijk niet herkenbaar en u kunt zwaar letsel oplopen. f) Tijdens het gebruik als kap- en verstekzaag: controleer het werkstuk voor het zagen. Als het werkstuk gebogen of vervormd is, spant u het met de naar buiten gekromde kant richting de aanslag. Zorg er altijd voor, dat zich langs de zaaglijn geen spleet tussen werkstuk, aanslag en tafel bevindt. Gebogen en vervormde werkstukken kunnen zich draaien of verplaatsen en het vastklemmen van het draaiende zaagblad tijdens het zagen veroorzaken. Er mogen zich geen spijkers of vreemde voorwerpen in het werkstuk bevinden. g) Gebruik de zaag pas als er zich geen gereedschap, houtafval etc. meer op de tafel bevindt; Alleen het werkstuk mag zich op de tafel bevinden. Klein afval, losse houtstukken of andere voorwerpen, die in contact komen met het draaiende blad, kunnen met hoge snelheid worden weggeslingerd. h) Zaag nooit meerdere werkstukken tegelijk. Meerdere gestapelde werkstukken kunnen niet goed worden gespannen of vastgehouden en kunnen tijdens het zagen het vastlopen of wegglijden van het blad veroorzaken.

i) Zorg ervoor dat het apparaat voor gebruik

op een vlakke, stevige ondergrond staat. Een vlakke en stevige ondergrond vermindert het gevaar, dat het apparaat instabiel wordt. b) Tijdens het gebruik als kap- en verstekzaag: plan uw werkzaamheden. Let er iedere keer als u de hoek van het zaagblad of de verstekhoek veranderd op, dat de instelbare aanslag juist geplaatst is en het werkstuk ondersteund, zonder met het blad of de beschermkap in contact te komen. Zonder de machine in te schakelen en zonder werkstuk op de tafel dient een volledige zaagbeweging van zaagblad te worden gesimuleerd om ervoor te zorgen, dat er geen sprake is van beperkingen of het gevaar dat in de aanslag wordt gezaagd. k) Zorg er bij werkstukken, die breder of langer dan het tafelblad zijn voor, dat ze goed worden ondersteund, bijv. door een tafelverlenging of zaagbokken. Werkstukken die langer of breder dan de tafel van het apparaat zijn, kunnen kantelen als ze niet goed worden ondersteund. Als een afgezaagd stuk hout of het werkstuk kantelt, kan het de beschermkap optillen of ongecontroleerd door het draaiende blad worden weggeslingerd. l) Laat u niet door andere personen als vervanging voor een tafelverlenging of als extra ondersteuning helpen. Een instabiele ondersteuning van het werkstuk kan tot vastklemmen van het blad leiden. Ook kan het werkstuk tijdens het zagen verschuiven en u en uw hulp in het draaiende blad trekken. m) Het afgezaagde stuk mag niet tegen het draaiende zaagblad worden gedrukt. Als er weinig ruimte is, bijv. bij het gebruik van lange geleidingen, kan het afgezaagde stuk klem komen te zitten samen met het blad en met geweld worden weggeslingerd. n) Laat het blad eerst zijn volle snelheid bereiken voordat u het werkstuk zaagt. Dit vermindert het risico dat het werkstuk wordt weggeslingerd. o) Als het werkstuk vast wordt geklemd of het blad blokkeert, dient u het apparaat uit te schakelen. Wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen en trek de stekker uit het stopcontact. Verwijder vervolgens het vastgelopen materiaal. Als u bij dergelijke blokkeringen verder zaagt, kunt u de controle verliezen of kan het apparaat beschadigd raken.

4.1 Overige veiligheidsinstructies

– Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor personen met technische basiskennis in de omgang met apparaten zoals het hier beschreven apparaat. Wanneer u geen enkele ervaring heeft met dergelijke apparaten, moet u eerst een beroep doen op de hulp van ervaren personen. – De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die ontstaat, omdat de gebruiksaanwijzing niet in acht werd genomen. De informatie in deze gebruiksaanwijzing is als volgt gekenmerkt: Gevaar! Waarschuwing voor lichamelijk letsel of milieuschade. Gevaar voor een elektrische schok! Waarschuwing voor lichamelijk letsel door elektrische schok. Intrekgevaar! Waarschuwing voor lichamelijk letsel door meetrekken van lichaamsdelen of kleding. Let op! Waarschuwing voor materiële scha- de. Opmerking: Aanvullende informatie. Neem de bijzondere veiligheidsinstructies in de betreffende hoofdstukken in acht. Neem eventueel de wettelijke richtlijnen of ongevallenpreventievoorschriften in acht. Algemeen gevaar! Houd rekening met omgevingsinvloeden. Houd de vloer schoon van losse deeltjes zoals bijv. spaanders en zaagafval. Gebruik geschikte oppervlakken voor het zagen van lange werkstukken. Deze machine mag uitsluitend door personen die met dergelijke machines bekend zijn en zich de gevaren bij het werken steeds bewust zijn, in bedrijf gesteld en gebruikt worden. Personen beneden de 18 jaar mogen dit apparaat slechts bedienen in het kader van een beroepsopleiding en onder het voortdurend toezicht van een ervaren leraar. Let erop dat zich geen onbevoegde personen, vooral geen kinderen, in de gevarenzone begeven. Zorg ervoor dat geen andere personen het apparaat of het snoer aanraken. Vermijd het oververhitten van de zaagtanden. Vermijd bij het zagen van kunststoffen dat de kunststof smelt. Gevaar door elektrische stroom! Stel dit apparaat niet bloot aan regen. Gebruik dit apparaat niet in een vochtige of natte omgeving. Vermijd dat u tijdens werkzaamheden met dit apparaat in contact komt met geaarde elementen (zoals bijv. radiatoren, buizen, ovens, koelkasten). Gebruik het snoer niet voor doeleinden waarvoor het niet bedoeld is. Gevaar voor verwondingen en kneuzingen aan bewegende onderdelen! Neem dit apparaat nooit in gebruik zonder gemonteerde veiligheidsvoorzieningen. Houd steeds voldoende afstand tot het zaagblad. Gebruik desnoods geschikte invoerhulpmiddelen. Houd tijdens het gebruik voldoende afstand tot aangedreven onderdelen. Wacht tot het zaagblad stilstaat alvorens kleine werkstukdelen, houtresten enz. uit het werkbereik te verwijderen. Zaag alleen werkstukken die groot genoeg zijn, zodat ze tijdens het zagen veilig vastgeklemd kunnen worden.

Gebruik een spaninrichting of een bankschroef om het werkstuk vast te zetten. Het kan hierdoor beter worden vastgehouden als met de hand. Rem het uitlopende zaagblad niet af door er aan de zijkant tegenaan te drukken. Voor iedere instelling, onderhoud of reparatie dient u de stekker eruit te trekken. Schakel het elektrische apparaat uit, wanneer u het niet gebruikt. Als het apparaat niet wordt gebruikt, dient u de stekker eruit te trekken. Zorg ervoor dat er zich bij het inschakelen (bijvoorbeeld na onderhoudswerkzaamheden) geen montagegereedschap of losse onderdelen meer in het apparaat bevinden. Gevaar voor snijwonden ook bij stilstaand snijgereedschap! Draag veiligheidshandschoenen als u snijgereedschap moet vervangen. Bewaar de zaagbladen zo, dat niemand zich eraan kan verwonden. Tijdens het gebruik als kap- en verstekzaag: Gevaar voor terugslag van de zaagkop (zaagblad blijft in het werkstuk steken en de zaagkop slaat plotseling omhoog)! Let erop dat het gebruikte zaagblad geschikt is voor het materiaal van het werkstuk. Houd de handgreep (9) goed vast. Op het moment waarop het zaagblad insteekt in het werkstuk is het risico op terugslag bijzonder groot. Gebruik voor het zagen van dunne werkstukken of werkstukken met dunne wanden uitsluitend zaagbladen met fijne vertanding. Zorg ervoor dat de zaagbladen steeds scherp zijn. Botte zaagbladen moeten onmiddellijk vervangen worden. Er bestaat een verhoogd risico op terugslag als een botte zaagtand in het oppervlak van het werkstuk vast blijft zitten. Zet het werkstuk niet "op z’n kant". Controleer in geval van twijfel de werkstukken op vreemde voorwerpen (bijvoorbeeld spijkers of schroeven). Zaag nooit meerdere stukken in één keer – ook geen bundels die uit diverse afzonderlijke stukken bestaan. Er is gevaar voor lichamelijk letsel als afzonderlijke stukken zonder steun door het zaagblad worden gegrepen.

4. Speciale veiligheidsinstructiesNEDERLANDSnl

Verwijder kleine werkstukdelen, houtresten enz. uit het werkbereik - het zaagblad moet hiervoor stil staan. Tijdens het gebruik als tafelcirkelzaag: Gevaar door terugslag van werkstukken (werkstuk kan door het zaagblad worden gegrepen en tegen de gebruiker worden geslingerd)! Werk tijdens het gebruik als tafelcirkelzaag uitsluitend met een correct ingesteld splijtwig. Controleer of de afstand splijtwig - zaagblad tussen 3 mm en 8 mm ligt. Voor het gebruik van het apparaat indien nodig laten repareren. Het splijtwig en het gebruikte zaagblad moeten bij elkaar passen: het splijtwig mag niet dikker zijn dan de snijvoegbreedte en niet dunner dan het stamblad. Let erop dat het gebruikte zaagblad geschikt is voor het materiaal van het werkstuk. Gebruik voor het zagen van dunne werkstukken of werkstukken met dunne wanden uitsluitend zaagbladen met fijne vertanding. Zorg ervoor dat de zaagbladen steeds scherp zijn. Botte zaagbladen moeten onmiddellijk vervangen worden. Er bestaat een verhoogd risico op terugslag als een botte zaagtand in het oppervlak van het werkstuk vast blijft zitten. Zet het werkstuk niet "op z’n kant". Controleer in geval van twijfel de werkstukken op vreemde voorwerpen (bijvoorbeeld spijkers of schroeven). Zaag alleen werkstukken die groot genoeg zijn, zodat ze tijdens het zagen veilig vastgeklemd kunnen worden. Zaag nooit meerdere stukken in één keer – ook geen bundels die uit diverse afzonderlijke stukken bestaan. Er is gevaar voor lichamelijk letsel als afzonderlijke stukken zonder steun door het zaagblad worden gegrepen. Verwijder kleine werkstukdelen, houtresten enz. uit het werkbereik - het zaagblad moet hiervoor stil staan. Intrekgevaar! Zorg ervoor dat tijdens het gebruik geen lichaamsdelen of kleding door roterende onderdelen gegrepen en meegetrokken kunnen worden (geen stropdassen, geen handschoenen, geen kleding met wijde mouwen dragen; bij lang haar moet absoluut een haarnet worden gedragen). Zaag nooit werkstukken waaraan touwen, snoeren, banden, kabels of draden hangen of die dergelijke materialen bevatten. Gevaar door onvoldoende persoonlijke beschermingsmiddelen! Draag gehoorbescherming. Draag een veiligheidsbril. Draag een stofmasker. Draag geschikte werkkleding. Draag slipvast schoeisel. Draag de handschoenen bij de omgang met zaagbladen en ruwe werkstukken. Draag de zaagbladen in een container. Gevaar door houtstof! Werk uitsluitend met aangesloten afzuiginstallatie. De afzuiginstallatie moet voldoen aan de in hoofdstuk 17. genoemde waarden. De stofbelasting verminderen: WAARSCHUWING - Sommige stofdeeltjes die worden geproduceerd bij het schuren, zagen, slijpen, boren en ander werk bevatten chemicaliën waarvan bekend is dat ze kanker, geboorteafwijkingen of andere reproductieve schade kunnen veroorzaken. Enkele voorbeelden van deze chemicaliën zijn: - lood van gelode verf, - mineraalstof van bakstenen, cement en andere metselwerkmaterialen, en - arseen en chroom uit chemisch behandeld hout. Het risico dat u hierbij loopt varieert, afhankelijk van hoe vaak u met dit soort werk bezig bent. Om de blootstelling aan deze chemicaliën te verminderen: Werk in een goed geventileerde ruimte en werk met goedgekeurde persoonlijke beschermingsmiddelen zoals stofmaskers die speciaal zijn ontwikkeld voor het filteren van microscopische deeltjes. Dit geldt ook voor stof van andere materialen, zoals sommige houtsoorten (zoals eiken- of beukenstof), metalen, asbest. Andere bekende ziekten zijn bijvoorbeeld allergische reacties, aandoeningen van de luchtwegen. Laat geen stof in uw lichaam komen. Neem de richtlijnen en nationale voorschriften in acht die van toepassing zijn op uw materiaal, personeel, toepassing en locatie (bijv. gezondheids- en veiligheidsvoorschriften, verwijdering). Verzamel de ontstane deeltjes op de plaats waar deze ontstaan, voorkom dat deze neerslaan in de omgeving. Gebruik voor speciale werkzaamheden geschikt toebehoor. Daardoor komen slechts weinig deeltjes ongecontroleerd in de omgeving terecht. Gebruik een geschikte stofafzuiging. Verminder de stofbelasting door: - de vrijkomende deeltjes en de af te voeren luchtstroom van de machine niet op de gebruiker zelf of in de buurt aanwezige personen of op neergeslagen stof te richten, - een afzuiginstallatie en/of een luchtfilter te gebruiken, - de werkplek goed te ventileren en door te stofzuigen schoon te houden. Vegen of blazen wervelt het stof op. - Zuig of was de beschermende kleding. Niet uitblazen, uitslaan of uitborstelen. Gevaar door technische wijzigingen of het gebruik van onderdelen die niet door de fabrikant zijn goedgekeurd en vrijgegeven Monteer dit apparaat zoals in de handleiding wordt aangegeven. Gebruik uitsluitend door de fabrikant vrijgegeven onderdelen. Dit betreft in het bijzonder: – zaagbladen (bestelnummers zie hoofdstuk 13. Toebehoren). – Veiligheidsvoorzieningen. – Zaaglaser. – Zaagbereikverlichting. Voer aan de onderdelen geen wijzigingen uit. Let erop dat het op het zaagblad aangegeven toerental tenminste net zo hoog is als het toerental dat op de zaag wordt vermeld. Gevaar door gebreken aan het apparaat! Controleer het apparaat voor het inschakelen telkens op eventuele beschadigingen: voor het gebruik moet de goede werking van de veiligheidsinrichtingen, beveiligingen of licht beschadigde onderdelen altijd zorgvuldig gecontroleerd worden. Controleer of de bewegende onderdelen correct functioneren en niet klemmen, en of onderdelen beschadigd zijn. Alle onderdelen dienen juist gemonteerd te zijn en te voldoen aan alle voorwaarden om een goede werking van het apparaat te garanderen. Gebruik geen beschadigde of vervormde zaagbladen. Zorg dat het apparaat evenals het toebehoor goed onderhouden wordt. Neem hierbij de onderhoudsvoorschriften in acht. Laat beschadigde beveiligingen en onderdelen deskundig en door een gekwalificeerde vakman repareren of vervangen. Laat beschadigde schakelaars in een servicewerkplaats vervangen. Gebruik dit apparaat niet wanneer u de schakelaar niet kunt in- en uitschakelen. Zorg ervoor dat er zich geen oliën of vetten op de handgrepen bevinden en dat deze droog blijven. Gevaar door lawaai! Draag gehoorbescherming. Let erop dat het splijtwig niet gebogen is. Een gebogen splijtwig drukt het werkstuk zijdelings tegen het zaagblad. Dit veroorzaakt lawaai. Gevaar door blokkerende werkstukken of werkstukdelen! Als er een blokkering optreedt:

1. apparaat uitschakelen,

2. stekker uit het stopcontact trekken,

3. handschoenen dragen,

4. blokkering met geschikt gereedschap

4.2 Symbolen op het apparaat

Lees de gebruiksaanwijzing. Niet in het zaagblad grijpen. Veiligheidsbril en gehoorbescherming dragen. Apparaat niet in vochtige of natte omgeving gebruiken. Laserstraling - niet in de straal kijken. LASER KLASSE 2 De lichtstraal niet op ogen van personen of dieren richten. Informatie op het typeplaatje: (a)Fabrikant (b)Serienummer (c)Apparaatbenaming (d)Motorgegevens (zie ook "Technische gegevens") (e)CE-markering – Dit apparaat voldoet aan de EU-richtlijnen overeenkomstig de conformiteitsverklaring (f) Afvalsymbool – Het apparaat kan via de fabrikant worden afgevoerd. (g)Bouwjaar (h)Afmetingen van toegelaten zaagbladen Zie pagina 2 - 3. 1 Afzuigaansluitstuk 2 Spaanzak 3 Sluiting van de spaanzak 4 Binnenzeskantsleutel / gereedschapsdepot voor binnenzeskantsleutel 5 Splijtwig 6 Spaankap 7 Parallelle aanslag 8 Veiligheidsvergrendeling 9 Zaaggreep 10 Uit-schakelaar van de zaag 11 Aan-schakelaar van de zaag 12 Zijbescherming 13 Boventafel 14 Vergrendelknop voor de vergrendeling van het zaagblad

15 Borgschroeven (voor het instellen van de boventafel) 16 Aan-/uit-schakelaar van de zaaglaser 17 Aan-/uit-schakelaar van de zaagbereikverlichting 18 Transportvergrendeling (bout) 19 Transportvergrendeling (haak) 20 Kabelopwikkeling 21 Zaagbereikverlichting 22 Werkstukspaninrichting 23 Instelbare aanslag 24 Borgschroef (van de aanslag) 25 Laseruitgang 26 Pendel beschermkap 27 Werkstukaanslag (weerszijden) 28 Lengteaanslag (omhoog klapbaar) 29 Tafelverbreding 30 Stelschroef van de tafelverbreding 31 Pal voor de vergrendelposities van de draaitafel 32 Vergrendelgreep (draaitafel) 33 Tafel inlegprofiel 34 Draaitafel 35 Tafel 36 Draaggrepen 37 Schroeven aan de geleidingsrails van de tafelverbreding 38 Hoek instellen 39 Vergrendelingshendel voor hoekverstelling 40 Vergrendelknop (voor het vergroten van de hoek met +/- 2 °) 41 Schuifstok 42 Houder van de schuifstok 43 Werkstukspaninstallatie: achterste boorgat 44 Werkstukspaninstallatie: voorste boorgat 45 Spanschroef met schijf 46 Buitenflens 47 Zaagblad 48 Draairichtingspijl op de afdekking van het zaagblad 49 Binnenflens 50 Zaagbladas 51 Werkstukaanslag instellen: binnenzeskantschroeven 52 Zagen van een bolle (krom getrokken) plank

Let op! Draag de zaag niet aan de veiligheidsinrichtingen. Niet aan de zaaggreep (9) dragen. Voor het dragen aan beide kanten onder de ondertafel vastpakken. Apparaat met behulp van een tweede persoon naar boven uit de verpakking tillen.

6.2 Tafelverbreding (29) monteren

1. Rechter en linker tafelverbreding uit de

transportverpakking halen.

2. Schroeven (37) aan de geleidingen van de

helemaal in de opname schuiven. De tafelverbreding met omhoog geklapte lengte- aanslag (28) op de rechter kant monteren.

4. Apparaat aan de voorpoten optillen,

voorzichtig achterover kantelen en tegen het kantelen beveiligd plaatsen.

5. Schroeven (37) aan de geleidingen weer

6. Apparaat aan de voorpoten vastpakken,

voorzichtig voorover kantelen en neerzetten.

Voor het veilige werken moet het apparaat op een stabiele ondergrond worden bevestigd. – Als ondergrond kan of een vast gemonteerd werkblad of werkbank worden gebruikt. – Het apparaat moet ook tijdens het bewerken van grotere werkstukken veilig staan. – Voor ieder zaagproces dient u erop te letten, dat de machine veilig staat. – Lange werkstukken dienen met geschikt toebehoor extra te worden ondersteund. Opmerking: Voor mobiel gebruik kan het apparaat op een triplex- of multiplex plaat (500 mm x 500 mm, tenminste een dikte van 19 mm) worden vastgeschroefd. Tijdens het gebruik moet de plaat met een bankschroef op een werkbank worden bevestigd.

1. Apparaat vastschroeven op de ondergrond.

zaagkop zaaggreep (9) een beetje naar beneden drukken en vasthouden. Transportvergrendeling (18) eruit trekken.

4. Zaagkop langzaam naar boven zwenken.

Let op! Transporteer de zaag niet aan de veiligheidsinrichtingen. Niet aan de zaaggreep (9) dragen. Het zaagblad moet voor het transport door de spaankap (6) worden verdekt. Gevaar! Apparaat uitschakelen, netstekker uit het stopcontact trekken, wachten totdat het apparaat stil staat.

1. Draaitafel in de 0°-positie draaien,

vergrendelgreep (22) voor de draaitafel vast draaien (zie hoofdstuk 7.5).

2. Hoek van de kantelarm tot de verticale positie

op 0° zetten, vergrendelingshendel (39) voor het instellen van de hoek is vast draaien (zie hoofdstuk 7.4).

3. Bij een naar boven gezwenkte zaagkop, de

zijbescherming (12) van links op het tafelinlegprofiel (33) plaatsen en naar benden drukken. Controleer de juiste bevestiging.

4. Veiligheidsvergrendeling (8) drukken en de

zaagkop aan de zaaggreep (9) helemaal naar beneden zwenken

7. Stelschroeven (30) los draaien,

tafelverbredingen (29) helemaal erin schuiven en met de stelschroeven (30) vergrendelen.

8. Apparaat aan beide zijden, aan de

draaggrepen (36) optillen en dragen.

7.1 Aan-/uit-schakelaar van de zaag

Motor inschakelen: aan-schakelaar (11) drukken. Motor uitschakelen: uit-schakelaar (10) drukken.

7.2 Aan-/uit-schakelaar van de

zaagbereikverlichting (17) (Tijdens het gebruik als kap- en verstekzaag) Verlichting van het zaagbereik aan- en uitschakelen. Gevaar! De lichtstraal niet op ogen van personen of dieren richten.

7.3 Aan-/uit-schakelaar van de

zaaglaser (16) (Tijdens het gebruik als kap- en verstekzaag) Zaaglaser aan- en uitschakelen. De zaaglaser markeert een lijn links langs de zaagsnede. Probeer het uit om aan de positionering te wennen. Gevaar! LASERSTRALEN

(Tijdens het gebruik als kap- en verstekzaag) Na het losmaken van de vergrendelingshendel (39) kan de zaag traploos tussen 0° en 45° naar links ten opzichte van de loodrechte positie worden ingesteld (38). Druk tijdens het instellen op de vergrendelknop (40) om ook een hoek van maximaal 47° naar links ten opzichte van de loodrechte positie c.q. tot 2° naar rechts ten opzichte van de loodrechte positie in te stellen. Gevaar! Om ervoor te zorgen dat de hoek tijdens het zagen niet kan veranderen, moet de vergrendelingshendel (39) van de kantelarm worden vastgedraaid.

(Tijdens het gebruik als kap- en verstekzaag) Voor versteksneden kan de draaitafel na het losmaken van de vergrendelgreep (32) en het drukken van de pal (31) 52° naar links of 52° naar rechts worden gedraaid. Op deze manier wordt de zaaghoek ten opzichte van de aanleunrand van het werkstuk veranderd. Bij omhoog geschoven pal (31) vergrendelt de draaitafel in de hoeken 0°, 15°, 22,5°, 31,6° en 45°. Bij een helemaal teruggeschoven pal (31) is de vergrendelfunctie gedeactiveerd. Gevaar! Om ervoor te zorgen dat de verstekhoek tijdens het zagen niet kan veranderen, moet de vergrendelgreep (32) van de draaitafel (ook in de rustposities!) worden vastgedraaid.

(Tijdens het gebruik als kap- en verstekzaag) De werkstukaanslag (27) ondersteunt het werkstuk aan beide zijden van de zaagsnede. De werkstukaanslag (27) verhindert, dat een werkstuk tijdens het zagen kan worden bewogen. De werkstukaanslag moet tijdens het gebruik altijd gemonteerd zijn. De instelbare aanslag (23) aan de werkstukaanslag moet voor schuine zaagsnedes na het losdraaien van de borgschroef (24) worden verschoven. Let erop, dat de instelbare aanslag (23) juist ingesteld is en het werkstuk zo goed mogelijk ondersteunt, zonder met het zaagblad of de pendel beschermkap in contact te komen. Met borgschroef (24) vergrendelen.

7.7 De parallelle aanslag

(Tijdens het gebruik als tafelcirkelzaag) De montage van de parallelle aanslag (7) geschiedt op de boventafel (13). De borgschroef moet naar voren gericht zijn. De parallelle aanslag kan na losdraaien van de borgschroef worden afgenomen en omgezet.

(Tijdens het gebruik als tafelcirkelzaag) De boventafel (13) kan in hoogte worden versteld om de zaaghoogte aan te passen.

8.1 Spaanzak / afzuiginstallatie

aansluiten Gevaar! Sommige soorten houtstof (bijvoorbeeld van beuken-, eiken- en essenhout) kunnen bij inademing kankerverwekkend zijn.

6. Uitpakken, montage, plaatsen

7. Het apparaat in detail

– Werk alleen met een gemonteerde spaanzak of een geschikte afzuiginstallatie. – Gebruik bovendien een stofmasker omdat niet al het zaagstof opgevangen c.q. afgezuigd wordt. – Maak de spaanzak regelmatig leeg. Draag tijdens het legen een stofmasker. Als u het apparaat met de meegeleverde spaanzak in gebruik neemt: Steek de spaanzak (2) op de spaanafzuiging (1). Let erop dat de sluiting (3) van de spaanzak gesloten is. Als u het apparaat aan een spaanafzuiginstallatie aansluit: Gebruik voor het aansluiten aan de spaanafzuiging een geschikte adapter (zie hoofdstuk 13. "Toebehoren"). Let erop dat de spaanafzuiginstallatie voldoet aan de in hoofdstuk 17. "Technische gegevens" genoemde eisen. Lees ook de handleiding voor de bediening van de spaanafzuiginstallatie!

8.2 Werkstukspaninrichting monteren

(Tijdens het gebruik als kap- en verstekzaag) De werkstukspaninrichting (22) kan in twee posities gemonteerd worden: –Voor brede werkstukken: werkstukspaninrichting in het achterste boorgat (43) van de tafel schuiven. –Voor smalle werkstukken: werkstukspaninrichting in het voorste boorgat (44) van de tafel schuiven.

Gevaar! Elektrische spanning Het apparaat mag uitsluitend worden aangesloten op een stroombron die aan de hierna volgende voorwaarden voldoet (zie ook hoofdstuk 17. "Technische gegevens"): – Netspanning en -frequentie moeten overeenstemmen met de waarden op het typeplaatje van het apparaat; – De stroomkring dient vakkundig beveiligd te worden met een differentieelschakelaar die aanslaat bij een lekstroom van 30 mA. – De stopcontacten moeten reglementair geïnstalleerd, geaard en goedgekeurd zijn. Het snoer moet zo gelegd worden dat het de werkzaamheden niet kan bemoeilijken en dat het snoer niet beschadigd kan raken. Gebruik als verlengsnoer alleen snoeren met rubbermantel en voldoende diameter (3 × 1,5 mm

Gebruik verlengsnoeren voor gebruik buitenshuis. Gebruik buitenshuis alleen hiervoor toegelaten en overeenkomstig gekenmerkte verlengsnoeren.

Voorkom het per ongeluk starten. Controleer of de aan-/uit-schakelaar is uitgeschakeld wanneer de stekker in het stopcontact wordt gestoken.

Gebruik het apparaat uitsluitend in een droge omgeving.

Het snoer moet beschermd worden tegen hitte, bijtende vloeistoffen en scherpe randen.

Trek de stekker niet aan het snoer uit het stopcontact.

9.1 Veiligheidsvoorzieningen

Pendel beschermkap (26) De pendel beschermkap verhindert ongewild contact met het zaagblad en biedt bescherming tegen rondvliegende spaanders. De pendel beschermkap moet altijd vanzelf in de uitgangspositie terugkeren: als de zaagkop naar boven is gezwenkt, moet het zaagblad rondom afgedekt zijn. Veiligheidsvergrendeling (8) Alleen als de veiligheidsvergrendeling wordt geactiveerd, gaat de pendel beschermkap open en kan de zaag zakken. Werkstukaanslag (27) De werkstukaanslag (27) ondersteunt het werkstuk aan beide zijden van de zaagsnede. De werkstukaanslag (27) verhindert, dat een werkstuk tijdens het zagen kan worden bewogen. De werkstukaanslag moet tijdens het gebruik altijd gemonteerd zijn. De instelbare aanslag (23) aan de werkstukaanslag moet voor schuine zaagsnedes na het losdraaien van de borgschroef (24) worden verschoven. Let erop, dat de instelbare aanslag (23) juist ingesteld is en het werkstuk zo goed mogelijk ondersteunt, zonder met het zaagblad of de pendel beschermkap in contact te komen. Met borgschroef (24) vergrendelen.

Gevaar! Voor het instellen van het apparaat: apparaat uitschakelen, netstekker uit het stopcontact trekken, wachten totdat het apparaat stil staat. Gevaar voor beknelling! Pak tijdens het instellen van de hoogte van de boventafel (13) niet in het gebied tussen de boventafel en de zaagkop! Gevaar! Bij het losdraaien van de borgschroeven (15) kan de boventafel (13) plotseling naar boven veren. De boventafel met één hand vasthouden.

1. Beide borgschroeven (15) losdraaien. De

boventafel (13) wordt door de veerkracht naar boven gedrukt om de boventafel in zijn bovenste stand te brengen. Beide borgschroeven (15) weer vastdraaien.

zaagkop zaaggreep (9) een beetje naar beneden drukken en vasthouden. Transportvergrendeling (18) eruit trekken.

4. Zaagkop langzaam naar boven zwenken.

5. Bij een naar boven gezwenkte zaagkop, de

zijbescherming (12) verwijderen en aan de kant leggen. Controleer voor de werkzaamheden of de veiligheidsvoorzieningen feilloos functioneren. Controleer voor de werkzaamheden, of het bovenste gedeelte van het zaagblad volledig is omsloten resp. afgedekt. Let steeds op een juiste werkhouding tijdens het zagen: – neem plaats aan de bedienkant; – tegenover het zaagblad; – naast het opstuivende zaagsel. Gevaar! Fixeer het werkstuk altijd met de werkstukspaninrichting (22). Het kan hierdoor beter worden vastgehouden als met de hand. Gevaar voor beknelling! Pak tijdens het kantelen of zwenken van de zaagkop niet in het scharnierbereik of onder het apparaat! Houd tijdens het kantelen de zaagkop vast. Gebruik tijdens de werkzaamheden: – Werkstuksteunen – bij lange werkstukken, die na het afzagen van de tafel zouden vallen; – Spaanzak of spaanafzuiginstallatie. – Persoonlijke beschermende uitrusting. Zaag alleen werkstukken die groot genoeg zijn, zodat ze tijdens het zagen veilig vastgeklemd kunnen worden. Druk het werkstuk tijdens het zagen steeds op de tafel en plaats het nooit op zijn kant. Probeer het zaagblad ook niet af te remmen door middel van zijdelingse druk. Er bestaat een risico op ongevallen als het zaagblad geblokkeerd wordt.

9.3 Rechte zaagsnedes

Uitgangspositie: – Transportvergrendeling (18) eruit getrokken. – Zaagkop naar boven gezwenkt. – Draaitafel staat in 0°-positie, vergrendelgreep (32) voor de draaitafel is vastgetrokken (zie hoofdstuk 7.5). – Hoek van de kantelarm tot de verticale positie bedraagt 0°, vergrendelingshendel (39) voor het instellen van de hoek is vastgetrokken (zie hoofdstuk 7.4). – Verstelbare aanslag (23) instellen en vergrendelen (zie hoofdstuk 7.6). Werkstuk zagen:

1. Werkstuk tegen de aanslag (27) drukken en

met de werkstukspaninrichting (22) vastklemmen.

2. Aan-schakelaar (11) indrukken.

3. Veiligheidsvergrendeling (8) activeren.

4. Zaagkop aan de zaaggreep (9) langzaam

helemaal naar beneden laten zakken. Tijdens het zagen de zaagkop slechts zo stevig op het werkstuk drukken, dat het motortoerental niet te sterk daalt.

5. Werkstuk in één keer doorzagen.

6. Zaagkop langzaam in de bovenste

uitgangspositie terug laten zwenken.

7. Uit-schakelaar (10) indrukken.

Uitgangspositie: – Transportvergrendeling (18) eruit getrokken. – Zaagkop naar boven gezwenkt. – Hoek van de kantelarm tot de verticale positie bedraagt 0°, vergrendelingshendel (39) voor het instellen van de hoek is vastgetrokken (zie hoofdstuk 7.4). – Verstelbare aanslag (23) instellen en vergrendelen (zie hoofdstuk 7.6). Werkstuk zagen:

1. Vergrendelgreep (32) van de draaitafel

losdraaien en de pal (31) losdraaien.

2. Gewenste hoek instellen (zie hoofdstuk 7.5).

3. Vergrendelgreep (32) van de draaitafel

4. Werkstuk zagen zoals beschreven bij "Rechte

Uitgangspositie: – Transportvergrendeling (18) eruit getrokken. – Zaagkop naar boven gezwenkt. – Draaitafel staat in 0°-positie, vergrendelgreep (32) voor de draaitafel is vastgetrokken (zie hoofdstuk 7.5). – Verstelbare aanslag (23) instellen en vergrendelen (zie hoofdstuk 7.6). Werkstuk zagen:

1. Vergrendelhendel (39) voor het instellen van

de hoek aan de achterkant van de zaag los maken.

2. Kantelarm langzaam in de gewenste positie

kantelen (zie hoofdstuk 7.4).

3. Vergrendelhendel (39) voor het instellen van

de hoek vasttrekken.

4. Werkstuk zagen, zoals beschreven bij "Rechte

9.6 Dubbele versteksnedes

Opmerking: De dubbele versteksnede is een combinatie uit een versteksnede en een schuine snede. Dat betekent, het werkstuk wordt schuin in richting

van de achterste aanleunrand en schuin naar de bovenkant gezaagd. Gevaar! Bij de dubbele versteksnede is het zaagblad vanwege de vergrootte hoek makkelijker toegankelijk – hierdoor bestaat een verhoogd letselrisico. Houd steeds voldoende afstand tot het zaagblad! Uitgangspositie: – Transportvergrendeling (18) eruit getrokken. – Zaagkop naar boven gezwenkt. – Draaitafel in gewenste positie vergrendeld. (Zie hoofdstuk 7.5). – Kantelarm in gewenste hoek ten opzichte van het werkstukoppervlak gekanteld en vergrendeld. (Zie hoofdstuk 7.4). – Verstelbare aanslag (23) instellen en vergrendelen (zie hoofdstuk 7.6). Werkstuk zagen: Werkstuk zagen, zoals beschreven bij "Rechte zaagsnedes".

10.1 Veiligheidsvoorzieningen

Spaankap De spaankap (6) verhindert ongewild contact met het zaagblad en biedt bescherming tegen rondvliegende spaanders. Het is niet toegestaan om zonder spaankap te werken. Splijtwig De splijtwig (5) moet verhinderen dat een werkstuk door de achterkant van het zaagblad omhoog geduwd kan worden en eventueel tegen de operator aan geslingerd wordt. Het is niet toegestaan om zonder splijtwig te werken. Zijbescherming De zijbescherming (12) beschermt tegen onbedoeld aanraken van het zaagblad. De zijbescherming moet tijdens het gebruik altijd correct gemonteerd zijn. Alleen dan kan de tafelcirkelzaag worden gebruikt. Schuifstok De schuifstok (41) is een verlenging van de hand en beschermt tegen ongewild contact met het zaagblad. De schuifstok moet altijd gebruikt worden als de afstand tussen het zaagblad en een parallelaanslag kleiner is dan 120 mm. De schuifstok moet in een hoek van 20° … 30° t.o.v. het oppervlak van de zaagtafel worden geleid. Als de schuifstok beschadigd is, moet hij worden vervangen. Bevestig de schuifstok aan zijn houder (42) als het niet gebruikt wordt.

Gevaar! Voor het instellen van het apparaat: apparaat uitschakelen, netstekker uit het stopcontact trekken, wachten totdat het apparaat stil staat.

1. Draaitafel in de 0°-positie draaien,

vergrendelgreep (22) voor de draaitafel vast draaien (zie hoofdstuk 7.5).

2. Hoek van de kantelarm tot de verticale positie

op 0° zetten, vergrendelingshendel (39) voor het instellen van de hoek is vast draaien (zie hoofdstuk 7.4).

3. Bij een naar boven gezwenkte zaagkop, de

zijbescherming (12) van links op het tafelinlegprofiel (33) plaatsen en naar benden drukken. Controleer de juiste bevestiging.

4. Veiligheidsvergrendeling (8) drukken en de

zaagkop aan de zaaggreep (9) helemaal naar beneden zwenken

drukken. Gevaar voor beknelling! Pak tijdens het instellen van de hoogte van de boventafel (13) niet in het gebied tussen de boventafel en de zaagkop! Gevaar! Bij het losdraaien van de borgschroeven (15) kan de boventafel (13) plotseling naar boven veren. De boventafel met één hand vasthouden.

7. Beide borgschroeven (15) losdraaien. De

boventafel (13) wordt door de veerkracht naar boven gedrukt. Gevaar! Voorwerpen of lichaamsdelen die zich binnen de instelruimte bevinden, kunnen door een draaiend zaagblad meegesleurd worden! Begin dus nooit met het instellen van de zaaghoogte voordat het zaagblad helemaal tot stilstand gekomen is! De zaaghoogte van het zaagblad moet aangepast worden aan de hoogte van het werkstuk: de spaankap moet aan de voorzijde met de onderkant op het werkstuk liggen.

8. De zaaghoogte instellen door het naar benden

drukken van de boventafel. Beide borgschroeven (15) weer stevig vastdraaien.

9. Let erop, dat de boventafel veilig is bevestigd

met de borgschroeven (15). Controleer of alles goed functioneert alvorens met de werkzaamheden te beginnen: – splijtwig; –zijbescherming; – spaankap; – hulpstukken (schuifstok resp. schuifhout en greep). Let erop dat de machine stabiel gepositioneerd is. Let steeds op een juiste werkhouding tijdens het zagen: – neem plaats aan de bedienkant; – tegenover het zaagblad; – links van het opstuivende zaagsel; – Bij bediening met twee personen moet de tweede persoon op voldoende afstand van de zaag staan. Gebruik tijdens de werkzaamheden: – Werkstuksteunen – bij lange werkstukken, die na het afzagen van de tafel zouden vallen; – Spaanzak of spaanafzuiginstallatie. – Persoonlijke beschermende uitrusting. Zaag alleen werkstukken die groot genoeg zijn, zodat ze tijdens het zagen veilig vastgeklemd kunnen worden. Druk het werkstuk tijdens het zagen steeds op de tafel en plaats het nooit op zijn kant. Probeer het zaagblad ook niet af te remmen door middel van zijdelingse druk. Er bestaat een risico op ongevallen als het zaagblad geblokkeerd wordt.

Gevaar! De schuifstok moet altijd gebruikt worden als de afstand tussen het zaagblad en een parallelaanslag kleiner is dan 120 mm.

1. Zaaghoogte instellen. Aan de voorkant moet

de spaankap volledig op het werkstuk liggen.

2. Indien nodig de parallelle aanslag monteren,

borgschroef naar voren.

3. Zaagbreedte met de parallelle aanslag

5. Het werkstuk gelijkmatig naar achteren

schuiven en in een werkproces doorzagen.

6. Schakel het apparaat uit als u niet onmiddellijk

verder werkt. Gevaar! Vóór iedere instelling, elk onderhoud of iedere reparatie de stekker uit het stopcontact trekken. Voor alle onderhouds- en reinigingswerkzaamheden dient de stekker eruit te worden getrokken. – Andere dan de in dit hoofdstuk beschreven onderhouds- of reparatiewerkzaamheden mogen uitsluitend door geschoold personeel worden uitgevoerd. – Beschadigde onderdelen, in het bijzonder veiligheidsvoorzieningen, mogen alleen door originele onderdelen worden vervangen. Onderdelen die niet gekeurd en vrijgegeven zijn door de fabrikant kunnen onvoorzienbare beschadigingen veroorzaken. – Nadat u klaar bent met de service en- onderhoudswerkzaamheden, moet alle veiligheidsvoorzieningen weer worden ingeschakeld en gecontroleerd worden.

11.1 Zaagblad vervangen

Gevaar voor brandwonden! Onmiddellijk na het zagen kan het zaagblad erg heet zijn. Laat een heet zaagblad eerst voldoende afkoelen. Reinig een heet zaagblad niet met brandbare vloeistoffen. Gevaar voor snijwonden bestaat ook als het zaagblad stil staat! Tijdens het losdraaien en vastdraaien van de stelschroef (45) moet de pendel beschermkap (26) over het zaagblad gezwenkt zijn. Bij het vervangen van een zaagblad moet u veiligheidshandschoenen dragen.

1. Stekker uit het stopcontact trekken. (Zie

(14) drukken en hierbij het zaagblad met de andere hand draaien, totdat de vergrendelknop (14) vastklikt. Vergrendelknop (14) ingedrukt houden.

4. Stelschroef met schijf (45) op de zaagas met

een binnenzeskantsleutel (4) rechtsom eraf schroeven (linkse schroefdraad!).

5. Veiligheidsvergrendeling (8) los maken en

pendel beschermkap (26) naar boven schuiven en hier houden.

6. Buitenflens (46) en zaagblad (47) voorzichtig

van de zaagas nemen en pendel beschermkap weer sluiten. Gevaar! Gebruik geen schoonmaakmiddelen (bijvoorbeeld om harsresten te verwijderen) die de lichtmetalen delen zouden kunnen beschadigen. De stabiliteit van de zaag zou erdoor kunnen worden beperkt.

7. Spanvlak reinigen:

–zaagas (50), –zaagblad (47), – buitenflens (46), – binnenflens (49). Gevaar! Binnenflens correct opleggen! De zaag kan anders blokkeren of het zaagblad kan losraken! De binnenflens zit goed, als de ringgroef naar het zaagblad en de vlakke kant naar de motor wijst.

pendel beschermkap (26) naar boven schuiven en hier houden. 10.Nieuw zaagblad plaatsen – let op de draairichting: Van de linker (geopende) kant gezien, moet de pijl op het zaagblad

10. Bediening / gebruik als

overeenkomen met de pijlrichting (48) op de zaagbladafdekking! Gevaar! Gebruik alleen zaagbladen die voldoen aan de in deze gebruiksaanwijzing genoemde eisen en kenmerken. Gebruik alleen geschikte zaagbladen die overeenkomen met het maximale toerental (zie "Technische gegevens") – bij ongeschikte, beschadigde of vervormde zaagbladen kunnen onder invloed van de middelpuntvliedende kracht delen weggeslingerd worden. Zaagbladen die zijn ontworpen voor het zagen van hout of dergelijke materialen, moeten voldoen aan EN 847-1. Niet gebruiken: – zaagbladen van hooggelegeerd sneldraaistaal (HSS); –beschadigde of vervormde zaagbladen; – slijpschijven. – Geen zaagbladen gebruiken waarvan de stambladdikte groter is dan de dikte van het splijtwig. Gevaar! – Het zaagblad moet gemonteerd worden met originele onderdelen. – Gebruik nooit losse spanringen. Het zaagblad zou vanzelf los kunnen raken. – De zaagbladen moeten uitgebalanceerd zijn. Ze mogen niet trillen, anders kunnen ze tijdens het werken vanzelf loskomen. 11.Pendel beschermkap (26) weer sluiten. 12.Buitenflens (46) erop schuiven – de vlakke kant moet naar de motor wijzen! 13.Stelschroef met schijf (45) linksom erop schroeven (linkse schroefdraad!) en met de hand vastdraaien. 14.Zaagblad vergrendelen: de vergrendelknop (14) indrukken en hierbij het zaagblad met de andere hand draaien, totdat de vergrendelknop vastklikt. Vergrendelknop ingedrukt houden. Gevaar! – Zeskantsleutel niet verlengen. –Sla niet op de zeskantsleutel om de stelschroef vast te draaien. 15.Stelschroef (45) met de zeskantsleutel (4) stevig vastdraaien. 16.Functionaliteit controleren. Hiervoor de veiligheidsvergrendeling (8) losdraaien en de zaag naar beneden klappen: – de pendel beschermkap moet het zaagblad bij het naar beneden zwenken vrijgeven, zonder andere onderdelen aan te raken. – Bij het omhoog klappen van de zaag in de uitgangspositie moet de pendel beschermkap het zaagblad automatisch afdekken. – Zaagblad met de hand draaien. Het zaagblad moet in iedere mogelijke positie kunnen draaien, zonder andere onderdelen aan te raken.

11.2 Tafel inlegprofiel vervangen

Gevaar! Als het tafel inlegprofiel (33) beschadigd is, bestaat het risico dat kleine voorwerpen tussen het tafel inlegprofiel en het zaagblad vastklemmen en het zaagblad blokkeren. Beschadigde tafel inlegprofielen moeten onmiddellijk vervangen worden!

1. Schroeven van het tafel inlegprofiel

losdraaien. Indien nodig de draaitafel draaien en zaagkop kantelen, om de schroeven te kunnen bereiken.

2. Tafel inlegprofiel verwijderen.

3. Nieuw tafel inlegprofiel plaatsen.

4. Schroeven van het tafelinlegprofiel

11.3 Werkstukaanslag instellen

1. Binnenzeskantschroeven (51) losdraaien.

2. Werkstukaanslag (27) zo instellen, dat hij

precies haaks op het zaagblad staat als de draaitafel in de 0°-positie vastklikt.

Zaagsel en stof met een borstel of stofzuiger verwijderen van/uit: – instelinstallaties; – bedieningselementen; – koelopening van de motor; – ruimte onder het inlegprofiel; – zaaglaser; – zaagbereikverlichting

11.5 Apparaat bewaren

Gevaar! Sla het apparaat zo op dat het niet door onbevoegden in werking kan worden gesteld. Zorg ervoor dat zich niemand aan het staande apparaat kan verwonden. Let op! Het apparaat niet buitenshuis of in een vochtige omgeving bewaren. Toelaatbare omgevingsomstandigheden in acht nemen (zie hoofdstuk 17. Technische gegevens).

Voor iedere ingebruikname Verwijder zaagsel met stofzuiger of borstel. Snoer en stekker op beschadigingen controleren en indien nodig laten vervangen door een elektricien. Alle bewegende onderdelen controleren, of zij over het gehele bewegingsbereik vrij kunnen bewegen. Werk uitsluitend met een juist ingestelde splijtwig. Controleer of de afstand splijtwig - zaagblad tussen 3 mm en 8 mm ligt. Voor het gebruik van het apparaat indien nodig laten repareren. Controleer, of de pendel beschermkap (26) feilloos functioneert en niet klemt. Hij moet het zaagblad bij het naar beneden zwenken vrijgeven, zonder andere onderdelen aan te raken. Bij het omhoog klappen van de zaag in de uitgangspositie moet hij het zaagblad automatisch afdekken. Laat beschadigde of niet correct functionerende delen repareren voordat u het apparaat gebruikt. Controleer het tafel inlegprofiel (33). Een beschadigd tafel inlegprofiel moet onmiddellijk worden vervangen. Controleer, of de veiligheidsvoorzieningen in de hiervoor bestemde posities bevinden; in het bijzonder na een ombouw van tafelcirkelzaag naar kap- en verstekzaag en omgekeerd. Laat beschadigde of niet correct functionerende delen repareren voordat u het apparaat gebruikt. Regelmatig, afhankelijk van de werkomstandigheden Controleer regelmatig de aansluitkabel van het elektrisch gereedschap en laat deze, wanneer schade wordt geconstateerd, door een erkend vakman vervangen. Controleer de verlengingskabels regelmatig en vervang deze wanneer ze beschadigd zijn. Controleer alle schroefverbindingen en draai ze indien nodig vast. Reset functie van de zaagkop controleren (zaagkop moet door veerkracht in de bovenste uitgangspositie terugkeren), indien nodig de veer laten vervangen. Geleidingselementen smeren. – Gebruik bij lange werkstukken links en rechts van de zaag geschikte ondersteuningen. – Bij schuine snedes dient u het werkstuk rechts van het zaagblad vast te houden. – Tijdens het zagen van kleine stukken de extra aanslag gebruiken (als extra aanslag kan bijv. een passende houten plaat worden gebruikt, dat wordt vastgeschroefd aan de aanslag van het apparaat). – Tijdens het zagen van ronde (vervormde) planken (52) de naar buiten vervormde kant tegen de werkstukaanslag plaatsen. – Werkstukken niet rechtop zagen, maar plat op de draaitafel leggen. – Houd de oppervlakken van de tafel schoon; in het bijzonder harsresten moeten met een geschikt reinigings- en onderhoudsspray worden verwijderd. Gebruik alleen origineel Metabo toebehoor. Gebruik alleen toebehoor dat voldoet aan de in deze gebruiksaanwijzing genoemde eisen en kenmerken. LET OP! Het gebruik van ander inzetgereedschap en ander toebehoor brengt gevaar van letsel met zich mee. A Onderhouds- en verzorgingsspray voor het verwijderen van harsresten en voor het conserveren van metalen oppervlakken.

B Zuigadapter Multi voor het aansluiten van zuigslangen met 44, 58 of 100 mm aansluitstuk

C Metabo alleszuiger (zie catalogus) D Onderstellen: Universeel machine-onderstel UMS: 6.31317 Machinesteun KSU 251: 6.29005 Machinesteun KSU 401: 6.29006 E Rolonderstel: RS 420 0910053353 F Zaagblad Precision Cut Classic 6.28064 305 x 30 x 2,4/1,8 56 WZ 5° neig voor langs- en dwarsrichting in massief hout en spaanplaat G Zaagblad Precision Cut 6.28227 305 x 30 x 2,4/1,8 48 WZ 5° neig voor snelle langs- en dwarsrichting in massief hout en spaanplaat H Zaaglbad Multi Cut 6.28091 305 x 30 x 2,8/2,0 96 FZ/TZ 5° neig, voor langs-en dwarsrichting in gecoat materiaal, laminaat, kunststof en aluminium profielen Compleet toebehorenprogramma, zie www.metabo.com of de catalogus. Gevaar! Reparaties aan elektrische werktuigen mogen alleen uitgevoerd worden door elektrotechnici! Dit elektrisch gereedschap voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen. Reparaties mogen alleen door een erkend vakman uitgevoerd worden bij gebruik van originele reserveonderdelen; anders kan er een gevaarlijke situatie voor de gebruiker ontstaan. Neem voor elektrisch gereedschap van Metabo dat gerepareerd dient te worden contact op met uw Metabo-vertegenwoordiging. Zie voor adressen www.metabo.com. Zaagbereikverlichting (17) en zaaglaser (16) niet vervangen door een ander type. Een defecte stroomkabel mag alleen worden vervangen door een speciale, orginele beschermde stroomkabel van Metabo. Dit is verkrijgbaar via de Metabo Service. Onderdeellijsten kunt u via www.metabo.com downloaden. Neem de nationale voorschriften in acht voor een milieuvriendelijke verwijdering en de recycling van afgedankte machines, verpakkingen en toebehoren.

Uitsluitend voor EU-landen: geef uw elektrisch gereedschap nooit met het huisvuil mee! Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU inzake gebruikte elektrische en elektronische apparaten en de vertaling hiervan in de nationale wetgeving dienen oud elektrisch gereedschap gescheiden te worden ingezameld en op milieuvriendelijke wijze te worden afgevoerd. Hierna worden problemen en storingen beschreven, die u zelf mag verhelpen. Als de hier beschreven maatregelen niet verder helpen, kunt u een kijkje nemen in hoofdstuk 14. "Reparatie". Gevaar! In combinatie met problemen en storingen gebeuren bijzonder vaak ongelukken. Neem daarom het volgende in acht: Trek iedere keer voordat u een storing verhelpt de stekker eruit. Nadat de storing verholpen is, moet alle veiligheidsvoorzieningen weer worden ingeschakeld en gecontroleerd worden. De motor draait niet Er is geen spanning: Controleer het snoer, de stekker, het stopcontact en de zekering. Geen kapfunctie Transportvergrendeling (18) vergrendeld: Transportvergrendeling (18) eruit trekken. Transportvergrendeling (19) vergrendeld: Transportvergrendeling (19) uithaken. Veiligheidsvergrendeling (8) vergrendeld: Veiligheidsvergrendeling (8) drukken Zaagvermogen is te laag Het zaagblad is bot (het zaagblad vertoont eventueel brandvlekken aan de zijkant); Zaagblad is niet geschikt voor het materiaal (zie hoofdstuk 13."Toebehoren"); Zaagblad vervormd: zaagblad vervangen (zie hoofdstuk 11. "Onderhoud"). Zaagblad vibreert krachtig Zaagblad vervormd: zaagblad vervangen (zie hoofdstuk 11. "Onderhoud"). Zaagblad is niet correct gemonteerd: zaagblad correct monteren (zie hoofdstuk 11. "Onderhoud"). Draaitafel loopt stroef Zaagspanen onder de draaitafel: zaagspanen verwijderen. Boventafel (13) kan, tijdens het gebruik als tafelcirkelzaag, niet zakken Zijbescherming (12) correct monteren. Toelichting op de gegevens van pagina 4. Wijzigingen en technische verbeteringen voorbehouden. U=netspanning I =nominale stroom F =min. beveiliging

=toerental bij onbelast draaien

=max. zaagsnelheid D =grootste / kleinste zaagbladdiameter (buiten) d = zaagbladboring (binnen) b = max. tandbreedte van het zaagblad c = dikte van de splijtwig A =afmetingen (lxbxh) m=gewicht T =omgevingstemperatuurbereik Eisen voor een spaanafzuiginstallatie:

=aansluitdiameter van de afzuigkoker

=minimum luchtdebiet

=minimum onderdruk aan de afzuigkoker

=minimum luchtsnelheid aan de afzuigkoker H = zaagdiepte tijdens het gebruik als tafelcirkelzaag Maximale doorsnede van het werkstuk tijdens het gebruik als kap- en verstekzaag zie tabel op pagina 4. ~ Wisselstroom Machine van beveiligingsklasse II De vermelde technische gegevens zijn tolerantiewaarden (overeenkomstig de betreffende geldige norm). Emissiewaarden Deze waarden maken een beoordeling van de emissie van het elektrisch gereedschap en een vergelijking van de verschillende elektrische gereedschappen mogelijk. Afhankelijk van het gebruik, de toestand van het elektrisch gereedschap of het inzetgereedschap kan de daadwerkelijke belasting hoger of lager uitvallen. Neem voor de beoordeling pauzes en fasen met een lagere belasting in aanmerking. Bepaal op basis van de overeenkomstig aangepaste taxatiewaarden maatregelen ter bescherming van de gebruiker, bijv. organisatorische maatregelen. Totale trillingswaarde (vectorsom van drie richtingen) vastgesteld conform EN 61029:

=onzekerheid (trilling) Typisch A-gekwalificeerd geluidsniveau

= onzekerheid Draag gehoorbescherming!

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : METABO

Model : KGT 305 M

Categorie : Zaag