EX2650LH - Multitool MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis EX2650LH MAKITA in PDF-formaat.
| Producttype | Thermisch multifunctioneel gereedschap |
| Merk | Makita |
| Model | EX2650LH |
| Afmetingen (L x B x H) met beschermbeugel | 975 x 323 x 241 mm |
| Afmetingen (L x B x H) zonder beschermbeugel | 975 x 242 x 241 mm |
| Gewicht (zonder plastic bescherming en mes) | 4,6 kg |
| Inhoud brandstoftank | 0,6 L |
| Inhoud olietank | 0,08 L |
| Motorinhoud | 25,4 cm³ |
| Maximaal motorvermogen | 0,77 kW bij 7 000 min⁻¹ |
| Maximale assnelheid | 10 000 min⁻¹ |
| Stationair toerental | 3 000 min⁻¹ |
| Koppeling inschakelsnelheid | 3 900 min⁻¹ |
| Type handgreep | Gesloten handgreep |
| Type carburateur | Membraancarburateur |
| Bougie | NGK CMR4A (elektrodeafstand 0,7 - 0,8 mm) |
| Aanbevolen brandstof | Loodvrije autobenzine (super of premium) |
| Aanbevolen motorolie | SAE 10W-30, API-klasse SF of hoger (4-takt auto) |
| Goedgekeurde bevestigingsonderdelen | Meer dan 20 koppen (bosmaaier, heggenschaar, borstel, enz.) |
| Geluidsdrukniveau (voorbeeld kop EM400MP) | 95,0 dB(A) (onzekerheid 4,4 dB) |
| Trillingen rechterhandgreep (voorbeeld kop EM400MP) | 6,5 m/s² (onzekerheid 1,2 m/s²) |
| Hoofdfuncties | Snijden, bosmaaien, snoeien, blazen, borstelen, enz. |
| Regelmatig onderhoud | Luchtfilter reinigen, olie verversen elke 20 u (initieel), bougie, brandstoffilter |
| Veiligheid | Harnas, noodstop, gehoorbescherming, veiligheidsbril, handschoenen, helm |
Veelgestelde vragen - EX2650LH MAKITA
Gebruikersvragen over EX2650LH MAKITA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Multitool in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EX2650LH - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EX2650LH van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING EX2650LH MAKITA
Original Instruction Manual
Instructions d'emploi d'origine
Original betriebsanleitung
Manuale di istruzioni originale
Originele gebruiksaanwijzing
Instrucciones de manejo original
Instruções deServiço original
Original brugsanvisining
Протutoуххэрiodio obnyiw
Original Kullanim Kilavuzu

Warning:
Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door voordat u het multifunctionele aandrijfsystem in gebruik neemt en houdt u te allen tijde aan de veiligheidsinstrumenties!
Bewaar de gebruiksaanwijzing om deze in de toekomst te kunnen raadplegen
Advertencia:
(Originele instructies)
Hartelijk dank voor uw aankoop van dit multifunctionele aandrijsysteme van MAKITA. Met trots bevelen wij u dit multifunctionele aandrijsysteme van MAKITA van harte aan als resultaat van een langdurig ontwikkelingsprogramma en jarenlange kennis en ervaring. Lees deze handleiding met daarin nauwkeurige beschrijvingen van de diverse punten die zich hoogstaande prestaties demonstreten. Hierdoor bent u in staat de best mogelijkere resultaten te behalen die het multifunctionele aandrijsysteme van MAKITA u kan bieden.

Inhoud Pagina
Symbolen. 82
Veiligheidsinstructies 83
Namen van onderdelen 88
De handgreep monteren 89
Het hulpstuk monteren 89
Demonteren 90
Voor het begin van het werk. 91
Correct omgaan met het gereedschap. 93
Tips voor gebruik en procedure voor stoppen. 93
Onderhoudsinstructies. 96
Opslag 99
SYMBOLEN
Let op de volgende symbolen wanner u de gebruksaanwijzing leest.

Lees de gebruiksaanwijzing en volg de waarschuwingen en veiligheidsvoorzorgsmaatregelen op!

Draag een veiligheidshelm, gezichts- en gehoorbescheming!

Besteed bijzondere zorg en aandacht! Brandstof (benzine)


Verboden! Motor handmatig starten


Verboden teroken! Noodstop


Geen open vuur! EHBO


Veiligheidshandschoenen vereist! AAN/START


Draag stevige schoenen met antislipzolen.
Veiligheidsschoenen met stalen neuzen worden aanbevolen!

UIT/STOP

Houd mensen en huisdieren weg van het werkgebied!
Bedoeld gebruik van het gereedschap
Dit multifunctioneel aandrijfsystem is bedoeld voor het aandrijven van een goedgekeurd hulpstuk dat wordt genoemd in deze gebruiksaanwijzing. Gebruik het gereedschap nooit voor enig ander doel.
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Algemene instructies
- Voor een correcte gebruik dient de gebruiker deze gebruiksaanwijzing te lezen om zichelfbekend te makeen met de juiste manier van omgaan met het multifunctionele aandrijsystem. Gebruikers die onvoldoende geinformeerd zich, lopen de kans zichelf en anderen in gevaar te brengen als bevolg van onjuist omgaan met het multifunctionele aandrijsysteme.
- Wij adviseren u het multifunctionele aandrijsysteme uitsluitend uit te lenen aan Personen die aantoonbare ervaring hebben in het gebruik van een multifunctioneel aandrijsysteme. Geef aktijd de gebruiksaanwijzing mee.
- Allereerst dieren gebruikers de dealer te vragen om basisinstructies om zichzelf befind te make met het omgaan met een multifunctioneel aandrijfsystem.
- Laat geen kinderen ofjonge mensen diejonger zich dan 18aar met het multifunctionele aandrijsystem weken. Jongeren die ouder zich dan 16aar mogenECHTER het gereedschap gebruiken om te oefenen,maar alleen onder toezicht van een gekwalificeerde begeleider.
- Gebruik het multifunctionele aandrijsysteme alsijd met de hoogst möglichke zorg en aandacht.
- Gebruik het multifunctionele aandrijsysteme alleen als u in goede lichamelijke conditie bent. Werk altijd rustig en voorzichtig. De gebruiker is aansprakelijk ten opzichte van anderen.
- Gebruik het multifunctionele aandrijfsysteme nooit na het gebruik van alcohol of drugs, of wanner u zich moe of ziek voelt.
- Het gebruik van het gereedschap kan landelijk gereglementeerd zich.
Persoonlijke-veiligheidsuitrusting
- De te dragen kleding dient functioneel en geschikt te zichn, d.w.z. nauwsluitend zonder te hinderen. Draag geen juwelen of kleding die in de struiken können verstrikt raken.
- Omijdens het gebruik letsels aan hoofd, ogen, handen of voeten te voorkomen en uw gezoor te beschermen,要去en de volgende veiligheidsuitrusting en beschermende kleding worden gebruikt verwijl u met het multifunctionele aandrijsysteme werkt.
- Draag aktijd een helm wonneer het risico bestaat op vallende objcten. U moet de veiligheidshelm (1) regelmatig controleren op schade en uiterlijk na 5aar worden verrangen.Gebruik alleen goedgekeurde veiligheidsshelmen.
- Het spatschem (2) van de helm (of de veiligheidsbril) beschermt het gezicht gegen rondvliegend afval en stenen. Draag algid een veiligheidsbril of een spatschem wanner u het multifunctionele aandrijsysteme gebruikt om oogletsel te voorkommen.
- Draag geschikte uitrusting om u te beschemmen gegen het lawaai en gehoorbeschadiging te voorkomen (oorbeschemmers (3), oordopjes, enz.).
- Een werkoverall (4) beschermt gegen rondvliegend afval en opspringende stenen.
Wij raden u sterk aan een werkoverall te dragen.
- Speciale handschoenen (5) van dik leer makeen deel uit van de voorgeschreven uitrusting en moeten.altijd worden gedragen tijdens het gebruik van het multifunctionele aandrijsysteme.
- Draag algijd stevige schoenen (6) met een antislipzool wanner u het multifunctionele aandrijfsysteme gebruikt. Dit beschermt u gegen letsel en garandeert dat u stevig staat.
Het multifunctionele aandrijfsystem starten
- Zorg ervoor dat geen kinderen of andere personen zich in de buurt bevinden, en let ook op of er geen dieren in de werkomgeving�<|im_start|>
- Zorg ervoor dat het hulpstuk op+zijnplaats is bevestigd, controller de gashendel op soepele bediening, en controller de juiste werkinq van de uitvergrendeling.
- Het hulpstuk mag Niet bewegen wonneer de motor stationair loopt. Neem bij twijfel contact op met uw dealer voor afstelling. Controller of de handgrepenschoon en droog zich en test de werkking van de stopschakelaar.





(3)

(4)

(5)

(6)

Schematische voorstelling
Start het multifunctionele aandrijsysteme alleen in overeenstemming met de instructies.
- Gebruik geen enkele andere methode om de motor te starten!
- Gebruik het multifunctionele aandrijfsystem en de gereedschappen uitsluitend voor de beschreiben toepasseningen.
- Start de motor van het multifunctionele aandrijfsystem alleen nadat deze volledig is gemonteerd. Het gereedschap mag uitsluitend worden gebruikt nadat alle toepasselijkte toebehoren zijn gemonteerd!
- Controller vór het starten of het hulpstuk geen contact maakt met harde voorwerpen, zoals takken, stenen, enz., odomatijdens het starten het hulpstuk za ronddraaien.
- De motor要去 onmiddelijkuitgeschakeld worden in geval van enige motorstoring.
- Als het hulpstuk stenen of andere objecten raakt, moet u de motor onmiddelijk uitschakelen en het hulpstuk controleren.
- Gebruik het multifunctionele aandrijsysteme alleen wanner de schouderriem is bevestigd, die goed moet worden afgesteld voordat het multifunctionele aandrijsysteme worden gebruikt. Het is belangrijk de schouderriem af te stellen overeenkomstig de lichaamsgrootte van de gebruiker om vermoeidheidijdens gebruik te voorkomen. Houd het multifunctionele aandrijsysteme nooit met slechts een hand vast tijdens het gebruik.
- Houdijdens gebruik het multifunctionele aandrijfsystem alkijd met twee handen vast.
Zorg er aktijd voor dat u stevig staat.
- Gebruik het multifunctionele aandrijsysteme zo, dat u geen uitaatgassen kunt inademen. Laat de motor nooit draaien in een gesloten vertrek (kans op gasverstikking). Koolmonoxide is een geurloos gas.
- Schakel de motor uitijdens pauzes en wanneer u het multifunctionele aandrijfsystem onbeheerdchterlaat, en leg het op een veilige plaats om gevaar voor anderen en beschadiging van het gereedschap te voorkomen.
- Leg nooit een warm multifunctioneel aandrijfsystem op droog gras of enige andere ontvlambare materialen.
- De hele veiligheidsuitrusting en alle beschemkappen die bij het gereedschap zich geleverd,要去enijdens het werk worden gebruikt.
- Laat de motor nooit lopen met een defecte uitlaatdemper.
- Schakel de motor uitijdens het transport.
- Tijdens vervoer over lange afstanden要去en algid de beschemingsdelen die bij het gereedschap werden geleverd worden gebruikt.
- Legijdens vervoer per auto het multifunctionele aandrijsystem op een veilige plaat om te voorkomen dat er brandstofuit lekt.
- Wanner u het multifunctionele aandrijfsysteme vervoert, moet u ervoor zorgen dat de brandstoftank volledig leeg is.
- Let erop dat bij het uitladen van het multifunctionele aandrifsystemeuit de auto, de motor Niet op de grond vall omdat hierdoor de brandstoftank ernstig kan worden beschadigd.
- Behalve in noodgevallen mag u het multifunctionele aandrijsysteme nooit op de grond latent vallen of weglooien odomat hierdoor het multifunctionele aandrijsysteme zwaar beschadigd kan raken.
- Let erop dat u het volledige gereedschap van de grond tilt wanner u het verplaatst. Het is bijzonder gevaarlijk de brandstoffank over de grond te slepen en dit za beschadiging en lekkage veroorzaken die kan leiden tot brand.
- Nadat gegen het gereedschap is gestoten of het is gevallen, controleert u de conditie van het gereedschap voordat u de werkzaamheden hervat. Controller het brandstofsystemeem op brandstofflekkage, en de bedieningselementen en veilgheidsvoorzieningen op een juiste werking. Als enige beschadiging zichtaar is of u twifelt, vraagt u ons erkende servicecentrum om inspectie en reparatie.
Brandstof bijvullen
- Schakel de motor uitijdens het bijvullen van brandstof, houd het gereedschap uit de buurt van open vuur en rook Niet.
- Vermijd huidcontact met minerale-olieproducten. Adem de brandstofdampen Niet in. Draag altijd veilgheidshandschoenen tijdens het bijvullen van de brandstof. Zorg dat u de beschermende kleding regelmatig verwangt en reinigt.
- Wees voorzichtig gen brandstof of olie te morsen om bodemverontreiniging te voorkomen (milleubeschemming). Reinig het multifunctionele aandrijsysteme onmiddelijk nadat brandstof erop is gemorst.
- Vermijd dat brandstof in aanraking komt met uw kleding. Kleed u onmiddelijk om als brandstof op uw kleding is gemorst (om te voorkomen dat de kleding vlam vat).
- Inspecteer de brandstofvuldop regelmatig om zeker te zich dat de dop stevig kan worden aangedraaid en nicht lekt.
- Draai de brandstoffvuldop stevig vast. Verplaats het multifunctionele aandrijsysteme voordat u de motor start (tenminste 3 meters afstand tot de plaatssaar brandstof is bijgevuld.)
- Vul nooit brandstof bij in een gesloten vertrek. Brandstofdampen verzamelen zich vlak boven de vloer (risico van explosie.)
- Vervoer en bewaar brandstof alleen in goedgekeurde tanks. Zorg dat de opgeslagen brandstof Niet toegankelijk is voor kinderen.






Gebruiksmethode
- Gebruik het multifunctionele aandrijfsysteme alleen bij goed Licht en zich. Wees in de winter bedacht op gladde of natte plaatsen, ij's en sneeuw (gevaar voor uitgliden). Zorg er altijd voor dat u stevig staat.
- Sta nooit op een ladder met een draaiend multifunctionele aandrijfsystem.
- Klim nooit in eenBoom om waar het multifunctionele aandrijsysteme te gebruiken.
Werk nooit op onstabile oppervlakken. - Voordat u met het hulpstuk begint te werken, moet het hulpstuk op maximaal toerental draieren.
- Neem een pauze om te voorkomen dat u door vermoeidheid de controle over het gereedschap verliest. Wij adviseren u ieder uur 10 tot 20 minutes te rusten.
Onderhoudsinstructies
- Laat uw gereedschap onderhonden door ons erkende servicecentrum dat alltijd uitsluitend gebruikmaakt van originele verrangingsonderdelen. Onjuiste reparatie en slecht onderhoud kan de levensduur van het gereedschap verzorten en de kans op oncegvallen vergroten.
- Bedien het multifunctionele aandrijsystem met zo weinig möglichk lawaai en verwuiling. Controller met name de carburateur op een verkeerde afstelling.
- Maak het multifunctionele aandrijfsysteme regelmatig schoon en controllerer of alle schroeven en moeren stevig�<|im_start|>
- Onderhoud of bewaar het multifunctionele aandrijfsystemen Niet in de buurt van open vuur.
- Bewaar het multifunctionele aandrijfsystemealtijd in een afgesloten ruimte en met een leeggemaakte brandstoftank. Als de brandstoftank moet worden afgetapt, moet dit in de open lucht gebeuren.

Volg de relevante instructies voor het voorkomen van ongevalen die door de relevante beroepsverenigingen en verzekeringsmaatschappijen zijn uitgegeven.
Breng geen wijzigingen aan het multifunctionele aandrijsysteme aan, waar hiermee uw veilighheid gevaar loopt.
Het uitvoeren van onderhoud of reparaties door de gebruiker is beperkt tot de activiteiten die in de gebruiksaanwijzing zijn beschreven. Alle andere werkzaamheden moet worden uitgevoerd door een erkend servicecentrum. Gebruik uitsluitend originele verrangingsonderdelen en accessoires die zich vervaardigd en geleverd door MAKITA.
Het gebruik van Niet-goedgekeurde accessoires en gereedschappen leidt tot een verhoogde kans op oncevallen.
MAKITA aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor ongevalen of schade veroorzaakt door het gebruik van Niet-goedgekeurde hulpstukken, bevestigingsmiddelen voor hulpstukken of accessoires.
EHBO
Zorg dat er allijd een EHBO-doos beschikbaar is in de buurt waar er worden gemaaid om eerste hulp te bieden bij eventuele ongevallen. Vervang onmiddelijk elk item dat ut de EHBO-doos is genomen.
Geef de volgende informatatie wanner u hulp inroegt:
- Plaats van het onceval
- Beschrijving van het ongeval
-Aantal gewonnen - Soort letsels
-Uw naam

Trillingen
- Personen met een slechte bloedsomloop die worden bloatgesteld aan sterke trillingen, hunnen verwondingen aan bloedvaten of het zenuwstelsel oplopen. Trillingen hunnen de volgende symptomen voroorzaken in de vingers, handen of polsen: "slapen" (ongevoeligheid), tintelingen, pijn, stekend gevoel, veranderen van huidskleur of van de huid. Als een van deze symptomen zich voordoet, raadpleegt u uw huisarts!
- Om de kans op deze "witte-vingerziekte" te verkleinen, houdt u uw handen warmijdens het werk en onderhoudt u het gereedschap en de accessoires goed.
EU-VERKLARING VAN CONFORMITEIT
Alleen voor Europese landen
De EU-verklaring van conformiteit is opgenomen als Bijlage A in deze instructiehandleiding.
| Model EX2650LH | |
| Type handgreep Beugelhandgreep | |
| Afmetingen: lenghte x bredte x hoogte (zonder snijblad) met beschemplaat mm | 975 x 323 x 241 |
| Afmetingen: lenghte x bredte x hoogte (zonder snijblad) zonder beschemplaat mm | 975 x 242 x 241 |
| Gewicht (zonder kunststofbeschemkap en snijblad) kg 4,6 | |
| Volume (brandstoftank) I 0,6 | |
| Volume (oliereservoir) I 0,08 | |
| Cylinderinhoud cm3 | 25,4 |
| Maximaal motorvermögen kW 0,77 bij 7.000 min | -1 |
| Mortoroerental bij aanbevolen max. astroerental min | 10.000 |
| Stationair toerental min | 3.000 |
| Toerental op aangrijppunt van koppeling min-1 | 3.900 |
| Carburateur | Membraantype |
| Ontstekingssystem | Contactloos, magneettype |
| Bougie type | NGK CMR4A |
| Elektrodenafstand mm | 0,7 - 0,8 |
| Brandstof | Benzine voor auto's |
| Motorolie | Olie van API-classificatie SF-klasse of better, of olie SAE 10W-30 (4-taktmotorolie voor auto's) |
Trillingen
| Rechterhandgreep (achterste handvat) | Linkerhandgreep (voorste handvat) | Toepasselijke normen | |||
| Hulpstuk | \( a_{hveq} \left( m/s^{2} \right) \) | Onzekerheid (K) \( (m/s^{2}) \) | \( a_{hveq} \left( m/s^{2} \right) \) | Onzekerheid (K) \( (m/s^{2}) \) | |
| EM400MP | 6,5 | 1,2 | 5,9 | 1,8 | ISO 22867 |
| EM401MP | 5,6 | 2,1 | 4,8 | 1,0 | ISO 22867 |
| EM407MP | 5,2 | 0,9 | 5,0 | 1,2 | ISO 22867 (ISO 11806-1) |
| ER400MP | 7,1 | 2,8 | 5,5 | 2,7 | ISO 22867 |
| EY401MP | 6,5 | 2,0 | 3,8 | 2,0 | ISO 22867 |
| EY401MP + LE400MP | 5,6 | 2,0 | 3,4 | 2,0 | ISO 22867 |
| EY403MP | 7,1 | 1,5 | 3,8 | 1,5 | ISO 22867 (ISO 11680-1) |
| EY403MP + LE400MP | 9,5 | 1,5 | 4,5 | 1,5 | ISO 22867 (ISO 11680-1) |
| KR400MP | 5 | 1,1 | 4,4 | 2,3 | ISO 22867 |
| EJ400MP | 7,1 | 1,5 | 4,9 | 1,5 | ISO 22867 |
| EJ400MP + LE400MP | 6,4 | 0,6 | 4,0 | 0,7 | ISO 22867 |
| EN401MP | 7,7 | 0,8 | 5,9 | 2,5 | ISO 22867 |
| EN401MP + LE400MP | 9,6 | 2,2 | 7,6 | 2,7 | ISO 22867 |
| EN410MP | 7,8 | 2,0 | 6,6 | 3,6 | ISO 22867 |
| EN410MP + LE400MP | 10,8 | 1,4 | 9,2 | 2,0 | ISO 22867 |
| EN420MP | 9,1 | 1,7 | 6,3 | 4,0 | ISO 22867 |
| EE400MP | 8,6 | 1,7 | 3,5 | 1,6 | ISO 22867 |
| EM403MP | 5,8 | 2,0 | 5,9 | 1,0 | ISO 22867 |
| EM404MP | 6,4 | 0,7 | 5,5 | 1,4 | ISO 22867 |
| EM406MP | 5,6 | 1,4 | 4,9 | 1,2 | ISO 22867 |
| EM408MP | 5,9 | 1,5 | 5,2 | 1,4 | ISO 22867 |
| EM409MP | 7,5 | 2,9 | 6,8 | 1,4 | ISO 22867 |
| KR401MP | 4,2 | 0,3 | 5,3 | 0,9 | ISO 22867 |
| BR400MP | 9,2 | 0,7 | 3,6 | 1,0 | ISO 22867 |
| SW400MP | 8,3 | 1,4 | 4,1 | 1,5 | ISO 22867 |
| UB400MP | 6,5 | 0,8 | 3,3 | 0,4 | ISO 22867 |
| UB401MP | 6,7 | 1,9 | 5,4 | 1,1 | ISO 22867 (EN15503) |
Geluid
| Gemiddeld geluidsdrukniveau Gemiddeld geluidsvermogenniveau | Toepasselijke normen | ||||
| Hulpstuk | LPA sq(dB (A)) | Onzekerheid (K) (dB (A)) | LWA eq(dB (A)) | Onzekerheid (K) (dB (A)) | |
| EM400MP | 95,0 | 4,4 | 105,5 | 3,3 | ISO 22868 |
| EM401MP | 89,9 | 3,6 | 99,7 | 2,7 | ISO 22868 |
| EM407MP | 89,5 | 1,4 | 104,7 | 2,7 | ISO 22868 (ISO 11806-1) |
| ER400MP | 97,9 | 4,2 | 106,2 | 4,0 | ISO 22868 |
| EY401MP | 92,6 | 2,5 | 104,7 | 2,5 | ISO 22868 |
| EY401MP + LE400MP | 90,5 | 2,5 | 107,9 | 2,5 | ISO 22868 |
| EY403MP | 93 | 3 | 107 | 3 | ISO 22868 (ISO 11680-1) |
| EY403MP + LE400MP | 93 | 3 | 107 | 3 | ISO 22868 (ISO 11680-1) |
| KR400MP | 93,7 | 2,6 | 99,7 | 1,2 | ISO 22868 |
| EJ400MP | 89,0 | 2,3 | 99,8 | 1,1 | ISO 22868 |
| EJ400MP + LE400MP | 88,1 | 2,2 | 100,8 | 2,3 | ISO 22868 |
| EN401MP | 90,7 | 1,6 | 104,3 | 3,8 | ISO 22868 |
| EN401MP + LE400MP | 89,2 | 2,9 | 103,7 | 2,2 | ISO 22868 |
| EN410MP | 87,8 | 0,8 | 102,9 | 1,6 | ISO 22868 |
| EN410MP + LE400MP | 88,7 | 1,1 | 103,6 | 0,7 | ISO 22868 |
| EN420MP | 88,7 | 1,0 | 103,8 | 2,0 | ISO 22868 |
| EE400MP | 89,5 | 2,0 | 99,7 | 2,6 | ISO 22868 |
| EM403MP | 89,9 | 0,3 | 104,9 | 0,4 | ISO 22868 |
| EM404MP | 90,5 | 0,3 | 104,8 | 1,0 | ISO 22868 |
| EM406MP | 91,1 | 1,2 | 105,0 | 0,5 | ISO 22868 |
| EM408MP | 89,2 | 3,7 | 103,6 | 1,0 | ISO 22868 |
| EM409MP | 89,2 | 3,1 | 103,3 | 1,6 | ISO 22868 |
| KR401MP | 87,9 | 0,2 | 102,5 | 0,3 | ISO 22868 |
| BR400MP | 89,9 | 0,9 | 103,2 | 0,6 | ISO 22868 |
| SW400MP | 88,8 | 1,8 | 102,9 | 0,7 | ISO 22868 |
| UB400MP | 93,3 | 0,6 | 105,2 | 0,4 | ISO 22868 |
| UB401MP | 92,4 | 1,2 | 104,0 | 0,5 | ISO 22868 (EN15503) |
GOEDGEKEURDE HULPSTUKKEN
| HULPSTUK Model | |
| Bosmaaierhulpstuk EM400MP, EM401MP, EM403MP, EM404MP | |
| Graskantmaaierhulpstuk ER400MP, EM406MP | |
| Cirkelschaarhulpstuk EM407MP | |
| Grastrimmerhulpstuk EM408MP, EM409MP | |
| Stoksnoeizaaghulpstuk EY401MP, EY403MP | |
| Heggenschaarhulpstuk EN401MP, EN410MP | |
| Grondheggenschaarhulpstuk EN420MP | |
| Grondfreeshulpstuk KR400MP, KR401MP | |
| Koffieogsthulpstuk EJ400MP | |
| Grasrandsnijhulpstuk EE400MP | |
| Aandrijfasverlengingshulpstuk LE400MP | |
| Borstelhulpstuk BR400MP | |
| Vegerhulpstuk SW400MP | |
| Blazerhulpstuk UB400MP, UB401MP |
EX2650LH


| NL NAMEN VAN ONDERDELEN |
| 1 Brandstoftank |
| 2 Trekstartinrichting |
| 3 Lichtfilter |
| 4 Stopschakelaar (stop - bedrijf) |
| 5 Uitlaatdemper |
| 6 Koppelingshuis |
| 7 Achterste handvat |
| 8 Bevestigingsoog |
| 9 Handgreep |
| 10 Gashendel |
| 11 Uit-vergrendelhendel |
| 12 Gaskabel |
| 13 Schacht |
| 14 Brandstofvuldop |
| 15 Trekstarthandgreep |
| 16 Uitlaatpijp |
| 17 Olievuldop |
| 18 Beschermplaat* |
Opmerking: In sommige landen worden de beschemmplaat Niet bij het gereedschap geleverd.
LET OP: Voordat u werkzaamheden uitvoert aan het multifunctionele aandrijfsystem, moet u altijd de motor uitschakelen en de bougiekap van de bougie aftrekken.
Draag altijd veiligheidshandschoenen!
LET OP: Start het multifunctionele aandrijsystem pas nadat deze geheel in elkaar is gezet.
De beugelhandgreep bevestigen
- Monteer de beschemmplaat en de handgreep stevig met behulp van twee schroeven en klemmen. Plaats hierbij de beschemmplaat aan de linkerkant van het gereedschap, zoals afgebeeld.
- Zorg ervoor dat de beschermplaat/handgreep zich tussen de afstandshoender en de pijlmarkering bevindt. Verwijder of verkort de afstandshoender Niet.
- Verwijder na montage de beschemplaat Niet.
LET OP: Monteer de handgreep nooit op de sticker de aansluiting.
Opmerking: In sommige landen worden de beschemplaat en de pijlmarkering nicht bij het gereedschap geleverd.




HET HULPSTUK MONTEREN
LET OP: Voordat u werkzaamheden uitvoert aan het multifunctionele aandrijsysteme, moet u altijd de motor uitschakelen en de bougiekap van de bougie aftrekken. Draag altijd veiligheidshandschoenen!
LET OP: Start het multifunctionele aandrijsystem pas nadat deze geheel in elkaar is gezet.
Bevestigen
- Zet de hendel omhoog.
- Lijn de pin op het hulpstukuit met de groef van de koppeling en steek de pin erin.
- Steek het hulpstuk erin tot aan de pijl op het hulpstuk. En controllerer de knop omhoog is gekomen.
Zet de hendel omlaag. (Zie de afbeeldingen rechts als hulpmiddel.)






DEMONTEREN
-Zet de hendel omhoog.
- Druk op de knop en haal het hulpstuk eraf.
(Probeer zo veel möglichk het hulpstuk in een rechte lijn eraf e trekken.)
Opmerking:
- Laat de hendel Niet omlaag staan wanner geen hulpstuk is bevestigd.


VOOR HET BEGIN VAN HET WERK
Controleren en bijvullen van de motorolie
- Voer de volgende procedure uit bij koude motor.
- Plaats de motor horizontaal, draai de olievuldop eraf (zie afb. 1) en controllerer of het oliepeil tussen de inwendige randen in de oliebuis voor de boven- en ondergrens van het oliepeil staat (zie afb. 2).
Vul motorolie bij tot aan de markering van de bovengrens als er te weinig motorolie in zit (het oliepeil is zich bij de ondergrens) (zie afb. 3). - Het gebied tussen de markeringen op de buitenkant is doorzichtig zodat het oliepeil van buitenaf kan worden gecontroleerd zonder de olievuldop eraf te hoeven draaien. Echter, wanner de oliebuis erg vuil is geworden, kan deze ondoortzichtig zich en moet het oliepeil worden gecontroleerd aan de hand van de inwendige randen binnenin de oliebuis.
- Ter informatie, na ongeveer iedere 10 bedrijsuren moet olie worden bijgevuld (na iedere 10 keer brandstof bijvullen). Als de olie door vuil van kleur is veranderd, ververst u de vuile olie door neue. (Raadpleeg pagina 96 voor informatie over de verwersingsinterval en verwersingsprocedure.)
Aanbevolen olie: SAE 10W-30 olie van API-classificatie, SF-klasse of beter (4-taktmotorolie voor auto's)
Hoeveelheid olei: Ongeveer 0,08 liter
Opmerking: Als de motor Niet horizontal wordt gehonden, kan de olie binnenin de motor terechtkomen en te veel worden bijgevuld. Als de olie tot boven het bovenste merkteken wordt bijgevuld, kan de olie gemorst worden en vlam vatten waar bij witte rook vrijkomt.
Tip 1 bij het verversen van de olie: "Olievuldop"
- Verwijder stof of vuil rondon de olievulopening en draai de olievuldop eraf.
Zorg ervoar dat geen zand of stof op de olievuldop kmt. Als dit toch gebeurt, kan het zand of stof dat aan de olievuldop kleeft leiden tot een onregelmatige oliecircularatie of slijage van de motoronderdelen, waardoor storingen konnen ontstaan.

Afb. 1
Afb. 2 Oliebuis Afb. 3

Het gedeelte tussen de markingsen op de buitenkant voor de boven-en ondergens is doordzichtig zodat u van buitenaf kunt controeren of het oliepeil tessen de markingsen staat.
(1) Houd de motor horizontal en draai de olievuldop eraf.
(2) Vul motorolie bij tot aan de markings van de bovengrens (zie afb. 3). Gebruik voor het bijvullen een oliefles.
(3) Draai de olievuldop stevig vast. Bij onvoldoende vastdraaien kan olie eruit lekken.


Opmerking
- Ververs de olie Niet met de motor in een gekantelde positie.
- Als olie worden bijgevuld verwijl de motor is gekanteld, kan te veel olie worden bijgevuld waardoor verontreiniging en/of witte rook wordenveroorzaakt.
Tip 2 bij het verversen van de olie: "Olielekkage"
- Als oli eruit lekt tussen de brandstoffank en het motorblok, worden de olie via de koelluchtinaatopeningaar binnen gezogen waardoor de motor verontreinigrd raakt. Veeg gelekte olie af voordat u met het werk begint.
BRANDSTOF BIJVULLEN
Omgaan met brandstof
Het is noodzakelijk uiterst voorzichtig om te gaan met brandstof. Brandstof kan stoffen bevatten die ook in oplosmiddelen voorkomen. Het bijvullen van brandstof moet gebeuren in een vertrek met een voldoende goede ventilatie of in de open lucht. Adem nooit brandstofdampen in en houd afstand tot de brandstof. Als uw huid herhaaldelijk in aanraking komt met brandstof gedurende een langeijd, worden uw huid droog, waardoor een huidziekte of allergie kan ontstaan. Als brandstof in uw oog kommt, spoelt u uw ooguit met schoon water. Als uw oog daarna blijft irriteren, raadpleegt u een dokter.
Bewaartermijn van brandstof
Brandstof dient bennen een periode van 4 weken te worden opgebruikt, ook wonneer de brandstof wordt bewaard in een speciale jerrycan op een goed geventileerde plaats in de schaduw.
Als geen speciale jerrycan worden gebruikt, of als de brandstof in een open bak worden bewaard, kan de brandstof binnen een dag verslechteren.
OPSLAG VAN MAAIER EN JERRYCAN
-Bewaar het gereedschap en de jerrycan op een koele plaatsuit direct zonlicht.
-Bewaar de brandstof nooit in de passagiersruimte of bagageruimte van een auto.
Brandstof
De motor is een viertaktmotor. Gebruik uitsluitend benzine voor auto's (normale benzine of superbenzine).
Tips voor het omgaan met brandstof
- Gebruik nooit mengsmering, waarin motorolie zit. Als u dat doet, za buitensporige koolafzetting of mechanische storing optreden.
- Als verslechterde olie worden gezruikt, za dat leiden tot onregelmatig starten.
Brandstof bijvullen
WAARSCHUWING: STRENG VERBODEN VOOR ONTBRANDBARE MATERIALEN
Gebruekte benzine: Benzine voor auto's (loodvrijne benzine)
- Draai de brandstofvuldop een Klein stukje los zodate een verschil in luchtdruk worden opgeheven.
- Draai de brandstofvuldop eraf, vul brandstof bij en laat de luchtuit de brandstoffank stromen door de brandstoffank ie ts kantelen zodat de brandstoffvulopeningrecht omhoog wijst. (Vul nooit brandstof bij via de olievulopening.)
- Veeg rondon de brandstofvuldop goed schoon om te voorkomen dat vreeemde stoffen in de brandstoffank hunnen vallen.
-
Na het bijvullen van brandstof draaiu de brandstofvuldop weer vast.
-
Als enige onvolkomenheid of schade aan de brandstofvuldop worden geconstasteerd, moet deze worden verrangen.
- De brandstofvuldop is een verbruiksartikel en moet waarom iedere tweet tot drie maar worden verrangen.

CORRECT OMGAAN MET HET GEREEDSCHAP
De schouderriem bevestigen
- Pas de lenghte van de schouderriem aan overeenkomstig uw werkzaamheden.
Losmaken
- In geval van noood, druk de knoppen (1) aan beiden zijkanten in zodat het gereedschap los komt van uw lichaam.
Let er goed op dat u op dat moment de contrôle over het gereedschap behoudt. Zorg ervoor dat het gereedschap zich Niet in uwrichting of in derichting van iemand die in de buurt staat beweegt.
WAARSCHUWING: Als u geen complete controle over het gereedschap behoudt, kan dit ernstige lichamelijk letsels of de DOOD veroorzaken.

TIPS VOOR GEBRUIK EN PROCEDURE VOOR STOPPEN
Volg de toepasselijke voerschriften voor ongevallenpreventie!



INSCHAKELEN
Houd tenminste 3 meters afstand tot deplaats waar brandstof is bijgevuld. Plaats het multifunctionele aandrijfsystem op een schoon stuk grond en zorg ervoor dat het hulpstuk de grond of andere voorwerpen Niet raakt.
A: Startprocedure bij koude motor
1) Plaats het gereedschap op een vlikke ondergrond.
2) Zet de stopschakelaar (1) in de stand I (bedrijf).

3) Brandstofhandpomp
Blij op de brandstofhandpomp drukken tot de brandstof in de brandstofhandpomp stroomt.
(Over het algemeen stroomt de brandstof in de brandstofhandpomp na 7 tot 10 keer duwen.)
Als te vaak op de brandstofhandpomp worden gedrukt, vloeit het overschot aan brandstof terug maar de brandstoftank.
4) Trekstartinrichting
Trek voorzichtig aan de trekstarhandgreep tot u onderstand voelt (compressiepunt). Laat de trekstarhandgreep terugtrekken en trek er verwolgens krachtig aan.
Trek nooit door tot aan het einde van het trekstartkoord. Nadat aan de trekstarthandgreep is getrokken, mag u hem Niet onmiddelijk loslaten. Houd de trekstarthandgreep vast tot het trekstartkoord is opgewonden in de trekstartnichting.
5) Opwarmen
Laat de motor gedurende 2 tot 3 minuten opwarmen.


Opmerking: In geval van een overmatige brandstoffoevoer, verwijdert u de bougie en trekt u langzaam aan de trekstarhandgreep om overtollige brandstof te verwijderen. Maak ook het elektdrogenedeelte van de bougie droog.
Opgeletijdens gebruik:
Als de gashend volledig wordt ingeknepen tijdens onbelast bedrijf, neemt het motortoerental toe toteer dan 10.000 toeren min' of meer. Laat de motor nooit draaien op een hoger toerental dan nodig is en met een toerental van 6.000 tot 8.500 toeren min'.
B: Startprocedure bij warmemotor
1) Druk herhaaldelijk op de brandstofhandpomp.
2) Laat de gashendel in de stand voor stationair draaien staan.
3) Trek krachtig aan de trekstarhandgreep.
4) Als de motor moeilijk te starten is, zet u de chokehendel ongeveer 1/3 open. Let goed op het hulpstuk dat kan gaan draaien.
Wanneer de motor moeilijk te starten is, zoals in de winter
Gebruik de chokehendel volgens de volgende procedure om de motor te starten.
- Nadat de stappen 1) tot en met 3) van de startprocedure zijn uitgevoerd, zet u de chokehendel in de dichte stand.
- Voer stap 4) van de startprocedure uit en start de motor.
- Nadat de motor is gestart, zet u de chokehendel in de geopende stand.
- Voer stap 5) van de startprocedure uit en voltooi het opwarmen.
LET OP: Wanner een dreun (geluid van een explosie) worden gohoord en de motor afslaat, of de zojuist gestarte motor afslaat voordat de chokehendel worden bediend, zet u de chokehendel terug in de geopende stand, en trekt u wee enkele keren aan de trekstarhandgreep om de motor te starten.
LET OP: Als de chokehendel in de dichte stand blijft staan en alleen enkele keren aan de trekstarhandgreep worden getrokken, worden te veel brandstof aangezogen en za de motor moeilijk te starten+zijn.


STOPPEN
1) Laat de gashendel (2) volledig los en, nadat het motortoerental is afgenomen, duw de stopschakelaar (1) maar de stand "STOP" om de motor uit te schakenen.
2) Bedenk dat het hulpstuk wellicht Niet onmiddelijk stopt en LAST het volledig uittdraien.

HET LAAG TOERENTAL (VOOR STATIONAIR DRAAIEN) AFSTELLEN
Alh nig is hlaag toerental (voar stationair daaien) af te sten, doet u dit met behulp van de stelschroef op de carburateur.
HET LAAG TOERENTAL CONTROLEREN
- Stel het laag toerental af op 3.000 toeren min1.
Als het nodig is het laag toerental af te stellen, draait u de stelschroef (rechts afgebeeld) met een kruskopschroevendraier. - Draai de stelschroef rechtsom om het motortoerental te verhogen.
Draai de stelschroef linksom om het motortoerental te verlagen. - De carburateur is over het algemeen goed afgesteld voor aflevering aan de klant. Mocht het toch nodig+zijn deze opnieuw af te stellen, neemt u contact op met een erkend servicecentrum.

ONDERHOUDSINSTRUCTIES
LET OP: Voordat u werkzaamheden uitvoert aan het multifunctionele aandrijfsystem, moet u altijd de motor uitschakelen en de bougiekap van de bougie aftrekken (zie "De bougie controeren").
Draag altijd veiligheidshandschoenen!
Gebruik nooit benzine, wasbenzine, thinner, alcohol, enz. Dit kan leiden tot verkleuren, cervormen of barsten.
Om een lange levensduur te garanderen en eventuele schade aan het gereedschap te voorkomen,要去en de volgende
onderhoudswerkzaamheden regelmatig uitgevoerd worden.
Dagelijkse controle en onderhoud
- Controller het gereedschap voor het gebruik op losse bouten of ontbrekende onderdelen. Let met name goed op of het goedgekeurde hulpstuk correct op+zijn plaat bevestigd is.
- Controller voor gebruik altijd op verstopping van de koelluchtinaatopening en de koelribben van de cilinder.
-
Voer de volgende werkzaamheden dagelijks uit na het gebruik:
-
Reinig de buitenkant van het multifunctionele aandrijfsystem en inspecteer op beschadigingen.
Maak het luchtfilter schoon. Maak het luchtfiltereerdere keren per dag schoon als u in onder extreem stoffige omstandigheden werkt. -
Controller of er voldoende verschil isussen het stationair toerental en het aangrijptoerental om zeker te zich dat het hulpstuk stilstaat wanner de motor stationair draait (verlaag zo nodig het stationair toerental).
In het geval het hulpstuk bij stationair toenental blijft draaien, neemt u contact op met het dichtstbijzijnde, erkende servicecentrum. -
Controller de werkung van de stopschakelaar, de uit-vergrendelhendel en de gashendel.
MOTOROLIE VERVERSEN
Verslechterde motrolie verkort sterk de levensduur van de bewegende delen van de motor. Controller het verversingsinterval en de bijvulhoeveelheid.

LET OP: Over het algemeen zijn de motor zich en de motorolie heet kort nadat de motor is uitgeschakeld. Alvorens de motorolie te verversen, contrôleert u op de motor zich en de motorolie voldoende zich aufgekoeld. Als u dit Niet doet, bestaat de kans op verbranding.
Opmerking: Als de olie tot boven het bovenste merkteken worden bijgevuld, kan de olie gemorst worden en vlam vatten waar bij wit te rook vrijkomt.
Verversingsinterval: In eerste instantie iedere 20 bedrijfsuren, en daarna iedere 50 bedrijfsuren
Aanbevolen olie: SAE 10W-30 olie van API-classificatie, SF-klasse of better (4-taktmotorolie voor auto's)
Volg de onderstaande procedure om de olie te verversen.
1) Controller of de brandstofvuldop stevig vastgedraaid is.
2) Plaats een große opvangbak (pan, enz.) onder het aftapgat.

3) Verwijder de aftapbout en draai daarna de olievuldop eraf om de motorolie af te tappen uit het aftapgat.
Wees hierbij voorzichtig de pakkingring van de aftapbout nicht kwijt te raken en de verwijdderde onderdelen Niet vuil te make.
4) Nadat de motorolie is afgetapt, draait u de aftapbout met waarop de pakkingring stevig vast, zodat deze Niet kan losraken en gaan lekken.
- Gebruik een poetsdoek om de motorolie die aan de aftapbout en het gereedschap zit volledig af te vegen.
Alternatieve methode voor het aftappen van de motorolie
Draai de olievuldop eraf en kantel het multifunctionele aandrijsystem zodate dat de olievulopening onder zit.
Vang de motorolie op in een opvangbak.


5) Plaats de motor horizontal en vul geleidelijkijke motorolie bij tot aan de markering van de bovgrens.
6) Draai na het bijvullen de olievuldop stevig vast, zodat deze Niet kan losraken en gaan lekken. Als de olievuldop Niet stevig worden vastgedraaid, kan deze gaan lekken.


TIPS VOOR HET OMGAAN MET OLIE
Gooi verbruikte motorolie nooit wed met het afval, op de grond, of in een roolput. Het wetgooien van olie is bij wet gere geld. Houd u bij het wetgooien altijd aan de betreffende wetten en regelgeving. In het geval u hierover vragen hebft, neemt u contact op met een erkend servicecentrum.
- Oie verslechtert, ook wonneer de olie Niet worden gebruikt. Controller en ververs de olie regelmatig (verders de olie iedere 6 maanden).
HET LUCHTFILTER REINIGEN

WAARSCHUWING: STRENG VERBODEN VOOR ONTBRANDBARE MATERIALEN
Controle-en reinigingsinterval:Dagelijks (iedere 10 bedrijfsuren)
- Zet met de chokehendel de choke helemaal dicht en houd de carburateur vrij van stof of vuil.
- Draai de bevestigingsbout los.
- Verwijder de luchtfilterkap door aan de onderkant te trekken.
- Verwijder de luchtfilterelementen en tik ertegen om het vuil te verwijdersen.
- Als de luchtfilterelementen zwaar verontreinigd zijn:
Verwijder de luchtfilterelementen, dompel ze in warm water of in een oplossing van een mild schoonmaakmiddel in water, en droog ze grondig. Knijp er Niet in en wrijf er niet over tjdens het wassen. - Alvorens de luchtfilterelementen terug teplaatsen,要去en deze grondig droog+zijn. Als de luchtfilterelementen onvoldoende droog worden teruggeplaatst, kan dat leiden tot moeilijk starten.
- Veeg olie die rondon de luchtfilterkap en de ontluchting zit af met een poetsdoek.
- Plaats het filtrilege (spons) in het filtrilege (vilt).
Plaats de filtrelementen zodanig in dechterplaat dat de spons aan de kant van de luchtfilterkap zit.
- Plaats de luchtfilterkap onmiddelijk terug en zet hem vast met de bevestigingsbauten. (Plaats bij het monteren eerst de bovenrand en daarna de onderrand.)
OPMERKING:
- Reinig de luchtfilterelementen meerere keren per dag als onder extreem stoffige omstandigheden worden gewerkt. Vervulde luchtfilterelementen verlagen het motorvermögen en bemoeilijken het starten van de motor.
- Verwijder de olie op de luchtfilterelementen. Als u blijft doorwerken verwijl de luchtfilterelementen verruild�n met olie, kan de olie buiten het luchtfilter terechtkomen en tot milieuverontreiniging leiden.
- Plaats de luchtfilterelementen Niet op de grond of op een vierze plaats. Er kan dan vuil of rommel aan blijven plakken waardoor de motor kan worden beschadigd.
- Gebruik nooit brandstof om de luchtfilterelementen te reinigen. Ze können door de brandstof worden beschadigd.

DE BOUGIE CONTROLEREN
- Gebruik alleen de bijgeleverde moersleutel om de ontstekingsbougie te verwijderen of te installereren.
- De afstand:tussen de twee elektroden van de bougie moet 0,7 tot 0,8 mm (0,028^ - 0,032^ ) bedragen. Als de afstand te groot of te Klein is, moet u deze aanpassen. Als de elektroden van de bougie verstoet of verruild zichn, moet u deze grondig schoonmaken of de bougie verrangen.
LET OP: Raak de bougiekap nooit aan verwijl de motor draait (gevaar van elektrische schok door hoogspanning).
HET BRANDSTOFFFILTER REINIGEN
Controle-en reinigingsinterval: Maandelijks (iedere 50 bedrijfsuren)
Controleer het brandstofffilter regelmatig. Volg de onderstaande stappen om het brandstofffilter te controlen.
(1) Verwijder de brandstoffankvuldop en tap de brandstof af totdat de brandstoffank leeg is. Controleer de binnenkant van de brandstoffank op eventuele vreemde stoffen. Als u iets vindt, verwijdert u dit.
(2) Gebruik een draadhaak om de zuigkop uit de brandstofvulopening te trekken.
(3) Als het brandstofffilter enigszins verstopt is, reinigt u het. Om het te reinigen, schudt u het en tikt u ertegen in de brandstof. Om beschadiging te voorkomen, knijpt u er niet is en wrijft u er niet over. De brandstof die is gebruikt voor het reinigen moet worden weggegooid volgens de methode beschreiben in de regelgeving van uw land.
Als het brandstofffilter hard of ernstig verstopt is, verrangt u het.
(4) Na het controlleren, reinigen of verrangen van het brandstofffilter, duwt u het zo ver möglichk omlaag tot onderin de brandstoffank.
Een verstopt of beschadigd brandstofffilter kan leiden tot onvoldoende brandstoffevoer en minder motorvermogen. Vervang het brandstofffilter ten minste iedere drie maanden om verzekerde te zichn van een goede brandstoffevoer maar de carburateur.
DE BRANDSTOFLEIDING VERVANGEN
LET OP: STRENG VERBODEN VOOR ONTBRANDBARE MATERIALEN
Controle- en reinigingsinterval: Dagelijks (iedere 10 bedrijfsuren)
Vervanging: Jaarlijks (iedere 200 bedrijfsuren)
Vervang de brandstofleiding)iederJA, ongeacht de gebruiks Frequentie. Brandstoflekkage kan brand verooorzaken.
Alsijdens de inspectie een lekkage worden, verwangt u de brandstofleiding onmiddelijk.
DE BOUTEN, MOEREN EN SCHROEVEN INSPECTEREN
- Draai losse bouten. moeren, enz., weer vast.
- Controller op brandstof- en olielekkage.
- Vervang beschadigde onderdelen door neue voor een veilig gebruik.
DE ONDERDELEN REINIGEN
- Houd de motor altijd schoon.
- Houd de koelribben van de cilinder vrij van stof en vuil. Stof en vuil dat zich tussen de koelribben ophoopt, za leiden tot het vastlopen van de zuiger.
Nadat de motor uit elkaar is gehaal, moeten bij het weer in elkaar zetten altiid de afdichtingen en pakkingen worden verrangen door nieuwe. Alle onderhouds- of aanpassingswerkzaamheden die Niet in deze gebruiksaanwijzing zichn beschreven, mogen alleen worden uitgevoerd door erkende servicecentra.



OPSLAG

WAARSCHUWING: Controller of de motor is uitgeschakeld en afgekoeld voordat u begint met het aftappen van de brandstof.
Vlak na het uitschakelen van de motor, is deze nog heet en kan brandwonden, ontbranding en brand verooorzaken.

LET OP: Als het gereedschap gedurende een langeijd Niet gebruikt gaat worden, tapt u alle brandstofuit de brandstoffank en carburateur, en slaat u het op een droge, schone plaats op.
- Tap de brandstof af UIT de brandstoftank en carburateur aan de hand van de volgende procedure:
1) Draai de brandstofvuldop eraf en tap de brandstof volledig af.
Als een vreemde substantie is achterergebleven in de brandstoffank, verwijdert u deze volledig.
2) Trek met behulp van een draadhaak het brandstofffilter uit de brandstoffvulopening.
3) Druk op de brandstofhandpomp totdat de brandstof waaruit en in de brandstoffank stroomt.
4) Plaats het brandstofffilter terug in de brandstoftank en draai de brandstofvuldop stevig vast.
5) Laat de motor verwolgens draaien tot deze afslaat.
- Verwijder de bougie en breng enkele druppels motorolie via het bougiegat in de cilinder.
- Trek voorzichtig aan de trekstarhandgreep zodate de motorolie zich door de motor verspreidt, en monteer daarna de bougie wee.
- Zet de hendifel Niet in de stand omlaag wanner geen hulpstuk is bevestigd. Als de hendifel in de stand omlaag staat werwijl geen hulpstuk is bevestigd, kan de stang van het hulpstuk Niet worden ingestoken.
- Normaal gesproken bergt u het gereedschap horizontaal op. Als dit nicht möglichk is,plaatst u het gereedschap zodenig dat de motor zich lager bevindt dan het snijgarnituur. Anders kan motorolie van binnenuit lekken.
- Let er allijd op dat u het gereedschap op een veilige plaats opbergt om beschadiging van het gereedschap en persoonlijk letsel te voorkomen.
- Bewaar de afgetapte brandstof in een speciale jerrycan op een goed geventileerde plaats in de schaduw.

Aandachtspunt na langdurige opslag
- Alvorens de motor na langdurige stilstand opnieuw te starten, moet de olie worden ververst (zie pag. 96). De olie verslechtert verwijl het gereedschap Niet in gebruik is.
Storingzoeken
| Probleem Systeme Wäarneming Oorzaak | |||
| Motor start nicht of moeilijk | Ontstekingssystem | Ontstekingsvonk OK | Fout in brandstoftoevoer of compressiesystem, mechanisch defect |
| Geen ontstekingsvonk aanwezig | Stopschakelaar ingeschakeld, bedravingsfaut of kortsluiting, bougie of bougiekap defect, ontstekingsmodule defect | ||
| Brandstoffevoersystem Brandstoffank is vol Onjuiste stand van chokehendel, carburateur defect,brandstoffleiding geknicht of verstopt, brandstof vuil | |||
| Compressie Geen compressie bij aantrekken | Cilindervoetpakking defect, krukasafdichtingen beschadigd,cilinder of zuigerveren defect, of slechte afdichting van bougie | ||
| Mechanisch defect | Starter grijt nicht aan | Gebroken startveer, gebroken onderdelen binnenin de motor | |
| Problemen bij starten van warme motor | Brandstoffank vol, ontstekingsvonk aanwezig | Carburateur is verruild. Laat deze schoonmaken. | |
| Motor start, maar slat af | Brandstoffevoersystem | Brandstoffank is vol | Verkeerde afstelling stationair draaien, carburateur verruild |
| Ontlichting brandstoffank defect, brandstoffleiding nicht open, gaskabel of stopschakelaar defect | |||
| Onvoldoende prestaties | Mogelijk zijn meerere systemen tegelijk de oorzaak | Slecht stationair lopen | Luchtfilter is verruild, carburateur is verruild, uitlaatdemper is verstopt, uitlaatkanaal in de cilinder is verstopt |
| Item\Gebruikstijd | Voor gebruik | Na smeren | Dagelijks (10 uu) | 30 uu 50 | uur 200 uu | Uitschakelen/ rusten | Zie paglia | ||
| Motorolie | Inspecteren | ○ | 92 | ||||||
| Vervang | ○*1 | 96 | |||||||
| Vastdraaien(bouten, moeren, enz.) | Inspecteren | ○ | 98 | ||||||
| Brandstofflank | Reinigen/inspecteren | ○ | - | ||||||
| Brandstofaftappen | ○*3 | 99 | |||||||
| Gashendel | Werking controlleren | ○ | - | ||||||
| Stopschakelaar | Werking controlleren | ○ | 95 | ||||||
| Laag toerental | Inspecteren/afstellen | ○ | 95 | ||||||
| Luchtfilter Reinig | ○ | 97 | |||||||
| Bougie Inspecteren | ○ | 98 | |||||||
| Koelluchtinaatkanaal | Reinigen/inspecteren | ○ | 98 | ||||||
| Brandstoffleiding | Inspecteren | ○ | 98 | ||||||
| Vervang | ○*2 | - | |||||||
| Brandstofffilter | Reinigen/revvangen | ○ | 98 | ||||||
| Afstand:tussen luchtinlaatklepen luchtuitlaatklep | Stel af | ○*2 | - | ||||||
| Motor reviseren | ○*2 | - | |||||||
| Carburateur | Brandstofaftappen | ○*3 | 99 |
1 Eerste keer verversen na 20 bedrijfsuren.
2 Vraag een erkend servicecentrum of een machinewerkplaats om de inspectie na 200 bedrijsuren uit te voeren.
*3 Na het aftappen van de brandstoftank, waar u de motor draaien om de brandstof in de carburateur op te gebruiken.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van elk hulpstuk en voer de onderhoudswerkzaamheden van het hulpstuk uit wanner dit worden gebruikt.
PROBLEM OPLOSSEN
Alvorens een verzoek voor reparatie in te dieren, controller u de storing zelf aan de hand van de onderstaande tabel. Als een probleem is gezonden, repareert u het gereedschap aan de hand van de beschrijvingen in deze gebruiksaanwijzing. Probeer nooit enig onderdeel te demonteren of repareren in strijd met de beschrijvingen. Voor reparatie neemt u contact op met een erkend servicecentrum of uwplaatselijke dealer.
| Probleemomschrijving Mogelijk | oorzaak (storing) Oplossing | |
| Motor start nicht | De brandstoffhandpomp verwiet nied ingedrukt Druk deze 7 tot 10 keer in | |
| Te zwak trekken aan de trekstarhandgreep Trek krachtig | ||
| Gebrek aan brandstof Vul brandstof bij | ||
| Verstopt brandstofffilter Reinig | ||
| Verbogen brandstoffleidung Maak de brandstoffleidungrecht | ||
| Verslechterde brandstof De verslechterde brandstofbemoeilijk het starten. Vervang de brandstof door neue. (Aanbevolen verrangingsinterval: 1 maand) | ||
| Buitensporige toevoer van brandstof Verander de stand van de gashendel van middelhoog torental maar hooq torental en trek aan de trekstarhandgreep tot de motor start. Nadat de motor is gestart, begint het hulpstuk te draaien of bewegen. Let goed op het hulpstuk. Als de motor nog steeds nicht start, draaiu de bougie eruit, maakt u de elektroden droog, en monteert u de bougie wee. Start vervolgens zoals beschreiben. | ||
| Bougiekap ligt eraf Bevestig stevig | ||
| Vervulde bougie Reinig | ||
| Verkeerde elektdenafstand van bougie Stel de elektdenafstand af | ||
| Ander probleem met de bougie Vervang | ||
| Probleem met de carburateur | Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud | |
| Trekstarhandgreep kan nicht worden getrokken | Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud | |
| Probleem met aandrijving | Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud | |
| Motor slaat snel afMotortoerental neemt nicht toe | Onvoldoende opgewarmd Warm de motor op | |
| Chokehendel staat in de dichte stand ondanks dat de motor opgewarmd is | Zet in de geopende stand | |
| Verstopt brandstofffilter Reinig of vervang | ||
| Vervuld of verstopt luchtfilter Reinig | ||
| Probleem met de carburateur | Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud | |
| Probleem met aandrijving | Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud | |
| Het hulpstuk draaït of beweegt nicht↓ | Het hulpstuk is nicht in de aansluiting bevestigd | Bevestig zoals beschreiben |
| Motor slaat onmiddellijik af | Probleem met aandrijving | Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud |
| Motorblok tritl abnormaal sterk↓ | Het hulpstuk is nicht in de aansluiting bevestigd | Bevestig zoals beschreiben |
| Motor slaat onmiddellijik af | De hendel staat omlaag Maak goed vast | |
| Probleem met aandrijving | Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud | |
| Het hulpstuk stopt nicht onmiddellijik↓ | Hoog stationair torental | Stel af |
| Gaskabel losgeraakt | Bevestig stevig | |
| Motor slaat onmiddellijik af | Probleem met aandrijving | Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud |
| Motor slaat nicht af↓ | Stekker losgeraakt Bevestig stevig | |
| Laat de motor stationair draaien en zet de chokehendel in de dichte stand | Probleem met elektrisch system | Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud |
Als de motor Niet start ondanks dat deze opgewärmd is:
Als bij het doordlopen van de controlopenten geen probleem wordt gezonden, zet u de chokehendel ongeveer 1/3 open en start u de motor.