Fatmax FMHT77419 - Multimeter STANLEY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Fatmax FMHT77419 STANLEY in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Fatmax FMHT77419 - STANLEY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Fatmax FMHT77419 van het merk STANLEY.
GEBRUIKSAANWIJZING Fatmax FMHT77419 STANLEY
Sehr geehrter Kunde, Wenn Sie diesen Artikel irgendwann entsorgen wollen, denken Sie bitte daran, dass viele seiner Bauteile aus Wertstoffen bestehen, die wiederverwendet werden können. Bitte entsorgen Sie ihn nicht in die Mülltonne, sondern erkundigen Sie sich bei Ihrer örtlichen Behörde nach Entsorgungseinrichtungen an Ihrem Wohnort.42 GARANTIE De garantie dekt dit apparaat tegen gebreken aan de onderdelen en arbeidskosten gedurende één jaar. Indien gedurende het jaar volgend op de leveringsdatum zich een probleem voordoet, wordt het apparaat op kosten van de koper teruggezonden naar de fabriek, waar het zal worden gerepareerd, afgesteld of vervangen zonder kosten voor de koper. Deze garantie geldt niet voor de accessoires, zoals de batterijen of zekeringen. In geval van een probleem veroorzaakt door een verkeerd gebruik of abnormale gebruiksvoorwaarden wordt voor de reparatie het gebruikelijke tarief in rekening gebracht. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Deze multimeter beantwoordt aan de norm CEI 61010 voor elektronische meetapparatuur met de meetcategorie (CAT III 600V) en verontreinigingsniveau 2. Let op Volg, om elektrische schokken of letsel te voorkomen, de volgende instructies:
- Gebruik de multimeter niet als deze beschadigd is. Inspecteer het kastje, alvorens het apparaat te gebruiken. Controleer vooral de isolatie rond de klemmen.
- Controleer of de isolatie van de testdraden niet beschadigd is en of de metalen delen niet bloot liggen. Controleer de continuïteit van de testdraden. Vervang de beschadigde testdraden alvorens het apparaat te gebruiken.
- Gebruik het apparaat niet indien dit niet goed werkt. De bescherming zou hierdoor aangetast kunnen worden. Laat in geval van twijfel het apparaat repareren.
- Gebruik het apparaat niet in een omgeving met ontploffingsgevaar (aanwezigheid van gas, dampen of stof).
- De tussen de klemmen of tussen een klem en de aarde toegepaste spanning mag niet hoger zijn dan de op het apparaat vermelde nominale spanning.
- Controleer vóór gebruik de werking van het apparaat door een bekende spanning te meten.
- Maak voor een stroommeting de kring spanningloos alvorens hier een multimeter op aan te sluiten. Vergeet niet de multimeter in serie op de kring aan te sluiten.
- Gebruik, wanneer het apparaat gerepareerd moet worden, uitsluitend de aangegeven reserveonderdelen.
- Neem alle benodigde voorzorgsmaatregelen wanneer u met spanningen van meer dan 30Vac eff, 42V piek of 60Vdc werkt, omdat er een risico op elektrische schokken bestaat.
- Bescherm tijdens het gebruik van de sondes uw vingers door deze achter de hiervoor bedoelde bescherming op de sondes te houden.
- Sluit tijdens het aansluiten eerst de gemeenschappelijke testdraad aan en zet vervolgens de testdraad onder spanning. Maak bij het NL43 losmaken van de testdraden eerst de onder spanning staande testdraad los.
- Verwijder de testdraden van het apparaat alvorens het deksel van het batterijvakje of het kastje te openen.
- Gebruik het apparaat niet wanneer het deksel van het batterijvakje open is of wanneer er delen van het kastje open of losgedraaid zijn.
- Om een verkeerd afleesresultaat te voorkomen dat tot elektrische schokken of letsel zou kunnen leiden, moeten de batterijen vervangen worden zodra de icoon van een bijna lege accu (" ") op de display wordt weergegeven.
- Volg altijd de in deze handleiding vermelde instructies op om te voorkomen dat de veiligheidskenmerken van de multimeter worden aangetast.
- In de relatieve modus (de icoon " " wordt weergegeven) of Data Hold (de icoon " " wordt weergegeven), moet u alle benodigde voorzorgsmaatregelen nemen, aangezien er een gevaarlijke spanning aanwezig kan zijn.
- Zorg dat een gestripte geleider niet in aanraking komt met uw hand of huid.
- Maak geen contact met de aarde.
- Gebruik de multimeter niet indien dit apparaat of uw handen vochtig zijn.
- Neem de plaatselijk en landelijk geldende regelgevingen in acht. Draag beschermmiddelen tegen elektrische schokken en bogen wanneer u in de buurt van kabels onder spanning werkt.
- Gebruik uitsluitend de door de fabrikant aangegeven testdraden.
- Gebruik voor het vervangen van zekeringen uitsluitend de door Stanley Fatmax aangegeven reservezekeringen.
- Verspreidingsgevaar: Wanneer een ingangsklem is aangesloten op een potentiaal onder gevaarlijke spanning, kan deze potentiaal zich naar de andere klemmen verspreiden!
- CAT III – De meetcategorie III betreft de metingen uitgevoerd op installaties in de bouw, bijvoorbeeld metingen op panelen, stroomonderbrekers, bekabeling (kabels, strippen, klemmenstroken, omschakelaars, stopcontacten) in geval van vaste installaties, metingen op apparatuur voor industrieel gebruik en andere soorten apparaten, zoals vaste motoren die permanent op vaste installaties zijn aangesloten. Gebruik het apparaat niet voor het uitvoeren van metingen van categorie IV. Waarschuwing Volg de volgende instructies om het apparaat of de geteste apparatuur niet te beschadigen.
- Maak de kring spanningloos en ontlaad alle condensatoren alvorens de weerstand, de diode, de condensator en de continuïteit te testen.
- Gebruik de voor uw metingen geschikte klemmen, functie en groep.
- Controleer, alvorens de stroomsterkte te metten, de zekeringen van de multimeter en maak de kring spanningloos alvorens de multimeter aan te sluiten op de kring.44
- Maak, alvorens aan de functieschakelaar te draaien, de testdraden van de kring onder spanning los. Symbolen Wisselstroom Gelijkstroom DC of AC Waarschuwing, gevaar, gelieve vóór gebruik de gebruikshandleiding te raadplegen Waarschuwing, risico van elektrische schokken Aardingsklem Zekering Conform de Europese richtlijnen Het apparaat wordt volledig beschermd door een dubbele isolatie of door een versterkte isolatie ALGEMENE OMSCHRIJVING Dit apparaat is een compacte digitale multimeter 3 3/4 digits waarmee de spanning en de sterkte van gelijk- en wisselstroom, de weerstand, de capaciteit, de frequentie, de dioden, de continuïteit en de uitvoeringscyclus gemeten kunnen worden. Het biedt de volgende functies: aanduiding polariteit, data hold (bevriezing weergave), aanduiding overschrijding, automatische uitschakeling, enz. Dit eenvoudig te gebruiken apparaat is het ideale meetinstrument. STRUCTUUR
FMHT77419 LCD-scherm 3 3/4, waarde tot
Wanneer de keuzeschakelaar voor de functie en de groep op "Hz/%" staat, kan men door een druk op deze toets omschakelen tussen het meten van de frequentie en van de uitvoeringscyclus.
Hiermee kan men omschakelen tussen de automatische en handmatige selectiemodus voor de groep en handmatig de gewenste groep selecteren.
Voor het meten van de stroomsterkte kan men met de toets "S" omschakelen tussen het meten van gelijkstroom en wisselstroom met de multimeter.45 Wanneer de keuzeschakelaar voor de functie en de groep op
" staat, kan men door een druk op deze toets omschakelen tussen het meten van dioden en van de continuïteit.
5. Keuzeschakelaar functie en groep
Hiermee kan men de gewenste functie en groep selecteren en de multimeter in- en uitschakelen.
Klem voor het aansluiten van de zwarte testdraad voor het meten van de stroomsterkte (400mA - 10A).
Klem voor het aansluiten van de rode testdraad voor het meten van een stroomsterkte van < 400mA.
Klem voor het aansluiten van de zwarte testdraad voor alle metingen.
Met deze toets kan men de achtergrondverlichting in- of uitschakelen.
Met deze toets heeft men toegang tot de Relatieve modus en kan men deze verlaten.
Met deze toets heeft men toegang tot de modus Data Hold (bevriezing van de weergave) en kan men deze verlaten.
WEERGAVE VAN HET LCD-SCHERM
Legenda van de symbolen Auto Range De continuïteitstest is geselecteerd. Auto Range De diodetest is geselecteerd. Auto Range De modus Data Hold (bevriezing van de weergave) is ingeschakeld. Auto Range De Relatieve modus is ingeschakeld. Auto Range
Auto Range Minteken Auto Range Het laadniveau is laag en de batterij moet onmiddellijk vervangen worden.46 Auto Range De automatische selectiemodus voor de groep is geselecteerd
% Eenheid meting uitvoeringscyclus %: percentage ALGEMENE EIGENSCHAPPEN Display: LCD-scherm 3 3/4, waarde tot 3999 Overschrijding groep: "OL" wordt weergegeven op het beeldscherm Aanduiding negatieve polariteit: het minteken " " wordt automatisch op het beeldscherm weergegeven Aantal monsternemingen: 2 - 3 keer/s Gebruiksvoorwaarden: 0°C ~ 40°C, < 75% RV Temperatuurcoëfficiënt: 0,2 x (precisie gespecificeerd) /°C (< 18°C of > 28°C) Opslagvoorwaarden: -10°C ~ 50°C, < 85% RV Hoogte: 0 tot 2000 meter Batterij: 9 V, 6 F22 of gelijkwaardig, 1 batterij Icoon accu bijna leeg: " " weergegeven op het beeldscherm Afmetingen: 217 x 100 x 49mm Gewicht: ca. 500 g (inclusief batterij) IP: 51 TECHNISCHE SPECIFICATIES De precisie wordt gespecificeerd voor een periode van één jaar na de ijking en voor een gebruik tussen 18°C en 28°C, met een relatieve vochtigheid van < 75%. Tenzij anders weergegeven, is de precisie gelijk aan een waarde tussen 8% en 100% van de groep.47 Gelijkspanning Groep Resolutie Precisie 400 mV 0,1 mV ± (1,0% + 5) 4 V 0,001 V ± (0,8% + 3) 40 V 0,01 V 400 V 0,1 V 600 V 1 V ± (1% + 5) Ingangsimpedantie: in de groep van 400 mV: > 1000 MΩ - in de andere groepen: 10 MΩ Bescherming tegen overspanning: 600 V DC/AC eff Wisselspanning Groep Resolutie Precisie 4 V 0,001 V ± (1,0% + 5) 40 V 0,01 V 400 V 0,1 V 600 V 1 V ± (1,2% + 5) Ingangsimpedantie: 10 MΩ Frequentiebereik: 40 Hz - 400 Hz Antwoord: gemiddeld, ijking in effectieve waarde van de sinusgolf Bescherming tegen overspanning: 600 VDC/AC eff Gelijkstroom Groep Resolutie Precisie 400 µA 0,1 µA ± (1,2% + 3) 4000 µA 1 µA 40 mA 0,01 mA ± (1,5% + 3) 400 mA 0,1 mA 4 A 0,001 A ± (1,8% + 3) 10 A 0,01 A ± (2,0% + 5) Bescherming tegen overspanning: Zekering 1: F 400 mA/690 V Zekering 2: F 10 A/690 V Maximale ingangsstroom: 10 A (voor de ingangen van > 2 A: duur van de meting < 10 s, interval > 15 minuten) Meting van de maximale spanningsdaling: 400 mV N.B.: De groep van 10 A vertegenwoordigt tussen 20% en 100% van de waarde van de groep. Wisselstroom Groep Resolutie Precisie 400 µA 0,1 µA ± (1,5% + 5) 4000 µA 1 µA 40 mA 0,01 mA ± (1,8% + 5) 400 mA 0,1 mA 4 A 0,001 A ± (2,0% + 5) 10 A 0,01 A ± (2,5% + 10)48 Bescherming tegen overspanning: Zekering 1: F 400 mA/690 V Zekering 2: F 10 A/690 V Maximale ingangsstroom: 10 A (voor de ingangen van > 2 A: duur van de meting < 10 s, interval > 15 minuten) Frequentiebereik: 40 Hz - 400 Hz Antwoord: gemiddeld, ijking in effectieve waarde van de sinusgolf Maximale spanningsdaling: 400 mV N.B.: De groep 10 A vertegenwoordigt tussen 20% en 100% van de groep. Frequentie Groep Resolutie Precisie
999.9 kHz 10 kHz niet gespecificeerd
Ingangsspanning: 1 Veff ~ 20 Veff Uitvoeringscyclus Groep Resolutie Precisie 5% ~ 99% 0.1% 1 Hz ~ 10kHz: ± (2% + 5) > 10 kHz: niet gespecificeerd Ingangsspanning: 3 Vp-p ~ 10 Vp-p Bescherming tegen overspanning: 600 VDC/AC eff Weerstand Groep Resolutie Precisie 400Ω 0,1 Ω ± (1,0% + 5) 4 kΩ 0,001 kΩ ± (1,0% + 3) 40 kΩ 0,01 kΩ 400 kΩ 0,1 kΩ 4 MΩ 0,001 MΩ 40 MΩ 0,01 MΩ ± (1,8% + 5) Capaciteit Groep Resolutie Precisie 40nF 0,01 nF ± (4%+20) (REL-modus) 400nF 0,1 nF ± (3%+5) (REL-modus) 4µF 0,001 µF ± (4% + 5) 40µF 0,01 µF 100µF 0,1 µF ± (8% + 5) In de groepen < 400 nF moet de Relatieve modus (REL) gebruikt worden om de parasitaire capaciteit van de testdraden en van de multimeter af te trekken.49 In de groep van 100 µF moet men ca. 30 s wachten totdat de waarde gestabiliseerd is. Diodetest Groep Inleiding Opmerking
De ruw geschatte spanningsdaling van de diode wordt weergegeven. Als de spanningsdaling meer dan 2V be- draagt, geeft het beeldscherm de aan- duiding van overschrijding “OL” aan. Spanning open kring: ca. 3V Stroomsterkte kortsluiting: < 0,9 mA Continuïteitstest Groep Inleiding Opmerking Het geluidssignaal klinkt als de weerstand lager is dan ca. 30 Ω. Het geluidssignaal klinkt niet als de weerstand hoger is dan 150 Ω. Spanning open kring: ca. 0,45V GEBRUIKSINSTRUCTIES Relatieve modus Wanneer de Relatieve modus is geselecteerd, registreert het apparaat de huidige meting als referentie voor de latere metingen en reset het de weergave.
1. Druk op de toets REL: de multimeter gaat over op de modus en
registreert de huidige meting als referentie voor de latere metingen, de icoon " " wordt weergegeven op het beeldscherm. De op het beeldscherm weergegeven waarde is gereset.
2. Wanneer u een nieuwe meting uitvoert, toont de op het beeldscherm
weergegeven waarde het verschil tussen de referentiemeting en de nieuwe meting.
3. Druk opnieuw op de toets REL, de multimeter verlaat de Relatieve
modus. N.B.: De Relatieve modus is uitsluitend beschikbaar voor het meten van spanning, stroomsterkte, capaciteit en weerstand. Handmatige en automatische selectiemodus voor de groep De multimeter staat standaard in de automatische selectiemodus voor de groep wanneer de handmatige en automatische selectiemodus voor de metingen beschikbaar zijn. Wanneer de multimeter in de automatische selectiemodus voor de groep staat, wordt de aanduiding "AUTORANGE" op het beeldscherm weergegeven.
1. Druk op de toets RANGE om over te schakelen op de handmatige
selectiemodus voor de groep, de aanduiding "AUTORANGE" verdwijnt. Elke keer dat men op de toets RANGE drukt, neemt de groep toe. Wanneer de hoogst beschikbare groep bereikt is, keert de multimeter terug naar de eerste groep.
2. Om de handmatige selectiemodus voor de groep te verlaten, moet
de toets RANGE ca. 2 seconden ingedrukt worden. Het apparaat schakelt over op de automatische selectiemodus voor de groep en de50 aanduiding "AUTORANGE" wordt op het beeldscherm weergegeven. Data Hold modus (bevriezing van de weergave) Druk op de toets HOLD om de op het beeldscherm weergegeven waarde vast te houden, de icoon " " wordt weergegeven op het beeldscherm. Druk voor het verlaten van de Data Hold modus opnieuw op de toets. De icoon " " verdwijnt. Ingebouwd geluidssignaal
1. Wanneer u op een toets drukt, laat het geluidssignaal een pieptoon
horen, waarmee aangegeven wordt dat de actie is uitgevoerd.
2. Het geluidssignaal laat meerdere korte pieptonen horen ca. één
minuut voor het automatisch uitschakelen van de multimeter en 1 lange pieptoon voor het automatisch uitschakelen van de multimeter.
3. Het geluidssignaal klinkt en het beeldscherm toont de aanduiding
"OL" in één van de volgende gevallen: a. De gemeten wisselspanning is hoger dan 600 VAC terwijl de multimeter zich in de hoogste meetgroep voor wisselspanning bevindt. b. De gemeten gelijkspanning is hoger dan 600 VDC terwijl de multimeter zich in de hoogste meetgroep voor gelijkspanning bevindt. c. De gemeten sterkte van de gelijkstroom is hoger dan 10 ADC terwijl de multimeter zich in de hoogste meetgroep voor de sterkte van de gelijkspanning bevindt. d. De gemeten sterkte van de wisselstroom is hoger dan 10 AAC terwijl de multimeter zich in de hoogste meetgroep voor de sterkte van de wisselspanning bevindt. Meting van de gelijk- of wisselspanning
1. Sluit de zwarte testdraad aan op de klem "COM" en de rode
testdraad op de klem "
2. Zet de keuzeschakelaar voor de groep op
voor het meten van de gelijkspanning of op voor het meten van de wisselspanning.
3. Selecteer de automatische of handmatige selectiewijze voor de
groep door een druk op de toets "RANGE". Als de multimeter in de handmatige selectiewijze voor de groep staat en u niet van tevoren de amplitude van de te meten spanning kent, moet u eerst de hoogste groep selecteren en vervolgens dalen tot de juiste waarde bereikt is.
4. Sluit de twee testdraden parallel aan op de bron of op de te meten
5. De waarde wordt weergegeven op het beeldscherm. Voor metingen
van de gelijkspanning geeft het beeldscherm ook de polariteit van de aansluiting van de rode testdraad weer. N.B.: Om elektrische schokken te voorkomen en de multimeter niet te beschadigen, moet u nooit een spanning van meer dan 600 V tussen de klemmen toepassen.51 Meting van de sterkte van de gelijk-of wisselstroom
1. Sluit de zwarte testdraad aan op de klem "COM". Als de te meten
stroomsterkte lager is dan 400 mA, moet de rode testdraad worden aangesloten op de klem "μA/mA". Als de te meten stroomsterkte tussen 400 mA en 10 A ligt, moet de rode testdraad worden aangesloten op de klem "10 A".
2. Zet de keuzeschakelaar voor de groep op
afhankelijk van uw behoeften.
3. Druk op de toets "S" om het meten van de sterkte van de gelijk- of
wisselstroom te selecteren, de bijbehorende icoon wordt weergegeven op het beeldscherm.
4. Haal de spanning van de kring die u wilt meten. Ontlaad alle
hoogspanningscondensatoren volledig.
5. Open de tak van de te meten kring en sluit vervolgens de testdraden
in serie aan op de kring.
6. Zet weer spanning op de kring, de gemeten waarde wordt op het
beeldscherm weergegeven. Voor metingen van de sterkte van de gelijkstroom geeft het beeldscherm ook de polariteit van de aansluiting van de rode testdraad weer. N.B.: Als u niet van tevoren de amplitude van de te meten stroomsterkte kent, moet u eerst de hoogste groep selecteren en vervolgens dalen tot de juiste resolutie. Meting van de weerstand
1. Sluit de zwarte testdraad aan op de klem "COM" en de rode
testdraad op de klem "
2. Plaats de keuzeschakelaar voor de groep op Ω.
3. Sluit de twee testdraden aan op de klemmen van het te meten
4. De waarde wordt weergegeven op het beeldscherm.
1. Voor de metingen van > 1 MΩ is het mogelijk dat de multimeter enkele
seconden nodig heeft om de meting te stabiliseren. Dit fenomeen wordt normaliter geconstateerd bij hoge weerstandsmetingen.
2. Wanneer er geen enkele ingang is aangesloten, dat wil zeggen
bij een open kring, meldt de aanduiding "OL" dat er sprake is van overschrijding van de groep.
3. Maak voor het uitvoeren van de meting de te testen kring
spanningloos en ontlaad alle condensatoren volledig. Continuïteitstest
1. Sluit de zwarte testdraad aan op de klem "COM" en de rode
testdraad op de klem "
2. Zet de keuzeschakelaar voor de groep op
en druk vervolgens op de toets "S" totdat op het beeldscherm de icoon "
3. Sluit de twee testdraden aan op de te meten kring.
4. Het geluidssignaal klinkt als de weerstand lager is dan ca. 30 Ω.52
N.B.: Maak voor het uitvoeren van de meting de te testen kring spanningloos en ontlaad alle condensatoren volledig. Diodetest
1. Sluit de zwarte testdraad aan op de klem "COM" en de rode
testdraad op de klem "
(N.B.: De polariteit van de rode testdraad is plus "+")
2. Zet de keuzeschakelaar voor de groep op
en druk vervolgens op de toets "S" totdat op het beeldscherm de icoon
3. Sluit de rode testdraad aan op de anode van de te testen diode en
de zwarte testdraad op de kathode van de diode.
4. De ruw geschatte spanningsdaling van de diode wordt weergegeven.
Als u de aansluiting omkeert, wordt de aanduiding "OL" weergegeven op het beeldscherm. Meting van de capaciteit
1. Sluit de zwarte testdraad aan op de klem "COM" en de rode
testdraad op de klem "
2. Plaats de keuzeschakelaar voor de groep op
3. Als het beeldscherm niet nul aangeeft, druk dan op de toets "REL".
4. Sluit de twee testdraden aan op de klemmen van de te meten
5. Wacht tot de op het beeldscherm weergegeven meting zich
stabiliseert. (Voor hoge capaciteitsmetingen is het mogelijk dat de multimeter ca. 30 seconden nodig heeft om de meting te stabiliseren.) N.B.: Controleer, voordat u gaat meten, of de te meten capaciteit daadwerkelijk volledig ontladen is. Meting van de frequentie en de uitvoeringscyclus
1. Sluit de zwarte testdraad aan op de klem "COM" en de rode
testdraad op de klem "
2. Plaats de keuzeschakelaar voor de groep op Hz/%. Druk op de toets
"Hz %" om het meten van de frequentie of de uitvoeringscyclus te selecteren, de bijbehorende icoon wordt weergegeven op het beeldscherm.
3. Sluit de twee testdraden aan op de klemmen van de bron of de te
4. De waarde wordt weergegeven op het beeldscherm.
1. Voor de frequentiemetingen moet de spanning van het
ingangssignaal tussen 1 Veff en 20 Veff liggen.
2. Voor metingen van de uitvoeringscyclus moet de spanning van het
ingangssignaal liggen tussen 3 V (piek tot piek) en 10 V (piek tot piek). Als de frequentie van het ingangssignaal te laag is, zal de meting minder stabiel zijn.53
3. Voor metingen van de frequentie of de uitvoeringscyclus kan, als de
spanning hoger is dan de aangegeven waarden, de meting zich buiten de aangegeven precisiegroep bevinden. Automatische uitschakeling Het beeldscherm wordt wit en de multimeter gaat over op de stand-by modus als u niet aan de keuzeschakelaar draait of als u gedurende ca. 15 minuten geen enkele toets heeft aangeraakt. Om de stand-by modus te verlaten, hoeft u alleen maar op een toets te drukken. Om de automatische uitschakelingsfunctie uit te schakelen, houdt u een toets ingedrukt en draait u tegelijkertijd de keuzeschakelaar van de stand "OFF" op een andere stand. SERVICEONDERHOUD Let op U moet nooit proberen zelf serviceonderhoud of reparaties aan de multimeter uit te voeren, tenzij u hiertoe bevoegd bent en de toepasbare ijking en prestatiestests kent en over de gids voor serviceonderhoud beschikt. U mag uitsluitend de batterij en de zekeringen vervangen. Algemeen serviceonderhoud Maak het kastje regelmatig schoon met een vochtige doek en een zacht reinigingsmiddel. Gebruik nooit schurende producten of oplosmiddelen. Stof of vocht in de klemmen kan het meten verstoren. Maak de klemmen als volgt schoon:
1. Zet de keuzeschakelaar voor de groep op OFF en maak de
testdraden los van het apparaat.
2. Verwijder het eventueel in de klemmen aanwezige stof.
3. Drenk een wattenstaafje in alcohol.
4. Strijk met het wattenstaafje rond de klemmen.
Vervanging van de batterij en de zekeringen Let op Om een verkeerd afleesresultaat te voorkomen dat tot elektrische schokken of letsel zou kunnen leiden, moet de batterij vervangen worden zodra de icoon van een bijnalege accu (" ") verschijnt. Om letsel of beschadiging aan de multimeter te voorkomen, moet u uitsluitend reservezekeringen gebruiken waarvan de stroomsterkte, de spanning en de uitschakelverhouding aangegeven zijn. Maak de testdraden los voordat u het achterste deksel of het deksel van het batterijvakje opent. Voor het vervangen van de batterij verwijdert u de schroeven van het deksel van het batterijvakje en het deksel en vervangt u de lege batterij door een nieuwe batterij van hetzelfde type (9 V, 6F22 of gelijkwaardig). Plaats het deksel van het batterijvakje terug en schroef dit weer vast.54 De multimeter heeft twee zekeringen: Zekering 1 te testen:
1. Verwijder de schroeven aan de achterkant en verwijder het deksel.
2. Gebruik een andere multimeter om de zekering te testen.
» stand, druk daarna op de «S» knop tot het « » verschijnt op het display.
2. Verbind het rode meetsnoer met «
3. Plaats het rode meetsnoer in de “10A” aansluiting. Als u een geluid
hoort is de zekering intact. Zekering 1: F 400 mA/690 V, min. uitschakelverhouding 20000 A, Ø10X38 mm Zekering 2: F 10 A/690 V, min. uitschakelverhouding 20000 A, Ø10X38 mm Voor het vervangen van de zekeringen verwijdert u de schroeven van het achterste deksel en het deksel en vervangt u de kapotte zekering door een nieuwe zekering van hetzelfde type. Zet het achterste deksel terug en schroef het vast. ACCESSOIRES Handleiding: 1 exemplaar Testdraden: 1 paar N.B.
1. Deze handleiding kan zonder voorafgaande waarschuwing
2. Wij kunnen niet aansprakelijk gesteld worden in geval van verlies.
3. De multimeter mag in geen geval gebruikt worden voor toepassingen
die niet in deze handleiding beschreven staan
Notice-Facile