TWINTALKER 1302 RC6400 - Telefoon TOPCOM - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TWINTALKER 1302 RC6400 TOPCOM in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over TWINTALKER 1302 RC6400 TOPCOM
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Telefoon in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TWINTALKER 1302 RC6400 - TOPCOM en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TWINTALKER 1302 RC6400 van het merk TOPCOM.
GEBRUIKSAANWIJZING TWINTALKER 1302 RC6400 TOPCOM
NL De in deze handleiding beschreiben möglichkheden worden gepubliceerd onder voorbehoud van wijzigingen.
Hartelijk dank voor het aanschaffen van de TOPCOM Twintalker 1302. Dit is een radiocomunicatieapparaat met een kort bereik en een laag vermogen. Er zijn geen gebruikskosten, op de minimale kosten na van het opladen van de batterijen. De Twintalker 1302 werkst op radiofrequencies voor particulier mobiel radioverkeer (PMR) en kan worden gebruikt in alle landen waar deze service is toegestaan. U vindt de lijst van landen op de verpakking en in deze handleiding.
2 GEBRUIKSDOEL:
Het toestel kan worden gezrukt voor verschillende professionele en recreatie doeleinden. Bijvoorbeeld: om contact te honden wanner u op reis bent in 2 ofeer voertuigen of tijdens het fietsen of skieën. Ook kut u hiermee contact honden met uw kinderen, bv. wanner zich buiten spelen.

Beperking:
Controleer de nationale regelgeving voordat u het toestel gebruikt in een ander land dan het land van aankoop. De standard kan in andere landen zijn verboden.
3 CE-MARKERING
Dit product voldoet aan de basiseisen en andere relevante bepalingen van R&TTE-richtlijn 1999/5/EG. Dit worden bevestigd door de CE-markering. De verklaring van overeenstemming treft u aan op: http://www.topcom.net/cedeclarations.php
4 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
4.1 ALGEMEEN
Lees de volgende informatie over de veiligheid en een correct gebruik zorgvuldig door. Stel u op de hoogte van alle functies van het toestel. Bewaar deze handleiding op een veilige plaats voor later gebruik.
4.2 BRANDWONDEN
- Raak de antennne Niet aan als de afdekking van de antennne is beschadigd, want als een antennne in contact komt met de huid bij het zenden, kan dit leiden totkleine brandwonden.
- Batterijen können schade aan materiaal veroorzaken, bijvoorbeeld brandplekken, als geleidend materiaal (zoals sieraden, sleutels of kralenkettingen) in aanraking komt met de blootliggende contacten. Het materiaal kan een elektrisch circuit sluiten (kortsluiting) en erg heet worden. Hanteer opgeladen batterijen met zorg, vooral als u deze in een zak, tas of andere houder met metalen voorwerpen plaatst.
4.3 PERSOONLIJKE VEILIGHEID
- Plaats het toestel Niet boven een airbag of in de buurt van deplaats waar de airbag zich opblaast. Airbags worden met veel kracht opgeblazen. Als een communicatietoestel zich bevindt in de radius van de airbag op het moment dat deze worden geactiveerd, kan het toestel met große kracht worden weggeslingerd en deinzitenden van het voertuig ernstig verwonden.
- Houd de radio ten minste 15 centimeter verwijderd van een pacemaker.
- Schakel uw radio onmiddelijk UIT in geval van interferentie met medische apparatuur.
- Vervang de batterijen Niet in een omgeving waar explosiegevaar bestaat. Bij het installereren of verwijderen van de batterijen+kunnen contactvonken ontstaan, die een explosie+kunnen voroorzaken.
Schakel uw radio uit wonneer u zich bevindt in een omgeving waar explosiegevaar bestaat. Vonken konnen in een dergelijkke omgeving brand of een explosie veroorzaken, met lichamelijk letsel of zelfs de dood tot gevolg. - Werp batterijen nooit in het vuur, aangezien ze dan konnen ontploffen.

Omgevingen waar explosiegevaar bestaat,+zijn vaak, maar Niet algid,duidelijk aangegeven. Hieronder vallen brandstoftankruimtes,zoals onderdeks op schepen, overslag- of opslagplaatsen voor brandstof of chemicalien; omgevingen waar de lucht chemicalien of deeltjes bevat, zoals graan-, stof- of metaaldeeltjes; en elke andere omgeving waar u gewoonlijk worden geadviseerd de motor van uw voertuiguit te schakelen.
4.4 VERGIFTIGINGSGEVAAR
- Houd batterijen uit de buurt vankleine kinderen
4.5 REGELGEVING
In bepaalde landen is het verboden om onder het rijden uw PMR te gebruiken. Ga in dit geval aan de kant staan voordat u het toestel gebruikt.
Schakel uw toestel UIT aan boord van een vliegtuig wonneer u hierom worden verzocht. Gebruik van het toestel dient in overeenstemming teijken met de voorschriften van de luchtvaartmaatschappij of de instructies van de bemanning.
Schakel uw toestel UIT opplaaten waar waarschuwingsbordjes u vragen dit te doen. Ziekenhuizen of gezondheidscentra+kunnen apparaten gebruiken die gevoelig zijn voor van buitenaf komende radiofrequentiesignalen.
- Het verwangen of wijzigen van de antennne kan de PMR-radiospecificaties beinvloeden en inbreuk make op de CE-voerschriften. Niet-goedgekeurde antennes konnen de radio ook beschadigen.
4.6 OPMERKINGEN
- Raak de antennne Niet aanijdens het zenden; dit kan het bereik beinvloeden.
- Verwijder de batterij als u het toestel langereijd Niet gebruikt.
5 REINIGING EN ONDERHOUD
- Reinig het toestel met een vochtige doeck. Gebruik hiervoor alleen water. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen op het toestel; deze kuren de behuizing beschadigen enaar binnenlekken, wat kan leiden tot blijvende beschadigingen.
- Gebruik een droge, pluisvrijde doek om de batterijcontacten te reinigen.
Schakel het toestel direct uit en verwijder de batterijen wonneer het toestel nat is geworden. Droog het batterijvak met een zachtde doek om mogelijkke waterschade tot een minimum te beperken. Laat het afdekplaatje van het batterijvak een nacht lang open of totdat het volledig droog is. Gebruik het toestel Niet voordat dit volledig droog is.
6 AFVOEREN VAN HET TOESTEL (MILIEU)

Na afloop van de levenscylus van het product mag u het Niet met het normale huishoudelijkke afval weggooien, maar要去 het waar een inzamelpunt brengen voor recycling van elektrische en elektronische apparatuur. Dit wordt aangeduid door het symbool op het product, in de handeiding en/of op de verpakking.
Sommige materialen waaruit het product is vervaardigd+kennen worden hergebruikt als u ze hier een inzamelpunt brengt. Door onderdelen of grondstoffen van gebruikte producten te hergebruiken, levert u een belangrijke bijdrage aan de bescherming van het milieu. Wend u tot deplaatselijke overheid vooreer informatie over de inzamelpunten bij u in de buurt.
7 EEN PMR-TOESTEL GEBRUIKEN
Om met andere PMR-toestellen te konnen communereren, dienen deze allemaal op hetzelfde kanaal te zich afgestemd en zich binnen het ontvangstbereik te bevinden (tot max. 5 km in open veld). Aangezien deze toestellen vrij toegankelijke frequentiebanden gebruiken (kanalen), delen alle werkende toestellendezelfde kanalen (8 kanalen in totaal). Privacy is waarom Niet gegardeerd. Ledereen met een PMR die op uw kanaal is afgestemd, kan het gesprek afluisteren.
Als u wilt communiceren (een spreaksignaal uitzenden), drukt u op de toets (Push to talk). Zodra.Deze toets wordt ingedrukt, worden de zend-modus van het toestel ingeschakeld en kunt u in de microfoon spreken. Alle andere PMRtoestellen binnen het uitzendbereik, die op hetzelfde kanaal staan afgestemd en in de standby-modus (niet zenden) staan, kannen uw bericht horen. U要去 wachten totdat uw gesprekpartner stopt met zenden voordat u kunt antevoorden. Aan het eind van elke uitzending hoort u een pieptoon. Uhoeft enkel de -toets in te drukken en in de microfoon te spreken om te antevoorden.

Als 2 ofeer gebruikers de PTT -toets tegelijkkertijd indrukken, ontvangt de ontvanger enkel het sterkste signaal, waar bij alle andere signalen worden geblokkeerd. ZendARAOM alleen uit (door op de PTT - toets te drukken) als het kanaal vrij is.
8 BEGINNEN

8.1 DE RIEMCLIP VERWIJDEREN/INSTALLEREN
1.Druk de riemclip (2) in de richting van de antennne verwijl u het lipje van de clip (1) maar buiten trekt, om de clip van het toestel te verwijderen.
2.Bij het werk aanbrengen van de riemclip geeft een hoorbare klik aan dat de riemclip op+zijnplaats is vergrendeld.
8.2 BATTERIJEN PLAATSEN
1.Verwijder de riemclip (8.1).
2.Trek aan het tabblad van het batterijdeksel (3) en schuif het batterijdeksel weg van de antennae.4
3.Installer 3"AAA" oplaadbare batterijen volgens de getoonde polariteit.
4.Breng het afdekplaatje van het batterijvak en de riemclip wee aan (8.1).
9 BATTERIJEN OPLADEN

Wanner u de batterijen hebt geplaatst, biedt de bureaulader een handige manier om het toestel op te laden.
1.Plaats de bureaulader op een plat oppervlak.
2. Stop het ene uiteinde van de bijgeleverde adapter in het stopcontact en het andere in de aansluiting op de achterkant van debureaulader.
- Stop de PMR in de lader zoals weergegeven.
4.Het laadlampje za oplichten wonneer de radio correct is geplaatst en worden opgeladen.
Het volledig opladen van de batterijen za ongeveer 7 tot 10uur in beslag nemen.
10 TOETSEN

1.ANTENNE
-
LCD-display
-
LUIDSPREKER/MIC/LADER-aansluiting
-
VERGRENDELtoets
-
MONITOR-toets

- OPROEP-toets

Zendt een oproeptoonuit
-
LUIDSPREKER
-
MICROFOON
-
OMLAAG-toets

-
Verlaagt het luidsprekervolume
-
Selecteert het vorige menu-onderdeel
-
MENU-toets

- Selecteert het menu

- PUSH TO TALK-toets (PTT)
- Indrukken om te spreken, loslaten om te luisteren
- Bevestigt een menu-instelling
- OMHOOG-toets
- Verhoegt het luidsprekervolume
- Selecteert het volgende menu-onderdeel
13.AAN/UIT-toets
11 INFORMATIE LCD-DISPLAY

a. Kanaalnummer
b. Luidsprekervolume
c. RX-pictogram - Wordt getoond bij het ontvangen van een signala
d. TX-pictogram - Wordt getoond bij het zenden van een signaal
e. Vergrendelpictogram - Wordt getoond als het toetsbord is vergrendeld
f. Indicator laad niveau batterijen
g. Scan-pictogram - Wordt getoond als de scan-modus is ingeschakeld
12 LAADNIVEAU BATTERIJEN/INDICATIE BATTERIJ BIJNA LEEG
Het LAADNIVEAU van de batterijen worden aangegeven door het aantal vierkantjes in het BATTERIJ-pictogram op het LCD-schem.

Batterij vol
Batterij 2/3 geladen
Batterij 1/3 geladen
Batterij leeg
Als het LAADNIVEAU VAN DE BATTERIJ laag is, gaat het BATTERIJ-pictogram knipperen om aan te given dat de batterijset moet worden opgeladen of verrangen.

Batterijen dieren bij een inzamelpunt voor batterijen te worden ingeleverd en mogen Niet met het huishoudelijk afval worden meegegeven. Sluit de batterijen Niet kort en gooij ze nooit in het vuur. Verwijder de batterijen als u het toestel langerearend zich gebruikt.
13 OPLAADBARE BATTERIJEN OPLADEN
De PMR kan gebruikt worden met 3 oplaadbare NiMh AAA-batterijen.

Gebruik de AC/DC-ADAPTER alleen voor oplaadbare "AAA"-batterijen. Laad het toestel Niet als gewone "AAA"-alkaline batterijen zijn geinstalleerd.
Als u oplaadbare batterijen gebruikt, kurz u de optionele adapter gebruiken om ze op te laden.

- Plaats 3 "AAA" oplaadbare batterijen.
- Steek dekleine stekker van de 7,5 DC/200 mA adapter in de SPK/MIC/CHG-aansluiting en het andere uiteinde in het stopcontact.
- Zorg ervoor dat het toestel uitgeschakeld is zodat de batterijen goed konnen opladen. Als het toestel UIT staat, is de indicator voor het laadiveau van de batterijen Niet te zien.
OPMERKING: Het volledig laden van de batterijen duurt ongeveer 7 tot 10研究成果.
14 DE TWINTALKER 1302 GEBRUIKEN
14.1 HET TOESTEL IN- EN UITSCHAKELEN (AAN/UIT)
Inschakelen: druk op en houd de toets ingedrukt. Het toestel za gaan "piepen" en het LCD-schemzal het huidige kanaal weergeven.
Uitschakelen: druk op en houd de toets wee ingedrukt. Het toestel za gaan "piepen" en het LCD-schemz zal zwart worden.
14.2 LUIDSPREKERVOLUME AFSTellen

Het volume van de luidspreker kan worden afgesteld met de toetsen. Het volume van de luidspreker worden op de LCD weergegeven.
14.3 EEN SIGNAL ONTVANGEN

Het toestel is voortdurend in de ONTVANGST-modus wanner het AAN staat en Niet aan het zenden is. Als u een signal ontvangt op het huidige kanaal, verschijnt het RX-pictogram.

Andere mensen die uw signalaal wilen ontvangen, moeten hetzelfde kanaal hebben ingesteld als u.
14.4 EEN SIGNALAAL ZENDEN

Druk op houd de toets ingedrukt om te ZENDEN.
- Houd het toestel verticaal met de MICROFOON 10 cm van de mond en spreek in de microfoon.
- Laat kos wanneer u het zenden wilt stoppen.
14.5 VAN KANAAL VERANDEREN
De PMR beschicht over 8 kanalen.
Ga als volgt te werk om van kanaal te veranderen:

Druk een keer op het huidige kanaalnummer op het LCD-schem gaat knipperen.
Druk op of om het kanaal te wijzigen.
- Druk op [rəm de kanaalkeuze te bevestigen en terug te keren maar de NORMALE modus.
OPMERKING: Alle PMR's op hetzelfde kanaal hunnen het gesprek ontvangen en beluisteren.
14.6 MONITOR
U kurz de MONITOR-functie gebruiken om op het huidige kanaal te zoekenaar zwakkere signalen.
- Druk op de -toets voor normale monitoring.
- Druk op endoud de toets ingedrukt. Na 5 seconden kurz u de toets loslaten. Het kanaal worden nu voortdurend gemonitord tot u weeer op de toets drukt.
14.7 KANAALSCAN
De functie CHANNEL SCAN zoekt in een eindeloze lus maar actieve signalen op kanaal 1 tot 8.

Houd de en -toets 2 seconden ingedrukt.
- Laat de toetsen los. Het kanaal op het scherm verandert verwijl het toestel de kanalen scant.
- Als een actief signal wordt gedetecteerd (op een van de acht kanalen), pauzeert CHANNEL SCAN en krijgt u het actieve signal te horen.
- Als een actief signaal worden gedetecteerd (op een van de acht kanalen), drukt u op of om het huidige kanaal over te slaan en verder te zoekenaar een actief kanaal.
- Druk op om te communiceren op het actieve kanaal en druk op om to stoppen met scannen.
14.8 TOETSVERGRENDELING

Druk op en houd gedurende 2 seconden ingedrukt om de TOETSVERGRENDELINGS-modus in ofuit te schakelen. Het pictogram TOETSVERGRENDELING verschijnt op het LCD-schem.
- Druk opniew op @h houd ingedrukt om de TOETSVERGRENDELING ui te schakelen.
14.9 OPROEPTONEN
Met een oproeptoon LAST u andereen weten dat u wilt praten.
a. De oproeptoon instellen

U kunt kiezen uit 5 verschillende oproeptonen.
- Druk 2 keer op CA verschijnt op de display.
- Druk op of om een andere oproepton te selecteren of selecteer OFF om oproeptonen uit te schakelen.
- Druk op [ræm] uw keuze te bevestigen en terug te keren maar de standby-modus.
b. Een oproeptoon zenden
Druk kort op De oproeptoon wordt gedurende 3 seconden op het ingestelde kanaal uitgezonden.
14.10 TOETSTOON IN/UITSCHAKELEN
U hoor een korte pieptoon bij het indrukken van een toets.

Toetstoon instellen.
- Druk 3 keer op to'verschijnt op de display.
- Druk op om de toetstoon in te schakelen (ON), of op om de toetstoon uit te schakelen (OFF).
- Druk op [ræn] uw keuze te bevestigen en terug te keren maar de standby-modus.
14.11 ROGER-PIEPTOON IN/UITSCHAKELEN
Nadat u de kets hebts losgelaten, zendt het toestel een Roger-pieptoon uit om te bevestigen dat u klaar bent met praten.

De Roger-pieptoon instellen.
- Druk 4 keer op ro'verschijnt op de display.
- Druk op om de Roger-pieptoon in te schakelen (ON), of op om de Roger-pieptoon uit te schakelen (OFF).
- Druk op [R]n uw keuze te bevestigen en'erug te keren waar de standby-modus.
14.12 KOPTELEFOON-AANSLUITING

De Twintalker 1302 kan worden gezrukt met een externe microfoon en luidspreker. De aansluiting bevindt zich onder het rubber beschemflapje boven op het toestel. Om de externe luidspreker/microfoon, koptelefoon of het oortje aan te sluiten, tilt u het rubber flapje aan de bovenkant van het toestel op om bij de aansluiting te konnen. Steek de juiste stekker in de aansluiting.
Op de Topcom-toestellen worden een garantie van 24 maanden verleend. De garantietermiin gaat in op de dag waarop het neue toestel worden aangeschaft. Verbruiksartikelen en defecten die een verwaarloosbaar effect hebben op de werkung of waarde van het toestel worden Niet gedekt door de garantie.
De garantie moet worden bewezen door overlegging van het aankoopbewijs waarop de datum van aankoop en het toesteltype staan aangegeven.
16.2 GARANTIEBEPERKINGEN
Schade of defecten te wijten aan onoordeelkundig gebruik of bediening en schade te wijten aan het gebruik van Nietoriginele onderdelen of accessoires, worden Niet gedekt door de garantie.
De garantie dekt geen schade te wijten aan externe factoren, zoals bliksem, water en brand, noch enige tijdens transport veroorzaakte schade.
Er kan geen beroep worden gedaan op de garantie als het serienummer op het toestel is gewijzigd, verwijderd of onleesbaar gemaakt.