AL-KO Robolinho 1200 - Robotmaaier

Robolinho 1200 - Robotmaaier AL-KO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Robolinho 1200 AL-KO in PDF-formaat.

📄 432 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice AL-KO Robolinho 1200 - page 66
Kenmerken Details
Producttype Robotgrasmaaier
Aangeraden maaiveld 1200 m²
Oplaadtijd 60 minuten
Gebruikstijd tot 60 minuten
Maaihoogte 25 tot 55 mm
Maaibreedte 22 cm
Gewicht 7,5 kg
Geluidsniveau 58 dB
Navigatiesysteem Willekeurige navigatie
Connectiviteit Niet beschikbaar
Onderhoud Regelmatige reiniging van messen en sensoren
Veiligheid Automatische stop bij optillen
Inclusief accessoires Oplaadstation, begrenzingskabel
Garantie 2 jaar

Veelgestelde vragen - Robolinho 1200 AL-KO

Hoe stel ik de AL-KO Robolinho 1200 grasmaaier voor de eerste keer in?
Volg de instructies in de gebruikershandleiding om de AL-KO Robolinho 1200 grasmaaier in te stellen. Zorg ervoor dat de begrenzingskabel correct is geïnstalleerd, de maaizones zijn ingesteld en de maaitijden zijn geprogrammeerd.
Wat te doen als de grasmaaier niet start?
Controleer of de batterij is opgeladen en correct is geplaatst. Zorg ervoor dat de begrenzingskabel intact is en dat de grasmaaier niet wordt geblokkeerd door voorwerpen.
Hoe maak ik de messen van de grasmaaier schoon?
Schakel de grasmaaier uit en verwijder het deksel. Gebruik een zachte borstel of een vochtige doek om gras en vuil van de messen te verwijderen. Gebruik geen hogedrukwater.
Wat te doen als de grasmaaier de begrenzingskabel niet volgt?
Controleer of de begrenzingskabel goed ligt en niet beschadigd is. Zorg er ook voor dat er geen obstakels of vuil zijn die het signaal kunnen verstoren.
Hoe pas ik de maaihoogte aan?
Gebruik de instelknop op de grasmaaier om de maaihoogte naar wens aan te passen. Raadpleeg de handleiding voor gedetailleerde instructies.
Kan de AL-KO Robolinho 1200 grasmaaier maaien bij regen?
Het wordt aanbevolen om niet te maaien bij regen. De grasmaaier is uitgerust met een regensensor die hem terugbrengt naar het oplaadstation als er vocht wordt gedetecteerd.
Hoe verleng ik de levensduur van de batterij?
Laad de grasmaaier regelmatig op, vermijd extreme temperaturen en volg de onderhoudsaanbevelingen van de fabrikant om de levensduur van de batterij te verlengen.
Hoe reset ik de grasmaaier?
Raadpleeg de gebruikershandleiding voor specifieke stappen om de grasmaaier te resetten. Dit kan het indrukken van de resetknop of het volgen van een bepaalde procedure omvatten.
Wat te doen als de grasmaaier vaak vastloopt?
Controleer of er vuil of obstakels zijn die de wielen blokkeren. Zorg er ook voor dat het terrein vlak is en vrij van kuilen of oneffenheden.
Hoe weet ik of de grasmaaier onderhoud nodig heeft?
Tekenen zoals verminderde maai-prestaties, een batterij die de lading niet vasthoudt of ongebruikelijke geluiden kunnen aangeven dat onderhoud nodig is. Raadpleeg de handleiding voor aanbevelingen voor regelmatig onderhoud.

Download de handleiding voor uw Robotmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Robolinho 1200 - AL-KO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Robolinho 1200 van het merk AL-KO.

GEBRUIKSAANWIJZING Robolinho 1200 AL-KO

Inhoudsopgave 1 Over deze gebruikershandleiding ............ 66

2.3 Symbolen op het apparaat ................. 68

2.9 Beschrijving van de werking............... 72

3.2 Mogelijk foutief gebruik ...................... 73

3.3 Veiligheids- en beveiligingsvoorzie-

3.4.2 Persoonlijke beschermingsmid-

delen............................................ 75

3.4.3 Veiligheid van personen en die-

ren ............................................... 75

3.4.4 Veiligheid van het apparaat ......... 75

4.3 Maaigedeeltes voorbereiden.............. 77

station aansluiten (03/b)............... 77

4.5.7 Typische fouten bij het leggen

van de kabel (02) ......................... 79

4.6 Basisstation op voeding aansluiten

(04) ..................................................... 79

4.7 Verbindingen aan het basisstation

5.2 Basisinstellingen uitvoeren ................. 80

5.3 Maaihoogte instellen........................... 80

5.4 Automatische kalibratierun uitvoeren . 80

6 Bediening .................................................. 81

6.1 Apparaat met de hand starten ............ 81

7.1 Instelling oproepen - Algemeen.......... 81

7.5.3 Maaitijden instellen ...................... 83

7.6 inTOUCH ............................................ 84

7.7 Randen maaien bij handmatige start.. 84

66 Robolinho 700/1200/2000 Over deze gebruikershandleiding

De Duitse versie is de originele gebruiksaan- wijzing. Alle andere taalversies zijn vertalin- gen van de originele gebruiksaanwijzing.

Lees voor de ingebruikname deze gebruiks- aanwijzing absoluut zorgvuldig door. Dit is de voorwaarde voor veilig werken en een sto- ringsvrij gebruik.

Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodat u erin het antwoord op uw vragen kunt terug- vinden wanneer u informatie over het appa- raat nodig heeft.

Draag het apparaat alleen samen met deze gebruiksaanwijzing aan andere personen over.

Lees en neem de veiligheids- en waarschu- wingsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht.

1.1 Verklaring van pictogrammen en

signaalwoorden GEVAAR! Wijst op een direct gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot de dood of tot een ernstig letsel leidt. WAARSCHUWING! Wijst op een potentieel gevaarlijke situa- tie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot de dood of tot een zwaar letsel kan leiden. VOORZICHTIG! Wijst op een potentieel gevaarlijke situa- tie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot een licht of middelzwaar letsel kan leiden. LET OP! Wijst op een situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot materiële scha- de kan leiden. OPMERKING Speciale aanwijzingen voor meer duide- lijkheid en een beter gebruik.457825_a 67 Productomschrijving 2 PRODUCTOMSCHRIJVING Deze documentatie beschrijft een volautomati- sche, met een accu gevoede robot-grasmaaier die zich op een gazon vrij beweegt. De snijhoog- te kan versteld worden.

2.1 Inhoud van de levering

Bij de leveringsomvang horen de hier vermelde posities. Controleer of alle posities aanwezig zijn:

Nr. Component 1 Robot-grasmaaier 2 Beknopte handleiding 3 Gebruiksaanwijzing 4 Gazonpennen * 5 Voeding 6 Basisstation incl. schroefnagels (5st.), moersleutel en winterafdekking 7 Begrenzingskabel *

  • niet bij de levering inbegrepen

Nr. Component 1 Bedieningsveld met display (inwendig) 2 STOP-toets (stopt het apparaat meteen en de snijmessen binnen de 2s) 3 Aansluitcontacten voor opladen 4 Hoogteverstelknop (verzonken) 5 Voorste wielen (stuurbaar) 6 Accuschacht 7 Maaidek 8 Messenschijf 9 Aandrijfwiel 10 Bevestigingsbout 11 Wegruimmes 12 SnijbladNL 68 Robolinho 700/1200/2000 Productomschrijving

2.3 Symbolen op het apparaat

Symbool Betekenis Houd anderen uit de buurt van de gevarenzone! Vereist extra voorzichtigheid tijdens gebruik! Blijf met uw handen en voeten bij het maaimechanisme vandaan! Houd voldoende afstand! Lees vóór ingebruikname de ge- bruiksaanwijzing! Voer voor het starten van het appa- raat het PIN in! Rijd niet op het apparaat mee!

(Home-toets): Maaiwerking staken, het apparaat rijdt terug naar het basis- station. Het start de volgende dag weer automatisch op de ingestelde maaitijd. 2 Regensensor: Stelt vast of het regent (zie Hoofdstuk 7.4 "Regensensor instel- len", pagina82). 3 Display: Toont de actuele bedrijfshoeda- nigheid van het apparaat, de naam van het geselecteerde menu, de menupun- ten en de functies die geselecteerd kun- nen worden (zie Hoofdstuk 2.5 "Dis- play", pagina69).

(Pijltoetsen): Selecteer de menu- punten, verhoog en verlaag de getal- waarden en kies tussen de instellingen.

(Start/pauze-toets): Maaiwerking met de hand starten en onderbreken of maaiwerking na het indrukken van meteen weer voortzetten.

(Functietoetsen): De functie oproepen die zojuist boven de toets op het display wordt weergegeven.

(On/Off-toets): Apparaat in- en uit- schakelen.

(Menutoets): Hoofdmenu oproepen457825_a 69 Productomschrijving

Hoofdmenu Instellingen Informatie Terug Bevestigen

Nr. Indicatie 1 Naam van het geselecteerde menu (hier: Hoofdmenu) 2 Menupunten in het menu: Er worden tel- kens slechts twee menupunten weerge- geven (hier: Instellingen en In- formatie). Met en kunnen er verdere menupunten worden weergege- ven. 3 Functies voor het geselecteerde menu- punt (hier: Instellingen). Met en kunnen de functies worden op- geroepen. 4 Sterretje voor de markering van het ge- selecteerde menupunt (hier: Instel- lingen)NL 70 Robolinho 700/1200/2000 Productomschrijving

Hoofdmenu Programma Weekprogramma zie Hoofdstuk 7.5 "Maaiprogramma instellen", pagi- na82 Startpunten zie Hoofdstuk 7.5.2 "Startpunten instellen", pagina82 Programma-info zie Hoofdstuk 8 "Informatie weergeven", pagi- na84 Instel- lingen Tijdstip zie Hoofdstuk 5.2 "Basisinstellingen uitvoeren", pagina80 Datum zie Hoofdstuk 5.2 "Basisinstellingen uitvoeren", pagina80 Taal zie Hoofdstuk 5.2 "Basisinstellingen uitvoeren", pagina80 PIN code zie Hoofdstuk 5.2 "Basisinstellingen uitvoeren", pagina80 Geluidssignaal knopbediening zie Hoofdstuk 7.2 "Geluidssig- naal knopbediening activeren/deactiveren", pagina81 EcoMode zie Hoofdstuk 7.3 "Eco-mode activeren/deactiveren", pagi- na82 Regensensor zie Hoofdstuk 7.4 "Regensensor instellen", pagina82 Regensensor vertrag. zie Hoofdstuk 7.4 "Regensensor instellen", pagina82 Regengevoelig zie Hoofdstuk 7.4 "Regensensor instellen", pagi- na82 inTOUCH zie Hoofdstuk 7.6 "inTOUCH", pagina84 Randen maaien zie Hoofdstuk 7.7 "Randen maaien bij handmatige start", pagina84 Nevenoppervlak actief/inactief zie Hoofdstuk 7.8 "Maaien van nevenoppervlakken instellen", pagina84 Displaycontrast zie Hoofdstuk 7.9 "Displaycontrast instellen", pa- gina84 Instellingsbescherming zie Hoofdstuk 7.10 "Instellingsbescher- ming", pagina84 Opnieuw kalibreren zie Hoofdstuk 7.11 "Opnieuw kalibreren", pa- gina84 Fabrieksinstellingen zie Hoofdstuk 7.12 "Terugzetten op fa- brieksinstellingen", pagina84 Informa- tie Messenservice zie Hoofdstuk 8 "Informatie weergeven", pagina84 Hardware zie Hoofdstuk 8 "Informatie weergeven", pagina84 Software zie Hoofdstuk 8 "Informatie weergeven", pagina84 Programma-info zie Hoofdstuk 8 "Informatie weergeven", pagi- na84 Storingen zie Hoofdstuk 8 "Informatie weergeven", pagina84457825_a 71 Productomschrijving

Nr. Component 1 Bodemplaat 2 Leds voor statusweergave 3 Laadcontact

Home-toets( ) 5 Laadzuil 6 Kabelschacht 7 Wielkuip 8 Boring voor schroefspijkers (9) 9 Schroefspijkers

2.8 Geïntegreerde accu

De accu is vast in het apparaat gemonteerd en mag niet door de gebruiker worden vervangen. OPMERKING De accu moet voor het eerste gebruik compleet worden opgeladen. De accu kan in elke willekeurige laadtoestand worden opgeladen. Het is niet slecht voor de accu als het opladen wordt on- derbroken. De accu kan alleen worden opgeladen als het apparaat is ingeschakeld.

De ingebouwde accu is bij aflevering gedeel- telijk opgeladen. Bij normaal gebruik wordt de accu regelmatig opgeladen. Het apparaat rijdt hiervoor terug naar het basisstation.

De geïntegreerde bewakingselectronica be- eindigt het opladen automatisch als er een oplaadstatus van 100% is bereikt.

Het opladen werkt alleen bij een onberispelijk contact van de laadcontanten van het basis- station met de contactoppervlakken van het apparaat.

Bij een temperatuur hoger dan 45°C blok- keert de ingebouwde beveiliging het opladen van de accu. Op deze wijze wordt een ac- custoring voorkomen.

Als de bedrijfsduur van de accu ondanks een volledige oplading duidelijk korter is gewor- den, moet hij bij een AL-KO dealer, technicus of AL-KO servicepartner door een originele accu worden vervangen.

Als de accu door veroudering of een te lange opslagduur ontladen raakt tot beneden de door de fabrikant vastgelegde drempelwaar- de, kan hij niet meer worden opgeladen. Laat de accu en de controle-elektronica controle- ren door uw AL-KO dealer, technicus of ser- vicepartner.

De laadconditie van de accu wordt getoond op het display. De accustatus na ca. 3 maan- den opslag controleren. Schakel hiervoor het apparaat in en lees de accustatus af. Als de accu slechts nog maar voor ca. 30% of min- der is geladen moet het apparaat in het ba- sisstation geplaatst en ingeschakeld worden zodat de accu wordt opgeladen. Als de laad- zuil voor het opbergen van het basisstation werd verwijderd (zie Hoofdstuk 11.2 "Basis- station opbergen", pagina87), moet die eerst weer in omgekeerde volgorde gemon- teerd en het basisstation weer op het stroom- net aangesloten worden.

Als er elektrolyt uit het huis is vrijgekomen: Apparaat door een AL-KO servicepunt laten repareren!

Indien de accu uit het apparaat werd verwij- derd: Als er ogen of handen met het vrijgeko- men elektrolyt in aanraking zijn gekomen moeten die onmiddellijk met water worden gespoeld. Daarna onmiddellijk een arts raad- plegen!NL 72 Robolinho 700/1200/2000 Productomschrijving

2.9 Beschrijving van de werking

Bewegen op het gazon Het apparaat beweegt zich vrij op een door een begrenzingskabel afgezet oppervlak. De oriënta- tie van het apparaat gebeurt met sensoren die het magneetveld van de begrenzingskabel her- kennen. Als het apparaat tegen een obstakel stoot blijft het staan en beweegt verder in een andere rich- ting. Als het apparaat vocht herkent, gaat het au- tomatisch terug naar het basisstation. Als het ap- paraat in een situatie komt waarin er geen wer- king mogelijk is, wordt dit met en melding op het display aangegeven. Maaiwerking en laadwerking De maaifasen worden afgewisseld door laadfa- sen. Als de lading van de accu bij het maaien tot een bepaalde waarde (weergave: 0%) is ge- daald, gaat het apparaat langs de begrenzings- kabel terug naar het basisstation. Voor de maaiwerking zijn er vooraf ingestelde maaiprogramma's aanwezig waarin ook opper- vlak- en randmaaifuncties zijn opgenomen. Deze maaiprogramma's kunnen door de gebruiker wor- den gewijzigd. Bij elke start van de maaimotor wordt zijn draai- richting omgekeerd, waardoor de levensduur van de maaimessen wordt verdubbeld.

2.10 Integratie in innogySmartHome

De robot-grasmaaier kan in een innogy Smar- tHome-omgeving geïntegreerd en met andere apparaten in een netwerk verbonden worden. Dat maakt een comfortabele besturing, instelling en bewaking van de robot-grasmaaier via app vanaf een mobiel apparaat mogelijk. Hiervoor moet de robotmaaier via Lemonbeat worden verbonden met een innogy SmartHome- gateway en de AL-KO inTOUCH app of de in- nogy SmartHome app (alleen voor Robolinho 700I/1200I/2000I) op een mobiel apparaat wor- den geïnstalleerd. OPMERKING Het gebruikte mobiele apparaat heeft een radiografische verbinding nodig voor het gebruik van innogy SmartHome. Bij een onderbreking van de radiografi- sche verbinding van het mobiele appa- raat kunnen er geen signalen aan de ro- bot-grasmaaier worden verzonden.

2.10.1 AL-KO inTOUCH app

De AL-KO inTOUCH app is voor Android- en iOS-gebaseerde apparaten verkrijgbaar: Na de installatie van de app dient men zich eerst aan te melden. OPMERKING Een registratie is niet dwingend noodza- kelijk, biedt echter een aantal extra func- ties. Bij het eerste starten van de app wordt de be- knopte installatiehandleiding automatisch opge- roepen. Vervolgens kan men in het menu "Appa- reten" de robot-grasmaaier in de innogy Smar- tHome-omgeving opnemen. OPMERKING Voor de opname is een innogy-account noodzakelijk. OPMERKING De robot-grasmaaier moet bereik heb- ben om opgenomen te kunnen worden (zie Hoofdstuk 7.6 "inTOUCH", pagi- na84). Afgezien van de toegang op afstand toot opgeno- men robot-grasmaaiers of tot andere in het net- werk opgenomen apparaten biedt de AL-KO in- TOUCH app verdere features als bijv. productre- gistratie, tips voor het tuinieren, advies voor plan- ten of push-berichten in geval van een fout.

2.10.2 innogy SmartHome app (alleen voor

Robolinho 700I/1200I/2000I) De innogy SmartHome app is voor Android- en iOS-gbaseerde apparaten en als browsergeba- seerde webtoepassing verkrijgbaar. Kijk voor verdere informatie over de innogy SmartHome app op https://home.innogy-smar- thome.de of in de documentatie van de app.457825_a 73 Veiligheid 3 VEILIGHEID

Dit apparaat is uitsluitend be- doeld voor particulier gebruik. El- ke andere toepassing, alsook een verboden om- of aanbouw, worden beschouwd als niet be- oogd gebruik en leiden tot uit- sluiting van de garantie, het ver- lies van de conformiteit (CE-mar- kering) en de afwijzing van elke verantwoordelijkheid vanwege de fabrikant wat betreft schade aan de gebruiker of derden. De toepassingsgrenzen van het apparaat zijn:

max. zijwaartse helling: 45% (24°)

3.2 Mogelijk foutief gebruik

Dit apparaat is niet geschikt voor gebruik in een openbare omge- ving, parken, op sportterreinen of in de land- en bosbouw.

Veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen WAARSCHUWING! Risico op letsel Defecte en buiten werking gestelde veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen kunnen tot ernstig letsel leiden.

Laat defecte veiligheids- en beveiligingsvoorzie- ningen repareren.

De beschermings- en beveiligingsvoorzienin- gen nooit buiten werking stellen.

3.3.1 PIN- en PUK-invoer

Het apparaat kan alleen door in- voeren van een PIN (personal Identification Number) worden gestart. Daardoor wordt het in- schakelen door onbevoegde per- sonen voorkomen. De PIN-code is in de fabriek ingesteld op 0000. De PIN-code kan worden gewijzigd, zie zie Hoofdstuk 5.2 "Basisinstellingen uitvoeren", pa- gina80. Als de PIN-code 3 keer verkeerd wordt ingevoerd, is de invoer van de PUK (Personal Unlocking Key) noodzakelijk. Als die ook verkeerd wordt ingevoerd moetNL 74 Robolinho 700/1200/2000 Veiligheid er 24 uur voor de volgende in- voer worden gewacht. De PIN- en PUK-code dient ook als diefstalbeveiliging:

Bewaar de PIN- en PUK-code ontoegankelijk voor onbe- voegde personen.

Het apparaat heeft meerdere veiligheidssensoren. Hij schakelt na het uitschakelen door een veiligheidssensor niet automa- tisch weer in. De foutmelding wordt op het display weergege- ven en moet bevestigd worden. De reden voor de activering van de sensor moet worden verhol- pen. Hefsensor Als het apparaat tijdens de wer- king aan het huis wordt opgetild, wordt de rijaandrijving uitgescha- keld en de snijmessen worden gestopt. Stootsensoren voor obstakelherkenning Het apparaat is uitgevoerd met sensoren die er bij contact met een obstakel voor zorgen dat de rijrichting wordt aangepast. Wan- neer het apparaat tegen een ob- stakel aanstoot, verschuift het bovendeel van de behuizing iets en de stootsensor wordt geacti- veerd. Hellingsensor in rijrichting/ zijkant Als er in rijrichting een helling of een daling of een schuine zij- waartse stand van 24° (45%) wordt bereikt, keert het apparaat om of verandert van rijrichting. Regensensor Het apparaat is uitgevoerd met een regensensor die in geacti- veerde hoedanigheid bij regen de maaibeurt onderbreekt en er- voor zorgt dat het apparaat te- rugrijdt naar het basisstation. OPMERKING Het apparaat kan betrouw- baar in de buurt van ande- re robot-grasmaaiers wor- den gebruikt. Het in de begrenzingska- bel gebruikte signaal vol- doet aan de door EGMF (European Garden Machi- nery Federation) vastge- legde standaards wat be- treft de elektromagneti- sche emissies.457825_a 75 Veiligheid

3.4 Veiligheidsinstructies

Jongeren van jonger dan 16 jaar, personen met lichamelij- ke, sensorische of geestelijke beperkingen of met onvol- doende ervaring en kennis en personen die de gebruiksaan- wijzing niet kennen, mogen het apparaat niet gebruiken. Neem eventueel van toepas- sing zijnde nationale veilig- heidsvoorschriften omtrent de minimum leeftijd van de ge- bruiker in acht.

Bedien het apparaat niet als u onder invloed bent van alco- hol, drugs of geneesmiddelen.

Om letsel te voorkomen moet er doelmatige kleding en moe- ten er persoonlijke bescher- mingsmiddelen worden gedra- gen.

De persoonlijke bescher- mingsmiddelen bestaan uit:

bij onderhoud en verzor- ging: Veiligheidshand- schoenen.

3.4.3 Veiligheid van personen

Op openbaar toegankelijke terreinen moeten rondom het maaigebied waarschuwings- borden met het volgende op- schrift aangebracht worden: LET OP! Automatische grasmaai- er in werking! Kom niet in de buurt van het apparaat! Houd kinderen onder toe- zicht!

Zorg er tijdens de werking voor dat er geen kinderen of personen in de buurt van het apparaat komen of zijn en dat ze niet met het apparaat spe- len.

Het is verboden om op het ap- paraat te gaan zitten of om in de snijmessen te grijpen!

Blijf met lichaam en kleding uit de buurt van het maaiwerk.

3.4.4 Veiligheid van het

Zorg er voor het begin van de werkzaamheden voor dat er geen voorwerpen (takken, glazen of metalen voorwer- pen, kledingstukken, stenen, tuinmeubelen, tuingerei of speelgoed) in het werkgedeel-NL 76 Robolinho 700/1200/2000 Montage te van het apparaat liggen. Die kunnen de snijmessen van het apparaat beschadigen of door het apparaat bescha- digd worden.

Gebruik het apparaat alleen on- der de volgende voorwaarden:

Het apparaat is niet ver- vuild.

Het apparaat vertoont geen beschadigingen of slijtage.

Basisstation en voeding en de elektrische voedingska- bels zijn niet beschadigd en werken.

Vervang defecte onderdelen altijd door originele reserve- onderdelen van de fabrikant.

Laat het apparaat repareren wanneer het beschadigd raakte.

De gebruiker van het appa- raat is verantwoordelijk voor letsel bij derden of voor mate- riële schade.

Gebruik het apparaat nooit als er tegelijkertijd een tuinsproei- er op het maaioppervlak in bedrijf is.

Spuit het apparaat niet met water af.

Open het apparaat niet. 4 MONTAGE

4.1 Apparaat uitpakken

1. Open de verpakking voorzichtig.

2. Haal alle componenten voorzichtig uit de ver-

pakking en controleer ze op transportschade. Opmerking:Neem bij transportschade over- eenkomstig de garantiebepalingen direct contact op met uw dealer, technicus of servi- cepartner van AL-KO.

3. Controleer de leveringsomvang, zie Hoofd-

stuk 2.1 "Inhoud van de levering", pagina67. Indien het apparaat wordt doorverzonden moeten de originele verpakking en de meegeleverde do- cumenten worden bewaard. Die zijn tevens bij re- tournering vereist.

4.2 Maaivlakken plannen (01)

Locatie van het basisstation (01/1)

Kortste mogelijke afstand naar het grootste maaioppervlak

aansluitmogelijkheid voor voeding

Vrije toegankelijkheid voor de robot-gras- maaier Leggen van de begrenzingskabel (01) De begrenzingskabel moet in een doorlopende lus rechtsom worden gelegd. Doorgangen tussen de maaigedeeltes (01/h) Een doorgang is een nauwe strook op het gazon en kan ertoe dienen om twee maaioppervlakken te verbinden. Hoofdoppervlak en nevenoppervlak(ken) (01)

Hoofdoppervlak (01/HF): Is het gazon waar- op zich het basisstation bevindt en dat door het apparaat over het gehele oppervlak auto- matisch gemaaid kan worden.

Nevenoppervlak (01/NF): Is een gazon dat door het apparaat vanaf het hoofdoppervlak niet kan worden bereikt; apparaat indien no- dig met de hand naar het nevenoppervlak dragen. Nevenoppervlakken kunnen met handmatige werking worden bewerkt. Hoofd- en nevenoppervlak zijn echter alleen door dezelfde, ononderbroken begrenzingkabel om- heind.457825_a 77 Montage Positie van de startpunten (01/X0–01/X3) Het apparaat beweegt op de vastgelegde maai- tijd langs de begrenzingskabel tot aan het vast- gelegde startpunt en begint daar met maaien. Met de startpunten kan er vastgelegd worden welke gedeeltes van het maaioppervlak er meer worden gemaaid.

4.3 Maaigedeeltes voorbereiden

1. Controleer of het gazon groter is dan de op-

pervlaktecapaciteit van het apparaat. Bij een te groot gazon ontstaat er een onregelmatig gemaaid gazon. Verklein het te maaien op- pervlak indien nodig.

2. Voor de montage van basisstation en be-

grenzingskabel en voor de inbedrijfstelling van het apparaat: Het gazon met een gras- maaier op een kleine snijhoogte maaien.

3. Obstakels op het gazon verwijderen of met

de begrenzingskabel afzetten (zie Hoofdstuk

Vlakke obstakels waar overheen kan worden bewogen en die de snijmessen kunnen beschadigen (bijv. vlakke stenen, overgangen van gazon naar terras of pa- den, tegels, stoepranden enz.)

Gaten in en verheffingen op het gazon (bijv. molshopen, woelgaten, dennenap- pels, gevallen fruit enz.)

Water (bijv. vijvers, beken, zwembaden enz.) en de afzetting ervan t.o.v. het ga- zon

Struiken en heggen die breder kunnen worden

4.4 Basisstation opbouwen(03/a)

1. Basisstation (01/1) haaks t.o.v. de positie van

Vlak op de gron (met een waterpas con- troleren)

Rechte en vlakke in- en uitrit

Niet overhellend (bij het aansluiten en in- draaien van de schroefspijkers mag de laadzuil niet gebogen raken of hellen)

2. Basisstation (03/2) met vier schroefspijkers

(03/1) op de grond vastzetten.

2. Afdekking van de kalbelschacht(03/3) aan

de aansluiting(03/A) verwijderen.

3. Isolatie van het uiteinde van de begrenzings-

kabel(03/6) een stuk verwijderen en in de klem (03/7) steken.

(03/5) met kabelreserve uit de kabelschacht leiden. OPMERKING Met de kabelreserve kunnen ook op een later tijdstip nog kleine correcties aan de kabelgeleiding uitgevoerd worden.

6. Afdekking van de kabelschacht weer plaat-

De begrenzingskabel kan zowel op het gazon worden gelegd of kan 10 cm onder het gazonop- pervlak worden ingewerkt. Het inwerken onder het gazonoppervlak kan door uw dealer uitge- voerd worden. Beide varianten kunnen met elkaar gecombi- neerd worden. LET OP! Gevaar voor beschadiging van de be- grenzingskabel Als de begrenzingskabel beschadigd of doorgesneden wordt is de overdracht van de besturingssignalen naar het ap- paraat niet meer mogelijk. In dat geval moet de begrenzingskabel gerepareerd of vervangen worden. Begrenzingska- bels zijn verkrijgbaar bij AL-KO.

Leg de begrenzingskabel altijd direct op de grond. Bevestig hem indien nodig met een extra gazonpen.

Bescherm de begrenzingskabel bij het leggen en tijdens de werking te- gen beschadigingen.

ge afstanden met gazonpennen of leg hem ondergronds (max. 10 cm diep).

3. Doorgangen tussen de afzonderlijke maaiop-

pervlakken aanleggen: zie Hoofdstuk 4.5.4 "Doorgangen afzetten (01/h)", pagina78.

4. Te grote stijgingen of dalingen afzetten: zie

Hoofdstuk 4.5.5 "Hellingen afzetten", pagi- na78.

5. Kabelreserves aanleggen: zie Hoofdstuk

6. Sluit de begrenzingskabel na het leggen aan

op de aansluiting (03/B) van het basisstation: zie Hoofdstuk 4.5.1 "Begrenzingskabel op het basisstation aansluiten (03/b)", pagi- na77.

4.5.3 Obstakels afzetten

Afhankelijk van de omgeving van het werkgedeelte moet de begrenzingskabel met verschillende afstan- den t.o.v. de obstakels worden gelegd. Gebruik voor de bepaling van de juiste afstand de liniaal die van de verpakking afgehaald kan worden. OPMERKING Afzettingen zijn alleen noodzakelijk als ze door de stootsensoren van het appa- raat niet kunnen worden herkend. Ver- mijd te veel of onnodige afzettingen. Niveauverschillen die kleiner zijn dan 6cm, moeten worden uitgesloten, omdat het apparaat anders schade kan veroor- zaken. Afstand t.o.v. muren, hekken, bloembedden: min.20cm(01) Het apparaat beweegt met een afstand naar bui- ten van 20cm langs de begrenzingskabel. Leg daarom de begrenzingskabel met een afstand van ten minste 20cm t.o.v. muren, hekken of bloembedden. Afstand t.o.v. terrasranden en getegelde paden(05) Als de rand van het terras of het pad hoger is dan het gazon moet er een afstand van ten minste 20cm aangehouden worden. Als de rand van het terras of het pad op gelijke hoogte van het gazon ligt kan de kabel precies op de rand worden ge- legd. Afstand van obstakels t.o.v. de begrenzingskabel(01) Als de begrenzingskabels van het obstakel weg of naar het obstakel toe precies zijn samenge- legd, d.w.z. met een afstand van 0 cm, beweegt het apparaat over de begrenzingskabels heen. De begrenzingskabels hierbij niet over elkaar heen (02/c), maar evenwijdig leggen (01/e). Leggen van de begrenzingskabel rond hoeken (06)

Bij naar binnen verlopende hoeken (06/a): Begrenzingskabel diagonaal leggen om te voorkomen dat het apparaat in de hoek vast komt te zitten.

Bij naar buiten verlopende hoeken met obsta- kels (06/b): Begrenzingskabel in een punt leggen om te voorkomen dat het apparaat te- gen de hoek aan botst.

Bij naar buiten verlopende hoeken zonder obstakels: Begrenzingskabel met een hoek van 90° leggen.

4.5.4 Doorgangen afzetten (01/h)

De volgende afstanden moeten in de doorgang aangehouden worden:

Hellingen van meer dan 45% moeten met de be- grenzingskabel afgezet worden (45% = 45cm helling per 1m horizontaal).

4.5.6 Kabelreserves aanleggen (07)

Om na de inrichting van het maaibereik het ba- sisstation nog te kunnen verplaatsen of het maai- bereik te vergroten, moet er op regelmatige af- standen een reservelengte in de begrenzingska- bel worden ingebouwd. Kies het aantal kabelreservelengtes naar eigen goeddunken. OPMERKING Vorm bij reservelengtes geen open lus- sen.

1. Leg de begrenzingskabel rond de actuele ga-

zonpen (07/1) en weer terug naar de vorige gazonpen (07/3).457825_a 79 Ingebruikname

2. Leid de begrenzingskabel dan weer terug

naar de actuele gazonpen. Er ontstaat een lus. De kabels moeten bij elkaar liggen.

3. Indien nodig de lus in het midden met een

extra gazonpen (07/2) aan de grond bevesti- gen.

4.5.7 Typische fouten bij het leggen van de

De reserves van de begrenzingskabel wor- den niet in een gelijkmatige, langgerekte lus gelegd (02/a).

De begrenzingskabel wordt niet deskundig rond de hoeken gelegd (02/b).

De begrenzingskabel wordt gekruist of niet rechtsom gelegd (02/c).

De begrenzingskabel wordt te onnauwkeurig gelegd, zodat randgedeeltes van het gazon niet gemaaid kunnen worden (02/d).

De begrenzingskabel wordt bij het heen- en terugleiden van de rand naar een obstakel binnen het gazon niet direct naast elkaar lig- gend gelegd (02/e).

De startpunten worden te ver weg van het basisstation vastgelegd (02/f).

De begrenzingskabel wordt over de rand van het gazon heen gelegd (02/g).

Bij het leggen van de begrenzingskabel wordt de minimum afstand voor doorgangen van 30cm onderschreden (02/h).

De begrenzingskabel wordt te dicht, d.w.z. met een afstand van minder dan 20cm t.o.v. niet te passeren obstakels gelegd (02/i).

4.6 Basisstation op voeding aansluiten (04)

1. Voeding (04/4) op een droge en tegen zon-

licht beschermde plek voldoende in de buurt van het basisstation (04/1) plaatsen.

2. Laagspanningskabel van de voeding (04/5)

en kabel van het basisstation (04/6) met el- kaar verbinden.

3. Netstekker van de voeding (04/2) in een

stopcontact (04/3) steken. OPMERKING Wij adviseren om de voeding op het spanningsnet via een FI-aardlekschake- laar met een nominale lekstroom van <30mA aan te sluiten.

4.7 Verbindingen aan het basisstation

1. Controleer of beide LEDs aan de voorkant

van de laadzuil (09/1) branden. Indien niet:

Controleer alle stekkerverbindingen van de voeding en van de begrenzingskabel op juiste montage en beschadigingen. Toestandsweergaven van de LEDs LEDs Bedrijfstoestanden groen

Knippert als de lus van de be- grenzingskabel niet in orde is. geel

Brandt als de voeding in orde is. 5 INGEBRUIKNAME Dit hoofdstuk beschrijft de handelingen en instel- lingen die nodig zijn om het apparaat voor de eerste keer in bedrijf te stellen. Voor alle andere instellingen zie Hoofdstuk 7 "Instellingen", pagi- na81.

De ingebouwde accu is bij aflevering gedeeltelijk opgeladen. Bij normaal gebruik wordt de accu van het apparaat regelmatig opgeladen. OPMERKING De accu moet voor het eerste gebruik compleet worden opgeladen. De accu kan in elke willekeurige laadtoestand worden opgeladen. Het is niet slecht voor de accu als het opladen wordt on- derbroken. De accu kan alleen worden opgeladen als het apparaat is ingeschakeld.

1. Apparaat (08/1) zodanig in het basisstation

(08/3) plaatsen dat de contactoppervlakken van het apparaat de laadcontacten van het basisstation raken.

2. Met apparaat inschakelen.

3. Het display op het apparaat toont Accu

wordt geladen. Indien niet: zie Hoofdstuk 14 "Hulp bij storingen", pagina89.NL 80 Robolinho 700/1200/2000 Ingebruikname

5.2 Basisinstellingen uitvoeren

denummer en type worden weergegeven.

3. In het menu taalkeuze met of taal se-

lecteren en met overnemen.

4. In het menu Aanmelding > PIN invoe-

ren het vooraf ingestelde PIN 0000 invoe- ren. Hiervoor na elkaar met of het cij- fer 0 selecteren en telkens met overne- men. Na de invoer van het PIN wordt de toe- gang vrijgeschakeld.

5. In het menu PIN wijzigen:

Bij Nieuwe PIN invoeren een zelf gekozen nieuw PIN van vier plaatsen in- voeren. Hiervoor na elkaar met of een cijfer selecteren en telkens met overnemen.

Bij Nieuwe PIN herh. het nieuwe PIN opnieuw invoeren. Als beide invoeren identiek zijn, wordt PIN met succes gewijzigd weergegeven.

6. In het menu Datum invoeren de actuele

datum instellen (formaat:DD.MM.20JJ). Hiervoor na elkaar met of een cijfer selecteren en telkens met overnemen.

7. In het menu Tijdstip invoeren > 24h-

formaat de actuele tijd instellen (for- maat:HH:MM). Hiervoor na elkaar met of een cijfer selecteren en telkens met overnemen. De basisinstellingen zijn voltooid. De status On- gekalibreerd starttoets indrukken wordt weergegeven.

5.3 Maaihoogte instellen

De maaihoogte kan traploos tussen de 25 - 55mm met de hand worden versteld. OPMERKING Voor de kalibratierit (zie zie Hoofdstuk

5.4 "Automatische kalibratierun uitvoe-

ren", pagina80) en voor het leren van de startpunten (zie zie Hoofdstuk 7.5.2 "Startpunten instellen", pagina82) wordt een maaihoogte van 55mm aan- bevolen.

hoogte wordt op het scherm (10/3) in millime- ter aangegeven):

3. Afdekking sluiten.

5.4 Automatische kalibratierun uitvoeren

Zet het apparaat op de beginstand (09)

1. Zet het apparaat binnen het maaigebied op

min. 1m links en 1m voor het basisstati-

met de voorkant op de begrenzingskabel uitgelijnd Kalibratierit starten

1. Controleer dat er binnen het te voorspellen

bewegingsgedeelte van het apparaat geen obstakels aanwezig zijn. Het apparaat moet met beide voorwielen over de begrenzingska- bel heen kunnen rijden. Verwijder obstakels indien nodig.

2. Met apparaat starten. Op het display

! Waarschuwing! Aandrijving start

Kalibreren , Fase [1] Tijdens de kalibratierit Het apparaat rijdt voor de bepaling van de sig- naalsterkte binnen de begrenzingskabel eerst twee keer over de begrenzingskabel heen en ver- volgens naar het basisstation en blijft daar stil- staan.

Op het display wordt de melding Kalibra- tie voltooid gegeven.

De accu wordt opgeladen.457825_a 81 Bediening OPMERKING Het apparaat moet bij het binnenrijden in het basisstation blijven staan. Als het apparaat bij het binnenrijden in het ba- sisstation de contacten niet raakt, rijdt het verder langs de begrenzingskabel. Als het apparaat niet door het basisstati- on rijdt is de kalibratieprocedure mislukt. In dat geval moet het basisstation beter uitgelijnd en de kalibatieprocedure her- haald worden. Na de kalibratie De vooraf ingestelde actuele maaitijd wordt aan- gegeven. Voor alle andere instellingen zie Hoofdstuk 7 "In- stellingen", pagina81. OPMERKING Voor een goed maairesultaat is het aan te bevelen de luslengte door het appa- raat te laten meten. Dit wordt gedaan met de training om de startpunten (zie Hoofdstuk 7.5.2 "Startpunten instellen", pagina82) te bepalen. 6 BEDIENING

6.1 Apparaat met de hand starten

1. Met apparaat inschakelen.

Voor randen maaien buiten de planning: zie Hoofdstuk 7.7 "Randen maaien bij handmati- ge start", pagina84.

2. Met apparaat met de hand starten.

op het basisstation (08/4) of op het appa- raat indrukken. Het apparaat rijdt automatisch naar het ba- sisstation. Het wist het maaiprogramma van de actuele dag en start de volgende dag weer op het ingestelde tijdstip.

op het apparaat indrukken. De maaiwerking wordt gedurende een half uur onderbroken.

op het apparaat indrukken. Het apparaat wordt uitgeschakeld. OPMERKING In gevaarlijke situaties kan het apparaat met de STOP-toets(08/2) worden ge- stopt.

6.3 Nevenoppervlak maaien (01/NF)

1. Apparaat optillen en met de hand op het ne-

venoppervlak plaatsen.

2. Met apparaat inschakelen.

3. Met hoofdmenu oproepen.

6. Met of maaitijd selecteren.

7. Met apparaat met de hand starten.

Afhankelijk van de instelling: Het apparaat maait gedurende de ingestelde tijd en schakelt vervol- gens uit of maait verder tot de accu leeg is. Na het maaien van het nevenoppervlak het appa- raat weer met de hand in het basisstation plaat- sen. 7 INSTELLINGEN

7.1 Instelling oproepen - Algemeen

1. Met hoofdmenu oproepen.

Opmerking:Het sterretje * voor het menu- punt geeft aan dat het zojuist is geselecteerd.

2. of * Instellingen

3. Met of het gewenste menupunt selec-

teren en met overnemen.

4. Instellingen uitvoeren.

Opmerking:De menupunten worden in de paragrafen hierna beschreven.

5. Met teruggaan naar het hoofdmenu.

OPMERKING Verdere menupunten: zie Hoofdstuk 5.2 "Basisinstellingen uitvoeren", pagina80.

In de Eco-modus schakelt het apparaat om naar de energie besparende modus. Daardoor wordt het energieverbruik en de geluidsemissie geredu- ceerd. OPMERKING In hoog en dicht gras evenals dichte grasmat niet aanbevolen of eventueel niet mogelijk.

OPMERKING Maaien van een droog gazon reduceert vervuilingen. Door het activeren van de regensensor en het instellen van een vertragingstijd kan er worden voorkomen dat het appa- raat bij een nat gazon maait. Als de regensensor geactiveerd is, rijdt het appa- raat terug naar het basisstation als het begint te regenen. Daar blijft het tot de regensensor is ge- droogd. Vervolgens wacht het nog de tijd af die als vertraging is ingesteld voordat het doorgaat met maaien. De gevoeligheid van de regensen- sor is instelbaar.

xx uur xx minuten Met of de gewenste waarde voor de vertraging selecteren en met be- vestigen.

4. Gevoeligheid van de regensensor instellen:

Met of de gewenste waarde voor de gevoeligheid instellen en met be- vestigen.

7.5 Maaiprogramma instellen

7.5.1 Maaiprogramma instellen - Algemeen

1. Met hoofdmenu oproepen.

3. Met of menupunt selecteren en met

4. Instellingen uitvoeren.

Opmerking:De menupunten worden in de paragrafen hierna beschreven.

1. Apparaat in het basisstation plaatsen.

2. Met apparaat inschakelen.

3. Met hoofdmenu oproepen.

7. of * Start teachrun voor

of Hier , als het apparaat het gewenste startpunt heeft bereikt. Het startpunt wordt opgeslagen.457825_a 83 Instellingen

8. of Stel startpunt 1 in ,

als bij de teachrun geen startpunt is vastge- legd. Als er hier geen startpunt wordt vastge- legd, worden de startpunten automatisch vastgelegd.

9. of Startpunt x: XXm , als

het laatste startpunt is bereikt. Startpunten met de hand vastleggen (01) Het eerste startpunt (01/X0) is vooraf ingesteld en bevindt zich 1m rechts naast het basisstation. Achter dit punt kunnen verdere startpunten wor- den gedefinieerd:

Robolinho 2000: maximaal negen startpunten (X1–X9) Houd bij het vastleggen van de startpunten reke- ning met het volgende:

Stel de startpunten niet te ver verwijderd van het basisstation en niet te dicht bij elkaar in (02/f).

Gebruik slechts zoveel startpunten als nodig.

2. of * Punt X1 bij [020m]

Met of na elkaar een cijfer selecteren en telkens met overnemen.

3. of * Punt X2 bij [075m]

Met of na elkaar een cijfer selecteren en telkens met overnemen.

4. Verdere startpunten vastleggen indien nodig.

5. Met teruggaan naar het hoofdmenu.

7.5.3 Maaitijden instellen

OPMERKING Tussen de programmering van de maai- tijden en het starten van het maaien moeten 30 minuten liggen. Indien niet start het apparaat pas op het volgende geprogrammeerde maaitijdstip. In het menupunt Weekprogramma worden de dagen van de week en de tijdstippen ingesteld waarop het apparaat moet maaien. Pas deze in- stellingen indien nodig aan op de afmetingen van het gazon. Als er na ongeveer een week nog on- gemaaide gedeeltes te zien zijn moeten de maai- tijden verlengd worden.

of * Elke dag [X]: Het appa- raat maait iedere dag op de ingestelde tijdstippen. Als Elke dag [] wordt aangegeven, maait het apparaat alleen op de ingestelde weekdagen.

of * Maandag [X]...* Zondag [X]: Het apparaat maait op de ingestel- de weekdag op de ingestelde tijdstippen. Als bijv. Maandag [] wordt weergege- ven, maait het apparaat op de betreffen- de dag niet.

of Wijzigen : De betreffen- de dag activeren [X] of deactiveren [], tijden, manier van maaien en start- punten instellen.

2. Instellingen voor alle dagen of de betreffende

bijv. *[M] 07:00-10:00 [?]: Nor- maal maaien [M] van 07:00 – 10:00uur met automatisch wisselend startpunt 0 – 9 [?].

bijv. *[R] 16:00-18:00 [1]: Het ap- paraat start om 16:00uur met het maaien van randen [R] en beweegt langs de gehele begrenzingskabel. Daarna begint het maaien van het oppervlak op start- punt 1 [1]. Om 18:00uur of zodra de accu leeg is, rijdt het apparaat terug naar het basisstation.

of Wijzigen : Geselecteer- de instelling wijzigen.

of Verder : Gewijzigde in- stelling bevestigen en verder naar de vol- gende instelling.

3. of Opslaan : Alle gewijzigde in-

stellingen van het menupunt opslaan.NL 84 Robolinho 700/1200/2000 Informatie weergeven

Een bestaande verbinding met een gateway kan verbroken worden. Daardoor staat het apparaat gedurende 30 minuten open voor een nieuwe verbindingsopbouw. OPMERKING Om later een verbinding op te bouwen moet de verbinding eerst opnieuw wor- den verbroken, ook als het apparaat vooraf niet met een gateway was ver- bonden.

apparaat meldt: Voltooid.

3. Met bevestigen en teruggaan naar het

7.7 Randen maaien bij handmatige start

Voor de handmatige start kan hier ingesteld wor- den dat het apparaat met het maaien van de ran- den begint. Randen op de geprogrammeerde maaitijdstippen maaien: zie Hoofdstuk 7.5.3 "Maaitijden instel- len", pagina83.

1. of * Randen maaien

2. of * bij handmatige start

2. Maaitijden instellen:

of inactief : Het maaien van nevenoppervlakken is uitgeschakeld.

of actief : Het apparaat maait tot de accu leeg is.

of Maaitijd in min : Het apparaat maait gedurende de inge- stelde tijd het nevenoppervlak. De vol- gende maaitijden kunnen ingesteld wor- den: 30/60/90/120/tot accu leeg.

7.9 Displaycontrast instellen

Als het display bijv. vanwege zoninstraling slecht af te lezen valt, kan de weergave door wijziging van het displaycontrast verbeterd worden.

1. of * Displaycontrast

2. Met of het displaycontrast verhogen/

verlagen en met overnemen.

7.10 Instellingsbescherming

Als de instellingsbescherming gedeactiveerd is hoeft alleen bij het bevestigen van voor de veilig- heid belangrijke fouten de PIN-code ingevoerd te worden.

7.11 Opnieuw kalibreren

Als de positie of de lengte van de begrenzingska- bel werd gewijzigd of het apparaat de begren- zingskabel niet meer kan vinden, moet er op- nieuw gekalibreerd worden.

1. of Opnieuw kalibreren

2. Kalibratie terugzetten?

3. Kalibratierum uitvoeren: zie Hoofdstuk 5.4

De fabrieksinstelling van het apparaat kunnen bijv. voor een doorverkoop teruggezet worden.

1. of * Fabrieksinstellingen

apparaat meldt: Instellingen met suc- ces hersteld 8 INFORMATIE WEERGEVEN Het menu Informatie dient voor de weergave van de apparaatgegevens. In dit menu kunnen verder geen instellingen worden gedaan.

1. Met hoofdmenu oproepen.

2. of * Informatie457825_a 85

Onderhoud en verzorging

3. Met of menupunt selecteren en met

overnemen. Opmerking:De menupunten worden in de paragrafen hierna beschreven.

4. Met teruggaan naar het hoofdmenu.

Messenservice Geeft aan over hoeveel bedrijfsuren er een mes- senservice noodzakelijk is. De teller kan met de hand teruggezet worden. De messenservice van een AL-KO dealer, technicus of een servicepart- ner uit laten voeren. Teller voor de messenservice terugzetten:

Hardware Geeft informatie weer over het apparaat, als bijv. type, fabricagejaar, bedrijfsuren, serienummer, aantal maaibeurten, totale maaitijd, aantal laad- cycli, totale oplaadtijd, lengte van de lus van de begrenzingskabel. Software Geeft de firmware-versie aan. Programma-info Toont actuele instellingen als bijv. de totale we- kelijkse maaiduur. Storingen Geeft de als laatste opgetreden storingsmeldin- gen met datum, tijd en foutcode weer.

9 ONDERHOUD EN VERZORGING

VOORZICHTIG! Risico op letsel Onderdelen met scherpe randen en draaiende onderdelen kunnen letsel ver- oorzaken.

Draag bij onderhouds- en reinigings- werkzaamheden altijd beschermen- de handschoenen!

LET OP! Gevaar door water Water in de robot-grasmaaier en in het basisstation leidt tot schade aan elektri- sche componenten.

Spuit de robot-grasmaaier en het basisstation niet met water af. Robot-grasmaaier reinigen VOORZICHTIG! Kans op letsel door snijmessen De snijmassen zijn erg scherp en kun- nen snijwonden veroorzaken.

Draag veiligheidshandschoenen!

Let erop dat lichaamsdelen niet in de snijmessen terechtkomen. Een keer per week uitvoeren:

1. Met apparaat uitschakelen.

2. Oppervlak van het huis met een stoffer, een

borstel, een vochtige doek of een fijne spons afvegen.

3. Onderbodem, maaidek en snijmessen met

een borstel afborstelen.

4. Snijmessen op beschadigingen controleren.

Indien nodig vervangen: zie Hoofdstuk 9.3 "Messen vervangen", pagina86. Basisstation reinigen

1. Grasrestanten en loof of andere voorwerpen

regelmatig uit het basisstation verwijderen.

2. Oppervlak van het basisstation met een

vochtige doek of een fijne spons afvegen.

1. Controleer één keer per week de gehele in-

stallatie op beschadigingen:

derdelen van AL-KO of door een servicepunt van AL-KO. Wielen controleren op vrije beweging Een keer per week uitvoeren:

1. De omgeving van de rollen grondig van gras-

restanten en vervuilingen ontdoen. Gebruik hiervoor een stoffer en een doek.

2. Controleer of de rollen soepel draaien en of

ze gestuurd kunnen worden. Opmerking:Als de rollen stroef draaien of niet gestuurd kunnen worden moeten ze door een servicepunt van AL-KO worden vervan- gen.NL 86 Robolinho 700/1200/2000 Transport Contactoppervlakken aan de robot- grasmaaier controleren

1. Vervuilingen met een doek verwijderen en

dan iets met contactvet insmeren. Laadcontacten van het basisstation controleren

ken en loslaten. De laadcontacten moeten weer terugveren in de uitgangspositie. Opmerking:Als de laadcontacten niet terug- veren moeten ze door een servicepunt van AL-KO worden vervangen.

9.3 Messen vervangen

VOORZICHTIG! Kans op letsel door snijmessen De snijmassen zijn erg scherp en kun- nen snijwonden veroorzaken.

Draag veiligheidshandschoenen!

Let erop dat lichaamsdelen niet in de snijmessen terechtkomen. LET OP! Beschadiging van het apparaat door ondeskundige reparatie Door het rechtbuigen van verbogen ge- monteerde snijmessen kan de messen- schijf beschadigd raken.

Buig verbogen snijmessen niet recht.

Vervang verbogen snijmessen door originele reserveonderdelen van AL- KO. Versleten snijmessen of verbogen snijmessen moeten worden vervangen.

1. Met apparaat uitschakelen.

2. Apparaat omkeren met de messen naar bo-

3. Bevestigingsbouten losdraaien.

4. De snijmessen uit de meszitting halen.

5. De meszitting reinigen met een zacht borstel-

tje. OPMERKING De snijmessen zijn over de gehele leng- te geslepen en kunnen daarom 180° ge- draaid gemonteerd worden, waardoor de draaitijd verdubbeld wordt.

Als de snijmessen sinds de eerste mon- tage nog niet zijn gedraaid: Snijmessen 180° draaien en met de geslepen kant naar het apparaat toe wijzend weer in de meszitting plaatsen en de bevestigings- bouten weer handvast aandraaien.

Als de snijmessen sinds de eerste mon- tage al eens zijn gedraaid: Nieuwe snij- messen met de geslepen kant naar het apparaat toe wijzend in de meszitting plaatsen en nieuwe bevestigingsbouten handvast aandraaien. Opmerking:Er mogen uitsluitend origi- nele reserveonderdelen van AL-KO wor- den gebruikt. De wegruimmessen hoeven normaal gesproken niet te worden vervangen. Als ernstige vervuiling niet met een borstel kan worden verwijderd, moet de messenschijf worden vervangen, omdat er anders onbalans kan zor- gen voor meer geluid, meer slijtage en functiesto- ringen. 10 TRANSPORT Ga bij het transport van het apparaat, bijv. van het hoofd- naar het nevenoppervlak, als volgt te werk:

1. Met of met de stoptoets het apparaat

2. Met apparaat uitschakelen.

3. Til het apparaat met beide handen aan het

De snijmessen mogen niet aangeraakt worden.

De snijmessen moeten altijd van het li- chaam weg wijzen.457825_a 87 Opslag 11 OPSLAG

11.1 Robot-grasmaaier opbergen

Berg het apparaat op als het gedurende de win- ter of waarschijnlijk voor langer dan 30 dagen niet wordt gebruikt.

1. Accu geheel opladen (zie Hoofdstuk 5.1 "Ac-

cu laden (08)", pagina79).

2. Apparaat grondig reinigen (zie Hoofdstuk 9.1

op een droge, afsluitbare en tegen vorst beveiligde plek

buiten het bereik van kinderen

11.2 Basisstation opbergen

Het basisstation kan, moet echter niet opgebor- gen worden. Door het op te bergen wordt er ech- ter een te vroege veroudering als bijv. het uitble- ken van de kleur of corrosie van de laadcontac- ten voorkomen. Als het basisstation buiten blijft staan:

1. Voeding van het net scheiden en van het ba-

sisstation losnemen.

2. Kabel van het basisstation oprollen.

3. Voeding opbergen.

4. Laadcontacten met contactvet insmeren.

Als het basisstation wordt opgeborgen:

1. Alle bovenstaande werkzaamheden uitvoe-

gen met een stoffer en een licht vochtige doek verwijderen.

op een droge, afsluitbare en tegen vorst beveiligde plek

buiten het bereik van kinderen Als alleen de laadpaal wordt opgeslagen:

1. Voeding van het net scheiden en van het ba-

3. Verontreinigingen met een stoffer en een licht

vochtige doek verwijderen.

4. Laadpaal verwijderen:

Beide bouten van de laadzuil (08/5) los- draaien.

Laadpaal door kantelen van het basissta- tion losnemen.

Opening van de basis (08/6) afsluiten met de bijgevoegde winterafdekking (08/7).

op een droge, afsluitbare en tegen vorst beveiligde plek

buiten het bereik van kinderen

11.3 Begrenzingskabel overwinteren

De begrenzingskabel kan in de grond blijven zit- ten en hoeft niet verwijderd te worden.

1. Als het basisstation is opgeborgen: De kabe-

luiteinden met contactvet insmeren en met plakband omwikkelen. Daardoor worden de kabeluiteinden beschermd tegen corrosie. 12 VERWIJDEREN Advies over de wetgeving inzake elektrische en elektronische apparaten (ElektroG)

Oude elektrische en elektronische ap- paraten horen niet thuis bij het huis- houdelijke afval, maar moeten geschei- den worden aangeboden of verwijderd!

Gebruikte batterijen of accu’s, die niet vast in het apparaat ingebouwd zijn, moeten voor de verwijdering worden gedemonteerd! De recycling ervan wordt door de batterijwetgeving be- heerst.

Bezitters of gebruikers van elektrische en elektronische apparatuur zijn wette- lijk tot teruggave na gebruik verplicht.

De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van zijn persoonlijke gegevens op het te verwijderen ge- bruikte apparaat! Het symbool van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent, dat elektrische en elek- tronische gebruikte apparaten niet via het ge- woon afval mogen worden verwijderd.NL 88 Robolinho 700/1200/2000 Verwijderen Elektrische en elektronische apparaten kunnen op de volgende verzamelpunten gratis worden af- gegeven:

Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken)

Verkooppunten van elektrische apparatuur (vast en online), voor zover handelaren tot te- rugname verplicht zijn of deze vrijwillig aan- bieden. Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing op apparaten die in landen van de Europese Unie geïnstalleerd en verkocht werden en die beant- woorden aan de Europese richtlijn 2012/19/EU. In landen buiten de Europese Unie kunnen afwij- kende voorschriften gelden voor het verwijderen van afgedankte elektrische en elektronische ap- paraten. Over de batterijwetgeving (in Duitsland: BattG)

Gebruikte batterijen en accu’s horen niet bij het gewone afval, maar moeten afzonderlijk worden weggedaan!

Zie de gebruikershandleiding om tot een veilige verwijdering van batterijen of accu’s uit het elektrische apparaat over te kunnen gaan en voor informatie over het type of het chemisch systeem.

Bezitters of gebruikers van batterijen en accu’s zijn wettelijk tot teruggave na gebruik verplicht. De teruggave is be- perkt tot de normale huishoudelijke hoeveelheden. Gebruikte batterijen kunnen schadelijke stoffen of zware metalen bevatten, die het milieu en de ge- zondheid schade kunnen toebrengen. Het herge- bruiken van gebruikte batterijen en het opnieuw gebruiken van de grondstoffen draagt bij tot het behoud van deze belangrijke goederen. Het symbool van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent, dat gebruikte batterijen en accu’s niet via het gewoon afval mogen wor- den verwijderd. Wanneer ook de vermelding Hg, Cd of Pb onder de afvalemmer is aangebracht, betekent dit het volgende:

Hg: de batterij bevat meer dan 0,0005% kwik

Pb: de batterij bevat meer dan 0,004% lood Accu’s en batterijen kunnen op de volgende ver- zamelpunten gratis worden afgegeven:

Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken)

Verkooppunten van batterijen en accu’s

Een verzamelpunt van het gemeenschappe- lijke recycling systeem voor gebruikte appa- raten en batterijen

Een verzamelpunt van de fabrikant (indien hij geen lid is van het gemeenschappelijke recy- cling systeem) Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing op accu’s en batterijen die in landen van de Europe- se Unie verkocht werden en die beantwoorden aan de Europese richtlijn 2006/66/EU. In landen buiten de Europese Unie kunnen afwijkende be- palingen voor de recycling van accu’s en batterij- en gelden.457825_a 89 Klantenservice/service centre

13 KLANTENSERVICE/SERVICE CENTRE

Voor vragen over garantie, reparatie of reserveonderdelen kunt u contact opnemen met het dichtstbij- zijnde AL-KOservice centre. Deze vindt u op internet op het volgende adres: www.al-ko.com/service-contacts

VOORZICHTIG! Risico op letsel Onderdelen met scherpe randen en draaiende onderdelen kunnen letsel veroorzaken.

Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd beschermende handschoenen! Storing Oorzaak Oplossing Apparaat start niet. Accu is leeg. Apparaat in het basisstation opladen. Apparaat komt klem te zit- ten en graaft zich vast. De wielen draaien verder. Stootsensoren worden niet geactiveerd. Bezoek een AL-KO service centre. Gras is te hoog.

De maaihoogte hoger instellen, daarna lager instellen tot de ge- wenste hoogte.

Gras met een grasmaaier kortmaai- en. Apparaat blijft op een onef- fenheid van het gazon han- gen. Oneffenheid verwijderen. Apparaat maait op verkeer- de tijdstippen. Apparaat heeft de verkeerde tijd. Tijd instellen. Maaiduur is verkeerd inge- steld. Maaitijden instellen. Apparaat verliest de tijdin- stellingen. Accu is defect. Bezoek een AL-KO ser- vice centre. Motor blokkeert tijdens het maaien. Motor is overbelast. Apparaat uitschakelen, op effen onder- grond of laag gras plaatsen en opnieuw starten. Accu is leeg. Accu laden. Snijmessen zijn stomp. Snijmessen omkeren of indien nodig vervangen. Maairesultaat is ongelijk- matig. Maaitijd is te kort. Langere maaitijden programmeren. Maaibereik is te groot. Maaibereik verkleinen. De maaihoogte is te laag in- gesteld. De maaihoogte hoger instellen, daarna lager instellen tot de gewenste hoogte. Snijmessen zijn stomp. Snijmessen omkeren of indien nodig vervangen.NL 90 Robolinho 700/1200/2000 Hulp bij storingen Storing Oorzaak Oplossing Het vermogen van de accu neemt duidelijk af. De maaihoogte is te laag in- gesteld. De maaihoogte hoger instellen, daarna lager instellen tot de gewenste hoogte. Gras te hoog of te nat.

Maaihoogte hoger instellen. Apparaat trilt of het ge- luidsvolume is te hoog. Onbalans in het snijmes of in de aandrijving van het snij- mes

Bezoek een AL-KO service centre. Accu kan niet opgeladen worden resp. te lage ac- cuspanning

Laadcontacten van het basisstation zijn vervuild.

Contactoppervlakken aan het apparaat zijn vervuild. Laadcontacten en contactoppervlakken reinigen. Basisstation heeft geen stroom. Basisstation op voeding aansluiten.

Apparaat raakt de laad- contacten niet.

Contactoppervlakken aan het apparaat zijn af- gebrand.

Apparaat in het basisstation plaat- sen en controleren of de laadcon- tacten contact maken.

Bezoek een AL-KO service centre. Levensduur van de accu is afgelopen. Bezoek een AL-KO service centre. Oplaadelektronica is defect. Bezoek een AL-KO service centre. OPMERKING Neem contact op met onze klantenservice bij storingen die niet in deze tabel staan vermeld of die u niet zelf kunt oplossen.

14.2 Foutcodes en -oplossing

Foutcode Oorzaak Oplossing CN001: Tilt sensor Hellingssensor is geacti- veerd:

Apparaat werd gedragen

Helling te steil Apparaat op een horizontale onder- grond plaatsen en de fout bevestigen. CN002: Lift sensor De hefsensor is geactiveerd:

De apparaatkap werd door optillen of door een obstakel naar boven toe weggedrukt. Obstakel verwijderen. CN005: Bumper de- flected Apparaat is tegen een obsta- kel gereden en kan zich niet losmaken (bijv. botsing in de buurt van het basisstation).

Apparaat op een vrij, omheind ga- zon plaatsen.

Positie van de begrenzingskabel corrigeren.457825_a 91 Hulp bij storingen Foutcode Oorzaak Oplossing CN007: No loop sig- nal

Circuitsignaal is te zwak.

LEDs aan het basisstation controle- ren.

Voeding van het basisstation con- troleren. Voeding losnemen en weer aansluiten.

Circuitsignaal te zwak

LEDs aan het basisstation controle- ren.

Voeding van het basisstation con- troleren. Voeding losnemen en weer aansluiten.

Begrenzingskabel tot de voorge- schreven hoogte verhogen, evt. di- rect op het gazon bevestigen. CN010: Bad position

Apparaat bevindt zich buiten het omheinde ga- zonoppervlak.

Begrenzingssskabel werd gekruist.

Apparaat op een vrij, omheind ga- zon plaatsen.

Positie van de begrenzingskabel om bochten en obstakels corrigeren. Kruising van de kabel opheffen. CN011: Escaped robot Apparaat bevindt zich buiten het omheinde gazonopper- vlak. Positie van de begrenzingskabel om bochten en obstakels corrigeren. CN012: Cal: no loop CN015: Cal: outside Storing tijdens de kalibratie:

Apparaat kan de begren- zingskabel niet vinden.

LEDs aan het basisstation controle- ren.

Voeding van het basisstation con- troleren. Voeding losnemen en weer aansluiten.

Apparaat op de voorgeschreven ka- libratiepositie zetten, precies haaks uitlijnen. Apparaat moet over de be- grenzingskabel heen kunnen rijden. CN017: Cal: signal weak Storing tijdens de kalibratie:

Circuitsignaal te zwak

Apparaat op de voorgeschreven ka- libratiepositie zetten, precies haaks uitlijnen.

Voeding van het basisstation con- troleren. Voeding losnemen en weer aansluiten.

Storing tijdens de kalibratie:

Apparaat is tegen een obstakel aan gereden. Obstakel verwijderen.NL 92 Robolinho 700/1200/2000 Hulp bij storingen Foutcode Oorzaak Oplossing CN038: Battery Accu is leeg: Circuit van de begrenzings- kabel is te lang, te veel eilan- den. Positie van de begrenzingskabel corri- geren. Bij het opladen geen contact met de laadcontacten

Apparaat in het basisstation plaat- sen en controleren of de laadcon- tacten contact maken.

Laadcontacten laten controleren door een servicepunt van de fabri- kant en laten vernieuwen. Obstakels in de buurt van het laadstation Obstakels verwijderen. Apparaat heeft zich vastge- reden. Apparaat op een vrij, omheind gazon plaatsen. Apparaat vindt het basisstati- on niet.

Begrenzingskabel door een service- punt van de fabrikant laten doorme- ten. Accu is opgebruikt. Accu door een servicepunt van de fabri- kant laten vervangen. Oplaadelektronica is defect. Laadelektronica door een servicepunt van de fabrikant laten vervangen. CN099: Recov escape Automatisch verhelpen van storing niet mogelijk

Storingsmelding met de hand be- vestigen.

Als dit weer optreedt: Apparaat door een servicepunt van de fabrikant la- ten controleren. CN104: Battery over heating

Accu is oververhit (meer dan 60°C). Er is geen ontlading mogelijk.

Apparaat uitschakelen en accu laten afkoelen.

Apparaat niet in het basisstation plaatsen. CN110: Blade motor over heating Maaimotor is oververhit (meer dan 80°C).

Apparaat uitschakelen en laten af- koelen.

Als dit weer optreedt: Apparaat door een servicepunt van de fabrikant la- ten controleren. CN119: R-Bumper de- flected CN120: L-Bumper de- flected Apparaat is tegen een obsta- kel gereden en kan zich niet losmaken. Obstakel verwijderen.457825_a 93 Garantie Foutcode Oorzaak Oplossing CN128: Recov Impos- sible Apparaat is tegen een obsta- kel gereden en kan zich niet losmaken. Obstakel verwijderen. Apparaat bevindt zich buiten het omheinde gazonopper- vlak.

Apparaat op een vrij, omheind ga- zon plaatsen.

Positie van de begrenzingskabel corrigeren. CN129: Blocked WL Motor van linkerwiel is ge- blokkeerd. Blokkering verwijderen. CN130: Blocked WR Motor van rechterwiel is ge- blokkeerd. Blokkering verwijderen. OPMERKING Neem contact op met onze klantenservice bij storingen die niet in deze tabel staan vermeld of die u niet zelf kunt oplossen. 15 GARANTIE Eventueel binnen de wettelijke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefouten van het apparaat worden naar eigen oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door levering van een vervangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval af van de wetgeving in het land waarin het apparaat werd aangeschaft. Onze garantie geldt alleen bij:

naleving van deze gebruikershandleiding

Gebruik van originele reserveonderdelen De garantie vervalt bij:

Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen

Eigenhandig aangebrachte technische wijzi- gingen

Gebruik voor andere doeleinden dan het ge- bruiksdoel Van de garantie zijn uitgesloten:

lakschade opgetreden als gevolg van normaal gebruik

Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader xxxxxx (x) zijn aangeduid De garantietermijn begint bij de aanschaf door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is daarbij de da- tum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon naar uw dealer of naar de dichtstbijzijnde klantenservice. Deze verklaring laat het vorderingsrecht van de koper jegens de ver- koper wegens defecten aan het apparaat onverlet.NL 94 Robolinho 700/1200/2000 Vertaling van de oorspronkelijke EU-/EG-verklaring van overeenstemming 16 VERTALING VAN DE OORSPRONKELIJKE EU-/EG-VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING We verklaren hierbij onder onze eigen verantwoordelijkheid dat dit product, zoals het op de markt wordt gebracht, voldoet aan de eisen van de geharmoniseerde EU-richtlijnen, EU-veiligheidsnormen en pro- ductspecifieke normen. Product Robot-grasmaaier Serienummer G 105 0021 Fabrikant AL-KO Gardentech Austria GmbH Hauptstraße 51 A-8742 Obdach Gemachtigde Andreas Hedrich Ichenhauser Str. 14 89359 Kötz (D) Type Robolinho 700 Robolinho 1200 Robolinho 2000 EU-richtlijnen 2006/42/EC 2014/53/EU 2011/65/EU Geharmoniseerde normen EN55014-1:2006+A1:2009+A2:2011 EN 55014-2:2015 EN 61000-6-1:2007 EN 61000-3-2:2014 EN 61000-3-3:2013 EN 60335-1:2012 EN 50636-2-107:2015 Obdach, 01-08-2018 Dr. Wolfgang Hergeth Managing Director457825_a 95 Traduction de la notice d’utilisation originale TRADUCTION DE LA NOTICE D’UTILISATION ORIGINALE Table des matières 1 À propos de cette notice .......................... 96

Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : AL-KO

Model : Robolinho 1200

Categorie : Robotmaaier