SCHEPPACH MFH33004P - Heggenschaar

MFH33004P - Heggenschaar SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MFH33004P SCHEPPACH in PDF-formaat.

📄 264 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag ⚙️ Specs
Notice SCHEPPACH MFH33004P - page 117
SKIP

Veelgestelde vragen - MFH33004P SCHEPPACH

Download de handleiding voor uw Heggenschaar in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MFH33004P - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MFH33004P van het merk SCHEPPACH.

GEBRUIKSAANWIJZING MFH33004P SCHEPPACH

Verklaring van de symbolen op het instrument Lees de gebruikshandleiding. Waarschuwing! Benzine is zeer licht ontvlambaar. Vermijd roken, open vuur of vonken in de buurt van de brandstof. Waarschuwing! Er bestaat risico op persoonlijk letsel, verlies van het leven of schade aan het apparaat in geval van niet naleven. Waarschuwing! Kans op letsel! Laat uw handen of voeten niet in contact komen met de messen als de motor draait. Waarschuwing! Houd kinderen, omstanders en personen die helpen op een afstand van 15 meter van de bosmaaier! Draag stevige schoenen tijdens het gebruik van het apparaat! Draag een beschermende helm, oor en oogbescherming. Draag beschermende handschoenen tijdens het gebruik van het apparaat! Waarschuwing! De uitlaat en andere delen van de motor worden erg heet tijdens het gebruik, raak deze niet aan! 40:1 Symbool voor het tanken van “MIX GASOLINE” (“MENGSMERING”) op de tankdop. Waarschuwing! Pas op voor wegschietende voorwerpen, geraakt door de maaiende delen. Gebruik het apparaat nooit zonder goed gemonteerde beschermkap. Het product voldoet aan de geldende Europese richtlijnen en een evaluatiemethode van conformiteit voor deze richtlijnen werd uitgevoerd. Let op terugslag!

Elektrische schokken kunnen dodelijk letsel veroorzaken. Houd een afstand van minstens 10 m van elektrische kabels. Gras trimmer Heggenschaar Maaiblad Kettingzaag Gewaarborgde geluidsvermogen Capaciteit brandstofreservoir www.scheppach.com

Inhoudsopgave: Pagina:

Fabrikant: scheppach Fabrikation von Holzbearbeitungsmaschinen GmbH Günzburger Straße 69 89335 Ichenhausen / Germany Geachte klant, Wij wensen u veel plezier en succes bij de werk- zaamheden met uw nieuwe machine. Let op: De fabrikant van dit apparaat aanvaardt volgens de van toepassing zijnde productaansprakelijkheidwet geen aansprakelijkheid voor schade die aan dit ap- paraat of door dit apparaat ontstaat als gevolg van:

  • onvakkundige bediening,
  • het niet opvolgen van de gebruiksaanwijzing,
  • reparaties uitgevoerd door derden die geen erken- de vaklieden zijn,
  • inbouwen of verwisselen van niet-originele reser- veonderdelen,
  • gebruik niet conform de voorschriften,
  • uitvallen van de elektrische installatie door het niet opvolgen van de elektrische voorschriften en de VDEbepalingen 0100, DIN 57113 / VDE 0113. Wij raden u aan: Lees voor de montage en voor de ingebruikneming de gehele tekst van de gebruiksaanwijzing door. Deze gebruiksaanwijzing zou het u moeten verge- makkelijken om uw machine te leren kennen en de wijze van gebruik volgens de voorschriften aan te houden. De gebruiksaanwijzing bevat belangrijke instructies over hoe u met de machine veilig, vakkundig en eco- nomisch kunt werken, en over hoe u gevaren voor- komt, reparatiekosten bespaart, uitvaltijden verkleint en de betrouwbaarheid en levensduur van de machi- ne vergroot. In aanvulling op de veiligheidsbepalingen van deze gebruiksaanwijzing dient u beslist de voor het bedie- nen van de machine geldende voorschriften van uw land op te volgen. Berg de gebruiksaanwijzing, in een plastic mapje te- gen vuil en vochtigheid beschermd, bij de machine op. Deze dient door iedere gebruiker voor het begin van de werkzaamheden te worden gelezen en zorg- vuldig te worden opgevolgd. Aan de machine mogen uitsluitend personen werken die in het gebruik van de machine zijn getraind, en tevens over de daarmee samenhangende gevaren zijn ge•nformeerd. Houdt u aan de vereiste minimum leeftijd.

Naast de in deze gebruiksaanwijzing opgenomen veiligheidsinstructies en de bijzondere voorschriften van uw land dienen de voor het gebruik van machi- nes geldende algemeen erkende technische richtlij- nen te worden nageleefd. Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door nietnaleving van deze handleiding of de veiligheidsvoorschriften.

2. Overzicht (Afb. 1)

4. Met maaiblad uitgeruste bosmaaier

14. Kettingzaag geleideblad

  • Maak de verpakking open en haal de apparatuur er voorzichtig uit.
  • Verwijder het verpakkingsmateriaal en verpakking en / of transportbanden (indien aanwezig).
  • Controleer of alle onderdelen aanwezig zijn.
  • Inspecteer de apparatuur en accessoires op trans- portschade. In het geval van klachten dient de le- verancier onmiddellijk op de hoogte gesteld te wor- den. Klachten die op een later tijdstip ontvangen worden, worden niet als zodanig erkend.
  • Indien mogelijk dient de verpakking tot het einde van de garantieperiode bewaard te worden.
  • Leest de gebruiksaanwijzing om u vertrouwd te maken met het apparaat voordat u deze in gebruik neemt.
  • Daarna kunt u het op een milieuvriendelijke ma- nier afvoeren.
  • Gebruik alleen originele onderdelen en accessoi- res, zowel betre󰀨ende aan slijtage onderhevige onderdelen als reserveonderdelen. Onderdelen zijn verkrijgbaar bij uw dealer.
  • Speciceer de onderdeelnummers, evenals het type en bouwjaar van het apparaat in uw bestel- lingen. www.scheppach.com

Belangrijk. Vanwege het hoge risico op lichamelijk letsel voor de gebruiker, moet de met maaiblad uit- geruste bosmaaier niet worden gebruikt voor het uit- voeren van de volgende werkzaamheden: om vuil en puin buiten looppaden te reinigen of het versnippe- ren van snoeivuil van bomen en heggen. Ook moet de met maaiblad uitgeruste bosmaaier niet worden gebruikt voor het nivelleren van grondophopingen, zoals molshopen. Om veiligheidsredenen moet de met maaiblad uitgeruste bosmaaier niet worden ge- bruikt als aandrijving voor andere uitrustingsstukken of toolkits van welke aard dan ook. De apparatuur mag alleen worden gebruikt voor het voorgeschreven doel. Elk ander gebruik wordt be- schouwd als een geval van onjuist gebruik. De ge- bruiker / bediener, en niet de fabrikant, zal aanspra- kelijk worden gesteld voor schade of letsel van welke aard dan ook als gevolg van dergelijk onjuist gebruik. Niet-toegestane gebruikers: Personen die niet vertrouwd zijn met de handlei- ding, kinderen, jongeren onder de leeftijd van 16 jaar, evenals personen die onder invloed staan van alcohol, drugs of medicijnen mogen het apparaat niet bedienen.

5. Belangrijke informatie

Veiligheidsinstructies Tijdens het transport van apparaten

  • Zet tijdens het transport altijd de motor uit.
  • Nooit de motor met draaiend snijgereedschap dra- gen of transporteren.
  • Draag de motor alleen in werkhouding:
  • Motor op de rug, linkerhand op de voorste greep en rechterhand op de bedieningsgreep (ook bij linkshandigen) snijgereedschap op de vloer leg- gen.
  • Om het weglopen van brandstof, beschadigingen en letsel te vermijden, moet het apparaat tijdens het transport in voertuigen worden beveiligd tegen omkantelen. Controleer de tank op lekkage. Wij adviseren om de tank voor het transport te legen.
  • Voor verzending moet in elk geval de tank eerst worden geleegd.
  • Als u het apparaat niet gebruikt, moet altijd u de mesbescherming monteren.
  • Zorg ervoor dat er geen personen of dieren aanwe- zig zijn in de buurt van het werkgebied (minimale afstand van 15 m). Gras dat gemaaid en hierdoor omhoog geworpen wordt kan voorwerpen zoals stenen bevatten. U bent verantwoordelijk voor de veiligheid binnen uw werkgebied en aansprakelijk voor schade aan personen of eigendommen.
  • Het is niet toegestaan om ofwel te starten of ge- bruik maken van de benzine bosmaaier in de nabij- heid van personen of dieren. m Belangrijk! Het apparaat en zijn verpakking zijn geen speelgoed. Laat kinderen niet spelen met de plastic zakken, ver- pakkingsfolie en kleine onderdelen. Er bestaat een risico op doorslikken of verstikking! Afb. 1 + 2
  • Met maaiblad uitgeruste bosmaaier
  • Inbussleutel (maat 5) (22)

De bosmaaier (met gebruik van het maaiblad) is ont- worpen om jonge bomen, taai onkruid en struikge- was te maaien. De grastrimmer (met behulp van spoel en snijlijn/ draad) is ontworpen voor het maaien van grasvelden, weilanden en klein onkruid. De heggenschaar is gemaakt voor het snoeien van hagen, struiken en heesters. De op een verlengstuk gemonteerde, door benzine- motor aangedreven kettingzaag is ontworpen voor het snoeien van boomtakken. Het is niet geschikt voor zwaarder zaagwerk, het kappen van bomen of het zagen van andere materialen dan hout. De gebruiksaanwijzing, zoals geleverd door de fa- brikant, moet worden nageleefd om te garanderen dat de apparatuur goed wordt gebruikt. Elk gebruik dat niet uitdrukkelijk is toegestaan in de handleiding kan leiden tot schade aan de apparatuur en brengt de gebruiker in ernstig gevaar. Draagt u zorg voor het in acht nemen van de beperkingen in de veilig- heidsvoorschriften. Houdt u er rekening mee dat onze apparatuur niet is ontworpen voor commercieel, ambachtelijk of in- dustrieel gebruik. Onze garantie vervalt wanneer de apparatuur wordt gebruikt door commerciële, han- dels- of industriële bedrijven of voor gelijkwaardige doeleinden. www.scheppach.com

  • Zorg ervoor dat de dop van de brandstoftank goed gesloten is. Let op eventuele lekkage.
  • Als de motor draait of warm is, is het niet toege- staan om de dop van de brandstoftank te openen of de tank te vullen met benzine.
  • Open de dop van de brandstoftank langzaam, zo- dat de benzinedamp kan ontsnappen.
  • Zorg ervoor dat de handgrepen droog, schoon en vrij van benzine gemengd met olie zijn.
  • Gebruik het gereedschap niet zonder uitlaatpijp of wanneer de uitlaatpijp niet goed is geïnstalleerd.
  • Raak de uitlaatpijp niet aan, er bestaat een risico op brandwonden.
  • Gebruik alleen de in de handleiding aanbevolen brandstof. Bewaar benzine alleen in containers die ontworpen zijn voor dit doel en bewaar deze op een veilige plaats.
  • Sta altijd lager dan de bosmaaier tijdens het maai- en op een helling.
  • Zorg er altijd voor dat er zich geen voorwerpen of ander vuil in de maaikop, de beschermende kap of in de motor bevinden.
  • Schakel het gereedschap altijd uit voordat u deze neerlegt.
  • Gebruik geen ijzerdraad of dergelijke in de snij- lijnspoel.
  • Werk uitsluitend tijdens het daglicht of wanneer het werkgebied goed is verlicht met behulp van een verlichting.
  • Onderwerp het gereedschap aan een visuele in- spectie voor elk gebruik.
  • Controleer of alle schroeven en verbindingsdelen zijn aangedraaid.
  • Gebruik altijd beide handen om het gereedschap vast te houden.
  • Controleer voor elk gebruik het apparaat, de on- derdelen en bescherming op schade of slijtage en voer, indien nodig, de reparaties uit. Maak nooit de bescherming en veiligheidsonderdelen onbruik- baar. Gebruik het apparaat niet wanneer er be- schadigingen of tekenen van slijtage zichtbaar zijn.
  • Houd het gereedschap schoon en functioneel om beter en veiliger werk te garanderen.
  • Houd altijd een veilige afstand tussen het apparaat en uw lichaam tijdens het werk.
  • Schakel het gereedschap altijd uit wanneer het werk onderbroken wordt of bij wijziging van de lo- catie; wacht tot het draaiende gedeelte volledig tot stilstand is gekomen en zet de motor af.
  • Laat het gereedschap nooit zonder toezicht op de plaats van het werk. Bewaar het gereedschap op een veilige plaats wanneer het werk wordt onder- broken.
  • Personen die de machine bedienen, mogen niet worden afgeleid, daar men de controle over het gereedschap kan verliezen.
  • Gebruik niet het gereedschap wanneer u moe bent of afgeleid, of wanneer uw reactievermogen wordt vertraagd wanneer u onder invloed van alcohol of medicijnen bent. Onoplettendheid kan ernstige verwondingen veroorzaken.
  • Gebruik een goedgekeurde veiligheidsbril. Gebruik goedgekeurde gehoorbescherming. Gebruik hand- schoenen van goede kwaliteit.
  • Gebruik antislip veiligheidsschoenen met stalen neuzen van hoge kwaliteit. Gebruik het gereed- schap nooit wanneer u sandalen draagt of op blote voeten.
  • Draag altijd een goedgekeurde veiligheidshelm voor het werken in een bos.
  • Draag geen te wijde kleding of sieraden. Draag een lange broek om uw benen te beschermen. Draag voor lang haar een veiligheidshelm. Losse kleding, sieraden en lange haren kunnen vastra- ken in de bewegende delen. Draag geschikte en duurzame, strakke werkkleding.
  • Houd lichaamsdelen en kleding weg van het maai- gereedschap wanneer u de motor start of deze laat draaien.
  • Zorg ervoor dat u zich in een stabiele en veilige positie bevindt tijdens het werk. Vermijd het achter- uit lopen met het gereedschap vanwege het risico op struikelen.
  • Vermijd een onnatuurlijke houding.
  • Wanneer u lange tijd werkt met de bosmaaier, kunnen zich door de trillingen bloedcirculatie- stoornissen voordoen (ziekte van Raynaud). In dit geval is het onmogelijk om de tijdsduur hiervan te speciceren, omdat dit kan verschillen van per- soon tot persoon. De volgende factoren kunnen een invloed hebben op dit fenomeen: bloedsom- loopstoornissen in de handen van de gebruiker, lage buitentemperaturen en lange werkuren. De volgende factoren kunnen een invloed hebben op dit fenomeen. Daarom wordt het aanbevolen om warme, beschermende handschoenen te dragen en regelmatig pauzes in te lassen.
  • Zorg altijd voor een goede en veilige werkhouding waarbij u stabiel staat.
  • Verander regelmatig van lichaamshouding om niet vermoeid te raken of kramp te krijgen.
  • De uitlaatgassen van verbrandingsmotoren zijn giftig en kunnen onder meer leiden tot verstikking.
  • Het is niet toegestaan om de bosmaaier in gesloten of slecht geventileerde ruimten te gebruiken.
  • Vul de benzinetank alleen buiten of in goed geven- tileerde ruimten.
  • Benzine en benzinedampen zijn zeer brandbaar. Houd het weg van brandbare materialen en ontste- kingsbronnen, zoals ovens of kachels. Niet roken tijdens het tanken of het bedienen van het appa- raat. Verwijder onmiddellijk gemorste benzine.
  • Start de bosmaaier alleen op een plek ver van de plaats van het tanken. www.scheppach.com
  • Zorg er altijd voor dat er geen voorwerpen of ander vuil in de trimmerkop, in de beschermende kap of in de motor verzameld is.
  • Gebruik alleen het gereedschap als de bescher- ming is bevestigd.
  • Schakel het gereedschap altijd uit, voordat u het neer zet.
  • Onthoud dat er een risico op verwondingen bestaat op de plaats in de maaiinrichting die bestemd is voor het afsnijden van de lijn.
  • WAARSCHUWING: het maaigedeelte draait nog enkele seconden door na het uitzetten van de mo- tor.
  • Legt u het apparaat pas neer zodra het maaige- deelte tot stilstaand is gekomen en de motor uit- geschakeld is.
  • Indien het maaigedeelte is beschadigd, dan dient deze onmiddellijk vervangen te worden.
  • Gebruik altijd alleen de originele lijn/draad. Gebruik nooit een metalen draad in plaats van de nylon lijn.
  • Het apparaat en het maaigedeelte moeten goed gecontroleerd en periodiek onderhouden worden. Schade moet worden gerepareerd door een ser- vice center.
  • Gebruik alleen accessoires die aanbevolen worden door de fabrikant. Zie onderhoud / accessoires.
  • Gebruik in geen geval meerdelige metalen snij- messen, snijgereedschap met zwenkkettingen of klepelmaaiers.
  • Laat uw apparaat onderhouden door gekwali- ceerd personeel en door het gebruik van uitslui- tend originele onderdelen. Dit zorgt ervoor dat het apparaat in de toekomst veilig zal werken. Residuele risico’s
  • Er zullen altijd residuele risico‘s bestaan, zelfs als u deze apparatuur gebruikt volgens de instructies. De volgende gevaren kunnen zich voordoen naar aanleiding van de bouw en het ontwerp van dit gereedschap.
  • Gevaren voor de gezondheid als gevolg van een verrekte hand en arm als de apparatuur wordt ge- bruikt gedurende een langere periode en als het niet op juiste wijze wordt bediend of onderhouden.
  • Verwondingen en materiële schade, veroorzaakt door het onverwacht wegschieten van bevesti- gingsonderdelen van het apparaat als gevolg van plotselinge schade, slijtage of onjuiste bevestiging.
  • Waarschuwing! Dit apparaat genereert tijdens het gebruik een elektromagnetisch veld. Onder be- paalde omstandigheden kan dit magnetisch veld van invloed zijn op actieve of passieve medische implantaten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te verminderen, raden wij aan dat mensen met medische implantaten hun arts en de fabrikant raadplegen van het medische implantaat alvorens de machine te bedienen.
  • Gebruik nooit het gereedschap bij regen of in een vochtige of natte omgeving en berg deze niet bui- ten op.
  • Mocht het apparaat nat worden, wacht tot deze he- lemaal droog is voordat u deze opnieuw gebruikt.
  • Vermijd het contact met metalen delen, stenen enz.
  • Vóór de aanvang van de werkzaamheden is het raadzaam om de te maaien oppervlakte te contro- leren op eventuele aanwezige voorwerpen en deze te verwijderen. Mocht u desondanks een voorwerp tegenkomen tijdens het maaien, schakel het ap- paraat uit en verwijder dit object.
  • Als het gereedschap is vastgelopen door een voor- werp (stenen, stapel gras), schakel het uit en ver- wijder het object met een stomp voorwerp. Gebruik nooit uw vingers om vastgeklemde voorwerpen te verwijderen, daar dit ernstige verwondingen kan veroorzaken.
  • Houd altijd het draaiende apparaat verwijderd van uw lichaam.
  • Laat de motor niet in overbelaste toestand draaien en gebruik deze niet voor werk waar het apparaat niet voor is ontworpen.
  • Controleer altijd of de ventilatieopeningen vrij zijn van vuil.
  • Bewaar het gereedschap buiten het bereik van kinderen.
  • Bewaar het gereedschap op een veilige en droge plaats.
  • Controleer de motor op schade na stoten of op andere schade.
  • Houd lichaamsdelen en kledingstukken uit de buurt van de trimmerkop als u de motor start of draai- ende houdt.
  • Houdt u altijd in gedachten dat vooral tijdens het maaien van graskanten, grindpaden en soortge- lijke locaties, stenen en vuil door de snijlijn kunnen worden weggeslingerd.
  • Steek nooit een weg of een pad over met een in werking zijnde machine.
  • Laat het draaiende maaigedeelte nooit tegen harde voorwerpen, zoals stenen, etc. komen. Op deze manier voorkomt u verwondingen en schade aan het gereedschap.
  • Bij het gebruik van metalen snijgereedschap bestaat altijd het gevaar voor terugslag, als het gereedschap op een vast hindernis stuit (stenen, bomen, takken enz.). Daarbij wordt het apparaat tegen de draairichting in terug geslingerd.
  • Gebruik het apparaat nooit zonder bevestigde be- schermingsonderdelen.
  • Gebruik nooit uw handen om de maaiinrichting te stoppen. Wacht altijd tot deze uit zichzelf stopt.
  • Houd en begeleid de trimmerkop zo dicht mogelijk bij de grond.
  • Maai uitsluitend gras dat op de grond groeit. Maai geen gras in scheuren in muren, dat op rotsen groeit, etc. www.scheppach.com

Trek bij werkzaamheden aan het gereedschap zelf (bijvoorbeeld vervoer, afstelling, aanpassing beschermende onderdelen, reiniging en onder- houd) de bougiedop los! Monteer altijd direct de transportbescherming.

Technische gegevens Maaigegevens gras trimmer Diameter maaicirkel van de lijn 430 mm Diameter snijlijn 2 x 2,4 mm Lengte snijlijn 4 m Toerental gras trimmer max. 7000 min

Maaigegevens heggenschaar Diameter maaicirkel 24 mm Barlengte 406 mm Maailengte 400 mm Max motortoerental met maaiuitrusting max. 1550 min

Zaaggegevens verlengde kettingzaag Geleiderail lengte 305 mm Lengte zaagsnede 254 mm Type geleiderail AL1039507P Zaagketting divisie 3/8" Type kettingzaag 3/8.5039 Dikte kettinglink 1,27 Capaciteit oliereservoir 0,125 l Motorgedeelte Verplaatsing 32,6 cm

Capaciteit brandstofreservoir 0,9 l Type motor Tweetaktmotor, luchtge- koeld Gewicht met grastrimmer 7,2 kg Gewicht met maaiblad 7,2 kg Gewicht met verlengde zaag 7,1 kg Gewicht met heggeschaar 7,7 kg Kunnen onderhevig zijn aan technische veranderin- gen! Informatie over geluidsemissie gemeten volgens re- levante normen: Geluidsdruk L

= 3 dB(A) Draag oordoppen. De impact van geluid kan gehoorschade veroorza- ken.

  • Begin altijd met een lopende zaagketting met za- gen. Voor de snede zo uit, dat de zaag niet in het hout blijft steken.
  • Gebruik de hakende vertanding als uitgangspunt voor elke snede en begin altijd de snede met een draaiende ketting. Maak de zaagsnede zodanig dat de zaag niet vastloopt in het hout.
  • Let vooral op takken die gespannen staan.
  • Trek altijd het apparaat uit het hout terwijl de ket- ting draait.
  • Werk nooit met het gereedschap boven schouder- hoogte of met slechts één hand.
  • Vermijd altijd de zone waar de takken vallen. Po- sitioneert uzelf op een helling boven de te kappen boom.
  • Neem tijdens het uitvoeren van zaagwerkzaamhe- den altijd een zijwaartse positie aan ten opzichte van een op een helling staande boom, werk nooit van boven of beneden af.
  • Kijk altijd naar de zone waar de afgezaagde tak- ken vallen.
  • Start nooit het zagen met het uiteinde van de ket- tinggeleider en zaag nooit met het uiteinde van de kettinggeleider.
  • Risico op terugslag! Er is altijd een risico op terug- slag wanneer het uiteinde van de kettinggeleider het hout of andere voorwerpen raakt. Dit maakt de kettingzaag oncontroleerbaar en deze kan met grote kracht wegschieten in de richting van de ge- bruiker.
  • Gebruik het gereedschap niet als een hefboom om voorwerpen te verplaatsen.
  • Gebruik altijd de beschermhoes tijdens transport en opslag.
  • Zet het gereedschap vast tijdens het vervoer om verlies van brandstof, schade of letsel te voorko- men.
  • Waarschuwing! Houd voorbijgangers weg bij een machine in wer- king tijdens uw werk.
  • Blijft binnen gehoorsafstand van anderen in het geval u hulp nodig hebt.
  • Stop de motor onmiddellijk als iemand u benadert.
  • Zorg ervoor dat de zaagketting niet in contact komt met voorwerpen zoals stenen, hekken, spijkers en dergelijke. Deze objecten kunnen wegschieten en daarmee de gebruiker of voorbijgangers verwon- den of beschadiging veroorzaken aan de zaag- ketting.
  • Nationale specicaties kunnen het gebruik van de verlengde kettingzaag beperken.
  • Gebruik de boomzaag en de heggenschaar nooit in een positie, waarin deze tot op 10 m afstand tot hoogspanningsleidingen kan komen. www.scheppach.com

Gemengde brandsto󰀨en, die ongebruikt zijn geble- ven gedurende een periode van een maand of meer, kunnen de carburateur verstoppen of ertoe leiden dat de motor niet normaal functioneert. Doe de over- gebleven brandstof in een luchtdichte container en bewaar deze in een donkere en koele ruimte. Brandstofmengtabel Mengprocedure: 40 delen benzine met 1 deel twee- taktolie Voorbeeld: 1 l benzine : 0,025 l 2takt olie 5 l benzine : 0,125 l 2takt olie Waarschuwing! Let op de uitstoot van uitlaat- gassen. Schakel altijd voor het tanken de motor uit. Voeg nooit brandstof toe aan een machine met een lo- pende of warme motor. Pas op voor vuur! Vul de tank uitsluitend bij in de buitenlucht of in goed geventileerde ruimtes. Let erop dat er geen brandstof of kettingolie in de grond wegloopt (milieubescherming). Gebruik een geschikte on- dergrond.

8. Bevestiging en werking

MONTAGE Volg de afgedrukte instructies bij de montage van deze machine op.

1. Monteer de handgreep op de machine. Afb. 2-3

  • Installeer de voorste handgreep, zoals getoond op afbeelding 2.
  • Zorgt u ervoor dat u de pin tegenover het gat ge- plaatst is. Draai de schroeven slechts losjes vast, zodat u de meest comfortabele werkhouding hebt ingesteld wat betreft de maaihoogte. Het voorste handvat moet worden afgesteld zoals getoond op de foto‘s 2 + 3, draai vervolgens de schroeven aan.

2. Montage van de schaft. Afb. 4

  • Trek de borgpen (a) uit en druk het onderste deel van de schaft (b) naar beneden tot de borgpen vastklikt. De borgpen (a) bevindt zich in de juiste positie als deze volledig is geplaatst in de boring.
  • Bevestig de beschermkap met inbussleutel en moersleutel, bijgesloten als standaardaccessoi- res voor het juiste aandraaien van de moeren. Zie de onderstaande foto‘s. m Waarschuwing! Gebruik de machine nooit zon- der gemonteerde beschermkap! Gras trimmer trilling A

Verminder geluidsgeneratie en trillingen tot een mi- nimum!

  • Gebruik alleen apparatuur in perfecte staat.
  • Onderhoud en reinig de apparatuur regelmatig.
  • Past uw manier van werken aan aan de apparatuur.
  • Het apparaat niet overbelasten.
  • Laat het apparaat controleren, indien nodig.
  • Schakel de apparatuur uit wanneer deze niet in ge- bruik is.
  • Draag handschoenen. In deze handleiding hebben we de plaatsen die te maken hebben met uw veiligheid met dit teken gemarkeerd: m

7. Alvorens het apparaat te starten

Voor ieder gebruik dient u het volgende te contro- leren

  • Dat er geen lekken zijn in het brandstofsysteem.
  • Dat de apparatuur in perfecte staat is en dat de veiligheidsvoorzieningen en het maaigedeelte compleet zijn.
  • Dat alle schroeven goed zijn vastgezet.
  • Dat alle bewegende delen soepel bewegen. Brandstof en olie Aanbevolen brandstof Gebruik uitsluitend een mengsel van loodvrije ben- zine en speciale 2taktolie. Stel deze mengsmering samen zoals aangegeven in de brandstofmengtabel. Belangrijk: gebruik geen brandstofmengsel dat al langer dan 90 dagen opgeslagen is. Belangrijk: gebruik nooit 2-takt olie met een aanbe- volen mengverhouding van 100: 1. Hiermee vervalt de garantie van de fabrikant in het geval van schade aan de motor als gevolg van onvoldoende smering. Belangrijk: gebruik alleen containers ontworpen en goedgekeurd voor het doel brandstof te transporte- ren en op te slaan. Giet de juiste hoeveelheden benzine en 2takt olie in de menges (zie de op de es afgedrukte schaal). Schud vervolgens goed de es. Gebruik nooit olie voor 4takt motoren of voor wa- tergekoelde 2takt motoren. Het kan de bougie ver- vuilen, het uitlaatgedeelte verstoppen of klevende zuigerveren veroorzaken. www.scheppach.com
  • Stel de riemlengte in, zodat de karabijnhaak (k) zich ongeveer een handbreedte onder de rechter heup bevindt. Klik het multifunctionele benzine apparaat vast met de karabijnhaak. Hang de bos- maaier aan de haak.
  • Wanneer u zich in een normale werkhouding be- vindt, moet het blad de grond raken tijdens deze normale werkhouding.
  • Haak de bosmaaier voor gebruik aan de karabijn- haak (k) van de draagriem terwijl de motor draait.
  • Veiligheidsriem op de draagriem LET OP! In geval van nood kan de veiligheidsver- grendeling (l) uit het harnas worden getrokken. De machine komt dan onmiddellijk los van de draag- riem (9) en valt op de grond.

6. Montage van de heggenschaar (Afb. 40-42)

  • Verwijder schroef (d), lijn de boorgaten (c) uit, plaats schroef (d) weer terug en schroef deze vast.
  • Plaats de heggenschaar (15) nauwkeurig, zoals getoond in Figuur 40, op de drijfstang (3).
  • Met schroef (a) terminals.
  • Stel de hoek in door het ontgrendelen van de gren- del (Afb. 41)
  • De heggenschaar is kantelbaar van 0° tot 90° (Fig. 42).

7. Montage van het zaagblad en de ketting

  • Verwijder de kettingtandwiel beschermkap (Afb. 45 / Punt J) door het losdraaien van de bevestigings- moer (punt I). Leg de ketting (punt F), zoals aan- gegeven in de groef die rond het zaagblad (punt E) loopt.
  • Let op de uitlijning van de kettingtanden (Afb. 44). Plaats het zaagblad zoals getoond in Fig. 44 op de pin op de tandwielkast.
  • Leg de ketting rond het tandwiel (punt H). Zorg ervoor dat de tanden van de ketting goed vastha- ken in het tandwiel. Het zaagblad moet op de ket- tingspanpin (punt G) geschoven worden.
  • Monteer de kettingtandwiel beschermkap Belangrijk! Draai de bevestigingsschroef niet volle- dig aan voordat u de kettingspanning geregeld heeft (zie paragraaf 7.1). Het spannen van de ketting (Afb. 45-48) Belangrijk! Trekt altijd de bougiedop los voordat u controles of afstellingen uitvoert.
  • Draai de bevestigingsschroef (I) van de ketting- tandwiel beschermkap enkele slagen los (afb. 45).

4. Monteren en demonteren van de maaikop van

de grastrimmer / nylon maaikop. Afb. 8-9

  • Draai de moer los. Plaats de twee gaten van de ens en schild te- genover elkaar, gebruik een schroevendraaier om de ens, zoals hieronder getoond, vast te houden en draai de pijpsleutel met de klok mee, de moer komt hiermee los. Verwijder het deksel door de moer los te draaien.
  • Monteer de nylon maaikop. Verwijder het andere schild nadat de moer losge- draaid is. Houd de ens vast, plaats de nylon maai- kop op de as en draai tegen de klok in, de nylon maaikop is gemonteerd. Fig. 9
  • Demonteer de nylon maaikop. Gebruik een schroevendraaier om de ens vast te houden en draai de nylon maaikop met de klok mee, deze kan nu vervangen worden. Bosmaaier / Maaiblad
  • Montage van het maaiblad. Afb. 1012 Verwijder de buitenste ens na het losdraaien van de moer, plaats vervolgens het maaiblad (17), de buitenste ens (17b), het schild (17a) en de moer volgens de volgorde van de afbeelding hieronder. Let op dat de draairichting van het maaiblad de- zelfde is als de afbeelding hieronder. Gebruik een schroevendraaier om de ens vast te houden en draai de moer tegen de klok in, zorg ervoor dat de moer voldoende is aangedraaid.
  • Demontage van het maaiblad. Gebruik een schroe- vendraaier om de ens vast te houden en de moer los te draaien, het maaiblad kan nu worden ver- wijderd. m Waarschuwing! Verzekert u zich voor het gebruik ervan dat het maai- blad op correcte wijze gemonteerd is! WERKING Bij het werken met de apparatuur als grastrimmer en bosmaaier, moet de bijbehorende plastic bescherm- kap voor het maaiblad of de grastrimmer bevestigd worden om te voorkomen dat voorwerpen wegge- slingerd worden door het apparaat. Het geïntegreerde mes (A) in de snijlijn bescherm- kap snijdt automatisch de lijn op optimale lengte. Afb. 18 (A)

5. Bevestiging van de draagriem. Afb. 13-17

  • De gecombineerde, van een benzinemotor voor- ziene grastrimmer, kettingzaag op verlengstuk en bosmaaier moet worden gebruikt met een draag- gordel.
  • Het evenwicht van de machine dient te worden in- gesteld met uitgeschakelde motor.
  • Doe de draaggordel aan. www.scheppach.com

Brandstof aftappen. Afb. 36 Leeg de tank uitsluitend in de buitenlucht of in goed geventileerde ruimtes. Let erop dat er geen brandstof of kettingolie in de grond wegloopt (milieubescherming). Gebruik een geschikte on- dergrond.

  • Houd een opvangbak onder de brandstof aftap- bout.
  • Schroef de tankdop los en verwijder deze.
  • Laat de brandstof er volledig uitstromen.
  • Schroef de tankdop met de hand goed vast.

9. Starten van het apparaat

Start het apparaat niet voordat deze volledig gemon- teerd is. m Gevaar op letsel! Start het multituingereedschap alleen als er een hulpstuk is aangesloten! Verwijder de aangepas- te transportbescherming en controleer het appa- raat op een goede werkfunctionaliteit. Gebruik nooit een beschadigd, slecht afgesteld of slecht onderhouden of een niet volledig en veilig gemonteerd apparaat. Controleer voor gebruik!

  • Controleer de veiligheid van het apparaat:
  • Controleer het apparaat op lekkage.
  • Controleer het apparaat op visuele gebreken.
  • Controleer of alle onderdelen van het apparaat ste- vig zijn gemonteerd.
  • Controleer of alle veiligheidsvoorzieningen in goe- de staat zijn. Start Afb. 17, 19-23 Zodra het apparaat goed is voorbereid, start de mo- tor dan als volgt:

1. Zet de motorschakelaar in de stand ON. Afb. 20

2. Zet de chokehendel op de stand . Afb. 20

3. Druk meer dan 5 keer op de brandstofpomp.

4. Trek 35 keer aan de terugloop starterhendel (9)

om de motor te starten. Afb. 21 Zet nooit een voet of een knie op de as.

5. Wacht een tijdje met het uitzetten van de choke

eerst op de veiligheidshendel (8) en trek vervol- gens de gashendel (11) aan, de machine treedt in werking. Afb. 23

7. Als er zich problemen voordoen, zet dan de scha-

kelaar op OFF, de machine zal dan stoppen. In- dien het nodig mocht zijn de maaikop te laten stoppen, laat dan de gashendel (11) los. Afb. 23

8. Als er een probleem optreedt, trek de pin uit de

veiligheidsgordel, waardoor de bosmaaier onmid- dellijk vrij komt. Afb. 17

  • Regel de kettingspanning met de kettingspan- schroef (afb. 47 / Punt K). Draait u de schroef met de klok mee dan verhoogt u de kettingspanning, draait u tegen de klok in dan verlaagt u de ket- tingspanning. De ketting is goed gespannen wan- neer deze ongeveer 2 mm kan worden uitgetrok- ken in het midden van het zaagblad (Afb. 46).
  • Draai de bevestigingsschroef van de kettingtand- wiel beschermkap vast (Afb. 48).
  • Belangrijk! Alle schakels moet goed in de geleide groef van het zaagblad liggen. Opmerkingen over het spannen van de ketting: De ketting moet goed worden gespannen om een veilige werking te garanderen. Als de ketting onge- veer 2 mm in het midden van het zaagblad kan wor- den uitgetrokken, dan weet u dat de kettingspanning ideaal is. Tijdens het zagen, neemt de temperatuur van de ketting toe en verandert de lengte. Het is daarom belangrijk om tenminste elke 10 minuten de kettingspanning te controleren en deze opnieuw aan te passen. Dit geldt in het bijzonder voor nieuwe zaagkettingen. Zodra u klaar bent met werken, dient u de ketting losser te draaien, daar deze bij afkoe- ling zal verkorten. Dit zal helpen om schade aan de ketting te voorkomen.

8. Benzine bijvullen

m Gevaar voor letsel! Benzine is explosief! Motor uitschakelen en laten afkoelen! Veiligheidshandschoenen dragen! Huid en oogcontact vermijden! Neem beslist het hoofdstuk „Veiligheidsinstructies“ in acht.

  • Gebruik het apparaat uitsluitend in de buitenlucht of in goed geventileerde ruimtes.
  • Maak de omgeving van het vulgedeelte schoon. Verontreinigingen in de tank veroorzaken bedrijfs- storingen.
  • Schud de tank met het brandstofmengsel vóór het vullen.
  • Open voorzichtig het tankdeksel (B) zodat eventu- ele overdruk kan ontsnappen. Afb. 19
  • Vul voorzichtig het brandstofmengsel bij tot aan de onderkant van de vulpijp.
  • Sluit het tankdeksel (B) weer. Controleer of het tankdeksel goed is afgesloten.
  • Maak het tankdeksel en de omgeving goed schoon.
  • Controleer de tank en de brandstoeidingen op lekkage. Neem minimaal drie meter van de plek waar u brand- stof hebt bijgevuld voordat u de motor start. www.scheppach.com
  • Draag altijd een veiligheidsbril, gehoorbescher- ming en een veiligheidshelm.
  • Gebruik het maaiblad om kreupelhout, geile groei, jonge boompopulaties (stamdiameter tot maximaal 2 cm) en hoog gras te maaien.
  • Tijdens het gebruik van metalen maaigereed- schappen, bestaat er in het algemeen een risico van terugslag wanneer het gereedschap een vast obstakel raakt (stenen, bomen, takken, etc.). Daar- door wordt het gereedschap tegen de draairichting in naar achteren geworpen.
  • Om geile groei en kreupelhout te maaien, “dom- pelt” u het maaiblad van bovenaf “onder” in de ve- getatie Het maaisel wordt dan jngehakt
  • Let op! Het mes loopt na! Rem het mes niet af met de hand.
  • Houd handen en voeten uit de buurt van de het mes/maaielement van de motorzeis. WAARSCHUWING: wees vooral voorzichtig bij het toepassen van deze werktechniek, want hoe verder het maaigereedschap zich van de grond bevindt, des te groter is het risico dat te maaien objecten en deel- tjes opzij worden geslingerd. Maaien met de grastrimmer
  • Gebruik de plastic draadcassette voor een cor- recte snede, ook op onregelmatige randen, rond afrasteringpalen en bomen.
  • Benader voorzichtig met de lijn een obstakel en gebruik het uiteinde van de lijn om rond het obsta- kel te maaien. Als de lijn in contact komt met ste- nen, bomen en muren, slijt de lijn of breekt af.
  • Vervang nooit de nylon lijn door een metalen draad. Kans op verwondingen Grastrimmer met automatische draadtoevoer (Afb. 36) De bosmaaier wordt geleverd met een gevulde draadcassette. Deze draad zal tijdens het werk slij- ten. Om nieuw draad aan te voeren, dient u met kracht de kop van de draadcassette op de grond te drukken terwijl de motor op werksnelheid draait. De lijn wordt automatisch aangevoerd door centrifugale kracht. Het mes in de beschermkap zal de draad op de juiste lengte inkorten. Werken met de kettingzaag op verlengstuk
  • De heggenschaar is geschikt voor het snijden van heggen, bosjes en struiken.
  • Houd de heggenschaar met beide handen op vei- lige afstand van het lichaam.
  • De maximale snijdiameter is afhankelijk van de houtsoort, de leeftijd, het vochtgehalte en de hard- heid van het hout.
  • Snoei daarom de hele dikke takken met een tak- kenschaar terug op de gewenste lengte voordat de haag wordt geknipt.

9. Als het apparaat heet is, kan het gashendel direct

in de ON stand worden gezet, wanneer de ma- chine opnieuw gestart moet worden. Opmerking: als de motor niet start, zelfs na meer- dere pogingen, lees dan de paragraaf "Probleemop- lossingen". Opmerking: trek altijd aan het starterkoord in een rechte lijn. Indien wordt getrokken onder een hoek, dan treedt er wrijving op in het metalen oog. Door de- ze wrijving kan de kabel gerafeld raken en zal snel- ler slijten. Houdt altijd de starthendel vast wanneer u aan het starterkoord trekt. Laat nooit het koord terugschieten wanneer deze is uitgetrokken. Opmerking: start de motor niet in hoog gras. m Let op: als de motor is uitgeschakeld, blijft het maaigedeelte nog een paar seconden doordraaien: dus niet het maaigedeelte aanraken voordat deze tot stilstand is gekomen!

Werken met de bosmaaier / grastrimmer

  • Wanneer u voor de eerste keer werkt met de bos- maaier, maakt uzelf dan vertrouwd met de werking en de controle van het maaigedeelte met uitge- schakelde motor.
  • Het ontwerp van de bosmaaier staat uitsluitend het gebruik aan de rechterzijde van het lichaam van de gebruiker toe.
  • Houd de bosmaaier stevig vast met beide handen op de handgrepen.
  • Houd met uw rechterhand de bedieningsgreep en met uw linkerhand de handgreep van de hand- stang vast.
  • Let erop dat het maaigedeelte nog even blijft door- draaien na het loslaten van de gashendel.
  • Altijd zo dat het maaigedeelte niet meer draait bij een juist stationair motortoerental zonder de gas- hendel in te drukken. (zie onderhoud)
  • Werkt altijd met een hoge snelheid, wat u de beste maairesultaten zal geven.
  • Zwenk het apparaat gelijkmatig met boogvormige bewegingen van links naar rechts en weer terug. Maai vervolgens de volgende baan. Afb. 39 Let op: Beweeg het apparaat altijd eerst terug naar de uitgangspositie voordat u de volgende baan maait.
  • Zet, na het raken van een steen of een boom, de motor uit en verwijder de bougiedop en onderzoek dan de bosmaaier op beschadigingen.
  • Let op: wees altijd extra voorzichtig bij het werken in moeilijk terrein en op hellingen. Maai hoog gras trapsgewijs om het apparaat niet over te belasten. www.scheppach.com

Om het risico tot ongevallen door het gebruik van het maaiblad te minimaliseren, dient u kennis te nemen van de volgende punten:

  • Maait nooit struiken of hout waarvan de diameter groter is dan 2 cm.
  • Vermijd het contact met metalen voorwerpen, ste- nen, enz.
  • Controleer regelmatig het maaiblad op schade. Nooit een beschadigd maaiblad blijven gebruiken.
  • Wanneer het maaiblad bot wordt, dan moet deze volgens de instructies worden geslepen. Wanneer het maaiblad uit balans is, dan moet deze worden vervangen. Werken met de snoeier Oliën van zaagketting en geleiderails Wij raden u aan hiervoor een in de handel verkrijg- bare zaagkettingolie te gebruiken.
  • Verwijder het deksel van de olietank. (Afb. 47/L))
  • Vul de olietank van de kettingzaag (Afb. 47/M) voor 80% met zaagkettingolie.
  • Sluit het deksel. Controleer de olievoorziening. Controleer altijd of het automatische oliesysteem correct werkt. Zorg ervoor dat de olietank altijd is ge- vuld. Tijdens het zagen moeten de rails en ketting altijd voldoende geolied zijn om de wrijving met het ket- tingzwaard te beperken. Het kettingzwaard en de ketting mogen niet drooglo- pen. Als droog of met te weinig olie wordt gezaagd, neemt de zaagprestatie af, wordt de levensduur van het kettingzwaard verkort, wordt de ketting snel bot en zal de rails sterk slijten als gevolg van oververhit- ting. Te weinig olie is te herkennen aan de rookont- wikkeling of de verkleuring van de rails. Om de smering van de zaagketting te controleren, houdt u de kettingzaag met de zaagketting boven een vel papier en geeft u enkele seconden volgas. Nu kunt u op het papier de desbetre󰀨ende ingestelde oliehoeveelheid controleren. Er moet altijd een geringe hoeveelheid olie van de zaagketting afspatten. Na enkele seconden moet een licht oliespoor zichtbaar zijn. Let op dat er altijd voldoende olie in de olietank zit voor het smeren van de zaagketting. Automatische smering van de zaagketting – Fijnafstelling Afb. 49. Met schroef (S) kunt u de oliehoeveelheid verkleinen of vergroten. Rechtsom: oliehoeveelheid verkleinen () Linksom: oliehoeveelheid vergroten ()
  • De heggenschaar kan door zijn dubbelzijdige mes- sen vooruit en achteruit of door heenenweer gaande bewegingen van de ene naar de andere kant worden bewogen.
  • Snoei eerst de zijkanten van de heg en daarna pas de bovenkant.
  • Snoei de heg van onderen naar boven.
  • Snij de heg trapezevormig. Zo voorkomt u dat de onderkant van de haag kaal wordt als gevolg van lichtgebrek.
  • Span een koord langs de bovenkant van de haag wanneer u de bovenkant van de haag gelijkmatig wilt knippen.
  • Knip in meerdere passages als sterk moet worden teruggesnoeid.
  • Verwijder beslist vreemde objecten uit de heg (zoals draad), aangezien deze de messen van de heggenschaar kunnen beschadigen.
  • Let op! De messen draaien na! Rem de messen niet af met de hand. De juiste kniptijd:
  • Bladhaag: juni en oktober
  • Conifeerhaag: april en augustus
  • Snelgroeiende haag: vanaf mei om de 6 weken Let op voor nestelende vogels in de haag. Stel in dat geval het knippen uit of sla dit gedeelte over. Hoekafstelling De heggenschaar kan tussen +90° tot 75° worden aangepast aan de werkomstandigheden door de meskop te verdraaien. Afb. 42
  • Let op! Uitsluitend bij uitgeschakelde motor afstel- len!
  • Druk op beide hendels en zet de meskop in de ge- wenste stand. Afb. 41
  • Laat beide hendels los tot ze in de tanden vastgrij- pen.
  • Controleer voor ingebruikname of de verstelhendel juist is vastgeklikt. Afb. 42 Olie de mesbladen en hoekafstelling voor aanvang van de werkzaamheden altijd in met milieuvriende- lijke smeerolie. Ook tijdens de werkzaamheden moeten de mesbla- den regelmatig worden ingeolied. Let op! Uitsluitend bij uitgeschakelde motor voorzien van olie! LET OP: Een onjuist gebruik en misbruik kan de heg- genschaar beschadigen en ernstig letsel door weg- slingerende delen veroorzaken. www.scheppach.com
  • Zaag totdat de tak breekt. Er is geen risico op schade aan de stam.
  • Verwijder ten slotte met een zuivere snede in het verlengde van de stam de resterende stomp.
  • Zodoende is de schade aan de boom zo laag mo- gelijk gehouden, wij adviseren bovendien de wond te behandelen met entwas. Gevaren door reactieve krachten Reactieve krachten doen zich voor tijdens het wer- ken met de zaagketting. De krachten die worden uitgeoefend op het hout zijn tegen de uitgeoefende kracht van de gebruiker gericht. Zij voorkomen dat de bewegende ketting in contact komt met een vast voorwerp zoals een tak of wordt afgeklemd. Deze krachten kunnen leiden tot controleverlies en schade. Het begrijpen van de oorsprong van deze krachten kan u helpen om een schrikreactie en het controle- verlies te voorkomen. Deze zaag is ontworpen om retoure󰀨ecten minder ingrijpend te maken als bij tra- ditionele kettingzagen. Houd altijd een stevige grip en een goed niveau om de controle over het gereedschap in een twijfelsitu- atie te behouden. De meest voorkomende e󰀨ecten zijn:
  • vastlopen Achterwaartse beweging (kickback) De tegenslag kan optreden wanneer de bewegende zaagketting op het bovenste kwart van het geleide- blad een voorwerp raakt of wordt vastgeklemd. De zaagkracht op de ketting van de zaag, een rota- tiekracht in de tegenovergestelde richting van de ket- tingbeweging leidt tot een opwaartse beweging van het geleideblad. Het voorkomen van de achterwaartse beweging (kickback) De beste bescherming is om situaties die leiden tot tegenvallers te voorkomen.

1. Houd de positie van de bovenste geleiderail altijd

2. Laat dit onderdeel nooit in contact komen met een

voorwerp. Zaag niets extra’s mee. Wees vooral voorzichtig in de buurt van metalen afrasteringen en het zagen van kleine, harde knoesten, waarin de ketting gemakkelijk wordt vastgeklemd.

3. Zaag slechts één tak tegelijk.

Naar voren trekken Het naar voren trekken vindt plaats wanneer de ket- ting op de onderzijde van het blad plotseling vastloopt omdat deze een vreemd voorwerp in het hout raakt. De ketting trekt vervolgens de zaag naar voren. Voorzorgsmaatregelen voor de zaagprocedure Ga nooit onder een te zagen tak staan. Wees extra voorzichtig bij het werken met takken onder buig- spanning en versplinterend hout. Mogelijk gevaar op letsel door vallende takken en wegschietende stuk- ken hout. In het algemeen wordt aanbevolen onder een hoek van 60 ° te zagen. Houd het apparaat met beide handen goed vast tij- dens het snoeiwerk en zorg voor een evenwichtige lichaamspositie en een goed werkniveau.

  • The loss Probeert nooit om uw apparaat te ge- bruiken met één hand. Het verlies van de controle over uw gereedschap kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben. Werk nooit op een ladder, een boomtak of andere onstabiele ondergrond.
  • Zaag nooit met de bovenste rand of de punt van het zaagblad.
  • Zorg ervoor dat de kettingspanning altijd correct wordt afgesteld.
  • Oefen een lichte druk uit om het apparaat te bege- leiden, maar zonder de motor over te belasten. Ruim het werkgebied op voor het snoeien van sto- rende takken en struikgewas. Dan maakt u een uit- wijkplaats, ver van de plek waar de gezaagde takken vallen, en verwijder daar eventuele obstakels. Houd het werkgebied schoon, verwijder onmiddellijk de gesnoeide takken. Besteed aandacht aan uw stand- plaats, windrichting en de mogelijke richting van de val van de takken. Wees voorbereid op het feit dat afgevallen takken terug kunnen veren. Plaats alle an- dere gereedschappen en apparatuur op een veilige afstand van de te zagen takken, maar niet op de plek die bestemd is om uit te wijken. Kijk altijd naar de gezondheidstoestand van de boom. Let op rot en gezondheidsproblemen in de wortels en takken. Als ze rot zijn van binnen, kunnen ze afbre- ken en onverwacht naar beneden vallen tijdens het zagen. U kunt ook geraakt worden door gebroken en dode takken, die afbreken door het bewegen en op u val- len. In zeer dikke of zware takken maakt u eerst een kleine inkeping aan de onderzijde van de tak voordat u van boven naar beneden zaagt om te voorkomen dat de tak naar beneden zwiept. Basis zaagtechnieken Zware takken breken gemakkelijk af bij het zagen. Ze scheuren lange repen bast uit de stam, hetgeen de boom voor lange duur beschadigd. De volgende technische tips kunnen dit risico aanzienlijk vermin- deren:
  • Zaag de eerste tak van onderen op ongeveer 10 cm van de stam in, om op ongeveer 15 cm vanaf de stam van bovenaf een volgende zaagsnede te maken. www.scheppach.com

Regelmatige inspecties Onthoud dat de volgende specicaties betrekking hebben op normaal gebruik. Door omstandigheden (langere periodes van het dagelijkse werk, ernstige blootstelling aan stof, enz.), worden de opgegeven intervallen navenant korter.

  • Vóór aanvang van de werkzaamheden en na het tanken Controleer of de maaionderdelen stevig bevestigd zijn, een algemene visuele inspectie, het slijpen van het maaiblad (indien nodig).
  • Wekelijkse inspectie: Smering van de aandrijving (ook, indien nodig).
  • Indien nodig: Draai de toegankelijke bevestigingsschroeven en moeren opnieuw vast. U voorkomt een overmatige slijtage en beschadigingen van het gereedschap, door de instructies in deze handleiding te volgen. Vervanging van de draadspoel/draad Afb. 24-29

1. Verwijder de beschermdop van de draadspoel (5)

door krachtig te drukken tussen de bevestigings- platen.

2. Verwijder de spoel met resterend nylon draad en

3. Verwijder de lege spoel.

4. Neem de nieuwe spoel en trek er aan weerskan-

ten 10 cm nylon draad uit.

5. Plaats nu de spoel (5) op de conische veer en be-

geleid beide nylon draden elk door de ronde me- talen ogen op de spoelbehuizing.

6. Plaats dan de spoeldeksel op de nieuwe spoel

(5). Draai deze zo, dat de platen van de spoelaf- dekking met de veren in de spoelbehuizing wor- den geduwd.

7. Druk nu op de spoeldeksel samen met de spoel,

tot deze zich in de spoelbehuizing bevinden.

8. Het mes (A) in de beschermkap (18) verkort de

trimdraad op de juiste lengte, als de motor op- nieuw gestart wordt.. Het slijpen van het maaiblad Afb. 18 (A) Het maaiblad kan na zekere tijd bot worden.

  • Wanneer u dit ziet, verwijdert u de schroef die het maaiblad vasthoudt op de veiligheidskap.
  • Klem het maaiblad in een bankschroef.
  • Slijp het mes met een platte vijl en zorg ervoor dat de hoek van de snijkant niet wordt veranderd tij- dens dit proces. Vijl slechts in één richting.
  • Belangrijk! Monteer het snijmes opnieuw. Vervanging en slijpen van het maaiblad aan het ein- de van het maaiseizoen: altijd het maaiblad slijpen of desgewenst vervangen door een nieuwe. Slijpen van het snijmes (17) Als de messen niet al te bot zijn, kunt u de snijkanten zelf scherpen. Het naar voren trekken vindt vaak plaats wanneer de ketting niet op volle snelheid is tijdens het in contact treden met het hout. Het voorkomen van het naar voren trekken Wees bewust van de krachten en de situaties die kunnen leiden tot vastlopen van de ketting op de on- derkant van de kettinggeleider. Begin altijd met zagen wanneer de ketting op volle snelheid draait. Terugslag De terugslag ontstaat wanneer de ketting boven de geleider plotseling stopt omdat deze vastloopt of een vreemd voorwerp in het hout. De ketting kan de zaag met een schok tegen de gebruiker doen belanden. Terugslagen komen vaak voor als de top van de ge- leider wordt gebruikt voor het zagen. Voorkomen van terugslag Wees bewust van de krachten en de situaties die kunnen leiden tot vastlopen van de ketting op de top van de geleider. Zaag slechts één tak tegelijk. Laat de geleider niet kantelen naar de zijkant wan- neer u deze uit een zaagsnede trekt, omdat de ket- ting anders geraakt zou kunnen worden.

WAARSCHUWING: draag altijd beschermende handschoenen bij het werken aan of rond maaige- reedschappen; Als het apparaat niet wordt gebruikt of wordt getrans- porteerd of opgeslagen, moet u altijd de transportbe- veiliging op alle snijgereedschappen monteren. Afb. 1 (14a, 15a, 17c) Voor het uitvoeren van onderhoud of reinigings- werkzaamheden, altijd de motor uitschakelen en de bougiedop lostrekken.

1. Het apparaat niet met water afspuiten. Dit be-

2. Reinig het apparaat met een doek, met een hand-

3. Gebruik een vochtige doek om de plastic onder-

delen te reinigen. Gebruik geen schoonmaakmid- delen, oplosmiddelen of scherpe voorwerpen.

4. Tijdens het werk omwikkelt om technische rede-

nen nat gras en onkruid de aandrijfas onder de beschermkap. Verwijder dit, daar de motor an- ders oververhit zou raken door te veel wrijving. Afb. 37 www.scheppach.com

Teneinde de levensduur van de motor niet te verkor- ten, moet een beschadigd luchtlter direct vervangen worden. m Waarschuwing! Laat nooit de motor draaien zonder luchtlter. Zorg voor het geleideblad Draait het geleideblad iedere keer dat u de ketting slijpt of vervangt. Dit voorkomt een eenzijdige slijtage van het geleideblad, met name de voorkant en de on- derkant. Reinigt regelmatig: 1 = de opening van de olievoorziening 2 = het oliekanaal 3 = de geleidegroef van het geleideblad Onderhoud en slijpen van de zaagketting De op juiste wijze geslepen ketting E󰀨ectief werken met de kettingzaag is alleen mo- gelijk als de ketting in goede staat en scherp is. Dit vermindert ook het risico op terugslag. De ketting kan opnieuw geslepen worden door een willekeurige dealer. Probeer niet om de ketting zelf te scherpen, tenzij u de benodigde speciale gereedschappen en ervaring bezit. Een goed geslepen ketting zoekt zijn weg door het hout en vereist zeer weinig druk. Werk niet met een botte of beschadigde ketting. Het ver- hoogt de fysieke inspanning, de trillingen en leidt tot onbevredigende resultaten en een hogere slijtage.

  • Vervang beschadigde of versleten onderdelen door corresponderende reserveonderdelen. Deze hebben de vorm en grootte van de originele onder- delen, zoals nodig is.
  • Het slijpen van een ketting mag alleen worden uit- gevoerd door ervaren gebruikers!
  • Waarschuwing. Los van de hoek en afmetingen, als de ketting niet goed geslepen is of de diepgang te gering is, is er een verhoogd risico van reversie e󰀨ecten en uiteindelijke verwondingen!
  • Zet het mes vast in een bankschroef.
  • Slijp alle 3 de lemmets van het mes met een platte vijl en let erop dat de hoek van de snijkant wordt aangehouden. (~25°). Vijl slechts in één richting.
  • Vervang het lemmet uiterlijk nadat het vijf keer is gescherpt. Vervang het mes in geval van zware slijtage of ge- broken messen. Ongebalanceerde maaibladen ver- oorzaken hevig trillen van de bosmaaier – kans op ongevallen! Smering toptandwiel geleideblad Afb. 8 (O) Smeer met een vet op lithiumbasis. Verwijder de schroef en breng het vet in, draai de as tot het vet zichtbaar wordt en vervang de schroef. Let op! Breng slechts een beetje vet in. In geen geval overvullen Vervanging en reiniging van de bougie Afb. 30-31 Controleer de elektrodeafstand van de bougie min- stens eenmaal per jaar of wanneer de motor slecht start. De juiste afstand tussen de centrale elektrode en de massaelektrode is 0,25 "/0.63 mm.
  • Wacht totdat de motor volledig is afgekoeld.
  • Trek de bougiedop van de bougie en gebruik de bijgeleverde bougiesleutel om de bougie te verwij- deren door deze eruit te draaien.
  • Wanneer de elektrode erg versleten is of sterk aangekoekt is, moet de bougie worden vervangen door een gelijkwaardig exemplaar.
  • Een sterke afzetting op de bougie kan worden ver- oorzaakt door: een te hoge hoeveelheid olie in het benzine/oliemengsel, slechte kwaliteit van de olie, oud benzine/oliemengsel of verstopt luchtlter.
  • Schroef de bougie met de hand volledig in de bou- gieopening (vermijd scheef indraaien).
  • Gebruik de bijgeleverde bougiesleutel om de bou- gie aan te trekken.
  • Bij gebruik van een momentsleutel is het aandraai- moment 1215 Nm.
  • Plaats de bougiedop correct op de bougie. Het luchtlter schoonmaken Afb. 32-35 Vervuilde luchtlters verminderen het motorvermo- gen door het leveren van te weinig lucht aan de car- burateur. Stof en stuifmeel dichten de poriën van het schuimrubberen lterelement. Regelmatige contro- les zijn daarom essentieel.
  • Maak het luchtlterdeksel los en verwijder het schuimrubberen lterelement.
  • Om het vallen van voorwerpen in het luchtlterhuis te vermijden, vervang het luchtlterdeksel.
  • Was het lterelement in warm zeepwater, spoel het en laat het op natuurlijke wijze drogen. Belangrijk: Reinig het luchtlter nooit met benzine of ontvlambare oplosmiddelen. www.scheppach.com

Aandrijving smeren, boomzaag Smeer de aandrijving elke 10 tot 20 bedrijfsuren.

1. Plaats de vetspuit op de smeernippels, Afb. 47

Let op! Breng slechts een beetje vet in. In geen ge- val overvullen. Controleer de heggenschaar op zichtbare gebre- ken zoals:

  • Versleten of beschadigde onderdelen
  • Verbogen, gebroken of beschadigde snijinrichting
  • Verkeerd gemonteerde en defecte afdekkingen of veiligheidsvoorzieningen.
  • Slijtage, met name glijspeling van de snijinrichting. Beschadigd of stomp snijgereedschap direct vervangen, ook bij geringe beschadigingen. Aandrijving smeren, heggenschaar Smeer de aandrijving elke 10 tot 20 bedrijfsuren.

1. Plaats de vetspuit op de smeernippels, Afb. 41

Let op! Breng slechts een beetje vet in. In geen ge- val overvullen. Olie de snijinrichting en hoekafstelling met milieu- vriendelijke smeerolie. Instellen van het stationair toerental Afb. 50 Wanneer de snijinrichting bij stationair bedrijf blijft lopen, moet u het stationair toerental corrigeren.

1. Laat de motor 3-5 minuten warmlopen

(geen hoog toerental!).

2. Verdraai de instelschroef (S):

Rechtsom Stationair toerental wordt verhoogd (+) Linksom Stationair toerental wordt verlaagd () Het stationair toerental bedraagt 3000 min

Neem contact op met de fabrikant indien de snij- inrichting desondanks tijdens stationair bedrijf door- loopt. Werk in geen geval verder met het apparaat! De gebruiker is in alle gevallen zelf verant- woordelijk voor schade die ontstaat doordat de aanwijzingen in deze gebruikshandleiding niet worden opgevolgd. Dit geldt ook voor wij- zigingen aan het apparaat, gebruik van ongeau- toriseerde reserveonderdelen, aanbouwdelen, hulpmiddelen, andersoortig en niet-beoogd ge- bruik en gevolgschade door het gebruik van de- fecte onderdelen.

  • De ketting kan niet worden vastgezet op het ge- leideblad. Het is daarom het beste om de ketting van het geleideblad te verwijderen en vervolgens te scherpen.
  • Selecteer het juiste gereedschap als kettingslijpge- reedschap. Zie "Specicaties" voor het toegestane kettingslijpgereedschap. De kettingtandhoek (bijvoorbeeld 3/8 ") is gemar- keerd in de diepte van elk blad. Gebruik alleen speciale vijlen voor kettingzagen! Andere vijlen hebben een verkeerde vorm en geven een verkeerd vijlresultaat. Selecteer de vijl volgens de diameter van de ketting- tandhoek. Zorg ervoor om de volgende hoek te ob- serveren bij het slijpen van de kettingdiameter. A = vijlhoek B = de hoek van de zijplaat De hoek moet hetzelfde zijn voor alle kettingtanden. Bij onregelmatig geslepen hoeken loopt de ketting onregelmatig, slijt snel en breekt voortijdig. Aan deze eisen kan alleen worden voldaan door vol- doende en regelmatige oefening:
  • Een vijlgeleider moet worden gebruikt bij het met de hand slijpen van de ketting. De juiste hoek staat erop aangegeven.
  • Houd de vijl horizontaal (haaks op het geleideblad) en vijl volgens het symbool van de hoek op de vijl- geleider. Klem de vijlgeleider op het bovengedeel- te van het geleideblad met de diepteinstelling.
  • Nu kan er gevijld worden. De snijkant van de ket- tingtand loopt altijd van binnen naar buiten.
  • De vijl scherpt alleen in voorwaartse beweging. Voorkom dat de vijl de kettingtand raakt tijdens de achterwaartse, teruggaande beweging.
  • Raak met de vijl de dieptestellers tussen de tanden niet aan.
  • Draai de vijl regelmatig om een eenzijdige slijtage te voorkomen.
  • Verwijder om een stuk hard hout, botte ruwe ran- den te verwijderen. Alle snijkanten moeten dezelfde lengte hebben, an- ders zullen zij ook variëren. Daardoor is de ketting onregelmatig en vergroot het risico van kapot gaan. www.scheppach.com
  • Trek altijd de bougiedop los voor iedere reiniging.
  • Dompel nooit het apparaat in water of andere vloeisto󰀨en om het schoon te maken.
  • Bewaar het multituingereedschap op een veilige en droge plaats, buiten het bereik van kinderen. Opslag Belangrijk: sla de apparatuur nooit langer op dan 30 dagen zonder het uitvoeren van de volgende stap- pen. Het opslaan van de apparatuur Als u van plan bent om de apparatuur voor langer dan 30 dagen op te slaan, moet de apparatuur dienover- eenkomstig worden voorbereid. Anders verdampt de nog in de carburateur aanwezige brandstof en laat een rubberachtig sediment achter. Dit kan problemen opleveren bij het opnieuw starten van het apparaat en dure reparaties vergen. 1 Verwijder langzaam de tankdop om de eventuele druk te laten ontsnappen die zich in de tank ge- vormd heeft. Leeg de tank voorzichtig. Leeg de tank uitsluitend in de buitenlucht of in goed geventileerde ruimtes. Let erop dat er geen brandstof of kettingolie in de grond wegloopt (milieubescherming). Gebruik een geschikte ondergrond. 2 Om de brandstof uit de carburateur te verwijde- ren, start u de motor en laat deze lopen totdat het apparaat stopt. 3 Laat de motor afkoelen (ong. 5 minuten). 4 Verwijder de bougie (zie paragraaf 10: Vervangen en reinigen van de bougie). 5 Giet een theelepel 2takt olie in de verbrandings- kamer. Trek langzaam verschillende keren aan het startkoord om een laagje olie aan te brengen op alle interne componenten. Monteer de bougie weer. Opmerking: Bewaar de apparatuur op een droge plaats en ver weg van mogelijke ontstekingsbronnen, zoals een oven, een gasverwarmde warmwaterboiler, een gasverwarmde droger, etc. Transport Als u het apparaat wilt transporteren, moet u de ben- zinetank leegmaken, zoals in hoofdstuk 8 wordt toe- gelicht. Verwijder grof vuil van het apparaat met een borstel of handveger. Monteer altijd de transportbeveiliging op alle snijge- reedschappen. Afb. 1 (14a, 15a, 17a) Om beschadigingen en letsel te vermijden, moet het apparaat tijdens het transport in voertuigen worden beveiligd tegen omkantelen. Slijtageonderdelen Ook bij beoogd gebruik zijn veel onderdelen aan nor- male slijtage onderhevig. Dergelijke onderdelen moeten regelmatig worden vervangen, afhankelijk van het type en de duur. Tot deze onderdelen behoren onder andere het snijge- reedschap en de houderplaat. m Waarschuwing! Gebruik uitsluitend reserveonderdelen en accessoi- res van de fabrikant. Als dit wordt nagelaten, kunnen de prestaties afnemen, kan letsel optreden en kan uw garantie vervallen. Belangrijke tip in geval van het verzenden van de apparatuur naar een servicebedrijf: Om veiligheidsredenen dient u ervoor te zorgen dat de apparatuur zonder olie en benzine wordt verzonden! Bestellen van vervangende onderdelen Vermeldt de volgende gegevens wanneer u vervan- gingsonderdelen bestelt:
  • Houdt handgrepen vrij van olie, zodat u altijd een veilige grip heeft.
  • Reinig de apparatuur zoals aanbevolen met een vochtige doek en, indien nodig, een mild afwas- middel. www.scheppach.com

De apparatuur weer werkklaar maken 1 Verwijder de bougie (zie paragraaf 10: Vervangen en reinigen van de bougie). 2 Trek op snelle wijze aan het startkoord om over- tollige olie te verwijderen uit de verbrandingska- mer. 3 Reinig de bougie en controleer of de elektrode- afstand correct is, of plaats een nieuwe bougie met de juiste elektrodeafstand. 4 Prepareer de apparatuur voor gebruik.

12. Afvoer en recycling

Het apparaat wordt geleverd in een verpakking om te voorkomen dat deze beschadigd tijdens het trans- port. De grondsto󰀨en in deze verpakking kunnen worden hergebruikt of gerecycled. Apparatuur en toebehoren zijn gemaakt van diverse materialen, zoals metaal en kunststof. Defecte on- derdelen moeten worden afgevoerd als speciaal af- val. Vraag uw dealer of uw gemeente.

13. Probleemoplossingen

De onderstaande tabel bevat een lijst van de pro- bleemsymptomen en legt uit wat u kunt doen om het probleem op te lossen als uw apparatuur niet goed werkt. Als het probleem zich blijft voordoen na de lijst doorgewerkt te hebben, neem dan contact op met de dichtstbijzijnde servicewerkplaats. www.scheppach.com

Storing Mogelijke oorzaak Oplossing Het apparaat start niet.

  • Gebrek aan brandstoftoevoer.
  • De bougiedop is niet bevestigd.
  • De bougie vonkt niet.
  • Reinig/vervang het luchtlter.
  • Reinig of vervang het brandsto󰀩lter.
  • Controleer de benzineslang op knikken en schade.
  • Neem contact op met de servicewerkplaats.
  • Verwijder de bougie, reinig en droog deze; trek dan meerdere keren aan het startkoord; bevestig de bougie.
  • Controleer de correcte positieve van de bou- giedop.
  • Maak de bougie schoon of vervang deze, indien van toepassing.
  • Controleer de bougiekabel op schade.
  • Neem contact op met de servicewerkplaats. De motor start maar stopt daarna.
  • Verkeerde afstelling van de carburateur (stationair toerental).
  • Neem contact op met de servicewerkplaats. De motor start maar het maaimechanisme stopt.
  • Maaimechanisme is geblokkeerd.
  • Intern defect (aandrijfas, tandwielbak).
  • Zet de motor uit en verwijder het blokkerende object.
  • Neem contact op met de servicewerkplaats.
  • Neem contact op met de servicewerkplaats. De motor loopt onre- gelmatig (sputtert).
  • Carburateur verkeerd afgesteld.
  • Bougie zit vol roet.
  • Aan/uit knop defect.
  • Neem contact op met de servicewerkplaats.
  • Maak de bougie schoon of vervang deze.
  • Neem contact op met de servicewerkplaats. Er wordt rook gepro- duceerd.
  • Verkeerd brandstofmengsel.
  • De carburateur is verkeerd afgesteld.
  • Gebruik een tweetaktmengsel in de verhou- ding 40:1.
  • Neem contact op met de servicewerkplaats. Het apparaat werkt niet op volle kracht.
  • Het apparaat is overbelast.
  • De carburateur is verkeerd afgesteld.
  • De geluiddemper is geblokkeerd.
  • Forceer niet tijdens het maaien/trimmen.
  • Maak het luchtlter schoon of vervang deze.
  • Neem contact op met de servicewerkplaats.
  • Controleer de uitlaat. De bosmaaier werkt niet op volle kracht.
  • De messen zijn bot of beschadigd.
  • Het te maaien materiaal is te hoog (ma- chine overbelast).
  • Slijp of vervang het maaiblad.
  • Snijd het gras in fasen. De grastrimmer werkt niet op volle toeren.
  • Draad te kort of beschadigd.
  • Het apparaat is overbelast daar het gras te hoog is.
  • Geef meer draadlengte of vervang deze.
  • Maait het gras in meerdere etappes. Draad wordt niet aan- gevoerd.
  • De spoel is leeg. • Vervang de spoel. De verlengde ketting- zaag zaagt niet, deze hapt of vi breert.
  • Kettingspanning te hoog.
  • Ketting verkeerd aangebracht.
  • Laat de ketting slijpen of vervang deze.
  • Breng de ketting opnieuw aan.
  • Vervang de ketting. De zaag raakt over- verhit of de kettings- mering werkt niet.
  • Geen olie in het reservoir.
  • Oliekanaal verstopt.
  • Kettingspanning te hoog.
  • Maak het oliekanaal schoon.
  • Controleer op juiste kettingspanning.
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SCHEPPACH

Model : MFH33004P

Categorie : Heggenschaar