S 96.130 T - Grasmaaier Wolf Garten - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis S 96.130 T Wolf Garten in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - S 96.130 T Wolf Garten
Gebruikersvragen over S 96.130 T Wolf Garten
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding S 96.130 T - Wolf Garten en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. S 96.130 T van het merk Wolf Garten.
GEBRUIKSAANWIJZING S 96.130 T Wolf Garten
(Originele gebruiksaanwijzing)
Italiano
Voor uwveiligheid 42
Monteren 44
Bedienings- en weergave-elementen 45
Bediening 47
Tips voor het verzorgen van het gazon 50
Transporteren 50
Onderhoud/reiniging 50
Stilzetten 51
Garantie 52
Informatie over de motor 52
Hulp bij storingen 52
Gegevens op het typeplaatje
Deze geveens zijn belangrijk voor het identificeren van de machine bij het bestellen van onderdelen en voor de klantenservice. U vindt het typeplaatje onder de stoel van de bestuurder. Vul alle geveens van het typeplaatje van uw machine in het onderstaandevakje in.

Deze en andere geveens van de machine vindt u in de parte CE-conformiteitsverklaring die deeluitmaakt van deze gebruiksaanwijzing.
Identificatie van het modelnummer
De vijfde positie van het modelnummer geeft de série aan.
Voorbeeld:
Modelnummer:
Vouw de pagina's met afbeeldingen en aan het begin van de gebruksaanwijzing open.
In deze gebruiksaanwijzing worden verschillende modellen beschreiben. Er kurenkleine verschillen zijnCUSSEN de afgebeelde machines en uw machine.
Voor uwveiligheid
De machine juist gebruiken
Deze machine is bestemd voor gebruik als:
- als gazcontractor voor het maaien van gazons van particuliere tuinen,
- met toebehoren dat uitdrukkelijk voor deze gazontractor is toegestaan,
volgens de incke gebruiksaanwijzing gegeben beschrijvingen en veiligheidsvoorschriften.
Elk ander gebruik is geen gebruik volgens de voorschriften.
Het gebruik anders dan volgens de voorschriften heeft het verrallen van de garantie en afwijzing van elke verantwoordelijkheid van de zichde van de fabrikant tot gevolg. De gebruiker is aansprakelijk voor alle schade aan derden en aan hun eigendom.
Eigenmachtige veranderingen aan de machine sluiten aansprakelijkheid van de fabrikant voor waaruit voortkomende schade UIT.
Deze machine mag nicht worden gebrukt op de openbare weg en is Niet bestemd voor het vervoer van Personen.
Algemene veiligheidsvoorschriften
Lees voor het eerste gebruik van de machine deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en volg de aanwijzingen op.
Stel andere gebruikers op de hoogte van het juiste gebruik. Gebruik het apparaat alleen in de door de fabrikant voorgeschreten en geleverde technische toestand. Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig en zorg ervoor dat deze voor elk gebruik beschikbaar is. Geef de gebruiksaanwijzing met de machine mee aan een neue eigenaar.
Vervangingsonderdelen en toebehoren要去en voldoen aan de door de fabrikant vastgelegde eisen.
Gebruik waarom alleen originele verwangingsonderdelen en origineel toebehoren of de door de fabrikant toegelaten verwangingsonderdelen en toebehoren.
Laat reparationsuitsluitend door een gespecialiseerd bedrijf uittvoeren.
Voor de werkzaamheden met de machine
Bij vermoeidheid en ziekte mag het apparaat Niet worden gebruikt.
Personen die de machine gebruiken
mogen Niet onder invloed van
verdovende middelen (zoals
alcohol, drugs of medicijnen) staan.
Personenjonger dan 16aar mogendeze machine nicht bedieren.
Plaatselijke voorschriften kunnen de minimumleeftijd van de gebruiker voorschrijven.
Deze machine is nicht bestemd om te worden gebruikt door Personen (inclusief kinderen) met beperkt fysieke, sensorische of geestelijkke vermogens, met gebrekkige ervaring en/of gebrekkige kennis, tenzij onder toezicht van een voor hun verilgheid verantwoordelijkke person of voorzien van aanwijzigen van deze persoon ten aanzien van het gebruik van de machine.
Er dient op te worden toegezien dat kinderen nicht met deze machine spelen.
Maak uzelfoorhetbegin van dewerkzaamhedenvertrouwd met allevoorzieningenenbedienings-elementen en de functieaarvan.
Bewaar brandstof alleen in waar-voor goedgekeurde tanks en nooit in de buurt van een verwarmingsbron (bijvoorbeeld een oven of warmwaterboiler).
Vervang een beschadigde uitlauf, brandstoftank of tankdeksel.
Koppel een aanhanger of opbouwapparaat voorzichtig vast.
Opbouwapparaten, aanhangers, ballastgewichten en gemulde gras-vangers beinvloeden de rijeigenschappen, in het bijzonder de stuurbaarheid, het remvermogen en de kans op kantelen.
Tijdens de werkzaamheden met de machine
Draag bij werkzaamheden met of op de machine geschikte werkkleding (zoals veiligheidschoenen, Lange broek, nauw sluitende kleding, veiligheidsbril en gehoorbescherming).
Gebruik de machine alleen in technisch onberispelijke toestand. Verander nooit de fabrieksinstellungen van de motor.
Vul de tank van de machine nooit wonneer de motor loopt of heet is. Vul de tank van de machine alleen buitenshuis. Voorkom open vuuren vonkvorming en rook nicht.
Controleer dat zich geen Personen (in het bijzonder kinderen) of deren ophouden in de werkomgeving.
Controleer het terrein waar u de machine gezruikt en verwijder alle voorwerpen die meegenomen en weggeslingerd+kunnen worden.
Zo voorkomt u gevaren voor personen en beschadiging van de machine. Maai Niet op hellingen van meer dan 20% .
Werkzaamheden op hellingen zichn gevaarlijk. De machine kan kantelen of weglijden.
Altijd voorzichtig beginnen met rijden en voorzichtig remmen op een helling. Als u maar beneden rijdt, langzaam rijden en op de motor remmen. Rijd nooit dwars op de helling maar altijd alleen omhoog en omlaag.
Werk met de machine alleen bij daglicht of bij voldoende kunstlicht.
De machine is nicht toegelaten voor het vervoer van Personen. Neem geen persoon mee op de machine.
Altijd voor werkzaamheden aan de machine
Beschem uzelf gegen verwondingen. Voor alle werkzaamheden aan deze machine:
Zet de motor UIT.
Trek de sleutel uit het contact.
-Vergrendel de vastzetrem.
Wacht tot alle bewegende delen volledig tot stilstand gekomen zich. De motor要去 aufgekoeld zich.
Trek de bougiestekker los van de motor, zodat onbedoeld starten van de motor nicht möglichk is.
Na de werkzaamheden met de machine
Verlaat de machine pas nadat u de motor heeft uitgezet, de vastzetrem heeft bediend en de sleuteluit het contact heeft getrokken.
Veiligheidsvoorzieningen
Veiligheidsvoorzieningen dienen voor uw veiligheid en moeten altijd werkzaam zich.
U mag geen veiligheidsvoorzie-ningen veranderen en hun werking Niet opheffen.
Veiligheidsvoorzieningen zijn:
Uitwerpklep/grasvanger
De uitwerpklep (Afb.4)/grasvanger beschermt u tegen verwondingen door het snijmes ofaar buiten geslingerde voorwerpen.
De machine mag uitsluitend worden gebrukt met gemonteerde uitwerpklep/grasvanger.
Veiligheidsblokkeersysteme
Het veiligheidsblokkeersysteme maakt starten van de motor alleen mogelijk, wanner:
- de chauffeurণnplaats op de stoei ingenomen heeft,
- het rempedaal is ingedrukt resp. de vastzetrem in de parkeerstand staat,
- de rijrichtinghendel resp. rijpedaal op „N" staat,
- het maai mechanisme uit geschakeld is, dat wil zeggen: PTO-schakelaar of PTO-hendel is stand "0/UiT/Off" (PTO = Power-Take-Off).
Het veiligheidsblokkeersystem schakelt de motor uit zodia de bediener de stoel verlaat zonder dat hij de vastzetrem bedient en het maaimechanisme uitschakelt. Het veiligheidsblokkeersystem voorkomt het maaien zonder gemonteerde deflector of grasvanger bij machines met uitworp aan dechterzijde (automatische uitschakeling van motor of maaimechanisme).
Bij machines zonder OCR-functie of bij Niet-greactiveerde OCR-functie voorkomt het veiligheidsblokkeersystemechteruirijden met ingeschakeld maaimechanisme (automatische uitschakeling van motor of maaimechanisme).
Schakel waarom bij een machine met PTO voor het achteruitrijden het maaimechanisme uit, afhankelijk van de uitvoering met de PToSchakelaar of met de PTO-hendel.
Pictogrammen op de machine
Op de machine bevinden zich diverse stickers met pictogrammen. De pictogrammen hebden de volgende betekenis:












Let op!
Lees voor de
ingebruikneming de
gebruiksaanwijzing!
Houd derden uit de buurt van het gevaarlijke gebied!
Verwondingsgevaar door ronddraaiende messen of onderden. Handen en voeten nicht in openerigen honden als de machine loopt.
Verwondingsgevaar door ronddraaiende messen of onderden.
Verwondingsgevaar door maar buitengeworpen gras of vaste voorwerpen. Werkzaamheden op steile hellingen hunnen gevaarlijk zijn.
Trek voor werkzaamheden aan de maagereedschappen debougiestekker los! Houd vingers en voeten uit de buurt van de maagereedschappen! Schakel de machine uit en trek de bougietrekker los voordat u de machine instelt, schoonmaakt of controert.

Let op!
Explosiegevaar!

Accuzuur/
Verwondingsgevaar.

Trek voor alle werkzaamheden aan de machine de sleuteluit het contactslot en neem de voorschriften in deze gebruiksaanwijzing inRCT.

Bij het in- en uittappen nooit op hetmaaimechanismegaan staan.

Waarschuwing voor heet oppervlak!

Voordat het apparaat worden gekanteld, moet de accu worden gedemonteerd.

Bij gelebruik als aanhanger de volgende maximumwaarden Niet overschrijden: Max.helling 14% Max.steunlast aan aanhangerkoppeling 25~kg Max.aanhanglast (aanhanger en lading) 180~kg


Het apparaat mag alleen met aangebouwde uitwerpklep of het mulchsluitstuk worden gebruikt.
Houd deze symbolen op de machine altijd in een leesbare toestand.
Pictogrammen in deze gebruiksaanwijzing
In deze gebruiksaanwijzing worden de volgende pictogrammen gebruikt:
Gevaar
U wordt gewezen op gezaren die samenhagen met de beschreiben handeling. Er bestaat verwondingsgevaar voor Personen.
Let op
U wordt gewezen op bevaren die met de beschreiben werkzaamheden samenhagen en die materiele schade tot gevolg können haben.
i Opmerking
Geeft belangrijke informatie en gebruikstips aan.
Plaatsaanduidingen
Plaatsaanduidingen voor de machine (bijvoorbeeld links, rechts) worden altijd gegeven vanuit de stoel van de chauffeur in de werkrichting van de machine.
Verwijdersen van afval
Verpakkingsresten, oude apparaten, enz.要去en volgens de geldende voorschriften worden afgevoerd.
Monteren
Stoel monteren
Stoel zonder verstelhendel:
Afb. 1
Stoel met verstelhendel:
Afb. 2
Stuurwiel monteren
Afb. 3
Stuurwiel (1) op stuuras steken.
- Onderlegringen (3) aanbrengen en stuurwiel met schroef (4) borgen.
Opmerking
Onderlegring (3) met welving omhoog aanbrengen.
- Afdekkap (5, afhankelijk vanuitvoering) inzetten.
Monteer de uitwerpklep
(Machine met zichwaartse UITworp)
Afb. 4a
- Demonteer schroeven, onderlegringen en moeren van de uiterworpopening.
- Breng de uitwerpklep (1) aan en monteer deze met schroeven, onderlegringen en moeren.
- Bevestig de rollen van het maai-mechanisme (2) met de aanwezighe schroeven, onderlegringen en moeren.
Afb. 4b
De uitwerpklep en de roller van het maaimechanisme zijn al gemonteerd.
Duw de uitwerpklep iets\ aar achefteren en verwijder\ de transportbeveiligingsplaat.\ De uitwerpklep sluit automatisch.
Grasvangvoorziening monteren (afhankelijk van model)
Zie de parte gebruiksaanwijzing voor de grasvanger.
Accu in gebruik nemen
Afb. 5
Gevaar
Vergiftigings- en verwondingsgevaar door accuzuur Draag een veiligheidsbril en werkhandschoenen.Voorkom contact van de huid met accuzuur. Spoel onmiddelijk met water wanner accuzuur in uw gezicht of ogen spat en raadpleeg cervolgens een arts.
Drink veel water wanner u accu-zuur hebt ingeslikt en raadpleeg onmiddelijk een arts. Bewaar accu's buiten bereik van kinderen.
Kantel de accu nooit, odomat accuzuur uit de accu kan lopen.
Geef overgebleven accuzuur af bij uw vakhandel of bij een afvalverwerkingsbedrijf.
Let op
Brandgevaar, explosie en corrosie door accuzuur en gassen van het accuzuur!
Reinig de onderdelen van de machine waarop accuzuur gespat is onmiddelijk. Accuzuur heeft een corroderende werkung.
Rook nicht en houd brandende en hete voorwerpen UIT de buurt. Laad accu's alleen in goed verlichte en geventileerde ruimten op. Voorkom kortsluiting bij werkzaamheden aan de accu. Leg geen gereedschappen of metalen voorwerpen op de accu.

Let op
Houd rekening met de montagevolgorde bij los- en vastmaken van de klemmen van de accu. Montage (Afb. 5a):
Maak eerst de rode kabel (+/pluspool) en verwolgens de zwarte kabel (-/minpool) vast.
Demontage:
Sluit erst de zwarte kabel (-/minpool) en cervolgens de rode kabel (+/pluspool) aan.

Opmerking
De batterij bevindt zich onder de chauffeursstoel.
Bij levering van „onderhoudsvrije" en „verzegelde" accu's (type 1)
(accu's zonder sluitdoppen) De accu is gezuld met accuzuur en in de fabriek verzegeld. Ook een zogenaamd „onderhoudsvrije" accu vereist onderhoud om eenzekere levensduur möglich te make.
Houd de accu schoon.
Voorkom kantelen van de accu. Ook uit een „verzegelde" accu loopt elektrolytvloeistof wanner de accu gekanteld worden.
Laad de accu voor de eerste ingebruikneming 1 tot 2 uur op met een acculader (maximale laadstroom 12 volt, 6 ampere). Trek na het laden eerst de netstekkeruit het oplaadapparaat en maak verrolgens de klemmen van de accu los (zie ook gebruiksaanwijzing van het oplaadapparaat).
Bij levering van een ongevulde accu (type 2) (accu met sluitdoppen)
Neem de sluitdoppen van de accucellen (Afb. 5b).
Vul elke cel langzaam met accu-zuur tot 1 cm onder de vulopening.
Laat de accu 30 minutes staan zodate het lood het accuzuur kan opnemen.
- Controleer het zuurpeil. Voeg eventueel accuzuur toe.
Laad de accu voor de eerste ingebruikneming 2 tot 6 uur op met een acculader (maximale laadstroom 12 volt, 6 ampere). Trek na het laden eerst de netstekkeruit het oplaadapparaat en maakervolgens de klemmen van de accu los (zie ook gebruiksaanwijzing van het oplaadapparaat).
- Breng de sluitdoppen van de accucellen aan.
Monteer de accu in de machine.
- Verwijder de blinde sluiting van de ontluchting van de accu. Steek de ontluchtingsslang vast en geleid deze in de machine maar beneden. Zorg ervoor dat de slang ongehinderd verloopt (Afb. 5c)!
- Klem eerst de rode kabel (+) en verwolgens de zwarte kabel (-) vast.
- De accu hoeft later alleen met gedestilleerd water te worden gezuld (controle elke 2 maanden).
Houd de accu schoon.
Bedienings- en weergave-elementen

Let op.
Schade aan de machine Hier worden eerst de functies van de bedienings- en individatieelementen beschreiben. Bedien nog geen van de beschreiben functies.
Contactslot
(afhankelijk van model)
Afb. 6a
Starten: draai de sleutel maar rechts tot de motor loopt.
Laat de sleutel verwolgens los. De sleutel staat op
Stoppen: draai de sleutel maar links op

Opmerking
Bij een contactslot met Lichtstand wordt hetlicht ingeschakeld wanner de contactsleutel na het starten van de motor in deze stand wordt teruggezet.
Contactslot met OCR-functie (afhankelijk van model)
Afb. 6b
Dit contactslot is voorzien van een OCR-functie (door de gebruiker bestuurdchyteruitmaaien).
Starten: draai de sleutel maar rechts tot de motor loopt.
Laat de sleutel cervolgens los.
Sleutel staat op (norga) stand) en staat voorwaarts maaien toe.
OCR-stand: sleutel maar links van normale stand op stand voor,achteruit maaien dxraaien en op de schakelaar (1) drukken.
De controlelamp (2) brandt en geeft aan dat er nu weiteruit en vooruit met de machine kan worden gemaaid.
Stoppen:draai de sleutel naar links op

Opmerking
Gebruik de OCR-functie alleen indien beslistoodzakelijk en werk anders in de normale stand.
De OCR-functie worden automatisch uitgeschakeld zodra de sleutel in de nulstand worden gedraaid of de motor worden uitgeschakeld (stopstand of uitschakeling van de motor door het veiligheidsblokkeersystem).
Choke
(afhankelijk van uitvoering)
Afb. 7
Trek de choke uit voor een start met een koude motor (Afb. 7a) of zet de gashendel in stand [N] (Afb. 7b).
Gashendel
Afb. 8
Stel het motortoerental traploos in.
Snel motortoerental =
Langzaam mortoroerental =
Koppeling-/rempedaal (alleen bij modellen met Transmatic-aandrijving)
Afb. 9
Koppelen = pedaal half indrukken. Remmen = pedaal helemaal indrukken.
Opmerking
Dient ook voor het activeren en deactiveren van de vastzetrem.
Rempedaal
Afb. 9
Remmen = pedaal indrukken
i Opmerking
Dient ook voor het activeren en deactiveren van de vastzetrem.
Rijrichtinghendel (alleen bij modellen met Transmatic-aandrijving)
Afb. 10
De instellingen mogen alleen worden gewijzigd als de tractor stilstaat.
Druk hiervoort het koppelings-en rempedaal helemaal in en houd het ingedrukt.
Vooruit = hendel op „F/ Vrijloop = hendel op „N"
Achteruit = hendel op „R/
Instelhendel voor maaihoogte
Afb. 11
Grote maaihoogte -maaimechanisme hoog = hendel op „5 (H)".
Kleine maaihoothe -maaimechanisme laag = hendel op "1 (L)"
PTO-schakelaar
Afb. 12
Met de PTO-hendel worden het maaimechanisme mechanisch in en uitgeschakeld.
Maaimechanisme uitschakelen O/hendel maarachten
trekken, tot aan de aanslag Maaimechanisme inschakelen I/ Hendel langzaam maar
voren duwen, tot aan de aanslag
Vastzetrem voor machines met hydrostaat-aandrijving of Automatic-aandrijving
Afb. 13
Vastzetrem bedieren: rempedaal helemaal indrukken en hendel in stand "I" zetten.
Vastzetrem losmaken: rempedaal helemaal indrukken en hendel in stand ^ zetten.
Hendel voor slelheidsstanden/vastzetrem voor machines met Transmaticaandrijving
Afb. 14
Lage snelheid = hendel op "1" Hoge snelheid = hendel op "6" of "7" (optioneel).
Snelheid verhogen = rijstandenzonder bediening van koppeling-enrempedaal verstellen.
Snelheid verlagen = rijstanden met bediening van koppeling-en rempedaal (half indrukken) verstellen.
Vastzetrem bedieren:
Druk het koppelings- en rempedaal helemaal in en schuif de hendel voor de snugheidsstand op (P)
Vastzetrem losmaken:
Druk het koppelings- en rempedaal helemaal in en duw de hendel op een snelheidsstand.
Rijhendel voor machines met hydrostaataandrijving (afhankelijk van model)
Afb. 15
Stel met de rijhendel de snelheid traploos in en verander de rijrichting:
Vooruit:
Snel vooruit rijden = hendel
op,F/
Maximale rijnsnelheid = hendel op „ CURING SPED 11111
Stoppen:
Voor het stoppen en veranderen vanrichting = hendel op ^
Achteruit:
Achteruit rijden = hendel op „R/
Opmerking
-Hoe verder de hendel in derichting ^ of F wordt gedrukt, hoe sneller de machine rijdt.
- Na het bedieren en weeer los-laten van het rempedaal beweegt de rijhendel in de richting van de stand ^ en wordt daardoor de wegrijsnelheid verminderd.
Rijpedaal voor machines met hydrostaat-aandrijving (afhankelijk van model)/automatische aandrijving
Afb. 16
Stel met het rijpedaal de snugelheid traploos in en verander van rijrichting:
Vooruit = duw het rijpedaal maar voren (in de rijrichting
Hoe verder maar voren, hoe sneller.
Stoppen (voort het stilzetten van de machine en bij het veranderen vanrichting) = rijpedaal loslaten stand N).
Achteruit = duw het rijpedaal maarachten (tegen de rijrichting Hoe verder maarachten, hoe sneller.
Opmerking
Als de parkeerrem is ingeschakeld, kan het gaspedaal nicht worden bediend.
Transmissieontgrendeling voor machines met Automatic-aandrijving
Afb. 17a
De hendel bevindt zich aan de linkerzijde van de machine, tussen treeplank en weiterwiel.
Voor het duwen van de machine verwijl de motor uitgeschakeld is:
Duw de hendel maar binnen, trek\
deze verrolgensaar buiten\
en draai dezeaar achteren.\
De hendel is voor de houder\
vastgeklikt.
Ga als volgt te werk om te rijden:
Duw de hendel maar links en druk\
deze maar binnen.
Transmissieontgrendeling voor machines met hydrostaataandrijving
Machines met rijhendel
Afb. 17b
De hendel bevindt zich op de awhile van de machine.
Voor het duwen van de machine verwijl de motor uitgeschakeld is:
Trek de hendel maar buiten en duw deutsche rechts.
Ga als volgt te werk om te rijden:
Duw de hendel maar links en druk\
deze maar binnen.
Machines met rijpedaal
Afb. 17c
De hendel bevindt zich aan de linkerzijde van de machine, tussen treeplank en achechterwiel.
Voor het duwen van de machine verwijl de motor uitgeschakeld is:
Trek de hendel maar buiten en duw deze maar rechts.
Ga als volgt te werk om te rijden:
Duw de hendel maar links en druk\
deze maar binnen.
Combatie-indicatie (afhankelijk van model)
Afb. 18
De combinatie-indicatie kan bestaan uit de volgende elementen, afhankelijk van de UITvoering: Oliedruk (1):
Als de individielamp brandt verwijl de motor loopt, dient u de motor onmiddelijk uit te schakelen en het oliepeil te controleren. Laat de machine indien nodig nazien.
Koppeling (2):
De indicatielamp brandt als bij het starten van de motor het koppelings- en rempedaal nicht ingedrukt resp. de vastzetrem nicht vergrendeld is.
Maaimechanisme (3):
De indicatielamp brandt als bij het starten van de motor het maai-mechanisme Niet uitgeschakeld is.
Oplaadindicatie accu (4):
Wanner de controelamp brandt terwijl de motor loopt, wordt de accu onvoldoende opgeladen. Laat de machine indien nodig nazien.
Bedrijfsurenteller (5):
Geeft bij ingeschakelde ontsteking het tot dusver bereekte aantal bedrijfsuren aan.
Ampèremeter (6):
Geeft de laadstroom van de dynamo voor de accu aan.
Langzaam motortoerental
= wijzer in het midden.
Snel motortoerental = wijzer staat rechts (+)
i Optionele functies:
- Als de ontsteking worden ingeschakeld, worden kort de accuspanning weergegeven.
Vervolgens wordt het aantal bedrijfsuren weergegeven.
Bedrijfsuren worden altijd geteld, behalte wanner de contact-sleutel op „Stop" staat of uit het contact is getrokken.
-Elke 50 bedrijfsuren (afhanke-lijk van de uitvoering) wordt 5 minuten lang in het display een indicatie voor het verversen van de olie "CHG/OIL"weergegeven.
Deze melding wordt de volgende 2 bedrijfsuren weergegeven.
Zie het motorhandboek voor intervallen voor het verversen van de olie.
Licht
(afhankelijk van model)
Afb. 21
Koplamp inschakelen = schakelaar op "ON". Sommige modellen hebben geen lichtschakelaar.
De koplampen branden zolang de motor loopt of de contactsleutel in stand wordt gezet (afhanke-lijk van het model).
Stoel met verstelhendel (afhankelijk van model)
Afb. 19
Trek aan de hendel en stel de stoel in.
Bediening
Neem ook de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de motor in acht.
Gevaar
Verwondingsgevaar
Personen, kinderen of dieren
mogen zich bij het maaien nooit in de buurt van de machine bevinden.
Ze kuren gewond raken door\ aar buiten geslingerde stenen\ en dergelijkke. Kinderen mogende machine nooit bedieren.
Wees bijzonder voorzichtig bij awhile maaien (machines met OCR-schakelaar). Ermight zich geen personen in de buurt van de machine bevinden.
Maak de grasvanger nooit leeg wanner het maai mechanisme loopt. Maak de grasbak nooit leeg als het maai mechanisme in beweging is.
Bij het maaien op steile hellingen kan de machine kantelen en u kurz gewond raken. Rijd nooit dwars op een helling, maar algid omhoog en omlaag. Rijd alleen op aflopend terrein met een hellingspercentage van maximaal 20% .
Keer Niet op een helling.
Bij het maaien van vochtig gras kan de machine door verminderde grip op de ondergrond slippen en u kunt vallen. Maai alleen als het gras droog is.
Te hoge snelheid kan het gevaar voor ongevallen verhogen.
Houd voldoende afstand bij het maaien langs randen, bijvoorbeeld in de buurt van steile hellingen, onder bomen of langs struiken en heggen. Weer bijzonder voorzichtig wanner u awhileuit rijdt.
Controleer het terrein waarop u de machine gebruikt en verwijder alle voorwerpen die vastgegrepen en weggeslingerd+kunnen worden.
Als het maagereedschap een voorwerp (bijvoorbeeldeen steen) raakt of als de machine ongewoon begint te trillen: Zet de motor uit. Machine voor verder gebruik door een gespecialiseerde werkplaats op schade lately onderzoeken.
Ga bij een sikkelmaier nooit voor de grasuitwerpopeningen staan. Houd nooit uw handen of voeten onder draaiende delen.
Zet de motor uit en trek de sleutel uit het stopcontact en de stekker los van de bougie voordat u verstoppingen uit de uitwerpopening verwijdert.
Gebruik de machine nicht bij slechte weersomstandigheden of bij kans op regen of onweer.
Gevaar voor verstikking door koolmonoxide
Laat de verbrandingsmotor alleen buitenshuis lopen.
Explosion-en brandgevaar
Brandstof- en benzinedampen
zijn explosief en brandstof
is zeer brandbaar.
Vul de tank met brandstof voordat ude motor start. Houd de brandstof-tank gesloten wanner de motor loopt of nog heet is.
Vul alleen brandstof bij nadat de motor is uitgeschakeld of afgekoeld. Voorkom open vuuren vonkorming en rook Niet.
Vul de tank van de machine alleen buitenshuis.
Machine verwijderen van deplaats waar de brandstof is gemorst en wachten totdat de brandstoffdampen verwluchtigd�.
Ter voorkoming van brandgevaardient u de volgende delen vrij van gras en maar buiten komende olie te honden: motor,uitlaat, accu en brandstoffank.

Gevaar
Verwondingsgevaar door defecte machine
Gebruik de machine allein in onberispelijke toestand. Controller de machine voor elk gebruik op zichbare gebreken. Controller in het bijzonder veiligheidsvoorzieningen en het maaimechanisme met houder, bedieningselementen en schroefverbindingen op beschadigingen en stevig vastzitten.
Vervang beschadigde delen voor het gebruik.
i Gebruikstijden
Neem de geldende voorschriften met betrekking tot gebruikstijden in acht (vraag eventueel na bij uw gemeente).
Tanken en oliepeil controlleren
Opmerking
De motor is in de fabriek reeds met olie bevuld. Controller het oliepeil en voeg indien nodig olie toe.
Tank loodvrije benzine (Afb. 20)
Vul de brandstoftank tot maximaal 2 cm onder de rand van de vulopening.
Sluit de brandstoftank stevig.
- Controleer het oliepeil (Afb. 20). Het oliepeil要去ussen de markingsen, Full/Max." en "Add/Min." liggen. Zie ook het handboek van de motor.
Bandendruk controlleren
Opmerking
Om productieredenen kan de bandendruk hoger dan vereist zich.
Bandendruk controleren.
Indien nodig corrigeren (zie gedeelte „Onderhoud"):
- voren: 0,8 bar
- achefteren: 0,7 bar
Stoel van de chauffeur instellen
Zet de stoel in de gewenste stand. Afhankelijk van de uitvoering:
Schroeven losdraaien, stoei instellen en schroeven weer vastdraaien (Afb. 1) of
aan stoelverstelhendel trekken, stoel instellen en stoelverstelhendel weeR loslaten (Afb. 19)
Motor starten
Neem plaats op de chauffeurstoel.
Maaiwerk uitschakelen: PTO (Afb. 12) uitschakelen en maaiwerk omhoog zetten.
Duw het rem- of koppelings- en rempedaal (Afb. 9) helemaal in en houd het vast of vergrendel de vastzetrem (Afb. 13/14).
Zet de rijrichtinghendel/rijhendel (Afb. 10/15) op "N".
Opmerking
Machines met rijpediaal staan in de stand „N"-wonneer het rijpediaal Niet worden bediend (Afb. 16).
Zet de gashendel (Afb. 8) op .
Trek bij een koude motor de choke uit of zet de gashendel op (Afb. 7).
Draai de contactsleutel (Afb. 6) op tot de motor loopt (startpoging max. 5 seconden, wacht 10 seconden voor de volgende poging). Zet de contactsleutel op F wonneer de motor loopt.
Zet de choke langzaam terug (Afb. 7).
Zet de gashendel (Afb. 8) terug tot de motor loopt.
Motor stoppen
Zet de gashendel (Afb. 8) op de middelste gasstand.
Laat de motor ca. 20 seconden-lopen.
Zet de contactsleutel (Afb. 6) op
Trek de sleutel uithet contactslot.
Vergrendel de vastzetrem voordat u de machine verlaat.
Rijden
Gevaar
Abrupt beginnen met rijden, plotseling stoppen en rijden met te hove slelheid vergroot het gevaar voor ongevallen en kan leiden tot schade aan het apparaat. Verstel de stoel nooitijdens het rijden.
Opmerking
Wees bijzonder voorzichtig bij het中断ruij rijden. Verander nooit van rijrichting zonder de machine eerst tot stilstand te brengen.
Rijden met hydrostaataandrijving
Start de motor zoals aangegeven.
Maak de vastzetrem los.
Bedien het rijpediaal resp. de rijkendel (afhankelijk van het model) langzaam tot de gewenste snelheid bereikt is.
Rijden met Transmaticaandrijving
Start de motor zoals aangegeven.
Vastzetrem losmaken: Duw het koppelings- en rempedaal helemaal in en houd het vast.
- Breng de rijrichtinghendel in de vereiste stand.
Stel de能力和 stand in met de hendel.
Laat het koppelings- en rempedaal langzaam opkomen. De machine rijdt.
Rijden met Automaticaandrijving
Start de motor zoals aangegeven.
Maak de vastzetrem los.
Bedien het rijpedaal langzaam tot de gewenste snelheid worden bereikt.
Machine stilzetten
Zet de rijhendel in de stand "N" resp. LAST met hydrostaat-aandrijving of automatische aandrijving).
Duw op het rempedaal of het koppelings- en rempedaal tot de machine start.
Maaien
Bij normala maaien (zie bediening contactslot): Schakel het maaimechanismeuit voordat u awhileuij rijdt en zet het omhoog.
Bij中断ruii maaien (zie bediening contactslot): wees bijzonder voorzichtig bij het中断ruii maaien,maai alleen中断ruii indien beslist nodig.
- Verander Niet van rijrichting als de machine rolt of rijdt.
Machines met hydrostaataandrijving
Start de motor zoals aangegeven.
Zet de gashendel op door voldoende afgegeben vermogen.
Maak de vastzetrem los.
Schakel het maaimechanisme in.
Beweeg het maaimechanisme omlaag.
- Met de rijhendel resp. het rijpediaal (afhankelijk van het model) de voorwaartse rijrichting en de snugheid (door langzaam bedieren) kiezen. De machine rijdt.
Machines met Transmaticaandrijving
Start de motor zoals aangegeven.
Zet de gashendel op voor voldoende afgegeben vermogen.
Vastzetrem losmaken: Duw het koppelings- en rempedaal helemaal in en houd het vast.
Zet de rijrichtinghendel op ^ (vooruit).
Stel de snugheidsstand in met de hendel.
Schakel het maaimechanisme in: Schakel de PTO in.
Beweeg het maaimechanisme omlaag.
Laat het koppelings- en rempedaal langzaam opkomen. De machine rijdt.
Machines met Automaticaandrijving
Start de motor zoals aangegeven.
Zet de gashendel op voor voldoende afgegeben vermogen.
Maak de vastzetrem los.
Schakel het maaimechanisme in.
Beweeg het maaimechanisme omlaag.
Kies met rijpedaal de voorwaartse rijrichting en snelheid (door langzaam bedieren). De machine rijdt.
Algemeen
Let er bij de instelling van de maaihoogte en rijnselheid op dat de machine Niet overbelast worden. De maaihoogte en de rijnselheid要去en worden aangepast aan delenge, de aard en de vochtigkeit van het te maaien gras om het gras probleemloos met een grasvanger op te+kunnen vangen.
Wanneer verstoppingen optreden, dient u de rijnselheid te verminderen en de maaihoogte groter in te stellen.
Machine wegzetten
Machine stilzetten.
Schakel het maaimechanisme UIT.
Zet de gashendel op de middelste gasstand.
Zet het maai mechanisme helemaal omhoog.
Zet het contactslot na 20 secon- den op
Trek de sleutel uit het contactslot.
Vergrendel de vastzetrem voordat u de machine verlaat.
Machine met hydrostaataandrijving duwen
Duw de machine alleen als de motor isuitgeschakeld.
Maak de vastzetrem los.
Transmissie ontgrendelen (Afb. 17b resp. 17c afhankelijk van het model): Hendel uittrekken en maar rechts duwen.
Zet de transmissieontgrendelings-hendel terug voordat u de motor start.
Machines met Automaticaandrijving duwen
Duw de machine alleen als de motor isuitgeschakeld.
Maak de vastzetrem los.
Transmissie ontgrendelen (Afb. 17a): Duw de hendel maar binnen, trek deze verrolgens maar buiten en draai deze maar afterwards. De hendel is voor de houder vastgeklikt.
Zet de transmissieontgrendelingshendel terug voordat u de motor start.
Mulchen
Met het juiste toebehoren kunt u met verschillende machines ook mulchen. Vraag maar het toebehoren bij uw vakhandel.
Grasvangvoorziening leegmaken (afhankelijk van model)
Zie deAPEte gebruiksaanwijzing voor de grasvanger.
Tips voor het verzorgen van het gazon
Maaien
Gazon bestaatuitverschillende soortengras.Als uvaakmaait, bevordert ditde groei van gras met stevige wortels.Alsuminder vaak maait, bevordert dit de groei van lang gras en planten als klaver en madeliefjes.
De normale hoogte van een gazon bedraagt 4 tot 5cm .Maai slechtes een derde ^1/_3 van de totale hoogte. Dus bij 7-8 cm op normale hoogte knippen.Het gazon nicht kortermaaien dan 4 cm odomat het anders bij droog weeber beschadigd raakt. Lang gras (bijvoorbeeld na devakantie) in verschillende beurten totnormale lengte maaien.
Mulchen (met toebehoren)
Het gras wordt bij het maaien inkleine stukjes van ca. 1 cm gesneden en blijft liggen.
Zo blijven veel voedingsstoffen voor het gras bewaard.
Voor een optimaal resultaat moet het gazon alkijd kort worden gezouden. Zie ook het gedeelte „Maaien".
Neem de volgende aanwijzingen in alot bij het mulchen:
- Maai geen nat grayscale.
Maai nooit meer dan 2 cm van de totale lenghte van het gras.
Rijd langzaam. - Gebruik het maximale toerental.
- Reinig het maaimechanisme regelmatig.
Transporteren
Rijd slechts korte stukjes met de gazcontractor als u maar een andere plaats om te maaien rijdt.
Gebruik voor groe stukken een transportvoertuig.
Opmerking: de machine mag nicht worden gebruikt op de openbare weg.
Korte stukken

Gevaar
Door het maai mechanisme+kennen voorwerpen worden meegenomen enweggeslingerd.
Dit kan schade veroorzaken.
Schakel de maaimessen uit voordat u met de machine rijdt.
Lange stukken
Let op
Transportschade
De gebruekte transportmiddelen (bijvoorbeeld transportvoertuig, laadperron)要去en volgens bestemming worden gebruikt. Zie hiervoord bijbehorende gebruiksaanwijzing.
De machine要去vergeteigruik
worden vastgezet zodat各项niet
kan weglijden.
Gevaar voor het milieu door lekkende brandstof Vervoer de machine Niet in een gekantelde positie.
Zeteen transportvoertuig gereed.
- Breng de laadplank aan op het transportvoertuig.
Duw de machine in vrijgeschakelde versnelling op het laadvlak (bij machines met hydrostaataandrijving of Automaticaandrijving de transmissie ontgrendelen).
Vergrendel de vastzetrem.
Voorkom weglijkden van demachine.
Onderhoud/reiniging
Gevaar
Verwondingsgevaar door onbedoeld starten van de motor! Bescherm uzelf gegen verwondingen. Voor alle werkzaamheden aan deze machine:
-Zet de motoruit.
Trek de sleutel uithet contact.
-Vergrendel de vastzetrem.
Wacht tot alle bewegende delen volledig tot stilstand gekommen zich. De motor要去 afgekoeld zich.
Trek de bougiestekker van de motor los op onbedoeld starten van de motor te voorkomen.
Reiniging
Let op
Gebruik voor het reinigen geen hagedrukreiniger.
De machine reinigen
Reinig de machine bij voorkeur meteen na het maaien.
- Plaats de machine op een stevige en vlakke ondergro
Zet de rijrichtinghendel op ^ of ^ (niet bij alle modellen).
Vergrendel de vastzetrem.
Opmerking
Bij gebruik van de machine in de winter bestaat een bijzonder groot roest- en corrosiegevaar. Reinig de machine na elk gebruik grondig.
Maai mechanisme reinigen
Gevaar
Verwondingsgevaar door scherp maaimes!
Draag werkhandsschoenen.
Bij machines met meer dan een maaimes kan de beweging van een maaimes tot het draaien van de andere messen leiden.
Reinig de maaimessen voorzichtig.
Let op
Motorschade
Kantel de machine nicht meer dan 30^ . De brandstof kan in de verbrandingsruimte lopen en tot motorschade leiden.
Zet het maai mechanisme helemaal maar boven.
Maak de maairuimte schoon met een borstel, handveger of doek.
Maaimechanisme met reinigungssproeier (optioneel)
Afb. 23
Stel de machine op een vlakke ondergrond zonder grind, stenen etc. en bedien de vastzetrem.
- Bevestig een waterslang met een in de handel verkrijgbare snel-koppeling op de reinigings-sproeier.
Waterkraan opendraaien.
2.Start de motor.
3.Maaiwerk neerlaten en enkele minuten inschakelen.
4.Maaiwerk en motor uitschakelen. 5.Verwijder de waterslang. Herhaal stap 1 t/m 5 bij de tweede renigingsproeier (indien aanwezig). Na beeindiging van de renigingswerkzaamheden (stap 1-5):
Zet het maaimechanisme helemaal omhoog.
- Motor starten en maaiwerk gedurende enkele minutes inschakelen om het maaiwerk te drogen.
Grasvanger reinigen
Opmerking
Zie de除去 gebruiksaanwijzing voor de graspvanger.
Verwijder de grasvanger en maak deze leeg.
- De graspvanger kan met een krachtige waterstraal (tuinslang) gereinigd worden.
Laat de grasvanger voor het volgende gebruik grondig drogen.
Onderhoud
Neem de onderhoudsvoorschriften in het handboek voor de motor in acht. Laat de machine aan het einde van het seizoen nazien en onderhonden door een onderhoudsbedrijf.
Let op
Gevaar voor het milieu door motorolie!
Geef na het verversen van de olie de oude olie af bij een inzamelplaats voor oude olie of bij een afvalverwerkingsbedrijf.
Gevaar voor het milieu door accu's
Lege accu's horen Niet bij het
huisvuil. Verwijder de accu voordat
u de machine maar de sloop brengt.
Demonteer de accu voordat de
machine maar de sloop gaat.
Gebruik van een starthulpkabel
Gevaar
Nooit een defecte of bevroen accu met een starthulpkabel overbrug-gen. Let erop dat de machines en de kabelklemmen elkaar nicht raken en de ontstekingen uitgeschakeld zich.
- Rode starthulpkabel aan de pluspool (+) van de lege en de voedende accu vastklemen.
- De zwarte starthulpkabel eerst aan de minpool (-) van de voedende accu vastklemmen. De andere klem aan het frame van het motorblok van de tractor met de lege accu (liefst zo ver möglichk van de accu verwijderd) vastklemmen.
Opmerking
Als de voedende accu in een voertuig is ingebouwd, mag dit voertuigijdens de startondersteuning nicht worden gestart.
Start de tractor met de lege accu en trek de vastzetrem aan.
Maak klemmen van de starthulpkabels in de omgeekerde volgorde los.
Bandendruk
Let op
De maximaal toegestane bandendruk (zie zijkant van de band) mag nooit worden overschreden. Ga bij het oppompen nicht voor of op de band staan. De geadviseerde bandendruk bedraagt:
Bij een hogere bandendruk neemt de levensduur van de banden af. Controller de bandendruk algijd voordat u met de machine rijdt.
Na 2 tot 5 bedrijfsuren
Voor het eerst motorolie verversen. Zie het motorhandboek voor overige intervallen. Gebruik de oliegoot of de snelle olieafvoer (Afb. 22) voor het aftappen van de olie.
Elke 2 maanden
- Alleen nodig bij accu's van type 2: vul de accucellen tot 1 cm onder de vulopening met gedestilleerd water.
Smeer die wiellagers van de voorwieten of de Vooras (afhankelijk van de uitvoering) aan de smeernippels met universeel vet.
Elke 50 bedrijfsuren
Laat vuil en grasresten van de motoroverbrenging door een reparatiebedrijf verwijderen.
Bij behoefte
Accu opladen
Als u de machine langearendiet gebruikt,wordt geadviseerd om de accuuit de machine te demonteren en voor het opbergen,tijdens het opbergenelkwee maanden en voor het opnieuw in gebruik nemen op te laden.
Opmerking
Neem de beschrijving in de gebruiksaanwijzing van het accuoplaadapparaat in acht.
Vervang de zekering
- Vervang defecte zekeringen alleen door zekeringen van bezelfde sterkte.
Eenmaal per seizoen
De tanden van de stuurtransmissie met universeel vet smeren.
Scharnieren van het stuurmechanisme met enkele druppels lichte olie smeren.
- Alle draaipunter en lagers (bedieningshendels en hoogteinstelling van het maaiwerk) met enkele druppels lichte olie smeren.
Bougie reinigen en ontstekings afstand instellen, of indien nodig bougie verrangen. Zie het handboek bij de motor.
Laat de assen van de awhile wielen door een reparatiebedrijf smeren met special (waterafstotend) vet.
Maaimessen door een vakman\
laten slijpen of cervangen.
Stilzetten
#
Schade aan de machine
Berg de machine op nadat de motor is afgekoeld en alleen in een schone en droge ruimte.
Beschem de machine besl contesten roest wanner u deze voor langeijd wegzet, bijvoorbeeld in de winter.
Na het gezoen of wanner de machine langer dan een maand Niet gebruikt worden:
Machine en grasbak reinigen.
Veeg alle metaaldelen ter bescherming gegen roest af met een met olie bevochtigde doek of spuit unde in met oliespray.
Laad de accu op met een acculader.
- Als de machineijdens de winter worden opgeborgen,要去 de accu worden opgeladen en op droge en koele plaats (beschermd gegen vorst) worden bewaard. Laad de accu elke 4 tot 6 weken en voor het opnieuw monteren op.
- Tap de brandstof af (alleen buitenshuis) en bereid de motor voor het opbergen voor, zoals in de gebruiksaanwijzing van de motor beschreven.
Pomp de banden op volgens de gegevens op de desbeteffende band. Pomp banden zonder gegevens op de band op met een druk van 0,9 bar.
Berg de machine op in een schone en droge ruimte.
Garantie
Onze garantiebepalingen resp. de garantiebepalingen van de importeur zich van toepassing. Storingen aan uw machine verhelpen wij kosteloos in het kader van de garantie, voor zover een materiaal- of productiefout waarvan de oorzaak is. Neem voor de garantie contact op met uw leverancier of met de vestiging bij u in de buurt.
Informatie over de motor
De fabrikant van de motor is aansprakelijk voor alle kwesties met betrekking tot de motor, wat betreft het vermogen, de vermogensmeting, de technische gegevens, de garantie en de service. Informatie vindt u de apart meegeleverde gebruiksaanwijzing van de motor.
Hulp bij storingen
Gevaar
Verwondingsgevaar door onbedoeld starten van de motor! Bescherm uzelf gegen verwondingen. Altijd voor werkzaamheden aan deze machine:
-Zet de motoruit.
Trek de sleutel uithet contact.
- Ontgrendel de vastzetrem,
Wacht tot alle bewegende delen volledig tot stilstand gekomen zich. De motor要去 afgekoeld zich.
Trek de bougiestekker los van de motor, zodate onbedoeld starten van de motor nicht möglichk is.
Storingen van de werkking van uw machine hebben vaak een eenvoudige oorzaak, die zich kunt opsporen en verhelpen.
Bij twijfel helpt een gespecialiseerd bedrijf u graag verder.
| Probleem Mogelijk oorzaak | Oplossing | ||
| De starter draait nicht. Zekeringsdoorgeslagen. Als u de machine wit | starten, neemt uplaats op de stool en drukt u het rempedaal helemaal in of vergrendelt u de vastzetrem. Schakel het maaimechanisme uit bij een machine met PTO-schakelaar of hendel. Monteer bij machines met achefterwaartse uitworp de grasvanger of deflector. | ||
| Accu nicht correct aangesloten. Sluit de rode kabel aan op de pluspool (+) van de accu en de zwarte kabel op de minpool (-). | |||
| De starter draait nicht. Accu leeg of bijna leeg. Controller het vloeistofpeil van de accu. | |||
| Veiligheidsblokkeersysteme is geactiveerd. | Vervang de zekering. Wanner de zekering opnieuw doorslaat,要去 de oorzaak worden opgespoord (meestal kortsluiting). | ||
| Losse massakabel:tussen motor en frame. | Sluit de massakabel aan. | ||
| Probleem | Mogelijk oorzaak | Oplossing | |
| Starter draait, maar motor start nicht. | Verkeerde stand van choke en gashendel. | Bedien de choke.Zet de gashendel op | |
| Carburateur krijgt geen brandstof, brandstoftank leeg. | Vul met brandstof. | ||
| Defecte of vuile bougie. Controller de bougie. Zie het handboek voor de motor. | |||
| Geen ontstekingsvonk. Laat de ontsteking door een gespecialiseerd bedrijf controleren. | |||
| Motor walmt. Te veel motorole | e in de motor. Schakel de machine or | middelijk uit.Controler het motoroliepeil. | |
| Motor defect. Schakel de machine on | middelijk uit.Laat de motor door een gespecialiseerd bedrijf controleren. | ||
| Sterke trillingen. Beschadigde | messenas of defect maaiimes. | Schakel de machine onmiddelijk uit.Laat defecte onderdelen door een gespeciali-seerd reparatiebedrijf verwangen. | |
| Maaiemechanisme werpt geen gras uit of maait onzuiver. | Motortoerental te laag. Geef meer gas.Rijnselheid te hoog. Stel een lagere snelheid in.Maaimessen stomp. Laat de maaiementen dooreen gespecialiseerd bedrijf slijpen of verwangen. | ||
| Motor loopt, maaimecha-nisme maait nicht. | V-riem gescheurd. Laat de V-riem door een gespecialiseerd bedrijfvervangen. | ||
Indice
Akoouwos divetai n eynon Tns onmaiaac twv onpatow:

Ppooyn!
Pniv n theoan e
Aeitoupyia diaaacte
Tic odnyiecs xpnans!

Kpatate Tpitouc
paikia aTTOv
ETIKIVDUVN Tepioxn!

KivduvoTpaupatouo aTIO TEPOTPEPOEVA MAxaiia n aTTO TEPOTPEPOEA
eepn. Otav Aetoupyei TO uXavna, unv
kpatate Ta xepia kai ta TIOA OAC KovTa OTA avoiypata.

Kivduoc tpaumatou aTTO TEPOTpeoEvmaiaipia n aTTO TEPOTeOEvapn.

Kivduoc tpaumatou aTIO EKTIVAO Oeyn Xlon n oKnpaavikeva. H epyaia 0e anotoa Tpavn MTOpei va eivai ETKIVDuvn.

Piv aT0 epyaiec
OTov mXavio
KoTnC TpaBATE
mTOUZokaWIO aT0
to pTouci! Kpatate ta
daxtuKa tA nOia
aac maKpia aTToV
mXavioKOttns!


Piv n puOmuon
nTov kaOapiou
unXavnuatos n Tpiv
Tov EeVxO EtETe
TO unXavnaEKTOS
AeIToupyiaKai
tpaTe TO pTuOzoka
awio aTo pTuOci.
Ppooxn!
KivduvoCekpnns

Oxi μπatapiac/ Kivduoc εykauμαtwv.

Piv aTTO oAe TIG
epyaiec sTo mXavn
mu, TpaBATE TO KAEIOI
KAI TPOEEXTE TIG
UTNODEiEIG autov TWV
Odyiw Xeiipou.

Otauav aevbaivete KAI KAteBaivete unv TATnOeTIOTe OTOV unxavioKOTnC.

PpoεiδoTIOINσγia kαutn επιφανεια!

Pnotou yeipTe To mnxavnu a apaipeote nV mntatapia.
