CHICCO

Trio LOVEmotion Legend - Kinderwagen CHICCO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Trio LOVEmotion Legend CHICCO in PDF-formaat.

📄 108 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 🔧 SAV 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice CHICCO Trio LOVEmotion Legend - page 37
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : CHICCO

Model : Trio LOVEmotion Legend

Categorie : Kinderwagen

Download de handleiding voor uw Kinderwagen in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Trio LOVEmotion Legend - CHICCO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Trio LOVEmotion Legend van het merk CHICCO.

GEBRUIKSAANWIJZING Trio LOVEmotion Legend CHICCO

GEBRUIKSAANWIJZING BELANGRIJK

  • LET OP: Laat uw kind nooit zonder toezicht achter.
  • LET OP: Controleer voor het ge- bruik of alle vergrendelsystemen correct zijn aangebracht.
  • LET OP: Om letsel te voorkomen dient u bij het in- en openklappen van het product er voor te zorgen dat het kind zich op een veilige af- stand bevindt.
  • LET OP: Sta niet toe dat uw kind met dit product speelt.
  • LET OP: Gebruik altijd de veilig- heidssystemen.
  • Het gebruik van tussenbeenstuk- ken en veiligheidsgordels is nodig om de veiligheid van het kind te garanderen. Gebruik de veilig- heidsgordels altijd samen met het tussenbeenstuk.
  • LET OP: Controleer voor het ge- bruik of het bevestigingsmecha- nisme van de draagmand, van het zitje of van het autostoeltje goed is vastgemaakt
  • LET OP: Dit product is niet geschikt om mee te rennen of te skeeleren.

GEBRUIKSAANWIJZING BELANGRIJK

  • LET OP: Laat uw kind nooit zonder toezicht achter.
  • LET OP: Controleer voor het ge- bruik of alle vergrendelsystemen correct zijn aangebracht.
  • LET OP: Om letsel te voorkomen dient u bij het in- en openklappen van het product er voor te zorgen dat het kind zich op een veilige af- stand bevindt.
  • LET OP: Sta niet toe dat uw kind met dit product speelt.
  • LET OP: Gebruik altijd de veilig- heidssystemen.
  • Het gebruik van tussenbeenstuk- ken en veiligheidsgordels is nodig om de veiligheid van het kind te garanderen. Gebruik de veilig- heidsgordels altijd samen met het tussenbeenstuk.
  • LET OP: Controleer voor het ge- bruik of het bevestigingsmecha- nisme van de draagmand, van het zitje of van het autostoeltje goed is vastgemaakt
  • LET OP: Dit product is niet geschikt om mee te rennen of te skeeleren.
  • De wandelwagen mag worden gebruikt voor kinderen van 0 tot 36 maanden, tot een gewicht van maximaal 15 kg.
  • Voor kinderen vanaf de geboor- te tot de leeftijd van ongeveer 6 maanden moet de rugleuning op de volledig neergelaten stand wor- den gebruikt.
  • Alleen het autostoeltje CHICCO OASYS 0+ en / of de draagmand CHICCO LOVE die de speciale com- patibele bevestiging hebben kun- nen worden vastgemaakt op de wandelwagen CHICCO LOVE.
  • Het product moet altijd op de rem staan als u het kind erin zet of eruit haalt.
  • Gebruik de rem telkens wanneer u stopt.
  • Laat de wandelwagen nooit met het kind erin op een helling staan, ook al zijn de remmen geactiveerd.
  • Overbelast de mand niet. Maximumgewicht 5 kg.
  • Ieder gewicht dat aan de hand- grepen en/of de rugleuning en/ of de zijkanten van de wandelwa- gen hangt, kan de stabiliteit van de wandelwagen in het gedrang brengen.
  • Vervoer niet meer dan één kind te- gelijkertijd.
  • Breng geen accessoires, reserve- onderdelen of onderdelen op de wandelwagen aan, die niet door de fabrikant geleverd of goedgekeurd zijn.
  • Gebruik het artikel niet als er on- derdelen stuk of gescheurd zijn, of ontbreken.
  • Als het autostoeltje op de structuur38
  • Verbindingsstuk voor handgrepen

FRAME VAN WANDELWAGEN UITKLAPPEN

LET OP: Let er bij deze handeling op dat het kind en even- tuele andere kinderen zich op een veilige afstand bevin- den. Verzeker u er tijdens deze fase van dat de bewegende delen van de wandelwagen niet in aanraking komen met het lichaam van het kind.

1. Trek de beide handgrepen omhoog tot in de ge-

bruikstand als de wandelwagen verticaal staat (g.1) door op de knoppen aan de zijkanten te drukken (g. 1 A). Controleer of de grepen in de gebruikstand zijn ver- grendeld.

2. Om het frame te openen dient u op de knop, getoond op

afbeelding 2 (1-push), te drukken. Neem vervolgens de handgrepen van de wandelwagen vast en til de wandel- wagen op, zodat hij gemakkelijker opengaat (g. 2 A). De wandelwagen staat helemaal open wanneer de buizen aan de voorkant correct in elkaar steken (g. 2B). Druk op het kruisstuk aan de achterzijde om de wandelwagen he- lemaal open te klappen (g. 2C). DE BEKLEDING VAN DE ZITTING NEMEN/DE

BEKLEDING OP DE ZITTING AANBRENGEN

3. Maak het zitje los van de wandelwagen om de bekleding

aan te brengen; maak de gesp van de buikgordel, ge- toond op afbeelding 3, los alvorens te beginnen.

4. Breng de bekleding aan, eerst over de rugleuning (g. 4),

en steek de buikgordel door de speciale gleuven onder- aan de rugleuning (g. 4 A). Breng vervolgens het tussen- beenstuk aan in de gleuf in het zitje (g. 4B).

5. Trek de stof over de armsteun totdat hij juist zit (g. 5) en

maak de stof vast aan de basis van de zitting met de twee knoppen en ringetjes (g. 5A).

6. Trek het onderste stuk van de stof over de beensteunen

7. Maak de twee knoppen aan de zijkanten vast (g. 7) om de

zitting verder te bekleden, positioneer het elastiekje in zijn zitting zoals getoond op afbeelding 7A en maak de knop- pen aan de onderkant van de rugleuning vast (g. 7A). Voer de hiervoor beschreven handelingen uit in omgekeer- de volgorde om de bekleding te verwijderen. VEILIGHEIDSGORDELS De wandelwagen is uitgerust met een veiligheidssysteem met vijf verankeringspunten bestaande uit twee schouder- riemen, een buikgordel en een tussenbeenstuk met gesp.

8. LET OP: Voor gebruik met kinderen vanaf de geboorte tot

ongeveer 6 maanden kan het nodig zijn om de gordels te verkorten om ze aan te passen aan de lichaamsbouw van het kind; gebruik in dat geval de schouderriemen en steek ze eerst door de twee regelspleten (g. 8).

9. Controleer of de schouderbanden de ideale hoogte voor

uw kind hebben: stel de hoogte er anders van af (g. 9).

10. Na het kind in de wandelwagen te hebben gezet, steekt

u de 2 gesptongen in de gesp (g. 10) en stelt u indien nodig de wijdte van de buikgordel met behulp van de gespen af. Om de buikgordel los te maken drukt u de twee zijtongen tegelijk in (g. 10 A). van de wandelwagen geïnstalleerd is, vervangt het de draagmand of het bedje niet. Als het kind moet slapen, moet het in een draagmand, wieg of bedje worden gelegd.

  • Controleer voor de montage of het artikel en de onderdelen ervan niet beschadigd zijn tijdens het trans- port. In dat geval mag het artikel niet worden gebruikt en dient het buiten het bereik van kinderen te worden gehouden.
  • Zorg ervoor dat bij de regelhande- lingen de bewegende delen van de wandelwagen niet in aanraking ko- men met het lichaam van het kind.
  • Verzeker u ervan dat de gebruikers van de wandelwagen goed weten hoe hij werkt.
  • Dit product mag uitsluitend door een volwassene worden gebruikt.
  • Het product mag uitsluitend door een volwassene worden gemonteerd.
  • Om gevaar voor wurging te voorko- men mag u het kind geen voorwerpen met touwen geven of ze binnen het bereik van het kind laten liggen.
  • Gebruik de wandelwagen niet op trappen of roltrappen: u zou de con- trole erover onverwachts kunnen verliezen.
  • Kijk goed uit als u een trede of de stoep op- of afgaat.
  • Als u de wandelwagen gedurende lange tijd in de zon laat staan, wacht dan tot hij afgekoeld is voordat u het kind erin zet. Door lang in de zon te staan kunnen de materialen en stoffen van kleur veranderen.
  • Zorg ervoor dat de wandelwagen niet in aanraking komt met zilt wa- ter om roestvorming te voorkomen.
  • Gebruik de wandelwagen niet op het strand.
  • Als de wandelwagen niet wordt gebruikt, dient hij buiten het bereik van kinderen te worden gehouden.

AANBEVELINGEN VOOR REINIGEN EN ONDERHOUD

Dit artikel heeft geregeld onderhoud nodig. Reinigings- en onderhoudswerkzaamheden mogen alleen door een vol- wassene worden verricht. REINIGEN Reinig de stoffen delen met een vochtige spons en een neutraal wasmiddel. De stof kan van de wandelwagen verwijderd worden (raad- pleeg het hoofdstuk “De bekleding van de zitting nemen/ de bekleding op de zitting aanbrengen”). Zie de wasetiket- ten om de stoffen gedeeltes te reinigen. Hieronder worden de wassymbolen met hun betekenis weergegeven: Met koud water met de hand wassen Niet bleken Niet in de droogtrommel drogen Niet strijken Niet chemisch laten reinigen Reinig de kunststofdelen regelmatig met een vochtige doek, gebruik geen oplos- of schuurmiddelen. Na eventu- ele aanraking met water moeten de metalen delen afge- droogd worden om roestvorming te voorkomen. ONDERHOUD Controleer periodiek de slijtagestaat van de wielen en houd ze vrij van stof en zand. Verzeker u ervan dat de kunst- stof delen, die over de metalen buizen lopen, vrij zijn van stof, vuil en zand om wrijving te voorkomen, die de goede werking van de wandelwagen kan schaden. Berg de wan- delwagen op een droge plaats op. Smeer de bewegende delen indien nodig met droge siliconenolie.

LIJST MET ONDERDELEN

Controleer of alle componenten voor dit model voorhan- den zijn voordat u de wagen in elkaar zet. Mocht er iets ontbreken, neem dan contact op met de Chicco Customer Service. U hoeft geen gereedschap te gebruiken om de wa- gen in elkaar te zetten. U heeft de volgende delen nodig om de wagen in elkaar te zetten:

  • Verbindingsstuk voor handgrepen

FRAME VAN WANDELWAGEN UITKLAPPEN

LET OP: Let er bij deze handeling op dat het kind en even- tuele andere kinderen zich op een veilige afstand bevin- den. Verzeker u er tijdens deze fase van dat de bewegende delen van de wandelwagen niet in aanraking komen met het lichaam van het kind.

1. Trek de beide handgrepen omhoog tot in de ge-

bruikstand als de wandelwagen verticaal staat (g.1) door op de knoppen aan de zijkanten te drukken (g. 1 A). Controleer of de grepen in de gebruikstand zijn ver- grendeld.

2. Om het frame te openen dient u op de knop, getoond op

afbeelding 2 (1-push), te drukken. Neem vervolgens de handgrepen van de wandelwagen vast en til de wandel- wagen op, zodat hij gemakkelijker opengaat (g. 2 A). De wandelwagen staat helemaal open wanneer de buizen aan de voorkant correct in elkaar steken (g. 2B). Druk op het kruisstuk aan de achterzijde om de wandelwagen he- lemaal open te klappen (g. 2C). DE BEKLEDING VAN DE ZITTING NEMEN/DE

BEKLEDING OP DE ZITTING AANBRENGEN

3. Maak het zitje los van de wandelwagen om de bekleding

aan te brengen; maak de gesp van de buikgordel, ge- toond op afbeelding 3, los alvorens te beginnen.

4. Breng de bekleding aan, eerst over de rugleuning (g. 4),

en steek de buikgordel door de speciale gleuven onder- aan de rugleuning (g. 4 A). Breng vervolgens het tussen- beenstuk aan in de gleuf in het zitje (g. 4B).

5. Trek de stof over de armsteun totdat hij juist zit (g. 5) en

maak de stof vast aan de basis van de zitting met de twee knoppen en ringetjes (g. 5A).

6. Trek het onderste stuk van de stof over de beensteunen

7. Maak de twee knoppen aan de zijkanten vast (g. 7) om de

zitting verder te bekleden, positioneer het elastiekje in zijn zitting zoals getoond op afbeelding 7A en maak de knop- pen aan de onderkant van de rugleuning vast (g. 7A). Voer de hiervoor beschreven handelingen uit in omgekeer- de volgorde om de bekleding te verwijderen. VEILIGHEIDSGORDELS De wandelwagen is uitgerust met een veiligheidssysteem met vijf verankeringspunten bestaande uit twee schouder- riemen, een buikgordel en een tussenbeenstuk met gesp.

8. LET OP: Voor gebruik met kinderen vanaf de geboorte tot

ongeveer 6 maanden kan het nodig zijn om de gordels te verkorten om ze aan te passen aan de lichaamsbouw van het kind; gebruik in dat geval de schouderriemen en steek ze eerst door de twee regelspleten (g. 8).

9. Controleer of de schouderbanden de ideale hoogte voor

uw kind hebben: stel de hoogte er anders van af (g. 9).

10. Na het kind in de wandelwagen te hebben gezet, steekt

u de 2 gesptongen in de gesp (g. 10) en stelt u indien nodig de wijdte van de buikgordel met behulp van de gespen af. Om de buikgordel los te maken drukt u de twee zijtongen tegelijk in (g. 10 A). LET OP: Om de veiligheid van het kind te garanderen moeten de tussenbeenstukken, de buikgordel en de veilig- heidsgordels tegelijkertijd worden gebruikt. LET OP: na de veiligheidsgordels te hebben verwijderd (bijv. om ze te wassen), verzekert u zich ervan dat ze met behulp van de verankeringspunten weer goed worden aange- bracht. De gordels moeten opnieuw afgesteld worden. BUMPER BAR

11. De zitting is voorzien van een veiligheidsbeugel. Om de

beugel te bevestigen drukt u op de twee toetsen onder- aan de twee uiteinden en steekt u deze in de speciale stiften aan het uiteinde van de armsteunen (g. 11). Voer de hiervoor beschreven handelingen uit in omgekeerde volgorde om de veiligheidsbeugel te verwijderen. Om het kind gemakkelijker in de wandelwagen te plaatsen kunt u een zijde van de veiligheidsbeugel losmaken. De beugel kan zowel in de stand naar de straat gericht als in de stand naar mama gericht worden gebruikt. LET OP: Maak het kind altijd met de veiligheidsgordels vast. De veiligheidsbeugel is GEEN bevestigingssysteem voor het kind. LET OP: De veiligheidsbeugel mag niet worden gebruikt om het product met het kind erin op te tillen.

MONTAGE VAN ZITTING OP WANDELWAGEN

12. Om de zitting van de wandelwagen op het frame te

monteren dient u de zitting in de speciale verticale kop- pelingen te steken totdat u de bevestigingsklik hoort (g. 12). Om de zitting makkelijker op de wandelwagen te bevestigen zijn er op de zijkanten van de stoffen bekle- ding etiketten aangebracht, om te helpen bij de correcte uitlijning van de zitting op de koppelingen (afb. 12 A). De zitting kan zowel naar de straat gericht (g. 12B) als naar mama gericht (Fig. 12C) worden gemonteerd. LET OP: Verzeker u er voor het gebruik van dat de zitting goed vastzit, door hem omhoog te trekken. LET OP: Als hij niet correct vastzit, druk op de twee witte drukknoppen op de bevestigingen van het frame, herhaal de procedure voor het bevestigen en controleren of hij goed vastzit. Als dat niet het geval is, neemt u contact op de klantenservice van Chicco.

13. Om de zitting los te trekken drukt u tegelijkertijd op de

twee knoppen onder de armsteunen (g. 13) en trekt u hem omhoog. LET OP: De werkzaamheden voor het los/vastmaken van de zitting worden uitgevoerd zonder dat het kind erin zit. KAP

14. De zitting is uitgerust met twee koppelingen op de zij-

kanten van de basis van de zitting, waarmee de kap kan worden bevestigd. Om de kap te bevestigen plaatst u het bevestigingssysteem in de koppelingen, zoals op af- beelding 14 wordt getoond. De kap is bevestigd aan de zitting en wordt er samen mee omgekeerd als de zitting naar de straat of naar mama wordt gericht, zonder dat hij telkens afzonderlijk moet worden omgekeerd. Maak de achterkant van de kap vast aan de achterkant van de rugleuning van de wandelwagen met de daarvoor bedoelde knoppen (g. 14 A) om de montage van de kap op de zitting verder uit te voeren.

15. Om de kap te openen duwt u het boogje aan de voor-

kant vooruit (g. 15). ter om roestvorming te voorkomen.

  • Gebruik de wandelwagen niet op het strand.
  • Als de wandelwagen niet wordt gebruikt, dient hij buiten het bereik van kinderen te worden gehouden.

AANBEVELINGEN VOOR REINIGEN EN ONDERHOUD

Dit artikel heeft geregeld onderhoud nodig. Reinigings- en onderhoudswerkzaamheden mogen alleen door een vol- wassene worden verricht. REINIGEN Reinig de stoffen delen met een vochtige spons en een neutraal wasmiddel. De stof kan van de wandelwagen verwijderd worden (raad- pleeg het hoofdstuk “De bekleding van de zitting nemen/ de bekleding op de zitting aanbrengen”). Zie de wasetiket- ten om de stoffen gedeeltes te reinigen. Hieronder worden de wassymbolen met hun betekenis weergegeven: Met koud water met de hand wassen Niet bleken Niet in de droogtrommel drogen Niet strijken Niet chemisch laten reinigen Reinig de kunststofdelen regelmatig met een vochtige doek, gebruik geen oplos- of schuurmiddelen. Na eventu- ele aanraking met water moeten de metalen delen afge- droogd worden om roestvorming te voorkomen. ONDERHOUD Controleer periodiek de slijtagestaat van de wielen en houd ze vrij van stof en zand. Verzeker u ervan dat de kunst- stof delen, die over de metalen buizen lopen, vrij zijn van stof, vuil en zand om wrijving te voorkomen, die de goede werking van de wandelwagen kan schaden. Berg de wan- delwagen op een droge plaats op. Smeer de bewegende delen indien nodig met droge siliconenolie.

LIJST MET ONDERDELEN

Controleer of alle componenten voor dit model voorhan- den zijn voordat u de wagen in elkaar zet. Mocht er iets ontbreken, neem dan contact op met de Chicco Customer Service. U hoeft geen gereedschap te gebruiken om de wa- gen in elkaar te zetten. U heeft de volgende delen nodig om de wagen in elkaar te zetten:

de wandelwagen alvorens het autostoeltje of de draag- mand te bevestigen. LET OP: Alvorens de wandelwagen in combinatie met draagmand of autostoeltje te gebruiken, dient altijd te worden gecontroleerd of het bevestigingssysteem goed vergrendeld is. LET OP: Als hij niet correct vastzit, druk op de twee witte drukknoppen op de bevestigingen van het frame, herhaal de procedure voor het bevestigen en controleren of hij goed vastzit. Als dat niet het geval is, neemt u contact op de klantenservice van Chicco. COMFORT-KIT De Comfort-Kit bestaat uit 2 schouderbeschermstukken en een tussenbeenstuk.

30. Steek de schouderriemen in de beschermstukken, zoals ge-

toond op afbeelding 30, en steek de tussenbeenriem door het tussenbeenstuk (g. 30 A). VOETENZAK De voetenzak kan op twee verschillende wijzen worden gebruikt.

31. De voetenzak kan over de beugel worden geplooid en

bevestigd met de spleten, zoals getoond op afbeelding 31, ofwel wordt het bovenste gedeelte van de voeten- zak onder de beugel geduwd en bevestigd in de hoog- ste stand, en de knopen worden in de gaten op de stof- fen uiteinden van de kap geduwd (g. 31 A). TAS

32. De tas kan in twee verschillende posities worden ge-

bruikt. Wijze 1: de tas bevestigen met de twee druk- knoppen aan de zijkanten, zoals getoond op afbeelding

32. Wijze 2: de tas bevestigen aan de handgrepen van

de wandelwagen en de riem door de speciale spleten laten lopen zoals getoond op afbeelding 32 A. LET OP: Laad niet meer dan 2 kg in de tas. BOODSCHAPPENMAND De wandelwagen is uitgerust met een ruime boodschap- penmand.

33. Steek de stoffen band aan de voorkant in zijn zitting om

de boodschappenmand op de wandelwagen te beves- tigen en sluit de drukknoop (g. 33). Herhaal de hande- ling ook aan de andere kant.

34. Bevestig de mand ook aan de achterkant: duw de stoffen

band op de buis, getoond op g. 34, sluit de drukknoop, steek de klittenband in zijn zitting en plak hem op de mand (g. 34 A). REGENHOES De wandelwagen is uitgerust met een regenhoes.

35. Bevestig de regenhoes op de wandelwagen met de

stoffen openingen boven het gewricht van de laterale buizen en met de drukknopen boven de voorwielen (g. 35). Laat de regenhoes na het gebruik aan de lucht drogen (als hij nat zou zijn geworden), voordat u hem opvouwt en opbergt. De regenhoes kan worden ge- bruikt zowel in de conguratie gericht naar de straat als gericht naar mama. LET OP: De regenhoes mag niet zonder kap op de wan- delwagen worden gebruikt, omdat het kind hierdoor kan stikken. De regenbekleding mag niet zonder kap of zonne-

16. De kap is voorzien van een uittrekbare zonneklep die

het kind beschermt tegen overmatig licht (g. 16)

17. Om de achterkant te verwijderen en de kap te verande-

ren in een zonnescherm opent u de rits aan de achter- kant (g. 17) en maakt u de knoppen op de achterzijde van de rugleuning van de zitting los.

18. Om de kap te verwijderen dient u hem omhoog te trek-

ken in de buurt van de koppelingen en de bevestigin- gen naar boven te laten lopen (g. 18). LET OP: De kap dient aan beide kanten van de wandel- wagen te worden bevestigd. Controleer of hij goed is vast- gemaakt.

DE RUGLEUNING AFSTELLEN

19. Door op de knop op de rugleuning van de wandelwagen

te drukken kan de schuine stand ervan worden afgesteld tot de gewenste stand wordt bereikt (g. 19). Door de knop los te laten wordt de rugleuning op de dichtstbij- zijnde stand vergrendeld. Om de rugleuning omhoog te zetten dient u hem alleen maar omhoog te duwen. LET OP: Met het gewicht van het kind kunnen deze hande- lingen moeilijker zijn.

DE VOETENSTEUN AFSTELLEN

20. De voetensteun kan in twee standen worden afgesteld.

Druk op de twee knoppen onder de voetensteun om hem af te stellen (g. 20).

21. Door op de knop op de handgreep te drukken, kan deze

op de gewenste stand worden gedraaid en wordt hij aan de lengte en de voor de gebruiker gemakkelijkste stand aangepast (g. 21). De handgreep kan op 8 ver- schillende standen worden gezet.

22. LET OP: Tijdens het gebruik mag de handgreep niet op

de neergelaten stand worden gebruikt (g. 22). Tijdens het gebruik moeten de handgrepen op een hoge stand worden gebruikt, zoals op afbeelding 22 A wordt ge- toond.

VERBINDINGSSTUK VOOR HANDGREPEN

23. Steek de verbindingen A en B in elkaar (g. 23) om het

verbindingsstuk te bevestigen, totdat u een klik hoort.

24. Om het verbindingsstuk te verwijderen drukt u tegelij-

kertijd de twee centrale hendels naar binnen (g. 24) en trekt u het verbindingsstuk omhoog om hem te verwij- deren (g. 24 A). LET OP: Alvorens het product te gebruiken in de conguratie “handgrepen met verbindingsstuk” controleert u altijd of hij correct gemonteerd is. LET OP: Gebruik het verbindingsstuk van de handgrepen nooit om de wandelwagen met het kind erin op te tillen. REM De parkeerrem werkt tegelijkertijd op beide achterwielen van de wandelwagen. Om het gebruik van de wandelwa- gen te vereenvoudigen wordt een remsysteem STOP & GO gebruikt. Het systeem wordt gekenmerkt door speciale gekleurde zelfklevers aangebracht op de remhendels ach- teraan.

25. Duw de rechterhendel omlaag om de wandelwagen

af te remmen (g. 25). Automatisch verschijnt een rood STOP-etiket en de andere hendel wordt omhoog gezet.

26. Duw de linkerhendel omlaag om de wandelwagen

te ontgrendelen (g. 26). Automatisch verschijnt een groen GO-etiket en de andere hendel wordt omhoog gezet. LET OP: Gebruik altijd de rem als u stopt. Laat de wandel- wagen nooit met het kind erin op een helling staan, ook al zijn de remmen geactiveerd. LET OP: Na de remhendel te hebben aangetrokken verze- kert u zich ervan dat de remmen goed op beide achterwiel- groepen geplaatst zijn. ZWENKWIELEN De wandelwagen is uitgerust met zwenkende/vaste voor- wielen. Aangeraden wordt de vaste wielen op bijzonder onregelmatig terrein te gebruiken. De wielen op de zwenk- stand worden daarentegen aangeraden voor een betere manoeuvreerbaarheid van de wandelwagen op normale wegen.

27. Om de voorwielen zwenkend te maken drukt u de

hendel aan de voorkant met de voet omlaag, zoals op afbeelding 27 wordt getoond. Om de voorwielen op de vaste stand te zetten drukt u de hendel met de voet omhoog. Het wiel wordt onafhankelijk van de stand waarop het zich bevindt op de rechte stand vergren- deld. LET OP: Beide wielen moeten altijd tegelijkertijd worden vergrendeld of ontgrendeld.

DE WANDELWAGEN DICHTKLAPPEN

LET OP: Let er bij deze handeling op dat het kind en even- tuele andere kinderen zich op een veilige afstand bevin- den. Verzeker u er tijdens deze fase van dat de bewegende delen van de wandelwagen niet in aanraking komen met het lichaam van het kind. De wandelwagen kan zowel in de stand gericht naar de straat als gericht naar mama dicht- geplooid worden. De te volgen instructies gelden voor de 2 uitvoeringen. Sluit de kap en lijn hem uit met de rugleuning alvorens de wandelwagen te sluiten. LET OP: Om de wandelwagen dicht te klappen dient u al- tijd het verbindingsstuk van de handgrepen te verwijderen (indien aanwezig). LET OP: De inhoud moet uit de boodschappenmand wor- den gehaald, voordat u de wandelwagen sluit.

28. Druk op knop 1 – push (g. 28) om de wandelwagen te

sluiten en druk tegelijkertijd op toets 2 onder het op- schrift 2-pull (g.28 A). Houd beide toetsen ingedrukt en trek omhoog om het sluitmechanisme te activeren (g. 28 B). Nu is de wandelwagen volledig gesloten (g. 28 C). Druk de rugleuning naar achter om de buitenaf- metingen van de gesloten wandelwagen te verkleinen. LET OP: Als de wandelwagen is gesloten, wordt toets 1 terug in de oorspronkelijke stand gezet (steekt uit), g. 28D.

29. Keer de grepen naar voor (g. 29). De gesloten en ver-

grendelde wandelwagen blijft nu rechtop staan.

GEBRUIK VAN AUTOSTOELTJE EN DRAAGMAND

Op deze wandelwagen kunnen alleen het autostoeltje Oasys 0+ en de draagmand Love, met hetzelfde systeem voor bevestiging aan de structuur, worden gebruikt. Om de draagmand of het stoeltje vast of los te maken raadpleegt u de hiervoor bestemde instructies. Verwijder de zitting van40

de wandelwagen alvorens het autostoeltje of de draag- mand te bevestigen. LET OP: Alvorens de wandelwagen in combinatie met draagmand of autostoeltje te gebruiken, dient altijd te worden gecontroleerd of het bevestigingssysteem goed vergrendeld is. LET OP: Als hij niet correct vastzit, druk op de twee witte drukknoppen op de bevestigingen van het frame, herhaal de procedure voor het bevestigen en controleren of hij goed vastzit. Als dat niet het geval is, neemt u contact op de klantenservice van Chicco. COMFORT-KIT De Comfort-Kit bestaat uit 2 schouderbeschermstukken en een tussenbeenstuk.

30. Steek de schouderriemen in de beschermstukken, zoals ge-

toond op afbeelding 30, en steek de tussenbeenriem door het tussenbeenstuk (g. 30 A). VOETENZAK De voetenzak kan op twee verschillende wijzen worden gebruikt.

31. De voetenzak kan over de beugel worden geplooid en

bevestigd met de spleten, zoals getoond op afbeelding 31, ofwel wordt het bovenste gedeelte van de voeten- zak onder de beugel geduwd en bevestigd in de hoog- ste stand, en de knopen worden in de gaten op de stof- fen uiteinden van de kap geduwd (g. 31 A). TAS

32. De tas kan in twee verschillende posities worden ge-

bruikt. Wijze 1: de tas bevestigen met de twee druk- knoppen aan de zijkanten, zoals getoond op afbeelding

32. Wijze 2: de tas bevestigen aan de handgrepen van

de wandelwagen en de riem door de speciale spleten laten lopen zoals getoond op afbeelding 32 A. LET OP: Laad niet meer dan 2 kg in de tas. BOODSCHAPPENMAND De wandelwagen is uitgerust met een ruime boodschap- penmand.

33. Steek de stoffen band aan de voorkant in zijn zitting om

de boodschappenmand op de wandelwagen te beves- tigen en sluit de drukknoop (g. 33). Herhaal de hande- ling ook aan de andere kant.

34. Bevestig de mand ook aan de achterkant: duw de stoffen

band op de buis, getoond op g. 34, sluit de drukknoop, steek de klittenband in zijn zitting en plak hem op de mand (g. 34 A). REGENHOES De wandelwagen is uitgerust met een regenhoes.

35. Bevestig de regenhoes op de wandelwagen met de

stoffen openingen boven het gewricht van de laterale buizen en met de drukknopen boven de voorwielen (g. 35). Laat de regenhoes na het gebruik aan de lucht drogen (als hij nat zou zijn geworden), voordat u hem opvouwt en opbergt. De regenhoes kan worden ge- bruikt zowel in de conguratie gericht naar de straat als gericht naar mama. LET OP: De regenhoes mag niet zonder kap op de wan- delwagen worden gebruikt, omdat het kind hierdoor kan stikken. De regenbekleding mag niet zonder kap of zonne- kap op de wandelwagen worden gebruikt, omdat het kind hierdoor kan stikken. Belangrijke opmerking: de afbeeldingen en instructies in dit boekje hebben betrekking op een bepaalde uitvoering van de wandelwagen; sommige onderdelen en functies die hier worden beschreven kunnen, afhankelijk van de door u gekochte uitvoering, anders zijn. GARANTIE Het product valt onder garantie tegen elke non-confor- miteit binnen de normale gebruiksomstandigheden zoals voorzien in de gebruiksaanwijzingen. De garantie is dus niet geldig in geval van schade veroor- zaakt door oneigenlijk gebruik, slijtage of toevallige ge- beurtenissen. Voor de duur van de garantie inzake non-conformiteit ver- wijzen we naar de specieke richtlijnen en de nationale normen die van toepassing zijn in het land van aankoop, indien deze voorzien zijn. STOP-etiket en de andere hendel wordt omhoog gezet.

26. Duw de linkerhendel omlaag om de wandelwagen

te ontgrendelen (g. 26). Automatisch verschijnt een groen GO-etiket en de andere hendel wordt omhoog gezet. LET OP: Gebruik altijd de rem als u stopt. Laat de wandel- wagen nooit met het kind erin op een helling staan, ook al zijn de remmen geactiveerd. LET OP: Na de remhendel te hebben aangetrokken verze- kert u zich ervan dat de remmen goed op beide achterwiel- groepen geplaatst zijn. ZWENKWIELEN De wandelwagen is uitgerust met zwenkende/vaste voor- wielen. Aangeraden wordt de vaste wielen op bijzonder onregelmatig terrein te gebruiken. De wielen op de zwenk- stand worden daarentegen aangeraden voor een betere manoeuvreerbaarheid van de wandelwagen op normale wegen.

27. Om de voorwielen zwenkend te maken drukt u de

hendel aan de voorkant met de voet omlaag, zoals op afbeelding 27 wordt getoond. Om de voorwielen op de vaste stand te zetten drukt u de hendel met de voet omhoog. Het wiel wordt onafhankelijk van de stand waarop het zich bevindt op de rechte stand vergren- deld. LET OP: Beide wielen moeten altijd tegelijkertijd worden vergrendeld of ontgrendeld.

DE WANDELWAGEN DICHTKLAPPEN

LET OP: Let er bij deze handeling op dat het kind en even- tuele andere kinderen zich op een veilige afstand bevin- den. Verzeker u er tijdens deze fase van dat de bewegende delen van de wandelwagen niet in aanraking komen met het lichaam van het kind. De wandelwagen kan zowel in de stand gericht naar de straat als gericht naar mama dicht- geplooid worden. De te volgen instructies gelden voor de 2 uitvoeringen. Sluit de kap en lijn hem uit met de rugleuning alvorens de wandelwagen te sluiten. LET OP: Om de wandelwagen dicht te klappen dient u al- tijd het verbindingsstuk van de handgrepen te verwijderen (indien aanwezig). LET OP: De inhoud moet uit de boodschappenmand wor- den gehaald, voordat u de wandelwagen sluit.

28. Druk op knop 1 – push (g. 28) om de wandelwagen te

sluiten en druk tegelijkertijd op toets 2 onder het op- schrift 2-pull (g.28 A). Houd beide toetsen ingedrukt en trek omhoog om het sluitmechanisme te activeren (g. 28 B). Nu is de wandelwagen volledig gesloten (g. 28 C). Druk de rugleuning naar achter om de buitenaf- metingen van de gesloten wandelwagen te verkleinen. LET OP: Als de wandelwagen is gesloten, wordt toets 1 terug in de oorspronkelijke stand gezet (steekt uit), g. 28D.

29. Keer de grepen naar voor (g. 29). De gesloten en ver-

grendelde wandelwagen blijft nu rechtop staan.

GEBRUIK VAN AUTOSTOELTJE EN DRAAGMAND

Op deze wandelwagen kunnen alleen het autostoeltje Oasys 0+ en de draagmand Love, met hetzelfde systeem voor bevestiging aan de structuur, worden gebruikt. Om de draagmand of het stoeltje vast of los te maken raadpleegt u de hiervoor bestemde instructies. Verwijder de zitting van42