0 607 561 118 - Zaag BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 0 607 561 118 BOSCH in PDF-formaat.
| Producttype | Pneumatische decoupeerzaag |
| Merk | Bosch |
| Model | 0 607 561 118 |
| Gewicht | 1,8 kg (EPTA-procedure 01/2003) |
| Voeding | Perslucht (nominale druk 6,3 bar / 91 psi) |
| Luchtverbruik onder belasting | 12,0 l/s (25,4 cfm) |
| Aantal slagen | 2 200 min⁻¹ |
| Slag | 26 mm |
| Maximale zaagdiepte (hout) | 85 mm (2-3/8 in) |
| Maximale zaagdiepte (kunststof) | 30 mm (1-1/4 in) |
| Maximale zaagdiepte (aluminium) | 15 mm (3/4 in) |
| Maximale zaagdiepte (zacht staal) | 10 mm (3/8 in) |
| Maximale zaaghoek | 45° (instelbaar in stappen van 0°, 15°, 30°, 45°) |
| Pendelbeweging | 4 standen (0, I, II, III) |
| Zaagbladwisselsysteem | SDS gereedschapsloos |
| Zaagbladtype | Eéncame schacht (T-schacht) |
| Schakelaar | Hendelschakelaar (doodman) |
| Veiligheidsuitrusting | Handbeschermer, splinterbescherming |
| Luchtaansluiting | 1/4" NPT |
| Aanbevolen binnendiameter slang | 10 mm (3/8 in), max. lengte 4 m |
| Geluidsniveau | 76 dB(A) (onzekerheid K=3 dB, kan 85 dB(A) overschrijden) |
| Trilling | 4,0 m/s² (onzekerheid K=1,6 m/s²) |
| Onderhoud en reiniging | Reinig regelmatig het luchtinlaatfilter; smeer het geleidingswiel; na 150 bedrijfsuren de tandwielkast laten reinigen |
| Reserveonderdelen en repareerbaarheid | Reparatie door erkend Bosch-servicecentrum; gebruik originele onderdelen; accessoires beschikbaar op www.bosch-pt.com |
Veelgestelde vragen - 0 607 561 118 BOSCH
Gebruikersvragen over 0 607 561 118 BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 0 607 561 118 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 0 607 561 118 van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING 0 607 561 118 BOSCH
Lees alle voorschriften en neem deze in acht. Wanneer de volgende veiligheids
voorschriften nicht in acht worden genomen, kunneneen elektrische schok, brandgevaar of ernstige verwondingen het gevolg zich.
Bewaar de veiligheidsvoorschriften goed.
De hierna gebruekte begrippen „Persluchtgereedschap" en „Gereedschap" haben betrekking op de indeze gebruiksaanwijzing genoemde persluchtgereedschappen.
Werkomgeving
Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Een rommelige of onverlichte werkomgeving kan tot ongevallen leiden.
Werk met het gereedschap Niet in een explosiegevaarlijke omgeving waarin zich brandbare vloeistoffen, gassen of stof bevinden. Bij het bewerken van het werkstuk hunnen vonken ontstaan die stof of dampen ontsteken.
Houd toeschouwers, kinderen en bezoekers uit de werkomgeving wanner u het gereedschap gebruikt. Wanner u worden afgeleid door andere personen, kurz u de controle over het gereedschap verliezen.
Veiligkeit van persluchtgereedschappen Gebruik perslucht van kwaliteitsklasse 5 volgens DIN ISO 8573-1 en een aparte verzorgingsenheid dicht bij het gereedschap. De toegevoerde perslucht要去 vrij van voorwerpen en vocht zich om het gereedschap te beschermen gegen beschadiging, verruiling en roestvorming.
Controller aansluitingen en toevoerleidingen. Alle verzorgingseenheden, koppelingen en slangen要去en ten aanzien van druk en luchthoeveelheid zich afgestemd op de technische gegevens van het gereedschap. Een te geringe druk heeft een nadelige invloed op de werkung van het gereedschap. Een te hoge druk kan tot materièle schade of persoonlijk letsel leiden.
Beschem de slangen gegen knikken, vernauningen, oplosmiddelen en scherpe randen. Houd de slangen uit de buurt vanitte, olie en ronddraaiende delen. Vervang een beschadigde slang onmiddelijk. Een beschadigde toevoerleiding kan tot een zwiepende persluchslang leiden en kan verwondingen veroorzaken. Opgewerveld stof of spanen kunnen tot ernstige oogverwondeningen leiden.
Let erop dat slangklemen alkijd stevig vastgedraaid zijn. Niet vastgedraide of beschadigde slangklemmen können de lucht ongecontrolerd lately ontwijken.
Veiligheid van Personen
Wees aandachtig, let op wat u doet en ga met verstand te werk bij het gebruik van het gereedschap. Gebruik het gereedschap Niet wanner u moe bent of onder invloed staat van drugs, alcohol of medicijnen. Een moment van onoplettendheid bij het gebruik van het gereedschap kan tot ernstige verwondingen leiden.
Draag altijd een veiligheidsbril en beschemende kleding. Het dragen van beschemende utrusting als stofmasker, slipvaste werksochoenen, helm of gehoorbescherming, afhankelijk van de aard en het gebruik van het gereedschap, verminder de kans op verwondeningen.
Voorkom per ongeluk inschakelen van het gereedschap. Controleer dat de aan/uit-schakelaar in de stand „Uit" staat voordat u het gereedschap aansluit op de persluchtvoorziening. Wanner u bij het dragen van het gereedschap de vinger aan de aan/uit-schakelaar heeft of het gereedschap op de persluchtvoorziening aansluit verwijl de aan/uitschakelaar in de stand „Aan" staat, kan dit tot ongevallen leiden.
Verwijder instelgereedschappen voordat u het gereedschap in gebruik neemt. Een instelgereedschap in een draaiend gereedschapdeel kan tot verwondeningen leiden.
Overschat uzelf Niet. Zorg ervoor dat u stevig staat en steeds in evenwicht blijft. Wanner u stevig staat en een goede lichaamshouding hebt, kurz u het gereedschap in onverwachtete situatuies beter onder controle honden.
Draag geschikte werkkleding. Draag geen loshangende kleding of sieraden. Houd haren, kleding en handschoenenuit de buurt van bewegende delen van het gereedschap. Loshangende kleding, sieraden en lange haren hunnen door bewegende delen worden meegenomen.
Wanner stofafzugings- of stofopvangvoorzie- ningen gemonteerd+kunnen worden, dient u zich ervan te verzekeren dat deze+zijn aangesloten en juist worden gebruikt. Het gebruik van deze voor- zieningen beperkt het gevaar door stof.
Adem de afgevoerde lucht nicht rechtstreeks in. Voorkom dat afgevoerde lucht in uw ogen te-rechtkommen. De afgevoerde lucht van het persluchtgereedschap kan water, olie, metalen deeltjes of verontreinigingen uit de compressor bevatten. Dit kan schade aan de gezondheid verooorzaken.
Zorgvuldige omgang met en gebruik van persluchtgereedschappen
Gebruik klemmen of een bankschoef om het werkstuk vast te zetten. Wanner u het werkstuk met de hand vasthoudt of gegen uw lichaam drukt, kurz u het gereedschap Niet veilig bedieren.
Overbelast het gereedschap Niet. Gebruik voor uw werkzaamheden het waarvoor bestemde gereedschap. Met het geschikte gereedschap werkt u better en veiligiger binnen het aangegeven capaciteitsbereik.
Gebruik geen gereedschap waarvan de aan/uitschakelaar defect is. Gereedschap dat Niet meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
Onderbreek de persluchttoevoer voordat u het gereedschap instelt, toebehoren wisselt of bij een langdurige onderbreking van de werkzaamheden. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbedoeld inschakelen van het gereedschap.
Bewaar Niet-gebruekte persluchtgereedschappen buiten het bereik van kinderen. Laat het persluchtgereedschap Niet gebruiken door Personen die er net mee vertrouwd zijn en deze gebruiksaanwijzing Niet gelezen hebben. Persluchtgereedschappen zich gaavairlijk wonneer deze door onervaren Personen worden gebruikt.
Verzorg het persluchtgereedschap zorgvuldig. Controller of bewegende delen van het gereedschap correct functioneren en Niet vastklemmen en of onderdelen gebroken of beschadigd zich die de werkking van het persluchtgereedschap kunnen beinvloeden. Laat beschadigde delen van het gereedschap repareren voordat u het persluchtgereedschap wee in gebruik neemt.
Veel ongevalten haben hun oorzaak in slecht onderhonden gereedschappen.
Houd de inzetgereedschappen schoon. Zorgvuldig onderhonden inzetgereedschappen können gemakkelijker worden gebruikt en+zijn beter onder controle te houden.
Gebruik persluchtgereedschappen, toebehoren, inzetgereedschappen en dergelijkke volgens deze aanwijzingen en zoals voor dit speciale gereedschapstype voorgeschreven. Let waar bij op de arbeidsomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van het persluchtgereedschap voor andere dan de voorziene toepassen gen kan tot gevaarlijke situatuies leiden.
Service
Laat het persluchtgereedschap alleen repareren door gekwalificeerd, vakkundig personeel en al-leen met originele verrangingsonderdelen. Daar-mee worden gewaarborgd dat de verilgheid van het persluchtgereedschap in stand blijft.
2 GEREEDSCHAPSPECIFIEKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR PERSLUCHTDECOUPEERZAGEN
GEVAAR
Voorkom contact met een spanningvoerende leiding. Het gereed
schap is nicht geisoleerd. Contact met
een spanningvoerende leiding kan tot een elektrische schok leiden.
Gebruik een geschikt detectieapparaat om verborgen stroom-, gas- of waterleidingen op te sporen of raadpleeg hetplaatselijke energie- of waterleidingbedrijf. Contact met elektrische leidingen kan tot brand of een elektrische schok leiden. Beschadiging van een gasleiding kan tot een explosie leiden. Breuk van een waterleiding veroorzaakt materièle schade en kan een elektrische schok veroorzaken.
Voorkom aanraking met de huid als u een zaagblad wilt verwisselen en gebruik geschikte werkhandschoenen. Het zaagblad kan bij langdurig gebruik heet worden.
Gebruik alleen onbeschadigde zaagbladen die helemaal in orde zich. Verbogen of Niet-scherpe zaagbladen können breken of een terugslag vorozaken.
Let er bij de montage van het zaagblad op dat het blad goed in de groef van de steunrol zit. Alleen zo wordt het zaagblad stevig vastgehonden.
Controleer of de zaagbladen stevig vastzitten voordat u het gereedschap aansluit op de persluchtvoorziening. Zaagbladen die Niet goed in de waaroor bestemde houder zich gespannen, kunnen eruit gijden en nicht meer worden gecontroleerd.
Beweeg het gereedschap alleen ingeschakeld aan het werkstuk. Anders bestaat er gevaar voor een terugslag als de tanden in het werkstuk vasthaken.
Houd uw handen uit de buurt van deplaats waar wordt gezaagd. Grijp Niet onder het werkstuk. Bij aanraking van het zaagblad bestaat verwondingsgevaar.
Let er bij het zagen op dat de steunplaat 10 volledig op het werkstuk ligt. Als de steunplaat Niet op het hele oppervlak ligt, kan dit tot een breuk van het zaagblad leiden.
Schakel het persluchtgereedschap na beeindig ing van de werkzaamheden uit en trek het zaagblad pas uit de zaagsnede nadat het gereedschap tot stilstand is gekomen. Zo voorkomt u een terugslag en kunt u het persluchtgereedschap veilig neerleggen.
Rem het zaagblad na het uitschakelen nicht af door er aan de zijkant gegen te drukken. Anders kan het zaagblad beschadigd worden, breken of een terugslagveroorzaken.

Het bij het schuren, za-gen, slijpen, boren en dergelijke werkzaamheden
vrijkomende stof kan kankerverwekkend zijn, ongeboren leven beschadigen of het erfelijk materiaal veranderen. Enkele van de in dit stof aanwezigebestanddelen zich:
- lood in loodhoudende verven en lakken;
- kristallijne kiezelaarde in bakstenen, cement en andere metselmaterialien;
- arseen en chromaat in chemisch behandeld hout.
Het risico van een aandoening is ervan afhankelijk, hoe vaak u aan deze stoffen bent blootgesteld. Ter beperking van het gevaar dient u alleen in goed geventileerde ruimten met de juiste beschemende uitrusting te werken (bijvoorbeeld met speciala geconstrueerde adembeschemingsapparaten, die ook dekleinstste stofdeeltjes uittfilteren).
SYMBOL
Belangrijk: De volgende symbolen können voor het gebruik van het gereedschap van belang zich. Zorg ervoor dat u de symbolen en hun betekenis herkent. Het juiste begrip van de symbolen helpt u het gereedschap goed en veilig te gebruiken.
| Symbol | Name | Description |
| W | Watt | Capaciteit |
| Hp | Horsepower | |
| Nm | Newtonmeter | Eenheid van energia, draaaimoment |
| ft-lbs | foot-pounds | |
| kg | Kilogram | Massa, gewicht |
| lbs | pounds | |
| mm | Millimeter | Lengte |
| in | inches | |
| min/s | Minutes/seconds | Tijdspanne, duur |
| bar/psi bar/pounds per square inch Luchtdruk | ||
| l/s | Liter per seonde | Luchtverbruik |
| cfm | cubic feet/minute | |
| °C/°F Graden Celsius/ | graden Fahrenheit | Temperatuur |
| dB Decibel Maat van relatieve geluidssterkte | ||
| Ø Diameter Bijv. schroefdiameter, slijpschijfdiameter etc. | ||
| min-1/n0Toerental Onbelast toerental | ||
| .../min | Omwentelingen of bewegingen per minuut | Omwentelingen, slagen, cirkelbanen etc. per minuut |
| 0 | Stand: Uit Geen snelheid, geen dræalmoment | |
| ΩΩ | Linksdraaien/rechtsdraaien | Draairichting |
| ○/■/UNF | Binnenzeskant/buitenvierkant/ Unified National Fine-thread | Soort gereedschapopname |
| → | Pijl | Voer de handeling uit in de richting van de pijl |
| △ | Waarschuwing | Waarschuwt de gebruiker voor bevaren. |
| Gebodsteken | Aanwijzingen voor correct gebruik, zoals: ge-bruiksaanwijzing lezen of veiligheidsbril dragen. | |
3 FUNCHEBESCHRIJVING

Afgebeeld en beschreiben toebehoren worden nicht alttijd standarda meegeleverd.
1 SDS-drukknop
2 Geleidingsgreep
3 Inbussleutel in de steunplaat
4 Aan/uit-schakelaar (hendelschakelaar)
5 Aan/uit-schakelaar
(blokkeer- of dodemanschakelaar)
6 Luchtafvoer met geluiddemper
7 Slangnippel
8 Aansluitstuk aan luchtingang
9 Pendelslagschakelaar
10 Steunplaat
11 Zaagblad (inzetgereedschap)
12 Steunwiel
13 Zaaghouder
14 Bescherming gegen aanraken
Gebruik volgens bestemming
Het gereedschap is bestemd voor het met vaste steun schulpen en het zagen van uitsparingen in hout, kunststof, metaal, keramiekplaten en rubber. De machine is geschikt omrecht en in bochten te zagen met een verstekhoek tot 45^ . De adviezen voor zaagbladen moeten in acht worden genomen.
Informatie over geluid en trillingen
Meetwaarden voor geluid bepaald volgens EN ISO 15744.
Meetwaarden voor trillingen bepaald volgens EN 28662 resp. EN ISO 8662.
Het A-gewaardeerde geluidsdrukiveau van de machine bedraagt kenmerkend 76 dB(A).
Meetonzekerheid K = 3 dB.
Tijdens het werken kan het geluidsniveau 85 dB(A) overschrijden.
Draag oorbeschemers.
De gewaardeerde versnelling bedraagt kenmerkend 4,0m / s^2 . Meetonzekerheid K = 1,6m / s^2
Conformiteitsverklaring
Wij verklaren op eigengerichted dat dit product voldoet aan de volgende normen en normatieve documents: EN 792, volgens de bepalingen van de richtlijn 98/37/EG.
De decoupeerzaag worden geleverd met verschillende zaagbladen. Kiesuit de volgende tabel het zaagblad dat voor uw werkzaamheden geschikt is.

Opmerking: In de decoupeerzaag passen alleen zaagbladen van het type enkelnokkenschacht (Tschacht).

Verwijder de aanraakbeveiliging Niet!
De op het machinehuis aangebrachte aanraakbeveiliging 14 voorkomt dat u het zaagblad 11 tijdens de werkzaamheden onbedoeld aanraakt.
Zaagblad monteren
Onderbreek de persluchttoevoer voordat u het gereedschap instelt, toebehoren wisselt of bij een langdurige onderbreking van de werkzaamheden. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbedoeld inschakelen van het gereedschap.

Het SDS-system van Bosch waarborgt eenvoudig en gemakkelijk wisselen van zaagbladen zonder extra hulpgereedschap.
Voorkom aanraking met de huid als u een zaagblad wilt verwisselen en gebruik geschikte werkhandschoenen. Het zaagblad kan bij langdurig gebruik heet worden.

Als u het zaagblad wilt monteren, zet u de pendelslagschakelaar 9 in stand III, omdat het zaagblad in deze stand het gemakkelijkst kan worden ingezet.

Druk de oranjekleurige SDS-drukknop 1 omlaag.
Daardoor worden de geleidingsgrep 2 ontgrendeld.
Draai de geleidingsgreep 2 ca. drie slagen gegen de wijzers van de klok in.

Steek het zaagblad 11 dwars op de zaagrichting in de opening van de zaaghouder 13. Er zijn tweekleine groeven in de zaaghouder, waarin de „T-stukken" van de Bosch-zaagbladen nauwkeurig passen. Draai het zaagblad 11 een kwartslag in de zaagrichting en duw het cervolgens in de groef van het steunwiel 12. De zaagtanden wijzen nu in de zaagrichting. Trek het zaagblad 11 omlaag.

Draai de geleidingsgreep 2 met de wijzers van de klok mee tot het vastzetmechanisme voelbaar of hoorbaar vastklikt. Druk de oranjekleurige SDS-drukknop 1 wee omhoog. Daardoor klikt de geleidingsgreep vast.
Controleer of de zaagbladen stevig vastzitten voordat u het gereedschap aansluit op de persluchtvoorziening. Zaagbladen die Niet goed in de waarvoor bestemde houder zich gespannen, kennen eruit glijden en nicht meer worden gecontroleerd.
Luchtafvoer
Met een luchtafvoer Aunt u de afvoerlucht via een afvoerluchtslang van uw werkplek wegvoeren en tegelijkertijd een optimale geluiddemping bereiken. Bovendien verbeteru uw werkomstandigheden, aangezien uw werkplek Niet meer kan worden verruild door oliehoudende lucht en geen stof of spanenmeer+kunden worden opgewerveld.
Type 0 607 561 114 / ... 116

Schroef de geluidemper bij de luchtafvoer 6aar buiten en verrang deze door deslangnippel 17.
Maak de slangklem 15 van de luchtafvoerslang 16 los en bevestig de luchtafvoerslang over de slangnippel 17 met
de slangklem door deze stevig vast te draaien.
Type 0 607 561 118 / ... 120

Variant 1: Stulp de luchtafvoerslang (centraal) 18, die de afvoerlucht van uw werkplek wegvoert, over de luchttoevoerslang 19. Sluit het gereedschap verzolgens aan op de persluchtvoorziening (zie het gedeelte Aansluiting aan de persluchtvoorzie
ning) en trek de luchtafvoerslang (centraal) 18 over de gemonteerde luchttoevoerslang op het einde van het gereedschap.

Variant 2: Voer de afvoerlucht waar een luchtafvoertank door eerst de luchtafvoerset (decentraal) 21 te bevestigen. Let erop dat de slangnippel 7 Niet in het aansluitstuk op de luchtingang 8 is geschroefd en de dichtring 20 in de uitsparingussen huis en luchtafvoerset ligt, zodate de uistromende lucht alleen maar de luchtafvoerslang kan ontwijken. Schroef eerst het aansluitstuk 22 van de luchtafvoerset stevig in het aansluitstuk 8 aan de luchtingang en schroefervolgens de slangnippel 7 op het aansluitstuk 22. Vervang de geluiddemper 23 op de luchtafvoerset door de slangnippel 17 van de luchtafvoerset.
Maak de slangklem 15 van de luchtafvoerslang 16 los en bevestig de luchtafvoerslang over de slangnippel 17 met de slangklem door deze stevig vast te draaien.
Aansluiting aan de persluchtvoorziening
Het gereedschap is ontworpen voor een bedrijfsdruk van 6,3 bar (91 psi). Voor een maximaal vermogen bedraagt de inwendige slangdiameter 10mm bij een aansluitschroefdraad van 1/4" NPT. Gebruik voor het instandhonden van het volledige vermogen alleen slangen tot een lengte van maximaal 4 meter.
De toegevoerde lustt mag geen deeltjes of vocht bevatten om de machine te beschermen gegen beschadiging, verruiling en roestvorming.
Het gebruik van een luchtverzorgingseenheid is moodzakelijk.
Hierdoor worden een correcte werkung van persluchtgereedschappen gewaarborgd. Lees de gebruiksaanwijzing van de verzorgingseenheid en neem deze in acht.
Alle armaturen, verbindingsleideringen en slangen moeten zich aangelegd in overeenstemming met de vereiste hoeveelheid perslucht.
Voorkom vernauwingen van de aanvoerleidingen bijv. door drukken, knikken of trekken.
Controleer in geval van twijfel de druk bij de luchttoe-voeropening van de machine met een manometer.
Aansluiting van de persluchtvoorziening aan het gereedschap
Type 0 607 561 118 / ... 120

Schroef de slangnippel 7 in het aansluitstuk op de luchtingang 8. Ter voorkoming van beschadigingen aan inwendige ventsildelen van het gereedschap dient u bij het in- en uitdraaien van de slangnippel 7 het uittstkende aansluitstuk van de luchtingang 8 met een steeksleutel (22 mm) gegen te houden.
Maak de slangklemmen 15 van de maximaal 4 meter Lange luchttoeoverslang 19 los en bevestig de luchttoeoverslang over de slangnippel 7 met de slangklem door deze stevig vast te draaien.
Bevestig de luchttoeoverslang 19 alkid eerst aan het gereedschap en verwolgens aan de verzorgingseenheid.
Stulp de luchttoeoverslang 19 over de koppelingsnippel 24 en bevestig de luchttoeoverslang door deslangklem 15 stevig vast te draaien.
Schroef in de luchtuitgang van de verzorgingseenheid 26 een automatische slangkoppeling 25. Met automatische slangkoppelingen kan snug een verbinding tot stand worden gebracht en wordt de luchttoevoer bij het loskoppelen automatisch onderbroken.
Let erop dat u het gereedschap nicht per ongeluk inschakelt wonneer u de koppelingsnippel 24 in de koppeling 25 steekt.
Type 0 607 561 114 / ... 116

Schroef de slangnippel 7 in het aansluitstuk op de luchtingang 8. Ter voorkoming van beschadigingen aan inwendige ventieldelen van het gereedschap dient u bij het in- en uitdraaien van de slangnippel 7 het uittstkende aansluitstuk van de luchtingang 8 met een steeksleutel (22 mm) gegen te honden.
Als u de luchtafvoerset gebruikt, schroeft u de slang-nippel 7 in het aansluitstuk 22 van de luchtafvoerset (decentraal) 21.
Maak de slangklemmen 15 van de maximaal 4 meter Lange luchttoeoverslang 19 los en bevestig de luchttoeoverslang over de slangnippel 7 met de slangklem door deze stevig vast te draaien.
Bevestig de luchttoeoverslang 19 alkid eerst aan het gereedschap en verwolgens aan de verzorgingseenheid.
Stulp de luchttoeoverslang 19 over de koppelingsnippel 24 en bevestig de luchttoeoverslang door deslangklem 15 stevig vast te draaien.
Schroef in de luchtuitgang van de verzorgingseenheid 26 een automatische slangkoppeling 25. Met automatische slangkoppelingen kan slen een verbinding tot stand worden gebracht en worden de luchttoevoer bij het loskoppelen automatisch onderbroken.
Let erop dat u het gereedschap nicht per ongeluk inschakelt wonneer u de koppelingsnippel 24 in de koppeling 25 steekt.
5 GEBRUIK
Pendelbeweging

Door de in vier standen instelbare pendelbeweging kunt u de zaagsnelheid, de zaagcapaciteit en het zaagbeeld optimaal aanpassen aan het te bewerken materiaal. U kunt de pendelbeweging met de pendelslagschakelaar 9 ook trapsgewijs omschakellen verwijl de machine loopt:
Stand 0: geen pendelbeweging
Stand II: gemiddelde pendelbeweging
Stand III: grepe pendelbeweging
Advies:
Hoe fjinner en schoner een zaagrand moet worden, hoe kleiner u de pendelbeweging kiest (0). Hoe sneller en grover de werkslelheid要去en, hoe groter de pendelbeweging (III).
- Als u dunne werkstukken (zoals metaalplaat) bewerkt of een mes gebruikt, moet u de pendelbeweging uitschakelen.
- Harde werkstukken (bijvoorbeeld non-ferrometaal zoals messing of koper) dient u met eenkleine pendelbeweging te bewerken.
- Hardhout en kunststof dient u met een gemiddelde pendelbeweging te bewerken.
- Als u zachte materialen (zoals zachte houtsoorten) bewerkt of in de verzelrichting zaagt, dient u met een große pendelbeweging te werken.
Ingebruikneming
De machine werkt optimaal bij een overdruk van 6,3 bar (91 psi), gemeten bij de luchttoevoeropening terwijl de machine in werkig is.
In- en uitschakelen

Schakel de machine uit bij een onderbreking van de luchttoevoer of bij een vermindering van de bedrijfsdruk. Controller de bedrijsdruk en start de machine opnieuw bij optimale bedrijfsdruk.
Type 0 607 561 114 Blokkeerschakelaar

Inschakelen:
Druk de aan/uit-schakelaar 5 waar voren.
Uitschakelen:
Trek de aan/uit-schakelaar 5aarachten om de vergrendeling los temaken en de machine uit te schakelen.
Type 0 607 561 116 Dodemanschakelaar

Inschakelen:
Druk op de aan/uit-schakelaar 5 en houd dezeijdens de werkzaamheden ingedrukt.
Uitschakelen:
Laat de aan/uit-schakelaar 5 los.
Type 0 607 561 118 / ... 120 Hendelschakelaar

Inschakelen:
Druk op de hendelschakelaar 4 en houd deze tijdens de werkzaamheden ingedrukt.
Uitschakelen:
Laat de hendelschakelaar 4 los.
Zaagblad demonteren
Onderbreek de persluchttoevoer voordat u het gereedschap instelt, toebehoren wisselt of bij een langdurige onderbreking van de werkzaamheden. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbedoeld inschakelen van het gereedschap.
Voorkom aanraking met de huid als u een zaagblad wilt verwisselen en gebruik geschikte werkhandschoenen. Het zaagblad kan bij langdurig gebruik heet worden.

Als u het zaagblad wilt demonteren, zet u de pendelslagschakelaar 9 in stand III, omdat het zaagblad in deze stand het gemakkelijkst kan worden gewisseld.

Druk de oranjekleurige SDS-drukknop 1 omlaag.
Daardoor worden de geleidingsgrep 2 ontgrendeld.
Draai de geleidingsgreep 2 ca. drie slagen gegen de wijzers van de klok in.

Duw het zaagblad 11 iets in de richting van de geleidingsgreep, draai het blad een kwartslag en trek hetuit de zaaghouder 13.
Tips voor de werkzaamheden
Onderbreek de persluchttoevoer voordat u het gereedschap instelt, toebehoren wisselt of bij een langdurige onderbreking van de werkzaamheden. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbedoeld inschakelen van het gereedschap.
Plotseling optredende belastingen leiden tot een scherpe daling van het toerenal of stilstand, maar schaden de motor Niet.

Schakel de machine uit bij een onderbreking van de luchttoevoer op bij een vermindering van de bedrijfsdruk. Controller de bedrijsdruk en start de machine opnieuw bij optimale bedrijfsdruk.
Gebruik alleen het bij de materiaaldijke passende zaagblad. Het zaagblad moet in zijn hoogste stand minstens 10% over het materiaaluitsteken. Alleen zo loopt het zaagblad Niet schuin in het materiaal en kunt u nauwkeurig zagen.
Te große aandrukkracht vermindert de capaciteit aanzienlijk en verkort de levensduur van de zaagbladen. Scherpe inzetgereedschappen zorgen voor een goede zaagcapaciteit en ontzien de machine.
Gebruik voor het bewerken vankleine of dunne werkstukken altijd een stabiele ondergrond of een zaagtafel. Dunne werkstukken kannen bij het za-gen buigen of trillionen en hunnen daardoor Niet meer worden gecontroleerd.

Instellen van de zaaghoek
De steunplaat 10 kan voor het veranderen van de zaaghoek maximaal 45^ worden versteld.
Draai de vastzetschroef 29 enkele slagen gegen de wijzers van de klok in los met de inbussleutel 3, die zich in de steunplaat 10 befindt. Duw de steunplaat 10 in de richting van het zaagblad en draai de plaat maar links ofaar rechts, afhankelijk van de gewenste zaaghoek.
Na de grofinstelling van de zaaghoek draait u de vastzetschroef 29 zo ver vast, dat de steunplaat 10 net nog kan worden versteld. Stel de zaaghoek nauwkeurig in.
De graden 0^ 15^ 30^ en 45^ zijn met markeringen op de zaaghoekschaalverdeling 28 aangegeven. Tussenstanden zichondermeer mogelijk.Voor nauwkeurige zaaghoeken dient u een hoekmaat 30 te gebruiken. Draai de vastzetschroef 29 met de inbussleutel 3 vast.
De 0^ -stand (zaagblad verticaal) stelt u in door de steunplaat 10aar achteren te trekken tot deze aan de positioneernok 27 vasthaakt. Duw de steunplaat 10 in de richting van de motor gegen de positioneernok 27 en draai de vastzetschroef 29 vast.
Zagen tot aan opstaande randen

Voor het zagen tot aan opstaande randen kunt u de steunplaat 10aar achteren verplaatsen:
Draai de vastzetschroef 29 enkele slagen gegen de wij-zers van de klok in volledig maar buiten met de inbussleutel 3, die zich in de steunplaat 10 bevindt. Til de steunplaat 10 omhoog en verplaats deze zodanig maar achteren, dat u de vastzetschroef 29 in dechterste schroefdraad 31 kunt indraaien. Draai de vastzetschroef 29 eerst een beetje aan, druk cervolgens de steunplaat 10 in de richting van het zaagblad en draai de vastzetschroef vast.
Zagen tot aan opstaande randen kan alleen met een verticaal zaagblad (0^ -stand). De parallelgelider met cirkelsnijder 34 kan waar bij nicht worden gebruikt.
Opmerking: U(Int) de geleidingsgreep 2 verwijderen om gemakkelijker te können zagen opplaatsen met verzier weinig ruimte.

Duw de oranjekleurige SDS-drukknop 1 over het vastklijkpuntaarbenedenen trekgeligijkertijd geleidingsgreep2aarbovenweg.
Als u de handgreep wij wilt monteren: Duw de SDSdrukknop 1 omhoog in de beginstand. Breng de handgreep 2 aan en druk deze omlaag, eventueel met een lichte draaiing, tot de handgreep hoorbaar vastklikt.
Parallel zagen

Met de parallegeleider met cirkelsnijder 34 kurz u par- parallel zagen tot een materiaaldikte van 30mm (1,2^ )
Draai de vastzetschroef 33 los en duw de schaalverdeling door de geleiding 32 in de steunplaat 10. Duw de schaalverdeling zo ver door de geleiding als voor de afstand van het parallel zagen vereist is. Maatgevend is de schaalverdelingswaarde op de binnenzijde van de steunplaat. Parallel zagen is möglichk met een afstand van max. 20~cm Draai de vastzetschroef 33 op de gewenste schaalverdelingswaarde vast.
Cirkelsnijder

Met de paralliggeleider 34 kunt u ronde uitsparingen tot een materiaaldikte vann 30mm (1,2") zagen.
Verwijder de vastzetschroef 33 en draai de parallegelieider om. Monteer de vastzetschroef aan de andere zijde opnieuw. Duw de schaalverding door de geleiding 32 van de steunplaat 10. Trek de centreerpunt 35 los en stek deze in de opening op de hoogte van het zaagblad. Boor een gat in het midden van de te zagen uitsparing om de centreerpunt 35 te fixeren en stel deradius aan de binnenzijde van de steunplaat 10 in met de vastzetschroef 33.
Opmerking: Gebruik voor nauwe bochten bij voorkeur smalle zaagbladen.
Antisplinterplaatje

Het antisplinterplaatje 36 voorkomt bij het zagen uitsplinteren van het oppervlak.
Druk het antisplinterplaatje 36 van onderen in de steunplaat 10. U kunt het antisplinterplaatje 36 voor de volgende zaagbladtypen gebruiken: T 101 T 101 D, T 244 D, T 301 CD, T 301 DL.
Koel- en smeermiddel
Als u metaal zaagt, dient u vanwege de optredende verwarming langs de zaaglijn koel- resp. smeermiddel aan te brengen.
6 ONDERHOUD EN SERVICE
Onderhoud
Onderbreek de persluchttoevoer voordat u het gereedschap instelt, toebehoren wisselt of bij een langdurige onderbreking van de werkzaamheden. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbedoeld inschakelen van het gereedschap.
Mocht de machine ondanks zeer zorgvuldige fabrica- en testmethoden toch defect raken, dient de reparatie door een erkende servicewerkplaats voor Bosch elektrisch gereedschap te worden uitgevoerd.
Vermeld altijd bij vragen en bestellingen van verwangingsonderdelen het uit tien cijfers bestaande bestelnummer volgens het typeplaatje van de machine.

Reinig regelmatig de zeef aan deluchtingang van het gereed-schap. Schroef waarvoor de slangnippel 7 los en verwijder stof- en vuildeeltje uit de zeef. Monteer verrolgens de slangnippel wee stevig vast.
Ter voorkoming van beschadigingen aan inwendigeventieldelen van het gereedschap dient u bij het in- enuitdraaien van de slangnippel 7 het uitstekende aansluitstuk van de luchtingang 8 met een steeksleutel (22mm) gegen te honden.

Water- en vuildeeltjes in de persluchtveroorzaken roestvorming en leiden totslijtage van lamellen, ventielen etc. Omdit te voorkomen,That u enkele druppels motorolie in de luchtingang 8 lopen.Sluit het gereedschap wee aan
op de perslichtvoorziening en LAST het 5 tot 10 secon- den lopen terwijl u de waar buiten lopende olie met een doek opzuigt. Voer deze handeling.altijduit als het gereedschap gedurende lange&tijd Niet worden gebruikt.
Bij alle Bosch-persluchtgereedschappen die nicht behoren tot de CLEAN-serie (een bijzonder type persluchtmotor dat met olievrije perslucht werkt), dient de doorstromende perslucht voortdurend te worden vermengd met een olienevel. De waarooroodzakelijkpe persluchtolienevelaar bevindt zich in de persluchtverzorgingseenheid, die in de leiding voor het gereedschap is opgenomen (meer informatie waarover is verkrijgbaar bij de fabrikant van de compressor).
Het steunwiel 12 dient u regelmatig met een druppel olie te smeren en op slijtage te controleren. Als het steunwiel 12 reeds slijtageverschijnselen vertoont, dient u het te latent verrangen door een vakman of door een erkende Bosch-klantenservice voor perslucht- of elektrische gereedschappen.
Gebruik voor hetrechtstreeks smeren van het gereed-schap of voor toevoeging in de verzorgingseenheid motorolie SAE 10 of SAE 20.
Na ca. 150 bedrijfsuren dient de transmissie voor het eerst door een vakman te worden gereinigd,ervolgens elke 300 bedrijfsuren. Na elke reiniging要去 deze worden gesmeerd met special transmissievet. Speciaal transmissievet 225 ml . . . . 3605430009
De motorlamellen要去en regelmatig door een vakman worden gecontroleerd en indien nodig worden verrangen.
Laat onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen uitvoeren door gekwalificeerd, vakbekwaam personneel. Daarmee worden gewaarborgd dat de veiligheid van de machine in stand blijft.
De klantenservice van Bosch voert deze werkzaamheden snel en correct UIT.
Voer smeer- en reinigingsmiddelen op een voor het milieu verantwoorde wijze af. Neem de wettelijkke voorschriften in acht.
Toebehoren
Voor alle decoupeerzagen zijn verschillende zaagbladen verwrijgbaar.
Meer informatatie over het volledige programme met kwaliteitstoebehoren vindt u op het internet op www.bosch-pt.com en
www.boschproductiontools.com, of vraag uw vakhandel om advies.
Service
Robert Bosch GmbH is aansprakelijk voor de levering volgens overeenkomst van deze machine in het kader van de wettelijkke of landspecifieke bepalingen. Neem bij klachten over de machine contact op met de volgende instantie:
Fax +49 (711) 7582436
www.boschproductiontools.com
Afvoer van afval
Machine, toebehoren en verpakking dienen op een voor het milieu verantwoorde manier te worden hergebruikt.
De kunststof delen zich gekenmerkt om ze per soort te kuren recyclen.
Als uw gereedschap Niet meer kan worden gebruikt,\ kunt u het afgeven bij een recyclingcentrum, bij uw leverancier of bij een erkende Bosch-klantenservice.
Wijzigingen voorbehouden