EINHELL GC-PC2040I - Kettingzaag

GC-PC2040I - Kettingzaag EINHELL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis GC-PC2040I EINHELL in PDF-formaat.

📄 194 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice EINHELL GC-PC2040I - page 89

Gebruikersvragen over GC-PC2040I EINHELL

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Kettingzaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GC-PC2040I - EINHELL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GC-PC2040I van het merk EINHELL.

GEBRUIKSAANWIJZING GC-PC2040I EINHELL

  1. Veiligheidsaanwijzingen
  2. Beschrijving van het gereedschap en leveringsomvang
  3. Reglementair gebruik
  4. Technische gegevens
  5. Vóor inbedrijstelling
  6. Bediening
  7. Reiniging, onderhoud, opbergen en bestellen van wisselstukken
  8. Verwijdering en recyclage
  9. Foutopsoring

NL

Gevaar!

Bij het gebruik van toestellen dieren enkele veriligeidsmaatregelen te worden nageleefd om lichamelijk gevaar en schade te voorkomen. Lees waarom deze handleiding / veiligheidsinstructies zorgvuldig door. Bewaar deze goed zDat u de informatie op elk moment=kunt terugvinden. Mocht u dit toestel aan andere personen doorgeven, gelieve dan deze handleiding / veiligheidsinstrumentes mee te given. Wij zich Niet aansprakelijk voor ongevallen of schade die te wijten zich aan Niet-naleving van deze handleiding en van de veiligheidsinstructies.

1. Veiligheidsaanwijzingen

De overeenkomstige veiligheidsinstrumenties vindt u in de bijgaande brochure.

Gevaar!

Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzigen. Nalatigheden bij de inachtneming van de veiligheidsinstructies en aanwijzingen können elektrische schok, brand en/of zware letsels tot gevolg hebben. Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen voor de toekomst.

2. Beschrijving van het gereedschap en leveringsomvang

2.1 Beschrijving van het gereedschap (fig. 1-21)

  1. Motoreenheid
  2. Geleiderail
  3. Zaagketting
  4. Kettingbescherming
  5. Bougiesleutel
  6. Voorste handbescherming (kettingremhendel)
  7. Voorste handgreep
  8. Achterste handgreep
  9. Startergreep
  10. Aan/Uit-schakelaar
  11. Gashendel
  12. Vergrendeling gashendel
  13. Choke-hendel
  14. Luchtfilterafdekking
  15. Luchtfilter
  16. Bougie
  17. Klauwaanslag
  18. Kettingvanger
  19. 2x moeren bevestiging geleiderail
  20. Kettingspanschoef

  21. Brandstoftankdop

  22. Olietankdop
  23. Mengfles
  24. Schroevendraier
  25. Brandstofpomp (primer)

Veiligheidsfuncties (fig. 1a/1b)

3 ZAAGKETTING MET GERINGE TERUGSTOOT helpt u terugstoten of hun kracht met speciala ontwikkelde veiligheidsinrichtingen op te vangen.
6 KETTINGREMHENDEL / HANDBESCHERMER beschermt de linkerhand van de bedieiningspersoon macht die bij draaiende zaagwegelijkden van de voorste greep. KETTINGREM is eeneiligheidsfunctiet er vermindering van letsel als gevolg van terugstoten; door deze rem worden de roterende zaagketting binnen millisecondn stilgezet. Ze wordt geactiveerd door de KETTINGREMHENDEL.
10 STOPSCHAKELAAR stopt de motor on-middelijk als hij uitgeschakeld worden. De stopschakelar dient op EIN (AAN) te worden gezet om de motor (opnieuw) te starten.
12 VEILIGHEIDSLOSSER voorkomt een toevalige verhoging van de motortoeren. De gashendel kan alleen worden ingedrukt als deveiligheidslosser ingedrukt is.
18 KETTINGVANGELEMENT reduceert het letselgevaar maar de zaagketting bij draaiende motor scheuren of ontglijen. Het kettingvangelement dient om een om zich heben slagende ketting op te vangen.

Aanwijzing! Maakt u zich vertrouwd met de zaag en haar onderdelen.

2.2 Leveringsomvang

Gelieve de volledigheid van het artikel te controlen aan de hand van de beschrenen omvang van de levering. Indien er onderdelen ontbreken, gelieve u dan binnen 5 werkdagen na aankoop van het artikel te wenden tot ons servicecenter of tot het verkooppunt waar u het apparaat heeft gekocht, en leg een geldig bewijs van aankoop voor. Gelieve waarvoor de garantietabel in de service-informatie aan het einde van de handleiding in acht te nemen.

  • Open de verpakking en neem het toestel voorzichtiguit de verpakking.
    Verwijder het verpakkingsmaterial alsmede verpakkings-/transportbeveiligingen (indien aanwezig).
  • Controller of de leveringsomvang compleet

NL

is.

  • Controller het toestel en de accessoires op transportschade.
  • Bewaar de verpakking indien möglichk tot het verloop van de garantieperiode.

Gevaar!

Het toestel en het verpakkingsmaterialaal zichen geen spellegood voor kinderen! Kinderen mo-gen Niet met plastic zakken, folies enkleine stukken spelen! Er bestaat inslik- en verstikkingsgevaar!

Originele handleiding
Veiligheidsinstructies

Het apparaat dient doelmatig uitsluitend voor het zagen van hout. Het vellen van bomen mag uitsluitend gebeuren met adequate opleiding. De fabrikant is Niet aansprakelijk voor schade als gevolg van Niet-doelmatig gebruik of verkeerde bediening.

De machine mag slechts voor werkzaamheden worden gebruikt waarvoor ze bedoeld is. Elk ander verder gaand gebruik is Niet reglementair. Voor waaruit voortvloeije schade of verwondenen van welke aard dan ook is de gebruiker/ bediener, Niet de fabrikant, aansprakelijk.

Wij wijzen erop dat once gereedschappen overe- enkomstig hun bestemming Niet geconstruereeerd zichoor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Wij geen geen garantie indien het gereedschap in ambachtelijkke of industrielle bedrijven alsmede bij gelijk te stellen aktiviteiten worden gebruikt.

Voorzichtig! Restrisico's

Er blijven altijd restrisico's bestaan, ook al worden dit apparaat volgens de voorschriften bediend. De volgende bevaren können sich Voordoen in verband met de bouwwijze en uitvoering het apparaat:

  1. Snijverwondingen bij contact met de onbeschermde respectievelijk roterende zaagketting.
  2. Snijverwondingen bij terugslag of andere ongewilde bewegingen van de geleiderail.
  3. Verwondingen door weggeslingerde delen van de zaagketting.

  4. Verwondingen door weggeslingerde delen van het snijmaterial.

  5. Beschadiging van het gehoor, indien geen voorgeschreven gehoorbescherming worden gedragen.
  6. Ademproblemen door inademen van schadelijke gassen en huidletsel door contact met benzine.

Cylinderinhoud van de motor 50,4 cm3

Maximaal motorvermogen 2 kW

Snijlengte 39 cm

Lengte geleiderail 16" (40 cm)

Maximaal toerental met

snijgereedschap 11500 min

Kettingsnelheid max. 21 m/s

Tankinhoud 540 cm3

Olietankinhoud 240 cm3

Anti-trilfunctie .

Tanding kettingwiel .7 tandem x 9,525 mm

Nettogewicht zonder ketting

en geleiderail 5,75 kg

op de planta van de bediener 101,8 dB(A)

Onzekerheid KPA 2,5 dB(A)

Geluidsdrukniveau L_WA gemeten

(ISO 22868) 111,5 dB(A)

Geluidsdrukniveau Lwgegarandeerd

(ISO 2000/14/EC) 115 dB(A)

Trilling a_hv (voorst handgreep)

(ISO 22867) max. 7,21m / s^2

Onzekerheid Khy 1,5 m/s2

Trilling ahv (achterste handgreep)

(ISO 22867) max. 6,53m / s^2

Onzekerheid Khy 1,5 m/s2

Bougie TORCH L7RTC

Elektrodenafstand 0,6 mm

Type ketting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. Kangxin ALP-50-57S

Oregon 91PX057X

Type zwaard .Kangxin AP16-57-507P

Oregon 160SDEA041

NL

Beperk de geluidsontwikkeling en vibratie tot een minimum!

  • Gebruik enkel intacte toestellen.
  • Onderhoud en reinig het toestel regelmatig.
  • Pas uw manier van werken aan het toestel aan.
    Overbelast het toestel Niet.
    Laat het toestel indien nodig nazien.
    Schakel het toesteluit als het Niet wordt gebruikt.
    Draag handschoenen.

5. Vóor inbedrijfstelling

Gevaar: Start de motor pas als de zaag volledig is gemonteerd.

Voorzichtig: Draag bij de omgang met de ketting alsijd veiligheidshandschoenen.

5.1 Geleiderail en zaagketting monteren (fig. 2A-2G)

  1. Kettingrem ontgrendelen, daartoe voorste handbescherming (6) in de richting van de voorste handgreep (7) drukken (fig. 2A).
  2. Verwijder de afdekking van de geleiderail (A) door de beiden moeren (19) (fig. 2B) los te draaien.
  3. Leg de geleiderail (2) in de houder aan de kettingzaag (fig. 2C).
  4. Leg de ketting (3) om het aandrijfwiel (C) (fig. 2E). Let op de draairichting van de ketting (3). De snijschakels (B)要去en zoals in fig. 2D maar uitergericht.
  5. Leg de ketting om de geleiderail (fig. 2E).
  6. De aandrijfschakels van de ketting (3) moeten volledig in de rondlopende groef (D), en tussen de tanden van het aandrijfwiel (C) glijden (fig. 2E).
  7. Draai de fettingspanschroef (20) gegen de klok in, tot de bout (E) zich aan het einde van zichn schuiftraject bevindt (fig. 1B/2F).
  8. Monteer de railafdekking (A).

Aanwijzing! De bout (E) van de kettingspaninrichting moet vastklikken in de boring (G) van de geleiderail (fig. 2G).

Schuif waarvoord geleiderail (2) iotaar voor en terug verwijl u de railafdekking (A) aanbrengt. Draai de moeren (19) handvast aan.

5.2 Kettingspanning instellen (3A/3B)

Voer het instellen van de kettingspanning alleenuit bij uitgeschakelde motor.

  1. Druk de punt van de geleiderail (2) iotaar boven en stel de kettingspanning in met behulp van de kettingspanschroef (20) (fig. 3A). Een optimale kettingspanning is bereikt, als de ketting (3) aan de onderkant, in het midden van de geleiderail (2) aanligt zoals in fig. 3B (B).
  2. Blijf een lichte druk uitoefenen op de punt van de rail en draai de beiden moeren (19) vast.
  3. Voer een functiecontrole uit. Trek de ketting (3) met de hand 1x om de geleiderail (2). Als de ketting (3) maar moeilijk om de geleiderail (2) kan worden gedraaid of blokkeert, dan is hij te strak gespannen.

Als dat het geval is, voer dan de volgendekleine instelling UIT:

  1. Draai de bye moeren (19) los en draaidezeweer handvast aan.
  2. Verlaag de kettingspanning door de kettingspanschroef (20) gegen de klok in te draaien. Stel de spanning in inaarkleine stappen en trek de ketting (3) steeds wee op de geleiderail (2) maar voor en terug om te controeren of de ketting (3) soepel kan worden bewogen, maar toch nog nauw aansluit. Aanwijzing: als de ketting (3) te los zit, dan draaiu de kettingspanschroef (20) met de klok mee.
  3. Als de kettingspanning optimaal is ingesteld, dan oefent u een lichte drukuit op de punt van de rail en draait u de beiden moeren (19) vast.

Een neue zaagketting rektuit,haarom is het belangrijk om de ketting bij de eerste inbedrijfstelling in korte tijdsintervallen (ca. 5 sden) bij te stellen.Deze tijdsintervallen worden langer bij toenemende bedrijfsduur.

Aanwijzing: Indien de zaagketting (3) TE LOS of TE STRAK zit, dan verslieten aandrijfwiel, geleiderail en het krukaslager sneller. Fig. 3B infor-meert over de juiste spanning A (koude toestand) en spanning B (warme toestand). C toont een te losse ketting.

5.3 Brandstof en olie

Brandstof

Gebruik voor optimale resultaten normale, loodvrije brandstof gemengd met speciale 2-takt olie.

NL

Brandstofmengsel

Meng de brandstof met 2-takt olie in een geschikt reservoir. Schud het reservoir om alles goed te mengen.

Aanwijzing: Gebruik voor deze zaag nooit zuivere benzine. De motor worden hierdoor beschadigden u verliest hetrecht op garantie voor dit product. Gebruik geen brandstofmengsel dat langer dan 90 dagenaard bewaard.

Aanwijzing: Er要去 speciale 2-takt olie voor luchtgekoelde 2-takt motoren met een mengverhouding van 1:40 worden gebruikt. Gebruik geen 2-takt olie met een mengverhouding van 1:100. Ontoereikend inoliën beschadigt de motor en u verliest in dit geval hetrecht op garantie voor de motor.

Aanbevolen brandstoffen

Sommige conventionele benzines zijn gemengd met bijmengingen zoals alcohol- of etherverbinden, om te voldoen aan normen voor zuivere uitlaatgassen. De motor looptaar tevredenheid met alle soorten benzine met het oog op de eigenaandrijving, ook met zuurstof verrijkte benzines. Gebruik liefst loodvrije normale benzine.

Olien van ketting en geleiderail

Elke keer als de brandstoftank met benzine worden gemvuld,要去ek de kettingolietank worden bijgewuld. Het wordt aanbevolen om in de handel verkrijgbare kettingolie te gebruiken.

EINHELL GC-PC2040I - Olien van ketting en geleiderail - 1
Motorolie en benzine
Zaagketting
Menging 1:40
Alleen olie

Aanbevolen brandstoffen

Controles vór het starten van de motor

Gevaar: Start of bedien de zaag nooit, als de ketting en de rail nicht juices gemonteerd.

  1. Vul de brandstoftank (21) met het juiste brandstofmengsel (fig. 4).
  2. Vul de olietank (22) met kettingolie (fig. 4).

Na het vullen van ketting- en olietank de tankdop met de hand vastdraaien. Gebruik hiervoor geen gereedschap.

6. Bediening

Controleer het apparaat vór gebruik op eventu- ele schade en gebruik het Niet indien u schade vaststelt. Het apparaat mag alleen met geactiveerde kettingrem worden gestart. De kettingrem is geactiveerd, als de remhendel (6) maar voor is gedrukt.

Verklaring van de werkwijze, die - Controle- ren van de kettingrem - Statische controle.

6.1 Kettingrem

De kettingzaag is voorzien van een kettingrem, die verwondingsgevaar op grond van het gevaar van een terugslag vermindert. De rem worden geactiveerd als er druk worden uitgeoefend op de handbescherming (6). Bijv. als bij een terugslag de hand van de bediener op de handbeschering (6) slaat. Bij activering van de rem stopt de ketting (3) abrupt.

Waarschuwing: De kettingrem is weliswaar bedoeld om het verwondingsgevaar als gevolg van een terugslag te verminderen, maar hij kan geen adequate bescherming bieden als met de zaag achteloos worden gewerkt. Controller regelmatig of de kettingremaar behoren functioneert. Test de kettingrem voor de eerste snede, naeermaals snijden, na onderhoudswerkzaamheden en als de kettingzaag aan sterke stoten werk blootgesteld ofGeVallen is.

6.1.1 Controlleren van de kettingrem (afb. 5A/5B/6)

Statische controle (bij afgezette motor)

Kettingrem gedeactiveerd (ketting (3) vrijverschuiifbaar)

  1. Trek de voorste handbescherming (6) in de richting van de voorste handgreep (7). De voorste handbescherming (6)要去 hoebaar vastklikken (fig. 5A).
  2. De ketting (3) moet op de geleiderail (2) kūn- nen worden verschoven.

NL

Kettingrem geactiveerd (ketting (3) geblokeerd)

  1. Druk de voorste handbescherming (6) in de richting van de geleiderail (2). De voorste handbescherming (6)要去 hoorbaar vastklikken (fig. 5B).
  2. De ketting (3) mag op de geleiderail (2) nicht kuren worden verschoven.

Aanwijzing: De voorste handbescherming (6)要去 in beiden posities vastklikken. Gebruik de zaag Niet als u een sterke waarstand voelt, of als de voorste handbescherming (6) Niet vastklikt. Breng hem voor reparatie aan de geauthoriserde klantendienst.

Dynamische contrôle (motor worden gestart)

  1. Zet de zaag op een hard, effen vlak.
  2. Met de linker hand houdt u de voorste hand-greep (7) vast.
  3. Start de kettingzaag volgens de startinstrctie (zie 6.2 resp. 6.3).
  4. Deactiveer de kettingrem (trek de voorste handbescherming (6) in de richting van de voorste handgreep (7)) (fig. 5A).
  5. Grijp de anschterste greed (8) vast met de rechter hand.
  6. Geef na een korte opwarmfase vol gas. Druk met de rug van de linker hand de voorste handbescherming (6) in de richting van de geleiderail (2). Daardoor worden de kettingrem geactiveerd (fig. 6).

Gevaar: Activeer de kettingrem langzaam en met overleg. Houd de zaag met beiden handen vast en let op een goede greedp. De zaag mag geen voorwerpen raken.

  1. De ketting (3) moet abrupt stoppen. Laat meteen de gashendel (11) los als de ketting (3) stil staat.

Gevaar: Als de ketting (3) Niet stopt, dan schakelt u de motor uit en brengt u de zaag voor reparatie waar de geauthoriseerde klantendienst.

6.1.2 Controlleren van de koppeling

Voer regelmatte fungtiecontroles van de koppel-ing uit. Controleer de koppeling voor de eerste snede, na Meermaals snijden, na onderhouds-werkzaamheden en als de kettingzaag aan sterke stoten werk bloatgesteld of geallen is.

  1. Start de kettingzaag volgens de startinstrctie (zie 6.2 resp. 6.3).
  2. Activeer kort de gashendel (11) en LAST hem

weer los, om te garanderen dat de vergren-deling van de smoorklep werk ontspannen en de motor stationair draait.
3. De ketting (3)要去 in onbelast bedrijf stoppen. De koppeling is zo ontworpen, dat bij het verhogen van het stationaire toerental met het 1,25-voudige geen beweging van de ketting mag worden vastgesteld.

Gevaar: Als de ketting (3) Niet stopt, dan schakelt u de motor uit en brengt u de zaag voor reparatie maar de geautoriseerde klantendienst.

Gevaar: Activeer algtd de kettingrem (6), voordat u de motor start.

6.2 Starten bij koude motor (7A-7D)

Giet in de tank een behoorlijke hoeveelheid benzine-/oliemengsel (zie punt 5.3).

  1. Apparaat op een hard, effen vlak zetten.
  2. Aan/Jit-schakelaar (10) op, I^ zetten (fig. 7A).
  3. Brandstofpomp (primer) (fig. 6, pos. 25) 10x indrukken.
  4. Choke-hendel (13) uittrekken (fig. 7B).

Aanwijzing: Door de choke-hendel l (13) te activeren word ook de smoorklep iets geopend en in deze stand vergrendeld. Dit heeft een verhoging van het stationaire toerental tot gevolg, en de zaag start sneller.

  1. Het apparaat goed vasthouden en de starter-groop (9) tot de eerste watstand uittrekken. Nu de startergroop (9) 3x snel aantrekken (fig. 7C/7D).
  2. Choke-hendel (13) indrukken.
  3. Het apparaat goed vasthouden en de starter-grep (9) tot de eerste watstand uittrekken. Nu de startergrep (9) meermaals snel aantrekken, tot de motor start (fig. 7D).

Aanwijzing: De startergreep (9) Niet lately terug-springen. Dit kan tot beschadigingen leiden. Als de motor is gestart, het apparaat ca. 10 sec. warm latent lopen.

Waarschuwing: Op grond van de iets geopende smoorklep begint het snijgereedschap bij gestar-te motor te werken. Bedien kort de gashendel (11). De vergrendeling van de smoorklep worden ontspannen en de motor keert terug in het onbelast bedrijf (fig. 7C).
8. Mocht de motor Niet na 8 rukken aan de startupgreep Niet aanslaan, dan herhaalt u de

NL

stappen 1-7.

Opgelet: Slaat de motor ook na meerere pogineniet aan, gelieve dan het hoofdstuk „Foutenverhelppen aan de motor" te raadplegen.
Opgelet: Trek het koord van de startergreep altijdrecht eruit. Als het in een hoek worden UITgetrokken, dan ontstaat er wrijving aan het oog. Door.Deze wrijving worden het koord doorgeschuurd en verslijt het sneller. Houd steeds de startergreep vast, als het koord weer vanzelfaar binnen worden getrokken. Laat de startergreep nooit terugspringen vanuit de uitgetrokken toestand.

6.3 Starten bij warme motor (fig. 7A-7D)

(Het apparaat stond gedurende minder dan 15-20 min stil.)

  1. Het apparaat op een hard, effen vlak zetten.
  2. Aan/Jit-schakelaar (10) op, I" zetten (fig. 7A).
  3. Het apparaat goed vasthonden en de startergroop (9) tot de eerste watstand uittrekken. Nu de startergroop (9) Meermaals snel aantrekken, tot de motor start Het apparaat要去 na 1-2 keer doorhalen starten. Mocht de machine na 6 keer doorhalen nog.altijd Niet starten, dan herhaalt u de stappen 1-7 onder 6.2 (fig.7D).

6.4 Stopen van de motor

  1. Laat de gashendel los en wacht tot de motor stocht.
  2. Schuif de STOP-schakelaar omlaag om demotor te stoppen.

Aanwijzing: Om de motor in geval van nood te stoppen, activeert u de kettingrem en brengt u de AAN/UIT-schakelaar maar de stand "Stop (0)".

6.5 Algemene instructies voor het snijden

Gevaar! Het vellen van een boom zonder opleiding is Niet toegestaan!

Vellen

Vellen betekent het afzagen van een boom. Kleine bomen met een diameter van 15 tot 18 cm zaagt men normal met een snede af. Bij grotere bomen要去en kerfsneden worden aangezet. Kerfsneden bepalen de richting waarin deBoom gaat vallen.
- Voordat u begint te snijden dient u een pad (A) te plANNen en vrij te legen om zich terug te kunnen trekken. De terugtrekapd要去ar achteren en diagonalaal t.o.v.de achechterijde van de te verwachten valrichting verlopen, zoals voorgesteld in fig. 8.

Bij het vellen van een boom op een helling moet de bedieningspersoon van de kettingzaag op de opstijgende kant van de helling gaan staan waar dat de boom na het vellen hoogstaarschijnlijk de helling eraf.gaat rollen of glijden.
- De valrichting (B) worden door de kerfsnede bepaald. Voordat u begint te snijden dient u rekening te honden met deplaats van grotere takken en met de natururlijke schuinte van de boom om het neerkomen van de boom te schatten (fig. 8).
- Vel geen boom als er een harde wind of winduit wisselende richtingen waait of als hetgevaar voor schade aan eigendom bestaat.Raadpleeg een specialist voor het vellen vanbomen. Vel geen boom als die op leidingenterecht zou+kennen en verwittig deoverheid die voor deze leding bevoedg isvoordat u de boom welt.

Algemene richtlijnen voor het vellen van boemen (fig. 9)

Normaal worden bij het vellen 2 hoofdsneden toegepast: inkepen (C) en velsnede (D).

  • Begin met de bovenste kerfsnede (C) aan de overkant van de valzijde van de boom (E). Let er op bij de onderste snede Niet de diep de boomstam in te snijden. De inkeping (C) mag Niet te diep+zijn zodate een verankeringspunt (F) van voldoende bredte en dikte gewaarborgd is. De inkeping moet breed genoeg zichn om het neerkomen van de boom zo lang möglich te controlleren.
    Ga nooit voor een boom gaan staan die inge-keegt is. Breng de velsnede (D) aan de andere kant van de boom aan, ca. 3-5 cm boven de onderkant van de inkeping (C). Zaag de boomstam nooit hebmaal door. Er moet alotijd een verankeringspunt blijven staan. Het verankeringspunt houdt deBoom op+zijn plaats. Als de boom hebmaal wordt doorgezaagd kurz u de valrichting Niet更是 controleren. Steek een wig of een velhefboom de snede in nog voordat deBoom onstabel worden en begint te bewegen. Op die manier kan de geleiderail nicht in de velsnede worden vastgeklemd als u de valrichting verkeerd heeft geschat. Verbiedt toeschouwers de toegang tot het gebied waar de boom gaat neerkomen voordat u hem omverduwt.
  • Voordat u de definitieve snede UITvoert, dient u er zich van te vergewissen dat geen toeschouwers, deren of hindernissen op deplaats aanwezigং waar de boom neerkomt.

NL

Velsnede

Voorkom het vastklemmen van de geleiderail of de ketting (B) in de snede d.m.v. houten of plastiek wiggen (A). Wiggen controleren eveneens het vellen (fig. 10).
Is de diameter van het te snijden hout groter dan de lengte van de geleiderail, maakt u twee sneden zoals getoond in de figuur (fig. 11).
- Als de velsnede het verankeringspunt nadert, begint de boom te vallen. Zodra deBoom begint neer te komen trekt u de zaag de snedeuit, stopt u de motor, legt u de kettingzaag neer en verlaat u deplaats via het terugtrekapad (fig. 8).

Verwijdersen van takken

  • Takken worden van de geveldeBoom verwijderd. Verwijder de steuntakken (A) pas als de stam op lenghte is gesneden (fig. 12). Takken waarop spanning staat dienen van beneden maar boven te worden gesneden zodat de kettingzaag Niet kan worden vastgeklemd.
  • Snij nooit takken van deBoom verwijl u op de boomstam staat.

Op lenghte snijden

  • Snij een gevelde boomstam op de juiste lengte. Let erop dat u veilig staat en ga aan de bovenkant van de stam gaan staan als u op een helling zaagt. De stam moet indien möglich ondersteund+zijn zodat het af te snijden einde Niet op de grond ligt. Als de beiden einden van de stam ondersteund,zijn en u in het midden要去 snijden,maak dan een halve snede van boven door de stam en nervolgens de snede van beneden aan boven. Daardoor voorkomt u het vastklemmen van de geleiderail en de ketting in de stam.Let er goed op dat de ketting bij het op maat snijden Niet de grond in snijdtwant daardoor wordt de ketting nsel bot.Ga bij het op maat snijden algijd aan de bovenkant van de helling gaan staan.

  • Stam over de totale lenghte ondersteund: snij van boven en let er goed op nicht de grond in te snijden (fig. 13A).

  • Stam aan slechts eén uiteinde ondersteund: snij eerst 1/3 van de stam diameter van benedenaar boven om het afbreken te voorkomen.Snij dan van bovenaar deeerste snede toe om het vastklemmen te vermijden (fig. 13B).
  • Stam aan de beiden uiteinden ondersteund: snij eerst 1/3 van de stamdiameter van bovenaar beneden om het afbreken te

voorkomen. Snij dan van benedenaar de eerste snede toe om het vastklemmen te vermijden (fig. 13C).
- Om een boomstam op lenghte te snijden gebruikt u besteen zaagbok. Is dit nicht möglich is het aan te raden de stam op te tillen of te ondersteunen m.b.v. stronken van takken of via steunblokken. Zorg ervoor dat de te snijden stam veilig is ondersteund.

Op lenghte snijden op een zaagbok (fig. 14)

Voor uw veiligheid en om het zaagwerk te vergemakkelijken is de juiste positie vereist om de stamrecht maar beneden op lenghte te snijden.

A. Hou de zaag met de beiden handen vast en leidt zeijdens het snijden rechts aan uw lichaam voorbij.
B. Hou de linkerarm zo recht mogelijk.
C. Verdeel uw gewicht op beiden voeten.
Voorzichtig: Tijdens het zagen dient u er steeds op te letten dat de zaagketting en de geleiderail voldoende geolied zich.

7. Reiniging, onderhoud, opbergen en bestellen van wisselstukken

Trek vór alle reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de bougiestekker UIT.

7.1 Reiniging

  • Hou de veiligheidsinrichtingen, de ventilatiespleten en het motorhuis zo Veel möglichk vrij van stof en vuil. Wrijf het toestel met een schone doek af of blaas het met perslucht bij lage druk schoon.
  • Het is aan te bevelen het toestel direct na elk gebruik te reinigen.
    Reinig het toestel regelmatig met een vochtige doek en wat zachte zeep. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen; die zouden de kunststoffcomponenten van het toestel kunnen aantasten. Let er goed op dat geen water in het toestel terechtkomt.

7.2 Onderhoud

Waarschuwing: Alle onderhoudswerkzaamheden, met uitzondering van de in deze handleiding opgesomde punten, mogen alleen worden uitgevoerd door de geautorisere klantendienst.

NL

7.2.1 Luchtfilter

Aanwijzing: Gebruik de zaag nooit zonder het luchtfilter. Stof en vuil worden anders in de motor getrokken en beschadigt deze. Houd het luchtfilter schoon! Het luchtfilter要去 om de 20 bedrijfsuren gereinigd resp. verrangen worden.

Reiniging van het luchtfilter (fig. 15A-15C)

  1. Verwijder de bovenste afdekking van het luchtfilter (14) door de bevestigingschroef (A) van de afdekking eruit te draaien. De afdekking kan dan eraf worden genomen (fig. 15A).
  2. Til het luchtfilter (15) eruit (fig. 15B).
  3. Reinig het luchtfilter. Was het filter in schoon, warm zeepleog. Laat het volledig droog worden aan de lucht.

Aanwijzing: Het valt aan te raden om reservefilters in voorraad te honden.

  1. Zet het luchtfilter erin. Zet de afdekking van het luchtfilter (14) erop. Let erop dat de afdekking nauwkeurig passend erop worden gezet. Draai de bevestigingschroef van de afdekking aan.

7.2.2 Brandstofffilter

Aanwijzing: Zet de zaag nooit in zonder het brandstofffilter. Na telkens 100 bedrijsuren moet het brandstofffilter gereinigd of bij beschadiging verwangen worden. Maak de brandstoffank hebmaal leeg, voordat u het filter verwangt.

  1. Neem de dop van de brandstoftank eraf.
  2. Buig een zachte draadrecht.
  3. Steek hem in de opening van de brandstoftank en haak de brandstofslang in. Trek de brandstofslang voorzichtig waar de opening, tot u hem met de vingers kutn vastpakken.

Aanwijzing: Trek de slang nicht hebelaal uit de tank.

  1. Til het filter uit de tank.
  2. Trek het filter met een draabeweging eraf en reinig het. Als het beschadigd is, dan verwerkt u het filter.
  3. Zet een/New of het gereinigde filter erin. Steek een uiteinde van het filter in de tankopening.Vergewis u ervan dat het filter in de onderste hoek van de tank zit.Schuif het filter met een lange schroevendraier op zijn juiste plaats.
  4. Vul de tank met vers brandstofmengsel. Zie hoofdstuk BRANDSTOF EN OLIE. Draai de

dop van de tank erop.

7.2.3 Bougie (fig. 15A-15C)

Aanwijzing: Opdat de zaagmotor goed blijft functioren, moet de bougie schoon zich en de juiste elektronenafstand (0,6 mm) bezitten. De bougie要去 om de 20 bedrijfsuren gereinigd resp. verwangen worden.

  1. Zet de Aan/Uit-schakelaar op "Stop (0)".
  2. Verwijder de afdekking van het luchtfilter (14) door de bevestigingschroef (A) van de afdekking eruit te draaien. De afdekking kan dan eraf worden genomen (fig. 15A).
  3. Verwijder het luchtfilter (15) (fig. 15B).
  4. Trek de ontstekingskabel (C) door trekken en gegelijkijdig te draaien van de bougie af (fig. 15C).
  5. Verwijder de bougie met een bougiesleutel.
  6. Reinig de bougie met een koperdraadborstel of zet een neue erin.

Aanwijzing: U mag zich geen instellingen uitvoeren aan de carburateur!

7.2.5 Geleiderail

  • Smeer de ster van de geleiderail om de 10 bedrijfsuren. Dit is vereist, opdat uw kettingzaag het optimale vermogen kan bereiken (fig. 16). Reinig de smeeropening,zet het vetkanon (niet meegeleverd) aan en pomp vet in het lager,tot het aan de buitenkant eruit worden gedrukt.
  • Reinig de groef waarin de ketting loopt, en de olie-inlaatopening regelmatig met een in de handel verkrijgbaar reinigingsgereedschap (fig. 17A). Dit is belangrijk om een optimale smering van geleiderail en kettingijdens het bedrijf te garanderen.
    Verwijder bramen en scherpe randen aan de geleiderail (2) door met een vlakke vijl voorzichtig te vrijen (fig. 17B).
  • Keer de geleiderail (2) om de 8 werkuren, opdat deze aan de boven- en onderkant gelifjkmatig verslijt.

NL

Oliedoorlaten

Oliedoorlaten op de rail要去en worden gereinigd om te garanderen dat de rail en de kettingijdens het bedrijf goed worden ingeolied.

Aanwijzing: De toestand van de oliedoorlaten kan gemakkelijk worden gecontroleerd. Als de doorlaten schoon zijn, dan spreit de ketting enkele seconden na starten van de zaag automatisch oliie weg. De zaag bezit een automatisch oliesystem.

De kettingzaag is uitgerust met een automatisch oliesysteme met tandwielaandrijving. Dit voedt de rail en de ketting automatisch met de juiste hoeveelheid olie. Zodra de motor wordt versneld, stroomt ook de olie sneller maar de railplaat. De kettingsmering werd in de fabriek optimaal ingesteld. Als instellenen achteraf vereist worden, breng de zaag dan maar de geauthoriseerde klantendienst. Aan de onderkant van de kettingzaag zit de instel schroef (A) voor de kettingsmering (fig. 21). Naar links draaien verhooegt de kettingsmering, maar rechts draaien verlaagt de kettingsmering.

Om de kettingsmering te controleren de kettingzaag met de ketting boven een vel papier houden en eenaar seconden vol gas geven. Op het papier kan de ingestelde hoeveelheid olie worden gecontroleerd.

Controleer regelmatig of de fettingsmering maar behoren functioneert. Test de fettingsmering vór de eerste snede, na Meermaals snijden en in elk geval na onderhoudswerkzaamheden.

Olién van de ketting

Vergewis u er altijd van dat het automatische oliesysteme goed functioneert. Zorg voor een altijd gesulde olietank.

Tijdens de zaagwerkzaamheden要去en de rail en de ketting altijd voldoende geolied zich, om wrijving met de geleiderail te verlagen.

De rail en de ketting mogen nooit zonder olie+zijn. Als u de zaag droog of met te weinig olie inzet, dan neemt het snijvermogen af, de levensduur van de zaagketting worden korter, de ketting worden snel bot en de rail verslijt zeer sterk op grond van oververhitting. Te weinig olie herkent men aan rookontwikkeling of verkleuring van de rail.

7.2.6 Onderhoud van de hetting

Scherpen van de ketting

Aanwijzing: Een scherpe ketting levert welgevormde spanen op. Wanneer de ketting zaagmeel genereert, dan moet hij worden gescherpt.

Om de ketting te scherpen zijn speciale gereedschappen vereist, die garanderen dat de messen in de juiste hoek en op de juiste diepte zich geschcript. Voor de onervaren gebruiker van kettingzagen bevelen wij aan om de zaagketting te lately scherpen door een vakman van de lokale klantendienst. Indien u denkt dat u zich uw eigen zaagketting kutn scherpen, koop dan de speciale gereedschappen aan bij de professionele klantendienst.

Ketting scherpen (fig. 18)

Scherp de ketting met veiligheidshandschoenen en een ronde vrij.

Scherp de punten alleen met waar buiten gerichte bewegingen (fig. 19) en neem de waarden in fig. 18 in acht.

Na het scherpen要去en de snij-elementen allemaal even breed en lang zich.

Na 3-4 maal scherpen van de snij-elementen moet u de hoogte van de dieptebegrenzers controeren en dezeevt. met een vlokke vrij inkorten, en dan de voorste hoek afronden (fig. 20).

De voorste randen vijt u rond.

7.3 Opslag en transport

Breng vór transport en opslag van de kettingzaag de kettingbescherming (4) aan.

Aanwijzing: Berg de kettingzaag nooit longer dan 30 dagen op zonder de volgende stappen te doorlopen.

Opbergen van de kettingzaag

Als u een kettingzaag langer dan 30 dagen opbergt, dan moet deze hiervoord worden voorbereid. Anders zou de rest van de brandstof die zich in de carburateur bevindt verdampen en een rubberachtig bezinksel achefterlaten. Dit zou de start kennun bemoeilijken en dure reparatiewerkzaamheden tot gevolg kennun hebben.

  1. Neem de dop van de brandstoffank langzaam eraf om eventuele druk in de tank af te lien. Maak de tank voorzichtig leeg.

NL

  1. Start de motor en LAST hem draaien tot de zaagstopt teneinde de brandstof uit de carburateur te verwijderen.
  2. Laat de motor afkoelen (ca. 5 minutes).
  3. Reinig de machine grondig.

Aanwijzing: Berg de zaag op een droge plaats op en zo ver möglichk verwijderd van eventuele ontstekingsbronnen, bijv. kachel, warmwaterboiler die op gas werkt, gasdroger enz.

Voer de inbedrijfstelling na opslag UIT zoals beschreiben in hoofdstuk „5. Vór inbedrijfstelling".

Transport

Activeer de hettingrem.
- Beveilig de hettingzaag gegen weglijden om verlies van brandstof, schade of verwondingen te vermijden.

7.4 Bestellen van wisselstukken:

Gelieve bij het bestellen van wisselstukken vol-gende gegevens te vermelden:

Type van het toestel
Artikelnummer van het toestel
- Ident-nummer van het toestel
Wisselstuknummer van het benodigd stuk Actuele prijzen en info vindt u terug onder www.isc-gmbh.info

8. Verwijdering en recyclage

Het toestel bevindt zich in een verpakking om transportschade te voorkomen. Deze verpakking is een grondstof en bijgevolg herbruikbaar of kan maar de grondstofkringloop worden terugveoerd. Het toestel en+zijn accessoires bestaan uit diverse materialien,zoals b.v.metaal en kunststof. Defecte toestellen horen nicht thuis in het huisvuil. Om zich van het toestel maar behorent te ontdoen dient het maar een geschikte verzamelplaats te worden gebracht. Als u geen verzamelplaats kent gelieve u dan bij de gemeente te informeren.

9. Foutopsporing

ProbleemMogelijk oorzaakVerhopen
De motor start nicht, of hij start maar loopt nicht verder.- Verkeerd startproces.- Te veel brandstof in de verbrandingsruimtde door misluktede startpo-gingen.- Verkeerd ingestelde carburateur.- Verroeste bougie.- Verstopt brandstofffilter.- Neem de instructies in deze hand-leiding in acht.- Wacht ca. 30 minuten tot de brand-stof in de verbrandingsruimte is verwlichtigd, voordat u de ketting-zaag opnieuw probeert te starten.- Laat de carburateur instellen door de geauthoriserde klantendienst.- Bougie reinigen/Elektrodenafstand instellen of verrangen.- Vervang het brandstofffilter.
De motor start, maar hij loopt nicht met vol vermogen.- Verkeerde hendelpositie aan de choke.- Vervuild luchtfilter.- Verkeerd ingestelde carburateur-menging.- Hendel in de correcte positie breden.- Filter verwijdersen, reinigen en opni-euw erin zetter.- Laat de carburateur instellen door de geauthoriserde klantendienst.
Motor draait onre-gelmatig- Fout ingestelde carburatormenge-ling.- Laat de carburator instellen door de geauthoriserde diest na verkoop.
Geen vermogen bij belastimg- Fout ingestelde bougie.- Bougie schoonmaken / afstellen of verrangen.
Motor draait onrus-tiger.- Fout ingestelde carburatormenge-ling.- Laat de carburator instellen door de geauthoriserde diest na verkoop.
Bovenmatig vlloor rook.- Verkeerde brandstofmengeling.- Gebruik de juiste brandstofmenge-ling (verhouding 40 tot 1)
Geen vermogen bij belasting- Ketting bot- Ketting zit los- Ketting scherpen of weitere ketting monteren- Ketting spannen
Motor slaat af- Benzine tank leeg.- Brandstofffilter in de tank fougetepositioneer- Benzinetank vullen.- Benzinetank hebmaal vullen of brandstofffilter in de benzinetank anders positioneren
Onvoldoende ket-tingsmering (zwaard en ketting worden heet).- Kettingolietank leeg.- Olie-inlaatboring verstocht.- Kettingolietank bijvullen.- Olie-inlaatboring reinigen/Groef van de geleiderail reinigen.

Nadruk of andere reproductie van documentatie en geleidepapieren van de producten, geheel of gedeelrijk, enkel toegestaan mits uitdrukkelijke toestemming van iSC GmbH.

Technische wijzigingen voorbehonden

NL

Service-informatie

Wij werken in alle landen die in het garantiebewijs zijn genoemd, samen met competente servicepartners, wier contactgegevens u kunt afleiden uit het garantiebewijs. Deze staan voor alle diensten zoals reparatie, het verschaffen van wisselstukken of slijtdelen of voor de aankoop van verbruiksmaterialien te uwer beschikking.

U moet er rekencing mee honden dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan een slijtag door gebruik of een natuurlijke slijtage, resp. dat de volgende delen nodig+zijn als verbruiksmaterialien.

CategorieVoorbeeld
Slijtstukken*Zwaard, bougie, luchtfilter, benzinefilter
Verbruiksmateriaal/verbruiksstukken*Zaagketting
Ontbrekende onderdelen
  • nicht verpflicht bij de leveringsomvang begrepen!

Bij gebreken of defecten verzoeken wij u om de fout te melden op het internet onder www.isc-gmbh.info. Gelieve te zorgen voor een nauwkeurige beschrijving van de bout en waar bij in elk geval de volgende vragen te beantwoorden:

  • Hoefft het toestel reeds eenmaal gewerkt of was het vanaf het begin defect?
    Is u iets opgevallen voordat het defect zich voordeed (symptom voór het defect)?
  • Welke foutieve werkwijze vertoont het toestel volgens u (hoofdsymptoom)?

Beschrijf deze foutrieve werkwijze.

NL

Garantiebewijs

Geachte klant,
onze producten worden onderworpen aan een strenge kwaliteitscontrole. Mocht dit apparaatECHTER ooit
niet waar behoren functioneren, spijt dit ons ten zeerste en vragen u zich te wenden tot once service-dienst onder het adres vermeld op dit garantiebewijs. Wij staan ook graag Telefonisch tot uw Dienst via
het vermelde servicetelefoonnummer. Voor eisen in verband met hetrecht garantie geldt het volgende:

  1. Deze garantievoorwaarden zijnuitsluitend gericht aan de gebruikers, d.w.z.natuurlijke personen die dit product nicht in het kader van hun ambachtelijke noch van een andere zichstandige activiteit wilnen gebruiken. Deze garantievoorwaarden regelen aanvullende garantieprestaties, die de hieronder genoemde fabrikant kopers van zijn neue apparaten toezegt in aanvulling tot de wettelijkke garantie. Uw wettelijkke garantieclaims blijven onaangetast door deze garantie. Onze garantieprestatie is voor u gratis.
  2. De garantieprestatie geldt uitsluitend voor gebreken aan een door u aangekocht nuew apparaat van de hieronder genoemde fabrikant die aantoonbaar berusten op een material- of productiefout, en is maar onsze keuze beperkt tot het verhelpen van zulke gebreken aan het apparaat of de verran-ging ervan.

Wij wijzen erop dat once apparaten overeenkomstig hun bestemming Niet ontworpen zichoor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Van een garantiecontract is derhalve geen spreke, als het apparaat binnen de garantieperiode in commerciele, ambachtelijke of industrielle bedrijven werden ingezet of aan een daarmee gewiek te stellen belasting werk blootgesteld.

  1. Van onsè garantie zichn uitgesloten:

  2. Schade aan het apparaat als gevolg van Niet-inachtneming van de montagehandleiding of op grond van ondeskundige installment, als gevolg van Niet-inachtneming van de gebruiksaanwijzing (zoals bijv. door aansluiting aan een verkeerde netspanning of stroomsoort) of Niet-inachtneming van de onderhouds- en veiligheidsvoorschriften, door blootstelling van het apparaat aan abnormale omgevingsvoorwaarden of door nalatig onderhoud en verzorging.

  3. Schade aan het apparaat als gevolg van misbruik of ondeskundige toepassingen (zoals bijv. overbelasting van het apparaat of de inzet van Niet toegelaten gereedschappen of toebehoren), binnendringen van vreemde voorwerpen in het apparaat (zoals bijv. zand, stenen of stof, transportschade), gebruik van geweld of als gevolg van externe invloeden (zoals bijv. schade door vallen).
  4. Schade aan het apparaat of aan delen van het apparaat die valt te herleiden tot slijtage als gevolg van gebruik, en als gevolg van normale of andere natururlijke slijtage.

  5. De garantieperiode bedraagt 24 maanden en gaat in op de datum van aankoop van het apparaat. Garantieclaims dienen voor het verloop van de garantieperiode binnen de twee weken na het vaststellen van het defect geldend te worden gemakt. Het indieren van garantieclaims na verloop van de garantieperiode is uitgesloten. De herstellung ofervanging van het apparaat leidt Niet tot een verlenging van de garantieperiode noch worden door deze prestatie een neue garantieperiode voor het apparaat of voor eventuele ingebouwde wisselstukken op gang gebracht. Dit geldt ook bij het ter plaatseuitvoeren van een serviceactiviteit.

  6. Gelieve om een garantieclaim in te dieren het defecte apparaat aan te melden onder: www.isc-gmbh.info. Houd het aankoopbewijs of een ander bewijs van uw aankoop van het/Newe apparaat bij de hand. Apparaten die zonder bijhorende bewijzen of zonder typeplaatje worden teruggestuurd, worden op grond van de ontbrekende mogelijkheid om het apparaat toe te kennen uitgesloten van de garantieprestatie. Valt het defect van het apparaat binnen once garantieprestatie, dan bezorgen wij u per omgaande een gerepareerd of zichew apparaat terug.

Uiteraard staan wij ook tot u diest om, mits betaling van de kosten, defecten van het apparaat te verhelpen die buiten de garantieomvang vallen. Te dien einde stuart u het apparaat aan ons serviceadres op.

Voor slijtstukken, verbruiksmaterialiaal en ontbrekende onderdelen worden verwezenaar de beperkingen van deze garantie conform de service-informatie van deze handeiding.

E

Índice de Contents

Inhoudsopgave Cliquez un titre pour y accéder
Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : EINHELL

Model : GC-PC2040I

Categorie : Kettingzaag