GC-PC2040I - Kettingzaag EINHELL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GC-PC2040I EINHELL in PDF-formaat.
| Producttype | Benzinekettingzaag |
| Merk | Einhell |
| Model | GC-PC2040I |
| Motorinhoud | 50,4 cm³ |
| Maximaal motorvermogen | 2 kW |
| Snijlengte | 39 cm |
| Lengte van het geleiderail | 40 cm (16 inch) |
| Kettingsteek | 3/8" (9,525 mm) |
| Kettingdikte | 1,27 mm (0,05") |
| Stationair toerental | 3000 ± 300 tpm |
| Maximale kettingsnelheid | 21 m/s |
| Inhoud brandstoftank | 540 cm³ |
| Inhoud olietank | 240 cm³ |
| Netto gewicht (zonder ketting en rail) | 5,75 kg |
| Geluidsdrukniveau (gebruiker) | 101,8 dB(A) |
| Gegarandeerd geluidsvermogen | 115 dB(A) |
| Trilling voorhandgreep | 7,21 m/s² (onzekerheid K 1,5 m/s²) |
| Trilling achterhandgreep | 6,53 m/s² (onzekerheid K 1,5 m/s²) |
| Antivibratiesysteem | Ja |
| Kettingrem | Ja, geïntegreerd |
| Bougietype | TORCH L7RTC |
| Elektrodenafstand | 0,6 mm |
| Brandstof | Loodvrije benzine gemengd met 2-takt olie (1:40) |
| Kettingtype | Kangxin ALP-50-57S of Oregon 91PX057X |
Veelgestelde vragen - GC-PC2040I EINHELL
Gebruikersvragen over GC-PC2040I EINHELL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Kettingzaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GC-PC2040I - EINHELL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GC-PC2040I van het merk EINHELL.
GEBRUIKSAANWIJZING GC-PC2040I EINHELL
- Veiligheidsaanwijzingen
- Beschrijving van het gereedschap en leveringsomvang
- Reglementair gebruik
- Technische gegevens
- Vóór inbedrijfstelling
- Bediening
- Reiniging, onderhoud, opbergen en bestellen van wisselstukken
- Verwijdering en recyclage
- Foutopsporing
NL
Gevaar!
Bij het gebruik van toestellen dienen enkele veiligheidsmaatregelen te worden nageleefd om lichamelijk gevaar en schade te voorkomen. Lees daarom deze handleiding / veiligheidsinstructies zorgvuldig door. Bewaar deze goed zodat u de informatie op elk moment kunt terugvinden. Mocht u dit toestel aan andere personen doorgeven, gelieve dan deze handleiding / veiligheidsinstructies mee te geven. Wij zijn niet aansprakelijk voor ongevallen of schade die te wijten zijn aan niet-naleving van deze handleiding en van de veiligheidsinstructies.
1. Veiligheidsaanwijzingen
De overeenkomstige veiligheidsinstructies vindt u in de bijgaande brochure.
Gevaar!
Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen. Nalatigheden bij de inachtneming van de veiligheidsinstructies en aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of zware letsels tot gevolg hebben. Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen voor de toekomst.
2. Beschrijving van het gereedschap en leveringsomvang
2.1 Beschrijving van het gereedschap (fig. 1-21)
- Motoreenheid
- Geleiderail
- Zaagketting
- Kettingbescherming
- Bougiesleutel
- Voorste handbescherming (kettingremhendel)
- Voorste handgreep
- Achterste handgreep
- Startergreep
- Aan/Uit-schakelaar
- Gashendel
- Vergrendeling gashendel
- Choke-hendel
- Luchtfilterafdekking
- Luchtfilter
- Bougie
- Klauwaanslag
- Kettingvanger
- 2x moeren bevestiging geleiderail
- Kettingspanschoef
- Brandstoftankdop
- Olietankdop
- Mengfles
- Schroevendraier
- Brandstofpomp (primer)
Veiligheidsfuncties (fig. 1a/1b)
3 ZAAGKETTING MET GERINGE TERUGSTOOT helpt u terugstoten of hun kracht met speciaal ontwikkelde veiligheidsinrichtingen op te vangen. 6 KETTINGREMHENDEL / HANDBESCHERMER beschermt de linkerhand van de bedieningspersoon tegen de draaiende zaagketting bij het loslaten van de voorste greep. KETTINGREM is een veiligheidsfunctie ter vermindering van letsel als gevolg van terugstoten; door deze rem wordt de roterende zaagketting binnen milliseconden stilgezet. Ze wordt geactiveerd door de KETTINGREMHENDEL. 10 STOPSCHAKELAAR stopt de motor onmiddellijk als hij wordt uitgeschakeld. De stopschakelaar dient op EIN (AAN) te worden gezet om de motor (opnieuw) te starten. 12 VEILIGHEIDSLOSSER voorkomt een toevallige verhoging van de motortoeren. De gashendel kan alleen worden ingedrukt als de veiligheidslosser ingedrukt is. 18 KETTINGVANGELEMENT reduceert het letselgevaar wanneer de zaagketting bij draaiende motor scheurt of ontglijdt. Het kettingvangelement dient om een om zich heen slaande ketting op te vangen.
Aanwijzing! Maak u vertrouwd met de zaag en haar onderdelen.
2.2 Leveringsomvang
Gelieve de volledigheid van het artikel te controleren aan de hand van de beschreven omvang van de levering. Indien er onderdelen ontbreken, gelieve u dan binnen 5 werkdagen na aankoop van het artikel te wenden tot ons servicecenter of tot het verkooppunt waar u het apparaat heeft gekocht, en leg een geldig bewijs van aankoop voor. Gelieve ook de garantietabel in de service-informatie aan het einde van de handleiding in acht te nemen.
- Open de verpakking en neem het toestel voorzichtig uit de verpakking. Verwijder het verpakkingsmateriaal alsmede verpakkings-/transportbeveiligingen (indien aanwezig).
- Controleer of de leveringsomvang compleet is.
is.
- Controleer het toestel en de accessoires op transportschade.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot het verloop van de garantieperiode.
Gevaar!
Het toestel en het verpakkingsmateriaal zijn geen speelgoed voor kinderen! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine stukken spelen! Er bestaat inslik- en verstikkingsgevaar!
Originele handleiding Veiligheidsinstructies
Het apparaat dient doelmatig uitsluitend voor het zagen van hout. Het vellen van bomen mag uitsluitend gebeuren met adequate opleiding. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade als gevolg van niet-doelmatig gebruik of verkeerde bediening.
De machine mag slechts voor werkzaamheden worden gebruikt waarvoor ze bedoeld is. Elk ander verder gaand gebruik is niet reglementair. Voor schade of verwondingen van welke aard dan ook die daaruit voortvloeien, is de gebruiker/bediener, niet de fabrikant, aansprakelijk.
Wij wijzen erop dat onze gereedschappen overeenkomstig hun bestemming niet geconstrueerd zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Wij geven geen garantie indien het gereedschap in ambachtelijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten worden gebruikt.
Voorzichtig! Restrisico's
Er blijven altijd restrisico's bestaan, ook al wordt dit apparaat volgens de voorschriften bediend. De volgende gevaren kunnen zich voordoen in verband met de bouwwijze en uitvoering van het apparaat:
- Snijverwondingen bij contact met de onbeschermde respectievelijk roterende zaagketting.
- Snijverwondingen bij terugslag of andere ongewilde bewegingen van de geleiderail.
- Verwondingen door weggeslingerde delen van de zaagketting.
- Verwondingen door weggeslingerde delen van het snijmateriaal.
- Beschadiging van het gehoor, indien geen voorgeschreven gehoorbescherming wordt gedragen.
- Ademproblemen door inademen van schadelijke gassen en huidletsel door contact met benzine.
Cilinderinhoud van de motor 50,4 cm3
Maximaal motorvermogen 2 kW
Snijlengte 39 cm
Lengte geleiderail 16" (40 cm)
Maximaal toerental met
snijgereedschap 11500 min
Kettingsnelheid max. 21 m/s
Tankinhoud 540 cm3
Olietankinhoud 240 cm3
Anti-trilfunctie .
Tanding kettingwiel .7 tandem x 9,525 mm
Nettogewicht zonder ketting
en geleiderail 5,75 kg
op de planta van de bediener 101,8 dB(A)
Onzekerheid KPA 2,5 dB(A)
Geluidsdrukniveau LWA gemeten
(ISO 22868) 111,5 dB(A)
Geluidsdrukniveau Lwgegarandeerd
(ISO 2000/14/EC) 115 dB(A)
Trilling ahv (voorste handgreep)
(ISO 22867) max. 7,21m / s2
Onzekerheid K hy 1,5 m/s 2
Trilling ahv (achterste handgreep)
(ISO 22867) max. 6,53m / s2
Onzekerheid K hy 1,5 m/s 2
Bougie TORCH L7RTC
Elektrodenafstand 0,6 mm
Type ketting: Kangxin ALP-50-57S
Oregon 91PX057X
Type zwaard: Kangxin AP16-57-507P
Oregon 160SDEA041
NL
Beperk de geluidsontwikkeling en vibratie tot een minimum!
- Gebruik enkel intacte toestellen.
- Onderhoud en reinig het toestel regelmatig.
- Pas uw manier van werken aan het toestel aan. Overbelast het toestel niet. Laat het toestel indien nodig nazien. Schakel het toestel uit als het niet wordt gebruikt. Draag handschoenen.
5. Vóór inbedrijfstelling
Gevaar: Start de motor pas als de zaag volledig is gemonteerd.
Voorzichtig: Draag bij de omgang met de ketting altijd veiligheidshandschoenen.
5.1 Geleiderail en zaagketting monteren (fig. 2A-2G)
- Kettingrem ontgrendelen, daartoe voorste handbescherming (6) in de richting van de voorste handgreep (7) drukken (fig. 2A).
- Verwijder de afdekking van de geleiderail (A) door de beide moeren (19) (fig. 2B) los te draaien.
- Leg de geleiderail (2) in de houder aan de kettingzaag (fig. 2C).
- Leg de ketting (3) om het aandrijfwiel (C) (fig. 2E). Let op de draairichting van de ketting (3). De snijschakels (B) moeten in de richting wijzen zoals in fig. 2D maar omgekeerd.
- Leg de ketting om de geleiderail (fig. 2E).
- De aandrijfschakels van de ketting (3) moeten volledig in de rondlopende groef (D), en tussen de tanden van het aandrijfwiel (C) glijden (fig. 2E).
- Draai de fettingspanschroef (20) tegen de klok in, tot de bout (E) zich aan het einde van zijn schuiftraject bevindt (fig. 1B/2F).
- Monteer de railafdekking (A).
Aanwijzing! De bout (E) van de kettingspaninrichting moet vastklikken in de boring (G) van de geleiderail (fig. 2G).
Schuif de geleiderail (2) naar voor en terug terwijl u de railafdekking (A) aanbrengt. Draai de moeren (19) handvast aan.
5.2 Kettingspanning instellen (3A/3B)
Voer het instellen van de kettingspanning alleen uit bij uitgeschakelde motor.
- Druk de punt van de geleiderail (2) naar boven en stel de kettingspanning in met behulp van de kettingspanschroef (20) (fig. 3A). Een optimale kettingspanning is bereikt, als de ketting (3) aan de onderkant, in het midden van de geleiderail (2) aanligt zoals in fig. 3B (B).
- Blijf een lichte druk uitoefenen op de punt van de rail en draai de beide moeren (19) vast.
- Voer een functiecontrole uit. Trek de ketting (3) met de hand 1x om de geleiderail (2). Als de ketting (3) maar moeilijk om de geleiderail (2) kan worden gedraaid of blokkeert, dan is hij te strak gespannen.
Als dat het geval is, voer dan de volgende kleine instelling UIT:
- Draai de beide moeren (19) los en draai deze weer handvast aan.
- Verlaag de kettingspanning door de kettingspanschroef (20) tegen de klok in te draaien. Stel de spanning in in kleine stappen en trek de ketting (3) steeds weer op de geleiderail (2) naar voor en terug om te controleren of de ketting (3) soepel kan worden bewogen, maar toch nog nauw aansluit. Aanwijzing: als de ketting (3) te los zit, dan draait u de kettingspanschroef (20) met de klok mee.
- Als de kettingspanning optimaal is ingesteld, dan oefent u een lichte druk uit op de punt van de rail en draait u de beide moeren (19) vast.
Een nieuwe zaagketting rekt uit, daarom is het belangrijk om de ketting bij de eerste inbedrijfstelling in korte tijdsintervallen (ca. 5 seconden) bij te stellen. Deze tijdsintervallen worden langer bij toenemende bedrijfsduur.
Aanwijzing: Indien de zaagketting (3) TE LOS of TE STRAK zit, dan verslijten aandrijfwiel, geleiderail en het krukaslager sneller. Fig. 3B informeert over de juiste spanning A (koude toestand) en spanning B (warme toestand). C toont een te losse ketting.
5.3 Brandstof en olie
Brandstof
Gebruik voor optimale resultaten normale, loodvrije brandstof gemengd met speciale 2-takt olie.
NL
Brandstofmengsel
Meng de brandstof met 2-takt olie in een geschikt reservoir. Schud het reservoir om alles goed te mengen.
Aanwijzing: Gebruik voor deze zaag nooit zuivere benzine. De motor wordt hierdoor beschadigd en u verliest het recht op garantie voor dit product. Gebruik geen brandstofmengsel dat langer dan 90 dagen is bewaard.
Aanwijzing: Er moet speciale 2-takt olie voor luchtgekoelde 2-takt motoren met een mengverhouding van 1:40 worden gebruikt. Gebruik geen 2-takt olie met een mengverhouding van 1:100. Onvoldoende smering beschadigt de motor en u verliest in dit geval het recht op garantie voor de motor.
Aanbevolen brandstoffen
Sommige conventionele benzines zijn gemengd met bijmengingen zoals alcohol- of etherverbindingen, om te voldoen aan normen voor zuivere uitlaatgassen. De motor loopt naar tevredenheid met alle soorten benzine met het oog op de aandrijving, ook met zuurstof verrijkte benzines. Gebruik liefst loodvrije normale benzine.
Olie voor ketting en geleiderail
Elke keer als de brandstoftank met benzine wordt gevuld, moet ook de kettingolietank worden bijgevuld. Het wordt aanbevolen om in de handel verkrijgbare kettingolie te gebruiken.
Motorolie en benzine Zaagketting Menging 1:40 Alleen olie
Aanbevolen brandstoffen
Controles vóór het starten van de motor
Gevaar: Start of bedien de zaag nooit, als de ketting en de rail niet juist zijn gemonteerd.
- Vul de brandstoftank (21) met het juiste brandstofmengsel (fig. 4).
- Vul de olietank (22) met kettingolie (fig. 4).
Na het vullen van ketting- en olietank de tankdop met de hand vastdraaien. Gebruik hiervoor geen gereedschap.
6. Bediening
Controleer het apparaat vóór gebruik op eventuele schade en gebruik het niet indien u schade vaststelt. Het apparaat mag alleen met geactiveerde kettingrem worden gestart. De kettingrem is geactiveerd, als de remhendel (6) maar voor is gedrukt.
Verklaring van de werkwijze, die - Controleren van de kettingrem - Statische controle.
6.1 Kettingrem
De kettingzaag is voorzien van een kettingrem, die verwondingsgevaar op grond van het gevaar van een terugslag vermindert. De rem wordt geactiveerd als er druk wordt uitgeoefend op de handbescherming (6). Bijv. als bij een terugslag de hand van de bediener op de handbescherming (6) slaat. Bij activering van de rem stopt de ketting (3) abrupt.
Waarschuwing: De kettingrem is weliswaar bedoeld om het verwondingsgevaar als gevolg van een terugslag te verminderen, maar hij kan geen adequate bescherming bieden als met de zaag achteloos wordt gewerkt. Controleer regelmatig of de kettingrem naar behoren functioneert. Test de kettingrem voor de eerste snede, na meermaals snijden, na onderhoudswerkzaamheden en als de kettingzaag aan sterke stoten is blootgesteld of gevallen is.
6.1.1 Controleren van de kettingrem (afb. 5A/5B/6)
Statische controle (bij afgezette motor)
Kettingrem gedeactiveerd (ketting (3) vrij verschuifbaar)
- Trek de voorste handbescherming (6) in de richting van de voorste handgreep (7). De voorste handbescherming (6) moet hoorbaar vastklikken (fig. 5A).
- De ketting (3) moet op de geleiderail (2) kunnen worden verschoven.
Kettingrem geactiveerd (ketting (3) geblokkeerd)
- Druk de voorste handbescherming (6) in de richting van de geleiderail (2). De voorste handbescherming (6) moet hoorbaar vastklikken (fig. 5B).
- De ketting (3) mag op de geleiderail (2) niet worden verschoven.
Aanwijzing: De voorste handbescherming (6) moet in beide posities vastklikken. Gebruik de zaag niet als u een sterke weerstand voelt, of als de voorste handbescherming (6) niet vastklikt. Breng hem voor reparatie aan de geautoriseerde klantendienst.
Dynamische controle (motor wordt gestart)
- Zet de zaag op een hard, effen vlak.
- Met de linker hand houdt u de voorste handgreep (7) vast.
- Start de kettingzaag volgens de startinstructie (zie 6.2 resp. 6.3).
- Deactiveer de kettingrem (trek de voorste handbescherming (6) in de richting van de voorste handgreep (7)) (fig. 5A).
- Grijp de achterste greep (8) vast met de rechter hand.
- Geef na een korte opwarmfase vol gas. Druk met de rug van de linker hand de voorste handbescherming (6) in de richting van de geleiderail (2). Daardoor wordt de kettingrem geactiveerd (fig. 6).
Gevaar: Activeer de kettingrem langzaam en met overleg. Houd de zaag met beide handen vast en let op een goede grip. De zaag mag geen voorwerpen raken.
- De ketting (3) moet abrupt stoppen. Laat meteen de gashendel (11) los als de ketting (3) stil staat.
Gevaar: Als de ketting (3) niet stopt, dan schakelt u de motor uit en brengt u de zaag voor reparatie naar de geautoriseerde klantendienst.
6.1.2 Controleren van de koppeling
Voer regelmatige functiecontroles van de koppeling uit. Controleer de koppeling voor de eerste snede, na meermaals snijden, na onderhoudswerkzaamheden en als de kettingzaag aan sterke stoten is blootgesteld of gevallen is.
- Start de kettingzaag volgens de startinstructie (zie 6.2 resp. 6.3).
- Activeer kort de gashendel (11) en laat hem
weer los, om te garanderen dat de vergrendeling van de smoorklep werk ontspannen en de motor stationair draait. 3. De ketting (3) moet in onbelast bedrijf stoppen. De koppeling is zo ontworpen, dat bij het verhogen van het stationaire toerental met het 1,25-voudige geen beweging van de ketting mag worden vastgesteld.
Gevaar: Als de ketting (3) niet stopt, dan schakelt u de motor uit en brengt u de zaag voor reparatie naar de geautoriseerde klantendienst.
Gevaar: Activeer altijd de kettingrem (6), voordat u de motor start.
6.2 Starten bij koude motor (7A-7D)
Giet in de tank een behoorlijke hoeveelheid benzine-/oliemengsel (zie punt 5.3).
- Apparaat op een hard, effen vlak zetten.
- Aan/Uit-schakelaar (10) op "I" zetten (fig. 7A).
- Brandstofpomp (primer) (fig. 6, pos. 25) 10x indrukken.
- Choke-hendel (13) uittrekken (fig. 7B).
Aanwijzing: Door de choke-hendel (13) te activeren wordt ook de smoorklep iets geopend en in deze stand vergrendeld. Dit heeft een verhoging van het stationaire toerental tot gevolg, en de zaag start sneller.
- Het apparaat goed vasthouden en de startergreep (9) tot de eerste weerstand uittrekken. Nu de startergreep (9) 3x snel aantrekken (fig. 7C/7D).
- Choke-hendel (13) indrukken.
- Het apparaat goed vasthouden en de startergreep (9) tot de eerste weerstand uittrekken. Nu de startergreep (9) meermaals snel aantrekken, tot de motor start (fig. 7D).
Aanwijzing: De startergreep (9) niet laten terugspringen. Dit kan tot beschadigingen leiden. Als de motor is gestart, het apparaat ca. 10 sec. warm laten lopen.
Waarschuwing: Op grond van de iets geopende smoorklep begint het snijgereedschap bij gestarte motor te werken. Bedien kort de gashendel (11). De vergrendeling van de smoorklep wordt ontspannen en de motor keert terug in het onbelast bedrijf (fig. 7C). 8. Mocht de motor niet na 8 rukken aan de startergreep aanslaan, dan herhaalt u de
stappen 1-7.
Opgelet: Slaat de motor ook na meerdere pogingen niet aan, gelieve dan het hoofdstuk "Foutenverhelpen aan de motor" te raadplegen. Opgelet: Trek het koord van de startergreep altijd recht eruit. Als het in een hoek wordt uitgetrokken, dan ontstaat er wrijving aan het oog. Door deze wrijving wordt het koord doorgeschuurd en verslijt het sneller. Houd steeds de startergreep vast, als het koord weer vanzelf naar binnen wordt getrokken. Laat de startergreep nooit terugspringen vanuit de uitgetrokken toestand.
6.3 Starten bij warme motor (fig. 7A-7D)
(Het apparaat stond gedurende minder dan 15-20 min stil.)
- Het apparaat op een hard, effen vlak zetten.
- Aan/Uit-schakelaar (10) op "I" zetten (fig. 7A).
- Het apparaat goed vasthouden en de startergreep (9) tot de eerste weerstand uittrekken. Nu de startergreep (9) meermaals snel aantrekken, tot de motor start. Het apparaat moet na 1-2 keer doorhalen starten. Mocht de machine na 6 keer doorhalen nog altijd niet starten, dan herhaalt u de stappen 1-7 onder 6.2 (fig. 7D).
6.4 Stoppen van de motor
- Laat de gashendel los en wacht tot de motor stopt.
- Schuif de STOP-schakelaar omlaag om de motor te stoppen.
Aanwijzing: Om de motor in geval van nood te stoppen, activeert u de kettingrem en brengt u de AAN/UIT-schakelaar naar de stand "Stop (0)".
6.5 Algemene instructies voor het snijden
Gevaar! Het vellen van een boom zonder opleiding is niet toegestaan!
Vellen
Vellen betekent het afzagen van een boom. Kleine bomen met een diameter van 15 tot 18 cm zaagt men normaal met één snede af. Bij grotere bomen moeten kerfsneden worden aangebracht. Kerfsneden bepalen de richting waarin de boom gaat vallen. - Voordat u begint te snijden dient u een pad (A) te plannen en vrij te maken om zich terug te kunnen trekken. Het terugtrekpad moet naar achteren en diagonaal ten opzichte van de achterzijde van de te verwachten valrichting verlopen, zoals voorgesteld in fig. 8.
Bij het vellen van een boom op een helling moet de bedieningspersoon van de kettingzaag op de opstijgende kant van de helling gaan staan, omdat de boom na het vellen hoogstwaarschijnlijk de helling af zal rollen of glijden. - De valrichting (B) wordt door de kerfsnede bepaald. Voordat u begint te snijden dient u rekening te houden met de plaats van grotere takken en met de natuurlijke schuinte van de boom om het neerkomen van de boom te schatten (fig. 8). - Vel geen boom als er een harde wind of wind uit wisselende richtingen waait of als er gevaar voor schade aan eigendom bestaat. Raadpleeg een specialist voor het vellen van bomen. Vel geen boom als die op leidingen terecht zou kunnen komen en verwittig de overheid die voor deze leiding bevoegd is voordat u de boom velt.
Algemene richtlijnen voor het vellen van bomen (fig. 9)
Normaal worden bij het vellen 2 hoofdsneden toegepast: inkeping (C) en velsnede (D).
- Begin met de bovenste kerfsnede (C) aan de overkant van de valzijde van de boom (E). Let erop dat u bij de onderste snede niet te diep in de boomstam snijdt. De inkeping (C) mag niet te diep zijn, zodat een verankeringspunt (F) van voldoende breedte en dikte gewaarborgd is. De inkeping moet breed genoeg zijn om het neerkomen van de boom zo lang mogelijk te controleren. Ga nooit voor een boom staan die ingekeegd is. Breng de velsnede (D) aan de andere kant van de boom aan, ca. 3-5 cm boven de onderkant van de inkeping (C). Zaag de boomstam nooit helemaal door. Er moet altijd een verankeringspunt blijven staan. Het verankeringspunt houdt de boom op zijn plaats. Als de boom helemaal wordt doorgezaagd kunt u de valrichting niet meer controleren. Steek een wig of een velhefboom in de snede nog voordat de boom onstabiel wordt en begint te bewegen. Op die manier kan de geleiderail niet in de velsnede worden vastgeklemd als u de valrichting verkeerd heeft geschat. Verbiedt toeschouwers de toegang tot het gebied waar de boom gaat neerkomen voordat u hem omverduwt.
- Voordat u de definitieve snede uitvoert, dient u er zich van te vergewissen dat geen toeschouwers, dieren of hindernissen aanwezig zijn op de plaats waar de boom neerkomt.
Velsnede
Voorkom het vastklemmen van de geleiderail of de ketting (B) in de snede door middel van houten of plastic wiggen (A). Wiggen controleren eveneens het vellen (fig. 10). Is de diameter van het te snijden hout groter dan de lengte van de geleiderail, maak dan twee sneden zoals getoond in de figuur (fig. 11). - Als de velsnede het verankeringspunt nadert, begint de boom te vallen. Zodra de boom begint neer te komen, trekt u de zaag uit de snede, stopt u de motor, legt u de kettingzaag neer en verlaat u de plaats via het terugtrekpad (fig. 8).
Verwijderen van takken
- Takken worden van de gevelde boom verwijderd. Verwijder de steuntakken (A) pas als de stam op lengte is gesneden (fig. 12). Takken waarop spanning staat dienen van beneden naar boven te worden gesneden zodat de kettingzaag niet kan worden vastgeklemd.
- Snij nooit takken van de boom terwijl u op de boomstam staat.
Op lengte snijden
- Snij een gevelde boomstam op de juiste lengte. Let erop dat u veilig staat en ga aan de bovenkant van de stam staan als u op een helling zaagt. De stam moet indien mogelijk ondersteund zijn zodat het af te snijden einde niet op de grond ligt. Als de beide einden van de stam ondersteund zijn en u in het midden wilt snijden, maak dan een halve snede van boven door de stam en vervolgens de snede van beneden naar boven. Daardoor voorkomt u het vastklemmen van de geleiderail en de ketting in de stam. Let er goed op dat de ketting bij het op maat snijden niet de grond in snijdt, want daardoor wordt de ketting snel bot. Ga bij het op maat snijden altijd aan de bovenkant van de helling staan.
- Stam over de totale lengte ondersteund: snij van boven en let er goed op niet de grond in te snijden (fig. 13A).
- Stam aan slechts één uiteinde ondersteund: snij eerst 1/3 van de stamdiameter van beneden naar boven om het afbreken te voorkomen. Snij dan van boven naar de eerste snede toe om het vastklemmen te vermijden (fig. 13B).
- Stam aan de beide uiteinden ondersteund: snij eerst 1/3 van de stamdiameter van boven naar beneden om het afbreken te
voorkomen. Snij dan van beneden naar de eerste snede toe om het vastklemmen te vermijden (fig. 13C). - Om een boomstam op lengte te snijden gebruikt u best een zaagbok. Is dit niet mogelijk, dan is het aan te raden de stam op te tillen of te ondersteunen m.b.v. stronken van takken of via steunblokken. Zorg ervoor dat de te snijden stam veilig is ondersteund.
Op lengte snijden op een zaagbok (fig. 14)
Voor uw veiligheid en om het zaagwerk te vergemakkelijken is de juiste positie vereist om de stam recht maar beneden op lengte te snijden.
A. Hou de zaag met beide handen vast en leid hem tijdens het snijden rechts aan uw lichaam voorbij. B. Hou de linkerarm zo recht mogelijk. C. Verdeel uw gewicht over beide voeten. Voorzichtig: Tijdens het zagen dient u er steeds op te letten dat de zaagketting en de geleiderail voldoende geolied zijn.
7. Reiniging, onderhoud, opbergen en bestellen van wisselstukken
Trek vóór alle reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de bougiestekker UIT.
7.1 Reiniging
- Hou de veiligheidsinrichtingen, de ventilatiespleten en het motorhuis zo veel mogelijk vrij van stof en vuil. Wrijf het toestel met een schone doek af of blaas het met perslucht bij lage druk schoon.
- Het is aan te bevelen het toestel direct na elk gebruik te reinigen. Reinig het toestel regelmatig met een vochtige doek en wat zachte zeep. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen; die zouden de kunststoffcomponenten van het toestel kunnen aantasten. Let er goed op dat geen water in het toestel terechtkomt.
7.2 Onderhoud
Waarschuwing: Alle onderhoudswerkzaamheden, met uitzondering van de in deze handleiding opgesomde punten, mogen alleen worden uitgevoerd door de geautoriseerde klantendienst.
7.2.1 Luchtfilter
Aanwijzing: Gebruik de zaag nooit zonder het luchtfilter. Stof en vuil worden anders in de motor getrokken en beschadigen deze. Houd het luchtfilter schoon! Het luchtfilter moet om de 20 bedrijfsuren gereinigd resp. vervangen worden.
Reiniging van het luchtfilter (fig. 15A-15C)
- Verwijder de bovenste afdekking van het luchtfilter (14) door de bevestigingsschroef (A) van de afdekking eruit te draaien. De afdekking kan dan eraf worden genomen (fig. 15A).
- Til het luchtfilter (15) eruit (fig. 15B).
- Reinig het luchtfilter. Was het filter in schoon, warm zeepwater. Laat het volledig droog worden aan de lucht.
Aanwijzing: Het valt aan te raden om reservefilters in voorraad te houden.
- Zet het luchtfilter erin. Zet de afdekking van het luchtfilter (14) erop. Let erop dat de afdekking nauwkeurig passend erop wordt gezet. Draai de bevestigingsschroef van de afdekking aan.
7.2.2 Brandstoffilter
Aanwijzing: Zet de zaag nooit in zonder het brandstoffilter. Na telkens 100 bedrijfsuren moet het brandstoffilter gereinigd of bij beschadiging vervangen worden. Maak de brandstoftank helemaal leeg, voordat u het filter vervangt.
- Neem de dop van de brandstoftank eraf.
- Buig een zachte draad recht.
- Steek hem in de opening van de brandstoftank en haak de brandstofslang in. Trek de brandstofslang voorzichtig naar de opening, tot u hem met de vingers kunt vastpakken.
Aanwijzing: Trek de slang niet helemaal uit de tank.
- Til het filter uit de tank.
- Trek het filter met een draaibeweging eraf en reinig het. Als het beschadigd is, dan vervangt u het filter.
- Zet een nieuw of het gereinigde filter erin. Steek een uiteinde van het filter in de tankopening. Vergewis u ervan dat het filter in de onderste hoek van de tank zit. Schuif het filter met een lange schroevendraaier op zijn juiste plaats.
- Vul de tank met vers brandstofmengsel. Zie hoofdstuk BRANDSTOF EN OLIE. Draai de
dop van de tank erop.
7.2.3 Bougie (fig. 15A-15C)
Aanwijzing: Opdat de zaagmotor goed blijft functioneren, moet de bougie schoon zijn en de juiste elektrodenafstand (0,6 mm) hebben. De bougie moet om de 20 bedrijfsuren gereinigd respectievelijk vervangen worden.
- Zet de Aan/Uit-schakelaar op "Stop (0)".
- Verwijder de afdekking van het luchtfilter (14) door de bevestigingsschroef (A) van de afdekking eruit te draaien. De afdekking kan dan eraf worden genomen (fig. 15A).
- Verwijder het luchtfilter (15) (fig. 15B).
- Trek de ontstekingskabel (C) door te trekken en gelijktijdig te draaien van de bougie af (fig. 15C).
- Verwijder de bougie met een bougiesleutel.
- Reinig de bougie met een koperdraadborstel of zet een nieuwe erin.
Aanwijzing: U mag geen instellingen uitvoeren aan de carburateur!
7.2.5 Geleiderail
- Smeer de ster van de geleiderail om de 10 bedrijfsuren. Dit is vereist, opdat uw kettingzaag het optimale vermogen kan bereiken (fig. 16). Reinig de smeeropening, zet het vetkanon (niet meegeleverd) aan en pomp vet in het lager, tot het aan de buitenkant eruit wordt gedrukt.
- Reinig de groef waarin de ketting loopt, en de olie-inlaatopening regelmatig met een in de handel verkrijgbaar reinigingsgereedschap (fig. 17A). Dit is belangrijk om een optimale smering van geleiderail en ketting tijdens het bedrijf te garanderen. Verwijder bramen en scherpe randen aan de geleiderail (2) door met een vlakke vijl voorzichtig te vijlen (fig. 17B).
- Keer de geleiderail (2) om de 8 werkuren, opdat deze aan de boven- en onderkant gelijkmatig verslijt.
NL
Oliedoorlaten
Oliedoorlaten op de rail moeten worden gereinigd om te garanderen dat de rail en de ketting tijdens het bedrijf goed worden ingeolied.
Aanwijzing: De toestand van de oliedoorlaten kan gemakkelijk worden gecontroleerd. Als de doorlaten schoon zijn, dan spreidt de ketting enkele seconden na het starten van de zaag automatisch olie weg. De zaag bezit een automatisch oliesysteem.
De kettingzaag is uitgerust met een automatisch oliesysteem met tandwielaandrijving. Dit voedt de rail en de ketting automatisch met de juiste hoeveelheid olie. Zodra de motor wordt versneld, stroomt ook de olie sneller naar de railplaat. De kettingsmering werd in de fabriek optimaal ingesteld. Als instellingen achteraf vereist zijn, breng de zaag dan naar de geautoriseerde klantendienst. Aan de onderkant van de kettingzaag zit de instelschroef (A) voor de kettingsmering (fig. 21). Naar links draaien verhoogt de kettingsmering, maar naar rechts draaien verlaagt de kettingsmering.
Om de kettingsmering te controleren de kettingzaag met de ketting boven een vel papier houden en enkele seconden vol gas geven. Op het papier kan de ingestelde hoeveelheid olie worden gecontroleerd.
Controleer regelmatig of de kettingsmering naar behoren functioneert. Test de kettingsmering vóór de eerste snede, na meermaals snijden en in elk geval na onderhoudswerkzaamheden.
Oliën van de ketting
Vergewis u er altijd van dat het automatische oliesysteem goed functioneert. Zorg voor een altijd gevulde olietank.
Tijdens de zaagwerkzaamheden moeten de rail en de ketting altijd voldoende geolied zijn, om wrijving met de geleiderail te verlagen.
De rail en de ketting mogen nooit zonder olie zijn. Als u de zaag droog of met te weinig olie inzet, dan neemt het snijvermogen af, de levensduur van de zaagketting wordt korter, de ketting wordt snel bot en de rail verslijt zeer sterk op grond van oververhitting. Te weinig olie herkent men aan rookontwikkeling of verkleuring van de rail.
7.2.6 Onderhoud van de ketting
Scherpen van de ketting
Aanwijzing: Een scherpe ketting levert welgevormde spanen op. Wanneer de ketting zaagmeel genereert, dan moet hij worden gescherpt.
Om de ketting te scherpen zijn speciale gereedschappen vereist, die garanderen dat de messen in de juiste hoek en op de juiste diepte worden gescherpt. Voor de onervaren gebruiker van kettingzagen bevelen wij aan om de zaagketting te laten scherpen door een vakman van de lokale klantendienst. Indien u denkt dat u zelf uw zaagketting kunt scherpen, koop dan de speciale gereedschappen aan bij de professionele klantendienst.
Ketting scherpen (fig. 18)
Scherp de ketting met veiligheidshandschoenen en een ronde vijl.
Scherp de punten alleen met naar buiten gerichte bewegingen (fig. 19) en neem de waarden in fig. 18 in acht.
Na het scherpen moeten de snij-elementen allemaal even breed en lang zijn.
Na 3-4 maal scherpen van de snij-elementen moet u de hoogte van de dieptebegrenzers controleren en deze eventueel met een vlakke vijl inkorten, en dan de voorste hoek afronden (fig. 20).
De voorste randen vijlt u rond.
7.3 Opslag en transport
Breng vóór transport en opslag van de kettingzaag de kettingbescherming (4) aan.
Aanwijzing: Berg de kettingzaag nooit langer dan 30 dagen op zonder de volgende stappen te doorlopen.
Opbergen van de kettingzaag
Als u een kettingzaag langer dan 30 dagen opbergt, dan moet deze hiervoor worden voorbereid. Anders zou de rest van de brandstof die zich in de carburateur bevindt verdampen en een rubberachtig bezinksel achterlaten. Dit zou de start kunnen bemoeilijken en dure reparatiewerkzaamheden tot gevolg kunnen hebben.
- Neem de dop van de brandstoftank langzaam eraf om eventuele druk in de tank af te laten. Maak de tank voorzichtig leeg.
- Start de motor en laat hem draaien tot de zaag stopt teneinde de brandstof uit de carburateur te verwijderen.
- Laat de motor afkoelen (ca. 5 minuten).
- Reinig de machine grondig.
Aanwijzing: Berg de zaag op een droge plaats op en zo ver mogelijk verwijderd van eventuele ontstekingsbronnen, bijv. kachel, warmwaterboiler die op gas werkt, gasdroger enz.
Voer de inbedrijfstelling na opslag UIT zoals beschreven in hoofdstuk „5. Vóór inbedrijfstelling".
Transport
Activeer de kettingrem. - Beveilig de kettingzaag tegen wegglijden om verlies van brandstof, schade of verwondingen te vermijden.
7.4 Bestellen van wisselstukken:
Gelieve bij het bestellen van wisselstukken volgende gegevens te vermelden:
Type van het toestel, artikelnummer van het toestel, ident-nummer van het toestel, wisselstuknummer van het benodigd stuk. Actuele prijzen en info vindt u terug onder www.isc-gmbh.info
8. Verwijdering en recyclage
Het toestel bevindt zich in een verpakking om transportschade te voorkomen. Deze verpakking is een grondstof en bijgevolg herbruikbaar of kan maar de grondstofkringloop worden teruggevoerd. Het toestel en zijn accessoires bestaan uit diverse materialen, zoals b.v. metaal en kunststof. Defecte toestellen horen niet thuis in het huisvuil. Om zich van het toestel maar behorend te ontdoen dient het maar een geschikte verzamelplaats te worden gebracht. Als u geen verzamelplaats kent, gelieve u dan bij de gemeente te informeren.
9. Foutopsporing
| Probleem | Mogelijk oorzaak | Verhopen |
| De motor start nicht, of hij start maar loopt nicht verder. | - Verkeerd startproces.- Te veel brandstof in de verbrandingsruimtde door misluktede startpo-gingen.- Verkeerd ingestelde carburateur.- Verroeste bougie.- Verstopt brandstofffilter. | - Neem de instructies in deze hand-leiding in acht.- Wacht ca. 30 minuten tot de brand-stof in de verbrandingsruimte is verwlichtigd, voordat u de ketting-zaag opnieuw probeert te starten.- Laat de carburateur instellen door de geauthoriserde klantendienst.- Bougie reinigen/Elektrodenafstand instellen of verrangen.- Vervang het brandstofffilter. |
| De motor start, maar hij loopt nicht met vol vermogen. | - Verkeerde hendelpositie aan de choke.- Vervuild luchtfilter.- Verkeerd ingestelde carburateur-menging. | - Hendel in de correcte positie breden.- Filter verwijdersen, reinigen en opni-euw erin zetter.- Laat de carburateur instellen door de geauthoriserde klantendienst. |
| Motor draait onre-gelmatig | - Fout ingestelde carburatormenge-ling. | - Laat de carburator instellen door de geauthoriserde diest na verkoop. |
| Geen vermogen bij belastimg | - Fout ingestelde bougie. | - Bougie schoonmaken / afstellen of verrangen. |
| Motor draait onrus-tiger. | - Fout ingestelde carburatormenge-ling. | - Laat de carburator instellen door de geauthoriserde diest na verkoop. |
| Bovenmatig vlloor rook. | - Verkeerde brandstofmengeling. | - Gebruik de juiste brandstofmenge-ling (verhouding 40 tot 1) |
| Geen vermogen bij belasting | - Ketting bot- Ketting zit los | - Ketting scherpen of weitere ketting monteren- Ketting spannen |
| Motor slaat af | - Benzine tank leeg.- Brandstofffilter in de tank fougetepositioneer | - Benzinetank vullen.- Benzinetank hebmaal vullen of brandstofffilter in de benzinetank anders positioneren |
| Onvoldoende ket-tingsmering (zwaard en ketting worden heet). | - Kettingolietank leeg.- Olie-inlaatboring verstocht. | - Kettingolietank bijvullen.- Olie-inlaatboring reinigen/Groef van de geleiderail reinigen. |
Nadruk of andere reproductie van documentatie en geleidepapieren van de producten, geheel of gedeeltelijk, enkel toegestaan mits uitdrukkelijke toestemming van iSC GmbH.
Technische wijzigingen voorbehouden
NL
Service-informatie
Wij werken in alle landen die in het garantiebewijs zijn genoemd, samen met competente servicepartners, wier contactgegevens u kunt afleiden uit het garantiebewijs. Deze staan voor alle diensten zoals reparatie, het verschaffen van wisselstukken of slijtdelen of voor de aankoop van verbruiksmaterialen te uwer beschikking.
Houd er rekening mee dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan slijtage door gebruik of natuurlijke slijtage, respectievelijk dat de volgende delen nodig zijn als verbruiksmaterialen.
| Categorie | Voorbeeld |
| Slijtstukken* | Zwaard, bougie, luchtfilter, benzinefilter |
| Verbruiksmateriaal/verbruiksstukken* | Zaagketting |
| Ontbrekende onderdelen |
- niet verplicht bij de leveringsomvang begrepen!
Bij gebreken of defecten verzoeken wij u om de fout te melden op het internet onder www.isc-gmbh.info. Gelieve te zorgen voor een nauwkeurige beschrijving van het probleem en probeer in elk geval de volgende vragen te beantwoorden:
- Heeft het toestel reeds eenmaal gewerkt of was het vanaf het begin defect? Is u iets opgevallen voordat het defect zich voordeed (symptoom vóór het defect)?
- Welke foutieve werkwijze vertoont het toestel volgens u (hoofdsymptoom)?
Beschrijf deze foutieve werkwijze.
Garantiebewijs
Geachte klant, onze producten worden onderworpen aan een strenge kwaliteitscontrole. Mocht dit apparaat echter ooit niet naar behoren functioneren, dan spijt ons dit ten zeerste en verzoeken wij u zich te wenden tot onze service-dienst op het adres vermeld op dit garantiebewijs. Wij staan ook graag telefonisch tot uw dienst via het vermelde servicetelefoonnummer. Voor eisen in verband met het recht op garantie geldt het volgende:
- Deze garantievoorwaarden zijn uitsluitend gericht aan de gebruikers, d.w.z. natuurlijke personen die dit product niet in het kader van hun ambachtelijke noch van een andere zelfstandige activiteit willen gebruiken. Deze garantievoorwaarden regelen aanvullende garantieprestaties, die de hieronder genoemde fabrikant kopers van zijn nieuwe apparaten toezegt in aanvulling op de wettelijke garantie. Uw wettelijke garantieclaims blijven onaangetast door deze garantie. Onze garantieprestatie is voor u gratis.
- De garantieprestatie geldt uitsluitend voor gebreken aan een door u aangekocht nieuw apparaat van de hieronder genoemde fabrikant die aantoonbaar berusten op een materiaal- of productiefout, en is naar onze keuze beperkt tot het verhelpen van zulke gebreken aan het apparaat of de vervanging ervan.
Wij wijzen erop dat onze apparaten overeenkomstig hun bestemming niet ontworpen zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Van een garantiecontract is derhalve geen sprake, als het apparaat binnen de garantieperiode in commerciële, ambachtelijke of industriële bedrijven werd ingezet of aan een daarmee gelijk te stellen belasting werd blootgesteld.
- Van onze garantie zijn uitgesloten:
- Schade aan het apparaat als gevolg van niet-inachtneming van de montagehandleiding of op grond van ondeskundige installatie, als gevolg van niet-inachtneming van de gebruiksaanwijzing (zoals bijv. door aansluiting aan een verkeerde netspanning of stroomsoort) of niet-inachtneming van de onderhouds- en veiligheidsvoorschriften, door blootstelling van het apparaat aan abnormale omgevingsvoorwaarden of door nalatig onderhoud en verzorging.
- Schade aan het apparaat als gevolg van misbruik of ondeskundige toepassingen (zoals bijv. overbelasting van het apparaat of de inzet van niet toegelaten gereedschappen of toebehoren), binnendringen van vreemde voorwerpen in het apparaat (zoals bijv. zand, stenen of stof, transportschade), gebruik van geweld of als gevolg van externe invloeden (zoals bijv. schade door vallen).
- Schade aan het apparaat of aan delen van het apparaat die valt te herleiden tot slijtage als gevolg van gebruik, en als gevolg van normale of andere natuurlijke slijtage.
- De garantieperiode bedraagt 24 maanden en gaat in op de datum van aankoop van het apparaat. Garantieclaims dienen voor het verloop van de garantieperiode binnen de twee weken na het vaststellen van het defect geldend te worden gemaakt. Het indienen van garantieclaims na verloop van de garantieperiode is uitgesloten. De herstelling of vervanging van het apparaat leidt niet tot een verlenging van de garantieperiode noch worden door deze prestatie een nieuwe garantieperiode voor het apparaat of voor eventuele ingebouwde wisselstukken op gang gebracht. Dit geldt ook bij het ter plaatse uitvoeren van een serviceactiviteit.
- Gelieve om een garantieclaim in te dienen het defecte apparaat aan te melden onder: www.isc-gmbh.info. Houd het aankoopbewijs of een ander bewijs van uw aankoop van het nieuwe apparaat bij de hand. Apparaten die zonder bijhorende bewijzen of zonder typeplaatje worden teruggestuurd, worden op grond van de ontbrekende mogelijkheid om het apparaat toe te kennen uitgesloten van de garantieprestatie. Valt het defect van het apparaat binnen onze garantieprestatie, dan bezorgen wij u per omgaande een gerepareerd of nieuw apparaat terug.
Uiteraard staan wij ook tot uw dienst om, mits betaling van de kosten, defecten van het apparaat te verhelpen die buiten de garantieomvang vallen. Te dien einde stuurt u het apparaat aan ons serviceadres op.
Voor slijtstukken, verbruiksmaterialen en ontbrekende onderdelen worden verwezen naar de beperkingen van deze garantie conform de service-informatie van deze handleiding.