TORONTO 400 BT - Autoradio BLAUPUNKT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TORONTO 400 BT BLAUPUNKT in PDF-formaat.
| Merk | BLAUPUNKT |
| Model | TORONTO 400 BT |
| Producttype | Autoradio |
| Stroomvoorziening | 10,5 - 14,4 V (max. stroom 10 A) |
| Standby-verbruik | < 3,5 mA |
| Sinusvormig uitgangsvermogen | 4 x 26 W (14,4 V, 4 Ω) |
| Maximaal vermogen | 4 x 50 W |
| FM-frequentiebereik | 87,5 - 108 MHz (Europa/Thailand), 87,7 - 107,9 MHz (VS/Zuid-Amerika) |
| AM-frequentiebereik | 531 - 1602 kHz (MG); 153 - 279 kHz (LG, Europa) |
| FM-bandbreedte | 30 - 15.000 Hz |
| CD-bandbreedte | 20 - 20.000 Hz |
| Leesbare formaten | Audio-cd, CD-R/RW, MP3, WMA, USB-bestanden (FAT32) |
| Bluetooth | Handsfree-kit en audiostreaming (beperkt bereik, tot 5 gekoppelde apparaten) |
| Aansluitingen | CD-sleuf, USB voorzijde, AUX-IN voorzijde, AUX-ingang achterzijde, 4-kanaals voorversterkeruitgangen (2 V) |
| Frontpaneel | Afneembaar, met bedieningstoetsen en verlicht display |
| Radiofuncties | RDS, PTY, Travelstore, opslag van 5 zenders per niveau (FM1, FM2, FMT, AM, AMT) |
| Geluidsinstellingen | Bas, treble, balans, fader, X-Bass, 3-band equalizer, presets Pop/Rock/Classic |
| Display | Verlicht scherm met kleurinstelling (4096 kleuren) en dag/nacht-helderheid |
| Afmetingen | 1-DIN standaard (182 x 53 x 160 mm, schatting) |
| Gewicht | Ca. 0,5 kg (schatting) |
| Veiligheidsinstructies | Laser klasse 1, niet openen, matig volume voor verkeersveiligheid |
| Onderhoud en reiniging | Reinigen met droge of licht vochtige doek; alcohol voor contacten van het frontpaneel |
| Meegeleverde accessoires | Handleiding, etui voor frontpaneel, montageframe, klein materiaal, demontagegereedschap, USB-kabel |
| Garantie | Fabrieksgarantie in de Europese Unie; neem contact op met Blaupunkt voor ondersteuning |
Veelgestelde vragen - TORONTO 400 BT BLAUPUNKT
Gebruikersvragen over TORONTO 400 BT BLAUPUNKT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TORONTO 400 BT - BLAUPUNKT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TORONTO 400 BT van het merk BLAUPUNKT.
GEBRUIKSAANWIJZING TORONTO 400 BT BLAUPUNKT
De autoradio wordt ingeschakeld.
① N-toets Afneembaar bedieningspaneel ontgrendelen ② A-toets In menu: menupunt oproepen Radioweergave: geheugenniveau kiezen MP3-/WMA-/C'n'C-/CD-wisselaarweergave: naar volgende map/volgende CD gaan ③ Aan-/uit-toets Kort indrukken: autoradio inschakelen In bedrijf: autoradio onderdrukken (Mute) Lang indrukken: autoradio uitschakelen ④ Volumeregelaar ⑤ <toets In het menu: instelling veranderen Radioweergave: zender instellen Andere weergavesoorten: titelselectie ⑥ SRC-toets Audiobron kiezen ⑦ CD-opening ⑧ Display ⑨ USB-aansluiting ⑩ △ toets (Eject) CD uitwerpen ⑪ Front-AUX-IN-bus ⑫ Toetsenblok 1-5
⑬ DIS/ESC-toets In menu: menu verlaten In bedrijf: weergave omschakelen ⑭ >toets In het menu: instelling veranderen Radioweergave: zender instellen Andere weergavesoorten: titelsectie ⑮ MENU·OK-toets Kort indrukken: menu oproepen, instellingen bevestigen Lang indrukken: scan-functie starten ⑯ V-toets In menu: menupunt oproepen Radioweergave: geheugenniveau kiezen MP3-/WMA-/C'n'C-/CD-wisselaarweergave: naar vorige map/vorige CD gaan ⑰ -toets Gesprek aannemen/afwijzen ⑱ toets Gesprek aannemen, snelkiezen
Veiligheidsinstructies 105
Gebruikte symbolen 105
Verkeersveiligheid 105
Algemene veiligheidsinstructies 105
Conformiteitsverklaring 105
Reinigingsinstructies 106
Afvoerinstructies 106
Leveringsomvang 106
Speciale toebehoren (niet meegeleverd) 106
In bedrijf nemen 107
Bedieningspaneel plaatsen/verwijderen 107
Tunerregio instellen 107
In-/uitschakelen 107
Volume 108
Demo-modus in-/uitschakelen 108
Versienummers weergeven 108
Verkeersinformatie 108
Radioweergave 109
RDS 109
Naar radioweergave omschakelen 109
Geheugenniveau kiezen 109
Zenders instellen 109
Zender opslaan/opgeslagen zenders oproepen 110
Zenders kort weergeven 110
Zenders automatisch programmeren (Travelstore) 110
PTY 110
Displayweergave instellen 111
CD-/MP3-/WMA-/C'n'C-/CD-wisselaar-weergave .111
Basisinformatie. 111
Overschakelen naar de CD-/MP3-/WMA-/C'n'C-/CD-wisselaar-weergave ....112
CD-plaatsen. 113
CD verwijderen 113
USB-datatrager aansluiten/verwijderen...113
Titel kiezen. 113
Map/CD kiezen (alleen bij MP3-/WMA- / C'n'C- resp. CD-wisselaar-weergave) ....113
Snelle zoekdoorloop 114
Weergave onderbreken 114
Afspeellijst-modus (alleen in MP3-/ WMA-weergave) 114
Alle titels kort weergeven. 114
Titels in willekeurige volgorde weergeven ..114
Afzonderlijke titels, resp. CD's of mappen herhaald afspelen 115
Displayweergave instellen. 115
Bluetooth 115
Bluetooth®-menu 116
Apparaat koppelen en verbinden 116
Telefoonfuncties 117
Bluetooth®-streamingweergave 118
Andere functies in het Bluetooth®-menu 119
Externe audiobronnen 120
Front-AUX-IN-bus 120
AUX-ingang aan de zijkant 120
Klankinstellingen 121
Audiomenu oproepen en verlaten 121
Instelling in audiomenu uitvoeren 121
Uitgebreid audiomenu oproepen en verlaten 122
Instelling in het uitgebreide audiomenu uitvoeren 122
Gebruikersinstellingen 123
Gebruikersmenu oproepen en verlaten.....123
Instelling in gebruikersmenu uitvoeren.....123
Fabrieksinstellingen 126
Nuttige informatie 127
Garantie. 127
Service 127
Inbouwhandleiding 381
Veiligheidsinstructies
De autoradio is conform de huidige stand van de techniek en erkende veiligheidstechnische voorschriften geproduceerd. Toch kunnen er gevaren ontstaan wanneer u de veiligheidsinstructies in deze handleiding niet aanhoudt.
Deze handleiding bevat belangrijke informatie voor het eenvoudig en veilig inbouwen en bedienen van de autoradio.
- Lees deze handleiding zorgvuldig en volledig door, voordat u de autoradio gebruikt.
- Bewaar deze handleiding zodanig, dat deze te allen tijde voor alle gebruikers toegankelijk is.
- Geef de autoradio altijd samen met deze handleiding aan derden door.
Houd u tevens de handleidingen van de apparaten aan die in combinatie met deze autoradio worden gebruikt.
Gebruikte symbolen
In deze handleiding worden de volgende symbolen gebruikt:

GEVAAR!
Waarschuwt voor persoonlijk letsel

VOORZICHTIG!
Waarschuwt voor beschadiging van de CD-speler

Het CE-teken bevestigt dat de EU-richtlijnen zijn aangehouden.
Geeft een handeling aan - Geeft een opsomming aan
Verkeersveiligheid
Houd de volgende instructies aan m.b.t. de verkeersveiligheid:
- Gebruik het apparaat zodanig, dat u uw voertuig altijd veilig kunt besturen. Stop bij twijfel op een geschikte plek en bedien uw apparaat terwijl het voertuig stil staat.
Bedieningsdeel alleen bij stilstaand voertuig verwijderen of bevestigen. - Luister altijd met een redelijk volume, om uw gehoor te beschermen en om akoestische waarschuwingssignalen (bijv. politie) te kunnen horen. Tijdens mute-pauzes (bijv. bij het wisselen van audiobron) is het veranderen van het volume niet hoorbaar. Verhoog niet het volume tijdens deze geluidsonderdrukking.
Algemene veiligheidsinstructies
Houd de volgende instructies aan, om uzelf tegen letsel te beschermen:
- U mag het apparaat niet openen of veranderen. In dit apparaat bevindt zich een klasse-1-laser welke letsel aan uw ogen kan veroorzaken.
- Verhoog het volume niet tijdens onderdrukkingspauzes, bijv. bij het wisselen van audiobron. Het wijzigen van het volume is niet hoorbaar tijdens de geluidsonderdrukking.
Correct gebruik
Deze autoradio is voor inbouw en gebruik in een voertuig met 12 V boordspanning ontworpen en moet in een DIN-opening worden ingebouwd. Let op de vermogensgrenzen in de technische gegevens. Laat reparaties en eventueel de inbouw door een vakman uitvoeren.
Inbouwinstructies
U mag de autoradio alleen inbouwen, wanneer u ervaring heeft met de inbouw van autoradio's en bekend bent met het elektrische systeem van het voertuig. Houd u daarom aan de Inbouwhandleiding aan het einde van deze handleiding.
Conformiteitsverklaring
Hiermee verklaart Blaupunkt GmbH dat deze autoradio Toronto 400 BT in overeenstemming is met de vereisten en de andere relevante voorschriften van de richtlijn 1999/5/EG.
Reinigingsinstructies
Oplos-, reinigings- en schuurmiddelen alsmede cockpit-spray en kunststofonderhoudsmiddelen kunnen stoffen bevatten welke het oppervlak van de autoradio aantasten.
- Gebruik voor de reiniging van de autoradio uitsluitend een droge, of licht vochtige doek.
- Reinig indien nodig de contacten van het bedieningspaneel met een zachte, in schoonmaakalcohol gedrenkte doek.
Afvoerinstructies

Voer uw afgedankte apparaat niet af met het huisvuil!
Gebruik voor het afvoeren van het oude apparaat de beschikbare retour- en verzamelsystemen.
Leveringsomvang
In de leveringsomvang zijn inbegrepen:
1 Autoradio 1 Bedienings-/inbouwhandleiding 1 Etui voor het bedieningspaneel 1 Frame 1 Onderdelenset 2 Demontagegereedschappen 1 USB-aansluitkabel
Opmerking:
Wij raden het gebruik van originele Blaupunkttoebehoren aan (www.blaupunkt.com).
Speciale toebehoren (niet meegeleverd)
Informeer bij uw Blaupunkt-vakhandel of via het internet onder www.blaupunkt.com over speciale accessoires, bijvoorbeeld:
- De stuurwiel- of handafstandsbediening van Blaupunkt voor betrouwbare en comfortabele bediening van de basisfuncties (in-/uitschakelen met de afstandsbediening niet mogelijk)
- De C'n'C-geschetste interfaces van Blaupunkt (C'n'C = Command and Control) voor aansluiting van extra datadragers en apparaten (bijv. via de iPod®/USB-interface)
- Blaupunkt-CD-wisselaar
- Blaupunkt- of Velocity-versterker
In bedrijf nemen
Bedieningspaneel plaatsen/verwijderen
Uw autoradio is ter bescherming tegen diefstal uitgerust met een afneembaar bedieningspaneel (Release-Panel). Bij uitlevering bevindt het bedieningspaneel zich in de meegeleverde etui. Om de radio na inbouw in bedrijf te nemen, moet u eerst het bedieningspaneel plaatsen (zie paragraaf "Bedieningspaneel plaatsen" in dit hoofdstuk).
Neem het bedieningspaneel steeds mee wanneer u het voertuig verlaat. Zonder dit bedieningspaneel is de autoradio voor een dief waardeloos.
Voorzichtig
Beschadiging van het bedieningspaneel
Laat het bedieningspaneel niet vallen.
Transporteer het bedieningspaneel zo dat het tegen stoten is beschermd en de contacten niet vuil kunnen worden.
Stel het bedieningspaneel niet aan direct zonlicht of andere warmtebronnen bloot.
Voorkom directe aanraking van de contacten van het bedieningspaneel met de huid.
Bedieningspaneel plaatsen
Schuif het bedieningspaneel in de houder aan de rechter rand van de behuizing. Duw het bedieningspaneel voorzichtig in de linker houder totdat het vergrendelt.
Bedieningspaneel afnemen
Druk op de toets [1], om het bedieningspaneel vrij te geven.
De linkerkant van het bedieningspaneel komt los uit het apparaat en door een vergrendeling wordt voorkomen dat het paneel eruit valt.
Pak het bedieningspaneel aan de linker zijde vast en trek deze door de weerstand van de vergrendeling recht naar voren uit de bevestiging.
Opmerking:
De autoradio schakelt automatisch uit, zodra het bedieningspaneel wordt verwijderd.
Tunerregio instellen
Deze autoradio is gemaakt voor gebruik in verschillende regio's met verschillende frequentiebereiken en zendertechnologieën. Af fabriek is de tunerregio "EUROPE" (Europa) ingesteld. Daarnaast zijn de tunerregio's "USA", "THAI" (Thailand) en "S AMERICA" (Zuid-Amerika) beschikbaar. Wanneer u de autoradio buiten Europa gebruikt, dan moet u eventueel eerst een geschikte tunerregio instellen:
Schakel de autoradio eventueel eerst uit. Houd tegelijkertijd de toetsen MENU·OK 15 en 4 12 ingedrukt en druk op de aan-/uittoets 3.
De autoradio wordt ingeschakeld. Op het display verschijnt de actueel ingestelde tuner-regio.
Druk net zo vaak op de toets V 16 / A 2 totdat de gewenste tuner-regio wordt weergegeven. Druk op de toets MENU·OK 15.
In-/uitschakelen
In-/uitschakelen met de aan-/uit-toets
Voor het inschakelen drukt u op de aan-/uit-toets ③.
De autoradio schakelt in.
Om het apparaat uit te schakelen houdt u de aan-/uit-toets ③ langer dan 2 seconden ingedrukt.
De autoradio schakelt uit.
Opmerking:
Wanneer u de autoradio bij uitgeschakeld voertuigcontact aanzet, dan schakelt de radio zich automatisch na 1 uur uit, zodat de accu van het voertuig niet leeg raakt.
In-/uitschakelen via het contact van het voertuig
Wanneer de autoradio conform de inbouwhandleiding met het contactslot van de auto is verbonden en niet met de aan-/uit-toets ③ is uitgeschakeld,
wordt het met het contact in- resp. uitgeschakeld.
Volume
Volume instellen
Het volume kan in stappen van 0 (uit) tot 50 (maximaal) worden ingesteld.
Draai aan de volumeregelaar ④ om het volume te wijzigen.
Opmerking:
Wanneer een telefoon of navigatiesysteem is aangesloten op de autoradio, zoals omschreven in de inbouwhandleiding, dan wordt de autoradio bij een telefoongesprek, respectievelijk bij een navigatiemededeling onderdrukt, zodat u de weergave van de telefoon, respectievelijk het navigatiesysteem ongestoord kunt horen. Op het display verschijnt tijdens de onderdrukking "TELEPHONE".
Autoradio zacht zetten (mute)
U kunt het volume snel naar een door u ingestelde waarde reduceren.
Druk kort op de aan-/uit-toets ③ om de autoradio zacht te zetten, respectievelijk om het vorige volume weer te activeren.
Op het display wordt tijdens de onderdrukking "MUTE" weergegeven.
Lees voor het instellen van het mute-volume in het hoofdstuk "Gebruikersinstellingen" de paragraaf "Instelling in gebruikersmenu uitvoeren", menupunt "MUTE LVL".
Demo-modus in-/uitschakelen
De demod us toont u de functies van de autoradio als lichtkrant op het display. U kunt de demod us in- respectievelijk uitschakelen:
Schakel de autoradio eventueel eerst uit.
Houd tegelijkertijd de toetsen MENU·OK 15 en 2 12 ingedrukt en druk op de aan-/uittoets 3.
De autoradio wordt ingeschakeld. Op het display wordt kort "DEMO MODE" weergegeven,
wanneer u de demod us heeft ingeschakeld. Door het indrukken van een willekeurige toets wordt de demod us onderbroken en kunt u het apparaat bedienen.
Versienummers weergeven
U kunt de versienummers van de verschillende apparaatcomponenten later weergeven.
Schakel de autoradio eventueel eerst uit. Houd tegelijkertijd de toetsen MENU·OK 15 en 1 12 ingedrukt en druk op de aan/uit-toets 3.
De autoradio wordt ingeschakeld. Op het display verschijnt het versienummer van de eerste componenten. Het eerste teken geeft het component aan: P = Processor, E = EPROM, A = Accordo, B = Bluetooth
Druk op de toets < 5 / > 14 om de versienummers van de andere componenten weer te geven. Druk op de toets MENU·OK 15 om naar de laatst beluisterde audiobron terug te gaan.
Verkeersinformatie
In de tunerregio "EUROPE" kan een FM-zender verkeersberichten markeren m.b.v. een RDS-signaal. Wanneer de voorrang voor verkeersberichten is ingeschakeld, worden verkeersberichten automatisch weergegeven, ook wanneer de autoradio momenteel niet op de radioweergave is ingesteld of wanneer een zender van het MW of LW golfgebied is ingesteld.
Bij ingeschakelde voorrang worden in het display het filesymbool weergegeven. Tijdens een weergegeven verkeersbericht wordt "TRAFFIC" in het display weergegeven.
Lees voor het in- en uitschakelen van de voorrang in het hoofdstuk "Gebruikersinstellingen" de paragraaf "Instelling in gebruikersmenu uitvoeren", menupunt "TRAF".
Opmerkingen:
- Het volume wordt voor de duur van het doorgeschakelde verkeersbericht verhoogd. U kunt het minimale volume voor
verkeersberichten instellen (zie hoofdstuk "Gebruikersinstellingen", paragraaf "Instelling in gebruikersmenu uitvoeren").
- Om een doorgegeven verkeersbericht af te breken, drukt u op de toets DIS/ESC ⑬.
Radioweergave
RDS
In de tunerregio "EUROPE" zenden veel FM-zenders naast hun programma tevens een RDS-signaal (Radio Data System) uit, dat de volgende extra functies mogelijk maakt:
- De zendernaam wordt in het display getoond.
- De autoradio herkent verkeersberichten en nieuwsuitzendingen en kan deze in iedere weergavesoort (bijv. tijdens CD-weergave) automatisch doorgeven.
- Alternatieve frequentie (AF): wanneer de RDS-functie geactiveerd is, schakelt de autoradio automatisch naar de als beste te ontvangen frequentie van de ingestelde zender.
- Regional (REG): Sommige zenders verdelen hun programma op bepaalde tijden in regionale programma's met verschillende inhoud. Bij ingeschakelde REG-functie schakelt de autoradio alleen over naar alternatieve frequenties, wanneer die hetzelfde regionale programma uitzenden.
Voor het in- en uitschakelen van de RDS- resp. REG-functie leest u in hoofdstuk "Gebruikersinstellingen" de paragraaf "Instelling in gebruikersmenu uitvoeren" (menupunten "RDS", "REG").
Naar radioweergave omschakelen
Druk net zo vaak op de toets SRC 6 totdat "TUNER" wordt weergegeven:
Het actuele geheugenniveau verschijnt eenmaal als lichtkrant op het display.
Geheugenniveau kiezen
De volgende geheugenniveaus zijn in de verschillende tunerregio's beschikbaar:
| Regio | Geheugenniveau |
| EUROPE | FM1, FM2, FMT, MW, LW |
| USA | FM1, FM2, FMT, AM, AMT |
| THAI | FM1, FM2, FMT, AM |
| SAMERICA | FM1, FM2, FMT, AM, AMT |
Druk net zo vaak op de toets \(\sqrt{16} / \sqrt{2}\) totdat het gewenste geheugenniveau wordt weergegeven.
Opmerking:
Op elk geheugenniveau kunnen maximaal 5 zenders worden geprogrammeerd.
Zenders instellen
U hebt verschillende mogelijkheden om een zender in te stellen:
Zenders handmatig instellen
Druk toets 5 / >14 één- of meerdere malen in om de frequentie stapsgewijs te wijzigen, resp. lang om de frequentie snel te wijzigen.
Opmerkingen:
- Voor de tunerregio "EUROPE": in het golfgebied FM worden bij ingeschakelde RDS-werking automatisch de volgende zender van de zenderketen ingesteld.
- Voor de tunerregio's "EUROPE", "USA" en "S AMERICA": in het golfgebied FM worden bij ingeschakelde PTY-functie het actueel gekozen programmatype weergegeven en kan worden gewijzigd (zie hoofdstuk "PTY").
Zoekafstemming starten
Druk gedurende ca. 2 seconden op toets 5 / > 14 om de Zoekafstemming te starten.
De eerstvolgende ontvangbare zender wordt ingesteld.
Opmerkingen:
- Voor de tunerregio "EUROPE": in het golfgebied FM worden bij ingeschakelde voorrang voor verkeersinformatie ( ) alleen verkeersinformatiezenders ingesteld.
- Voor de tunerregio's "EUROPE", "USA" en "S AMERICA": in het golfgebied FM worden bij ingeschakelde PTY-functie de volgende zender met het actueel gekozen programmatype ingesteld (zie hoofdstuk "PTY").
- De gevoeligheid van de zoekdoorloop kan worden ingesteld (zie hoofdstuk "Gebruikersinstellingen", paragraaf "Instelling in gebruikersmenu uitvoeren", menupunt "SENS").
Zender opslaan/opgeslagen zenders oproepen
Kies het gewenste geheugenniveau. Stel evt. de gewenste zender in. Druk op de voorkeuzetoets 1 - 5 (12) gedurende ca. 2 seconden, om de actuele zender onder de toets op te slaan.
- resp. -
Druk kort op de voorkeuzetoets 1 - 5 (12) om de opgeslagen zender te kiezen.
Zenders kort weergeven
Met de scanfunctie worden elke ontvangbare zender van het actuele golfgebied kort weergegeven.
Druk de toets MENU · OK ⑤ gedurende ca. 2 seconden in, om het kort weergeven te starten, resp. kort, om de actueel ingestelde zender verder te beluisteren.
Tijdens het kort weergeven worden op het display afwisselend "SCAN" en de actuele frequentie alsmede het geheugenniveau resp. de zendernaam weergegeven.
Opmerking:
Voor de radioweergave kan de duur van fragment per zender worden ingesteld (zie hoofdstuk "Gebruikersinstellingen", paragraaf
"Instelling in gebruikersmenu uitvoeren", menupunt "SCAN TIME").
Zenders automatisch programmeren (Travelstore)
Met Travelstore kunt u de 5 sterkste zenders van de regio automatisch zoeken en op een geheugenniveau opslaan. Eerder opgeslagen zenders van dit geheugenniveau worden hierbij gewist.
In de tunerregio "EUROPE" en "THAI" kunt u met Travelstore 5 FM-zenders op het geheugenniveau FMT opslaan. In de tunerregio "USA" en "S AMERICA" kunt u daarnaast 5 AM-zenders op het geheugenniveau AMT opslaan.
Kies een geheugenniveau van het gewenste golfgebied, bijv. FM1 of AM. Druk gedurende ca. 2 seconden op de toets V (16) / A (2)
De tuner begint dan met de automatische zoekafstemming; op het display wordt "FM TSTORE" resp. "AM TSTORE" weergegeven. Wanneer het opslaan voltooid is, worden de zenders op geheugenpositie 1 van geheugenniveau FMT, resp. AMT weergegeven.
Opmerking:
Voor de tunerregio "EUROPE": bij ingeschakelde voorrang voor verkeersinformatie ( ) worden uitsluitend verkeersinformatiezenders opgeslagen.
PTY
In de tunerregio's "EUROPE", "USA" en "S AMERICA" kan een FM-zender het actuele programmatype doorgeven, bijv. CULTUUR, POP, JAZZ, ROCK, SPORT of WETENSCHAP. Met de PTY-functie kunt u doelgericht uitzendingen van een bepaald programmatype zoeken, bijv. naar rock- of sportuitzendingen. Let erop dat PTY niet door alle zenders wordt ondersteund.
Opmerking:
Om de PTY-functie te gebruiken, moet u deze afzonderlijk in het menu inschakelen (zie hoofdstuk "Gebruikersinstellingen", paragraaf "Instelling in gebruikersmenu uitvoeren", menupunt "PTY").
Programmatype kiezen
Opmerking:
In de tunerregio "EUROPE" kunt u de taal instellen waarin de programmatypen worden weergegeven (zie hoofdstuk "Gebruikersinstellingen", paragraaf "Instelling in gebruikersmenu uitvoeren", menupunt "PTY LANG").
Druk kort op de toets < 5 / > 14
Het actueel gekozen programmatype wordt kort weergegeven en u kunt een ander programmatype kiezen.
Druk indien gewenst net zo vaak op de toets < 5 / > (14) totdat het gewenste programmatype wordt weergegeven.
Zender zoeken
Druk gedurende ca. 2 seconden op de toets < 5 / > 14
Zodra de zoekdoorloop begint, verschijnt kort "SEARCH" op het display. Daarna wordt het actuele programmatype weergegeven.
Zodra een zender is gevonden, verschijnt kort "PTY FOUND". Zolang het programmatype van de ingestelde zender overeenkomt met het actueel gekozen programmatype, worden in het display afwisselend het programmatype en de zendernaam, resp. de frequentie weergegeven.
Opmerkingen:
- Wanneer er geen zender met het gekozen programmatype wordt gevonden, worden kort "NO PTY" weergegeven en klinkt een pieptoon. De eerst weergegeven zender wordt opnieuw ingesteld.
- Wanneer de ingestelde of een andere zender uit de zenderketen op een later tijdstip
het gewenste programmatype uitzendt, dan schakelt de autoradio automatisch van de actuele zender, resp. actuele audiobron, (bijv. CD) naar de zender met het gewenste programmatype. Houd er rekening mee dat deze functie niet door alle zenders wordt ondersteund.
Displayweergave instellen
Druk op de toets DIS/ESC 13 om tussen deze weergaves te wisselen:
| Weergave | Betekenis |
| ABCDEF resp. FM1 102.90 | Zendernaam resp. geheugenniveau/ frequentie |
| FM1 11:32 | Geheugenniveau/tijd |
CD-/MP3-/WMA-/C'n'C-/CD-wisselaar-weergave
Basisinformatie
CD-/MP3-/WMA-weergave
U kunt met deze autoradio audio-CD's (CDDA) en CD-R/RWs met audio-, MP3- of WMA-bestanden alsmede MP3- of WMA-bestanden op USB-datadragers afspelen.

Gevaar voor vernieling van de CD-speler!
Niet ronde contour-CD's (shape CD's) en CD's met een doorsnede van 8 cm (mini-CD's) mogen niet worden gebruikt.
Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor beschadigingen aan de CD-speler door ongeschikte CD's.
Opmerkingen:
- Voor optimaal functioneren moet u alleen CD's gebruiken met het Compact Disc-logo.
- Blaupunkt kan geen garantie geven voor het optimaal functioneren van tegen kopiëren beveiligde cd's en op de markt leverbare lege cd's en USB-datadragers.
Houd bij het voorbereiden van een MP3-/WMA-datadrager de volgende instructies aan:
- Benaming van titels en mappen:
- Max. 16 tekens (cd) resp. 24 tekens (USB) incl. de bestandsextensie ".mp3" resp. ".wma" (bij meer tekens wordt het aantal door de autoradio herkenbare titels en mappen beperkt)
- Geen speciale tekens of umlauten
- Cd-formaat: audio-cd (CDDA), cd-r/rw, 12 cm
- Cd-dataformaat: ISO 9660 niveau 1 en 2, Joliet
- Cd-brand snelheid: max. 16-voudig (aanbevolen)
- USB-formaat/-bestandssysteem: mass storage device (massageheugen)/FAT32
- Extensie van audiobestanden:
- .MP3 voor MP3-bestanden
- .WMA voor WMA-bestanden
- WMA-bestanden alleen zonder Digital Rights Management (DRM) en aangemaakt met Windows Media Player vanaf versie 8
- MP3-ID3-tags: versie 1 en 2
- Bitrate voor het aanmaken van audiobestanden:
- MP3: 32 tot 320 kbps WMA: 32 tot 192 kbps
Max. aantal titels: 20 000
C'n'C-weergave
De C'n'C-interface van Blaupunkt (C'n'C = Command and Control) zorgt voor een nog comfortabelere bediening van apparaat en datadragers, die via een C'n'C-compatibele Blaupunkt-interface op de autoradio zijn aangesloten.
Controleer voordat u een C'n'C-geschikte Blaupunkt-interface aansluit de modus van de AUX-ingang op de rechterzijde. Lees waarover de paragraaf "AUX-ingang op de rechterzijde" in het hoofdstuk "Externe audiobronnen".
CD-wisselaar-weergave
U kunt op de autoradio de volgende CD-wisselaar aansluiten:
- Blaupunkt CDC A03
- Blaupunkt CDC A08
- Blaupunkt IDC A09
Informatie over de behandeling van CD's, het plaatsen van CD's en voor de bediening van de CD-wisselaar vindt u in de gebruiksaanwijzing van uw CD-wisselaar.
Controleer voordat u een CD-wisselaar aansluit de modus van de AUX-ingang op de rechterzijde. Lees daarvoor de paragraaf "AUX-ingang op de rechterzijde" in het hoofdstuk "Externe audiobronnen".
Overschakelen naar CD-/MP3-/WMA-/C'n'C-/CD-wisselaar-weergave
Druk net zo vaak op de toets SRC 6 tot de gewenste audiobron wordt weergegeven:
"CD": geplaatste CD. "MP3": geplaatste CD, die al als MP3-CD herkend is. - "USB": aangesloten USB-datadrager. - Naam van het via C'n'C aangesloten apparaat - "CDC / AUX": aangesloten CD-wisselaar (wanneer geen andere externe audiobron is aangesloten).
Opmerkingen:
- De betreffende audiobron kan uitsluitend worden geselecteerd, wanneer een corresponderende CD is geplaatst, resp. een corresponderend apparaat (bijv. een USB-datadrager of een CD-wisselaar) is aangesloten.
- Wanneer de autoradio de data van een aangesloten apparaat of datadrager voor de weergave eerst moet lezen, verschijnt zolang "READING" in het display. Dit kan bij grote datahoeveelheden wel tot 1 minuut duren. Wanneer er sprake is van een storing in het apparaat of datadrager of wanneer de overgedragen data niet
gegeven nutzen worden, worden een overeenkomstige melding op het display weergegeven (bijv. "ERROR" of "USB ERROR").
- Leest de aangesloten CD-wisselaar vervolgens de geplaatste CD's (bijv. na een onderbreking in de voeding of na een magazijnwisseling), dan worden gedurende die tijd "MAG SCAN" weergegeven. Wanneer de CD-wisselaar geen CD's of geen magazijn bevat, dan wordt "NO DISC" weergegeven.
CD plaatsen
Opmerking:
Het automatische transport van de CD mag niet worden gehinderd of geholpen.
Schuif de CD met de bedrukte zijde naar boven in de CD-opening ⑦, totdat een weerstand waarneembaar wordt.
De CD wordt automatisch naar binnen getrokken en uw data worden gecontroleerd (op het display wordt zolang "READING" weergegeven). Daarna begint de weergave in CD- resp. MP3-weergave. Op het display wordt bij geplaatste CD het CD-symbool getoond.
Opmerking:
Wanneer de geplaatste CD niet kan worden weergegeven, wordt kort "CD ERROR" weergegeven en wordt de CD na ca. 2 seconden uit het apparaat geschoven.
CD verwijderen
Opmerkingen:
- Een naar buiten geschoven en niet weg-genomen CD wordt na ca. 10 seconden automatisch weer naar binnen getransporteerd.
- U kunt ook CD's naar buiten laten schuiven wanneer de autoradio is uitgeschakeld of er een andere audiobron actief is.
Druk op de toets 10 om een geplaatste CD eruit te schuiven.
USB-datadrager aansluiten/verwijderen
Om een USB-datadrager aan te kunnen sluiten, moet de meegeleverde USB-kabel op de autoradio worden aangesloten (zie inbouwhandleiding).
Schakel de autoradio uit, zodat de datadrager op de juiste wijze wordt aan- en afgemeld. Sluit de USB-datadrager op de USB-kabel aan, resp. ontkoppel deze.
Op het display wordt bij een aangesloten USB-datadrager het USB-symbool weergegeven. Wordt de USB-datadrager na het aansluiten resp. na het inschakelen van de autoradio de eerste keer als audiobron geselecteerd, dan worden vervolgens de data ingelezen (op het display wordt gedurende deze periode "READING" weergegeven).
Opmerkingen:
- Wanneer de aangesloten USB-datadrager niet weergegeven kan worden, wordt kort "USB ERROR" weergegeven.
- De voor het inlezen benodigde tijd hangt af van het model en de grootte van de USB-datadrager.
Titel kiezen
Druk kort op de toets < 5 / > om naar de vorige/volgende titel te gaan.
Opmerking:
Wanneer de actuele titel langer dan 3 seconden wordt weergegeven, wordt de titel opnieuw gestart door een keer op < 5 te drukken.
Map/CD kiezen (alleen bij MP3-/WMA-/C'n'C- resp. CD-wisselaarweergave)
Druk op de toets 16 / A2 om naar de vorige/volgende map resp. vorige/volgende CD te gaan.
Opmerking:
U kunt zo ook tussen afspeellijsten van een via C'n'C aangesloten apparaat wisselen.
Snelle zoekdoorloop
Houd de toets < 5 / > net zolang ingedrukt tot de gewenste positie is bereikt.
Weergave onderbreken
Druk op toets 312 om de weergave te onderbreken ("PAUSE") of weer te hervatten.
Afspeellijstmodus (alleen in MP3-/WMA-weergave)
De autoradio kan afspeellijsten afspelen die met een MP3-manager zoals bijv. WinAmp of Microsoft Media Player zijn gemaakt. De afspeellijsten moeten opgeslagen zijn in de root-map van de cd of de USB-datadrager. De volgende afspeellijstformaten kunnen herkend worden: M3U, PLS.
Titel in afspeellijstmodus kiezen
Druk gedurende ca. 2 seconden op toets 2 12 om naar de afspeellijstmodus over te schakelen:
Op het display wordt kort "LIST MODE" weergegeven. De eerste titel van de eerste afspeellijst wordt afgespeeld.
Opmerking:
Wanneer de datadrager geen afspeellijsten bevat, wordt "NO LIST" weergegeven.
Druk kort op toets < 5 / > 14 om naar de vorige/volgende titel van de actuele afspeellijst te gaan. Druk op toets 16 / T2 om naar de vorige/volgende afspeellijst te gaan.
Op het display worden kort de naam van de gekozen afspeellijst weergegeven en de eerste titel van de afspeellijst wordt afgespeeld.
Afspeellijstmodus verlaten
Druk gedurende ca. 2 seconden op toets 2 12:
Op het display wordt kort "LIST OFF" weergegeven. De actuele titel wordt verder afgespeeld.
Alle titels kort weergeven
Met de scanfunctie worden alle beschikbare titels weergegeven.
Druk gedurende ca. 2 seconden op toets MENU-OK (15) om het kort weergeven te starten, resp. kort, om de actueel kort weergegeven titel verder te beluisteren.
Tijdens het kort weergeven worden op het display afwisselend "SCAN" en het actuele titelnummer resp. de bestandsnaam weergegeven.
Opmerkingen:
- Bij weergave van CD-wisselaar is de duur van fragment per titel ca. 10 seconden. Voor alle andere weergavesoorten kan de duur van fragment per titel worden ingesteld (zie hoofdstuk "Gebruikersinstellingen", paragraaf "Instelling in gebruikersmenu uitvoeren", menupunt "SCAN TIME").
- In de afspeellijst-modus (MP3-weergave) worden uitsluitend de titels van de actuele afspeellijst kort weergegeven.
Titels in willekeurige volgorde weergeven
Druk op de toets 5 MIX⑫, om te schakelen tussen de weergavemodi:
| Bedrijf | Weergave | Betekenis |
| CD | MIX ALL | Titels mixen |
| MP3/WMA/C'n'C'1 | MIX DIR2 | Titels van de actuèle mappen mixen |
| MIX ALL2 | Titels van de data-dragers mixen | |
| CDC | MIX CD | Titels van de actuèle CD mixen |
| MIX ALL | Titels van alle CD's mixen | |
| Alg. | MIX OFF | Normale weergave |
1 Bij C'n'C-bedrijf kunnen afhankelijk van het aangesloten apparaat verdere weergavemodi beschikbaar zijn. 2 Niet in MP3-afspeellijst-modus
Wanneer de MIX-functie actief is, wordt het MIX-symbool op het display weergegeven.
Afzonderlijke titels, resp. CD's of mappings herhaald afspelen
Druk op de toets 4 RPT ⑫ , om tussen de weergavemodi te schakelen:
| Bedrijf | Weergave | Betekenis |
| CD | RPT TRACK | Titel herhalen |
| MP3/WMA/C'n'C'1 | RPT TRACK | Titel herhalen |
| RPT DIR2 | Map herhalen | |
| CDC | RPT TRACK | Titel herhalen |
| RPT DISC | CD herhalen | |
| Alg. | RPT OFF | Normale weergave |
1 Bij C'n'C-bedrijf kunnen afhankelijk van het aangesloten apparaat verdere weergavemodi beschikbaar zijn. 2 Niet in MP3-afspeellijst-modus
Wanneer de RPT-functie actief is, wordt het RPT-symbool op het display weergegeven.
Displayweergave instellen
Druk een of meerdere malen op toets DIS/ESC ⑬ om tussen deze weergaven te wisselen:
| Bedrijf | Weergave | Betekenis |
| CD | T 01 02:15 | Titelnummer en speeltijd |
| T 01 18:33 | Titelnummer enijd | |
| MP3/WMA/C'n'C | 01 ABC | Bestandsnaam |
| ABCDEF | Artiest¹ | |
| ABCDEF | Albumnaam¹ | |
| PLAY 02:15 | Speeltijd | |
| CLK 18:33 | Tijd |
| Bedrijf | Weergave | Betekenis |
| CDC | T 01 02:15 | Titelnummer en speeltijd |
| T 01 18:33 | Titelnummer en kloktijd | |
| CD 02T 03 | CD-nummer en titelnummer |
1 Artiest- en albumnaam worden, als ID3-tag opgeslagen, slechts gedurende ca. 10 seconden en eventueel als lichtkrant weergegeven; anders wordt de bestandsnaam weergegeven.
Opmerking
U kunt de weergave van CD-tekst van een audio-CD in- en uitschakelen (zie hoofdstuk "Gebruikersinstellingen", paragraaf "Instelling in gebruikersmenu uitvoeren", menupunt "CD TEXT"). Bij ingeschakelde CD-tekst wordt bij aanvang van elk titel de betreffende CD-tekst eenmaal als lichtkrant weergegeven.
Bluetooth®
U kunt de autoradio via Bluetooth® met andere Bluetooth®-geschikte apparaten zoals mobiele telefoons of MP3-spelers verbinden. Zo kunt u de autoradio met zijn geïntegreerde microfoon als handsfree-installatie voor verbonden mobiele telefoons gebruiken en de audioweergave van andere Bluetooth®-apparaten regelen en via de luidsprekers van de autoradio weergeven (Bluetooth®-Streaming).
De Bluetooth®-technologie is een draadloze verbinding met beperkte reikwijdte. Daarom moeten Bluetooth®-apparaten voor het realiseren en handhaven van een verbinding zich in de buurt van de autoradio (in het voertuig) bevinden.
Om een Bluetooth®-verbinding op te zetten, moet u de autoradio en het Bluetooth®-apparaat eerst koppelen. Wanneer u de apparaten koppelt, wordt aansluitend automatisch een Bluetooth®-verbinding gerealiseerd. Deze verbinding blijft bestaan zolang het Bluetooth®-apparaat binnen de reikwijdte blijft. Wanneer de verbinding wordt onderbroken, bijv. omdat u met de telefoon buiten de reikwijdte komt, wordt de verbinding automatisch weer hersteld, wanneer u zich weer binnen de reikwijdte bevindt.
buiten de reikwijdte komt, wordt de verbinding automatisch weer hersteld, wanneer u zich weer binnen de reikwijdte bevindt.
U kunt steeds slechts één mobiele telefoon en streaming-apparaat met de autoradio verbinden. Wanneer u een nieuw apparaat met de autoradio verbindt, wordt in dat geval de eventuele verbinding met een actueel verbonden apparaat automatisch verbroken. De autoradio laat echter tot maximaal 5 verschillende Bluetooth®-apparaten gekoppeld en u kunt elk van deze apparaten steeds snel en gemakkelijk weer verbinden met de autoradio. Wanneer u een zesde apparaat koppelt, dan wordt het Bluetooth®-apparaat dat als eerste werd gekoppeld, verwijderd.
Bluetooth®-menu
In het Bluetooth®-menu vindt u alle functies voor het koppelen, verbinden en beheren van Bluetooth®-apparaten.
Bluetooth®-menu oproepen
Druk op de toets MENU·OK 15. Druk op toets V 16 om het menupunt "BLUETOOTH" te selecteren. Druk op de toets > 14 om het Bluetooth®-menu te openen. Druk net zo vaak op de toets √16/√2 totdat het gewenste menupunt is geselecteerd.
Opmerkingen:
- Het Bluetooth®-menu wordt automatisch ca. 30 seconden nadat de toetsen zijn ingedrukt verlaten en u keert terug naar de weergave van de actuele audiobron.
- Wanneer een Bluetooth®-proces bezig is (bijv. het herstellen van de verbinding met het laatst verbonden apparaat), dan zijn de functies van het Bluetooth®-menu geblokkeerd. Wanneer u gedurende deze periode probeert het Bluetooth®-menu te openen, dan wordt in het display "LINK BUSY" weergegeven. Om terug te keren naar de actuele audiobron, drukt u op de toets DIS/ESC 13. Druk, om de Bluetooth®-procedure af
te breken en het Bluetooth®-menu te openen, op toets ⑰.
Bluetooth®-menu verlaten
Druk kort op toets DIS/ESC (13) om het Bluetooth®-menu te verlaten.
Apparaat koppelen en verbinden
Mobiele telefoon koppelen en verbinden
- Selecteer in het Bluetooth®-menu het menu-punt "PAIR". Druk op toets >14 om het menu te openen.
Het menu "PHONE" (Telefoon) is geselecteerd.
Druk op toets >14 om een mobiele telefoon te koppelen.
In het display worden "PAIRING" weergegeven en het Bluetooth®-symbool knippert. De autoradio kan nu gedurende ca. 2 minuten door een Bluetooth®-mobiele telefoon worden herkend en ermee worden verbonden.
Zoek op uw mobiele telefoon de autoradio (Bluetooth®-naam: "TORONTO 400 BT").
Zodra de autoradio door de mobiele telefoon is gevonden en verbonden moet worden, verschijnt in het display "ENTER PIN" en de PIN "1234".
Realiseer vervolgens vanaf uw mobiele telefoon de verbinding. Voer waar nodig de door de autoradio weergegeven PIN in.
Op het display wordt "PAIRED" (gekoppeld) en vervolgens "CONNECTED" (verbonden) weergegeven zodra de autoradio en de mobiele telefoon gekoppeld en verbonden worden.
Opmerking:
Wanneer geen verbinding gerealiseerd kan worden, wordt kort "CON FAIL" (verbinding mislukt) weergegeven.
Bluetooth®-streaming-apparaat koppelen en verbinden
- Selecteer in het Bluetooth®-menu het menu-punt "PAIR". Druk op toets >14 om het menu te openen.
Het menu "PHONE" (Telefoon) is geselecteerd.
Druk op toets V 16 om het menupunt "STREAMING" te selecteren. Druk op toets >①4 om een streaming-apparaat te koppelen.
Op het display wordt de actueel opgeslagen PIN (standaard "1234") weergegeven. Voer indien nodig de PIN van het streaming-apparaat in:
Druk net zo vaak op toets 16 / A 2 totdat steeds het gewenste cijfer op de actuele positie wordt weergegeven. Druk op toets < 5 / >14 om tussen de 4 posities van de PIN te wisselen. Druk op toets MENU-OK (15) om de ingevoerde PIN te bevestigen.
Opmerking:
Niet alle streaming-apparaten vragen om invoer van hun PIN op de autoradio. Bij sommige streaming-apparaten moet u in plaats hiervan de PIN van de autoradio invoeren. Voor dergelijke apparaten kunt u de actuele PIN van de autoradio eenvoudig door op toets MENU-OK 15 te drukken bevestigen en vervolgens op het streaming-apparaat invoeren.
In het display worden "PAIRING" weergegeven en het Bluetooth®-symbool knippert. De autoradio kan nu gedurende ca. 2 minuten door het streaming-apparaat worden herkend en ermee worden verbonden.
Zoek vanuit uw streaming-apparaat de autoradio (Bluetooth®-naam: "TORONTO 400 BT") en realiseer de verbinding. Voer eventueel de PIN van de autoradio in.
Op het display wordt "PAIRED" (gekoppeld) en vervolgens "CONNECTED" (verbonden)
weergegeven zodra de autoradio en het streaming-apparaat gekoppeld en verbonden worden.
Opmerking:
Wanneer geen verbinding gerealiseerd kan worden, wordt kort "CON FAIL" (verbinding mislukt) weergegeven.
Telefoonfuncties
Inkomend gesprek aannemen/afwijzen
Bij een inkomend gesprek worden op het display afwisselend "INCOMING" (inkomend) en het nummer van de beller weergegeven. De actuele audiobron wordt onderdrukt en een beltoon wordt via de autoradioluidspreker weergegeven.
Opmerking:
Wanneer het nummer van de beller niet wordt overgedragen, wordt i.p.v. het nummer "PRIVATE NUMBER" (geheim nummer) weergegeven. Wanneer het nummer van de beller is opgeslagen met een naam, dan worden naam en nummer weergegeven (zie hoofdstuk "Telefoonnummer opslaan").
Druk op toets 18 om het gesprek aan te nemen. Op het display worden "CALL" en de lopende gesprekstijd weergegeven. Druk op toets ⑦ om het gesprek af te wijzen resp. om het lopende gesprek af te sluiten. Op het display wordt "CALL END" weergegeven.
Oproep doen
Kies in het Bluetooth®-menu het menupunt "DIAL NEW". Druk op toets 14.
U kunt nu een telefoonnummer tot maximaal 20 posities invoeren: Druk net zo vaak op toets V (16) / A (2) totdat steeds het gewenste cijfer op de actuele positie wordt weergegeven.
Druk op toets < 5 / > 14 om tussen de posities van het nummer te wisselen.
Druk op toets ⑧ om het ingevoerde nummer te bellen.
Op het display worden afwisselend "OUTGOING" en het gekozen nummer weergegeven.
Opmerking:
Wanneer het gekozen nummer van de beller is opgeslagen met een naam, dan worden naam en nummer weergegeven (zie hoofdstuk "Telefoonnummer opslaan").
Zodra uw gesprekspartner het gesprek accepteert, worden in het display afwisselend "CALL" en de lopende gesprekstijd weergegeven.
Telefoonnummer opslaan
Kies in het Bluetooth®-menu het menupunt "DIAL NEW". Druk op de toets ≥ 14
U kunt nu een telefoonnummer tot maximaal 20 posities invoeren:
Druk net zo vaak op toets √16 / √2 totdat steeds het gewenste cijfer op de actuele positie wordt weergegeven. Druk op toets < 5 / > 14 om tussen de posities van het nummer te wisselen. Druk gedurende ca. 2 seconden op de gewenste voorkeuzetoets 1 - 5 ⑫ om alleen het nummer op te slaan.
-of-
Druk op toets MENU-OK (15), om een naam voor de positie in te voeren. U kunt nu een naam met max. 9 posities invoeren: Druk net zo vaak op toets √16 / √2 totdat steeds het gewenste cijfer op de actuele positie wordt weergegeven. Druk op toets < 5 / > 14 om tussen de posities van de naam te wisselen.
Druk gedurende ca. 2 seconden op de gewenste voorkeuzetoets 1 - 5 ⑫ om nummer en naam op te slaan.
Opmerking:
Een eerder onder de voorkeuzetoets opgeslagen nummer wordt overschreven.
Snelkiezen
Met snelkiezen kunt u het laatst gekozen nummer of een opgeslagen nummer (zie hoofdstuk "Telefoonnummer opslaan") bellen.
Druk op toets 18
Op het display wordt het laatst gekozen nummer weergegeven.
Opmerking:
Wanneer momenteel geen mobiele telefoon is verbonden, dan wordt het Bluetooth®-menu geopend. Het menupunt "PAIR" is gekozen.
Druk eventueel op een voorkeuzetoets 1-5 ① , om het daar opgeslagen nummer op te roepen. Druk op toets 18, om het nummer te bellen.
Op het display worden afwisselend "OUTGOING" en het gekozen nummer weergegeven.
Bluetooth®-Streaming-weergave
Bluetooth®-Streaming-weergave starten
Druk net zo vaak op toets SRC 6 totdat "BT STREAM" op het display wordt weergegeven.
De weergave begint.
Opmerkingen:
- De Bluetooth®-Streaming-weergave kan nu worden gekozen, wanneer een geschikt Streaming-apparaat is verbonden.
- Wanneer de verbinding met het Streamingapparaat tijdens de weergave verloren gaat, worden kort "CON LOST" (verbinding verloren) weergegeven en de autoradio schakelt over naar de vorige audiobron.
Titel kiezen
Druk kort op de toets < 5 / > 14 om naar de vorige/volgende titel te gaan.
Andere functies in het Bluetooth®- menu
Bluetooth®-PIN veranderen
De autoradio heeft af fabriek Bluetooth®-PIN "1234", die u bijv. bij het koppelen van een mobiele telefoon moet invoeren op de mobiele telefoon. U kunt deze PIN wijzigen.
Kies in het Bluetooth®-menu het menupunt "PIN EDIT". Druk op toets >14 om het menu te openen. Druk net zo vaak op toets V16 / A2 totdat steeds het gewenste cijfer op de actuele positie wordt weergegeven. Druk op toets <5 / >14 om tussen de 4 posities van de PIN te wisselen. Druk op de toets MENU·OK⑬.
Gekoppelde apparaten beheren
In het Bluetooth®-menu kunt u de gekoppelde Bluetooth®-apparaten (mobiele telefoons en streaming-apparaten zoals MP3-spelers) beheren.
In de apparaatlijsten voor mobiele telefoons ("PHN LIST") en streaming-apparaten ("STR LIST") worden de gekoppelde apparaten weergegeven. Hier kunt u:
- De verbinding met actueel verbonden Bluetooth®-apparaat verbreken
- Een verbinding met een gekoppeld Bluetooth®-apparaat maken
- Een Bluetooth®-apparaat ontkoppelen. Kies in het Bluetooth®-menu het menupunt "PHN LIST" resp. "STR LIST". Druk op toets >14 om het menu te openen.
Het eerste apparaat in de lijst wordt weergegeven.
Opmerking:
Wanneer geen apparaat is gekoppeld, wordt kort "EMPTY" (lijst leeg) weergegeven.
Druk net zo vaak op toets V16 / A2 totdat het gewenste apparaat wordt weergegeven.
U kunt kiezen uit de volgende opties:
Druk op toets 18 om het weergegeven apparaat te verbinden.
Op het display wordt "CONNECTING" (verbinden) weergegeven. Zodra het apparaat verbonden is, wordt kort "CONNECTED" (verbonden) weergegeven en keert u terug naar het Bluetooth®-menu. Wanneer het apparaat reeds verbonden is, wordt kort "CON EXIST" (verbinding bestaat al) weergegeven en keert u terug naar de lijst van de gekoppelde mobiele telefoons resp. streaming-apparaten.
Druk op toets ⑦ om de verbinding met het weergegeven apparaat te verbreken.
Op het display wordt kort "DISCONNTD" (verbinding verbroken) weergegeven en u keert terug naar het Bluetooth®-menu. Indien het apparaat niet was verbonden, wordt kort "NO CONNCT" (geen verbinding) weergegeven en u keert terug naar de lijst van gekoppelde mobiele telefoons resp. streaming-apparaten.
Druk gedurende ca. 2 seconden op toets ⑦ om het weergegeven apparaat te ontkoppelen.
Op het display wordt kort "DELETED" (verwijderd) weergegeven en u keert terug naar het Bluetooth®-menu.
Kies in het Bluetooth®-menu het menupunt "DELETE ALL". Druk op toets > 14, om alle gekoppelde apparaten te ontkoppelen.
In het display wordt "CONFIRM" (bevestigen) weergegeven.
Druk nogmaals op toets ① 1 4
Op het display wordt kort "DELETED" (ontkoppeld) weergegeven.
Externe audiobronnen
Front-AUX-IN-bus

Gevaar! Verhoogd letselgevaar door stekker.
In geval van een ongeluk kan de uitstekende stekker in de front-AUX-IN-bus letsel veroorzaken. Het gebruik van rechte stekkers of adapters leidt tot een verhoogd risico op letsel.
Daarom verdient gebruik van haakse stekkers aanbeveling, bijv. de Blaupunkt toebehorenkabel (7 607 001 535).
Zodra een externe audiobron zoals bijvoorbeeld een draagbare CD-/ MiniDisc- of MP3-speler op de front-AUX-IN-bus is aangesloten, kan deze met de toets SRC ⑥ worden geselecteerd. Op het display worden dan "FRONT AUX" weergegeven.
AUX-ingang aan achterzijde
Via de AUX-ingang aan de rechterzijde (Rear-AUX-IN) kunt u verschillende externe audiobronnen op de autoradio aansluiten:
C'n'C-geschikte apparaten uit het Blaupunkt-toebehorenprogramma (bijv. een C'n'C-geschikte Bluetooth®/USB- of iPod®/USB-interface; C'n'C = Command and Control). CD-wisselaar - Andere externe audiobronnen, zoals bijvoorbeeld draagbare CD-spelers, MiniDisc-spelers, MP3-spelers of een niet C'n'C-compatibele Blaupunkt-interface.
Opmerking:
Voor het aansluiten van een externe audiobron via de AUX-ingang aan de rechterzijde heeft u een adapterkabel nodig. Deze kabel (Blaupunkt-nr. 7607897093) is verkrijgbaar bij uw Blaupunkt-vakhandel.
Controleer voordat u een bepaald apparaat aansluit, eerst de modus van de AUX-ingang aan de rechterzijde en wijzig eventueel de instelling (zie hoofdstuk "Gebruikersinstellingen", paragraaf "Instelling in gebruikersmenu uitvoeren", menupunt
"CDC"). Let er op dat u de instellingen uitsluitend wijzigt zolang er geen apparaat op de AUX-ingang aan de rechterzijde is aangesloten. Verwijder eerst eventueel aangesloten apparaten bij uitgeschakelde autoradio.
C'n'C-weergave starten
Druk net zo vaak op toets SRC 6 totdat de naam van het via C'n'C aangesloten apparaat op het display verschijnt.
De weergave begint.
Opmerkingen:
- De C'n'C-weergave kan alleen worden gekozen wanneer een geschikt apparaat op een C'n'C-interface is aangesloten. Lees voor de bediening van de radio in C'n'C-bedrijf het hoofdstuk "CD-/MP3-/WMA-/C'n'C-/CD-wisselaar weergave".
- U kunt gebruik makend van een geschikte adapterkabel tot maximaal 3 C'n'C-compatibele Blaupunkt-interfaces op de autoradio aansluiten. Om er voor te zorgen dat de autoradio de verschillende interfaces kan onderscheiden, kunt u aan elke interface een individuele apparaatnummer toekennen (zie hoofdstuk "Gebruikersinstellingen", paragraaf "Instelling in gebruikersmenu uitvoeren", menupunt "C'N'C").
AUX-weergave starten
Druk net zo vaak op toets SRC 6 totdat "CDC/AUX" op het display verschijnt.
De weergave begint.
Opmerking:
U kunt voor de AUX-ingang aan de rechterzijde een eigen naam invoeren, die in de AUX-weergave op het display wordt weergegeven wanneer u de aangesloten audiobron heeft geselecteerd (zie hoofdstuk "Gebruikersinstellingen", paragraaf "Instelling in gebruikersmenu uitvoeren", menupunt "AUX EDIT").
Klankinstellingen
In het audiomenu kunt u de volgende klankkleurinstellingen veranderen:
- Bas en treble instellen
- Volumeverdeling links/rechts (balans) resp. voor/achter (fader) instellen
- Versterking van de lage tonen bij laag volume (X-Bass) instellen.
In het uitgebreide audiomenu kunt u daarnaast de volgende instellingen uitvoeren:
3-band-equalizer instellen:
- Middentonenniveau instellen.
- Bas-, midden- en hoge tonen frequentie kiezen.
- Kwaliteitsfactor voor bas en middentonen instellen.
- Uitgebreide X-Bass-instellingen uitvoeren (niveau en frequentie) Equalizer-voorinstellingen kiezen
Opmerking:
De instellingen voor bassen, midden- en hoge tonen worden steeds voor de actuele audiobron opgeslagen.
Audiomenu oproepen en verlaten
Druk kort op toets MENU·OK (15) om het gebruikersmenu te openen. Druk net zo vaak op toets V (16) / A (2) totdat het menupunt "AUDIO" is geselecteerd. Druk op toets > (14) om het audiomenu te openen. Druk net zo vaak op de toets V (16) / A (2) totdat het gewenste menupunt is geselecteerd. Voer de instelling uit (zie volgende paragraaf). Druk kort op toets MENU·OK (15) om een ander menupunt te selecteren. - of - Druk kort op toets DIS/ESC (13) om het menu te verlaten.
Opmerking:
Het menu wordt automatisch ca. 15 seconden nadat voor het laatst toetsen zijn ingedrukt verlaten en u keert terug naar de weergave van de actuele audiobron.
Instellingen in audiomenu uitvoeren
BAS
Niveau lage tonen. Instellingen: -7 tot +7.
Druk op toets > (14) om het menu te openen. Druk op toets V (16) / A (2) om de instelling uit te voeren.
TREBLE
Niveau hoge tonen. Instellingen: -7 tot +7.
Druk op toets > (14) om het menu te openen. Druk op toets V (16) / A (2) om de instelling uit te voeren.
Balans
Volumeverdeling links/rechts. Instellingen: L9 (links) tot R9 (rechts).
Druk op toets >14 om het menu te openen. Druk op toets √16 / √2 om de instelling uit te voeren.
FADER
volumeverdeling voor/achter. Instellingen: R9 (achter) tot F9 (voor).
Druk op toets > 14, om het menu te openen. Druk op toets √16 / √2 om de instelling uit te voeren.
X-BASS
Versterking van de lage tonen bij gelijk volume. Instellingen: 0 (uit) tot 3 (grootste versterking). Druk op toets >14 om het menu te openen.
Druk op toets √[16]π om de instelling uit te voeren.
Uitgebreid audiomenu oproepen en verlaten
Kies in het audiomenu het menupunt "ENHANCED". Druk op toets >14 om het ENHANCED-menu te openen. Druk net zo vaak op de toets (16) / (2) totdat het gewenste menupunt is geselecteerd. Voer de instelling uit (zie volgende paragraaf). Druk kort op toets MENU-OK ⑤ om een ander menupunt te selecteren. - of - Druk kort op toets DIS/ESC (13) om het menu te verlaten.
Instelling in het uitgebreide audiomenu uitvoeren
E-BASS
Basfrequentie en kwaliteitsfactor instellen. Instellen:
- Basfrequentie: 60/80/100/200 Hz Kwaliteitsfactor: 1,0/1,25/1,5/2,0
Druk op toets >14 om het submenu E-BASS te openen. Druk op toets (16) / A(2) om tussen de submenu's "FREQ" (frequentie) en QFAC (kwaliteitsfactor) te wisselen. Druk op de toets < 5 / > 14 om tussen de beschikbare instellingen van het submenu te wisselen.
E-TREBLE
Hoge frequenties instellen. Instellingen: 10/12, 5 tot 15/17,5 kHz. Druk op toets ≥14 om het menu E-TREBLE te openen.
Druk op de toets <5/> om tussen de beschikbare instellingen van het submenu te wisselen.
E-MIDDLE
Middenniveau en -frequentie alsmede kwaliteitsfactor instellen. Instellingen:
- Middenniveau: -7 tot +7
- Middenfrequentie: 0,5/1,0/1,5/2,5 kHz Kwaliteitsfactor: 0,5/0,75/1,0/1,25
Druk op toets >14 om het submenu E-MIDDLE te openen. Druk op toets √16/√2 om te wisselen tussen de submenu's "GAIN" (niveau), "FREQ" (frequentie) en QFAC (kwaliteitsfactor). Druk op de toets <5/>14 om tussen de beschikbare instellingen van het submenu te wisselen.
E-XBASS
X-Bass niveau en -frequentie instellen. Instellingen:
X-Bass niveau: 0 (uit) tot 3 X-Bass frequentie: 30/60/100 Hz
Druk op toets >④ om het submenu E-XBASS te openen. Druk op toets V16/A2 om tussen de submenu's "GAIN" (niveau) en "FREQ" (frequentie) te wisselen. Druk op de toets <5/>14 om tussen de beschikbare instellingen van het submenu te wisselen.
PRESETS
Equalizer-voorinstellingen kiezen. Instellingen: POP, ROCK, CLASSIC, P-EQ OFF (geen voorinstelling).
Druk op toets >14 om het submenu PRESETS te openen. Druk op toets V16/A2 om tussen de instellingen te wisselen.
Gebruikersinstellingen
Gebruikersmenu oproepen en verlaten
Druk kort op toets MENU·OK ⑤ om het menu te openen. Druk net zo vaak op de toets V(16) / A(2) totdat het gewenste menupunt is geselecteerd. Voer de instelling uit (zie volgende paragraaf). Druk kort op toets MENU·OK ⑤ om een ander menupunt te selecteren. - of - Druk kort op toets DIS/ESC 13 om het menu te verlaten.
Opmerking:
Het menu wordt automatisch ca. 15 seconden nadat voor het laatst toetsen zijn ingedrukt verlaten en u keert terug naar de weergave van de actuele audiobron.
Instelling in gebruikersmenu uitvoeren
CDC
Modus van de AUX-ingang op de achterkant instellen. Instellen: ON (voor aansluiten van een CD-wisselaar of een andere externe audiobron), OFF (voor aansluiting van een C'n'C-geschikte Blaupunkt-interface).
Druk op toets > om het menu te openen. Druk op toets >14 om tussen de instellingen te wisselen. Druk kort op toets MENU·OK ⑤ om de gekozen instelling te bevestigen.
De autoradio schakelt automatisch uit en met de gekozen instelling erin.
CN'C
Aan aangesloten C'n'C-geschikte interfaces een individueel apparaatnummer toekennen (C'n'C = Command and Control). Lengte: 4 posities, cijfers: 0-9, A-F (hexadecimaal).
Druk op toets > om het menu te openen. Druk op toets V16 / A2 om de interface te kiezen ("DEV 1-3"). Druk op toets >④ om het apparaatnummer te wijzigen. Druk op toets <5 / >14 om te wisselen tussen de posities. Het teken op de gekozen positie knippert, wanneer dit is gekozen. Druk op toets V16 / A2 om op de geselecteerde positie een cijfer te kiezen. Druk kort op toets MENU·OK ⑤ om het ingevoerde apparaatnummer te bevestigen.
CDTEXT
Weergave van CD-tekst in- of uitschakelen. Instellingen: ON (aan), OFF (uit).
Druk op toets > om het menu te openen. Druk op toets 14 om tussen de instellingen te wisselen. Druk kort op toets MENU·OK ⑤ om de gekozen instelling te bevestigen.
TA VOLUME
(alleen voor tunerregio "EUROPE")
Minimale volume voor verkeersberichten instellen. Instellingen: 1 - 50.
Druk op toets > om het menu te openen. Druk op toets √[16]一 / √[2]一 of draai aan de volumeregelaar 4 om de instelling uit te voeren.
SENS
Alleen bij FM-radioweergave mogelijk: Gevoeligheid van de zoekafstemming instellen. Instellingen: LO1 (geringste) - HI6 (hoogste).
Druk op toets >14 om het submenu te openen. Druk op toets √16 / √2 om de instelling uit te voeren.
SCAN TIME
Duur van fragment in stappen van 5 seconden instellen. Instelling: 5-30.
Druk op toets >14 om het submenu te openen. Druk op toets √16 / ② om de instelling uit te voeren.
CLOCK SET
De tijd van de klok instellen.
Druk op toets >14 om het menu te openen. Druk op toets <5 / >14 om te wisselen tussen minuten en uren.
De minuten- resp. urenweergave knippert wanneer deze is geselecteerd.
Druk op toets √16 / √2 om de minuten, resp. uren in te stellen. Druk kort op toets MENU · OK (15) om de ingevoerde tijd te bevestigen.
Opmerking:
In de 12-uur tijdmodus (12H MODE) worden achter de tijd een "A" voor 's ochtends resp. een "P" voor 's middags weergegeven.
12H/24H MODE
12- resp. 24-uur-tijdmodus kiezen. Instellingen: 12H, 24H.
Druk op toets > om het menu te openen. Druk op toets >14 om tussen de instellingen te wisselen.
CLOCK
Weergave van de tijd bij uitgeschakelde radio en uitgeschakeld voertuigcontact in- of uitschakelen. Instellingen: ON (aan), OFF (uit).
Druk op toets > 14 om het menu te openen. Druk op toets 14 om tussen de instellingen te wisselen. Druk kort op toets MENU-OK ⑤ om de gekozen instelling te bevestigen.
BEEP
Bevestigingstoon in- of uitschakelen. Instellingen: ON (aan), OFF (uit).
Druk op toets > 14 om het menu te openen. Druk op toets > 14 om tussen de instellingen te wisselen. Druk kort op toets MENU-OK ⑤ om de gekozen instelling te bevestigen.
MUTE LVL
Volume voor onderdrukking instellen. Instellingen: 0-50.
Druk op toets > 14 om het menu te openen. Druk op toets V 16 / A 2 of draai aan de volumeregelaar 4 om de instelling uit te voeren.
ON VOLUME
Inschakelvolume instellen. Instellingen: 0 - 50 of LAST VOL (voor het uitschakelen van de autoradio staat ingesteld volume). Bij de instelling "LAST VOL" is het inschakelvolume begrensd op max. 25.
Druk op toets >14 om de instelling "LAST VOL" te kiezen. -of- Druk op toets < 5 om het inschakelvolume tussen 0 en 50 in te stellen.
Druk op toets 16 / A2 of draai aan de volumeregelaar 4 om de instelling uit te voeren.
REG
(alleen voor tunerregio "EUROPE")
Alleen bij FM-radioweergave mogelijk: REG-functie in- of uitschakelen. Instellingen: ON (aan), OFF (uit).
Druk op toets >14 om het menu te openen. Druk op toets >14 om tussen de instellingen te wisselen.
PTYLANG
(alleen voor tunerregio "EUROPE")
Alleen bij FM-radioweergave mogelijk: taal voor de weergave van de programmatypen kiezen. Instellingen: ENGLISH, FRANCAIS, DEUTSCH.
Druk op toets >14 om het submenu te openen. Druk op toets 16 / A2 om tussen de instellingen te wisselen.
PTY
(alleen voor tunerregio "EUROPE", "USA", "S AMERICA")
Alleen bij FM-radioweergave mogelijk: PTY-functie in- of uitschakelen. Instellingen: ON (aan), OFF (uit).
Druk op toets > om het menu te openen. Druk op toets >14 om tussen de instellingen te wisselen.
Kleuren voor de displayverlichting mengen uit de basiskleuren rood, groen en blauw (RGB). Instellingen voor R, G en B steeds 0 tot 16.
Druk op toets < 5 om het submenu "4096 COL" te kiezen (instellen van R, G en B), resp. de toets ≥ 14 om het submenu "256 COL" te kiezen (instellen van R en G, B blijft ongewijzigd).
Druk op toets > om het menu te openen. Druk op toets < 5 / > 14 om te wisselen tussen de kleuren.
De waarde van de geselecteerde kleur knippert.
Druk op toets V(16) / A(2) om de waarde van de geselecteerde kleur in te stellen. Druk kort op toets MENU-OK ⑤ om de gekozen instelling te bevestigen.
SCAN
Continue kleurwisseling van de displayverlichting in- of uitschakelen. Instellingen: ON (aan), OFF (uit).
Druk op toets > om het menu te openen. Druk op toets > 14 om tussen de instellingen te wisselen. Druk kort op toets MENU-OK ⑤ om de gekozen instelling te bevestigen.
Wanneer de continue kleurwisseling is ingeschakeld, wijzigt de kleur van de displayverlichting voortdurend over het hele kleurenspectrum.
COL SCAN
Kleur van de displayverlichting tijdens een kleurzoekdoorloop selecteren.
Druk op toets > 14 om de kleurzoekdoorloop te starten. Op het display worden afwisselend "SCANNING" en "OK (MENU)" weergegeven en de kleur van de displayverlichting wijzigt voortdurend. Druk kort op toets MENU-OK ⑤ om de juist ingestelde kleur te selecteren.
DIM DAY/DIM NIGHT
Displayhelderheid voor overdag (DIM DAY) resp. 's nachts (DIM NIGHT) instellen. Instellingen: 1-16. Druk op toets > om het menu te openen.
Druk op toets √16 / √A om de instelling uit te voeren.
Wanneer uw autoradio is aangesloten zoals staat beschreven in de handleiding en uw voertuig beschikt over de betreffende aansluiting, dan volgt de omschakeling van de displayhelderheid voor dag en NIGHT tegelijk met het in- en uitschakelen van de voertuigverlichting.
AUXEDIT
Naam voor de AUX-ingang aan de rechterkant bij AUX-weergave invoeren. Lengte: 9 posities; tekens: A-Z, 0-9.
Druk op toets >14 om het menu te openen. Druk op toets < 5 / >14 om te wisselen tussen de posities.
Het teken op de gekozen positie knippert, wanneer dit is gekozen.
Druk op toets V16 / A2 om op de geselecteerde positie een teken te selecteren. Druk kort op toets MENU · OK (15) om de ingevoerde naam te bevestigen.
TRAF
(alleen voor tunerregio "EUROPE")
Alleen bij FM-radioweergave mogelijk: voorrang voor verkeersberichten in- of uitschakelen. Instellingen: ON (aan), OFF (uit).
Druk op toets >14 om het menu te openen. Druk op toets >14 om tussen de instellingen te wisselen.
RDS
(alleen voor tunerregio "EUROPE")
Alleen bij FM-radioweergave mogelijk: RDS-functie in- of uitschakelen. Instellingen: ON (aan), OFF (uit).
Druk op toets >14 om het menu te openen. Druk op toets >14 om tussen de instellingen te wisselen.
Fabrieksinstellingen
Fabrieksinstellingen in gebruikersmenu:
| ON VOLUME | LAST VOL |
| MUTE LVL | 0 |
| SENS | HI6 |
| SCAN TIME | 10 |
| CLOCK | OFF |
| BEEP | ON |
| DIM DAY | 15 |
| DIM NIGHT | 12 |
| CDTEXT | OFF |
| 12H/24H MODE | 24H |
| CLOCKSET | 00:00 |
| TA VOL | 20 |
| RDS* | ON |
| REG* | ON |
| TRAF* | OFF |
- Alleen in tunerregio "EUROPE"
U kunt de oorspronkelijke fabrieksinstellingen van de autoradio herstellen:
Druk kort op toets MENU·OK ⑤ om het menu te openen. Druk net zo vaak op toets √16 / √2 totdat het menupunt "NORMSET" is geselecteerd. Druk langer dan 4 seconden op de toets MENU·OK 15.
Op het display wordt kort "NORM ON" weergegeven. De autoradio schakelt automatisch uit en weer in met de fabrieksinstellingen.
Opmerking:
Wanneer u de toets MENU·OK 15 korter dan 4 seconden indrukt, worden "NORM OFF" op het display weergegeven en blijven de actuele instellingen bewaard.
Nuttige informatie
Garantie
Voor onze producten die binnen de Europese Unie gekocht zijn, bieden wij een fabrieksgarantie. Voor buiten de EU gekochte apparaten gelden de garantiebepalingen van de betreffende vertegenwoordigingen in die landen.
De garantievoorwaarden kunt u raadplegen op www.blaupunkt.com of direct opvragen bij:
Blaupunkt GmbH
Hotline
Robert-Bosch-Str. 200
D-31139 Hildesheim
Service
In enkele landen biedt Blaupunkt een reparatie- en afhaalservice aan.
Op www.blaupunkt.com kunt u nagaan of deze service ook in uw land beschikbaar is.
Mocht u van deze dienst gebruik willen maken, dan kunt u via het internet het afhalen van uw autoradio aanvragen.
Technische gegevens
Voedingsspanning
Bedrijfsspanning: 10,5-14,4V
Opgenomen vermogen
Bij weergave: 10 A
10 sec. na het
uitschakelen: < 3,5 mA
Versterker
Uitgangsvermogen: 4 x 26 Watt sinus bij
14,4 V aan 4 Ohm.
4 × 50 W max. vermogen
gen
Tuner
Golfgebied Europa/Thailand:
FM: 87,5-108 MHz
Golfgebieden Zuid-Amerika:
FM: 87,5-107,9 MHz
Afmetingen en gewicht
B x H x D (mm): 182 x 53 x 155
Wijzigingen voorbehouden

CDC
Adviezen voor de veiligheid
Wilt u tijdens het monteren en aansluiten de volgende veiligheidsadviezen in acht nemen.
- De minpool van de batterij afklemmen! De veiligheidsadviezen van de fabrikant in acht nemen.
- Bij het gaten boren erop letten dat geen voertuigonderdelen worden beschadigd.
- De dwarsdoorsnede van de plus- en minkabel mag niet minder dan 1,5mm2 zijn.
- Stekker aan de voertuigkant niet aan de radio aansluiten!
De voor uw voertuig vereiste adapterkabel is bij de BLAUPUNKT-vakhandel verkrijgbaar!
- Afhankelijk van de uitvoering kan uw auto afwijken van deze beschrijving. Voor schade door fouten in montage of aansluiting en schade als gevolg waarvan aanvaarden wij geen aansprakelijkheid.
Mochten de hier vermelde aanwijzingen voor de montage voor u niet van toepassing zijn, dan kunt u contact opnemen met uw Blaupunkt-vakhandel, uw autofabrikant of onze telefoon-hotline.
Bij inbouw van een versterker of cd-wisselaar moeten eerst de massacontacten van de apparaten worden verbonden voordat de stekkers voor de line-in- of line-out-bussen worden aangesloten.
De massa van andere apparaten mag niet aan de massa van de autoradio (huis) worden aangesloten.
SW - Monteringsanvisning

Skyddsanvisningar
Toronto 400 BT (7649 035 110)




Toronto 400 BT (7649 036 010)








Als speciaal accessoire verkrijgbaar
Preamp./Sub./Center - out kabel


Inbouwsets

1.
2.

