AirClima 18000 Cassette Indoor Connected - Airconditioning CECOTEC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis AirClima 18000 Cassette Indoor Connected CECOTEC in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over AirClima 18000 Cassette Indoor Connected CECOTEC
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AirClima 18000 Cassette Indoor Connected - CECOTEC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AirClima 18000 Cassette Indoor Connected van het merk CECOTEC.
GEBRUIKSAANWIJZING AirClima 18000 Cassette Indoor Connected CECOTEC
Veiligheidsinstructies 33
- Onderdelen en componenten 349
- Vóór u het apparaat gebruikt 352
- Installatie 353
- Werking 373
- Wi-Fi-connectiviteit en mobiele toepassing 379
- Schoonmaak en onderhoud 379
- Probleemoplossing 386
- Technische specificaties 391
- Recycling van elektrische en elektronische apparatuur 396
- Garantie en technische ondersteuning 397
- Copyright 397
- Verklaring van overeenstemming 397
SPIS TREŚCI
Lees de volgende instructies aandachtig voordat u het product gebruikt. Bewaar deze handleiding voor toekomstig(e) gebruik of gebruikers.
- Diticon betekent: LET OP! Risico op brand.
- Dit icoon betekent: LET OP! Lees de gebruiksaanwijzing voordat u het apparaat in gebruik neemt.
- Dit icoon betekent: Handleiding; gebruiksaanwijzing. Lees eerst de handleiding voordat u de airconditioner installeert.
- Dit écon betekent: Onderhoudsindicator; lees de handleiding. Lees eerst de handleiding voordat u de airconditioner repareert.
- Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk gebruik en is niet bestemd voor gebruik in bars, restaurants, boerderijen, hotels, motels en kantoren.
- Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en personen met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of met gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilig gebruik van het apparaat en de gevaren ervan begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud door de gebruiker mogen niet zonder toezicht door kinderen worden uitgevoerd.
- Het apparaat moet worden gevoed met de zeer lage veiligheidsspanning die op de productmarkering staat vermeld.
-
Als de stroomkabel beschadigd is, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of vergelijkbaar gekwalificeerd personeel om gevaar te voorkomen.
-
Buizen moeten worden beschermd tegen fysieke schade en mogen niet worden geïnstalleerd in een ruimte die niet geventileerd is.
- De nationale gasvoorschriften moeten worden nageleefd.
- De mechanische verbindingen moeten toegankelijk zijn voor onderhoudsdoeleinden.
- WAARSCHUWING: Houd de ventilatieopeningen vrij van obstructies.
- OPMERKING: Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd zoals aanbevolen door de fabrikant.
- Het apparaat moet worden geïnstalleerd volgens de nationale voorschriften voor elektrische installaties.
- WAARSCHUWING: Het apparaat moet worden opgeslagen in een goed geventileerde ruimte waar de grootte van de ruimte overeenkomt met de voor de werking gespecificeerde ruimte.
- WAARSCHUWING: Het apparaat moet worden opgeslagen in een ruimte zonder continu werkende open vlammen (bijv. een werkend gasapparaat) of ontstekingsbronnen (bijv. een werkend elektrisch verwarmingselement).
- Het apparaat moet zodanig worden opgeslagen dat mechanische schade wordt voorkomen.
- ledereen die betrokken is bij werkzaamheden of interventies in een koelcircuit dient in het bezit te zijn van een geldig certificaat dat is afgegeven door een door de industrie erkende beoordelingsinstantie en dat zijn bekwaamheid om veilig met koelmiddelen om te gaan in overeenstemming met een door de industrie erkende beoordelingsspecificatie bevestigt.
- Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd zoals aanbevolen door de fabrikant. Onderhoud en reparatie waarvoor de hulp van ander gekwalificeerd personeel nodig is, moeten worden
uitgevoerd onder toezicht van de persoon die bevoegd is in het gebruik van ontvlambare koelmiddelen.
- Onderhoudspersoneel dat moet worden geïinstrueerd om het volgende te doen bij het onderhoud van een apparaat dat een ontvlambaar koelmiddel gebruikt.
- Zorg ervoor dat de netspanning overeenkomt met de spanning vermeld op het classificatielabel van het apparaat en dat het stopcontact geaard is.
- Kinderen en dieren moeten tijdens de installatie uit de buurt van het installatiegebied worden gehouden.
- Reiniging en onderhoud moeten worden uitgevoerd door gespecialiseerde technici. In ieder geval moet het apparaat worden losgekoppeld van de stroomvoorziening voordat reinigings- of onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd.
- Dompel niet de kabel, stekker of vaste onderdelen van het product in water of andere vloeistoffen. Stel de elektrische verbindingen niet bloot aan water. Zorg ervoor dat uw handen volledig droog zijn voordat u de stekker aanraakt of het apparaat inschakelt.
- Verplaats en trek niet aan het product via de voedingskabel. Gebruik de kabel niet als handgreep. Forceer de kabel niet in hoeken of tegen scherpe randen. Zet het product niet op de voedingskabel. Bewaar afstand tussen de kabel en hete oppervlakken.
- Gebruik het apparaat niet als de kabel, de stekker of het frame beschadigd zijn, niet correct werken of als ze gevallen zijn.
- Gebruik het apparaat niet in besloten ruimtes waar explosieve of brandbare dampen voor zouden kunnen komen.
- Installeer de airconditioner uit de buurt van warmtebronnen.
-
Probeer het apparaat niet zelf te repareren. Neem contact op met de Technische Dienst van Cecotec.
-
Installeer de airconditioner niet in de badkamer of andere vochtige omgevingen.
- De airconditioner is uitsluitend ontworpen voor gebruik binnenshuis en is niet geschikt voor ander gebruik.
Instructies over de batterijen
- Het inslikken van de batterij kan brandwonden, perforatie van weke delen en de dood tot gevolg hebben. Kan ernstige brandwonden veroorzaken binnen twee uur na inname.
- Als de batterij wordt ingeslikt, moet onmiddellijk medische hulp worden ingeroepen.
- Laat kinderen geen batterijen vervangen zonder toezicht van een volwassene.
- Batterijen niet demonteren, openen of vernietigen.
- Houd batterijen buiten het bereik van kinderen. Houd vooral kleine batterijen buiten het bereik van kinderen. Als een batterij wordt ingeslikt, moet onmiddellijk medische hulp worden ingeroepen.
- Stel batterijen niet bloot aan hitte of vuur. Vermijd opslag in direct zonlicht.
- Sluit geen element of batterij kort. Bewaar batterijen niet op een slordige manier in een doos of lade waar ze elkaar kunnen kortsluiten of kortgesloten kunnen worden door andere metalen voorwerpen.
- Stel batterijen niet bloot aan mechanische schokken.
- Zowel batterijen als accu's kunnen onder extreme omstandigheden lekken. In geval van een cel-lek, mag de vloeistof niet in contact komen met de huid of de ogen. Indien de vloeistof van een accu in contact komt met uw huid, spoel dan uw huid onmiddellijk met water en zeep. Als de vloeistof in contact komt met uw ogen, spoel dan onmiddellijk uw ogen grondig met schoon water voor minstens 10 minuten en
zoek medische hulp. Gebruik handschoenen om de batterij vast te pakken en gooi ze onmiddellijk weg overeenkomstig de lokale wetgeving.
- Let op de positieve (+) en negatieve (-) markeringen op de batterijen en de besturingseenheid en zorg voor het juiste gebruik.
- Gebruik geen batterijen die niet zijn ontworpen voor gebruik met de afstandsbediening.
- Meng geen batterijen van verschillende fabricage, capaciteit, grootte of type in de regelaar.
- Het gebruik van batterijen door kinderen moet onder toezicht staan.
- Koop altijd de aanbevolen batterijen.
- Houd batterijen schoon en droog. Veeg de accupolen af met een schone, droge doek als ze vuil zijn geworden.
- Bewaar de originele productdocumentatie voor toekomstig gebruik.
- Gebruik batterijen alleen voor het beoogde doel.
- Verwijder indien mogelijk de batterij uit het apparaat wanneer het niet in gebruik is.
INSTRUKCJA BEZPIECZEŃSTWA
A. Indoor unit
1. Luchtuitgang
2. Bedieningspaneel
3. Pomp
4. Afvoerslang
5. Luchtingang
6. Filter
7. Aanvoer
8. Afstandsbediening
B. Outdoor unit
- Koelslang
- Verbindingskabel
- Sluitings ventiel
- Rooster van de luchtafvoer
Display. Fig. 2
- Scherm
- Aanvoer
- Infrarood ontvanger
- Bedieningspaneel
- Luchtinlaatrooster
Bedieningspaneel. Fig. 3
- Akoestisch signaal: als er een signaal wordt ontvangen, klinkt er een pieptoon.
- Handmatig aan/uit: Met deze knop kunt u het apparaat handmatig aan- of uitzetten.
- Bedrijfsindicator: als dit lampje brandt, geeft het aan dat het apparaat in werking is.
- Timerindicator: Als dit lampje brandt, knippert de temperatuur/foutcode-indicator om de timermodus te activeren.
- Temperatuurweergave/foutcodes: geeft bij normale werking de huidige insteltemperatuur of kamertemperatuur weer. Als er een storing optreedt, geeft het apparaat een foutcode weer.
- Ontdooi/voorverwarmingsindicator: als dit lampje brandt, geeft het aan dat het apparaat in de ontdooistand staat.
- Waarschuwingslampje: als dit lampje brandt, duidt dit op een storing van het apparaat en geeft de temperatuur/foutcode-indicator een foutcode weer.
- Infrarood ontvanger: ontvangt infraroodsignaal.
Afstandsbediening. Fig. 4
| Icoon Beschrijving | |
![]() | Indicatielampje voor batterijniveau |
![]() | Automatische modus (AUTO) |
![]() | Koelmodus (COOL) |
![]() | Ontvochtigingsmodus (DRY) |
![]() | Modus alleen ventilator (FAN ONLY) |
![]() | Verwarmingsmodus (HEAT) |
![]() | ECO modus |
![]() | Timer |
![]() | Temperatuur indicator |
![]() | Ventilatorsnelheid: auto/laag/laag-laag-medium/medium-hoog/hoog |
![]() | MUTE functie |
![]() | TURBO functie |
![]() | Automatische oscillatie functie |
![]() | SLEEP functie |
![]() | I FEEL functie |
![]() | Signaal indicator |
| [00Y8] | Kinderslot (CHILD LOCK) |
![]() | Display aan/uit (DISPLAY) |
![]() | Automatische schoonmaak functie |
| Anti-schimmel (ANTI-MILDEW) | |
| Natuurlijk briesje | |
| Om de airconditioning in of uit te schakelen. | |
| Om de temperatuur of tijd van de timer te verhogen | |
| Om de temperatuur of tijd van de timer te verlagen | |
| Modusknop, gebruikt om de modus te selecteren: Ⓞ (AUTO), ⚙ (COOL), ⚠ (DRY), ⚣ (FAN) y ⚤ (HEAT). | |
| ECO modus | |
| TURBO functie. | |
| Snelheid van de ventilator: Automatisch/Stil/Laag/Medium/Medium-Hoog/Hoog/Turbo | |
| Aan/uit timer | |
| SLEEP functie | |
| DISPLAY | Om de LED weergave aan/uit te zetten. |
| Oscillatie functie | |
| Knop zonder functie | |
| I FEEL functie. | |
| MUTE functie. | |
| Om de kinderslot functie te activeren/deactiveren. | |
| Automatische reiniging | |
| Knop zonder functie | |
| Antischimmel functie (ANTI-MILDEW) |
NEDERLANDS
OPMERKING:
De figuren in deze handleiding zijn schematische voorstellingen en komen mogelijk niet exact overeen met het product.
2. VÓÓR U HET APPARAAT GEBRUIKT
- Dit apparaat heeft een verpakking die ontworpen is om het tijdens het transport te beschermen. Haal het apparaat uit de doos en verwijder al het verpakkingsmateriaal. U kunt de originele doos en andere verpakking op een veilige plaats bewaren om beschadiging van het apparaat te voorkomen als u het in de toekomst moet vervoeren. Als u de verpakking toch weggooit, zorg er dan voor een correcte recyclage.
- Controleer of alle onderdelen en componenten aanwezig en in goede staat zijn. Als een van deze ontbreekt of niet in goede staat is, neem dan onmiddellijk contact op met de Technische Dienst van Cecotec.
Opmerking:
- De airconditioner kan pas worden ingeschakeld nadat hij minstens twee uur op het elektriciteitsnet is aangesloten. Als de airconditioner bovendien een dag niet wordt gebruikt, mag de stroomtoevoer niet worden onderbroken, maar moet de carterverwarming worden verwarmd om te voorkomen dat de compressor wordt geforceerd om te starten.
- Let erop dat de luchtinlaat/uitlaat niet geblokkeerd wordt. Als dit gebeurt, kan de airconditioner niet goed werken.
Inhoud van de doos ter referentie 08151 - AirClima 18000 Cassette Indoor Connected:
- Indoor unit van de cassette airconditioner.
- Handleiding
- Afstandsbediening
- Batterij voor afstandsbediening AAA 1,5V (x2)
Inhoud van de doos ter referentie 08152 - AirClima 18000 Cassette Outdoor:
- Outdoor unit van de cassette airconditioner.
Inhoud van de doos ter referentie 09283 - AirClima 18000 Cassette Panel:
- Indoor unit van de cassette airconditioner.
Inhoud van de doos ter referentie 08153 - AirClima 24000 Cassette Indoor Connected:
- Indoor unit van de cassette airconditioner.
- Handleiding
- Afstandsbediening
- Batterij voor afstandsbediening AAA 1,5V (x2)
Inhoud van de doos ter referentie 08154 - AirClima 24000 Cassette Outdoor:
- Outdoor unit van de cassette airconditioner.
Inhoud van de doos ter referentie 09284 - AirClima 24000 Cassette Panel:
- Paneel van de indoor unit van de cassette airconditioner.
3. INSTALLATIE
3.1 Informatie vóór de installatie
Installatie-instructies
De installatie van deze airconditioner mag alleen worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel. Als dit niet het geval is, is de normale werking van het apparaat niet gegarandeerd en wordt bovendien de veiligheid van het apparaat en het gebouw in gevaar gebracht.
Handleiding
- Gebruik de zekering of stroomonderbreker die in deze instructies wordt aangegeven.
- De locatie waar de airconditioner wordt geïnstalleerd moet een stroomvoorziening hebben die voldoet aan de specificaties op het typeplaatje van de eenheid. Bovendien moet de spanning binnen het bereik van 90% tot 110% van de nominale spanningswaarde liggen.
- Het voedingscircuit moet voorzien zijn van een beveiliging, zoals een elektrische lekbeveiliging of een luchtstroomonderbreker, met een nominale waarde die groter is dan 1,5 keer de maximale nominale spanning van de airconditioner.
- Het stopcontact dat u gebruikt, moet geaard zijn en compatibel zijn met de stekker van de airconditioner. De stekker van de airconditioner is voorzien van een geaarde stekker en mag niet worden gewijzigd.
- Neem contact op met een gekwalificeerde elektricien om de bedrading aan te sluiten volgens de elektrische veiligheidsvoorschriften. Zorg ervoor dat de airconditioner goed is geaard. Dat wil zeggen dat de hoofdvoedingskabel van de airconditioner moet worden aangesloten op een betrouwbare aarding.
Let op:
- De airconditioner moet correct worden geïnstalleerd. Anders kunnen er abnormale trillingen of geluiden ontstaan.
- De outdoor unit moet worden geïnstalleerd op een plaats waar de buren geen last hebben van het uitgestraalde geluid.
- Lees deze instructies zorgvuldig door.
- Zorg ervoor dat er tijdens de installatie van het apparaat geen lucht kan binnendringen of koelmiddel kan ontsnappen.
- Het type zekering voor de controller van de indoor unit is 50T, de nominale specificatie is T 5 A, 270V. De zekering voor de hele eenheid wordt niet geleverd door de fabrikant, dus de
NEDERLANDS
installateur moet een geschikte zekering of andere overstroombeveiliging gebruiken voor het voedingscircuit in overeenstemming met het maximale ingangsvermogen.
- De airconditioner werkt veilig wanneer de statische omgevingsdruk 0,8\~1,05 van de standaard atmosferische druk is.
Gebruiksomstandigheden
De beveiliging kan worden geactiveerd en de werking van het apparaat stoppen binnen de temperatuur bereiken die in de onderstaande tabel worden aangegeven:
| Verwarming Buitenluchttemperatuur hoger dan 24 °C |
| Binnen luchttemperatuur bij -15 °C |
| Kamertemperatuur hoger dan 30 °C |
| Koeling Buitenluchttemperatuur hoger dan 52 °C |
| Buitenluchttemperatuur hoger dan -15 °C |
| Omgevingstemperatuur lager dan 17 °C |
| Ontvochtiging Omgevingstemperatuur lager dan 17 °C |
Opmerking:
- De tabel toont de temperatuur waarbij de beveiliging wordt geactiveerd, afhankelijk van de geselecteerde modus.
- Als de airconditioner gedurende langere tijd in de koel- of ontvochtigingsstand staat terwijl de luchtvochtigheid hoger is dan 80% (met deuren of ramen open), kunnen er druppels ontstaan in de buurt van de luchtuitlaat.
Geluidsoverlast
- Installeer de airconditioner op een plaats die zijn gewicht kan dragen voor een stillere werking.
- Installeer de outdoor unit op een plaats waar de uitgeblazen lucht en het bedrijfsgeluid uw buren niet storen.
- Plaats geen obstakels voor de uitgang van de outdoor unit om de werking niet te beïnvloeden en het geluidsniveau niet te verhogen.
3.2 Installatie van de indoor unit
Locatiekeuze
- Houd bij het kiezen van de locatie waar de indoor unit moet worden geïnstalleerd rekening met de afmetingen in figuur 5 en de volgende tabel. Zorg er daarnaast voor dat er voldoende ruimte beschikbaar is voor onderhoudswerkzaamheden.
- De afmetingen in figuur 5 zijn in millimeters.
| A (mm) H (mm) | |||
| 08151 AirClima | 18000 Cassette Indoor Connected 245 130~135 | ||
| 08152 AirClima | 18000 Cassette Outdoor | ||
| 09283 AirClima | 18000 Cassette Panel | ||
| 08153 AirClima | 24000 Cassette Indoor Connected 245 130~135 | ||
| 08154 AirClima | 24000 Cassette Outdoor | ||
| 09284 AirClima | 24000 Cassette Panel | ||
- Let ook op de aansluiting van buizen en bedrading. U moet ook beslissen in welke richting de buizen worden aangesloten.
- Als u eenmaal heeft besloten waar u de airconditioner gaat plaatsen, zorg er dan voor dat u de koelbuizen, afvoerbuizen en aansluitkabels naar de plek leidt waar ze moeten worden aangesloten.
- Zorg ervoor dat de afmetingen van de indoor unit en de plafondopening correct zijn. Bevestig de geleider met de productafmetingen onder het apparaat met vier schroeven M5 x 16. Fig. 5
Legende Figuur 5:
- 4 schroeven
- Vloeibare kant
- Gas kant
- Afvoeropening
Installatie locatie
Waarschuwing
- Als u de airconditioner op de volgende plaatsen plaatst, werkt hij mogelijk niet goed. Als installatie op een van deze locaties onvermijdelijk is, neem dan contact op met de Technische Dienst van Cecotec:
NEDERLANDS
A. Een plek waar brandbaar gas lekt.
B. Een plek in de buurt van de zee, omdat de lucht een hoge zoutconcentratie heeft.
C. Een locatie in de buurt van een hete bron, omdat er bijtend gas (bijv. zwavel) in de lucht aanwezig zal zijn.
D. Een plaats die het gewicht van het apparaat niet kan dragen.
E. Een plek waar een olieketel staat.
F. Een plaats waar sterke elektromagnetische golven voorkomen.
G. Een plaats waar zure of alkalische vloeistof verdampt.
H. Een plek waar geen luchtcirculatie is.
I. Een vochtige plek.
- Thermische isolatie moet worden uitgevoerd in de airconditioning en in de woning in overeenstemming met de nationale voorschriften.
Montageafmetingen
Fig. 6
Legende Figuur 6:
- Plafond
- Ongeveer 270 cm
- Ongeveer 100 cm
- Obstakel
- Ongeveer 100 cm
| Materiaal van de muur | Brandbaar materiaal | Vlam vertragende of andere niet-ontvlambare materialen anders dan metaal | Brandveilige structuur |
| Bovenkant (B) Groter dan 5 cm Groter dan 5 cm Groter dan 5 cm | |||
| Zijkanten (C) Groter dan 100 cm | Groter dan 100 cm |
Afstand van plafond tot vloer
De afstand van het plafond tot de vloer moet 2,7 m \~ 3,2 m zijn.
Installatie van de indoor unit
- De installatiemethode moet worden aangepast aan het type constructie, zoals hieronder beschreven. Raadpleeg een professional voor meer informatie.
-
Na het boren van het gat in het plafond moet de eenheid horizontaal staan en stevig worden bevestigd om trillingen te voorkomen.
-
Boor het gat in het plafond en verwijder het puin.
- Verstevig de doorgesneden balken om het dak te bevestigen.
Installatie van de ophangbouten
Gebruik M10 schroeven. De afstand tussen de schroeven hangt af van de grootte van de eenheid en wordt weergegeven in figuur 5. Volg de procedure voor uw daktype:
A. Houten structuur: plaats de houten lat boven de balk. Monteer vervolgens de ophangbouten. U kunt figuur 7 als referentie gebruiken.
Legende Figuur 7:
- Houten balk
- Balk
- Plafond
- Ophangbout
B. Bestaande betonstructuur: plaats de installatiehaak met een expansiebout in het beton tot een diepte van 45-50 mm om loskomen te voorkomen. U kunt figuur 8 als referentie gebruiken.
C. Nieuw gebouwde betonconstructie: installeer de ankerbouten. U kunt figuur 9 als referentie gebruiken.
Legende Figuur 9:
- Inbrengsteun (klemvormig)
- Inbrengsteun (type geleider)
- Stalen balk
- Ankerbout
- Ankerbout voor bevestiging van zware belastingen
D. Metalen balkstructuur: installeer het metalen draagprofiel. U kunt figuur 10 als referentie gebruiken.
Legende Figuur 10.
- Ophangbout
- Ophangbouten
- Metalen draagprofiel
Ophangen van de indoor unit
- Plaats de afdichting (onderkant) 90 mm boven het plafond. Fig. 10
- Installeer de ophangbout in de installatiehaak. Hang de indoor unit vervolgens op en controleer of hij waterpas staat met behulp van een waterpas. Fig. 11
Legende Figuur 11:
- Ophangbout
NEDERLANDS
- Moer (bovenkant)
- Afdichting (bovenkant)
- Installatiehaak
- Afdichting (onderkant)
- Moer (onderkant)
- Onderste deel van het plafond
Legende Figuur 12:
- Niveau-indicator
- Ophangbout
- Installatiehaak
- Ophangbout M10
- M10-moer
- Afdichting ø 10
- Plaats het onder de ophanghaak.
- M10-moer
- Indoor unit
- Plafond
- Installatieplaat
3.3 Installatie van het paneel op de indoor unit
- De installatie van het paneel moet worden uitgevoerd nadat de buizen en bedrading zijn aangesloten.
- Controleer voor de installatie of de afmetingen van de indoor unit en het gat in het plafond correct zijn.
WAARSCHUWING:
Zorg ervoor dat alle verbindingen tussen het paneel en het plafond goed zijn afgedicht, aangezien er lucht- of waterlekkage of zelfs watercondensatie kan optreden als er kieren zijn.
Installatie van de afvoerbuis
Waarschuwingen:
- Volg de instructies in deze handleiding bij het installeren van de afvoerbuis. Het moet thermisch geïsoleerd zijn om condensatie te voorkomen.
- De afvoerbuis van de indoor unit en alle aansluitingen moeten thermisch geïsoleerd zijn, anders zal er watercondensatie optreden.
- De neerwaartse helling van de afvoerbuis moet groter zijn dan 1/100. Bovendien mag de leiding niet opgerold of geknikt zijn. Fig. 13
-
De totale lengte van de afvoerbuis in dwarsrichting mag niet meer dan 20 meter bedragen. Als de buis langer is, moet om de 1,5 of 2 meter een steun worden aangebracht om te voorkomen dat de buis gaat rollen.
-
Raadpleeg Figuur 13 voor de juiste installatie van de buis.
- Oefen geen druk uit op het aansluitgedeelte van de afvoerbuis.
Legende Figuur 13:
- Ondersteuning
- Naar beneden kantelen over 1/100
- Zo lang mogelijk, ongeveer 10 mm
- Naar beneden kantelen over 1/100
- VP30
- Buig de buis niet op en neer
- De buis niet vouwen
Materiaal van de afvoerbuis, thermisch isolatiemateriaal
| Materiaal van de afvoerbuis | Polyvinylchloridebuis (ø 32 mm buitendiameter) |
| Thermisch isolatiemateriaal | Isolatieplaat van geschuimd polyethyleen (10 mm dik) |
Flexibele buizen. Fig. 14
Meet de diameter van de harde buis met de snijmethode en pas de verbindingshoek aan:
- Trek aan de leiding en vervorm deze niet meer dan aangegeven in figuur 14.
- Zorg ervoor dat het goed vastzit met de klem.
- Leg de leiding horizontaal.
Legende Figuur 14:
- Aanpassing kerncorrectie
- Maximaal 45° buigen
- Band
- Flexibele buis
- Indoor unit
Verbinding
- Sluit de doorzichtige buis aan op de polyvinylchloridebuis.
- Gebruik polyvinylchloridelijm op het verbindingsgedeelte van de afvoerbuis. Controleer of er geen waterlekken zijn.
- Breng lijm aan op de eerste 40 mm van de voorkant van de polyvinylchloridebuis. Steek het vervolgens in de doorzichtige buis.
- Wacht 10 minuten tot de lijm droog is. Oefen geen druk uit op de aansluiting van beide buizen terwijl de lijm droogt.
NEDERLANDS
Thermische isolatie
Rol de slang met het isolatiemateriaal voorzichtig van het begin naar het einde (naar binnen) Fig. 15
Legende Figuur 15:
- Flexibele buis
- Band
- Thermisch isolatiemateriaal
- Thermisch isolatiemateriaal
- Polyvinylchloride buis
Bovenwaartse afvoer
Om ervoor te zorgen dat de afvoerbuis niet naar beneden afloopt, richt u deze omhoog tot een maximale hoogte van 360 mm. Fig. 16
Legende Figuur 16:
- Onder 100 mm
- Onder 360 mm
- Onder 600 mm
- Indoor unit
- Plafond
Waterafvoer test. Fig. 17
Test om het afvoersysteem te controleren:
- Voer na de elektrische installatie een test uit van het afvoersysteem.
- Zet eerst de airconditioner aan.
- Vul de indoor unit met water via de opvangbak, de afvoerpomp begint te werken zodra deze vol water zit.
- Controleer of de waterstroom goed door de buis loopt en kijk goed naar de afdichting om te controleren of deze lekt of niet.
Legende Figuur 17:
- Aansluiting voor waterafvoerslang.
- Bakplaat
Geluidstest motor
- De waterafvoer test wordt uitgevoerd tijdens de controle van het loopgeluid van de motor van de afvoerpomp.
- Zet de aansluiting van de waterniveauschakelaar terug in de oorspronkelijke stand na de afvoertest.
Installatie van het paneel
Volg de stappen van Figuur 18 en 19 om het luchtinlaatrooster van het paneel te verwijderen.
Legende Figuur 18:
- Ontlaad het luchtinlaatrooster
- Verwijderen van het luchtinlaatrooster
- Schroef de M10 pakking en M6*20 schroef in de hoek van de indoor unit. Voordat u dit doet, schroeft u de andere twee extra schroeven vast die zijn afgebeeld in Figuur 20 en controleert u of de richting van de rode pijl op het elektrische paneel overeenkomt met die van het paneel.
- Sluit de kabel van de motor stap voor stap aan. Sluit ook de kabel van het displaypaneel aan op de aansluitdoos volgens het elektrische aansluitschema.
- Schroef vervolgens de twee andere M6*20 schroeven en de M10 afdichting door de opening voor het paneel in de indoor unit.
- Pas de positie en richting van het paneel aan aan het rooster en de uitlaat van de indoor unit. Draai vervolgens alle schroeven vast zodat het paneel en de indoor unit aan elkaar vastzitten.
- Plaats het luchtinlaatrooster en het paneel van de indoor unit terug.
3.3 Installatie van de outdoor unit
Afmetingen outdoor unit. Fig. 21
| Referentie | Model A | (mm) | B(mm) | C(mm) | D(mm) | E(mm) | F(mm) | H(mm) |
| 08151 AirCl | ima 18000 Cassette Indoor Connected | 780 516 | 314 350 | 321 307 | 605 | |||
| 08152 AirCl | ima 18000 Cassette Outdoor | |||||||
| 09283 AirCl | ima 18000 Cassette Panel |
| 08153 AirCl | ma 24000Cassette Indoor Connected | 845 586 348 375 358 342 700 | 08154 AirClima 24000 |
| Cassette Outdoor | |||
| 09284 AirCl | ima 24000Cassette Panel |
Verplaatsen van de outdoor unit. Fig. 22
- Gebruik 4 x 6 mm staaldraad om de outdoor unit op te hangen, zoals aangegeven in Figuur 22.
- Voeg scheiders toe aan de onderdelen die in contact kunnen komen met de staalkabels om te voorkomen dat de outdoor unit vervormt.
- Verwijder na het overzetten de houten balken van de onderkant.
Legende Figuur 22:
-
Stalen kabels
-
Deflector
Installatie ruimte
- Installeer de outdoor unit met de voedingsapparatuur aan de zijkant van de outdoor unit nadat u de reparatieruimte heeft verlaten zoals aangegeven in Figuur 23. Zie het gedeelte over elektrische bedrading voor de installatiemethode.
- Zorg ervoor dat de luchtinlaat en de luchtuitlaat niet geblokkeerd zijn.
Legende Figuur 23:
- Luchtingang
- Luchtuitgang
- Ongeveer 600 mm
-
Luchtuitlaat outdoor unit
-
Zorg ervoor dat er geen obstructies zijn in de luchtuitlaat van de outdoor unit.
- Tussen de outdoor units moet een minimumafstand van 600 mm gelaten worden, zoals getoond in Figuur 24.
Legende Figuur 24:
- Bout (4 stuks per eenheid)
Koelbuizen. Fig. 25
- De aansluitdoos bevindt zich in de paneelbescherming aan de rechterkant. Verwijder deze bescherming.
- Bij het meten en aansluiten van de buis moet de buisbeschermer worden verwijderd.
- Sluit de buis links, rechts of achter aan op het ventiel.
Legende Figuur 25:
- Lagedrukventiel
- Hogedrukventiel
- Gas kant
- Vloeibare kant
3.4 Installatie van de koelbuizen
- De installatiemethode van de airconditioner hangt af van het soort dak, raadpleeg een vakman.
- Zodra de hoofdunit is geïnstalleerd, moeten de buizen in het dak worden gelegd.
- De richting van de buizen wordt bepaald na het kiezen van de installatieplaats.
- Afmetingen van de buizen en installatiemethoden (afhankelijk van koelcapaciteit) Fig. 26
| Referentie Model | Afmeting (mm) | |
| Vloeibare kant Gas kant | ||
| 08151 AirClima 18000 Cassette Indoor Connected | 6,35 (1/4 inch) 9,52 | (3/8 inch) |
| 08152 AirClima 18000 Cassette Outdoor | ||
| 09283 AirClima 18000 Cassette Panel | ||
| 08153 AirClima 24000 Cassette Indoor Connected | 6,35 (1/4 inch) 12,7 | (1/2 inch) |
| 08154 AirClima 24000 Cassette Outdoor | ||
| 09284 AirClima 24000 Cassette Panel | ||
- Zie het gedeelte over de aansluiting van de koelmiddelbuis voor meer informatie.
- Figuur 26 toont de toegestane lengte- en hoogteafname.
NEDERLANDS
| Toegestane waarde | ||
| Langste buis (L) 30 m | ||
| Tussenruimte | tussenruimte indoor/outdoor unit H | 15 m |
Legende Figuur 26:
- Outdoor unit
- Valhoogte 5 meter
- Olieretourbocht
- Indoor unit
Verwijder alle voorwerpen of sporen van water.
- Gebruik stikstof onder hoge druk om de leiding door te spoelen in plaats van koelmiddel.
- Reinig de koelbuis voordat u deze installeert voor het geval er vreemde voorwerpen in zitten.
Extra koelmiddel
- De meerprijs is gebaseerd op de diameter en lengte en het type vloeistofuitlaat/inlaat.
- Deze airconditioner is opgeladen met een buis van 5 m als referentie. Langer dan 5 m moet als volgt worden herladen.
| Diameter vloeistofbuis 1/4 3/8 1/2 | |||
| Extra belasting per 1 m buis (R32) | 0,016 kg | 0,040 kg | 0,096 kg |
Terugslagbocht en olieretourbocht
- De outdoor unit bevindt zich onder de indoor unit.
- Het is niet nodig om een terugslagbocht te plaatsen in de laagste of hoogste positie van de staande buis, zoals getoond in figuur 27.
- De outdoor unit bevindt zich boven de indoor unit.
- Het is noodzakelijk om een olieretourbocht en een terugslagbocht te plaatsen op de laagste en hoogste positie van de staande buis, zoals weergegeven in Figuur 28.
Legende Figuur 27:
- Gas buizensysteem
- Olieretourbocht
- Indoor unit
-
Installeer om de 6 meter een olieretourbocht.
-
Outdoor unit
Legende Figuur 28:
- Terugslagbocht
- Gas buizensysteem
- Olieretourbocht
- Outdoor unit
- Installeer om de 6 meter een olieretourbocht.
- Indoor unit
De afmetingen voor het monteren van een olieretourbocht zijn als volgt (Fig. 29):
| A(inch) | B(mm) | C(mm) |
| 3/8 ≥ 20 ≤ 150 | ||
| 1/2 ≥ 26 ≤ 150 | ||
| 5/8 ≥ 33 ≤ 150 |
Wijder maken opening buis
- Knip de koelbuis door met een buiskniptang. Fig. 30
- Wijder maken nadat de buis op de verbindingsmoer is gemonteerd. Fig. 31
| Buitendiameter | A (mm) | |
| MAX MIN | ||
| 14 inch 8,7 8,3 | ||
| 38 inch | 12,4 12,0 | |
| 12 inch 15,8 15,4 | ||
| 58 inch | 19,0 18,6 | |
| 34 inch 23,3 22,9 | ||
Legende Figuur 31:
- Dilatatie
- Buizen
NEDERLANDS
Verbindingsapparaat
- Het wordt gebruikt om de buis aan te sluiten. Bevestig de moer op de verbindingsbuis en draai deze vast met de moersleutel. Fig. 32
Opmerking: Als u de moer te vast aandraait, kunt u hem breken.
| Buitendiameter | Uitgeoefende kracht |
| 14 inch 1420~1720N cm | (144~176kgf.cm) |
| 38 inch | 3270~3990N cm(333~407kgf.cm) |
| 12 inch 4950~6030N cm | (504~616kgf.cm) |
| 58 inch | 6180~7540N cm(630~770kgf.cm) |
| 34 inch 9720~11860N cm | (990~1210kgf.cm) |
Legende Figuur 33:
- Behuizing van het ventiel
- Ventielsteel
- Bout
- Begrenzer
- Afdekking van het ventiel
Werking van het afsluitventiel
- Open het ventiel zo ver mogelijk. Probeer het niet verder te openen.
- Zet de afdekking van het ventiel vast met een moersleutel of vergelijkbaar gereedschap.
- Bevestig de afdekking van het ventiel.
Vloeistof kant (ø 3/8 inch, ø ½ inch): Gas kant 1180N.cm (120kgf.cm)
Gas kant ( 5/8 inch, 3/4 inch): 1180N.cm (120kgf.cm)
Bij gebruik van een vacuümpomp moet elk lagedruk ventiel als volgt worden behandeld:
Fig. 34
- Sluit de bijgevulde buizen aan op het onderste ventiel (lage/hogedruk ventiel moet worden vastgedraaid).
- Sluit de opgeladen buizen aan op de vacuümpomp.
- Open de lagedrukregelaar volledig.
NEDERLANDS
- Start het vacuüm met de vacuümpomp. Als het vacuüm begint, draai dan de moer van het lagedrukventiel een beetje los. Controleer of er lucht binnenkomt (het geluid van de vacuümpomp verandert en de teller indicatie verandert van negatief naar nul) en draai de moer van de verbindingsbuis vast.
- Als het vacuüm is voltooid, draait u de lagedrukhuls van het verdeelventiel helemaal vast en stopt u de vacuümpomp. Als u langer dan 15 minuten vacumeert, zorg er dan voor dat de multifunctionele meter -1,0X105 Pa (-76cmHg) aangeeft.
- Open het hoge/lagedruk ventiel volledig.
- Koppel de vulslang los van de laadopening van het lagedrukventiel.
- Draai de afdekking van het lagedrukventiel vast.
Legende Figuur 34:
- Multifunctionele indicator
- Verzamelventiel
- Drukmeter
- -76cmHg
- Laag handvat
- Hoog handvat
- Afvoerslang
- Lagedrukventiel
- Hogedrukventiel
- Afvoerslang
- Vacuümpomp
Figuur 35 toont alleen de montagevolgorde van de indoor unit, outdoor unit en koelbuizen. Zie Figuur 35 voor installatie.
Legende Figuur 35:
- Outdoor unit
- Lagedruk afsluitventiel
- Hogedruk afsluitventiel
- Indoor unit
- Buizen van de binnen ingang
- Afdichting van de buizen van de binnen ingang
- Verbindingsbuis koperen flare moer
- Gas buizen
- Vloeistof buizen
Opmerking:
- De regeleenheid is geïnstalleerd in de outdoor unit.
- Gebruik twee steeksleutels om de buizen aan de binnen-/buitenbuizen te verbinden om scheuren in het koper te voorkomen.
NEDERLANDS
- Let bij het aansluiten op de richting van de aansluiting.
Luchtzuivering
Gebruik een vacuümpomp om vacuüm te zuigen van de gas kant naar de koelmiddeltoevoerinlaat van de outdoor unit.
Lucht en vocht die in het koelsysteem achterblijven, kunnen de volgende schadelijke effecten veroorzaken:
- Verhoogde druk in het koelsysteem.
- Verminderd koelend (of verwarmend) effect.
- Opgehoopt vocht en verstopping van het koelsysteem.
- Oxidatie van bepaalde onderdelen van het systeem.
Opmerking: Gebruik het koelmiddel in de outdoor unit niet voor het vacumeren. (In de fabriek is een bepaalde hoeveelheid koelmiddel toegevoegd aan de outdoor unit).
Elektrische bedrading
WAARSCHUWINGEN
- De gespecificeerde voedingskabels moeten worden gebruikt. Oefen geen druk uit op de aansluitklemmen.
- Een onjuiste aansluiting kan brand veroorzaken.
- De aarding moet correct worden uitgevoerd.
- De aardedraad moet uit de buurt liggen van gasleidingen, waterleidingen, mobiele telefoons, bliksemafleiders of andere aardedraden. Een onjuiste aarding kan elektrische schokken veroorzaken.
- Elektrische bedrading moet worden uitgevoerd door professionals. Gebruik een apart circuit in overeenstemming met de nationale voorschriften.
- De temperatuur van het koelcircuit zal hoog zijn, dus houdt de interconnectie uit de buurt van de koperen leiding.
- Als de capaciteit van het circuit niet voldoende is, kan er een elektrische schok of brand ontstaan.
- Als de kabel beschadigd is, moet hij worden vervangen door de fabrikant, de distributeur of een soortgelijk gekwalificeerd persoon, om gevaar te voorkomen
- Een omnipolaire scheidingsschakelaar met een contactscheiding van minstens 3 mm in alle polen moet worden aangesloten op vaste bedrading.
- Zorg ervoor dat u de lekstroom beveiligingsschakelaar installeert. Doet u dit niet, dan kan dit leiden tot elektrische schokken.
- Het apparaat moet zo worden geplaatst dat de stekker bereikbaar is.
- Het apparaat moet worden geïnstalleerd volgens de nationale bedradingsvoorschriften.
-
De voedingskabel moet worden geselecteerd in overeenstemming met de nationale voorschriften.
-
De voedingskabel van de outdoor unit moet worden geselecteerd en aangesloten volgens de installatiehandleiding van de outdoor unit.
- Bedrading moet uit de buurt liggen van onderdelen met hoge temperaturen, anders kan de isolatielaag van de kabels smelten.
- Gebruik een klem om de draden en het aansluitblok na het aansluiten vast te zetten.
- De besturingskabel moet samen met de thermisch geïsoleerde koelmiddelbuizen worden omwikkeld.
- Sluit de indoor unit pas op de voeding aan nadat het koelmiddel is opgezogen.
- Sluit de voedingskabel niet aan op het aansluitingsuiteinde van de signaalkabel.
Bedrading van het paneel
Sluit de voedingskabel niet aan op het aansluitingsuiteinde van de datakabel.
Schema van het aansluitingenbord.
Raadpleeg de bedrading van de indoor unit.
Stappen voor het aansluiten van externe bekabeling. Fig. 36
- Verwijder het luchtinlaatrooster en het deksel van de elektriciteitskast van de indoor unit.
- Verwijder de toegang van de outdoor unit.
- Sluit de voedingskabel, besturingskabel en ontdooikabel aan tussen de indoor- en outdoor unit.
- Zorg ervoor dat de kabels goed zijn aangesloten.
- Er moeten aardingswerkzaamheden worden uitgevoerd voor indoor- en outdoor units.
- Plaats de verwijderde onderdelen terug in het apparaat.
Legende Figuur 36:
- Outdoor unit
- Afdekking elektrisch paneel
- Aansluitkabel voor de sensor
- Netsnoer
- Thermische isolatiematerialen
- Verbindingsleidingen
- Signaal verbindingskabel
Verbindingsproces
- Na het aansluiten van de verbindingskabels, bindt u de leidingen, kabels en afvoerbuis vast met een klem zoals getoond in Figuur 37.
- Let op: Tijdens dit proces mag de afvoerbuis niet worden platgedrukt.
- De uitlaat van de afvoerbuis moet worden geleid naar een plaats waar deze geen invloed heeft op het milieu.
NEDERLANDS
Legende Figuur 37:
- Warmtebehoud door vloeistofkanalen
- Vloeistofleiding
- Afvoerbuis
- Lichte stroomkabel
- Gas buizen
- Warmtebehoud in gasleidingen
- Zware stroomkabel
Als een van de volgende situaties zich voordoet, schakelt u de stroom uit voordat u contact opneemt met de Technische Dienst van Cecotec:
- Verkeerd openen of sluiten.
- De zekering of elektrische lekbeveiliging kapot is.
- Voorwerpen of water in de airconditioning
Externe bedradingsschema's. Fig. 38
Zie Figuur 38 voor het bedradingsschema.
Functionele test
Voor de test:
A. Controleer of de buizen, afvoer en externe bedrading correct zijn aangelegd.
B. Controleer of de voeding voldoet aan de vereisten, of er koelmiddellekkage is en of alle kabels correct zijn aangesloten en goed vastzitten.
Functionele test:
A. Schakel na controle van het bovenstaande het apparaat in en druk op de touch iconen op het bedieningspaneel om te zien of ze werken.
B. Controleer ook of het display goed werkt.
Let op
- Test de airconditioner na voltooiing van de installatie.
- De airconditioner werkt veilig wanneer de statische omgevingsdruk 0,8\~1,05 van de standaard atmosferische druk is.
Controleren voordat u de airconditioner gebruikt
- Controleer of de bedrading niet gebroken of losgekoppeld is.
- Controleer of het luchtfilter is geïnstalleerd (sommige airconditioners hebben geen luchtfilter).
- Controleer of de luchtuitlaat of luchtinlaat van de outdoor unit niet geblokkeerd is.
Waarschuwing koelmiddel
Deze airconditioner gebruikt koelmiddel R32. De ruimte die nodig is voor de installatie, het gebruik en de opslag van de airconditioner moet groter zijn dan de minimumafmetingen. De minimale ruimte voor installatie wordt bepaald door:
- Hoeveelheid koudemiddel voor het hele systeem (fabrieksvulling + extra vulling)
- Controleer dit aan de hand van de bijbehorende tabel:
A. Controleer voor de indoor unit het model van de outdoor unit en raadpleeg de bijbehorende tabel.
B. Als u de outdoor unit binnenshuis wilt plaatsen, selecteert u de bijbehorende tabel op basis van de hoogte van de kamer.
| Hoogte van de kamer Selecteer het | bijbehorende oppervlak |
| < 0 m Van de grond | |
| ≥ 1,8 m Van de muur | |
| ≥ 2,2 m Soort plafond |
| Soort plafond Van de | muur Van de grond | ||||
| Gewicht (kg) | Oppervlakte (m2) | Gewicht (kg) | Oppervlakte (m2) | Gewicht (kg) | Oppervlakte (m2) |
| <1,224 — | <1,224 — <1,224 — | ||||
| 1,224 0,9 | 56 1,224 1,43 1,224 12,9 | ||||
| 1,4 1,25 | 1,4 1,87 1,4 16,8 | ||||
| 1,6 1,63 | 1,6 2,44 | 1,6 22,0 | |||
| 1,8 | 2,07 | 1,8 | 3,09 | 1,8 | 27,8 |
| 2,0 | 2,55 | 2,0 | 3,81 | 2,0 | 34,3 |
| 2,2 | 3,09 | 2,2 | 4,61 | 2,2 | 41,5 |
| 2,4 | 3,68 | 2,4 | 5,49 | 2,4 | 49,4 |
| 2,6 | 4,31 | 2,6 | 6,44 | 2,6 | 58,0 |
| 2,8 | 5,00 | 2,8 | 7,47 | 2,8 | 67,3 |
| 3,0 | 5,74 | 3,0 | 8,58 | 3,0 | 77,2 |
NEDERLANDS
Kenmerken van de beveiligingsinrichting
De beveiligingsinrichting moet in de volgende gevallen uitschakelen:
- Als u het apparaat onmiddellijk uit- en weer inschakelt of als u tijdens het gebruik overschakelt op een andere modus, moet u 3 minuten wachten voordat u het apparaat weer inschakelt.
- Als u de voedingsconnector uitschakelt en de airconditioner onmiddellijk inschakelt, moet u ongeveer 20 seconden wachten.
Kenmerken verwarmingsmodus
Voorverwarmen
Als u de verwarmingsmodus activeert, moet u tussen de 2 en 5 minuten wachten tot de warmtewisselaar is voorverwarmd, zodat er geen koude lucht naar buiten komt.
Ontdooien
In de verwarmingsmodus ontdooit het apparaat automatisch. Dit proces duurt tussen de 2 en 10 minuten. Als het apparaat klaar is, schakelt het automatisch terug naar de verwarmingsmodus.
Tijdens het ontdooien stopt de ventilator met draaien. Zodra het proces is voltooid, schakelt het automatisch terug naar de verwarmingsmodus.
Opmerkingen:
- Pas de temperatuur aan, vooral als er ouderen, kinderen of zieke mensen in het huishouden zijn.
- Bliksem en andere elektromagnetische straling kunnen schadelijke effecten veroorzaken. Als dergelijke verschijnselen zich voordoen, schakelt u de stroomschakelaar uit en weer aan. Start de airconditioner vervolgens opnieuw op.
- Blokkeer de inlaat van de indoor unit en de uitlaat van de outdoor unit niet. Dit vermindert de efficiëntie van de koeling of verwarming.
Afstandsbediening
- Richt de afstandsbediening op de infrarood ontvanger voor een betere werking.
- De weergave en sommige functies van de afstandsbediening kunnen verschillen afhankelijk van het model.
- De vorm en positie van de knoppen en indicators kunnen verschillen afhankelijk van het model, maar hun functie is hetzelfde.
- Er klinkt een geluidssignaal wanneer u de airconditioner voor het eerst op het lichtnet aansluit en telkens wanneer u op een knop van de afstandsbediening drukt.
NEDERLANDS
Koelmodus (COOL)

- Met de koelmodus kan de airconditioner de kamer koelen en tegelijkertijd de luchtvochtigheid verlagen.
- Om de koelmodus te activeren druk op de knop ≡ totdat ✝ verschijnt op het display.
- Gebruik de knop △ of ▽ om een lagere temperatuur in te stellen dan de kamertemperatuur.
Ventilatormodus (geen FAN)

- In deze ventilatormodus wordt alleen de luchtventilatie geactiveerd.
- Om de ventilatormodus in te stellen, drukt u op ≡ totdat ✦ op het display verschijnt.
Ontvochtigingsmodus (DRY)

- Vermindert de vochtigheid in de lucht om de atmosfeer in de kamer aangenamer te maken.
- Om deze modus in te stellen, drukt u op ≡ totdat ⚙️ op het display verschijnt. Een functie met automatische voorinstelling is geactiveerd.
- In de automatische modus wordt de werkingsmodus automatisch ingesteld op basis van de omgevingstemperatuur.
- Om de automatische modus in te stellen, druk op ≡ totdat op het display verschijnt.
Verwarmingsmodus (HEAT)

- In deze modus kan de airconditioner de kamer verwarmen.
- Om deze modus in te stellen, drukt u op ≡ totdat ⚙ op het display verschijnt.
- Met de knop △ of ▽ kunt u een hogere temperatuur instellen dan de kamertemperatuur.
Waarschuwing: tijdens het verwarmen kan het apparaat automatisch een ontdooicyclus activeren, die essentieel is om de vorst op de condensor te verwijderen en de warmtewisselingsfunctie te herstellen. Deze procedure duurt meestal 2 tot 10 minuten. Tijdens het ontdooien stopt de ventilator van de indoor unit met draaien. Na het ontdooien gaat hij automatisch terug naar de verwarmingsmodus.
Oscillatie functie (SWING)

- Druk op de SWING knop om de oscillatie functie te activeren.
- Druk op om de horizontale vleugel op en neer te laten bewegen. Verschijnt op het display van de afstandsbediening.
- Doe dit nogmaals om de oscillerende beweging te stoppen.
- Houd de knop 3 seconden ingedrukt om verdere hoeken van de luchtstroomrichting te selecteren, volgens de hieronder getoonde cyclus:

flowchart
graph TD
A["↑"] --> B["←→"]
B --> C["←→"]
C --> D["←→"]
D --> E["←→"]
E --> F["←→"]
Waarschuwing:
- Beweeg de vleugel niet handmatig. Het mechanisme is delicaat en kan beschadigd raken.
- Steek nooit vingers, stokken of andere voorwerpen in de luchtinlaat of -uitlaat. Dit kan letsel of schade veroorzaken.
- Wanneer de ruimtetemperatuurregelaar (thermostaat) wordt geactiveerd in de verwarmingsmodus of wanneer er wordt ontdooid, schakelt de vleugel automatisch over naar de horizontale positie.
- Als de verwarmingsmodus korte tijd is geactiveerd en de kamertemperatuur nog laag is, kan het even duren voordat de vleugel beweegt.
- De vleugel kan stil blijven staan wanneer de SWING functie geactiveerd is in de verwarmingsmodus.
Ventilatorsnelheid (knop FAN)
- Deze modus verandert de snelheid van de ventilator.
- Druk op de knop on de snelheid van de werkende ventilator aan te passen, deze kan op automatische snelheid worden ingesteld. De snelheidsaanpassing cyclus verloopt als volgt: AUTO/MUTE/Laag/Middelmatig-Laag/Middelmatig-Hoog/Hoog/TURBO.

flowchart
graph LR
A["Start"] --> B["Flash Icon 1"]
B --> C["Flash Icon 2"]
C --> D["Flash Icon 3"]
D --> E["Flash Icon 4"]
E --> F["Flash Icon 5"]
F --> G["Flash Icon 6"]
G --> H["Flash Icon 7"]
H --> I["Flash Icon 8"]
I --> J["Flash Icon 9"]
J --> K["Flash Icon 10"]
K --> L["Flash Icon 11"]
L --> M["Flash Icon 12"]
M --> N["Flash Icon 13"]
N --> O["Flash Icon 14"]
O --> P["Flash Icon 15"]
P --> Q["Flash Icon 16"]
Q --> R["Flash Icon 17"]
R --> S["Flash Icon 18"]
S --> T["Flash Icon 19"]
T --> U["Flash Icon 20"]
Kinderslot (CHILD LOCK)
- Houd de knoppen ≡ en ⏻ lang ingedrukt om het kinderslot te activeren. Doe het opnieuw om het te deactiveren.
- Als het kinderslot geactiveerd is, werkt geen enkele knop.
Timer (TIMER ON) ⏰
- Hiermee wordt het apparaat automatisch ingeschakeld.
- U kunt het activeren wanneer het apparaat uitgeschakeld is.
-
Doe het volgende om de automatische inschakeltijd in te stellen:
-
Druk een eerste keer op de knop ⏻ om het apparaat in te schakelen; de ⏻ en (60h) indicators verschijnen op het display en knipperen.
-
Gebruik de knop of om de gewenste tijd te selecteren. Elke keer dat u op de knop drukt, wordt de tijd met een half uur verhoogd of verlaagd tussen 0 en 10 uur, en met één uur per keer tussen 10 en 24 uur.
-
Druk een tweede keer op de knop om te bevestigen.
-
Stel na het instellen van de timer de gewenste modus in (Koelen/Verwarmen/Automatisch/Ventilator/Ontvochtiging). Druk hiervoor op ≡ U kunt de snelheid van de ventilator instellen door op je drukken. Druk ten slotte op of om de tijd in te stellen.
NEDERLANDS
- Om de timer te annuleren drukt u op .
- Comfort functie: De airconditioner start iets vroeger dan verwacht om de kamertemperatuur op de temperatuur te brengen die u eerder had geselecteerd bij het instellen van de timer.
- De airconditioner controleert de kamertemperatuur 60 minuten voor de geprogrammeerde inschakeltijd. Afhankelijk van de temperatuur begint het 5 tot 60 minuten eerder.
- Deze functie is alleen beschikbaar voor de koel- en verwarmingsmodi (inclusief AUTO). Werkt niet in de ontvochtigingsmodus.
Timer (TIMER OFF)
- Hiermee wordt het apparaat automatisch uitgeschakeld.
- U kunt het activeren wanneer het apparaat ingeschakeld is.
-
Doe het volgende om de automatische uitschakeltijd in te stellen:
-
Controleer of het apparaat is ingeschakeld.
-
Druk een keer op de knop om de uitschakeling in te stellen.
-
Druk op of om de tijd in te stellen.
-
Druk een tweede keer op de knop om te bevestigen.
- Om de timer te annuleren drukt u op .
OPMERKING: Laat tijdens het instellen van de timer niet meer dan 5 seconden verstrijken tussen handelingen, anders wordt de timer geannuleerd.
TURBO functie
- Om de TURBO functie te activeren, drukt u op de knop en verschijnt op het display.
- Druk nogmaals op dezelfde knop om deze functie te annuleren.
- Wanneer u in de koel-/verwarmingsmodus de TURBO functie selecteert, schakelt het apparaat over naar de modus snel koelen of snel verwarmen en werkt het op de hoogste snelheid.
MUTE functie (STIL)
- Druk op de knop om deze functie te activeren en verschijnt op het display van de afstandsbediening. Doe dit nogmaals om deze functie uit te schakelen.
- Wanneer de MUTE functie wordt ingesteld, geeft de afstandsbediening de automatische snelheid weer en werkt de indoor unit op de laagste snelheid om stil te zijn.
- Als u op de knop FAN / TURBO / SLEEP drukt, wordt de MUTE functie uitgeschakeld. Deze functie kan niet worden geactiveerd als de ontvochtigingsmodus is geactiveerd.
SLEEP functie
- Wanneer de SLEEP functie geactiveerd is, wordt de temperatuur van de airconditioner automatisch aangepast aan de kamertemperatuur zodat de kamer niet te warm of te koud is. Druk op de knop om de SLEEP functie te activeren en verschijnt op het display.
- Druk nogmaals om deze functie te annuleren.
- Na 10 uur in deze modus te hebben gewerkt, schakelt de airconditioner over naar de vorige instellingsmodus.
I FEEL functie

- Druk op de knop (10 om de functie te activeren en 10 verschijnt op het display van de afstandsbediening. Doe dit nogmaals om deze functie uit te schakelen.
- Met deze functie kan de afstandsbediening de temperatuur op uw huidige locatie meten en dit signaal naar de airconditioner sturen om de temperatuur rondom u te optimaliseren en comfort te garanderen.
- Het wordt na 2 uur automatisch gedeactiveerd.
ECO modus
- In deze modus configureert het apparaat automatisch de werking om energie te besparen.
- Wanneer de knop ⏻ wordt ingedrukt, verschijnt Ⓔ op het display en werkt het apparaat in de ECO modus. Druk nogmaals om te annuleren.
OPMERKING: De ECO modus is beschikbaar in de koel- en verwarmingsmodi.
Display aan/uit functie (DISPLAY)DISPLAY
Wordt gebruikt om het LED display aan/uit te zetten.
Zelfreinigende functie (SELF-CLEAN)

- Om deze functie te activeren, schakelt u eerst de indoor unit uit en drukt u vervolgens op de knop 📋. U hoort een pieptoon; ([AC]) verschijnt op het LED-scherm en 📋 verschijnt op het display van de afstandsbediening.
- Deze functie helpt bij het verwijderen van opgehoopt vuil van de interne verdamper.
- Deze functie duurt ongeveer 30 minuten, waarna wordt teruggekeerd naar de vooraf ingestelde modus. Om deze functie te annuleren drukt u op de knop ⚙U hoort 2 piepjes wanneer het programma wordt beëindigd of geannuleerd.
- Het is normaal als er wat geluid is tijdens het gebruik, omdat plastic materialen uitzetten bij warme temperaturen en krimpen bij koude temperaturen.
- Om te voorkomen dat sommige veiligheidsmaatregelen in werking treden, raden we aan deze functie te gebruiken wanneer de omgevingstemperatuur is zoals hieronder aangegeven:
| Indoor unit Temperatuur < 30 °C (85°F) | |
| Outdoor unit 5°C (41°F) < Temperatuur < 30°C (86°F) |
Het wordt aanbevolen om deze functie om de 3 maanden te gebruiken.
NEDERLANDS
Antischimmel functie (ANTI-MILDEW)
- Druk op de knop om de antischimmel functie te activeren en verschijnt op het display. Doe dit nogmaals om deze functie uit te schakelen.
- Nadat de koel- of ontvochtigingsmodus langer dan 30 minuten is ingeschakeld, kunt u deze functie activeren. Het apparaat blaast gedurende 15 minuten lucht uit om de interne onderdelen te drogen en schimmel te voorkomen.
OPMERKING: De antischimmel functie is alleen beschikbaar voor de koel- of ontvochtigingsmodus.
Vervang de batterijen van de afstandsbediening
- Verwijder het klepje van het vakje van de batterijen aan de achterzijde van de afstandsbediening. Schuif het klepje hiervoor in de richting van de pijl zoals aangegeven in Figuur 39.
-
Installeer de batterijen volgens + en - tekens in het vakje van de batterijen. Schuif het klepje van het vakje van de batterijen terug op zijn plaats.
-
Vervang oude batterijen door nieuwe van hetzelfde type als het display niet werkt.
- Sorteer batterijen correct. Het sorteren is noodzakelijk om dit materiaal een speciale behandeling moet ondergaan.
Waarschuwingen:
- Plaats de afstandsbediening niet op plaatsen met een hoge temperatuur, zoals in de buurt van een verwarmingsmat of fornuis.
- Plaats de afstandsbediening niet op een plek waar deze wordt blootgesteld aan direct zonlicht of sterke verlichting.
- Als de afstandsbediening op de grond valt, kan deze beschadigd raken.
- Plaats geen voorwerpen tussen de afstandsbediening en de airconditioner.
- Voorkom dat de afstandsbediening in contact komt met water.
- Plaats geen gewicht op de afstandsbediening.
Geheugenfunctie
- Als de airconditioner plotseling wordt losgekoppeld van de stroomtoevoer, onthoudt hij alle geselecteerde functies wanneer de stroomtoevoer wordt hersteld.
- Het bedieningspaneel heeft deze functie niet.
5. WI-FI-CONNECTIVITEIT EN MOBIELE TOEPASSING
Door de volgende QR-code te scannen krijgt u toegang tot de downloadoptie van de app en een handleiding waarin wordt uitgelegd hoe u uw product kunt koppelen:

Opmerking: Voordat u de airconditioner schoonmaakt, moet u ervoor zorgen dat deze is losgekoppeld van het elektriciteitsnet.
De indoor unit en de afstandsbediening schoonmaken
- Gebruik een droge doek om de indoor unit en de afstandsbediening schoon te maken.
- U kunt een met koud water bevochtigde doek gebruiken om de indoor unit schoon te maken als deze erg vuil is. Gebruik het niet om de afstandsbediening schoon te maken.
- Gebruik geen chemisch behandeld materiaal om de airconditioner schoon te maken, aangezien dit het oppervlak kan beschadigen.
- Gebruik geen benzine, verdunner, schoonmaakpoeder of oplosmiddelen om de airconditioner schoon te maken. Hierdoor kunnen kunststof oppervlakken barsten of vervormen.
-
Als u van plan bent de airconditioner minstens 1 maand niet te gebruiken.
-
Laat de airconditioning een halve dag draaien om het interieur te drogen.
-
Schakel het apparaat vervolgens uit en haal de stekker uit het stopcontact.
-
Verwijder de batterijen uit de afstandsbediening.
Schoonmaken van het filter Fig. 40
- Als het filter verstopt raakt, kan de efficiëntie van de airconditioner aanzienlijk afnemen. Daarom moet het filter om de twee weken worden schoongemaakt als de airconditioner gedurende lange tijd wordt gebruikt.
- Als de airconditioner op een stoffige plaats staat, moet het luchtfilter vaker worden schoongemaakt.
- Als het opgehoopte stof te dik is om schoon te maken, vervang het filter dan door een nieuw.
NEDERLANDS
- Open het luchtinlaatrooster. Duw de lipjes van het rooster tegelijkertijd naar het midden zoals getoond in Figuur 40 (A). Trek vervolgens het luchtinlaatrooster naar beneden.
Waarschuwing: De draden van het elektrische paneel, die oorspronkelijk zijn aangesloten op de elektrische aansluitingen van het hoofdtoestel, moeten worden verwijderd voordat u de volgende stap uitvoert.
- Verwijder het luchtinlaatrooster samen met het luchtfilter (zie figuur 40 (B). Trek het luchtinlaatrooster 45° naar beneden en til het op om het te verwijderen.
- Verwijder het luchtfilter.
- Maak het luchtfilter schoon. Hiervoor kunt u een stofzuiger gebruiken of gewoon water. Als er veel stof is opgehoopt, gebruik dan een borstel en milde zeep en laat het aan de lucht drogen.
- Plaats het filter terug in omgekeerde volgorde.
Controle
Na langdurig gebruik moet het volgende worden gecontroleerd:
- Of de stekker of het netsnoer heet wordt (of zelfs als het een beetje verbrand ruikt).
- Of er ongebruikelijke geluiden of trillingen zijn.
- Of er water lekt in de indoor unit.
- Of het apparaat onder stroom staat.
Opmerking: Stop het gebruik van de airconditioner als een van de bovenstaande situaties zich voordoet. Het wordt aanbevolen om uw apparaat na 5 jaar grondig te controleren, zelfs als geen van de bovenstaande situaties zich heeft voorgedaan.
1. Service-informatie
1.1 Verificatie van het gebied
Voordat wordt begonnen met werkzaamheden aan systemen die ontvlambare koelmiddelen bevatten, zijn veiligheidscontroles nodig om ervoor te zorgen dat het ontstekingsgevaar tot een minimum wordt beperkt. Bij het repareren van het koelsysteem moeten de volgende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen alvorens aan het systeem te werken.
1.2. Werkprocedure
De werkzaamheden moeten worden uitgevoerd volgens een gecontroleerde procedure om het risico van de aanwezigheid van een ontvlambare damp of gas tijdens de werkzaamheden tot een minimum te beperken.
1.3. Algemene werkomgeving
Al het onderhoudspersoneel en anderen die in de omgeving van de installatie werken, moeten op de hoogte worden gebracht van de aard van de werkzaamheden die worden uitgevoerd.
Werk in kleine ruimtes moet worden vermeden. Het gebied rond de werkruimte moet in secties worden verdeeld. Zorg ervoor dat de omstandigheden in het gebied veilig zijn gemaakt door brandbaar materiaal onder controle te houden.
1.4. Controle van de aanwezigheid van koelmiddel
De ruimte moet voor en tijdens de werkzaamheden worden gecontroleerd met een geschikte koelmiddeldetector, zodat de technicus wordt gewaarschuwd voor potentieel ontvlambare atmosferen. Zorg ervoor dat de gebruikte lekdetectieapparatuur geschikt is voor gebruik met ontvlambare koelmiddelen, d.w.z. vonkvrij, voldoende afgedicht of intrinsiek veilig.
1.5. Aanwezigheid van brandblussers
Indien werkzaamheden bij hoge temperaturen moeten worden uitgevoerd aan de koelinstallatie of bijbehorende onderdelen, moet geschikte blusapparatuur beschikbaar zijn. Zorg voor een droog poeder- of CO2-blusser naast de laadruimte.
1.6. Geen ontstekingsbronnen
ledereen die met koelinstallaties werkt, mag niet werken met ontstekingsbronnen die brand-of explosiegevaar kunnen opleveren, omdat het gaat om het blootleggen van leidingen die brandbaar koelmiddel bevatten of hebben bevat. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief het roken van sigaretten, moeten ver genoeg verwijderd blijven van de plaats van installatie, reparatie, verwijdering en afvoer, waarbij brandbaar koelmiddel mogelijk in de omringende ruimte kan vrijkomen. Vóór het begin van de werkzaamheden moet de omgeving van de apparatuur worden gescand om er zeker van te zijn dat er geen gevaar voor ontsteking of gevaar voor ontbranding bestaat. Verboden te roken" symbolen moeten worden weergegeven.
1.7. Geventileerde lucht
Zorg ervoor dat de ruimte zich in de open lucht bevindt of voldoende wordt geventileerd voordat u ingrijpt in het systeem of werkzaamheden bij hoge temperatuur uitvoert. Tijdens de werkzaamheden moet een zekere mate van ventilatie worden gehandhaafd. Ventilatie moet het vrijkomende koelmiddel veilig afvoeren, bij voorkeur naar de atmosfeer.
1.8. Controle van koelapparatuur
Wanneer elektrische onderdelen worden vervangen, moeten zijn geschikt zijn voor het doel en voldoen aan de juiste specificaties. De onderhouds- en servicerichtlijnen van de fabrikant moeten te allen tijde worden opgevolgd. Raadpleeg in geval van twijfel de technische dienst van de fabrikant voor hulp.
De volgende controles moeten worden toegepast op installaties die ontvlambare koelmiddelen gebruiken:
- De grootte van de lading is in overeenstemming met de grootte van de ruimte waarin de koelmiddel houdende onderdelen zijn geïnstalleerd.
- Ventilatiemachines en -uitlaten worden naar behoren bediend en zijn onbelemmerd.
NEDERLANDS
- Bij gebruik van een indirect koelcircuit moet het secundaire circuit worden gecontroleerd op de aanwezigheid van koelmiddel.
- De apparatuur markering blijft zichtbaar en leesbaar. Onleesbare merktekens en symbolen moeten worden gecorrigeerd.
- De onderdelen of koelmiddelleidingen zijn geïnstalleerd op een plaats waar zij niet kunnen worden blootgesteld aan stoffen die het koelmiddel bevattende onderdeel kunnen aantasten, tenzij de onderdelen zijn vervaardigd van materialen die inherent corrosiebestendig zijn of afdoende tegen corrosie zijn beschermd.
1.9. Controle van elektrische apparaten
Reparatie en onderhoud van elektrische componenten moeten de eerste veiligheidscontroles en de inspectieprocedures voor de componenten omvatten. Als er een storing is die de veiligheid in gevaar kan brengen, mag de voeding niet op het circuit worden aangesloten totdat de storing naar tevredenheid is opgelost. Indien de storing niet onmiddellijk kan worden verholpen, maar voortgezet gebruik noodzakelijk is, moet een passende tijdelijke oplossing worden toegepast. Dit moet worden gemeld aan de eigenaar van de apparatuur, zodat alle personen worden gewaarschuwd.
De eerste veiligheidscontroles moeten omvatten:
- Condensatoren moeten worden ontladen: dit moet op een veilige manier gebeuren om de kans op vonken te vermijden.
- Dat er geen elektrische bedrading onder spanning staat of elektrische onderdelen worden blootgesteld tijdens het opladen, herstellen of doorspoelen van het systeem.
- Dat er continuïteit is in de aardverbinding.
2. Reparaties aan verzegelde onderdelen
- Bij onderhoud aan afgedichte onderdelen moet alle elektrische stroom van de te onderhouden apparatuur worden uitgeschakeld voordat de afdichtingsdeksels enz. worden verwijderd. Indien het absoluut noodzakelijk is om apparatuur tijdens het bedrijf van stroom te voorzien, moeten permanent werkende lekdetectie apparaten worden geplaatst op de meest kritieke plaatsen om te waarschuwen voor potentieel gevaarlijke omstandigheden.
- Bij werkzaamheden aan elektrische componenten moet er in het bijzonder op worden gelet dat de behuizing niet zodanig wordt gewijzigd dat het beschermingsniveau wordt aangetast. Het gaat hierbij om beschadigde kabels, een te groot aantal aansluitingen, klemmen die niet aan de oorspronkelijke specificaties voldoen, beschadigde afdichtingen, verkeerd gemonteerde wartels, enz.
- Zorg ervoor dat de instrumenten goed gemonteerd zijn.
- Controleer of de afdichtingen of afdichtingsmaterialen niet zodanig zijn aangetast dat zij niet langer bescherming bieden tegen het binnendringen van ontvlambare atmosferen. Reserveonderdelen moeten voldoen aan de specificaties van de fabrikant.
OPMERKING: Het gebruik van siliconenkit kan de doeltreffendheid van sommige soorten lekdetectieapparatuur belemmeren. Intrinsiek veilige componenten hoeven niet te worden geïsoleerd voordat zij kunnen worden gehanteerd.
3. Herstelling van veilige onderdelen:
- Breng geen permanente inductieve of capacitieve belasting op het circuit aan, tenzij u zich ervan vergewist dat deze de door de gebruikte apparatuur toegestane spanning en stroom niet overschrijdt.
- Intrinsiek veilige componenten zijn de enige types waarmee kan worden gewerkt in aanwezigheid van een ontvlambare atmosfeer. De testapparatuur moet de juiste gespecificeerde kenmerken hebben.
- Vervang onderdelen alleen door door de fabrikant gespecificeerde onderdelen. Andere onderdelen kunnen lekken en het koelmiddel in de atmosfeer doen ontbranden.
4. Bedrading
Controleer of de bedrading niet onderhevig is aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere omgevingsinvloeden. Bij de verificatie moet ook rekening worden gehouden met de effecten van veroudering of voortdurende trillingen van bronnen zoals compressoren of ventilatoren.
5. Detectie van ontvlambare koelmiddelen
In geen geval mag een potentiële ontstekingsbron worden gebruikt om een koelmiddellek te zoeken of op te sporen. Halogeenlampen (of elke andere detector die gebruik maakt van een open vlam) mogen niet worden gebruikt.
6. Methodes om lekken te detecteren
- De volgende lekdetectiemethoden worden aanvaardbaar geacht voor systemen die ontvlambare koelmiddelen bevatten.
- Elektronische lekdetectoren moeten worden gebruikt om ontvlambare koelmiddelen op te sporen, maar zijn mogelijk niet gevoelig genoeg of moeten opnieuw worden gekalibreerd (de detectieapparatuur moet worden gekalibreerd in een koelmiddelvrije ruimte). Zorg ervoor dat de detector geen potentiële ontstekingsbron is en dat hij geschikt is voor het gebruikte koelmiddel. De lekdetectieapparatuur moet worden ingesteld op een percentage van de onderste ontvlambaarheidsgrens van het koelmiddel en worden gekalibreerd voor het gebruikte koelmiddel en het juiste gaspercentage bevestigen (maximaal 25 %).
- Lekdetectiemiddelen zijn geschikt voor de meeste koelmiddelen, maar het gebruik van chloorhoudende detergenten moet worden vermeden, omdat chloor met het koelmiddel kan reageren en koperen leidingen kan aantasten.
- Indien een lek wordt vermoed, moeten alle open vlammen worden geëlimineerd/gedoofd.
- Als er een koelmiddellek wordt gevonden en er moet worden gesoldeerd, moet al het koelmiddel uit het systeem worden teruggewonnen of worden geïsoleerd (via een
NEDERLANDS
afsluiter) in een deel van het systeem dat van het lek is verwijderd. Zowel vóór als tijdens het soldeerproces moet dan zuurstofvrije stikstof door het systeem worden gespoeld.
7. Terugtrekking en evacuatie
Bij ingrepen in het koelcircuit voor reparaties of andere doeleinden moeten de conventionele procedures worden gevolgd. Het is echter belangrijk dat de beste praktijken worden gevolgd, aangezien ontvlambaarheid een punt van zorg is. De volgende procedure moet worden gevolgd:
- Verwijder de koelvloeistof.
- Spoel het koelcircuit met inert gas.
- Evacueer.
- Spoel opnieuw met inert gas.
-
Open het circuit door te snijden of te solderen.
-
De koudemiddelvulling moet worden teruggevoerd naar de juiste terugwinningscilinder. Het systeem moet worden gespoeld met zuurstofvrije stikstof om de apparatuur veilig te houden. Het is mogelijk dat dit proces verschillende keren moet worden herhaald. Voor deze taak mogen geen zuurstof of perslucht worden gebruikt.
- De reiniging dient te geschieden door het vacuum in het systeem te onderbreken met zuurstofvrije stikstof en te blijven vullen tot de werkdruk is bereikt, vervolgens te ontluchten naar de atmosfeer en tenslotte het vacuum te verwijderen. Herhaal dit proces tot er geen koelmiddel meer aanwezig is in het systeem. Wanneer een zuurstofvrije stikstofvulling wordt gebruikt, moet het systeem op atmosferische druk worden gebracht voordat het kan werken. Dit is absoluut noodzakelijk om de pijp te kunnen hardsolderen.
- Zorg ervoor dat de uitlaat van de vacuümpomp zich niet in de buurt van een ontstekingsbron bevindt en dat deze goed geventileerd is.
8. Laadprocedure
Naast de normale laadprocedure moeten de volgende voorschriften in acht worden genomen.
- Let er bij het gebruik van laadapparatuur op dat er geen besmetting plaatsvindt tussen verschillende koelers. Slangen of leidingen moeten zo kort mogelijk worden gehouden om de hoeveelheid koelmiddel die ze bevatten tot een minimum te beperken.
- De cilinders moeten rechtop worden gehouden.
- Zorg ervoor dat het koelsysteem geaard is voordat u het systeem met koelmiddel vult.
- Markeer het systeem wanneer het laden is voltooid (als dat nog niet is gebeurd).
- Het koelsysteem mag niet overvol raken.
Voor het bijvullen moet het systeem aan een drukproef met zuurstofvrije stikstof worden onderworpen. Het systeem moet een lekkage test ondergaan na voltooiing van het laden, maar vóór de inbedrijfstelling. Latere lektesten moeten worden uitgevoerd voordat het terrein wordt verlaten.
9. Inbedrijfstelling
Alvorens deze procedure uit te voeren is het van essentieel belang dat de technicus grondig vertrouwd is met de apparatuur en alle details ervan. Het wordt aanbevolen dat alle koelmiddelen veilig worden teruggewonnen. Voordat de taak wordt uitgevoerd, moet een monster van de olie en de koelvloeistof worden genomen voor het geval een analyse vereist is voordat de teruggewonnen koelvloeistof opnieuw wordt gebruikt. Het is essentieel dat er elektrische stroom beschikbaar is voordat het werk begint.
A. Vertrouwd raken met de apparatuur en de werking ervan.
B. Isoleer het systeem elektrisch.
C. Voordat u de procedure uitvoert, moet u ervoor zorgen dat:
- Desgewenst kan voor het verplaatsen van de koelmiddelcilinder gebruik worden gemaakt van mechanische hulpmiddelen.
- Alle persoonlijke beschermingsmiddelen zijn beschikbaar en worden correct gebruikt.
- Het herstelproces staat altijd onder toezicht van gekwalificeerd personeel.
- Cilinders en terugwinningsapparatuur voldoen aan de juiste normen.
D. Pomp het koelsysteem af, indien mogelijk.
E. Als vacuum niet mogelijk is, maak dan een verdeelstuk zodat koudemiddel uit verschillende delen van het systeem kan worden verwijderd.
F. Zorg ervoor dat de cilinder op de weegschaal staat voordat de terugwinning plaatsvindt.
G. Schakel het terugwinningsapparaat in en bedien het volgens de instructies van de fabrikant.
H. Cilinders niet te vol vullen (niet meer dan 80% van het volume van de vloeistof).
I. De maximale werkdruk van de cilinder niet overschrijden, zelfs niet tijdelijk.
J. Wanneer de cilinders correct zijn gevuld en het proces is voltooid, moeten de cilinders en de apparatuur onmiddellijk van het terrein worden verwijderd en moeten alle afsluiters van de apparatuur worden gesloten.
K. Teruggewonnen koudemiddel mag niet in een ander koelsysteem worden geladen, tenzij het gereinigd en gecontroleerd is.
10. Labeling
Het apparaat moet voorzien zijn van een etiket dat aangeeft dat het buiten bedrijf is gesteld en dat het koelmiddel is afgetapt. De etikettering moet worden gedateerd en ondertekend. Zorg ervoor dat er op de apparatuur etiketten zitten waarop staat dat de apparatuur ontvlambaar koelmiddel bevat.
11. Herstel
- Wanneer koudemiddel uit een systeem wordt verwijderd, hetzij voor onderhoud, hetzij voor buitengebruikstelling, wordt aanbevolen dat alle koudemiddelen veilig worden verwijderd.
- Zorg ervoor dat bij het overbrengen van koudemiddel naar cilinders alleen geschikte koudemiddelterugwinningscilinders worden gebruikt. Zorg ervoor dat het juiste aantal cilinders beschikbaar is om de totale belasting van het systeem te ondersteunen. Alle
- Wanneer koudemiddel uit een systeem wordt verwijderd, hetzij voor onderhoud, hetzij voor buitengebruikstelling, wordt aanbevolen dat alle koudemiddelen veilig worden verwijderd. - Zorg ervoor dat bij het overbrengen van koudemiddel naar cilinders alleen geschikte koudemiddelterugwinningscilinders worden gebruikt. Zorg ervoor dat het juiste aantal cilinders beschikbaar is om de totale belasting van het systeem te ondersteunen. Alle
NEDERLANDS
gebruikte cilinders zijn aangewezen en geëtiketteerd voor een koelkast voor recycling (d.w.z. speciale cilinders voor koelkastrecycling). De cilinders moeten voorzien zijn van goed werkende overdrukventielen en bijbehorende afsluiters. Lege terugwinningscilinders worden geëvacueerd en zo mogelijk gekoeld voordat de terugwinning plaatsvindt.
- De terugwinningsapparatuur moet in goede staat verkeren met een handleiding voor de betrokken apparatuur en moet geschikt zijn voor de terugwinning van ontvlambare koelmiddelen. Bovendien moet er een geijkte en goed werkende weegschaal zijn. De slangen moeten voorzien zijn van loskoppelingen die niet lekken en in goede staat verkeren. Voordat u een terugwinningsapparaat gebruikt, moet u controleren of het in goede staat verkeert, of het goed onderhouden is en of alle bijbehorende elektrische onderdelen verzegeld zijn om ontsteking te voorkomen als er koelmiddel vrijkomt. Raadpleeg de fabrikant in geval van twijfel.
- Het brandbare koudemiddel moet worden ingeleverd bij de koudemiddelleverancier in de juiste terugwinningscilinder, en het toepasselijke afvoernota moet worden overgelegd. Meng geen koelmiddelen in terugwininstallaties en vooral niet in cilinders.
- Als compressoren en compressorolie moeten worden verwijderd, zorg er dan voor dat deze tot een aanvaardbaar niveau zijn afgetapt, zodat het zeker is dat er geen brandbaar koelmiddel in het smeermiddel achterblijft. Het evacuatieproces moet worden uitgevoerd voordat de compressor naar de leveranciers wordt teruggestuurd. Alleen elektrische verwarming van het compressorhuis mag dit proces versnellen. Wanneer olie uit een systeem wordt afgetapt, moet dat op een veilige manier gebeuren.
Sommige storingen in het systeem worden herkend en verschijnen op het display (knipperend).
| Foutmelding B | Betekenis Fout Soort fout | ||
| E0 Storing in co | communicatie tussen indoor- en outdoor unit | 1 Hardware fout | |
| E1 Storing sensor omgevingstemperatuur binnenshuis 2 Hardware | fout | ||
| E2 Storing tem | peratuursensor binnen ventilatorconvector | 3 Hardware fout | |
| E3 Storing tem | peratuursensor buiten ventilatorconvector 4 Hardware | fout | |
| E4 Abnormale | werking van het systeem (gebrek aan fluoride) | 5 Hardware fout |
| E5 Fout in model | elconfiguratie 6 Hardware | |
| E6 Storing PG/DC ventilator binnen 7 Hardware | ||
| E7 Storing in sensor voor buitenomgevingstemperatuur 8 Hardware | ||
| E8 Storing externe uitlaatgastemperatuursensor 9 Hardware | ||
| E9 Externe IPM-module defect/compressoraandrijving defect | 10 Hardware fout | |
| EA Storing externe stroomsensor 10 Hardware | ||
| Eb Communicatiestoring tussen de printplaat en het display 11 | ||
| EC Communicatiestoring van externe modules 13 Hardware | ||
| EE Externe EEPROM-fout 14 Hardware | ||
| EF Storing externe DC-ventilator | 15 Hardware | fout |
| EH | Storing externe vacuümsensor | 16 |
| EP Defect aan het bovenste deel van de externe compressorbehuizing | 17 | |
| EU | Storing externe spanningssensor | 18 |
| Ej | Storing temperatuursensor buitenkern spoel | 30 |
| Storing in de buistemperatuursensor van de outdoor unit. | 31 Hardware fout | |
NEDERLANDS
| Ey Storing temperatuursensor buitenste vloeistofbuis 32 Hardware | fout | |||
| P0 IPM | -module bescherming 19 Andere fouten | |||
| P1 Beveiliging tegen overspanning en onderspanning 20 Andere fouten | ||||
| P2 Beveiliging tegen overspanning 21 Andere fouten | ||||
| P3 Andere beschermingsmechanismen 22 Andere fouten | ||||
| P4 Bescherming tegen hoge externe uitlaatgastemperaturen | 23 Andere fouten | |||
| P5 Bescherming tegen overkoeling 24 Andere fouten | ||||
| P6 Koeling en bescherming tegen oververhitting 25 Andere fouten | ||||
| P7 | Verwarming en bescherming tegen oververhitting | 26 | Andere fouten | |
| P8 Bescherming tegen hoge of lage buitentemperaturen | 27 Instelling van het display van de afstandsbediening | |||
| P9 Compressor aandrijfbeveiliging (abnormale belasting) | 28 Andere fouten | |||
| PA | Communicatiestoring/modeconflict | 29 | Andere fouten | |
| F0 Storing van de infraroodsensor voor menselijke detectie | 33 Instelling van het display van de afstandsbediening | |||
| F1 | Batterijmodule defect | 34 | Instelling van het display van de afstandsbediening | |
| F2 | Bescherming tegen storingen in de uitlaatgastemperatuursensor | 35 Andere fouten | ||
| F3 | Storingsbeveiliging van de temperatuursensor van de buitenste buis | 36 Andere fouten | ||
| F4 Abr | ormale bescherming van koelmiddel circulatie 37 Andere fouten | ||
| F5 PFC | -bescherming 38 Andere fouten | ||
| F6 Compressorstoring/bescherming tegen omgekeerde fase | 39 Andere fouten | ||
| F7 Thermische bescherming van modules 40 Andere fouten | |||
| F8 Abnormaal schakelen van het vierwegventiel 41 Andere fouten | |||
| F9 Storing in het temperatuursensorcircuit van de module | 42 Hardware fout | ||
| FA Fout bij detectie compressorstroom 43 Hardware fout | |||
| Fb Grenswaarde overbelasting beveiliging koelen en verwarmen (frequentiereductie) | 44 Instelling van het display van de afstandsbediening | ||
| FC Beschermingslimiet hoog vermogen/frequentiereductie | 45 Instelling van het display van de afstandsbediening | ||
| FE Modulestroombeveiliging/frequentiereductie limiet (compressorfasestroom) | 46 | Instelling van het display van de afstandsbediening | |
| FF Grenswaarde temperatuurbeveiliging module/frequentiebeperking | 47 Instelling van het display van de afstandsbediening | ||
| FH Beschermingslimiet aandrijving/frequentiebeperking | 48 Instelling van het display van de afstandsbediening | ||
| FP | Condens beveiliging/frequentiereductie | 49 | Instelling van het display van de afstandsbediening |
NEDERLANDS
| FU Vorstbeveiliging/frequentiereductie 50 Instelling van het | display van de afstandsbediening | ||
| Fj | Beschermingslimiet uitlaat/frequentiereductie | 51 | Instelling van het display van de afstandsbediening |
| Fn Externe AC-beschermingslimiet voor stroom-/frequentiereductie | 52 Instelling van het display van de afstandsbediening | ||
| Fy Bescherming tegen fluoridetekort 53 Andere fouten | |||
| H1 Storing hogedrukschakelaar 54 Hardware fout | |||
| H2 Storing lagedrukschakelaar 55 Hardware fout | |||
| bf Storing TVOC-sensor 56 Instelling van het | display van de afstandsbediening | ||
| bc | Sensorstoring PM2.5 | 57 | Instelling van het display van de afstandsbediening |
| bj Storing vochtigheidssensor 58 Instelling van het | display van de afstandsbediening | ||
| bE | CO2-sensor defect | 59 Hardware fout | |
| bd | Ventilatorstoring | 60 | Hardware fout |
| d4 | Bescherming tegen water | 61 | Andere fouten |
| d5 | Bescherming tegen toegangscontrole | 62 | Hardware fout |
| 08152_AirClima 18000 Cassette Outdoor | |||||||
| Functie (aangeven of het apparaat er een heeft) | Als de functie verwarming bevat: Vermeld de temperatuur waarop de informatie betrekking heeft. De aangegeven waarden moeten betrekking hebben op een specifiek verwarmingsseizoen. Reken ten minste het "gemiddelde" verwarmingsseizoen mee. | ||||||
| Koeling | √ | In het midden (verplicht) | √ | ||||
| Verwarming | × | Warmer (indien aangewezen) | × | ||||
| Kouder | (indien aangewezen) | × | |||||
| Item Symbol | Waarde | Eenheid | Item Symbol | Waarde Eenheid | |||
| Ontwerpbelasting Seizoensgebonden efficiëntie | |||||||
| Koeling Pdesignc 5,3 kW Koeling SEER 6,3 - | |||||||
| Verwarming / gemiddeld | Pdesignh 4,3 | kW Verwarming / gemiddeld | SCOP/A | 4,0 - | |||
| Verwarming / warmer | Pdesignh - | kW Verwarming / warmer | SCOP/W | - | - | ||
NEDERLANDS
| Verwarming / kouder | Pdesignh - | kW Verwarming | / kouder | SCOP/C - | |||
| Opgegeven vermogen (*) voor koeling, bij een binnen temperatuur van 27(19) °C en buitentemperatuur Tj | Opgegeven energie-efficiëntieverhouding (*), bij een binnentemperatuur van 27(19) °C en buitentemperatuur Tj | ||||||
| Functie (aangeven of het apparaat er een heeft) | Als de functie verwarming bevat: Vermeld de temperatuur waarop de informatie betrekking heeft. De aangegeven waarden moeten betrekking hebben op een specifiek verwarmingsseizoen. Reken ten minste het "gemiddelde" verwarmingsseizoen mee. | ||||||
| Koeling | √ | Gemiddeld (verplicht) | √ | ||||
| Verwarming | √ | Warmer (indien aanwezig) | × | ||||
| Koeler (indien | aanwezig) | × | |||||
| Tj = 35 °C | Pdc | 5,3 | kW | Tj = 35 °C | EERd | 3,10 | - |
| Tj = 30 °C | Pdc | 3,89 | kW | Tj = 30 °C | EERd | 4,80 | - |
| Tj = 25 °C | Pdc | 2,50 | kW | Tj = 25 °C | EERd | 7,60 | - |
| Tj = 20 °C | Pdc | 1,20 | kW | Tj = 20 °C | EERd | 17,30 | - |
| Opgegeven vermogen (*) voor verwarming / verwar mingsseizoen Warmer, bij een binnentemperatuur van 20 °C en buitentemperatuur Tj | Opgegeven prestatiecoëfficiënt (*) / verwarmingssei zoen Gemiddeld, bij een binnentemperatuur van 20 °C en buitentemperatuur Tj | ||||||
| Item | Symbool | Waarde | Eenheid | Item | Symbool | Waarde | Eenheid |
| Tj = -7 °C | Pdh | 3,79 | kW | Tj = -7 °C | COPd | 2,82 | - |
| Tj = 2 °C | Pdh | 2,31 | kW | Tj = 2 °C | COPd | 4,16 | - |
| Tj = 7 °C | Pdh | 1,52 | kW | Tj = 7 °C | COPd | 5,51 | - |
| Tj = 12 °C | Pdh | 1,02 | kW | Tj = 12 °C | COPd | 6,66 | - |
| Tj = bivalente temperatuur | Pdh 3,79 kW Tj = bivalen- | te tempera-tuur | COPd 2,82 | - | |||
| Tj = uiterste bedrijfs-temperatuur | Pdh 3,34 kW Tj = uiterste | bedrijfstem-peratuur | COPd 2,71 | - | |||
| Opgegeven vermogen (*) voor verwarming / verwar mingsseizoen Warmer, bij een binnentemperatuur van 20 °C en buitentemperatuur Tj | Opgegeven prestatiecoëfficiënt (*) / verwarmingssei zoen Warmer, bij een binnentemperatuur van 20 °C en buitentemperatuur Tj | ||||||
| Tj = 2 °C Pdh - | kW Tj = 2 °C | COPd -- | |||||
| Tj = 7 °C | Pdh | - | kW | Tj = 7 °C | COPd | - | - |
| Tj = 12 °C Pdh - | kW Tj = 12 °C COPd - | ||||||
| Tj = bivalente temperatuur | Pdh - kW Tj = bivalen- | te tempera-tuur | COPd -- | ||||
| Tj = uiterste bedrijfs-temperatuur | Pdh - kW Tj = uiterste | bedrijfstem-peratuur | COPd -- | ||||
| Opgegeven vermogen (*) voor verwarming / verwar mingsseizoen Warmer, bij een binnentemperatuur van 20 °C en buitentemperatuur Tj | Opgegeven prestatiecoëfficiënt (*) / verwarmingssei zoen Warmer, bij een binnentemperatuur van 20 °C en buitentemperatur Tj | ||||||
| Tj = - 7 °C | Pdh | - | kW | Tj = - 7 °C | COPd | - | - |
NEDERLANDS
| Tj = 2 °C Pdh - | kW Tj = 2 °C | COPd - - | |||||
| Tj = 7 °C | Pdh | - | kW | Tj = 7 °C | COPd | - | - |
| Tj = 12 °C Pdh | - kW Tj = 12 °C COPd - - | ||||||
| Tj = biva-lente temperatuur | Pdh - kW Tj = bivalen- | te tempera-tuur | COPd - - | ||||
| Tj = uiterste bedrijfs-tempera-tuur | Pdh - kW Tj = uiterste | bedrijfstem-peratuur | COPd - - | ||||
| Tj= - 15 °C Pdh | - kW Tj= - 15 °C COPd - - | ||||||
| Tj = bivalente temperatuur Uiterste bedrijfstemperatuur | |||||||
| Verwarming / gemiddeld | Tbiv -7° °C | Verwarming | / gemiddeld | Tol | -10 | °C | |
| Verwarming / warmer | Tbiv - °C Verwarming | / warmer | Tol | - °C | |||
| Verwarming / kouder | Tbiv - °C Verwarming | / kouder | Tol | - °C | |||
| Cyclisch-intervalvermogen | Cyclisch-intervalefficiëntie | ||||||
| Voor koeling | Pcycc | - | kW | Voor koeling | EERcyc | - | - |
| Voor verwarming | Pcych | - kW Voor | verwarming | COPcyc | -- | ||
| Verlies-coëfficiënt koeling (**) | Cdc 0,25 - | Verlies- | coëfficiënt verwarming (**) | Cdh 0,25 - | |||
| Elektrisch opgenomen vermogen in andere standen dan de „actieve modus" | Jaarlijks elektriciteitsverbruik | ||||||
| Uit-stand P | OFF | 0,0025 kW | Koeling Q | CE | 294 kWh/a | ||
| Stand-by-stand | PSB | 0,0025 kW | Verwarming / gemiddeld | QHE | 1505 kWh/a | ||
| Thermostaat uit-stand | PTO | 0,005 kW | Verwarming / warmer | QHE | - kWh/a | ||
| Carter-verwarming modus | PCK | - kW | Verwar- | ming/kouder | QHE | - kWh/a | |
| Vermogenscontrole (duid een van de drie mogelijkheden aan) | Andere items | ||||||
| Functie (aangeven of het apparaat er een heeft) | Als de functie verwarming bevat: Vermeld de temperatuur waarop de informatie betrekking heeft. De aangegeven waarden moeten betrekking hebben op een specifiek verwarmingsseizoen. Reken ten minste het "gemiddelde" verwarmingsseizoen mee. | ||||||
| Koeling | ✓ | Gemiddeld (verplicht) | ✓ | ||||
| Verwarming | ✓ | Warmer (indien aanwezig) | ✗ | ||||
| Koeler (indien | aanwezig) | ✗ | |||||
NEDERLANDS
| Item Symbol | Waarde Eenheid | Heid Item | Symbol | Waarde Eenheid | |||
| Vast | × | Geluids-vermo-gensniveau (binnen/buiten) | L_WA | 50/62 dB | (A) | ||
| Trapsgewijs | × | Potentiële opwarming van de aarde | GWP 675 kgCO | eq.2 | |||
| Variabel | √ | Nominaal lucht debiet (binnen/buiten) | -1150 | /2650 | m3/h | ||
| Contact informatie Cecotec Innovaciones, S.L.Av. Reyes Católicos, 60, 46910, Alfajar (Valencia), España. | |||||||
| (*) Voor eenheden met getrapt vermogen moeten twee waarden, gescheiden door een schuine streep (/), worden opgegeven in elk vak in het gedeelte "Declared unit power" (Opgegeven vermogen van de eenheid) en "Declared EER/COP" (Opgegeven EER/COP) van de eenheid. (**) Als de standaardwaarde Cd = 0,25 wordt gekozen, zijn cyclische (resultaten van) tests niet verplicht. Anders moet de waarde van de cyclische test voor verwarming of koeling worden aangegeven. | |||||||
Batterij voor de afstandsbediening: AAA 1,5V (x2)
Technische specificaties kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd om de productkwaliteit te verbeteren.
Gemaakt in China / Ontworpen in Spanje
Dit symbool geeft aan dat, volgens de geldende voorschriften, het product en/of de batterij gescheiden van het huisvuil moeten worden afgevoerd. Wanneer dit product het einde van zijn levensduur bereikt, dient u de batterijen/accumulatoren te verwijderen en het naar een door de plaatselijke autoriteiten aangewezen inzamelpunt te brengen.
Voor gedetailleerde informatie over hoe elektrische en elektronische apparatuur en/of batterijen op de juiste manier kunnen worden weggegooid, moeten consumenten contact opnemen met hun plaatselijke autoriteiten.
Naleving van de bovenstaande richtlijnen helpt het milieu te beschermen.
Cecotec is aansprakelijk tegenover de eindgebruiker of consument voor elk gebrek aan overeenstemming dat bestaat op het ogenblik van de levering van het product onder de voorwaarden, bepalingen en termijnen die zijn vastgelegd in de toepasselijke regelgeving.
Het wordt aanbevolen reparaties te laten uitvoeren door gekwalificeerd personeel.
Als u ooit een incident met het product ontdekt of vragen heeft, neem dan contact op met de officiële Technische Assistentie van Cecotec via het telefoonnummer +34 96 321 07 28.
11. COPYRIGHT
De intellectuele eigendomsrechten op de teksten in deze handleiding behoren toe aan CECOTEC INNOVACIONES, S.L. Alle rechten voorbehouden. De inhoud van deze publicatie mag niet, geheel of gedeeltelijk, worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, doorgegeven of verspreid op welke wijze dan ook (elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen en dergelijke) zonder voorafgaande toestemming van CECOTEC INNOVACIONES, S.L.
12. VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING
Cecotec Innovaciones verklaart hierbij dat deze airconditioners, model 08151 AirClima 18000 Cassette Indoor Connected en 08153 AirClima 24000 Cassette Indoor Connected in overeenstemming zijn met de Radio Equipment Directive 2014/53/EU.
De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring is te vinden op de volgende website: https://cecotec.es/es/information/declaration-of-conformity

















